Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
3.000
Herplaatsingsgarantie flexwoningen
949.000
18.980
3.072.845
3.072.845
Vlagheide
500.000
400.000
Terugbrengen uren ODBN “EFTAL”
120.000
12.000
p.m.
p.m.
1.374.690
1.374.690
Wachtgelden wethouders
500.000
400.000
Gevolgen Wet toekomst pensioenen (Wtp)
200.000
80.000
7.366.535
5.411.515
Bouwgrondexploitatie
Beëindiging ketenovereenkomst Verpact VNG Heesch West
Totaal incidentele risico’s
pagina 97
Overzicht structurele risico’s Risicobeschrijving
Risicovolume
Gewogen risico
Leerlingenvervoer
50.000
25.000
Participatiebudget – inkomensdeel
285.000
142.500
Minimabeleid
106.000
84.800
Participatiewet – Wsw
335.000
33.500
WMO (Huish. hulp / hulpmiddelen / Wmo 2015)
797.000
637.600
Jeugdzorg
789.000
631.200
Regionale ambulancevoorziening
15.000
600
Begeleid werken
90.600
9.060
Algemene uitkering
3.117.000
1.246.800
Totaal structurele risico’s
5.584.600
2.811.060
Onder “Geïnventariseerde risico’s” ziet u de verdere onderbouwing van de benoemde risico’s.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mogelijkheden weer van de gemeente om risico’s op te kunnen vangen. Dit vermogen om risico’s op te vangen wordt weergegeven door een ratio. Deze ratio is een verhoudingsgetal tussen de weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico's. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (berekende risico-omvang) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal/ratio. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, gebaseerd op de uitgangspunten van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR): Ratio
Betekenis
>2
Uitstekend
1,4 tot 2,0
Ruim voldoende
1,0 tot 1,4 (100% tot 140%)
Voldoende
0,8 tot 1,0
Matig
0,6 tot 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Wij streven naar een Voldoende (ratio minimaal 1,0 (100%); maximaal 1,4 (140%).
pagina 98
Risico
Weerstandscapaciteit
Ratio (weerstandsvermogen)
Aanpassing capaciteit
Aanpassing Ratio
Incidenteel
5.411.515
6.564.670
121%
Nvt
Nvt
Structureel
2.811.060
4.283.324
152%
Nvt
Nvt
Totaal
8.222.575
10.847.994
132%
Nvt
Nvt
Het weerstandsvermogen zal zich op basis van de gekozen ratio (tussen 1,0 en 1,4) tussen de € 8.222.575,- (1,0 x risico-omvang) en € 11.511.605,- (1,4 x risico-omvang) moeten bevinden. Wij constateren dat op basis van de inventarisatie risico’s en de weerstandscapaciteit, het weerstandsvermogen ‘voldoende’ is met 132% en op dit moment geen verdere acties noodzakelijk zijn.
Geïnventariseerde risico’s Programma 1: Leefbare Kernen Renovatie woonwagencentrum Bruijstenhof (incidenteel € 500.000,-) (risico 2 en tijd 3) De renovatie van woonwagencentrum Bruijstenhof heeft een risico in zich van vervuilde grond. Startersleningen (incidenteel € 150.000,- = 10% van boekwaarde) (risico 3 en tijd 4) Vanaf 1 januari 2014 geldt voor geldgevers van startersleningen een eigen risico van 10%. Dit betekent dat als er een verliesdeclaratie van een starter bij NHG wordt ingediend, de gemeente 10% hiervan voor eigen rekening moet nemen. Onze gemeente stopte met ingang van 1 mei 2015 met de startersleningen, maar startte in 2020 hier weer mee. Op 15 april 2025 besloot de gemeenteraad het budget te verhogen met € 1.000.000,-. Herplaatsingsgarantie flexwoningen (incidenteel € 949.000,-) (risico 3 en tijd 4) De gemeente is voornemens 69 flexwoningen te realiseren met een totale restwaarde van € 3,8 miljoen. Medio juli 2024 besloot de gemeenteraad om deel te nemen aan de garantieregeling voor het herplaatsen van flexwoningen. Indien de flexwoning na 15 jaar nergens in Nederland kan worden herplaatst, kan de woningcorporatie gebruik maken van de garantstelling. Middels deze garantieregeling is de gemeente voor 25% verantwoordelijk indien een partij aanspraak maakt op de betreffende regeling.
