CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

regels TAM-omgevingsplan Bedafse Hoeve_def

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-IMRO Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22R, Bedafse Hoeve, Vorstenbosch' *14.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

Inhoudsopgave

Inhoud Regels ..................................................................................................................... 5 Hoofdstuk 1

Inleidende regels ............................................................................. 6

Artikel 1

Toepassingsbereik ............................................................................... 6

1.1 Omgevingsplan Bernheze ............................................................................. 6 1.2 Niet van toepassing tijdelijk omgevingsplan ................................................... 6 1.3 Niet van toepassing tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat afd. 22.2 ................. 6 1.4 Verwijzing naar verbeelding .......................................................................... 6 Artikel 2

Begripsbepalingen............................................................................... 7

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen .................................................................. 19

3.1

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens ................................................. 19

3.2

bebouwd oppervlak van een bouwperceel .............................................. 19

3.3

bebouwingspercentage ......................................................................... 19

3.4

bouwhoogte van een bouwwerk ............................................................. 19

3.5

dakhelling ............................................................................................ 19

3.6

goothoogte van een bouwwerk .............................................................. 19

3.7

hoogte van een windturbine................................................................... 19

3.8

inhoud van een bouwwerk ..................................................................... 19

3.9

oppervlakte van een bouwwerk.............................................................. 19

3.10

oppervlakte van een overkapping ....................................................... 19

Hoofdstuk 2

Functies en activiteiten .................................................................. 20

Artikel 4 Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden ............................................................................................ 20 4.1

Toepassingsbereik ................................................................................ 20

4.2

Toedeling van functies aan locatie .......................................................... 20

4.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels ................................................ 21 4.4 Gebruiksactiviteit verboden ........................................................................ 21 4.5 Omgevingsplanactiviteit – binnenplans afwijken .......................................... 21 4.6 Bouwactiviteiten - beoordelingsregels ......................................................... 22 4.7 Bouwactiviteit – Omgevingsplanactiviteit..................................................... 22 Inhoudsopgave (vastgesteld)

2

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

Artikel 5

Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels............................. 25

5.1

Toepassingsbereik ................................................................................ 25

5.2

Toedeling van functies aan locatie .......................................................... 25

5.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels ................................................ 25 5.4 Gebruiksactiviteit verboden ........................................................................ 26 5.5 Omgevingsplanactiviteit – binnenplans afwijken .......................................... 26 5.6 Bouwactiviteiten - beoordelingsregels ......................................................... 29 5.7 Bouwactiviteit – Omgevingsplanactiviteit..................................................... 31 Artikel 6 Natuur .................................................................................................. 35 6.1

Toepassingsbereik ................................................................................ 35

6.2 Toedeling van functies aan locatie............................................................... 35 6.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels................................................ 35 6.4 Gebruiksactiviteit verboden ........................................................................ 35 6.5 Bouwactiviteit - beoordelingsregels............................................................. 36 6.6 Bouwactiviteit – Omgevingsplanactiviteit..................................................... 36 Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 .......................................................................... 39 7.1

Toepassingsbereik ................................................................................ 39

7.2 Toedeling van functies aan locatie............................................................... 39 7.3 Omgevingsplanactiviteit - werken en/of werkzaamheden .............................. 39 Artikel 8 Waarde - Archeologie 3 .......................................................................... 41 8.1

Toepassingsbereik ................................................................................ 41

8.2 Toedeling van functies aan locatie............................................................... 41 8.3 Omgevingsplanactiviteit - werken en/of werkzaamheden .............................. 41 Hoofdstuk 3

Algemene regels over functies ........................................................ 43

Artikel 9

Toepassingsbereik ............................................................................. 43

9.1 reconstructiewetzone - extensiveringsgebied .............................................. 43 9.2 wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied ................................................... 43 Artikel 10

Aanvraagvereisten ......................................................................... 44

Artikel 11

Specifieke beoordelingsregels bouwen ............................................ 45

11.1

Algemeen ......................................................................................... 45

Artikel 12

Algemene gebruiksregels................................................................ 46

12.1

Parkeren ........................................................................................... 46

Inhoudsopgave (vastgesteld)

3

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

12.2

Hemelwaterberging ........................................................................... 46

12.3

Landschappelijke inpassing ............................................................... 46

12.4

Strijdig gebruik gronden en gebouwen ................................................. 46

12.5

Anti-dubbeltelregel ........................................................................... 47

Artikel13 Algemene afwijkingsregels .................................................................... 48 13.1 Afwijkingsbevoegdheid ............................................................................. 48 Hoofdstuk 4

Overgangsrecht ............................................................................. 49

Artikel 14

Overgangsrecht ............................................................................. 49

14.1

Bouwwerken ..................................................................................... 49

14.2

Gebruik ............................................................................................ 49

Inhoudsopgave (vastgesteld)

4

Regels Pré-ambule Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22r) van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22r van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22r' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord ‘Bijlage’, na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage ‘22r’ gelezen worden.

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Toepassingsbereik

Dit artikel is onderdeel van kernvereiste 2: Toepassingsbereik (toepassingsbereikbepaling) met dien verstande dat voor dit voorbeeld plan lid 2 van onderhavig artikel niet van toepassing is gelet op de specifieke voorrangsbepalingen die in dit Hoofdstuk zijn opgenomen waar afgeweken wordt van de regels uit de bruidsschat.

1.1 Omgevingsplan Bernheze Dit TAM-omgevingsplan wijzigt het omgevingsplan van de gemeente Bernheze in die zin dat na hoofdstuk 22 een hoofdstuk 22r wordt ingevoegd, bestaande uit de regels van dit plan.

1.2 Niet van toepassing tijdelijk omgevingsplan De besluiten op grond van artikel 22.1, onder a, van Omgevingswet zijn niet van toepassing voor zover het gaat over regels opgenomen in een besluit als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet op de locatie, bedoeld in 1.4.

