CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering - TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v, Loosbroeksestraat 4 Heesch

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v, Loosbroeksestraat 4 Heesch26.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22v, Loosbroeksestraat 4 Heesch Ruimtelijke onderbouwing

Gemeente Bernheze, 25 maart 2025

Inhoudsopgave Motivering

2

Hoofdstuk 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Omgevingsplan 1.4 Medewerking opheffen strijdigheid

3 3 3 4 5

Hoofdstuk 2 PLANBESCHRIJVING 2.1 Ruimtelijke vertaling (ontwerp en inrichtingsplan) 2.2 Kaders voor ruimtelijke ontwikkeling

6 6 13

Hoofdstuk 3 VOORBEREIDING 3.1 Vooroverleg 3.2 Participatie omgeving

15 15 15

Hoofdstuk 4

17

TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN

Hoofdstuk 5 VISIE EN BELEID 5.1 Rijksbeleid 5.2 Provinciaal beleid 5.3 Regionaal beleid 5.4 Waterschapsbeleid 5.5 Gemeentelijk beleid

18 18 19 28 28 29

Hoofdstuk 6 ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING 6.1 Kwaliteit leefomgeving 6.2 Besluit milieueffectrapportage 6.3 Groen 6.4 Wegen, verkeer en parkeren 6.5 Bedrijven en milieuzonering

35 35 53 53 57 59

Hoofdstuk 7 JURIDISCHE PLANOPZET 7.1 Wijzigingsbesluit 7.2 Analoge kaart

62 62 63

Hoofdstuk 8 UITVOERBAARHEID 8.1 Economisch 8.2 Maatschappelijk

64 64 65

Hoofdstuk 9 BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE 9.1 Doelen van de wet (Omgevingswet artikel 1.3) 9.2 Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) 9.3 Verwerken TAM-omgevingsplan

66 66 66 67

Bij deze motivering horen de volgende bijlagen: 1. Certificaten bouwtitel van Ontwikkelmaatschappij Ruimte voor Ruimte, d.d. 21 oktober 2025, certificaatnummer 1300 en 1301; 2. Digitale watertoets, d.d. 26-05-2025; 3. GGD-omgevingsadvies; 4. Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai door Ingenieursburo Ulehake, kenmerk 18686-01 RAP-01a, d.d. 28-08-2025; 5. Verkennend bodem- en asbestonderzoek door Van Oort Bodemonderzoek, kenmerk LBS.350225, d.d. 28-05-2025; 6. Landschappelijk inpassingsplan door Mlg Gebiedsontwikkeling, tekeningnummer P0371-05, d.d. 19-03-2026; 7. Bomen effect analyse door Boomtechnisch adviesbureau Van Tilburg, d.d. 23 mei 2025; 8. Aerius-berekening, kenmerk S181SuLGQqSR, d.d. 28-05-2025. 9. Ecologische Quickscan door Eceau Ecologisch adviesbureau, kenmerk TRA-1QS241104, d.d. 29-05-2025.

2

Hoofdstuk 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

De initiatiefnemers exploiteerden een intensieve veehouderij met varkens aan Loosbroeksestraat 4 te Heesch. Om exploitatie technische redenen is besloten te stoppen met het agrarische bedrijf in de vorm van een intensieve veehouderij. Het voornemen is om het agrarische bedrijf om te zetten in een bedrijfsfunctie in de vorm van statische opslag (o.a. caravans, campers of auto’s) en een hoveniersbedrijf. Het bouwvlak wordt verkleind en de varkensstallen worden gesloopt. Voor de bedrijfsfunctie blijft een loods van 800m2 behouden en wordt een nieuwe loods gebouwd van 700m2. De bedrijfsbebouwing is noodzakelijk om inkomsten te kunnen genereren. Ter plaatse vigeert het omgevingsplan gemeente Bernheze (voormalig bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’). In het bestemmingsplan is het bedrijfsperceel voorzien van een agrarische bestemming. Het gewenste gebruik past niet binnen deze agrarische bestemming. De initiatiefnemers willen de locatie herontwikkelen en de locatie voorzien van een passende bestemming. Hiertoe is voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld. De herontwikkeling ziet naast het omzetten van de bedrijfsfunctie, met bijbehorende sloop van bebouwing, ook in het herbouwen van de bedrijfswoning binnen het bouwvlak. Waardoor ruimte ontstaat om twee nieuwe woningen te realiseren.

De initiatiefnemers hebben ten behoeve van de oprichting van de nieuwe woningen twee Ruimte-voor-Ruimte-titels verworven bij de Ontwikkelings-maatschappij Ruimte voor Ruimte. Middels een wenselijkheidsbrief van 25 juli 2024 en mail van 11 maart 2025 heeft de gemeente laten, onder voorwaarden, medewerking te willen verlenen aan onderhavige ontwikkeling.

1.2

Plangebied

De locatie ligt aan de Loosbroeksestraat 4 te Heesch. Het plangebied bestaat uit de percelen kadastraal bekend als gemeente Heesch, sectie F en nummers 789, 1241, 1538, 1539, 1540 en 1541. De percelen hebben een omvang van ongeveer 52.870 m2.

Ligging plangebied in groter verband (rode ballon). Deze kaart is noord gericht - bron: Google Maps

3

Kadastrale kaart met daarin het plangebied weergegeven (plangebied is blauw omkaderd)

1.3

Omgevingsplan

Het plangebied valt binnen het omgevingsplan gemeente Bernheze wat in werking is getreden vanaf 01 januari 2024. Binnen dit omgevingsplan is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ nog steeds onherroepelijk in werking zoals dit is vastgesteld op 26 juni 2012 door de gemeenteraad. De betreffende locatie heeft de bestemmingsvlakken ‘Agrarisch’ en ‘Waarde - Archeologie 3’, de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’, valt binnen de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone - 250m cluster woningen’ en ‘wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied’ en heeft een maatvoeringsvlak ten behoeve van één bedrijfswoning. Conclusie De voorgenomen plannen voor het plangebied zijn getoetst aan de regels uit het omgevingsplan van de gemeente Bernheze (voormalig bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’). Het verzoek is in strijd met artikelen 3.1 en 3.2 van het omgevingsplan, omdat de voor ‘Agrarisch’ bestemde gronden zijn bedoeld voor agrarisch grondgebruik en uitoefening van een agrarisch bedrijf. Het omzetten van een agrarisch bedrijf naar bedrijf, het herbouwen van de bedrijfswoning en het toevoegen van enkele burgerwoningen is in beginsel niet toegestaan. Het verzoek is wenselijk omdat het verzoek is gelegen in een omgeving waar in het verleden meerdere initiatieven zijn geweest waarbij agrarische bedrijven zijn gestopt en waar reguliere woningen zijn gebouwd.

Door invulling te geven aan het verzoek wordt dit verder uitgebreid, maar wel rekening gehouden met het landelijke karakter van het buitengebied. Verdere verstedelijking van het gebied is dan ook niet wenselijk. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing vormt een passend juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling.

