CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota zienswijzen bestemmingsplan Heesch West en bestemmingsplan Facetplan geluidszone - deel 3.pdf

Commissie Ruimtelijke Zaken 12 januari 2022, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Heesch West met bijbehorend bestemmingsplan Facetplan geluidszone gezoneerd industrieterrein Heesch West37.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

160 -

1855

160 -

1856

Reclamant merkt op dat in de plannen een te hoge milieucategorie mogelijk wordt gemaakt. Dit soort zware bedrijven (categorie 4.1 en zelfs categorie 5.1) leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leef klimaat en kunnen niet worden toegestaan op korte afstand van woningen. Reclamant vindt dat een minimale afstand van dergelijke bedrijven tot woonbebouwing in acht moet worden genomen. Reclamant vindt het volstrekt onbegrijpelijk dat milieucategorie 4.1 en zelfs 5.1 wordt toegestaan, terwijl het doel is om een 'groen en duurzaam bedrijventerrein' te realiseren. Reclamant verzoekt dan ook om de milieucategorie te verlagen en de verhogingsmogelijkheid de schrappen in algemene zin. Zie thema's Milieucategorie, Duurzaamheid en Woon -en leef klimaat. Reclamant stelt dat de bouwhoogte (20 tot 25 meter) veel te hoog is. Volgens reclamant wordt uit de regels (art. 5.2.3 onder c) niet duidelijk wat onder hoogteaccenten tot 30 meter hoog moet worden verstaan. Reclamant stelt dat een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is maar bij een dergelijke bouwhoogte volstrekt onmogelijk is. Reclamant vindt dat in het plan moet worden vastgelegd dat bij de bouw gebruikgemaakt wordt van natuurlijke materialen, conform de gedachte van een duurzaam bedrijventerrein.

In dit verband dient volgens reclamant te worden vastgelegd in het plan dat gebouwen en bouwwerken slechts Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Het gebruik van duurzame materialen is mogen worden uitgevoerd in kleuren die van nature voorkomen in het gebied. een uitgangspunt van het circulair kwaliteitsplan.

826

Reclamant stelt dat het uitzicht, het landschap en de leefomgeving ernstig dreigt te worden aangetast door het plan. Reclamant haalt de term 'verdozing' van het landschap aan, waarbij het landschap steeds meer wordt volgebouwd met lelijke mega-loodsen, oftewel 'super-dozen'. Architecten, planologen, maar ook burgers en bestuurders maken zich hier steeds meer zorgen over. Dergelijke distributiecentra voegen volgens reclamant niets toe aan de regio en de regionale of Brabantse economie. 160 -

1857

160 -

1858

Reclamant stelt dat de grote logistieke bedrijven of distributiecentra geen werkgelegenheid opleveren voor de regio. De bedrijven draaien voornamelijk op arbeidsmigranten. Daarnaast leveren deze bedrijven netto ook zeer weinig werkgelegenheid op omdat er per vierkante meter maar zeer weinig werknemers werkzaam zijn. De gebouwen hebben echter wel zeer negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit en zijn een bedreiging voor het landschap rond Heesch. Reclamant is dan ook van mening dat de 'verdozing' van het Brabants landschap moet stoppen. Binnen het plan Heesch West moet geen ruimte komen voor grootschalige logistieke Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Werkgelegenheid en bedrijven en distributiecentra. arbeidsmigranten, Woon -en leefklimaat en Behoefte. Reclamant stelt dat volgens de planregels ook datacenters zijn toegestaan. Datacenters gebruiken enorm veel energie. De elektriciteitsnetwerken kunnen dat niet aan omdat ook bestaande bedrijven, burgers en overheden de komende jaren massaal moeten omschakelen naar duurzame vormen van energie. Daarom horen er geen datacenters meer bij te komen, zeker niet als ze niet zelf volledig hun eigen energie kunnen opwekken. De vestiging van datacenters op dit bedrijventerrein gaat ook volledig in tegen de ambitie om van dit bedrijventerrein 'het meest duurzame bedrijventerrein van Brabant' te maken.

Bovendien bieden dit soort datacenters geen enkele bijdrage aan behoud en ontwikkeling van regionale werkgelegenheid. Zie thema's Duurzaamheid, Behoefte, Werkgelegenheid en arbeidsmigranten en Ruimtelijke kwaliteit.

827

160 -

1859

160 -

1860

160 -

1861

160 -

1862

Reclamant stelt dat het zaak is de landschappelijke inpassing goed in de regels te borgen en deze binnen maximaal 1 jaar aan te leggen. Onder verwijzing naar de huidige voorwaardelijke verplichting in het plan (art. 5.4.2 en 5.4.3) merkt reclamant op dat een omgevingsvergunning de eerste 3 jaar gewoon kan worden verleend, zonder dat een landschappelijke inpassing gerealiseerd is. Bij die bedrijven kan niet meer worden af gedwongen dat er nog een landschappelijke inpassing komt. Dat is onaanvaardbaar. Groen moet ook de tijd krijgen aan te slaan en hoogte te bereiken. Daarnaast merkt reclamant dat in artikel 5.4.2 wordt verwezen naar bijlage 4 (landschappelijk inrichtingsplan), welke bijlage nog niet beschikbaar is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Reclamant geeft aan dat tevens de bergingscapaciteit voor water ontbreekt in de planregels. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet dus niet aan de eisen van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Tot slot blijkt niet binnen welke termijn de bepaling uit artikel 5.4.3 onder b moet worden gerealiseerd. Dit is dus een loze planregel, aldus reclamant. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Ook de verwijzing naar een verordening van een andere gemeente dan de gemeente (Bernheze) waarin het terrein ligt, deugt niet.

De planregel zegt dat groene gevels of een dak meetellen voor de 10% norm, maar met uitzondering van de groene gevel, doet dit niets om het bedrijf in te Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. passen in de omgeving. Reclamant geeft aan dat binnen de bestemming Groen niet vast staat dat ook groen wordt gerealiseerd. Ten eerste mogen er onbeperkt gebouwen worden gebouwd tot een hoogte van 3 (soms van 5) meter en maximaal 30 m2 per stuk. Verder ontbreken voorwaardelijke verplichtingen die ervoor moeten zorgen dat hier een landschappelijke inpassing komt en in stand wordt gelaten. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant, maar ook de provinciale en landelijke bestuurders, pleiten er al langer voor dat zonnepanelen niet op kostbare grond - zoals naast het bedrijventerrein - maar zoveel mogelijk op daken worden gerealiseerd. De tekst in artikel 5.4.4 van de planregels (voorwaardelijke verplichting) is goed tot aan het woord 'tenzij'. In plaats van een komma moet daar een punt komen. En de uitzondering op de planregel moet vervallen: 'tenzij een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert' levert alleen maar onmogelijke discussie op. Er horen volgens reclamant alleen maar bedrijven te komen met bedrijfsgebouwen waarop zonnepanelen en Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid. sedumdaken kunnen worden aangebracht.

Dit zorgt voor meer koelte in

828

het bedrijfsgebouw, en dus minder energieverbruik, dus uit oogpunt van klimaat dubbele winst.