1.3 Niet van toepassing tijdelijk omgevingsplan - bruidsschat afd. 22.2 De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van de regels van paragraaf 22.2.7.3 en afdeling 22.3, zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk.

1.4 Verwijzing naar verbeelding De regels in dit hoofdstuk (22r) zijn van toepassing op de locatie Leeghandseweg – Lendersgat, Vorstenbosch waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand met identificatienummer NL.IMRO.1721.TAM22r-VG01.

Regels (Vastgesteld)

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

Artikel 2

Begripsbepalingen

2.1 Van toepassing verklaring begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op dit hoofdstuk, tenzij in Artikel 2 daarvan is afgeweken.

2.2 Aanvullende begrippen in aanvulling op het bepaalde in artikel 2 worden voor de toepassing van de regels in dit plan de volgende begrippen gehanteerd:

2.3 TAM-omgevingsplan het TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve, Vorstenbosch van het omgevingsplan gemeente Bernheze.

2.4 Omgevingsplan het omgevingsplan van de gemeente Bernheze;

2.5 Locatievlak een geometrisch bepaald vlak dat is aangewezen voor een gebruiksdoel.

2.6 aan huis gebonden beroep: een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft, die met de woonfunctie in overeenstemming is.

2.7 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

2.8 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

2.9 aangebouwde bijgebouwen: een uitbreiding van het hoofdgebouw, die wat afmetingen betreft ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.

2.10

agrarisch bedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren, met inbegrip van andere activiteiten van ondergeschikte betekenis. met dien verstande dat een gebruiksgerichte paardenhouderij (manege) niet als agrarisch bedrijf wordt aangemerkt.

Regels (Vastgesteld)

7

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.11

agrarisch deskundige:

adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen of een ander door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijk deskundige of commissie van deskundigen.

2.12

agrarisch grondgebruik:

de aanwending van open grond ten behoeve van het agrarisch bedrijf.

2.13

agrarisch verwant bedrijf:

een bedrijf (waaronder een agrarisch loonwerkbedrijf), of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren, agrarische bedrijven, of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden, verhandelen, of transporteren van dieren, het verhuren van landbouwwerktuigen of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, inclusief mestopslag en -bewerking.

2.14

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

2.15

bebouwingscluster:

een vlakvormige verzameling van gebouwen in het buitengebied, zoals aangegeven op de verbeelding.

2.16

bedrijfseigen producten:

producten die op het eigen bedrijf worden geproduceerd.

2.17

bedrijf:

een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen.

2.18

bedrijfswoning:

een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de functie of het toegelaten gebruik van het gebouw of terrein, noodzakelijk is.

2.19

beekherstel:

herstel van het natuurlijke watersysteem zodat de gebiedseigen kwaliteit van zowel het water, als de natuur wordt teruggebracht.

2.20

bestaand:

a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald;

Regels (Vastgesteld)

8

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.21

bijgebouw:

een gebouw, dat in bouwkundig en visueel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw;

2.22

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

2.23

bouwgrens:

grens van een bouwvlak.

2.24

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.

2.25

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

2.26

burgerwoning:

een woning, niet zijnde een bedrijfswoning.

2.27

caravan:

een al dan niet uitklapbare wagen of voertuig, onder welke benaming ook aangeduid, die uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag-, of nachtverblijf van een of meer personen en die bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen, ook over grote afstanden, als een aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien deze wagen of dit voertuig wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt hij voor de toepassing van dit plan aangemerkt als caravan.

2.28

carport/overkapping:

een bouwwerk dat zowel feitelijk als in visueel ruimtelijke zin aan maximaal twee zijden, een gesloten, al dan niet eigen, wand kent.

2.29

dagrecreatie

bedrijfsmatige uitoefening van diensten op het gebied van recreatie, sport-, educatie of cultuur welke geheel of in overwegende mate in de open lucht worden aangeboden, met de daarbij behorende voorzieningen.

2.30

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Regels (Vastgesteld)

9

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.31

Deskundige op het gebied van dassen

een persoon/ instantie of stichting met kennis op het gebied van dassen en hun leefgebied, zoals Stichting Das en Boom.

2.32

Deskundige op het gebied van struweelvogels

een persoon/ instantie of stichting met kennis op het gebied van struweelvogels en hun leefgebied, zoals Sovon Vogelonderzoek Nederland.

2.33

duurzame locatie intensieve veehouderij:

een bestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieuoogpunt (ammoniak, stank en dergelijke), gezondheid, als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om ter plaatse uit te breiden.

2.34

erf:

het perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en blijkens de bestemming die aan de gronden is gegeven voor deze inrichting in aanmerking komt.

2.35

extensief agrarisch medegebruik:

een vorm van grondgebonden landbouw, zoals beweiding in lage veebezetting en de verbouw van akkerbouwproducten, hoofdzakelijk gericht op instandhouding en/ of vergroting van de natuur, landschappelijke, cultuur- en archeologische waarden.

2.36

extensieve recreatie:

die vormen van recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen en fietsen.

2.37

extensiveringsgebied

een gebied waar wonen of natuur het primaat heeft, waar uitbreiding, hervestiging, of nieuwvestiging van in ieder geval een intensief veehouderijbedrijf niet is toegestaan ingevolge de Reconstructiewet.

2.38

Functie

de doeleinden waarvoor bepaalde gronden kunnen worden gebruikt.

2.39

functiegrens:

de grens van een functievlak.

2.40

functievlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde functie.

2.41

functietype:

verzamelnaam voor het soort bebouwing en gebruik zoals die op grond van de Bijlage 1 t/m Bijlage 6 op een bepaalde locatie van toepassing is.

Regels (Vastgesteld)

10

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.42

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

2.43

gebruik:

het gebruiken, doen en laten gebruiken.

