CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Principeverzoek Bleekseweg

Commissie Ruimtelijke Zaken 21 september 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Principeverzoeken grootschalige zonneparken 202111.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29

4.

Omgevingsaspecten

4.1.

Ruimtelijke kwaliteit

De ruimtelijke impact van zonnepanelen bestaat uit rijopstellingen van zonnepalen, afgeschermd door een hekwerk en met enkele transformatorhuisjes. Daarnaast zal bij de ingang van het zonnepark een klantstation van de netbeheerder staan.

4.2.

Milieuzonering

Het zonnepark vormt een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Het zonnepark is een type A inrichting. De inrichting valt daarmee onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit maar er is geen melding of omgevingsvergunning voor het onderdeel milieu nodig. Beoordeeld is of het zonnepark van invloed kan zijn op het woon- en leefklimaat in de omgeving. Daarbij is gekeken naar de potentiële milieubelasting. De milieubelasting en de bijbehorende hindercontouren worden bepaald door verschillende ruimtelijk relevante milieu aspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. Op voorhand kan worden geconstateerd dat deze inrichting geen relevante geluidbelasting veroorzaakt. Specifiek geluidsonderzoek is dan ook niet aan de orde. De onderdelen van het zonnepark die in beperkte mate geluid produceren (de omvormers) zijn op minimaal 150 meter van woningen gelegen. Conclusie: milieuzonering is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.3.

Geluid

In de Wet geluidhinder en de daarbij behorende Besluiten en Regelingen is bepaald dat bij de beslissing op een aanvraag voor een omgevingsvergunning waarbij, met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt afgeweken van het bestemmingsplan op binnen de onderzoekzones van industrieterreinen, wegen en spoorwegen te realiseren geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, de waarden uit de Wet geluidhinder in acht worden genomen. Omdat een zonnepark geen geluidgevoelig gebouw of terrein is kan verdere toetsing aan de Wet geluidhinder achterwege blijven. Het geluidseffect van het zonnepark op de omgeving is al in paragraaf 4.2. (milieuzonering) meegenomen. Conclusie: geluid is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.4.

Luchtkwaliteit

Het wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen is geregeld in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Luchtkwaliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: - er geen sprake is van feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; - een project, al dan niet per saldo, niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; - een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging; - een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

30

De beoogde ontwikkeling draagt vanwege de zeer geringe uitstoot niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Voor de aanlegfase is er een beperkte toename in verkeersbewegingen, in de gebruiksfase zal er zeer incidenteel verkeer zijn i.v.m. beheer en onderhoud. Conclusie: luchtkwaliteit is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

4.5.

Reflectie

Bij de plaatsing van een zonnepark is de lichtreflectie richting de omgeving vaak een punt van aandacht dat door omwonenden wordt genoemd. Van enige lichtreflectie richting de omgeving is echter geen sprake. De schittering en reflectie van een PV systeem zijn aanzienlijk lager dan de schittering en reflectie die wordt gegenereerd door standaard glas en andere veel voorkomende reflecterende oppervlakken in de directe omgeving van een PV systeem. Een logisch gegeven, gezien het feit dat zonnepanelen gemaakt zijn om zoveel mogelijk zonlicht op te nemen en zo weinig mogelijk zonlicht terug te reflecteren in de atmosfeer. Daarnaast wordt het zonnepark landschappelijke ingepast, waardoor de panelen niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Tenslotte is geen sprake van omwonenden die vanuit de woning direct zicht op de reflecterende kant van de panelen hebben en mogelijk last zouden hebben van deze reflectie. Conclusie: overlast door schittering/reflectie wordt niet verwacht.

4.6.

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. De beoogde ontwikkeling omvat geen kwetsbare objecten en maakt ook geen nieuwe bronnen mogelijk met veiligheidscontouren. Daarnaast blijkt uit de Risicokaart Nederland dat er zich in de directe omgeving van de projectlocatie geen risicovolle objecten bevinden waarvan de contouren over het plangebied liggen. In de directe omgeving zijn geen inrichtingen aanwezig. Conclusie: externe veiligheid is geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.

31

Afbeelding 16: De planlocatie (groen) binnen de Risicokaart

4.7.

