Ruimtelijke onderbouwing 09102023
Tekst van het document
In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt. De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze". Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01 32
Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze geldt op onderhavige locatie een middelhoge archeologische verwachting. Hierbij is archeologisch onderzoek vereist als dieper dan 0,40 m en meer dan 2500 m2 aan verstoringsoppervlakte geldt. Zie de volgende twee uitsneden uit dit archeologiebeleid.
Omdat ter plaatse van onderhavig plangebied niet meer grond geroerd gaat worden dan 2500 m2, namelijk 500 m2 is nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Dit betekent dat dergelijk onderzoek in het kader van onderhavige ontwikkeling niet is uitgevoerd en de dubbelbestemming in het kader van de van toepassing verwachtingswaarde ook in dit Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
33
bestemmingsplan weer opgenomen wordt. Op deze manier blijven de mogelijke archeologische waarden in het plangebied beschermd. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld. Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is volgens de cultuurhistorische waardenkaart gelegen in de regio Meijerij. Regio Meijerij De Meierij bestaat uit verschillende dekzandruggen, beekdalen en dekzandvlaktes. Over grote oppervlakten ligt Brabants leem in de ondergrond. Aan de noordkant wordt het gebied begrensd door de grote en brede oost-west lopende dekzandrug tussen Oss en Waalwijk. Het water van de beken (Essche Stroom, Beerze, Dommel en Aa) stroomt in de richting van 'sHertogenbosch, waar een doorgang in de dekzandrug aanwezig is.
In het verleden leidde deze situatie hier en daar tot problemen met de waterafvoer, waardoor natte broekgebieden, vennen en kleine veengebieden ontstonden. De Meierij wordt gekenmerkt door een kleinschalig mozaïek van oude en jonge ontginningslandschappen en woeste gronden. Vanouds waren de randen van de beekdalen en de dekzandruggen de meest geschikte plek voor bewoning. De beekdalen zelf en de uitgestrekte broekgebieden waren te nat om te wonen of om akkerbouw te bedrijven. Deze terreinen werden gebruikt als weide, hooiland of hakhout. Op de hogere delen bevonden zich vroeger uitgestrekte heidevelden, bossen en stuifzanden. Door overbeweiding ontstonden op enkele plekken stuifzanden (bijvoorbeeld de Loonse en Drunense duinen). Een en ander had tot gevolg dat het agrarische landschap over het algemeen heel kleinschalig was. De beekdalen waren heel besloten. De percelen waren er klein en vrijwel allemaal omgeven door opgaande beplanting. De oude akkercomplexen waren wat grotere, open ruimten in deze besloten wereld. De heidevelden vormden hiermee een groot contrast: dit waren zeer grote, open gebieden. Een van de beeldbepalende aspecten van de Meierij is de populierenteelt, aanvankelijk vooral in de vorm van weg- of perceelrandbeplanting, later ook in de vorm van populierenbosjes. In de Meierij zijn verschillende kastelen, abdijen en kloosters gebouwd.
Enkele middeleeuwse kastelen zijn bewaard gebleven. Nog veel rijker is het gebied aan landgoederen, buitenplaatsen en statige villa's, vooral in de omgeving van 's-Hertogenbosch. Een voorbeeld Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
34
van een oud landgoed is 't Veldersbosch bij Boxtel. De landgoederen en buitenplaatsen uit de negentiende en twintigste eeuw liggen vaak op vroegere heidevelden die hun functie voor de boeren verloren hadden door de komst van kunstmest. Tussen Boxtel en Vught liggen verschillende van deze jonge landgoederen en buitenplaatsen, zoals Dommeloord (ook wel Wilhelminapark genoemd), De Oude Hondsberg, Sparrenrijk, Beukenhorst, Halsche Barrier en De Eikenhorst. In de negentiende en twintigste eeuw zijn veel van de 'woeste gronden', de heidevelden en de broekgebieden, omgezet in landbouwgrond. Nieuwe boerderijen werden gebouwd op plaatsen die tot dan onbewoond waren geweest. In de jonge heideontginningen is een rationele verkaveling en ontwatering gerealiseerd. De Meierij wordt gekarakteriseerd door veel kleine dorpen, met ieder hun eigen karakter en relatie met het landschap. Ook zijn een aantal plattelandsdorpen uitgegroeid tot middelgrote steden of industriekernen, zoals Veghel en Schijndel. De grote stedelijke gebieden van '''s-Hertogenbosch, Eindhoven en Tilburg zijn met elkaar verbonden door een netwerk van snelwegen, provinciale wegen, kanalen en spoorlijnen.
