CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Plantoelichting

Raadsvergadering 16 maart 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vergaertweg 4, Heesch *25.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

vasthouden / infiltreren 3. bergen en afvoeren 34 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

4. afvoeren naar oppervlaktewater (direct of indirect) 5. afvoeren naar de riolering De waterschappen vragen aan initiatiefnemers deze voorkeursvolgorde te doorlopen en te beargumenteren voor welke optie wordt gekozen. ‘Vasthouden’ betekent infiltratie in de bodem. Als hergebruik en (volledige) infiltratie niet mogelijk zijn, is afvoer naar een oppervlaktewater / riolering mogelijk. In dit geval kan een compenserende berging noodzakelijk zijn. Bij het toepassen van deze voorkeursvolgorde zoeken de waterschappen de samenwerking met de gemeenten. Via de waterparagraaf worden eenduidige eisen gesteld voor de initiatiefnemers. Wanneer de waterparagraaf van een bestemmingsplan de schriftelijke instemming heeft verkregen van het waterschap en de in de waterparagraaf genoemde maatregelen zijn uitgevoerd wordt daarmee voldaan aan de algemene regel. Omdat niet alle plannen een door het waterschap goedgekeurd waterparagraaf hebben, ziet het waterschap de noodzaak een grens te benoemen. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen of afgekoppeld verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer.

Dit heeft er toe geleid dat voor kleine plannen kan worden volstaan met het toepassen van een eenvoudige rekenregel voor het bepalen van de compensatieopgave. In de keur is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: • • • •

Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van het verhard oppervlak tussen 2.000 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel:

Benodigde retentiecapaciteit (in m3 ) = toename verhard oppervlak (in m2 ) x gevoeligheidsfactor x 0,06. De voorziening dient daarbij te voldoen aan de volgende voorschriften: • •

•

De bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; De afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen.

35 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Gemeente Het waterbeleid van de gemeente Bernheze is onder meer vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2016-2020. Het GRP is tot stand gekomen in overleg met waterschap Aa en Maas. Hiermee is gewaarborgd dat de gemeentelijke plannen en maatregelen zijn afgestemd. Daarnaast is ten aanzien van het plan aangesloten op de uitgangspunten zoals opgenomen in de Notitie hemelwaterbeleid Bernheze zoals een “hydrologisch neutrale invulling” bij nieuwe ontwikkelingen. Voor de invulling van de “hydrologisch neutrale invulling” wordt aansluiting gezocht met de uitwerking hiervan door waterschap Aa en Maas. De gemeente Bernheze stelt dat verantwoord afkoppelen op twee manieren kan worden uitgevoerd. Bij de ene situatie wordt het hemelwater vastgehouden op het eigen terrein. Voor de andere situatie wordt aangesloten op gemeentelijke voorzieningen. In het beleid van de gemeente Bernheze zijn verder regels opgenomen om bij bouwplannen een duurzame omgang met regenwater eventueel te verplichten. Dit geldt zowel voor nieuwbouw als voor herbouw. Met de wet is specifiek aangegeven dat de perceeleigenaar een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de verwerking van hemelwater op zijn eigen terrein, mits doelmatig. Hiertoe heeft zij het mogelijk gemaakt om per verordening bewoners te verplichten om regenwater af te koppelen.

Ten aanzien van de afkoppelverordening wordt verwezen naar bijlage II van het document “Bernheze notitie hemelwaterbeleid”. Verhard oppervlak Op de planlocatie is een vakantiepark gelegen (vakantiepark ‘Zevenbergen’). Op het vakantiepark zijn 21 vakantiewoningen gevestigd. Daarnaast is een receptie, dierenverblijf, carport, wasserette, opslag, vuildepot en een tennisbaan aanwezig. De planlocatie bestaat verder uit bos en is nagenoeg onverhard. Ten zuiden van de planlocatie ligt de Vergaertweg. De initiatiefnemer is voornemens om de planlocatie te herontwikkelen. De herontwikkeling voorziet in de bouw van 12 nieuwe vakantiewoningen. Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt vooralsnog uitgegaan van een oppervlak van ± 2.400 m2 (met inbegrip van bijgebouwen, erf verharding en/of bestrating). Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling het verhard oppervlak toenemen met 700 m2. Waterbergingsopgave Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 42 m3 (700 m2 x 0,06m). Hemelwaterafvoersysteem In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen het plangebied worden verwerkt.

Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. 36 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Op basis van de uitgangspunten en randvoorwaarden die door de gemeente Bernheze worden gesteld, kan de waterbergingsopgave als volgt worden verwerkt, door: ▪ Regenwater per vakantiewoning (deels) op te vangen in een regenton/regenzuil; ▪ Regenwater te infiltreren: o door de regenpijp af te zagen en met een bocht (in een laagte) te laten lopen o door de aanleg van een grindbed rondom de vakantiewoningen. o door de aanleg van een wadi. o door de aanleg van infiltratiekratten. o door de aanleg van een zakgreppel of een zaksloot. Riolering Geconstateerd is dat de capaciteit van het bestaande rioolstelsel niet toereikend is. In overleg met de gemeente is hiervoor een oplossing gevonden. Initiatiefnemer draagt bij aan de kosten van deze oplossing. Dit is geregeld in de anterieure overeenkomst. SAMENVATTING De planlocatie is in gebruik als vakantiepark “Zevenbergen”. Op de planlocatie zijn 21 vakantiewoningen gevestigd. Verder is een receptie, dierenverblijf, carport, wasserette, opslag, vuildepot en een tennisbaan aanwezig. De planlocatie bestaat verder uit bos en is nagenoeg onverhard. De initiatiefnemer is voornemens om het planlocatie te herontwikkelen. De herontwikkeling voorziet in de bouw van 12 nieuwe vakantiewoningen op vakantiepark “Zevenbergen”. Als gevolg van de ontwikkeling zal het verhard oppervlak toenemen.

Op basis van de toename in het verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal circa 42 m3. Dit is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van het bestemmingsplan. In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) niet direct op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat binnen de planlocatie worden verwerkt. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Op basis van de uitgangspunten en randvoorwaarden die door de gemeente Bernheze worden gesteld, kan de waterbergingsopgave als volgt worden verwerkt, door: ▪ Regenwater per vakantiewoning (deels) op te vangen in een regenton/regenzuil; ▪ Regenwater te infiltreren: o door de regenpijp af te zagen en met een bocht (in een laagte) te laten lopen o door de aanleg van een grindbed rondom de vakantiewoningen. o door de aanleg van een wadi. 37 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

o o

door de aanleg van infiltratiekratten. door de aanleg van een zakgreppel of een zaksloot.

