regels TAM-omgevingsplan Bedafse Hoeve_def
Tekst van het document
de huisvesting plaatsvindt in de bedrijfswoning van dat bedrijf, of in (een gedeelte van) een bestaand, aangepast bedrijfsgebouw van dat bedrijf; 3. de huisvesting uitsluitend medewerkers betreft, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; 4. de huisvesting niet meer bedraagt dan 8 maanden per kalenderjaar; 5. de totale vloeroppervlakte van de huisvesting maximaal 15 m2 per werknemer bedraagt; 6. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in geding zijnde belangen, waaronder die van omwonenden en omliggende (agrarische) bedrijven; 7. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 8. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; 9. er geen zelfstandige woonruimte ontstaat. de omgevingsvergunning, verleend op grond van 5.5.1 onder e, vervalt, indien de daaraan ten grondslag liggende tijdelijke grote arbeidsbehoefte niet meer aanwezig is. f. het bepaalde in 5.4 onder e en toestaan dat bijgebouwen tot een maximum oppervlak van 100 m2 gebruikt worden ten behoeve van mantelzorg onder de voorwaarden dat: 1. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; 2. de zorgbehoefte is aangetoond door een van gemeenteweg erkende instelling; 3. belangen van derden (natuur, veiligheid en milieu) niet worden geschaad; 4. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; 5.
er geen zelfstandige woonruimte ontstaat 6. er een privaatrechtelijke overeenkomst (met boetebedingen) is afgesloten om controle en beëindiging van het tijdelijke gebruik als woonruimte veilig te stellen; de omgevingsvergunning wordt ingetrokken en het tijdelijke gebruik als woonruimte wordt beëindigd als, en zodra de noodzaak inzake mantelzorg komt te vervallen.
5.5.2 Aanvullende beoordelingsregels Een in 5.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; er dient sprake te zijn van een goede milieuhygienische uitvoerbaarheid;
Regels (Vastgesteld)
28
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch c. de verkeersveiligheid; d. het woon- en leefmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; e. de waterhuishoudkundige situatie.
5.6 Bouwactiviteiten - beoordelingsregels Op de voor 'Agrarisch met waarden - Leefgebied struweelvogels' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, die ten dienste staan van de functie, met dien verstande dat: a. gebouwen worden uitsluitend opgericht binnen het bouwvlak; b. buiten het bouwvlak zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen, toegestaan tot een maximale bouwhoogte van 2 meter; c. nieuwe permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak niet toegestaan.
5.6.1 Algemeen Voor de op te richten bebouwing gelden (mede) de volgende regels: a. per bouwvlak, is uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’, uitsluitend een bedrijfswoning met bijgebouw(en) en overkapping(en) toegestaan; b. per bouwvlak is uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’, uitsluitend bebouwing toegestaan ten behoeve van de recreatieve, educatieve en horeca-activiteiten. c. vervangende nieuwbouw van de (bedrijfs)woning, al dan niet in combinatie met vervanging van het overige deel van het hoofdgebouw waar de bedrijfswoning onderdeel van uitmaakt, is toegestaan binnen de bestaande fundamenten, tot een maximale inhoudsmaat van 750 m3 danwel overeenkomstig de bestaande (grotere) inhoud. d. teeltondersteunende kassen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak van een agrarisch bedrijf met de aanduiding 'intensieve kwekerij' of 'agrarisch bedrijf', mits dit gelegen is buiten de gronden met de aanduiding 'groenblauwe mantel'; e. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan binnen de bestaande fundamenten van gebouwen of ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - waterwinbedrijf'; f. rijbakken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan; g.
vergroting van de bebouwing ten behoeve van een geitenhouderij, welke op de peildatum 12 december 2009 aanwezig of in uitvoering was dan wel gebouwd mag worden krachtens een onherroepelijk verleende vergunning, is niet toegestaan.
