CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting Landgoed De Berkt

Commissie Ruimtelijke Zaken 11 oktober 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan landgoed De Berkt29.897 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In deze herziening van de Monumentenwet van 1988 zijn de uitgangspunten van het Europese Verdrag van Valetta (Malta, 1992) voor Nederland nader uitgewerkt. De belangrijkste veranderingen betreffen: • het streven naar behoud en bescherming van archeologische waarden in de bodem; • de kosten van archeologische werkzaamheden komen in principe voor rekening van de initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten (veroorzakerprincipe); • de archeologische monumentenzorg wordt een geïntegreerd onderdeel van het ruimtelijke ordeningsproces. De gemeente Bernheze heeft ervoor gekozen om in het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz, 2007) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) een eigen gemeentelijk archeologiebeleid te formuleren. Dit archeologiebeleid is op 3 februari 2011 door de gemeenteraad vastgesteld en bestaat uit de "Nota Archeologiebeleid gemeente Bernheze" en de "Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze". Op basis van deze documenten implementeert de gemeente Bernheze haar archeologiebeleid waarbij zij rekening houdt met de juiste balans tussen een goede omgang met het archeologisch

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

61

erfgoed en andere maatschappelijke belangen die bij planontwikkelingen moeten worden gewogen. Consequenties Volgens het archeologiebeleid van de gemeente Bernheze gelden binnen het plangebied vier archeologische (verwachtings)waarden. Zie de uitsneden hieronder van de “Archeologische Verwachtings- en Beleidsadvieskaart Gemeente Bernheze”.

Figuur 35: Uitsnede van de Archeologische beleidskaart gemeente Bernheze met legenda

Het gaat volgens bovenstaande uitsnede om zeer hoge archeologische waarden en om een hoge, middelhoge en lage archeologische verwachting. Voor wat betreft de totale ontwikkeling geldt dat alleen niet verstoorde grond geroerd hoeft te worden voor de nieuwe woningen aan de Vinkelsestraat, deze zijn voor een klein deel gelegen binnen de middelhoge archeologische verwachting en voor het overgrote deel in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarden. Hiervoor geldt respectievelijk dat onderzoek moet worden overlegd bij roering van meer dan 2500 m2 met een diepte van meer dan 40 centimeter en geen onderzoeksplicht. Het oppervlak van 2500 m2 wordt niet overschreden. Er wordt ook een nieuwe woning aan de Kasteellaan opgetrokken. Daar geldt een hoge archeologische verwachting met een onderzoeksplicht in geval meer dan 100 m2 met

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

62

een diepte van meer dan 40 centimeter wordt geroerd. Door een schuurwoning te realiseren wordt het bebouwingsensemble van het landgoed hersteld. De bebouwing wordt op (deels) nog bestaande fundamenten gerealiseerd, waardoor de ondergens voor onderzoekspicht niet wordt overschreden. De verwachtingszone wordt door de ontwikkeling niet meer verstoord dan is toegestaan. De huidige dubbelbestemmingen in het kader van de bescherming van eventuele archeologische waarden zijn in dit bestemmingsplan weer opgenomen conform de regeling uit het vigerende plan. Hoewel ten behoeve van deze kleinschalige ontwikkeling geen onderzoek zal worden verlangd, dient men wel attent te blijven op mogelijk nog aanwezige archeologische waarden. Te allen tijde geldt een meldingsplicht bij het aantreffen van archeologische toevalsvondsten op basis van art. 5.10 van de Erfgoedwet. Archeologie vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.3.2 Cultuurhistorie Beleidskader Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is geworden, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening te worden gehouden met het aanwezige cultureel erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet (of het overgangsrecht totdat deze in werking is getreden) maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De gemeente Bernheze heeft een eigen Cultuurhistoriekaart die in 2014 is vastgesteld.

Consequenties Het gebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is getoetst aan de gemeentelijke Cultuurhistoriekaart. Hieronder is een uitsnede van de kaart opgenomen.

Figuur 36: Uitsnede van de gemeentelijke Cultuurhistoriekaart

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

63

De betekenis van bovenstaande uitsnede is dat sprake is van een landgoed, een oud wegtracé, dreven, monumentale bomen, een kasteel en gemeentelijke en rijksmonumenten. In de ontwikkeling van het landgoed is het daarom erg belangrijk dat een goede analyse wordt gemaakt t.b.v. het behoud/ de versterking van de cultuurhistorisch waardevolle elementen. Door Monumenthuis Brabant is zo’n analyse gemaakt (zie bijlage 3 bij deze toelichting). Deze analyse is in beginsel gebruikt om het landschapsplan voor het landgoed vorm te geven. Het uiteindelijk ontwikkelde landschapsplan (bijlage 11 bij deze toelichting) is voorgelegd aan de monumentencommissie. Zij hebben per brief van 30 april 2020 laten weten positief te zijn over de plannen. Daarbij hebben zij nog enkele aanbevelingen gedaan. De aanbevelingen zijn verwerkt in het uiteindelijke plan dat op 29 september 2022 door de monumentencommissie is beoordeeld. Per brief van 30 september 2022 is bevestigd dat de monumentencommissie hierover positief heeft geadviseerd. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat juist met de cultuurhistorische waarden die het gebied kent wordt omgegaan. 4.4 Bedrijven en milieuzonering Beleidskader Voor de milieuzonering van bedrijven in ruimtelijke plannen geldt in het algemeen geen wettelijk kader.

Wel is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies, zoals woningen: • ter plaatse van de woning(en) een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Consequenties Het betreft hier de ontwikkeling van drie nieuwe woningen, gevoelige bestemmingen. En de realisatie van een nieuwe functie in bestaande bebouwing op het historisch erf (kantoor zonder baliefunctie). Het omgevingstype kan getypeerd worden als een ‘rustig buitengebied’. In de omgeving van de planontwikkeling zijn de navolgende in de tabel opgenomen bedrijven met bijbehorende richtafstanden (excl. geur i.v.m. veehouderijen, want dat aspect wordt in paragraaf 4.10 behandeld) zoals opgenomen in de brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG gelegen. Bedrijf

Richtafstand Richtafstand Richtafstand Werkelijke afstand stof in geluid in gevaar in bouwvlak bedrijf tot meters meters meters gevel gevoelige functies

Holtkampstraat 30 3, fokken en houden van

50

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

0

360

64

varkens (sbi2008: 0146) Kasteellaan 2, fokken en houden van rundvee (sbi2008: 0141, 0142) Vinkelsestraat 65a, fokken en houden van rundvee (sbi2008: 0141, 0142) en fokken en houden van varkens (sbi2008: 0146) Vinkelsestraat 67, fokken en houden van varkens (sbi2008: 0146)