CONCLUSIE Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de bestemmingswijziging en de uitvoering van het plan.

5.2 Natuur Door Econsultancy is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport, d.d. 3 december 2018, nummer 6391.003 is als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Het onderzoek is uitgevoerd middels het verrichten van een veldbezoek en een bureauonderzoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid van geschikt habitat en de daarbij te verwachten beschermde soorten, gesitueerd op of nabij de onderzoekslocatie. Het veldbezoek is afgelegd op 19 november 2018. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslocatie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat. Verder is aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke bijzondere planten- en diersoorten ervoor kunnen komen op de onderzoekslocatie en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Noord-Brabant geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna zijn uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) opgevraagd. TOETSING AAN GEBIEDSBESCHERMING Natura 2000-gebieden De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of grenst niet direct aan dat aangewezen is als Natura 2000-gebied.

Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Rijntakken, bevindt zich op circa 15 kilometer afstand ten noordwesten van de onderzoekslocatie. In paragraaf 5.13 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan. Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie zelf maakt geen deel (meer) uit van het Natuurnetwerk (zie onderstaande afbeelding).

38 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Initiatiefnemers van ingrepen binnen of in de directe nabijheid van het Natuurnetwerk Nederland dienen de effecten van de ingreep op kernkwaliteiten en omgevingscondities te onderzoeken. Initiatiefnemer heeft hierover uitgebreid overleg gehad met de provincie op 16 september 2019. Doel van het gesprek was om helder te krijgen onder welke voorwaarden de provincie ‘mee wil werken’ aan het initiatief. Uitgangspunt was dat de initiatieflocatie in het vigerende bestemmingsplan reeds een recreatieve bestemming en een bouwvlak heeft. Conclusies/afspraken provincie, d.d. 16 september 2019 1. De bovengenoemde kaart van de Interim omgevingsverordening bevat kennelijk een fout: het plangebied is onterecht aangeduid als Natuur Netwerk Brabant. Het gebruik ten behoeve van het recreatieterrein is planologisch reeds lange tijd toegestaan binnen het Natuur Netwerk. 2. De provincie zal ambtelijk de kaart van de Verordening ruimte aanpassen in die zin dat de initiatieflocatie uit het NNB wordt gehaald (herbegrenzing). 3. Compensatie door de initiatiefnemer is niet nodig. 4. In het op te stellen bestemmingsplan zal de initiatieflocatie – overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan Buitengebied – de bestemming Recreatie krijgen, maar wel met een aanduiding ‘Natuur’. 5. We zoeken uit wat de hoeveelheid bebouwde oppervlakte wordt.

Voor het resterende gedeelte (uitgedrukt in percentage) zal in de regels van het nieuwe bestemmingsplan worden opgenomen, dat het ‘groen’ moet blijven. We hanteren daar de term ‘bebost karakter’ voor. 6. Er moet een duidelijke regeling komen voor de toegestane bebouwde oppervlakte centrale voorzieningen en maximaal aantal huisjes; 7. Het opgestelde inrichtingsplan zal de basis vormen voor de kwaliteitsverbetering. Dit zal worden geborgd in de regels middels een voorwaardelijke verplichting: zowel aanleg als instandhouding. Effectenbeoordeling op het Natuurnetwerk Brabant Hoewel de initiatieflocatie zelf met de aanpassing van de provinciale verordening niet meer is gelegen binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) moet bij een ontwikkeling wel worden beoordeeld in hoeverre de ontwikkeling effect heeft op het omliggende NNB. 39 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Door Ecologisch adviesbureau Eceau is hier onderzoek naar gedaan. De rapportage, d.d. 9 mei 2022, kenmerk ROC-1VO201002 is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uitgangspunten In het kader van de ontwikkeling wordt zo min mogelijk gewijzigd aan de bestaande natuur. De bungalows worden zo veel mogelijk ingepast zodat bomen behouden kunnen blijven; enkele dierenverblijven, hagen en/of andere kunstmatig aangebrachte elementen worden verwijderd voor de ontwikkeling van de bungalows. Bij de aanleg van tuinelementen en inrichting rondom de te realiseren bungalows wordt zo veel mogelijk een natuurlijke situatie als leidraad aangehouden. Bij (grote) ruimtelijke ingrepen waarbij het redelijkerwijs aan te nemen is dat beschermde soorten potentieel voorkomen is men verplicht aan te tonen dat de beoogde ontwikkeling niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. Op basis van de uitgevoerde ecologische quickscan door Econsultancy kon worden geconcludeerd dat de locatie van de ontwikkeling onderdeel uitmaakte van het Natuurnetwerk Brabant en er dus sprake zou zijn van oppervlakteverlies van het Natuurnetwerk. Hiervoor is aanvullend een effectenonderzoek door Econsultancy opgesteld. Op de kaarten van het Natuurnetwerk Brabant op onder andere kaartbank.brabant.nl en atlasleefomgeving.nl wordt de locatie, op enkele bouwvlakken na, weergegeven als Natuurnetwerk Brabant.

Echter is uit communicatie met de provincie Noord-Brabant gebleken dat het gehele vakantiepark geen onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Brabant. Deze wijziging werd in november 2020 gecorrigeerd. Naar aanleiding van de verduidelijking van de contouren van het Natuurnetwerk Brabant is derhalve een gewijzigd ecologisch onderzoek benodigd, omdat er geen sprake meer is van oppervlakteverlies. De ontwikkeling vindt in zijn geheel plaats buiten het Natuurnetwerk Brabant en er is geen sprake van groot grondverzet. Gezien dat de ontwikkeling enkel kan leiden tot een extern effect en het een relatief kleine ontwikkeling betreft, kan aantasting van de volgende aspecten per definitie uitgesloten worden: areaal, geomorfologische en aardkundige waarden en processen, waterhuishouding en landschapsstructuur. De overige wezenlijke kenmerken en waarden zijn hieronder verder uitgewerkt: natuurkwaliteit, kwaliteit van water, bodem en lucht, rust en stilte, donkerte en openheid en belevingswaarde. Aspect: Natuurkwaliteit Uit de ecologische quickscan, aangevuld met het veldbezoek in het kader van onderhavig onderzoek, is gebleken dat de omgeving van de ontwikkellocatie mogelijk een algemene functie heeft voor flora en fauna. Voor vleermuizen zijn vlieg- en foerageerroutes potentieel aanwezig binnen de grenzen van het plangebied en de directe omgeving daarvan.

