CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmanbegroting 2022-2025

Commissie Bestuur en Strategie 18 oktober 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen Programmabegroting 2022-2025 gemeente Bernheze30.326 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Incidenteel/ Structureel/ Investering Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel

Circulariteit, inclusief afval Global Goals:

Wat willen we bereiken? Minder restafval en betere afvalscheiding. Zo zetten we stappen richting een circulaire economie, we produceren minder afval en scheiden ons afval steeds beter. Hierdoor houden we de afvalverwerking voor inwoners betaalbaar en behapbaar.

Wat gaan we daarvoor doen? In eerdere begrotingen is aan uw raad voorgesteld om nieuw beleid te implementeren in 2022. Hiervoor lopen momenteel nog steeds de onderzoeken, in samenwerking met buurgemeentes en met partners zoals de afvalstoffendienst. Daardoor is het nog niet gelukt om in 2021 nieuw beleid aan uw raad te presenteren. Daarbij moet wel vermeld worden dat Bernheze goed op weg is om haar afvaldoelstellingen in 2025 te halen. Bernheze heeft een lage productie van restafval en onze inwoners scheiden hun afval relatief goed, beter ten opzichte van regiogemeentes. Hierdoor komen de doelstellingen niet in gevaar, maar kunnen we wel zorgen dat er voldoende tijd genomen kan worden voor nieuw afvalbeleid. We verwachten dit in Q2 van 2022 aan uw raad voor te kunnen leggen.

pagina 65

Klimaatadaptatie Global Goals:

Wat willen we bereiken? Een duurzame, gezonde en betaalbare leefomgeving Vanuit het Deltaprogramma (Rijk) hebben we de opgave om zowel de afvalwaterketen (volksgezondheid) als het watersysteem (kwaliteit/kwantiteit) in Nederland op orde te brengen en houden. De noodzaak tot aanpassing van het watersysteem aan het veranderende klimaat zal de komende jaren alleen maar toenemen. De gevolgen van klimaatverandering komen eerder op ons af en extreme weersomstandigheden nemen toe. Dit raakt ons allemaal, maar levert ook kansen op. We willen daarom een duurzame, gezonde én betaalbare leefomgeving. Hoe weten we dat? De effecten van het veranderend klimaat merken we steeds meer en we ondervinden er steeds meer hinder van. Ook steeds meer wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat het klimaat verandert. We moeten dus mee veranderen om een prettig leefklimaat te houden. Om te weten hoe we ervoor staan én wat de voortgang is, worden de uitvoeringsprogramma’s voor klimaatadaptatie meetbaar gemaakt (door het monitoren en evalueren van projecten).

Wat gaan we daarvoor doen? Door samen werk te maken van klimaatadaptie maken we Nederland veiliger, mooier en slimmer. We zetten de nationale klimaatadaptatiestrategie in om op regionale schaal de risico’s in beeld te brengen en maatregelen te nemen. Om dit regionaal en sub-regionaal voor elkaar te krijgen, werken we samen in de Regio Noord Oost Brabant (NOB) en de watersamenwerking As50+. De hoofdthema’s die in beeld gebracht worden zijn hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen, waarbij we voor hitte vooral een agenderende rol hebben. Op lokale schaal zet gemeente Bernheze het huidige beleid voort, zoals dat is omschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), waarin ook klimaatadaptatie is meegenomen. Ook duurzame nieuwe technieken om afvalwater te zuiveren (Interreg project I-Qua) zijn gerealiseerd.

pagina 66

De volgende projecten met betrekking tot klimaatadaptatie zijn opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s van de verschillende samenwerkingsverbanden én het uitvoeringsprogramma van het GRP. Met het GRP 2020-2023 geven wij invulling aan onze gemeentelijke watertaken en anticiperen op de gevolgen van klimaatveranderingen. Het huidige beleid wordt voortgezet. Daarvoor wordt de komende planperiode € 200.000,- per jaar uitgegeven aan klimaatadaptatiemaatregelen. Hierbij benutten we de kansen die zich voordoen. Bij herinrichtings- en nieuwbouwplannen of groot onderhoud en bij vervanging van wegen, pleinen en plantsoenen maken we meer ruimte voor water en groen. We vergroten ook de sponswerking van bodem en bebouwd gebied en benutten de klimaatregulerende effecten van bomen en groen. Risicodialogen over klimaat (gesprekken met belanghebbenden) (in uitvoering) Vanaf 2020 zijn in regionaal verband gesprekken gevoerd met belanghebbenden zoals de GGD, veiligheidsregio’s, woningbouwcoöperaties, vereniging voor boeren en tuinders ZLTO, nutspartijen enzovoorts. Hierbij zijn wederzijdse verwachtingen gedeeld en ook de kansen en knelpunten opgehaald die de belanghebbenden zien als het gaat om klimaatveranderingen. Momenteel loopt er een traject om gezamenlijk tot maatregelen te komen.

Verwacht wordt dat de overlegvormen een structureel karakter zullen krijgen, met als doel om op ruimtelijk en sociaal vlak een duurzame, gezonde en betaalbare leefomgeving te houden. Klimaatbewustzijn & gezondheid Onderzoeken wijzen uit dat een groene, duurzame omgeving bijdraagt aan de mentale en fysieke gezondheid van onze inwoners. Daar is niet iedereen zich van bewust en maatregelen zijn soms relatief eenvoudig en goedkoop te realiseren. Door lokaal en regionaal acties te organiseren vergroten we het klimaatbewustzijn en dragen we bij aan een duurzame, gezonde en betaalbare leefomgeving. Immers ongeveer 40% van onze leefomgeving in de kernen bestaat uit particuliere gronden. We maken onze inwoners, bedrijven en scholen enthousiast om zelf óf met ons actie te ondernemen. In 2021 heeft Bernheze samen met waterschap Aa en Maas een subsidieregeling gelanceerd voor inwoners om klimaat adaptieve maatregelen te nemen. Door samen te werken met waterschap en omliggende gemeenten zijn subsidies gestapeld en wordt elke maatregel voor 45% vergoed. De regeling is in al deze gemeenten gelijk. Aanvragen lopen via het waterschap. Het goede voorbeeld geven In onze openbare ruimte liggen kansen om klimaatadaptieve maatregelen te nemen (bijvoorbeeld minder stenen, en meer groen). We willen het goede voorbeeld geven en voeren hiertoe in 2021 een inventarisatie uitgevoerd.

In 2022 wordt bij gemeentelijke gebouwen schoon regenwater afgekoppeld, groene parkeervakken aangelegd en risicovolle locaties met betrekking tot wateroverlast aangepakt. Ook het vergroenen van de omgeving van het gemeentehuis in Heesch valt binnen dit project.

pagina 67

Aanpassingen in de openbare ruimte Hierbij gaat het om civiel- cultuurtechnische maatregelen en projecten zoals aanpassingen in de riolering, waterhuishouding en/of groenvoorziening. Vanuit de raad zijn daarnaast ook signalen ontvangen om te onderzoeken waar we versneld maatregelen kunnen nemen. Naar aanleiding hiervan is een plan opgesteld om binnen de budgetten versneld maatregelen te nemen in de openbare ruimte. De projecten zijn in juni 2021 gezamenlijk ingediend om subsidie van het Rijk te ontvangen (1/3 van maatregelen wordt door Rijk vergoed).

Wat mag het kosten? Onderwerp

Riolering – klimaatbestendige inrichting

Uit voorziening riolering

Bron

Jaar

Bedrag (in €)

Incidenteel/ Structureel/ Investering

Vervanging Vervanging Vervanging Vervanging Vervanging Vervanging

2022 2023 2024 2022 2023 2024

200.000 200.000 200.000 - 200.000 - 200.000 - 200.000

Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel

Beheer, openbare ruimte Global Goals:

Wat willen we bereiken? Een prettige, veilige, schone, functionele en toekomstgerichte leefomgeving.