4

1.4

Medewerking opheffen strijdigheid

Voorafgaand hebben de initiatiefnemers een vooroverleg ingediend. Dit verzoek is door de gemeente bekeken en besproken op de intake tafel. Verder hebben er diverse overleggen plaatsgevonden om het initiatief mogelijk te maken in combinatie met het beleid vanuit transitie landbouw. In een brief, verzonden op 14 juli 2024 en geregistreerd onder kenmerk Z2023-00001921, en een mail, verzonden op 11 maart 2025, heeft de gemeente aangegeven het verzoek wenselijk te vinden, onder de voorwaarde dat aan verschillende haalbaarheidscriteria wordt voldaan. Hieronder is een samenvatting uit de brief en mailwisseling wat betreft de wenselijkheid toegevoegd. “Bedankt voor het aanleveren van het plan. Ik denk dat het voldoende aanleiding geeft om de volgende stap in het proces uit te gaan werken. Onderstaande punten moeten voldoende basis hiervoor bieden. Waarbij geprobeerd is om zo dicht mogelijk bij bestaande mogelijkheden in de oude bestemmingsplannen, provinciale omgevingsverordening en ook al een doorkijk te maken naar het nieuwe kansenbeleid van de gemeente. - herbouwen bestaande bedrijfswoning binnen bestaand bouwvlak met behulp van artikel 3.4.1. lid g uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’. Waardoor de bedrijfswoning behouden blijft voor de bedrijfsfunctie en geen ongewenste splitsing ontstaat conform de provinciale verordening.

- de agrarische functie wordt omgezet naar een bedrijfsfunctie. De stedenbouwkundige heeft de voorkeur om twee ‘kleinere’ bedrijfsgebouwen te bouwen, in plaats van één groot gebouw. Vanuit het kansenbeleid is voor dit gebied 1000m2 aan bedrijfsbebouwing (statische opslag/hoveniers) een passende ontwikkeling. Dit is hierin als groen aangevinkt en sluit ook aan bij bijstaande mogelijkheden in het bestemmingsplan. We willen hierin de mogelijkheid bieden om dit uit te breiden naar maximaal 1500m2, mits hiervoor extra kwaliteitsverbetering tegenover staat. Dat kan in de vorm van saneren van extra verharding/bebouwing, verkleinen van het bouwvlak, landschapselementen en/of andere opties in het kader van maatwerk omgevingskwaliteit van de provincie. De reden hiervoor is dat dit in het kansenbeleid is aangemerkt als oranje, wat wil zeggen dat onder voorwaarden hieraan medewerking verleend kan worden. Buiten dat het hier gaat om het stapelen van een bedrijfsfunctie en een woonfunctie. Vandaar dat we dan vragen om een extra kwaliteitsverbetering. Op basis daarvan moet hierop later een definitieve beslissing genomen worden, wat passend is in de ontwikkelrichting van het gebied. - de nieuwe woningen, één op de plek van de bestaande bedrijfswoning en één ten westen hiervan, liggen op een wenselijke locatie binnen het perceel.

Het starre landschapsvenster blijft gehandhaafd en de woningen vallen binnen het flexibele landschapsvenster en niet langs de woning van de buren. De gemeente is van mening dat met de bouw van deze woningen het buurtje aan de Loosbroeksestraat, zeker aan de zuidzijde van de Loosbroeksestraat, af is. Alle gronden zijn in het bezit van de initiatiefnemers en daarmee wordt met dit verzoek voldaan aan de wensen van de initiatiefnemers. Verdere bebouwing zal ervoor zorgen dat het steeds meer verstedelijkt, wat in het buitengebied voorkomen moet worden. Zodoende dat we ook benadrukken dat verdere bebouwing/woningen niet als wenselijk worden gezien. - de nieuwe woningen zijn wenselijk bevonden en kunnen binnen de kaders van het beeldkwaliteitsplan ‘rvr-woningen’ op deze locatie gerealiseerd worden. Daarvoor is de benodigde tegenprestatie al in bezit, namelijk de rvr-titels. - in het kader van een landschappelijke inpassing zijn de woningen een categorie 1-ontwikkeling (realisatie ruimte voor ruimte woning(en)) en omzetten naar bedrijfsfunctie blijft een categorie 3-ontwikkeling. - de stukken dienen uitgewerkt te worden voor een omgevingstafel. De gemeente werkt vooralsnog met TAM-IMRO wijzigingen van het omgevingsplan. Op dit moment is het nog niet mogelijk om dit soort ontwikkelingen met de STOP-TPOD te verwerken.

Een BOPA-procedure is niet wenselijk gezien het feit dat in onderhavig plan een sanering plaatsvindt van een intensieve veehouderij.”

5

Hoofdstuk 2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Ruimtelijke vertaling (ontwerp en inrichtingsplan)

2.1.1

Bestaande situatie

Karakteristiek gebied Het initiatief ligt in het buitengebied, te weten aan de Loosbroeksestraat 4 te Heesch. De locatie ligt te midden van diverse agrarische activiteiten en woningen. Hieronder enkele foto’s van het plangebied.

Foto’s plangebied

De intensieve veehouderij aan Loosbroeksestraat 4 beschikt over een vergunning Wet milieubeheer voor het houden van varkens. Onderstaande figuur geeft de vigerende vergunning weer.

Overzicht vigerende vergunning Loosbroeksestraat 4 (bron: kernregistratie dierverblijven)

De locatie ligt in een bebouwingsconcentratie aan het begin van de Loosbroeksestraat, waar deze aansluit op de Vinkelsestraat. Hieronder is een overzicht van de bebouwingsstructuur van onderhavige locatie weergegeven.

6

Bebouwingsstructuur begin Loosbroeksestraat

De bebouwing rondom onderhavige locatie bestaat uit verspreid liggende bebouwing die in de loop der tijd aaneengegroeid is tot een bebouwingslint. In de directe omgeving van het plangebied zijn voornamelijk burgerwoningen gelegen, een intensieve veehouderij en een aantal bedrijven. De bebouwing bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen en bedrijfsbebouwing die diep het landschap insteekt. De percelen zijn allen groen ingeplant en bevatten diverse doorzichten naar de achtergelegen landen. De omgeving van het plangebied laat zich kenmerken door; een verdicht lint, een diversiteit aan functies, een groene uitstraling met laanbeplanting, en enkele stallen- en bedrijvencomplexen die diep het landschap insteken. Hieronder enkele foto’s van de omgeving van het plangebied.

Foto’s omgeving plangebied

Welstandsnota Het plan is gelegen in een welstandsvrij gebied en daarom hoeft dit plan niet getoetst te worden aan de redelijke eisen van welstand.

7

2.1.2

Plan (ontwerp en eindsituatie)

De herontwikkeling van onderhavige locatie omvat de volgende onderdelen: - herbouwen bestaande bedrijfswoning binnen het bestaande bouwvlak; - slopen van de bestaande varkensstallen; - verkleinen van het bouwvlak; - omzetten van agrarisch bedrijf naar bedrijf; - bouwen van een loods van 700m2; - vestigen van twee (burger)woonbestemmingen; - één woning ter plaatse van de bestaande woning; - één woning ten westen van de bestaande woning. - intrekken bestaande vergunning Wet milieubeheer voor het houden van varkens. Op de volgende bladzijden wordt de bestaande en nieuwe situatie weergegeven. Met deze herontwikkeling wordt op meerdere manieren kwaliteit toegevoegd aan het buitengebied: - door het slopen van de bestaande varkensstallen; - de bedrijvigheid wordt beperkt en hiermee samengaande milieuoverlast (geur); - het vergroten van de doorkijk/zicht op de achterliggende gronden door verkleinen bouwvlak; - het geheel wordt landschappelijk ingepast waardoor de groene uitstraling en het landelijk gebied wordt versterkt; - de nieuwe woningen worden dicht bij de bestaande woning gerealiseerd, waardoor het meer als één erf gezien kan worden.

