Plantoelichting
Tekst van het document
Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Aangezien de locatie van de te realiseren wellnes/fitnes en horeca, in verband met aanwezige constructies en kabels en leidingen, niet door middel van een booronderzoek dan wel een proefsleuven-onderzoek kan worden onderzocht is de meest geschikte onderzoeksmethode een opgraving, variant archeologische begeleiding. Hierbij begeleidt de archeoloog de civieltechnische graafwerkzaamheden waarbij archeologische waarden bij het aantreffen direct geborgen worden en daarmee ex-situ worden behouden. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. De resultaten van onderhavig onderzoek en het advies dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bernheze). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Opmerking/aanvullend advies
In het advies van Econsultancy is voorgesteld om in het oostelijk deel van het plangebied – ter plaatse van de geplande nieuwe vakantiebungalows - een proefsleuvenonderzoek met een oppervlakte van 700 m²uit te voeren. Bij een proefsleuvenonderzoek zullen aanwezige bomen, die ook na het plaatsen van de vakantiewoningen behouden zullen blijven, gekapt moeten worden of mogelijk beschadigd worden. Gelet op het beboste karakter van ook dat deel van het plangebied, het opgestelde ecologisch werkprotocol met z’n beperkingen, is het voorstel om evenals het westelijk deel van het plangebied, ook in het oostelijk deel van het plangebied, de (graaf)werkzaamheden voor de te realisaren vakantiehuisjes uit te laten voeren onder archeologische begeleiding. 57 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Cultuurhistorie Algemeen Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingsplan een analyse cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 in het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen.
Provinciaal beleid In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle en cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen. Onderstaand een afbeelding van de Cultuurhistorische waardenkaart:
Onderzoek Uit deze kaart blijkt, dat binnen het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten zijn gelegen, noch sprake is van een cultuurhistorisch waardevol landschap.
58 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Gemeentelijk beleid De gemeente Bernheze heeft een Cultuurhistoriekaart vastgesteld. Op basis van deze kaart is aan de initiatieflocatie geen waarde toegekend. (zie onderstaande afbeelding).
CONCLUSIE Archeologie Op basis van bovenstaande zou het voorstel voor het aspect Archeologie als volgt zijn:
59 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Archeologie is – met in achtneming van dit voorstel – geen belemmering voor het onderhavige initiatief. Cultuurhistorie Cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het voorliggende initiatief.
5.4 Bodem Met het oog op een eerdere ontwikkeling is ter plaatse van de initiatieflocatie reeds een bodemonderzoek uitgevoerd door Van Oort Bodemonderzoek (d.d. 24 februari 2015, kenmerk VER365315). De Omgevingsdienst Brabant Noord heeft in haar memo van 13 april 2018 aangegeven, dat de te realiseren bungalows, de kleinschalige wellness-/fitnessruimte met horeca en de nieuwe techniekruimte alle binnen het destijds onderzochte gebied liggen en uit het genoemde rapport blijkt dat, dat bodem geen belemmering vormt voor de nu gewenste ontwikkelingen. CONCLUSIE Geconcludeerd kan worden dat met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem er géén belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie zijn.
5.5 Geluid en Bedrijven en milieuzonering Ingevolge de Wet geluidhinder moet de geluidbelasting vanwege een weg worden bepaald door middel van een akoestisch onderzoek. Niet alleen wordt hiermee uitsluitsel verkregen over de te verwachten geluidsbelasting over 10 jaar maar ook of en met welke planologische maatregelen eventueel nog wel kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het resultaat van dit onderzoek, betrekking hebbende op de verkeersintensiteit en het wegdek van alle wegen met een geluidszone die strekt over de planlocatie, wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De nieuwe activiteiten zorgen zelf niet voor een relevante toename van geluid naar de omgeving. De te realiseren bungalows en kleinschalige wellness-/fitness met horeca en nieuwe techniekruimte zijn ook geen geluidgevoelige objecten in de zin van de Wet geluidhinder. Niettemin verdient een vakantiepark bescherming vanuit een goede ruimtelijke ordening. Goede ruimtelijke ordening Vakantiewoningen zijn niet geluidgevoelig conform de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het wel bescherming. Het plan ligt in de geluidszones van diverse buitenstedelijke wegen, zoals de Graafsebaan, Oude Rijksweg, de Vergaertweg en de autosnelweg A59. Daarnaast ligt het plangebied in de geluidszone van het sportpark Nieuw Zevenbergen.
Op dit terrein is een motorcrosscircuit, een kartbaan, een schietaccommodatie en een circuit voor modelautocross aanwezig.
60 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Op de website van de Atlas Leefomgeving is de geluidsbelasting heeft de provincie Noord-Brabant geluidsbelastingkaarten opgenomen. In onderstaande figuur is de geluidsbelasting ten gevolge van de provinciale weg en de autosnelweg A59 weergegeven.
Figuur geluidsbelasting omliggende relevante wegen, in dB en GES-score
Uit de figuur is af te lezen dat de geluidsbelasting minder dan 60 dB bedraagt, met GES-score van 2 (redelijk) en 4 (matig). In onderstaande figuur is de geluidsbelasting ten gevolge van sportpark Nieuw-Zevenhuizen weergegeven.
Figuur geluidsbelasting ten gevolge van sportpark Nieuw Zevenbergen, in dB(A) en GES-score
61 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Uit de figuur blijkt dat de geluidsbelasting ten gevolge van het sportpark tussen 50 en 55 dB(A) ligt met een GES-score van 3 (vrij matig). Om te komen tot een complete beoordeling is in onderstaande tabel de geluidsbelasting van beide bronnen gecumuleerd. De geluidsbelastingen op de punten A, B en C zijn geïnterpoleerd.
Uit de berekening blijkt dat de hoogste geluidsbelasting wordt veroorzaakt door wegverkeerslawaai, hierdoor dient de beoogde binnenwaarde maximaal 33 dB te bedragen. Hierdoor dient de benodigde karakteristieke geluidwering van de gevels tussen de 22 en 27 dB te bedragen. Dit zal in de regels van het bestemmingsplan worden geborgd. Doordat beide geluidsbronnen noordelijk georiënteerd zijn is het redelijk eenvoudig om een geluidsluwe gevel te positioneren. De zuid/zuidwestgevel zal geluidsluw zijn. Door de gevelmaatregelen en de positionering van een gevel naar het zuid/zuidwesten zal een acceptabel woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Bedrijven en milieuzonering Algemeen Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande en toekomstige bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Hiervoor wordt in het algemeen gebruikt gemaakt van de categorie-indeling op basis van de VNGbrochure "Bedrijven en milieuzonering" uit 2012. In deze brochure worden richtafstanden gegeven van functies op o.a. gevoelige bestemmingen. Deze brochure kan ook omgekeerd worden toegepast.