Voor algemene broedvogels zijn diverse potentiële nestlocaties aanwezig, waaronder bomen, struiken en ander groen. Voor soorten als alpenwatersalamander, kamsalamander en levendbarende hagedis is geen essentieel leefgebied aanwezig, maar kan het sporadische voorkomen ervan niet uitgesloten worden, aangezien op ca. 100m afstand enkele poelen gesitueerd zijn. De ontwikkeling betreft hoofdzakelijk het realiseren van vakantiebungalows binnen een thans bestaand vakantiepark. Direct fysieke veranderingen aan het omliggende Natuurnetwerk treden niet 40 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

op. Het vakantiepark is intensief in gebruik voor recreatie door middel van vakantiefaciliteiten zoals speeltoestellen, dierenverblijven en bungalows. Het realiseren van bungalows op een locatie waar thans recreatie plaatsvindt zal niet leiden tot een verandering in verstoringsintensiteit naar de directe omgeving, mits in het kader van verlichting enkele zaken in acht gehouden worden. Het is namelijk mogelijk dat strooilicht algemeen voorkomende dieren en vleermuizen kan verstoren en in het verlengde daarvan leidt tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant. Om te voorkomen dat dergelijke verstoring optreedt, zowel gedurende de uitvoering van de ontwikkeling als in de toekomstige situatie, dient aanvullende verlichting tot een minimum beperkt te worden, waarbij eventueel te plaatsen (bouw)verlichting dermate geplaatst wordt dat strooilicht naar het Natuurnetwerk voorkomen wordt. Aanvullend is in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen dat de zuidelijke border en diverse andere locaties binnen het plangebied aangeplant worden met een dichte vegetatiestructuur.

De toename in bewegingen (optische verstoring), realisatie van verlichting bij de vakantiehuisjes (lichtverstoring) en eventuele geluidsvorming (geluidsverstoring) door aanwezige gasten, wordt vrijwel geheel gedempt door de groenstructuur zoals opgenomen in het landschappelijks inpassingplan Aspect: Kwaliteit van water, bodem en lucht De ontwikkeling betreft het realiseren van een aantal vakantiebungalows waar thans bungalows binnen een vakantiepark gevestigd zijn. Van grote ingrijpende wijzigingen is geen sprake. In het kader van water zijn geen oppervlaktewateren aanwezig binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. De gemiddelde grondwaterstand in de omgeving van het plangebied ligt op circa 13m ten opzichte van het N.A.P, waarbij maaiveld op circa 16,5m ligt ten opzichte van het N.A.P. De gemiddelde grondwaterstand ligt rond de 2,5m tot 3m. Gelet op de beperkte ingreep, waarbij geen groot grondverzet plaatsvindt, watergangen gegraven worden, poelen worden aangelegd of andere werkzaamheden waarbij aantasting van het grondwater te verwachten is, kan een verandering in waterkwaliteit buiten de grenzen van het plangebied uitgesloten worden. Dit gaat tevens op voor de bodemkwaliteit. Het realiseren van enkele bungalows resulteert per definitie niet in een aantasting van de luchtkwaliteit.

Bijkomend effect van het realiseren van extra vakantiebungalows is een toename in recreanten en toename in seizoensgebonden verkeersintensiteit. Een toename in verkeersintensiteit leidt tot een toename van fijnstof in de lucht. Gezien de ligging van de locatie nabij het veel bezochte Bomenpark, een stacaravanpark, een golfbaan, de A59 en de A50, zal de toename van het seizoensgebonden verkeer verwaarloosbaar zijn. Een significant effect op de luchtkwaliteit van het nabijgelegen Natuurnetwerk Brabant kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Zie overigens ook de beschrijving van deze aspecten hieronder in dit hoofdstuk. Aspect: Rust en stilte Thans is het plangebied in gebruik als vakantiepark en wordt de omgeving hoofdzakelijk geütiliseerd als recreatiegebied door wandelaars, fietsers, sportgroepen, ruiters en menners. Door vrijwel het gehele Natuurnetwerk Brabant gebied lopen diverse wandel- en fietspaden, zowel verhard als onverhard. Aanvullend wordt het Vakantiepark, alsmede het Natuurnetwerk, aan de noordzijde 41 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

omgeven door de A59, aan de oostzijde door de A50, aan de westzijde door het Bomenpark (Arboretum) en aan de zuidzijde door een golfbaan. Het realiseren van een 12-tal vakantiebungalows zal geen significante invloed hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant in het kader van rust en stilte. Aspect: Donkerte en openheid De directe omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit bos, betreffende N16.03 ‘Droog bos met productie’ en in het zuidwesten N15.02 ‘Dennen-, eiken-, en beukenbos’. De locatie zelf beschikt over vergelijkbare eigenschappen als N16.03 ‘Droog bos met productie’ aangevuld met bebouwing, vakantieparkfaciliteiten en dierenverblijven. Het boskarakter is een van de speerpunten van het park, welke de initiatiefnemer zo veel mogelijk zal behouden. De vakantiebungalows worden ingepast tussen de bomen waar mogelijk. Een wijziging in donkerte en openheid zal derhalve niet optreden buiten de grenzen van het plangebied en er is derhalve geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Brabant. Aspect: Belevingswaarde Het Natuurnetwerk Brabant in de omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit N16.03 ‘Droog bos met productie’. Het vakantiepark zelf heeft tevens een bosrijk karakter. In de huidige situatie bestaat het plangebied al uit een omheind vakantiepark.