Verder worden de rooilijnen niet in één lijn te geplaatst om een levendig straatbeeld te krijgen passend in het straatbeeld/landelijk gebied; - het uitbouwen/afronden van de bestaande bebouwingsstructuur aan de Loosbroeksestraat; - het intrekken van de bestaande vergunning Wet milieubeheer voor het houden van varkens. De nieuwe bebouwing wordt gebouwd conform het beeldkwaliteitsplan ‘nieuwe woningen in het buitengebied’. Waarmee rekening wordt gehouden dat de agrarische en landelijke sfeer behouden blijft. De woningen bestaan uit een lage onderbouw (lage goot) met forse kap. De perceelgrenzen moeten groen zijn, waarbij gekeken wordt naar de historische groenstructuren. Binnen het beeldkwaliteitsplan moet rekening worden gehouden met het type ‘boerderij’. Dit betreft een ruime woning op een ruime kavel, samen met zo veel mogelijk geclusterde bijgebouwen, compact op een erf. Er is hiërarchie tussen hoofdgebouw en bijgebouwen. De terreinindeling is rationeel. Clustering met bijgebouwen om een erf. Gelegen aan de straat. Erfinrichting met stoepen, weide, groentetuin en hagen. Bijgebouwen staan dicht bij de hoofdbebouwing. De gebouwen hebben een enkelvoudige hoofdvorm: rechthoekig grondvlak met mogelijke ondergeschikte uit en aanbouwen; één laag met grote kap; rustig vormgegeven; sobere detaillering. Landelijke uitstraling.

Zowel eigentijdse als traditionele architectuur is mogelijk. Daarnaast zijn vanuit de stedenbouwkundige de volgende voorwaarden gesteld: - afstand van de woningen tot de weg is akkoord, zoals besproken op 18 september 2024. Eén woning verspringt 1 meter met de bestaande woning, de andere woning verspringt 2 meter met de bestaande woning. - het betreft maximaal twee nieuwe woningen; - de afstand van de woningen tot de zijdelingse perceelgrens moet minimaal 5 meter bedragen; - de afstand van de bijgebouwen tot de zijdelingse perceelgrenzen moet minimaal 3 meter zijn (om te zorgen dat de twee garageblokken niet als één breed blok de afstand tussen de twee kavels opvult); - één bouwlaag met verplichte kap met een minimale helling van 45 graden, goothoogte maximaal 4 meter en nekhoogte maximaal 10 meter (voor de landelijke uitstraling); - bijgebouwen zoveel mogelijk samenvoegen tot één volume. - beeldkwaliteitsplan ‘nieuwe woningen in buitengebied’ is van toepassing. Een belangrijk aspect hierin

8

is dat de samenstelling van de massa (bij een boerderijtype) enkelvoudig is. Dat betekent een rechthoekig grondvlak en geen dominante aan of uitbouwen. Eenvoudig dakvlak. - er mag geen nadelige situatie ontstaan voor bestaande laanbomen. - er dienen twee parkeerplekken per woning op eigen terrein te worden aangelegd. Bij zowel het bedrijf als de woningen wordt zoveel gebruik gemaakt van de bestaande inritten. Alleen bij de nieuwe woning ten westen van de bestaande woning is een nieuwe inrit noodzakelijk. Deze inrit is mogelijk zonder de bestaande bomen te hoeven kappen. Per woning wordt zorggedragen voor het realiseren van twee parkeerplaatsen op eigen terrein. Landschappelijk Voor de landschappelijke onderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 6.1.4.3. en bijlage ‘Landschappelijk inrichtingsplan Loosbroeksestraat 4 te Heesch’ van Mlg Gebiedsontwikkeling.

9

10

11

12

2.2

Kaders voor ruimtelijke ontwikkeling

2.2.1 Kaders omgevingskwaliteit (stedenbouwkundige kwaliteit, cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken en kwaliteit van natuur en landschap) Gemeenten moeten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het uitoefenen van taken en bevoegdheden. Er gelden beperkt instructieregels van het Rijk. Een goede omgevingskwaliteit is opgenomen in de centrale doelstelling (artikel 1.3 Omgevingswet). Dit duidt op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving. Maar ook om de waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebieden en aan dier- en plantensoorten. Gemeenten moeten landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit meenemen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan – daaronder valt ook het stellen van regels over activiteiten (denk aan bouwhoogten en bebouwingspercentages bij een ruimtelijke bouwactiviteit). Het initiatief dient bij de verdere uitwerking in ieder geval aan de volgende beleidsdocumenten te voldoen voor wat betreft omgevingskwaliteit: • • •

Welstandnota Bernheze Beeldkwaliteitsplan nieuwe woningen buitengebied Bernheze Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze 2021

Vanuit het oogpunt van Omgevingskwaliteit stelt de gemeente Bernheze de volgende concrete randvoorwaarden aan het initiatief (opnemen indien van toepassing): RANDVOORWAARDEN Algemene stedenbouwkundige kaders

Voorkeur voor twee ‘kleinere’ bedrijfsgebouwen, waarbij de bestaande loods naar achteren wordt geplaatst.

Plaatsing

De rooilijn van de woningen dient verspringend te liggen ten opzichte van de bestaande woning.

Massa en vorm

Eén bouwlaag met kap met minimale helling van 45 graden, goothoogte maximaal 4 meter en nekhoogte maximaal 10 meter.

Uitstraling Welstand/Uiterlijk van bouwwerken

Conform type ‘boerderij’ uit het beeldkwaliteitsplan nieuwe woningen buitengebied Bernheze.

Overig

-

Landschap

De ontwikkeling van de woningen valt onder categorie 1 (Beleidsregel Kwaliteitsverbetering) en omzetten naar bedrijfsfunctie valt onder categorie 3. Een landschappelijk inpassingsplan dient te worden opgenomen.

Groen

Er dient aandacht te zijn voor goede zorg voor de inrichting van het terrein.

2.2.2

Volkshuisvesting

Vanuit het oogpunt van volkshuisvesting stelt de gemeente Bernheze geen concrete randvoorwaarden aan het initiatief. 2.2.3

Duurzaamheid en klimaat

Duurzaamheid gaat over de huidige en toekomstige generatie. De energietransitie, het hergebruik van grondstoffen en asbestsanering zijn belangrijke elementen. Evenals onderwerpen als duurzaam wonen, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

13

RANDVOORWAARDEN Energie- en warmtetransitie

De woningen voldoen aan de BENG-eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving.

Openbare ruimte

Voor dit plangebied moet één nieuwe inrit aangelegd worden en worden de nieuwe woningen aangesloten op de gemeentelijke riolering wat betreft afvalwater. Het hemelwater dient op eigen terrein te worden geborgen.

