CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport-Aan-de-slag-met-biodiversiteit

Commissie Ruimtelijke Zaken 13 september 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Opiniërende bespreking Groenstructuurplan 80% versie13.000 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stichting Steenbreek | IPC Groene Ruimte | Stadswerk

DE BASIS

AAN DE SLAG MET ...

BIODIVERSITEIT 1

“Als we over de millennia naar de geschiedenis van onze planeet kijken, dan zal de natuur sterk genoeg blijken te zijn om het antropocene tijdperk, waarin de mens invloed heeft op het klimaat en de atmosfeer, te overleven. Maar om dit tijdperk van de mens zo lang mogelijk te laten duren, kan er niet genoeg aandacht aan biodiversiteit worden besteed. Het besef begint te dagen dat behoud en herstel van natuurlijke ketens noodzakelijk is om zelf als ‘soort’ te overleven. Daar moeten we aan werken door grootschalig natuurherstel, maar ook door een natuurinclusieve inrichting van onze openbare ruimte. Daar zijn Stadswerk-leden dag in, dag uit mee bezig, in samenhang met de noodzakelijke klimaatadaptieve maatregelen en circulair grondstofgebruik.” Maarten Loeffen directeur Stadswerk

Aan de slag met ...

biodiversiteit Schorpioenvlieg op een braam. Beeld: Ronald van der Velden 2

3

Voorwoord ‘Aan de slag met ... biodiversiteit’ is een uitgave van Stichting Steenbreek, Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland, IPC Groene Ruimte en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Contactgegevens Stichting Steenbreek Paulus Borstraat 41 3812 TA Amersfoort 033 - 479 40 50 info@steenbreek.nl www.steenbreek.nl Redactie Hans Bouwman Marko Faas Jelle Hiemstra Peter Karssemeijer Jesse Kiel Roel van Dijk

UITGAVE MET HANDVATTEN EN AANVULLINGEN 5

6

VOORWOORD

DEEL 1

Christianne van der Wal minister voor Natuur en Stikstof

Samenwerking essentieel voor vergroten biodiversiteit

12

25

DEEL 2

PRAKTIJKVOORBEELDEN

In de praktijk

Eindredactie Hans Bouwman Vormgeving Robert Ellents Uitgave 2023

neutra drukwe al rk

FSClogo plaatsen (Zalsman informeren)

Beeld omslag: Bijvlieg op een sleedoorn Ronald van der Velden

4

26

1 DEN HAAG

27

2 EDE

29

3 MIDDELBURG/VLISSINGEN

30

4 ASSEN

32

5 LAARBEEK

33

6 HOF VAN TWENTE

Voor vitale stadsnatuur moet je op je strepen staan

Natuur en biodiversiteit als basis van alle verdere ontwikkeling

Woningbouwopgave en biodiversiteit kunnen prima samengaan

Biodiversiteit als oplossing voor problemen met ondergrond

Ook inwoners spelen een rol in het vergroten van biodiversiteit

U weet waarschijnlijk iets essentieels over de natuur in Nederland, anders had u deze uitgave vermoedelijk niet in handen. U heeft vast ook gehoord dat het niet goed gaat met veel planten, dieren en hun leefomgeving in ons land. We verliezen steeds meer soorten. En dat is slecht nieuws. Biodiversiteit is een verzamelnaam voor al het leven in de natuur en het verband daartussen. Deze diverse, natuurlijke verbanden worden ook wel ecosystemen genoemd. We kunnen er niet buiten, maar de ecosystemen kunnen prima zonder ons. Een ecosysteem kan enigszins opvangen wat mensen doen. Het kan zich aanpassen, maar helaas niet regenereren. Het is, net als iedere levensvorm, eindig. Eenmaal gestorven, keert zo’n systeem niet binnen een paar jaar weer terug. Daar waar leven is, is gelukkig ook hoop. We kunnen de negatieve effecten in een positieve bijdrage omzetten als we onze dagelijkse activiteiten meer in overeenstemming brengen met de behoeften van de natuur. Lokaal, regionaal en mondiaal. Dat moet ons lukken. De eerste stap is om ons heen opmerken wat er gaande is. Zien is je verbazen: geen muggen dit jaar. Of: wat groeit hier veel mos. Of: OK, ik was een tijdje op vakantie, maar zoveel bramenstruiken in het park? Dan volgt de actiemodus.

Die ontstaat vaak op het kruispunt van deze observaties en kennis over de natuur: de wetenschap dat braam en mos stikstofminnend leven is, met de neiging ander leven weg te drukken en het vermogen de bodem te verzuren. Vandaaruit kunnen we samen stap twee zetten, namelijk initiatief nemen om de biodiversiteit in onze eigen omgeving te beschermen en te bevorderen. Dat kan door met alle overheden, organisaties en bedrijven toe te werken naar duurzame landbouw, schone lucht en schoon water, maar kan ook in het klein, en het hoeft niet altijd heel ingewikkeld te zijn. Biodiversiteit verbetert als ergens meer bomen worden aangeplant, als stoeptegels verdwijnen of als er voor een groen project geen pesticiden worden gebruikt. En dat zijn nog lang niet alle grote en kleine daden om de biodiversiteit, waar we zo van afhankelijk zijn, vooruit te helpen. Dit boek biedt u veel handvatten en praktische aanvullingen op wat we nu al voor de natuur doen. Bij elkaar stellen ze Nederlanders in staat om samen hun omgeving tot een betere plaats te maken voor al wat leeft. Ik hoop dan ook dat ze aanleiding zullen zijn tot veel opgestroopte mouwen.

Christianne van der Wal minister voor Natuur en Stikstof

Een app om inwoners te betrekken bij het zien van biodiversiteit 5

DEEL 1

Deel 1 Auteur: Hans Bouwman

“Biodiversiteitsherstel is zeer complex en vergt vaak specifieke maatregelen. Toch vormt het de basis voor klimaatadaptatie, de basiskwaliteit natuur, natuurlijk kapitaal en staat centraal in de energietransitie en in een gezonde leefomgeving. Als we geen maatregelen nemen, zullen we nog veel meer problemen ervaren. Met instrumenten zoals handreikingen over groene daken, gezonde bodem en natuurinclusief bouwen, kunnen we samen met ecologen de leefomgeving ecologisch functioneel maken. Dat betekent dat inheemse planten en dieren zich tijdelijk of permanent kunnen vestigen. Hierdoor sluiten we beter aan op de omgeving en het landschap en komt de veerkracht van ons ecosysteem sneller terug.” Albert Vliegenthart ecoloog en programmamanager De Vlinderstichting

Kleine vuurvlinder. Beeld: iStock

SAMENWERKING ESSENTIEEL VOOR VERGROTEN BIODIVERSITEIT Biodiversiteit. Een begrip dat de laatste tijd steeds vaker opduikt in de media, rapporten en beleidsstukken. Niet verwonderlijk, want uit onderzoek blijkt dat in de afgelopen 30 jaar het aantal

Genoeg reden dus om aandacht aan biodiversiteit te besteden. Maar wat is eigenlijk biodiversiteit en waarom is het erg dat die terugloopt? Biodiversiteit is volgens Wageningen University & Research (WUR) 2 kortweg de verscheidenheid aan leven – van een slootwaterdruppel tot een compleet bos, een oceaan of zelfs de aarde als geheel. Biodiversiteit omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, maar ook de enorme genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waarvan ze deel uitmaken, van weiland tot wetland, van rivier tot estuarium en van bos tot woonwijk. Het begrip omvat het totaalpakket aan levende organismen en systemen, en de interacties daartussen.

Biodiversiteit vertegenwoordigt dus een enorme economische waarde. Duidelijk is dat we moeten proberen die biodiversiteit te verhogen. Maar hoe? “Gemeenten moeten zorgen dat die biodiversiteit in de omgevingsplannen en verordeningen verankerd wordt”, zegt Eddy Schabbink van IPC Groene Ruimte en expert op het gebied van biodiversiteit. “Wat voor die verankering ook belangrijk is, is de Omgevingswet, vooral voor gemeentelijke en provinciale organisaties. Want de Wet natuurbescherming is een van de 26 wetten die deel uitmaken van de Omgevingswet.”