Het realiseren van extra bungalows resulteert niet in een wijziging van de uiterlijke kenmerken van het gebied. De belevingswaarde blijft identiek aan de huidige situatie, aangezien de ontwikkeling bestaat uit het realiseren van vakantieparkelementen binnen een bestaand vakantiepark. Conclusie effecten NNB: De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op het omliggende Natuurnetwerk Brabant. TOETSING AAN SOORTENBESCHERMING Het voorkomen van planten- en diersoorten in een gebied wordt mede bepaald door de aanwezigheid van geschikt leefgebied. Een soort kan in zijn leefgebied gebruik maken van verschillende plekken om te verblijven. Al deze plekken (biotopen) kunnen een bepaalde functie voor de soort vervullen. In dit hoofdstuk wordt op basis van het aanwezige habitat / verblijfsmogelijkheden samen met verspreidingsgegevens beschreven welke beschermde soorten binnen de onderzoekslocatie kunnen voorkomen. Afhankelijk van de soort wordt ingegaan op de potentiële aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en verbindingsroutes. Tevens wordt beoordeeld of de voorgenomen plannen een negatief effect kunnen hebben op de mogelijk aanwezige beschermde soorten. Vogels Broedvogels (nesten jaarrond beschermd) Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn.

Binnen het buitengebied kunnen dit zijn: huismus, steenuil, roek, sperwer, ransuil, havik, buizerd en boomvalk. 42 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Vanwege het ontbreken van geschikte nestmogelijkheden kunnen de steenuil en roek op voorhand worden uitgesloten. De steenuil broedt voornamelijk in natuurlijke holtes in wilgen op kleinschalige cultuurlandschappen met een variatie aan houtwallen, heggen, weitjes, knoestige bomen, nestkasten, kleine schuurtjes en in de nok van grotere schuren. Roeken broeden voornamelijk met grote groepen in de toppen van hoge bomen. Beide habitats ontbreken op en rondom de onderzoekslocatie. Huismus De bungalows op de onderzoekslocatie bieden elk potentiële broedgelegenheden voor de huismus vanwege de aanwezigheid van geschikte openingen onder dakpannen. De omstandigheden voor het waarnemen van broedlocaties van de huismus waren gedurende het veldbezoek niet geschikt. Huismussen broeden tussen begin maart en eind juni, wanneer ze in de vroege ochtend het beste waar te nemen zijn. Aangezien tijdens de voorgenomen plannen geen bungalows gesloopt of gerenoveerd worden, zullen mogelijk aanwezige nestlocaties van de huismus niet aangetast worden. Hiermee kan de huismus buiten beschouwing worden gelaten. Buizerd, sperwer, ransuil, havik en boomvalk Volgens verspreidingsgegevens worden in het gebied op en rond de onderzoekslocatie waarnemingen gedaan van buizerd, sperwer, ransuil, havik en boomvalk.

De hoge bomen op en rondom de onderzoekslocatie konden door het ontbreken van bladerdek goed worden onderzocht op de aan- of afwezigheid van nesten, Tijdens het veldbezoek zijn geen grote nesten waargenomen welke potentieel in gebruik kunnen zijn als broedlocatie door een van de desbetreffende soorten. Als gevolg van de voorgenomen plannen zal dan ook geen leefgebied van de buizerd, ransuil, sperwer, havik en/of boomvalk verloren gaan. Het is vooralsnog onzeker of de aanwezige boomopstanden duurzaam behouden zullen blijven. De plannen zouden daarom in de toekomst een aantasting kunnen vormen voor mogelijk te vestigen jaarrond beschermde soorten zoals de buizerd, sperwer, ransuil, havik of boomvalk. Overige broedvogels De directe omgeving van de onderzoekslocatie biedt door de aanwezigheid van opgaand groen, geschikte nestgelegenheid aan broedvogelsoorten zoals merel, heggenmus, winterkoning, roodborst en houtduif. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming zijn te voorkomen (zie hoofdstuk 6 van de bijgevoegde rapportage). De broedvogels waarvan het nest in uitzonderlijke gevallen eveneens jaarrond is beschermd, zijn voornamelijk holenbroeders, zoals broomkruiper, gekraagde roodstaart en pimpelmees of makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai.

Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van holen en grote nesten. Daarnaast gaat het hierbij om algemeen voorkomende soorten, die ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben. Er zijn derhalve geen bijzondere ecologische omstandigheden die rechtvaardigen dat de nesten van genoemde soorten op de onderzoeks-locatie een jaarrond beschermde status zouden moeten hebben. Het werken buiten het broedseizoen is voldoende om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen.

43 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en vleermuizen en planologie (Limpens H. en Regelink J., 2017) is de onderzoekslocatie gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laat-vlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, meervleermuis, Brandt's vleermuis, baardvleermuis en watervleermuis. Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie Binnen de onderzoekslocatie bevinden zich bungalows geschikt voor vleermuizen. Echter gezien tijdens de voorgenomen plannen geen bungalows gesloopt of gerenoveerd worden zullen mogelijk aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen niet aangetast worden. Om te voorkomen dat mogelijk aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen in de reeds aanwezige bebouwing geen negatieve invloed ondervinden van de werkzaamheden en toekomstige situaties dient er geen wezenlijke toename in verlichting binnen het plangebied plaats te vinden. Tevens wordt het afgeraden om met bouwverlichting te werken in de nachtelijke uren. De aanwezige bomen op de onderzoekslocatie zijn onderzocht op holtes, spleten en/of loshangend schors, welke kunnen dienen als potentiële vaste rust- en verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen.

Deze zijn niet aangetroffen en daarmee zijn verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen eveneens uit te sluiten. Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Het is door de onderlinge afstand tot de bebouwing in de omgeving niet aannemelijk dat er in de directe invloedssfeer van de onderzoekslocatie potentiële verblijfplaatsen aanwezig zijn die negatieve invloed kunnen ondervinden van de werkzaamheden. Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal, gelet op het aanwezige habitat, gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen als gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, meervleermuis, Brandt's vleermuis, baardvleermuis en watervleermuis om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen wanneer er geen wezenlijke toename in verlichting binnen de onderzoekslocatie geplaats wordt. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen, in de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig. Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels, beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden.

Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken op de onderzoekslocatie, worden er geen potentiële vliegroutes verstoord.