160 -

1863

160 -

1864

160 -

1865

Reclamant merkt op dat het zonnepark het gebied onherstelbaar zal aantasten. Een groot ruimtebeslag vormt een risico: er zal verlies, verandering en verstoring van leefgebieden van soorten, ecosystemen en natuurlijke processen optreden. Afhankelijk van de mate waarin zonnepanelen het water bedekken, kan dit ook leiden tot nadelige effecten op natuurlijke processen. Zonnepanelen zijn van invloed op algen en waterplanten en van invloed op bepaalde vogelsoorten (afname leef- en f oerageergebied). Tevens stelt reclamant dat er al plannen zijn voor een zonnepark aan de Achterste Groes. Dat plan kan niet los worden gezien van dit plan voor Heesch West. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Natuur. Reclamant beschrijft de zonneladder en de daarbij behorende prioritering van locaties. Gelet op het grote aantal vierkante meters aan daken op bedrijfsgebouwen binnen dit plan, ziet reclamant niet in dat meerdere zonnepanelenparken dan nog noodzakelijk zijn, met alle negatieve gevolgen voor de omgeving. Reclamant stelt dat zonneparken uit de plannen moeten worden geschrapt. Reclamant ziet kansen in slimme combinaties van ruimtegebruik. Hierbij is het van belang dat het plan voor een zonnepark van toegevoegde waarde is, op de juiste locatie komt met een gedegen ontwerp en ener eisen worden gesteld, zodat natuur, landschap en agrarische percelen niet in het geding komen.

Een belangrijke voorwaarde is dat er draagvlak in de omgeving is. Reclamant stelt dat, aangezien dit project niet kan rekenen op enig draagvlak en een te grote impact zal hebben op de omgeving, niet kan worden meegewerkt aan de aanleg van een zonnepark binnen en net buiten het hele plangebied. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid. Reclamant vindt dat gekozen moet worden voor een andere invulling van het gebied Heesch West. Reclamant ziet een invulling voor zich waar wonen, werken en zorg gecombineerd worden, met ruimte voor bedrijven. Wat bedrijven betreft wil reclamant geen grote distributiecentrale en zware industrie, maar innovatieve, circulaire ondernemers die oplossingen bedenken en realiseren voor de transitie naar een duurzame economie en die bijdragen aan lokale werkgelegenheid. Reclamant ziet graag een bedrijventerrein voor zich dat in het landschap wordt opgenomen. Er zou ruimte moeten worden geboden voor biologische land- en bosbouw. Waterrijke gebieden en bos wisselen elkaar af als verbinding naar het Zie thema Behoefte (kopje Alternatief plan).

829

nabijgelegen natuurgebied de Maashorst. Volgens reclamant is ook meer ruimte voor woningbouw nodig, gezien het grote woningtekort.

160 125 1866

160 125 1867

161 -

1868

161 -

1869

Reclamant stelt dat het industrieterrein de woonomgeving drastisch verandert en een gezonde en prettige leefsituatie onmogelijk maakt. Dit plan betekent een wezenlijk gevaar voor de gezondheid door de effecten van het industrieterrein (geluid, stank, licht). Het plan draagt niet bij aan het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, en er is zeker geen sprake van een goede landschappelijke inpasbaarheid of enige maatschappelijke meerwaarde. Ook is volgens reclamant geen toepassing Zie thema's Woon -en leef klimaat, Gezondheid, Geluid, Geur, Licht, gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Ruimtelijke kwaliteit en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel bescherming Ruitersdam en nieuwe weg (rijen 1846 en 1847) en op het onderdeel inpassing van het zonnepark (rijen 1863 en 1864). Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan, inclusief de nieuwe weg, verder uitgewerkt en is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing van het zonnepark (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond. Reclamant woont en heeft zijn bedrijf gevestigd nabij het plangebied. Reclamant betwist de cijfers over de verkeerstoename op de Weerscheut en stelt dat de werkelijke verkeerstoename groter zal zijn dan nu wordt aangenomen.

Reclamant vindt dat de verkeersafwikkeling daarom onjuist tot stand is gebracht. Reclamant vindt het onacceptabel en vreest voor gevaarlijke situaties. Immers, de weg is hier niet op ingericht en er is een grote kans op sluipverkeer om bij het industrieterrein uit te komen. Reclamant vindt het verkeersonderzoek onvoldoende en vindt dat onvoldoende gemotiveerd wordt hoe een dergelijke verkeersafwikkeling deugdelijk kan worden opgevangen. Zie thema Mobiliteit en het antwoord onder rij 442. Reclamant merkt op dat de parkeerplaatsen allemaal gelegen zijn aan de kant van de Bosschebaan, waar in de huidige situatie al een Burger-King restaurant aanwezig is. Men moet voor de parkeerplekken deze richting op rijden, waardoor reclamant de kans op gevaarlijke situaties op zo goed als 100 procent inschat. Reclamant vindt het geheel onbegrijpelijk waarom voor deze locatie gekozen wordt, en waarom alléén deze locatie gekozen wordt. Reclamant verzoekt de gemeenteraad met klem om tot een alternatief te komen. Daarnaast stelt reclamant dat onduidelijk is hoe planologisch geborgd wordt dat bedrijven zelf voor parkeerplaatsen Zie het antwoord onder rij 1777.

830

moeten zorgen. Reclamant vindt het onduidelijk hoe dit voor verkeersveilige omstandigheden zal zorgen.

161 -

1870

161 -

1871

Reclamant verwacht dat, aangezien er nu al diverse vrachtwagenchauffeurs in de omgeving van de planlocatie overnachten en het plan ruimte biedt aan diverse logistieke bedrijven, dat de problemen met overnachtende chauffeurs alleen maar groter gaan worden. Reclamant vreest voor grote problemen; illegale, onwenselijke en hinderlijke overnachting kan het gevolg zijn. Reclamant mist onderkenning dat deze problemen er zijn en verzoekt derhalve met klem om hier waarborgen voor op te nemen. Ook verzoekt reclamant om handhaving toe te zeggen. Zie het antwoord onder rij 1778. Reclamant verwacht een veelvoud van vervoersbewegingen, gezien de voorziene logistieke bedrijven. Uit de toelichting blijkt dat uit verkeerskundig onderzoek is gebleven dat de ontwikkeling van Heesch West op het onderwerp 'mobiliteit' andere effecten had d an de bedoeling was. Daarom zouden in het ontwerp keuzes zijn gemaakt om deze ongewenste effecten zoveel mogelijk weg te namen, en te zorgen dat een goede verkeersstructuur ontstaat. Maar kennelijk worden de nadelige ef f ecten niet helemaal weggenomen. En dat is niet aanvaardbaar. Feitelijk hoort het bedrijventerrein een interne ontsluitingsstructuur te hebben in een lus-vorm, waarbij de uiteinden van de lus alleen aansluiten op de Bosschebaan en dan naar de A59. Zo wordt voorkomen dat verkeer toch de Zoggelsestraat kiest of dat ander sluipverkeer ontstaat.

Daarnaast stelt reclamant dat een vrachtwagen-verbod ingesteld moet worden voor de Zoggelsestraat - met uitzondering van bestemmingsverkeer - net als bij de Weerscheut. Reclamant vindt dat, aangezien het verkeersprobleem nog niet is opgelost, de gemeenteraad het plan niet zonder wijzigingen kan vaststellen en verzoekt daarom om niet tot vaststelling van het plan over Zie thema Mobiliteit. Zie verder het antwoord onder rij 110, inzake de vraag om instellen van een vrachtwagenverbod op de Zoggelsestraat. te gaan.