Circulaire economie

-

2.2.4

Overige kaders voor de inrichting van de openbare ruimte

Vanuit het oogpunt van een goede openbare ruimte stelt de gemeente Bernheze nog een aantal concrete randvoorwaarden aan het initiatief voor wat betreft de inrichting van de openbare ruimte. Als randvoorwaarde heeft de gemeente meegegeven om aansluitingen in de openbare ruimte (inrit, kabels en leidingen) af te stemmen in overleg met beheer tijdens omgevingstafel.

14

Hoofdstuk 3 3.1

VOORBEREIDING

Vooroverleg

Voorafgaand hebben de initiatiefnemers een vooroverleg ingediend. Dit verzoek is door de gemeente bekeken en besproken op de intake tafel. Verder hebben er diverse overleggen plaatsgevonden om het initiatief mogelijk te maken in combinatie met het beleid vanuit transitie landbouw. In een brief, verzonden op 14 juli 2024 en geregistreerd onder kenmerk Z2023-00001921, en een mail, verzonden op 11 maart 2025, heeft de gemeente aangegeven het verzoek wenselijk te vinden, onder de voorwaarde dat aan verschillende haalbaarheid criteria wordt voldaan. Deze criteria zijn aangegeven in voorgaande paragrafen. In de volgende paragrafen volgt een onderbouwing van de effecten op de fysieke leefomgeving. Dit om te voldoen aan een evenwicht toedeling van functies aan locaties en de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).

3.2

Participatie omgeving

In de aanwijzingslijst Adviesrecht en participatie bij buitenplanse omgevingsactiviteiten staat voor welke omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht is. Voor omgevingsplanwijzigingen voor initiatieven verlangt de gemeente Bernheze dat de initiatiefnemer een omgevingsdialoog uitvoert op gelijke wijze als bij aanvragen omgevingsvergunningen. De Handreiking participatie kan gebruikt worden. Het kan nodig zijn dat de gemeente (aanvullend) de participatie uitvoert, afhankelijk van het gemeentelijk participatiebeleid (in wording). In het Omgevingsbesluit artikel 10.2 lid 1 staat de motiveringsplicht over participatie bij omgevingsplan(wijzigingen). Participatie is een belangrijk onderdeel in de procedure bij de totstandkoming van een ruimtelijk plan. Belanghebbende moeten vroegtijdig worden betrokken en geïnformeerd bij de verschillende stappen die moeten worden genomen in de procedure. Alle stappen die zijn doorlopen om belanghebbende te informeren en betrekken moeten worden uitgewerkt. Indien van toepassing dient er ook te worden aangegeven welke actie(s) er worden uitgevoerd naar aanleiding van de reacties gedurende het participatietraject. De initiatiefnemers hebben met alle omliggende buren een omgevingsdialoog gevoerd. De omgevingsdialoog is uitgevoerd door middel van een keukentafelgesprek per woning.

Tijdens deze gesprekken zijn de plannen gepresenteerd (situatieschets en impressie van de nieuwe woningen), is de mogelijkheid gegeven om vragen te stellen en is een formulier achtergelaten waar men hun/haar reacties op kan schrijven. De volgende buren zijn uitgenodigd voor de omgevingsdialoog, het gaat om de huisnummers van de Loosbroeksestraat 1, 1a, 1b, 1c, 1d, 2, 3, 5, 6 en 7. Naar aanleiding van deze gesprekken zijn er diverse formulieren retour gekomen. Hieronder een overzicht van de reacties: - blij dat de varkensschuren weggaan; - enkele bewoners hebben liever geen woning tegenover hun eigen woning i.v.m. uitzicht; - liever geen wadi op de huidige plek, liever verder weg van de woning; - plan ziet er goed uit, geen opmerkingen. Enkele buren hebben samen een brief geschreven richting de gemeente. Vanuit de omgeving is de behoefte gekomen om meer duidelijkheid te krijgen van de gemeente omtrent de planvorming. De behoefte is om een gezamenlijke toelichting te krijgen vanuit de gemeente. Hieruit voortkomend heeft een overleg plaatsgevonden met de belanghebbende, de gemeente en de initiatiefnemers. Na dit overleg heeft de gemeente een terugkoppeling geschreven en opgestuurd naar de naaste bewoners.

15

De meeste bezwaren/vragen zijn in de terugkoppeling van de gemeente toegelicht en/of beantwoordt. Vanuit de omgevingsdialoog is besloten om het landschappelijk inpassingsplan aan te passen. De wadi tussen de nieuwe woning en de woning op nummer 2 is verplaatst naar de achterzijde van de bedrijfsbebouwing, zodat deze verder van de omwonende komt te liggen. Dit gedeelte van het perceel, ook wel een ‘doorzicht’ genoemd, is niet ingevuld om het open zicht te behouden. Het landschappelijk inpassingsplan wordt in de planregels geborgd met een voorwaardelijke verplichting dat het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van gronden en bouwwerken overeenkomstig de functie alleen is toegestaan als de landschappelijke inpassing is aangelegd en in stand wordt gehouden. Dit om het open zicht ook voor de toekomst te borgen voor de omwonenden.

16

Hoofdstuk 4

TOETSING AAN HET OMGEVINGSPLAN

In dit hoofdstuk wordt het initiatief getoetst aan het Omgevingsplan gemeente Bernheze. In de conclusies worden de strijdigheden vermeld. De bruidsschat bevat rijksregels die onder de Omgevingswet niet langer op rijksniveau activiteiten regelen maar op lokaal niveau. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de bruidsschatregels van rechtswege opgenomen in het omgevingsplan. De bruidsschat beoogt een soepele overgang van bestaande regelgeving naar de nieuwe omgevingswetgeving te waarborgen. Binnen het omgevingsplan van de gemeente Bernheze is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ nog steeds onherroepelijk in werking. De voorgenomen plannen voor het plangebied zijn in strijd met artikel 3.1 en 3.2 van het omgevingsplan gemeente Bernheze (voormalig bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’), omdat de voor ‘Agrarisch’ bestemde gronden zijn bedoeld voor agrarisch grondgebruik en uitoefening van een agrarisch bedrijf. Het plan voldoet aan de doelstellingen van de Omgevingswet, die gericht zijn op het bevorderen van een duurzame leefomgeving. Onderhavige ontwikkeling is een voorbeeld van de transitie van agrarische bedrijvigheid en draagt bij aan de thema’s vitale en duurzame landbouw, economie en leefbare kernen. Grijze bedrijvigheid wordt omgezet naar passende bebouwing met een groene uitstraling.

Waarmee tevens de aanwezige milieuoverlast, in de vorm van geur en/of geluid, behoorlijk wordt verminderd of zelfs weggenomen. Met de nieuwe bedrijvigheid wordt aansluiting gezocht met het Kansenbeleid van de gemeente, waarin de bedrijvigheid is aangegeven als een passende ontwikkeling. Ook wordt het plangebied landschappelijk ingepast waarbij rekening wordt gehouden met de aanwezige landschappelijke en natuurlijke waarden van het gebied. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de kwaliteit van het landschap. Daarnaast kan worden gesteld dat het voldoet aan de eisen van de bruidsschat door zorgvuldige afstemming met het geldende ruimtelijke ordeningsbeleid en door het waarborgen van een goede ruimtelijke kwaliteit en een doelmatig gebruik van de beschikbare ruimte. In de komende hoofdstukken wordt hier zorgvuldig op ingegaan. Wat betreft de onderdelen uit de Verordening Fysieke Leefomgeving, bodemkwaliteitskaart en veiligheidscontouren wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van deze ruimtelijke onderbouwing.