44 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Overige zoogdieren Alle zoogdieren in Nederland zijn beschermd. Voor sommige algemeen voorkomende soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Op deze wijze is er onderscheid te maken in streng beschermde en minder streng beschermde soorten. Volgens verspreidingsgegevens van de NDFF en Broekhuizen et. al. (2016) ligt de onderzoekslocatie binnen het verspreidingsgebied van de volgende streng beschermde grondgebonden zoogdieren: bunzing, das, eekhoorn, hermelijn, steenmarter en wezel. Streng beschermde soorten Eekhoorn De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de eekhoorn. De hoge bomen op de onderzoekslocatie konden door het ontbreken van bladerdek goed worden onderzocht op de aanwezigheid van nesten. Er zijn geen nesten van eekhoorns aangetroffen, zodat de aanwezigheid van een vaste- rust of verblijfplaats van eekhoorn kan worden uitgesloten. Bunzing, wezel en hermelijn De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de bunzing, wezel en hermelijn. De bunzing, wezel en hermelijn maken gebruik van oude holen van onder andere konijnen, mollen en muizen, maar ook houtwallen, steenhopen, holle bomen, ruimtes onder boomwortels, hooizolders en stallen. Desbetreffende soorten hebben binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Op de onderzoekslocatie zijn geen holen van konijnen en muizen aangetroffen.

Wel zijn binnen de onderzoekslocatie meerdere takkenhopen aangetroffen die minimaal geschikt zijn als vaste rust- en verblijfplaatsen voor de bunzing, wezel en hermelijn (zie figuur 9). Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Gelet op het ontbreken van sporen, de minimale geschiktheid van de onderzoekslocatie en in combinatie met de aard van de plannen (woningbouw) kan worden gesteld dat de voorgenomen plannen geen negatieve effect hebben voor de bunzing, hermelijn en wezel. Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Deze soort komt in de omgeving veelvuldig voor. Steenmarters gebruiken hooizolders, loze ruimtes onder het dak, schuurtjes, takkenrillen en holen van onder andere konijnen als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen, zoals uitwerpselen of prooiresten, aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. Bij intensief gebruik van een locatie door deze soort zijn dergelijke sporen vrij eenvoudig aan te treffen. Gelet op het ontbreken ervan kan worden gesteld dat de onderzoekslocatie niet in gebruik is door de steenmarter.

Das De das komt volgens de verspreidingsgegevens voor in de omgeving. De onderzoekslocatie is door het ontbreken van reliëf en/of schuilmogelijkheden ongeschikt als vaste rust- en verblijfplaats door

45 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

dassen. Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving eveneens geen loop- of eetsporen, latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Daarnaast is het hele terrein omheind en zijn er geen tunnels onder het hekwerk aangetroffen. Dassen zullen eerder hun leefgebied hebben in het nabij gelegen bosgebied. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor geen vrijstelling geldt, is tijdens het veldbezoek niet vastgesteld. Vanwege het ontbreken van geschikt habitat kan het voorkomen ervan redelijkerwijs worden uitgesloten. Licht beschermde soorten De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als konijn, egel, mol en diverse muizensoorten. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat vaste rust- en verblijfplaatsen van desbetreffende soorten vernietigd worden. Reptielen, amfibieën en vissen Reptielen Volgens verspreidingsgegevens van RAVON (van Delft et al. 2015), de NDFF en de werkatlas amfibieën en reptielen Noord-Brabant (Van Delft & Schuitema, 2005) is binnen enkele kilometers in de afgelopen 10 jaar van de onderzoekslocatie de levendbarende hagedis waargenomen.

Reptielen zoals de levendbarende hagedis stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren, waaronder enigszins vochtige heide of heide met vennen, spoorbermen, bosranden en ruigten. Op de onderzoekslocatie bevinden zich bosranden en ruigten waar de levendbarende hagedis kan voorkomen. Doordat de werkzaamheden plaatsvinden op een braakliggend deel (aan de westzijde van de onderzoekslocatie) en op een speelplaats voor kinderen met zand en speeltoestellen (aan de oostzijde van de onderzoekslocatie) is het niet aannemelijk dat er een bestaande populatie verstoord wordt tijdens de werkzaamheden. Hierbij is het wel van belang dat de huidige takkenrillen ongedeerd blijven. Daarnaast is het niet uit te sluiten dat incidenteel een individu op of nabij de onderzoekslocatie kan voorkomen. Amfibieën Volgens gegevens van RAVON (van Delft et al. 2015) en de NDFF zijn binnen enkele kilometers in de afgelopen 5 jaar rondom de onderzoekslocatie de volgende streng beschermde soorten waargenomen: alpenwatersalamander en kamsalamander. Alpenwatersalamander en kamsalamander De alpenwatersalamander is een streng beschermde soort die weinig kritisch is over zijn habitat. De soort heeft een voorkeur voor zandige leemgronden, waar hij voorkomt in beboste gebieden (loofbos) of kleinschalige landschappen met heggen en struwelen.

In het voorjaar komt de soort in allerlei typen water voor, zolang het niet snel stromend of rijk aan vis is. In de winter overwintert de soort op het land. 46 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

De kamsalamander is vrij zeldzaam en wordt landelijk gezien als een kwetsbare soort, die in zijn verspreiding achteruit gaat. Zijn voorkeur gaat uit naar kleinschalige landschappen met bospercelen, heggen en struwelen. Het voortplantingsbiotoop bestaat voornamelijk uit matig voedselrijke tot voedselrijke, stilstaande wateren met een goed ontwikkelde onderwatervegetatie. De wateren mogen niet geheel beschaduwd zijn en moeten permanent water bevatten. Op de onderzoekslocatie zelf bevinden zich geen waterpartijen, dit maakt de onderzoekslocatie ongeschikt als voortplantingsgebied. Ten westen en noorden van de onderzoekslocatie bevindt zich echter op 90 meter een poel die mogelijk geschikt is voor de alpenwatersalamander en kamsalamander. Op de onderzoekslocatie bevinden zich bosranden en ruigten die de alpenwatersalamander en kamsalamander kunnen gebruiken als landhabitat. Doordat de werkzaamheden plaatsvinden op een braakliggend deel (aan de westzijde van de onderzoekslocatie) en op een speelplaats voor kinderen met zand en speeltoestellen (aan de oostzijde van de onderzoekslocatie) is het niet aannemelijk dat er een bestaande populatie verstoord wordt tijdens de werkzaamheden. Hierbij is het wel van belang dat de huidige takkenrillen ongedeerd blijven. Het wordt geadviseerd om te werken met een ecologisch werkprotocol.