831

161 126 1872

161 126 1873

161 126 1874

Reclamant vreest voor veel (cumulatieve) geluidhinder van verkeer op en Zie thema Geluid. rond het bedrijventerrein en van bedrijven op korte afstand van de woning. Wat betref t de woning van reclamant het volgende. De geluidsbelasting Volgens het geluidrapport uit 2019 en de aanvulling hierop uit 2021 blijkt voor industrielawaai bedraagt 45 dB(A). Deze geluidsbelasting is lager dat er sprake is van een toename van de geluidhinder bij de woning en de dan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). De geluidsbelasting door bedrijfslocatie van reclamant. Volgens het geluidrapport wordt de wegverkeer bedraagt voor en na realisatie van het plan 57 dB. Er is geluidsbelasting op de bestaande woningen niet hoger dan 55 dB(A). Dat sprake van een kleine, niet hoorbare toename van de geluidsbelasting is veel hoger dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Het door de planontwikkeling van 1,1 dB. Deze toename is het gevolg van geluidniveau op de woning van reclamant was al te hoog en dreigt dus een toename van de verharding tussen de A59 en de woning. nog hoger te worden, dat is niet acceptabel en in strijd met een goede De cumulatieve geluidsbelasting neemt met 1,4 dB toe en is daarmee ruimtelijke ordening. evenmin hoorbaar. Omdat de toename lager is dan 1,5 dB is deze toename voor het menselijk oor niet hoorbaar en is geen sprake van een verslechtering van het woon- en leef klimaat.

Geluidhinder zorgt voor gezondheidsschade blijkt uit onderzoek. Na juni 2019 had de gemeente besloten tot het aanscherpen van de vestigingsvoorwaarden en toegelaten bedrijvencategorieën, uitgaande van omgevingseffecten (geluid, geur). Maar onder paragraaf 9.2 staat dat 'grote lawaaimakers’ mogelijk worden gemaakt. Vanuit een oogpunt van gezondheid hoort de gemeente in het bestemmingsplan te regelen dat de geluidssituatie voor omwonenden niet verslechterd door dit plan. Reclamant is dan ook van mening dat de gemeente beperkingen hoort op te leggen aan de soort bedrijven, de afstand tot woningen hoort te vergroten en de ontsluiting dient te beperken tot de noordzijde. Zie thema's Geluid, Gezondheid en Mobiliteit. Reclamant stelt dat het geluidonderzoek incompleet en onvolledig is. Zo is er geen rekening gehouden met de geluidweerkaatsing van de zonnepanelen en is geen berekening gemaakt van het heersende ref erentieniveau van het omgevingsgeluid (Lref ). Daarnaast stelt reclamant dat de planregels onvoldoende zijn om een goed geluidsniveau te kunnen garanderen. Zo wordt geen rekening gehouden met de verschillende bedrijfsactiviteiten op één bedrijf en is de bescherming door louter de VNG-brochure onvoldoende in een dergelijk complex plan, aldus reclamant.

Reclamant vindt dat er per bedrijf een mogelijkheid dient te bestaan tot het stellen van maatwerkregels ten aanzien van bijvoorbeeld Zie thema Geluid. geluid.

832

161 -

1875

161 -

1876

Reclamant betwijfelt of slechts sprake is van enige toename van de uitstoot van stikstof, nu het gaat om een groot bedrijventerrein en dit ook verkeer van en naar het bedrijventerrein met zich mee zal brengen. Bovendien hebben de agrariërs die al uitgekocht zijn hun 'stikstofruimte' meegenomen naar hun nieuwe bedrijf elders. In Brabant is al sprake van een overbelaste situatie als het gaat om stikstof. Gelet daarop kan geen medewerking worden verleend aan projecten die zorgen voor een vergroting van de stikstofuitstoot. Reclamant stelt dat de komst van het bedrijventerrein significante gevolgen heeft voor de omliggende Natura 2000-gebieden en dat ten onrechte niet wordt aangesloten bij de Wnb met betrekking tot deze problematiek. Aangezien in de huidige situatie niet duidelijk is of er sprake is van een interne of externe saldering, hoe men het stikstofgat wil dichten, is ook met énige overschrijding sprake van een significant effect, aldus reclamant. Daarnaast wijst reclamant erop dat de nieuwe wet (per 1 juli 2021) geen soelaas kan bieden om het stikstofprobleem op te lossen. Zie thema Natuur. Reclamant merkt op dat met AERIUS Calculator een berekening is uitgevoerd om inzicht te krijgen in de gevolgen ten aanzien van stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden en te toetsen of het plan past binnen de eisen uit de Wnb.

Onder verwijzing naar de commissie Hordijk geeft reclamant aan dat de berekeningen niet in balans zijn met de mate van wetenschappelijke onzekerheid over de neerslag van stikstof. Het rekenprogramma belooft nauwkeurigheid die het niet kan waarmaken. De commissie concludeert dat er meer onderzoek nodig is naar de onzekerheden binnen het Aerius-systeem. Reclamant concludeert het volgende: Het gebruiken van een hulpmiddel als AERIUS-Calculator voor het maken van de passende beoordeling is dus alleen toegestaan als daarmee volledige, precieze en definitieve constateringen en conclusies kunnen worden verkregen die elke redelijke wetenschappelijke twijfel over de gevolgen van de geplande werkzaamheden voor de betrokken Natura 2000-gebieden kunnen wegnemen. Volgens reclamant heeft de gemeente niet toereikend gemotiveerd dat in dit geval aan deze voorwaarden is voldaan. De plannen zijn, naar de mening van reclamant, ook op dit punt dan ook onvoldoende zorgvuldig voorbereid en onderbouwd. Zie thema Natuur.

833

161 -

1877

161 -

1878

161 -

1879

Reclamant stelt dat het plan niet mag bijdragen aan meer PFAS in het milieu, vanwege de schadelijke effecten voor mens en dier. Omdat niet bekend is welke bedrijven hier (mogen) komen is het niet duidelijk of er risico is dat er PFAS in het milieu wordt gebracht. In de planregels hoort te worden beschreven dat dergelijke bedrijven hier niet mogen komen. Uit recent onderzoek van het RIVM blijkt dat meer dan 85 procent van de geteste grond al boven die norm zit. Gelet daarop is het volgens reclamant onzeker of dit plan wel kan worden uitgevoerd. Zie thema PFAS. Reclamant stelt dat de logistieke bedrijven diverse fijnstoffen zullen uitstoten. Het is een feit dat fijnstof schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van mens en dier. Volgens de toelichting van het bestemmingsplan blijkt dat langs de beschouwde wegen, ter plaatse van de bestaande woningen en op de grens van de nieuwe bedrijventerrein bestemmingen, een toename van de concentraties luchtverontreinigende stoffen voordoet die in betekende mate (IBM) is. Volgens de toelichting wordt een geringe overschrijding van de WHO grenswaarden geconstateerd. Reclamant betwijfelt of dit gering is, omdat in het gebied geen sprake is van een vast meetstation. Volgens de toelichting wordt het grootste aandeel in de hogere concentraties van deze stoffen veroorzaakt door de achtergrond en niet door de planontwikkeling.