De bestaande bedrijven hebben invloed tot op een bepaalde afstand. Indien binnen die afstand de gevoeligheid verandert, heeft dat invloed op een bestaand bedrijf. In het kader dit onderzoek wordt bezien welke bedrijven in de omgeving aanwezig zijn wiens invloedgebied reikt tot de nieuwe gevoelige bestemmingen. Voor zover dit van toepassing is dient vervolgens bezien te worden welke invloed er te verwachten is. De bevindingen voor wat betreft de milieuzonering zijn hieronder opgenomen. Beoordeling situatie Bungalows 62 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
De te realiseren bungalows liggen alleen binnen de richtafstand voor het aspect geluid van het motorcrossterrein Nieuw Zevenbergen. De te realiseren bungalows en kleinschalige wellness/fitnessruimte met horeca en nieuwe techniekruimte vormen geen geluidgevoelige objecten. Zoals hierboven aangegeven verdienen vakantiebungalows wel bescherming vanuit een goede ruimtelijke ordening. Hierboven is op dat aspect reeds ingegaan. Burgerwoning De burgerwoning staat bekend onder Vergaertweg 2 en is gelegen in het uiterst zuidwestelijke punt van het terrein (nabij punt A in bovenstaande figuur). De woning Vergaertweg 2 is vanouds een burgerwoning. In het bestemmingsplan Buitengebied 1998 was deze woning ook als zodanig bestemd. Per abuis is de woning Vergaertweg 2 niet meer als zodanig bestemd in het geldende bestemmingsplan Buitengebied. Deze omissie is in het onderhavige bestemmingsplan hersteld. De woning Vergaertweg 2 is weer als burgerwoning bestemd. De recreatieve objecten en voorzieningen (zoals sport- en speelplaatsen) zijn nabij noordwestelijke deel van het plangebied gesitueerd (punt B in bovenstaande figuur). In onderstaande figuur is de afstand weergegeven tussen de burgerwoning en de recreatieve voorzieningen.
Figuur overzicht situering burgerwoning en recreatieve voorzieningen
De afstand tussen deze recreatieve voorzieningen en de burgerwoning bedraagt meer dan 50 meter. Het is niet aannemelijk dat er hinder van de recreatieve voorzieningen naar de woning zal optreden. De burgerwoning is gelegen op een uiterste hoek van het terrein. Het verkeer van de recreanten zal niet in de buurt van de burgerwoning komen. Ten noorden en oosten zullen er recreatieverblijven aanwezig zijn of nieuwe komen. Rondom deze verblijven zullen kinderen spelen. Dit kan hinder veroorzaken. Anderzijds is bekend bij de bewoners van de burgerwoning dat zij op een recreatieterrein wonen. Geconcludeerd wordt dat de hinder 63 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
beperkt en vergelijkbaar is met een standaard woonwijk waar kinderen op straat en in de tuin spelen. Deze hinder is acceptabel. Samenvattend Uit bovenstaande wordt geconcludeerd dat: 1. Het aspect wegverkeerslawaai geen belemmering vormt voor de ontwikkeling; 2. recreatieve voorzieningen op meer dan 50 meter afstand van de burgerwoning liggen. Wel kunnen spelende kinderen in de directe omgeving van de burgerwoning aanwezig zijn, maar dit is acceptabel. Er is dus sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat voor de bewoners van de burgerwoning. CONCLUSIE Geluid vormt geen belemmering voor het plan.
5.6 Geur Bij ruimtelijke ontwikkelingen kan het aspect geurhinder van belang zijn. Er moet worden aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan.
Situering veehouderijen
Voor veehouderijen kan op basis van de VNG-brochure een richtafstand van maximaal 200 meter worden gehanteerd. De meest nabijgelegen veehouderij ligt ten noorden van de A59 op circa 800 meter afstand van het plan. Gezien de inbreiding (doorontwikkeling binnen het bestaande bouwvlak) van het recreatiepark en de tussenliggende geurgevoelig objecten zal geen sprake zijn van een belemmering voor de bestaande veehouderijen. 64 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
De gemeente Bernheze heeft op 12 december 2013 voor de gemeente een ‘Verordening Geurhinder en Veehouderij gemeente Bernheze 2013’ en een ‘Beleidsregel ruimtelijke ontwikkelingen en geurhinder gemeente Bernheze 2013’ vastgesteld. In de verordening zijn voor een aantal gebieden afwijkende geurnormen en afstandswaarden gedefinieerd. In onderstaande figuur is de situering van het plan en de vastgestelde gebieden met afwijkende geurnormen weergegeven.
Situering plan binnen vastgestelde gebieden
Het plan valt binnen gebied ‘Extensiveringsgebied rond kernen; natuur; woon-werk ontwikkelingsgebieden’. Voor dit gebied geldt een maximale waarde voor de voor- en achtergrondbelasting van respectievelijk 8 en 13 ouE/m³. De milieukwaliteit voor het plangebied is op basis van de GGD-richtlijn geurhinder (oktober 2002) tenminste gewaarborgd op matig en redelijk goed. Conform de beleidsregel kan de achtergrondbelasting geclassificeerd kan worden als ‘voldoende’. CONCLUSIE Er gelden op basis van de geurverordening geen belemmeringen voor het plan.
5.7 Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn bepalingen met betrekking tot de luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 titel 2 Wm). In titel 5.2 staat een kader opgenomen waaraan de toelaatbaarheid van een project kan worden getoetst. Op basis van artikel 5.16, eerste lid geldt dat een project onder andere toelaatbaar is indien deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen. In het besluit NIBM staat vermeld dat een project NIBM is bij een toename van maximaal 3% van de grenswaarde (zijnde 1,2 μg/m³) voor de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Wanneer een project als NIBM kan worden beschouwd, vormt de luchtkwaliteit in beginsel geen belemmering voor de doorgang van dat project.