2.44

gebruiksgerichte paardenhouderij:

een niet-agrarisch bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op (de ondersteuning bij) het gebruik van het paard als hulpmiddel voor de recreërende mens, zoals maneges, paardenverhuurbedrijven en paardenstallingsbedrijven.

2.45

grondgebonden agrarisch bedrijf:

een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt.

2.46

groothandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan instellingen of personen ter aanwending in een andere bedrijfsactiviteit.

2.47

hoofdgebouw:

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.

2.48

hoofdverblijf:

de plaats die fungeert als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van een persoon en welke een voor permanente bewoning geschikte verblijfplaats is, die tenminste bestaat uit een keuken, woon-, was- en slaapgelegenheid.

2.49

horeca(voorziening):

voorzieningen voor het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse.

2.50

hoveniersbedrijf:

een bedrijf dat is gericht op het kweken van planten en siergewassen en de inrichting en het onderhoud van tuinen en plantsoenen met eventueel detailhandel in ter plaatse gekweekte goederen als ondergeschikte nevenfunctie.

2.51

huishouden:

een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die gezamenlijk één eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning.

Regels (Vastgesteld)

11

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.52

intensief veehouderijbedrijf:

agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten-, of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, almede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden (melk)rundveehouderij.

2.53

intensieve kwekerij:

een agrarisch bedrijf dat is gericht op de teelt van gewassen, paddestoelen daaronder begrepen, in gebouwen;

2.54

inwoning:

wonen in een ondergeschikt deel van een woning door een medegebruiker van het pand.

2.55

kampeermiddel:

een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of stacaravan ten behoeve van recreatief nachtverblijf;

2.56

kampeerterrein:

een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf.

2.57

kernrandzone:

overgangsgebied naar het buitengebied, gelegen langs bestaand stedelijk gebied, met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte of afnemende agrarische functie.

2.58

kleinschalig kamperen:

het gebruik van de gronden in de periode van 1 maart tot 31 oktober ten behoeve van een beperkt kampeerterrein met maximaal 25 kampeermiddelen.

2.59

landbouw ontwikkelingsgebied (LOG):

een gebied waar het primaat ligt bij de ontwikkeling van de intensieve veehouderij, zoals aangegeven op de verbeelding.

2.60

landgoed:

een overwegend openbaar toegankelijke functionele eenheid, bestaande uit bos of natuur al dan niet met een woonfunctie en/ of agrarische gronden met een productiedoelstelling.

2.61

landschapselement:

punt-, lijn- en vlakelementen, die een groene of blauwe component bezitten, en die voor de identiteit van het landschap van algemeen belang zijn vanwege hun leeftijd (ouder dan 35 jaar) of om andere redenen, zoals hun schoonheids- of plaatselijke zeldzaamheidswaarde of hun beeldbepalende functie voor de omgeving. Een en ander met dien verstande dat onder landschapselementen niet worden verstaan elementen die zijn opgericht in het kader van nieuw groen is vrij groen.

Regels (Vastgesteld)

12

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.62

lawaaisporten:

een sportactiviteit waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingsgeluid wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen gildes, de autosport, motorsport, (model)vliegsport, de schietsport met behulp van vuurwapens, de jachtsport wordt hier niet onder begrepen;

2.63

maatschappelijke functies

functies gericht op de sociale, maatschappelijke, culturele en/of educatieve voorzieningen, waaronder begrepen zorginstellingen, een zorgboerderij, een bomenpark, een bezoekerscentrum voor wandelgebied, een boerderijmuseum, een sterrenwacht, een openluchttheater, een beeldentuin en een kasteel.

2.64

mantelzorg:

zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meer leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relaties bijvoorbeeld door gezinsleden, buren of vrienden.

2.65

milieucategorie:

milieucategorie zoals omschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering Den Haag, 2009.

2.66

milieuhygiënische uitvoerbaarheid

overkoepelend begrip voor milieuaspecten zoals geluid, bodem, geurhinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid etcetera aan welke bijbehorende wettelijke kaders getoetst dient te worden, onder andere zodat omliggende bedrijven niet onnodig in hun bedrijfsvoering worden belemmerd.

2.67

natuurontwikkelingsgebied (NOG):

natuurgebied en ecologische verbindingszone, zoals aangegeven op de verbeelding als wro-zone natuurontwikkelingsgebied.

2.68

Natuurnetwerk Brabant

netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar zijn verbonden.

2.69

nevenactiviteit:

een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een bouwperceel. De nevengeschiktheid volgt in dit kader uit de afhankelijkheid van de hoofdfunctie.

2.70

Nge:

nederlandse grootte-eenheden, eenheden waarmee de bedrijfsomvang en het bedrijfstype van agrarische bedrijven vastgesteld kan worden.

2.71

niet-grondgebonden agrarisch bedrijf:

een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt.

Regels (Vastgesteld)

13

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.72

nieuwvestiging:

projectie van een al dan niet gekoppeld agrarisch bouwblok op een locatie die volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet is voorzien van een zelfstandig bouwvlak.

2.73

normale onderhoudswerkzaamheden:

werkzaamheden die ter plaatse regelmatig terugkeren, teneinde tot een goed beheer van de gronden te komen. Hieronder vallen niet de incidentele ingrepen in bijvoorbeeld de cultuurtechnische situatie of werkzaamheden die een onherstelbare aantasting betekenen van de aan een gebied toegekende waarde.

2.74

Omgevingsplanactiviteit bouwwerken

omgevingsplanactiviteit bestaande uit: a. een bouwactiviteit; b. het in stand houden van een bouwwerk; en c. het gebruiken van het te bouwen bouwwerk.

