RBO-notitie Inkoopopdracht specialistische jeugdhulp 2021 t/m 2023, herijkinh budgettair kader 2021 en budgettair kader specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2022 en 2023.
Tekst van het document
RBO-notitie. Inkoopopdracht specialistische jeugdhulp 2021 t/m 2023, herijking budgettair kader 2021 en budgettair kader specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2022 en 2023 (Definitieve versie RBO breed 18 maart 2021)
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3.
Regionale Inkoopstrategie 2020-2024
2.
Regionaal beleidsplan jeugdhulp 2020 – 2023
4.
Project urgente transformatie opgaven
6.
Inkooptaken 2022
5. 7. 8. 9.
Pagina
2
2
3
3
Herijking regionaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2021
3
2022 regionaal en lokaal budgettair kader specialistische jeugdhulp
9
Regionaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 en 2023 Lokaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 en 2023
10. Fonds voorfinanciering overgang oude naar nieuwe systematiek 11. Solidariteit en verrekening
12. Nagekomen facturen en kosten
13. Uitvoeringskosten RIOZ en uitvoeringsbudget regieteam 14. Risicoparagraaf
Bijlagen
Inkoopopdracht specialistische jeugdhulp Noordoost-Brabant 2021 t/m 2023
6
10
17 21
21 22
23
25
1. Inleiding Gemeenten zijn vanaf 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van alle jeugdhulp voor jeugdigen
en/of hun ouders en opvoeders als zij ondersteuning nodig hebben bij de opvoeding. De Jeugdwet is ook ingevoerd om het jeugdstelsel te vereenvoudigen en het efficiënter en effectiever te maken. Ook
streeft de Jeugdwet naar een andere inrichting van het jeugdstelsel en is het doel het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en van het zorgende en probleemoplossende vermogen van hun gezin en hun omgeving. Waar nodig wordt integrale ondersteuning ingezet vanuit één plan en met één regisseur.
In onze regio Noordoost-Brabant hebben wij afspraken gemaakt over het inkopen van specialistische
jeugdhulp. Deze afspraken zijn vastgelegd in de centrumregeling Jeugdhulp Noordoost-Brabant 2020. Voor de uitvoering is RIOZ (Regionale inkooporganisatie Zorg) in het leven geroepen.
De inkoop van specialistische jeugdhulp is een belangrijk instrument om te voldoen aan de
verplichtingen van de Jeugdwet en draagt bij aan het behalen van de ambities van de regio. In de centrumregeling is vastgelegd dat het Regieteam jaarlijks een Inkoopopdracht specialistische
jeugdhulp opstelt en voorlegt aan het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd (RBO). Na behandeling in het RBO leggen gemeenten de Inkoopopdracht ter accordering voor aan hun colleges. Op 30 januari 2020 heeft het RBO ingestemd met de inkoopopdracht specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2021 t/m 2023. Deze is vervolgens vastgesteld in alle colleges van de
deelnemende gemeenten. Door deze meerjarige inkoopopdracht is de basis gelegd voor de aanbesteding inkoop specialistische jeugdhulp 2021 t/m 2023 (zorg in natura ZIN). Deze inkoopopdracht is nog actueel.
Deze notitie gaat in op beleidsontwikkelingen in het afgelopen jaar, de herijking van het regionaal
budgettair kader specialistische jeugdhulp 2021, en het budgettair kader specialistische jeugdhulp 2022 met een doorkijk naar 2023. De belangrijkste wijziging vanaf 2022 is, de gewijzigde
inkoopsystematiek en de consequenties hiervan dat de meeste budgetten vanaf 2022 door gemeenten zelf beheerd zullen worden. Het regionaal budgettair kader voor 2022 en 2023 zal daarom beperkt zijn.
De notitie bevat een aantal autonome ontwikkelingen en ook inhoudelijke (nieuwe) beleids- en budgettaire voorstellen, soms aanvullend op de bestaande inkoopopdracht, waar het RBO een besluit moet nemen. De diverse beslispunten zijn in deze notitie opgenomen.
2. Regionaal beleidsplan jeugdhulp 2020 – 2023 Op 12 september 2019 heeft het RBO breed ingestemd met het regionaal beleidsplan jeugdhulp 20202023. Vervolgens hebben ook alle gemeenteraden hiermee ingestemd. Dit regionaal beleidsplan is de basis voor de inkoopopdracht specialistische jeugdhulp 2020 t/m 2023. De diverse ambities zijn vertaald in de inkooptaken en in de meerjarige inkoopopdracht specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2021 t/m 2023. De inkoopopdracht is als bijlage bijgevoegd.
Pagina 2 van 26
3. Regionale inkoopstrategie 2020-2024 In de regionale inkoopstrategie 2020-2024 die op 20 december 2018 door het RBO breed is vastgesteld, is aangegeven wat de regio Noordoost-Brabant wil bereiken voor de jeugdigen in de regio. Concreet betekent dit:
Goede ondersteuning voor jeugdigen, gezin en systeem
Integrale ondersteuning die aansluit bij de integrale vraag (1 gezin, 1 plan)
Ondersteuning zo licht mogelijk
Ondersteuning zoveel mogelijk in de eigen omgeving dichtbij huis
Ondersteuning aansluitend bij leefwereld van de jeugdigen
Goede aansluiting op het gebied van onderwijs en hulpverlening en binnen de verschillende onderdelen van het sociaal domein
Toekomstbestendige jeugdhulpverlening, met aandacht voor overgang naar volwassenheid
De ambities zijn vertaald in inkooptaken en in de meerjarige inkoopopdracht specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2021 t/m 2023.
4. Project urgente transformatie opgaven De afgelopen jaren heeft in onze regio het regionale project urgente transformatie-opgaven gedraaid. Gemeenten hebben hiervoor gezamenlijk een projectbudget beschikbaar gesteld. Door dit project hebben jeugdhulpaanbieders nieuwe hulpvormen opgebouwd en zijn er vanaf 2020 hulpvormen met verblijf afgebouwd. Het project liep formeel per 31 december 2020 af. In het RBO van 17 december 2020 is het evaluatierapport besproken en heeft het RBO de volgende besluiten genomen:
Instrumenten die voor een hogere zorgwaarde hebben gezorgd borgen, sommige verbreden en andere instrumenten doorontwikkelen. Alle cliëntgebonden producten zijn in het Productenboek opgenomen en worden vanuit het ZIN-budget bekostigd. Andere producten worden via een nader te bepalen inkoopwijze voortgezet of zitten in het restant projectbudget.
Stimuleren van structurele opbouw van ambulante- en gezinsgerichte zorg voor jeugdigen met een complexe zorgvraag zodat daarin geen schaarste meer is en residentieel verblijf en klinische opname wordt voorkomen.
Voor de jaren 2021 t/m 2023 wordt een implementatietraject ingericht.
De voortzetting en doorontwikkeling kan tot en met 2023 uit de resterende projectmiddelen betaald worden. Dit projectbudget is niet meegenomen in dit budgettair kader.
Het is belangrijk om de in gang gezette lijn voor het inzetten van alternatieven voor verblijfszorg de komende jaren ook door te zetten. In deze notitie gaan we niet verder in op het project transformatie opgaven. Hiervoor verwijzen wij naar de behandeling in het RBO van 17 december 2020.
5. Herijking regionaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2021
Pagina 3 van 26
Op 30 januari 2020 heeft het RBO het regionaal budgettair kader specialistische jeugdhulp 2021 vastgesteld op basis van de inkoopopdracht 2021 t/m 2023.
Dit budgettair kader is door het RBO herijkt in juni 2020 als gevolg van het uitstellen van het
woonplaatsbeginsel en het uittreden van de gemeente Haaren. Het totaalbudget voor het regionaal budgettair kader is toen voor 2021 bijgesteld van € 134,5 mln naar € 135,6 mln. De jaren 2022 en 2023 zijn toen niet aangepast.
Verder kon de oorspronkelijk beoogde aanbesteding voor de inkoop van specialistische jeugdhulp niet doorgaan en is er voor 2021 gekozen voor een noodscenario. Daarom zijn de budgetten toch regionaal gebleven in plaats van lokaal zoals in januari 2020 besloten is.