65 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Met de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën aangewezen die in elk geval NIBM bijdragen aan de concentraties in de buitenlucht. Doordat het vakantiepark niet behoort tot een in de Regeling genoemde categorie, dient een toetsing aan het besluit plaats te vinden. Uitgangspunten Voor het vakantiepark is een nieuwe indeling voor de toekomstige situatie opgesteld. In bijlage 1 is de nieuwe situatie opgenomen. Met het plan wordt de realisatie van 12 nieuwe bungalows mogelijk gemaakt. Aan de hand van de te realiseren bungalows binnen het vakantiepark kan de extra verkeers-generatie van het plan worden bepaald. De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 317 Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie. De gemeente Bernheze is conform de demografisch kencijfers van het CBS1 aan te merken als een weinig stedelijke gemeente. De locatie van het plan is gelegen in de stedelijke zone ‘buitengebied’. In onderstaande tabel is de berekening van de verkeersgeneratie opgenomen.
Uitgaande van de maximale bandbreedte genereert het plan 34 verkeersbewegingen per weekdag. Voor het plan is rekening gehouden met 2% vrachtverkeer. Niet in betekenende mate Met behulp van de NIBM-tool2 is het effect van de toekomstige verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt. In onderstaande tabel zijn de invoergegevens en resultaten van de NIBM-tool opgenomen.
66 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Uit de berekeningen blijkt dat extra verkeersgeneratie niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties in de buitenlucht. De maximale bijdrages van 0.03 en 0.01 μg/m3 voor respectievelijk NO2 en PM10 voldoen ruim aan de NIBM grenswaarde van 1.2 μg/m3. Een nader luchtkwaliteitsonderzoek voor het plan is niet noodzakelijk. Beoordeling goede ruimtelijke ordening Met behulp van de NSL-monitoringstool is beoordeeld of er ter hoogte van het plan sprake is van een (dreigende) overschrijding van luchtverontreinigende stoffen. In de volgende tabel zijn voor de jaren 2020 en 2030 voor de relevante stoffen de concentraties weergegeven.
Op basis van de NSL-monitoringstool blijkt dat er geen sprake is van een (dreigende) normoverschrijding. CONCLUSIE Geconcludeerd wordt dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit.
67 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
5.8 Externe veiligheid INVENTARISATIE OMGEVING PLANGEBIED Door Econsultancy is onderzoek gedaan naar de aspecten van externe veiligheid. De rapportage, d.d. 20 december 2018, kenmerk 6391.006 is integraal als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Met behulp van de risicokaart kan een eerste indruk van de risicobronnen in de omgeving van een plangebied worden gemaakt. In onderstaande figuur is een uitsnede weergegeven van de risicokaart.
Uitsnede risicokaart met aanduiding locatie
Het plangebied is in de figuur zwart omcirkeld. In onderstaande paragrafen worden de weergegeven bronnen nader toegelicht. Buisleiding In de nabijheid van het plangebied zijn diverse buisleidingen aanwezig. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de kenmerken van deze leidingen.
Omdat het plan binnen de inventarisatieafstand van een aantal buisleidingen is gelegen, is een kwantitatieve risicoanalyse noodzakelijk. Het plan is niet gelegen binnen de inventarisatieafstanden van leiding 5 en 6. 68 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Transport Ten noorden van het plan worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de A59 (7). Omdat delen van het plan binnen 200 meter afstand tot de A59 zijn gelegen is een kwantitatieve analyse nodig. Inrichtingen De hogedruk aardgastransportleidingen ten oosten van het plan komen uit bij het gasdrukmeet- en Regelstation. De inventarisatieafstand van dergelijke inrichtingen is gelijk aan de grootste afstand van de aantakkende buisleidingen. Uit bovenstaande tabel volgt een inventarisatieafstand van 70 meter. Omdat het plan op grotere afstand is gelegen, is het gasdrukmeet- en regelstation niet relevant in dit onderzoek. BELEID EN REGELGEVING Wet- en regelgeving Externe veiligheid heeft betrekking op het vervoer en transport van gevaarlijke stoffen en bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via wegen en spoorlijnen wordt geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Voor transport middels buisleidingen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing. Voor externe veiligheid staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hieronder worden beide begrippen verder uitgelegd. Plaatsgebonden Risico Het plaatsgebonden risico geeft de kans om te overlijden op een bepaalde plaats als gevolg van een ongeval bij een risicovolle activiteit.
De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Voor het plaatsgebonden risico geldt dat er geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden binnen de 10-6/jaar-contour (wettelijk harde grenswaarde). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Voor de definitie van de begrippen kwetsbare, en beperkt kwetsbare objecten wordt verwezen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Groepsrisico Het groepsrisico geeft de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Bevb sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Bevi worden gehanteerd. Concreet betekent dit dat rondom buisleidingen een 10-6/j plaatsgebonden risicocontour zal moeten worden
69 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
berekend en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een leiding het groepsrisico dient te worden verantwoord. Het Bevb is van toepassing op: ▪ hogedruk aardgastransporten (> 16 bar); ▪ brandstofleidingen voor de categorieën K1, K2 en K3 (inclusief brandstofleidingen van Defensie); ▪ overige leidingen met gevaarlijke stoffen zoals aangewezen bij ministeriële regeling. Het betreft onder andere CO2 , buteen en chloor. Het Bevb sluit aan op de risicobegrippen zoals deze in het Besluit externe veiligheid inrichtingen worden gehanteerd. Voor het plaatsgebonden risico wordt een kans op overlijden van 1 op de 1 miljoen per jaar acceptabel geacht. Concreet betekent dit dat rondom (vaar-)wegen of hoofdspoorwegen een 10-6/jr plaatsgebonden risicocontour zal moeten worden berekend en dat bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een leiding het groepsrisico dient te worden verantwoord. Het groepsrisico voor transportroutes is voorzien van een oriëntatiewaarde, die gesteld is op F∙N2 < 10-2 per jaar, waarin F de kans per jaar is met N het aantal slachtoffers. Dit is gelijk aan de stippellijn tussen het gele en rode vlak in onderstaande figuur.