Algemene soorten De onderzoekslocatie vormt tevens geschikt landhabitat en voortplantingshabitat voor algemene amfibieënsoorten als bruine kikker en gewone pad. De vijver die zich aan de westzijde van de onderzoekslocatie bevindt kan onderkomen bieden aan beide soorten. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de ruigte en onder de takkenhopen. De voorgenomen werkzaamheden kunnen mogelijk negatieve gevolgen voor individuen van algemene soorten hebben, derhalve dient hier rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Conclusies soortenbescherming Als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie kunnen er overtredingen van verbodsbepalingen uit soortbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming optreden. In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke soorten er sprake is van dreigende overtreding van de Wet natuurbescherming en of met eenvoudige maatregelen overtreding is te voorkomen. Verder wordt beschreven voor welke soorten een vervolgtraject noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat toetsing van de ingreep aan de Wet natuurbescherming op basis van de huidige onderzoeksinspanning niet mogelijk is, en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van ontheffingen.

Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, idien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

47 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Algemene grondgebonden zoogdieren Voor de te verwachten soorten geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van graafwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door het verwijderen van stenenstapels, takkenhopen, bladeren en andere materialen die door langdurige opslag of aanwezigheid schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom buiten de gevoelige periode van voortplanting of winterrust plaats te vinden. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Reptielen Ondanks dat de aanwezigheid van een vaste rust- en/of verblijfplaats van de levendbarende hagedis is uitgesloten, is het niet uit te sluiten dat binnen het plangebied een zwervend individu kan worden aangetroffen.

Aangezien het hier niet gaat om een vaste rust- en/of verblijfplaats als bedoeld onder de Wet natuurbescherming, geldt dan ook dat er geen sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming. Wel dient bij het onverhoopt aantreffen van een zwervend individu van de levendbarende hagedis rekening gehouden te worden met de algemene zorgplicht als aangeven bij algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Amfibieën Alpenwatersalamander en kamsalamander De poelen op 90 meter afstand van de onderzoekslocatie vormen mogelijk een onderdeel van het functioneel leefgebied van de alpenwatersalamander en kamsalamander. Het beschadigen, vernietigen of opzettelijk verstoren van functioneel leefgebied van streng beschermde soorten vormt een overtreding op de Wet natuurbescherming. Door de bouw van de bungalows kan dit mogelijk leiden tot het beschadigen, vernietigen of opzettelijk verstoren van landhabitat van de alpenwatersalamander en kamsalamander. Wanneer dit het geval is, vormt dit mogelijk een overtreding op de Wet natuurbescherming, waarvoor mogelijk ontheffing dient te worden aangevraagd. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dient ten aanzien van desbetreffende soorten gewerkt te worden met een ecologisch werkprotocol. Algemene amfibieën De werkzaamheden kunnen verstorend werken voor amfibieën die zich op de onderzoekslocatie bevinden.

Door de werkzaamheden kunnen dieren gewond raken of worden gedood. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen een vrijstelling van de Wet natuurbescherming, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te 48 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het doden of verwonden kan plaatsvinden indien schuil- of voortplantingslocaties worden beschadigd. Dit kan door het verwijderen van stenenstapels, takkenhopen, bladeren en andere materialen die door langdurige opslag of aanwezigheid schuilplaatsen bieden. Het verwijderen van de materialen dient daarom buiten de gevoelige periode van winterrust plaats te vinden. Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. Overige soort(groep)en Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn wegens het ontbreken van geschikt habitat/verblijfsmogelijkheden, op basis van verspreidingsgegevens, de aanwezigheid van voldoende alternatieven en/of gezien de aard van de ingreep in dit geval niet aan de orde. VOORLOPIGE CONCLUSIE De poelen op 90 meter afstand van de onderzoekslocatie vormen mogelijk een onderdeel van het functioneel leefgebied van de alpenwatersalamander en kamsalamander. Het beschadigen, vernietigen of opzettelijk verstoren van functioneel leefgebied van streng beschermde soorten vormt een overtreding op de Wet natuurbescherming.

Door de bouw van de bungalows kan dit mogelijk leiden tot het beschadigen, vernietigen of opzettelijk verstoren van landhabitat van de alpenwatersalaman-der en kamsalamander. Wanneer dit het geval is, vormt dit mogelijk een overtreding op de Wet natuurbescherming, waarvoor mogelijk ontheffing dient te worden aangevraagd. Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dient ten aanzien van desbetreffende soorten gewerkt te worden met een ecologisch werkprotocol. Op basis van onderhavige quickscan flora en fauna dient voor en tijdens de uitvoering van de plannen middels een ecologisch werkprotocol gewerkt te worden ten aanzien van de alpenwatersalamander en kamsalamander. Om die reden is door Sab Adviseurs aanvullend op de quickscan een Nader onderzoek Wet natuurbescherming uitgevoerd, in de vorm van een ecologisch werkprotocol. Onderstaand wordt hier nader op in gegaan. AANVULLEND ONDERZOEK/WERKPROTOCOL Sab Adviseurs heeft een nader onderzoek Wet natuurbescherming opgesteld. De rapportage, d.d. 15 januari 2020, kenmerk 190204, is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Uit de quickscan flora en fauna is gebleken dat bij de werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met het levendbarende hagedis, alpenwatersalamander en kamsalamander. Onderstaand zal per soort de ecologie van deze soorten beschreven worden.

Verder dient rekening gehouden te worden met algemene broedvogels en algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën zoals bijvoorbeeld rosse woelmuis, egel, bruine kikker en gewone pad.

49 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Levendbarende hagedis Het habitat van de levendbarende hagedis bestaat uit vochtige gebieden zoals natte heiden, drogere delen van moerassen of veengebieden, duinen, open bossen en bosranden. Heide en hoogveen zijn een voorkeurshabitat. De soort wordt ook vaak in bermen, dijken en langs spoorlijnen aangetroffen welke van grote betekenis zijn voor de uitwisseling tussen populaties. Ook in half-natuurlijke graslanden en ruigten kan de soort gedijen. Open plekken om te zonnen zijn een voorwaarde voor vestiging. Winterverblijven bestaan uit vorstvrije plekken in zeggepollen, zandholen of onder boomstronken (Creemers & van Delft, 2009). Conclusie: Het plangebied is niet geschikt als vaste rust- en verblijfplaats voor de levendbarende hagedis. De omgeving van het plangebied is dit echter wel. Het is daarom niet uit te sluiten dat een zwervend individu in het plangebied voorkomt. Alpenwatersalamander en kamsalamander De alpenwatersalamander heeft een voorkeur voor zandige leemgronden waar hij voorkomt in loofof gemengde bossen, of kleinschalige landschappen met heggen of struwelen. Voortplanting vindt plaats in allerlei typen water te vinden zolang het niet snelstromend en niet rijk is aan vis (Goverse et al.). Wanneer de temperatuur ’s avonds boven de vijf graden komt trekken alpenwatersalamanders naar het voortplantingshabitat, meestal is dat rond half maart.

