Nota zienswijzen bestemmingsplan Heesch West en bestemmingsplan Facetplan geluidszone - deel 2.pdf
Tekst van het document
87
-
87 57
948
949
Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen.
Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.
406
88 58
950
88
951
-
Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening leef klimaat en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van stikstofemissieruimte voor de nieuw te vestigen bedrijven. een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.
Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.
407
88
-
952
Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften. Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit.
88
-
953
Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.
88
-
954
Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Zie thema Proces en participatie.
408
88
-
955
Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leef baarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden. Zie thema Proces en participatie.
88
-
88 58
89
-
956
Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen.
957
958
Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.
Reclamant is niet per definitie tegen de vooruitgang, maar is wel kritisch over de keuzes die gemaakt zijn en de redenen waarom. Reclamant is blij dat er geen windturbines komen en dat de gemeente het oppervlak aan zwaar milieubelastende bedrijven heeft gereduceerd. Desondanks houdt reclamant grote zorgen, vandaar deze zienswijze. Zie onderstaande beantwoording.
409
89
-
959
Reclamant stelt dat Heesch West een zogenaamd schrijnende behoefte aan bedrijventerreinen oplost. Volgens reclamant is het vreemde echter dat de economie nu nog steeds groeit, maar er een tekort is aan (geschoolde) arbeidskrachten en een grote woningnood. De lange termijn trend laat een verdere krimp van de beroepsbevolking zien, en dus minder banen. Ook het adagium dat een economie altijd moet groeien is op termijn niet houdbaar. Groeiende werkgelegenheid zal onherroepelijk leiden tot een verder aanwas van arbeidsmigranten die vervolgens de woningmarkt nog verder overbelasten, nog los van de sociale problematiek en handhavingsvraagstukken die daarmee samenhangen. Reclamant stelt dat het ook niet is aangetoond dat dit industrieterrein nodig is. Zoals dat ook in het voornemen tot herbegrenzing van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant staat dient er nog gemotiveerd te worden of voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 5.3 lid 4 van de IOV. Volgens reclamant is een belangrijke voorwaarde de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting, welke tot op heden niet is gemotiveerd en is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de IOV van de provincie. Inzoomend op het doel van Heesch West geeft reclamant aan dat de vestiging van distributie-XL de aantrekking van laaggeschoolde arbeid betekent en geen economisch toegevoegde waarde van het bedrijf.
Daarnaast bieden huidige bedrijventerreinen, eventueel na revitalisatie, genoeg ruimte om nog bedrijven te vestigen, bijvoorbeeld op de Rietvelden. Volgens reclamant is het ook een groot voordeel dat de omgeving daar gewend is aan bedrijvigheid. Er hoeft dan ook geen natuur/landelijke omgeving verziekt te worden met (hoog)bouw. Een stedelijke ontwikkeling van 160 voetbalvelden groot, met distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, is niet passend in dit gebied, aldus reclamant. Zie thema's Behoefte, Werkgelegenheid en arbeidsmigranten, Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik en Ruimtelijke kwaliteit. Zie ook het antwoord onder rij 615.
410
89
-
960
Reclamant geeft aan dat er al sinds 2002 sprake is van Heesch West als onderdeel van de stedelijke regio Waalbos. Toch zijn er al diverse nieuwe industrieterreinen in gebruik genomen en was de noodzaak volgens reclamant dus niet zo hoog. Dat de grond inmiddels is aangekocht door gemeenten en projectontwikkelaars mag op geen enkele wijze reden zijn om "dan maar door te zetten". Reclamant stelt Zie thema's Behoefte en Ruimtelijke kwaliteit. dan ook dat het project inmiddels lijkt op een "self fulfilling prophecy". Aanvullend daarop: het plan wordt niet in procedure gebracht omdat dit Het ontgaat reclamant dan ook compleet wat de noodzaak is voor weer plan af gerond moet worden. Nee, omdat er een grote behoefte is aan een nieuw bedrijventerrein ten koste van het prachtige Brabantse ruimte voor de bedrijven die op Heesch West beoogd zijn. Er is dus landschap. geen sprake van een veronderstelde ‘self fulfilling prophecy' en al helemaal niet van grondposities van private ontwikkelaars.
89
-
961
Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften. Reclamant stelt dat het plan moet uitstralen dat er veel aandacht is voor de omgeving en de natuur. Door de vele plaatjes van planten en dieren. Helaas zal de waarheid anders zijn vreest reclamant. En zal er echt geen sprake zijn van een bijen- en vleermuisroute, maar van een opeenstapeling van grote distributiecentra (het doel is immers richten op distributiecentra XL). Bovendien wordt er ruimte gegeven aan bedrijven in milieucategorie 4.2 en 5.1, bedrijven die nergens terecht kunnen vanwege hun onevenredige milieubelasting.
Volgens reclamant staat vestiging van deze bedrijven haaks op alle milieu-ambities en zou volledig moeten worden geschrapt. Reclamant stelt dan ook dat het realiseren van een vervuilend industrieterrein op een "milieuvriendelijke wijze" eerder een contradictie in terminus lijkt.
Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat, Ruimtelijke kwaliteit, Milieucategorie en Duurzaamheid. Aanvullend merken we op dat het terrein niet alleen of hoofdzakelijk ruimte biedt voor logistiek, maar het is breder dan dat. Zie thema Behoefte.
411
89
-
962
89
-
963
89
-
964
Reclamant heef t geen vertrouwen in de "veilige, milieubewuste en verantwoorde" vestiging van bedrijven in milieucategorie 4.2 en 5.1. Helaas leert de ervaring dat de overlast van deze bedrijven niet of nauwelijks wordt aangepakt. Reclamant haalt een recent voorbeeld aan van een grote brand bij AVI in Den Bosch, dit bedrijf werd meermaals op de vingers getikt maar kan gewoon door gaan stelt reclamant. Reclamant stelt dat Heesch West een rode loper lijkt voor deze structurele milieuzondaars, met subsidie op verhuizen, en vervolgens de Zie thema's Milieucategorie, Woon -en leef klimaat (kopje Handhaving omgeving verzieken met hun overlast. Volgens reclamant leidt dit tot en monitoring) en Gezondheid. onaanvaardbare kans op overlast, milieu-incidenten en Aanvullend: Heesch West biedt geenszins een rode loper voor gezondheidsschade. vervuilende bedrijven zoals reclamant stelt. Reclamant vindt dat er te optimistische plaatjes zijn voor de verkeersafwikkeling. De plaatjes tonen een "beperkte" verkeerstoename op de A59 met nauwelijks invloed van Heesch West. Echter stelt reclamant dat een ieder die de A59 regelmatig gebruikt in de spits weet dat de weg aan haar maximum capaciteit zit. Een paar procent extra maakt het verschil tussen nog net doorstromend verkeer en een stilstaande file.
