Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Om deze flexibiliteit in de praktijk te kunnen realiseren, is in de begrotingen van 2023 en 2024 al een flexibele schil van 7 fte toegekend. De geplande uitbreiding naar 10 fte is in 2025 met één jaar uitgesteld en wordt nu voorzien in 2026. Deze uitbreiding is noodzakelijk om onze organisatie slagvaardig te houden. - Onderzoeken van technologische innovaties We onderzoeken actief hoe technologische innovaties, zoals kunstmatige intelligentie (AI), ons kunnen ondersteunen bij het realiseren van onze doelen. Deze ontwikkeling staat nog aan de vooravond en het is belangrijk om stil te blijven staan bij veiligheid, privacy en ethische aspecten. We verkennen de mogelijkheden van AI om processen te verbeteren, besluitvorming te ondersteunen en dienstverlening te personaliseren – altijd binnen duidelijke kaders en met respect voor de menselijke maat. Persoonlijk en warm contact blijft ook bij de inzet van technologische innovaties altijd mogelijk. - Verbeteren van de corporate communicatie Corporate communicatie speelt een belangrijke rol in hoe Bernheze wordt gezien door externe stakeholders. Een consistente en professionele uitstraling draagt bij aan het vertrouwen in de organisatie. Om versnippering van communicatie-uitingen te voorkomen en de organisatie communicatiever te maken, is het borgen van een uniforme aanpak van groot belang.
Een Digital Asset Management (DAM) systeem ondersteunt hierbij; dit systeem maakt het mogelijk
pagina 64
om digitale middelen – zoals afbeeldingen, video’s en documenten – centraal te beheren en beschikbaar te stellen. In 2026 willen we dit aanschaffen. - Goede digitale toegankelijkheid Niet voor iedereen is het even gemakkelijk om goed toegang te krijgen tot informatie en diensten als gevolg van een beperking. Als Bernheze willen we dat iedereen ongehinderd en optimaal mee kan doen. Dit is een van de pijlers van onze onlangs vastgestelde inclusieagenda. We vinden het belangrijk om in lijn daarmee deze obstakels zoveel mogelijk weg te nemen. Naast deze ambitie is er een wettelijke plicht (op basis van het Tijdelijk Besluit Digitale Toegankelijkheid Overheid, EAA) om digitale informatie en diensten toegankelijk te maken voor iedereen. Met de recente vernieuwing van de gemeentelijke website is hierin al een belangrijke stap gezet. Om inzicht te verkrijgen in de mate waarin we voldoen aan onze digitale toegankelijkheidsverplichting is het echter noodzakelijk om ook de digitale toegankelijkheid van gekoppelde externe applicaties en websites te onderzoeken. Hiervoor is tijdelijk inhuurbudget nodig, evenals budget voor een analyse-instrument dat inzicht geeft in de mate van toegankelijkheid.
- Digitaliseren van de planning en controlcyclus (P&C-cyclus) In het kader van de verkenning van mogelijke bezuinigingsmaatregelen voor 2026 is, op advies van een externe consultant, gekeken naar verdere digitalisering van de P&C-cyclus van Bernheze. Daarbij is geadviseerd om een digitale P&C-tool aan te schaffen. Deze tool kan bijdragen aan een meer gestroomlijnd proces bij het verzamelen van analyses en toelichtingen vanuit de organisatie en de budgethouders. Daarnaast bevordert de tool de digitale ontsluiting en toegankelijkheid van de begroting, tussenrapportages en andere P&Cproducten voor de gemeenteraad, onze inwoners, bedrijven en overige stakeholders.
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Incidenteel/ Structureel/ Investering
Flexibiliteit/inventiviteit (in stand houden/ opbouwen goed personeelsbestand) - 3 fte (incl. aanschaf laptop, telefoon, etc.)
MJB
2026
309.000
Structureel
Aanschaf module gesprekscyclus
Nieuw
2026
15.000
Structureel
Verbeteren digitalisering t.b.v. verbetering dienstverlening
MJB
2026
50.000
Structureel
Reguliere vervanging laptops
Nieuw
2026
230.000
Investering
Vrijval lease laptops
Nieuw
2027
-61.100
Structureel
(applicaties, software, website)
pagina 65
Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Incidenteel/ Structureel/ Investering
Reguliere vervanging kantoorwerkplekken
Nieuw
2028
100.000
Investering
Vrijval lease beeldschermen/dockingstations
Nieuw
2029
-25.575
Structureel
Reguliere vervanging centrale infrastructuur ICT
Nieuw
2026
60.000
Investering
Vrijval leasekosten technische infrastructuur ICT
Nieuw
2027
-15.000
Structureel
Reguliere vervanging iPads gemeenteraad
Nieuw
2026
20.000
Incidenteel
Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw
2026
-20.000
Incidenteel
Vrijval leasekosten iPads gemeenteraad
Nieuw
2026
-4.828
Structureel
Reguliere vervanging telefoons
Nieuw
2029
150.000
Investering
Implementatiekosten vervangingsplan (Pink Gegevensdistributie)
Nieuw
2026
40.000
Incidenteel
Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw
2026
-40.000
Incidenteel
Implementatiekosten vervangingsplan (Vicrea)
Nieuw
2026
25.000
Incidenteel
Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw
2026
-25.000
Incidenteel
Digital Asset Management systeem - aanschaf en implementatie - licentiekosten
Nieuw Nieuw
2026 2026
25.000 6.500
Incidenteel Structureel
Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw
2026
-25.000
Incidenteel
Externe Inhuur t.b.v. digitale toegankelijkheid website en systemen te verbeteren
Nieuw
2026
80.000
Incidenteel
Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw
2026
-80.000
Incidenteel
Analyse applicatie t.b.v. digitale toegankelijkheid
Nieuw
2026
5.000
Incidenteel
Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw
2026
-5.000
Incidenteel
Digitale tool P&C-cyclus - licentiekosten
Nieuw
2026
15.000
Structureel
Digitale tool P&C-cyclus – implementatiekosten
Nieuw
2026
60.000
Incidenteel
Uit reserve nog nader te bestemmen
Nieuw
2026
-60.000
Incidenteel
Ombuigingsvoorstellen Onderwerp
Jaar
Inkoopreductie Bureau Inkoop Zuidoost-Brabant (Bizob)
2026
Bedrag (in €) -50.000
Incidenteel/ Structureel/ Investering Structureel
Inkoopreductie Bizob Sinds eind 2023 is Bernheze aangesloten bij Bizob voor de uitvoering van grotere en complexere inkoop- en aanbestedingstrajecten. Deze samenwerking stelt ons in staat om te profiteren van gespecialiseerde kennis en ervaring, en vormt daarmee een belangrijke stap in de verdere professionalisering van ons inkoopproces. Door deze borging van expertise zetten we in op een
pagina 66
kwalitatieve verbetering van onze inkooppraktijk en vergroten we de rechtmatigheid, doelmatigheid en transparantie van onze aanbestedingen. Een belangrijk voordeel van deze samenwerking is dat we eerder en beter inzicht krijgen in de inkooptrajecten die binnen een jaar gaan spelen. Hierdoor kunnen we de inzet van Bizob gerichter toewijzen aan specifieke projecten en de bijbehorende budgetten. Dit stelt ons in staat om efficiënter te werken en tegelijkertijd besparingen te realiseren binnen de exploitatie. Daarnaast investeren we in de verdere ontwikkeling van onze interne organisatie op het gebied van inkoop en contractbeheer. Door processen te professionaliseren en de kennis en vaardigheden van medewerkers te versterken, vergroten we onze grip op lopende contracten en benutten we kansen voor inkoopvoordelen die bijdragen aan de beoogde ombuigingen.
Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.
Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) Het Brabants Historisch Informatiecentrum (BHIC) voert voor Bernheze en de andere deelnemende gemeenten en waterschappen wettelijk verplichte taken uit op het gebied van archiefbeheer, ordening, controle en –ontsluiting. Binnen de mogelijkheden werkt het BHIC aan het beleidsdoel ‘meer publiek, meer divers publiek’. Dit sluit aan bij onze doelstelling om cultuur, in dit geval het papieren en digitale erfgoed van de gemeente, gemakkelijk toegankelijk te maken voor belangstellenden. Het BHIC gaat actief aan de slag met het e-depot. Het BHIC is landelijk een van de koplopers in de digitaal ontsloten historische naslag.
Lasten en baten 2024-2026 Lasten Nr.
Omschrijving taakveld
0.1
Baten
2024
2025
2026
Bestuur
2.479.116
2.291.389
2.510.556
0.2
Burgerzaken
1.338.672
1.165.098
0.4
Overhead
0.10
Mutatie reserves programma 6 Totaal
2024
2025
2026
1.188.888
728.036
580.721
603.947
11.750.943 12.018.574 12.718.768
437.232
118.402
78.966
405.183
275.579
251.331
1.570.451
974.702
934.244
353.546
41.603
15.922.277 15.516.664 16.418.212
pagina 67
Lasten en baten 2026-2029 Lasten
Baten
Nr.
2026
2027
2028
2029
2026
2027
2028
2029
0.1
2.510.556
2.590.584
2.680.836
2.779.947
0.2
1.188.888
1.242.642
1.288.279
1.338.017
603.947
619.045
635.140
651.019
0.4
12.718.768
12.911.054
13.367.733
13.830.053
78.966
80.409
81.949
83.468
251.331
15.942
15.942
15.942
934.244
715.396
733.031
750.429
0.10 Totaal
16.418.212
16.744.280
17.336.848
17.948.017
Brondocumenten - Uitwerking positionering & visie dienstverlening Bernheze (april 2021)
pagina 68
Programma 7: Financiën Hoewel 2026 voor Bernheze financieel minder zwaar uitvalt dan eerder werd gevreesd – het verwachte ‘ravijnjaar’ blijkt voor ons mee te vallen – blijven we ons bewust van de structurele uitdagingen die voor ons liggen. Het meevallen van het ravijnjaar 2026 biedt ons tijdelijk lucht, maar vormt geen garantie voor de jaren daarna. We zien dat er grote, strategische opgaven op ons afkomen die aanzienlijke investeringen zullen vragen. Denk aan thema’s als woningbouw, infrastructurele werken, energietransitie, digitalisering, vergrijzing en de toenemende druk op het sociaal domein. Deze opgaven vragen niet alleen om financiële middelen, maar ook om scherpe keuzes in het hier en nu. We willen als gemeente financieel gezond blijven en tegelijkertijd onze ambities waarmaken. Dat betekent dat we voortdurend moeten afwegen wat nodig is, wat mogelijk is en wat wenselijk is – in het belang van onze inwoners en de toekomst van Bernheze.
Wat willen we bereiken? -
Verantwoord begroten, financieel gezond en stabiel; Ambities en financiële middelen in balans; Lastendruk voor inwoners en ondernemers die past bij voorzieningenniveau van onze gemeente (niet onnodig verhogen).
Wat gaan we daarvoor doen en wat mag het kosten? Evenwicht en flexibiliteit van de gemeentelijke financiën We hanteren het principe dat de structurele uitgaven gedekt worden door structurele middelen. Op basis hiervan beoordeelt onze toezichthouder of de begroting positief is en krijgen we repressief toezicht. Dit gegeven is het uitgangspunt voor het in standhouden van onze voorzieningen en de mate van het realiseren van onze ambities. Ook de omvangrijke opgaves met financiële consequenties zoals woningbouw, infrastructurele werken, energietransitie digitalisering, vergrijzing en de toenemende druk op het sociaal domein vragen ruimte in de begroting. De belangrijkste structurele middelen verkrijgen we uit het gemeentefonds en de lokale heffingen (± 69%). Voor wat betreft de inkomsten uit het gemeentefonds worden we voortdurend geconfronteerd met de onzekerheden over de financiering nu en in de toekomst. Deze begroting biedt een meerjarige sluitende exploitatie. Daarbij hebben gekeken naar lastenverzwaring (OZB voor 2026 en 2027 +5% naast een compensatie voor de inflatie) en ombuigingen. We hebben voornamelijk ingezet op ombuigingen die geen afbreuk doen aan het voorzieningenniveau zoals we dat kennen in Bernheze en die onze inwoners maar beperkt raken zoals verlenging van afschrijvingstermijnen. Daarnaast hebben we kritisch gekeken welke investeringen geen uitstel
pagina 69
dulden en welke investeringen konden worden doorgeschoven naar 2027 en of konden worden geparkeerd. Het jaar 2026 dient immers in evenwicht te zijn. Om tot een structureel financiële sluitende begroting te komsten hebben we er voor gekozen gebruik te maken van de verruiming van de inzet van de algemene reserve. Het is namelijk sinds 2025 mogelijk 10% van het surplus van de algemene reserve of terwijl vrij besteedbaar deel in te zetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. In de Kadernota 2026-2029 stelden wij uw raad voor een klein deel van onze reserves (€ 270.000,- op jaarbasis voor een periode van vier jaar) in te zetten om structurele lasten te dekken. We gebruiken hiervoor de overschotten die we de laatste jaren hebben gezien op onze jaarrekeningen. We vinden het verantwoord om 5% van het gemiddelde overschot over de periode 2018-2024 (€ 5,4 miljoen) in te zetten.
Mutaties na kadernota Na vaststelling van Kadernota is gebleken dat de uitbreiding van het team Wmo-consulenten met 1 fte noodzakelijk is. De kosten hiervan bedrag € 92.376,- op jaarbasis. Voor dekking van deze kosten hebben we de inzet van de vrij besteedbaar reserves verhoogd van € 270.000,- naar € 362.376,- voor een periode van vier jaar. Hiervoor hebben we een bedrag van € 369.500,- vrij laten vallen uit de reserve Transities ten gunste van de reserve Nog nader te bestemmen. Door uw raad is immers besloten dat de reserve Transities bedoeld is voor dekking van kosten die voortvloeien uit de drie decentralisaties (Wmo, jeugdzorg en participatie). Hiermee is de inzet van deze reserve beperkt. Als gevolg van o.a. het Breed Maatschappelijk Beleid willen we deze reserve voor een breder doel binnen het sociaal domein inzetten. We zullen u hiervoor een separaat voorstel ter besluitvorming voorleggen.
Toekomstige projecten en in te stellen financiële buffer Voor 2027 en latere jaren staan we nog voor een financiële uitdaging als gevolg van een aantal grote strategische projecten (o.a. project De Misse 2-4-6, rondwegen Nistelrode en HeeswijkDinther, sportpark Heeswijk-Dinther, gebiedsontwikkeling Abdij van Berne, Integraal Huisvestingsplan Onderwijs) waarvan we in deze begroting de financiële consequenties nog niet in beeld hebben. We stellen in deze begroting voor om vanuit de positieve uitkomsten van de Meicirculaire 2025 een structurele stelpost op te nemen van € 480.000,- in 2026 oplopend naar 1,2 miljoen in 2029, om ruimte te creëren voor de financiële consequenties van deze strategische projecten.
pagina 70
Wat mag het kosten? Onderwerp
Bron: MJB of Nieuw
Jaar
Bedrag (in €)
Incidenteel/ Structureel/ Investering
Stelpost strategische projecten
Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw
2026 2027 2028 2029
480.000 250.000 240.000 235.000
Structureel Structureel Structureel Structureel
Inzet deel van de vrij besteedbare reserve
Nieuw Nieuw Nieuw Nieuw
2026 2027 2028 2029
362.376 362.376 362.376 362.376
Incidenteel Incidenteel Incidenteel Incidenteel
Vrijval reserve Transities Toevoeging aan reserve Nog nader te bestemmen
Nieuw Nieuw
2026 2026
-369.500 369.500
Incidenteel Incidenteel
Betaalbaarheid Voor de aangeboden diensten vragen we een prijs die maximaal de kostprijs is, maar bij de leges passen we dit niet in alle gevallen toe. De reden is dat dit zou leiden tot onaanvaardbare hoge leges. Hierdoor bereiken we voor algemene dienstverlening (hoofdstuk 1) een dekking van 57,4% en voor de leges met betrekking tot maatschappelijk belangen zoals evenementen en overige vergunningen in het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) (hoofdstuk 3) een dekking van 21,3%. In beginsel passen we voor vergunningen met betrekking tot de omgevingswet (hoofdstuk 2) een dekking van maximaal 100% toe. Voor 2026 is een dekkingspercentage van 99,3% van toepassing. De OZB corrigeren we de in de begroting met de verwachte inflatie van 4% (inflatie-index 2026:2,7% + een nacalculatie 2025 van 1,3%). Daarnaast willen we voor 2026, naast de aanpassing voor de inflatie, een aanpassing van 5% doorvoeren om ruimte te creëren om te kunnen blijven investeren. Het tarief voor riool en afval leiden we af van de verwachte kosten. Voor afval geldt dat we kunnen beschikken over de afvalreserve. We zetten deze buffer in voor egalisatie van de kosten en indien mogelijk restitueren we aan onze inwoners. Ten aanzien van de voorziening riolering geldt eveneens de egalisatiefunctie.