2.75

Ondernemend Natuurnetwerk Brabant

agrarische exploitatie van gronden, waarbij: a. verbetering van de bodem (waaronder het gebruik en de toepassing van kunst- en/of drijfmest en chemische bestrijdingsmiddelen is uitgesloten en geen sprake is van een kerende grondbewerking, mits in beperkte mate ten behoeve van de gewasrotatie); b. een bijdrage wordt geleverd aan de hydrologische doelen van het gebied, en; c. de benutting van ecologische potentie ten behoeve van de versterking van Natuurnetwerk Brabant d. onderdeel uitmaakt van de agrarische exploitatie.

2.76

ondergeschikte activiteit:

een activiteit waarvan het ruimtegebruik, de aard, de uitstraling en de inkomensverwerving kleiner zijn dan de hoofdactiviteit ter plaatse.

2.77

opslag (statisch):

binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijnde voor handel en niet worden opgeslagen voor een niet-agrarisch bedrijf elders, zoals (seizoen)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke.

2.78

Peil:

a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang vermeerderd met maximaal 20 cm; b. in andere gevallen: de hoogte van de weg ter plaatse van de toegang tot het gebouw vermeerderd met 2 cm per meter afstand van het gebouw tot die weg (hemelsbreed gemeten); c. deze bepaling geldt niet voor bouwwerken geen gebouwen zijnde; hiervoor wordt de hoogte gemeten vanaf het aansluitende maaiveld;

2.79

perceelsgrens:

de kadastrale grens van een perceel.

Regels (Vastgesteld)

14

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.80

permanente bewoning:

het feitelijk bewonen van een verblijf als hoofdverblijf.

2.81

Permanente teeltondersteunende voorzieningen

teeltondersteunende voorzieningen die voor onbepaalde tijd wordt gebruikt, niet zijnde een kas.

2.82

productiegerichte paardenhouderij:

een agrarisch bedrijf dat in hoofdzaak is gericht op het door middel van een gericht fok- en/of africhtingsprogramma trachten een paard op een hoger niveau te brengen, waardoor de waarde van dat paard in het economische verkeer toeneemt, zoals (op)fokkerijbedrijven, hengstenstations, africhtings- en trainingsbedrijven.

2.83

recreatie-ontwikkelingsgebied (ROG):

een gebied, zoals aangegeven op de verbeelding als wro-zone - recreatie-ontwikkelingsgebied, waar nieuwe recreatieve ontwikkelingen mogelijk zijn.

2.84

recreatief medegebruik:

vorm van recreatie waarvoor geen specifieke inrichting van het gebied noodzakelijk is, doch kan worden volstaan met de voorzieningen die reeds ten behoeve van de hoofdfunctie aanwezig zijn en ondergeschikte voorzieningen zoals wegbewijzeringsbordjes, picknickbanken en draaihekjes.

2.85

recreatieverblijf:

een kampeermiddel, een stacaravan, een zomerwoning of een recreatiewoning (een gebouw dat dient als recreatieverblijf) waarvan de gebruikers hun hoofdverblijf elders hebben.

2.86

recreatiewoning:

een gebouw, geen woonkeet en geen caravan of ander bouwsel op wielen zijnde, bestemd voor het verblijven van een of meer personen, die zijn/hun hoofdverblijf elders heeft/hebben, gedurende een gedeelte van het jaar.

2.87

rijbak:

een niet overdekt (geheel van ) bouwwerk(-en) geen gebouw(-en) zijnde met bijbehorende voorzieningen, ingericht voor het africhten, trainen, en berijden van paarden en pony’s en het anderszins beoefenen van de paardensport.

2.88

ruimtelijke uitstraling:

de waarneembare invloed van landschappelijke, stedenbouwkundige, waterhuishoudkundige en cultuurhistorische aard op de omgeving.

2.89

schuilgelegenheid:

een gebouw dat bedoeld is voor het bieden van beschutting en schuilruimte voor vee.

Regels (Vastgesteld)

15

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.90

stacaravan:

een onderkomen met een maximale grootte van 30 m², onder welke benaming ook aangeduid, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen en dat door de aanwezigheid van een chassis, assenstelsel en wielen wel over korte afstand naar een vaste standplaats kan worden verreden, doch dat niet bestemd is om regelmatig en op normale wijze op de verkeerswegen als aanhangsel van een personenauto te worden voortbewogen. Ook indien dit onderkomen wegens daaraan of daarbij aangebrachte wijzigingen of voorzieningen niet of niet meer geschikt is om te worden verreden, wordt het voor de toepassing van dit plan aangemerkt als stacaravan.

2.91

standplaats:

een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten.

2.92

stiltegebied:

milieubeschermingsgebied waarin het aspect stilte bijzondere bescherming krijgt.

2.93

streekeigen producten:

ambachtelijke of geteelde producten die kenmerkend zijn voor deze regio.

2.94

teeltondersteunende voorzieningen:

ondersteunende voorzieningen die een onderdeel zijn van de vollegronds bedrijfsvoering van een (vollegronds)teeltbedrijf zoals een tuinbouwbedrijf, fruitteeltbedrijf of boomkwekerij.

2.95

tent:

constructie van (flexibele) stokken met daaroverheen gespannen doek waarin verbleven kan worden.

2.96

tijdelijke huisvesting seizoensarbeiders:

het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden, met een maximum van 8 maanden per jaar, op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten.

2.97

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen:

teeltondersteunende voorzieningen welke op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van 6 aaneengesloten maanden per jaar. De voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik.

2.98

vakantiegroepsverblijf:

een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat is ingericht om daarin aan groepen gelegenheid te geven tot recreatief nachtverblijf.

2.99

vakantiehuisje:

een gebouw of gedeelte van een gebouw, dat is ingericht om daarin gelegenheid te geven tot recreatief nachtverblijf.

Regels (Vastgesteld)

16

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.100 verblijfsrecreatie: een vorm van recreatief gebruik met nachtverblijven van recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben.