Wat gaan we daarvoor doen? We gaan openbare ruimten aanleggen en beheren. Onder nieuwe aanleg verstaan we nieuwe wijken en nieuwe infrastructuur. Als vorm, gebruik en functie niet meer in overeenstemming met elkaar zijn, is er sprake van een knelpunt. Er zijn dan grootschalige maatregelen nodig zoals een reconstructie. Binnen de reconstructie wordt getracht de gewijzigde functie of gebruik een plaats te geven. Met reconstructie wordt eenzelfde situatie bereikt als met nieuwe aanleg. Reconstructie: uitvoering rioleringsplan Voor verbetering en vervanging van het gemeentelijke rioleringssysteem zijn in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verschillende investeringsmaatregelen opgenomen. Maatregelen voor het

pagina 68

klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte zijn opgenomen in het thema Klimaat & Duurzaamheid.

Wat mag het kosten? Onderwerp

Investeringen water & riolering

Uit voorziening onderhoud riolering

Bron

Jaar

Vervanging Vervanging Vervanging Vervanging Vervanging Vervanging Vervanging Vervanging

2022 2023 2024 2025 2022 2023 2024 2025

Bedrag (in €) 54.000 144.000 150.000 PM - 54.000 - 144.000 - 150.000 PM

Incidenteel/ Structureel/ Investering Investering Investering Investering Investering Investering Investering Investering Investering

Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. We noemen hier alleen de gemeenschappelijke regelingen omdat dit wettelijk verplicht is. Andere verbonden partijen laten we hier buiten beschouwing. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.

Gezondheidsdienst Hart voor Brabant (GGD) De GGD voert taken uit voor ruim 1 miljoen inwoners voor zijn werkgebied. Hij bewaakt, beschermt en bevordert de gezondheid van alle inwoners, met speciale aandacht voor kwetsbare inwoners en de jeugd.

Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden, West en Noord (RAV) De RAV is een gemeenschappelijke regeling van 45 gemeenten. De RAV verzorgt het ambulancevervoer, houdt de meldkamer ambulancezorg in stand en levert een bijdrage aan de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR). Gemeenten betalen sinds 2012 geen bijdrage meer voor de RAV. Er wordt onderzoek gedaan naar welke organisatievorm in de toekomst past bij de RAV en wat daarin de wettelijke mogelijkheden zijn. Tot die tijd blijft de gemeenschappelijke regeling bij de gemeenten.

Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) De ODBN voert als verlengd lokaal bestuur wettelijke taken uit op het gebied van milieuadvisering bij vergunningverlening en voert voor Bernheze integraal de WABO-toezichtstaken uit. Daarnaast houdt de ODBN zich bezig met gezamenlijke taken op het gebied van milieucriminaliteit en ketenaanpak rondom asbest en bodemkwaliteit. ODBN voert voor ons een opdracht uit gericht op

pagina 69

handhaving van de energiebesparingsverplichting voor de bedrijven die vallen in de categorie midden gebruikers. Dit gebeurt op grond van bepalingen in de wet Milieubeheer.

Beleidsindicatoren In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Bernheze te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 25.000 tot 50.000 inwoners. Beleidsindicator

Jaar realisatie

Referentie

Bernheze

Omvang huishoudelijk restafval) (kg/inwoner)

2017 2018 2019 2020

153 144 129 Geen data

106 89 68 Geen data

Hernieuwbare elektriciteit (%)1

2017 2018 2019 2020

Geen data Geen data 21,2 Geen data

4,4 7,2 10,0 Geen data

1. Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, waterkracht, zon of biomassa.

Wat mag het kosten? Lasten

Baten

Nr.

Omschrijving taakveld

2020

2021

2022

2020

2021

2022

7.1

Volksgezondheid

1.151.347

1.232.051

1.252.567

17.508

22.735

17.965

7.2

Riolering

2.212.255

2.131.151

2.120.256

2.639.092

2.543.558

2.570.001

7.3

Afval

2.999.842

2.652.770

2.806.159

3.335.728

3.423.695

3.357.997

7.4

Milieubeheer

1.464.297

2.678.781

1.532.272

112.987

815.875

6.510

7.5

Begraafplaatsen en crematoria

59.595

254.930

100.256

61.204

104.430

105.788

0.10

Reserves programma 7

297.276

201.174

18.279

532.504

651.124

21.073

8.184.612

9.150.857

7.829.789

6.699.023

7.561.417

6.079.334

Totaal

Meerjarig Lasten

Baten

Nr.

2022

2023

2024

2025

2022

2023

2024

7.1

1.252.567

1.274.678

1.295.769

1.319.189

17.965

18.279

18.581

18.915

7.2

2.120.256

2.208.519

2.283.601

2.352.502

2.570.001

2.667.689

2.751.665

2.830.747

7.3

2.806.159

2.855.519

2.901.612

2.952.983

3.357.997

3.416.675

3.472.968

3.535.392

7.4

1.532.272

1.561.183

1.572.915

1.601.829

6.510

6.624

6.733

6.854

7.5

100.256

102.087

103.699

104.882

105.788

107.639

109.415

111.384

0.10

18.279

17.490

18.043

18.286

21.073

21.073

21.073

21.073

7.829.789

8.019.476

8.175.639

8.349.671

6.079.334

6.237.979

6.380.435

6.524.365

Totaal

2025

Brondocumenten programma Volksgezondheid en milieu -

Wet Publieke Gezondheid

pagina 70

-

Gezond leven, goed leven. Gezondheidsbeleid 2018-2021, Bernheze & Oss (december 2017) Gemeentelijk riolering programma 2020-2023 (mei 2020) Afvalbeleid 2017-2021 (oktober 2016) Duurzame Energieagenda 2021-2025 (januari 2021) Watervisie As50 ‘’netwerken in de afvalwaterketen” Deltaplan ‘’ruimtelijke adaptatie’’ 2018

pagina 71

Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Woonvisie 2022-2027 Global Goals:

Wat willen we bereiken? Wij maken een nieuwe woonvisie. Daarin is aandacht voor het woningbouwprogramma, dat zowel kwantitatief als kwalitatief een aantrekkelijk perspectief biedt voor het invullen van de woonbehoefte van de gemeente. Binnen het woningbouwprogramma gaat het om inclusiviteit. Dat betekent een woning voor iedereen. Wij hebben daarbij in ieder geval extra aandacht voor de volgende doelgroepen: senioren, starters, statushouders, woonwagen- bewoners, arbeidsmigranten en (sociale) huurders. In de woonvisie is aandacht voor wat stakeholders kunnen bijdragen aan het oplossen van de vraagstukken. Tevens is er aandacht voor de woonomgeving aansluitend op het programma Aantrekkelijke Woonomgeving en Wonen, de verduurzaming van de woningvoorraad (aansluitend op het Duurzaamheidsakkoord) en voor de relatie van wonen met het sociale domein (wonen en zorg). Hoe weten we dat? Kwantitatief volgen wij het uitvoeringsprogramma van onze Woonvisie 2022-2027 (inclusief herijkingen). Kwalitatief geeft het regionaal woonbehoefteonderzoek 2019 daaraan in eerste instantie richting. In 2023 wordt er een nieuw regionaal woonbehoefteonderzoek uitgevoerd. Mocht het nodig zijn, dan kan aan de hand van dit onderzoek de woonvisie herijkt worden.

Wat gaan we daarvoor doen? -

We bepalen de kwantitatieve opgave, onder andere aan de hand van de bevolkingsprognoses We bepalen de kwalitatieve opgave, onder andere aan de hand van het regionaal woonbehoefteonderzoek 2019.

pagina 72

-

-

Wij herijken minimaal 2-jaarlijks zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve uitgangspunten. Wij stellen een woningbouwplanning op. Voor 2022 gaan we ervan uit om 278 woningen te bouwen. Wij bieden ruimte aan vernieuwende, duurzame en alternatieve woonvormen en -concepten. Wij onderzoeken potentiële woningbouwlocaties in en rondom de kernen. Wij vervullen onze taakstellingen voor de huisvesting van bijzondere doelgroepen. De nieuwe woonvisie is uitvoeringsgericht en vormt de basis voor programma’s. De programma’s bevatten een concreet en meetbaar plan waaruit blijkt hoe de betrokken partijen de gestelde ambities gaan halen, dus: wie doet wat wanneer en welke middelen worden daarbij ingezet? Na vaststelling van de nieuwe woonvisie is het nodig de programma’s nader uit te werken. Wij zorgen dat de hiervoor benodigde bestemmingsplannen tijdig onherroepelijk zijn en de bouwlocaties bouwrijp zijn. We implementeren het beleid buitenlandse werknemers, zoals de gemeenteraad in december 2020 heeft vastgesteld. Gemeenten staan aan de lat voor de huisvesting van vergunninghouders, de doorstroom is afgelopen jaren gestagneerd als gevolg van het tekort aan woningen. We doen extra inspanningen om onze taakstelling in te vullen en kijken hoe we kleinschalige locaties versneld hiervoor geschikt kunnen maken of ontwikkelen.