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling Basisnet Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats over het spoor, over de weg en het water. Om gevaarlijke stoffen te vervoeren moeten vervoerders zich houden aan veiligheidseisen. Aan transportroutes en de omgeving nabij deze transportroutes zijn eisen gesteld. Het Basisnet maakt het mogelijk dat het vervoer van gevaarlijke stoffen blijft plaatsvinden op een verantwoord veilige manier. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen via de hoofdinfrastructuur. De onderliggende infrastructuur valt niet rechtstreeks onder het Basisnet, maar hier kan wel aansluiting bij worden gezocht. 70 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Het Bevt bevat de uitwerking van de ruimtelijke component van het Basisnet. Doel van dit besluit is waarborgen van een basisbeschermingsniveau door te voorkomen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen mensen worden blootgesteld aan een hoger risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen dan maatschappelijk aanvaardbaar wordt geacht. Verder bevat het besluit onder andere regels die strekken tot het inzichtelijk maken van de kans op een ramp met veel slachtoffers en het op een transparante wijze wegen van het risico ten opzichte van toe te laten ruimtelijke ontwikkelingen. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico is gelijk aan de oriëntatiewaarde uit het Bevb. Verantwoordingsplicht In het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te verantwoorden en te onderbouwen. Daarbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient rekening te houden met de hoogte van het groepsrisico. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag het plan voor te leggen bij de veiligheidsregio.
Volgens het Bevt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico indien - het groepsrisico niet hoger is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde waarde, of - het groepsrisico niet meer dan 10% toeneemt en de oriëntatiewaarde niet wordt overschreden. In de toelichting bij een bestemmingsplan wordt, voor zover het gebied waarop dat plan betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: a) de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en b) voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
Indien een bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een transportroute, wordt in de toelichting bij dat plan tevens ingegaan: • de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen redelijkerwijs te verwachten zijn, en • de als gevolg van het bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft; • het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; • de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de 71 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
•
stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.
KWANTITATIEVE ANALYSE Buisleidingen Voor de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van de buisleidingen is gebruik gemaakt van het softwarepakket Carola versie 1.0.0.52. De transportgegevens van de leiding zijn via de Omgevingsdienst Brabant-Noord aangeleverd door exploitant Gasunie. Het aandachtsgebied is een gebied parallel aan de leiding met een lengte van tenminste 1 km aan weerszijden van het plangebied. In onderstaande figuur is het aandachtsgebied weergegeven.
Aandachtsgebied (oranje) en plangebied (groen)
De populatiegegevens binnen het aandachtsgebied zijn ontleend aan de BAG-populatieservice. Hiervoor is gebruik gemaakt van het databestand versie 2018-071. Voor de berekening van het groepsrisico in de toekomstige situatie zijn de nieuwe objecten aan het model toegevoegd als zijnde een woning. In bovenstaande figuur zijn binnen het groene vlak de nieuw te realiseren bungalows weergegeven. In onderstaande figuur is de PR-contouren als gevolg van de maatgevende buisleiding A-525 in de bestaande situatie weergegeven.
72 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
PR-contouren aardgasleiding: 10-6(geel), 10-7(groen) en 10-8 p.j. (blauw)
Het gebouw ligt binnen de contour met een plaatsgebonden risico van 10- 7/jaar, weergegeven als groen vlak. Er is geen overschrijding van de grenswaarde van 10-6/jaar, het gele vlak. In bijlage 1 van de bijgevoegde rapportage zijn alle berekeningsresultaten opgenomen. Het berekend groepsrisico voor de huidige situatie als gevolg van drie relevante leidingen ter hoogte van het plan is weergegeven in onderstaande figuur. De rode verticale lijn geeft de locatie van de leiding op de kortste afstand tot het plan weer.
Berekend groepsrisico (huidige situatie).
Het berekend groepsrisico als gevolg van de leidingen A-643, Z-516-08 en Z-516-15 is vrijwel gelijk aan nul. Voor alle buisleidingen geldt dat het groepsrisico ter plaatse van het plan ruim lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. De realisatie van het voornemen heeft geen effect op het plaatsgebonden risico. Het berekend groepsrisico voor de toekomstige situatie als gevolg van de maatgevende leiding A-525 ter hoogte van het plan is weergegeven in onderstaande figuur.
73 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Berekend groepsrisico (toekomstig
In onderstaande tabel is een samenvatting gegeven van de belangrijkste risicofactoren van de onderzochte leidingen in de toekomstige situatie.
Het groepsrisico ter hoogte van het plangebied is ruim lager dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico blijft nagenoeg gelijk. Daarom wordt een beperkte verantwoording van het groepsrisico gegeven. Rijksweg A59 Voor de berekening van het groepsrisico van de A59 is gebruik gemaakt van het door het RIVM beheerde rekenprogramma RBM II. De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met RBM II versie 2.4.2017. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het KNMI-weerstation Volkel. De aanwezigheidsdichtheid binnen het aandachtsgebied is gegenereerd met de populatieservice van BAG, versie 2018-07. Voor de berekening van het groepsrisico in de toekomstige situatie zijn de nieuwe objecten aan het model toegevoegd als zijnde een woning. De transportgegevens van A59 zijn ontleend aan de Regeling Basisnet. Tussen de knooppunten Hintham en Paalgraven worden per jaar 3.000 eenheden in categorie GF3 vervoerd. Voor dit deel van de A59 is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Het aandachtsgebied is een gebied van tenminste 1 kilometer aan weerszijden van het plangebied tot de 1%-letaliteitsgrens aan weerszijden van de weg. In de berekening is niet de 1%-letaliteitsgrens aangehouden, maar een zone van circa 350 meter omdat deze zone maatgevend is voor de berekening van het groepsrisico.
Volgens het Basisnet is het plaatsgebonden risico als gevolg van de A59 niet hoger dan 10-6/jaar, 74 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
zodat aan de grenswaarde met betrekking tot het plaatsgebonden risico wordt voldaan. In onderstaande figuur is het berekend groepsrisico in de bestaande situatie grafisch weergegeven. Het berekeningsrapport is in bijlage 2 van de aan deze toelichting gevoegde rapportage opgenomen.
