CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ongenummerd te Heesch

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 17 september 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Afgeven verklaring van geen bedenkingen Maasstraat ongenummerd, Heesch20.206 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten; 3. normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten. Als de uitkomst geen waterbelang of verkorte procedure is worden geen aanvullende zaken meer van de initiatiefnemer verwacht en kan het plan o.b.v. water doorgang vinden. Als de uitkomst normale procedure is dient de waterparagraaf nader uitgewerkt te worden, overleg gevoerd te worden met het waterschap en zal het waterschap teneinde een advies uitbrengen. Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater. De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd.

In Bernheze geldt conform het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ dat bij (her)ontwikkeling in de vorm van ver- of nieuwbouw het gehele plan aan 60 mm berging dient te voldoen. Naast het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ heeft de gemeente op 1 november 2021 de ‘Verordening fysieke leefomgeving’ vastgesteld. Hierin is met betrekking tot het onderwerp hemelwater opgenomen dat per m2 toevoeging aan verharding minimaal 20 mm/m2 berging gerealiseerd moet worden. Consequenties In het plangebied is op dit moment geen verharding aanwezig. Alle beoogde verharding samen omvat circa 345 m2. Het gaat hier dus om een toename van 345 m2 aan verharding. De gemeente rekent voor de compensatieopgave met het uitgangspunt dat per m2 verharding 60 mm moet worden gecompenseerd. Dit resulteert voor het planvoornemen in een hemelwaterbergingsopgave van 20,7 m3.

Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 48 van 56

Het plangebied ligt op dit moment lager dan het omliggende maaiveld. De afbeelding hieronder illustreert dit.

Om een goede aansluiting te kunnen maken en geen wateroverlast te hebben in het plangebied wordt het plangebied opgehoogd tot het niveau van het omliggende maaiveld. Dat betekent dat het nieuwe maaiveld op circa 10 m + NAP komt te liggen, wat ook het nieuwe peil zal zijn. De gemiddeld hoogste grondwaterstand ter plaatse bedraagt circa 8,70 m + NAP. Dat betekent dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand op circa 1,30 m-mv is gelegen. Voor de bodemopbouw zijn de ondergrondgegevens van het Dinoloket geraadpleegd. Vanaf maaiveld tot circa 4 m-mv is een deklaag aanwezig van matig tot fijn zand (Formatie van Boxtel). Hieruit kan men concluderen dat de k-waarde tussen de 1-5 m/dag bedraagt. De k-waarde is ter plaatse niet vastgesteld, zodat veiligheidshalve een k-waarde van 1 m/dag en een grondwaterstand van 1,47 mmaaiveld voldoende mogelijkheden biedt voor een toekomstige infiltratieberging. De beoogde hemelwaterbergingsvoorziening bestaat uit 41,5 m2 aan infiltratiekratten welke een hoogte van 50 centimeter hebben. Met een gronddekking van 50 centimeter worden ze (30 cm) boven de GHG gerealiseerd. Hiermee kan de gehele hemelbergingsopgave worden opgelost. Een en ander is op de afbeelding hieronder weergegeven.

Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 49 van 56

De hemelwaterbergingsvoorziening zal gedetailleerd worden uitgewerkt in het kader dan de aanvraag Omgevingsvergunning activiteit ‘Bouwen’. Conclusie Uit het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat de waterhuishouding geen belemmering vormt voor het planvoornemen. De waterhuishouding is inpasbaar en uitvoerbaar. 4.11 Geur Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 50 van 56

De gemeente Bernheze heeft haar regels over geurhinder opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021. Consequenties Met het planvoornemen wordt één nieuw geurgevoelig object opgericht. Voor wat betreft het aspect geurhinder afkomstig van veehouderijen wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting. Deze worden hieronder ieder apart beschouwd. Voorgrondbelasting Het plangebied is ingevolgde de kaart van de “Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013” aangewezen als bebouwde kom. In dit gebied geldt ten aanzien van de voorgrondbelasting een geurnorm van 3 ouE/m³. De dichtstbijzijnde veehouderij met dieren waarvoor een geuremissiefactor geldt is gelegen op 1,5 kilometer van het plangebied, hierdoor is het niet zinvol om de voorgrondbelasting in kaart te brengen. Het is aannemelijk dat de norm van 3 Oue/m3 niet wordt overschreden. Vaste afstand In artikel 4 van de Wet geurhinder en veehouderij is bepaald met welke vaste afstanden rekening moet worden gehouden. De gemeente kan bij verordening bepalen om de vaste afstand te halveren. De gemeente Bernheze heeft aanvullende regels gemaakt ten aanzien daarvan. Zie artikel 4 van de verordening Geurhinder en Veehouderij Bernheze, waarin zij refereert aan de door haar aangewezen gebieden waarvoor halvering geldt.