BODEM EN WATER ZIJN STUREND GEVOLGEN VAN TERUGLOPENDE BIODIVERSITEIT

Schabbink vindt dat diverse partijen ook moeten durven om zaken te verordenen. “Binnen de bestaande wetgeving bestaan ruime kaders. Of het nou een Wegenverkeerswet is – en die is misschien nog wel een van de strengste – maar ook, het Bouwbesluit en de Wet natuurbescherming; binnen de kaders zou je best veel strakkere verordeningen kunnen maken als gemeente.” Hij noemt hierbij als voorbeeld gemeente Rheden die in 2022 de ‘Verordening afvoer hemelwater en grondwater’ heeft laten ingaan waarbij de inwoners verplicht worden om beter met regenwater om te gaan. Bijvoorbeeld door het op te vangen via een wadi, een regenton, infiltratiekratten of een groen dak.

Maar wat is er nu erg aan dat die biodiversiteit achteruitloopt? We staan er misschien niet bij stil, maar vrijwel alles wat we eten, is direct of indirect te herleiden tot biodiversiteit. Zo heeft de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, becijferd dat wereldwijd driekwart van alle landbouwgewassen afhankelijk is van bestuivers zoals wilde bijen en zweefvliegen.2 Het aantal (wilde) bijen, vlinders, zweefvliegen en andere bestuivende insecten daalt wereldwijd. Nederland springt er wat dat betreft relatief gezien zeer slecht uit. Van de 360 soorten bijen in Nederland dreigt meer dan de helft te verdwijnen.3 Als die bestuivers uitsterven, is het niet moeilijk voor te stellen wat dat betekent voor de landbouw. Maar dat niet alleen. Ook het gros van onze bouwmaterialen, medicijnen en industriële grondstoffen betrekken we van biologische hulpbronnen. En veel vormen van toerisme zijn afhankelijk van natuur.

Een positieve ontwikkeling is volgens Schabbink dat vanuit de rijksoverheid is aangegeven dat bodem en water sturend zijn. “Een beleidsstuk met de opmerking dat we gaan werken aan biodiversiteit, daar kun je niks mee. Daar zit ook de grootste uitdaging: hoe ga je nu beleid vertalen

insecten wereldwijd fors is afgenomen. In beschermde natuurgebieden zou het zelfs gaan om driekwart van de totale insectenpopulatie.1 De klimaatverandering verstoort ecosystemen en veroorzaakt een achteruitgang in biodiversiteit. Een gesprek met Eddy Schabbink van IPC Groene Ruimte.

6

(1) www.ru.nl/fnwi/@1129476/75-procent-minder-insecten-75-percent-the-insect (2) www.wur.nl/nl/show-longread/biodiversiteit-longread.htm (3) www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/bescherming-bijen-en-andere-bestuivers#:~: text=Het%20aantal%20(wilde)%20bijen%2C,uiterlijk%20in%202030%20te%20stoppen. 7

Deel 1

Als bodem, groen en water leidend zouden zijn, zou deze situatie tot het verleden behoren. Deze inrichting voegt heel weinig toe aan de biodiversiteit. Beeld: Sjon.nl

naar concrete acties, naar verordeningen binnen die wetgeving zodat een wethouder of volgende wethouder of gemeenteraad niet kan zeggen: dat gaan we toch niet doen.”

MINDER SECTORAAL WERKEN Gemeenten werken nu vooral sectoraal, zegt Schabbink. Bij gebiedsontwikkeling wordt onvoldoende geschakeld met groen. Er worden bijvoorbeeld woningen gepland en dan wordt gekeken waar nog ruimte is voor groen. “Dat hele verhaal zou omgedraaid moeten worden, waardoor bodem, groen en water leidend zijn. Dan pas ga je kijken waar je woningen, industrie, begraafplaatsen en sportvoorzieningen kwijt kunt. De grootste moeilijkheid is dan ook: wie overziet nu die hele paraplu die ermee te maken heeft? Wij proberen als IPC Groene Ruimte in ons opleidingsaanbod gemeenten dan ook mee te nemen in dat omdenken.” Schabbink beseft dat er nog heel wat moet gebeuren voor het zover is. Het begint volgens hem dan ook met bewustwording en het besef dat je elkaar vanuit de verschillende domeinen hard no-

dig hebt. De gemeentelijke organisatie zal anders moeten gaan denken en werken. “Er moet meer kennis en kunde komen, wat in de afgelopen decennia is er veel kennis en kunde ‘ingekocht’ ten koste van eigen kwaliteit en kwantiteit. Wat nog belangrijker is, is dat gemeenteambtenaren meer tijd krijgen om aan de voorkant concrete invulling te geven aan het beleid. Mijn ervaring is dat zij nu veel tijd moeten besteden aan klachtenafhandeling van de burgers. Het omgekeerde zou het geval moeten zijn. Je hebt ambtenaren nodig – dat geldt ook voor de mensen bij de waterschappen en woningcorporaties – die hun eigen gebied kennen, weten wat er speelt in het land en daarbij de tijd, kennis en kunde hebben om beleid om te zetten in heldere, haalbare, concrete principes met duidelijke meetbare effecten. Pas dan is het mogelijk om de juiste kwantitatieve en kwalitatieve criteria te bepalen die daar invulling aan geven.”

CULTUURVERANDERING NODIG Schabbink beseft dat er, zowel op overheidsniveau als bij de burgers, een enorme cultuursysteemverandering nodig is waar je doorheen

8

Er is niks zo duur als het onderhoud van een gazon. Beeld: Sjon.nl

moet. “En dat is het allermoeilijkste wat er is. We hebben ons gepositioneerd bovenaan de voedselpiramide en we zijn ons er helemaal niet meer van bewust dat we onderdeel uitmaken van het systeem. We hebben ons boven alles verheven en vanuit die positie denken wij dat allemaal te moeten sturen. Mensen zijn heel erg ingericht op een bepaald beeld zoals de omgeving eruit zou moeten zien: die moet schoon, heel en veilig zijn. Een gefixeerd eindbeeld terwijl de natuur zo helemaal niet werkt. Als je naar die natuur kijkt, dan zie je dat die daar helemaal niet van houdt. Die natuur wil juist een beetje structuurvariatie, die wil gradiënten (geleidelijke overgang tussen twee gebieden, red.). Dat is een heel andere omgeving dan die gevisualiseerde omgeving die wij hebben met dat strakke gras, strakke hagen en die mooie vlakken van hetzelfde soort. Dat staat haaks op wat die natuur in de basis zou doen.”

onderhoud van een gazon. Gras groeit in Nederland op heel veel plekken helemaal niet zo goed. Het is een plant die het eigenlijk goed op rijkere kleigronden doet, maar voor de rest, op andere gronden, wil het helemaal niet graag groeien. Maar dan gaan wij ons uiterste best doen en het bemesten en verticuteren om het maar gezond te houden. Dat is eigenlijk tegen het natuurlijke proces in.”

KOSTENPOSTEN IN DE TOEKOMST

Het is volgens Schabbink al vele honderden jaren geleden de verkeerde kant opgegaan. Hij noemt als voorbeeld Lodewijk XIV, de Zonnekoning, als boosdoener. “Hij had het geld om die grote grasvlaktes aan te leggen Er is niks zo duur als het

9

Als er nu niet wordt gewerkt aan biodiversiteit en klimaatadaptatie worden de volgende generaties opgezadeld met enorme problemen en kosten, zegt Schabbink. “Je hebt het dan over enorm verzuurde bodems, verzilte bodems, nog meer water wegpompen dan je ooit gedaan hebt. Nog meer hittestress, dus nog meer energie nodig om de boel gekoeld te krijgen. Je zult nog meer bestrijdingsmiddelen nodig hebben om ziektes en plagen te gaan bestrijden. Bij alles wat je nu niet doet, heb je in de toekomst grote financiële kostenposten die op je afkomen. En dat ga je niet technisch oplossen, want dat is wat wij nu doen, hè? We pakken de gevolgen aan en niet de oorzaken. Als je continu iets doet wat eigenlijk

Deel 1

meenten, waterschappen, provincies en bedrijven worden de leerlijnen opgezet. In het najaar van 2023 wordt gestart met de pilot voor de operationele doelgroep (onder anderen projectleiders, beheerders, toezichthouders). Daarna volgt de strategische leerlijn voor ambtenaren die zich bezighouden met bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling, ruimtelijke inrichting, woningbouwontwikkeling en daaraan gelieerde werkzaamheden.

De tactische leerlijn voor bestekschrijvers, ontwerpers en inspecteurs volgt weer later. “Ik hoop dat we in die pilottrainingen ook een mengeling van deelnemers krijgen, dus mensen uit allerlei richtingen. Ik weet zeker dat ook heel veel ambtenaren daar enorm veel van zouden kunnen opsteken om die omslag te maken naar het anders denken. Maar vergeet niet: er zijn ook heel veel mensen die nu al echt wel goed bezig zijn, hoor.”

Laag water in een retentievijver tijdens een droogteperiode. Beeld: Sjon.nl

MEETLAT BIODIVERSITEIT IN DE PRAKTIJK

tegennatuurlijk is, betekent dat dat het jaar erop het probleem naar alle waarschijnlijkheid nog groter is en dat je nog meer kosten moet maken. Maar doordat dat gebeurt, zijn de uiteindelijke kosten om het te herstellen nog groter. Het is een beetje het true pricing-verhaal: in de prijs van nu niet de kosten willen meenemen van de ellende in de toekomst.”

• De door IPC Groene Ruimte ontwikkelde Meetlat Biodiversiteit is een hulpmiddel om biodiversiteit inzichtelijk te maken voor de ongeveer 45.000 soorten die in Nederland in stad, land en natuur voorkomen. De Meetlat is een methode om op basis van objectieve gegevens rondom de soortenrijkdom de biodiversiteit in elk willekeurig gebied te kunnen vaststellen. Daarnaast kan de ontwikkeling van biodiversiteit in het gebied worden gemonitord gedurende een langere periode.

MEER SAMENWERKING NODIG Hoewel er gemeenten zijn die niet alleen op papier, maar ook in de praktijk op een goede manier werken aan vergroting van de biodiversiteit, is bij veel gemeenten toch nog vaak de bouw de economische drijfveer. Schabbink is dan ook blij dat vanuit het kabinet een ommezwaai te bespeuren is. “Wat je ziet is dat de nationale overheid een beetje de regie aan het overnemen is als het gaat om gebiedsontwikkeling.” Schabbink pleit ervoor dat gemeentelijke overheden veel meer samenwerken, niet alleen intern, maar ook met waterschappen, woningcorporaties en provincies. “Waterschappen hebben er bijvoorbeeld enorm veel belang bij dat gemeenten hun werk anders gaan doen. Zij kunnen, samen met de waterleidingbedrijven, over 10, 15 jaar geen water meer garanderen omdat het water gewoon opraakt. Waterschappen, provincies en

gemeenten moeten met elkaar aan tafel schuiven en kijken hoe ze dat water kunnen infiltreren en bufferen. Nu weet ik wel dat er regelmatig overleg is tussen de verschillende partijen, maar uiteindelijk draait iedereen toch vanuit zijn eigen belang. En er zijn ook veel belangen hè, denk maar aan de boeren en tuinders in het buitengebied. We moeten leren om het niet meer af te schuiven op de volgende generatie of op andere partijen, maar dat je met elkaar onder ogen moet zien dat we pijn moeten gaan leiden.”

LEERLIJN BIODIVERSITEIT Om kennis over biodiversiteit en de natuur bij overheden, organisaties en andere betrokken partijen te vergroten, is IPC Groene Ruimte in samenspraak met belanghebbenden gestart met het ontwikkelen van drie doorlopende leerlijnen Biodiversiteit voor beroepsprofessionals. “Dit worden tien- tot twaalfdaagse trainingen waarin we mensen mee gaan nemen van het waarom naar uiteindelijk van hoe in jouw gebied. Op drie verschillende niveaus – strategisch, tactisch en operationeel – gaan we deelnemers trainen met als doel te komen tot een gezonde fysieke leefomgeving. Op ieder niveau is het van belang je af te vragen hoe je een gebied gaat inrichten, beheren en onderhouden, zodat een positieve impact op biodiversiteit en klimaat gegarandeerd wordt.” Middels een klankbordgroep met mensen van ge-

10

• Met dit hulpmiddel kan de gebruiker inzicht verkrijgen in de invloed van het beheer en inrichting op de soortenrijkdom en zo nodig kan

er worden bijgestuurd. Met de Meetlat kunnen overheden concrete beleidsdoelen formuleren die gericht zijn op behoud en ontwikkeling van biodiversiteit. • De printuitgave van de Meetlat is inmiddels vervangen door een app om data van eerder verkregen metingen op te slaan en om efficiënter te kunnen werken. De app wordt gekoppeld aan een domein (bijvoorbeeld gemeente, waterschap, recreatiegebied, begraafplaats). Beleidsmakers, beleidsmedewerkers, ambtenaren en terreinbeheerders die de app willen gebruiken dienen de training ‘Biodiversiteit in de praktijk’ van IPC Groene Ruimte te volgen.

Steenuil op de uitkijk. Beeld: iStock

Informatie: https://www.ipcgroen.nl/aanbod/3435/biodiversiteit-in-de-praktijk

11

DEEL 2

Auteurs: Peter Karssemeijer en Jelle Hiemstra, Wageningen University & Research

“Is de natuur sterk genoeg om te overleven zonder onze hulp? Ik draai het om: zijn wij sterk genoeg om te overleven zonder hulp van de natuur? Planten en dieren zijn ons dagelijkse en enige voedsel. Bescherming is noodzaak: als we biodiversiteit vernietigen, gaan wij mee. Met een brede genetische basis van een grote diversiteit aan soorten om ons heen, lopen wij minder risico. Heeft ieder wezen dan nut? Ik ben daar nauwelijks mee bezig. Mij gaat het ook om de intrinsieke waarde. Met bloemen, vogels en vlinders ziet mijn wereld er mooier uit. Ik krijg er energie van. Dat geldt voor veel meer mensen. Reden genoeg om veel aandacht te besteden aan biodiversiteit. In onze steden, in de dorpen en in het buitengebied.” Roel ter Horst beleidsregisseur ruimtelijke ontwikkeling gemeente Ede

Beeld: iStock

IN DE PRAKTIJK Helaas begint dit hoofdstuk met een trieste mededeling, het gaat namelijk niet goed met de biodiversiteit. Als we kijken naar insecten, de meest soortenrijke groep dieren op aarde, zijn

Deel 2

Deze afname is niet uniek voor insecten: ook amfibieën, vogels en kleine zoogdieren zijn afgenomen gedurende de laatste eeuw. Er zijn veel redenen voor deze afnames aangedragen, waaronder intensivering van de landbouw, pesticidegebruik, klimaatverandering, fragmentatie van leefgebieden en verstedelijking.

gelen opgesteld en deze beoordeeld op basis van verwachte effectiviteit voor herstel van de biodiversiteit (1). Deze twee bronnen zijn aangehouden als leidraad voor praktische oplossingen in dit hoofdstuk. Daarnaast komen er in dit hoofdstuk heel wat nuttige websites, boeken en brochures voorbij waar men terechtkan voor meer diepgaande informatie.

Gelukkig liggen hier en daar ook kansen om biodiversiteit te verhogen. Er komt steeds meer waardering voor biodiversiteit in de maatschappij, en veel partijen willen een groen imago uitstralen door iets goeds voor de natuur te doen. Door stedelijke gebieden groen en gevarieerd in te richten ontstaan mogelijkheden voor biodiversiteit. Stedelijk groen heeft daarnaast ook positieve effecten voor de luchtkwaliteit, het klimaat in de stad en de waterhuishouding. In dit hoofdstuk zullen verschillende kanten van stedelijk groen belicht worden, waarbij aangegeven wordt hoe praktische maatregelen de biodiversiteit zouden kunnen verhogen. Bij het schrijven van dit hoofdstuk is sterk geleund op een tweetal belangrijke bronnen waarin maatregelen die in Nederland getroffen kunnen worden om biodiversiteit te verhogen, worden geëvalueerd. Allereerst is dat een boek geschreven door Rudi Terlouw (Bui-TeGewoon) en Richard Slagboom (Arvalis Natuur & Landschap) in opdracht van de provincie Zuid-Holland, met praktische informatie over allerlei maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit, natuurbouwstenen genoemd door de auteurs (Terlouw & Slagboom, 2021). Ten tweede heeft Naturalis samen met Stedin en een groep experts, (stads) ecologen en biologen, een lijst van vijftig maatre-

STIMULEREN VAN BODEMLEVEN De bodem vormt de basis voor een gezonde natuur. Een kwart van de wereldwijde biodiversiteit is te vinden in de bodem, van microben tot mollen, van schimmels tot springstaarten (Orgiazzi et al., 2016). Fotograaf Andy Murray weet bodemleven als geen ander vast te leggen en na een blik op zijn website (2) is het moeilijk om geen liefde te verklaren aan ondergrondse levensvormen. Bodemleven is belangrijk voor een goede bodemstructuur, afbraak van organisch materiaal en voor gezonde plantengroei. Planten halen namelijk hun voeding uit de bodem en werken samen met micro-organismen rondom hun wortels op een manier die vergelijkbaar is met de menselijke darmflora. Daarnaast draagt een gezonde bodem bij aan het voorkomen van ziektes. Veel ziekteverwekkers van bomen overwinteren in de grond, met een rijk bodemleven hebben deze slechte microben minder kans om de winter te overleven en blijft de boom het volgende jaar gezond. In de praktijk zijn er een aantal maatregelen die de bodem en het bodemleven ten goede komen. Door tegels en grind te vervangen door groen kan een flinke slag geslagen worden in stedelijke gebieden. Ook kan halfverharding worden

er de afgelopen jaren dramatische rapporten verschenen (Wagner et al., 2021). In Duitsland is de hoeveelheid vliegende insecten, uitgedrukt in gewicht van vangsten in beschermde

(1) www.naturalis.nl/wetenschap/biodiversiteit-kansenkaart-groene-netten (2) www.chaosofdelight.org/

natuurgebieden, met meer dan 75 procent achteruitgegaan sinds 1989 (Hallmann et al., 2017).

12

13

Deel 2

Omgeving Cultuurpark - Gashouder Westergas – Amsterdam. Beeld: Fred Roest van Tweeluik Fotografie & Tekst

Springstaart, Allacma fusca. Beeld: Andy Murray

toegepast, waarbij bijvoorbeeld parkeerplaatsen betegeld worden met open rasters waar planten doorheen groeien. Daarnaast kunnen veranderingen in groenbeheer de biodiversiteit in de bodem verhogen. Met minder of gefaseerd maaien krijgen vlinders meer kansen om zich te ontwikkelen. Door bladeren in de herfst te laten liggen ontstaan schuilplaatsen voor insecten en voeding voor bodemleven. Met een gezonde bodem worden deze bladeren vanzelf opgeruimd en komen de voedingsstoffen vrij voor ander bodemleven en voor planten (3).

Niet al het bodemleven blijft in de bodem, er zijn veel insectensoorten die een deel van hun ontwikkeling ondergronds doormaken. Zo maken de meeste soorten wilde bijen die in Nederland voorkomen, 250 van de 360 soorten, hun nesten in de grond. Voor deze soorten is het belangrijk om stukjes kale grond in de zon beschikbaar te hebben om hun nest te graven. Hier kunnen bijvoorbeeld zandhopen voor gerealiseerd worden, met in de buurt veldjes met wilde bloemen waar ze hun nectar en stuifmeel kunnen verzamelen.

BIODIVERSITEIT EN WATERHUISHOUDING Met de toenemende klimaatverandering wordt water een steeds belangrijker thema, waarbij zowel aan vasthouden van water (retentie) als aan bufferwerking gedacht dient te worden. Retentie van water, bijvoorbeeld door regenwater af te koppelen van het riool, kan bijdragen aan toenemende toekomstbestendigheid van steden. Hierdoor stromen rioleren niet over en kan het afgewende regenwater het grondwaterpeil omhoog krikken. Wadi’s (afkorting voor Water Afvoer Drainage en Infiltratie) kunnen worden aangelegd om afstromend regenwater tijdelijk op te slaan en langzaam het grondwater in te laten stromen (Boogaard et al.,2006).

LEUKE EN NUTTIGE LINKS: www.onder-het-maaiveld.nl www.ijkcentrumbodem.nl www.bodemdierendagen.nl

(3) www.vimeo.com/222168889 (4) www.edepot.wur.nl/329692 (5) www.natuurenmilieu.nl/publicatie/citizen-science-project-vang-de-watermonsters

14

Bij aanleg en onderhoud van zulke wadi’s of vijvers met een functie voor wateropvang in steden, kan de biodiversiteit ook geholpen worden, zo vangt men twee vliegen in een klap. Door wadi’s en vijvers rijkelijk te beplanten, het liefst met inheemse plantensoorten, ontstaat ruimte voor de natuur. Door de overgang van nat naar droog kunnen veel verschillende kleine ecologische niches (natuurlijk leefmilieu) ontstaan, waar

15

insecten, amfibieën en vogels van kunnen profiteren. Vooral voor amfibieën is het zeer gunstig als een dieper gedeelte gerealiseerd wordt waar ook in de zomer water blijft staan. In wadi’s in stadscentra en tuinen wordt meestal gras gezaaid, maar er kunnen ook allerlei planten worden aangeplant. Omdat een wadi sterk draineert, is de belangrijkste eis aan deze planten dat ze droogtetolerant moeten zijn. Daarnaast moeten ze bestand zijn tegen een korte periode (enkele dagen) onder water staan met de wortels. Een lijst van deze planten is te vinden in het artikel ‘Planten voor natte locaties’ (Hoffman & Hop, 2012) (4). Het is geen probleem om aan wadibeplanting ook nog de eis te stellen dat deze goed moet zijn voor biodiversiteit, aangezien Nederland veel inheemse insectenplanten voor natte standplaatsen telt. Veel Nederlandse steden liggen vol met sloten en grachten, waar in principe veel organismen in zouden kunnen leven. Natuur & Milieu (5) voerde samen met burgers onderzoek uit naar de waterkwaliteit in kleine wateren en vond helaas

Deel 2

veel vervuiling. Door riooloverstort, medicijnresten, bestrijdingsmiddelen en overbemesting krijgt de natuur weinig kans. Veel kleine wateren in Nederland worden overgroeid door kroos en algen, die het goed doen met hoge concentraties voedingsstoffen. Deze planten verstikken en vertroebelen het water met negatieve effecten op andere planten, insecten, vissen en amfibieën. Biodiversiteit kan gestimuleerd worden door oevers beter in te richten, bijvoorbeeld minder kades en meer natuurlijke overgangen met planten, en door bronnen van vervuiling op te sporen en te voorkomen.

VERBINDEND GROEN Een van de grootste oorzaken van de afname in biodiversiteit en het uitsterven van soorten is habitatfragmentatie, versnippering van leefgebieden. We kennen allemaal beelden van gekapte bossen in het Amazonewoud, maar dit is in feite ook op kleinere schaal in Nederland aan de gang. Door verstedelijking en infrastructuurprojecten is de natuur opgesplitst in kleinere gebieden waar veel dieren zich niet meer vrij tussen kunnen bewegen. Door slimmer om te gaan met beheer en aanleg van natuur kunnen gefragmenteerde natuurgebieden verbonden worden. Ecologische verbindingszones kunnen ontstaan door een betere indeling en beheer van groen. Ecoducten over snelwegen zijn voorbeelden van zulke verbindingszones en mits goed aangelegd kunnen deze effectief het leefgebied van soorten vergroten. In en rondom de stad kunnen tunnels een uitkomst bieden. Stichting Das&Boom verzamelt gegevens over aanrijdingen met dassen en geeft op basis hiervan advies over locaties

waar dassenwissels aangelegd kunnen worden. Deze dassenwissels bestaan uit een tunnel onder de drukke weg door zodat de das niet hoeft over te steken (6). Ook hekwerken in de stad kunnen worden getransformeerd in ecologische verbindingszones. Door hekken te vervangen door struikgewas of hagen, of door ze te combineren met klimplanten, kunnen ze benut worden door dieren als schuil- of nestplaats. Groene uitlopers vanuit nabijgelegen natuur de stad in kunnen biodiversiteit in de stad een boost geven. Zulke uitlopers hoeven niet vanuit het niets te worden opgebouwd, want de stad ligt vol met potentiële groene corridors. Door beplanting aan te brengen langs wegen, fietspaden, oevers en spoorwegen ontstaan verbindingszones voor onder andere insecten en kleine zoogdieren. Voor vliegende dieren hoeven groene verbindingen niet aaneengesloten te zijn. Voor hen vormen bijvoorbeeld groene daken en pocketparkjes (klein openbaar park) stapstenen waarmee zij zich door de stad kunnen verplaatsen.

BIODIVERSITEIT DOOR HET DAK Als ergens een overvloed van is in steden, dan zijn het wel daken. En ook daar ligt een mogelijkheid voor biodiversiteit. Door bestaande daken te vergroenen en nieuwbouw uit te rusten met groene daken kan biodiversiteit gestimuleerd worden. Groene daken bieden, naast vergroening, oplossingen voor een groot aantal problemen in de stad (Hop & Hiemstra, 2013). Ze helpen het water vasthouden bij hevige regenbuien waardoor rioleringen minder overspoeld worden, reduceren opwarming tijdens hitteperioden, gaan luchtvervuiling tegen en brengen het energiever-

(6) www.advies.dasenboom.nl/18/aanbod/advisering-faunavoorzieningen

16

Daktuin van Circl op de Zuidas in Amsterdam. Beeld: Roel van Dijk

Dak NIOO-KNAW aan de Droevendaalsesteeg in Wageningen. Beeld: Roel van Dijk

bruik van een gebouw omlaag (Getter & Rowe, 2006, Kleerekoper et al., 2012).

Deze daken zijn zwaarder en behoeven enig onderhoud. Daar krijgt men wel iets voor terug: op sedumdaken worden namelijk minder insectensoorten aangetroffen vergeleken met daken met een meer kruidenrijke begroeiing (Drukker et al., 2018). Hoe dikker het substraat, hoe meer mogelijkheden er gecreëerd kunnen worden voor biodiversiteit. Er bestaan zelfs groene daken waar bomen op kunnen groeien, waar dan weer allerlei soorten vogels en insecten van kunnen leven. Op die manier zijn er bijvoorbeeld parken mogelijk boven of op parkeergarages.

Allerlei soorten organismen die anders geen plek zouden hebben in de stad, vinden een habitat op groene daken. Zo vonden onderzoekers op groene daken veel verschillende insecten- en vogelsoorten (Hop & Hiemstra, 2013). Deze dieren vinden op groene daken voedsel-, schuil- en nestgelegenheid. In een onderzoek naar de diversiteit van insecten op groene daken in verschillende steden, werden zelfs twee soorten aangetroffen die niet eerder in Nederland gevonden zijn (Drukker et al., 2018, Den Bieman et al., 2021). Dit geeft aan dat groene daken unieke ecologische niches kunnen bieden. Groene daken zijn er in verschillende soorten en maten, die niet allemaal even goed de biodiversiteit stimuleren. Sedumdaken zijn onderhoudsarm en licht vanwege een dunne laag substraat, waardoor ze vaak gemakkelijk aangebracht kunnen worden op bestaande daken. Daartegenover staan groene daken met een dikkere laag substraat, die een grotere diversiteit aan (meestal) kruidachtige planten kunnen huisvesten.

17

Naast de basisopbouw van een dak kunnen bepaalde elementen de biodiversiteit flink stimuleren. Door ruige elementen toe te voegen, zoals dood hout, stenen of zandhopen, kan voor meer soorten een habitat gecreëerd worden. Verder kan om het gewicht te beperken gevarieerd worden met de dikte van het substraat waardoor meer variatie in de beplanting mogelijk is. Bij de aanleg van een groen dak kan ook rekening gehouden worden met de lokale ecologische omgeving, door te werken met inheemse plantensoorten. Hiermee kan een gebouw een bijdrage vormen voor de lokale natuur.

Deel 2

Beeld: Sandra Grutter

INSECTEN IN DE STAD Insecten spelen een cruciale rol in ecosystemen en de stad is daarbij geen uitzondering. Ze ruimen organisch afval op, bestuiven planten en zijn een belangrijke voedselbron voor grotere dieren zoals stadsvogels. Insecten zijn de meest soortenrijke groep dieren die we op aarde kennen, alleen in Nederland komen al rond de 20.000 soorten insecten voor. Huisvesting voor insecten biedt daardoor veel mogelijkheden om biodiversiteit in stedelijke gebieden te verhogen. Insectenhotels (ook wel bijenhotels genoemd) worden op steeds meer plaatsen neergezet en trekken vaak veel bekijks. Ze bieden nestmogelijkheden voor wilde bijen (let op: de honingbij hoort daar niet bij) en kunnen door andere insecten gebruikt worden als schuilplaats voor de winter. Pieter van Breugel (2019) schreef

een boek waarin alle gasten van insectenhotels in Nederland de revue passeren (online gratis te downloaden (7). Niet alle wilde bijen maken gebruik van insectenhotels, slechts zo’n 10 procent van de Nederlandse soorten. Hierdoor zijn insectenhotels niet de grote wonderoplossing die soms gesuggereerd wordt. Een insectenhotel wekt maar al te vaak de indruk dat het dan wel goed zal zijn. In de praktijk ontbreken juist vaak andere voorwaarden zoals de aanwezigheid van voedsel. In een omgeving waarin de voorwaarden voor biodiversiteit aanwezig zijn, is een insectenhotel overbodig. Daarnaast zijn er helaas veel slecht geproduceerde insectenhotels in de omloop en deze kunnen juist schadelijk zijn. Als de gaatjes aan de binnenkant ruw zijn kunnen ze de vleugels van bijen beschadigen als ze er in- of uitkruipen. Ook is het

(7) www.bestuivers.nl/publicaties/gasten-van-bijenhotels

18

van belang dat alle gaatjes aan de achterkant dichtgemaakt zijn en dat er veel variatie aan formaten gaten is voor verschillende bijensoorten. Eigenlijk is het grootste voordeel van insectenhotels dat ze draagvlak creëren bij stadsbewoners; het zien van zoemende metselbijen geeft mensen een goed gevoel en zet ze aan het denken over biodiversiteit.

verschillende tijden bloeien. Als dit goed gedaan wordt, ontstaat een doorlopende zogenoemde bloeiboog, waarbij door het jaar heen bloemen te vinden zijn. Naturalis heeft hiervoor een handige tool ontwikkeld (8). Hierin kan men opzoeken per gebied welke plantensoorten het beste resultaat kunnen opleveren voor verschillende soorten wilde bijen.

Voor bijensoorten die geen plek vinden in insectenhotels kunnen andere maatregelen getroffen worden. Zandhopen in parken of kale oevers bij wadi’s of sloten, kunnen nestgelegenheid bieden voor wilde bijen die in de bodem leven (Terlouw & Slagboom, 2021). Voor alle maatregelen voor bestuivers geldt dat er voedsel in de buurt moet zijn. Net als een stad zonder supermarkt zal een insectenhotel zonder bloemenweides weinig bewoners aantrekken.

De keuze tussen inheemse of uitheemse plantensoorten kan belangrijk zijn bij stedelijk groen. Inheemse soorten hebben als voordeel dat ze beter aansluiten bij de lokale flora en fauna, dit geldt in het bijzonder voor insecten die een specifieke waardplant (die zorgt voor voedsel voor bijen, vlinders, insecten) hebben. In onderzoek in Engeland (9) bleek dat ook verwante planten door dieren goed als voedselbron herkend worden. Het gaat hierbij om plantensoorten die niet wild in Nederland groeien, maar wel tot een geslacht behoren dat hier inheems is. (Salisbury et al.) Bijvoorbeeld: Verbena officinalis (ijzerhard) is inheems, maar ook de verwante Verbena bonariensis is populair bij bestuivende insecten. Ook exoten kunnen bijdragen aan biodiversiteit, de Chinese vlinderstruik (Buddleja davidii) is hiervan een goed voorbeeld omdat de uitbundige bloei van deze struik veel vlinders en hommels aantrekt. Wageningen University & Research schreef een brochure over de afwegingen tussen inheemse en uitheemse beplanting (Hoffman, 2011). In steden leeft een specifieke groep dieren die bestand is tegen bijvoorbeeld de herrie, het kunstlicht en de verstoring van de mens. Van deze groep troffen Salisbury et al. op verwante planten circa 10 procent, en op exotische planten circa 20 procent minder soorten aan dan op

BLOEIEND HET JAAR ROND Bloemen bieden nectar en pollen waar bijen, vlinders en andere insecten zich mee kunnen voeden. Niet alle bloemen kunnen door alle insecten benut worden. Bij sommige bloemen zit de nectar diep verstopt waardoor alleen vlinders of hommels met een lange tong erbij kunnen. Andere bloemen bieden hun beloningen makkelijker aan, waardoor ook insecten zoals zweefvliegen en sluipwespen die geen lange tong hebben ervan kunnen genieten. Door veel verschillende plantensoorten te combineren ontstaat een banket voor veel verschillende insectensoorten. De meeste planten hebben slechts een aantal weken of maanden per jaar bloemen, het is daarom belangrijk om soorten te combineren die op

(8) https://bloeibogen.nl/ (9) www.rhs.org.uk/science/conservation-biodiversity/plants-for-bugs

19

Deel 2

In steden worden meestal gekweekte cultivars aangeplant. Deze kunnen tot inheemse, verwante of exotische soorten behoren. Cultivars worden meestal met stek vermeerderd en planten van een cultivar zijn daarom identiek, maar voor insecten zijn beplantingen met onderlinge variatie beter. Bijvoorbeeld een gezaaid bos- en haagplantsoen van inheemse heesters, of zaaimengsels van kruiden bevatten zowel vroegbloeiende als laatbloeiende exemplaren, waardoor er

De onderstaande tabel geeft een voorbeeld van een soortencombinatie waarmee een haag kan worden opgezet (bron: Brochure bijen in de boomgaard (Stam et al., 2019)). Elzen vormen de basis en geven de haag structuur, de andere

soorten bieden bloemen voor insecten en vruchten voor vogels. Door een breed scala aan soorten te combineren ontstaat een doorlopende bloeiboog waardoor gedurende het hele jaar eten te vinden is.

Nederlandse naam

Alnus glutinosa/A. incana

Zwarte of grauwe els

Vulling / Schermvorming

Cornus mas

Gele kornoelje

juli/aug

Boswilg

*

Salix purpurea

*

Bittere wilg

Acer campestre

Spaanse aak

Ilex aquifolium

Hulst

okt-feb

Cornus sanguinea

Rode kornoelje

juli/aug

Frangula alnus

Vuilboom

Tilia europaea

Hollandse linde

Rosa rubiginosa

Egelantier

okt

Klimplanten Bryonia dioica

Heggenrank

Hedera helix**

Klimop

Eupatorium cannabinum, koninginnekruid

INTERESSANTE CULTUURPLANTEN

GROEN GROENBEHEER

In de tabel behorend bij deze uitgave (11) staat een lijst met interessante cultuurplanten voor biodiversiteit. Voor meer inspiratie, zie de websites:

Bij iedere maatregel voor biodiversiteit is het beheer belangrijk. In hun brochure over natuurbouwstenen staan Terlouw en Slagboom (2021) bij iedere maatregel stil bij het beheer. Vaak is het voor biodiversiteit beter om weinig in te grijpen, hierdoor worden nesten en schuilplaatsen zo min mogelijk verstoord.

• • • •

www.imkerpedia.nl/drachtplanten https://drachtplanten.nl/ www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl

Scan de QR-code voor de lijst met biodiverse cultuurplanten of kijk op www.steenbreek.nl/wp-content/uploads/2023/02/Tabel-gekweekte -planten-voor-stadsbiodiversiteit-005.pdf

(10) www.floron.nl/tuinernietin (11) www.steenbreek.nl/wp-content/uploads/2023/02/Tabel-gekweekte-planten-voor-stadsbiodiversiteit-005.pdf

20

Zweefvlieg

Solitaire bij

Wetenschappelijke naam

Salix caprea

J F M A M J J A S O N D

Hommel

Tabel ‘Bloeiboog’ Honingbij

langer voedsel beschikbaar is. Cultivars zijn wel nuttig, omdat hun eigenschappen goed bekend zijn – zoals hun sierwaarde of gebruikswaarde – en omdat er uniforme beplantingen voor tuinen en openbare ruimte mee te maken zijn. Het is belangrijk voor biodiversiteit om op enkele eigenschappen te letten: • Worden de planten niet steeds gesnoeid/gemaaid als ze bloeien? • Zitten er geen restanten bestrijdingsmiddel op de planten? Kies ziekteresistente cultivars, die zijn goed zonder middelen te telen. • Hebben de planten ongevulde of hoogstens halfgevulde bloemen, zodat stuifmeel aanwezig en bereikbaar is voor insecten? • Rijk bloeiende, lang bloeiende en rijk vruchtdragende rassen hebben een streepje voor, ook voor dieren. • Kies van (mogelijk) invasieve exoten alleen steriele (zaadloze) rassen. Het risico van planten op verwildering is te vinden op de website ‘Tuin er niet in’ (10)

Bessen

inheemse planten. Deze cijfers gelden niet voor natuurlijke vegetaties, maar in steden kunnen ook verwante en exotische planten een positieve bijdrage leveren aan biodiversiteit. Een vuistregel voor tuinen en openbaar groen is: kies als basis inheemse soorten en vul dit aan met verwante soorten. Gebruik exoten om periodes waarin niets inheems bloeit te overbruggen, en op plekken met groeiomstandigheden die sterk afwijken van de Nederlandse natuur, zoals een sterk versteende groeiplek in de binnenstad.

Ook bij bestaand groen kan door middel van aangepast beheer de biodiversiteit gestimuleerd worden. Nederland ligt vol met groene stroken die kort gemaaid worden, denk bijvoorbeeld aan alle dijken, bermen van wegen en oevers van waterwegen. Door het beheer op al deze gebieden te vergroenen valt enorme

21

winst te halen. De Vlinderstichting heeft samen met TenneT een pilot uitgevoerd om maaibeheer bij hoogspanningsstations aan te passen. Door slingerend te maaien (sinusmaaien) worden bij elke maaibeurt delen van het terrein overgeslagen, waardoor de insectenpopulatie veel beter was in deze gebieden. De machines waarmee gemaaid wordt maken ook veel verschil: waar een klepelmaaier veel vernieling achterlaat, bieden de messenbalk of schotelmaaier een beter alternatief (Stip & Dijkhuis, 2021). Sinds een aantal jaar is er een keurmerk voor beheerders waarmee ze kunnen laten zien dat ze groen te werk gaan (Kleurkeur, te vinden op www.vlinderstichting.nl/kleurkeur).

Deel 2

WELKE LOCATIES IN DE STAD ZIJN GESCHIKT?

WAT KUNNEN BURGERS DOEN?

Bestuurders spelen een belangrijke rol in groene initiatieven. Binnen steden zijn veel verschillende locaties denkbaar waar maatregelen ter bevordering van de biodiversiteit gerealiseerd kunnen worden. Waar kunnen bestuurders winst behalen?

Ook burgers kunnen hun inbreng hebben bij de vergroening van hun leefomgeving. Hieronder enkele voorbeelden van locaties waar zij aan de slag kunnen gaan.

• Stadsparken en begraafplaatsen kunnen voordelig zijn voor biodiversiteit. Vanwege de vaak grote variatie aan boomsoorten en aanwezigheid van bloeiende planten en vogelbosjes zijn stadsparken toevluchtsoorden voor een scala aan diersoorten. Variatie is hierbij een sleutelbegrip. Bij aanleg of aanpassing van stadsparken en begraafplaatsen kan gezorgd worden voor een bloeiboog, waarbij veel verschillende planten- en bomensoorten die op verschillende tijden bloeien, zorgen voor voortdurende voedselvoorziening aan insecten. Ook variatie in vegetatietypes kan helpen om meer soorten te huisvesten.

Kronenburgerpark Nijmegen. Beeld: Wikipedia

• Bedrijventerreinen zijn over het algemeen grijze bedoeningen, maar dat hoeft niet zo te zijn. Stadsbestuurders en bedrijven kunnen op bedrijventerreinen ruimte creëren voor biodiversiteit. Groene elementen op die terreinen kunnen een mooi visitekaartje vormen voor klanten en voorbijgangers, die dan kunnen zien dat een bedrijf groen hoog in het vaandel heeft. Door bestrating en asfalt waar mogelijk te vervangen door bomen, bloemenrijke graslanden, of heggen kan er veel plaats ontstaan voor biodiversiteit. Bovendien lenen veel gebouwen op bedrijventerreinen zich uitstekend voor groene daken. (zie ook de uitgave Groene gezonde bedrijventerreinen uit 2021)

Vlinder op het Heineken terrein Zoetermeer. Beeld: iStock 22

• Boomspiegels zijn vaak kleine open stukjes grond rondom stadsbomen. Door boomspiegels te vergroten en te vergroenen ontstaat meer ruimte voor de natuur in de stad. Regenwater dat via de stam afloopt kan in de bodem infiltreren en ook voor het bodemleven rondom de boomwortels is een grote boomspiegel of plantvak gunstig. Dit kan weer zorgen voor minder uitval van bomen door droogte of ziektes. Afhankelijk van de boom-soort kunnen kleinere planten in boomspiegels geplant worden, waardoor het geheel een mooiere uitstraling krijgt. Bomen die niet in verharding staan, blijken bovendien wel vijf keer zo goed de stad te koelen als bomen in verharding. (Rahman, 2011)

Boomspiegel. Beeld: Sjon.nl

• Particuliere tuinen komen voor in allerlei soorten en maten. Vaak planten bewoners een grote diversiteit aan plantensoorten in hun tuin, waardoor veel voedsel- en schuilgelegenheid ontstaat voor insecten en andere kleine dieren. Doordat er zo veel tuinen zijn in steden en ze vaak een aaneengesloten lint vormen, zijn ze van groot belang voor de ecologische hoofdstructuur van steden. Op deze manier draagt ieder een steentje bij, kleine stadstuinen vormen samen een groter geheel waardoor natuur ruimte krijgt in de stad. Zulke groene linten door de stad moeten natuurlijk niet te veel onderbroken worden, en daarvoor zouden onderhoudsarme tegeltuinen zoveel mogelijk omgevormd moeten worden tot groene tuinen. Het is daarbij van belang om aan stadsbewoners duidelijk te maken dat onderhoudsarm niet per definitie betegeld hoeft te zijn. Bonte groene tuinen kunnen ook onderhoudsarm worden aangelegd. Het beste voor biodiversiteit zijn tuinen met diverse natuurlijke elementen, zoals hagen, bomen en een vijver. Daarnaast is het goed voor het bodemle-

ven om niet te veel onderhoud te plegen, laat de natuur haar gang maar gaan en laat bladeren en takken vooral liggen. Bekijk de tuin eens door de ogen van een dier: is er voedsel, water en een schuil- of nestelplek te vinden? Staat er van het voorjaar tot het najaar steeds iets in bloei? • Geveltuinen bieden een uitkomst voor stadsbewoners die geen voortuin hebben. Een smalle strook planten en bloemen voor de gevel geeft een mooie groene uitstraling en is goed voor insecten. Net als stadstuinen dragen deze stroken bij aan verbindingszones in de stad. In sommige gemeenten, waaronder Nijmegen en Utrecht, hoeft een geveltuin niet te worden aangevraagd, zolang aan de voorwaarden voldaan wordt. Bovendien kan er subsidie voor worden aangevraagd. Verder wordt gestimuleerd om een geveltuin aan te leggen samen met andere buurtbewoners, hierdoor ontstaan langere stroken én verbetert de sociale cohesie in de wijk, een win-winsituatie.

worden. Hierdoor groeit de sociale cohesie in de buurt en hebben bewoners samen iets om trots op te zijn. Dit kan natuurlijk verschillende vormen aannemen. Het kan bijvoorbeeld een gezamenlijke moestuin, een vlindertuin of een voedselbos worden.

Voortuin groen en stenig. Beeld: Sjon.nl

Geveltuin. Beeld: Sjon.nl

• Buurttuinen zijn stukjes groen die door buurtbewoners samen onderhouden Schooltuin. Beeld: Sjon.nl 23

CITIZEN SCIENCE, DE KRACHT VAN BURGERWETENSCHAP

LITERATUUR

Enthousiaste burgers kunnen helpen met wetenschappelijk onderzoek of met het monitoren van soorten. Dit soort data is ontzettend belangrijk, mede omdat burgerinitiatieven en hobbyorganisaties vaak over lange tijd observaties doen. De gegevens die hebben geleid tot een van de belangrijkste wetenschappelijke publicaties op het gebied van insectensterfte, zijn afkomstig van een Duitse vereniging van liefhebbers van insecten (de entomologische vereniging van Krefeld), die jarenlange monitoring van insectenpopulaties uitvoerde (Hallmann et al., 2017). Steeds vaker wordt aan burgers gevraagd om mee te doen aan onderzoeken. Dit is echt een win-winsituatie: burgers leren de omgeving te waarderen en leren over natuur, en onderzoekers verzamelen waardevolle data. Hieronder een aantal voorbeelden van zulke burgerwetenschapprojecten (citizen science).

• Boogaard, F., G. Bruins, and R. Wentink. 2006. Wadi’s: aanbevelingen voor ontwerp, aanleg en beheer. Stichting Rioned. • den Bieman, C., M. Tansi, E. F. Drukker, and S. de Waart. 2021. The leafhopper fauna of green roofs including the Mediterranean leaf-hopper Circulifer haematoceps new for the Netherlands (Auchenorrhyncha: Cicadellidae). Entomologische berichten 81, 46-51. • Drukker, E., R. de Boer, and N. Fatouros. 2018. Factors influencing invertebrate diversity on green rooftops in the Netherlands. Wageningen University, Bureau Stadsnatuur Rotterdam. • Getter, K. L., and D. B. Rowe. 2006. The role of extensive green roofs in sustainable development. HortScience 41, 1276-1285. • Hallmann, C. A., M. Sorg, E. Jongejans, H. Siepel, N. Hofland, H. Schwan, W. Stenmans, A. Müller, H. Sumser, T. Hörren, D. Goulson, and H. de Kroon. 2017. More than 75 percent decline over 27 years in total flying insect biomass in protected areas. PLOS ONE 12, e0185809. • Hoffman, M. H. A. 2011. Inheemse en uitheemse plantensoorten in stad en landschap. Plant Publicity Holland (PPH), Boskoop. • Hop, M., and J. A. Hiemstra. 2013. Ecosysteemdiensten van groene daken en gevels: Een literatuurstudie naar diensten op het niveau van wijk en stad. • Kleerekoper, L., M. van Esch, and T. B. Salcedo. 2012. How to make a city climate-proof, addressing the urban heat island effect.

Resources, Conservation and Recycling 64, 30-38. • Orgiazzi, A., Bardgett, R.D., Barrios, E., Behan-Pelletier, V., Briones, M.J.I.,, J.-L. Chotte, De Deyn, G.B., Eggleton, P., Fierer, N., Fraser, T., Hedlund,, J. K., S., Johnson, N.C., Jones, A., Kandeler, E., Kaneko, N., Lavelle,, L. P., P., Miko, L., Montanarella, L., Moreira, F.M.S., Ramirez,, and S. K.S., S., Singh, B.K., Six, J., van der Putten, W.H., Wall, D.H. 2016. Global soil biodiversity atlas. European Commission. • Rahman, M.A. et al. 2011. Effect of rooting conditions on the growth and cooling ability of Pyrus calleryana. Urban Forestry & Urban Greening 10, 185-192 • Salisbury, A. et al. 2015 Enhancing gardens as habitats for flower-visiting aerial insects (pollinators): should we plant native or exotic species? Journal of Applied Ecology 52:5, 1156-1164 • Salisbury, A. et al. 2017. Enhancing gardens as habitats for plant-associated invertebrates: should we plant native or exotic species? Biodivers Conserv 26, 2657-2673 • Salisbury, A. et al. 2020 Enhancing gardens as habitats for soil-surface-active invertebrates: should we plant native or exotic species? Biodivers Conserv 29, 129-151 • Stam, J. M., G. A. de Groot, and G. A. Holster. 2019. Bijen in de boomgaard. Wageningen University & Research. • Stip, A., and J. E. Dijkhuis. 2021. Veldgids ecologisch bermbeheer. FLORON & De Vlinderstichting. • Terlouw, R. J.

S., and R. Slagboom. 2021. Natuurbouwstenen. Afdeling Water en Groen | Bureau Groen Blauwe Leefomgeving. Provincie Zuid-Holland, Den Haag. • van Breugel, P. 2019. Gasten van bijenhotels. 3 edition. EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden & Naturalis Biodiversity Center, Leiden. • Wagner, D. L., E. M. Grames, M. L. Forister, M. R. Berenbaum, and D. Stopak. 2021. Insect decline in the Anthropocene: Death by a thousand cuts. Proceedings of the National Academy of Sciences 118, e2023989118.

Op www.waarneming.nl kunnen bezoekers waarnemingen van planten en dieren doorgeven. Van oorsprong is dit een Nederlandse onderneming, maar het is inmiddels ook internationaal uitgerold (Observation International). De gegevens worden onder andere gebruikt voor verbetering van een app (ObsIdentify) waarmee gebruikers gemakkelijk soorten kunnen herkennen en invoeren. Verder helpen de gegevens bij het analyseren van verspreiding van soorten. www.waterdiertjes.nl is een onderzoeksproject over biodiversiteit en kwaliteit van de Nederlandse wateren. Burgers kunnen waterdiertjes vangen en tellen en de gegevens doorgeven. Door het hele jaar heen vinden tuintellingen plaats, georganiseerd door verschillende natuur- en onderzoeksorganisaties. De bekendste is waarschijnlijk de jaarlijkse tuinvogeltelling, waar in 2022 ruim 170.000 mensen aan meededen. Verder zijn er de tuinvlindertelling, de nationale bijentelling, en sinds kort ook de bodemdierendagen. Echte enthousiastelingen kunnen via de jaarrondtelling het hele jaar door soorten in de tuin bijhouden en doorgeven. Door dit soort tellingen kan goed worden bijgehouden hoe het gaat met verschillende soorten dieren in Nederland.

www.vogelbescherming.nl/tuinvogeltelling, www.vlinderstichting.nl/tuinvlindertelling, www.bodemdierendagen.nl, www.nationalebijentelling.nl, www.jaarrondtuintelling.nl www.growapp.today vraagt burgers om op een vaste plaats foto’s te maken door het jaar, of zelfs meerdere jaren. De gebruiker krijgt een mooie timelapsevideo en de gegevens worden door klimaatwetenschappers gebruikt om klimaatverandering te volgen. Omdat er steeds meer voedselbossen komen hebben onderzoekers aan beheerders gevraagd om hun bos te volgen door de tijd heen. Gebruikers kunnen zo de voortgang van hun voedselbos volgen en vergelijken met anderen. www.voedseluithetbos.nl www.muggenradar.nl vraagt mensen om aan te geven of ze last ervaren door muggen en soms wordt specifiek gevraag om muggen op te sturen. Met de gegevens brengen onderzoekers in kaart welke soorten voornamelijk voor overlast zorgen door het jaar heen. www.tekenradar.nl brengt in kaart waar mensen de meeste tekenbeten oplopen en probeert vat te krijgen op de ziekte van Lyme. Tot slot: zo nu en dan doen onderzoeksinstellingen specifieke oproepen aan burgers, bijvoorbeeld om mee te helpen zoeken naar sluipwespen van een invasieve wantsensoort. www.wur.nl/nl/onderzoek-resultaten/ onderzoeksinstituten/plant-research/show-wpr/samen-op-zoek-naarde-samoerai-sluipwesp-1.htm 24

PRAKTIJKVOORBEELDEN

BIODIVERSITEIT IN GEMEENTEN Beeld: Sjon.nl

Koninklijke Vereniging Stadswerk Nederland, Stichting Steenbreek en IPC Groene Ruimte hebben in 2022 in samenwerking met het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zes sessies van de Roadshow Biodiversiteit georganiseerd. De bijeenkomsten hadden als titel ‘Aan de slag met biodiversiteit’ en het doel was om beleidsambtenaren, bestuurders en politici praktische handvatten aan te bieden om de biodiversiteit in de eigen fysieke leefomgeving te herkennen en te vergroten. De sessies werden gehouden in de gemeenten Den Haag, Ede, Middelburg, Assen, Laarbeek en Hof van Twente. Tijdens de Roadshow werden de deelnemers bijgepraat over de huidige problematiek van verslechterende biodiversiteit, maar kregen zij ook te horen wat de waarde van gezonde biodiversiteit is. Vanuit hun eigen instapniveau leerden zij naar een gebied te kijken om er de kansen voor het versterken van de biodiversiteit in te herkennen en in kaart te brengen. Centraal stonden herkenbare voorbeelden, oplossingen en tips die door deelnemers gelijk bruikbaar zijn in hun eigen werkomgeving. De deelnemers kregen concrete handvatten die helpen bij verschillende uitdagingen in het werkveld: het opstellen van omgevingsvisies en omgevingsplannen, het vertalen van beleid naar realiseerbare planvorming en het waarborgen van de uiteindelijke projectrealisatie.

Op de volgende pagina’s enkele praktijkvoorbeelden van gemeenten die werken aan het verhogen van de biodiversiteit.

25

1 - Den Haag “De gemeente wil 70.000 vierkante meter groen. Maar als alle projecten doorgaan, blijft er weinig park meer over”, zegt Vogelaar. “Om groenplannen te realiseren, ben je al gauw 10 jaar of meer verder. En het probleem met ruimteclaims is dat woningen nog de hoogte in kunnen, groen kan dat niet zo makkelijk.” HET EERLIJKE VERHAAL Bouwplannen halen groenplannen vaak in, ziet zij, ook bij Binckhorst. De stadsecoloog oppert sterk om niet standaard vanuit de bouwopgave te denken en eerder randvoorwaarden te stellen voor een leefbare en meer

Beeld: gemeente Den Haag

VOOR VITALE STADSNATUUR MOET JE OP JE STREPEN STAAN Om te waken voor een vitale en biodiverse stadsnatuur moeten stadsecologen vaak flink op hun strepen staan. Afspraken over ruimteclaims en concrete eisen zijn daarin geen overbodige luxe, weet stadsecoloog Esther Vogelaar van de gemeente Den Haag. “Soms is een positieve en rooskleurige boodschap niet genoeg.” “Ze hebben soms een flinke dobber aan me als ik nee zeg”, vertelt stadsecoloog Esther Vogelaar, in dienst van de gemeente Den Haag. Het is lastig om invulling te geven aan een rijke en diverse stadsnatuur, ook in de op twee na grootste stad van Nederland. Dat heeft te maken met talloze factoren, waaronder de noodzaak om te verdichten en daardoor verdrukking van ecologische ambities.

biodiverse leefomgeving. Vogelaar vreest dat de ambities voor vijf- tot tienduizend woningen het grote groenplan reduceren tot een wandelboulevard en niet ‘de groene verbinding’ in het algehele netwerk van Haags groen. Wie haar verhaal aanhoort, hoort een mengelmoes van daadkracht en onvrede. Een noodzakelijke toon, als het aan Vogelaar ligt. Het moet voor iedereen duidelijk zijn aan welke voorwaarden een groenstructuur moet voldoen. “Soms is een positieve en rooskleurige boodschap niet genoeg. Als we af en toe niet het eerlijke verhaal vertellen, dan eindig je vroeg of laat met een onleefbare stad. Voor zowel dier als mens.”

2 - Ede

Zo stelt de gemeente eisen aan haar groenstructuren, door ontwerpers en ontwikkelaars een handreiking mee te geven met minimale eisen, normen en ambities. In die handreiking worden vuistregels meegegeven voor stadsbiotopen zoals bosjes, struweel, waterpoelen en flora- of faunagrasland. Ook is bij verschillende type groenstructuren, van verbindingszones tot groter groen, bekend aan welke ‘klasse’ zij minimaal horen te voldoen. Ook voor simpel wijk- en buurtgroen is bepaald waaraan voldaan moet worden. “Gemeenten moeten voor iedere groenzone een beleidsplan schrijven over welk type groen zij willen toevoegen en welke diersoorten zij ermee willen aantrekken”, aldus Vogelaar.

Natuurgebied de Eder Heide. Beeld: Sjon.nl

NATUUR EN BIODIVERSITEIT ALS BASIS VAN ALLE VERDERE ONTWIKKELING Om de ruimte voor groen en natuur te bewaken, adviseert Vogelaar vooral niet te compenseren of in te leveren op die terreinen. “Soms moet je flink op je strepen staan. Als ze ergens aan groenstructuren komen, moeten ze dat ergens anders aanvullen zonder dat groenvoorzieningen of verbindingszones aan kwaliteit verliezen”, zegt de stadsecoloog. OVERKOEPELEND GROENBELEID Met de Agenda Groen voor de stad heeft Den Haag een overkoepelend groenbeleid, gericht op het versterken van biodiversiteit en de gezondheid voor mens en dier. De nieuwste Nota Stadsnatuur borgt daarbij niet alleen de groenstructuren, maar ook het beheer en de inrichting.

RUIMTECLAIMS Hoe de strijd om de ruimte met andere stadsfuncties en onvoldoende ecologische kennis het moeilijk maken om stadsgroen te behouden en te versterken, is te zien in Wijkpark Transvaal en de plannen voor Waterfrontpark Binckhorst. Ambtenaren van de gemeente Den Haag en de provincie Zuid-Holland buigen zich hier over twee voorbeelden van parken. Voor Wijkpark Transvaal liggen ambities om te vergroenen nu de versteende openbare ruimte op de schop moet voor leidingen voor een warmtenet. Het groen in het beoogde Waterfrontpark Binckhorst moet vooral worden beschermd tegen nabijgelegen bouwplannen.

26

Kijk naar links en je ziet een bloeiende agrarische sector. Kijk naar rechts en je ziet in de verte de stad liggen. Recht voor je geniet je van een prachtig uitzicht op de Veluwe. Al deze gebieden komen samen in de gemeente Ede. Een prachtig samenspel van natuur, stad, landbouw en industrie. Maar, zo beoogt Wim Kuster, beleidsadviseur Natuur & Landschap en programmamanager natuur van de gemeente Ede, wat al deze gebieden kenmerkt is natuur. De gemeente Ede ligt op het snijvlak van het drukke westen en het meer rustige oosten van het land. Een groot deel van de gemeente beslaat de Veluwe en de Gelderse

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=3386b650-1776-499a-9b9b-efb3f470ca53