De paragraaf lokale heffingen geeft meer details over deze heffingen en wat dit betekent voor onze inwoners. De begroting 2026 sluit met een positief structureel saldo van afgerond € 240.000,-. Hierdoor blijft er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullende wensen.
pagina 71
Verbonden partijen Hier geven we weer in hoeverre onze verbonden partijen bijdragen aan de doelstelling van dit programma. De verbonden partijen hebben we ook toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen.
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) De BSOB is een regionaal samenwerkingsverband dat zich richt op het gezamenlijk waarderen, heffen en innen van belastingen. Het doel is de kwaliteit, dienstverlening, efficiency en continuïteit van de waardering, heffing en inning van lokale belastingen te verbeteren.
Beleidsindicatoren In de volgende tabel geven we de verplichte indicatoren vanuit waarstaatjegemeente.nl weer. Om de cijfers van Bernheze te kunnen plaatsen hebben we daarnaast een referentiemeting opgenomen. We gebruiken hiervoor de gemiddelde waarde van gemeenten in de grootteklasse van 25.000 tot 50.000 inwoners. Beleidsindicator
Jaar realisatie
Referentie
Bernheze
Gemiddelde WOZ waarde van woningen (x duizend euro)
2020 2021 2022 2023 2024 2025
267 285 313 361 376 396
326 333 374 431 457 480
Nieuw gebouwde woningen (aantal per 1.000 woningen)
2020 2021 2022 2023 2024
8,7 8,1 8,3 8,4 7,3
8,0 12,3 10,9 23,8 18,3
Demografische druk (%)1
2020 2021 2022 2023
78,4 78,5 79,0 79,1
77,0 77,4 76,9 77,0
2024 2025
79,5 80,1
77,1 77,6
2020 2021
720 Geen data
720 751
2022 2023 2024 2025
Geen data 867 Geen data 957
825 808 837 894
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden (in €)
pagina 72
Beleidsindicator Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden (in €)
Jaar realisatie
Referentie
Bernheze
2020 2021 2022 2023 2024 2025
797 Geen data Geen data 949 Geen data 1.046
772 802 878 861 891 951
1) De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar én 65 jaar of ouder per 100 personen van 20 tot 65 jaar
Lasten en baten 2024-2026 Lasten Nr.
Omschrijving taakveld
2024
2025
0.5
Treasury
78.002
75.204
0.61
OZB woningen
545.334
543.687
0.62
OZB niet-woningen
0.63
Parkeerbelasting
0.64
Belastingen overig
0.7
Algemene uitkering en overige uitkeringen gemeentefonds
0.8
Overige baten en lasten
2.313
98.481
0.9
Vennootschapsbelasting (Vpb)
423.209
491.270
3.4
Economische promotie toeristenbelasting
11.562
6.3
Inkomensregelingen – generieke teruggave
153.406
0.10
Mutatie reserves programma 7 Totaal
Baten 2026
2024
2025
2026
68.461
603.929
436.335
83.549
524.613
5.077.772
5.417.748
5.990.689
3.240.080
3.493.798
3.788.590
35.043
38.300
38.300
59.578.222
60.628.735
62.826.345
360.307
256.396
408.896
171.703
1.779.243
2.725.947
849.500
1.239.871
2.993.069
3.934.589
1.614.277
70.135.224
362.376 70.271.312
73.498.745
Lasten en baten 2026-2029 Lasten
Baten
Nr.
2026
2027
2028
2029
0.5
68.461
61.580
54.733
47.878
83.549
76.157
68.765
61.372
0.61
524.613
537.728
551.709
565.502
5.990.689
6.526.098
6.816.029
7.206.613
3.788.590
4.072.734
4.178.625
4.283.091
0.64
38.300
38.300
38.300
38.300
0.7
62.826.345
64.430.082
64.909.558
67.322.335
0.62
2026
2027
2028
2029
0.63
0.8
171.703
507.802
677.169
775.025
pagina 73
Lasten
Baten
0.9 3.4
408.896
408.896
408.896
408.896
6.3 0.10
849.500
730.000
970.000
1.205.000
362.376
362.376
362.376
362.376
Totaal
1.614.277
1.837.110
2.253.611
2.593.405
73.498.745
75.914.643
76.782.549
79.682.983
Brondocumenten -
Financiële verordening gemeente Bernheze 2024 (art. 212 gemeentewet) (12 december 2024)
-
Controleverordening (art. 213 gemeentewet) gemeente Bernheze 2023 (14 december 2013) Nota reserves en voorzieningen 2024 (12 december 2024)
pagina 74
Algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien Binnen de begroting bestaat er onderscheid tussen specifieke dekkingsmiddelen en algemene dekkingsmiddelen. Specifieke dekkingsmiddelen (bijvoorbeeld opbrengsten voor het ophalen van afval, het verstrekken van vergunningen, het onderhouden van het riool en het verstrekken van reisdocumenten), hangen samen met een concreet beleidsveld en staan opgenomen in de desbetreffende programma’s. Deze dekkingsmiddelen verlagen het saldo van lasten en baten op de betreffende programma’s in de begroting. Specifieke dekkingsmiddelen zijn niet vrij besteedbaar. Anders dan de specifieke dekkingsmiddelen, zijn de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien. Algemene dekkingsmiddelen zijn middelen, die geen vooraf bepaald bestedingsdoel hebben. Deze middelen zijn daarmee vrij besteedbaar. De algemene dekkingsmiddelen leveren de financiële dekking van de bestedingen van de programma’s 1 tot en met 7 en zijn ingedeeld naar de voorgeschreven categorieën en onvoorzien.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen In de tabel wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen. Onder de tabel worden de onderdelen kort toegelicht.
1.
2.
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Onroerende zaakbelasting
8.284.360
8.875.149
9.749.279
10.568.832
10.964.654
11.459.704
Algemene uitkering uit het
59.578.222
60.628.735
62.826.345
64.430.082
64.909.558
67.322.335
45.490
44.932
34.538
34.538
34.538
34.538
67.908.072
69.548.816
72.610.162
75.033.452
75.908.750
78.816.577
Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is:
gemeentefonds 3.