Heesch West zal dus volgens reclamant leiden tot meer f iles, meer sluipverkeer en meer milieuoverlast. Zie thema Mobiliteit. Reclamant vindt het naïef dat wordt gedacht dat de verkeersoverlast in Vinkel kan worden beperkt door een verkeersverbod. De gemiddelde (Oost-Europese) vrachtwagenchauffeur heeft lak aan de Nederlandse verkeersregels en gaat een verkeersverbod dus niet voorkomen dat zware vrachtauto's op weg naar Veghel-Uden om gaan rijden. Reclamant verwijst naar tabel 5.1 op pagina 28 van het MER rapport om vervolgens de conclusie te trekken dat de gemeente zelf ook niet gelooft Als gevolg van de ontwikkeling Heesch West wordt ook de oostwestverbinding Bosschebaan-Rekken opgewaardeerd en parallel aan in de verkeersbeperkende maatregel. de A59 doorgetrokken. Hierdoor trekt deze route meer verkeer aan van Ook heef t reclamant bedenkingen over hoe de kom van Vinkel groen andere oost-westverbindingen, waaronder de Brugstraat in Vinkel. kleurt op deze kaart, het is compleet onduidelijk en lijkt eerder op een Daardoor is een afname van verkeer te zien op de Brugstraat. De bewuste verdraaiing van de feiten. groene kleur is dus correct en geen verdraaiing van feiten. De verwijzing naar tabel 5.1 betreft het verkeersrapport.
In deze tabel is een toename op de Weerscheut opgenomen, maar dit komt uitsluitend door de toename van personenauto's, de toename van vrachtauto's is dus 0. Daaruit blijkt wel dat de maatregel voor het vrachtwagenverbod een zorgvuldig en efficiënte maatregel, die doeltreffend is. Wat betref t het inrijverbod, verwijzen we naar het antwoord onder rij 914.
412
89
-
965
89
-
966
Reclamant stelt dat ondanks de verbloemende teksten de verkeersdrukte wel degelijk fors toe neemt. Reclamant refereert aan f iguur 5.1 (pag27) en tabel 5.2 (pag29) van het MER rapport. Waarin te lezen valt dat de verkeerstoename van zwaar vrachtverkeer bij positie 11 100% zal bedragen en bij positie 19 50%. Volgens reclamant spreekt de gemeente dus feitelijk haar eigen rapporten tegen en geeft bewust een verkeerde voorstelling van zaken. De rapporten en onderzoeksmodellen zijn onafhankelijk en objectief. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat het zware verkeer afbuigt en de Nieuwekampen zal nemen in plaats van door Vinkel te rijden. Onduidelijk Het vrachtverkeer neemt op deze wegvakken inderdaad toe. Relatief blijf t wat deze toevallige 50% van het vrachtwagenaanbod dan beweegt gezien lijken dit forse stijgingen (van 200 naar 400 vrachtauto's = deze af slag te nemen. Verkeer dat deze sluiproute kiest zal echt niet nog +100%). Qua totaal aantal motorvoertuigen (personenauto's + verder omrijden en dus voor het grootste deel verder rijden langs de Van vrachtauto's) zien we juist een kleine afname (-100 motorvoertuigen). Rijckevorselweg denkt Reclamant. Reclamant geeft ook aan dat de Van De af name van het aantal personenauto's is groter dan de toename van het aantal vrachtauto's.
Dit resulteert in 2.600 motorvoertuigen per Rijckevorselweg en de Nieuwekampen ongeschikt zijn voor zwaar etmaal, waarvan 400 vrachtauto's. Dit aandeel (vracht)verkeer is vrachtverkeer. Dit betekent volgens reclamant meer kans op zware passend bij een dergelijk wegvak waar voor een veilige ongevallen. Aanpassing van deze wegen gaat haast vanzelfsprekend verkeersafwikkeling een streefwaarde van max. 4.000 binnen de ten koste van de natuur, het landschappelijk aanzicht en woongenot. bebouwde kom en max. 6.000 buiten de bebouwde kom wordt gehanteerd. Daar blijft de intensiteit nog ruim onder. Op de Nieuwekampen blijkt uit het verkeersrapport figuur 5.1 ook een af name van verkeer. Reclamant geeft aan dat op dit moment al veel zware vrachtwagens over de Van Rijckevorselweg rijden. Dit geeft geluidsoverlast (24/7) en verkeersonveiligheid voor kleine kinderen die lopend of op de fiets naar school gaan. Reclamant vindt een nog verdere toename onacceptabel en in geen verhouding staan met de "voordelen" die de inwoners van de gemeente 's-Hertogenbosch hebben van het plan Heesch West. Reclamant geeft aan dat hij/zij het recht behoudt om de waarde van zijn woning voor de WOZ bij de gemeente 's-Hertogenbosch aan te vechten en los daarvan een compensatie zal eisen als gevolg van planschade en derving woongenot.
Zie thema's Woon -en leef klimaat, Geluid, Mobiliteit en Kosten en baten en planschade. Zie verder ook het antwoord in rij 965.
413
89
-
89 59
90 60
967
968
969
Reclamant stelt dat de noodzaak van Heesch West onvoldoende is aangetoond. - De noodzaak van Heesch West als vestigingslocatie van bedrijven in de milieucategorie 4.2 en hoger brengt onaanvaardbare risico's met zich mee - De voorstelling van zaken omtrent milieuambities en verkeersafwikkeling is onjuist, onvolledig, en geeft een onaanvaardbare toename van overlast van de omwonenden - Alternatieve plannen voor Heesch-west zijn wellicht het overwegen waard, zoals bijvoorbeeld het plan Bosch-buiten. - Mocht de gemeente de zienswijze geheel of gedeeltelijk naast zich neerleggen behoudt reclamant zich het recht voor om de waarde van zijn woning voor de WOZ bij de gemeente 's-Hertogenbosch aan te vechten en los daarvan een compensatie te eisen als gevolg van planschade en derving woongenot. Reclamant verzoekt de gemeente derhalve de huidige plannen voor Heesch West af te keuren en de plannen voor Heesch West aan te passen naar aanleiding van de zorgen zoals reclamant deze heeft toegelicht in deze zienswijze.