Inmiddels zijn de voorlopige cijfers 2020 bekend van de autonome ontwikkeling van zorg in natura over 2020. Deze bedraagt € 4,9 mln extra op basis van de voorlopige cijfers. We houden rekening met een autonome stijging van ruim € 3,3 mln1 omdat de uitgaven in het regionale project transformatie
opgaven € 1,6 mln lager zijn uitgevallen dan begroot. Namelijk € 1,9 mln in plaats van € 3,5 mln. Het gaat hier om een stijging van 3,3 mln structureel als gevolg van een groei in het toegekend maatwerk budget in 2020, ca 2,4% van het totale macro kader. Het is niet mogelijk om een exacte verklaring te geven voor deze groei. Geconstateerd kan worden dat ook landelijk sprake is van groei. In het rapport “Stelsel in groei” een onderzoek naar tekorten in de
jeugdhulp wordt o.a. aangegeven dat er te weinig uitstroom is. Verder wordt ook aangegeven dat de
vraag naar zorg in een land met hoge welvaart de neiging heeft om relatief onbegrensd te zijn. Ook in onze regio is deze constatering gedaan. Wij verwijzen in dit verband naar de regionale notitie
Reikwijdte van de Jeugdwet en begrenzing inzet gespecialiseerde jeugdhulp die op 17 december 2020 door het RBO is vastgesteld. De aanbevelingen uit deze notitie worden komende tijd uitgewerkt. Ook het Centraal Plan Bureau geeft aan dat een jaarlijkse groei van 2% van zorguitgaven verklaard kan worden door toenemende welvaart. 2
Wij stellen voor om nu het regionaal budgettair kader voor 2021 te herijken en dit zoveel mogelijk in
lijn te brengen met de realisatie in 2020. Het regionaal budgettair kader voor 2021 komt daarmee uit op € 138,9 mln.
Tabel 1. Voorstel voor herijking regionaal budgettair kader specialistische jeugdhulp 2021 Omschrijving
Budgettair kader 2021
Voorstel 2021 inclusief
bijgesteld juni 2020
autonome groei
JeugdzorgPlus
4.462.173
4.462.173
LTA
11.981.344
11.981.344
Gecertificeerde instellingen
12.797.052
12.797.052
Veilig Thuis
4.960.681
4.960.681
Civiel Traject Beraad ZIN kader Totaal budgettair kader Noordoost Brabant
Door afronding minimale verschillen
€
87.464
87.464
101.315.721
104.629.001
135.604.436
€ 138.917.715
€ 135.604.435
1
Hierbij moet opgemerkt worden dat in 2020 op GI’s, Veilig Thuis en JeugdzorgPlus incidentele voordelen zijn gerealiseerd 2 CPB Gezondheid loont: Tussen keuze en solidariteit 2013 Pagina 4 van 26
Wij merken hierbij op dat de voorgestelde begroting 2021 van 138,9 mln geen rekening houdt met
autonome groei in 2021. Verder is ook geen rekening gehouden met de eventuele meerkosten Corona. Vooralsnog gaan wij ervan uit, dat op basis van het huidige beleid de groei beperkt blijft en dat geen sprake zal zijn van verdere volumestijging. Wanneer de groei zich wel doorzet leidt dat tot een
overschrijding van het regionaal budgettair kader 2021. Deze kosten worden dan verdeeld volgens de verdeelsleutel van de Centrumregeling 2020.
Tabel 2. Verdeelsleutel herijkt budget 2021 Gemeente
Concept
verdeelsleutel
Voorlopige inleg
solidair*
RBO 3-6-2020**
2021 niet
RBO 3-6-2020 Bernheze
2021
Voorlopige
Verschil
inleg 2021
Vught **
4,00% 1,17% 4,42% 7,78% 3,89% 2,67% 2,95% 11,40% 1,80% 17,84% 25,73% 1,27% 3,82% 7,32% 3,94%
€ 5.425.549 € 1.584.505 € 5.987.124 € 10.551.472 € 5.276.071 € 3.615.066 € 3.998.407 € 15.460.572 € 2.442.568 € 24.197.455 € 34.896.112 € 1.721.546 € 5.181.041 € 9.757.683 € 5.509.267
€ 5.558.114 € 1.623.220 € 6.133.409 € 10.809.280 € 5.404.984 € 3.703.394 € 4.096.102 € 15.838.326 € 2.502.249 € 24.788.681 € 35.748.742 € 1.763.609 € 5.307.631 € 10.166.483 € 5.473.490
€ 132.565 € 38.715 € 146.286 € 257.808 € 128.912 € 88.328 € 97.695 € 377.755 € 59.680 € 591.226 € 852.631 € 42.063 € 126.591 € 408.800 € -35.777
Totaal
100,00%
€ 135.604.436
€ 138.917.715
€ 3.313.278
Boekel Boxmeer Boxtel Cuijk Grave Landerd Meierijstad Mill en St Hubert Oss ’s-Hertogenbosch Sint-Anthonis Sint-Michielsgestel Uden **
* Inclusief aanpassing Uden en Vught i.v.m. correctie LTA (RBO 26-11-2021). De definitieve verdeelsleutel 2021 volgt n.a.v. doorrekening met definitieve aantallen 2020 (RBO 8-7-2021 regionaal beschikbaar).
** Foutief bedrag bij Uden en Vught i.v.m. doorrekening o.b.v. foutief geboekte LTA-factuur 2018
Beslispunt 1 (budgettair). Instemmen met herijking regionaal budgettair kader specialistische jeugdhulp 2021 en het budget verhogen tot € 138,9 mln.
1. Meerkosten Corona zorgaanbieders 2021 Om te voorkomen dat zorgaanbieders vanwege de coronacrisis in financiële problemen komen, zijn in 2020 landelijke afspraken gemaakt. Dit betrof: a.
Een regeling op basis waarvan zorgaanbieders kosten konden declareren die zij hebben gemaakt om zorg te kunnen blijven continueren die voldoet aan de RIVM-richtlijnen.
Pagina 5 van 26
b.
Borgen van continuïteit van financiering, ongeacht geleverde prestaties en het garanderen van de omzet van maart tot en met juni 2020.
De Coronacrisis is nog altijd niet ten einde. De meerkostenregeling is daarom verlengd voor heel 2021. Het Ketenbureau i-Sociaal Domein heeft een technische handreiking gemaakt met een werkwijze hoe gemeenten en aanbieders de meerkosten berekenen en verrekenen. Hierin is ook meegenomen
dat aanbieders de minderkosten met de meerkosten dienen te verrekenen. Op basis van de technische handreiking is ook het declaratieformat aangepast ten opzichte van de versie van 2020. Daarnaast
heeft de VNG afspraken met het Rijk gemaakt over de vergoeding van meerkosten door vaccinatie van medewerkers in de gehandicaptenzorg en WMO-ondersteuning voor dementerende ouderen.
De omzetgarantie is in principe sinds juli 2020 al van de baan, maar gemeenten waren wel opgeroepen om waar nodig maatwerkafspraken te maken indien dit in het licht van continuïteit van zorg en instandhouding van het zorglandschap noodzakelijk is. Hiervoor is er landelijk een gespreksleidraad opgesteld. De oproep aan gemeenten geldt ook weer voor 2021. Vanwege de
financieringssystematiek in de regio Noordoost-Brabant hebben gecontracteerde aanbieders over heel 2020 een omzetgarantie gekregen. Dit is niet het geval voor 2021. Voor beide onderdelen is het niet mogelijk een betrouwbare inschatting van de kosten te maken.
Enerzijds omdat het niet te voorspellen is hoe lang de Coronacrisis nog voortduurt. Anderzijds omdat de specifieke financiële gevolgen van de Coronacrisis voor zorgaanbieders niet te voorspellen zijn. De VNG heeft met het Rijk de principeafspraak gemaakt dat gemeenten reëel worden gecompenseerd voor de kosten die zij maken als gevolg van de coronamaatregelen. Net als in 2020 stelt het Rijk de hoogte van de compensatie vast op basis van een extern onderzoek naar de meerkosten. In de
voorjaarsnota 2021 wordt er een inschatting naar de omvang van de meerkosten opgenomen, aan de hand van extrapolatie van meerkosten in 2020. Daarbij is afgesproken dat deze raming wordt geactualiseerd in de najaarsnota, op basis van de conclusies uit het onderzoek.
Beslispunt 2. Instemmen met: a. Het in 2021 uitvoeren van de landelijk gemaakte afspraken omtrent de vergoeding van meerkosten die gecontracteerde zorgaanbieders maken om zorg te kunnen blijven continueren die voldoet aan de RIVM-richtlijnen. b. Het verlenen van mandaat aan RIOZ om zo nodig maatwerkafspraken met zorgaanbieders te maken over continuïteitsbijdragen aan de hand van de handreiking. c. Voor de twee punten geen budgetplafond toe te passen en de kosten te verdelen over de regiogemeenten op basis van de verdeelsleutel volledige solidariteit van de centrumregeling.
6. Inkooptaken 2022 De doelstellingen voor de regionale inkoop 2021 zijn gebaseerd op de ambities in het regionaal
beleidsplan jeugdhulp 2020 – 2023 en de actielijnen die daarin zijn geformuleerd. Inkoop is één van de middelen die een bijdrage kan leveren aan het behalen van deze doelstellingen. In het regionaal
beleidsplan is actielijn 5 specifiek ingezoomd op de ambities (waar zetten we op in) te behalen met behulp van inkoop.