Ze blijven hier dan tot en met juni. Half september hebben ook de larven het voortplantingswater verlaten. Alpenwatersalamanders overwinteren op het land ze zijn dan ten vinden onder hout, stenen, bunkers of in niet bewoonde holen van knaagdieren (Creemers & van Delft, 2009). De kamsalamander komt voor in kleinschalige landschappen met bossen, heggen en struwelen. Dieren trekken half maart naar het voorplantingsbiotoop dat bestaat uit matig voedselrijke tot voedselrijke stilstaande wateren met een goed ontwikkelde onder-watervegetatie. Een poel mag niet geheel beschaduwd zijn en moet permanent water bevatten. De soort heeft een leefgebied in een straal van 300 tot 500 meter rond het voortplantingswater en overwintert tussen november en februari op vorstvrije locaties onder takenstapels of stenen. Sommige kamsalamanders blijven gedurende het hele jaar in het water (Creemers & van Delft, 2009, Goverse et al. 2015). Conclusie: In het plangebied zelf bevinden zich geen waterpartijen, dit maakt de onderzoekslocatie ongeschikt als voortplantingsgebied. Ten westen en noorden van het plangebied bevindt zich echter op 90 meter een poel die mogelijk geschikt is voor de alpenwatersalamander en kamsalamander. In het plangebied bevinden zich bosranden en ruigten die de alpenwatersalamander en kamsalamander kunnen gebruiken als landhabitat.

Doordat de werkzaamheden plaatsvinden op een braakliggend deel (aan de westzijde van de onderzoekslocatie) en op een speelplaats voor kinderen met zand en speeltoestellen (aan de oostzijde van de onderzoekslocatie) is het niet aannemelijk dat er de functionele leefomgeving van de soorten in het geding komt tijdens de werkzaamheden.

50 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

De dieren kunnen echter wel verstoord worden als geen rekening gehouden wordt met hun ecologie. Ecologisch werkprotocol Met de werkzaamheden dient rekening gehouden te worden met landhabitat van de alpenwatersalamander en kamsalamander, zwervende individuen van de levendbarende hagedis, algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën en in gebruik zijnde nesten van algemene broedvogels. Voor de algemene broedvogels, alpenwatersalamander en kamsalamander dient rekening gehouden te worden met de kwetsbare perioden. Door te werken conform de zorgplicht kan rekening gehouden worden met de algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën en zwervende individuen van de levendbarende hagedis. In de praktijk betekent dit ook dat de werkzaamheden zo veel mogelijk buiten kwetsbare perioden van de betreffende soorten plaats dient te vinden. De planning van de werkzaamheden is dus voor alle betreffende soorten essentieel om verstoring te voorkomen. Werken buiten kwetsbare perioden De kamsalamander en alpenwatersalamander leven in de zomer vrijwel uitsluitend in het water en maken in de winter gebruik van hun landhabitat. Als de werkzaamheden in de zomerperiode plaatsvinden is dus redelijkerwijs uit te sluiten dat op dat moment individuen aanwezig zijn in het plangebied (BIJ12, 2017).

Voor algemene grondgebonden zoogdieren geldt ook dat ze in het kader van de zorgplicht de mogelijkheid moeten hebben om het terrein te verlaten. In de winter kunnen deze dieren in winterrust aanwezig zijn in het plangebied en gewond en/of gedood worden door de werkzaamheden. In de zomerperiode hebben ze wel de mogelijkheid om het terrein te verlaten. Ook de levendbarende hagedis is in de zomer actiever en kan gemakkelijk het terrein verlaten tijdens de werkzaamheden. De nesten van algemene broedvogels zijn juist beschermd op het moment dat ze in gebruik zijn. Als vuistregel wordt als broedperiode voor vogels de periode maart tot half augustus aangehouden. Maar ook nesten die in gebruik zijn buiten deze periode zijn beschermd. In onderstaande tabel staan de kwetsbare perioden van de verschillende soorten weergegeven.

51 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Zoals in de bovenstaande tabel te zien is, is er geen periode waar zonder extra maatregelen gewerkt kan worden. Er zijn twee opties om de plannen toch doorgang te geven zonder de verstoring van beschermde soorten te veroorzaken: Optie 1: Het is mogelijk om de werkzaamheden in de zomerperiode te starten ondanks het broedseizoen van algemene broedvogels. Wel dient dan voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden. Nesten van algemene broedvogels zijn alleen beschermd als ze als zodanig in gebruik zijn. Dat wil zeggen dat wanneer uit de broedvogelinspectie blijkt dat er bij aanvang van de werkzaamheden geen nestindicerend gedrag van vogels in het plangebied is waargenomen, de werkzaamheden zonder verdere maatregelen doorgang kunnen vinden. Aangezien het plangebied momenteel al in gebruik is als speelterrein en buitengebied voor de gasten van het vakantiepark en in de omgeving rustigere nestgelegenheid voor vogels aanwezig is, is het goed mogelijk dat er geen nesten in het plangebied aanwezig zullen zijn. Indien tijdens de broedvogelinspectie blijkt dat er toch wel één of meerdere nesten in gebruik zijn in het plangebied, dient dit deel ontzien te worden tot alle vogels zijn uitgevlogen. De werkzaamheden kunnen wel nog steeds van start gaan in de delen waar geen nesten zijn waargenomen.