Door de achteruitgang van de populierenteelt en de introductie van het prikkeldraad, waardoor de perceelrandbegroeiing zijn functie als veekering verloor, is de kleinschaligheid van de beekdalen op veel plaatsen verloren gegaan. Dit proces werd versterkt door de uitvoering van ruilverkavelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Hierdoor zijn de markante verschillen tussen de hoge zandgronden, de oude cultuurgebieden en de beekdalen voor een deel verloren gegaan. Cultuurhistorisch belang De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt.
Essentiële aspecten In de regio liggen de volgende cultuurhistorische landschappen van provinciaal belang: o Groene Woud; o Beerse en Baardwijkse Overlaat (gedeeltelijk); o Loonse en Drunense Duinen; o Landgoederenzone ten zuiden van Tilburg (gedeeltelijk); Dragende structuren in de regio zijn: o de oude agrarische cultuurlandschappen met akkercomplexen, beemden, o broekgebieden; o de dorpen en buurtschappen met langgevelboerderijen; o de woeste gronden met heidevelden, vennen en zandverstuivingen; o de kastelen, kloosters, landgoederen en buitenplaatsen; o de populieren; o de Zuid-Willemsvaart. Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
35
Ontwikkelingsstrategie 1. Behoud door ontwikkeling of versterking van de samenhang van de dragende structuren van de regio; 2. De cultuurhistorische waarden van de Meierij in hun samenhang verder ontwikkelen, beschermen en toeristisch-recreatief ontsluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de cultuurhistorische landschappen:“Groene Woud” (ook deels in gebiedspaspoort Kempen) en “De Loonse en Drunense Duinen”; 3. Het duurzaam en in samenhang behouden van het bodemarchief (o.a. door afstemming van het gemeentelijk archeologiebeleid) van de archeologische landschappen: “Loonse en Drunense Duinen”, “Dekzandrug Tilburg-Den Bosch” en “Dommeldal Nuenen-Gestel”. Onderhavige ontwikkeling brengt de geformuleerde essentiele aspecten en ontwikkelingsstrategie niet in gevaar. In het plangebied zelf liggen verder geen rijksmonumenten en komen geen bouwkundige punten, lijnen of vlakken van enige waarde voor. Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart 2014 van de gemeente Bernheze is zichtbaar dat ter hoogte van het plangebied geen bijzonderheden van toepassing zijn. Het plangebied is als ‘blanco’ aangeduid op de kaart (zie de rode cirkel op onderstaande afbeelding voor de weergave van het plangebied).
Wel vormen de Heikantsedijk en de bomenrij langs deze route cultuurhistorisch waardevolle objecten die gerespecteerd dienen te worden. In de planuitwerking wordt hier uiteraard rekening mee gehouden.
4.4 Bedrijven en milieuzonering
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
36
Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader. Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van één nieuwe woning, een gevoelige bestemming. Nabijgelegen zijn vrijstaande woningen. Alleen voor bedrijven gelden richtafstanden tot aan gevoelige bestemmingen. Op ruim 100 m. van de onderhavige locatie is een rundveehouderij gelegen. De planlocatie bevindt zich ten opzichte van deze rundveehouderij buiten de geldende richtafstand. Conclusie Samenvattend blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Nader onderzoek kan achterwege blijven.
4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: 1. is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; 2. zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; 3. wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door van Oort Bodemtechniek is voor onderhavige locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2 bij deze toelichting). De conclusies uit het onderzoek zijn als volgt.
Op de locatie aan de Heikantsebaan 1-1a te Heeswijk-Dinther is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een herbestemming en verbouw van een schuur tot woonhuis. Kadastraal staat de locatie bekend als; gemeente Heeswijk-Dinther, sectie E, nummer 3277. De oppervlakte van de locatie bedraagt circa 905 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er milieutechnische bezwaren zijn tegen een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
37
Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond plaatselijk sterk verontreinigd is met lood (>Iw). Voor het overige zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met kwik, zink en PAK waargenomen (>Aw). In de ondergrond en het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond (<Aw/<Sw). De resultaten van het onderzoek geven aanleiding tot een vervolgonderzoek. Met een nader onderzoek dient de omvang en ernst van de loodverontreiniging in kaart te worden gebracht. Vastgesteld dient te worden of sprake is van een (historisch) geval van ernstige bodemverontreiniging. Nader onderzoek van de bodem met betrekking tot de aangetroffen loodverontreiniging (bijlage 3) heeft in het navolgende geresulteerd: Tijdens het aanvullend onderzoek zijn in de grond geen verontreinigingen met lood aangetoond.