Pagina 6 van 26
De inkooptaken 2022 zijn gelijk aan die van 2021 en zijn opgenomen in de regionale inkoopopdracht specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2021 t/m 2023. In het RBO van 30 januari 2020 is de inkoopopdracht vastgesteld. Voor de volledigheid noemen we ze in deze notitie nogmaals. Ambities A
Er is voldoende passende hulp voor
Inkooptaken 1
jeugdigen die dit nodig hebben
Een realistische inschatting van de benodigde hoeveelheid gespecialiseerde jeugdhulp is op
basis van beschikbare gegevens over het gebruik van de afgelopen jaren opgesteld.
RIOZ krijgt de opdracht om binnen deze geraamde volumes gespecialiseerde jeugdhulp in te kopen B
Jeugdigen en ouders die
gespecialiseerde jeugdhulp nodig
2
De inkoop van gespecialiseerde jeugdhulp wordt
zo vormgegeven dat er zo veel mogelijk op maat
hebben, krijgen dit tijdig, zo kort
hulp kan worden ingezet voor een jeugdige of
mogelijk in de eigen leefomgeving
over de regio en voldoende hulp dichtbij is een
of lang als nodig is, en zo dicht
zijn ouders, zo kort of lang als nodig. Spreiding
aangeboden
belangrijk criterium bij de keuze waar hulp wordt ingekocht.
C
Een evenwichtiger zorglandschap
realiseren waarin er meer
3
RIOZ koopt jeugdhulp zodanig in dat:
(intensieve) jeugdhulp zonder
verblijf en gezinsgericht verblijf en
dit gewenst is
pleegzorg beschikbaar is. En
minder jeugdhulp met verblijf
Een groei mogelijk is voor vormen waarvoor Jeugdhulp met verblijf waar dat niet gewenst is wordt beperkt
Aanbieders bij verwijzingen door derden dezelfde criteria voor de inzet van hulp hanteren als de gemeentelijke toegang
D
Minder ouders en jeugdigen doen
een beroep op gespecialiseerde
Zie inkooptaak 3
jeugdhulp E
Minder ouders en jeugdigen doen
een beroep op zware
Zie inkooptaak 3
gespecialiseerde jeugdhulp. Op 31 december 2023 is het aantal
jeugdigen met residentiële hulp
midden en zwaar gedaald t.o.v. 1 januari 2021 F
Op 31 december 2023 is het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van
Zie inkooptaak 3
zware ambulante jeugdhulp gelijk
gebleven t.o.v. 1 januari 2021. Dit
komt omdat we in het kader van de transformatie zwaar residentiële jeugdhulp afbouwen. Hierdoor ontstaat een grotere vraag naar zware ambulante jeugdhulp G
Op 31 december 2023 is een
Zie inkooptaak 3
verschuiving te zien van het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van
Pagina 7 van 26
Ambities
Inkooptaken
lichte hulp ten opzichte van jeugdigen die gebruik maken van zware hulp H
Er is meer gespecialiseerde
jeugdhulp uit het LTA beschikbaar
4
RIOZ krijgt ruimte om regionale initiatieven voor
LTA in te kopen zowel qua producten, volume als
binnen onze regio. Op 31
budgetten, vanuit het budget dat nu beschikbaar
t.o.v. 1 januari 2021 afgenomen
passende hulp krijgen
december 2023 is het LTA budget
is voor LTA, zodat jeugdigen eerder dicht bij huis
door opbouw van vergelijkbare regionale alternatieven I
Op 31 december is het aantal
verlengde jeugdhulp niet
5
toegenomen t.o.v. 1 januari 2021
RIOZ organiseert dat jeugdhulpaanbieders samen
met de toegang vanaf 16,5 jaar werken aan een toekomstgericht plan voor jeugdigen
(levensbreed). Waar mogelijk wordt bij de inkoop afgestemd op de inkoop van producten in WMO en beschermd wonen zodat er passend
hulpaanbod is voor jeugdigen die 18 jaar worden J
Minder plaatsingen in gesloten
jeugdzorg (JeugdzorgPlus). Op 31
6
december 2023 is het aantal
alternatieven en aansluiting van JeugdzorgPlus
gesloten plaatsingen verminderd k
Randvoorwaarden.
Het bepalen van de juiste hulp op
op jeugdhulp in de regio 7
De wijze van inkopen faciliteert het werken in
deze driehoek en maakt mogelijk dat de
maat wordt gedaan in de driehoek
jeugdhulpaanbieders samen werken met de
aanbieder
voordat een hulptraject voor een jeugdige wordt
jeugdige (ouders), toegang en
L
De inbreng van het RIOZ in de bovenregionale
inkoop van jeugdzorg plus door voldoende
Administratieve eenvoud voor
gemeenten, aanbieders, inwoners
toegang en waar nodig hun expertise inzetten gestart 8
en toegang waardoor zo veel
De wijze van inkoop bekostigen, monitoren en
verantwoorden is administratief zo eenvoudig
mogelijk voor alle betrokkenen en dient aan te
mogelijk middelen naar jeugdhulp
sluiten bij de landelijke standaarden
kunnen M
Doelmatige inkoop.
9
Doelmatige inkoop waarbij reële tarieven voor de dienstverlening worden afgesproken
Zoals aangegeven is de meerjarige inkoopopdracht specialistische jeugdhulp 2021 t/m 2023 vastgesteld en stellen wij geen wijziging voor. Wel willen wij in deze notitie aandacht vragen voor het volgende punt: In het regionaal beleidsplan jeugdhulp 2020 – 2023 is de ambitie opgenomen dat het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van zware ambulante jeugdhulp (netwerk intensief specialistisch) gelijk blijft vanaf 1 januari 2021.
In het licht van het project transformatie opgave zijn zware verblijfsvormen afgebouwd en onder
andere ambulante trajecten ontwikkeld. Hierdoor ontstaat een grotere vraag naar zware ambulante
jeugdhulp. Als we ernaar streven om de omvang van zware ambulante jeugdhulp gelijk te houden (zie ambitie F), is het wellicht nodig om (voor een andere doelgroep) zware ambulante hulp af te schalen
naar lichtere ambulante hulp. Dit past in de regionale visie zo licht waar mogelijk hulp in te zetten, “de beweging naar voren”.
Pagina 8 van 26
We gaan in 2021 de vraag naar zware ambulante jeugdhulp monitoren en bezien of afschaling naar lichtere ambulante jeugdhulp mogelijk is. Dit wordt meegenomen als onderdeel van de doorontwikkeling van het project urgente transformatie opgaven.
7. In 2022 een regionaal én een lokaal budgettair kader specialistische jeugdhulp Zoals hiervoor is aangegeven, is het besluit genomen om vanaf 2021 te kiezen voor een andere financieringssystematiek. Door de Coronacrisis is de invoering van deze nieuwe inkoop een jaar
vertraagd. In 2021 werken we met een noodscenario en is een eerste stap gezet om te komen tot inspanningsgerichte bekostiging.
Vanaf 2022 zal inspanningsgerichte bekostiging worden ingevoerd en zal het grootste deel van de budgetten voor inkoop van specialistische jeugdhulp beheerd worden door lokale gemeenten. In de
volgende tabel is een totaalplaatje opgenomen van alle posten specialistische jeugdhulp regionaal en lokaal.
In hoofdstuk 8 worden alle posten van het regionaal budgettair kader specialistische jeugdhulp 2022 met mutaties en ontwikkelingen toegelicht.
In hoofdstuk 9 wordt ingegaan op het lokaal budgettair kader.
Tabel 3. Totaal kader inkoop specialistische jeugdhulp 2021, 2022 en 2023 (regionaal en lokaal) Omschrijving
Regionaal
Herijkt
Mutaties
Regionaal en
Doorkijk
kader 2021
budgettair
budget
budgettair
prijsindex
budgettair
vastgesteld in juni 2020
regionaal
i.v.m.
kader 2021
2022 zie
stuk 5
5 en 8
zie hoofd-
ook tabel 4,
lokaal
2023 inclusief
kader 2022
REGIONAAL DEEL JeugdzorgPlus
4.462.173
4.462.173
+ 1.053.073
LTA (2021 nog
11.981.344
11.981.344
Gaat naar
12.797.052
12.797.052
- 11.297.052
1.545.000
1.591.350
gaat naar
instellingen inclusief
lokaal.
spoedeisende zorg
(2021 nog regionaal) Veilig Thuis
5.680.703
lokaal
regionaal) Gecertificeerde
5.515.246
4.960.681
4.960.681
Civiel Traject Beraad
87.464
87.464
Zorg in natura (2021
101.315.721
104.629.001
+
45.000 4.960.681
4.960.681
+
25.536
113.300
116.699
+ 2.958.129
2.958.129
3.046.873
2.500.000
2.575.000
€ 17.592.356
€ 17.971.306
nog regionaal)
Beschikbaarheid
Komt uit ZIN
crisishulp
Excessieve casussen /
+ 2.500.000 Komt uit ZIN
maatwerk solidair Sub-totaal
€ 135.604,436
€ 138.917.315
LOKAAL vanaf 2022 LTA
- 2.556.489
9.424.855
9.707.600
GI lokaal deel
11.297.052
11.635.964
11.985.043
naar lokaal + index 338.912
Zorg in Natura Sub-totaal
- 2.355.764
102.273.237
105.341.434
€ 123.334.056
€ 127.034.077
Pagina 9 van 26
Totaal
€ 135.604.436
afrondingsverschillen
€ 138.917.715
€ 140.926.412
€ 145.005.383
135.604.435
Het budgettaire kader valt dus voor 2022 uiteen in twee delen: a.
