Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ongenummerd te Heesch
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing ‘Maasstraat ong. Heesch
2 JULI 2024 STATUS: ONTWERP
Gemeente Bernheze Ruimtelijke onderbouwing ‘Maasstraat ong., Heesch’
Gegevens adviesbureau Naam : Pittiger in planologie Telefoon : 06-19743337 Internet : www.pittiger.com
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 2 van 56
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding ................................................................................................................... 3
1.1.
Aanleiding ............................................................................................................................................ 4
1.2.
Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................... 4
1.3.
Geldend bestemmingsplan................................................................................................................ 4
Hoofdstuk 2
Bestaande en toekomstige situatie ....................................................................... 5
2.1
Bestaande situatie............................................................................................................................... 6
2.2
Toekomstige situatie........................................................................................................................... 7
Hoofdstuk 3
Beleidskader ......................................................................................................... 12
3.1
Rijksbeleid .......................................................................................................................................... 12
3.2
Provinciaal beleid .............................................................................................................................. 13
3.3
Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................... 17
Hoofdstuk 4
Milieuhygiënische aspecten ................................................................................ 27
4.1
Algemeen ........................................................................................................................................... 27
4.2
Akoestiek ............................................................................................................................................ 27
4.3
Archeologie en cultuurhistorie ........................................................................................................ 28
4.4
Bedrijven en milieuzonering ............................................................................................................ 33
4.5
Bodem ................................................................................................................................................ 34
4.6
Externe veiligheid.............................................................................................................................. 35
4.7
Natuur ................................................................................................................................................. 41
4.8
Kabels en leidingen .......................................................................................................................... 44
4.9
Luchtkwaliteit ..................................................................................................................................... 44
4.10
Water .................................................................................................................................................. 46
4.11
Geur .................................................................................................................................................... 50
4.12
Gezondheid ........................................................................................................................................ 52
4.13
Straling ............................................................................................................................................... 54
4.14
Milieueffectrapportage (M.e.r.) ....................................................................................................... 54
Hoofdstuk 5
Uitvoeringsaspecten ............................................................................................ 56
5.1
Economische aspecten .................................................................................................................... 56
5.2
Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................. 56
Bijlagen Bijlage 1 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 2 – Aeriusberekeningen en notitie van invoergegevens Bijlage 3 – Archeologisch bureau- en booronderzoek Bijlage 4 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5 – Onderzoek Externe Veiligheid Bijlage 6 – Quickscan flora en fauna Bijlage 7 – Verslaglegging omgevingsdialoog
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 3 van 56
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1. Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld ter realisatie van één vrijstaande koopwoning aan de Maasstraat in Heesch (planvoornemen). In de huidige situatie is op deze locatie sprake van landbouwgrond. In het huidige bestemmingsplan ‘De kommen van Bernheze’ is de locatie bestemd als ‘Agrarisch’, waarvoor de locatie in de huidige situatie ook in gebruik is. Het geldende bestemmingsplan staat het planvoornemen niet toe. Met die reden heeft de initiatiefnemer het planvoornemen op 12 december 2022 als principeverzoek voorgelegd aan de gemeente Bernheze. De gemeente Bernheze heeft op 20 juli 2023 per brief aan de initiatiefnemer laten weten dat ze medewerking wil verlenen aan het verzoek, omdat het planvoornemen past binnen het beleid. Om het planvoornemen mogelijk te maken moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen. Gekozen is voor een uitgebreide procedure omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Handelen in strijd met R.O.’. Dit document betreft de ruimtelijke onderbouwing die onderdeel uit moet maken van de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Handelen in strijd met R.O.’. Gemotiveerd moet namelijk worden dat het planvoornemen getuigt van een goede ruimtelijke ordening. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt dat gemotiveerd. 1.2.
Ligging en begrenzing plangebied De locatie waar deze ruimtelijke onderbouwing betrekking op heeft is gelegen aan de Maasstraat in Heesch. De locatie is kadastraal bekend gemeente Heesch, sectie A, nummer 6339 gedeeltelijk en heeft een oppervlakte van ca. 1.500 m2. Op de afbeelding hieronder is de locatie (plangebied) met een rode omlijning op de luchtfoto met kadastrale onderlegger aangeduid.
1.3.
Geldend bestemmingsplan
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 4 van 56
Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘De Kommen van Bernheze’. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Bernheze op 1 juni 2011. Het bestemmingsplan is onherroepelijk in werking getreden. Het plangebied heeft hierin de bestemmingen ‘Agrarisch’. Aanvullend is er nog een dubbelbestemming in het kader van de bescherming van archeologische waarden van toepassing: ‘Waarde – archeologie 2’. Dit betekent dat zonder nader archeologisch onderzoek niet meer dan 250 m2 dieper dan 40 cm geroerd mag worden. Verder geldt de gebiedsaanduiding ‘wro-zone – wijzigingsgebied 1’ voor het plangebied. Daarmee kan het bestemmingsplan door het college van B&W gewijzigd worden naar de bestemmingen ‘Groen’, ‘Maatschappelijk’, ‘Sport’, ‘Recreatie’, ‘Tuin’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Wonen’. Tot slot is de gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone – lpg’ van toepassing. De gronden die gelegen zijn binnen deze gebiedsaanduiding zijn mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een LPG-installatie. Hieronder is een uitsnede van de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan ter hoogte van het plangebied weergegeven. Zie het rode pijltje voor de ligging van het plangebied.
Het planvoornemen past niet binnen het vigerende bestemmingsplan, omdat de functie ‘Wonen’ binnen de bestemming ‘Agrarisch’ niet is toegestaan. Daarnaast is er geen bouwvlak aanwezig in het plangebied. Om het planvoornemen mogelijk te maken is een ruimtelijke procedure noodzakelijk.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 5 van 56
Hoofdstuk 2
Bestaande en toekomstige situatie
2.1 Bestaande situatie In deze paragraaf wordt de bestaande situatie ter plaatse uiteengezet. Locatie in groter verband Het plangebied is gelegen in de gemeente Bernheze, aan de rand van de kern Heesch, tegen het buitengebied van de kern Oss. Hieronder is een luchtfoto weergegeven. De rode stip geeft de ligging van het plangebied aan.