Groepsrisico als gevolg van transport via A73 in huidige situatie
Uit de berekeningen volgt dat het groepsrisico lager is dan 0,1 x de oriënterende waarde. De normwaarde van de curve bedraagt (gesommeerd) 0,00002. Het maximaal aantal slachtoffers binnen het onderzoeksgebied bedraagt 64. Na realisatie van het plan blijft de normaarde gelijk aan 0,00002. De toename bedraagt minder dan 10 %. Ook het maximaal aantal te verwachten slachtoffers neemt niet toe. Gelet op de resultaten kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. VERANTWOORDING GROEPSRISICO Analyse van scenario’s Het maatgevende scenario met betrekking tot buisleidingen is een fakkelbrand. De nieuwe vakantiewoningen zijn gelegen op een afstand 15 tot 205 meter afstand tot leidingen A-525 en A526. Binnen 130 meter afstand tot de fakkelbrand zullen alle aanwezigen in de buitenlucht waarschijnlijk komen te overlijden en zullen alle brandbare materialen (zoals ook de aanwezige bomen) vlam vatten. Tot op 165 meter afstand neemt de kans op overlijden af tot 0 en zullen secundaire brandhaarden ontstaan. De afstand tot de (as van de) A59 bedraagt ten minste 210 meter. Het effect van een fakkelbrand of een (warme of koude) BLEVE op deze afstand is beperkt tot schade als gevolg van een drukgolf. Mogelijk ontstaan secundaire brandhaarden tot op 320 meter van een calamiteit.
Het is aan te bevelen alle woningen aan de zijde van de leidingen A-525 en A-526 en de A59 te voorzien van brandwerende en brandvertragende materialen. Tot slot kan op de A59 sprake zijn van het vrijkomen van toxische wolken. In dat geval moeten aanwezigen direct worden gewaarschuwd, bijvoorbeeld met behulp van sirenes en NL-Alert. Ramen en deuren moeten worden gesloten en aanwezigen moeten inpandig schuilen tot het gevaar is 75 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
geweken. Bij voorkeur worden de vakantiewoningen uitgerust met een systeem waardoor ventilatievoorzieningen eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Beheersing en bestrijding Calamiteiten met betrekking tot de buisleidingen zullen alleen plaatsvinden als grondroerende werkzaamheden rond de leiding worden uitgevoerd. Bij werkzaamheden aan of rond de leidingen binnen 300 meter afstand tot het vakantiepark moet de gemeente Bernheze de uitbater van het park hiervan op de hoogte stellen. Deze kan hierop reageren door bungalows binnen de risicoafstand niet te bezetten of huurders tijdelijk elders onder te brengen. Eventuele calamiteiten met leidingen zijn door hulpdiensten te benaderen via de Graafsebaan of de Berghemseweg en Vergaertweg. Aan de westelijke rand van het park is een gemeentelijke brandkraan aanwezig. Deze is in onderstaande figuur omcirkeld.
Toekomstige situatie met nieuwe bungalows (rood).
Calamiteiten op de A59 zijn goed te bereiken via de A59 zelf en het onderliggend wegennet. Het vakantiepark is voor hulpdiensten te bereiken via de Vergaertweg en de oostelijke toegangspoort. Mede vanwege de aanwezigheid van reeds bestaande bungalows op korte afstand tot buisleidingen wordt geadviseerd een bedrijfsnoodplan op te stellen of het reeds bestaande plan aan te vullen. In het noodplan moet worden vastgelegd hoe te handelen in geval van calamiteiten buiten de eigen inrichting. Alle medewerkers moeten op de hoogte zijn van de inhoud van het plan en de aanwezigen kunnen begeleiden. 76 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Zelfredzaamheid Het vakantiepark is toegankelijk maar niet specifiek ontworpen voor bezoekers met een beperkte zelfredzaamheid. In geval van calamiteiten kunnen aanwezigen, als de situatie dat toelaat het park verlaten via de hoofdtoegang aan de oostzijde van het park, een tweede poort aan de oostzijde of een poort aan de zuidzijde naast de woning Vergaertweg 2. De toegangspoorten zijn in bovenstaande figuur met een gele pijl aangewezen. Advies Brandweer/Veiligheidsregio De Brandweer Brabant-Noord heeft op 30 april 2018 geadviseerd met betrekking tot het plan. Ten tijde van dit advies was sprake van de uitbreiding van het plan met 6 in plaats van 12 bungalows. Het advies stelt dat de kans op een fakkelbrand (het maatgevend scenario voor de buisleidingen) erg klein is en praktisch alleen het gevolg kan zijn van graafschade. De gevolgen van een fakkelbrand zijn direct, er is geen tijd om aanwezigen te waarschuwen. Gebouwen op korte afstand zullen vlam vatten en moeten worden ontvlucht, zodat vluchtenden alsnog aan een hoge hittestraling worden blootgesteld. Gelet op de omstandigheden is de zelfredzaamheid slecht te noemen. De fakkelbrand kan alleen worden gedoofd door de leiding af te sluiten. Pas daarna kunnen secundaire branden worden bestreden.
Omdat het beschreven scenario met beperkt handelingsperspectief zich enkel kan voordoen tijdens graafwerkzaamheden binnen de belemmeringenstrook, kan worden overwogen een gebruiksbeperking op te leggen of deze beslissing aan de initiatiefnemer over te laten. CONCLUSIE Het berekend groepsrisico als gevolg van de leidingen A-643, Z-516-08 en Z-516-15 is vrijwel gelijk aan nul. Voor alle buisleidingen geldt dat het groepsrisico ter plaatse van het plan ruim lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. Volgens het Basisnet is het plaatsgebonden risico als gevolg van de A59 niet hoger dan 10-6/jaar, zodat aan de grenswaarde met betrekking tot het plaatsgebonden risico wordt voldaan. Uit de berekeningen volgt dat het groepsrisico lager is dan 0,1 x de oriënterende waarde. De realisatie van het voornemen heeft geen effect op het plaatsgebonden risico. Het is aan te bevelen alle woningen aan de zijde van de leidingen A-525 en A-526 en de A59 te voorzien van brandwerende en brandvertragende materialen. Bij voorkeur worden de vakantiewoningen uitgerust met een systeem waardoor ventilatievoorzieningen eenvoudig centraal uitgeschakeld en/of dichtgezet kunnen worden. Naast het plan is een brandkraan aanwezig. Het plangebied zelf is goed te bereiken door hulpdiensten.
De gemeente Bernheze wordt verzocht aan te geven wanneer werkzaamheden aan of rond de buisleidingen worden uitgevoerd, zodat het management hierop kan anticiperen. Mede vanwege de aanwezigheid van reeds bestaande bungalows op korte afstand tot buisleidingen
77 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
wordt geadviseerd een bedrijfsnoodplan op te stellen of het reeds bestaande plan aan te vullen. In het noodplan moet worden vastgelegd hoe te handelen in geval van calamiteiten buiten de eigen inrichting. Alle medewerkers moeten op de hoogte zijn van de inhoud van het plan en de aanwezigen kunnen begeleiden.
5.9 Hoogspanningslijnen Bij het opstellen van ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met de magneetvelden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Hiervoor is beleid opgesteld. Het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen is gebaseerd op het voorzorgprincipe. Bij het opstellen van een bestemmingsplan kan het daarom soms noodzakelijk zijn een bepaalde afstand vrij te houden tussen gevoelige bestemmingen en bovengrondse hoogspanningslijnen. De internationale norm is dat voorkomen moet worden dat burgers worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 100 μTesla. Deze norm wordt in Nederland op maaiveldniveau nergens overschreden. Aanvullend hierop adviseert het rijk, vanuit het voorzorgprincipe, om zoveel als mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen tot 15 jaar langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden van meer dan 0,4 μTesla. Met de realisatie van het plan zal geen sprake zijn van langdurig verblijf op het vakantiepark. Bungalows worden in het kader van magneetvelden van hoogspanningslijnen niet aangemerkt als gevoelige bestemmingen. De dichtstbijzijnde relevante hoogspanningslijn met een spanning van 150 kV ligt op meer dan 150 meter afstand van het plan. Voor de hoogspanningslijn wordt door het RIVM4 een indicatieve zone van 2 x 60 meter gehanteerd.
CONCLUSIE In de directe nabijheid van het plan zijn geen hoogspanningslijnen aanwezig of gepland. Er is geen sprake van relevante magneetvelden ten gevolge van bovengrondse hoogspanningslijnen.
5.10 Spuitzones Drift van gewasbeschermingsmiddelen (het verplaatsen van spuitvloeistof ten gevolge van luchtstromen) vindt plaats bij land- en tuinbouw. Voor de bescherming van gevoelige functies bestaat geen wettelijk kader, maar wordt een zogenaamde spuitzone van 50 meter rondom fruitteelt en akkerbouw gehanteerd. Afwijken van deze afstand is alleen mogelijk met een nadere motivatie en onderzoek. In een straal van 50 meter van het plangebied vindt geen teelt of akkerbouw plaats. In het vigerend bestemmingsplan zijn geen spuitzones opgenomen.
78 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
CONCLUSIE
Geconcludeerd wordt dat met betrekking tot drift geen belemmeringen bestaan voor het plan.
5.11 Volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Endotoxinen Een veehouderij kan ten gevolge van blootstelling aan endotoxinen een effect hebben op de volksgezondheid. Endotoxinen zijn celwandresten van bacteriën die met name op de luchtwegen werken. Voor de beoordeling van endotoxinen is geen wettelijk kader vastgesteld. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt een door de Gezondheidsraad voorgestelde advieswaarde van 30 EU/m³ gehanteerd. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door middel van het endotoxine-toetsingskader. Omdat endotoxinen zich met (fijn)stofdeeltjes naar de omgeving verspreiden, zijn in het toetsingskader endotoxinen op basis van de fijnstofemissie afstanden bepaald die een te hoge blootstelling aan endotoxinen zullen voorkomen. Wat betreft mogelijke cumulatieve effecten wordt in het toetsingskader endotoxinen bij de beoordeling van individuele initiatieven een omgevingsbewuste benadering geadviseerd. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkensen pluimveehouderijen in de omgeving. De maximale fijnstofemissie ten gevolge van een veehouderij binnen een straal van 2 kilometer rondom het plangebied bedraagt 986 kg/jaar. Ongeacht de diercategorie geldt een worstcase richtafstand van maximaal 200 meter.
De advieswaarde van 30 EU/m³ zal niet worden overschreden, er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten gevolge van endotoxinen. Geiten- en pluimveehouderijen Uit het recente onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO-3)6, uitgevoerd door het RIVM blijkt dat er geen sprake meer is van een statistisch significante associatie tussen een verhoogd risico op longontsteking en het wonen in de buurt van een pluimveehouderij. Met betrekking tot geitenhouderijen bevestigt het VGO-3 het vastgestelde verhoogde risico uit eerdere studies. Binnen een straal van circa 2 kilometer rond geitenhouderijen is sprake van een verhoogd risico op longontsteking. Binnen 2 kilometer van het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. CONCLUSIE Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten gevolge van de aanwezigheid van geiten- of pluimveehouderijen.
79 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
5.12 Stikstof Ten behoeve van de realisatie en het gebruik van de nieuwe woning is de stikstofuitstoot inzichtelijk gemaakt. De volledige rapportage – uitgevoerd door Sab Adviseurs, d.d. 22 december 2020, kenmerk 190204 – is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De locatie waar de nieuwe bebouwing is gepland ligt op ongeveer 15 kilometer nabij Natura 2000gebieden ‘Rijntakken’. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur Situering ontwikkellocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden
In de betreffende Natura 2000-gebieden zijn habitattypen aanwezig die gevoelig zijn voor de verzurende en vermestende werking van stikstofdepositie. Om in het kader van een mogelijke vergunningaanvraag Wet natuurbescherming te onderzoeken wat de stikstofdepositie is tijdens de bouwfase en de gebruiksfase is een berekening benodigd. Gekozen is voor het programma Aerius1. Deze paragraaf is een uitwerking van dit onderzoek naar de stikstofdepositie als gevolg van onderhavig plan. Berekeningsmethodiek De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de aanlegfase en gebruiksfase van het project worden uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2020. De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. 80 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
In het kader van een stikstofonderzoek kunnen significant negatieve effecten met deze waarde worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van vervolgonderzoeken niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van een plan of project. Een hogere waarde wordt beschouwd als overschrijding zodat er op verzoek van het bevoegd gezag een nadere beschouwing conform wettelijke kaders dient plaats te vinden. Uit het navolgende hoofdstuk zal moeten blijken of op basis van de rekenresultaten een overschrijding wordt geconstateerd. Bij de berekening van stikstofemissies door mobiele werktuigen, bijvoorbeeld in de aanlegfase, maakt het programma Aerius Calculator 2020 gebruik van een nadere specificatie van Stage klasse, vermogen en bouwjaar van het materieel. Daarmee geeft het programma Aerius Calculator 2020 een range waarbinnen invoer en berekening van gegevens en brandstofverbruik voor materieel mogelijk is. Hierbij worden nieuwere machines geclassificeerd als schoner en hebben derhalve ook een lager brandstofverbruik. Voor het brandstofverbruik is niet voor elk materieel bedrijfsspecifieke informatie beschikbaar, vandaar dat als alternatief verbruiksgetallen uit het TNO rapport EMMA (Emissiemodel Mobiele Machines gebaseerd op machineverkopen in combinatie met brandstof Afzet) kunnen worden gehanteerd.