2.101 verbrede landbouw: nevenfuncties bij een agrarisch bedrijf, welke direct gerelateerd zijn aan het verder in stand houden van het agrarisch bedrijf waaronder agrarisch natuurbeheer, bewerking en waardevermeerdering van ter plaatse geproduceerde producten, de verkoop van streekeigen producten, zorgboerderijen of energieteelt.

2.102 verhard: een verharding bestaande uit baksteen, tegels, beton en/of asfalt, alsmede daarmede vergelijkbare vaste/gesloten materialen.

2.103 verwevingsgebied: het agrarisch gebied, voor zover niet gelegen in een op de verbeelding aangegeven landbouwontwikkelingsgebied (LOG) en extensiveringsgebied.

2.104 volwaardig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf met ten minste de arbeidsomvang van een volwaardige arbeidskracht en een zodanige bedrijfsomvang dat de continuïteit ook op langere termijn in voldoende mate is gewaarborgd, getoetst door een agrarisch deskundige.

2.105 voorgevelrooilijn: de virtuele lijn die samenvalt met de bestaande voorgevel van een woning of hoofdgebouw en het bouwvlak waarop de woning of het hoofdgebouw zich bevindt.

2.106 vormverandering: wijziging van de begrenzing van een bouwblok zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte.

2.107 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging, vijvers en poelen; bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen.

2.108 wijstgebied: gebied waarin het grondwater als gevolg van een slecht doorlatende kleilaag langs een breukzone in een opwaartse beweging aan de oppervlakte komt.

2.109 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één huishouden.

2.110 woonunit: een gebouw bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van het tijdelijke woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen. Regels (Vastgesteld)

17

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

2.111 woonwerkontwikkelingsgebied (WOG): een kernrandzone, bebouwingslint en/of bebouwingscluster, zoals aangegeven op de verbeelding als wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied.

2.112 zorgwoning: een gebouw in gebruik als zelfstandige woning gericht op het verlenen van zorg.

Regels (Vastgesteld)

18

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

Artikel 3

Meet- en rekenbepalingen

De meet- en rekenbepalingen uit artikel 22.24 van het omgevingsplan zijn van overeenkomstige toepassing op het meten van de waarden die in dit hoofdstuk in m, m² of m³ zijn uitgedrukt, voor zover hiervan niet is afgeweken in dit artikel

3.1

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de maat tussen de zijdelingse grens van een (bouw)perceel en een bepaald punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd)gebouw, waar die afstand het kortst is;

3.2

bebouwd oppervlak van een bouwperceel

de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;

3.3

bebouwingspercentage

de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen op een bouwperceel, in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel;

3.4

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

3.5

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

3.6

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

3.7

hoogte van een windturbine

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine; .

3.8

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

3.9

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

3.10

oppervlakte van een overkapping

tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.

Regels (Vastgesteld)

19

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

Hoofdstuk 2

Functies en activiteiten

Artikel 4 Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden • • • • • • • •

4.1

4.1 Toepassingsbereik 4.2 Toedeling van functies aan locatie 4.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels 4.4 Gebruiksactiviteit – verboden Afwijken van de bouwregels 4.5 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels 4.6 Bouwactiviteiten beoordelingsregels 4.7 Nadere eisen 4.8 Bouwactiviteit omgevingsplanactiviteit

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden’.

4.2

Toedeling van functies aan locatie

Een als 'Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden' aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige droge en natte natuurwaarden, waaronder beekherstel; c. behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden; d. instandhouding van de typerende geologie/ geomorfologie; e. agrarisch grondgebruik, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone – ondernemend natuurnetwerk Brabant’, de agrarische exploitatie bijdraagt aan de versterking van bodem, hydrologische en ecologische waarden; f. nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf en aan huis gebonden beroep in de bestaande aard en omvang; g. natuurontwikkeling ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - natuurontwikkelingsgebied'; h. ontwikkeling van een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en werkklimaat ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - woonwerkontwikkelingsgebied'; i. water en waterhuishoudkundige doeleinden; j. groenvoorzieningen; k. extensieve dagrecreatie; l. doeleinden van openbaar nut; m.

tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn zowel ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' als daar buiten toegestaan.; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten.

Regels (Vastgesteld)

20

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

4.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels 4.3.1 Algemeen 1. het gebruik van een woning voor een aan huis gebonden beroep is toegestaan, mits: a. er maximaal 100 m² van het totale vloeroppervlak als zodanig in gebruik wordt genomen; b. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd van ter plaatse vervaardigde producten;

4.4 Gebruiksactiviteit verboden Het is verboden om gronden en bouwwerken: a. te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 4.2 en 4.3 genoemde functies en (neven)activiteiten; b. te gebruiken ten behoeve van bedrijven die vallen onder de normen opgenomen in het Bkl; c. te gebruiken ten behoeve van vuurwerkbedrijven; d. te gebruiken ten behoeve van inrichtingen die zijn genoemd in Bijlage V van het Omgevingsbesluit; e. te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen ten behoeve van verblijfsrecreatie; f. te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans of woonunits ten behoeve van de bewoning door seizoensarbeiders of permanente bewoning; g. te gebruiken als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering; h. te gebruiken voor de huisvesting van seizoensarbeiders; i. te gebruiken ten behoeve van de aanleg van permanente teeltondersteunende voorzieningen voor teelt van gewassen vrij van de grond.