Een regionale begroting
Op basis van de regionale begroting zal de inleg per gemeente worden bepaald. Hierin zitten de onderdelen die we centraal blijven bekostigen. Dit zijn de kosten voor:
JeugdzorgPlus (zie hoofdstuk 8.1)
Spoedeisende zorg en een beperkt deel voor de Gecertificeerde instellingen (zie hoofdstuk 8.2)
Veilig Thuis (zie hoofdstuk 8.3)
Civiel Trajectberaad (zie hoofdstuk 8.4)
Beschikbaarheid crisishulp (zie hoofdstuk 8.5)
Excessieve casuïstiek indien hiervoor een definitief besluit genomen wordt (zie hoofdstuk 8.6) Uitvoeringskosten van RIOZ en regionaal werkbudget (zie hoofdstuk 13)
Alle posten worden in deze notitie toegelicht. Door het RBO is op 30 januari 2020 besloten om de tarieven van de inkoopopdracht jaarlijks te
indexeren. Voor de indexering wordt de OVA (Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling) gehanteerd. Dit is een verhouding tussen het prijsindexcijfer personele en materiële kosten.
Voor 2022 wordt dit cijfer ingeschat op 3%. Alle regionale budgetten (behalve voor Veilig Thuis) zijn daarom met 3% verhoogd. Dit is in de notitie niet als een apart beslispunt opgenomen. Voor Veilig Thuis is een andere keuze gemaakt. Dit wordt in deze notitie toegelicht. De verhoging van de budgetten met deze indexering wordt niet als apart beslispunt opgenomen. b.
Een lokale begroting
Alle specialistische jeugdhulp die wordt bekostigd via inspannings-bekostiging (zowel licht als zwaar, de trajecten van de Gecertificeerde instellingen en de LTA-trajecten) wordt vanaf 2022 lokaal begroot en betaald.
Gemeenten dienen zelf een inschatting te maken van het benodigde budget passend bij het (gewenste) voorzieningenniveau dat nodig is om jeugdigen en hun opvoeders de hulp te bieden die zij nodig hebben.
RIOZ heeft een inschatting gemaakt van het benodigde macrobudget voor 2022 en 2023 op basis van de te verwachten loon/prijs bijstellingen en het werkelijk zorggebruik in 2020 (zie hoofdstuk 9). Het gaat om de budgetten voor:
LTA (Landelijke Transitie Arrangementen) (zie hoofdstuk 9.1)
Trajecten Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (zie hoofdstuk 9.2)
Zorg in natura behalve een budget voor beschikbaarheid crisishulp (zie hoofdstuk 9.3)
8. Regionaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 en 2023
Pagina 10 van 26
Vanaf 2022 zitten de volgende posten in de regionale begroting: JeugdzorgPlus, Gecertificeerde
Instellingen en spoedeisende zorg, Veilig Thuis, Civiel Trajectberaad, beschikbaarheid crisishulp en excessieve casuïstiek.
We hebben een inschatting gemaakt van de regionale kosten voor 2022 en een doorkijk opgenomen voor 2023. Alle posten worden hierna toegelicht.
8.1.
JeugdzorgPlus
Per 1 januari 2021 hebben alle gemeenten in het Landsdeel Zuid Oost nieuwe contracten gesloten voor JeugdzorgPlus. De looptijd van de contracten, is gelet op de landelijke Norm voor Opdrachtgeverschap, gesteld op 4 jaar, met opties voor verlenging. Uitgangspunt is de beschikbaarheid van 102 plekken in het Landsdeel zuid waarbij onze regio is aangesloten. Het gaat hier echter om een open eind
financiering. Als er meer plekken nodig zijn, dan vooraf afgesproken, moet bijbetaald worden. Vooralsnog wordt verwacht dat er voldoende plekken zijn.
Verder is landelijk overeengekomen dat gemeenten ook de Normatieve Huisvestings Component (NHC) gaan betalen. De verhoging van de NHC brengt naar verwachting ca € 400.000,-- aan extra kosten
met zich mee. Gemeenten zijn hiervoor gecompenseerd via de Algemene uitkering. De afgelopen jaren is het gebruik van JeugdzorgPlus gedaald. Door dit lage zorggebruik en de regionale kostendeling
kunnen de kosten voor NHC vooralsnog worden gedekt binnen het financieel kader. Omdat sprake is van open eind financiering en plaatsingen veelal gedwongen zijn door de rechtbank, kan geen zekerheid worden gegeven. Voorgesteld wordt echter om de regionale begroting voor 2022 toch te verhogen met 20% als gevolg van de wijziging van het Woonplaatsbeginsel (WPB). Reden is dat er geen aanbieders zijn gevestigd
binnen de grenzen van de regio Noordoost-Brabant. De jeugdigen met een voogdij-maatregel uit de regio Noordoost die daar nu verblijven, komen voor rekening van de gemeenten volgens het huidige
woonplaatsbeginsel. Dat zijn de gemeenten Deurne (Bijzonder Jeugdwerk), Zetten (OG-Heldering), en Cadier en Keer (Via Jeugd). Na wijziging van het woonplaatsbeginsel komen zij voor rekening van de regio Noordoost-Brabant. Er komen dus jeugdigen en kosten bij voor de regio. Gemeenten worden
hiervoor niet gecompenseerd. Omdat alle JeugdzorgPlus instellingen buiten de regio gevestigd zijn zien we bij onze jeugdigen met een voogdij-maatregel een stijging van de kosten.
Door de overheveling van de NHC naar gemeenten per 1 januari 2021 laat de begroting geen ruimte voor deze extra jeugdigen vanaf 2022. Gemeenten worden hiervoor niet gecompenseerd.
Beslispunt 3 (budgettair). Instemmen met verhoging van het regionaal budget voor JeugdzorgPlus voor 2022 met € 1.053.073,--. In het regionaal budgettair kader specialistische jeugdhulp voor 2022 een budget opnemen van € 5.515.246,--.
8.2. a.
Gecertificeerde Instellingen en Spoedeisende zorg
Gecertificeerde instellingen (GI’s)
Met ingang van 1 januari 2020 zijn voor onze regio nieuwe overeenkomsten afgesloten met
Gecertificeerde instellingen. Deze zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming
Pagina 11 van 26
en jeugdreclassering. Voor onze regio zijn dat Jeugdbescherming Brabant (JBB), William Schrikker
Stichting en Leger des Heils. De looptijd van deze overeenkomsten is 2 jaar met een mogelijkheid om deze overeenkomsten 2 keer met 2 jaar te verlengen. In 2021 wordt bepaald of de bestaande overeenkomsten worden verlengd.
Eind 2019 is een rapport verschenen van de inspecties van Justitie en Veiligheid en Gezondheidszorg en Jeugd over de kwaliteit van de veiligheidsketen (Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd). Dit rapport heeft geleid tot intensivering van het overleg en de samenwerking met de GI’s en zal een rol spelen bij de uitvoering van de overeenkomsten.
b.
Spoedeisende zorg (SEZ)
Spoedeisende zorg (SEZ) is in onze regio ondergebracht bij Jeugdbescherming Brabant (JBB), een
gecertificeerde instelling. Hiervoor is een bedrag opgenomen in het regionaal budgettair kader bij gecertificeerde instellingen.
Spoedeisende zorg (ook wel crisisdienst jeugd genoemd) heeft een bereikbaarheid van 7 x 24 uur, en zorgt het aanpakken voor crisissituaties buiten kantoortijden (procescoördinatie). Het team
spoedeisende zorg handelt crisissituaties telefonisch af of gaat er naar toe. SEZ is ook gemandateerd om crisishulp (= gespecialiseerde jeugdhulp) in te zetten. Zo nodig werkt SEZ samen met lokale toegangsteams als er sprake is van crisiszorg binnen kantoortijden. De overeenkomst met JBB en dus ook voor SEZ stopt per 1 januari 2022. Dit betekent dat er dit jaar nog nieuwe afspraken gemaakt moeten worden. Het regieteam heeft inmiddels aan RIOZ een opdracht verstrekt om op basis van het regionaal budgettair kader 2022, afspraken te maken over de spoedeisende zorg per 1 januari 2022.
c.