Locatie en directe omgeving Het plangebied is gelegen aan de Maasstraat: een smalle straat waar kleinschalige bebouwing wordt afgewisseld met agrarische percelen. De Maasstraat is een aftakking van de Osseweg. De Osseweg verbindt de kernen Oss, Heesch en Nistelrode met elkaar. Het plangebied is bestemd voor agrarische doeleinden en is hier in de huidige situatie ook voor in gebruik. De afbeelding hieronder illustreert dit.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 6 van 56
2.2 Toekomstige situatie In deze paragraaf wordt de toekomstige situatie ter plaatse uiteengezet. 2.2.1 Planbeschrijving Ter plaatse van het plangebied is het de bedoeling om één vrijstaande woning op een ruim perceel te realiseren met een bijgebouw. Hieronder is de situatieschets van het planvoornemen weergegeven.
De beoogde woning bestaat uit een goothoogte van maximaal 4 meter en een bouwhoogte van maximaal 9 meter. Met een dakhelling van minimaal 40 graden en maximaal 55 graden. De afstand van het hoofdgebouw tot de zij-erfgrenzen bedraagt aan beide zijden 3 meter. Het bijgebouw kent een maximale goothoogte van 3,5 meter en een bouwhoogte van 5 meter. De afbeeldingen hieronder geven de massastudie van het planvoornemen weer.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 7 van 56
2.2.2 Stedenbouw Er zijn geen bestaande visies voor het centrumgebied (’t Dorp – Graafsebaan – rotonde). De visie voor de noordrand Heesch (Osseweg) is verouderd. Daarom is het gebied waarin het planvoornemen is gelegen in breder perspectief bezien. Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Het gebied waarin het planvoornemen is gelegen is onderdeel van de ‘Gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties’. Voor het deelgebied waarin het planvoornemen is gelegen gelden de volgende uitgangspunten op hoofdlijnen:
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 8 van 56
•
•
•
“Het transformeren van de groene geledingszone naar een gebied met betere gebruiks- en toekomstwaarde waarbij te denken valt aan woonmilieus in een parkachtige setting, kleinschalige en duurzame landbouw en/of een zorglandschap. Het creëren van doorwaadbaarheid door het versterken van de recreatieve routestructuur, het faciliteren van doorgangen ten behoeve van fietsers en wandelaars onder de A59 en het realiseren van een afwisselend kleinschalig landschap. Het respecteren van de historische linten grenzend aan het kleinschalige dorpslandschap en waar mogelijk in deze.”
Uitsnede uit kaartmateriaal ‘Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties’
De arcering in het gebied, de groen-witte balletjes, staat beschreven als: “Een aantal kernrandzones biedt goede kansen voor een transformatie en hier is ruimte voor ontwikkelingen met een economische en maatschappelijke component, zoals kleinschalige en landschappelijke woonmilieus, een zorglandschap, recreatieve functies, kleinschalige duurzame energie, duurzame landbouw en ruimte voor ontmoeting. Hier ligt de nadruk op de dynamische component.” Het planvoornemen past in het door de ‘Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties’ geschetste beeld. Toekomst Osseweg en omgeving De visie voor het gebied rond de Osseweg ‘Ontwikkelvisie Noordrand Heesch’ is de laatste jaren in ongebruik geraakt. Zo is het gebied tussen Maasstraat en Meursstraat verder verdicht dan in de visie werd geadviseerd. Niettemin zijn diverse aanbevelingen in de visie nog steeds waardevol in relatie tot de waardering van de ontwikkeling aan de Osseweg.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 9 van 56
Uitsnede uit kaartmateriaal ‘Ontwikkelvisie Noordrand Heesch’
De ontwikkelvisie gaat uit van een mix van open en bebouwde delen in het gebied dat de gehele noordrand behelst. In de visie wordt de lijn Kerkweg-Maasstraat-Goorweg als een begrenzing gezien tussen dorpskern en het overgangsgebied (te herkennen in het verschil in de kleuren rood en groen/paars in bovenstaande afbeelding). Een aantal relevante passages in de visie: • Versterken van landschapswaarden. • Het is primair een groene visie. Niettemin kan op verschillende plaatsen het toevoegen van een extensieve, landelijke woonvorm aanvaardbaar worden geacht. • Een zorgvuldige positionering van zichtrelaties waarbij bebouwing, openheid en begroeiing in één oogopslag zijn waar te nemen. Het planvoornemen kan binnen de in de visie benoemde waarden tot realisatie worden gebracht. Toekomst noordrand Heesch Nog steeds is de lijn Kerkweg-Maasstraat-Goorweg te herkennen als grens tussen de kern van Heesch en het uitloopgebied daar ten noorden van het dorp. De Osseweg passeert deze grens en ligt in de twee sferen. De zuidelijke is gelegen binnen de stedelijke zone. Deze kan stedenbouwkundig gezien een meer stedelijk karakter krijgen in de toekomst. Het noordelijke deel ligt in de landelijke zone. Daar hoort een landelijke sfeer te heersen. Daar moet de bebouwing niet te stedelijk worden. Maar het is wel de belangrijkste weg in dit overgangsgebied.
