CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering TAM-plan Liniedijk 1 Heeswijk-Dinther vastgesteld

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 13 mei 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a Heeswijk-Dinther21.215 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Door vlak boven het gewas naar de grond toe te spuiten (maximaal 50 centimeter boven het gewas, verwijzend naar het Bal), wordt de afstand en de tijd die de spuitdruppels afleggen tot het gewas geminimaliseerd. Hierdoor zijn de spuitdruppels minder vatbaar voor luchtstromen waardoor er minder kans op drift bestaat. Daarbij wordt bij het toedienen van gewasbeschermingsmiddelen gebruik gemaakt van spuitdoppen. Deze doppen worden gebruikt om gewasbeschermingsmiddelen te vernevelen, zodat het middel gelijkmatig over een gewas kan worden gespoten. Het is vanuit het Bal verplicht om bij gewasteelt in de open lucht gebruik te maken van een spuit met een driftreducerende spuitdop van tenminste 75% driftreductie ten opzichte van de referentietechniek als uiteengezet door de Europese en nationaal juridische kaders. Met de juiste spuitdop is het verder mogelijk de driftreductie te vergroten tot 90% en 95% ten opzichte van de gerefereerde spuittechniek.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

54

Aanvullend kan worden opgemerkt dat de aanwezigheid van fysieke driftreducerende factoren rondom de kinderopvang een verdere beperking van eventuele drift bewerkstelligd. Het doel van een dergelijke driftwerende voorziening, in dit geval beukenhagen en struweelhagen, is het tegenhouden van drift, zodat deze bij contact met de beschutting niet verder wordt verspreid. In de navolgende figuur is te zien dat er een dubbele haag staat, aan de wegzijde en aan de achterkant van de parkeerplaats. Figuur 19 Figuur met hagen ten behoeve van de beperking van drift

Ook staat er een struweelhaag ten westen van de gehele opvang, buitenspeeltuin en dierenweide. Kortom de opvang wordt omsloten door hagen die een eventuele lichte drift die nog over zou blijven na de periodieke neerwaartse bespuiting met driftreducerende spuittechniek (welke 90 – 95% drift tegenhoudt) zou stoppen. Zie ook de voorgaande figuur. Daarbij is er rondom het kinderdagverblijf een spuitvrije zone opgenomen. Binnen een straal van 50 meter rondom worden geen gewasbeschermingsmiddelen toegepast. Daarmee wordt voldaan aan te hanteren richtafstand. Deze zone is gebord op de verbeelding en in de regels behorende bij dit plan.

7.11

BODEMKWALITEIT Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

55

Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. Dit is opgenomen in bijlage VA van het Bkl. Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art.

IIIa onder 2 Aanvullingsbesluit Bodem). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving: •

• • •

Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerkvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied De Kempen, (paragraaf 2.3.6a.5).

Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Doorwerking projectgebied Er is op de locatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Bodeminzicht. Uit dit onderzoek blijkt dat de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie geen belemmering vormt voor de beoogde realisatie van het kinderdagverblijf. Bij het aanwezige landbouwbedrijf (melkvee en akkerbouw) wijzigt niets. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het tijdelijk deel van een Gemeentelijk Omgevingsplan. De conclusie van het onderzoek is als volgt (zie ook de bijgevoegde bijlage):

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

56

In opdracht van initiatiefnemer te Heeswijk-Dinther heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Liniedijk 1-1a te Heeswijk-Dinther (gemeente Bernheze). Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek wordt gevormd door realisatie van een kinderdagverblijf. Vooronderzoek NEN5725 Uit het verrichte vooronderzoek zijn geen (voormalige) potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. De locatie wordt als onverdachte locatie beschouwd (ONV-NL). De bodem binnen de onderzoekslocatie wordt op basis van het vooronderzoek en de terreinverkenning niet als asbestverdacht beschouwd. Wanneer tijdens het veldwerk asbestverdachte bijmenging wordt aangetroffen wordt de strategie bijgesteld. Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit. Bodemonderzoek onverdachte locatie NEN5740 Zintuiglijke waarnemingen verkennend bodemonderzoek Tijdens het verrichte veldwerk zijn geen bodemvreemde bijmengingen aangetroffen in de opgeboorde grond bij de meetpunten. Analyseresultaten (meng-)monsters Mengmonsters BG1 en BG2, samengesteld uit visueel schone bovengrond, worden ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur. Mengmonster OG1, samengesteld uit visueel schone ondergrond, wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse Landbouw/natuur.