Als kanttekening dient te worden opgemerkt dat dit rapport in 2009 verscheen en derhalve uitsluitend van toepassing is op materieel t/m STAGE IIIA. Recentere publicaties wijzen uit dat nieuwere machines schoner zijn dan oudere, derhalve kan ook worden uitgegaan van een lager brandstofverbruik. Uitgaande van publicaties en op basis van vergelijkbare projecten hanteert SAB bij het verbruik van materieel standaard een brandstofverbruik van gemiddeld 20 liter per uur voor zwaar materieel (vermogen > 130 kW) en een brandstofverbruik van gemiddeld 10 liter per uur voor licht materieel (vermogen ≤ 130 kW), tenzij anders door de opdrachtgever c.q. aannemer vermeld. Naast de klasse en het brandstofverbruik dient bij een Aerius-berekening ook inzicht gegeven te worden in het aantal uren stationair draaien van het mobiele werktuig en haar cilinderinhoud. Op basis van het TNO rapport 2018 R10465 kan geconcludeerd worden dat machines gedurende 18% tot 57% van de tijd stationair of lage last draaien. Een onderzochte graafmachine (129 kW) draait circa 35% van de tijd stationair, een andere graafmachine (159 kW) circa18% en een laadschop (129 kW) 57%. In dit onderzoek gaat SAB, tenzij anders door de opdrachtgever c.q.
aannemer vermeld, derhalve uit van een gemiddeld stationair gebruik van 37,5% van de tijd voor de gemiddelde mobiele werktuigen, voor graafmachines hanteert SAB gemiddeld 26,5% stationaire draaiuren. Uitgaande van de door Aerius Calculator opgenomen bandbreedte voor de cilinderinhoud per stageklasse is door SAB, tenzij anders door de opdrachtgever c.q. aannemer vermeld, de gemiddelde cilinderinhoud genomen voor materieel. Het gebruik van gemiddelde kencijfers conform actuele inzichten in combinatie met ervaringscijfers van vergelijkbare projecten voor berekening van de aanlegfase ligt in lijn met de door de 81 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Rijksoverheid2 gehanteerde uitgangspunten dat de tijdelijke emissie gedurende sloop- en bouwactiviteiten onderdeel is van de totale ‘stikstofdeken’ en derhalve een permanent significant effect door de tijdelijke emissie door het voorliggende plan niet aannemelijk is. Aanlegfase Het plan voorziet in de realisatie van 12 vakantiewoningen en een kleinschalige wellness. De start van de aanlegfase zal op zijn vroegst in 2021 plaatsvinden. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2021. Ten behoeve van de aanlegfase voor het plangebied vinden een aantal relevante stikstofemissies naar de lucht plaats. Deze stikstofemissies worden veroorzaakt door mobiele werktuigen en bouwverkeer ten behoeve van het project en worden in onderstaande paragrafen beschreven. In bijlage 1 van de bijgevoegde rapportage is de Aerius export van de aanlegfase bijgevoegd. Mobiele werktuigen Voor de aanleg zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. In overleg met de opdrachtgever is een inschatting gemaakt van het gebruik van mobiele werktuigen op basis van cijfers uit vergelijkbare projecten. De effectieve bouwtijd duurt in totaal circa 30 weken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het groot materieel en het te verwachten dieselverbruik in deze periode.
Bouwverkeer Ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmaterialen en het personeel ter plaatse vindt van en naar de ontwikkellocatie werkverkeer plaats. Gemiddeld komen er 2 busjes (lichtverkeer) en 1 vrachtwagen per dag naar het plangebied, dat zijn respectievelijk circa 4 en 2 bewegingen. Worstcase zijn deze gegevens per etmaal ingevoerd in Aerius 2020. Aangezien de totale bouwtijd maar 30 weken is, mogen er in deze bouwtijd meer voertuigen per dag komen om alsnog deze hoeveelheid te halen. Het bouwverkeer is gemodelleerd vanuit de ontwikkellocatie via de Vergaertweg en Berghemseweg tot aan het tot aan het kruispunt Berghemseweg/Oude Rijksweg. Hierna is het verkeer ruimschoots opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Toekomstige situatie, gebruiksfase Het plan voorziet in de realisatie een kleinschalige wellness en 12 bungalows ter aanvulling op 20 reeds bestaande bungalows. Het totaal komt dan op 32 vakantiewoningen. Daarnaast is op het park ook een bedrijfswoning aanwezig. De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit plan in de gebruiksfase betreffen de stookinstallaties van de vakantiehuizen, bedrijfswoning en wellness, en de aantrekkende verkeersbewegingen ten gevolge van het plan. Deze 82 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
worden in onderstaande paragrafen beschreven. In bijlage 2 van de bijgevoegde rapportage is de Aerius export van de gebruiksfase bijgevoegd. De nieuwbouw is op zijn vroegst in 2021 gereed. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2021 voor de gebruiksfase. Stookinstallaties De nieuwbouw krijgt waarschijnlijk geen aansluiting op het gastransportnet, maar de bestaande woningen blijven nog wel aan het gasnetwerk gekoppeld. Tevens zullen in de te bebouwen wellness stookinstallaties aanwezig zijn om het water te verwarmen. In de huidige situatie stoken de 20 bungalows en bedrijfswoning tezamen circa 10.000 m3 gas per jaar. Op basis van deze gegevens is een prognose gemaakt van het verwachte gasverbruik in de nieuwe situatie. Verwacht wordt dat het gasverbruik zal toenemen tot maximaal 25.000 m3 gas per jaar voor de verwarming van de bestaande woningen en de wellness tezamen. Daarmee vormt het stoken in de huidige situatie een relevante bron ten aanzien van stikstofdepositie. Op basis van de stikstofconcentratie en de stookwaarde van aardgas is een berekening gemaakt van de totale emissie per jaar. De emissie van de stookinstallaties van de woningen en de wellness bedraagt circa 16 kg NOx per jaar. In het model is een emissie ingevoerd van 20 kg NOx/jaar om het geheel echt worstcase te beschouwen. Verkeer Aan de hand van CROW-publicatie 381, d.d.
december 2018, is de verkeersgeneratie bepaald. Aan de hand van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2019) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Bernheze wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Onderstaande tabel 2 geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgrond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Deze betreft slechts de verkeersgeneratie voor de vakantiewoningen en bedrijfswoning. De wellness is hierin niet meegenomen omdat deze slechts te gebruiken is door bewoners van de vakantiewoningen en dus niet voor extra verkeersgeneratie zal zorgen.