4.5 Omgevingsplanactiviteit – binnenplans afwijken 4.5.1 Aanwijzing vergunningplichtig gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. het bepaalde in 4.4 onder a de uitoefening van verbrede landbouw, of recreatieve nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') toestaan, onder de voorwaarden dat: 1. de activiteit blijft ondergeschikt aan het bestaand gebruik van het perceel; 2. de activiteit qua aard en omvang dient te passen bij de specifieke agrarische kwaliteit en schaal van de omgeving; 3. de activiteit niet mag leiden tot toename van bebouwing; 4. de activiteit geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen mag veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; 5. de activiteit qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; 6. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 7. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; 8. sprake is van een goede ruimtelijke uitstraling; b. het bepaalde in 4.4 onder e toestaan dat de gronden bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') worden gebruikt als kampeerterrein, onder de voorwaarden dat: 1. het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft; 2. méér dan 25 kampeerplaatsen zijn toegestaan indien het agrarisch bedrijf is gelegen binnen de op de verbeelding nader aangeduide 'wetgevingzone - recreatieontwikkelingsgebied'; 3.

kampeermiddelen tot maximaal 50 m van de grens van het agrarisch bouwvlak geplaatst mogen worden; 4. ten behoeve van het kampeerterrein geen extra bebouwing en/of verharding ten behoeve van het kleinschalig kamperen mag worden opgericht; 5. de kleinschalige kampeerplaats zorgvuldig dient te worden ingepast in het landschap;

Regels (Vastgesteld)

21

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch 6. geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen wordt veroorzaakt voor omliggende bedrijven of woningen; 7. het kampeerterrein qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; 8. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 9. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; 10. voor het kamperen geen stacaravans worden gebruikt;

4.5.2 Aanvullende beoordelingsregels Een in 4.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; er dient sprake te zijn van een goede milieuhygienische uitvoerbaarheid; c. de verkeersveiligheid; d. het woon- en leefmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; e. de waterhuishoudkundige situatie.

4.6 Bouwactiviteiten - beoordelingsregels Op de voor 'Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden aangewezen gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, die ten dienste staan van de bestemming, met dien verstande dat: a. gebouwen worden uitsluitend opgericht binnen het bouwvlak; b. buiten het bouwvlak zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen, toegestaan tot een maximale bouwhoogte van 2 meter; c. nieuwe permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn buiten het bouwvlak niet toegestaan; d. rijbakken zijn uitsluitend binnen een bouwvlak toegestaan;

4.6.1 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. het woonmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de omliggende gronden niet onevenredig worden beperkt;

4.7 Bouwactiviteit – Omgevingsplanactiviteit 4.7.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. het bepaalde in 4.6 voor het oprichten van erfafscheidingen, waaronder mede worden begrepen terreinomheiningen en open hekwerken, buiten het bouwvlak tot een maximum hoogte van 2 m, onder de voorwaarden, dat er geen onevenredige aantasting is van de open structuur van de omgeving; b. het bepaalde in 4.6 voor het oprichten van schuilgelegenheden buiten het bouwvlak ten behoeve van het hobbymatig houden van vee tot een maximum oppervlakte van 15 m² en een maximale hoogte van 2,5 m en minimaal één zijde open, onder de voorwaarden dat: 1. het desbetreffende perceel een aaneengesloten oppervlakte heeft van tenminste 2500 m²; 2. de waarden van de gronden, als bedoeld in 4.1, niet onevenredig worden aangetast;

Regels (Vastgesteld)

22

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch c.

het bepaalde in 4.6 onder b voor boomteelthekken met een hoogte van maximaal 4,5 m onder de voorwaarden dat: 1. is gebleken dat de voorzieningen noodzakelijk zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering van het agrarisch bedrijf; 2. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuurlijke, cultuurhistorische en visueel-landschappelijke waarden; d. het bepaalde in 4.6 onder d voor het oprichten van een rijbak t.b.v. hobbymatig gebruik met een maximale oppervlakte van 800 m² onder de voorwaarden, dat: 1. bouwwerken uitsluitend zijn toegestaan achter de voorgevelrooilijn, aansluitend op het bouwvlak, dan wel aansluitend aan de aanduiding 'wonen'; 2. de hoogte van de omheining maximaal 1,5 m mag bedragen; 3. lichtmasten niet zijn toegestaan; 4. de afstand tot de woningen op omliggende percelen minimaal 25 m bedraagt; 5. de rijbak landschappelijk wordt ingepast;

4.7.2 Aanvullend beoordelingskader Een in 4.7.1 genoemde omgevingsvergunning kan bovendien slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de verkeersveiligheid; c. het woon- en leefmilieu van de omgeving; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; d. de waterhuishoudkundige situatie.

4.7.3 Het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 1. het is verboden zonder een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven; b. het ophogen; c. het vergraven; d. het diepploegen en -woelen; e. het egaliseren; f. het indrijven van voorwerpen in de grond; g. het aanleggen van drainage; h. het aanleggen van onderbemaling; i. het aanleggen, verbreden of verbeteren van sloten en greppels; j. het dempen van sloten of greppels; k. het dempen van kleine geïsoleerde wateren; l. het aanbrengen van oeverbeschoeiingen; m. het rooien van houtgewas; n. het aanplanten van houtgewas (anders dan ten behoeve van een boomkwekerij); o. het omzetten van grasland in bouwland; p. het omzetten van grasland in boomkwekerij of sierteeltgrond; q. het aanbrengen van verhardingen groter dan 200 m2; r. het aanbrengen van verhardingen op wegen en (fiets)paden; s. het aanbrengen van ondergrondse leidingen; t. het gebruik van afdekmaterialen en lage tunnels; 2. het in het eerste lid vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: Regels (Vastgesteld)

23

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch a. uitgevoerd worden binnen een op de verbeelding opgenomen bouwvlak; b. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan.

4.7.4 Aanvullend beoordelingskader Uitvoering van de in 4.7.3, eerste lid, genoemde werken of werkzaamheden is in strijd met de bestemming, indien daardoor dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen een onevenredige aantasting van de waarden van deze gronden kan plaatsvinden.