Er kan wel iets ‘stevigs’, maar dan in een landelijke omgeving, met een ruimtelijke opzet. Die combinatie van ‘stevig’ en landelijk levert gestapelde gebouwen op in een groen-ruimtelijke omgeving en/of landhuizen eveneens op groene grote kavels. Inspiratie kan gevonden worden in de lustwaranden. Dit zijn landgoedzones die in de 19de eeuw (en soms eerder) bij verschillende steden en landstreken ontstonden: landgoederen bestaande uit grote huizen in een groen-landelijke sfeer. Tegenwoordig zijn veel van deze lustwaranden aangetast. Maar soms zijn ze nog te herkennen. Vaak is het landhuis vervangen door een kantoorgebouw of een appartementenblok en de tuin wordt gebruikt voor het parkeren. Maar als vorm zijn ze nog wel te herkennen. Zo zou aan de Osseweg – op de schaal van Heesch en in de tegenwoordige tijd – gezocht kunnen worden naar een thema als ‘lustwarande’: gebouwen op een soort landgoedachtige omgeving. De wijze waarop het planvoornemen zich in de ruimte manifesteert past bij deze richting. 2.2.3
Beeldkwaliteit
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 10 van 56
Het hoofdgebouw ligt op een ruime kavel te midden van een straat waar vooral landelijke architectuur aanwezig is. Qua materialisering wordt gebruik gemaakt van metselwerk, gebakken pannen of riet en houten kozijnen. Een en ander in natuurlijke tinten. De bebouwing (hoofd- en bijgebouw(en)) in het plangebied moet hierbij aansluiten. 2.2.4 Ontsluiting, verkeer en parkeren Ontsluiting Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied is direct ontsloten op de Maasstraat en smalle straat bedoeld voor vooral bestemmingsverkeer. De Maasstraat takt aan op de Osseweg. De Osseweg is een provinciale weg (N-weg). Het toevoegen van een enkele inrit op de Maasstraat voor één woning is voorstelbaar. Verkeer In de huidige situatie is er in het plangebied een perceel landbouwgrond aanwezig, hiervoor geldt geen specifieke verkeersaantrekkende werking. Het planvoornemen veroorzaakt daardoor een toename van het aantal verkeersbewegingen. Onderstaand is deze toename weergegeven. Deze cijfers zijn verkregen via de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren’ van CROW. De planlocatie gelegen in ‘rest bebouwde kom, het is er ‘weinig stedelijk’. Functie Gemiddelde Aantal verkeersgeneratie per etmaal per stuk Koop, huis, vrijstaand 8,2 (norm: 7,8-8,6) 1
Gemiddelde verkeersgeneratie per etmaal totaal 8,2 verkeersbewegingen
De reeds aanwezige infrastructuur kan de verkeerstoename ten gevolge van het planvoornemen prima afwikkelen. Het wegprofiel is smal, maar het planvoornemen is dermate kleinschalig dat dit geen belemmering vormt. Geen sprake is van een overbelaste situatie/ er zijn geen knelpunten bekend. Voor de nieuwe inrit moet een aparte aanvraag ingediend worden. Parkeren Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (9 juli 2015) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor het planvoornemen een parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. Voor meerpersoonswoningen > 60m2 geldt de norm van twee parkeerplaatsen voor auto’s per woning. Dit betekent een parkeerbehoefte van 1 x 2 = 2 parkeerplaatsen. In het plangebied worden minimaal twee parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor fietsparkeren bij woningen geldt op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid een specifieke norm van 1 fietsparkeerplaats per kamer. Bij de woning wordt een bijgebouw gerealiseerd waarin toekomstige bewoners hun fiets kunnen parkeren, daarnaast is het perceel dermate ruim dat ook buiten op het terrein voldoende ruimte voor fietsen aanwezig is. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 11 van 56
Hoofdstuk 3 3.1 3.1.1
-
-
-
-
-
-
Beleidskader
Rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsten; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland.
Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden. We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.
Onderhavig planvoornemen past binnen de kaders van de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken moeten worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, de laddertoets. De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Vervolgens moet de behoefte aan de ontwikkeling worden gemotiveerd. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd.
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 12 van 56
in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt o.b.v. jurisprudentie dat vanaf 12 woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met het planvoornemen gaat het om de toevoeging van één nieuwe woning. Dit betekent dat het planvoornemen geen stedelijke ontwikkeling is zoals bedoeld in het Bro. Om die reden hoeft de behoefte en invulling ervan – in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking - niet nader gemotiveerd te worden. Met dit wijzigingsplan wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 hebben de Provinciale Staten de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Deze omgevingsvisie vervangt na het inwerking treden van de Omgevingswet de provinciale structuurvisie. Met de omgevingsvisie formuleert de provincie haar ambitie over hoe zij de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit wil zien. Daarbij stelt zij tussendoelen voor 2030, maar legt nu nog niet vast hoe zij die doelen wil bereiken. De provincie wil daarmee ruimte bieden voor inbreng vanuit partijen en disciplines. Om hiermee aan de slag te gaan is volgens de provincie een verdere uitwerking van de ambities nodig in de vorm van programma's. Met de visie geeft de provincie aan wat zij belangrijk vindt voor de verbetering en duurzame ontwikkeling van Brabant.
Daarbij legt zij de focus op vier hoofdopgaven voor de middellange en lange termijn: werken aan energietransitie, een klimaatproof Brabant, de slimme netwerkstad en een concurrerende duurzame economie. Deze vier hoofdopgaven staan ten dienste van de basis opgaven: werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. Om te komen tot de slimme netwerkstad richt de provincie zich op duurzame verstedelijking. Zij wil daarin richting geven door middel van het bevorderen van regionale afspraken, het sturen op zorgvuldig ruimtegebruik en het periodiek opstellen van prognoses. Verder wil zij een actieve rol spelen om beweging te stimuleren (o.a. door samen te werken bij gebiedsopgaven en bij het opstellen van uitvoeringsprogramma's) en gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Het planvoornemen geeft invulling aan de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Het planvoornemen dat uitgaat van de realisatie van één vrijstaande woning sluit aan bij de provinciale behoefteprognoses en de regionaal gemaakte afspraken. Verder wordt ontwikkeld in bestaand stedelijk gebied (inbreiding), waardoor nabij de voorzieningen nieuwe woningen worden mogelijk gemaakt. Duurzame verstedelijking is aan de orde door het zorgvuldige gebruik van ruimte.
De beleidsdoelstellingen vanuit de Omgevingsvisie Noord-Brabant zijn nader uitgewerkt in een provinciale ruimtelijke verordening die instructieregels voor gemeenten bevat. Op 1 januari 2024 zal die verordening tegelijkertijd met de Omgevingsvisie in werking treden. Tot die tijd geldt de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 en de daaruit voortgevloeide Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant waaraan gemeenten zich moeten houden. Hieronder wordt op beide instrumenten nader ingegaan. 3.2.2 Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben in hun vergadering van 7 februari 2014 de partiële herziening 2014 van de Structuurvisie RO 2010 vastgesteld. De provincie geeft in de structuurvisie de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 13 van 56
instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Deze partiële herziening richt zich alleen op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal niveau al heeft plaatsgehad. De grootste wijzigingen ten opzichte van de vigerende provinciale structuurvisie hebben te maken met ‘De transitie van stad en platteland, een nieuwe koers’ en met ‘Brabant als onderdeel van de top van de Europese kennis- en innovatieregio’. De provincie wil, meer dan voorheen, het denken en handelen van burgers en ondernemers vertrekpunt laten zijn voor ontwikkelingen. De overheid stuurt daarbij vanuit een heldere visie op randvoorwaarden, die burgers, ondernemers en hun organisaties invullen en realiseren. Maatschappelijke participatie wordt de focus, de overheid neemt het oplossen van maatschappelijke problemen niet over, maar ondersteunt deze. De provincie daagt burgers en ondernemers uit om bij te dragen aan een vitaal Brabant. Een onderdeel hiervan is de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. Voor een top kennis- en innovatieregio op Europees niveau is onder andere een sterke agglomeratiekracht nodig. De provincie wil zich daarom meer gaan richten op het versterken van het stedelijk netwerk in Brabant (samen met alle overige betrokken partijen). Verder bevat de nieuwe structuurvisie zaken die de voormalige structuurvisie ook al bevatte.