Het is onduidelijk wat precies de oorzaak is geweest van de eerder waargenomen sterke loodverontreiniging (loodhagel?). Aangenomen mag worden dat het gaat om een historisch geval. Op basis van het voorliggend aanvullend bodemonderzoek valt te concluderen dat er geen sprake is van een geval van (ernstige) bodemverontreiniging. Er zijn geen bezwaren tegen een herbestemming en verbouw van de schuur. Bij eventueel grondverzet dient rekening gehouden te worden met mogelijke gebruiksbeperkingen bij hergebruik van de vrijkomende bovengrond op een andere locatie. Conclusie De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft uitgevoerde verkennende bodemonderzoek beoordeeld en is ermee akkoord. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten.
De Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
38
belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.
Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag. Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron
Wanneer groepsrisicoverantwoording?
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
39
Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)
Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)
Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording dient een toelichting te worden gegeven op artikel 12 lid 1 onder a, b, f en g van het Bevb. Altijd wanneer binnen invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.
Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enz..
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
40
Consequenties Met behulp van de nationale risicokaart1 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Hieronder is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. De rode cirkel duidt het plangebied aan.
Uit de risicokaart blijkt er geen risovolle inrichtingen in de nabijheid van de beoogde ontwikkeling plaatsvinden. Conclusie Het aspect externe veiligheid levert geen belemmeringen op voor het plan.
4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd.
1
www.risicokaart.nl Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
41
De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen.
De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Consequenties Onderhavige locatie is niet gelegen in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied. Om aan te tonen dat de ontwikkeling geen stikstofdepositie genereert op Natura-2000 gebieden zijn aeriusberekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase gemaakt. Deze zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 4). De conclusie die volgt uit de aeriusberekeningen is als volgt. “Uit de berekeningen volgt dat zowel door de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied.
Op basis van de hierboven gepresenteerde gegevens hoeft er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie uitgevoerd te worden.” Onderhavige ontwikkeling betreft een bestaande schuur die wordt uitgebreid en verbouwd tot woning. Een quicscan flora en fauna is uitgevoerd door Eceau (bijlage 10). De conclusie van deze quickscan kan als volgt worden samengevat: Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01 42
Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling aan de Heikantsedijk 1-1a te Heeswijk-Dinther is een ecologische quickscan uitgevoerd. Het bestemmingsplantechnisch wijzigen van het perceel en het realiseren van een woning, en alle bijbehorende werkzaamheden leiden, behoudens algemene broedvogels en vrijgestelde soorten, niet tot aantasting van functionele leefomgevingen, vaste rust- en/of verblijflocaties, natuurgebieden of andere krachtens de Wet natuurbescherming beschermde zaken. -Ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren is enkel de Algemene Zorgplicht -Vleermuizen passeren en foerageren aannemelijk op of rondom de locatie en worden door (foutief toegepaste) bouwverlichting mogelijk verstoord. Ten aanzien van overige gebiedsfuncties zijn geen maatregelen benodigd.
-Ten aanzien van vogels met jaarrond beschermde nestlocaties en/of leefgebieden zijn geen verdere maatregelen of vervolgstappen benodigd -Ten aanzien van algemene vogels kunnen broedsels en nesten verstoord worden gedurende het broedseizoen -Ten aanzien van algemene amfibieën wordt de aanwezigheid van vrijgestelde soorten verwacht, voor deze soorten dient de Algemene Zorgplicht in acht genomen te worden -Voor vlinders, libellen, ongewervelde, reptielen en vissen met een beschermde status krachtens de Wet natuurbescherming is geen geschikt leefgebied aanwezig -Standplaatsen en geschikte omstandigheden ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn niet aangetroffen -Er is geen sprake van effecten op houtopstanden onder bescherming van de Wet natuurbescherming -Gelet op de afstand tot beschermde gebieden, de aard van de werkzaamheden, de genomen maatregelen en de tussengelegen inrichting van het gebied worden geen (negatieve) effecten verwacht
Conclusies De ontwikkeling van onderhavig plan zal geen nadelige invloed hebben op de (mogelijk) aanwezige flora en fauna op de locatie en de toestand van flora en fauna in de directe omgeving. Het projectgebied is verder niet gelegen binnen of in de nabijheid van eenbeschermd (natuur)gebied. Er zijn geen strijdigheden met de Natuurbeschermingswet. 4.8 Kabels en leidingen Naar verwachting zijn in de directe omgeving van de projectlocatie geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering vormen voor de nieuwbouw. In het vigerende bestemmingsplan worden ter hoogte van het plangebied geen kabels- en leidingen beschermd. Mochten er grondwerkzaamheden plaats gaan vinden dan zal te zijner tijd voorafgaand aan de werkzaamheden een KLIC-melding opgevraagd moeten worden bij de betrokken netwerk/leidingbeheerders.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
43
4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van één nieuwe woning. Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Op basis van de GCN-kaarten is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsnedes van de GCN-kaarten.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
44
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
45
Conclusie Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor.