Dividend Totaal
pagina 75
Grafisch geeft dit het volgende beeld: Lokale heffingen waarvan besteding niet gebonden is 13%
Dividend 0%
Lokale heffingen waarvan besteding niet gebonden is
Dividend algemene uitkering
algemene uitkering 87%
Lokale heffingen 1. Onroerende zaakbelasting (OZB) Bij lokale heffingen treffen we de heffingen aan, waarvan de besteding niet is gebonden. Dit betreft de onroerende zaak belasting. In totaliteit gaat het voor 2026 om een geraamd bedrag van circa € 9,7 miljoen aan opbrengsten uit algemene dekkingsmiddelen. Lokale heffingen, waarvan de besteding wel gebonden is, bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing, rioolrechten en diverse leges, worden op de desbetreffende taakvelden verantwoord. Voor een overzicht van de opbrengsten van de belangrijkste heffingen en in welke beleidsvelden deze zijn opgenomen verwijzen wij u naar de paragraaf ‘Lokale heffingen’ in deze begroting. Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De belastingcapaciteit is een van de verdeelmaatstaven die de hoogte van de algemene uitkering bepalen. Zo wordt rekening gehouden met de mogelijkheid die een gemeente heeft om belastinginkomsten te verkrijgen. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van onroerende zaken. Voor bepaling van de hoogte van de algemene uitkering wordt de waarde van woningen voor 80% meegerekend, van de waarde van niet-woningen (bedrijven) 70%. Hierop wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is het gemiddelde tarief van alle gemeenten. Het rekentarief wordt berekend naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak.
Het resulterende bedrag wordt gekort op de algemene uitkering. Ter informatie: voor 2026 vindt een korting plaats op de algemene uitkering van € 7,3 miljoen. Het feitelijk OZBtarief dat de gemeente heft, heeft geen effect op deze korting in de algemene uitkering. pagina 76
De geraamde opbrengsten OZB laten jaarlijks een stijging zien als gevolg van de areaalontwikkeling en de voorgestelde OZB-aanpassingen.
2. Algemene uitkering uit het gemeentefonds Het grootste deel van de inkomsten van de gemeente is afkomstig uit de algemene uitkering (ook wel gemeentefonds genoemd). De omvang van de algemene uitkering wordt bepaald door het rijk bij de circulaires. Voor de begroting 2026 wordt uitgegaan van de gegevens uit de meicirculaire 2025. Op Prinsjesdag publiceert het rijk de septembercirculaire 2025. De financiële effecten van deze circulaire worden niet verwerkt in de begroting 2026. Wij informeren uw gemeenteraad door middel van een notitie ter informatie over de uitkomsten van de septembercirculaire. Deze uitkomsten kan uw gemeenteraad ter overweging meenemen bij de behandeling van de begroting. In grote lijnen is de systematiek van de algemene uitkering dat deze groeit door middel van het zogenaamde accres. Er is sprake van een prijsaccres en een volumeaccres. Het prijsaccres is gebaseerd op prijsontwikkeling Bruto Binnenlands Product (BBP) in het lopende jaar. Het volumeaccres is gebaseerd op het gemiddelde van de volumeontwikkeling van het BBP van jaar t-2 tot en met jaar t-8. Door het werken met een meerjarig gemiddelde is er sprake van een zekere stabiliteit. Binnen de algemene uitkering wordt ook rekening gehouden met een nog te ontvangen bedrag uit het BTW-compensatiefonds (BCF).
Omdat gemeenten minder btw declareren dan in het fonds aanwezig is, wordt het restantbudget uit het BCF via de algemene uitkering verdeeld over de gemeenten. Op basis van de meicirculaire 2025 is in de begroting 2026 rekening gehouden met een incidentele opbrengst van circa € 475.000,-. De jaarlijkse stijging van het gemeentefonds is voornamelijk het gevolg van het prijs- en volumeaccres. Daarnaast is het gemeentefonds in 2026 en 2027 verhoogd als gevolg van tijdelijk extra middelen ter compensatie van de landelijke tekorten op de uitgaven jeugdzorg. Dit om gemeenten ruimte te bieden voor de transformatie van de jeugdzorg.
3. Dividend Wij ontvangen jaarlijks een dividenduitkering uit ons aandelenbezit in de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In de begroting houden wij rekening met een structurele dividendopbrengst van € 34.538,-. In 2024 en 2025 laat de uitkering dividend een beperkte hogere uitkering zien.
Overhead Om de raad meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead schrijft het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in artikel 8 lid 1c voor om een apart overzicht op te nemen van de overhead. In de programma’s zijn alleen de kosten opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces.
pagina 77
Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante lasten die deze functies ondersteunen. Te denken valt aan kosten met betrekking tot personeel & Organisatie (P&O), financiën, huisvesting en bestuursondersteuning. Deze kosten mogen niet worden toegerekend aan de directe taakvelden/programma’s. De overhead wordt centraal begroot en verantwoord op het overzicht overhead via taakveld 0.4 Overhead in het programma Dienstverlening en sterke organisatie. Onderstaand wordt inzicht gegeven in het totaal van de overhead alsmede de verrekening binnen de begroting. De kosten van de overhead kunnen als volgt worden gespecificeerd: Lasten 1. Personele overheadkosten 2. Algemene administratiekosten 3. Informatievoorziening en automatisering
8.048.415 263.782 2.776.970
4. Huisvesting
813.060
5. Overige
737.575
Subtotaal
12.638.802
6. Toerekening overheadkosten aan grondexploitaties Totale kosten overhead
821.657 13.461.459
1. Personele overheadkosten Dit betreft de loonkosten van personeel voor zover deze niet actief zijn in het primaire proces en daarmee kunnen worden gedefinieerd als overhead. Onder overhead wordt de formatie verantwoord die wordt ingezet voor onder andere financiën, communicatie, juridische zaken, HRM, ICT en bestuursondersteuning. Overeenkomstig de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording zijn hierbij ook de volledige loonkosten van directie en teamcoaches opgenomen. Daarnaast worden onder de personele overheadkosten de kosten verantwoord voor het personeelsbeheer. Hierbij valt te denken aan opleidingskosten, reis- en verblijfskosten, werving en selectie, loopbaan- en mobiliteitsadviezen, arbobeleid en het voeren van de salarisadministratie.
2. Algemene administratiekosten Onder Algemene administratiekosten zijn de kosten opgenomen voor kantoormaterialen, telefoonkosten, portokosten en abonnementen.
3. Informatievoorziening en automatisering (I&A) Onder I&A zijn de kosten opgenomen voor onder andere aanschaf, onderhoud en licenties van hard- en software en systeem- en netwerkbeheer.
4. Huisvesting Onder huisvesting zijn de kosten opgenomen voor ruimten voor de uitvoering van de algemene taken van de eigen organisatie. De kosten bevatten onder andere energiekosten, (groot)
pagina 78
onderhoud, technische installaties, kantoormeubilair, verzekering, schoonmaak en afschrijvingslasten van het gemeentekantoor.
5. Overige Onder overige zijn onder andere de externe kosten opgenomen gerelateerd aan juridische zaken waaronder juridische advieskosten, bezwarencommissie, de kosten voor communicatie en representatie, kwaliteitszorg en klachtenregeling en archief. Daarnaast hebben we hier de kosten voor de invoering Wet Open Overheid verantwoord, die niet zijn toe te rekenen aan een taakveld.
6. Toerekening overheadkosten aan grondexploitaties Volgens het Besluit begroting en verantwoording mag uitsluitend een doorberekening van de overheadkosten plaatsvinden aan de grondexploitaties door dit als negatieve last in de overhead mee te nemen. Het saldo dat gepresenteerd wordt onder de overhead is daarom een netto bedrag. De toerekening heeft plaatsgevonden op basis van het aantal uren dat geraamd is ten laste van de grondexploitaties.
Dekking van de overhead In de begroting is alleen overhead toegerekend aan de grondexploitaties. De overhead zal verder vanuit de algemene dekkingsmiddelen bekostigd moeten worden. Uitzondering hierop zijn de activiteiten waarvoor kostendekkende tarieven doorberekend mogen worden zoals afval, riolering en begraafplaatsen. De overheadkosten worden aan deze activiteiten extracomptabel toegerekend (zie paragraaf lokale heffingen).