Zie thema's Behoefte, Externe veiligheid, Milieucategorie, Mobiliteit, Woon -en leef klimaat, Duurzaamheid en Kosten en baten en planschade. Zie verder bovenstaande antwoorden. Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Reclamant blijft zich zorgen maken over zijn/haar toekomstig leefklimaat en vreest voor milieuhinder zoals geluidsoverlast, geur- en stofhinder, trillingshinder en een aantasting van de leefomgeving en de natuurwaarden. Nu heef t reclamant nog zicht op een landelijke, kleinschalige omgeving, maar na voltooiing van de plannen, heeft reclamant slechts zicht op de enorme bouwmassa van het industrieterrein. Dit is een grote inbreuk op de bestaande situatie en voor reclamant een onaanvaardbare beperking. Reclamant stelt dat bij de ontwikkeling van het plan onvoldoende rekening is gehouden met de (individuele) belangen van omwonenden, terwijl zij juist de ergste Zie thema's Woon -en leef klimaat, Ruimtelijke kwaliteit, Proces en ongemakken moeten ervaren. participatie, Geluid, Geur, Stof, Trillingen en Natuur.
414
90
-
970
Reclamant heef t geen voordelen van het bedrijventerrein en wordt slechts geconfronteerd met de nadelen. De onzekerheid en spanningen over de planvorming hebben in de loop der jaren een zware wissel getrokken op het gezin van reclamant. De gemeente zou als hoogste prioriteit het beperken van de impact voor omwonenden moeten hebben. Na de vele inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan zijn teleurstellend genoeg weinig aanpassingen doorgevoerd, een duidelijk signaal. De huidige locatie van het bedrijventerrein vormt een erfenis uit het verleden. In de huidige tijd zou er nooit meer gekozen worden om een bedrijventerrein midden in het landelijk gebied te laten landen zonder directe aansluiting bij bestaande bebouwing. De gemeenten die dit 'duurzaam' bedrijventerrein willen realiseren hebben daarom naar mening van reclamant een resultaatverplichting om de inpassing maximaal robuust uit te voeren met zo min mogelijk aantasting voor de woonomgeving van reclamant/omwonenden. Het huidige ontwerp laat echter verschillende steken vallen. Zie thema's Proces en participatie, Woon -en leef klimaat, Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik, Duurzaamheid en Ruimtelijke kwaliteit.
415
Reclamant stelt dat het uitzicht, het landschap en de leefomgeving ernstig dreigt te worden aangetast door het plan. Reclamant haalt de term 'verdozing' van het landschap aan, waarbij het landschap steeds meer wordt volgebouwd met lelijke mega-loodsen, oftewel 'super-dozen'. Architecten, planologen, maar ook burgers en bestuurders maken zich hier steeds meer zorgen over. Dergelijke distributiecentra voegen volgens reclamant niets toe aan de regio en de regionale of Brabantse economie.
90
-
971
Reclamant stelt dat de grote logistieke bedrijven of distributiecentra geen werkgelegenheid opleveren voor de regio. De bedrijven draaien voornamelijk op arbeidsmigranten. Daarnaast leveren deze bedrijven netto ook zeer weinig werkgelegenheid op omdat er per vierkante meter maar zeer weinig werknemers werkzaam zijn. De gebouwen hebben echter wel zeer negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit en zijn een bedreiging voor het landschap rond Heesch. Reclamant is dan ook van mening dat de 'verdozing' van het Brabants landschap moet stoppen. Binnen het plan Heesch West moet geen ruimte komen voor grootschalige logistieke bedrijven en distributiecentra. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Behoefte, Woon -en leefklimaat en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.
416
90 60
972
Reclamant stelt dat de landschappelijke inpassing op basis van de verbeelding en de toelichting volstrekt onvoldoende is. Reclamant stelt dat het brede groene 'eiland', zoals nu midden in het bedrijventerrein is voorzien, juist aan de randen gesitueerd moeten worden. Op die manier kan dit een extra afscherming bieden tussen het bedrijventerrein en de omgeving, en ontstaat meerwaarde voor omwonenden én natuur. Reclamant merkt op dat er in het huidige plan nog geen invulling is gegeven aan het advies van de Commissie MER om meer duidelijkheid te geven over de positie van het landschapspark ten opzichte van de omgeving. Reclamant vindt het zeer zorgwekkend dat een onderdeel van het plan welke ziet op de borging van een goed woon- en leefklimaat van omwonenden in deze fase van de plannen nog niet is uitgewerkt. Reclamant vraagt zich af in hoeverre het college de zorgen van omwonenden over de landschappelijke inpassing serieus heeft meegenomen. Reclamant behoudt zich het recht voor om tegen alle onderdelen van de landschappelijke inpassing op een later moment in rechte op te komen nu de gemeente heeft verzuimd deze stukken ter inzage te leggen. Reclamant heef t een vijftal verzoeken (hieronder samengevat): 1. Benut de inrichting van het landschapspark om het zicht op de gebouwen en geluidoverlast maximaal te beperken.
Door het landschapsterrein in te richten met hoogteverschillen van bos, bosschages, plas/dras zones tot en met grondwallen, welke kunnen dienen als geluidswallen. 2. Het landschapspark moet als hoofddoel hebben het afschermen van het bedrijventerrein van de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn, waarbij een aanzuigende werking moet worden voorkomen. Een waterplas met zwemstrandje beschouwt reclamant dan ook als zeer onwenselijk. 3. Creëer slechts een gering aantal parkeerplaatsen binnen de landschapszone. Parkeerplaatsen op afgelegen locaties zorgen vaak voor ongewenste activiteiten, terwijl handhaving ontbreekt. Creëer deze parkeerplaatsen niet aan de buitenzijde, maar juist aan de zijde van het bedrijventerrein, waar eventueel verlichting en cameratoezicht eenvoudig te realiseren is. 4. Belangrijk is dat het landschapspark van toegevoegde waarde is, met nadruk op groen en natuur. Volgens reclamant is bij de huidige zonneparken in het landschapspark sprake van een verkeerde Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Natuur, Woon -en leefklimaat, Proces toepassing van multifunctioneel ruimtegebruik. Dit gaat ten koste van en participatie, Mobiliteit, Geluid en Duurzaamheid.
417
natuur en groene landschappelijke inpassing. Daarbij maakt reclamant zich extra zorgen dat negatieve effecten alleen maar versterkt worden, zoals het verder dragen van geluid. Aangezien er voldoende vierkante meters op de daken van de bedrijfsgebouwen binnen dit plan beschikbaar zijn, zijn extra zonneparken binnen dit plan, en net buiten het plangebied, niet noodzakelijk en dienen deze uit de plannen te worden geschrapt. Reclamant benadrukt dat het landschapspark een af schermingsfunctie heeft, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve effecten binnen deze zone 5. Reclamant stelt dat de waarde van de historische Napoleonsweg Ruitersdam onder meer zit in de rust op en rondom dit onverharde zandpad. Het pad en aanliggende groenstrook, in de ogen van reclamant de buitenrand van het bedrijventerrein, moet daarom niet doorkruist worden door infrastructuur of andere negatieve maatregelen. Reclamant stelt voor om de verbindingsweg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, direct op de overgang van park en bedrijven.