Echter, reclamant stelt dat in een situatie die al niet aan de normen voldoet, iedere verhoging teveel is. Het plan is op dit punt dan ook in strijd met een goede ruimtelijke ordening, aldus reclamant. Reclamant wijst erop dat dit deel van Brabant eerder zwaar werd getroffen door het Coronavirus en eerder door Q-koorts. Reclamant stelt dat de gemeente niet ook nog extra hoort bij te dragen aan de slechte luchtkwaliteit in dit gebied. Zie thema Luchtkwaliteit. Zie verder het antwoord onder rij 114. Reclamant vreest voor stankhinder door het plan. Stankhinder kan, bij langdurige blootstelling, gevolgen hebben voor de gezondheid. Reclamanten vragen om maatregelen te nemen om stankoverlast te beperken of te voorkomen. In de planregels zou geborgd moeten worden dat er geen bedrijven kunnen vestigen welke stankhinder veroorzaken, temeer omdat op voorhand niet bekend is welke bedrijven zich gaan vestigen. Zie thema's Geur en Gezondheid.

834

Reclamant stelt dat de ruimtelijke inpassing van Heesch West volstrekt onvoldoende is. Reclamant woont dichtbij de planlocatie. Reclamant stelt dat hij/zij geconfronteerd wordt met een bouwhoogte van ruim 35 meter zonder dat onderzoek is gedaan naar de ruimtelijke gevolgen voor reclamant en andere burgers en de landschappelijke inpassing van het plan. Volgens reclamant is het, gezien de nabije ligging van de woning tot de planlocatie, duidelijk dat reclamant hard zal worden getroffen door de ontwikkeling, terwijl burgers een bewuste keuze maken om in het buitengebied te gaan wonen. 161 -

1880

161 -

1881

161 -

1882

Reclamant woont nu in het buitengebied met ruim uitzicht over onbebouwd agrarisch gebied. Volgens reclamant komt het bedrijventerrein te dicht in de buurt van de woonbebouwing, wordt er veel te hoge bebouwing toegestaan en een veel te hoge milieucategorie. Ook dicht bij de woningen wordt nog bebouwing tot 20 meter hoog toestaan. Volgens reclamant wordt het bedrijventerrein tevens onvoldoende ingepast in de omgeving. Ook vindt reclamant dat de twee bestemmingsplannen in samenhang met elkaar moeten worden beschouwd daar waar het gaat om Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Milieucategorie en Woon -en de ef fecten op de omgeving. leef klimaat. Reclamant geeft aan dat volgens de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering de minimale afstand van bedrijven in categorie 4.1 en 4.2 tot woonbebouwing 300 meter hoort te bedragen. In dit geval liggen er meerdere woonpercelen binnen 300 meter; de afstand is dus veel te klein. Voor milieucategorie 5.1 geldt een minimale afstand van 500 meter. Een Zie thema Milieucategorie. dergelijke milieucategorie is op deze locatie volstrekt onaanvaardbaar. Volgens reclamant wordt uit de regels (art. 5.2.3 onder c) niet duidelijk wat onder hoogteaccenten tot 30 meter hoog moet worden verstaan. Reclamant stelt dat een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk is maar bij een dergelijke bouwhoogte volstrekt onmogelijk is.

Het zicht van het buitengebied verandert blijvend en ingrijpend, aldus reclamant. Reclamant stelt dat men een bewuste keuze maakt om in het buitengebied te wonen. Reclamant vindt het dan ook volstrekt onacceptabel om er een stedelijke omgeving van te maken met louter Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat en Kosten en grote vervuilers en enorme bedrijven. baten en planschade.

835

161 -

1883

161 -

1884

Reclamant stelt dat de leefomgeving van reclamant en veel anderen ernstig dreigt te worden aangetast door het plan. Reclamant haalt de term 'verdozing' van het landschap aan, waarbij het landschap steeds meer wordt volgebouwd met lelijke mega-loodsen, oftewel 'super-dozen'. Architecten, planologen, maar ook burgers en bestuurders maken zich hier steeds meer zorgen over. Dergelijke distributiecentra voegen volgens reclamant niets toe aan de regio en de regionale of Brabantse economie. Reclamant stelt dat de grote logistieke bedrijven of distributiecentra geen werkgelegenheid opleveren voor de regio. De bedrijven draaien voornamelijk op arbeidsmigranten. Daarnaast leveren deze bedrijven netto ook zeer weinig werkgelegenheid op omdat er per vierkante meter maar zeer weinig werknemers werkzaam zijn. Het werk is namelijk veelal geautomatiseerd en veel van de vierkante meters worden slechts benut voor opslag, niet voor productie. De gebouwen hebben echter wel zeer negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit en zijn een bedreiging voor het landschap rond Heesch. Reclamant is dan ook van mening dat de 'verdozing' van het Brabants landschap moet stoppen. Binnen het plan Heesch West moet geen ruimte komen voor grootschalige logistieke bedrijven en distributiecentra, oftewel 'superdozen'.

Als het plan doorgaat, Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Werkgelegenheid en is een goede landschappelijke inpassing noodzakelijk. arbeidsmigranten, Woon -en leefklimaat en Behoefte. Reclamant stelt dat de louter geplande groenstrook, los van het feit dat deze planologisch nauwelijks waarborgen biedt, niet zal bijdragen aan de inpassing van het geheel. Feitelijk wordt er een enorme verdozing in de achtertuin van reclamant gerealiseerd, zonder enige inpassing, waardoor reclamant niet anders kan dan fel ageren tegen het plan. Aan de zuid- en oostzijde van het plan is grond bestemd voor groen. Aan de oostzijde, nabij de woning van reclamant, is geen groene buffer voorzien. Grond die hiervoor oorspronkelijk bedoeld was, is intussen bestemd voor een zonnepark. In het Circulair Kwaliteitsplan en ook ter zitting van de rechtbank Oost-Brabant van 25 juni 2019 voerde de gemeente aan dat de grond voor het zonnepark niet bedoeld was om te f ungeren als groenbuffer voor het bedrijventerrein. Reclamant geeft aan dat dit ook niet mogelijk is omdat de beplanting die daar voorzien is, niet zo hoog wordt. Reclamant geeft aan dat aan deze zijde van het bedrijventerrein een voldoende brede groenstrook opgenomen dient te worden op de verbeelding. Daarnaast moet door een voorwaardelijke verplichting worden geborgd dat er voldoende hoog en dicht afschermend groen wordt gerealiseerd.

Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

836

161 -

1885

161 -

1886

Reclamant stelt dat het zaak is de landschappelijke inpassing, met voldoende hoog en dicht afschermend groen, goed in de regels te borgen en deze binnen maximaal 1 jaar aan te leggen. Onder verwijzing naar de huidige voorwaardelijke verplichting in het plan (art. 5.4.2 en 5.4.3) merkt reclamant op dat een omgevingsvergunning de eerste 3 jaar gewoon kan worden verleend, zonder dat een landschappelijke inpassing gerealiseerd is. Bij die bedrijven kan niet meer worden afgedwongen dat er nog een landschappelijke inpassing komt. Dat is onaanvaardbaar en wordt niet gemotiveerd. Groen moet ook de tijd krijgen aan te slaan en hoogte te bereiken. Daarnaast merkt reclamant dat in artikel 5.4.2 wordt verwezen naar bijlage 4 (landschappelijk inrichtingsplan), welke bijlage nog niet beschikbaar is op www.ruimtelijkeplannen.nl. Reclamant geeft aan dat de bergingscapaciteit voor water ontbreekt in de planregels. Het ontwerpbestemmingsplan voldoet dus niet aan de eisen van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In artikel 5.4.3 onder b van de planregels blijkt niet binnen welke termijn deze bepaling moet worden gerealiseerd, dit is dus een loze planregel. Ook de verwijzing naar een verordening van een andere gemeente dan de gemeente (Bernheze) waarin het terrein ligt, deugt niet. Verder zegt de planregel dat groene gevels of een dak ook meetellen voor de 10% norm. M.u.v.