30

30

0

35

30

50

0

220

30

50

0

150

Uit bovenstaande blijkt dat niet aan alle richtafstanden kan worden voldaan. Met die reden is door Geurts Technisch adviseurs voor de woning aan de Kasteellaan een onderzoek uitgevoerd naar de bedrijven en milieuzonering (bijlage 4 bij deze toelichting). Voor de woningen aan de Vinkelsestraat is door hetzelfde bureau ook een dergelijk onderzoek uitgevoerd (bijlage 5 bij deze toelichting). Hieronder wordt op de conclusies uit beide onderzoeken ingegaan. Woning aan de Kasteellaan De nieuwe woning wordt mogelijk geprojecteerd binnen de hindercirkels van een tweetal nabijgelegen agrarische bedrijven aan Kasteellaan 2 en Holkampstraat 3. Voor bovengenoemde bedrijven zijn milieuvergunningen afgegeven. Op basis van voorliggend onderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: • ten aanzien van het milieuaspect geluid kan op basis van de vergunde geluidruimte gesteld worden dat ter plaatse van de nieuwbouwwoning voldaan kan worden aan de normstelling. De woning vormt geen belemmering voor de vergunningssituatie van het bedrijf. In een toekomstige situatie waarin beide bedrijven mogelijk uitbreiden met transportbewegingen, laad- en losactiviteiten en ventilatiecapaciteit zal naar verwachting nog steeds ruimschoots worden voldaan aan de richtwaarde ten aanzien van het LA,LT van 40 dB(A) etmaalwaarde in het buitengebied.

Hiermee zullen de bedrijven opgaan in het achtergrondgeluidniveau ter plaatse en zal de

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

65

•

nieuwbouwwoning geen hinder ondervinden van de activiteiten op Holkampstraat 3 en Kasteellaan 2; ten aanzien van het milieuaspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat de nieuwe woning geen belemmering vormt voor de vergunningssituatie van de bedrijven aan Holkampstraat 3 en Kasteellaan 2.

Woningen aan de Vinkelsestraat De in het plan opgenomen woningen aan de Vinkelsestraat worden mogelijk geprojecteerd binnen de hindercirkels van een tweetal nabijgelegen agrarische bedrijven aan de Vinkelsestraat 65a en 67. Op basis van voorliggend onderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: • ten aanzien van het milieuaspect geluid kan op basis van de vergunde geluidruimte gesteld worden dat ter plaatse van de nieuwbouwwoningen voldaan kan worden aan de normstelling. De woningen vormen geen belemmering voor de vergunningssituatie van het bedrijf; In een toekomstige situatie waarin beide bedrijven mogelijk uitbreiden met transportbewegingen, laad- en losactiviteiten en ventilatiecapaciteit zal naar verwachting nog steeds ruimschoots worden voldaan aan de richtwaarde ten aanzien van het LA,LT van 40 dB(A) etmaalwaarde in het buitengebied. Hiermee zullen de bedrijven opgaan in het achtergrond-geluidniveau ter plaatse en zullen de nieuwbouwwoningen geen hinder ondervinden van de activiteiten op Vinkelsestraat 65a en 67. • ten aanzien van het milieuaspect luchtkwaliteit kan gesteld worden dat op basis van de berekeningen de nieuwbouwwoningen geen belemmering vormen voor de vergunningssituatie van de bedrijven aan de Vinkelsestraat 65a en 67.

Nieuwe functie in bestaande bebouwing op historisch erf - Kasteellaan 1 (in dwarsdeelschuur) Voor wat betreft de realisatie van activiteiten in bestaande bebouwing op het historisch erf aan de Kasteellaan is door Geurts Technisch Adviseurs een onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd. Bekeken is in hoeverre de nieuwe functie5 (kantoor zonder baliefunctie) hinder geeft richting nabijgelegen gevoelige functies. De conclusies van het onderzoek zijn hieronder opgenomen. Het onderzoek is bij deze toelichting gevoegd als bijlage 2. • “De akoestisch relevante activiteiten zijn verkeersbewegingen met personenwagens en een luchtbehandelingsinstallatie. • Ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT kan ter plaatse van woningen van derden voldaan worden aan de normstelling. • Ten aanzien van het maximale geluidniveau LAmax kan ter plaatse van woningen van derden voldaan worden aan de normstelling. 5

In het onderzoek zijn meer en zwaardere functies onderzocht dan uiteindelijk zijn mogelijk gemaakt via dit bestemmingsplan. Het onderzoek is niet aangepast, omdat met de meer intensieve functies/ activiteiten geconcludeerd kan worden dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor omliggende gevoelige functies. Dit wordt niet slechter indien minder intensieve functies/ activiteiten worden gerealiseerd. De conclusie voor hetgeen met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is gelijk aan de conclusie die reeds eerder getrokken is.

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

66

• Er valt geen indirecte hinder te verwachten.” Voor wat betreft de overige aspecten (geur, stof, gevaar) geldt voor de functies die als nevenactiviteit worden toegelaten een maximale richtafstand van 10 meter. Deze wordt gehaald. Conclusie Samenvattend blijkt dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat bedrijven in de omgeving door de ontwikkeling niet in hun bedrijfsvoering of uitbreidingsmogelijkheden worden belemmerd.

4.5 Bodem Beleidskader Vastgelegd is dat in bestemmingsplannen moet worden beschreven wat de bodemkwaliteit van het betreffende gebied is. Voor het betrekken van bodeminformatie bij het opstellen van bestemmingsplannen zijn enkele vragen relevant: • is er bodemverontreiniging die de functiedoelen kan frustreren; • zijn er gezondheids- of ecologische risico's en gebruiksbeperkingen voor de beoogde functies; • wat zijn de mogelijkheden om er tijdig iets aan te doen in termen van resultaten, kosten en kostendragers. Consequenties Door Van Oort bodemonderzoek zijn drie verkennende bodemonderzoeken voor zowel de ontwikkelingen aan de Kasteellaan als aan de Vinkelsestraat uitgevoerd. Voor de Kasteellaan zijn twee onderzoeken uitgevoerd (zie bijlage 6a en 6b bij deze toelichting). Het onderzoek dat als bijlage 6a is bijgevoegd kent de navolgende samenvatting en advies. “Op de locatie aan de Kasteellaan 1 te Heesch is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met het wijzigen van de bestemming en de nieuwbouw van een woning. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie F, nummer 814. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 500 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er bezwaren zijn tegen een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning.

Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5740 en NEN 5707. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een verdachte deellocatie (VEP). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV (AS3000). Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen of andere bijzonderheden waargenomen. Er zijn in de bovengrond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de bovengrond licht verontreinigd is met PCB (>Aw) en de ondergrond niet verontreinigd (<Aw). Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen (>Sw). Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

67

bodemkwaliteit naar ons inzien geen belemmering te vormen voor een bestemmingswijziging en nieuwbouw van een woning. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.” De ODBN heeft dit onderzoek beoordeeld en heeft de navolgende opmerking gemaakt: “Het in 2019 uitgevoerde verkennend asbestonderzoek NEN 5707 is uitgevoerd door een veldwerkbureau dat ten tijde van het bodemonderzoek niet was erkend voor de BRL SIKB protocol 2018. Daarom zijn de resultaten ten aanzien van asbest indicatief. Op basis van de indicatieve resultaten van het onderzoek uit 2019 wordt niet verwacht dat er een ernstige asbestverontreiniging in de bodem op de locatie aanwezig is. In het op asbest geanalyseerde mengmonster van de bovengrond is met behulp van microscopie geen asbest in de fractie <0,5 mm (500 μm) aangetroffen. Hierdoor wordt het onwaarschijnlijk geacht dat er in de toplaag bij de open veldschuur (meest verdachte locatie) een ernstige verontreiniging met respirabele vezels asbest aanwezig is. De kwaliteit van de bodem vormt daarom geen milieuhygiënische of financiële belemmering voor de bestemmingsplanwijziging.” Het onderzoek dat als bijlage 6b is bijgevoegd kent de navolgende samenvatting en advies. “Op de locatie aan de Kasteellaan 1 te Heesch is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met een wijziging in het plan voor de inrichting van een woonkavel.

In februari 2019 heeft er in het kader van de bestemmingswijziging en beoogde nieuwbouw van een poortwoning reeds een verkennend bodem- en asbestonderzoek plaatsgevonden. Het doel van het aanvullend bodemonderzoek is het vastleggen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de gehele woonkavel. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie F, nummer 814. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1400 m2. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5725 en NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses (AS3000) zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics BV uit Rotterdam. Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat de boven- en ondergrond niet verontreinigd zijn (<Aw). Het grondwater is niet opnieuw onderzocht. De resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.

Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inzien geen belemmering te vormen voor de inrichting van een woonkavel en de nieuwbouw van een woning.” De ODBN heeft dit onderzoek beoordeeld en heeft de navolgende opmerking gemaakt: “Het uitgevoerde bodemonderzoek voldoet aan de NEN 5740. De resultaten vormen geen belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging. De tekst in de bodemparagraaf is akkoord.” Voor de Vinkelsestraat kent het onderzoek (zie bijlage 7 bij deze toelichting) de navolgende samenvatting en advies. “Op een locatie aan de Vinkelsestraat (ong) te Heesch is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met het wijzigen van Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

68

de bestemming en de nieuwbouw van een tweetal woningen. Kadastraal staat de locatie bekend als gemeente Heesch, sectie F, nummer 814. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 4000 m2. Het doel van het onderzoek is het vastleggen van de kwaliteit van grond en grondwater en te beoordelen of er bezwaren zijn tegen een woonbestemming en het verlenen van een omgevingsvergunning. Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van de NEN 5740. De strategie van het onderzoek is afgestemd op het vooronderzoek (historie). Gebruik is gemaakt van de onderzoeksopzet voor een niet lijnvormige onverdachte locatie (ONV-NL). Het veldwerk is uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000. De analyses zijn uitgevoerd door Synlab BV (AS3000). Zintuiglijk zijn tijdens de veldwerkzaamheden in de bodem geen verontreinigingen, bijmengingen of andere bijzonderheden waargenomen. Met laboratoriumonderzoek is aangetoond dat zowel de boven- en ondergrond als het grondwater niet verontreinigd zijn (<Aw/<Sv). Op basis van het totaal aan onderzoeksgegevens behoeft de bodemkwaliteit naar ons inzien geen belemmering te vormen voor een bestemmingswijziging en nieuwbouw van een tweetal woningen. Er is geen aanleiding tot een vervolgonderzoek.” De ODBN heeft dit onderzoek beoordeeld en akkoord bevonden.

Conclusie De gemeente Bernheze is bevoegd gezag, het onderzoeksbureau heeft slechts een adviserende taak. Het bevoegd gezag bepaalt dan ook of het onderzoek volstaat en/of aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Het bevoegd gezag heeft de uitgevoerde bodemonderzoeken door de ODBN laten beoordelen. De bodemonderzoeken zijn akkoord bevonden. Er is geen nader onderzoek noodzakelijk. Bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

4.6 Externe Veiligheid Beleidskader Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

69

Risiconormering In het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico geeft de kans op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6 contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6 contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Verantwoordingsplicht groepsrisico Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente). Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten gedwongen het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moetenkomen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer. In de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Wanneer verantwoorden? Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Spoor-, rijks- en waterwegen (Bevt)

Wanneer groepsrisicoverantwoording? Altijd wanneer binnen invloedsgebied ruimtelijk besluit wordt genomen. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde. Wanneer sprake is van toename van het groepsrisico of overschrijding van de oriëntatiewaarde.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

70

verantwoordelijkheid voor het ‘restrisico’ dat overblijft nadat de benodigde veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn. Beleidsvisie externe veiligheid De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid (2008). Hierin wordt invulling gegeven aan de gemeentelijke omgang met externe veiligheid. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico. Overige wet- en regelgeving Tot slot moet in het kader van een 'goede ruimtelijke ordening' (art. 3.1 Wro) ook getoetst worden aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, effectafstanden uit de 'Circulaire effectafstanden LPG-tankstations', enzovoorts. Consequenties Met behulp van de nationale risicokaart6 is gekeken, welke risicobronnen in de nabijheid van het plangebied zijn gelegen. Zie de uitsnede van de risicokaart ter hoogte van het plangebied hieronder.

Figuur 37: uitsnede van de Risicokaart

In het plangebied zijn twee hoge druk aandgasleidingen (A-527 en A-643) gelegen. Gelet op de afstand van de buisleidingen tot aan de beperkt kwetsbare objecten eveneens in het plangebied wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde van het plaatsgebonden risico. Voor de verantwoording van het groepsrisico zijn de volgende gegevens van belang:

6

www.risicokaart.nl, professionele versie.