418
90
-
973
Aan de oostzijde van het bedrijventerrein is geen groene buffer voorzien. De grond die hiervoor oorspronkelijk bedoeld was, is intussen bestemd voor een zonnepark. Anders dan wordt gesteld, kan een dergelijk industrieel zonnepanelenpark uiteraard niet dienen als 'buffer' ten opzichte van het bedrijventerrein. Reclamant verzoekt om het plan aan te passen zodat aan deze zijde van het bedrijventerrein ook een voldoende brede groenstrook wordt opgenomen op de verbeelding. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.
90
-
974
Aan de zuidzijde van het plangebied is een relatief smalle groeninpassing aanwezig is, vergeleken met brede groenstrook middenin plangebied. Daarbij worden aan de zuidzijde ook bedrijfsbestemmingen ontwikkeld wat volgens reclamant zorgt voor een significant negatief effect. Reclamant verzoekt de gemeente om deze groenzone robuuster (breder) te ontwikkelen en af te zien van bedrijfsbestemmingen langs de Zoggelsestraat en Koksteeg. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Woon -en leefklimaat.
90
-
975
Volgens reclamant is bij het zonnepark in de zuidwestzijde van het landschapspark sprake van een verkeerde toepassing van multif unctioneel ruimtegebruik. Hier kunnen volgens het bestemmingsplan (grootschalige) zonneparken worden ontwikkeld ten koste van de natuur en de landschappelijke inpassing. Reclamant benadrukt dat het landschapspark een af schermingsfunctie heeft, en de omgeving niet nóg meer belast moet worden met negatieve effecten binnen deze zone. Reclamant is van mening dat er voldoende dakoppervlakte is om zonnepanelen op te ontwikkelen. Reclamant verzoekt de gemeente de dubbelbestemming “Waarde - Zonnepark” achterwege te laten en in de groenzone geen zonneparken te ontwikkelen. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.
419
90
-
976
Reclamant is het niet eens met de bestemming 'Gemengd', die voor een kavel aan de Koksteeg nr. 18 is voorgesteld. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting via het bedrijventerrein). Nu betreft dit een ontsluiting vanaf de Koksteeg buiten het bedrijventerrein, waarbij de gemeente nu aangeef t dat deze Gemengde bestemming, met mogelijkheid tot een horecagelegenheid, meer bedoeld is voor het landschapspark en omgeving, dan voor het bedrijventerrein zelf. Daar komt bij dat het een horecabestemming betreft die zowel overdag als 's avonds geopend mag zijn, wat nog meer overlast betekent. Reclamant is van mening dat: 1. Als er een locatie met de functie ‘Gemengd’ wordt bestemd, deze uitsluitend op én via het bedrijventerrein dient te worden ontsloten. 2. Locatie met functie ‘Gemengd’ dient zich allereerst te richten op klandizie vanuit het bedrijventerrein. Het ‘landschapspark’ vormt hooguit een secundaire groep. 3. Reclamant verzoekt de functie ‘Gemengd’, in verband met verwachte overlast, enkel toe te staan voor daghoreca. 4. Het landschapspark heeft als hoofddoel het afschermen van bedrijventerrein met de omgeving. Recreatie zou slechts een secundair doel mogen zijn.
Het situeren van horecamogelijkheden nabij het landschapspark geeft de indruk dat dit park een aantrekkende functie voor recreatie mag krijgen, wat voor de omgeving naast de impact van het bedrijventerrein, nog meer impact oplevert.
Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat, Mobiliteit en Duurzaamheid.
420
90
-
977
Reclamant geeft aan dat binnen de bestemming Groen niet vast staat dat ook groen wordt gerealiseerd. Ten eerste mogen er onbeperkt gebouwen worden gebouwd tot een hoogte van 3 (soms van 5) meter en maximaal 30 m2 per stuk. Verder ontbreken voorwaardelijke verplichtingen die ervoor moeten zorgen dat hier een landschappelijke inpassing komt en in stand wordt gelaten. Reclamant verzoekt om de ongewenste bebouwing niet toe te staan en uit de planregels te verwijderen. Daarnaast het verzoek om een voorwaardelijke verplichting binnen een paar jaar na vaststelling op te nemen. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.
90
-
978
Reclamant stelt dat het zaak is de landschappelijke inpassing, met voldoende hoog en dicht afschermend groen, goed in de regels te borgen en deze binnen maximaal 1 jaar aan te leggen. Onder verwijzing naar de huidige voorwaardelijke verplichting in het plan (art. 5.4.2 en 5.4.3) merkt reclamant op dat een omgevingsvergunning de eerste 3 jaar gewoon kan worden verleend, zonder dat een landschappelijke inpassing gerealiseerd is. Bij die bedrijven kan niet meer worden af gedwongen dat er nog een landschappelijke inpassing komt. Dat is onaanvaardbaar en wordt niet gemotiveerd. Groen moet ook de tijd krijgen aan te slaan en hoogte te bereiken. Daarnaast merkt reclamant dat in artikel 5.4.2 wordt verwezen naar bijlage 4 (landschappelijk inrichtingsplan), welke bijlage nog niet beschikbaar is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Reclamant geeft aan dat tevens de bergingscapaciteit voor water ontbreekt in de planregels. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet dus niet aan de eisen van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In artikel 5.4.3 onder b van de planregels blijkt niet binnen welke termijn deze bepaling moet worden gerealiseerd, dit is dus een loze planregel. Ook de verwijzing naar een verordening van een andere gemeente dan de gemeente (Bernheze) waarin het terrein ligt, deugt niet. Verder zegt de planregel dat groene gevels of een dak ook meetellen voor de 10% norm. M.u.v.
de groene gevel doet dit niets om het bedrijf in te passen in de omgeving. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.
421
90 60
979
Volgens reclamant leidt het bedrijventerrein met o.a. logistieke bedrijven tot een groot aantal verkeersbewegingen: reclamant leest in de stukken: circa 7.900 (vracht)verkeersbewegingen per etmaal. De toch al overvolle wegen zullen nog voller komen te staan. Door toedoen van het plan zal: • Het aantal f iles en opstoppingen op de A59 en toegangswegen nog verder toenemen; • Sluipverkeer nog meer in de hand worden gewerkt op wegen die daar niet voor geschikt zijn • Het nog onveiliger worden op de wegen rondom Heesch-West door o.a. een schrikbarend groot aantal vrachtwagenbewegingen per etmaal; • Een goede bereikbaarheid van onze woningen in gevaar komen en hier tevens zorgen voor waardedaling van onze woning; • De gezondheid van omwonenden verslechteren (toename fijnstof en geluidsoverlast). Zie thema's Mobiliteit, Duurzaamheid, Kosten en baten en planschade, Gezondheid, Luchtkwaliteit en Geluid.