de groene gevel doet dit niets om het bedrijf in te passen in de omgeving. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant vindt dat, conform de zonneladder, zonnepanelen op groene daken moeten worden gelegd in plaats van op dure en vruchtbare grond. Over artikel 5.4.4 van de planregels (voorwaardelijke verplichting) stelt reclamant dat de uitzondering op de planregel moet vervallen. De tekst 'tenzij een andere duurzame maatregel dit onmogelijk maakt of als het bedrijfsproces duurzaam dakgebruik verhindert' levert alleen maar onmogelijke discussie op. Er horen volgens reclamant alleen maar bedrijven te komen met bedrijfsgebouwen waarop zonnepanelen en sedumdaken kunnen worden aangebracht. Volgens reclamant is juist de planologische voorbereiding bij uitstek geschikt om zaken afdoende te regelen, en horen uitzonderingen niet thuis in de planregels. Zonnepanelen en sedummatten zorgen voor meer koelte in het gebouw, minder energieverbruik, en dus uit oogpunt van klimaat dubbele winst. Dat is volgens reclamant nu juist wat de gemeenteraad wil bewerkstelligen met Heesch West. Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid.

837

161 -

1887

161 -

1888

Reclamant stelt dat zonnepanelen leiden tot weerkaatsing van geluid en licht, en de groenstrook om het park heen voorkomt dit niet. Dit is volgens reclamant ten onrechte niet meegenomen in de beoordeling van het zonnepark in relatie tot Heesch West als bedrijventerrein. Door het zonnepark wordt de overlast nog veel groter, aldus reclamant. Daarnaast vindt reclamant dat zonnepanelen niet op dure grond thuishoren. Reclamant merkt op dat er twee zonneparken in het plan kunnen worden gevoegd, waarvan één, ter hoogte van de Achterste Groes, in procedure is gebracht en bij de rechtbank voor ligt. Reclamant wordt geconfronteerd met drie zonneparken in één plan en wie weet nog meer. Reclamant wijst erop dat zonnepanelen en zonneparken veel zicht ontnemen en de uitstraling van industriële daken hebben. Mede gelet op de zonnelader stelt reclamant dat men voor draagvlak in de omgeving dient te zorgen en dat duidelijk is dat dit volledig ontbreekt, gezien er ruim 1200 inspraakreacties zijn binnengekomen op het voorontwerpbestemmingsplan. Verder stelt reclamant dat de parken Zie thema's Licht, Geluid, Ruimtelijke kwaliteit en Duurzaamheid, en zie volledig in strijd zijn met de zonneladder. het antwoord onder rij 1796.

Volgens deze planregels moeten bedrijfsgebouwen, bouwwerken en terreinen aan de voorkant en aan de Bosschebaan en Raktstraat een representatieve, hoogwaardige uitstraling hebben, conform bijlage 2 van het Circulair kwaliteitsplan. In het Circulair Kwaliteitsplan wordt niet uitgelegd wat hoogwaardig en representatief is. Deze termen hebben volgens reclamant alleen waarde als wordt uitgelegd wat hieronder wordt verstaan, welke materialen en kleuren wel en niet mogen worden gebruikt en derhalve garandeert dat sprake is van een goede inpassing. Een hoogwaardige en representatieve uitstraling dient volgens reclamant tevens bij alle bebouwing aan de buitenkant van het bedrijventerrein te worden toegepast. Reclamant stelt dat de bestemming Groen niet in een goede inpassing voorziet en waarborgen mist. Ten eerste mogen er onbeperkt gebouwen worden gebouwd tot een hoogte van 3 meter (soms 5) en maximaal 30 m2 per stuk. Verder ontbreken voorwaardelijke verplichtingen die ervoor moeten zorgen dat hier een landschappelijke inpassing komt en in stand wordt gelaten. Zie thema Ruimtelijke kwaliteit.

838

161 -

161 -

1889

Reclamant verwacht dag en nacht lichthinder te ondervinden van het plan door verlichting van openbare ruimtes en parkeerplaatsen, door vrachtverkeer en bedrijfsbronnen. Reclamant verwacht negatieve effecten, zoals: ontregeling van de natuur, energieverspilling en de verstoring van het nachtelijk landschap. Ook kan lichthinder mogelijk zelfs leiden tot aantasting van de gezondheid. Een goede landschappelijke inpassing is daarom van belang. Maar daar is geen of onvoldoende sprake van. Het Zie thema's Licht, Duurzaamheid, Natuur, Gezondheid en Ruimtelijke bestemmingsplan is daarom in strijd met een goede ruimtelijke ordening. kwaliteit. En zie het antwoord onder rij 1799.

1890

Reclamant ziet zich geconfronteerd met enorme dozen in zijn omgeving, Zie thema's Proces en participatie, Woon -en leef klimaat, Locatiekeuze zonder enige compensatie. Het woongenot van reclamant zal ernstig en zorgvuldig ruimtegebruik, Ruimtelijke kwaliteit en Kosten en baten achteruit gaan en dat is ontoelaatbaar. Zodoende verzoekt reclamant, om en planschade. Wat betref t laagfrequent geluid. Hiervan is het de verwachting dat dit het plan niet vast te stellen. Juist in dit buitengebied zijn dergelijke niet optreedt door dit plan. In het GGD advies staat dat laagfrequent industrieterreinen geen optie. Reclamant stelt, onder verwijzing naar het GGD-advies, dat beschrijft dat geluid niet kan worden uitgesloten. Dat klopt, dat kan op voorhand ook niet. Als bronnen noemt de GGD installaties (op het dak) van bedrijven laagf requent geluid en diverse andere overlast niet uit te sluiten is, dat aansluiten bij het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) een stap te ver is. en transf ormatorhuisjes bij zonneparken. De GGD stelt dat dit hinder Daarbij wijst reclamant naar de uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2021 zou kunnen geven, maar stelt niet dat dit zo is of door de GGD verwacht wordt.

De GGD stelt dat de afstand tot aan woningen met kenmerk 2020003882/1/R3, waarin wordt gesteld dat het Abm nooit planMER getoetst is en dat daarom deze waarborgen, in ieder geval gelet bepalend is. Wat betref t de woning van reclamant. Deze ligt in de nabijheid van het op het Nevele-arrest, op Europeesrechtelijk drijfzand zijn berust. reclamant merkt op dat ook bij dit plan bij veel normen is aangesloten bij zonnepark. Zoals in het akoestisch onderzoek is aangegeven, is voor het Abm, maar dat de gevolgen hiervan nooit zijn vastgesteld middels een de transf ormatoren op het zonnepark niet expliciet naar laagfrequent (af doende) planMER. geluid gekeken omdat daar geen aanleiding voor is en vanuit de literatuur ook geen specifieke klachten bekend zijn ten gevolge van de transf ormatoren van zonneparken. Er wordt bovendien ruimschoots voldaan aan de VNG-richtafstand van 10 meter voor zonneparken (gemengd gebied). De woning ligt op circa 500 meter van de bedrijvigheid. Indien er al sprake zou zijn van laagfrequent geluid, wordt hinder op deze afstand niet verwacht. Zie ook het antwoord onder rij 1800 wat betreft aansluiten bij het Activiteitenbesluit. Zie verder thema Woon -en leefklimaat (kopje Handhaving en monitoring).