Ecologie en Wet natuurbescherming

Een ecologische quickscan is door een onafhankelijk ecologisch bureau uitgevoerd om een beeld te krijgen van de situatie met betrekking tot flora en fauna op het plangebied. Om bijvoorbeeld rekening te houden met broedvogels dient de bouw van het zonnepark buiten de broedperiode te worden uitgevoerd. Voor zoogdieren en amfibieën geldt de algemene zorgplicht waarbij moet worden voorkomen dat individuen gedood of verwond worden als gevolg van de werkzaamheden. Er zijn diverse diersoorten in de omgeving aanwezig waarop de ontwikkeling geen negatieve invloed heeft, maar die wel kansen bieden voor het opwaarderen van het leefgebied. Hierover wordt in paragraaf 3.2 gesproken. De watergang aan de westzijde van het plangebied is een habitat die mogelijk geschikt kan zijn voor de rugstreeppad, een streng beschermd amfibie. De aanwezigheid van dit amfibie kon door de quickscan niet met zekerheid worden bevestigd of uitgesloten. Hiernaar zal vervolgonderzoek moeten plaatsvinden. Dit zal gebeuren als onderdeel van de vergunningaanvraag. Streven is om het leefgebied te vergroten en kansen te bieden voor deze en andere soorten. In het huidige planontwerp is dit terug te zien door de aanleg van een 100m2 amfibieënpoel en een 300 meter (Scenario 1) of 400 meter (Scenario 2) lange natuuroever ten behoeve van deze diersoort.

Conclusie: er dient nader onderzoek te worden uitgevoerd naar de ecologische situatie inzake de rugstreeppad en de benodigde mitigerende maatregelen.

32

4.8.

Stikstof

In het licht van stikstofdepositie moet rekening worden gehouden met een Natura2000 gebied op circa 12,8 km afstand. In verband met de grote afstand worden hier geen beperkingen verwacht. Voor nader inzicht in de cijfers omtrent stikstofdepositie is een AERIUS berekening uitgevoerd. Het projecteffect op de Natura2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. De berekening is terug te vinden in de bijlage. Conclusie: Stikstofdepositie vormt geen belemmering voor het project.

4.9.

Water

Bij nieuwe projecten moet worden onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het project voor de waterhuishoudkundige situatie. Het is de schriftelijke weerslag van de zogenaamde watertoets. Relevante beleidsstukken op het gebied van water zijn: • • •

Waterbeheerplan 2022-2027 van Waterschap Aa en Maas; Omgevingsvisie Noord-Brabant (december 2018); Regionaal Water- en bodemprogramma 2022-2027 (concept, provincie Noord-Brabant).

Op hoger schaalniveau zijn met name het Nationaal Waterplan en de Europese Kaderrichtlijn Water van belang. Belangrijk uitgangspunt bij deze documenten is deze volgorde te hanteren: • •

Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Onder de zonnepanelen wordt geen gesloten verharding aangelegd, waardoor het regenwater binnen het plangebied zelf kan infiltreren. De interne wegen worden half verhard uitgevoerd. De panelen en de constructie worden uitgevoerd van niet-uitloogbare materialen. Contact met het Waterschap heeft geleerd dat de twee watergangen aan de oost- en westzijde van het zonnepark B-watergangen betreffen. Deze watergangen zullen worden behouden. In het eerste ontwerp zijn natuuroevers en een amfibieënpoel opgenomen. Deze maatregelen moeten met het Waterschap Aa en Maas worden besproken, om ervoor te zorgen dat de waterhuishoudkundige situatie niet negatief wordt beïnvloed. Conclusie: De in het ontwerp opgenomen maatregelen voor natuuroevers en een amfibieënpoel zullen verder met het Waterschap moeten worden besproken, om ervoor te zorgen dat er geen negatieve effecten zijn op de waterhuishouding.

33

5.

Beoordeling project

In dit principeverzoek is onderzocht of de gewenste ontwikkeling past binnen de wettelijke en beleidsmatige kaders. Met het initiatief wordt bijgedragen aan de RES doelstelling om in 2030 0,06TWh aan duurzaam opgewekte energie te hebben. Daarnaast is het een zeer geschikte locatie voor de ontwikkeling van een zonnepark omdat de impact op de omwonenden sterk kan worden beperkt, en een grote meerwaarde kan worden gecreëerd op het gebied van ecologie en biodiversiteit.

5.1.

Beoordeling Provinciaal beleid

Het initiatief sluit aan bij het provinciale hoofddoel van de Brabantse energietransitie. De verschillende manieren van kijken (diep, breed, rond) zijn toegepast in de planvorming en worden gereflecteerd in het Communicatie- en participatieplan. Er is actief gezocht naar koppelkansen en mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik. Het initiatief past daarmee binnen het provinciale beleid.

5.2.

Beoordeling Gemeentelijke beleid

Hieronder zullen de verschillende eisen uit het gemeentelijk beleid worden behandeld. 1. Wordt voldaan aan de eis voor minimale 10%-oppervlakte voor inpassing? Het percentage inpassing ligt voor Scenario 1 rond de 18%. Dit gaat dan om houtwallen, amfibieënpoel, natuuroever en kruidenstroken. Voor Scenario 2 is dit zo’n 20%. Inclusief tussenruimtes tussen de panelen is dit zo’n 35%. Binnen het plangebied worden diverse meekoppelkansen benut die kwalitatieve toevoegingen zijn, maar kwantitatief geen invloed hebben. Dit gaat met name om maatregelen ten aanzien van biodiversiteit - bijvoorbeeld de plaatsing van nestkasten voor verschillende vogelsoorten, of het plaatsen van bijenhotels aan de transformatorstations. Deze maatregelen zorgen voor een duidelijke ecologische plus, maar doordat ze onderdeel zijn van de bestaande inpassing voegen ze niet toe aan het totale oppervlakte van die inpassing. Kronos Solar staat open voor de toevoeging van meer inpassingsoppervlak, in overleg met gemeente, omwonenden en belangenpartijen. 2. Verschillen de zonnepanelen niet in hoogte? Alle zonnepanelen worden op dezelfde hoogte geplaatst, te weten 0,8m onderhoogte en 2,46m bovenhoogte. 3. Zijn de achterkanten van de zonnepanelen niet zichtbaar? De achterkanten van de panelen staan in de noordelijke richting, langs de laan Huis Deelen.

Langs deze laan zal een 10m brede houtwal worden aangeplant, welke het zicht op de achterzijde van de panelen ontneemt.

34

4. Past het zonnepark in de bestaande verkavelingsstructuur? De zonnepanelen worden kavelvolgend geplaatst, en passen daarmee goed in de bestaande verkavelingsstructuur. 5. Zijn hekwerken zo veel mogelijk vermeden? Indien nee, ingepast in beplanting of duidelijk onderdeel van het zonnepark? Hekwerken zijn voor de verzekering noodzakelijk. De hekwerken aan de noord- en westzijde zijn ingepast in de 10m brede houtwallen. De hekwerken aan de zuid- en oostzijde worden ingepast door ze te begroeien met klimplanten. In overleg met gemeente, omwonenden, waterschap en verzekering kan worden gekeken naar de mogelijkheden om het hekwerk aan de zuidzijde weg te laten, en te werken met een bredere waterloop met natuuroever. Hierbij moet een afweging gemaakt worden wat betreft het effect van de open zichtlijn vanaf de Halleyweg die hierdoor zou kunnen ontstaan. 6. Brengt de initiatiefnemer het landschap na de afgesproken periode als zonnepark weer terug naar de oorspronkelijke staat (m.u.v. investeringen in het landschap)? Na 25 jaar zal het zonnepark worden ontmanteld. Om er zeker van te zijn dat hier voldoende financiële middelen voor beschikbaar zijn worden de kosten voor ontmanteling door een onafhankelijk deskundige bepaald, en wordt een derdenrekening opgezet waarop een ontmantelingsborg wordt opgebouwd dat deze kosten dekt.

Dit zal in de anterieure overeenkomst met de gemeente worden vastgelegd. Ook in de overeenkomst met de grondeigenaar committeert Kronos zich aan het terugbrengen van het grondstuk in de oorspronkelijke staat en het opbouwen van een ontmantelingsborg. De investeringen in het landschap zullen worden behouden. 7. Per landschapstype worden aanvullende eisen genoemd. In welke mate worden deze meegenomen in het principeverzoek? Het initiatief ligt op een dekzandvlakte. Er wordt daarom extra aandacht gegeven aan de zijden langs de twee wegen, door hier 10m brede houtwallen aan te leggen. Er wordt gebruikgemaakt van gebiedseigen landschappelijke elementen, zoals de genoemde houtwallen en een natuuroever langs de bestaande sloot. Alle overhoeken en randen worden ingericht met kruiden/bloemrijk grasland. De inpassing aan de kant van het grootschalige boerenerf sluit aan bij dit karakter door geen gebruik te maken van een brede houtwal, maar in plaats daarvan van een begroeid hekwerk en een ecologische oever die aansluit bij de kenmerken van de dekzandvlakte. In overleg met gemeente, omwonenden waterschap en verzekering kan worden gekeken naar de mogelijkheden om het hekwerk aan de zuidzijde weg te laten, en te werken met een bredere waterloop met natuuroever. 8.

In welke mate wordt er gebruikgemaakt van meekoppelkansen of meervoudig ruimtegebruik? Een koppelkans voor ecologie worden aangegrepen met diverse maatregelen gericht op versterking en vergroting van de biodiversiteit en de algehele ecologische situatie. Hiermee wordt ook het lokale natuurnetwerk versterkt en uitgebreid. Een koppelkans voor recreatie wordt aangegrepen door de aanleg van een kleinschalige verblijfsplek bij de entree. Voor een educatieve koppeling worden informatiepanelen bij de entree geplaatst. Deze maatregelen zijn in meer detail toegelicht in paragraaf 3.2. Daarnaast wordt een jaarlijkse rondleiding Verder zullen 35

er schapen worden ingezet onder de panelen. aangeboden aan scholen of andere lokale instanties. Dit is terug te lezen in paragraaf 3.4. 9. Wat doet dit zonnepark extra voor het landschap? Er worden diverse maatregelen genomen die voor het landschap van toegevoegde waarde zijn. Hierbij gaat het om de 10m brede houtwallen aan de noord- en westzijde, welke het oorspronkelijke coulisselandschap weer in ere herstellen. Verder zijn de uitgebreide maatregelen ter versterking van de biodiversiteit op de locatie (amfibieënpoel, natuuroevers, nestkasten, verbindingszones) een flinke opwaardering ten opzichte van de huidige situatie. Dit alles is in meer detail toegelicht in paragraaf 3.2. 10. Hoe wordt het streven naar 50% lokaal eigendom ingevuld? Het streven zal worden ingevuld in overleg met de energiecoöperatie BECO. Hierover is ook al een eerste contact met BECO geweest. Zij stonden hier positief tegenover en hebben ervaring met zonne-energie. Doel is om zo snel mogelijk een intentieovereenkomst met BECO te sluiten voor de 50% lokaal eigendom. Indien BECO niet wil of kan ondersteunen zal Kronos Solar alternatieve energie coöperaties uit de regio contacteren. Kronos Solar heeft voor andere zonneparken in Nederland reeds afspraken gemaakt over 50% lokaal eigenaarschap.

Verder kan Kronos verschillende opties aanbieden qua financiële participatie, waardoor de inwoners van Bernheze kunnen profiteren van het zonnepark. Dit is verder toegelicht in paragraaf 3.4. 11. Is er een afdracht aan het gebiedsfonds? Zo ja, hoe hoog is deze afdracht? Er wordt een donatie aan een omgevingsfonds of stichting aangeboden ter waarde van 40.000 Euro (bijvoorbeeld Gebiedsfonds Duurzaamheid). Ook kunnen zonnepanelen worden gedoneerd ter waarde van dit bedrag aan enkele maatschappelijke functies in de kern waar het park is gelegen. Hierbij kan gedacht worden aan een verenigingsgebouw of school dat daarna over gratis duurzame energie kan beschikken, of een combinatie van beide. De hoogte van dit bedrag is tot stand gekomen op basis van het NWEA-normbedrag per MWh. 12. Worden alle omwonenden actief betrokken bij de totstandkoming en besluitvorming over het zonnepark? Hebben omwonenden de eerste mogelijkheid tot financiële participatie? Alle omwonenden zullen actief worden betrokken. Dit staat verder uitgewerkt in paragraaf 3.3 en 3.4. Deze omwonenden zullen ook de eerste mogelijkheid hebben tot financiële participatie. Dit zal expliciet zo worden overeengekomen. Op de website duurzaaminvesteren.nl kunnen lokale omwonenden eerder dan anderen al informatie ontvangen, eerder intekenen en een hoger rendement ontvangen. 13.

Wordt een lokale energiecoöperatie betrokken bij de financiële participatie en/of de totstandkoming en besluitvorming? Wij willen samenwerken met BECO voor de financiële participatie, en hen reeds in een vroeg stadium betrekking bij het proces van totstandkoming en besluitvorming. Daartoe is reeds contact met BECO gelegd. Zij geven aan hier in principe positief in te staan en een samenwerking te willen aangaan. Daarnaast geven ze aan dat de uitslag van deze selectieprocedure moet worden afgewacht voordat verdere stappen kunnen worden genomen.