Regionaal budget 2022 voor de Gecertificeerde instellingen
In het regionaal budgettair kader voor 2021 was een bedrag van € 12.797.052,-- opgenomen voor
trajecten jeugdbescherming/jeugdreclassering en spoedeisende zorg. Het grootste deel van dit budget (€ 11.297.052,--) gaat vanaf 2022 naar lokale gemeenten voor de bekostiging van de maatregelen Jeugdbescherming/jeugdreclassering. Er blijft dan een regionaal budget over van € 1.500.000,--. Na verhoging met 3% loon/prijs ontwikkeling komt dit neer op € 1.545.000,--. Dit budget is opgenomen in het regionaal budgettair kader specialistische jeugdhulp 2022 en is nodig voor spoedeisende zorg en een reservering voor een
mogelijke correctie van de tarieven op basis van het tarieven onderzoek dat nog loopt (zat ook in het budgettair kader 2021). Het betreft hier dus een autonome ontwikkeling.
8.3.
Veilig Thuis
Waar het gaat om de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn gemeenten verantwoordelijk voor o.a. het borgen van signalering van huiselijk geweld en kindermishandeling. De
gemeente voert de regie op de samenwerking met en tussen veel partners. Voor Veilig Thuis is in 2019 een traject gelopen rond de afstemming van de dienstverlening op de vraag van gemeenten. Met
ingang van 1 januari 2020 is de opdracht van Veilig Thuis herijkt in lijn met de nieuwe afspraken. Het budget voor Veilig Thuis is op basis van een reële begroting in lijn gebracht met de taken die we van
hen vragen. Daarnaast is per 2020 geregeld dat het gerealiseerd volume meeweegt in de bekostiging
Pagina 12 van 26
van Veilig Thuis. Rekening houdend met de meest actuele inzichten (zowel inkomsten als uitgaven), inclusief een 5% groei scenario, is de begroting realistisch.
RIOZ voert het proces van inkoop en contractmanagement voor Veilig Thuis uit. Voor de gemeenten verandert er in de uitvoering vooralsnog niets. Wel zijn er ontwikkelingen te melden over de
beschikbare budgetten voor Veilig Thuis. Graag lichten wij de effecten op het regionaal budgettair kader toe.
De kosten voor Veilig Thuis worden gedekt uit de doeluitkering Vrouwenopvang via de centrum-
gemeente ’s-Hertogenbosch, de middelen voor de vernieuwde meldcode en uit jeugdmiddelen. De
gemeenten droegen tot en met 2020 ook zelf € 0,13 per inwoner bij via subsidie. Dit geld is vanwege administratieve versimpeling opgegaan in het regionaal budgettair kader jeugdhulp. Veilig Thuis heeft er in 2018 taken bijgekregen vanuit de wet verbeterde meldcode. De gemeente ’sHertogenbosch ontvangt hiervoor jaarlijks geld van het Rijk. En stelt deze beschikbaar aan Veilig
Thuis. Het bedrag voor de meldcode loopt tot en met 2021 jaarlijks op tot € 1,1 mln structureel. Uit landelijk onderzoek naar de wachtlijstproblematiek bij Veilig Thuis is gebleken dat de impact van
de verbeterde meldcode (fors) groter is dan waar het Rijk aanvankelijk van uit ging. Via de september circulaire 2020 is met ingang van 2020 daarom structureel aanvullend € 1,1 mln toegekend aan de
gemeente ’s-Hertogenbosch. Ook deze middelen zijn door het college van B en W van de gemeente ’sHertogenbosch beschikbaar gesteld voor Veilig Thuis.
Beslispunt 4 (budgettair). Het budget Veilig Thuis niet wijzigen. In het regionaal budgettair kader specialistische jeugdhulp voor 2022 een budget opnemen van € 4.960.681,--
8.4.
Civiel Trajectberaad
Het Civiel Trajectberaad is gestart tijdens de projectperiode van het regionaal project urgente
Transformatie opgaven en is ingericht om plaatsingen in JeugdzorgPlus terug te dringen of te verkorten. Het Civiel Trajectberaad heeft ook een rol als kinderen terugkeren vanuit gesloten plaatsingen.
Door het RBO is besloten om dit overleg te continueren. Er moet nog een besluit genomen worden of dit lokaal afgerekend gaat worden of regionaal. Wij stellen voor om dit regionaal te houden.
In het kader van de doorontwikkeling van het regionale project transformatie opgaven moeten er meer overlegstructuren worden doorontwikkeld en/of samengevoegd. Bekeken gaat worden of er een
regionaal intersectoraal overleg kan worden gerealiseerd voor residentieel, klinisch en JeugdzorgPlus. Het Civiel Trajectberaad kan hier dan onderdeel van uitmaken. Het regionaal budget is in lijn gebracht met de werkelijke kosten gebaseerd op de tarieven voor
consultatie en advies inclusief indexering. Het bedrag komt daarmee uit op € 113.300,-- in 2022. Om de inzet van het Civiel Trajectberaad te stimuleren stellen wij voor om voor een gesloten plaatsing altijd een advies in te winnen van het Civiel Trajectberaad. Het gaat hier om het traject voordat de
Pagina 13 van 26
Rechter een uitspraak doet. Wij vinden het nu nog te vroeg om hier een bindend advies van te maken.
We gaan deze ontwikkeling goed volgen en komen wellicht in een later stadium met een voorstel voor aanvullende besluitvorming.
Beslispunt 5 (budgettair/inhoudelijk). a. Gemeenten leggen voor de financiering en beschikbaarheid van het Civiel Trajectberaad een bedrag in van € 113.300,-- op basis van verdeelsleutel volledige solidariteit zoals opgenomen in de Centrumregeling 2020. b. Voordat over gegaan wordt tot een plaatsing in gesloten jeugdzorg altijd een advies inwinnen van het Civiel Trajectberaad. c. Komende tijd deze ontwikkeling goed volgen en afhankelijk van de bevindingen een voorstel uitwerken om eventueel te komen tot bindende advisering van het Civiel Trajectberaad.
8.5.
Beschikbaarheid crisishulp
Crisishulp is onderverdeeld in acute GGZ en overige crisishulp (ambulante en residentiële crisishulp). De acute GGZ wordt ingekocht via zorg in natura.
Voor de beschikbaarheid van de overige crisishulp willen gemeenten dat te allen tijde een zo passend mogelijke plek beschikbaar is voor jeugdigen. Om dit mogelijk te maken wordt met een beperkte groep jeugdhulpaanbieders afgesproken om gezamenlijk voldoende crisisplekken beschikbaar te houden voor jeugdigen die in een crisissituatie terecht komen. Een crisisplek is waar mogelijk ambulant in het gezin, en waar dat niet mogelijk is, plaatsing in een crisispleeggezin of een residentiële plek. Voor deze taakstelling is vanaf 2022 een apart budget opgenomen in het regionaal budgettair kader 2022. Het budget is tot en met 2021 opgenomen in het budget zorg in natura. Om de
doorontwikkeling van deze taak mogelijk te maken is er voor gekozen deze in de vorm van taakfinanciering in te kopen.
Het regionaal budget voor beschikbaarheid crisishulp is voor 2022 bepaald op € 2.958.129,--. De inleg van de gemeenten is gebaseerd op de verdeelsleutel zoals vermeld in de Centrumregeling 2020. Na afloop van het boekjaar wordt een eventuele over- of onderschrijding op het budget
beschikbaarheid crisishulp afgerekend op basis van de verdeelsleutel van de Centrumregeling volledige solidariteit3.
Beslispunt 6 (inhoudelijk en budgettair). Gemeenten leggen voor de financiering en beschikbaarheid van crisishulp een bedrag in van € 2.958.129,--. Na afloop van het boekjaar wordt een eventuele over- of onderschrijding op het budget beschikbaarheid crisishulp afgerekend op basis van de verdeelsleutel volledige solidariteit zoals opgenomen in de Centrumregeling 2020.
3
Deze verdeelsleutel is in juni 2020 aangepast vanwege de uittreding van de gemeente Haaren Pagina 14 van 26
8.6 Maatwerk en excessieve casuïstiek a. Maatwerk We verwachten in 2022 en 2023 minder maatwerk, omdat veel arrangementen kunnen worden samengesteld met de bouwstenen uit het productenboek. Wel blijft maatwerk nodig als het aanbod
alleen geleverd kan worden door een niet gecontracteerde aanbieder en niet conform een product uit
het productenboek. Vanwege de “open house” systematiek kunnen ook tussentijds contracten worden
aangeboden. Hoe vaak dat is, wordt nog uitgewerkt. Indien maatwerk wordt ingezet, worden de kosten lokaal betaald. Daarom is in het regionaal budgettair kader geen budget hiervoor opgenomen.
b. Excessieve casuïstiek Vanuit het RBO breed is in januari 2020 de wens uitgesproken om, als het gaat om zeer complexe (kostbare) casuïstiek, hier als regio solidair voor te zijn, evenals voor JeugdzorgPlus. Voor 2020 en
2021 hebben we besloten dit te laten vallen onder maatwerk. Vanaf 2022 moeten we hier anders mee omgaan. Het gaat in onze regio over 6 tot 10 casussen op jaarbasis waarvan de kosten exceptioneel hoog zijn. We spreken dan van excessieve casuïstiek. Onder excessieve casuïstiek verstaan we casuïstiek waarbij 1 jeugdige hulp of een arrangement nodig heeft waarvan de totale kosten binnen een boekjaar boven een bepaalde grens ligt.