839

161 -

1891

161 -

1892

161 -

1893

Reclamant stelt dat planschade door de jaren heen steeds meer wordt uitgekleed, terwijl duidelijk is dat reclamant zakelijk en privé enorm veel schade oploopt door dit plan. Aangezien reclamant naast het plangebied gevestigd is en woonachtig is, zal reclamant derhalve geconfronteerd worden met enorme gevolgen op het gebied van geluid, licht, uitzichtderving, privacyderving, enzovoorts. Reclamant vindt dat dit onvoldoende is betrokken bij de besluitvorming. Reclamant kan niet anders dan verzoeken om het plan niet vast te stellen, althans waarborgen op te nemen om overlast te voorkomen. Reclamant kan het standpunt dat Heesch West wordt opgericht met het oog op werkgelegenheid niet volgen. Reclamant vreest dat het plan geen tot bijzonder weinig werkgelegenheid zal opleveren, omdat men arbeidsmigranten in zal zetten. Dit brengt vervolgens een heel ander probleem met zich mee, zoals overlast in het ruimtelijk spoor wat betreft de huisvesting van deze migranten. Reclamant wijst daarbij op de problematiek hieromtrent in Waalwijk.

Zie thema's Kosten en baten en planschade, Geluid, Licht en Ruimtelijke kwaliteit. Aanvullend, gelet op de afstand van de woning van reclamant tot de op te richten bedrijfsbebouwing, als gelet op de landschappelijke inpassing, wordt geen aantasting van privacy verwacht.

Reclamant stelt dat lokale ondernemers, zoals hijzelf, nu al moeilijk aan goed personeel kunnen komen. Reclamant stelt dat de behoefte aan werkgelegenheid niet zo groot is als wordt aangenomen. Indien de plannen doorgang vinden, zal men vermoedelijk van baan wisselen, aldus reclamant, waardoor het probleem zich verplaatst. Reclamant ziet dan ook Zie thema Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. niet in hoe tot dit argument kan worden gekomen. Volgens reclamant is onvoldoende aangetoond en gemotiveerd dat er juist op deze plek een bedrijventerrein moet komen, als er al een noodzaak tot realiseren van een bedrijventerrein is. Reclamant mist een alternatievenonderzoek waarin naar alternatieve locaties is gekeken. Los daarvan betwijfelt reclamant of er, mede gelet op de veranderende omstandigheden na corona, nog steeds zoveel vraag is naar het industrieterrein als door het college aangegeven. Reclamant vreest dat lokale burgers de dupe worden van het (niet noodzakelijke) plan. Zie thema's Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik en Behoefte.

840

161 126 1894

162 127 1895

Deze zienswijze is deels gegrond op een aantal onderdelen: vrees voor lichthinder zonnepark (rij 1887), landschappelijke inpassing zonnepark (rij 1887), groene buffer landschapspark (rij 1884) en uitleg termen 'representatief' en 'hoogwaardig' (rij 1888). Het deel in rij 1888 is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Naar aanleiding daarvan is het landschapsplan verder uitgewerkt, zijn de betreffende planregels over representativiteit en hoogwaardigheid aangepast en is de beschrijving hierover in het Circulair Kwaliteitsplan uitgebreid, is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ter realisatie van de landschappelijke inpassing voor het zonnepark (zie thema Ruimtelijke kwaliteit) en is een voorwaardelijke verplichting voor een ref lectieonderzoek opgenomen voor zonnevelden (zie thema Licht). Voor het overige is de zienswijze ongegrond. Reclamant stelt dat het plan zijn gezondheid aantast. Het is berekend dat De geluidsbelasting door de activiteiten op het bedrijventerrein Heeschop de woning van reclamant een gecumuleerd lawaai van 51 dB slaat, wat West op de woning van reclamant bedraagt naar boven afgerond 51 dB(A). Deze geluidsbelasting is 1 dB(A) hoger dan de reclamant te hoog vindt.

Reclamant geeft aan dat er geen feitelijke onderbouwing is van de 50 dB norm en dat de WHO een norm van 45 dB voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) zodat een hogere waarde moet worden vastgesteld. hanteert. Ook vindt reclamant dat de planmakers zich achter een model De geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt na realisatie van het verschuilen, wat reclamant slechts een theoretische benadering van de plan 50 dB. De geluidsbelasting van wegverkeerslawaai veroorzaakt praktijk noemt. Daarbij vindt reclamant de uitleg van het model zodanig inclusief de reductie van 2 dB ex artikel 110g Wgh geen overschrijding omschreven dat dit voor een niet expert niet te begrijpen is en dus ook van de voorkeursgrenswaarde. Door de planontwikkeling neemt de niet door een burger te beoordelen is. Reclamant geeft aan dat geluid na realisatie gemonitord zal worden, maar geluidsbelasting van wegverkeerslawaai toe met 1 dB. De toename wordt veroorzaakt door het verkeer op de A59 als gevolg van het er wordt niet over handhaven gesproken en dus zullen burgers volgens reclamant altijd aan het kortste eind trekken. Reclamant geeft ook aan dat verharde oppervlak ter plaatse van Heesch-West. De toename van 1 dB is voor het gemiddeld menselijk oor niet hoorbaar.

de wettelijke norm van 50 dB bij hem wordt overschreden en dat er in plaats van het terug brengen van de geluidstoename een ontheffing wordt De toename van de cumulatieve geluidsbelasting door de aangevraagd. Reclamant vindt dat zijn zorgen aan de kant worden gezet planontwikkeling bedraagt afgerond 4 dB en wordt met name door de toename van industrielawaai veroorzaakt. en vindt dit onrechtvaardig. Omdat de cumulatieve geluidsbelasting met 1,5 dB of meer toeneemt wordt beoordeeld of de geluidwering van de gevels van de woning van reclamant voldoet. Als input wordt de cumulatieve geluidsbelasting van 53 dB na de realisatie van Heesch-West als uitgangspunt aangehouden. Getoetst wordt aan de binnenwaarde die ook voor nieuwbouwwoningen wordt gebruikt. Als uit dit onderzoek blijkt dat de

841

vereiste binnenwaarde niet wordt gehaald, dan worden (in overleg met bewoner) aanvullende gevelmaatregelen getroffen. Hiervoor zijn f inanciële middelen gereserveerd. Daarmee blijft sprake van een aanvaardbaar woon -en leef klimaat. Voor industrielawaai wordt de voorkeursgrenswaarde alleen op de westgevel overschreden. Deze geluidsbelasting bedraagt door de activiteiten op Heesch West maximaal 50,2 dB op een beoordelingshoogte van 5 m. Dit is afgerond gelijk aan de voorkeursgrenswaarde. Op de begane grond, op de beoordelingshoogte van 1,5 m, is de geluidsbelasting door de hogere bodemabsorptie lager. Het voorgaande betekent dat de woning meerdere geluidsluwe gevels heeft en dat de buitenruimte ook geluidsluw is omdat op de begane grond de voorkeursgrenswaarden niet worden overschreden. Alhoewel de voorkeursgrenswaarde door industrielawaai wordt overschreden en op deze woning sprake is van een significante toename van de geluidsbelasting, is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leef klimaat. De woning heeft meerdere geluidsluwe zijden en een geluidsluwe buitenruimte en de plandrempel van 60 dB, die in het Actieplan geluid van de gemeente ’sHertogenbosch is vastgelegd (en die in dit plan ook voor grondgebied Bernheze wordt gehanteerd), wordt niet overschreden.