Vennootschapsbelasting (Vpb) De Wet op de vennootschapsbelasting (Vpb) betekent dat overheden belast kunnen worden voor economische activiteiten die ook door private ondernemingen (kunnen) worden uitgevoerd. Het doel is om een gelijk speelveld te creëren tussen partijen (overheden en private ondernemingen). Hierdoor vallen activiteiten waarvoor gemeenten als ondernemer optreden onder de Vpb. De belaste activiteiten voor onze gemeente betreffen de bouwgrondexploitaties, opbrengst zonnepanelen, opbrengsten lichtmastreclame en gedeeltelijk de verkoopopbrengsten van het afval. Deze belasting wordt na afloop van het kalenderjaar bepaald aan de hand van de gerealiseerde fiscale winst en dan geheel verantwoord binnen de algemene dienst. Het Besluit begroting en verantwoording geeft hiervoor aanwijzingen.
Onvoorzien In de begroting is in de exploitatie een post Onvoorzien opgenomen. Dit betreft een structurele post van € 98.251,-. Dit is een wettelijk verplichte uitgavenpost op basis van artikel 8, lid 6 van het Besluit begroting en verantwoording. De post onvoorzien kan ingezet worden voor alle programma’s. Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de
pagina 79
post onvoorzien van het lopende jaar onder de volgende voorwaarden die in de Financiële verordening zijn opgenomen: 1. De beschikking over de post onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die onvoorzienbaar, onuitstelbaar of onvermijdbaar (de zogenaamde drie O’s) zijn. 2. Mutaties van eenmalige of structurele lasten of baten, niet zijnde mutaties voortvloeiende uit investeringskredieten, tot en met € 25.000,-. 3. Mutaties van geautoriseerde investeringskredieten tot 10% van het investeringsbedrag of tot een bedrag van € 100.000,-. 4. Voordelen welke niet zijn geraamd worden toegevoegd aan de post onvoorzien. 5. Het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de post onvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat. 6. Indien aanwending van de post onvoorzien structurele financiële consequenties tot gevolg heeft worden deze consequenties in de eerst volgende Kadernota en/of begroting opgenomen als een onomkeerbaar besluit. Het college informeert achteraf de raad over de beschikking van de post onvoorzien door middel van de tussentijdse rapportages. Wij zullen u in de gemeenteraad van december 2025 een voorstel voorleggen voor een aanpassing van de voorwaarden voor de inzet van de post onvoorzien.
pagina 80
Deel 2: Paragrafen
pagina 81
A. Lokale heffingen Inleiding In artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten is bepaald dat de paragraaf betreffende de lokale heffingen ten minste bevat: - de geraamde inkomsten; - het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; -
een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven en heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd.
Overzicht en beleidsuitgangspunten ten aanzien van de lokale heffingen Belastingen en heffingen Het algemeen te voeren financieel beleid doen wij op basis van evenwichtige keuzes. Wij letten hierbij op de taken en de daarvoor beschikbare middelen. Uiteraard met het doel om onze uitgaven en inkomsten in balans te houden. Ten gevolge hiervan kijken wij bij het belasting- en tarievenbeleid naar de kosten van het in stand houden van de algemene voorzieningen en de OZB-prijs die daar redelijkerwijs voor betaald zou moeten worden. Voor het uitvoeren van taken op het gebied van afval, riool en diverse andere diensten gaan wij uit van het doorberekenen van de kostprijs. Wij doen dit vanuit de gedachte dat deze voldoen aan het profijtbeginsel. Bernheze kent een aantal belastingen en heffingen die kunnen worden onderscheiden in algemene dekkingsmiddelen (ozb) en heffingen waarvan de besteding is gebonden. Omschrijving
Maatstaf
Beoogd doel
Onroerende zaakbelasting
WOZ-waarden
Algemeen dekkingsmiddel
Toeristenbelasting
Aantal overnachtingen
Algemeen dekkingsmiddel
Reclamebelasting
WOZ-waarden
Bestrijding van kosten gericht op veiligheid, leefbaarheid of ontwikkeling van het aangewezen gebied waar de belasting geheven wordt.
Belastingen
pagina 82
Omschrijving
Maatstaf
Beoogd doel
Rioolheffing
WOZ-waarden
Dekking van kosten voor onderhoud en vervanging van riolering.
Afvalstoffenheffing
Vast bedrag verhoogd met toeslag of bedrag per lediging
Dekking van de kosten voor afvoer en verwerking van huishoudelijk afval.
Marktgelden
Gebruik vierkante meters
Dekking van kosten verbonden aan gebruik van een marktstandplaats nader omschreven in de verordening.
Leges
Diversen
Dekking van de kosten van dienstverlening en producten nader omschreven in de verordening en
Rechten/ heffingen
tarieventabel. Lijkbezorgingsrechten
Diversen
Dekking van de kosten van diensten nader omschreven in de verordening.
Belastingvoorstellen 2026 De gemeenteraad stelt de verordeningen vast, waarin de tarieven voor de gemeentelijke belastingen en heffingen zijn opgenomen. In de raadsvergadering van 18 december 2025 leggen wij uw raad een afzonderlijk raadsvoorstel met belastingvoorstellen ter besluitvorming voor. In dat voorstel wordt uitgebreid ingegaan op de diverse belastingen en heffingen. Hieronder volgt een korte samenvatting van de belangrijkste voorstellen.
Onroerende zaakbelasting Wij houden rekening met een tariefsaanpassing van 9% voor woningen en niet-woningen. Deze verhoging van 9% betreft een verhoging van 4% voor de verwachte inflatie (bron: CPB) en een extra aanpassing van 5%. De verhoging voor de verwachte inflatie is gelijk aan de recente meicirculaire 2025 (pBBP 2,7% en een nacalculatie 2025 van 1,3%). Met de extra aanpassing van 5% creëren we ruimte om te blijven investeren en ruimte te houden voor de nieuwe gemeenteraad. De voorgestelde verhoging is in lijn met de Kadernota 2026-2029. Voor 2026 gelden de WOZ-waarden met waardepeildatum 1 januari 2025. Deze waarden zijn tot stand gekomen op basis van de geactualiseerde taxaties van het geïnventariseerde onroerend goed (door de BSOB) inclusief areaaluitbreiding (nieuwbouw, verbouw en sloop). Wij verwachten op basis van de landelijke marktontwikkeling over de periode van 1 januari 2024 tot 1 januari 2025 een waardestijging voor woningen van 10,5% en voor niet-woningen van 2,0%. Om een gelijkblijvende opbrengst te kunnen blijven genereren worden de tarieven gecorrigeerd met deze waardenaanpassingen. Bij de behandeling van de belastingvoorstellen zullen de dan beschikbare lokale cijfers aan u worden voorgelegd voor de vast te stellen OZB-tarieven 2026.
pagina 83
Afvalstoffenheffing Het uitgangspunt van ons afvalbeleid is dat het restafval zoveel mogelijk wordt gescheiden van andere afvalstromen. Door maatregelen die betrekking hebben op de wijze van inzameling van het GFT, PMD, textiel en de effecten van tariefprikkels willen we onze doelstellingen halen. De begrote kosten voor afval in 2026 zijn gestegen met het standaard inflatiepercentage van 4%. Deze correctie voor inflatie passen we ook toe op de tarieven. Voor 2025 is besloten eenmalig € 20,- per aansluiting terug te geven. In de belastingvoorstellen voor 2026 (in december 2025) zal opnieuw beoordeeld worden of een teruggaaf mogelijk is.
Rioolheffing Op basis van het Programma water en riolering 2024-2027 passen wij de tarieven aan met het stand inflatiepercentage van 4%. Daarnaast houden we rekening met een extra aanpassing van 2,5% in verband met toekomstige (vervangings-)investeringen. Op 4 juli 2024 is uw raad hierover geïnformeerd via een notitie ter informatie. In de ombuigingsvoorstellen stellen we u voor het vegen van wegen en het afvoeren van het veegvuil volledig toe te rekenen aan rioolheffing. Dit is mogelijk op basis van jurisprudentie. Dit betekent een aanpassing van het tarief rioolheffing met 3,6%.