4.7.5 Waarden 2. specifiek onder de in artikel 4.7.4 genoemde waarden worden verstaan: a. ten aanzien van de in 4.7.3, lid 1, onder a, b, c, d, e, f, g, h, i, j, k, l, m, n, o, p, q, r, s en t genoemde werken of werkzaamheden: de waarden van de typerende geologie/ geomorfologie zoals tot uitdrukking komend in de aardkundige vorm van het object of gebied (oude stroomgeulen, steilranden etc.), bodemopbouw en instandhouding van de grondwaterstand in klei-of veengebieden; b. ten aanzien van de in 4.7.3, lid 1, onder q, r en s genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van plassen en poelen, bepaald door: 1. matig voedselrijk, 2. gevoed door grondwater, 3. ondiep, 4. omgeven door ruigtekruiden en struweel, hydrologisch geïsoleerd in cultuurlandschap; c. ten aanzien van de in 4.7.3, lid 1, onder a, b, c, d, e, f, g, h, o, r en s genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van slootkanten, bepaald door: 1. gemiddeld hoge grondwaterstand, 2. microreliëf, 3. geleidelijke gradiënt in nat-droog, 4. soms ondoorlatende laag in ondergrond, 5. extensief maaibeheer, 6. flauw talud sloot; d. ten aanzien van de in 4.7.3, lid 1, onder m genoemde werken of werkzaamheden: de natuurwaarden van levensgemeenschappen van struwelen en houtwallen, bepaald door: 1. aanwezigheid van een gevarieerde boom-, struik en kruidlaag, 2.

microreliëf, 3. (gedeeltelijk) aaneengesloten linten; e. ten aanzien van de in 4.7.3, lid 1, onder i, j en m genoemde werken of werkzaamheden: het besloten coulissenlandschap, bepaald door landschappelijke elementen afgewisseld met landbouwgronden in kleine eenheden; f. ten aanzien van de in 4.7.3, lid 1, onder o, p en t genoemde werken of werkzaamheden: het open landschap, bepaald door het ontbreken van opgaande begroeiing en bebouwing; g. ten aanzien van de in 4.7.3, lid 1, onder a, b, c, d, e, f, g, n. q, r en t genoemde werken of werkzaamheden: het open akkercomplex, bepaald door reliëf, vorm en functie van de akkers;

Regels (Vastgesteld)

24

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch

Artikel 5 • • • • • • • •

5.1

Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels

5.1 Toepassingsbereik 5.2 Toedeling van functies aan locatie 5.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels 5.4 Gebruiksactiviteit – verboden Afwijken van de bouwregels 5.5 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels 5.6 Bouwactiviteiten beoordelingsregels 5.7 Nadere eisen 5.8 Bouwactiviteit omgevingsplanactiviteit

Toepassingsbereik

De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die op de verbeelding zijn aangewezen als ‘Agrarisch met waarden – leefgebied struweelvogels’.

5.2

Toedeling van functies aan locatie

Een als ‘Agrarisch met waarden – Leefgebied struweelvogels’ aangewezen locatie heeft de volgende functies: a. behoud, herstel en ontwikkeling van het aanwezige besloten of halfopen landschap met een kleinschalige percelering, houtwallen, ruige perceelsranden en slootkanten; b. behoud van landschapselementen; c. het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden; d. instandhouding van de typerende geologie/ geomorfologie; e. agrarisch grondgebruik, met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘ondernemend natuurnetwerk Brabant’, de agrarische exploitatie bijdraagt aan de versterking van bodem, hydrologische en ecologische waarden; 2. de uitoefening van het agrarisch bedrijf, meer in het bijzonder een grondgebonden agrarisch bedrijf, ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf' (functietype 'agrarisch bedrijf'); 3. agrarische activiteiten zijn uitgesloten ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’ (r); f. wonen in een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’ (bw); g. recreatie-, educatie- en horeca-activiteiten als nevenactiviteit ter plaatse van de functieaanduiding ‘recreatie’ (r); h. nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf en aan huis gebonden beroep in de bestaande aard en omvang; i.

ontwikkeling van een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en werkklimaat ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone - woonwerkontwikkelingsgebied'; j. water en waterhuishoudkundige doeleinden; k. groenvoorzieningen; l. extensieve dagrecreatie; m. doeleinden van openbaar nut; n. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn zowel ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' als daar buiten toegestaan; een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten.

5.3 Gebruiksactiviteit – specifieke functieregels 5.3.1 Algemeen 1. het gebruik van een woning voor een aan huis gebonden beroep is toegestaan, mits: Regels (Vastgesteld)

25

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch a. er maximaal 100 m² van het totale vloeroppervlak als zodanig in gebruik wordt genomen; b. geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd van ter plaatse vervaardigde producten;

5.3.2 Specifiek 1. functietype agrarisch bedrijf a. Ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch bedrijf' en de daaraan onderhavige gronden wordt tot een strijdig gebruik in ieder geval gerekend het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van het houden van vee en andere activiteiten als daardoor de bestaande stikstofemissie toeneemt b. c. veehouderijactiviteiten met dien verstande dat de ammoniakemissie niet meer bedraagt dan 681,6 kg NH3. d. als specifieke activiteit is de verkoop van streekeigen producten tot een verkoopvloeroppervlak van max. 100 m² toegestaan, evenals verkoop van streek- of bedrijfseigen producten met een bestaand verkoopvloeroppervlak van meer dan 100 m², uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘recreatie’; e. mestbewerking als nevenactiviteit ten behoeve van het agrarisch bedrijf is toegestaan, met dien verstande dat mestbewerking voor derden niet is toegestaan. f. ter plaatse van de functieaanduiding ‘recreatie’, recreatieve nevenactiviteiten, tot een maximum omvang van 500 m², waar in ieder geval onder wordt verstaan: 1. Verblijfsrecreatieve activiteiten voor maximaal 30 gasten; 2. Ondergeschikte horeca-activiteiten 3. een uitpandige oppervlakte van maximaal 100 m² ten behoeve van een terras; 4. dagrecreatieve en educatieve activiteiten;