17

Hoofdstuk 5

VISIE EN BELEID

In dit hoofdstuk wordt het beleid dat relevant is voor de activiteit toegelicht getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen het beleid van Rijk, provincie en gemeente.

5.1

Rijksbeleid

5.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Met de Nationale omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • • • •

ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Planspecifiek Onderhavige ontwikkeling is zeer kleinschalig van aard en omvang. De NOVI bevat geen specifieke regels voor een dergelijke ontwikkeling. Het beleid inzake onderhavige ontwikkeling wordt neergelegd bij de decentrale overheden. Conclusie Het initiatief is niet van toepassing voor de genoemde beleidskaders van de nationale omgevingsvisie, omdat het plan dermate klein van aard en omvang is. 5.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB's)

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: • • •

Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl); • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl); • Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl); • Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl); • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl.

18

Analyse plangebied Ten aanzien van dit project wordt in hoofdstuk 7 getoetst aan de volgende instructieregels uit het Bkl: • • •

Waarborgen van veiligheid (§ 5.1.2 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.1.1; Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3 Bkl), nader toegelicht in paragraaf 6.1.2; Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (§ 5.1.4 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1.3 . • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5 Bkl), nader toegelicht in de paragrafen 6.1.4. Hieruit volgt dat voldaan wordt aan de instructieregels opgenomen in het Bkl. Conclusie Het plan geeft invulling aan de instructieregels opgenomen in het Bkl.

5.2

Provinciaal beleid

5.2.1

Brabantse omgevingsvisie

Op 14 december 2018 heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. Analyse plangebied Het initiatief heeft wel betrekking op één van de provinciale belangen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie, omdat het plan voornamelijk een flinke bijdrage levert aan de gezondheid van onderhavig plangebied. Dit doordat de intensieve veehouderij wordt gesaneerd. De nieuwe bedrijvigheid bestaat uit statische opslag en heeft een zeer geringe milieu impact op de omgeving. De omzetting van de bedrijvigheid is een meer passend en toekomstig bestendig, waardoor gewerkt wordt aan een meer duurzame economie.

Daarnaast wordt het hemelwater op eigen terrein geborgen en het bestaande bouwvlak verkleind, wordt op het gebied van klimaatadaptatie en hittestress wordt gewerkt aan een klimaatproof Brabant. Verder wordt door een zorgvuldige inpassing een bijdrage geleverd aan de gezonde leefomgeving. De nieuwe woningen dienen duurzaam te worden gebouwd en krijgen de nieuwste installaties die voldoen om een bijna energie neutraal gebouw te realiseren. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de provinciale omgevingsvisie, omdat het plan in positieve zin bijdraagt aan de genoemde opgaven. 5.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels in een omgevingsverordening nodig om de ambities te realiseren. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 1 januari 2024 tegelijk met de Omgevingswet in werking getreden. In de

19

Omgevingsverordening staan regels voor: 1. 1. Initiatiefnemers, inwoners en bedrijven: dit zijn zogenaamde algemene (rechtstreeks werkende) regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. 2. 2. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. 5.2.2.1 Rechtstreeks werkende regels voor Initiatiefnemers, inwoners en bedrijven In hoofdstuk 3 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwater (-bescherming en -onttrekking), stortplaatsen, ontgrondingen, ontgrondingen, stiltegebied, natuur, varend ontgassen en provinciale wegen. De meeste van deze regels waren voorheen opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Deze regels zijn rechtstreeks van toepassing op de activiteiten die met dit omgevingsplan mogelijk worden gemaakt. In de hoofdstuk 7 wordt op een aantal aspecten (zoals water en natuur) ingegaan, zover van toepassing.

Daarnaast zijn voor enkele werkingsgebieden op de kaart van de Omgevingsverordening rechtstreekse regels opgenomen. De regels die relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling zijn hieronder verder uitgewerkt. Aardkundige waarden In artikel 5.43 zijn de regels opgenomen betreffende de bescherming van aardkundig waardevolle gebieden. De bescherming van aardkundige waarden is belangrijk omdat deze onvervangbaar zijn. De waarden en kenmerken van deze gebieden zijn nader uitgewerkt in Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart. Bestemmingsplannen beschermen de aanwezige waarden door daarvoor regels op te nemen die aantasting voorkomen, onder andere door het verrichten van bodemverstorende werkzaamheden te verbieden of aan een vergunningensysteem te verbinden. Het oprichten ven bebouwing of een stedelijke ontwikkeling in (of nabij) een aardkundig waardevol gebied, vraagt om vroegtijdige afstemming en overleg. De planlocatie aan de Loosbroeksestraat 4 te Heesch ligt binnen een gebied dat in de provinciale omgevingsverordening van Noord-Brabant is aangeduid als aardkundig waardevol, samenhangend met de Peelrandbreuk. Deze breukzone is van belang vanwege de aanwezige geomorfologische kenmerken (zoals hoogteverschillen en breukranden), de specifieke bodemopbouw en de invloed op het hydrologisch systeem, waaronder kwelverschijnselen en wijstgronden.

Uit raadpleging van de Kaartenbank van de Provincie Noord-Brabant blijkt dat een zijbreuk van de Peelrandbreuk zich op korte afstand van het plangebied bevindt. De afstand tussen de planlocatie en de dichtstbijzijnde ligging van de breukzone bedraagt circa 80 tot 85 meter.

Fragmenten ‘Aardkundig Waardevolle Gebiedenkaart’, locatie is aangeduid met rode stip

20

De ligging van de zijbreuk is veel dieper dan de Peelrandbreuk, waardoor de invloed op het landschap veel lager is. Dit is op bovenstaand fragment, waarop de breuklijn gecombineerd met de maaiveldhoogte is te zien, ook af te lezen. Deze zijbreuk wordt door het gemeentelijke beleid van breuken ook niet meegenomen. De focus ligt op de Peelrandbreuk en de Mellebreuk (oostelijk gelegen ten opzichte van de Peelrandbreuk). De gemeente hanteert in het recentelijke programma Volkshuisvesting de volgende punten aan: • •

Op de Peelrandbreuk of Mellebreuk of binnen 50 meter van de breuklijn (25m aan beide kanten) geldt een bouwverbod; Daarbuiten is woningbouw toegestaan, maar binnen 100 meter (50m aan beide kanten) geldt een verbod op kelders en is geotechnisch onderzoek verplicht.

Al zou deze zijbreuk gezien worden als een belangrijke zijbreuk van de Peelrandbreuk (wat niet het geval is), dan valt het plangebied niet binnen deze afmetingen. De locatie van de te bouwen woning(en) valt buiten de 25 meter en 50 meter zone rondom de breuk. Het bouwverbod en een eventuele verplichting tot geotechnisch onderzoek is niet van toepassing. Wel wordt vanuit de gemeente aangeraden om geen kelder toe te voegen.