5.6.2 Agrarisch bedrijf Voor de bouwwerken ten dienste van een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') gelden de volgende eisen: a. bedrijfsgebouwen ten behoeve van agrarische activiteiten: goothoogte
max. 6 m, tenzij op de verbeelding een afwijkende goothoogte is opgenomen
bouwhoogte
max. 10 m, tenzij op de verbeelding een afwijkende bouwhoogte is opgenomen
afstand Verkeer
tot
functie min. 15 m.
afstand tot zijdelingse min. 5 m. perceelsgrens
Regels (Vastgesteld)
29
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
afstand voorgevelrooilijn
tot min. 1 m.
Maximale oppervlakte de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen aan bedrijfsgebouwen dan de oppervlakte zoals aangegeven op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding .
bouwlagen
Bij veehouderijen mag binnen gebouwen ten hoogste één bouwlaag in gebruik worden genomen voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen, waarvoor ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden.
b. bedrijfsgebouwen ten behoeve van recreatieve, horeca en educatie activiteiten: goothoogte
de maximale goothoogte mag niet meer bedragen dan de goothoogte zoals opgenomen op de verbeelding
bouwhoogte
de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte zoals opgenomen op de verbeelding
afstand tot functie Verkeer min. 15 m. afstand tot perceelsgrens
zijdelingse min. 5 m.
afstand voorgevelrooilijn
tot min. 1 m.
maximale oppervlakte aan de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen bedrijfsgebouwen dan de oppervlakte zoals aangegeven op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’ (r).
c.
bedrijfswoningen inclusief aangebouwde bijgebouwen:
goothoogte
max. 6 m.
bouwhoogte
max. 10 m.
inhoud
max. 750 m³
afstand woning tot bedrijfsgebouwen
min. 3 m.
afstand tot zijdelingse perceelsgrens
min. 5 m.
afstand bijgebouwen tot voorgevelrooilijn
min. 2 m.
c.
vrijstaande bijgebouwen bij de bedrijfswoning:
goothoogte
max. 3 m.
bouwhoogte
max. 6 m.
afstand tot zijdelingse perceelsgrens
min. 5 m.
gezamenlijke oppervlakte bijgebouwen
max. 100 m²
afstand tot bedrijfswoning
min. 3 m. en max. 20 m.
afstand tot voorgevelrooilijn
min. 2 m.
Regels (Vastgesteld)
30
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde (anders dan teeltondersteunende voorzieningen): bouwhoogte erfafscheidingen
max. 2 m., vóór de voorgevelrooilijn max. 1 m.
carport/overkapping
max. 3 m.
gezamenlijke aantal oppervlakte
max. 30 m²
max. 2
overige bouwwerken, geen gebouwen max. 12 m. zijnde e. teeltondersteunende voorzieningen: bouwhoogte
oppervlakte ten behoeve van één bedrijf
teeltondersteunende kassen
max. 8 m.
max. 5000 m² (binnen bouwvlak en aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen' tezamen)
overige teeltondersteunende voorzieningen
max. m.
4,50 geen max.
tijdelijke vraathagelnetten regenkappen
en max. en m.
4,50 geen max.
f.
uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van een doelmatig, reëel agrarisch bedrijf waarbij geldt dat overtollige of leegstaande bebouwing en reeds verstrekte vergunningen worden betrokken bij de beoordeling van de doelmatigheid en de noodzaak van de bebouwing; g. ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' is vergroting van de bestaande oppervlakte bebouwing ten behoeve van een intensieve veehouderij niet toegestaan.
5.6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. het woonmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden niet onevenredig worden beperkt.