Dit arrangement kan bestaan uit zware specialistische zorg inclusief LTA-zorg eventueel aangevuld met lichte zorg en/of bijzondere kosten (niet de kosten voor de trajecten jeugdbescherming/
jeugdreclassering). Het gaat dan om de kosten van het totale arrangement. Wij schatten in dat het hier om grofweg 6 tot 10 van de meest kostbare casussen zal gaan in onze regio Noordoost-Brabant. Wij stellen voor om voor om in het RBO breed van 8 juli 2021 een voorstel te bespreken (over de exacte definitie, de ondergrens, de verdeelsleutel en een mogelijke werkinstructie) en daarna pas een
definitief besluit te nemen. Wel stellen wij voor om nu alvast een budget op te nemen in het regionaal budgettair kader.
Beslispunt 7 (inhoudelijk en budgettair). a. Binnen de regio Noordoost-Brabant gaan we onderzoeken of we solidair willen zijn voor wat betreft excessieve casuïstiek. Het Regionaal Regieteam opdracht geven om met een voorstel te komen over een exacte definitie, de ondergrens, verdeelsleutel en een mogelijke werkinstructie. b. Dit voorstel bespreken in het RBO breed van 8 juli 2021 en dan pas een definitief besluit nemen. c. In het regionaal budgettair kader voor 2022 vooralsnog een bedrag inleggen van € 2.500.000,-- .
9. Regionale budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 en 2023
Pagina 15 van 26
Gelet op de diverse ontwikkelingen en voorstellen komen wij tot het volgende regionale budgettaire
kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 en doorkijk 2023. Tevens is een tabel bijgevoegd met de verdeelsleutel voor de gemeenten.
Tabel 4. Regionaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 en 2023 Omschrijving
Regionaal
Mutaties
budgettair
kader 2021
Loon prijs
Regionaal
Doorkijk
index 3%
budgettair
2023
kader 2022
vastgesteld in juni 2020 JeugdzorgPlus.
4.462.173
892.435
160.638
5.515.246
5.680.703
Gecertificeerde
12.797.052
- 11.297.052
45.000
1.545.000
1.591.350
4.960.681
4.960.681
22.536
3.300
113.300
116.699
Beschikbaarheid
2.871.970
86.159
2.958.129
3.046.873
Excessieve casussen /
2.500.000
2.500.000
2.575.000
€ 17.592.356
€ 17.971.306
instellingen inclusief SEZ
Veilig Thuis
4.960.681
Civiel Traject Beraad
87.464
crisishulp
maatwerk solidair Totaal
€ 22.307.370
-
5.010.111
€ 295.097
Tabel 5. Toelichting op het regionaal budgettair kader 2022 Deze tabel verwijst naar de beslispunten en geeft meer inzicht in de vertaalslag van 2021 naar 2022 Omschrijving
Saldo mutaties en
Toelichting mutaties
JeugdzorgPlus
+
Conform beslispunt 3
Gecertificeerde instellingen
- 11.297.052
Verschuiving naar lokaal budget
Civiel Traject Beraad
+
25.836
Conform beslispunt 5
Beschikbaarheid crisishulp
+
2.958.129
Conform beslispunt 6. Dit budget was
Excessieve casuïstiek
+
2.500.000
Conform beslispunt 7. Dit budget was
loon/prijs index 2022 1.053.073
inclusief SEZ Veilig Thuis.
Conform beslispunt 4
onderdeel van het ZIN budget t/m 2021 t/m 2021 onderdeel van het ZIN budget
Tabel 6. Verdeelsleutel 2022 en 2023 De verdeelsleutel is 3 juni 2020 door het RBO aangepast in verband met de uittreding van de gemeente Haaren Gemeente
Verdeelsleutel
Centrumregeling*
Inleg 2022
Inleg 2023
(solidair) Bernheze
4,25%
748.264
764.382
Boekel
1,58%
278.383
284.379
Boxmeer
3,88%
682.658
697.363
Pagina 16 van 26
Boxtel
5,58%
981.808
1.002.956
Cuijk
4,44%
781.954
798.798
Grave
2,15%
377.678
385.814
Landerd
2,17%
381.225
389.436
Meierijstad
12,68%
2.230.607
2.278.656
Mill en St Hubert
1,61%
283.702
289.813
Oss
17,30%
3.042.704
3.108.246
’s-Hertogenbosch
27,10%
4.767.967
4.870.672
Sint-Anthonis
1,55%
273.063
278.945
Sint-Michielsgestel
3,93%
691.524
706.420
Uden
7,26%
1.276.659
1.304.159
Vught
4,51%
794.160
811.267
Totaal
100,00%
€ 17.592.356
€ 17.971.306
*Gecorrigeerd voor gemeentelijke herindeling gemeente Haaren
Vanaf 2022 vormen de gemeenten Uden en Landerd de gemeente Maashorst. En de gemeenten Cuijk, Boxmeer, Mill en Sint Hubert en Sint-Anthonis de gemeente Land van Cuijk.
Beslispunt 8 (budgettair/inhoudelijk). Instemmen met het regionaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022
9. Lokaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 en 2023 Zoals eerder aangegeven worden vanaf 2022 de meeste budgetten voor inkoop specialistische jeugdhulp lokaal beheerd. Het is niet goed mogelijk om op centraal niveau een betrouwbare
inschatting te maken. Wel geven wij hierbij enkele richtlijnen, hoe de regionale budgetten vertaald kunnen worden naar de lokale gemeenten: 1.
Voor de maatregelen Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en LTA hebben gemeenten zelf alle ingrediënten voorhanden om een begroting te maken. Aantallen jeugdigen, producten, kosten en
2.
de inhoud en de financieringssystematiek wijzigen niet.
Om een goede doorrekening te kunnen maken voor de lokale budgetten zorg in natura moeten gemeenten aan de slag met het onderzoeken van het huidige en het (gewenste) toekomstige voorzieningenniveau. In een aantal stappen zou gedacht kunnen worden aan de volgende onderzoeksvragen:
Hoeveel kinderen zijn er in zorg? (Zie berichtenverkeer/jaarrapportage/monitoring)
Welke producten worden ingezet? (Zie berichtenverkeer)
Wat is het “gemiddelde zorggebruik” per jeugdige/product?
Welke autonome ontwikkelingen verwachten we vanaf 1 januari 2021?
Welk effect denkt de gemeente dat het gewijzigde bekostigingsmodel (zelf sturen) heeft? Zijn er wijzigingen m.b.t. het woonplaatsbeginsel (WPB)?
Hoe wordt de lokale toegang c.q. BackOffice geïnstrueerd als het gaat sturing en beheersbaarheid van eenheden. Maar ook om professionele en deskundige tegenspraak te kunnen bieden aan de jeugdhulpaanbieders die meer uren of duurdere producten willen inzetten voor de jeugdigen
Pagina 17 van 26
Vanaf 2022 is sprake van een open einde financiering op basis van “prijs x volume ”. Op dit moment ontbreekt het inzicht in volumes (helemaal als het gaat om verschillen tussen gemeenten) waardoor het onmogelijk is om een reële inschatting te maken. Inmiddels is afgesproken dat het tussenjaar
(2021) wordt benut om informatie bij de zorgaanbieders op te halen op basis van “prijs x volume” per gemeente volgens het productenboek van de regio Noordoost-Brabant. Deze informatie wordt,
conform de P&C-kalender 2021, gedeeld met gemeenten, zodat deze betrokken kan worden bij lokaal te maken keuzes.
9.1.
LTA (Landelijke Transitie Arrangementen)
Vanaf 2022 blijven ook de LTA-budgetten volledig bij de lokale gemeenten. De facturen worden door de lokale gemeenten zelf betaald.
Vanaf 2021 heeft RIOZ een overeenkomst gesloten met een LTA-aanbieder voor het leveren van zorg in natura in de regio Noordoost Brabant. Waarschijnlijk gaat dit ook gelden voor 2022. Daar is pas zekerheid over als de aanbestedingsprocedure is afgerond. Voor de budgetten betekent dit een onderlinge verschuiving, van LTA naar ZIN-budget.
9.2.
