RBO-notitie Inkoopopdracht specialistische jeugdhulp 2021 t/m 2023, herijkinh budgettair kader 2021 en budgettair kader specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2022 en 2023.
Tekst van het document
45.000
-
Maatwerk
220.000
100.000
Uitvoeringsbudget
205.800
205.800
210.739
214.762
€ 2.441.225
€ 2.728.375
€ 2.339.454
€ 2.262.558
P&C cyclus/jaarwerk inkoop
regieteam Totaal
-
De kosten worden conform de centrumregeling verdeeld op basis van de verdeelsleutel volledige solidariteit. Per gemeente is het beeld voor 2022 daarmee als volgt.
Tabel 10. Verdeelsleutel uitvoeringskosten RIOZ Gemeente
Verdeelsleutel 2021 e.v.
Bernheze
4,25%
Boekel
1,58%
Boxmeer
3,88%
Boxtel
5,58%
Cuijk
4,44%
Grave
2,15%
Landerd
2,17%
Meierijstad
12,68%
Mill en Sint
1,61%
Oss
17,30%
’s-
27,10%
Hubert
Uitvoeringskosten
Uitvoeringskosten
Uitvoeringskosten
116.047 43.174 105.873 152.267 121.272 58.574 59.124 345.942 43.999
99.505 37.020 90.781 130.562 103.985 50.224 50.696 296.629 37.727
96.234 35.803 87.797 126.271 100.567 48.573 49.029 286.879 36.487
471.889 739.458
404.623 634.050
391.323 613.210
42.349 107.247
36.312 91.960
35.119 88.937
197.995 123.165 € 2.728.375
169.772 105.608
164.192 102.137
€ 2.339.454
€ 2.262.558
2021
2022
2023
Hertogenbosch Sint-Anthonis
1,55%
Sint
3,93%
Michielsgestel Uden
7,26%
Vught Totaal
4,51% 100%
Vanaf 2022 vormen de gemeenten Uden en Landerd de gemeente Maashorst. En de gemeenten Cuijk, Boxmeer, Mill en Sint Hubert en Sint-Anthonis de gemeente Land van Cuijk.
Beslispunt 12 (budgettair). Instemmen met het voorgestelde uitvoeringsbudget 2022 voor RIOZ en het regieteam. En een incidenteel budget voor 2022 ter hoogte van € 45.000 voor het afwikkelen van het project nieuwe inkoop jeugdhulp en € 80.000 voor capaciteit voor het jaarwerk 2021.
14. Risicoparagraaf Pagina 24 van 26
1.
Autonome ontwikkeling 2021
In de voorgestelde herijking van de begroting 2021 is geen rekening gehouden met de autonome groei in 2021. Wanneer in gelijke tred door wordt gegaan als in 2020, kunnen de kosten voor zorg in natura in 2021 nog stijgen ten opzichte van de nu aangepaste begroting. Met name de toekenningen van
maatwerk kunnen leiden tot hogere en soms extra kosten zeker nu de regeling voor de meerkosten van Corona (zorg die voldoet aan RIVM-richtlijnen en omzetgarantie) landelijk is verlengd tot 2021. Verder is het mogelijk dat door Corona mogelijk zorg is uitgesteld en in sommige sectoren de toestroom toeneemt (GGZ).
Voor de meerkosten als gevolg van de continuïteitsbijdrage LTA (i.v.m. Corona) worden gemeenten gecompenseerd. 2.
Verschuiving budgetten van regionaal naar lokaal
Zoals aangegeven zullen vanaf 2022 de meeste budgetten door lokale gemeenten worden beheerd. Gemeenten dienen dan ook zelf via het berichtenverkeer te zorgen voor facturering. In deze notitie is een inschatting gemaakt van de lokale budgetten. Deze zijn echter gebaseerd op de huidige lumpsumfinanciering en kunnen dus vanaf 2022 per gemeente verschillen. Bovendien gelden er vanaf 2022 andere afspraken voor solidariteit, inleg en verrekening. Dit kan tot flinke verschillen per gemeente leiden. Verder merken wij hierbij op dat in de meeste gemeenten de pgb-tarieven aangepast zijn op basis van de nieuwe tarieven in het regionale productenboek. Dit zal in de meeste gevallen tot een aanpassing (verhoging) van het budget voor specialistische jeugdhulp leiden. 3.
Wijziging woonplaatsbeginsel
Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet bepaalt welke gemeente verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Het huidige woonplaatsbeginsel is gebaseerd op de woonplaats van de gezagsdrager van een jeugdige. In veel gevallen volgt het gezag niet uit de Basisregistratie Personen (BRP) en moet het gezagsregister geraadpleegd worden. Dit is een tijdrovende en specialistische activiteit en zorgt voor relatief hoge uitvoeringkosten. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kent als woonplaats van een jeugdige de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf. Voor ambulante zorg is dat dus de gemeente waar de jeugdige staat ingeschreven. Vanwege de coronacrisis is de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet uitgesteld naar 1 januari 2022. De gevolgen voor onze regiogemeenten en daarmee voor het regionale financiële kader zijn vooralsnog onbekend. Die worden pas concreet als we een beeld hebben welke jeugdigen migreren naar een andere gemeente. Dat proces loopt van 1 april tot 1 juli 2021. Voor JeugdzorgPlus zijn de mogelijke extra kosten al meegenomen in de regionale begroting. Als de wet wordt ingevoerd kan dit gevolgen hebben voor de lokale budgetten. 4.
Uitstel herijking gemeentefonds
Pagina 25 van 26
Ook de invoering van de aangepaste objectieve verdeelmodellen in het gemeentefonds is uitgesteld tot 1 januari 2023. Hierdoor kan dit jaar het budget voor voogdij en 18+ nog niet objectief worden verdeeld. Wanneer de wijziging van het woonplaatsbeginsel per 1januari 2022 wordt ingevoerd, houden beide wijzigingen gelijke tred. Ook een eerlijke verdeling van de voogdijgelden onder gemeenten te waarborgen, is de huidige compensatieregeling met een jaar verlengd. 5.
Omzetgarantie zware zorg
Eerder heeft het RBO ingestemd met het maken van afspraken omtrent omzetgaranties voor de onderrealisatie van het gegarandeerde volume/omzet zware hulpvormen. Voor omzetgaranties zijn
geen middelen opgenomen in het regionaal budgettair kader. Wanneer zich dit voordoet moet op basis van de verdeelsleutel de hieruit volgende claim worden verdeeld. Verwacht is dat hiervan geen gebruik gemaakt gaat worden.
Pagina 26 van 26