Locatie breuklijn met blauwe attentiezone (25m aan beide kanten)

De mogelijke gevolgen die we nu al zien in de zone rondom breuken (25m aan beide kanten) is dat er grondwateroverlast plaatsvindt. Dan kom je weer op het punt dat kelders onderlopen. Dat zal niet van toepassing zijn op het plangebied, aangezien de breuk dieper ligt en de werking niet zichtbaar is. We hebben nauwkeuriger onderzoek gedaan naar de ligging van de Peelrandbreuk en Mellebreuk, maar deze zijbreuk is vanwege de geringe invloed op het landschap niet meegenomen in het onderzoek. De lijn die in de kaart van de provincie staat is zodoende de meest nauwkeurige kaart die we hebben. Verder ligt het plangebied niet op waardevolle wijstgronden op basis van de data van de Provincie Noord-Brabant. Vanuit het beleid over breukensystemen is er zodoende geen bezwaar om hier te bouwen.

Overzicht breuklijnen en wijstgronden (lichtgroene vlakken) in Bernheze

21

De ontwikkeling voorziet in bebouwing op een bestaand erf, met daarnaast de realisatie van één woning buiten het bestaande erf. Ten aanzien van deze ontwikkeling geldt dat: • de nieuwe woning buiten het bestaande erf wordt gerealiseerd, maar niet op of in de directe fysieke structuur van de breukzone; • geen ingrepen plaatsvinden in de geomorfologische kenmerken die samenhangen met de Peelrandbreuk; • geen grootschalige ontgrondingen of diepgaande bodemverstoringen plaatsvinden; • de fundering en aanlegwerkzaamheden regulier en beperkt van aard zijn; • geen wijzigingen optreden in het grondwatersysteem (zoals drainage of diepe onttrekkingen), waardoor de voor de Peelrandbreuk kenmerkende hydrologische processen niet worden beïnvloed; • het bestaande maaiveld en eventuele microreliëf behouden blijven; • hemelwater op eigen terrein wordt geïnfiltreerd en geen versnelde afvoer of structurele grondwaterverlaging plaatsvindt, waardoor het lokale hydrologische systeem in stand blijft. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, in combinatie met de ligging op circa 80–85 meter van de breukzone, de diepe ligging van de breuk en buiten de feitelijke attentiezone, kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van aantasting van de aardkundige waarden. Tevens valt het plangebied buiten de beleidsregels van breuken volgens gemeentelijke beleid.

Kortom de kernkwaliteiten van het aardkundig waardevol gebied blijven behouden. De nieuw te bouwen woning en/of andere wijzigingen aan de projectlocatie hebben geen gevolgen voor de beschermde aardkundige waarden. Daarmee is de ontwikkeling in overeenstemming met het provinciale beleid, waarin is bepaald dat ruimtelijke ontwikkelingen zijn toegestaan, mits de aardkundige waarden behouden blijven en niet onevenredig worden geschaad. Natuur Netwerk Brabant, groenblauwe waarden, attentiezone waterhuishouding en behoud en herstel watersystemen (gericht op watergang aan achterzijde agrarische perceel) Deze werkingsgebieden zijn gericht op het behoud, herstel en bevat regels gericht op bescherming van de aanwezige waarden. Het plangebied grenst aan een watergang, welke beschermd is in diverse werkingsgebieden. De ontwikkeling leidt niet tot ruimtebeslag in deze watergang, aangezien deze aan de achterzijde/zuidzijde van het agrarische perceel is gelegen op ongeveer 120 meter van de bebouwing. De herbestemming van onderhavig plangebied heeft juist een positief effect op de aanwezige waarden. Er verdwijnt een agrarische bestemming waar een intensieve veehouderij uitgeoefend mag worden met de bijbehorende emissies.

De beoogde bedrijfsbestemming en woningen zijn qua aard en omvang niet dusdanig dat er sprake zal zijn van hinder of enige vorm van negatieve effecten, zeker niet op deze ruime afstand. Beperkingen veehouderij Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van landbouw. Binnen het plangebied is geen veehouderij meer aanwezig of toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant. Diep grondwaterlichaam Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van milieubelastende activiteiten. Binnen dit werkingsgebied is het verboden om milieubelastende activiteiten (conform artikel 3.11 Ow, te weten onconventionele winning van koolwaterstoffen) te verrichten. Binnen het plangebied is geen sprake van een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.11 Ow. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant. Landelijk gebied Dit werkingsgebied is relevant voor zover het betreft het toevoegen van woningen of het vestigen van een niet agrarische functie. Binnen het plangebied wordt de intensieve veehouderij omgezet naar statische opslag/hovenier en voorzien in de realisatie van twee woningen. De toetsing van deze nieuwe stedelijke ontwikkeling binnen 'Landelijk gebied' vindt plaats in paragraaf 5.2.2.2.

22

Beperkingen grootschalige logistiek Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van grootschalige logistiek. Binnen het plangebied is geen grootschalige logistiek toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant. Stalderingsgebied Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van dierenverblijven. Binnen het plangebied is de oprichting van dierenverblijven niet toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant. Norm wateroverlast stedelijk gebied en reservering waterberging Deze werkingsgebieden zijn relevant voor de rechtstreeks werkende regels ten aanzien van waterberging. Binnen het plangebied wordt voldoende ruimte gereserveerd om te kunnen voldoen aan de vereiste waterberging (nader toegelicht in paragraaf 6.1.2). Om die reden wordt voldaan aan dit aspect. 5.2.2.2 Instructieregels De instructieregels betreffen de regels in de Omgevingsverordening waarmee in het omgevingsplan en de besluitvorming door de gemeente rekening gehouden moet worden. Een omgevingsplan mag niet in strijd met de instructieregels worden vastgesteld. Alle regels in de Omgevingsverordening hebben een gebied waar ze van toepassing zijn. Soms gelden de regels voor de gehele provincie, soms specifiek voor bepaalde gebieden.

Onderstaand wordt ingegaan op de instructieregels uit hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening die voor deze ontwikkeling en voor dit plangebied aan de orde zijn. Voor de duidelijkheid wordt hierbij de volgende volgorde aangehouden van de betreffende paragrafen in hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 5.1.2) De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Een omgevingsplan geeft bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit (artikel 5.7). Bij de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit gaat het zowel om het beschermen van waarden als het bijdragen aan de ontwikkeling van waarden en functies in een gebied. Deze zorgplicht omvat een aantal basisprincipes in combinatie met een diepe en ronde manier van kijken, die afkomstig zijn uit de Brabantse omgevingsvisie, zijnde: • • •

zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 5.8) toepassing van de lagenbenadering (artikel 5.9) meerwaardecreatie (artikel 5.10).