De gemeten gehalten van alle stoffen liggen onder de interventiewaarde bodemkwaliteit Analyseresultaten grondwater In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1, zijn gehaltes aan zware metalen gemeten boven de voorkeurswaarden. De kwaliteit van het grondwater voldoet echter aan de richtlijnen van de Omgevingsverordening Noord-Brabant voor het beoogde gebruik. Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. Advies De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt geen belemmering voor de beoogde realisatie van een kinderdagverblijf. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavig project.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

57

7.12

ARCHEOLOGIE Archeologische waarden dienen bij de besluitvorming over ruimtelijke ingrepen expliciet meegewogen te worden en waar mogelijk worden ontzien. Archeologisch erfgoed dient bij uitgangspunt te worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. In gebieden met een hoge en middelhoge indicatieve verwachting dient in principe een verkennend booronderzoek te worden uitgevoerd. De archeologische waarden- en verwachtingenkaart van gemeente Bernheze laat zien waar zich archeologische resten in de ondergrond bevinden of waar deze verwacht worden. Ook is te zien hoe de ondergrond is opgebouwd en waar al ooit archeologisch onderzoek heeft plaats gevonden. Om een goed archeologisch beleid te kunnen voeren is het belangrijk om te weten waar in het verleden het landschap de beste voorwaarden bood voor bewoning. Daar is een grote kans op het vinden van archeologische resten. Ook historische bronnen zoals oude kaarten geven vaak informatie over inmiddels verlaten woonplaatsen. Op basis van dit soort en andere gegevens is de archeologische verwachtingskaart gemaakt. Op de kaart zijn zones aangegeven waar er sprake is van een lage dan wel hoge archeologische verwachting. Aan deze gebieden zijn vergunningsvoorwaarden gekoppeld bij voorgenomen bouwplannen. Onderstaand figuur laat een uitsnede zien van de verwachtingskaart. Het plangebied is omcirkeld.

Figuur 20 Uitsnede projectlocatie binnen archeologische waarden- en verwachtingenkaart

Voor de locatie geldt een lage archeologische verwachtingswaarde. Dit maakt dat het niet noodzakelijk is om een nader onderzoek naar de archeologische waarden uit te voeren. Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

58

van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet.

7.13

CULTUURHISTORIE Ruimtelijke plannen dienen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Cultuurhistorisch erfgoed moet worden beschermd. Het gaat dan om erfgoed in brede zin; in cultuurlandschappelijke, stedenbouwkundige en bouwhistorische betekenis. De provincie Brabant heeft in een digitale kaart cultuurhistorische elementen weergegeven. In navolgende figuur is een uitsnede van de kaart weergegeven. Figuur 21 Uitsnede landschappelijke elementen met cultuurhistorische waarde

f f

k k

Hieruit blijkt dat het plangebied niet is gelegen in een gebied waar cultuurhistorische waarden aangewezen zijn. De gemeente Bernheze heeft daarnaast een kaart opgesteld welke is bijgevoegd bij het Omgevingsplan waarin de landschappelijke elementen binnen de gemeente zijn weergegeven met cultuurhistorische waarden. Op of bij de locatie zijn geen elementen aanwezig. Ook worden er geen elementen aangetast door de ontwikkeling.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