5.7 Bouwactiviteit – Omgevingsplanactiviteit 5.7.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in 5.6 voor een kleinere afstand tot de zijdelingse perceelsgrens, onder de voorwaarden dat: 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 2. hierdoor de verkeersveiligheid niet wordt aangetast. b. het bepaalde in 5.6 voor een gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen van maximaal 100 m². In geval van sloop van overtollige bebouwing (overmaat) mag maximaal 25% van het te slopen oppervlak worden vervangen tot een maximum oppervlakte van 200 m²;
Regels (Vastgesteld)
31
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch c.
d.
e.
f.
g.
h.
i. j.
k.
het bepaalde in 5.6, voor het oprichten van gebouwen op een kleinere afstand tot de functie 'Verkeer', onder de voorwaarde dat: 1. dit uit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; 2. hierdoor de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; het bepaalde in 5.6 voor het oprichten van erfafscheidingen, waaronder mede worden begrepen terreinomheiningen en open hekwerken, buiten het bouwvlak tot een maximum hoogte van 2 m., onder de voorwaarden, dat er geen onevenredige aantasting is van de open structuur van de omgeving; het bepaalde in 5.6 voor het oprichten van schuilgelegenheden buiten het bouwvlak ten behoeve van het hobbymatig houden van vee tot een maximum oppervlakte van 15 m² en een maximale hoogte van 2,5 m en minimaal één zijde open, onder de voorwaarden dat: 1. het desbetreffende perceel een aaneengesloten oppervlakte heeft van tenminste 2500 m²; 2. de waarden van de gronden, als bedoeld in 5.2, niet onevenredig worden aangetast; het bepaalde in 5.6 onder b voor boomteelthekken met een hoogte van maximaal 4,5 m onder de voorwaarden dat: 1. is gebleken dat de voorzieningen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf; 2.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuurlijke, cultuurhistorische en visueellandschappelijke waarden; het bepaalde in 5.6.1 onder c voor het oprichten van vervangende nieuwbouw buiten de bestaande fundamenten, onder de voorwaarden, dat: 1. de nieuwe locatie vanuit stedenbouwkundig en/of milieuhygiënisch oogpunt gewenst of toelaatbaar is; 2. hierdoor de verkeersveiligheid niet wordt aangetast; het bepaalde in 5.6.1 onder e voor het oprichten van een rijbak t.b.v. hobbymatig gebruik met een maximale oppervlakte van 800 m² onder de voorwaarden, dat: 1. bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan achter de voorgevelrooilijn, aansluitend op het bouwvlak, dan wel aansluitend aan de aanduiding 'wonen'; 2. de hoogte van de omheining maximaal 1,5 m mag bedragen; 3. lichtmasten niet zijn toegestaan; 4. de afstand tot de woningen op omliggende percelen minimaal 25 m bedraagt; 5. de rijbak landschappelijk wordt ingepast; het bepaalde in 5.6.1 onder f voor het bouwen ten behoeve van een geitenhouderij, onder de voorwaarde dat het verbod in de Verordening ruimte Noord-Brabant, is komen te vervallen. het bepaalde in 5.6.2 onder a voor een maximale goot- en bouwhoogte van 9 meter voor bedrijfsgebouwen, onder de voorwaarde dat: 1. er geen onevenredige aantasting is van de omgeving; 2.
er sprake is van goede ruimtelijke uitstraling; het bepaalde onder 5.6 onder c om teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak toe te staan, onder de voorwaarden, dat: 1. uitsluitend tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan; 2. de hoogte van de teeltondersteunende voorzieningen niet hoger zijn dan 4,5 m.; 3. er geen onevenredige aantasting plaats vindt van de waarden omschreven in 5.1;
5.7.2 Aanvullend beoordelingskader Een in 5.7.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid;
Regels (Vastgesteld)
32
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch c.
het woon- en leefmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. de waterhuishoudkundige situatie.