90 60
980
Reclamant stelt dat de combinatie van de ontwikkeling van Heesch West met de ontwikkeling van Cereslaan West, en de hierbij sterke aanzuigende werking van (vracht)verkeersbewegingen door logistieke bedrijven, realisatie van 'publieke functies' (zoals fastfoodrestaurant, tankstation of carpoolplaats) voor onacceptabele risico's en overlast gaan zorgen in de omgeving, daar waar het gaat om geluid, (verkeers)veiligheid en gezonde leefomgeving.
Zie thema's Mobiliteit, Geluid en Gezondheid.
422
90
-
981
Reclamant merkt op dat kennelijk ongewenste verkeerseffecten niet helemaal weg worden genomen, waar dit wel mogelijk is. Met afschuw en onbegrip leest reclamant in de plannen dat Bedrijfsbestemmingen en Activiteiten toe worden gelaten binnen het plangebied langs de Zoggelsestraat en de Koksteeg, echter zonder een interne ontsluiting via de Bosschebaan. Deze toekomstige bedrijven krijgen een ontsluiting buiten de interne ontsluitingsstructuur. Dit betekent een gigantische aantasting van een beoogde robuuste landschappelijke inpassing, maar ook extra verkeersoverlast voor omwonenden. Dit is ronduit een schoffering van de omwonenden, omdat: 1. Er altijd gecommuniceerd is dat de betreffende bestaande woningen zouden worden geamoveerd en er een goede (lees robuuste) landschappelijke inpassing zou plaatsvinden. 2. De gemeente nu willens en wetens puur voor eigen economisch belang gaat en de omgeving opzadelt met extra werkverkeer- en geluidsoverlast. 3. Daarbovenop nog een bestemming ‘Gemengd’ met mogelijkheid voor Horeca wordt voorgesteld voor een kavel aan de Koksteeg. Dit is in eerste instantie altijd aangekondigd als een ontwikkeling t.b.v. het bedrijventerrein zelf (waarbij reclamant als omwonende daar logischerwijs uitgingen van een interne ontsluiting).
Nu gaat het om een ontsluiting daarbuiten, en geeft de gemeente aan dat deze ‘Gemengde’ bestemming meer ten behoeve van het landschapspark en omgeving is, dan voor het bedrijventerrein zelf. 4. De omgeving zit niet te wachten op extra overlast buiten de reeds te verwachten significante beschreven overlast. Reclamant vindt dat het bedrijventerrein een interne ontsluitingsstructuur hoort te krijgen in een lus-vorm, waarbij de uiteinden van de lus alleen aansluiten op de Bosschebaan en dan naar de A59.
Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Proces en participatie, Geluid, Mobiliteit en Woon -en leefklimaat.
423
90
-
982
In de toelichting en in het akoestisch onderzoek ten behoeve van de f acetplannen wordt uitgegaan van een afsluiting van de Koksteeg voor gemotoriseerd verkeer en een af waardering daarvan tot fietspad. Hierin kan reclamant zich vinden. Echter, de afsluiting van de Koksteeg is ten onrechte niet in de planregels geborgd via een voorwaardelijke verplichting, iets wat wel noodzakelijk is gezien de toezegging van de gemeente en het f eit dat dit als uitgangspunt in het akoestisch onderzoek is meegenomen. Indien de gemeenteraad dit niet borgt in de planregels stelt reclamant dat het uitgevoerde akoestisch onderzoek niet in deze vorm ten grondslag kan worden gelegd aan de plannen, aangezien dit onderzoek niet is gestoeld op een maximale planologische invulling van de planregels. Zie thema Mobiliteit.
424
90
-
983
Reclamant vindt het bijzonder dat in het plan een zoekgebied is opgenomen waarin twee varianten zijn opgenomen voor een nieuwe verbindingsweg tussen Weerscheut en Koksteeg. Reclamant geeft aan dat dit een voor de omgeving belangrijk onderdeel van het plan is. Reclamant betreurt het dat niet gereageerd kan worden op een uitgewerkt plan voor de verbindingsweg. De te verwachten hoeveelheid verkeer en daarmee geluid, licht en verstoring van het nu rustige buitengebied gaat de waardevolle Ruitersdam volgens reclamant onherstelbaar aantasten. De noordelijk gelegen variant vermindert de verstorende effecten. In dat kader geeft reclamant de volgende verwachtingen mee ten aanzien van deze ontsluitingsweg: 1. Een doorkruising van de afschermende werking van het landschapspark is ongewenst. Reclamant stelt voor de weg aan de noordelijke rand van het landschapspark aan te leggen, op de overgang van park en bedrijven. 2. De huidige geschetste noordelijke route ligt nog te ver zuidelijk en kan dichter langs bedrijfsbebouwing komen te liggen. Het is voor reclamant onbegrijpelijk waarom er niet op voorhand is gekozen voor een variant die recht doet aan de zorgen, belangen en gezondheid van bewoners. 3. Reclamant wenst geen onnodige aantrekkingskracht en verzoekt de beschikbare parkeerplaatsen t.b.v.
‘recreatie’ te minimaliseren, en te situeren aan de nieuwe ontsluitingsweg, om zodoende extra verkeersoverlast te voorkomen. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Licht, Natuur, Woon -en leef klimaat en Mobiliteit.
425
90 60
984
90 60
985
Reclamant vreest voor veel (cumulatieve) geluidhinder van verkeer op en rond het bedrijventerrein, van bedrijven en van weerkaatsing van snelweg- en industriegeluid door zonnepanelen. Dit leidt volgens reclamant tot een onleefbare situatie in en rond de woning. Reclamant Zie thema's Gezondheid, Mobiliteit en Geluid. vindt dat onacceptabel en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. De geluidsbelasting door industrielawaai van Heesch-West bedraagt op Geluidhinder zorgt voor gezondheidsschade blijkt uit onderzoek, Na juni de woning van reclamant 39 dB(A). Deze geluidsbelasting is ruim lager 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen van de dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande De geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt na realisatie van het van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat plan 44 dB en dit is eveneens lager dan de voorkeursgrenswaarde van dat 'grote lawaaimakers’ mogelijk worden gemaakt. Vanuit een oogpunt 48 dB voor wegverkeerslawaai. van gezondheid hoort de gemeente in het bestemmingsplan te regelen Cumulatief is sprake van een geluidsbelasting van 45 dB terwijl deze dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechterd door dit plan. cumulatieve geluidsbelasting toeneemt met maximaal 1 dB.
Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort Gelet op bovenstaande en omdat er geen hoorbare toename is van 1,5 op te leggen aan de soort bedrijven, de afstand tot woningen hoort te dB of hoger, veroorzaakt het aspect geluid geen significante vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. verslechtering van het woon- en leefklimaat. Reclamant stelt dat met het plan uitdrukkelijk wordt beoogd de vestiging van grote lawaaimakers mogelijk te maken. Reclamant verwijst naar het akoestisch onderzoek van 21 mei 2021 waarin overschrijdingen van de voorkeurswaarden worden voorzien met gevelbelastingen tot 55 dB voor verkeerslawaai. Reclamant kan zich daarmee niet verenigen omdat deze overschrijding het woon- en leefklimaat van reclamant ingrijpend Zie thema Geluid. beïnvloedt.
426
Reclamant merkt op dat niet onderzocht is of de geluidbelastingen verlaagd kunnen worden door het treffen van maatregelen. De feitelijke bescherming tegen geluidhinder wordt opgedeeld in verschillende vergunningtrajecten. Reclamant geeft aan dat in de vergunningverleningstrajecten voor elk individueel bedrijf dat zich op het terrein vestigt, gekeken moet worden naar toepassing van beste beschikbare technieken (BBT), tenzij dit redelijkerwijs niet kon worden verlangd. Door deze opzet wordt voor reclamant niet geborgd dat de geluidbelasting op de woningen op een doelmatige manier wordt beperkt hetgeen zich volgens reclamant slecht verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is het voor reclamant onduidelijk onder welke voorwaarde de grens van 55 dB mag worden overschreden en hoe de belangen van omwonenden hierin worden meegewogen. Dit geeft reclamant weinig houvast en weinig vertrouwen. 90 60
986
Ten aanzien van overdrachtsmaatregelen is volgens reclamant geen sprake van één bron- of een clustering van bronnen maar is de bron een enorm industrieterrein met een doorsnede van honderden meters met grote lawaaimakers. Reclamant merkt op dat aangegeven is dat geluidschermen financieel niet in verhouding staan tot de behaalde milieuwinst en stedenbouwkundig ook niet wenselijk zijn. Concluderend stelt reclamant dat geen enkele maatregel wordt genomen om hem/haar tegen geluidhinder te beschermen en om een goed woon- en leefklimaat te borgen. Reclamant vindt dat een globaal plan zoals dit geen goede ruimtelijke ordening waarborgt voor omwonenden.
Zie thema Geluid.
427
90 60
90 60
987
988
Reclamant verwijst naar de memorie van toelichting op de Omgevingswet ten aanzien van het vooroverleg en de milieugebruiksruimte. Reclamant merkt op dat uit de planregels blijkt dat het bevoegd gezag waarde hecht aan het vooroverleg maar dat er g een verplichting is opgenomen om hieraan uitvoering te geven. Reclamant vindt dat een dergelijke verplichting wel opgenomen moet worden. Reclamant geeft daarnaast aan dat het maximaliseren van vrij beschikbare gebruiksruimte het uitgangspunt moet zijn en g etuigt van een goede ruimtelijke ordening. Reclamant geeft aan dat een initiatiefnemer echter vooral belang heeft bij weinig beperkingen ten aanzien van de bedrijfsvoering. Reclamant vraagt zich dan ook af hoe op dit moment geborgd is dat ondernemers bereid zijn te investeren in geluidreducerende behuizing voor de beoogde activiteiten op hun bedrijfsperceel en er zo min mogelijk aanspraak wordt gemaakt op de beschikbare gebruiksruimte. Zie thema Geluid. In de planregels ontbreken voor reclamant belangrijke maatregelen voor geluid, zoals behuizingsmaatregelen, het voorkomen van geluid doorlatende openingen in gebouwen of, indien dit onmogelijk is het toepassen van geluidabsorptie en het dichten van kieren.
Daarnaast is niet geborgd dat de geluidbronnen zover mogelijk van geluidgevoelige omgeving moeten worden geplaatst en dat bedrijfsgebouwen voorzien worden van toereikende geluidsisolerende gevels en daken. Ook ontbreken regels waarmee een open bedrijfsterrein en zicht op geluidmakende bedrijfsactiviteiten wordt voorkomen en die, als een open bedrijfsterrein onontkoombaar is, voorzien in een gasdichte aaneengesloten geluidreducerende terreinafscheiding van voldoende hoogte. Geluidhinder op woningen kan volgens reclamant worden voorkomen door geluidmakende activiteiten te laten plaatsvinden in goed geluidsisolerende compartimenten. Reclamant vraagt zich verder af hoe zwaardere maatregelen bij uitbreiding van activiteiten bij de initiële vergunningverlening worden geborgd. Ook algemene beleidsregels ontbreken waar het gaat om geluid. Ook daarop kan volgens reclamant niet worden teruggevallen.
Zie thema Geluid.
428
90 60
989
Reclamant stelt dat het huidige ontwerp later gegarandeerd voor problemen gaat zorgen. Reclamant geeft aan dat het van belang is om planregels op te nemen om tot afgewogen goede ruimtelijke ordeningsmaatregelen te komen waarmee de minimaal toe te kennen geluidsafstand kan worden bepaald. Dat is wat vooroverleg volgens reclamant betekent als bedoeld in de memorie van toelichting van de Omgevingswet. Voor alle partijen zou dan op basis van de ingediende aanvragen om een omgevingsvergunning voor bouwen en de aangevraagde bedrijfsvoering alsmede de voorschriften concreet zichtbaar zijn waaraan moet worden voldaan. Volgens reclamant mist de planwetgever een kans om een goede ruimtelijke ordening voor omwonenden te garanderen, doordat vooroverleg in het licht van de Omgevingswet niet is voorgeschreven. Tevens wijst reclamant erop dat concrete planregels in het bestemmingsplan ontbreken die houvast geven ten aanzien van borging van het beperken van geluidhinder. Het hanteren van indicatieve afstanden in de Staat van Inrichtingen ontleend aan de VNG-brochure biedt volgens reclamant onvoldoende zekerheid. Individuele ondernemers zullen volgens reclamant aansluiting zoeken bij de normen van het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Dit leidt volgens reclamant tot een overschrijding van de toegekende gebruiksruimte met als gevolg langdurige procedures waarin initiatiefnemers en omwonenden, in het kader van vergunningverlening en handhavingsprocedures, recht tegenover elkaar komen te staan. Reclamant stelt dat er een plicht bij de planwetgever ligt om voorgaande te voorkomen. Reclamant is van mening dat in de huidige regels over geluid geen verplichtingen voortvloeien om een goede ruimtelijke ordening te borgen. Hierdoor is volgens reclamant sprake van onaanvaardbare 'symboolregelgeving'.