Ontwikkeling gemiddelde woonlasten en prognose lokale lastendruk Onder woonlasten verstaan wij het totaalbedrag dat onze inwoners moeten betalen voor: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Bij vergelijking van de gemiddelde woonlasten over 2025 en 2026 moet er rekening mee worden gehouden dat we voorlopige inschattingen voor de nieuwe WOZ-waarden per 1 januari 2025 gebruiken en daarvan afgeleid de OZB-tarieven. De berekening voor 2026 is gebaseerd op een gemiddelde waarde van een woning van € 526.377,- en een gemiddelde waarde van een niet-woning van € 461.862,-. Overzicht lastendruk
OZB Tarief
2025
Woningen
Eigenaar
2021
Woningen
Gebruiker
2021
Woningen
Eigenaargebruiker
2021
Nietwoningen
Eigenaar
2021
Nietwoningen
Gebruiker
0,0842%
Afvalstoffenheffing Bedrag
Bedrag
401,14
Generieke teruggave
Rioolheffing Tarief 0,0410%
Bedrag 195,33
258.90 0,0842%
401,14
0,3092%
1.424,26
0,2600%
1.197,64
258.90
Totaal
596,47 258,90
0,0410%
195,33
855,37
0,0410%
189,08
1.613,34 1.197,64
pagina 84
Overzicht lastendruk
OZB
Afvalstoffenheffing
Generieke teruggave
Rioolheffing
Totaal
2021
Nietwoningen
Eigenaargebruiker
0,5692%
2.621,90
0,0411%
189,08
2.810,98
2026
Woningen
Eigenaar
0,0831%
437,19
0,0411%
216,34
653,53
2022
Woningen
Gebruiker
2022
Woningen
Eigenaargebruiker
2022
Nietwoningen
Eigenaar
2022
Nietwoningen
Gebruiker
2022
Nietwoningen
Eigenaargebruiker
289,69 0,0831%
437,19
0,3431%
1.584,82
0,2871%
1.326,19
0,6303%
2.911,01
289,69
289,69
0,0411%
216,34
943,22
0,0411%
189,83
1.774,64 1.326,19
0,0411%
189.83
3.100,83
In onderstaande tabel hebben we de gemiddelde lastendrukontwikkeling in beeld gebracht. In 2025 is door de gemeenteraad besloten tot een incidentele teruggave van € 20,- op het vastrecht afval. In kolom (4) is de gemiddelde lastendrukontwikkeling in beeld gebracht rekening houdende met deze incidentele teruggave van € 20,- in 2025. In kolom (5) is de gemiddelde lastendrukontwikkeling in beeld gebracht wanneer de incidentele teruggave van € 20,- wordt geëlimineerd.
Woningen
Niet-woningen
2025 met incidentele teruggave afval in 2025
2025 excl. incidentele teruggave afval in 2025
2026
Wijziging t.o.v. 2025 (incl. incidentele teruggave afval 2025)
Wijziging t.o.v. 2025 (excl. incidentele teruggave afval 2025)
(1)
(2)
(3)
(4)
(5)
Bedrag
Bedrag
Bedrag
%
%
Eigenaar
596,47
596.47
653,53
9,57%
9,57%
Gebruiker
258,90
278.90
289,69
11,89%
3,87%
Eigenaar en gebruiker
855,37
875.37
943,22
10,27%
7,75%
Eigenaar
1.613,34
1.613,34
1.774,64
10,00%
10,00%
Gebruiker
1.197,64
1.197,64
1.326,19
10,73%
10,73%
Eigenaar en gebruiker
2.810,98
2.810,98
3.100,83
10,31%
10,31%
In onderstaande tabel hebben we de gemiddelde woonlastenstijging in beeld gebracht op jaarbasis:
pagina 85
Woningen
Niet-woningen
Gemiddelde woonlastenstijging in euro’s t.o.v. 2025 inclusief incidentele teruggave afval 2025 (in euro’s)
Gemiddelde woonlastenstijging t.o.v. 2025 waarbij de incidentele teruggave afval is geëlimineerd (in euro’s)
Eigenaar
57
57
Gebruiker
31
11
Eigenaar en gebruiker
88
68
Eigenaar
161
161
Gebruiker
129
129
Eigenaar en gebruiker
290
290
Overzicht gemiddelde woonlasten 2025 van omliggende en vergelijkbare gemeenten (bron: Coelo) Gemeente
Aantal inwoners
Gemiddelde
Woonlasten
Woonlasten
Per 1-1-2025
WOZ-waarde 2025 in euro’s
eigenaar/bewoner meerpersoonshuishouden in euro’s
huurder meerpersoonshuishouden in euro’s
Maashorst
59.671
423.000
901
372
Meierijstad
84.711
450.000
919
323
Bernheze
32.606
480.000
951
252
Oss
95.233
383.000
972
363
Best
31.652
462.000
1.004
586
Land van Cuijk
92.817
394.000
1.018
412
Laarbeek
23.324
440.000
1.022
525
Gemert-Bakel
31.541
427.000
1.105
498
Vught
33.010
569.000
1.183
580
Boekel
11.465
437.000
1.151
613
De geraamde inkomsten De opbrengsten van de (belangrijkste) belastingen en heffingen worden in onderstaande tabel weergegeven: Belastingen en heffingen Onroerende zaakbelasting (OZB)
Geraamde inkomsten 2026 9.749.279
Toeristenbelasting
408.896
Reclamebelasting
38.300
pagina 86
Belastingen en heffingen
Geraamde inkomsten 2026
Afvalstoffenheffing (restfractie, GFT en milieustraat)
3.890.884
Rioolheffing
3.220.426
Totaal
17.307.785
Kwijtscheldingsbeleid Op basis van artikel 26 van de invorderingswet geven wij uitvoering aan de kwijtschelding van belastingen. Op 27 juni 2019 besloot uw raad in het kader van de harmonisatie van het kwijtscheldingsbeleid BSOB, dat: - voor de kosten van bestaan een percentage van 100% van de bijstandsnorm wordt gehanteerd voor personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd; - de norm voor de kosten van bestaan voor AOW-gerechtigden te baseren op de toepasselijke netto AOW-bedragen in de plaats van op de toepasselijke bijstandsnorm; - bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor kwijtschelding rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang; - de kwijtschelding voor natuurlijke personen die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefenen (kleine ondernemers) in stand wordt gehouden. Voor kwijtschelding komen de volgende heffingen in aanmerking: - Onroerende zaakbelasting eigenaar woning en niet-woning en gebruik niet-woning. - Afvalstoffenheffing tot het vastgesteld maximum van € 152,- op basis van de Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Bernheze 2025. - Rioolheffing.
Kostendekkendheid tarieven In het Besluit begroting en verantwoording is bepaald dat alleen kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Kosten van overhead worden centraal geraamd op taakveld 0.4, maar dienen wel in verband gebracht te worden met de integrale kostprijs. Om deze reden is het van belang dat uit de begroting blijkt hoe de tarieven worden berekend en welke (beleids)keuzes bij die berekening zijn gemaakt. Deze paragraaf verschaft deze informatie.
Rioolheffing Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen: we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Met het nieuwe, meer adaptieve, PWR (Programma Water en Riolering) willen wij verder gaan door:
pagina 87
-
nog nadrukkelijker te kijken naar ontwikkelingen die in de stedelijke omgeving plaatsvinden rond water, grondstoffen, energie en ruimtelijke ontwikkelingen; de zorgplicht nog breder in te bedden in de interne en externe processen, waardoor betere afstemming plaatsvindt op andere processen in de (openbare) ruimte; het projectmatig klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte.
De beleidsambities die hierbij horen zijn: - adaptief en risicogestuurd beheer; - klimaatadaptatie; - samenwerking in As50+-verband; - inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Om alle kosten te kunnen dekken, heffen we rioolheffing. We heffen van eigenaren op basis van de WOZ-waarde. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: - onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, en - onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Het grootste deel van de lasten is bedoeld voor het opvangen van de vervanging en relining van de riolering. Gezien het feit dat er nogal wat onzekerheden zijn over het exacte tijdstip van de vervangingspiek (na 2040) en de ontwikkeling van nieuwe (goedkopere) renovatietechnieken is het niet verstandig om per direct een theoretisch op lange termijn kostendekkend tarief te hanteren. De huidige heffing ligt onder het op lange termijn kostendekkende tarief. Er zijn vele scenario’s mogelijk om naar een kostendekkend niveau te groeien. In wezen is het een vraagstuk van verdeling in de tijd: hoe langzamer we naar een kostendekkend niveau groeien, hoe hoger we uiteindelijk uitkomen. Het zwaartepunt van de uitgaven komt na 2040. Daarom passen wij het tarief de komende jaren aan met de inflatiecorrectie en jaarlijks 2,5% in verband met toekomstige (vervangings)investeringen.