Zorgvuldig ruimtegebruik (art 5.8) Lid 1 Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. a. een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag; b. b. de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling; c. c. bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. d. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel, en; e. e. splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. Lid 2 Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is, is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder hoofdstuk 5 van de omgevingsverordening opgenomen voorwaarden. Analyse plangebied Onderhavige ontwikkeling ziet enerzijds toe op de vestiging van een niet-agrarische functie. De functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ wordt hiertoe gewijzigd naar de functieaanduiding ‘specifieke

23

vorm van bedrijf – statische opslag / hoveniersbedrijf’. De activiteiten vinden enerzijds plaats in een bestaande loods (800m2) en anderzijds in een nieuwe loods (700m2). Echter hiervoor worden alle varkensstallen gesloopt (ca. 1.800m2), waardoor er geen sprake is van extra ruimtebeslag. Het bestaande bouwvlak wordt meer dan gehalveerd (van 9.400m2 naar 4.092m2). Hiermee voldoet het plan aan de essentie van zorgvuldig ruimtegebruik en draagt het op zijn minst bij aan schaalverkleining. In de planregels is geborgd dat het resterende oppervlak aan bebouwing ten behoeve van de bedrijfsactiviteit ook het maximaal toelaatbare oppervlak betreft. Uitbreiding van bebouwing is niet mogelijk. Toepassing van de lagenbenadering (art 5.9) Lid 1 Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in: a. a. welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk, de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd, en; b. b. hoe negatieve effecten worden voorkomen. Lid 2 Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende lagen onderscheiden: a. a. de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige- en archeologische waarden; b. b. de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer, en; c. c.

de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Lid 3 Bij het actief benutten van de factor tijd wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde van de lagen, het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten op de lagen door de gewenste ontwikkeling en de toekomstwaarde van de ontwikkeling vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Analyse plangebied Met de beoogde invulling is geen sprake van onnodige belasting van de omgeving en het dagelijkse bestemmingsverkeer in het buitengebied. Gesteld kan worden dat de nieuwe functie voor de omgeving per definitie minder hinderlijk is dan de voorheen gevestigde varkenshouderij. Daarnaast noodzaakt de huidige transitie van de landbouw een ja, mits houding om de leefbaarheid in het buitengebied te versterken. In de omgeving zijn door de jaren heen diverse nieuwe functie toegevoegd, waaronder Ruimte voor Ruimte woningen. De vestiging van een niet-agrarische functie in combinatie met sloop en landschappelijke inpassing in dit gemengd agrarisch gebied is dan ook een passende ontwikkeling. Het beoogde plan ziet ook toe op de realisatie van twee Ruimte voor Ruimte woningen.

Ter plaatse van de huidige bedrijfswoning, die wordt herbouwd voor de nieuwe bedrijfsfunctie, komt één rvr-woning. De andere wordt ernaast geplaatst, waardoor de (onbebouwde) agrarische functie wordt veranderd naar de functie ‘wonen’. De lagenbenadering omvat de effecten op bijvoorbeeld bodem, grondwater, veiligheid, milieu, archeologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, infrastructuur, natuurnetwerk, de omvang van de functie en de bebouwing en bestaande en toekomstige functies. Zoals nader onderbouwd in deze toelichting brengt onderhavige ontwikkeling wat dit betreft geen significant negatieve effecten met zich mee. Ook is hierin onderbouwd dat de ontwikkeling niet leidt tot belemmeringen voor de bestaande of toekomstige functies in de omgeving en van het omliggend gebied. Meerwaardecreatie (art 5.10) Lid 1 Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder:

24

a. a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, en; b. b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Lid 2 De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 5.11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Analyse plangebied De locatie van de ene woning ligt binnen een bestaand bouwperceel en voor de andere woning wordt een nieuw perceel gecreëerd. De locatie wordt op ee zorgvuldige wijze landschappelijk ingepast. Door de aankoop van twee ruimte-voor-ruimte titels wordt elders een intensieve veehouderij gesaneerd, bebouwing gesloopt en fosfaatrechten uit de markt genomen. Dit levert een aanzienlijke milieuwinst en ruimtelijke kwaliteitswinst op. De beoogde Ruimte voor Ruimte woningen zijn gesitueerd in een bebouwingscluster waar reeds diverse Ruimte voor Ruimte woningen zijn gesitueerd. De percelen worden landschappelijk ingepast waardoor er sprake is van winst van omgevingskwaliteit. Daarnaast verandert het cluster met een extra bebouwingsdeel niet van aard met de beoogde ontwikkeling. Geconstateerd kan worden dat met de onderhavige ontwikkeling sprake is van meerwaardecreatie, nu als onderdeel van deze ontwikkeling ter plaatse van het plangebied een goede landschappelijke inpassing wordt gerealiseerd.

Gelet op bovenstaande is onderhavige ontwikkeling vanuit een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving inpasbaar in de omgeving. Versterken van de omgevingskwaliteit (paragraaf 5.1.3) Deze paragraaf van de Omgevingsverordening bevat diverse maatwerkmogelijkheden waarmee de mogelijkheid wordt geboden om vanwege specifieke omstandigheden een uitzondering te maken op het bestaande beleid. Op voorliggend plan zijn de maatwerkartikelen 5.11, 5.12 en 5.15 van toepassing. Kwaliteitsverbetering landschap (artikel 5.11) Artikel 3.9 van de omgevingsverordening ziet toe op de kwaliteitsverbetering van het landschap. Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient gepaard te gaan met voldoende kwaliteitswinst voor de locatie en de naast omgeving. Afhankelijk van de omvang en impact van de ontwikkeling valt deze in categorie 1, 2 of 3. De ontwikkeling van de woningen valt onder categorie 1 (Beleidsregel Kwaliteitsverbetering) en omzetten naar bedrijfsfunctie valt onder categorie 3. Voor beide onderdelen is een goede landschappelijke inpassing vereist. De landschappelijke inpassing is toegelicht en weergegeven in paragraaf 6.1.4.3. Daarnaast is de gehele landschappelijk inpassing als bijlage 1 toegevoegd.

De landschappelijke inpassing wordt juridisch vastgelegd met een voorwaardelijke verplichting in de regels van het omgevingsplan, waarmee de instandhouding van de beplanting wordt geborgd. Daarmee is ook de feitelijke waarborging van de kwaliteitsverbetering van het landschap verzekerd. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden. Voor categorie 3 is daarnaast ook een landschappelijke kwaliteitsverbetering vereist. Wat betekent dat ten minste 20% van de waardestijging van de ontwikkeling geïnvesteerd dient te worden in het landschap. Het gedeelte van het perceel dat wordt ingericht voor de realisatie van de Ruimte voor Ruimte woningen valt buiten beschouwing blijven voor wat betreft de berekende kwaliteitsbijdrage. Door de aankoop van ruimte-voor-ruimte titels en de daarbij behorende beëindiging en sloop van een agrarische locatie elders, wordt op die manier bijgedragen aan een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit. De waardevermeerdering wordt bepaald aan de hand van de huidige en toekomstige planologische waarde. Voor het bepalen van de waardestijging van de locatie is gebruikt gemaakt van normbedragen van de gemeente Bernheze. Hieronder is de berekening toegevoegd.

25

Huidige situatie €

m2

totaal

agrarisch met bouwvlak

20

8.679

€

173.580

agrarisch zonder bouwvlak

5,5

489

€

2.690

bedrijfswoning

70

1.100

€

77.000

agrarische grond onbebouwd

5,5

42.602

€

234.311

totaal

€

487.581

Beoogde situatie bedrijf (bouwvlak)

90

4.092

€ 368.280

bedrijf buiten bouwvlak

45

0

bedrijfswoning

70

1.025

€ 71.750

rvr- woning 1

0

1.228

-

rvr- woning 2

0

1.098

-

Water / groen

1

756

€ 756

agrarische grond onbebouwd

5,5

44.671

€

245.691

totaal

€

686.477

-

De waardevermeerdering bedraagt € 198.896. Hiervan dient conform de LIR 20% ingezet te worden ten behoeve van de kwaliteitsverbetering. Dit komt neer op € 39.779,20. Er kan op meerdere manieren geïnvesteerd worden in de kwaliteitsverbetering van het landschap. In onderhavige situatie wordt dit ook mede gedaan door sloop van voormalig agrarische bebouwing. Zie onderstaand tabel ter verduidelijking.