Zie thema Geluid.
429
90 60
990
Reclamant mist in de planbeschrijving en in het MER het ref erentieniveau van het omgevingsgeluid waarin woningen zich nu bevinden en waaraan een zeker geluidbeschermingsrecht kan worden toegekend. Met het referentieniveau moet volgens reclamant rekening worden gehouden bij de vraag of een toename van geluid zich wel verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. Onder verwijzing naar artikel 2.19a en 1.1 van het Activiteitenbesluit geeft reclamant in zijn/haar zienswijze aan hoe dit referentieniveau normaliter tot stand komt en hoe dit moet worden gezien. Reclamant stelt dat, nu in het plan het bepalen van het referentieniveau is nagelaten, de graadmeter of gekomen kan worden tot een goede ruimtelijke ordening, ontbreekt. Ook mist reclamant in het plan aandacht voor het feit dat de verandering van geluiddempend 'agrarisch' bodemoppervlak naar verhard oppervlak (het bedrijventerrein) invloed heeft op de geluidstoename. Het plan voorziet niet in een regeling waarbij deze waarneembare toename (van naar schatting maximaal 4 dB) wordt gereduceerd. Reclamant stelt dat dit zich slecht verhoudt met een goede ruimtelijke ordening
Zie thema Geluid.
430
90 60
991
Reclamant maakt bezwaar tegen de huidige regels, in de ogen van reclamant 'symboolplanregels', in het plan. Hooguit kunnen de huidige regels leiden tot de conclusie dat 'er goed ruimtelijk geordend KAN worden' en niet tot het oordeel 'er IS goed ruimtelijk geordend', aldus reclamant. Reclamant maakt bezwaar tegen besluitvorming waarbij wordt aangesloten op de normering van het Activiteitenbesluit, dan wel bij de VNG - gemengd gebied beoordeling. Het hanteren van laatstgenoemde regelgeving zorgt voor onvoldoende borging van een goed woon- en leef klimaat volgens reclamant. De in de Bedrijvenlijst opgenomen indicatieve categorie-afstanden, ontleend aan de brochure bijlage 1 hebben namelijk met elkaar gemeen dat op die afstanden aan dezelfde geluidgrenswaarden wordt voldaan zonder dat aandacht wordt besteed aan de vraag welke geluidreducerende behuizing daar dan bij hoort. Dat betekent dat alleen wanneer in de planregels concrete eisen zouden worden gesteld aan geluidreducerende behuizing, per afzonderlijk genoemde bedrijfsactiviteit gekomen kan worden tot feitelijk juiste af standen. Zelfs bij meer dan 1 genoemde bedrijfsactiviteit zou dan zonder het tegendeel uit te sluiten- gekomen kunnen worden tot bijvoorbeeld een kortere afstand dan voor elke activiteit afzonderlijk genoemde indicatieve afstand. Dit is ten onrechte niet gebeurd.
Reclamant stelt dat de maatstaf zou moeten zijn 'een goede ruimtelijke ordening' en niet normering uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Reclamant maakt bezwaar op het ontbreken van borging in de planregels van een concreet toetsingskader op basis waarvan, via vooroverleg na akoestisch onderzoek, een aanvraag voor een omgevingsvergunning tot stand kan komen, waarover al dan niet gelijktijdig met een categorie-gelijkstellingsbesluit besloten wordt tot het verlenen van een bouw- en milieuvergunning(omgevingsvergunning). Reclamant verzoekt daarom om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Zie thema Geluid.
431
90
-
992
Reclamant merkt op dat volgens het plan de omgeving slechts beperkte toename van lichthinder zal ondervinden, omdat woongebieden op ruime af stand (min. 1 km) van het terrein zouden liggen. De woning van reclamant ligt echter op ca. 550 meter afstand. Reclamant vreest hierdoor onaanvaardbaar veel hinder te zullen ondervinden. Reclamant verzoekt om, bij voorkeur d.m.v. voorwaardelijke verplichtingen, bij de inrichting extra aandacht te geven aan het voorkomen van lichthinder, bijvoorbeeld door verlichting 's avonds tot een minimum te beperken en lichtuitstraling naar de buitenzijde van het bedrijventerrein en in de hoogte te voorkomen. Zie thema Licht.
90
-
993
Reclamant merkt op dat het plan nadelige gevolgen heeft voor de gezondheid vanwege de toename van fijnstof. Door het extra verkeer van de bedrijven en de bedrijfsprocessen zal de hoeveelheid fijnstof toenemen. Nu wordt een deel van de huidig aanwezige fijnstof geabsorbeerd door zachte ondergronden, zoals de aanwezige gewassen op de landbouwgronden. Het merendeel hiervan wordt straks echter verhard terrein. Vooral het fijnstof dat neerslaat op de zonnepanelen wordt door het gladde oppervlak en de open structuur van de installaties, waar de wind onder en boven de panelen vrij spel heeft, minder goed vastgehouden en zal zich door de overheersende westenwind gemakkelijker verspreiden over de woning van reclamant. Daarnaast vindt reclamant dat het bedrijventerrein met de daarmee gepaard gaande uitstoot van stikstof een uitermate ongunstige invloed zal hebben op de omgeving en dat de plannen op dit punt onvoldoende zorgvuldig zijn voorbereid en onderbouwd Zie thema's Luchtkwaliteit, Gezondheid en Natuur.