5.7.3 Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. Het is verboden zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - ecologische verbindingszone' : het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m 2; b. ter plaatse van de aanduiding 'behoud/ herstel watersysteem': 1. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2; 2. het ophogen van gronden. c. het afgraven; d. het ophogen; e. het vergraven; f. het diepploegen en -woelen; g. het egaliseren; h. het indrijven van voorwerpen in de grond; i. het aanleggen van drainage; j. het aanleggen van onderbemaling; k. het aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels; l. het dempen van sloten of greppels; m. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen; n. het rooien van houtgewas; o. het aanplanten van houtgewas (anders dan ten behoeve van een boomkwekerij); p. het omzetten van grasland in boomkwekerij of sierteeltgrond; q. het aanbrengen van verhardingen groter dan 200 m2; r. het aanbrengen van verhardingen op wegen en (fiets)paden; s. het aanbrengen van ondergrondse leidingen; t. het gebruik van afdekmaterialen en lage tunnels; 2.
het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. uitgevoerd worden binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak; b. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-IMROplan. 3. alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.7.3, eerste lid, onder b wordt het betrokken waterschapsbestuur gehoord.
5.7.4 Aanvullend beoordelingskader Uitvoering van de in 5.7.3, eerste lid genoemde werken of werkzaamheden is in strijd met de functie, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden. 1. Algemeen alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in 5.7.1 onder b wordt het betrokken waterschapsbestuur gehoord. 2. specifiek onder de in 5.7.4 genoemde waarden worden verstaan: Regels (Vastgesteld)
33
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch a. ten aanzien van de in 5.7.3, eerste lid, onder a genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van de ecologische verbindingszone voor uitwisseling van flora en fauna tussen natuurgebieden; b. ten aanzien van de in 5.7.3, eerst lid, onder b genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van de gronden voor behoud, beheer en herstel van watersystemen; c. ten aanzien van de in 5.7.3, eerste lid, onder c, d, e, f, g, h, i, j, k, l, m, q, r en s genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van de typerende geologie/ geomorfologie zoals tot uitdrukking komend in de aardkundige vorm van het object of gebied (oude stroomgeulen, steilranden etc.), bodemopbouw en instandhouding van de grondwaterstand in klei-of veengebieden; d. ten aanzien van de in 5.7.3, eerste lid, onder c, d, e, f, g, h, n, p, q en t genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van slootkanten, bepaald door: 1. gemiddeld hoge grondwaterstand, 2. microreliëf, 3. geleidelijke gradiënt in nat-droog, 4. soms ondoorlatende laag in ondergrond, 5. extensief maaibeheer, 6. flauw talud sloot; e. ten aanzien van de in 5.7.3, eerste lid, onder n genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van struwelen en houtwallen, bepaald door: 1. aanwezigheid van een gevarieerde boom-, struik en kruidlaag, 2.
microreliëf, 3. (gedeeltelijk) aaneengesloten linten; f. ten aanzien van de in 5.7.3, eerste lid, onder n, p, q, r en t genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van dassenleefgebied, bepaald door: 1. gelijkblijvende grondwaterstand, 2. afwisselend landschap met droog bos, lijnvormige elementen, natte graslanden, ontbreken van barrières; g. ten aanzien van de in 5.7.3, eerste lid, onder k, l en n genoemde werken of werkzaamheden: het besloten coulissenlandschap, bepaald door landschappelijke elementen afgewisseld met landbouwgronden in kleine eenheden; h. ten aanzien van de in 5.7.3, eerste lid, onder o, p en t genoemde werken of werkzaamheden: het open landschap, bepaald door het ontbreken van opgaande begroeiing en bebouwing; i. ten aanzien van de in 5.7.3, eerste lid, onder c, e, f, g, o, p, q en t genoemde werken of werkzaamheden: het open akkercomplex, bepaald door reliëf, vorm en functie van de akkers;
Regels (Vastgesteld)
34
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Artikel 6 Natuur • • • • • •
6.1
6.1 Toepassingsbereik 6.2 Toedeling van functies aan locatie 6.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels 6.4 Gebruiksactiviteit – verboden 6.6 Bouwactiviteiten beoordelingsregels 6.8 Bouwactiviteit omgevingsplanactiviteit
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Natuur’.
6.2 Toedeling van functies aan locatie De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden; b. het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige droge en natte natuurwaarden; c. het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige cultuurhistorische en archeologische waarden; d. behoud van kleine bosgebieden; e. behoud van landschapselementen; f. instandhouding van de typerende geologie/ geomorfologie; g. extensief agrarisch medegebruik; h. de verwezenlijking en het behoud, beheer en herstel van watersystemen ter plaatse van de aanduiding 'behoud/ herstel watersysteem'; i. behoud van het recreatieontwikkelingsgebied ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone recreatie-ontwikkelingsgebied'; j. behoud van een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en werkklimaat ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - woonwerkontwikkelingsgebied'; k. water en waterhuishoudkundige doeleinden; l. groenvoorzieningen; m. extensieve dagrecreatie; n. doeleinden van openbaar nut; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten.
6.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels 6.3.1 Algemeen a. het gebruik van een woning voor een aan huis gebonden beroep is toegestaan, mits: 1. er maximaal 100 m² van het totale vloeroppervlak als zodanig in gebruik wordt genomen; 2. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd van ter plaatse vervaardigde producten;
6.4 Gebruiksactiviteit verboden Het is verboden om gronden en gebouwen: a. te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans of woonunits ten behoeve van de bewoning door seizoensarbeiders of permanente bewoning; b. te gebruiken als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering; Regels (Vastgesteld)
35
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch c. te gebruiken voor de huisvesting van seizoensarbeiders; d. wanneer sprake is van bedrijfsgebouwen (stallen) en bijgebouwen, deze te gebruiken ten behoeve van bewoning; e. wanneer sprake is van recreatiewoningen, deze te gebruiken ten behoeve van permanente bewoning;
6.5 Bouwactiviteit - beoordelingsregels Op de voor 'Natuur' aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, die ten dienste staan van de functie, met dien verstande dat: a. gebouwen worden uitsluitend opgericht binnen het bouwvlak; b. buiten het bouwvlak zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen, toegestaan tot een maximale bouwhoogte van 2 meter; c. de op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp TAM-IMROplan bestaande bebouwing mag worden gehandhaafd, hersteld, vervangen en uitgebreid met inachtneming van het bepaalde in dit lid, met dien verstande dat wanneer de bestaande bebouwing en bestaande maatvoering afwijken van hetgeen in de hierna volgende regels is aangegeven, de afwijking niet mag worden vergroot. De voorgaande volzin is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, doch zijn gebouwd in strijd met het toen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan;
6.6 Bouwactiviteit – Omgevingsplanactiviteit 6.6.1 Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 1. het is verboden zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - ecologische verbindingszone' : het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2; b. ter plaatse van de aanduiding 'behoud/ herstel watersysteem': 1. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2; 2. het ophogen van gronden. c. het afgraven; d. het ophogen; e. het vergraven; f. het diepploegen en -woelen; g. het egaliseren; h. het indrijven van voorwerpen in de grond; i. het aanleggen van drainage; j. het aanleggen van onderbemaling; k. het aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels; l. het dempen van sloten of greppels; m. het dempen van kleine geisoleerde wateren; n. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen; o. het rooien van houtgewas; p. het aanplanten van houtgewas (anders dan ten behoeve van een boomkwekerij); q. het omzetten van grasland in bouwland; r. het omzetten van grasland in boomkwekerij of sierteeltgrond; s. het aanbrengen van verhardingen groter dan 200 m2; t. het aanbrengen van verhardingen op wegen en (fiets)paden;
Regels (Vastgesteld)
36
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch u. het aanbrengen van ondergrondse leidingen; v. het gebruik van afdekmaterialen en lage tunnels; 2. het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. uitgevoerd worden binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak; b. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-IMROplan.
6.6.2 Beoordelingsregels 1. alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in 6.6.1, eerste lid, onder b wordt het betrokken waterschapsbestuur gehoord. 2. uitvoering van de in 6.6.1, eerste lid genoemde werken of werkzaamheden is in strijd met de functie, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden.
6.6.3 Beoordelingskader Onder de in 6.6.2, tweede lid genoemde waarden worden verstaan: a. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder a genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van de gronden voor behoud, beheer en herstel van watersystemen; b. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder b genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van de gronden voor behoud, beheer en herstel van watersystemen; c. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder d, e, f, g, h, i, j, k, l, n, s, t en u genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van de typerende geologie/ geomorfologie zoals tot uitdrukking komend in de aardkundige vorm van het object of gebied (oude stroomgeulen, steilranden etc.), bodemopbouw en instandhouding van de grondwaterstand in klei-of veengebieden; d. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder c, d, h, s, t en u genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van natte bossen, bepaald door: 1. continuïteit van boomvormende vegetatie, 2. gemiddeld hoge grondwaterstand, 3. microreliëf, 4. specifieke bodemopbouw, 5. gevarieerde bodemopbouw; e. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder c, d, f, g, s, t en u genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van droge heide, bepaald door: 1. gemiddeld lage grondwaterstand, 2. voedselarm, 3. microreliëf, 4. specifieke bodemopbouw; f.
ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder o genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van struwelen en houtwallen, bepaald door: 1. aanwezigheid van een gevarieerde boom-, struik en kruidlaag, 2. microreliëf, 3. (gedeeltelijk) aaneengesloten linten; g. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder c, g, o, s, t en u genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van droge bossen, bepaald door: 1. continuïteit van het bos, 2. gemiddeld lage grondwaterstand, 3. microreliëf;
Regels (Vastgesteld)
37
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch h. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder c, d, e, f, g, i, j, l, n, o, p, r, s, t, u en v genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van amfibieën, bepaald door: 1. aanwezigheid van poelen met goede kwaliteit, 2. vochtige omgeving, 3. bos/ zandrug in de directe omgeving, 4. verbindingen met sloten en houtwallen; i. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder o, r, s, t en v genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van dassenleefgebied, bepaald door: 1. gelijkblijvende grondwaterstand, 2. afwisselend landschap met droog bos, lijnvormige elementen, natte graslanden, ontbreken van barrières; j. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder k, l en o genoemde werken of werkzaamheden: het besloten coulissenlandschap, bepaald door landschappelijke elementen afgewisseld met landbouwgronden in kleine eenheden; k. ten aanzien van de in 6.6.1, eerste lid, onder c, g, k, l, m, o, p, q, r, s, t, u en v genoemde werken of werkzaamheden: cultuurhistorisch waardevol landgoed, bepaald door de ruimtelijke structuur met: 1. afwisseling tussen bos en landbouwgrond, 2. bomenlanen, 3. houtwallen, zandwegen- en paden;
Regels (Vastgesteld)
38
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 • • •
7.1
7.1 Toepassingsbereik 7.2 Toedeling van functies aan locatie 7.3 Omgevingsplanactiviteit- werken en/of werkzaamheden
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 2’
7.2 Toedeling van functies aan locatie De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.
7.3 Omgevingsplanactiviteit - werken en/of werkzaamheden 7.3.1 Algemeen Het is verboden om bouw- en/of graafwerkzaamheden uit te voeren op gronden met deze functie wanneer de graafwerkzaamheden een groter oppervlak bestrijken dan 250 m² en dieper gaan dan 40 centimeter onder maaiveld.
7.3.2 Specifiek Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de in 7.1 bedoelde gronden de volgende anderewerken uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transportenergieof telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.
7.3.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, graafwerkzaamheden of bouwen, zoals bedoeld in artikel 7.3.1 en 7.3.2 wordt slechts verleend indien en voor zover: een rapport wordt overlegt waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies wordt ingewonnen van een senior-archeoloog over de aard van het uit te voeren onderzoek.
Regels (Vastgesteld)
39
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
7.3.4 Bijzondere aanvraagvereisten Indien uit het in 7.3.3 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan de vergunningverlener één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door de vergunningverlener bij de vergunning te stellen kwalificaties.
7.3.5 Uitzonderingen Het in 7.3.2 vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 250 m2 en niet dieper dan 0,4 m vanaf het maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; e. de werken en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht; f. de werken en werkzaamheden het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen.
Regels (Vastgesteld)
40
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Artikel 8 Waarde - Archeologie 3 • • •
8.1
8.1 Toepassingsbereik 8.2 Toedeling van functies aan locatie 8.3 Omgevingsplanactiviteit- werken en/of werkzaamheden
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Waarde – Archeologie 3’
8.2 Toedeling van functies aan locatie De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde.
8.3 Omgevingsplanactiviteit - werken en/of werkzaamheden 8.3.1 Algemeen Het is verboden om bouw- en/of graafwerkzaamheden uit te voeren op gronden met deze functie wanneer de graafwerkzaamheden een groter oppervlak bestrijken dan 2.500 m² en dieper gaan dan 40 centimeter onder maaiveld.
8.3.2 Specifiek Het is verboden om zonder omgevingsvergunning op de in 8.1 bedoelde gronden de volgende anderewerken uit te voeren: a. het ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden; b. het bodemverlagen of afgraven van gronden; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,40 m vanaf maaiveld; d. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; e. het aanleggen of verharden van wegen, rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transportenergieof telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies.
8.3.3 Beoordelingsregels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, graafwerkzaamheden of bouwen, zoals bedoeld in artikel 8.3.1 en 8.3.2 wordt slechts verleend indien en voor zover: een rapport wordt overlegt waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van de vergunningverlener in voldoende mate zijn vastgesteld, waarbij advies wordt ingewonnen van een senior-archeoloog over de aard van het uit te voeren onderzoek.
Regels (Vastgesteld)
41
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
8.3.4 Bijzondere aanvraagvereisten Indien uit het in 8.3.3 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen of kunnen worden verstoord, kan de vergunningverlener één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door de vergunningverlener bij de vergunning te stellen kwalificaties.
8.3.5 Uitzonderingen Het in 8.3.2. vervatte verbod is niet van toepassing, indien: a. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. er sprake is van bodemingrepen kleiner dan 2.500 m2 en niet dieper dan 0,4 m vanaf het maaiveld; c. op basis van bureauonderzoek, inventariserend of aanvullend archeologisch vooronderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; e. de werken en werkzaamheden op aanvullend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht; f. de werken en werkzaamheden het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen.
Regels (Vastgesteld)
42
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Hoofdstuk 3 Artikel 9
Algemene regels over functies
Toepassingsbereik
De regels in dit hoofdstuk gelden in aanvulling op en als dit nader is bepaald in afwijking van de regels in Hoofdstuk 2 van dit plan. • 9.1 reconstructiewetzone - extensiveringsgebied • 9.2 wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied
9.1 reconstructiewetzone - extensiveringsgebied Ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' zijn specifieke regels van toepassing, die zijn opgenomen in de artikelen 5.6.2.
9.2 wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied' zijn specifieke regels van toepassing die zijn opgenomen bij: 4.2, 5.2, 5.5.1 en 6.2.
Regels (Vastgesteld)
43
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Artikel 10
Aanvraagvereisten
1. de aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk. In het bijzonder geldt dat: a. het bepaalde in artikel 22.284 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor werken en werkzaamheden in dit plan; en b. het bepaalde in 22.286 van toepassing is op een aanvraag om omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit inhoudende een gebruiksactiviteit of een bouwactiviteit in dit plan. 2. in aanvulling op het bepaalde onder 1 worden bij de aanvraag om omgevingsvergunning die gegevens en bescheiden overlegd die naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijk zijn voor een toets aan de aan de omgevingsvergunning verbonden beoordelingsregels.