5.4 Gebruiksactiviteit verboden Het is verboden om gronden en bouwwerken: a. te gebruiken op een wijze die niet ten dienste staat van de in 5.2 en 5.3 genoemde functies en (neven)activiteiten; b. te gebruiken ten behoeve van bedrijven die vallen onder de normen opgenomen in het Bkl; c. te gebruiken ten behoeve van vuurwerkbedrijven; d. te gebruiken ten behoeve van inrichtingen die zijn genoemd in Bijlage V van het Omgevingsbesluit; e. bedrijfsgebouwen en vrijstaande bijgebouwen bij een bedrijfswoning te gebruiken voor bewoning. f. te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen ten behoeve van verblijfsrecreatie; g. te gebruiken als standplaats voor kampeermiddelen, waaronder tevens caravans of woonunits ten behoeve van de bewoning door seizoensarbeiders of permanente bewoning; h. te gebruiken als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale bedrijfsvoering; i. te gebruiken voor de huisvesting van seizoensarbeiders; j. te gebruiken ten behoeve van de aanleg van permanente teeltondersteunende voorzieningen voor teelt van gewassen vrij van de grond. k. te gebruiken voor Mestver- en bewerking voor derden

5.5 Omgevingsplanactiviteit – binnenplans afwijken 5.5.1 Aanwijzing vergunningplichtig gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning: a. het bepaalde in 5.2 onder g recreatieve nevenactiviteiten zoals bed&breakfast, theeschenkerij etc. toestaan bij een woning (functietype 'wonen'), onder de voorwaarden dat:

Regels (Vastgesteld)

26

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch 1. de bed&breakfast is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingzone recreatie-ontwikkelingsgebied' of 'wetgevingzone - woonwerkontwikkelingsgebied'; 2. deze nevenactiviteit is in de woning en de daarbij behorende aangebouwde en vrijstaande bijgebouwen toegestaan; 3. de nevenactiviteit is ondergeschikt van aard; 4. bed&breakfast vindt uitsluitend plaats in bestaande gebouwen, er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de bed&breakfast plaats; 5. de gebruiksoppervlakte niet meer mag bedragen dan 250 m2; 6. ten behoeve van de bed & breakfast voorzieningen zijn 5 kamers en in totaal maximaal 10 (éénpersoons)bedden toegestaan; 7. geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen wordt veroorzaakt voor omliggende bedrijven of woningen; 8. permanente bewoning of huisvesting van tijdelijke werknemers is niet toegestaan; 9. het kampeerterrein qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; 10. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 11. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden. b. het bepaalde in 5.2 onder h en de uitoefening van verbrede landbouw, of recreatieve nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') toestaan, onder de voorwaarden dat: 1.

de activiteit blijft ondergeschikt aan het bestaand gebruik van het perceel; 2. de activiteit qua aard en omvang dient te passen bij de specifieke agrarische kwaliteit en schaal van de omgeving; 3. de maximale oppervlakte voor de recreatieve nevenactiviteit niet groter mag zijn dan 500 m², met uitzondering van voorzieningen in de op de verbeelding nader aangeduide 'wetgevingzone - recreatie-ontwikkelingsgebied', waarvoor geen maximale oppervlaktemaat geldt; 4. de activiteit niet mag leiden tot toename van bebouwing; 5. de activiteit geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen mag veroorzaken voor omliggende bedrijven of woningen; 6. de activiteit qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; 7. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 8. ondergeschikte en ondersteunende horeca is toegestaan, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m2 en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m2; 9. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; 10. sprake is van een goede ruimtelijke uitstraling. c.

het bepaalde in 5.1 onder h en toestaan dat uitsluitend bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') de bestaande opstallen worden gebruikt voor de niet-agrarische nevenactiviteit in de vorm van inpandige statische opslag van caravans, boten en daarmee vergelijkbare objecten, onder de voorwaarden dat: 1. de opslag niet mag plaatsvinden in kassen; 2. de vloeroppervlakte van de bestaande bebouwing welke wordt aangewend voor de nevenactiviteit niet meer mag bedragen dan 1000 m²; 3. detailhandel ten behoeve van deze niet-agrarische nevenactiviteit niet is toegestaan. d. het bepaalde in 5.4 onder f toestaan dat de gronden bij een agrarisch bedrijf (functietype 'agrarisch bedrijf') worden gebruikt als kampeerterrein, onder de voorwaarden dat: 1. het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft; 2. méér dan 25 kampeerplaatsen zijn toegestaan indien het agrarisch bedrijf is gelegen binnen de op de verbeelding nader aangeduide 'wro-zone - recreatie-ontwikkelingsgebied';

Regels (Vastgesteld)

27

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22r, Bedafse Hoeve Vorstenbosch 3. kampeermiddelen tot maximaal 50 m. van de grens van het agrarisch bouwvlak geplaatst mogen worden; 4. ten behoeve van het kampeerterrein geen extra bebouwing en/of verharding ten behoeve van het kleinschalig kamperen mag worden opgericht; 5. de kleinschalige kampeerplaats zorgvuldig dient te worden ingepast in het landschap; 6. geen onevenredige (extra) hinder of belemmeringen wordt veroorzaakt voor omliggende bedrijven of woningen; 7. het kampeerterrein qua situering aansluit op bestaande (en reeds geplande) infrastructuur; 8. geen noodzaak is voor aanpassing van het wegennet wegens onvoldoende capaciteit; 9. parkeren op eigen terrein zal plaatsvinden; 10. voor het kamperen geen stacaravans worden gebruikt; 11. ondergeschikte en ondersteunende horeca is toegestaan, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m2 en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m2; 12. sanitaire voorzieningen zijn uitsluitend binnen bestaande bebouwing toegestaan. e. het bepaalde in 5.4 onder h behoeve van tijdelijke huisvesting van seizoensarbeiders, onder de voorwaarden, dat: 1. uit een verkregen advies van een agrarisch deskundige is gebleken dat de tijdelijke huisvesting noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c181d60c-73a2-4ca7-a9d3-da91d5ca7a8e