36

14. Wordt de geest van de omgevingswet nageleefd bij de totstandkoming en besluitvorming over het zonnepark? • Hoe is de draagvlakmeting gedaan en wat is de uitkomst van de draagvlakmeting? • Hoe zijn de maatschappelijke organisaties betrokken bij de draagvlakmeting? Wat is de uitkomst van hun betrokkenheid? • Hoe worden de inwoners en organisaties betrokken bij besluitvorming over het zonnepark? • Hoe worden de inwoners en organisaties betrokken bij de realisatie van het zonnepark? • Hoe worden de inwoners en organisaties betrokken wanneer het zonnepark in bedrijf gaat? En hoe worden zij betrokken bij de afbraak na de bedrijfsperiode? De draagvlakmeting is op dit punt in de projectontwikkeling nog niet uitgevoerd. Hiervoor moet eerst het participatieproces in zijn volledigheid zijn opgestart en doorlopen. Dit zal gebeuren zodra de gemeente een positief besluit geeft op de ontwikkeling van deze locatie. Inwoners en organisaties worden nauw betrokken bij de besluitvorming, door met hen in overleg te gaan over het ontwerp en de inrichting van de financiële participatie. Bij de realisatie (bouw) van het zonnepark zullen de verschillende belanghebbenden worden geïnformeerd over voortgang. Lokale aannemers kunnen worden betrokken voor bepaalde onderdelen van de bouw, zoals de aanplant van de inpassing, het plaatsen van het hekwerk of het aanleggen van interne wegen.

Verder kunnen lokale partijen worden betrokken voor het regelen van schapenbegrazing en het onderhoud van de groenstructuren. Bij de inbedrijfname en afbraak zullen belanghebbenden worden geïnformeerd. 15. Wat doet dit zonnepark extra voor de gemeenschap? Buiten de voordelen van duurzame energie en een grote bijdrage aan het klimaat wordt een sterke opwaardering van de lokale natuur en biodiversiteit voorzien. De entreepartij met zitplaatsen en informatiepanelen biedt tevens nieuwe recreatieve kansen voor de omgeving. Via de afdracht aan het gebiedsfonds worden nieuwe ontwikkelingen in de omgeving mogelijk gemaakt. Via het aanbod voor lokaal eigenaarschap kan de gemeenschap financieel sterker worden. Via de collectieve inkoop kan het zonnepark als een katalysator werken voor meer verduurzaming in de omgeving. De mogelijkheid om het zonnepark te bezoeken biedt educatieve kansen voor de gemeenschap.

5.3.

Conclusie

Kronos Solar heeft meerdere locaties binnen de gemeente Bernheze geëvalueerd. De keuze is uiteindelijk gevallen op de huidige projectlocatie. Zoals uit voorgaande blijkt voldoet deze locatie aan de diverse criteria. De locatie aan de Bleekseweg is derhalve geschikt voor de ontwikkeling van een zonnepark. De voorwaarden van zowel het rijk, de provincie als de gemeente zijn haalbaar. Door het benutten van diverse meekoppelkansen wordt op verschillende vlakken meerwaarde gecreëerd, met name op het gebied van de biodiversiteit. Het initiatief past qua grootte goed binnen de maat en schaal van de dekzandvlakten. Het initiatief heeft geen directe aanwonenden en het zicht erop is reeds, en wordt op verschillende manieren verder beperkt door een robuuste landschappelijke inpassing. Door de relatief korte afstand van het aansluitpunt blijven ook de maatschappelijke kosten laag. Wanneer het participatietraject in zijn volledigheid 37

wordt opgestart verwachten we hier met omwonenden en belanghebbenden tot een breed gedragen project te kunnen komen. In dit principeverzoek wordt gesproken over 2 scenario’s. Scenario 1 biedt vele mogelijkheden om koppelkansen te realiseren. De locatie in Scenario 2 biedt vanwege de extra ruimte meer mogelijkheden voor de creatie van meerwaarde, het creëren van natte en droge ecologische verbindingszones, en de mogelijkheden voor procesparticipatie, bijvoorbeeld voor landschappelijke inrichting en financiële participatie. Wij hopen dan ook dat de gemeente Bernheze bereid is om met Kronos Solar tot overeenstemming te komen over het gebruik van het gemeentelijk bezit perceel F47 voor dit project, en zo ook met de inzet van haar eigen gronden bij te dragen aan de energietransitie en het realiseren van aanvullende koppelkansen. Op basis van bovenstaande is de conclusie dat met de aanleg van het zonnepark wordt voldaan aan de criteria voor een goede ruimtelijke ordening en het zonnepark op verschillende vlakken meerwaarde oplevert. Daarom verzoeken wij om uw medewerking te verlenen aan de realisatie daarvan.

38

Bijlagen • • • • • • • • • •

Communicatie- en Participatieplan Eerste contact omwonenden Omgevingsanalyse Layout Scenario 1 Layout Scenario 2 Schets met annotaties Juni 2021 Ecologie Quickscan Landschapsplan April 2021 Rapportage Aerius Juni 2021 E-mail gemeente 19-05-2021

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=7b136031-7f3f-4caa-be41-2435b099e0fd