Regels (Vastgesteld)
44
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Artikel 11 11.1
Specifieke beoordelingsregels bouwen
Algemeen
Bij de beoordeling van het bepaalde ten aanzien van het bouwen in Hoofdstuk 2 van dit plan worden buiten beschouwing gelaten: a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevelen kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
Regels (Vastgesteld)
45
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Artikel 12 12.1
Algemene gebruiksregels
Parkeren
a. er dient voldoende parkeergelegenheid voor auto's in stand gehouden te worden ten behoeve van deze functie als bedoeld in 4.1. Voldoende parkeerplaatsen betekent dat wordt voldaan aan de normen in de gemeentelijke beleidsregels behorende bij de 'Nota Parkeerbeleid gemeente Bernheze', vastgesteld op 18 april 2024, of later te volgen versies; b. de afmeting van een parkeerplaats dient tenminste 2,5 meter breed en 5 meter lang te zijn.
12.2
Hemelwaterberging
Het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken binnen het plangebied is alleen toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de ontwikkeling niet leidt tot een versnelde afvoer van het regenwater op het oppervlaktewater; b. de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; c. de compensatie tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd wordt; d. de compensatie in de openbare ruimte tenminste 70 mm per m2 verharding bedraagt; e. de compensatie bij particuliere berging 20 mm per m² verharding bedraagt; f. de waterhuishoudkundige voorzieningen welke strekken tot de berging van het hemelwater als opgenomen in de omgevingsvergunning bouwen of de omgevingsvergunning werken en werkzaamheden danwel een voorziening die een daarmee vergelijkbaar resultaat bewerkstelligt, uiterlijk binnen één jaar na de bouw van het project wordt gerealiseerd en in stand gehouden.
12.3
Landschappelijke inpassing
Het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken binnen het plangebied is alleen toegestaan, mits voldaan wordt aan de voorwaarde dat de (landschappelijke) inrichting die is opgenomen in het landschappelijke inpassingsplan, dat als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van dit omgevingsplan geheel is uitgevoerd binnen twee jaar na realisatie van het plan en als zodanig in stand zal worden gehouden.
12.4
Strijdig gebruik gronden en gebouwen
Het is in ieder geval verboden om de gronden te gebruiken ten behoeve van: a. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de functie gerichte gebruik en onderhoud; b. het gebruik van gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; d. het gebruik van de gronden die daar niet voor zijn aangewezen als standplaats voor kampeermiddelen; e. het gebruik van de gebouwen of kampeermiddelen voor de huisvesting van seizoensarbeiders; f. het gebruik van bedrijfsgebouwen (stallen) en bijgebouwen ten behoeve van bewoning; g. het gebruik van recreatiewoningen ten behoeve van permanente bewoning; h. het gebruik van gronden voor de beoefening van lawaaisporten; i. inrichtingen ex onderdeel D van bijlage 1 van het Bor (betreffende de zogenaamde 'grote lawaaimakers') zijn niet toegestaan; Regels (Vastgesteld)
46
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch j. k.
de aanleg van blijvende ondersteunende voorzieningen voor teelt van gewassen vrij van de grond; op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - spuitzone' gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken.
12.5
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels (Vastgesteld)
47
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Artikel13 Algemene afwijkingsregels 13.1 Afwijkingsbevoegdheid Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. voor het toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen, onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of - intensiteit daartoe aanleiding geven; b. van de planregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangepast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de omgevingsvergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; c. van de planregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m.; d. van het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen hoger dan 2,5 m., luchtkokers, liftkokers en lichtkappen; e.
van in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlaktematen, mits dit noodzakelijk is vanuit constructieve vereisten, architectonisch belang, oogpunt van duurzaamheid of milieutechnische vereisten, de vergroting maximaal 10% bedraagt en de toegestane maximale inhoudsmaat (mits van toepassing) niet wordt overschreden.
Regels (Vastgesteld)
48
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14.1
Overgangsrecht
Overgangsrecht
Bouwwerken
14.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan;
14.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 14.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 14.1.1 met maximaal 10 %.
14.1.3 Uitzondering Het bepaalde onder 14.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
14.2
Gebruik
14.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
14.2.2 Verandering gebruik Het is verboden het met dit hoofdstuk strijdige gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
14.2.3 Voorwaarde Indien het gebruik, bedoeld in artikel 14.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
Regels (Vastgesteld)
49