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

71

Buisleiding

100% letaliteitscontour

A-527 A-643

210 220

1% letaliteitscontour (grens invloedsgebied) 540 580

Het plangebied valt deels binnen de 100% letaliteitscontour van beide buisleidingen. Dit betekent dat een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico moet worden doorlopen, tenzij de hoogte van het groepsrisico ter plaatse lager is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde. Uit het rapport “Kwantitatieve risicoberekening aardgastransportleidingen gemeente Bernheze” (RMB, 2012) blijkt dat het groepsrisico voor beide buisleidingen lager dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde is. Dit betekent dat kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Verantwoording groepsrisico Vanwege de ligging van het plan in het invloedsgebied van de twee hoge druk aardgasleidingen dient een beperkte verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden. Hierbij is de Veiligheidsregio – conform artikel 12 van het BEVB - om advies gevraagd. De Veiligheidsregio heeft op 7 juni 2020 advies uitgebracht. Het advies van de veiligheidsregio is als volgt: - “Informeer de initiatiefnemers c.q. de toekomstige bewoners actief over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Deze informatie kan worden meegenomen in het besluit om zich op deze locatie te vestigen. Hiermee wordt in optimale vorm invulling gegeven aan het risicobewustzijn van- en het nemen van een eigen verantwoordelijkheid door de burger.

Deze informatie zorgt er ook voor dat de bewoners op het moment dat er een incident plaatsvindt directh weten hoe te handelen, die heeft een positieve invloed op de mate van zelfredzaamheid. - Overweeg een gebruiksbeperking van het bijgebouw waarin maatschappelijke functies zijn toegestaan ten tijde van het uitvoeren van graafwerkzaamheden boven de gasleidingen. Indien geen mensen aanwezig zijn is het risico op slachtoffers ook nul.” De initiatiefnemers van dit bestemmingsplan zijn geinfomeerd over het aanwezige risico en handelingsperspectief. Zij zullen hun rechtsopvolgers eveneens informeren. De gebruiksbeperking wordt door de initiatiefnemers overgenomen en toegepast. De huidige en toekomstige personendichtheid Het plangebied is momenteel braakliggend terrein/ terrein met cultuurhistorisch waardevolle schuur. Met de realisatie van een nieuwe woning neemt het aantal personen met 2,4 x 3 = 7,2 toe. De huidige en toekomstige hoogte van het groepsrisico Het bestaande groepsrisico langs de betreffende hoge druk aardgasleiding (Z-542-19) is onderzocht in het hierboven aangehaalde rapport van het RMB (2012). Hieruit blijkt dat

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

72

het groepsrisico minder dan 10% van de oriëntatiewaarde bedraagt. Het groepsrisico zal door de nieuwe woning minimaal stijgen (minder dan 10%). Bestrijdbaarheid Voor de bestrijdbaarheid is het maatgevend scenario van belang: de fakkelbrand. Een fakkelbrand ontstaat wanneer door een externe beschadiging van de hoge druk aardgasleiding (bijvoorbeeld door graafwerkzaamheden) gas vrijkomt, en vervolgens ontsteekt. Wat volgt is een fakkelbrand die extreme hittestraling kan veroorzaken. Het invloedsgebied van de gasleiding wordt bepaald door de druk en de diameter van de gasleiding. De bestrijdbaarheid wordt op twee aspecten beoordeeld: 1. Is het rampscenario te bestrijden? Bij een fakkelbrand dient de leidingbeheerder eerst de gastoevoer af te sluiten. Nadat de fakkelbrand is gedoofd door het afsluiten van de gastoevoer kunnen secundaire branden geblust worden. De bestrijdbaarheid wordt tijdens de fakkelbrand als slecht beoordeeld. Na het doven van de fakkelbrand is de bestrijdbaarheid goed. 2. Is de omgeving voldoende ingericht om bestrijding te faciliteren? In het geval van een fakkelbrand is het plangebied goed bereikbaar en zijn er voldoende opstelplaatsen voor de brandweer. Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpdiensten.

Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit vluchten en schuilen. 1. Mogelijkheden zelfredzaamheid De mogelijkheden t.a.v. zelfredzaamheid zijn goed. Er verblijven mogelijk wel verminderd zelfredzame personen in het plangebied (maatschappelijke functie in de dwarsdeelschuur aan de kasteellaan), maar altijd onder begeleiding. De aanwezigen zijn zelf of onder begeleiding van niet verminderd zelfredzame personen naar verwachting voldoende in staat om te kunnen vluchten of schuilen. 2. Is het gebied voldoende ingericht om de zelfredzaamheid te kunnen faciliteren? Behalve de vraag of zelfredzaamheid mogelijk is, zijn de fysieke eigenschappen van gebouwen en omgeving van invloed op de vraag of die zelfredzaamheid optimaal kan plaatsvinden. Alarmering In geval van een calamiteit kan NL-alert worden ingezet. NL-alert is een alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Hiermee kunnen mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht worden geïnformeerd. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen (vluchten of schuilen).

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

73

Vluchten Gelet op de afstand tot de buisleidingen is vluchten uit het zicht van de fakkel (onder dekking van constructies zoals muren) het beste handelingsperspectief. Een woning biedt gedurende korte tijd enige bescherming tegen de hoge hittestraling, waardoor de kans op ernstig letsel tijdens het vluchten wordt beperkt. Conclusie De beoogde ontwikkeling voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en aan de kaders die zijn vastgelegd in de beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Bernheze. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van twee hoge druk aardgasleidingen (A-527 en A-643). Het groepsrisico is verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: - het geringe groepsrisico, en; - de goede mogelijkheden binnen het plangebied voor de zelfredzaamheid van personen. 4.7 Natuur Beleidskader De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Daarnaast bevat de wet onder meer bepalingen over de jacht en over houtopstanden. Soortbescherming De Wet natuurbescherming bevat een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten.