59

Figuur 22 Uitsnede landschappelijke elementen met cultuurhistorische waarde

f f

k k

7.14

LANDSCHAP De locatie is gelegen ten oosten van het dorp Heeswijk-Dinter in een dekzandvlakte, een gebied waarin jaren geleden dikke pakketten zand zijn afgezet door de wind. Het is een van oudsher open gebied waarin agrarisch gebruik de hoofdrol speelt, zo ook in de omgeving rondom de Waaistap. Percelen en lanen echter zijn vaak geflankeerd door houtsingels, laanbomen langs de weg, hagen en heggen als perceelsafscheidingen of langs wegen. Deze landschapselementen vormen mede de identiteit van het gebied en zijn daarom ook van belang. Juist deze landschapselementen spelen ook een grote rol bij de groen-blauwe dooradering van het gebied. Door het leveren van schuilgelegenheid, broedgelegenheid en voedsel voor diverse vogels, zoogdieren, insecten dragen ze bij aan biodiversiteit in de gemeente. Inzoomend op locatie is het bedrijf gelegen op zandgrond met een bodem bestaande uit veldpodzolgronden met name leemarm en zwak lemig fijn zand. De grondwatertrap is IV (GHG >40 en GLG 80-120). De grondwaterstand schommelt tussen 40cm onder maaiveld in de winter en 80cm of meer (max 120cm) onder maaiveld in de zomer. Soorten passend bij de bodem én in de dekzandgebieden van de gemeente zijn, uiteraard, eiken, zoals deze ook staan in langs de Liniedijk. Daarnaast zijn ook berk, beuk, linde passende soorten en struikachtigen zoals lijsterbes, vlier, vuilboom, meidoorn, gelderse roos.

Het project wordt landschappelijk ingepast middels het landschappelijke inpassingsplan dat te vinden is in de bijlage.

7.15

STEDENBOUW Het plan behelst het realiseren van een permanente kinderdagopvang op een agrarisch bedrijf (natuur inclusieve melkveehouderij met akkerbouw). Hiermee komt de tijdelijk vergunde kinderopvang op Liniedijk 1a te vervallen. Bij het ontwerp van het gebouw is rekening gehouden met de ligging op een agrarisch erf. De uitstraling van het gebouw is hierop aangepast en sluit aan bij de reeds aanwezige bebouwing op

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

60

het perceel (zie ook de bijgevoegde bijlage). De ontwikkeling is stedenbouwkundig passend. De ontwikkeling ziet op een oppervlakte van minder dan 500 m2. Daarmee is de ontwikkeling niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling.

7.16

KABELS EN LEIDINGEN Voorafgaand aan het grondverzet voor de oprichting van kinderdagopvang en de voorziene grondwerkzaamheden zal een zogenaamde Klic-melding plaatsvinden om duidelijkheid te verkrijgen over de eventueel aanwezige kabels en leidingen. Vooralsnog zijn geen problemen voorzien aangezien voor zover bekend ter plaatse van de betreffende locatie op het perceel geen kabels of leidingen in de ondergrond aanwezig zijn. Bij de realisering van het project zal rekening worden gehouden met eventuele overige feitelijke belemmeringen. De dichtstbijzijnde hoogspanningsleiding is gelegen op een afstand van circa 4,2 km. Dit geeft geen belemmeringen in het plangebied.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

61

8

JURIDISCHE OPZET

Sinds 1 januari 2024 heeft elke gemeente een omgevingsplan van rechtswege (hierna: het omgevingsplan). In de fase direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit het tijdelijk deel van het omgevingsplan, bestaande uit onder meer de voormalige bestemmingsplannen, beheersverordeningen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en de Bruidsschat. Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan. Woningbouw op deze locatie is in strijd met het ter plaatse geldende omgevingsplan waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Het TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat los staat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk (22a) toegevoegd. Onderhavig TAM-omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de regels van onderhavig TAM-omgevingsplan een pre-ambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22d van het omgevingsplan. Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze.

Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling Liniedijk 1-1a (tenzij ze daarmee strijdig zijn). Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling van Liniedijk 1-1a. Zo is er voor dit plan ook gekozen om niet de specifieke bepaling over het afwijken van bepalingen uit de bruidsschat op te nemen, aangezien er bij dit TAM-omgevingsplan nauwelijks wordt afgeweken van de bruidsschat. Op de onderdelen waar dit wel gebeurt (bijvoorbeeld reken- en meetbepalingen) zijn specifieke voorrangsbepalingen opgenomen. Hoofdstuk 2 - Functies en activiteiten Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten voor het plangebied beschreven. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

62

het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op de (nog tijdelijke) landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor het TAM-omgevingsplan voor Liniedijk 1-1a is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het tijdelijk deel omgevingsplan van de gemeente Bernheze. Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Voor de bestemming Wonen is aangesloten op andere recente nieuwbouwontwikkelingen binnen de gemeente. Voor de bestemmingen 'Agrarisch - 1' en 'Agrarisch - 2' is zoveel als mogelijk aangesloten bij de geldende bestemmingen op deze betreffende percelen. Regels die niet van toepassing zijn, zijn hierbij niet overgenomen. Hoofdstuk 3: Algemene regels Voor dit hoofdstuk zijn er algemene regels opgenomen die alleen betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zitten bijvoorbeeld algemene bouwen functieregels in die gelden voor de gehele nieuwbouwlocatie, dus zowel voor de functie wonen als voor de functies groen, water en verkeer. Hoofdstuk 4: Regels ter bescherming waarden en objecten Dit hoofdstuk bevat algemene bepalingen ter bescherming van archeologische (verwachtings)waarden en voor de beschermingszone van de watergang. Deze regels hebben voorrang op de regels in de hoofdstukken 2 en 3.

Hoofdstuk 5: Kostenverhaalregels Met dit omgevingsplan wordt de mogelijkheid geboden voor bouwactiviteiten in het plangebied. Hiervoor maakt de gemeente kosten, zoals voor het wijzigen van dit omgevingsplan, voor de aanleg van openbare voorzieningen en voor nadeelcompensatie. De gemeente is verplicht de gemaakte kosten te verhalen op een initiatiefnemer als deze nieuwe bouwactiviteiten wil uitvoeren (artikel 13.11 Omgevingswet). Dit hoofdstuk bevat de regels over de wijze waarop het kostenverhaal plaatsvindt. De in dit hoofdstuk opgenomen regels zijn gegroepeerd. De eerste groep (artikelen 19 en 20) betreft algemene regels. Deze algemene regels worden door de gemeente in beginsel bij elk kostenverhaalsgebied op dezelfde wijze toegepast. Artikel 19 van de regels bevat de kostenverhaalsregels die specifiek van toepassing zijn op het 'Kostenverhaalsgebied Liniedijk 1-1a. Bijlagen de regels Dit zijn de bijlagen waarna in de regels wordt verwezen. De overige bijlagen zijn als bijlagen aan de toelichting toegevoegd.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

63

9 9.1

UITVOERBAARHEID

FINANCIËLE HAALBAARHEID In deze paragraaf wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven. Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een omgevingsplanwijziging voor rekening komen van de initiatiefnemer.

9.1.1

Kostenverhaal De Buitenplanse omgevingsplan activiteit (Bopa) voorziet in nieuwe bouwmogelijkheden. Artikel 12.1 Ow ‘Verhaal van kosten, verbonden aan grondexploitatie’ is dan ook van toepassing. Dat betekent dat meerkosten voor de planologische procedure als gevolg van particuliere ontwikkelingen dienen te worden verhaald op de initiatiefnemer(s). Het verhaal van deze kosten kan op twee manieren worden geregeld, namelijk via een anterieure overeenkomst of via exploitatieregels/ exploitatievoorschriften. De gemeente Bernheze heeft de voorkeur om dit via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer te regelen. Dit project is een particulier initiatief. Met initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten. De kosten die voortvloeien uit het project zijn voor rekening en risico van initiatiefnemer. Hiermee is de financiële haalbaarheid voor de gemeente gegarandeerd. In de anterieure overeenkomst is ook vastgelegd dat de eventuele planschade voor rekening komt voor de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. Daar waar nodig zal op basis van artikel 12.8 Ow het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking. Tevens worden voor het in behandeling nemen van de aanvraag buitenplanse omgevingsplanactiviteit leges in rekening gebracht.