Zo geeft de provincie NoordBrabant in haar structuurvisie nog steeds de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid weer, is de visie bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie en biedt het een basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt. De visie geeft een ruimtelijke vertaling van de opgaven en doelen uit de Agenda van Brabant. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch-, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Er wordt aandacht besteed aan zaken zoals concentratie van verstedelijking, zuinig ruimtegebruik, verantwoord omgaan met de natuurlijke basis, het streven naar robuuste en aaneengeschakelde natuurgebieden en de concentratiegebieden voor glastuinbouw en intensieve veehouderijen. Het planvoornemen is niet strijdig met de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant. De beleidsdoelstellingen vanuit de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 zijn nader uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierin zijn regels gesteld waaraan gemeenten zich moeten houden bij het opstellen van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten. In de paragraaf hierna wordt onderhavig initiatief aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant getoetst.
3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant regelt diverse ruimtelijke onderwerpen, welke op perceelniveau per onderwerp zijn begrensd en visueel op een kaart met verschillende kaartlagen zijn weergegeven. Hierdoor is voor ieder gebied in Noord-Brabant duidelijk welke regels er wat betreft provinciaal ruimtelijk beleid gelden. Door deze regels weten gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn. Het plangebied ligt in het ‘Stedelijk gebied – Concentratiegebied’. Op de uitsnede van de kaart van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ter hoogte van het plangebied (rode pin) hieronder is dit zichtbaar.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 14 van 56
Ter plaatse van het plangebied gelden conform de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant dan ook de instructieregels voor gemeenten voor het stedelijk gebied, ‘Concentratiegebied’. Dit houdt in dat de regels uit afdeling 3.5 stedelijke ontwikkeling en mobiliteit relevant zijn. In artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling is het volgende opgenomen: Lid 1: Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2: Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie.
In artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik is het volgende opgenomen: Lid 1: Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing behalve in de gevallen dat: 1. nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; 2. er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functies, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan;
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 15 van 56
b. c.
bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6. tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.
Lid 2: Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel. Bij stedelijke ontwikkelingen is de relatie gelegd met de afspraken die in het regionaal overleg zijn gemaakt. Deze afspraken gaan over onder andere over duurzame verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. Afdeling 5.4 Regionaal samenwerken gaat nader in op de wijze van regionale samenwerking, de onderwerpen van de samenwerking en het maken van regionale afspraken in het regionaal omgevingsoverleg. Van belang zijn de prognoses en analyses die periodiek door Gedeputeerde Staten worden opgesteld. In artikel 5.18 prognoses is hierover het volgende opgenomen: Lid 1: Gedeputeerde Staten stellen in overleg met de regio’s ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses op, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richting gevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Lid 2: De prognoses en analyses houden rekening met het principe van concentratie en verstedelijking.
Het planvoornemen is voor wat betreft de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant voorstelbaar, omdat het een ontwikkeling betreft die stedelijk van aard is en gelegen is binnen het als zodanig in de verordening aangeduide bestaand stedelijk gebied. Het planvoornemen past in de prognoses en regionaal gemaakte afspraken. Hierop wordt ingegaan in paragraaf 3.3.2 volkshuisvesting. In paragraaf 3.1.2 is nader ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Het planvoornemen is duurzaam, omdat de ontwikkeling zorgvuldig ruimtegebruik bevordert. Er wordt namelijk op een inbreidingsplek in stedelijk gebied ontwikkeld, waardoor uitbreiding elders niet noodzakelijk is. Qua architectuur, vorm, massa en materiaalgebruik is de bestaande situatie zoveel mogelijk uitgangspunt. Door dit te hanteren en de nieuw te realiseren bebouwing hierbij aan te sluiten is het planvoornemen passend in het landschap en de omgeving. Zie ook paragrafen 2.2.2 ‘Stedenbouw’ en 2.2.3 ‘Beeldkwaliteit’. De ligging van het plangebied maakt het gebruik van duurzame energie en mobiliteit goed mogelijk, omdat het in het bestaand stedelijk gebied is gelegen dat op het elektriciteits- en mobiliteitsnet is aangesloten en ook als eerste aangesloten zal blijven. Hemelwaterberging en -infiltratie is onderdeel van het planvoornemen (voldoende ruimte voor opvang water).
Verder wordt rekening gehouden met alle van toepassing zijnde milieuaspecten, waarop in het volgende hoofdstuk nader ingegaan wordt. Verder is paragraaf 3.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Het gaat in onderhavige situatie dan vooral om de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik, de toepassing van de lagenbenadering, meerwaardecreatie en voor zover het het landelijk gebied betreft ook kwaliteitsverbetering van het landschap. Met dit plan wordt - met Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 16 van 56
uitzondering van kwaliteitsverbetering van het landschap, omdat het een binnenstedelijke ontwikkeling betreft - hieraan invulling gegeven. Het planvoornemen voldoet aan de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Bernheze 2040 De “Omgevingsvisie Bernheze 2040” is een integraal document over de fysieke leefomgeving van de gemeente. De omgevingsvisie dient als leidraad voor nieuwe initiatieven en vervangt eerdere structuurvisies. Het is een dynamisch document dat zich aanpast aan nieuwe maatschappelijke uitdagingen en met die reden mogelijk in de toekomst wordt aangepast. In de visie worden drie deelgebieden met unieke kenmerken en ontwikkelpotentieel onderscheiden: de Peelhorst, de Dekzandgebieden en het Beekdallandschap van de Aa en de Leijgraaf. Daarnaast zijn in de visie vijf strategische thema’s benoemd: een gezonde leefomgeving, leefbare kernen, klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit, een vitale en duurzame landbouw en economie, en het behoud en verbetering van de kwaliteit van landschap en erfgoed. Via deze thema’s wordt naast de visie voor de verschillende deelgebieden richting gegeven aan de ontwikkeling van Bernheze naar de toekomst. De drie deelgebieden Het plangebied is gelegen in twee van de drie deelgebieden (overgangsgebied), namelijk de Peelhorst (rug) en het Dekzandgebied (de Flank).
Op de afbeelding hieronder is de ligging van het plangebied met een rode cirkel weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 17 van 56
De specifieke kernmerken en ontwikkelingsdoelen van deze gebieden zijn als volgt. Peelhorst Dit gebied wordt gekenmerkt door de Maashorst, een natuurgebied, en de Peelrandbreuk met wijstgronden. Voor initiatieven in dit gebied moet rekening gehouden te worden met: • het behoud en versterken van de natuurlijke en landschappelijke waarden; • landbouw extensiveert rond het natuurgebied, wat betekent dat landbouwactiviteiten moeten overwegen om te verminderen in intensiteit en schaal; • er liggen mogelijkheden voor meer bos en andere natuurontwikkeling in de 'levendige schil' rond het natuurgebied. Dekzandgebied Dit gebied staat bekend om zijn intensieve veehouderijen en draagt bij aan grootschalige en innovatieve voedselproductie. Voor initiatieven in dit gebied is het belangrijk om: • bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen die gericht zijn op bijvoorbeeld biobased grondstoffen, natuur- en landschapsbeheer, toerisme en recreatie, klimaatadaptatie, en lokale voedselproductie; • de intensieve veehouderij te combineren met innovatieve en duurzame praktijken; • aandacht te besteden aan klimaatadaptatie, zoals tijdelijke waterberging. Het plangebied is niet gelegen aan de rand van de Maashorst of op/aan de Peelrandbreuk en bevat geen landbouwactiviteiten en/of de realisatie van bos of andere natuur.
Nadrukkelijk wordt rekening gehouden met de natuurlijke en landschappelijke waarden en klimaatadaptatie in de vorm van de realisatie van groen, open water (wadi’s) en ondergrondse hemelwaterbergingsvoorzieningen. De vijf strategische thema’s 1. Een gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving bevordert de fysieke, sociale en mentale gezondheid van inwoners en nodigt uit tot activiteit voor jong en oud. Daarbij onderscheidt de gemeente de volgende richtinggevende ambities: - Schoner We verminderen externe gezondheidsrisico’s door lucht, grond- en oppervlaktewater en bodem schoner te maken, minder geluids- en geuroverlast en de risico’s op zoönose klein te maken Dat doen we door de aanpak van de bron en door groene gezonde cirkels rondom onze dorpskernen aan te wijzen. Daar waar de bronnen buiten onze gemeente liggen, spreken we een gezamenlijke aanpak af met buurgemeenten, waterschap en provincie. Het plangebied ligt aan de rand van de dorpskern Heesch, maar niet binnen een groene gezonde cirkel. Door de ontwikkeling van een groene gezonde cirkel nabij het plangebied zullen de externe gezondheidsrisico’s ter plaatse verminderen. In deze ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd in hoeverre eventuele externe gezondheidsrisico’s in het plangebied aan de orde zijn en welke maatregelen eventueel worden getroffen om deze te verminderen.
- Groene Gezonde Structuren (GGS) We willen omstandigheden creëren zodat inwoners zelf actief hun gezondheid bevorderen. Dat doen we door het realiseren van Groene Gezonde Structuren (GGS). In deze groene gezonde structuren nodigen we mensen in een aantrekkelijke groen-blauwe omgeving uit om hun gezondheid te bevorderen door te bewegen, te sporten, te spelen, te ontspannen en/of te ontmoeten. Door slim mee te koppelen met klimaatadaptieve maatregelen en het bundelen met initiatieven voor gezond biologisch voedsel maken we de GGS robuust. Door de GSS aan te sluiten op het natuurnetwerk Brabant verwachten we dat de biodiversiteit in de GGS gaat toenemen.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 18 van 56
Het initiatief is onderdeel van een totaalplan bestaande uit een vrijstaande woning en 24 sociale huurappartementen dat via openbaar groen en blauw op het eigen terrein bijdraagt aan de realisatie van aantrekkelijk groen, meer biodiversiteit en klimaatadaptieve maatregelen. Daarnaast bevat de nieuwe bebouwing natuurinclusieve maatregelen. - Actief worden, tot rust komen en elkaar ontmoeten Niet alleen in de Groene gezonde structuren, ook daarbuiten stimuleren we activiteit in het groen. Om de gezondheid verder te bevorderen creëren we plekken om tot rust te komen. De mentale gezondheid bevorderen we door het ontmoeten en contact hebben met anderen te stimuleren bijvoorbeeld in pluktuinen of natuureducatie. Het zorgen voor elkaar past goed bij ons dorpse karakter. De gemeenschapshuizen, coöperaties om samen te wonen, energie op te wekken en voedsel te verbouwen leveren voordelen op voor de gezondheid. Het initiatief is onderdeel van een totaalplan bestaande uit een vrijstaande woning en 24 sociale huurappartementen waarvan verblijfplekken in het openbaar groen en blauw op eigen terrein onderdeel uitmaken, hiermee draagt het initiatief bij aan de ambitie om tot rust te komen en te ontmoeten.
Om de ‘openbare ruimte’ aan te laten sluiten bij de verschillende doelgroepen die er gebruik van maken wordt het samen met hen ingericht, waarbij de volgende randvoorwaarden aan de orde zijn: ontmoeten, klimaatadaptief, biodiversiteitsbevorderend, inclusief en uitnodigen tot bewegen. - Inclusief Inclusiviteit versterken we door de toegankelijkheid te vergroten, omdat we vinden dat onze openbare ruimte van en voor iedereen is. De ‘openbare ruimte’ die onderdeel uitmaakt van het totaalinitiatief wordt zodanig ingericht dat het voor iedereen toegankelijk is. 2. Leefbare kernen Om de dorpskernen leefbaar te houden wil de gemeente passende woningen, duurzame mobiliteit, veiligheid, voldoende voorzieningen en een levendige gemeenschap. Daarbij onderscheidt ze de volgende richtinggevende ambities: - Identiteit van de kernen versterken Elke kern onderscheidt zich. De karakters van onze diverse kernen versterken we. Hoe we dit precies doen en een precieze beschrijving (van de karakters) van de kernen werken we in de komende jaren uit in een programma per dorpskern. Dit wordt verder uitgewerkt, waardoor hier nog niet aan getoetst kan worden. Gezien het totaalproject de functie ‘wonen’ bevat, de woonvisie accenten per kern legt en in deze ruimtelijke onderbouwing aan die visie getoetst is is voor zover mogelijk aan dit onderdeel getoetst.
- Innovatief, compact, betaalbaar wonen We staan voor een enorme woningbouwopgave. Door innovatief in te breiden met een compact, betaalbaar en divers woningaanbod, zien we kansen om deze woningbouwopgave te combineren met de eerder genoemde opgaven. We willen een grote variatie aan woningen, die aansluit bij de behoefte. Bijzonder aandacht geven we aan de toename aan ouderenwoningen, gezien de vergrijzing de komende 20 jaar. Omdat we tempo willen maken, zullen we ook in de kernranden gaan bouwen. Gezondheid, groen, klimaat, landschap en water zullen sturend zijn bij het bepalen van de locatie en de inrichting. Het totaalproject waar het planvoornemen onderdeel van uitmaakt bevat naast de vrijstaande woning een appartementencomplex voor 24 sociale huurwoningen. Betaalbare woningen die hard nodig zijn om te kunnen voorzien in de woonbehoefte. De vrijstaande woning is nodig om de begroting voor de sociale huurwoningen sluitend te krijgen. - Groen, klimaatadaptief en circulair Om de kernen goed op de toekomst voor te bereiden, werken we aan groene, klimaatadaptieve en natuurinclusieve kernen. Groen, omdat we inmiddels weten dat dat bijdraagt aan een positieve gezondheid. We gaan werken met een groennorm, om zeker te stellen dat ook onze kwetsbare Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 19 van 56
medemens voldoende ruimte heeft om te spelen, te bewegen en te ontmoeten. De weersextremen van droogte en hitte tot wateroverlast komen steeds vaker voor en dat betekent dat we onze kernen klimaatadaptief maken. Vasthouden van water, afkoppelen van regenwater van rioolwater en minder tegels en andere verharding dragen bij aan infiltratie van regenwater in de bodem. Bij grote wateroverlast zullen we echter nabij de kernen op zoek gaan naar tijdelijke waterbergingsgebieden. Met natuurinclusieve kernen zorgen we dat de flora en fauna mee kan profiteren van onze gebouwde omgeving. Zowel in het groen als in en op de gebouwen. In de Peelhorst en het beekdallandschap zijn we terughoudend met bouwen en de aanleg van zonneparken. Het planvoornemen ligt op de Dekzandgronden en in de Peelhorst (overgangsgebied) dat direct aan de bestaande kern grenst. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een vrijstaande woning die onderdeel uitmaakt van een totaalproject inclusief een appartementencomplex dat met groen en blauw op eigen terrein omgeven is. Het sluit daardoor aan bij de ambities van beide deelgebieden. De inrichting van het groen en blauw draagt bij aan de klimaatadaptieve en natuurinclusieve ambities. Aan dit laatste dragen maatregelen in/aan de bebouwing ook bij.
- Vitale dorpscentra Met behoud van het dorpse karakter kiezen we voor compacte, aantrekkelijke en vitale dorpscentra. Doordat het planvoornemen direct aan de bestaande bebouwing grenst en op korte afstand van het dorpscentrum van Heesch is gelegen, sluit het planvoornemen naadloos aan op de keus voor compacte, aantrekkelijke en vitale dorpscentra. - Meer prioriteit aan langzaam verkeer en ontmoedigen doorgaand verkeer Om de aantrekkelijkheid van onze hele gemeente te vergroten geven we meer prioriteit aan voetgangers en fietsers. We kiezen voor autoverkeersluwe en verkeersveilige kernen en een buitengebied met veilige en aantrekkelijke routes voor wandelen en fietsen. Hoe we dat precies doen, werken we later uit in een programma, in deze visie stellen we een aantal ambities op hoofdlijnen voor. Bovenlokaal verkeer leiden we snel af naar de snelwegen A50 en A59 en de provinciale weg N279 en zo voorkomen we onnodig verkeer over ons smalle wegennet. We willen op het huidige niveau het openbaar vervoer handhaven en slimmer maken. Zo willen we er voor zorgen dat er geen vervoersarmoede ontstaat. De ligging van het planvoornemen (nabij dorpscentrum) en de aansluiting op de bestaande netwerken (fietsstraat en OV dichtbij) is positief voor de gestelde prioriteit. - Aantrekkelijk wonen en leven Bernheze is een gemeente waar men naar elkaar omziet. Dat willen we zo houden.
Dat stelt eisen aan wat we bouwen, hoe we wijken inrichten en voor wie we bouwen. Een gezonde leeftijdsmix en ruimte voor diverse combinaties van wonen en zorg en andere voorzieningen stellen we centraal. Sommige naoorlogse wijken willen we revitaliseren. Het planvoornemen bestaat uit een vrijstaande woning, maar maakt onderdeel uit van een totaalplan waarbinnen ook nog 24 sociale huurwoningen zijn opgenomen. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de 30% sociale huurwoningen gemeentebreed zoals in de woondeal is afgesproken. Daarnaast wordt door de stedenbouwkundige/landschappelijke opzet van het totaalplan gezorgd voor het behoud van de groene dorpsentree. - Duurzame kernen We maken onze kernen duurzaam. Dat betekent dat we in rap tempo meer circulair, CO2 neutraal, gasloos en natuurinclusief worden. De nieuwbouw is gasloos en natuurinclusief. - Veilige leefomgeving Onze kernen maken onderdeel uit van een veilige leefomgeving. Naast de meetbare veiligheid (rationeel) hebben we ook aandacht voor de beleefde veiligheid. We hanteren het principe dat bij florerende en innoverende ondernemingen ondermijning geen kans maakt. Voor het planvoornemen zijn de omgevingsrisico’s in beeld gebracht. Elders in deze ruimtelijke onderbouwing wordt daarop ingegaan. Hieruit blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 20 van 56
- Ruimte aan inwonersinitiatieven Inwoners en ondernemers nodigen we uit om bij te dragen aan de ambities van de omgevingsvisie. We geven als gemeente daarom ruimte aan inwonersinitiatieven. Dit is voor het planvoornemen niet aan de orde. 3. Klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit Het doel is schoner water, herstel biodiversiteit, minder wateroverlast, droogte en hittestress. De richtinggevende ambities hiervoor zijn als volgt: - Water en bodem sturend De eerste fundamentele keuze die we maken is dat water en bodem leidend zijn bij de keuzes die we maken. Dit betekent veel voor de inrichting en op welke locaties welke activiteiten plaats kunnen vinden, zoals woningbouw, landbouw, recreatie en natuur. Het plangebied is volgens de visie gelegen in één van de kernen van Bernheze. Het plangebied ligt qua maaiveld lager dan de omgeving. Er zal opgehoogd worden zodat het maaiveld gaat aansluiten/ op niveau komt. Daarnaast zijn de hoogte van de grondwaterstand en de waterdoorlatendheid van de bodem eveneens niet belemmerend v.w.b. het aspect water. De bodemkwaliteit van het plangebied is goed. - Vasthouden van elke druppel water Het watersysteem was tot nu toe ingericht om snel water af te voeren. De enorme gevolgen van hitte en droogte vraagt om een omslag in het huidige systeem: naar het vasthouden van water.
Het waterschap neemt hierin het voortouw en laat beken meer meanderen, maakt watergangen ondieper en met stuwen voorkomen dat het water het gebied verlaat. Door klimaatverandering zullen deze vaker en langduriger voorkomen. Tegelijkertijd zullen we bij hevige piekbuien voorzieningen moeten treffen om water tijdelijk op te slaan. Het grondwaterniveau ligt voldoende laag om het in het plangebied vallende regenwater grotendeels bovengronds te bergen en droge voeten te houden. Hiervoor is in het plangebied voldoende ruimte aanwezig. - Aangename plekken Rekening houdend met extremere weersomstandigheden realiseren we aangename plekken waar iedereen toegang toe heeft in de openbare ruimte. Loofbomen met een groot kroonoppervlakte en op de lange termijn geschikt zwemwater kunnen voor verkoeling zorgen. Om het gevaar voor natuurbranden te verminderen gaan we naaldbossen omvormen naar loof- of gemengd bos. Het planvoornemen maakt onderdeel uit van een totaalproject bestaande uit de vrijstaande woning in het plangebied, 24 sociale huurappartementen en openbaar groen en blauw. Met de groene en blauwe ‘openbare ruimte’ wordt een aangename plek toegevoegd. - Herstel biodiversiteit De opgave voor het herstellen van de biodiversiteit is fors en daarom nemen we ook in Bernheze een flink aantal stappen.
We beschermen vanzelfsprekend wat we al hebben en herstellen de biodiversiteit waar kansen zich voordoen. Naast de grotere natuurgebieden als de Peelhorst en het beekdallandschap, vragen bijvoorbeeld de Ecologische VerbindingsZones (EVZ), weidevogelgebieden, zandwegen, houtwallen, (natuurvriendelijke) oevers en lanen onze aandacht. De biodiversiteit in het plangebied is op dit moment niet als bijzonder waardevol beschouwd, zie de quickscan flora en fauna die voor het planvoornemen is uitgevoerd. Wel blijft de in het plangebied aanwezige beplanting zoveel mogelijk bestaan. Aanvullend daarop wordt als onderdeel van het totaalproject groen en blauw toegevoegd. Bij de toevoeging van dit groen en blauw wordt rekening gehouden met het effect dat dit kan hebben op de biodiversiteit. Er zal in dit kader passende beplanting worden toegepast. - Energie inpassen in het landschap Energieneutraal worden, met oog voor het landschap vinden we passen bij het zorg dragen voor
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 21 van 56
onze leefomgeving. Initiatiefnemers van zonneparken en windmolens houden rekening met de fauna en belangrijke landschappelijke waarden. Het planvoornemen bestaat niet uit een zonnepark of windmolens. Onderdeel van het planvoornemen is wel de opwekking van duurzame energie voor eigen gebruik (zonnepanelen op het dak). - Bewustwording en gedrag Om maximaal de 30.000 inwoners en ondernemers te vragen zich in te zetten voor klimaat en natuur zetten we ook in op bewustwording en gedrag. Het totaalproject waar het planvoornemen onderdeel van uitmaakt is geen bewustwordingsproject, maar draagt hier door de groene inrichting die bijdraagt aan o.a. de biodiversiteit, klimaatadaptatie en ontmoeten wel aan bij. De fietsstraat die langs het totaalproject loopt en de aansluiting op voetgangersverbindingen maken het gemakkelijker om op de fiets of te voet naar het dorpscentrum te gaan en nodigt op die manier uit tot bewegen. 4. Een vitale en duurzame landbouw en economie Om een vitale en duurzame landbouw en economie te realiseren zijn de randvoorwaarden: gezondheid, meer kringloop-landbouw, schone energie en circulaire economie. De volgende ambities staan daarbij centraal: - Innovaties in voedsel- en grondstof-productie Bernheze blijft een innovatieve toplocatie voor (grootschalige) voedsel- en grondstofproductie.
We zetten onze kennis en mensen in om koploper te blijven en te laten zien hoe we met technische innovaties en slimme bedrijfsvoering ook in de nieuwe opgaven kunnen voorzien. We zorgen dat het vestigingsklimaat uitstekend blijft. Onderdeel van een aantrekkelijk vestigingsklimaat is goede huisvesting, het planvoornemen voorziet daarin. - Extensivering We geven graag ruimte aan innovatieve andere (meer extensieve) vormen van landbouw. Deze willen we graag concentreren in het Peelhorstgebied en het beekdallandschap van de Aa en Leijgraaf. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - Combineren van sterke landbouw met groen-blauwe functies Waar nog gezonde jonge bedrijven aanwezig zijn en ook groen-blauwe opgaven liggen, zoeken we naar maatwerk. De bedrijven blijven in hun huidige omvang ondernemen. Waar mogelijk ontwikkelen we nieuwe bossen of natuurlijke gebieden, bij voorkeur samen met de daar aanwezige boeren. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - We beperken overlast en zoneren zorgvuldig De landbouw gaat meer rekening houden met andere functies en wil de overlast en risico’s op gezondheidsschade beperken. Nabij de kernen gaan we ondernemers die willen groeien vragen of ze op een andere plek in het dekzandgebied verder willen boeren. Groei nabij de kernen van overlast gevende bedrijven vinden we niet meer passend.
Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. Verderop in deze ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd dat de huidige landbouwbedrijven in en om de gemeente geen belemmering vormen voor het planvoornemen. Andersom belemmert het planvoornemen huidige landbouwbedrijven niet. - Nieuwe verdienmodellen We zetten in op nieuwe verdienmodellen voor een vitale landbouwsector op het gebied van biobased grondstoffenteelt, natuur- en landschapsbeheer, energie, recreatie en toerisme etc. Daar moet dan wel een marktconforme vergoeding tegenover staan. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw en kan zolang er geen biobased grondstoffenteelt in de gemeente is afnemer zijn en een marktconforme vergoeding bieden. - Aandacht voor de menskant De transitie van de landbouw heeft ook een emotionele kant. We waarderen het initiatief van de
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 22 van 56
landbouworganisaties om aandacht te geven aan de menskant van de ondernemer. Het planvoornemen ziet niet op de functie landbouw. - Duurzame en toekomstbestendige economie De opgave om de stikstofuitstoot te verminderen, circulair, klimaatbestendig, natuurinclusief, energieneutraal te worden en social return uit te werken raakt ook het bedrijfsleven. Onze ondernemers vragen we hierin het voortouw te nemen. Het planvoornemen draagt bij aan diverse van deze doelen, denk aan klimaatbestendig en natuurinclusief. Hiervoor is dit reeds gemotiveerd, het komt ook tot uiting op andere plekken in deze ruimtelijke onderbouwing. - Koesteren en stimuleren van lokale bedrijvigheid De lokale bedrijvigheid in Bernheze is sterk ontwikkeld en zorgt voor werkgelegenheid en levendige dorpskernen. Deze stimuleren we waar mogelijk. Regionale bedrijfsterreinen zijn na Heesch West niet meer wenselijk. Het planvoornemen bestaat niet uit de vestiging, uitbreiding of iets dergelijks van een onderneming. - Hernieuwbare energie en sterke elektriciteitsinfrastructuur Om aan de opgaven in de RES te voldoen zal Bernheze indien zonnedaken en -parken onvoldoende opleveren ook inzetten op windmolens aan de westgrens van de gemeente. Om de elektriciteitsvraag met hernieuwbare energie te kunnen bijbenen zijn forse investeringen nodig in de elektriciteitsinfrastructuur.
Daarnaast juichen we experimenten toe om energie op te slaan. Voor energiecoöperaties of agrariërs liggen daar kansen. Het planvoornemen bevat zonnepanelen voor eigen gebruik. Zoveel mogelijk zal ervoor gezorgd worden om in de eigen energiebehoefte te voorzien. 5. Het behoud en verbetering van de kwaliteit van landschap en erfgoed Van belang is het versterken van de cultuurhistorie, beschermen en behouden van landschappelijke waarden, kwaliteit openbare ruimte. De volgende ambities zijn hiervoor richtinggevend: - Beschermen en herstellen van cultuurhistorische elementen en structuren Bernheze kent een rijke geschiedenis, waarbij in het landschap en in onze kernen cultuurhistorische elementen nog steeds zichtbaar zijn. Deze willen we behouden. Verderop in deze ruimtelijke onderbouwing is een paragraaf opgenomen over archeologie en cultuurhistorie. Hieruit blijkt dat in het plangebied geen sprake is van cultuurhistorische elementen en structuren of archeologische waarden. Door het planvoornemen is geen sprake van de aantasting van deze aspecten. - Toekomstige ontwikkelingen benutten de kenmerken van het landschap en het erfgoed Ons erfgoed en landschap zijn een inspiratiebron voor toekomstige ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Op deze manier blijft de geschiedenis leesbaar.
Doordat voorafgaand aan de planvorming een analyse is gedaan van het plangebied, haar directe en wijdere omgeving is op basis van deze randvoorwaarde ontwikkeld. - Toegankelijk en beleefbaar erfgoed en landschap De kwaliteit van ons landschap en erfgoed zijn de herkomstwaarde van Bernheze. Deze willen we omarmen en onderdeel maken van ons onderscheidend vermogen. Daarom kiezen we ervoor om de toegankelijkheid en beleefbaarheid van erfgoed en het landschap te vergroten. Door het totaalproject waar het planvoornemen onderdeel van uitmaakt wordt de beleefbaarheid van het landschap vergroot, omdat een groene openbare ruimte onderdeel uitmaakt van het totaalproject. In de vigerende situatie is sprake van een afgesloten weiland. - Concrete projecten ondersteunen We geven het erfgoed een nieuwe toekomst door de totstandkoming van nieuwe projecten te ondersteunen. Je kunt dan denken aan de Bronsschat, het Geopark en monumentale gebouwen. Erfgoed is geen aspect dat in het plangebied extra aandacht behoeft.
Ruimtelijke onderbouwing Maasstraat ong. Heesch
Pagina 23 van 56
Uit voorgaande blijkt dat het planvoornemen bijdraagt aan de doelstellingen zoals in de Omgevingsvisie Bernheze 2040 voor de gemeente zijn geformuleerd. 3.3.2 Structuurvisie Bernheze De Structuurvisie Bernheze die op 11 februari 2010 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de hele gemeente. De gemeente Bernheze bevat vijf dorpskernen: Heesch, Heeswijk-Dinther, Nistelrode, Vorstenbosch en Loosbroek. Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven. Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar dient groen ingepast te zijn. Voor mensen die in de directe omgeving werken is de landelijke uitstraling van de gemeente een reden om naar een dorp te verhuizen. Bijna elk dorp heeft zijn eigen voorzieningenaanbod waardoor de afzonderlijke dorpen als zelfstandig benoemd kunnen worden. Uitbreidingen hebben vooral plaatsgevonden rondom de bestaande dorpen. Deze zijn aan de kernranden opgerekt. De komende jaren wenst de gemeente de verstedelijking te concentreren in de gebieden rondom de dorpen en op de vrijkomende percelen in de dorpen zelf (inbreiding). Hierbij is het streven gericht op kwaliteit en in mindere mate op kwantiteit. Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten.
Het afwisselende karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat het gebied dynamisch blijft. Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is leidend bij de locatiekeuze. Waardevolle doorzichten naar het buitengebied dienen behouden te blijven. In eventuele nieuwe uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit. Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve woonbuurten. Ook hierbij wordt het onderliggende landschap als inspiratiebron gebruikt. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente. Wat grotere uitbreidingen zijn alleen gewenst aan de westzijde van de kern Heesch. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Heesch. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woningen gelegen. Het betreft een initiatief waarbij een deel van een landbouwperceel wordt getransformeerd naar ruim woonperceel voor één vrijstaande woning met bijgebouw. De vrijstaande woning sluit ontwerptechnisch en functioneel goed aan bij het karakter van de omgeving. Gezien voorgaande is onderhavig plan in lijn met de Structuurvisie Bernheze.
3.3.3 Volkshuisvesting Woonvisie 2022 – 2026 In samenwerking met onder andere woningcorporaties, huurdersorganisaties, dorpsraden, zorg- en welzijnsinstellingen heeft de gemeente Bernheze een woonvisie opgesteld. Deze is op 2 november 2021 door de gemeenteraad van Bernheze vastgesteld. Met deze woonvisie wordt ingezet op betaalbaarheid, waarbij de aandacht hoofdzakelijk wordt gericht op de doelgroepen senioren, jongeren en jonge gezinnen.