Daarnaast voorziet de wet in strikte verboden die gelden voor aangewezen beschermde inheemse diersoorten, waaronder alle van nature in Nederland voorkomende soorten vogels. Dus zowel vogels in de tuin als op de Veluwe zijn beschermd. De wet werkt volgens het 'nee-tenzij' principe ten aanzien van beschermde inheemse soorten: schadelijke handelingen zijn verboden, tenzij er een uitzondering voor is gemaakt. Het is niet toegestaan om vogels te doden, vangen, verwonden, verstoren, bezitten, verhandelen, de nesten en eieren te verstoren of te vernietigen. Uitzonderingen op deze verboden zijn onder voorwaarden mogelijk, onder andere voor veiligheid, schadebestrijding of onderzoek. De wet regelt ook de jacht in ons land. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming bevat specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

74

een gebied. Voor dergelijke schadelijke activiteiten kan alleen een vergunning worden verleend als er geen alternatief is en als het gaat om een dwingende reden van groot openbaar belang. De kokkelvisserij in de Waddenzee is nu bijvoorbeeld verboden. Er kon namelijk niet worden aangetoond dat er géén schade zou ontstaan aan de natuur, en er was geen van de andere redenen aanwezig om toch een vergunning te verlenen. De wet biedt geen bescherming aan andere natuurgebieden, maar vereist wel van provincies dat zij gebieden aanwijzen voor het natuurnetwerk Nederland en verleent hen de bevoegdheid om bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen aan te wijzen. De Minister van Economische Zaken kan daarnaast op grond van de wet nationale parken aanwijzen die vooral een educatieve en communicatieve functie hebben. De voormalige beschermde natuurmonumenten zijn met bijbehorende doelen opgeheven met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming. Sinds 1 juli 2021 is de Wsn samen met het bijbehorende Besluit stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Deze regelgeving wijzigt de Wet en het Besluit natuurbescherming en moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De Wsn regelt ook een aanpassing van het Besluit natuurbescherming, waardoor nu een vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten.

Deze vrijstelling geldt alleen voor stikstofdepositie en niet voor de overige storingsfactoren. Er hoeft ten behoeve van een natuurvergunningaanvraag (gebiedsbescherming) voor een project dus geen berekeningen en daarbij behorende beoordeling van de stikstofdepositie voor de realisatiefase meer plaats te vinden. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Hiervoor moet dus wel een berekening worden gemaakt. Consequenties Onderhavige locatie is niet gelegen in of in de nabijheid van Natura 2000-gebied. Wel ligt het plangebied in/ nabij het Natuur Netwerk Brabant. Het plan strekt ertoe de natuurwaarden te verhogen en het Natuur Netwerk Brabant verder uit te breiden. Daarnaast worden nieuwe woningen ontwikkeld en nevenfuncties in bestaande bebouwing op het historisch erf aan de Kasteellaan zijnde een kantoor zonder baliefunctie en een recreatiewoning toegevoegd. Deze niet natuurlijke activiteiten vinden plaats buiten de nieuwe begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant. Soortbescherming Door Buro Maerlant is in verband met de beoogde ontwikkelingen in het plangebied een quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd, daarbij is ook gekeken naar eventuele effecten op het Natuur Netwerk Brabant. Het onderzoek is bijgevoegd als bijlage 8 bij deze toelichting.

De conclusies en advies voor de uitvoering van de ontwikkeling van het onderzoek zijn als volgt.

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

75

“ In het plangebied of binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden, zijn de volgende actuele en potentiële natuurwaarden aangetroffen waar rekening mee gehouden dient te worden: • Algemene broedvogels (niet jaarrond beschermd) op of nabij de werkgrenzen (beide deellocaties); • Aanwezigheid van vleermuizen op de locatie Kasteellaan algemeen; • Leefgebied van de das (locatie Vinkelsestraat) en aanleg nieuwe natuur in het leefgebied van de das. Effecten en ontheffingen De das Nieuwbouw Door de plannen verdwijnt een klein gedeelte van het foerageergebied van de das. Doordat in de omgeving ruimschoots geschikt leefgebied over blijft, is op voorhand géén sprake van een wezelijke afname. Men is voornemens het plangebied groen in te passen, mede door de realisatie van een natuurlijke afscherming middels een aarden wal. Negatieve effecten op de das worden niet verwacht. Aanleg nieuwe natuur en verhoging waterpeil De voorgenomen maatrgelen ten bate van de natuur hebben geen negatief effect op de das. Door de omvorming van intensieve teelt naar soortenrijk grasland zal de soortenrijkdom algemeen toenemen. De beoogde vernatting heeft naar verwachting een positieve invloed op het wormenbestand. Er zijn ten bate van de das enkele maatregelen benodigd om de beoogde gunstige invloed te garanderen.

Vleermuizen De laanbeplantingen ten noorden en ten westen van het plangebied hebben mogelijk functie als vliegroute. Het is dan ook noodzakelijk met de toekomstige buitenverlichting rekening te houden met vleermuizen om effecten te voorkomen. Indien men buitenverlichting wenst toe te passen in het noodzaklijk deze dusdanig toe te passen dat de aanwezige bomenrijen niet worden verlicht. Broedvogels Door conform het advies rekening te houden met eventueel broedende vogels, worden effecten eenvoudig voorkomen. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor de ingrepen niet aan de orde. Advies Das (locatie Vinkelsestraat) Geadviseerd wordt voorafgaand aan de uitvoering van de ingrepen een ecologisch werkplan op te stellen om zo goed mogelijk rekening te kunnen houden met de das. De extra aanleg van houtwallen ten noorden en zuiden van de toekomstige bouwkavels dient hierin te worden opgenomen en deze dienen in een zo vroeg mogelijk stadium te worden

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

76

aangelegd. Tijdens de uitvoer/ bouw zijn maatregelen nodig om effecten van deze werkzaamheden te voorkomen, ondermeer door te werken buiten de kwetsbare periode en tijdens de uitvoer rekening te houden met de nachtelijke activiteit van de das (verlichting bijvoorbeeld). Een deskundige kan adviseren over de wijze van uitvoer. Das (aanleg nieuwe natuur/ landschapselementen) Geadviseerd wordt bij de omvorming van de gronden naar meer soortenrijk grasland deze gronden niet te sterk te laten verschralen, zodat het wormenbestand goed blijft. Voor dit doel wordt geadviseerd extensief te bemesten (met bijvoorbeeld stalmest) of extensieve beweiding toe te passen. De te realiseren lanen7 dienen niet opengesteld te worden voor het publiek. Geadviseerd wordt het centrale deel van het landgoed op vergelijkbare wijze als in de huidige situatie niet open te stellen voor het publiek. Vleermuizen (locatie Kasteellaan) Indien men buitenverlichting wenst toe te passen dient te worden voorkomen dat de omgeving van het hoofdgebouw en de aanwezige bomen worden verlicht. Indien buitenverlichting wordt toegepast, wordt geadviseerd het verlichtingsplan voor te leggen aan een ter zake deskundige (ecoloog).

Vogels Doordat er een kans bestaat, dat broedende vogels binnen de invloedssfeer van de ingrepen aanwezig zijn, wordt aanbevolen rekening te houden met broedende vogels en de ingrepen bij voorkeur uit te voeren buiten de broedperiode: na 1 augustus en vóór 1 maart. Indien een ter zake deskundige heeft vastgesteld dat er geen broedende vogels binnen de invloedssfeer van de ingrepen aanwezig zijn, is het ook mogelijk binnen deze periode te werken. Het wegnemen van nesten van broedende vogels is conform de Wet natuurbescherming niet toegestaan. Verstoring van nesten is conform de wet in principe niet verboden, echter kan dit ertoe leiden dat deze vroegtijdig wordt verlaten en feitelijk sprake is van vernietiging van het nest en een verboden handeling.” Door Brabant Eco is – met betrokkenheid en advies van de Dassenwerkgroep Brabant – in verband met de aanwezigheid van dassen op het landgoed een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 17). In dit plan van aanpak is ingegaan op de afname van het foerageergebied van de dassen door de realisatie van twee bouwkavels (4000 m2), alsook eventuele verdere verstoringen die het planvoornemen voor de dassen kunnen hebben. Ook zijn in het plan van aanpak mitigerende maatregelen uitgewerkt.

Uit het plan van aanpak volgt dat “Met de bouwwerkzaamheden gaan geen verblijfplaatsen verloren en zal de hoeveelheid foerageermogelijkheden in stand blijven. Er worden verschillende maatregelen genomen om te zorgen dat er zo min mogelijk verstoring van de dassen zelf plaatsvindt tijdens en na de werkzaamheden. Daarnaast wordt het plangebied zodanig ingericht dat er zo min mogelijk van de huidige functionaliteit voor de das verloren gaat.” De conclusie is dat “Met de mitigerende maatregelen ervoor gezorgd wordt dat de das niet verjaagd wordt uit de burcht en dat er ruim voldoende leefgebied in de omgeving van de burcht aanwezig 7

Het gaat hier om de centrale noordzuidlaan (door het middelpunt van het sterrenbos).

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

77

blijft. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de plaatselijke staat van instandhouding gunstig blijft.” Gebiedsbescherming Aanvullend op de quickscan in het kader van de Wet natuurbescherming en het Natuur Netwerk Brabant zijn voor zowel de gebruiks- als aanlegfase van hetgeen met dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt en waarvoor het verplicht is aeriusberekeningen uitgevoerd en is een notitie opgesteld waarin de invoergegevens zijn onderbouwd. De aeriusberekeningen en notitie zijn bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 14). Hieruit volgt de navolgende conclusie: “Binnen 10 kilometer van het plangebied zijn geen Natura 2000-gebied gelegen. Uit de berekeningen volgt dat zowel door de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De AERIUS-berekeningen hebben aangetoond dat de stikstofdepositie gelijk is aan 0,00 mol N/ha/jaar. Dat betekent dat het project niet leidt tot stikstofdepositie op een Natura 2000 gebied. Op basis van deze uitkomst hoeft er geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd of verder onderzoek naar de stikstofdepositie te worden uitgevoerd.” Conclusies In verband met het aspect soorten van de Wet natuurbescherming geldt dat zolang het advies van de ecoloog zoals geformuleerd in de quickscan flora en fauna v.w.b. andere soorten dan dassen wordt opgevolgd en v.w.b.

de dassen het plan van aanpak dassen wordt uitgevoerd geen sprake is van strijdigheden met de Wet natuurbescherming. Voor het aspect gebieden geldt dat de ontwikkeling in zowel de gebruiks- als aanlegfase geen effect heeft op Natura 2000 gebieden. Er is geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. 4.8 Kabels en leidingen Voor onderhavige locatie is een KLIC-melding uitgevoerd. In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn leidingen aanwezig (gas (zie ook paragraaf 4.6 Externe veiligheid) en riool), die vormen echter geen belemmering voor de bestemmingswijziging en nieuwbouw. Er wordt rekening mee gehouden. In dit bestemmingsplan worden de leidingen beschermd middels dubbelbestemmingen. 4.9 Luchtkwaliteit Beleidskader Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen, zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

78

getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In het besluit NIBM is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 µg/m³ NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, infrastructuur, kantoor- en woningbouwlocaties en activiteiten of handelingen) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook indien aannemelijk gemaakt kan worden dat een gepland project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Voor woningen wordt hierbij een ondergrens van 1500 woningen aangehouden voor locaties waarbij sprake is van één ontsluitingsweg. Consequenties Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van nieuwe natuur, drie nieuwe woningen, een kantoor met baliefunctie en een recreatiewoning.

Derhalve kan dit plan gezien worden als een project dat een niet in een betekenende mate bijdrage levert op het gebied van de luchtkwaliteit. Via Atlas Leefomgeving is getoetst of ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat. Dat is het geval. Zie onderstaande uitsnede van de PM10-kaart die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van gridcelwaarde tussen 16 en 17).

Figuur 38: Uitsnede van de luchtkwaliteitskaart voor PM10 van Atlas Leefomgeving

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

79

Hieronder is de PM2,5-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van een gridcelwaarde tussen 9 en 10.

Figuur 39:: Uitsnede van de luchtkwaliteitskaart voor PM2,5 van Atlas Leefomgeving

Hieronder is de NO2-kaart opgenomen, die aangeeft dat ter hoogte van het plangebied sprake is van een gridcelwaarde tussen 12 en 14.

Figuur 40: Uitsnede van de luchtkwaliteitskaart voor NO2 van Atlas Leefomgeving

Conclusie

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

80

Het onderhavige plan heeft geen nadelige invloed op de luchtkwaliteit omdat het niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, daarnaast is sprake van een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmerende factor. 4.10 Geurhinder afkomstig van veehouderijen Beleidskader Belangrijkste voorwaarden voor de ontwikkeling van geurgevoelige bebouwing in de omgeving van veehouderijen is dat voor de (toekomstige) bewoners een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat andere belanghebbenden (veehouders en derden) niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Op grond van de vervallen brochure Veehouderij en Hinderwet en circulaire Veehouderij en Stankhinder was sprake van stankcirkels waarbinnen, volgens constante jurisprudentie, geen stankgevoelige bebouwing mocht worden gebouwd. Deze regeling is in 2007 opgevolgd door de Wet geurhinder en veehouderij. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) in werking getreden. Deze wet biedt de gemeente de mogelijkheid om een eigen geurhinderbeleid op te stellen. De gemeente Bernheze heeft dit gedaan. Haar geurhinderbeleid is opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving Bernheze 2021. Daarnaast geldt de beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder Bernheze.