De kans dat nergens in Nederland de mogelijkheid bestaat om flexwoningen te herplaatsen en daardoor gebruik moet worden gemaakt van de garantstelling door de gemeente is zeer klein. Bouwgrondexploitatie (incidenteel € 3.072.845,- reeds gewogen zie paragraaf G) De hoogte van het risico van de bouwgrondexploitaties bepalen wij aan de hand van een risicoscan. Er is binnen de bouwgrondexploitatie sprake van twee risicoscenario’s. Het eerste risico is de daling van opbrengsten (-25%) en stijging van de kosten (+25%) in combinatie met een vertraging van twee jaar van het project. Het tweede scenario gaat uit van het risico van afwaardering van boekwaarden van het project wegens geen doorgang vinden van het plan. Op pagina 99
basis van beide scenario’s vindt een weging plaats naar kans en tijdsfactor en is per complex het maximale risico meegenomen in de berekening van het bedrag.
Programma 2: Gezonde zorgzame gemeente Leerlingenvervoer (structureel € 50.000,- = 10% van de werkelijke kosten 2026) (risico 2 en tijd 1) Het leerlingenvervoer betreft een open-einde-regeling. Dit betekent dat leerlingen die voldoen aan de verordening leerlingenvervoer recht hebben op een vergoeding voor de kosten van hun vervoer van en naar school. Het is vooraf niet te voorspellen hoeveel leerlingen hiervan gebruik zullen maken en in welke mate. Daarom is het niet mogelijk om van tevoren de totale kosten voor leerlingenvervoer over een bepaalde periode vast te stellen. Participatiewet - inkomensdeel (structureel € 285.000,- = 5% van het nader voorlopig BUIGbudget 2026) (risico 2 en tijd 1) ) Bij de uitvoering van de Participatiewet doen zich twee risico’s voor. Het betreft de ontwikkeling van de cliëntenaantallen en de hoogte van de rijksbijdrage. Allereerst de aantallen cliënten met een bijstandsuitkering: toename of afname in het aantal cliënten werken direct door in de uitgaven. Het aantal cliënten laat zich niet eenvoudig bepalen. Daarmee zijn de bijstandsuitkeringen een open-einde-regeling. Ten tweede is de specifieke uitkering ter (gedeeltelijke) dekking van de bijstandskosten een onzekere factor. Indien gemeenten een tekort hebben op het rijksbudget kan, onder voorwaarden, een beroep gedaan worden op de vangnetregeling.
Gemeenten kunnen op dit vangnet een beroep doen als het tekort op de gebundelde uitkering meer bedraagt dan 7,5% van het definitief toegekend rijksbudget. Daarnaast moet sprake zijn van een gecumuleerd tekort over jaar t-2, t-1 en t van meer dan 7,5% over het rijksbudget. Tekorten worden tot 12,5% voor de helft vergoed en daarboven volledig. Minimabeleid (structureel € 106.000,- = 10% van kosten minimabeleid 2026) (risico 1 en tijd 1) Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat op basis van het gebruik en ontwikkeling van de kosten van de afgelopen jaren. Deze prognose is moeilijk op realiteitswaarde in te schatten. Minimaregelingen zijn open einderegelingen. Dit betekent dat wanneer iemand recht heeft op een regeling, er een uitkering uit hoofde van die regeling moet plaatsvinden. Door verkeerde inschattingen van de omvang van de doelgroep en/of intensivering van het gebruik van die regeling door de doelgroep, kan er sprake zijn van over- of onderuitputting van de budgetten.
pagina 100