Daarnaast worden zo nodig maatregelen aan de gevel getroffen om in de verblijfsruimten aan de binnenwaarde van nieuwbouw te voldoen zodat ook in de woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De WHO heef t geen normstelling voor industrielawaai. De WHO normstelling bedraagt voor wegverkeerslawaai 53 dB Lden en 45 dB Lnight. In de berekening van de hindergewogen gecumuleerde geluidsbelastingen voor weg- en industrielawaai wordt aan het industrielawaai een strafcorrectie toegekend van 1 dB. Indien deze straf correctie wordt meegenomen in een af geleide WHO-normstelling voor industrielawaai dan geldt een normstelling 52 dB Letmaal en 44 dB Lnight. De geluidsbelasting bij de woning voldoet daarmee aan de af geleide WHO-normstelling, zodat een vrees voor gezondheidsschade ongegrond is. De geluidsbelasting voor verkeerslawaai bedraagt in de nieuwe situatie

842

50,4 dB. De toekomstige gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt 54 dB en ligt daarmee, ondanks een toename met 4 dB, ruimschoots onder de plandrempel van 60 dB, die in het Actieplan geluid van de gemeente ‘s-Hertogenbosch is vastgelegd. Deze waarde wordt in dit plan ook gehanteerd voor het grondgebied van de gemeente Bernheze.

162 127 1896

162 -

1897

162 -

1898

Reclamant maakt bezwaar tegen de toename van geluid. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Volgens reclamant tonen de berekeningen aan dat de hoeveelheid verontreiniging toeneemt, Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, maar er wordt gebruik gemaakt van het feit dat de wettelijke normen niet Milieucategorie, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid en Woon -en leefklimaat. worden overschreden, waarmee die feitelijke toename wordt verdoezeld. Zie ook het antwoord onder rij 173; er wordt geen toename verdoezeld. Reclamant maakt ook bezwaar tegen lichtvervuiling. Reclamant noemt het Zie thema's Licht, Duurzaamheid, Natuur, Gezondheid en Ruimtelijke propaganda dat het een duurzaam industrieterrein wordt, maar er worden kwaliteit. geen beperkingen of quotering opgelegd ten aanzien van licht. Reclamant Aanvullend daarop, ook al hebben wij zoveel mogelijk rekening gehouden met de belangen van reclamant door het houden van afstand ziet graag dat het verplicht wordt gesteld dat er sensoren worden tot de aanwezige woningen, door een goede landschappelijke inpassing geplaatst en dat het licht alleen gaat branden als er iemand aankomt.

Reclamant stelt straks de zonsondergang niet meer te kunnen zien en het en een beperking van de hoogte van de bebouwing aan de randen, toch zal de omgeving en dus ook het zicht vanaf de woning van wordt donkerder door het verdwijnen van vrij uitzicht. Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door reclamant wijzigen. We begrijpen dat dit een wezenlijke verandering is lichthinder, het verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van voor reclamant, maar uit vaste jurisprudentie blijkt ook dat er geen geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte blijvend recht op uitzicht is. Wij vinden het belang om te voorzien in de bedrijventerrein Heesch West' wordt met de belangen van aan- en behoefte aan het bedrijventerrein en de voordelen daarvan voor de omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de werkgelegenheid en de economie in dit geval prevaleren boven het benodigde stikstofemissieruimte voor de nieuw te vestigen bedrijven. belang van reclamant bij een ongewijzigd uitzicht. Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van ongeveer 8000 verkeersbewegingen per etmaal met als gevolg toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers.

Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op feiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten.

843

huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden.

162 -

1899

162 -

1900

162 -

1901

Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening. Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de daarbij behorende voorschriften. Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit. Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd.

Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen. Reclamant stelt verder dat de financiële en economische maat leidend zijn gebleken. De menselijke maat is niet in acht genomen. Volgens reclamant is dit duidelijk geworden aan de stuitende kloof in benadering tussen de inf ormatieverstrekking aan de bedrijven ten opzichte van de inf ormatieverstrekking aan de bewoners. Reclamant vindt dat er duidelijk Zie thema Proces en participatie. met 2 maten is gemeten.

844

162 -

162 -

162 -

1902

1903

1904

162 127 1912

Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Volgens reclamant is, als je het MER leest, de conclusie dat er vooruitgang is in alle opzichten. Volgens reclamant is het MER dan ook in zijn geheel niet kritisch. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden. Reclamant stelt dat door het realiseren van het bedrijventerrein zijn woning minder waard wordt. Reclamant vindt het onrechtvaardig dat iedereen aan dit bedrijventerrein geld verdient maar hij naast milieulasten ook grote financiële lasten krijgt. Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen.

Zie thema Proces en participatie. Aanvullend daarop, is het niet zo dat de MER op alle aspecten vooruitgang laat zien. Op sommige aspecten, zoals geluidshinder, is er wel sprake van een toename van hinder.

Zie thema's Proces en participatie en Kosten en baten en planschade.

Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’. Dit deel is niet alleen een zienswijze op het bestemmingsplan, maar betreft ook tegelijkertijd een inspraakreactie op de concept beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan (zie Eindverslag inspraak beleidsregels Circulair Kwaliteitsplan). Mede naar aanleiding van deze zienswijze is het Circulair Kwaliteitsplan verder uitgewerkt en zijn een aantal planregels daarop aangepast (zie thema Ruimtelijke kwaliteit). Voor het overige is de zienswijze ongegrond.

845

163 204 1913

163 -

1914

163 -

1915

163 204 1916

Reclamant maakt zich zorgen om het toekomstige leefklimaat en stelt dat het landelijk karakter van het gebied compleet verandert. Reclamant stelt dat zij geen voordelen heeft van het bedrijventerrein en slechts Zie thema's Ruimtelijke kwaliteit, Woon -en leef klimaat, Gezondheid, geconfronteerd wordt met de nadelen ervan. Volgens reclamant zou het Proces en participatie, Luchtkwaliteit, Licht, Geluid, Mobiliteit, Trillingen maximaliseren van het woonplezier, het leefklimaat inclusief de gezondheid en het welzijn van omwonenden de hoogste prioriteit moeten en Milieucategorie. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor zijn van de gemeente om daarmee de impact te minimaliseren. De industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van grootste zorgen van reclamant zijn de toegestane vrijwel zwaarste een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de categorie industrie met alle negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit, licht- en geluidoverlast, verkeershinder met bijbehorende trillingshinder en cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek. sluipverkeer. Reclamant is recent in Vinkel komen wonen, onder andere vanwege de ruimte en schone lucht.

Reclamant is geschrokken toen bleek dat dit plan in voorbereiding is en volgens reclamant enorme impact zal hebben op de omgeving, het leefklimaat en woongenot. Reclamant begrijpt niet dat een op het landelijk gebied georiënteerde gemeente een dergelijke ontwikkeling stimuleert. Volgens reclamant is het niet van deze tijd om Zie thema's Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik, Behoefte, Woon zware industrie op een dergelijk landelijk gelegen locatie te ontwikkelen, -en leef klimaat, Kosten en baten en planschade en Milieucategorie. laat staan in deze vorm en omvang zo dicht op de bebouwde kom. Reclamant ziet onvoldoende garantie om te voorkomen dat dag en nacht (zwaar) vrachtverkeer door de bebouwde kom zal rijden. Volgens reclamant moeten er maatregelen worden genomen om te garanderen (het onmogelijk te maken) dat vrachtverkeer niet door de bebouwde kom In het plan is voorzien in een vrachtwagenverbod op de Weerscheut, van Vinkel kan rijden, maar verplicht wordt een route te nemen, die op zodat zij op die manier niet Vinkel in kunnen rijden. Zie verder thema Mobiliteit. geen enkele manier tot overlast kan leiden. Reclamant stelt dat de komst van het industrieterrein de woonomgeving drastisch zal veranderen een gezonde en prettige leefsituatie sterk onder druk zetten.