Wat mag het kosten? Onderwerp

Bron

Jaar

Bedrag (in €)

Incidenteel/ Structureel/ Investering

Uitwerken programma’s als gevolg van woonvisie

Nieuw

2022

25.000

incidenteel

Regionaal woonwensenonderzoek

Nieuw

2023

15.000

incidenteel

Transitie landbouw Global Goals:

pagina 73

Wat willen we bereiken? De transitie van de landbouw is voor Bernheze één van de grote opgaven. De gemeente draagt daarin graag bij aan het tot stand komen van een natuur-inclusieve en waar mogelijk verbrede of kringloop-landbouw. Verantwoorde voedselproductie en een duurzame economie zijn daarbij voor Bernheze belangrijke doelen. De kwaliteit van het buitengebied is gebaat bij een schone, diervriendelijke en voor de biodiversiteit moderne landbouw. Voor de agrarisch ondernemer is verbreding naar natuurontwikkeling en of het bieden van toeristisch- recreatieve activiteiten steeds vaker economisch interessant of noodzakelijk. Voor de gemeente is die ontwikkeling goed ten behoeve van nieuwe werkgelegenheid mocht de werkgelegenheid in de agrarische tak verminderen. Daar waar stallen verdwijnen willen we bijdragen een kwalitatief hoogwaardig buitengebied waar het goed wonen, werken en recreëren is. Om een manier die goed is voor mens, dier en milieu.

Wat gaan we daarvoor doen? Begeleiden agrariërs Ook in 2022 zal er volop inzet nodig zijn om agrariërs te begeleiden bij het stoppen of omvormen van hun bedrijf. De “oude” stoppersregeling en “warme saneringsregelingen” vanuit het rijk zijn beëindigd maar krijgen zeer waarschijnlijk een vervolg. Voor de puimveesector liggen nieuwe normen voor fijnstofuitstoot in het verschiet (wetsvoorstel). Dit samen met andere bedrijfseconomische en/of sociaal-maatschappelijke redenen (bedrijfsopvolging, gewijzigde voedselconsumptie, etc.) zullen veel agrarische bedrijven in Bernheze bezig zijn met nadenken over een andere bedrijfsvoering (stoppen, nevenfuncties, gewijzigde productiemethoden, andersoortige bedrijfsmatige activiteiten, etc.). Dit vergt blijvende en wellicht in 2022 intensivering van begeleiding van agrariërs. Ook andere overheden en instanties bieden agrariërs mogelijkheden om na te denken over een transitie. Ook in 2022 zal nauw worden samengewerkt met deze adviseurs. Denk aan overleg met o.a. ZLTO, VAB-adviseurs, Provincie, etc. De externe inhuur hiervoor zal worden gecontinueerd. (Programma-management en planologisch adviseur). De samen met Provincie en OBDN (ondersteuningsteam) ingestelde “studio transitie landbouw Bernheze” zal worden voortgezet. Hierin worden vroegtijdig ideeën van agrariërs besproken.

Ook wordt de daaruit voortvloeiende (of benodigde) strategische en gebiedsgerichte aanpak afgestemd. Naast de aandacht voor de intensieve veehouderij zal er ook steeds meer transitie plaatsvinden (en begeleid moeten worden) bij andere vormen van landbouw. Naar meer natuurinclusieve-; verbrede-; en/of met andere economische activiteiten gecombineerde vormen van landbouw. Begeleiden planologische wijzigingen Naast het in gesprek zijn met agrariërs en hun adviseurs met als doel hen te helpen de transitie te maken naar duurzame landbouw en/of nieuwe andersoortige bedrijfsmatige activiteiten (o.a. recreatie en toerisme), zal de druk op het in behandeling nemen van planologische verzoeken groot blijven. Dit geldt ook voor de aanpassing van verleende milieuvergunningen. Afhandelen van pagina 74

planologische wijzigingsverzoeken en aanpassingen van milieuvergunningen blijft daarbij een activiteit die veel afstemming en inzet zal krijgen. Gebiedsgerichte aanpak De transitie van de landbouw wordt steeds meer zichtbaar in het buitengebied. Inmiddels is het proces om te komen tot een gemeente-brede-omgevingsvisie opgestart. Vanuit het programma transitie landbouw zijn als bouwsteen de eerste gebiedsgerichte “kansenkaarten” ontwikkeld. Deze aanpak zal in 2022, samen met de uitwerking van de aangenomen motie “integraal kansenbeleid buitengebied”, leidend zijn bij het (versneld) vormgeven van de transitie van de landbouw en het buitengebied. Een gebiedsgerichte aanpak zal dus meer centraal komen te staan. Samenhang met de totstandkoming van omgevingsvisie en -plan. Het “partneroverleg” (en andere gebiedsdialogen) blijft ook hierbij in 2022 van groot belang. Kwaliteitsverbetering buitengebied “Rood-voor-Rood-” of “Ruimte-voor-Ruimte-” gedachten en instrumenten verdienen nieuwe aandacht. Alles wordt op alles gezet om m.i.v. 2022 op basis van een nieuwe beleidslijn nieuwe woningbouw, die (mede) tot stand komt door stoppende agrarische bedrijfsbebouwing, beter af te stemmen op de woningbehoefte (woonvisie), meer gebiedsgerichte realisatie (o.b.v.

actualisatie visie kernrandzônes) en/of meer gekoppeld aan daadwerkelijke realisatie van milieu- en kwaliteitswinst buitengebied in Bernheze. Een nieuw beleidskader dus voor Ruimte-voor-Ruimte-initiatieven. Daardoor een groter en breder maatschappelijk doel dienend. (Meer flexibiliteit voor stoppende agrariërs en meer doelgroepen gericht bouwen). In 2022 zal hiertoe nauwere samenwerking met de ontwikkelmaatschappij Ruimte-voor-Ruimte (ORR) uitgangspunt zijn. Voor elke gerealiseerde Ruimte-voor-Ruimte-titel via de ORR zal de gemeente op grond van de in 2021 gesloten overeenkomst met de provincie, een stimuleringsbijdrage van € 50.000,-- ontvangen die ingezet kan worden voor het proces “transitie landbouw” en/of fysieke kwaliteitsverbetering van het buitengebied. De te ontvangen stimuleringsbijdrage kan worden ingezet als gemeentelijk aandeel in de bekostiging van regiodealprojecten. Dit naast het primaire doel om extra te kunnen investeren in (o.a. groene, gezonde en/of recreatieve) versterking van het buitengebied. Samenwerking In 2021 zijn/worden regionaal bepaald welke projecten onderdeel uit kunnen maken van de regiodeal. In dat kader is de verwachting dat in 2022 minimaal één gebiedsproces / gebiedsproject kan worden gestart.