Consequenties Aangaande geurhinder wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgrondbelasting, vaste afstanden en de achtergrondbelasting, waarnaa De Roever Omgevingsadvies een onderzoek heeft uitgevoerd. Het onderzoek geurhinder veehouderijen is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 19). De resultaten en conclusie van het onderzoek zijn hieronder opgenomen. Vaste afstanden Voor dieren waarvoor in de Rgv geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld geldt in onderhavige situatie dat een afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van een dierenverblijf en de gevel van een geurgevoelig object binnen het plangebied in acht moet worden genomen. Op de afbeelding hieronder zijn de afstandscontouren van 50 meter rondom de bouwvlakken van veehouderijen weergegeven. Voor de veehouderij aan Jonkerstraat 1TO is uitgegaan van de perceelsgrens. Namelijk, het oostelijk deel van het agrarisch bouwvlak is niet eigendom van de veehouderij en betreft ook geen op zichzelfstaande veehouderij.

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

81

Voorgrondbelasting De geurbelasting op de rand van de bouwvlakken aan de Vinkelsestraat bedraagt op zijn hoogst 6,9 ouE/m3. Er wordt voldaan aan de geurnorm van 8,0 ouE/m3. De geurbelasting op de rand van de bouwvlakken aan de Kasteellaan bedraagt op zijn hoogst 10,3 ouE/m3. Er wordt net niet voldaan aan de geurnorm van 10,0 ouE/m3. Echter, de geurbelasting op bestaande geurgevoelige objecten in de richting van het plangebied (zoals de woning aan Berktstraat 8) is hoger. Achtergrondbelasting De achtergrondbelasting is weergegeven op de afbeelding en in de tabel hieronder.

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

82

Woon- en leefklimaat in het plangebied Uit voorgaande paragrafen blijkt dat ter plaatse van beoogde geurgevoelige objecten: - wordt voldaan aan de afstandseis van 50 meter; - aan de Vinkelsestraat de voorgrondbelasting op zijn hoogst 6,9 ouE/m3 bedraagt - aan de Kasteellaan de voorgrondbelasting op zijn hoogst 10,3 ouE/m3 bedraagt - de achtergrondbelasting op zijn hoogst 8,5 ouE/m3 bedraagt. Omdat bouwvlakken van veehouderijen op grote afstand van het plangebied zijn gelegen (meer dan 50 meter) kan worden gesteld dat ten aanzien van afstanden sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De hoogst berekende voorgrondbelasting bedraagt 6,9 ouE/m3 bij de woningen aan de Vinkelsestraat en 10,3 ouE/m3 bij de woningen aan de Kasteellaan. Deze waarden voor de

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

83

voorgrondbelasting komen overeen met een ‘matig’ en ‘tamelijk slecht’ woon- en leefklimaat. De geurnorm voor geurgevoelige objecten bedraagt 8,0 ouE/m3 voor de woningen aan de Vinkelsestraat en 10,0 ouE/m3 voor de woningen aan de Kasteellaan. Het woon- en leefklimaat is ongeveer gelijk aan of beter dan het woon- en leefklimaat dat op grond van de geurnorm aanvaardbaar wordt geacht. Uit jurisprudentie (uitspraak ABRvS 200900801/1/R3 van 7 oktober 2009) blijkt dat als de individuele geurnorm of afstand wordt overschreden, dit niet met zich brengt dat geen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit latere jurisprudentie blijkt dat hierbij ook de achtergrondbelasting moet worden beschouwd. De achtergrondbelasting wordt hieronder beschouwd. Voor de voorgrondbelasting van de veehouderij aan Holkampstraat 3 is in verband met de aanvaardbaarheid releevant dat op dit moment sprake is van een maximale situatie. In een toekomstige situatie kan de geurbelasting alleen maar afnemen, omdat de veehouderij overbelast is op bestaande geurgevoelige objecten. De hoogst berekende achtergrondbelasting bedraagt 8,5 ouE/m3. Deze waarde komt overeen met een ‘redelijk goed’ woon- en leefklimaat. De geurnorm voor geurgevoelige objecten binnen het plangebied 8,0 of 10,0 ouE/m3 bedraagt.

Het woon- en leefklimaat is beter dan het ‘matig’ en ‘tamelijk slecht’ woon- en leefklimaat dat op grond van de geurnorm aanvaardbaar wordt geacht. De achtergrondbelasting voldoet ook aan de waarde van 20 ouE/m3 welke volgens de Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013 aanvaardbaar wordt geacht voor ontwikkelingen in het buitengebied. Gezien het bovenstaande is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bedrijfsvoering veehouderijen Veehouderijen worden niet in hun belangen geschaad, omdat in de in acht te nemen vaste afstand rondom omliggende veehouderijen geen geurgevoelige objecten worden geprojecteerd en voldaan wordt aan de norm voor de voorgrondbelasting. Dat laatste geldt echter niet voor de veehouderij aan Holtkampstraat 3, echter is hier al sprake van een overbelaste situatie op dichter bij de veehouderij gelegen geurgevoelig objecten. Conclusie In het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de belangen van veehouderijen in de omgeving van het plangebied worden niet geschaad. Het aspect geurhinder afkomstig van veehouderijen vormt geen belemmering voor het initiatief, het initiatief belemmert geen veehouderijen. 4.11 Water Een belangrijk ordenend principe bij ruimtelijke plannen is het waterbeheer: de zorg voor veiligheid tegen overstromingen en voor voldoende en gezond oppervlaktewater.

De gemeente dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

84

ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer van regionale wateren. Beleidskader Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's. Waterbeheerplan 2022-2027 In het waterbeheerplan 2022 – 2027 staan de doelen van waterschap Aa en Maas beschreven en hoe zij die doelstellingen gaan halen. De centrale missie van Waterschap Aa en Maas hierbij is als volgt: “Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten.” De doelen en maatregelen waar het waterschap voor staat en gaat, zijn onderverdeeld in drie programma’s: 1. Waterveiligheid Het programma Waterveiligheid draait om de bescherming tegen verstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. Hiervoor moeten de waterkeringen (dijken en kunstwerken) periodiek worden getoetst aan de veiligheidsnormen.