Gecertificeerde instellingen
Zoals eerder aangegeven gaan deze budgetten voor de inspanningsgerichte bekostiging van de trajecten jeugdbescherming en jeugdreclassering vanaf 2022 naar gemeenten. Ook hier geldt dat de bedragen per gemeente sterk kunnen verschillen omdat ook hier de afrekening op basis van het voortschrijdend zorggemiddelde komt te vervallen en vanwege effecten m.b.t. het woonplaatsbeginsel.
9.3.
Zorg in natura en de inkoop in 2022
Jeugdigen die dit nodig hebben moeten voorzieningen aangeboden krijgen op basis van de Jeugdwet. Door de juiste “producten” in te kopen en deze op de juiste wijze in te zetten kan voldaan worden aan wettelijke verplichtingen en kunnen ook andere beleidsdoelstellingen gerealiseerd worden.
In januari 2020 is de inkoopopdracht specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2021 t/m 2023 vastgesteld. Deze meerjarige inkoopopdracht is nog actueel. Kortheidshalve verwijzen wij hiernaar.
Alle producten die worden ingekocht, zijn opgenomen in het Productenboek inkoop gespecialiseerde jeugdhulp. Dit geldt ook voor de cliëntgebonden producten in het kader van het project urgente transformatie opgaven.
Er is onderscheid gemaakt tussen lichte en zware hulp. Uitgangspunt hierbij is dat jeugdigen en hun ouders centraal staan en dat maatwerk mogelijk moet zijn. Producten kunnen gezien worden als
bouwstenen, die, afhankelijk van de vraag/problematiek/beoogd resultaat op het niveau van jeugdigen gecombineerd kunnen worden tot een maatwerkarrangement. Dit maatwerkarrangement komt tot stand via een overleg in de driehoek: jeugdige/ouder, toegang en aanbieder(s).
Voor zowel de lichte hulp als de zware hulp is gekozen voor een “inspanningsgerichte bekostiging”. De inkoopprocedures voor de inkoop van lichte en zware hulp in 2022 zijn gestart. Voor de zomer 2021
Pagina 18 van 26
is de contractering 2022 gerealiseerd zodat er nog voldoende tijd is voor de implementatie van de nieuwe trajecten.
Omdat we vanaf 2022 hebben gekozen voor een andere financieringssystematiek worden bijna alle budgetten voor zorg in natura vanaf 2022 door gemeenten zelf beheerd. Alleen het budget dat nodig is om de beschikbaarheid voor ambulante en residentiële crisishulp te garanderen is regionaal.
a.
ZIN Lichte hulp
De regio gaat vanaf 2022 een “open systeem van afspraken” (in de praktijk open house genoemd)
hanteren. Jeugdhulpaanbieders die “lichte” jeugdhulp willen en kunnen leveren tegen de door de regio vastgestelde voorwaarden en die voldoen aan alle geschiktheidseisen, kunnen een overeenkomst krijgen.
De jeugdige/ouders, toegang en de jeugdhulpaanbieders bepalen samen welke jeugdhulp de jeugdige wil ontvangen, bij welke jeugdhulpaanbieder en met welk volume.
Zoals in de inkoopopdracht specialistische jeugdhulp 2021 t/m 2023 al is aangegeven, is het een randvoorwaarde dat de gemeentelijke toegang (en BackOffice) goed moet zijn toegerust om alle
indicaties inclusief de eenheden snel en accuraat te kunnen verwerken. Gemeenten moeten zelf de geleverde uren monitoren en eventueel bijstellen.
We gaan in deze notitie hier niet verder op in. Hiervoor verwijzen wij naar de vastgestelde inkoopopdracht specialistische jeugdhulp regio Noordoost-Brabant 2021 t/m 2023.
b.
ZIN Zware hulp
Ook voor de “zware producten” is gekozen voor een “inspanningsgerichte bekostiging” waarbij in 2020 al besloten is om een taakgerichte garantie af te geven. Indien een aanbieder minder omzet realiseert dan de toegewezen garantie zal het verschil worden uitgekeerd als taakvergoeding.
De afrekening van de taakvergoeding (onderbenutting) loopt via de centrumgemeente (op basis van de verdeelsleutel van de centrumregeling). Argumenten die ten grondslag hebben gelegen voor deze keuze zijn:
Meerjarige zekerheid voor aanbieders en gemeenten Het betalen voor eigen gebruik
Beperken van administratieve lasten voor aanbieders en gemeenten.
9.4.
Indicatie lokale begroting inkoop gespecialiseerde jeugdhulp 2022 en 2023
Zoals aangegeven kunnen we slechts een indicatie geven voor het totale macrobudget. De verdeling per gemeente kan nu niet gegeven worden en moet door gemeenten zelf berekend worden. Wij
merken hierbij op dat door de nieuwe bekostigingssystematiek ook de kostentoerekening en wijze van risicoverdeling gaat wijzigen. Dit kan tot flinke onderlinge verschillen gaan leiden. Wij gaan hier in hoofdstuk 11 en 14 ook op in.
Tabel 7. Indicatie lokaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 In deze tabel is rekening gehouden met een verwachte loon/prijsontwikkeling van 3% voor 2022.
Verder is uitgegaan van het herijkte budget voor zorg in natura voor 2021 omdat de verwachting is dat de autonome groei in 2022 minimaal op het niveau van 2021 zal blijven
Pagina 19 van 26
Omschrijving
Vastgesteld
Voorstel
budgettair
herijking
kader 2021
Mutaties 2022
Advies lokaal
Doorkijk 2023
budgettair
budgettair
kader 2022
kader 2021
(zie pagina 4) LTA
11.981.344
11.981.344
- 2.556.489
9.424.855
9.707.600
Gecertificeerde
12.797.052
12.797.052
- 1.161.088
11.635.964
11.985.043
101.315.721
104.629.001
- 2.355.764
102.273.237
105.341.434
- € 6.073.341
€ 123.334.056
€ 127.034.077
instellingen lokaal deel
Zorg in natura
inkoopopdracht 2021 t/m 2023 Totaal
€ 126.094.117
€ 129.407.397
Tabel 8. Toelichting op de tabel indicatie lokaal budgettair kader inkoop specialistische jeugdhulp 2022 Deze tabel verwijst naar de beslispunten en geeft meer inzicht in de vertaalslag van 2021 naar 2022 Omschrijving
Saldo mutaties en
Toelichting mutaties
loon/prijs index 2022 t.o.v. herijkt budget 2021 LTA
- 2.556.489
Verschuiving van LTA naar ZIN als gevolg van verwachtte uitkomsten aanbesteding 2022. In dit saldo is ook de verwachte 3% loon/prijsindex verwerkt
Gecertificeerde instellingen
- 1.161.088
Deze mutatie volgt uit een splitsing tussen regionale kosten en lokale kosten voor gecertificeerde instellingen.
Regionaal in te leggen bedrag bedraagt € 1.545.000. Zie tabel 3. De totale verwachte kosten lokaal inclusief
loon/prijsindex zijn dan € 11.635.964 Zorg in natura
inkoopopdracht 2021 t/m 2023
- 2.355.764
Voorstel herijkt kader 2021 € 104.629.001 Indexering 3%
+
3.138.870
Crisis regionaal
-
2.958.129
Excessieve casuïstiek
-
2.500.000
Woonplaatsbeginsel4
-
2.060.000
Verschuiving LTA naar ZIN
+
2.915.930
Correctie WPB JZ+5
Indicatie lokaal 2022
-
892.435
€ 102.273.237
4
Conform besluit RBO juni 2020 noodscenario Beslispunt 3 stelt voor het JZ+ budget te verhogen met € 892.435. Feitelijk betreft dat dus een verschuiving. Per saldo is het effect van het gewijzigde woonplaatsbeginsel – 2.060.000 conform RBO besluit juni 2020 5
Pagina 20 van 26
10. Fonds voorfinanciering overgang oude naar nieuwe systematiek Door de overgang van de huidige systematiek met maandelijkse bevoorschotting naar bekostiging achteraf op basis van realisatie verandert er een en ander in de financiële stromen. Om de overgang
soepel te laten verlopen voor met name de aanbieders die een gegarandeerde omzet/volume krijgen is in het RBO van 30 januari 2020 besloten om een regionaal fonds “voorfinanciering overgang oude naar nieuwe systematiek” in te richten waarover het RIOZ kan beschikken en verantwoording af legt.
Met deze middelen zou incidenteel een aanbieder in zwaar weer ondersteund kunnen worden (met een terugbetaal verplichting) als de financiering vanuit de regiogemeenten nog niet helemaal verloopt zoals verwacht in relatie tot de overgang naar de nieuwe systematiek per 2022.