9.1.2

Bibob De Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) is een Nederlandse wet die overheidsinstanties helpt bij het tegengaan van criminele activiteiten binnen vergunningverlening, subsidies en overheidsopdrachten. De wet is bedoeld om te voorkomen dat de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert of ondersteunt en stelt overheidsorganisaties in staat om de achtergrond van bedrijven of personen die vergunningen, subsidies of opdrachten aanvragen, te onderzoeken. Indien er sprake is van een risico dat de aanvrager

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

64

betrokken is bij criminele activiteiten zoals fraude, witwassen, of drugshandel, kan de overheid besluiten een aanvraag te weigeren of in te trekken. Om transparantie te bieden over de gang van zaken en welke partijen betrokken zijn dient voorliggend plan. De gemeente kan onderzoeken of de initiatiefnemer een strafrechtelijk of financieel verleden heeft dat wijst op criminele activiteiten. 9.1.3

Nadeelcompensatie Voor iedere Buitenplanse omgevingsplan activiteit (Bopa) wordt een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten op basis van art. 4.5 Awb, in dit geval zijn de eventuele planschadekosten in de anterieure overeenkomst opgenomen.

9.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID

9.2.1

Participatie & omgevingsdialoog Het aangeven hoe er geparticipeerd is bij een gebiedsontwikkeling (moti-veringsplicht) met een omgevingsplanactiviteit (Bopa) is een vereiste onder de Omgevingswet. Dit dient gedaan te worden conform de eisen uit artikel 10.2 uit het Omgevingsbesluit (motiveringsplicht vroegtijdige publieksparticipatie omgevingsplan). Voor onderhavige ontwikkeling heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden. Er is met de aangrenzende omwonenden gesproken over de beoogde ontwikkeling. Zij hebben gemeld geen problemen te hebben met de beoogde ontwikkeling.

9.2.2

Bevoegd gezag en afstemming met ketenpartners De gemeente Bernheze is voor onderhavige Bopa bevoegd gezag. In het voortraject is het plan voorgelegd aan de provincie en het Waterschap Aa en Maas.

9.2.3

Vaststellingsprocedure Het ontwerpbesluit voor de TAM-omgevingsplan wordt op grond van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd wordt het project elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website. Burgemeester en wethouders gaan de terinzagelegging vooraf mededelen in het plaatselijke blad, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Iedereen kan zijn zienswijze over het ontwerp TAM-omgevingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er is PM zienswijze naar voren gebracht. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het raadsbesluit tot vaststelling van dit omgevingsplan.

9.3

VOORSTEL VOOR HET OPNEMEN VAN HET INITIATIEF IN HET OMGEVINGSPLAN De vormverandering van het bouwvlak ten behoeve van de realisatie van de kinderdagopvang kan doormiddel van een vormverandering van het bouwvlak met een specifieke aanduiding aan het huidige functievlak voor het reeds aanwezige agrarische bedrijf worden opgenomen in het omgevingsplan. Voor het aanwezige agrarische bedrijf zijn geen wijzigingen nodig. De verplichting voor de aanleg en instandhouding van de landschappelijk inpassing kan hierbij ook worden vastgelegd.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

65

10

BELANGENAFWEGINGEN EN CONCLUSIE

Het project beschreven in hoofdstuk 3 is in hoofdstuk 5 en 6 getoetst aan de huidige wetgeving en beleidskaders. In hoofdstuk 7 is de ontwikkeling getoetst aan de aspecten van de fysieke leefomgeving. Uit voorliggende motivering kan geconcludeerd worden dat, vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, het voorgenomen project aanvaardbaar is overwegende dat: • • • •

Het project past binnen de vigerende beleidskaders van het Rijk, provincie en gemeente; Er geen knelpunten op het gebied van de fysieke leefomgeving naar voren zijn gekomen die belemmerend zijn; De waterhuishoudkundige belangen voldoende gewaarborgd zijn; De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project gewaarborgd is.

De gemeente Bernheze kan instemmen met de voorgenomen ontwikkeling.

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22p, Liniedijk 1-1a, Heeswijk-Dinther

66

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=404e5775-1792-463d-91ea-45faa8689ae1