Bovenop de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking voor middelzwaar vrachtverkeer van 1% van de totale verkeersgeneratie. In dit geval betreft dit, naar boven afgerond, gemiddeld per jaar 2 middelzware vrachtverkeerbewegingen per etmaal. Het bouwverkeer is gemodelleerd vanuit de ontwikkellocatie via de Vergaertweg en Berghemseweg tot aan het tot aan het kruispunt Berghemseweg/Oude Rijksweg. Hierna is het verkeer ruimschoots opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
83 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Resultaten Aanlegfase Aerius In onderstaande figuur zijn de berekeningen van de aanlegfase van de doorontwikkeling van het vakantiepark Zeverbergen weergegeven.
Figuur Resultaatblad Aerius aanlegfase
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Combinatiestudie Onderstaande figuur geeft een uitsnede van de Aerius-berekening van de aanleg- en de gebruiksfase indien beide tegelijk verlopen.
84 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
Figuur Resultaatblad Aerius aanleg- én gebruiksfase
Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Gebruiksfase Aerius In onderstaande figuur zijn de berekeningen van de gebruiksfase van de doorontwikkeling van het vakantiepark Zeverbergen weergegeven.
Figuur Resultaatblad Aerius gebruiksfase
Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 200085 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. CONCLUSIE Geconcludeerd wordt dat zowel voor de aanlegfase als voor de gebruiksfase als voor de combinatiefase blijkt dat de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Significante effecten op Natura-2000 gebieden zijn uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming nodig.
5.13 M.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het plan mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepa-lend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden door-lopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.-richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebon-den.
De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Vooraf-gaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bij-lage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig plan wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.10 betreft namelijk ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 86 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
1°. 250.000 bezoekers of meer per jaar, 2°. een oppervlakte van 25 hectare of meer, 3°. 100 ligplaatsen of meer of 4°. een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied.’’ De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt circa 2,2 hectare. Het beoogde bouwplan voorziet in de realisatie van 12 bungalows, een kleinschalige wellness-/fitnessruimte met horeca en een nieuwe techniekruimte. Bij een volledige bezetting van de bungalows (circa 4 x 12 x 365) blijft het bezoekersaantal beneden de 20.000 bezoekers per jaar. De wellness-/fitnessruimte met horeca zal met name gebruikt worden door gasten van het vakantiepark en zorgt derhalve niet voor extra bezoekers. Gezien het voorgaande blijft de voorgenomen ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde en kan volstaan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Sab heeft een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De rapportage, d.d. 22 december 2020, kenmerk 190204.01, is integraal als separate bijlage bij deze toelichting gevoegd. Conclusie van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt.
De gemeente Bernheze heeft een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen voordat dit bestemmingsplan ter inzage is gelegd. CONCLUSIE Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een (m.e.r.-(beoordelings) procedure is daarom niet benodigd.
87 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING 6.1 Inleiding Een bestemmingsplan is een zogenaamd bindend plan. Dat wil zeggen dat het bindend is voor zowel de overheid als voor de burgers. Regels (voorschriften) en verbeelding (de plankaart) zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De toelichting is niet juridisch bindend, maar moet zoals de naam al zegt worden gezien als een nadere toelichting op de regels en de verbeelding. Bovendien geeft het inzicht in de afweging die tot het bepalen van de bestemmingen heeft geleid.
6.2 Toelichting verbeelding De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond, schaal 1:1.000. Op de verbeelding is een aantal bestemmingen (Natuur en Waarde-Archeologie 2) en aanduidingen (Bouwvlak, Specifieke vorm van recreatie – vakantiehuisjesterrein en wonen) opgenomen.
6.3 Toelichting regels De planregels zijn verdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft de inleidende regels met daarin de begrippen en de wijze van meten. In hoofdstuk 2 zijn de bestemmingsplanregels weergegeven. In dit hoofdstuk worden de op de verbeelding opgenomen bestemmingen geregeld. In hoofdstuk 3 zijn algemene regels opgenomen waaronder de anti-dubbeltelbepaling en algemene regels voor afwijken bij omgevingsvergunning. In hoofdstuk 4 zijn de overgangsregels en is de slotregel opgenomen. Een bestemmingsartikel is als volgt opgebouwd: - Bestemmingsomschrijving - Bouwregels - Nadere eisen - Afwijking van de bouwregels - Specifieke gebruiksregels - Afwijking van de gebruiksregels - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden - Wijzigingsbevoegdheden
88 Bestemmingsplan Vergaertweg 4 Heesch Toelichting
6.4 Toelichting bestemmingen 6.4.1 Natuur De bestemming Natuur vormt de vertaling van de keuze van de gemeente om gebiedsbestemmingen als uitgangspunt te nemen, waardoor de verschillende kwaliteiten in het buitengebied duidelijk tot uitdrukking komen. Alle bestaande natuurgebieden in eigendom van natuurbeherende instanties zijn bestemd als ʹNatuurʹ. Het gaat hier om de bestaande natuurgebieden (in eigendom van natuurbeherende instanties) en de EHS‐gebieden, voor zover deze in het Natuurbeheerplan niet zijn aangeduid als ‘om te vormen’. Voor de aanduiding ‘Specifieke vorm van recreatie – vakantiehuisjesterrein’ geldt dat hier een recreatieterrein c.q. vakantiepark is toegestaan. Binnen de gebruiks- en bouwregels is aangegeven wat ter plaatse is toegestaan. Op het park is één bedrijfswoning. De andere bestaande woning op het park heeft de aanduiding ‘wonen’.
6.4.2 Waarde-Archeologie 2 De voor “Waarde - Archeologie 2” bestemde gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden en gronden, met een hoge archeologische verwachtingswaarde.