Deze benadering is tevens in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie BBV om ten behoeve van het tarief een horizon van 10 jaar te hanteren. Kosten taakveld Riolering, excl. onderhoud incl. (omslag)rente 1
2.449.220
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
- /- 21.848
Netto kosten taakveld Riolering
2.427.372
Toe te rekenen kosten: Overhead
486.517
BTW2
306.537
Totale kosten
3.220.426
pagina 88
Overige opbrengsten beschikking reserves Opbrengst heffingen
3.220.426
Totaal opbrengsten
3.220.426
Dekkingspercentage
100%
1) 2)
Geen omslagrente a.g.v. ontbreken van boekwaarde activa. De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele btw is een korting toegepast op de algemene uitkering.
Afvalstoffenheffing De focus ten aanzien van afval ligt tegenwoordig op het maximaal hergebruiken van producten en grondstoffen: de circulaire economie. Afval zien als grondstof is goedkoper, duurzamer en milieuvriendelijker. De richting die we op moeten is het denken en handelen van inwoners (nog) verder om te schakelen van afval naar grondstof, zodat het hergebruik stijgt en de hoeveelheid restafval daalt. De volgende ambities zijn in het beleidsplan opgenomen: - De milieuambitie: Bernheze moet er naar streven om in 2030 afvalloos te zijn (dat wil zeggen dat er geen huishoudelijk afval meer vrijkomt dat als restafval verwerkt moet worden). - De kostenambitie kan omschreven worden als “een goede kwaliteit tegen een redelijke prijs”. Bij voorkeur gaan de kosten voor afvalbeheer niet omhoog, maar een stijging is bespreekbaar als daar wat tegenover staat. - De serviceambitie: gemak voor de burger. Inwoners moeten hun afval zo veel mogelijk kwijt kunnen op het moment dat zij dat willen en zij zich dus ook weinig zorgen hoeven te maken over opslagruimte in huis (niet méér opslagmiddelen dan noodzakelijk). - Aandacht voor werkgelegenheid (als vierde element aan de afvaldriehoek): preventie, hergebruik en recycling van afval kan lokale (sociale) werkgelegenheid opleveren.
Denk hierbij aan nieuwe werkgelegenheid door sortering en vermarkting van afvalstromen, kringloopwinkels en repair-cafés. Dit aandachtspunt hanteren we als secundaire ambitie. De fysieke inzamelstructuur is opgebouwd uit een haalsysteem (huis-aan-huis), een decentraal brengsysteem en een centraal brengsysteem (milieustraat en twee groendepots). De financiële inzamelstructuur is opgebouwd uit: - een belasting per perceel (vastrecht); - een belasting voor het ledigen van een kliko fijn huishoudelijk restafval (fHRA); - een belasting voor het aanleveren van bepaalde afvalstromen op de milieustraat (poorttarief). Daarnaast zijn kosten verbonden aan het gebruik maken van de haalservice voor grof tuinafval binnen de bebouwde kom. Dit geheel van de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkend.
pagina 89
Kosten taakveld Afval, excl. onderhoud incl. (omslag)rente
3.678.019
Inkomsten taakveld (afval), excl. heffingen
-/- 436.609
Netto kosten taakveld afval
3.241.410
Toe te rekenen kosten: Overhead
105.879
BTW1
553.401
Totale kosten
3.900.690
Opbrengst heffingen
3.890.884
Totaal opbrengsten
3.890.884
Dekkingspercentage
99,8%
1)
De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele btw is een korting toegepast op de algemene uitkering.
Grafrechten Grafrechten zijn retributies die de gemeente kan heffen op grond van artikel 229, eerste lid, onder a en b, van de Gemeentewet. Zij worden geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats of het gemeentelijke crematorium en voor het genot van in verband daarmee door de gemeente verleende diensten. De activiteiten binnen het taakveld Begraafplaatsen en crematoria gebaseerd op de Wet op de lijkbezorging hebben vooral een administratief karakter en zijn de volgende: - toewijzen van nieuwe graven/urnen; - begraven en cremeren; - reserveren van een bestaand of nieuw graf; - verlengen en beëindigen van grafrechten; - opgraven en/of herbegraven of cremeren; -
contacten met rechthebbenden, grafdelvers en uitvaartdiensten.
Daarnaast worden kosten gemaakt voor de instandhouding van onze gemeentelijke begraafplaats. Kosten die wij maken voor de instandhouding particuliere begraafplaats en oorlogsgraven laten wij buiten beschouwing. Bovenstaande activiteiten zijn volledig toe te rekenen aan de kostendekkendheid grafrechten. Op dit moment zien we echter een extreme daling in het aantal begravingen (2020: 16; 2021: 6; 2022: 8; 2023: 6; 2024: 9). Dit heeft consequenties voor of de tarieven of de uitgangspunten/keuzes tarieven. Voor de tarieven hebben we vanaf 2023 de keuze gemaakt de tarieven alleen te indexeren. Het uitgangspunt kostendekkende tarieven voor grafrechten lijkt niet haalbaar.
pagina 90
Ook voor 2026 wordt rekening gehouden met een indexering van de tarieven 2025. Een (negatieve) dotatie aan de voorziening begraafplaats Loo zorgt op dit moment voor evenwicht in kosten en opbrengsten. Exclusief de (negatieve) dotatie zou de dekkingsgraad voor de gemeentelijke begraafplaats uitkomen op 41,2%. Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria, incl. (omslag)rente 1
88.957
Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria dotatie voorziening
-/- 62.945
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria
26.012
Toe te rekenen kosten: Overhead
18.053
Totale kosten
44.065
Overige opbrengsten Opbrengst heffingen
44.065
Totaal opbrengsten
44.065
Dekkingspercentage Exclusief dekking voorziening
100,0% 41,2%
1)
Betreffen kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria exclusief de kosten begraafplaats Parkstraat en overige lasten lijkbezorging.
Leges De huidige legesverordening is verdeeld in drie hoofdstukken, namelijk: - Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening; - Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; - Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2.
Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 bevat leges die voornamelijk betrekking hebben op de producten burgerzaken en producten bestuursstukken. Een aantal van deze leges zijn door het Rijk gemaximeerd met als gevolg dat het kostendekkend maken van hoofdstuk 1 effecten kan hebben op de andere producten binnen hoofdstuk 1. Vooralsnog maken we de keuze om binnen hoofdstuk 1 (algemene dienstverlening) geen kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee accepteren wij een niet 100% kostendekkendheid. Door de paspoortpiek (verwachting van 2024 tot en met 2028) worden meer opbrengsten uit leges verwacht voor paspoorten en rijbewijzen.