De broedvogelinspectie en beoordeling van welke gebieden vrijgegeven kunnen worden voor werkzaamheden, dient uitgevoerd te worden door een ter zake kundige ecoloog. Optie 2: Het is ook mogelijk gefaseerd te werk te gaan. De nestmogelijkheden voor broedvogels in het plangebied zijn vrijwel uitsluitend bomen. De overige soorten (amfibieën en zoogdieren) maken hooguit gebruik van ruimte bij de wortels van de bomen, maar niet van de kruinen. Om te voorkomen dat vogels in het plangebied gaan nestelen kunnen de bomen in de winterperiode gekapt worden. Het is hierbij wel van belang dat dit voorzichtig uitgevoerd wordt en het terrein niet met machines betreden wordt. Dit omdat de overige soorten op en in de bodem in winterrust aanwezig kunnen zijn. 52 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

De bomen dienen daarom met een hand(ketting)zaag gekapt te worden en de stomp dient nog in de bodem te blijven. De gekapte bomen dienen dan ook direct na de kap met de hand afgevoerd te worden. Het frezen van de boomstronken en andere werkzaamheden op en in de bodem mogen dan pas van start gaan in de minst kwetsbare periode van de alpenwatersalamander, kamsalamander en algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën (de periode vanaf april). Communicatie Dit werkprotocol dient op de uitvoeringslocatie aanwezig te zijn. De inhoud moet besproken worden met alle betrokken werknemers. Indien arbeiders op de locatie vragen hebben over het protocol, moeten ze die vraag stellen aan hun leidinggevende. Indien de leidinggevende de situatie niet zelf op de juiste manier kan oplossen, dient de leidinggevende contact op te nemen met een deskundige. CONCLUSIE Met in achtneming van het werkprotocol, dat als bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan is gevoegd – bestaan er vanuit het aspect Natuur geen belemmeringen voor de uitvoering van het initiatief.

5.3 Archeologie/Cultuurhistorie Archeologie In 1992 is het Verdrag van Valletta door de landen van de Europese Unie waaronder Nederland ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Door Econsultancy is een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek, d.d. 9 november 2018, rapportnummer 6391.002, is integraal als bijlage bij deze toelichting opgenomen. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting.

Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. 53 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

De conclusies en aanbevelingen uit dit onderzoeksrapport zijn hieronder samengevat opgenomen. Conclusie bureauonderzoek Op basis van de onderzoeken in de omgeving geldt er een hoge gespecificeerde verwachting voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Voor de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. Op basis van het landschap en het ontbreken van vondsten uit deze perioden, geldt er een lage verwachting voor het Paleolithicum en het Mesolithicum. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek. Gezien de omvang van het plangebied, de ligging in een bijzonder archeologisch landschap en het huidige gebruik als vakantiepark is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met een om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen.

Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn. Conclusie verkennend booronderzoek Op basis van de aangetroffen bodemprofielen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het plangebied nog relatief intact is. Er is sprake van stuifzand, vermoedelijk afgezet tijdens de Middeleeuwen, op dekzand. In het stuifzand zijn micropodzolen aangetroffen en richting het westen neemt de mate van podzolering in het stuifzand toe. In het merendeel van het plangebied is er sprake van een lichte verstoring van de bodem door bioturbatie. Er wordt niet verwacht dat dit eventuele archeologische resten zodanig heeft verstoord dat er geen informatie uit te halen is. In een klein deel van het plangebied is er sprake van verstoring door bouwwerkzaamheden in het verleden. Deze verstoring heeft het stuifzanddek sterk verstoord, maar het dekzand is intact gebleven. Ook hier kunnen nog archeologische resten worden verwacht. Hoewel het stuifzand vermoedelijk uit de Middeleeuwen dateert, blijft de verwachting voor deze periode behouden. Sporen uit deze periode kunnen zowel onder, als in en eventueel op het stuifzand aangetroffen worden. Eventuele resten uit de Nieuwe tijd worden verwacht op het stuifzand en onder de bouwvoor. In een aantal gevallen zijn deze verstoord.

De verwachting kan worden behouden op middelhoog. Eventuele archeologische resten uit de periodes voor de Middeleeuwen worden verwacht onder het stuifzand in de top van het dekzand. Dit is op ca. 40-60 cm onder maaiveld. Er wordt verwacht dat deze nog aanwezig zijn in het plangebied, waar geen (vakantie) woningen zijn gebouwd. De hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen blijft behouden.

54 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Conclusie en advies Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. De eerdere onderzoeken in de omgeving geven aan dat het plangebied zich binnen een zeer bijzonder archeologisch landschap bevindt. In het verleden zijn er meerdere grafheuvels en urnenvelden aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de IJzertijd. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De aangetroffen bodemopbouw is nog relatief intact. Er is sprake van stuifzand, vermoedelijk afgezet tijdens de Middeleeuwen, op dekzand. In het stuifzand zijn micropodzolen aangetroffen en richting het westen neemt de mate van podzolering in het stuifzand toe. Verstoringen, veroorzaakt door bouwwerkzaamheden, beperken zich tot het stuifzandpakket. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bevestigt. Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Gezien de complexiteit van het terrein, is het advies opgedeeld in vier delen (zie onderstaande figuur).

55 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Op de locatie van de bestaande vakantiewoningen, woonhuizen en het zwemvijver, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden zijn verstoord. Uitgaande van een funderingsdiepte van 80 cm onder maaiveld voor de woningen, mist er meer dan 30 cm van het dekzand, waarmee ook het overgrote merendeel van eventuele archeologische sporen zal zijn verdwenen. De zwemvijver is dieper aangelegd, hier mist ca. 50 cm van het dekzand. Voor deze locaties wordt geadviseerd ze vrij te geven.

56 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting

Tussen de woningen is aangetoond dat de werkzaamheden hebben geleid tot een verstoring tot in het stuifzand. De top van het dekzand is slechts licht verstoord, waardoor hier nog sporen verwacht kunnen worden. Vanwege de ligging tussen de woningen en de huidige plannen, wordt geadviseerd om op deze locaties de dubbelbestemming archeologie te behouden. In het oostelijke deel van het terrein, waar er voldoende ruimte is en waar de nieuwe vakantiewoningen zijn gepland, wordt geadviseerd om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek (circa 700 m²) uit te voeren gericht op alle periodes. Dit terrein is ca. 7.200 m2 groot. De locatie van de te realiseren well-nes/fitnes en de horeca is slecht bereikbaar voor groot materieel en ligt ver van de te realiseren vakantiewoningen. Daarom wordt geadviseerd om op deze locatie een opgraving – variant archeologische begeleiding uit te voeren. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. In dit geval wordt er geadviseerd om bij het plaatsen van de sleuven rekening te houden met de bomen, die ook na het plaatsen van de vakantiewoningen behouden zullen blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=708a8e34-0c01-465f-a528-32a92ed663e0