Rapport-Aan-de-slag-met-biodiversiteit
Tekst van het document
27
Vallei, met veel kwelwater. Aan de andere kant is het ook een druk agrarisch gebied en zijn er woonplaatsen ontstaan op de scheiding van droge en natte gebieden. Waar 93 procent van de inwoners van Ede zijn eigen buitengebied onverminderd aantrekkelijk vindt en de gemeente in 2020 de gelukkigste van Nederland was, lijden de natuurlijke systemen onder al die activiteit. Kuster constateert dat dat goed tot uiting komt in de bossen. “De bossen lijden onder de druk van met name stikstof. Arme zandgronden verzuren, kalk spoelt uit de bodem waardoor er aluminium vrijkomt, veel bomen sterven weg en dat leidt weer tot een afname van insecten en vogels.”
3 - Middelburg/Vlissingen SYMPTOOMBESTRIJDING De geografische kaarten van 50 jaar geleden laten zien dat het vroeger inderdaad beter was. Er was toen een grotere biodiversiteit dan nu. Echter, het bodemsysteem is niet het enige probleem. Ook het watersysteem heeft het sinds de industriële revolutie zwaar te verduren gekregen. Gebieden hebben bestemmingen gekregen, zonder daarbij rekening te houden met wat dat doet met het water in de grond. Deze problemen spelen al langer en de gemeente Ede heeft de afgelopen jaren al diverse projecten uitgevoerd. Grote verbeteringen zijn nog niet te zien. Kuster ziet wel waar dit aan ligt. De projecten waren gericht op symptoombestrijding. Denk aan kalk geven aan vogels die het niet meer uit de ontkalkte bodem kunnen halen of aaltjes uitzetten tegen de eikenprocessierups. Als een soort uit een gebied dreigt te verdwijnen, wordt geprobeerd die doelsoort te behouden of terug te brengen. Volgens Kuster moet je dan ook kijken naar de oorzaken. Want waarom is het erg als de tapuit van de Veluwe verdwijnt? Op zichzelf lijkt dat misschien niet dramatisch. Maar als je alleen daarnaar kijkt, mis je de achterliggende ontwikkeling. De vogels verdwijnen, omdat hun voedselbron is verdwenen. Hun voedselbron is verdwenen, omdat de systemen van bodem en water niet op orde zijn.
OMGEVINGSVISIE Omgevingsplannen lijken in dit verband beter dan bestemmingsplannen. In Ede wordt uitgegaan een omgevingsvisie, om de biodiversiteit aan de basis te zetten van alle activiteit in een gebied. Kuster: “In onze visie zijn de buitenge-
bieden en de stad cruciaal om het natuurlijk systeem te herstellen. We moeten het als een geheel bekijken. Het werk moet dan ook niet alleen in natuurgebieden plaatsvinden, maar ook in het agrarisch gebied, in de stad en in de randzones tussen natuur en buitengebied. Dat roept natuurlijk een hele hoop vragen op. Wat moeten we doen? Welke specifieke doelen hangen we eraan? Wanneer zijn we dan klaar? Wanneer is het in orde? Om te beginnen hebben we een definitie voor de basiskwaliteit natuur opgesteld. Daarbij ligt de focus op het hele systeem in het hele grondgebied.” BASISKWALITEIT Hoe die basiskwaliteit eruitziet, is afhankelijk van de verschillende soorten landschappen die de gemeente Ede rijk is. “We hebben de kwaliteit van de natuur in kaart gebracht aan de hand van indicatoren, soorten die karakteristiek zijn voor dat landschap. We hebben zo in beeld waar we welke karakteristieke landschappen willen en waaruit dat moet bestaan, zodat we het ook kunnen blijven volgen. Deze basiskwaliteit willen we laten vastleggen.” De basiskwaliteit is het doel, hoe Ede dat gaat bereiken moet nog uitgewerkt worden. Kuster: “We realiseren die basiskwaliteit en gaan vervolgens op strategisch niveau formuleren wat we daarvoor moeten doen.
Zo werken we de visie naar beneden uit op het tactische en operationele niveau – welke acties ga je ondernemen? Ten slotte formuleren we de instrumenten die je nodig hebt voor deze acties. Denk aan pachtvoorwaarden, afkoppelsubsidies, subsidies landschapselementen en beregeningsbesluiten.”
WONINGBOUWOPGAVE EN BIODIVERSITEIT KUNNEN PRIMA SAMENGAAN Middelburg en Vlissingen worden gescheiden door een groene zone van soms slechts 500 meter breed. Door de woningbouwopgave staat dit gebied onder druk, terwijl het van grote waarde is voor de natuur. Hoe balanceer je de verstedelijking en de landschappelijke waarden?
gebied, doorsneden met wegen met een haagstructuur erlangs.” Om de ecologische waarden van het gebied te waarborgen en waar mogelijk zelfs te versterken, is het volgens De Vlieger de opgave om bij de invulling van de bufferzone voldoende groen te bewaren in de beperkte ruimte die er is. “Is het gebied adaptief, is het robuust? En is er plek voor planten en dieren die hier hun thuis hebben?”
In de omgevingsvisies van de gemeenten Vlissingen en Middelburg is de laatste jaren steeds meer aandacht gekomen voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Hard nodig, want het landschap van leem en zandlagen vlak bij de zee kent zo zijn eigen uitdagingen op dat vlak. Hoe de natuur mogelijk in de knel kan raken, is duidelijk zichtbaar in het tussengebied tussen beide gemeenten. In de vorm van een vlinderstrik, met in het midden slechts een halve kilometer tussen de bebouwing van Vlissingen en Middelburg. Hier wordt de opgave om natuur te behouden en de ruimtelijke waarden te versterken steeds urgenter. Aan beide kanten van het kanaal dat door beide steden loopt en hen verbindt, wordt de groene kloof gestaag nauwer.
PADDENPOELEN In de geledingszone, de onbebouwde kom die grenst aan de bebouwde kom, wordt op sommige plekken al bijgebouwd. Op 30 hectare weiland en landbouwgrond wordt gebouwd aan de nieuwbouwwijk Essenvelt. Hier komen 400 woningen. De ontwikkeling laat aan de ene kant zien dat de woningopgave niet op zich laat wachten, maar ook dat wonen en biodiversiteit prima kunnen samengaan.
Het huidige beleid van Vlissingen en Middelburg is om niet aan elkaar vast te groeien. Maar de woningbouwopgave dwingt hen om hierbij steeds meer concessies te doen. Nieuw te maken woningmarktafspraken met de provincie betekenen voor Middelburg een som van circa 2500 extra woningen. Voor zo’n 1500 woningen is al een locatie bekend, maar voor die andere 1000 woningen wordt nog gezocht. Die kunnen volgens de gemeente niet binnenstedelijk terecht. ECOLOGISCHE WAARDEN Om de ruimtelijke kwaliteit tussen beide gemeenten te waarborgen, moet volgens Bianca de Vlieger, strategisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling bij de gemeente Middelburg, nagedacht worden over een drietal waarden. Het is aan ambtenaren om voort te bouwen op het oorspronkelijke landschap, het gebruik van dit landschap en zijn toekomstwaarde. “Het gebied is 17 à 18 kilometer in doorsnee. Het heeft kreekruggen, waar de grond hoger ligt en kernen zijn ontstaan, en lagergelegen gebieden met zout oppervlaktewater. Nu is het nog een open agrarisch
De Grote Valkse Beek in Lunteren. Beeld: Sjon.nl 28
29
Senior projectleider Bas Kole verzekert dat veel onderzoek is gedaan om de bebouwing natuurinclusief te laten landen in de groene bufferzone. “Vroeger hadden civiele technici de lead bij dit soort projecten, maar met de toegenomen aandacht voor biodiversiteit en klimaatverandering zijn nu de landschapsarchitecten, ecologen en cultuurtechnici leidend. Dat zorgt voor meer kwaliteit en klimaatrobuustere plannen.” Voor de biodiversiteit geeft de wijk op enkele punten extra aandacht. Aan de zuidkant van het bouwproject worden paddenpoelen aangelegd voor onder andere de rugstreeppad die in de omgeving te vinden is. “Ook komen er vleermuizenhotels én een vleermuisbunker”, zegt Kole, verwijzend naar bunkers uit de Tweede Wereldoorlog in het gebied. Ook krijgt de wijk buizerdmanden, die plek bieden aan buizerds die normaal in bebossing nestelden, al wordt bij deze ingreep getwijfeld aan de effectiviteit ervan. SEDUMBEPLANTING In de wijk zelf zullen bewoners kunnen genieten van een bloemenweide en oevers in het oostelijke deel. Door de straten en in de plantsoenen komen uiteenlopende soor-
ten kleine bloeiende bomen te staan. In de hoofdontsluiting is gekozen voor lindebomen. Kole vertelt dat bewoners in de wijk veel kunnen wandelen, fietsen en spelen met aanwezige waterberging. “En bewoners worden ook zelf
opgeroepen om sedumbeplanting op platte daken aan te brengen of regenwater op te vangen en te hergebruiken, en niet voor een schutting, maar voor een groene heg te kiezen. We ontvangen daar positieve reacties op.”
4 - Assen
Beekdal. Beeld: Marcel de Jong
BIODIVERSITEIT ALS OPLOSSING VOOR PROBLEMEN MET ONDERGROND Assen wil de groene stad van het noorden worden. Om dat te bereiken is grondige kennis van de unieke ondergrond en van het bodemleven vereist. De keileemlaag is soms een vloek en soms een zegen voor de Drentse hoofdstad. Een goede biodiversiteit kan de oplossing zijn voor de problemen waar Assen mee kampt. Assen ligt op het Drents Plateau op de overgang van het natte beekdal van een bovenloop van de Drentse Aa naar de hoge zandgronden. Met vlak onder het maaiveld een keileemlaag. Op deze flank doen bomen het goed. Niet voor niets ligt midden in de stad het 140 hectare grote Asserbos, een van de oudste stadsbossen van Nederland. Assen is door de vestiging van een klooster ontstaan in een esdorpenlandschap met beken en heidevelden, nauwelijks bemest dus voedselarm en een boomrijk beekdallandschap. De stad kreeg een grote groeispurt na de Tweede Wereldoorlog. Groen en waterstructuren verdwenen voor
woningbouw, zegt senior beleidsadviseur en geohydroloog Eric Lanooy van de gemeente Assen. Vanwege de stagnerende keileemlaag blijft (grond)water op deze laag staan. Dat betekent risico op grondwateroverlast in de winter. Daarom is de ondergrond in de stad gedraineerd door middel van greppels en sloten. “De keileemlaag is een vloek in de winter en een zegen in de zomer.”
standen. Die keileemlaag ligt plaatselijk enkele meters onder het maaiveld, maar vaak veel ondieper, soms op een halve meter, zegt hij. In de winter zorgt die keileemlaag voor natte kelders, water in kruipruimtes en een (te) natte ondergrond voor bomen. In de zomer kan het dalen van de grondwaterstand leiden tot het mogelijk verdrogen van bomen. “Want het groen kan niet door de keileemlaag breken en komt in de zomer dus niet bij het diepere grondwater.” Dus wat moet gebeuren? Stamsnijder schetst de dilemma’s. “Wanneer doorbreek je die keileemlaag en wanneer niet?” De keileemlaag in het beekdal van de Drentse Aa is al doorbroken en werkt drainerend. Dat beekdal heeft grote invloed op de grondwaterstand. “Dus is de keuze: hoe lang wil je het water vasthouden?” Een goede biodiversiteit kan de oplossing zijn voor de problemen waar Assen mee kampt, schetst Ronny Sprong van IPC Groene Ruimte. Bomen spelen daarin een hoofdrol. “Assen is afkomstig van de naam Essen”, zegt Sprong. “Assen is een oud, traditioneel brinkdorp als kenmerk van een esdorpenlandschap. Met in het centrum van de Brink een Amerikaanse eik.” Door de verandering van het klimaat wordt het ook in Assen steeds droger. “Aan de andere kant zijn er ook meer regenpieken. Dus droger én natter.” ONDERGROND Dat heeft impact op bomen. Die kunnen vanwege de keileemlaag niet heel lang profiteren van die natte piek.
“We worden aangezet om meer bomen te planten, want dat
Want in de zomer is Assen vaak blij met die keileemlaag. Als de droogte niet te lang aanhoudt. “Nu vinden we die laag juist heel nuttig. Water zakt niet snel weg.” Dat willen ze met de klimaatverandering graag zo houden in de Drentse hoofdstad. Een grondige analyse van de ondergrond, de grondwaterstanden en de mogelijkheden die de keileemlaag biedt, is dan ook nodig. GRONDWATERSTAND Erwin Stamsnijder van adviesbureau TAUW analyseerde op verzoek van Assen de ondergrond en de grondwaterArboretum. Beeld: gemeente Assen 30
31
gaat ons klimaatprobleem oplossen”, zegt Sprong. Maar daar moeten we volgens hem realistisch over zijn: dat kan alleen als we de boom gaan helpen. Drainage is daarbij niet de oplossing. “Dat is goed bedoeld, maar pakt niet altijd even goed uit voor de bomen. Want ander water en een andere watertemperatuur. We moeten focussen op de groeiplaats. We moeten aan de slag met de ondergrond!” Daar wordt het complex, want we weten nog relatief weinig over die ondergrond. Maar ook daar gaat het om biodiversiteit, zegt Sprong. Insecten, bijvoorbeeld. “We hebben knippers nodig, vervoerders en wurmen.” Er is nog weinig bekend over dat bodemleven en hoe we dat stimuleren. Maar we hebben geen keus, zegt Sprong. Toch heeft hij wel tips. “Geen rijtjes bomen meer. Dat is niet de optimale groeiplaats. We moeten meerlaags denken: een kruidenlaag, struiklaag, moslaag, een tweede en derde boomlaag … Zo’n systeem gaat veel beter functioneren!” STRAATBOSSEN Voor de stedelijke gebieden wil Sprong straatbossen terug. “In de zogenaamde bloemkoolwijken hadden we bosplantsoenen. Die kwamen in een negatief daglicht te staan vanwege sociale onveiligheid. Maar die moeten we terughalen.” We zouden ook moeten stoppen met het maaien onder boomkruinen. Boomspiegels zijn vaak te klein. Hij wil regenwater beter bufferen en infiltreren waar het valt. “Plant inheemse soorten en uitheemse soorten.
Kijk naar soorten die de dynamiek aankunnen. Werk naar die diversiteit toe!”
5 - Laarbeek De gemeente Laarbeek stuurt op vooruitgang en trends die zij waarneemt, aldus Brands. Dat bevestigt ook Martine Niks, beleidsadviseur Klimaatadaptatie en Biodiversiteit bij de gemeente Laarbeek. “Het is niet realistisch om elk stukje groen 75 procent biodiverser te maken. Wat we wel kunnen doen is een veld met een en dezelfde struik aanvullen met nieuwe plantensoorten. Doe je dat voor al het groen in Laarbeek, dan haal je je doelstelling.”
Die variëren van het aanleggen van groenstroken tot het plaatsen van bloembakken en het plaatsen van regentonnen op eigen terrein. De gemeente faciliteert, financiert en regelt subsidies voor de projecten. Dat doet zij vanwege de positieve effecten die zij al tijdens de eerste editie hebben ervaren. “Als zeventien teams tegelijkertijd met zo’n project meedoen, dan heeft dat flinke impact op een gemeente als Laarbeek”, vertelt Niks. De gemeente Laarbeek telt ruim 22.000 inwoners.
OOK INWONERS SPELEN EEN ROL IN HET VERGROTEN VAN BIODIVERSITEIT
Wat Brands en Niks vertellen, gaat over gemeentelijk beheer van de groenvoorzieningen. Maar daarmee is Laarbeek er nog niet, zien ook de beleidsadviseurs in. Ook de inwoners spelen een rol in het vergroten van biodiversiteit. Zij worden dan ook op projectbasis gestimuleerd om de handen uit de mouwen te steken.
In de gemeente Laarbeek is besloten om de komende 15 jaar 75 procent van het openbaar groen om te vormen om de biodiversiteit te verhogen. De Brabantse gemeente doet hiermee de monocultuur in de ban en werkt met ambtenaren en bewoners aan een rijkere groene omgeving. “We accepteren compromissen, maar we zullen moeten veranderen.”
RUIGTEVEGETATIE De nieuwe aanpak sluit goed aan op de grote ambities van de Laarbeekse gemeenteraad. Die besloot in 2022 om in 15 jaar 75 procent van het bestaande groen biodiverser in te richten. Dit houdt in dat de natuurwaarden op drie van de vier plekken aantoonbaar vooruit moet gaan. Ook zal de invulling van ‘beheergroepen’ veranderen. Brands: “Zo brengen we 47 procent intensief gemaaid gras in onze gemeente terug naar 25 procent. Bloemrijk gras en ruigtevegetatie laten we juist toenemen van 28 tot 40 procent.”
PARTICIPATIEPROJECT In 2018 startte de gemeente Laarbeek de eerste editie van het succesvolle participatie- en vergroeningsproject Groenstrijd 2.0. Zeventien buren en straten strijden tegen elkaar met eigen vergroeningsideeën. Gekoppeld aan een coach, zoals hoveniers, voeren de teams hun ideeën uit.
In een rekenmodel stelde de gemeente Laarbeek zes nieuwe scenario’s op. Daarin speelde zij met twee variabelen: hoeveel wil de gemeente omvormen en in welk tempo? Volgens Brands is de nu gekozen ambitie van 75 procent over 15 jaar de meest haalbare. Onderhoudskosten stijgen met de ambitie met 20.000 euro tot een bedrag dat jaarlijks al boven de miljoen euro lag.
EEN APP OM INWONERS TE BETREKKEN BIJ HET ZIEN VAN BIODIVERSITEIT
Wadi met bloemrijk gras in Beek en Donk. Beeld: Sjon.nl
Het groenbeheer was tot recent sober en doelmatig, zegt Michel Brands, beleidsadviseur Groen bij de gemeente. Beeldkwaliteit en beheerbare kosten voerden ook in de gemeente Laarbeek de boventoon. In de afgelopen jaren hebben echter ook hier de toenemende onzekerheid van hele droge of juist natte zomers en andere effecten van klimaatverandering voor een andere manier van denken gezorgd.In het nieuwe bestuursakkoord ‘Samen aan zet’ is meer aandacht voor de relatie tussen het groenbeheer en het verhogen van de biodiversiteit. Het nieuwe groenbeheer draait nu onder andere om meer groen en minder verharding, het bijplanten en behouden van gezonde bomen, het vergroten van boomspiegels en een gevarieerdere en diversere groeninrichting. “Rijen van dezelfde eikenboom zien er soms mooi uit, maar qua biodiversiteit werk je dan eigenlijk in een monocultuur”, legt Brands uit. Hij vertelt dat het vorige groenbeleid- en structuurplan dateerde uit 2011 en hoe de gemeente snakte naar een actualisatieslag. “Onze indeling van groentypen en onderhoudsniveaus zijn helemaal nieuw en toegespitst op biodiversiteit.”
INWONERS Hoe kan de gemeente haar nieuwe ambitie en resultaten monitoren, rijst de vraag in de gemeenteraad. “Er is niet voor elk jaar een mijlpaal gedefinieerd, maar vanzelfsprekend zullen we elk jaar kijken wat er merkbaar is veranderd aan ons groen”, zegt Brands. “Inhoudelijk kijken we continu of onze inspanningen iets opleveren. Zien we straks meer vlinders vliegen? Groeien de nieuw aangeplante soorten goed?”
32
Na de coronapandemie heeft de gemeente het participatieproject losgelaten. Niks: “En toch zijn er nog steeds veertien projecten actief. Zij krijgen jaarlijks nog een e-mail in het voorjaar: jullie mogen weer, de coach neemt contact met jullie op.” Niks is tevreden over het participatieproces, dat gelijkloopt aan de grotere gemeentelijke investeringen in biodiversiteit. “Onze biodiversiteitsambitie richt zich op gemeentelijk groen, goed dat inwoners op hun eigen manier betrokken blijven bij wat er op dat thema allemaal kan en moet gebeuren.”
6 - Hof van Twente
“Ik zie op dit moment 25 miljard euro op het landelijk gebied afkomen. 25 miljard. Dat is wat mij betreft de
en 13 buurtschappen, ligt veel boerenland en veel natuur. Met 500 boeren en ruim 60 procent van de oppervlakte van de gemeente voor agrariërs, is de stikstofproblematiek en de noodzaak om weg te bewegen van monocultuur ook hier aan de orde. Geen reden tot het toelaten van doemscenario’s, vertelt Meulenkamp. “We werken al jaren aan ons buitengebied om het elke dag nog beter te doen. Als we kijken naar de projecten die we in Hof van Twente uitvoeren … Als we al die kansen verzilveren dan herken je over 20 jaar het hele buitengebied niet meer.”
grootste kans voor het landelijke gebied sinds de Tweede Wereldoorlog”, zegt wethouder Wim Meulenkamp van de gemeente Hof van Twente. In Hof van Twente, een gemeente met 35.000 inwoners verspreid over 6 stadskernen
KWALITEITSIMPULS De Twentse gemeente voert al sinds 2020 haar nieuwe programma Biodiversiteit uit. De vier grote thema’s zijn
In de gemeente Hof van Twente heerst trots op het landelijk gebied en optimisme over de biodiversiteit. In een nieuw programma Biodiversiteit uit 2020 worden kansen verzilverd, aldus wethouder Wim Meulenkamp. Met een speciale app kunnen inwoners zelfs meehelpen met het inventariseren van wat groeit en bloeit, door het Twentse dorpennetwerk op de foto te zetten.
33
De Regge bij Goor. Beeld: Sjon.nl bermen en sloten, het grote aandeel boerenland, (agrarische) erven en de kernen en buurtschappen van de gemeente. Nog relatief aan het begin werkt de gemeente nu aan een overzicht van de biodiversiteit in Hof van Twente, door al de flora en fauna te inventariseren. In gebiedsplannen zal de gemeente samen met inwoners nadenken over hun natuurwaarden. Beide doelen lopen door tot eind 2023. Eind 2025 moeten biodiversiteitsdoelen in het beleid zijn verankerd, uitgewerkt in een Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) en omgevingsplannen en -visies. De KGO is bedacht door de provincie, waarin gevraagd wordt om te investeren in de kwaliteit van de omgeving van een eigen locatie. Overijssel hoopt daarmee evenwicht te brengen in ontwikkelingsruimte en kwaliteit van de natuur. In 2030 gaat de schop voor meerdere biodiversiteitspilots en -projecten de grond in. “Samengevat willen we als gemeente gebiedsgericht werken aan een basiskwaliteit voor onze natuur”, zegt Wilco Pasman, beleidsadviseur plattelandsontwikkeling bij de gemeente. SPECIALE APP Die basiskwaliteit komt er niet zonder die inventarisatie, aldus de beleidsadviseur. Hiervoor heeft de gemeente Hof van Twente speciaal een app laten ontwikkelen. De app moet inwoners betrekken bij het zien van de biodiversiteit in de gemeente.
Inwoners maken een scan met foto van bepaald groen en sturen deze op naar een centraal dashboard. Op het dashboard is de foto te zien, samen met de locatie waar deze in de gemeente gemaakt is. Het moet de gemeente inzicht geven in wat er groeit en bloeit in haar gemeente. Van de app wordt al goed gebruikgemaakt volgens Meulenkamp en Pasman: “Het zijn inmiddels al behoorlijk wat foto’s. Er zijn al bijna tachtig
inwoners die een scan hebben ingestuurd. En de app is nog niet eens groots aangekondigd.” Omdat de app niet specifiek is toegespitst op Hof van Twente, kan het idee van de app bij elke gemeente worden toegepast, zeggen zij met het oog op het delen van hun succesverhaal. Inwoners van andere gemeenten kunnen eveneens scans insturen van groen in Hof van Twente. Pasman: “We hopen dat andere gemeenten ons volgen. Zo kan een app zoals wij die hebben laten ontwikkelen een vlucht krijgen onder gemeenten met dezelfde behoefte om biodiversiteit via burgers in kaart te brengen.” PROEFVAKKEN Als onderdeel van de inventarisatie van biodiversiteit heeft de gemeente ook vijftig proefvakken aangewezen. Zij zijn elk 100 vierkante meter groot. Hier telt de gemeente de verscheidenheid aan soorten om zo elk jaar te kunnen monitoren of de biodiversiteit versterkt of juist verzwakt. Pasman: “De locaties van deze proefvakken zijn bekend, iedereen kan er dus ook langs om ze te bekijken.” Naast de speciale app en de proefvakken is de gemeente ook aangesloten op de klankbordgroep Kerngroep Groen met partners als Operatie Steenbreek, IVN Diepenheim, LTO Zuid Twente, Landschap Overijssel en Stichting Hofvogels. Ook heeft zij nauw contact met de provincie waar nodig. De samenwerkingen moeten het monitoren van haar biodiversiteitsbeleid eenvoudiger maken.
De eerste inspanningen voor een meer biodiverse gemeente zijn al gezet. Maar Meulenkamp hoopt wel dat sommige dingen in Hof van Twente niet zullen veranderen: “Ik zou het mooi vinden als het aantal boeren in onze gemeente niet afneemt en met een duurzamer verdienmodel door kan. Het is mij te doen om de mens in Hof van Twente, niet lijntjes op een kaart.”
34
“De ecologie – of Gaia, zo je wilt – is sterk genoeg om te overleven: er is al vijf keer een herstart geweest. Maar daar waren wij toen niet bij en bovendien zijn we deze keer zelf de oorzaak van het probleem. Bij de VN-top over biodiversiteit in Montreal in 2022 zagen we gelukkig het begin van een besef van die verantwoordelijkheid, maar net als de afspraken bij de klimaatconferentie in Parijs in 2015 zijn de voornemens nu ook weer boterzacht. De noodzakelijke fundamentele verandering van onze leefwijze blijft nog uit, omdat we ons niet realiseren dat ons eigen voortbestaan van een goed functionerende ecologie afhankelijk is. Jules de Corte zong het 60 jaar geleden al: we zullen het samen moeten doen of we gaan samen naar de knoppen.” Wout Veldstra voorzitter Stichting Steenbreek
Groendak met op de achtergrond de skyline van Rotterdam. Beeld: iStock
STIC
HTIN
G
35
Stichting Steenbreek | IPC Groene Ruimte | Stadswerk
“Alle aandacht voor biodiversiteit is allesbehalve overtrokken. Biodiversiteitsbehoud en -herstel zou de hoogste notering moeten hebben op onze maatschappelijke en economische agenda. Biodiversiteit is niet een ‘nice to have’, maar cruciaal voor ons eigen bestaan op deze planeet. De natuur kan zich prima redden zonder ons, maar wij kunnen niet zonder de natuur. Biodiversiteit is een voorwaarde voor het goed functioneren van ecosystemen. Die zorgen voor een vruchtbare bodem, voor schone lucht en water, voor eigenlijk alles wat leven op deze planeet mogelijk maakt. Klimaatverandering zit inmiddels wel tussen de meeste oren, maar als we minder CO2 produceren en tegelijkertijd ons natuurlijk kapitaal vernietigen, zijn we geen steek verder. Bovendien is bescherming en uitbreiding van een biodiverse natuur de meest kosteneffectieve manier om het klimaatprobleem aan te pakken.” Louise Vet voorzitter Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel
36