pagina 91
Kosten taakveld (Burgerzaken)1
738.903
Overhead taakveld (Burgerzaken)
414.592
Kosten taakveld (Verkeer en vervoer)
94.878
Overhead taakveld (Verkeer en vervoer)
85.386
Totale kosten
1.333.759
Overige opbrengsten: Inkomsten taakveld (burgerzaken en ruimte en leefomgeving) excl. heffingen
-/- 10.191
Netto kosten
1.323.568
Opbrengst heffingen (Burgerzaken)
595.091
Opbrengst heffingen (Verkeer en vervoer)
165.388
Totaal opbrengsten uit heffingen
760.479
Dekkingspercentage 1)
57,5%
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
Hoofdstuk 2: Leges Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving Per 1 januari 2024 is de nieuwe omgevingswet ingevoerd. De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Deze nieuwe wet voegt oude wetten samen en bevat regels voor wat er buiten te zien, horen en ruiken is. Een van de kernbegrippen in de Omgevingswet is de 'fysieke leefomgeving'. Dit begrip bepaalt de werkingssfeer van de Omgevingswet. Gedurende 2025 is steeds duidelijker geworden wat de tijdsbesteding aan de processen is en de verwachtte aantallen van de vergunningen. Met deze informatie zijn we van een dekkingsgraad van 83,5% (begroting 2025) en 93,3% (belasting en legesverordening 2025) in 2025, naar een verwachtte dekkingsgraad van 99,3% in 2026 gegroeid. Voor Hoofdstuk 2 geldt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Kosten taakveld Wonen en bouwen1
703.738
Netto kosten taakveld Wonen en bouwen
703.738
Toe te rekenen kosten: Overhead diverse taakvelden
489.567
Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer
74.537
Kosten taakveld Milieubeheer
57.965
Kosten taakveld Ruimtelijke ordening
6.297
Totale kosten Overige opbrengsten Netto kosten
1.332.104 -/- 19 1.332.085
pagina 92
Opbrengst heffingen Wonen en Bouwen
1.277.462
Opbrengst heffingen Milieubeheer
45.850
Totaal opbrengsten uit heffingen
1.323.312
Dekkingspercentage 1)
99,3%
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
Hoofdstuk 3: Leges Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Dit hoofdstuk bevat alle leges die betrekking hebben op producten horeca, evenementen, brandbeveiligingsverordening en overige vergunningen in het kader van de APV (veelal producten met een maatschappelijk karakter). Uw raad heeft zich uitgesproken om diensten in het maatschappelijk belang laag te houden waardoor de bereikbaarheid van burgers in de samenleving gegarandeerd blijft. Vanuit het ombuigingsproces begroting 2026, is besloten de Ben C-evenementen kostendekkend te maken. Hierbij is de verwachting dat circa € 20.000,- aan extra opbrengsten gegenereerd gaan worden. Dit resulteert in een stijging van de dekkingsgraad van 7,6% in 2025 naar een verwachte dekkingsgraad van 21,3% in 2026. Kosten taakveld Economische promotie1
84.148
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Economische promotie
84.148
Toe te rekenen kosten: Overhead taakveld Economische promotie
48.792
Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer
37.269
Kosten taakveld Ruimte en leefomgeving Totale kosten Overige opbrengsten
630 170.839 -/-2
Netto Kosten
170.837
Opbrengst heffingen taakveld economische promotie en burgerzaken
36.363
Totaal opbrengsten uit heffingen
36.363
Dekkingspercentage
21,3%
1)
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
Leges marktgelden Marktgelden worden geheven voor het innemen van een marktplaats op één van de wekelijkse warenmarkten, of zijnde een standwerkersplaats. Losse standplaatsen en ventvergunningen vallen hier niet onder. Voor marktgelden geldt als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. pagina 93
Kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen 1
27.570
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
-/- 3.876
Netto kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
23.694
Toe te rekenen kosten: Overhead taakveld Bedrijvenloket & bedrijfsregelingen en economische promotie
18.297
Kosten taakveld economische promotie
8.132
Totale kosten
50.123
Opbrengst heffingen
24.240
Totaal opbrengsten uit heffingen
24.240
Dekkingspercentage
48,4%
1)
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
pagina 94
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Voor een gezonde financiële positie moet de gemeente over voldoende weerstandsvermogen beschikken. Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om haar taken voort te zetten ondanks financiële tegenvallers. Dit betekent dat de gemeente middelen beschikbaar moet hebben of in de loop der tijd middelen beschikbaar kan maken om eventuele financiële risico’s als die zich voordoen op te vangen. Hiermee voorkomt de gemeente dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen of dat er juist een onnodig hoge financiële buffer wordt aangehouden. Voordat dit weerstandsvermogen bepaald kan worden zal zij eerst de weerstandscapaciteit en de risico’s moeten inventariseren. Het weerstandsvermogen wordt weergegeven in een ratio dat weergeeft in hoeverre de gemeente in staat is de risico’s op te vangen.
Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit wordt bepaald door de vrij beschikbare middelen die we in kunnen zetten voor eventuele dekking bij het voordoen van risico’s. Wij maken daarbij onderscheid tussen een incidentele en een structurele component. Bij het beoordelen van de begroting en jaarrekening hanteert de toezichthouder (provincie) voor de algemene reserves het bedrag zoals geraamd per 1 januari van het begrotingsjaar. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: - Algemene reserves Naast de reserve Nog nader te bestemmen hebben wij ook een Algemene weerstandsreserve. Het is de Algemene weerstandsreserve die wij volledig inzetten ten behoeve van de weerstandscapaciteit. De reserve Nog nader te bestemmen zien wij als volledig vrij beschikbaar om in te zetten voor andere doeleinden waar de raad over kan beslissen. - Post onvoorzien (incidenteel) De post onvoorzien kan incidenteel worden ingezet als weerstandscapaciteit. Gedurende het uitvoeringsjaar kan dit budget worden ingezet voor concrete bestedingsvoorstellen. Bij de jaarrekening zal deze post onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat. - Stille reserves Niet aanwezig. - Incidentele begrotingsruimte Bij de jaarrekening zal deze post onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat.
pagina 95
Reserves Overzicht per balansdatum: Reserves
Omvang Stand per 1-1-2026
Weerstandscapaciteit
Algemene reserve (reserve nog nader te bestemmen)
29.037.108
0
Algemene weerstandsreserve
6.466.419
6.466.419
Post onvoorzien (incidenteel)
98.251
98.251
Stille reserves
0
0
Incidentele begrotingsruimte
0
0
35.601.778
6.564.670
Totaal
Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:
a. Onbenutte belastingcapaciteit Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. De provincie geeft daarnaast aan dat de onbenutte belastingcapaciteit als volgt bepaald moet worden: “De nog onbenutte OZB gelijk aan de belastingheffing die nog kan plaatsvinden tot het niveau dat een gemeente moet heffen om voor toelating artikel 12 aanvraag in aanmerking te komen (onder curatelestelling rijk)”. Deze richtlijn volgen we.
2026
Artikel 12 norm
Gewogen gemiddelde OZB tarief Bernheze
Ruimte ten opzichte van artikel 12 norm
0,1648%
0,1165%
4.042.763
b. Post onvoorzien structureel Niet aanwezig.
c. Structurele begrotingsruimte De structurele ruimte in de primitieve begroting 2026 is € 240.561,-. Stand per 1-1 (o.b.v. begroting) Onbenutte belastingcapaciteit
4.042.763
Post onvoorzien (structureel)
0
Structurele begrotingsruimte (incl. wijzigingen)
240.561
Aanwezige structurele weerstandscapaciteit
4.283.324
pagina 96
Risico's Kwantificering risico’s Voor de kwantificering van de afzonderlijke risico’s maken wij gebruik van: - de maximale omvang van het risico; - de kans dat een risico zich voordoet (risicofactor); - de termijn waarbinnen dit risico verwacht kan worden (tijdsfactor). We maken bij de begroting en de jaarrekening een inschatting op basis van risicovolume, frequentie en tijd.
Berekeningswijze Omvang risico (gewogen) = maximale omvang (ongewogen) x risicofactor x tijdsfactor Soort
Toelichting
Percentage
Risicofactor 1
Hoog
80%
Risicofactor 2
Gemiddeld
50%
Risicofactor 3
Laag
20%
Tijdfactor 1
Binnen 1 jaar
100%
Tijdfactor 2
Binnen 2 jaar
50%
Tijdfactor 3
Binnen 5 jaar
20%
Tijdfactor 4
Langer dan 5 jaar
10%
Op basis van deze berekeningswijze zijn de risico’s doorgerekend. In de volgende tabellen zijn de risico’s weergegeven, gesplitst in incidentele en structurele risico’s.
Overzicht incidentele risico’s Risicobeschrijving
Risicovolume
Gewogen risico
Renovatie Bruijstenhof
500.000
50.000
Startersleningen
150.000