4.10 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater. De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op grond van de interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) en het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Bernheze is het plangebied gelegen in de boringsvrije zone (70 m) rondom de drinkwaterwinning te Loosbroek (instructieregel 3.12 IOV). In het plan is geen sprake van een dergelijke diepe boring, dus dit heeft verder geen consequenties.
Daarnaast is de meest westelijke punt van het plangebied volgens de IOV gelegen in de reservering waterberging langs de Leijgraaf.Op deze plek vindt enkel landschappelijke Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
46
inpassing plaats, en wordt geen bebouwing opgericht. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan instructiebepaling art. 3.36 IOV; de ontwikkeling doet geen afbreuk doet aan het waterbergend vermogen van het reserveringsgebied. Waterschapsbeleid Waterbeheerplan 2022-2027 In het waterbeheerplan 2022 – 2027 staan de doelen van waterschap Aa en Maas beschreven en hoe zij die doelstellingen gaan halen. De centrale missie van Waterschap Aa en Maas hierbij is als volgt: “Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten.” De doelen en maatregelen waar het waterschap voor staat en gaat, zijn onderverdeeld in drie programma’s: 1. Waterveiligheid Het programma Waterveiligheid draait om de bescherming tegen verstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Hiervoor moeten de waterkeringen (dijken en kunstwerken) periodiek worden getoetst aan de veiligheidsnormen. Daarnaast omvat het programma de zorgplicht voor de instandhouding van deze waterkeringen met alle activiteiten die daarbij horen, inclusief gegevens- en informatiemanagement en een goede afstemming tussen beheer en inrichting. 2.
Klimaatbestendig en gezond watersysteem Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij wordt gelet op de kwantiteit (goede waterpeilen, waterconservering, en het omgaan met wateroverlast en droogte) en op de kwaliteit (chemisch en ecologisch). Het gaat daarbij niet alleen over het watersysteem zelf, maar ook over hoe er met het watersysteem en met de aanpak en manier van (samen)werken kan worden bijdragen aan bijvoorbeeld een vitaal platteland, gezondheid, goede biodiversiteit en aan mogelijkheden voor recreatie. 3. Schoon water In dit programma worden de doelen en activiteiten binnen de afvalwaterketen beschreven. Het zuiveren van afvalwater speelt hierin een centrale rol. Met goed gezuiverd afvalwater wordt immers een belangrijke bijdrage geleverd aan een gezond en natuurlijk watersysteem. Dit geldt voor het werkgebied van Waterschap Aa en Maas, maar ook voor de Maas, die een bron is voor de drinkwatervoorziening van West-Nederland. Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
47
voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Het Waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 500 m2 en 10.000 m2). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 500 m2 geldt geen compensatie-eis. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen.
De gemeente Bernheze heeft geen meer specifieke beleidsregels omtrent de verwerking van hemelwater. De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater. De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd. In Bernheze geldt dat bij (her)ontwikkeling in de vorm van ver- of nieuwbouw het gehele plan aan 60 mm berging dient te voldoen. Naast het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ heeft de gemeente op 1 november 2021 de ‘Verordening fysieke leefomgeving’ vastgesteld. Hierin is met betrekking tot het onderwerp hemelwater opgenomen dat per m2 toevoeging aan verharding 20 mm berging gerealiseerd moet worden. Compensatie-eis In de Keur van de Brabantse Waterschappen is als compensatie-eis 60 mm vastgesteld (hoeveelheid in mm die ‘overblijft’ en die geborgen moet worden binnen 24 uur), waarbij is uitgegaan van de vastgestelde afgeronde gemiddelde maatgevende afvoer van 1,0 l/s/ha en met aftrekposten zoals berging op straat en berging in het riool.
In de Algemene Regel is tevens een gevoeligheidsfactor voor de compensatie-eis opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Volgens tabel 2 in de Keur is sprake van Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01 48
een gevoeligheidsfactor van 1; dit houdt in dat de waarde van 60 mm van de compensatie-eis voor onderhavige onderzoekslocatie volgens de keur ongewijzigd blijft. Voor een toename van het verhard oppervlak bij kleine plannen kan volgens de Keur de vereiste compensatie berekend worden door de toename van het verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met de compensatie-eis (60 mm) en de gevoeligheidsfactor. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). Wanneer de vereiste compensatie berekend is, kan een voorziening ontworpen en nader uitgewerkt worden. De rekenregel is als volgt: Toename verhard oppervlak (m2) * 0,06 (m) * Gevoeligheidsfactor = 3 Benodigde compensatie (m ) Consequenties Digitale Watertoets De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren. En het verkleint de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Waterschap Aa en maas doet een eerst toets via www.dewatertoets.nl. Daar kan voor ieder plan een vragenlijst ingevuld worden op basis waarvan direct het waterbelang wordt aangegeven.
Er zijn drie mogelijke uitkomsten: • geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten; • verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten; • normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten. Als de uitkomst geen waterbelang of verkorte procedure is worden geen aanvullende zaken meer van de initiatiefnemer verwacht en kan het plan o.b.v. water doorgang vinden. Als de uitkomst normale procedure is dient de waterparagraaf nader uitgewerkt te worden, overleg gevoerd te worden met het waterschap en zal het waterschap vervolgens een advies uitbrengen. Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is op www.dewatertoets.nl e.e.a. ingevuld (zie bijalge 5). De uitkomst hiervan was als volgt: -
afzien van het gebruik van uitlogende materialen. Behoud van het reserveringsgebied voor waterberging. De ontwikkeling dient te voldoen aan het principe van 'hydrologisch neutraal ontwikkelen' (HNO). Dit wil zeggen: waar het verharde oppervlak toeneemt of verhard oppervlak wordt afgekoppeld van de riolering, dienen maatregelen te worden genomen om afstromend hemelwater te verwerken. Algemeen dient te worden gestreefd naar het volgen van de trits 'hergebruiken-vasthouden-bergenafvoeren'. Verder dient versnelde waterafvoer op het oppervlaktewatersysteem te worden voorkomen. Indien de toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 10.000 m2 ligt kan de bergingsopgave (in m3) met de Algemene Regels behorend bij de Keur van het waterschap worden berekend. Deze bergingsopgave dient, in Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01 49
-
eerste instantie, binnen het plangebied te worden verwerkt. Als de toename van verhard oppervlak of het af te koppelen oppervlak meer bedraagt dan 10.000 m2 of als er geen gebruik kan of wil gemaakt worden van de Algemene Regels is een watervergunning nodig. Er wordt gestreeft om het afkoppelen van zoveel mogelijk verhard oppervlak.
Gezien het waterbeleid van de gemeente Bernheze is de zaak v.w.b. de verwerking van hemel- en afvalwater na het invullen van de digitale watertoets op www.dewatertoets.nl nog niet afgedaan. Ongeacht het aantal m2’s aan verhardingstoename dient specifiek in beeld gebracht te worden wat de wateropgave is en hoe deze ingevuld wordt. Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak 500 m². Dit bestaat uit een hoofdgebouw (150 m2), bijgebouw (150 m2) en verharding (200 m2) zoals in-/ uitrit, paden, terras. De rekensom om het te bergen en infiltreren m3’s hemelwater te berekenen is als volgt: Tot en met 500 m2: compensatie-eis verhard oppervlak (20 mm) x verhard oppervlak (500 m2). In onderhavige situatie betekent dat, dat 10 m3 water op eigen terrein tijdelijk moet worden geborgen en vervolgens geïnfiltreerd. In totaal gaat het om een hemelwatervoorziening die minimaal 10 m3 water tijdelijk bergt en vervolgens langzaam afvoert. Gekozen wordt voor het aanleggen van een wadi en/ of zaksloot op eigen terrein met een minimaal bergend vermogen van 10 m3, hierbij wordt een overstort gerealiseerd op de sloot aan de voorzijde van het perceel. Met vorenstaande voorzieningen wordt aan de compensatie-eis i.v.m. de berging en afvoer van hemelwater voldaan. Een en ander wordt middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan geborgd.
Op www.as50.klimaatatlas.net is voor onderhavige situatie geen wateroverlastkaart geladen. Het gebied ligt buiten de bebouwde kom, waardoor er geen gegevens beschikbaar zijn. Om wateroverlast te voorkomen bouwt de initiatiefnemer hoog en droog (20 cm hoger dan het omliggend terrein). Afvalwater Het plangebied is nog niet aangesloten op het gemeentelijke drukrioolstelsel. Dit moet t.z.t. (voor rekening van de initiatiefnemer) nog gebeuren. Het is de bedoeling dat hierop alleen het afvalwater wordt geloosd. T.b.v. het hemelwater is een andere voorziening voorzien. Conclusie Het waterschap adviseert positief over onderhavig plan. Voldaan wordt aan de door de gemeente gestelde aanvullende eisen. De digitale watertoets vormt geen belemmering omdat rekening gehouden wordt met de bovenstaande aspecten. Uit deze waterparagraaf blijkt dat de ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding ter plaatse.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
50
4.11
Geur
Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen aan te passen middels een gemeentelijke verordening. Het plangebied ligt in een gebied waarvoor in de Verordening Fysieke Leefomgeving Bernheze 2021 een geurnorm van 8 ouE/m3 is vastgesteld, zie onderstaande afbeelding.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
51
Het plangebied ligt ook in een gebied waarvoor in de Verordening Fysieke Leefomgeving Bernheze 2021 een afstandseis van 25 meter is vastgesteld, zie onderstaande afbeelding.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
52
Voor de beoordeling van cumulatieve geurbelasting bij ruimtelijke plannen heeft de gemeente Bernheze de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013 vastgesteld. Hierin worden de volgende toetswaarden opgesomd:
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
53
Als de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’ zijn er vanuit het deelaspect ‘cumulatieve geurhinder uit stallen van veehouderijen’ geen belemmeringen om mee te werken aan een ruimtelijke initiatief. Consequenties Voor wat betreft geurhinder wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting. Deze worden hieronder ieder apart beschouwd. Voorgrondbelasting De veehouderijen in de omgeving en de bijbehorende geuremissies zijn aangegeven op onderstaande afbeelding.
De veehouderij met de meest relevante geuremissie in relatie tot de afstand tot het plangebied is de veehouderij aan Justitieweg 2. Overige veehouderijen liggen op vergelijkbare afstand, maar hebben een lagere geuremissie. Dit blijkt ook uit de kaart met achtergrondbelastingcontouren verderop in deze paragraaf. Voor de varkenshouderij aan Justitieweg 2 is een berekening van de voorgrondbelasting uitgevoerd. De geurberekening is uitgevoerd op basis van de omgekeerde werking van de Wgv. Daarbij is gekozen voor een worst-case emissiepunt op rand van het bouwvlak, zo dicht mogelijk bij het plangebied. Voor de overige parameters is uitgegaan van een standaard varkenshouderij. De geurberekening is weergegeven op onderstaande afbeelding.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
54
De voorgrondbelasting ter plaatse van de beoogde woning bedraagt maximaal 3,5 ouE/m3. Omdat aan de geurnorm wordt voldaan wordt de veehouderij niet in haar belangen geschaad. Met de waarde van 3,5 ouE/m3 is volgens de tabellen A en B van de handreiking bij de Wgv sprake van een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat is ook beter dan het ‘matig’ woon- en leefklimaat dat hoort bij de geurnorm van 8,0 ouE/m3.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
55
Vaste afstanden De dichtstbijzijnde veehouderij is de melkrundveehouderij aan Nistelrodensedijk 2A. Het bouwvlak ligt op 166 meter van de beoogde woning. Er wordt ruimschoots voldaan aan de afstandseis van 25 meter. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van de veehouderij worden niet geschaad. Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting ter hoogte van het plangebied is in te zien via atlas.odzob.nl (maart 2022), zie de uitsnede van de kaart hieronder.
De achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt 3 tot 7 ouE/m3. Bij deze waarden is volgens de tabellen A en B van de handreiking bij de Wgv sprake van een ‘goed’ woon- en leefklimaat. Het woon- en leefklimaat is ook beter dan het ‘matig’ woon- en leefklimaat dat hoort bij de individuele geurnorm van 8,0 ouE/m3. Als vuistregel geldt dat de achtergrondbelasting maatgevend is als deze meer dan het dubbele bedraagt van de voorgrondbelasting. Dat is hier hoogstwaarschijnlijk het geval, de achtergrondbelasting is maatgevend. De achtergrondbelasting voldoet ook aan de waarde van 20 ouE/m3 welke volgens de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013 aanvaardbaar wordt geacht voor ontwikkelingen in het buitengebied. Daarom is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.12
Milieueffectrapportage (M.e.r.)
Beleidskader Op grond van het Besluit milieueffectrapportage, mede in relatie tot bijlage III bij de EEGrichtlijn milieu-effectbeoordeling, moet voor bepaalde projecten een m.e.r. worden gemaakt of een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Met een m.e.r. worden vooraf de milieugevolgen van een besluit in beeld gebracht. Of en wat aan de orde is blijkt uit bijlage C en D van het belsuit m.e.r. Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
56
Op 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd in werking getreden. In het gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Het maakt daarvoor niet uit of het een activiteit onder of boven de D-drempel betreft. Dit volgt uit de implementatie van artikel 1, vierde lid, onder a en b, van Richtlijn 2014/52/EU. Voor elke aanvraag moet, als de activiteit voorkomt in bijlage D van het besluit m.e.r.: - door de initiatiefnemer onderzocht worden in hoeverre er aanleiding is voor het doen van een m.e.r.-beoordeling; - het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; - de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). Consequenties Onderzocht is of een m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling nodig is. In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven in welke gevallen voor een project een mer (beoordeling) nodig is. In overweging kan worden genomen of de ontwikkeling een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r.
betreft, echter kan afgaande op jurisprudentie (201901439/1/R1) worden beoordeeld dat dit gezien de aard en de omvang van de ontwikkeling niet het geval is. De omvang is te klein (minder dan 12 woningen), het ruimtebeslag beperkt. De ontwikkeling komt gezien voorgaande motivatie niet voor in bijlage C of D van het Besluit m.e.r. en is met die reden niet m.e.r. of m.e.r.-beoordelingsplichtig. Conclusie Voor de ontwikkeling hoeft op grond van de Wet milieubeheer geen milieueffectrapport te worden gemaakt. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.
4.13 Volksgezondheid Beleidskader Gezondheid is in de ruimtelijke ordening steeds meer een thema. Er is echter geen specifieke wet- en regelgeving dan wel beleidskader voor het meenemen van het aspect gezondheid in bestemmingsplannen of andere ruimtelijke besluiten. Van belang is dat een ruimtelijk besluit voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Hiervoor is het belangrijk dat ter plaatse van de ruimtelijke ontwikkeling sprake is van een goed woon- en leefklimaat en bedrijven en dergelijke door een ruimtelijke ontwikkeling niet in hun belangen/ bedrijfsvoering geschaad worden. In deze ruimtelijke onderbouwing zijn diverse thema’s die van invloed zijn hierop en daarmee mogelijk ook op de gezondheid aan de orde gekomen. Aspecten die nog niet aan bod zijn gekomen, maar mogelijk wel van invloed zijn op de gezondheid van mens, dier en
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
57
natuur komen in deze paragraaf nog aan de orde. Geitenhouderijen Uit VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 km rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen gevallen van longontsteking voordoet. Nog onduidelijk is hoe deze verhoogde kans precies wordt veroorzaakt. Komen de ziekteverwekkende stoffen uit stal, dier, mest, transport, voedsel et cetera? Dat onderzoekt het Rijk momenteel nader. Binnen een straal van 2 km, te weten op 1,95 km rondom het plangebied is een geitenhouderij aanwezig (Meerstraat 29). Pluimvee- en varkenshouderijen Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 2.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van pluimvee- en varkenshouderijen. In de directe omgeving van het plangebied, op circa 780 meter (Houtstraat 3) van de planlocatie, is een pluimveehouderij gelegen. Van een varkenshouderij in de directe nabijheid is geen sprake. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waarbij mogelijk sprake is van een spuitzone. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Advisering GGD De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (versie mei 2018) bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is.
De zeven stappen dienen allen te worden doorlopen en beantwoord om na te gaan of er knelpunten worden gevonden. Toetsing aan het stappenplan moet plaatsvinden, zodat kan worden bepaald of een advies van de GGD nodig is voor de beoogde ontwikkeling. Hieronder is aan het stappenplan getoetst. Stap 1 De ontwikkeling voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 2. Stap 2 De ontwikkeling leidt niet tot een toename in de emissie voor geur en/ of fijnstof en/ of ammoniak. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3a. Stap 3a De voorgrondbelasting ter plaatse van de beoogde woning bedraagt ten hoogste 3,5 ouE/m3. Er wordt voldaan aan de milieukundige advieswaarde van 10,0 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten in het buitengebied. De achtergrondbelasting ter hoogte van het plangebied bedraagt tussen de 3 en 7 ouE/m3. Er wordt voldaan aan de milieukunige advieswaarde van 20,0 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten in het buitengebied. Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
58
GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 3b.
Stap 3b De voorgrondbelasting ter plaatse van de beoogde woning bedraagt ten hoogste 3,5 ouE/m3. Er wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarde van 5,0 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten in het buitengebied. De achtergrondbelasting ter hoogte van het plangebied bedraagt tussen de 3 en 7 ouE/m3. Er wordt voldaan aan de gezondheidskundige advieswaarde van 10,0 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten in het buitengebied. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 4a+b. Stap 4a+b Er zijn geen veehouderijen in de buurt waar meer dan één diersoort wordt gehouden. Er zijn geen varkens- en/ of pluimveebedrijven in de buurt waarvan de afstand tussen de inrichtingsgrenzen minder dan 100 meter bedraagt. GGD-advies is niet aan de orde, ga verder naar stap 5. Stap 5a Op een afstand van 1,9 km van het plangebied ligt de geitenhouderij aan Meerstraat 29 met het volgende aantal geiten:
Het bevoegd gezag beoordeelt of op deze afstand in relatie tot deze dieraantallen en in relatie tot de omvang van het plan (het aantal gehinderden) GGD-advies aan de orde is. Op ongeveer 780 meter van het plangebied ligt de pluimveehouderij aan Houtstraat 3. Op grond van het stappenplan is een GGD-advies aan de orde. Uit het onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO), onderzoeksprogramma VGO-III (looptijd 2017-2024) bleek dat in de jaren 2009-2013 sprake was van een verhoogd voorkomen van longontstekingen onder omwonenden die binnen een straal van 1 kilometer van een pluimveehouderij woonden. In de jaren daaropvolgend (2014-2016) werd dat verband niet meer gevonden. Elke drie jaar worden in het kader van het onderzoeksprogramma VGO-III de onderzoeksresultaten geactualiseerd. Voor de periode 2017 – 2019 geldt dat bovenstaand verband opnieuw werd gevonden voor een afstand van 500 meter. Tot het moment dat de herziene versie van de Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid wordt uitgegeven op basis van de meest recente onderzoeksresultaten, heeft de ODBN in overleg met de GGD besloten om een advies van de GGD te blijven vragen binnen een afstand van 500 meter van een pluimveehouderij. Een GGD-advies is daarom niet aan de orde.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
59
Binnen een afstand van 250 m van nieuwe woon- en verblijfsruimten is geen overige veehouderij gelegen. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 6 nog tot een GGD-advies leidt. Stap 6 Er is geen sprake van mestbe- of verwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit. Dit leidt niet tot GGD-advies. Check of stap 7 nog toe een GGD-advies leidt. Stap 7 Bij omwonenden is geen sprake van ongerustheid over de volksgezondheid. Dit leidt niet tot GGD-advies. Conclusie Uit het stappenplan blijkt dat mogelijk alleen de geitenhouderij aan Meerstraat 29 op 1,9 km van de beoogde woning een aanleiding vormt om advies op te vragen bij de GGD. Initiatiefnemers zijn op d ehoogte van de aanwezigheid van deze geitenhouderij. Bovendien is d ebeoogde ruimte voor ruimte woning niet bedoeld voor een kwestbare groep. Geconcludeerd kan worden dat een advies van de GGD niet noodzakelijk wordt geacht. 4.14 Straling Beleidskader Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is door het ministerie verder verduidelijkt in een brief van november 2008.
Het advies is gebaseerd op onderzoek naar kinderleukemie in relatie tot blootstelling aan bepaalde hoeveelheden aan microtesla. Alhoewel geen sprake is van een bewezen oorzakelijk verband adviseert het ministerie gemeenten en netbeheerders om nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen (tot 15 jaar) langdurig (1 jaar, minimaal 14 uur per dag) worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla. Dit geldt in geval nieuwe hoogspanningslijnen worden aangelegd of nieuwe woningen/ scholen/ crèches of kinderdagverblijven worden ontwikkeld. In alle andere situaties kan de grenswaarde van 100 microTesla – internationaal gehanteerde (veilige) grenswaarde van ICNIRP (1999/519/EG) - aangehouden worden.
Consequenties Het plangebied is ruimschoots buiten het invloedsgebied van een hoogspanningslijn gelegen.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
60
5. Uitvoeringsaspecten 5.1 Economische haalbaarheid Bij het opstellen van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 sub f van het Besluit ruimtelijke ordening onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Naast de kosten voor de realisatie van onderhavig plan en het aanschaffen van de Ruimtevoor-ruimte titel draagt de initiatiefnemer ook zorg voor de kosten die gepaard gaan met het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing inclusief onderzoeken et cetera. Verder is de initiatiefnemer onder andere verantwoordelijk voor de kosten die de gemeente maakt voor het toetsen en in procedure brengen van deze ruimtelijke onderbouwing, eventueel een opslag complex milieu en planschade. Deze kosten worden door de gemeente op de initiatiefnemer via een planschadeverhaalsovereenkomst verhaald. Het is daardoor niet noodzakelijk een exploitatieplan op- en vast te stellen. De kosten zijn anderszins verzekerd. Uit bovenstaande blijkt dat de ontwikkeling economisch uitvoerbaar is.
5.2 Overleg en maatschappelijke haalbaarheid Ten behoeve van de voorliggende ontwikkeling heeft de inspraak via een omgevingsdialoog plaatsgevonden (zie bijlage 6 voor het verslag daarvan). De conclusie die uit de gevoerde omgevingsdialoog getrokken kan worden is dat de buren geen problemen hebben met de voorgenomen ontwikkeling.
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
61
6. Bijlagen Bijlage 1 – Landschappelijke inpassing Bijlage 2 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3 – Verkennend bodemonderzoek aanvullend Bijlage 4 – Aeriusberekeningen + notitie Bijlage 5 – Resultaten watertoets Bijlage 6 – Omgevingsdialoog Bijlage 7 – Ruimte-voor-ruimte bouwtitel Bijlage 8 – Tekening bestaande situatie schuur Bijlage 9 – Tekening nieuwe situatie schuurwoning Bijlage 10 – Quickscan Flora en Fauna
Ruimtelijke onderbouwing ‘Heikantsedijk 1a Heeswijk-DInther NL.IMRO.1721.OVHeikantsedijk1aHD-ow01
62