Het plangebied is gelegen in de bebouwde kom met een gehalveerde vaste afstand op basis van de Wet geurhinder en veehouderij. Dat betekent dat tussen veehouderijen waarvoor een vaste afstand geldt en woningen met een afstand van 50 meter rekening moet worden gehouden. Binnen 50 meter rondom het plangebied is geen veehouderij met dieren gelegen waarvoor een vaste afstand geldt. Achtergrondbelasting Uit de achtergrondbelastingkaart van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant blijkt dat de beoordeling van het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied zeer goed is (<1,5 OuE/M3). Dit is zichtbaar op onderstaande afbeelding.

Veehouderijbedrijven in de omgeving

Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 51 van 56

Het planvoornemen zal geen belemmering opleveren voor omliggende bedrijven, aangezien er bestaande geurgevoelige objecten tussen de te ontwikkelen locatie en de veehouderijen in de omgeving liggen. Andere objecten zijn daarmee bepalend voor de mogelijkheden van de veehouderijen. Conclusie Uit bovenstaande blijkt dat voor de nieuwe geurgevoelige objecten in het plangebied voldaan kan worden aan de Verordening Geurhinder en Veehouderij van de gemeente Bernheze. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en veehouderijen worden niet in hun bedrijfsvoering belemmerd. Het aspect geurhinder afkomstig van veehouderijen vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.12 Gezondheid Beleidskader Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen.

Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Binnen een straal van 2 km rondom het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig. Wel is er op ca. 830 meter afstand een kinderboerderij gelegen waar geiten gehouden worden (Akkerveld 1 Heesch). Pluimvee- en varkenshouderijen Binnen 1 km van het plangebied zijn geen pluimveehouderijen gelegen. Het plangebied is niet binnen 250 meter van overige veehouderijen gelegen. Spuitzones Binnen 50 meter van het plangebied liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone. Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Het stappenplan kan worden gebruikt bij het afgeven van milieuvergunningen. Het stappenplan kan ook gebruikt worden voor bestemmingsplannen (of andere ruimtelijke besluiten). Als er meerdere ‘ja’s’ uit volgen is het een overweging om bij de GGD een advies aan te vragen om de cumulatie te bespreken. Stap 1 De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2.

Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 52 van 56

Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a In deze stap moet getoetst worden of in het plangebied voldaan wordt aan het wettelijke kader voor geurhinder. Dat betekent in onderhavige situatie in een woonkern dat de voorgrondbelasting moet voldoen aan 5 OU/m3 en de achtergrondbelasting aan 10OU/m3. In paragraaf 4.11 is het aspect geurhinder afkomstig van veehouderijen getoetst. Gemotiveerd wordt dat wordt voldaan aan een voorgrondnorm van 3 OU/m3 en dat de achtergrondbelasting minder dan 1,5 OU/m3 bedraagt. In diezelfde paragraaf is ook het aspect ‘vaste afstanden’ beoordeeld. Voldaan wordt aan de voor de omgeving van het plangebied geldende afstanden tussen gevoelige functies en bedrijven met dieren waarvoor een vaste afstand geldt. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. het wettelijk kader voor geur. GGDadvies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b. Stap 3b In deze stap moet getoetst worden of in het plangebied voldaan wordt aan de gezondheidskundige advieswaarde voor geurhinder. Het gaat in onderhavige situatie dan om een voorgrondbelasting van 2 OU/m3 en een achtergrondbelasting van 5 OU/m3. Voor veehouderijen waar dieren waarvoor een vaste afstand geldt, moet voldaan kunnen worden aan een afstand van 100 meter.

Uit paragraaf 4.11 blijkt dat aan de normen voor de voor- en achtergrondbelasting die gelden als gezondheidskundige advieswaarde voor geurhinder kan worden voldaan. Binnen 100 meter van het plangebied is geen veehouderij gelegen, waardoor ook aan de vaste afstandsnorm in het kader van de gezondheidskundige advieswaarde wordt voldaan. Sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat a.d.h.v. de gezondheidskundige advieswaarde v.w.b. de voorgrondbelasting, achtergrondbelasting en de vaste afstand. GGD-advies is niet aan de orde. Ga verder naar stap 4. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Binnen een afstand van 2 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten zijn geen geitenhouderijen gelegen. Wel is er op ca. 800 meter afstand een kinderboerderij gelegen waar geiten gehouden worden (Akkerveld 1 Heesch). GGD-advies is aan de orde, ga verder naar stap 5b. Stap 5b Binnen een afstand van 1 km van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen pluimveebedrijf gelegen. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5c. Stap 5c Binnen een afstand van 250m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen overige veehouderij gelegen.

Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt.

Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 53 van 56

Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog toe een GGD-advies leidt. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGDadvies. Op een afstand van ca. 830 meter afstand is een kinderboerderij gelegen waar geiten gehouden worden (Akkerveld 1 Heesch). Hierdoor is op basis van het stappenplan nadere advisering van de GGD aan de orde. Het stappenplan van de GGD is gebaseerd op het bedrijfsmatig houden van geiten. Het gaat dan om het op een locatie houden van meer dan 50 geiten. Op de locatie Akkerveld 1 worden in totaal 20 geiten gehouden, het gaat hier daardoor om het hobbymatig houden van geiten. Omdat binnen 2 kilometer van het plangebied geen sprake is van een geitenhouderij waar meer dan 50 geiten worden gehouden en de wijze waarop de geiten bij de kinderboerderij worden gehouden niet intensief is wordt bij de GGD ten aanzien van dit aspect geen advies gevraagd. Conclusie Het planvoornemen is niet in strijd met de volksgezondheid. 4.13 Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004).

Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008. Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden. Consequenties In de nabijheid van het plangebied is geen hoogspanningslijn aanwezig, in het plangebied is dan ook geen sprake van een veldsterkte van meer dan 0,4 microTesla. Het aspect straling vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. Straling vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.14 Milieueffectrapportage (M.e.r.) Beleidskader De m.e.r.-regelgeving is bedoeld om de milieuaspecten in een vroeg stadium, integraal en compleet in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Centraal in de m.e.r.-procedure staat het milieueffectrapport waarin alle milieuaspecten voor minimaal één alternatief geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Een dergelijke procedure is van toepassing Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 54 van 56

bij activiteiten waarvan vaststaat dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In deze paragraaf is getoetst of sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De te beoordelen activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Naast de directe plicht tot een dergelijke procedure zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten met bijbehorende drempelwaarden aangegeven waarvoor eerst moet worden beoordeeld of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient - als ze boven de drempelwaarde uitkomen - een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Sinds 16 mei 2017 is ook een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar die onder de drempelwaarden blijven. Er is – bij wetgeving - geen ondergrens wat betreft het plan zelf meer, wat betekent dat zelfs bij een klein plan zoals de ontwikkeling van één woning in principe een m.e.r.-aanmeldnotitie nodig is geworden. Op basis van jurisprudentie wordt het realiseren van slechts 12 woningen in de regel niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. Consequenties Onderzocht is of een m.e.r.

of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. In overweging kan worden genomen of het initiatief een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling (1 nieuwe woning) niet het geval is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. Het planvoornemen komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Conclusie Voor het planvoornemen hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.

Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 55 van 56

Hoofdstuk 5

Uitvoeringsaspecten

5.1 Economische aspecten Op basis van artikel 6.12 Wro is de gemeente verplicht tot kostenverhaal bij ruimtelijke plannen. Op basis van artikel 3.1.6. lid 1 sub f van het Bro dient bij ruimtelijke plannen aangetoond te worden dat ze economisch uitvoerbaar zijn. Naast de kosten voor de realisatie van het planvoornemen draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de kosten die gepaard gaan met het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing inclusief onderzoeken et cetera. Verder is de initiatiefnemer onder andere verantwoordelijk voor de kosten die de gemeente maakt voor het toetsen en doorlopen van de uitgebreide procedure omgevingsvergunning en voor eventuele planschade. De kosten worden via de leges verhaald en voor de eventuele planschade is tussen de initiatiefnemer en de gemeente een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten. Doordat de kosten zijn verzekerd is het niet noodzakelijk een exploitatieplan op- en vast te stellen. Uit bovenstaande blijkt dat het plan economisch uitvoerbaar is. 5.2 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft op 20 oktober 2023 overleg gevoerd met de omwonenden van het plangebied. Daarnaast is op 21 november 2023 een bredere bijeenkomst georganiseerd. De verslaglegging hiervan is bijgevoegd als bijlage 7 bij deze ruimtelijke onderbouwing.

Tijdens het overleg zijn diverse vragen gesteld en opmerkingen gemaakt door aanwezigen. De plannen zijn naar aanleiding van het overleg niet aangepast. Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van ruimtelijke besluiten daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’. Ter uitvoering daarvan zijn de voor het planvoornemen relevante in dat artikel genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op deze ruimtelijke onderbouwing. Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Waterschap Aa en Maas hebben aangegeven geen opmerkingen op het planvoornemen / de ruimtelijke onderbouwing te hebben. Zienswijzen Deze ruimtelijke onderbouwing ligt op grond van de Wabo en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website.

Iedereen kan zijn zienswijze over het ontwerpbesluit bij het college van B&W naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het besluit ter verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Handelen in strijd met R.O.’.

Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch

Pagina 56 van 56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=3b339fb8-bf12-446a-b677-48e4ea49807d