Inmiddels komen wij op basis van voortschrijdend inzicht tot een ander voorstel. Vanaf 2022 zullen de zorgkosten lokaal worden afgerekend. Hierdoor is het ook alleen lokaal mogelijk om eventuele
voorschotten te verrekenen met facturen voor daadwerkelijk geleverde zorg. Daar komt bij dat de
implementatie van het berichtenverkeer dit jaar al geschiedt, waar in 2022 alleen de daadwerkelijke afrekening in het lokale berichtenverkeer bij komt. Dit is een kleinere verandering dan bij
implementatie van de nieuwe inkoop in 2021 het geval zou zijn geweest. Tot slot zijn er vanuit weg-
en regelgeving wel wat vraagtekens te plaatsen, in hoeverre het werkelijk mogelijk is om uitvoering te geven aan een dergelijk fonds.
Daarom is nu het advies om geen regionaal “Fonds financiering overgang oude naar nieuwe
systematiek” in te richten, maar om regionaal afspraken te maken hoe lokaal omgegaan wordt met verzoeken van zorgaanbieders om voorschotten te verstrekken in verband met liquiditeit.
Beslispunt 9 (budgettair). Geen regionaal “Fonds financiering overgang oude naar nieuwe systematiek” inrichten. Regionaal afspreken hoe omgegaan wordt met verzoeken van zorgaanbieders om voorschotten te verstrekken in verband met liquiditeit. Het Regionaal Regieteam opdracht geven om in overleg met controllers voor 1 oktober 2021 te komen met een voorstel.
11. Solidariteit en verrekening. Eind 2018 is door alle colleges van deelnemende gemeenten de nieuwe “Centrumregeling jeugdhulp Noordoost Brabant 2020” vastgesteld. Hierin staat opgenomen hoe regiogemeenten de risico’s met elkaar willen (ver) delen. Op basis van deze regeling willen gemeenten zelf voor hun eigen
gerealiseerde zorggebruik betalen met uitzondering van de kosten voor JeugdzorgPlus. Voor JeugdzorgPlus blijven regiogemeenten volledig solidair met elkaar.
Voor de overige zware jeugdtaken waaronder LTA, Jeugdbescherming, Jeugdreclassering en Veilig Thuis inleg naar rato van 3 jaars hulpgemiddelde op basis van het aantal jeugdigen in jeugdhulp. In het RBO van 30 januari 2020 heeft het RBO besloten dat vanaf 2021 de nieuwe solidariteitsafspraken toegepast moeten worden waarbij geldt dat er uitsluitend (volledige) solidariteit is voor JeugdzorgPlus en de onder-realisatie van het gegarandeerde volume/omzet zware hulpvormen. Deze afspraken worden nu een jaar uitgesteld omdat de nieuwe inkoop pas in 2022 ingaat.
Pagina 21 van 26
Op basis van voortschrijdend inzicht en nieuwe ontwikkelingen zoals in deze notitie is weergegeven
moeten de afspraken mogelijk bijgesteld worden. Dit geldt voor zorgproducten waarbij de financiering niet gekoppeld is aan realisatie, maar aan beschikbaarheid (spoedeisende zorg, regionale taken
gecertificeerde instellingen, beschikbaarheid crisishulp, Civiel Trajectberaad en Veilig Thuis). Hier is voorgesteld om gezamenlijk in te leggen op basis van de verdeelsleutel volledige solidariteit van de
Centrumregeling 2020. Voor het budget excessieve casuïstiek wordt pas op 8 juli 2021 een definitief besluit genomen.
Overigens heeft het regieteam een opdracht verstrekt voor een evaluatie van de centrumregeling 2020. De uitgangspunten voor de evaluatie worden nog getoetst bij het RBO. De afspraken over kostentoerekening en risicoverdelingen zullen hierin meegenomen worden
Beslispunt 10 (inhoudelijk). De afspraken voor kostentoerekening en risicoverdeling vanaf 2022, op 8 juli 2021 definitief vaststellen.
12. Nagekomen facturen en kosten Zoals aangegeven loopt een groot deel van de financiering vanaf 2022 niet meer via de centrumgemeente. Uit ervaring weten we dat er ieder jaar sprake is van nagekomen kosten uit eerdere boekjaren, of terugbetalen. Dit betreft: a.
b. c.
Kosten die op dit moment al lokaal worden betaald (LTA) maar i.v.m. de afspraken over inleg en
afrekening regionaal worden gedeclareerd (op basis van 3-jaarsgemiddelde, wat slechts resulteert in spreiding, maar feitelijk geen solidariteit inhoudt).
Facturen die worden doorgestuurd door lokale gemeenten in het kader van “overgenomen contractverplichtingen”
Nagekomen kosten ZIN, GI’s en maatwerk (inclusief eventuele garantstelling zware hulp).
Het is nodig om nu te beslissen hoe we met deze kosten omgaan in 2022. Wij stellen het volgende voor:
Ad a en b
De kosten onder a en b hebben rechtstreeks betrekking op één van de deelnemende gemeenten. Daarnaast geldt dat het financiële risico van nagekomen kosten voor alle regiogemeenten naar
verhouding feitelijke even groot is. Voor deze kosten zouden wij willen voorstellen dat ze na 15 februari 2022 niet meer gedeclareerd kunnen worden bij de centrumgemeente. Ad c
Voor c geldt dat deze kosten niet altijd rechtstreeks te herleiden zijn naar een lokale gemeente (het gaat bijvoorbeeld om een correctie op een eindafrekening). Daarnaast geldt voor maatwerk dat de
afwikkeling vaak resulteert in een positief saldo, omdat niet alle aangegane verplichtingen volledig
worden uitgenut. Wij stellen voor om deze kosten daarom wel via de centrumgemeente te voldoen en te verrekenen onder de deelnemende gemeenten op basis van de verdeelsleutel volledige solidariteit van de Centrumregeling 2020. Gemeenten kunnen facturen dan tot 15 februari 2022 indienen.
Pagina 22 van 26
Beslispunt 11 (budgettair). Instemmen met voorstel over nagekomen facturen en kosten zoals hiervoor omschreven: a. Kosten zoals genoemd onder a en b na 15 februari 2022 niet meer declareren bij centrumgemeente. b. Kosten zoals genoemd onder c verrekenen onder deelnemende gemeenten op basis van verdeelsleutel volledige solidariteit van de Centrumregeling 2020.
13. Uitvoeringskosten Regionale Inkooporganisatie RIOZ en uitvoeringsbudget regieteam
In het RBO van 30 januari 2020 zijn de structurele kosten van RIOZ, het regieteam en het regionale beleid voor 2021 e.v. vastgesteld. Tevens is toen afgesproken dat jaarlijks bij de bijstelling van het budgettair kader in het eerste kwartaal wordt geïndexeerd op basis van de index loonvoet sector overheid voor het begrotingsjaar T in de meicirculaire van voorgaand jaar T-1. De index voor 2022 wordt dus bepaald op basis van de meicirculaire 2021 en de index voor 2023 op basis van de meicirculaire 2022. Voor nu wordt op basis van de meicirculaire 2020 voor 2022 gerekend met 2,4 % en voor 2023 met 2,2%. Behorend bij de nieuwe inkoop en het nieuwe productenboek blijft een maatwerkprocedure ook vanaf 2022 e.v. overeind. De huidige maatwerkprocedure zal op basis van de nieuwe afspraken worden aangepast (overeenkomst en offerte via RIOZ en de financiële afwikkeling, facturatie/declaratie via lokale gemeenten). Dit proces wordt in 2021 nader uitgewerkt. Een beperkt deel van de capaciteit maatwerk RIOZ zal worden omgezet in de structurele formatie. In verband met de wijziging van de financieringssystematiek zal een deel van het takenpakket en daarmee de benodigde capaciteit van het RIOZ mogelijk wijzigen. Na realisatie van de nieuwe inkoop 2022 zal het RIOZ de structurele uitvoeringskosten actualiseren op basis van deze nieuwe inkoop.
Omdat er in 2021 sprake is van een overgangsjaar met een daarvoor speciaal ingericht bekostigingsmodel zal het jaarwerk 2021 (dit is tot en met het jaarverslag 2021 in juli 2022) om extra aandacht vragen. Hiervoor heeft RIOZ voor de eerste 6 maanden van 2022 een fulltime administratief adviseur nodig, en voor enkele uren per week een business controller (die het proces trekt en waar nodig controleert). Deze mensen zijn niet in dienst en moeten dus worden ingehuurd, € 60.000,-voor de financieel adviseur en € 20.000,-- voor de controller.
Tabel 9. Raming uitvoeringskosten RIOZ en uitvoeringsbudget regieteam 2021 en 2022 Uitvoeringskosten
2021
2021
RBO 30
RBO 26
vastgesteld januari 2020
Structurele kosten
1.907.925
Vastgesteld
2022
Doorkijk 2023
november 2020
1.907.925
2.003.715
2.047.796
Pagina 23 van 26
Zelfstandig RIOZ en
37.500
154.650
80.000
-
Afwikkeling project
70.000
360.000