De financiering daartoe (projectmanagement / gebiedsproces / fysieke maatregelen buitengebied) is dan 50% gemeente, 50% cofinanciering vanuit de regiodeal. Bernheze is ook in 2022 deelnemer van de (regionale) bestuurlijke en ambtelijke “koplopers groep”. Hierin worden gezamenlijk strategieën en aanpak van de transitie van de landbouw bepaald en afgestemd. Ook de regionale portefeuillehoudersoverleggen worden ambtelijk gezamenlijk voorbereid.

pagina 75

Ook in 2022 zal bijzondere aandacht voor het tegengaan van (potentieel) ondermijnende activiteiten actueel zijn. In nauwe samenwerking met o.a. het RIEC. Bernheze neemt deel aan de pilot ondermijning buitengebied. Samenwerking met de ODBN vindt op meerde onderdelen plaats. (o.a. Toezicht en handhaving m.b.t milieu- en bouwregelgeving). Naast deze regionale samenwerking zal ook in 2022 maximaal samen worden opgetrokken met de partners uit het “partneroverleg” (o.a. ZLTO, IVN, dorpsraden) en aansluiting worden gezocht bij de gebiedsdialoog met onze inwoners, bedrijven en organisaties m.b.t. totstandkoming omgevingsvisie-/plan. Uiteraard zijn provincie en ODBN belangrijke samenwerkingspartners. Bij o.a. de gebiedsgerichte aanpak van het Aa-dal, wordt nauw samen opgetrokken met het Waterschap. Interne afstemming Voor een goede gebiedsgerichte aanpak en integraal kansenbeleid wordt intern nauw afgestemd met processen gericht op versterking natuur/biodiversiteit (EVZ, duurzame verpachting); Economie (visie en actieplan); erfgoed (erfgoedvisie); woningbouw (woonvisie); Bodem/water en milieu. Uiteraard zal nauwe afstemming plaatsvinden met de (regionale) energiestrategie en gemeentelijke milieu- en duurzaamheidsafspraken.

Daar waar aangesloten kan worden bij bestaande processen / beleidsnota’s, zal maximale terughoudendheid worden betracht bij het maken van specifiek beleid voor de transitie van de landbouw of buitengebied. “Hoe eenvoudiger, eenduidiger en overzichtelijker hoe beter”. Naast een separaat casusoverleg transitie landbouw, neemt het programmateam transitie landbouw deel aan het gemeentelijk omgevingsoverleg en zal in 2022 nauw betrokken zijn bij de totstandkoming van de omgevingsvisie met -plan.

Wat mag het kosten? Onderwerp

Bron

Jaar

Transitie Landbouw kosten van gebiedsanalyse en uitvoering van gebiedsvisies en -aanpak

MJB MJB MJB MJB MJB MJB

2022 2023 2024 2022 2023 2024

100.000 50.000 50.000 - 100.000 - 50.000 - 50.000

Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel

MJB MJB MJB MJB

2022 2023 2022 2023

152.000 152.000 - 152.000 - 152.000

Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel

Uit reserve nog nader te bestemmen

Begeleiding agrariërs – externe inhuur Uit reserve nog nader te bestemmen

Bedrag (in €)

Incidenteel/ Structureel/ Investering

Omgevingswet Wat willen we bereiken? Op 1 juli 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet beoogt vier verbeterdoelen: - een inzichtelijk omgevingsrecht; pagina 76

-

de leefomgeving staat centraal; ruimte voor maatwerk; een snellere en betere besluitvorming.

Het doel van de Omgevingswet staat in de wet zelf (artikel 1.3): het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Het afstemmen tussen een gezonde leefomgeving en ruimtelijke ordening krijgt binnen de Omgevingswet een prominente plaats. In onze gemeente zie je dat terug doordat we input vanuit onze burgers en externe partners actief betrekken bij de vormgeving van onze omgevingsvisie. Dat betekent ook dat het verminderen van overlast door stank, geluid en vervuilde lucht een prominentere plaats krijgt in onze gemeente. Het bereiken van deze doelen betekent een andere manier van werken en andere regelgeving door de overheid. Om aan de wet te voldoen stellen we nieuwe kerninstrumenten op en vervangen dan wel actualiseren we oude wet- en regelgeving op het gebied van het fysieke domein. Dat doen we nadrukkelijk niet alleen vanuit het gemeentehuis, maar in samenspraak met alle inwoners van Bernheze. Wat gaan we daarvoor doen?

Wettelijke instrumenten Omgevingsvisie In 2020 zijn we gestart met de participatie en hebben we toegewerkt naar een koersdocument In 2021 beginnen we met het opstellen van een concept omgevingsvisie. Die beschrijft hoe we de komende decennia in Bernheze willen leven en bevat ambities die we willen halen en kwaliteiten die we willen behouden. Bij het opstellen van de omgevingsvisie werken we samen met onze maatschappelijke partners, ondernemers en inwoners. Ook onze collega’s en stakeholders zoals het waterschap, de provincie, de veiligheidsregio en omgevingsdienst ODBN betrekken we hierbij. Lopende beleidsvisies integreren we in de concept omgevingsvisie, zoals het economisch beleid, de Woonvisie en het structuurplan openbare ruimte. Nieuw beleid verwerken we meteen in de omgevingsvisie. In 2022 werken we toe naar een definitieve omgevingsvisie. Omgevingsplan Het omgevingsplan omvat de huidige bestemmingsplannen, verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving en de zogeheten bruidsschat; regels die het Rijk overhevelt naar de gemeente. We willen één onherroepelijk en raadpleegbaar omgevingsplan voor de gehele gemeente. Een plan waarin we de ambities uit de omgevingsvisie vertalen naar regels, met liefst minder verboden en meer gelegenheid voor kansen: van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, mits’.

Gemaakte keuzes in de omgevingsvisie over de wijze van regelgeven vormen de input voor het op te stellen

pagina 77

omgevingsplan. Tijdens het opstellen van het omgevingsplan zorgen we dat de dienstverlening voor onze burgers op peil blijft. De winkel blijft open. Afstemming omgevingsvisie met omgevingsplan De omgevingsvisie en het omgevingsplan kennen voor een deel een parallel proces. Dit is enerzijds ingegeven door ambitie maar heeft er ook mee te maken dat beide kerninstrumenten elkaar op deze manier kunnen beïnvloeden om uiteindelijk tot werkbare en duidelijke regels te komen.

Mensen toegerust voor hun taak Cultuuromslag De Omgevingswet vraagt een andere manier van werken. Er zal meer samenwerking en dialoog binnen en tussen overheden komen, maar vooral ook zal er een andere relatie tussen overheid en bedrijven/burgers komen. We zullen meer moeten meedenken met initiatiefnemers die iets willen realiseren in de fysieke leefomgeving. Om dit te realiseren is er een verandering vereist in gedrag, houding en werkwijzen. Daarom is nu een koppeling gelegd met programma ‘Terug naar de Kern’. Kennis en kunde Medewerkers van de gemeente dienen voorbereid te worden op deze nieuwe manier van werken. Zodat vergunningen binnen de (kortere) vereiste termijn verleend kunnen worden en initiatiefnemers goed geholpen worden bij de door hen gewenste ontwikkelingen Vanaf 2021 wordt ingezet op de kennis en kunde om te kunnen werken met de nieuwe instrumenten. Dan doen we door opleidingen aan te bieden en door veel te oefenen met de instrumenten van de Omgevingswet.

Dienstverlening Eén loket voor vergunningen De nieuwe wet beoogt een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. Met meer participatie rond ontwikkelingen in de leefomgeving. Inzien van geldende regelgeving en aanvragen van vergunningen gaan straks plaatsvinden via het door het Rijk ontwikkelde Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). We zorgen er voor dat het omgevingsplan ontsloten wordt op het DSO en dat het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) naadloos werkt met dat DSO. Anders dan nu, gaan we werken met omgevingstafels waar we met initiatiefnemers voorafgaand aan het formele vergunning traject hun wensen bespreken en de aanvraag van eventuele vergunningen voorbereiden. Communicatie De komst van de Omgevingswet zorgt ervoor dat de overheid haar dienstverlening opnieuw moet inrichten. Daarbij hoort goede, adequate en gerichte communicatie, intern en extern. Daarvoor wordt een communicatieplan gemaakt dat alle ontwikkelingen begeleidt. Zodat medewerkers,

pagina 78

inwoners, bedrijven en andere overheden weten welke veranderingen de komende tijd plaatsvinden. Monitoring Om te ween of we de dienstverlening goed hebben opgezet, moeten we dat onderzoeken. Zodra de omgevingsvisie is vastgesteld monitoren we hoe er mee gewerkt wordt. We houden in de gaten of de planregels in het omgevingsplan passen bij de omgevingsvisie en doen voorstellen voor aanpassingen. Ook bekijken we periodiek of de bestaande instrumenten DSO en het nieuwe proces voor VTH nog voldoen en waar verbetering mogelijk is. Voorstellen voor de manieren om efficiënt te monitoren nemen we mee in de reguliere planning- en controlcyclus. Wat mag het kosten? Onderwerp