Het resterende bedrag wordt gestort in ‘Reserve Landschappelijke kwaliteitsverbetering’ (groenfonds) van de gemeente. Het huidige agrarische perceel is nog steeds in gebruik voor akkerbouw, waardoor het economische voordeel wegvalt als de gronden blijvend worden ingericht met een landschappelijke kwaliteitsverbetering. Dit geldt tevens voor de onderhoudsstrook langs de ecologische zone van de Groote Wetering. In overleg met de gemeente is bepaald om het resterende bedrag te storten in het groenfonds van de gemeente. Dit zodat het geïnvesteerd kan worden in een meer geschikte locatie in het buitengebied van de gemeente Bernheze of waar de kwaliteitsverbetering meer van waarde kan zijn. De storting in het ‘Reserve Landschappelijke kwaliteitsverbetering’ wordt geborgd in de anterieure overeenkomst zoals is aangegeven in paragraaf 8.1.1. Ontwikkelingsrichting (artikel 5.12) Niet-agrarische functies in Landelijk gebied kunnen zich vestigen op een bestaand bouwperceel. Belangrijke randvoorwaarde voor het toelaten van dergelijke functies is dat de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waar de locatie ligt. Vanuit het kansenbeleid van de

26

gemeente Bernheze valt onderhavige planlocatie binnen ‘Het agrarische hart’. Daarbij moet aangegeven worden dat het aan de rand hiervan ligt, de planlocatie kan meer gekenmerkt worden als kernrandzone. Dit aangezien het plangebied is gelegen binnen de bebouwingsconcentratie ‘MunnnekensVinkel’, op basis van de Gebiedsvisie Bebouwingsconcentraties Bernheze uit 2021, waarbij de variatie aan functies vraag om een zorgvuldige afstemming. Belangrijke uitgangspunten zijn in ieder geval dat het behoud van de karakteristieke elementen en daarmee ook het behoud van open ruimte tussen de lintbebouwing. De directe omgeving is over de jaren steeds meer veranderd in een lintbebouwing door o.a. de toevoeging van de woningen aan de overkant. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden zodat de relatie met het agrarische landschap en de Grote Wetering beleefbaar blijft. Binnen deze bebouwingsconcentratie is het omzetten van een intensieve veehouderij naar een kleinschaligere bedrijfsvorm passend, door het slopen van overtollige bebouwing, verkleinen van het bouwvlak en inleveren van milieurechten. Hierdoor wordt de open ruimten groter, de blijvende bebouwing landschappelijk ingepast en wordt het agrarische landschap en de Grote Wetering beleefbaar.

Verder is in de directe omgeving van het perceel over de jaren steeds meer bedrijvigheid omgeschakeld naar regulier wonen, waaronder de woningen aan de overkant van de straat. Daarmee past het toevoegen van de woningen in de ontwikkelrichting van het gebied. De kleinschaligere bedrijfsvorm is nodig om het huidige huishouden te voorzien van een inkomen na het stoppen van de intensieve veehouderij. De landen om het bedrijf zijn nog in bezit en moeten bewerkt worden, waarvoor opslag van materieel nodig is. De rest van de ruimten wordt gebruikt om te verhuren, bijvoorbeeld door het stallen van diverse soorten materieel (caravans, campers of auto’s). Momenteel heeft een hoveniersbedrijf al zijn opslag binnen de bedrijfsbebouwing en blijft hierin aanwezig. Door het bieden van deze kleinschalige bedrijfsvorm wordt invulling gegeven aan vrijkomende agrarische bebouwing en wordt voorzien in de plaatselijke behoefte. Op basis van milieuaspecten (lucht, geur, geluid, stikstof), verkeersintensiteiten wordt een kwaliteitsslag behaald in het landelijke gebied. Deze kleinschalige bedrijfsvorm, vooral in de vorm van statische opslag, is passend in het buitengebied, aangezien vestiging op een bedrijventerrein niet realistisch is gezien deze al vol zijn en de grondprijzen ook veel te hoog zijn.

Bovendien ligt de locatie op een relatief korte afstand van de kern, waardoor het bereikbaar blijft en het buitengebied niet onnodig wordt belast. Vanuit het kansenbeleid van de gemeente Bernheze is binnen dit gebied 1.000m2 bedrijfsbebouwing (statische opslag/hoveniers) een passende ontwikkeling. Deze ontwikkeling is als groen aangevinkt en sluit ook aan bij bestaande mogelijkheden in het omgevingsplan. In het kansenbeleid wordt de mogelijkheid gegeven de bedrijfsbebouwing (statische opslag/hoveniers) uit te breiden tot maximaal 1.500m2, mits hiervoor extra kwaliteitsverbetering tegenover staat. Dat kan in de vorm van saneren van extra verharding/ bebouwing, verkleinen van het bouwvlak, landschapselementen en/of andere opties in het kader van maat omgevingskwaliteit van de provincie. De reden hiervoor is dat dit in het kansenbeleid is aangevinkt als oranje, wat wil zeggen dat onder voorwaarden hieraan medewerking verleend kan worden. Buiten dat het hier gaat om het stapelen van een bedrijfsfunctie en een woonfunctie. Hierbij moet de bestaande, herbouwde bedrijfswoning dan wel gehandhaafd worden. De af te splitsen Ruimte voor Ruimte kavels worden voorzien van een woonbestemming. Naast de woonfunctie worden in onderhavige ontwikkeling geen andere functies toegestaan op dit perceel, waardoor de splitsing impliciet niet leidt tot nieuwvestiging van andere functies.

De uitwerking van de extra kwaliteitsverbetering is hieronder uitgewerkt in de berekening maatwerk omgevingskwaliteit. De niet-agrarische functie betreft voor 500m2 een kleinschalig hoveniersbedrijf en voor 1.000m2 statische opslag in de vorm van opslag voor onder andere caravans, kampers en werktuigen. Dit zijn geen functies met publiek aantrekkende werking, een detailhandelvoorziening of een voorziening ten dienste van vrije tijd en zorg. Ook is er geen sprake van een kantoor met baliefunctie. De opslag en stalling van voorwerpen of materialen vindt uitsluitend plaats in gebouwen, behalve als de activiteit de opslag van zand, grond en grind betreft. Ruimte-voor-ruimtekavel (artikel 5.15) De realisatie van woningen in het Landelijk gebied is alleen mogelijk in de vorm van Ruimte voor Ruimte. Het doel van de regeling Ruimte voor Ruimte is om aanzienlijke milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst te behalen door in ruil voor de beëindiging van een veehouderij, het inleveren van fosfaatrechten en de sloop van bedrijfsgebouwen de bouw van woningen op een passende locatie toe te staan. De ontwikkeling dient aan enkele voorwaarden te voldoen zoals genoemd in lid 1. a. De ruimte-voor-ruimte titels zijn aangeschaft bij de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=2eca818e-f50e-4342-a5e4-c2b1e2f78264