Daarnaast omvat het programma de zorgplicht voor de instandhouding van deze waterkeringen met alle activiteiten die daarbij horen, inclusief gegevens- en informatiemanagement en een goede afstemming tussen beheer en inrichting. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem Dit programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij wordt gelet op de kwantiteit (goede waterpeilen, waterconservering, en het omgaan met wateroverlast en droogte) en op de kwaliteit (chemisch en ecologisch). Het gaat daarbij niet alleen over het watersysteem zelf, maar ook over hoe er met het watersysteem en met de aanpak en manier van (samen)werken kan worden bijdragen aan bijvoorbeeld een vitaal platteland, gezondheid, goede biodiversiteit en aan mogelijkheden voor recreatie. 3. Schoon water In dit programma worden de doelen en activiteiten binnen de afvalwaterketen beschreven. Het zuiveren van afvalwater speelt hierin een centrale rol. Met goed gezuiverd afvalwater wordt immers een belangrijke bijdrage geleverd aan een gezond en natuurlijk watersysteem. Dit geldt voor het werkgebied van Waterschap Aa en Maas, maar ook voor de Maas, die een bron is voor de drinkwatervoorziening van West-Nederland.

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

85

Keur De Keur is een waterschapsverordening en omvat samen met de Waterwet alle gebodsen verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Keur is verder uitgewerkt beleids- en algemene regels. Het waterschap maakt bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote (toename verhard oppervlak groter dan 10.000 m2) en kleine plannen (toename verhard oppervlak tussen de tussen de 500 m2 en 10.000 m2). Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Dit heeft ertoe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatie-eis, namelijk 60 mm waterberging per m2 verhard oppervlak. Voor plannen met een toename van het verharde oppervlak minder dan 500 m2 geldt geen compensatie-eis. Legger De Keur verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Keur vast in een overzichtskaart van het waterbeheersgebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven.

Digitale Watertoets De watertoets moet ervoor zorgen dat bij ruimtelijke plannen en besluiten voldoende rekening wordt gehouden met water en watervoorzieningen. Slim gebruik van water en ruimte kan de leefomgeving van mens en dier verbeteren. En het verkleint de kans op problemen zoals onvoldoende veilige dijken, wateroverlast of een slechte waterkwaliteit. Het resultaat is een ruimtelijk plan dat waterbestendig is. Waterschap Aa en maas doet een eerste toets via www.dewatertoets.nl. Daar kan voor ieder plan een vragenlijst ingevuld worden op basis waarvan direct het waterbelang wordt aangegeven. Er zijn drie mogelijke uitkomsten: 1. geen waterbelang: Er is een functiewijziging zonder relevante wateraspecten; 2. verkorte procedure: U heeft een klein plan met weinig relevante wateraspecten; 3. normale procedure: U heeft een groot plan met meerdere relevante wateraspecten. Als de uitkomst geen waterbelang of verkorte procedure is worden geen aanvullende zaken meer van de initiatiefnemer verwacht en kan het plan o.b.v. water doorgang vinden. Als de uitkomst normale procedure is dient de waterparagraaf nader uitgewerkt te worden, overleg gevoerd te worden met het waterschap en zal het waterschap teneinde een advies uitbrengen.

Beleid gemeente Bernheze In het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ staat omschreven dat de gemeente Bernheze een - niet-verplichtende - verwachting uitspreekt dat inwoners van de gemeente hemelwater zoveel mogelijk zelf opvangen en bergen. De hydrologische uitgangspunten van de Brabantse waterschappen zoals bovenstaand omschreven

Bestemmingsplan ‘Landgoed De Berkt Heesch’ – 26 juli 2023

86

worden door de gemeente Bernheze in principe nageleefd maar zijn niet leidend; de gemeente Bernheze is het bevoegde gezag aangaande het verwerken van hemelwater. De ondergrens van de toename van het verharde oppervlak met 500 m2, waarbij volgens de Keur van de Brabantse waterschappen geen compensatie noodzakelijk wordt geacht, wordt door de gemeente Bernheze bijvoorbeeld niet gehanteerd. In Bernheze geldt conform het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ dat bij (her)ontwikkeling in de vorm van ver- of nieuwbouw het de voorkeur heeft dat het gehele plan aan 60 mm berging voldoet. Naast het ‘Gemeentelijk Rioleringsplan 2020 t/m 2023’ heeft de gemeente op 1 november 2021 de ‘Verordening fysieke leefomgeving’ vastgesteld. Hierin is met betrekking tot het onderwerp hemelwater opgenomen dat tot 500 m2 toevoeging aan verharding per m2 minimaal 20 mm berging gerealiseerd moet worden. Consequenties Digitale Watertoets Ten behoeve van onderhavige ontwikkeling is op www.dewatertoets.nl e.e.a. ingevuld. De uitkomst hiervan was als volgt: normale procedure. De samenvatting en watertoets zijn als bijlage 9 bij deze toelichting gevoegd. Gezien de gewenste verhardingstoename, het beleid van het waterschap (meer dan 500 m2 verhardingstoename) en dat van de gemeente Bernheze (voor iedere m2 toename verharding compenseren) geldt dat de verhardingstoename moet worden gecompenseerd.

Specifiek moet in beeld worden gebracht wat de wateropgave is en hoe deze ingevuld wordt. Plandeel Vinkelsestraat Voor dit plan is de toename van het verhard oppervlak maximaal 1700 m². Dit bestaat uit alle gebouwen (2 woningen + bijgebouwen) die worden toegevoegd en de bijbehorende verharding zoals in-/ uitrit, paden en terrassen. Op basis van de gestelde compensatie-eis dient een voorziening van 102 m3 (1700 m2 verharding * 0,06 (m) * 1 = 102 m3) aangelegd te worden. Gekozen wordt om het afstromende hemelwater af te voeren naar het achter de kavels gelegen natuurterrein. Dit is lagergelegen en nog hoog genoeg genoeg dat het water snel weg zal zakken (infiltreren) in de bodem of anders vanaf daar zal afvloeien naar de achtergelegen poel of sloten. Deze voorziening kan worden beschreven als een vloeiveld, waarnaar het water - dat afkomstig is van de daken en verhardingen op de kavels - afvloeit. De wijze waarop deze afvloeiing plaatsvindt zal uitgedimensioneerd worden in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning en in dat kader door de initiatiefnemer voor akkoord moeten worden voorgelegd aan de gemeente Bernheze. Het ‘vloeiveld’ is dusdanig groot dat het ruimschoots voorziet in de benodigde bergingscapaciteit van 102 m3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=5ac8afef-4b24-44a5-80dc-34d7c04968fa