Dit plan betekent een wezenlijk gevaar voor de gezondheid door effecten van het industrieterrein (geluid, stank, licht, verkeer). Reclamant stelt dat het plan niet bijdraagt aan het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving. Ook is er volgens reclamant geen sprake van een Zie thema's Woon -en leef klimaat, Gezondheid, Geluid, Geur, Licht, goede landschappelijke inpassing of enige maatschappelijk meerwaarde Ruimtelijke kwaliteit en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. Aanvullend, merken we op dat met dit plan en de uitwerking van het en is er geen toepassing gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Wat reclamant hierbij vooral in het oog springt is de zware landschapspark passende extensieve recreatieve kwaliteiten toegevoegd worden, door de aanleg van met name wandel- en industrie die in een landelijk gebied met veel recreatieve bestemmingen f ietspaden. wordt toegestaan. Reclamant noemt dit onverenigbaar.

846

Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

163 204 1917

164 -

1918

164 -

1919

Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Deze zienswijze is ongegrond en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

164 128 1920

165 129 1921

Reclamant stelt dat het plan de gezondheid aantast en dat de gevolgen hiervan onvoldoende zijn onderkend en meegenomen in de planvorming. Gezondheidsschade wordt volgens reclamant veroorzaakt door toename van gecumuleerd lawaai (verstoort de rust en leidt tot meer stress en slecht slapen), stank, stof en gevaarlijke stoffen (risico op calamiteiten, longproblemen en beperken de bewegingsvrijheid). Daarnaast wordt ook de nachtrust en het woongenot aangetast door lichthinder, het verdwijnen van vrij uitzicht, en toename van geluidsoverlast. Ook in de concept beleidsregel 'Toekenning stikstofruimte bedrijventerrein Heesch West' wordt met de belangen van aan- en omwonenden geen rekening gehouden en wordt sec gekeken naar de benodigde stikstofemissieruimte voor de nieuw te vestigen bedrijven.

Zie thema's Gezondheid, Geur, Stof, Externe veiligheid, Milieucategorie, Licht, Ruimtelijke kwaliteit, Geluid, Woon -en leef klimaat en Natuur. Wat betreft de geluidsbelastingen op de woning van reclamant. Voor deze woning is géén hogere waarde nodig voor industrielawaai en/of wegverkeerslawaai. Daarnaast is geen sprake van een wezenlijke toename (>1,5 dB) voor wegverkeerslawaai en/of de cumulatieve geluidbelasting. Dit is ook per woning terug te vinden in bijlage 7 van het akoestisch onderzoek.

847

165 -

1922

165 -

1923

165 -

1924

165 -

1925

Reclamant beweert dat het verkeersplan van het bestemmingsplan leidt tot een onaanvaardbare toename van files, sluipverkeer en onveilige situaties voor omwonenden, fietsers en wandelaars/hardlopers. Het is bovendien gebaseerd op onjuiste aannames en rekenmodellen, en niet op f eiten. Er zijn geen waarborgen ingebouwd voor aanpassing of handhaving voor het geval de doorstroming en verkeersveiligheid achterblijven bij de verwachtingen. Ervaringen met distributiecentra elders in het land laten zien dat deze voor grote maatschappelijke problemen kunnen zorgen (denk bijvoorbeeld aan huisvesting van arbeidsmigranten), waar in het plan geen rekening mee wordt gehouden. Zie thema's Mobiliteit en Werkgelegenheid en arbeidsmigranten. Reclamant stelt dat het plan in strijd is met de dringende behoefte aan meer natuur, onder andere om in te recreëren. Het plan vormt een directe bedreiging voor omliggende natuur- en recreatiegebieden en vormt een barrière voor de ontwikkeling van ecologische verbindingen tussen bestaande natuurgebieden. Dit klemt temeer omdat een landschappelijke inpassing van het plan nog niet is geborgd. Een goede landschappelijke inpassing (die geluidoverlast, lichtvervuiling en aantasting van het uitzicht moet beperken) is volgens reclamant een absolute voorwaarde voor een goede ruimtelijke ordening.

Reclamant stelt ook grote vraagtekens bij de waarde van de concept beleidsregel 'Circulair Kwaliteitsplan Heesch West', omdat deze niet in overeenstemming is met de plankaart en de Zie thema's Natuur, Woon -en leefklimaat en Ruimtelijke kwaliteit. daarbij behorende voorschriften. Reclamant stelt dat een stedelijke ontwikkeling met daarop enorme distributiedozen die 20 tot 30 meter hoog worden, niet passend is voor dit gebied. Volgens reclamant is het geenszins zeker dat voldaan kan worden aan de bepalingen uit de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (artikel van 5.3 lid 4). De noodzaak van het industrieterrein is volgens reclamant niet aangetoond en de aanvaardbaarheid van de gewenste Zie thema's Behoefte en Locatiekeuze en zorgvuldig ruimtegebruik. uitbreidingsrichting is niet gemotiveerd. Verwijzend naar onderzoek van platform Eerlijk over Heesch West (mei 2021) stelt reclamant dat het participatieproces heeft gefaald. Er is geen sprake geweest van een dialoog en burgers voelen zich genegeerd. Betrokkenen worden geconfronteerd met onleesbare, onbegrijpelijke teksten gecombineerd met digitale (des)informatieve (promotie)bijeenkomsten. Pas na twee jaar zijn de zienswijzen in een onleesbaar rapport beantwoord. Individuele burgers is het onmogelijk Zie thema Proces en participatie. gemaakt om zich in de reactie zienswijzen te herkennen.

848

165 -

1926

165 -

1927

165 129 1928

166 130 1929

Reclamant heef t het gevoel zich machteloos tegen een veelkoppig monster te moeten verweren. Reclamant noemt dat herhaaldelijk verzoek voor budget om onafhankelijke expertise in te kunnen huren, vanuit Eerlijk over Heesch West en van de Stichting Strijdbaar voor Leefbaarheid, door de gemeente is afgewezen. Specialisten van de GGD en de Omgevingsdienst geven aan niets voor individuele burgers te kunnen betekenen. Daarnaast stelt reclamant dat de termijnen geen rekening houden met de hoeveelheid werk om alles te lezen en te begrijpen. Het planproces is verdeeld over een zeer lange periode en verschillende besturen en daarnaast veel verschillende belanghebbenden en bevoegdheden. Zie thema Proces en participatie. Op basis hiervan verzoekt reclamant om de plannen af te keuren en de bescherming van burgers op de eerste plaats te stellen. Reclamant behoudt zich tevens het recht voor om, na verdere bestudering van de plannen, nieuwe zienswijzen en aanvullende bezwaren in te dienen. Zie thema's Proces en participatie en Woon -en leef klimaat. Deze zienswijze is deels gegrond op het onderdeel ‘Circulair Kwaliteitsplan niet volledig in overeenstemming met de verbeelding en planregels’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=2205dded-24d2-4d1f-a253-f697f0147e2a