Bron

Jaar

Opstellen omgevingsvisie

Wettelijk

2022

5.000

Incidenteel

Participatiemiddelen inzetten Uit reserve nog nader te bestemmen

Wettelijk Wettelijk

2022 2022

2.500 - 2.500

Incidenteel Incidenteel

Uitvoeren en monitoren omgevingsvisie

Wettelijk

2023

25.000

Structureel

Opstellen omgevingsplan inclusief MER

Wettelijk Wettelijk Wettelijk Wettelijk Wettelijk Wettelijk

2022 2023 2024 2022 2023 2024

150.000 100.000 50.000 - 150.000 - 100.000 - 50.000

Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel

Afstemmen omgevingsvisie

Wettelijk

2022

10.000

Incidenteel

Onderzoek beheer in eigen organisatie Uit reserve nog nader te bestemmen

Wettelijk Wettelijk

2022 2022

150.000 - 150.000

Incidenteel Incidenteel

Opleiding medewerkers

Wettelijk Wettelijk Wettelijk Wettelijk

2022 2023 2022 2023

30.000 30.000 - 30.000 - 30.000

Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel

Wettelijk

2022

362.880

Incidenteel

Wettelijk

2022

- 362.880

Incidenteel

Uit reserve nog nader te bestemmen

Uit reserve nog nader te bestemmen Inhuur extern personeel (i.v.m. vervanging eigen personeel) Uit reserve nog nader te bestemmen

Bedrag (in €)

Incidenteel/ Structureel/ Investering

VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) Global Goals:

pagina 79

Wat willen we bereiken? We zorgen ervoor dat de inwoners, ondernemers en bezoekers van Bernheze de fysieke leefomgeving van de gemeente als leefbaar en veilig ervaren. Waar de (ervaren) risico’s voor de leefomgeving het grootst zijn, liggen de prioriteiten bij het stimuleren en/of afdwingen van naleefgedrag. Hoe weten we dat? Binnen gemeente Bernheze bepalen we de prioriteiten voor de VTH-taken op basis van het bestuurlijk programma. Dit in combinatie met een risicoanalyse en inachtneming van VTHkwaliteitscriteria, zoals weergegeven in het beleidsplan VTH 2019-2022 met hierin opgenomen indicatoren. De volgende thema’s hebben voor de periode 2021-2022 prioriteit: transformatieopgave landbouw en stoppende agrariërs, woningbouwopgave, huisvesting arbeidsmigranten en openbare orde en veiligheid. We gebruiken signalen, waaronder het nieuwe bestuurlijk programma, de ODBN-kadernota, (landelijke) ontwikkelingen, jaarverslagen VTH, beleid veiligheid (beleidskader integrale veiligheid 2019-2022) en interne beleidsontwikkelingen om onze afweging van prioriteiten voor 2023-2024 en daaraan gekoppelde activiteiten weer te geven.

Wat gaan we daarvoor doen? Om tot een leefbare en veilige leefomgeving te komen voeren we de volgende activiteiten uit: - Voortzetting van inzet in de uitvoering van VTH-taken verbonden aan de transformatieopgave landbouw en transitie veehouderij. In 2022 hebben we te maken met de nasleep van de Stoppersregeling intensieve veehouderij, de uitwerking van de Subsidieregeling sanering varkenshouderij en de Landelijke beëindigingsregeling piekbelasters veehouderij (stikstof) van het Rijk. Hierdoor is sprake van een toename in bijvoorbeeld sloopmeldingen, verzoeken tot handhaving en vergunningverlening. Dit geldt zowel voor gemeentelijke taken als taken uitgezet bij de ODBN (2022-2023-2024). We benutten signalen uit het programma Transitie Landbouw om te bepalen wanneer welke inzet noodzakelijk is om de leefbaarheid van het buitengebied op peil te houden. - Met de invoering van de Omgevingswet (1 juli 2022) gaan de bodemtaken vanuit de Wet bodembescherming over van de provincie naar de gemeenten. Binnen de gemeente hebben we niet voldoende expertise voor deze bodemtaken. We zetten deze taak structureel uit als verzoektaak bij de ODBN voor de periode 2022-2025. - Bernheze neemt deel aan het Schone Lucht Akkoord (SLA). Dat betekent voor toezicht en handhaving mogelijk nieuwe werkzaamheden, die of intern moeten worden uitgevoerd of uitgezet bij derden.

- Op basis van het nieuwe beleid arbeidsmigranten (vastgesteld december 2020): o controleren we op illegale en menswaardige huisvesting arbeidsmigranten; o evalueren we de bereikte effecten met dit beleid (begin 2023); en o passen we VTH-werkprocessen en -taken aan waar nodig (2022-2023).

pagina 80

o -

-

-

-

-

-

zorgen we voor samenhang met relevante beleidsontwikkeling, waaronder mensenhandel (voorzien voor 2021, veiligheid) en toerisme en recreatie. De feitelijke transformatie van de Wildhorst wordt gefaseerd uitgevoerd. In de uitvoeringsfase (vanaf medio 2021 en verder) zetten we in op meer toezicht en handhaving (link met thema Toerisme & Recreatie) ter ondersteuning van het transformatieproces. Hiervoor zal nog capaciteit beschikbaar moeten worden gesteld. In 2022 geven we hier vervolg aan. We nemen actief deel en leveren input aan relevante overleggen van de opgave openbare orde en veiligheid, zoals het Maasland Interventie Team (MIT) en signalenoverleg. Deelname aan het MIT loopt tot en met 2022. De uitkomsten van de tussentijdse evaluatie van het MIT, geven vorm aan continuering in 2022 (prioritering inzet handhavers op specifieke thema’s) en de keuze in welke vorm het MIT in 2023-2025 te continueren. In 2021 is het Actieplan aanpak ondermijning in het buitengebied vastgesteld. Ook in 2022 geven we uitvoering aan dit plan van aanpak, inclusief benodigde opleiding en training van onze medewerkers. In aanloop naar 2023-2024 stellen we opnieuw onze VTH-prioriteiten vast. We voeren hiervoor een nieuwe risicoanalyse uit (begin 2022) en maken gebruik van het hernieuwde bestuursprogramma, signalen, klachten, meldingen, verzoeken en enquêtes.

In 2023 stellen we vast, door het uitvoeren van korte projecten, of en hoe het wijkgericht werken (samenwerking buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) en politie) bijdraagt aan een ervaren veilige leefomgeving. Eind 2020 – begin 2021 hebben we ervaring opgedaan met het werken met vier boa’s/ toezichthouders. Deze ervaringen geven input aan de vormgeving van de pilot Wijkgericht (samen)werken aan een leefbare omgeving. We maken door het uitvoeren van kortlopende toezichtsprojecten (in samenwerking met beheer) inzichtelijk of het goed gebruik van de openbare ruimte toeneemt bij inzet van meer handhaving terwijl investeringen vanuit beheer (onderhoud stoepen en bermen, plaatsen van afrastering) afnemen.

VTH: Wet kwaliteitsborging (Wkb) Global Goals:

Wat willen we bereiken? Het jaar 2022 staat in het teken van het inwerking treden van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. De veranderingen in het stelsel en de werkwijze van VTH in de leefomgeving, waaraan we in 2021 hebben gewerkt, zijn daarmee een feit.

pagina 81

Burgers en ondernemers krijgen meer eigen verantwoordelijkheid en vrijheid ten aanzien van het inrichten van de eigen leefomgeving (specifiek vergunningsvrij bouwen), waarbij de gemeente achteraf toetst. De verwachting van het Rijk en de gemeente is dat hierdoor de ervaren kwaliteit van de eigen leefomgeving toeneemt. Het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) verschuift een deel van het toezicht op bouwkwaliteit naar een externe kwaliteitsborger en de initiatiefnemer; de gemeente blijft het bevoegd gezag. Hierdoor neemt de ervaren kwaliteit van bouw- en woningtoezicht toe. Het wetsvoorstel Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) introduceert, in aanvulling op de rol van het bevoegd gezag bij de vergunningverlening, een private onafhankelijke en professionele kwaliteitsborger. Deze kwaliteitsborger ziet erop toe dat wordt voldaan aan de bouwtechnische voorschriften. Deze aanvulling is noodzakelijk om de bouwkwaliteit te verbeteren en omdat het toezicht in complexiteit toeneemt. De gemeente blijft, ook in het beoogde nieuwe stelsel, het bevoegd gezag en belast met het toezicht op de naleving van de bouwtechnische voorschriften. Hoe weten we dat? De naleving van de bouwtechnische voorschriften die de veiligheid van onze inwoners borgen, monitoren we door achteraf te toetsen.

De ervaringen met deze toetsing achteraf en de bevindingen gebruiken we om actief vorm te geven aan informatiegestuurde controles op de veiligheid van gebouwen.

Wat gaan we daarvoor doen? -

-

-

Toezicht op constructieve veiligheid blijft, maar de aandacht is met de Wkb verplaatst naar controle achteraf en bij bestaande gebouwen. Omdat deze taken nieuw zijn monitoren we of en hoe controle achteraf bijdraagt aan een veilige leefomgeving. In 2023 evalueren we samen met ondernemers en initiatiefnemers hoe de toetsing achteraf door de gemeente in de praktijk wordt ervaren, hoe dit bijdraagt aan de ervaren kwaliteit van bouw- en woningtoezicht en de kwaliteit van de leefomgeving. Dit doen we door het organiseren van gesprekken, eventueel aangevuld met een vragenlijst. In 2021 is een Wkb-impactanalyse uitgevoerd wat betreft activiteiten voor VTH. Begin 2023 evalueren we of deze impactanalyse recht doet aan de praktijk: welke bijsturing is noodzakelijk in formatie en taken om de constructieve veiligheid van gebouwen binnen Bernheze te kunnen blijven toetsen en borgen?

Wat mag het kosten? Onderwerp

Bron

Jaar

Bedrag (in €)

Incidenteel/ Structureel/ Investering

Uitbreiden verzoektaken bodem in werkprogramma ODBN

Nieuw

2022

21.000

Structureel

Uitbreiden basis- en verzoektaken in werkprogramma ODBN m.b.t. toezicht stoppende agrariërs

Wettelijk

2022

14.000

Incidenteel

pagina 82

Onderwerp

Bron

Jaar

Bedrag (in €)

Incidenteel/ Structureel/ Investering

Uitbreiden basis- en verzoektaken in werkprogramma ODBN m.b.t. toezicht stoppende agrariërs

Wettelijk

2023

14.000

Incidenteel

Uitvoering plan van aanpak ondermijning buitengebied

Nieuw

2022

28.000

Structureel

Analyse impact Wkb op daadwerkelijke werkzaamheden VTH binnen Bernheze Uit reserve nog nader te bestemmen

Nieuw

2023

14.000

Incidenteel

Nieuw

2023

- 14.000

Incidenteel

Wijkgerichte aanpak samenwerking BOA’s en politie – pilots met projectmatige aanpak inclusief evaluatie (280 uur) Uit reserve nog nader te bestemmen

MJB

2023

28.000

Incidenteel

MJB

2023

- 28.000

Incidenteel

Toezichtproject oneigenlijk gebruik openbare ruimte i.s.m. beheer (140 uur)

MJB MJB

2023 2024

14.000 14.000

Incidenteel Incidenteel

Beleidsindicatoren In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Bernheze te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 25.000 tot 50.000 inwoners. Beleidsindicator

Jaar realisatie

Referentie

Bernheze

Gemiddelde WOZ waarde van woningen (x duizend euro)

2017 2018 2019 2020

233 Geen data 260 280

272 Geen data 292 321

Nieuw gebouwde woningen (aantal per 1.000 woningen)

2017 2018 2019 2020

7,5 7,5 8,6 8,6

21,8 16,4 24,0 8,0

Demografische druk (%)1

2017 2018 2019 2020 2021

76,6 77,4 77,8 78,2 78,3

76,6 76,7 76,9 77,0 77,4

Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (in €)

2017 2018 2019 2020 2021

Geen data 662 678 715 Geen data

657 648 677 720 751

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (in €)

2017 2018 2019 2020 2021

Geen data 737 753 794 Geen data

753 693 724 772 802

1. De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder per 100 personen van 20 tot 65 jaar.

Wat mag het kosten? Lasten Nr.

Omschrijving taakveld

8.1

Ruimtelijke ordening

Baten

2020

2021

2022

1.464.359

2.635.664

1.381.777

2020 4.212

2021

2022

30.006

265.875

pagina 83

Lasten

Baten

8.2

Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen)

9.732.076 12.885.956 14.967.785 11.985.542 15.028.441 17.508.281

8.3

Wonen en bouwen

1.727.700

1.844.991

1.651.362

1.300.298

1.562.078

1.612.263

0.10

Reserves programma 8

2.286.277

2.171.063

2.540.496

422.614

1.775.020

152.000

Totaal

15.210.412 19.537.674 20.541.420 13.712.666 18.395.545 19.538.419

Meerjarig Lasten

Baten

Nr.

2022

2023

2024

2025

2022

8.1

1.381.777

1.163.155

1.031.190

1.054.423

265.875

16.153

16.420

16.716

8.2

14.967.924

17.508.420

17.508.420

17.508.420

17.508.420

17.508.420

17.508.420

17.508.420

8.3

1.651.362

1.681.940

1.672.619

1.700.146

1.612.263

1.631.738

1.650.119

1.671.307

152.000

166.000

20.353.515

20.212.229

20.262.989

19.538.558

19.322.311

19.174.959

19.196.443

0.10

2.540.496

Totaal

20.541.559

2023

2024

2025

Brondocumenten programma Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing -

Woonvisie 2016-2021 (mei 2016) Nota grondbeleid (december 2019) Structuurvisie (2010) Beleidsplan huisvesting internationale werknemers (10 december 2020)

pagina 84

Algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien Binnen de begroting bestaat er onderscheid tussen specifieke dekkingsmiddelen en algemene dekkingsmiddelen. Specifieke dekkingsmiddelen zijn bijvoorbeeld opbrengsten voor het ophalen van afval, het verstrekken van vergunningen, het onderhouden van het riool en het verstrekken van reisdocumenten. Daarnaast ontvangen we specifieke inkomsten van het rijk, bijvoorbeeld de Gebundelde uitkering, ter financiering van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet en de Specifieke uitkering Stimulering sport ter vergoeding van de btw op sportaccommodaties. Specifieke dekkingsmiddelen hangen samen met een concreet beleidsveld en staan opgenomen in de betreffende programma’s. Deze dekkingsmiddelen verlagen het saldo van lasten en baten op de betreffende programma’s in de begroting. Specifieke dekkingsmiddelen zijn niet vrij besteedbaar. Anders dan de specifieke dekkingsmiddelen, zijn de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen, die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Deze middelen zijn daarmee vrij besteedbaar. De algemene dekkingsmiddelen leveren de financiële dekking van de bestedingen van de programma’s 0 tot en met 8 en zijn ingedeeld naar de voorgeschreven categorieën en onvoorzien.

Overzicht algemene dekkingsmiddelen In de tabel wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen. Onder de tabel worden de onderdelen kort toegelicht. 2020 1.

Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is: OZB

2.

Algemene uitkering uit het gemeentefonds

3.

Dividend Totaal

7.345.772

2021

7.531.802

2022

7.861.947

2023

8.279.389

2024

8.677.665

2025

9.081.352

42.990.752 43.407.397 45.765.159 45.644.616 46.162.358 47.052.628 26.782

36.038

34.538

34.538

34.538

34.538

50.363.306 50.975.237 53.661.644 53.958.543 54.874.561 56.168.518

Lokale heffingen 1. OZB Bij lokale heffingen treffen we de heffingen aan, waarvan de besteding niet is gebonden. Dit betreft de onroerende zaak belasting. In totaliteit gaat het voor 2022 om een geraamd bedrag van circa € 7,9 miljoen aan opbrengsten uit “algemene dekkingsmiddelen. Lokale heffingen, waarvan de

pagina 85

besteding wel gebonden is, bijvoorbeeld afvalstoffenheffing, rioolrechten en diverse leges, worden op de desbetreffende taakvelden verantwoord. Voor een overzicht van de opbrengsten van de belangrijkste heffingen en in welke beleidsvelden deze zijn opgenomen verwijzen wij u naar de paragraaf ‘Lokale heffingen’ in deze begroting. Bij de berekening van de capaciteit aan belastinginkomsten OZB is rekening gehouden met areaalontwikkelingen. Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De belastingcapaciteit is een van de verdeelmaatstaven die de hoogte van de algemene uitkering bepalen. Zo wordt rekening gehouden met de mogelijkheid die een gemeente heeft om belastinginkomsten te verkrijgen. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Voor bepaling van de hoogte van de algemene uitkering wordt de waarde van woningen voor 80% meegerekend, van de waarde van niet-woningen (bedrijven) 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is het gemiddelde tarief van alle gemeenten. Het rekentarief wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak. Het resulterende bedrag wordt gekort op de algemene uitkering. Het feitelijk OZB-tarief dat de gemeente heft, heeft geen effect op deze korting op de algemene uitkering.

De geraamde opbrengsten OZB 2022 laten een stijging zien ten opzichte van 2021 als gevolg van de areaalontwikkeling en de voorgestelde OZB-aanpassing van 3,3%. Deze stijging van 3,3% is opgebouwd uit de trendmatige prijsontwikkeling van 1,3% en daarnaast een aanpassing van 2%. Deze extra stijging is ons inziens noodzakelijk vanwege onze ambities om een slagvaardige organisatie neer te zetten, continuïteit van onze gemeente en voor een gezonde financiële gemeente. De jaarlijks doorgevoerde herwaardering heeft geen invloed op het tarief. Met andere woorden: hertaxatie leidt niet tot een wijziging in de totale opbrengst van de heffing.

2. Algemene uitkering uit het gemeentefonds Jaarlijks ontvangt elke gemeente volgens een bepaald verdeelstelsel een uitkering uit het Gemeentefonds. De uitkering is bestemd voor de bekostiging van autonome taken van de gemeente, taken die veelal dicht bij de burger liggen. Het verdeelstelsel is opgenomen in de Financiële verhoudingswet. In de verdeling wordt rekening gehouden met onderlinge verschillen in de kosten waar de gemeenten voor staan en met de draagkracht van de gemeenten (de belastingcapaciteit). Karakteristiek voor de algemene uitkering is dat elke gemeente vrij is in de besteding. De omvang van de algemene uitkering is voor de gemeenten een gegeven, maar de gemeente kan zelf bepalen aan welke voorzieningen zij haar geld besteedt. De groei of afname van het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Eenvoudig gezegd: bij een stijging van de rijksuitgaven ontvangen gemeenten vanuit Den Haag meer geld in het gemeentefonds en bij een daling van de rijksuitgaven ontvangen gemeenten

pagina 86

vanuit Den Haag minder geld in het gemeentefonds. De ontwikkeling van de algemene uitkering staat verder toegelicht in deel III: Financiële begroting. De voeding van het gemeentefonds (normeringssystematiek c.q. accres) is gekoppeld aan het Totale netto uitgavenkader van het Rijk. Door deze bredere basis groeit de Algemene uitkering ook mee met de zorguitgaven en sociale zekerheidsuitgaven van het Rijk. De fondsbeheerders werken samen met de VNG aan een herijking van de verdeling van het gemeentefonds. Dit is nodig omdat de verdeling van het rijksgeld over de gemeenten in de loop van jaren is scheefgegroeid. Sommige gemeenten krijgen te veel, anderen te weinig. De herverdeling heeft betrekking op twee onderdelen, nl. het sociaal domein en het overig, of terwijl klassieke deel van het gemeentefonds. Met beide onderzoeken wordt de gehele uitkering van het gemeentefonds herijkt. Invoering van de nieuwe verdeelmodellen was in eerste instantie voorzien per 1 januari 2021. De invoering is echter doorgeschoven naar 1 januari 2023 in verband met aanvullend onderzoek. De herijking leidt tot herverdeeleffecten. Op 9 juli is het aangepast voorstel gepubliceerd. Globaal betekent dit voor Bernheze een verlaging van de ontvangsten uit de algemene uitkering van € 21,- per inwoner, of terwijl afgerond € 665.000,-.

Deze uitkomsten zijn gebaseerd op de omvang van het gemeentefonds 2017 en op de standen van de verdeelmaatstaven 2017. Deze cijfers zijn begin augustus geupdated naar 2019 wat voor Bernheze een hogere korting betekent, nl. een korting van € 36,- per inwoner of terwijl € 1,2 miljoen structureel. Deze korting zal gefaseerd worden doorgevoerd met € 15,- per inwoner per jaar. Het betreffen vooralsnog nog steeds voorlopige uitkomsten. In de begroting 2022-2025 hebben we dan ook geen rekening mee gehouden met de effecten van de herijking. Met ingang van 2015 werden gemeenten op grond van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet integraal verantwoordelijk voor het sociaal domein. De gelden uit de drie decentralisaties maken onderdeel uit van de algemene uitkering. Vanaf 2015 waren de ontvangen middelen voor het sociaal domein traceerbaar binnen de algemene uitkering door middel van een decentralisatie-uitkering. Met de geplande herijking van het gemeentefonds in 2023 zullen naar alle waarschijnlijkheid de gelden sociaal domein niet langer (volledig) separaat zichtbaar zijn binnen de algemene uitkering waardoor het uitgangspunt: ‘de middelen die we ontvangen voor het sociaal domein oormerken we voor het sociaal domein’ wellicht niet meer uitvoerbaar is. Op 2 juni 2021 zijn er afspraken gemaakt tussen het rijk en de VNG over een Hervormingsagenda voor het jeugdstelsel.

Deze afspraken volgen op de arbitrage-uitspraak van de Commissie van Wijzen. Als onderdeel van de afspraken komt er voor het jaar 2022 een bedrag van € 1.319 miljoen extra beschikbaar, bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen. Omdat de structurele bekostiging vanaf 2023 is overgelaten aan een nieuw kabinet is afgesproken tussen rijk, IPO en VNG dat gemeenten wel alvast rekening kunnen houden met een stelpost vanaf 2023 ter hoogte van 75% van de berekende tekorten op de jeugdzorg door de Commissie van Wijzen. Vanuit behoedzaamheid en in het licht van de afspraken rondom de Hervormingsagenda dat gemeenten ook zelf kostenbesparende maatregelen kunnen nemen, is gekozen voor een maximum van 75% van het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen. pagina 87

Vooruitlopend op de besluitvorming van een nieuw kabinet hebben het Rijk en de VNG zich gecommitteerd aan de hervormingsagenda om te komen tot een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Daarmee is de stelpost geen budgettaire garantie. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdzorg in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. De ruimte onder het BTW-compensatieplafond wordt niet meer geraamd in de algemene uitkering. In deze (meerjaren)begroting is dan ook uit voorzichtigheidsprincipe geen rekening gehouden met een eventuele ruimte onder het BTW-compensatieplafond. Voor deze meerjarenbegroting zouden we op basis van de afrekening 2020 rekening mogen houden met jaarlijks een bedrag van € 265.000,-. Deze ruimte schommelt echter jaarlijks, afhankelijk van het beroep wat gemeenten doen op het btw-compensatiefonds. Dit betekent dat de definitieve afrekening 2021 al weer tot een aanpassing kan leiden voor de periode 2023 tot 2026. De positieve ontwikkeling voor 2022 ten opzichte van 2021 is voornamelijk het gevolg van een positieve ontwikkeling van het accres en de extra gelden jeugdzorg.

De mutaties uit de Meicirculaire 2021 en de extra middelen jeugdzorg zijn in de begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025 verwerkt. De extra middelen jeugdzorg zijn voor de periode 2023-2025 voor 75% meegenomen. De Septembercirculaire 2021 komt op een laat moment in het traject van de voorbereiding van de begroting beschikbaar. Wij informeren uw raad tijdig voor de begrotingsbehandeling separaat over de gevolgen van deze circulaire.

3. Dividend Wij ontvangen jaarlijks een dividenduitkering uit ons aandelenbezit in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In de begroting houden wij rekening met een structurele dividendopbrengst van € 34.538,-. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft op 16 april 2020 ingestemd met het dividendvoorstel 2019 om € 71 miljoen (50% van de nettowinst van € 163 miljoen) uit te keren aan de aandeelhouders. Dit komt neer op een dividend van € 1,27 per aandeel (aandeel Bernheze: € 26.746,-). De BNG Bank heeft op 19 maart 2021 een deel van het goedgekeurde dividend ter grootte van € 24 miljoen uitgekeerd (aandeel Bernheze: € 9.056,-). De nettowinst van de BNG Bank over 2020 bedraagt € 221 miljoen. De aandeelhouders hebben op 22 april 2021 ingestemd met het voorstel om 50% van de beschikbare winst na belasting en na aftrek van de compensatie voor de verschaffers van hybride kapitaal uit te keren. Dit komt neer op een dividend van € 1,81 per aandeel (Bernheze: € 38.119,-). De uitbetaling aan de aandeelhouders is echter opgeschort tot in elk geval september 2021. Achtergrond hiervan is de significante schok die de coronapandemie de economie toebrengt en de rol die voor banken is voorzien om de effecten zoveel als mogelijk te mitigeren.

pagina 88

Overhead Om meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead schrijft het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in artikel 8 lid 1c voor om een apart overzicht op te nemen van de overhead. Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Te denken valt aan kosten met betrekking tot personeel & Organisatie (P&O), financiën, huisvesting en bestuursondersteuning. Deze kosten mogen niet meer worden toegerekend aan de directe taakvelden/programma’s. De overhead wordt centraal begroot en verantwoord op het overzicht overhead via taakveld 0.4 Overhead in het programma Bestuur en ondersteuning. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het totaal van de overhead alsmede de verrekening binnen de begroting. De kosten van de overhead kunnen als volgt worden gespecificeerd: Lasten 1. Personele kosten 2. Algemene administratiekosten 3. Informatievoorziening en automatisering 4. Huisvesting 5. Overige

6.228.242 280.181 1.851.728 691.972 619.487

Subtotaal 6. Toerekening overheadkosten aan grondexploitaties

9.671.610 422.420

Totale kosten overhead

9.249.190

1. Personele kosten Dit betreft de loonkosten van personeel voor zover deze niet actief zijn in het primaire proces en daarmee kunnen worden gedefinieerd als overhead. Onder overhead wordt de formatie verantwoord die wordt ingezet voor onder andere financiën, communicatie, juridische zaken, P&O, ICT en bestuursondersteuning. Overeenkomstig de voorschriften van het BBV zijn hierbij ook de volledige loonkosten van directie, management en teamcoaches opgenomen. Daarnaast worden onder de personele overheadkosten de kosten verantwoord voor het personeelsbeheer. Hierbij valt te denken aan opleidingskosten, reis- en verblijfskosten, werving en selectie, loopbaan- en mobiliteitsadviezen, arbobeleid en het voeren van de salarisadministratie.

2. Algemene administratiekosten Onder Algemene administratiekosten zijn de kosten opgenomen voor kantoormaterialen, telefoonkosten, portokosten en abonnementen.

3. Informatievoorziening en automatisering (I&A) Onder I&A zijn de kosten opgenomen voor onder andere aanschaf, onderhoud en licenties van hard- en software en systeem- en netwerkbeheer. Daarnaast zijn hieronder de kosten voortvloeiende uit het tweede spoor, versterking van de I-functies, opgenomen.

pagina 89

4. Huisvesting Onder huisvesting zijn de kosten opgenomen voor ruimten voor de uitvoering van de algemene taken van de eigen organisatie. De kosten bevatten onder andere energiekosten, (groot) onderhoud van het gebouw en technische installaties, kantoormeubilair, verzekering, schoonmaak en kapitaallasten (rente en afschrijving).

5. Overige Onder overige zijn onder andere de externe kosten opgenomen gerelateerd aan juridische zaken waaronder juridische advieskosten, bezwarencommissie, de kosten voor communicatie en representatie, kwaliteitszorg en klachtenregeling en archief. Daarnaast hebben we hier vanuit de meicirculaire 2021 de kosten voor de invoering Wet Open Overheid (structureel en incidenteel) verantwoord.

6. Toerekening overheadkosten aan grondexploitaties Volgens het Besluit begroting en verantwoording mag uitsluitend een doorberekening van de overheadkosten plaatsvinden aan de grondexploitaties door dit als negatieve last in de overhead mee te nemen. Het saldo dat gepresenteerd wordt onder de overhead is daarom een netto bedrag. De toerekening heeft plaatsgevonden op basis van het aantal uren dat geraamd is ten laste van de grondexploitaties.

Dekking van de overhead In de begroting is alleen overhead toegerekend aan de grondexploitaties. De overhead zal verder vanuit de algemene dekkingsmiddelen bekostigd moeten worden. Uitzondering hierop zijn de activiteiten waarvoor kostendekkende tarieven doorberekend mogen worden zoals afval, riolering en begraafplaatsen. De overhead wordt aan deze activiteiten extracomptabel toegerekend (zie paragraaf lokale heffingen).

Vennootschapsbelasting (Vpb) De Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) betekent dat overheden belast kunnen worden voor economische activiteiten die ook door private ondernemingen (kunnen) worden uitgevoerd. Het doel is om een gelijk speelveld te creëren tussen partijen (overheden en private ondernemingen). Hierdoor vallen activiteiten waarvoor gemeenten als ondernemer optreden onder de Vpb. De belaste activiteiten voor onze gemeente betreffen de bouwgrondexploitaties en gedeeltelijk de verkoopopbrengsten van het afval. Deze belasting wordt na afloop van het kalenderjaar bepaald aan de hand van de gerealiseerde fiscale winst en dan geheel verantwoord binnen de algemene dienst. Het BBV geeft hiervoor aanwijzingen.

pagina 90

Onvoorzien In de begroting is in de exploitatie een jaarlijkse post Onvoorzien opgenomen. Dit betreft een structurele post van € 94.472,-. Dit is een wettelijk verplichte uitgavenpost op basis van artikel 8, lid 6 van het Besluit begroting en verantwoording. De post onvoorzien kan ingezet worden voor alle programma’s. Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de post onvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar onder de volgende voorwaarden: 1. De beschikking over de post onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar of onvermijdbaar (de zogenaamde drie O’s) zijn. 2. Mutaties van eenmalige of structurele lasten of baten, niet zijnde mutaties voortvloeiende uit investeringskredieten, tot en met € 25.000,-. 3. Mutaties van geautoriseerde investeringskredieten tot 10% van het investeringsbedrag of tot een bedrag van € 100.000,-. 4. Voordelen welke niet zijn geraamd worden toegevoegd aan de post onvoorzien. 5. Het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de post onvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat. 6.

Indien aanwending van de post onvoorzien structurele financiële consequenties tot gevolg heeft worden deze consequenties in de eerst volgende kadernota en/of begroting opgenomen als een onomkeerbaar besluit. Het college informeert achteraf de raad over de beschikking van de post onvoorzien door middel van de tussentijdse rapportages.

pagina 91

Deel 2: Paragrafen

pagina 92

A. Lokale heffingen Inleiding In artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is bepaald dat de paragraaf betreffende de lokale heffingen ten minste bevat: - de geraamde inkomsten; - het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; - een aanduiding van de lokale lastendruk; - een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid; - een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven en heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=6b63a0c5-8d13-4d90-a384-a655922fe88e