432
Reclamant stelt dat zware bedrijven (categorie 4.1 en in de plannen van Den Bosch zelfs categorie 5.1) tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leef klimaat leiden en niet zouden moeten worden toegestaan op korte afstand van woningen. Reclamant g eeft aan dat er een grotere af stand van dergelijke bedrijven tot woonbebouwing in acht moet worden genomen. Reclamant geeft aan dat geurbelasting zich niet laat belemmeren door inwaartse zonering. Onder verwijzing naar concrete voorbeelden uit de omgeving, stelt reclamant dat, afhankelijk van het soort bedrijvigheid, geur zich vele honderden meters tot wel kilometers kan verplaatsen. De af stand van plan Heesch-West tot omwonenden is dusdanig klein dat geurhinder onmogelijk voorkomen kan worden. 'Geborgd middels het toepassen van inwaartse zonering' is niet realistisch aangezien het type bedrijvigheid op het moment van opstellen van het ontwerpbestemmingsplan niet bekend is. Concluderend stelt reclamant dat mede om deze redenen milieuklassen hoger dan 3 nooit en te nimmer aanvaard mogen worden. 90
-
994
Overlast laat zich niet begrenzen door inwaartse zonering. In de optelsom van overlastveroorzakende bedrijven (geluid, grote toename verkeer, geur, licht etc.) is het onbestaanbaar dat, door er lokaal wat minder hinderlijke gebouwen omheen te zetten, de effecten minderen. Vanuit Vinkels perspectief grenst categorie 4.2 en 5.1 tot aan de stedenbouwkundige contour. Aansluitend is wateropvang gepland, wat de ef fecten niet zal verminderen, in tegendeel. Overlast veroorzaakt door hoge milieuklasse bedrijven reikt daardoor veel verder richting kom Vinkel dan louter op basis van de inwaartse zonering verwacht mag worden. Inpassing door middel van robuuste groenstroken is, gezien de tijd die nodig is voor aanplant om volwassen te worden en dus voor camouflage en afname van effecten te zorgen, pas na minimaal 30(!) jaar ef f ectief. Reclamant merkt ook op dat het plan (volgens de GR) volledig gevuld kan worden met categorie 3 bedrijven; zelfs gezien de vraag het aanbod dubbelt, kan het plan best zonder logistieke bedrijvigheid. De daaraan gekoppelde overmatige groei van verkeer en 24-uurs economie wordt dan tegengegaan. Concluderend stelt reclamant dat, gezien de gigantische optelsom van effecten, en de gestelde bovenmatige interesse vanuit lagere categorieën bedrijven, milieuklassen hoger dan 3 nooit en te nimmer aanvaard mogen worden.
Zie thema's Milieucategorie, Geur en Duurzaamheid.
433
Tot slot stelt reclamant dat, aangezien de gemeente zich presenteert als 'groene en duurzame gemeente' en dit een 'duurzaam bedrijventerrein' zou moeten worden, een milieucategorie van 4.1 of zelfs 5.1, volstrekt onbegrijpelijk is. Reclamant verzoekt dan ook om de milieucategorie te verlagen en de verhogingsmogelijkheid te schrappen in algemene zin.
434
90
-
995
Reclamant stelt dat de bouwhoogte (20 tot 25 meter) veel te hoog is. Volgens reclamant wordt uit de regels (art. 5.2.3 onder c) niet duidelijk wat onder hoogteaccenten tot 30 meter hoog moet worden verstaan. Reclamant stelt dat een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is maar bij een dergelijke bouwhoogte volstrekt onmogelijk is. Geen enkele vorm van inpassing door middel van nog aan te planten groene buf fers zal dit soort bouwwerken enigszins kunnen camoufleren, zelfs als na 40 jaar inheemse boomsoorten bij volwassenheid een maximale hoogte van zo'n 15 m bereiken. Tevens wordt op het noordwestelijke punt van het plan nog beoogd een nog hogere 'landmark' te plaatsen, om een zichtlocatie te kunnen realiseren. Het aansluitende halfopen buitengebied aan de overzijde van de Weerscheut leent zich volgens reclamant niet voor inpassing van een landmark. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.
90
-
996
Reclamant stelt dat volgens de planregels ook datacenters zijn toegestaan. Datacenters gebruiken enorm veel energie. De elektriciteitsnetwerken kunnen dat niet aan omdat ook bestaande bedrijven, burgers en overheden de komende jaren massaal moeten omschakelen naar duurzame vormen van energie. Daarom horen er geen datacenters meer bij te komen, zeker niet als ze niet zelf volledig hun eigen energie kunnen opwekken. De vestiging van datacenters gaat volgens reclamant volledig in tegen de ambitie om het 'meest duurzame bedrijventerrein van Brabant' te maken. Tevens bieden datacenters volgens reclamant geen enkele bijdrage aan de regionale werkgelegenheid en de regionale economische ontwikkeling. Zie thema’s Duurzaamheid, Behoefte en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.
435
90
-
90 60
997
998
Reclamant, maar ook de provinciale en landelijke bestuurders, pleiten er al langer voor dat zonnepanelen niet op kostbare grond - zoals naast het bedrijventerrein - maar zoveel mogelijk op daken worden gerealiseerd. De tekst in artikel 5.4.4 van de planregels (voorwaardelijke verplichting) is goed tot aan het woord 'tenzij'. In plaats van een komma moet daar een punt komen. En de uitzondering op de planregel moet vervallen: 'tenzij een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert' levert alleen maar onmogelijke discussie op. Er horen volgens reclamant alleen maar bedrijven te komen met bedrijfsgebouwen waarop zonnepanelen en sedumdaken kunnen worden aangebracht. Dit zorgt voor meer koelte in het bedrijfsgebouw, en dus minder energieverbruik, dus uit oogpunt van klimaat dubbele winst. Zie thema’s Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid. Reclamant stelt dat het industrieterrein de woonomgeving drastisch Zie thema's Gezondheid, Geur, Licht, Geluid, Ruimtelijke kwaliteit en verandert en een gezonde en prettige leefsituatie onmogelijk maakt. Dit Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. plan betekent een wezenlijk gevaar voor de gezondheid door de effecten van het industrieterrein (geluid, stank, licht).
Het plan draagt niet bij aan het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, en er is zeker geen sprake van een goede landschappelijke inpasbaarheid of enige maatschappelijke meerwaarde. Ook is volgens reclamant geen toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.
436
90 60
91 61
999
1000
Deze zienswijze is deels gegrond op een aantal onderdelen: groene buffer minder in het midden maar meer aan de randen en tips/suggesties landschapspark (rijen 972-974), landschappelijke inpassing zonnepark (rijen 972 en 975), suggesties voor horecapunt aan de Koksteeg (rij 976), foutief opgenomen passage over tankstation in noordoosten plangebied (rij 980), af sluiting Koksteeg (rij 982), landschappelijke inpassing kavels Zoggelsestraat en Koksteeg (rij 981) en suggesties voor de nieuwe weg tussen Koksteeg en Weerscheut (rij 983). Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan (incl. nieuwe weg) verder uitgewerkt, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter realisatie van de landschappelijke inpassing voor het zonnepark, is de verkeerbestemming Koksteeg gewijzigd naar bestemming Groen, is de passage over het tankstation aangepast en is de groene buffer aan de zijde Zoggelsestraat in het landschapsplan vergroot en zijn hier tevens beeldkwaliteitseisen voor opgesteld (zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Mobiliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond. Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming.
Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening leef klimaat en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van stikstofemissieruimte voor de nieuw te vestigen bedrijven. een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.
437
91
-
1001
Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.
91
-
1002
Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften. Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit.
91
-
1003
Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik.