Motivering - TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD
Tekst van het document
Soortenbescherming vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.” Uit voorgaande blijkt dat geen sprake is van een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Soortenbescherming vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 6.3.3
Natuur – Gebiedsbescherming
De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 de Nederlandse wet waarin onder andere de Wet natuurbescherming is opgenomen. In de Omgevingswet is zowel de bescherming van planten- en diersoorten, als de bescherming van natuurgebieden en houtopstanden geregeld. De Omgevingswet bestaat uit een algemene wettekst dat per procesonderdeel nader is uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en de Omgevingsregeling.
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
79
Uit de natuurdoelanalasye blijkt dat de natuur in de Brabantse Natura 2000-gebieden verslechtert. De verplicht Europese natuurdoelen kunnen met de huidige maatregelen niet worden behaald. De problemen worden veroorzaakt door een mix van verzuring, vermesting en verdroging, dat per gebied verschilt. Een diversiteit aan planten en bomen hebben hieronder te lijden en verdwijnen langzaam maar zeker uit de gebieden. Dat heeft onder meer tot gevolg dat het aantal insecten vermindert, waardoor in sommige gebieden bepaalde vogels en andere dieren niet meer kunnen leven. Als deze ontwikkeling zich verder voortzet, krijgen we een totale verschraling van de natuur. Dat heeft negatieve gevolgen voor klimaat, milieu, leefomgeving en gezondheid. Verder is in Brabant ook Ecologische Hoofdstructuur aanwezig. Het gaat dan om Natuur Netwerk Brabant. Deze natuur moet net als Natura 2000-gebieden beschermd worden om behoud te garanderen. De provincie speelt hier een belangrijke rol in. Verantwoording planvoornemen De locatie is niet binnen een Natura 2000-gebied gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied betreft Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek dat op een afstand van 12,8 kilometer van de locatie is gelegen.
Derhalve is het aannemelijk dat door het planvoornemen geen sprake is van optische verstoring, verlies van oppervlakte, verdroging, vernatting, vermesting en dergelijke van Natura 2000-gebieden. Wel kan eventuele door het planvoornemen vrijkomende stikstof effect hebben op Natura 2000-gebieden. Met die reden zijn aeriusberekeningen uitgevoerd voor zowel de aanleg- als gebruiksfase van het planvoornemen. De berekeningen met bijbehorende toelichting maken als bijlage 7 onderdeel uit van deze motivering. Uit de berekeningen blijkt dat zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Uit voorgaande blijkt dat er geen vergunningplicht voor een Natura 2000-activiteit aan de orde is. Aangaande het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is het relevant dat aan de noordzijde van het plangebied een ecologische verbindingszone (EVZ) is gelegen, met bijbehorende beschermingsregels. Het planvoornemen heeft geen negatieve gevolgen voor deze EVZ, omdat de beschermingsregels in acht worden genomen. Bovendien heeft de initiatiefnemer besloten zijn gronden ter hoogte van de EVZ aan Waterschap Aa en Maas af te staan ter realisatie van de natuurdoelstellingen van de EVZ. Bescherming van habitats vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
6.4
Wegen, verkeer en parkeren
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bevat verschillende rijkinstructieregels voor de instandhouding van de Rijksinfrastructuur. Mobiliteit is verder een aspect dat in de omgevingsvisies, de omgevingsverordening en het omgevingsplan meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen moet in acht genomen worden dat er geen belemmeringen zullen ontstaan voor de omliggende wegen. Daarnaast moeten er ook voldoende parkeerplaatsen voor (deel)auto’s en voor fietsen gerealiseerd worden. Wat voldoende is, is afhankelijk van de locatie en gemeentelijk beleid.
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
80
Vanuit de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn er twee nationale belangen gericht op mobiliteit: -
Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit.
Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te bezien welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren. 6.4.1
Verkeersbewegingen
De verkeersaantrekkende werking is voor het planvoornemen lager dan voor de huidige situatie het geval is. In de nieuwe situatie gaat het conform CROW om 0,4 verkeersbewegingen per standplaats per etmaal (0,4 x 5 = 2). Voor een bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (industrie, laboratorium, werkplaats) in het buitengebied geldt een gemiddelde norm van 10 verkeersbewegingen per 100 m2 bvo per etmaal (10 x 4,15 = 41,5). Er is op dit moment geen sprake van problemen, dat wordt voor de beoogde situatie daarom ook niet verwacht. De verkeersaantrekkende werking voor een bedrijfs- vs. een burgerwoning is vergelijkbaar. 6.4.2
Ontsluiting
De locatie wordt op twee plekken ontsloten, via de Hommelsedijk en de Liniedijk. Dit blijft in de toekomstige situatie zo. Doordat er geen problemen bekend zijn met de ze ontsluitingen en de afname van de verkeersaantrekkende werking is de verwachting dat dit geen belemmeringen op zal leveren. 6.4.3
Parkeren
Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid (9 september 2024) en de daarbij behorende parkeernormen geldt voor de burgerwoning (koop, huis, vrijstaand) in het buitengebied dat twee parkeerplaatsen voor auto’s gerealiseerd moeten worden. Hiervoor is op eigen terrein meer dan afdoende (2 keer 2,5 x 5 meter) ruimte beschikbaar. Voor fietsparkeren bij woningen geldt een specifieke norm van 4,5 fietsparkeerplaats voor een woning van 125-150 m2 gbo. Bij de woning is sprake van een bijgebouw + oprit waar conform het beleid ruimte is voor minimaal 5 stallingsplekken voor fietsen. Op basis van het gemeentelijke parkeerbeleid geldt voor de functie ‘camping/kampeerterrein’ in het buitengebied een norm van 1,2 parkeerplaatsen per standplaats. Bij 5 camperplekken geldt een parkeerbehoefte van in totaal 6 parkeerplaatsen voor auto’s. Voor deze parkeerplaatsen is ruimte tussen de inrit en de camperweide. Zie de afbeelding hieronder waarop deze parkeerplaatsen zijn weergegeven.
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
81
6.4.4
Conclusie
Voorzien wordt in de parkeerbehoefte die het planvoornemen met zich meebrengt en er wordt voldaan aan het gemeentelijke parkeerbeleid.
6.5
Bedrijven en milieuzonering
De uitgave "Bedrijven en milieuzonering 2009" (paarse boekje) wordt door de VNG niet meer geschikt bevonden om toe te passen onder de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt meer mogelijkheden om een lokale afweging op maat te maken. Hiervoor heeft de VNG in 2019 een regel-systematiek gepubliceerd onder de naam "Milieuzonering nieuwe stijl". Deze nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën en de daarbij behorende richtafstanden. De nieuwe VNG-handreiking “Activiteiten en milieuzonering” vervangt de publicaties Bedrijven en milieuzonering uit 2009 en Milieuzonering Nieuwe Stijl uit 2019. In het kader van de Omgevingswet en de bijbehorende handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' van de VNG, wordt in dit omgevingsplan aandacht besteed aan de integratie van ruimte en milieu. Milieuzonering speelt hierbij een cruciale rol om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen en om hinder en risico's voor de leefomgeving te minimaliseren. In paragraaf 1.4 van de milieuzonering nieuwe stijl is aangegeven, dat voor zover de huidige bestemmingsplannen nog van kracht zijn (dit geldt ook voor omgevingsplannen van rechtswege), bij inpassing van een (bedrijf-) activiteit of gevoelige functie, de VNG systematiek uit 2009 nog van kracht blijft.
Voor (de beoordeling van) dit plan wordt daarom nog gebruik gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009’. 6.5.1
VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
82
In de brochure Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten. In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving. Verantwoording planvoornemen De locatie is gelegen in het gebiedstype rustige woonwijk/ buitengebied. Nabij de locatie zijn voornamelijk burgerwoningen gelegen. Schuin tegenover, aan Hommelsedijk 41, is een akkerbouwbedrijf gevestigd. Het planvoornemen betreft het omschakelen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning met vijf camperplekken aan huis. Onderdeel van de omschakeling van de bedrijfs- naar burgerwoning is de beeindiging van een autobedrijf. De burgerwoning bevat geen richtafstand waarmee rekening gehouden moet worden, omdat dit een gevoelig object betreft.
In de huidige situatie (bedrijfswoning) is dit object voor andere bedrijvigheid in de omgeving reeds een gevoelig object waarmee rekening gehouden moet worden. De camperplekken zijn ondergeschikt aan het wonen, het betreft een aan huis gebonden functie. De ondergeschiktheid wordt bepaald door de kleinschaligheid in omvang (5 plekken, geen keuken, geen speelvoorzieningen) en door de niet-zelfstandige exploitatie ervan. Gelijkstelling met ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)’ zoals opgenomen in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonening uit 2009 en de bijbehorende richtafstanden van 50 meter voor geluid en 30 meter voor geur is met die reden niet passend. In paragraaf 6.1.3.4 is gemotiveerd waarom het aspect geluid (geluid door activiteiten) geen belemmering vormt voor gevoelige functies in de omgeving en in paragraaf 6.5.3 is een motivering opgenomen ten aanzien van het aspect geur. Hieruit blijkt dat omliggende gevoelige functies door het planvoorenmen niet worden belemmerd. Het bouwvlak van het akkerbouwbedrijf aan Hommelsedijk 41 ligt op grotere afstand van de gevels van de om te schakelen bedrijfs- naar burgerwoning dan moet worden gehanteerd op basis van de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering. Verder is er op redelijk grote afstand slechts een enkel agrarisch bedrijf waar vee wordt gehouden aanwezig. Daarvoor is het planvoornemen niet maatgevend. 6.5.2
Geluid door industrieterreinen
De regels over geluid door industrieterreinen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl. De regels zien op het beschermen van geluidgevoelige gebouwen, die zijn gelegen in een geluidsaandachtsgebied van industrieterreinen. Hoofdlijnen van de systematiek is dat alle geluidbronnen een standaardwaarde en een grenswaarde kennen voor het geluid op de gevel op een geluidgevoelig gebouw. Ook is er sprake van een grenswaarde voor het binnengeluid in een geluidgevoelig gebouw. Deze regels hebben primair tot doel schade aan de gezondheid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken en tegelijk wel ruimte te bieden aan deze geluidbronnen. Verantwoording planvoornemen
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
83
Geluid door industrieterreinen speelt niet in de omgeving van de locatie. Geluid in de omgeving van de locatie vormt daarom geen belemmering voor het planvoornemen. Ook het planvoornemen zelf betreft geen industrieterrein zoals bedoeld in de wet en vormt met die reden eveneens geen belemmering voor de omgeving. 6.5.3
Geur door industrie
Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven NoordBrabant. De gemeente Bernheze heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Bernheze vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing.
Verantwoording planvoornemen Via deze wijziging van het omgevingsplan worden op de locatie geen nieuwe geurgevoelige gebouwen (burgerwoningen) mogelijk gemaakt. Het planvoornemen maakt zelf ook geen activiteiten mogelijk die geurbelasting veroorzaken op geurgevoelige gebouwen. Ten behoeve van de camperplekken is nl. geen sprake van een keuken, omdat er geen horeca wordt aangeboden. Bovendien liggen de camperplekken (daar waar camperplekgasten zelf koken) op meer dan 30 meter afstand van omliggende geurgevoelige gebouwen (richtafstand geur zoals opgenomen in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering van 2009 voor ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken)’, dit is afgekaderd door het landschapsplan dat voorwaardelijk via de verbeelding en regels in deze wijziging van het omgevingsplan is geborgd. Het aspect geur door activiteiten is met die reden niet relevant. Geur door activiteiten vormt geen belemmering voor het planvoornemen, het planvoornemen vormt andersom geen belemmering voor activiteiten. 6.5.4
Conclusie
Ter plaatse van het planvoornemen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven in de omgeving worden door het planvoornemen niet belemmerd.
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
84
7 Juridische planopzet 7.1
Wijzigingsbesluit
Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan. Een burgerwoning met 5 camperplekken op deze locatie is in strijd met in het tijdelijke deel onderdeel uitmakende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’, waardoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Het TAM-omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAMomgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan. Daarom is er in de regels van onderhavig TAMomgevingsplan een pre-ambule opgenomen, waarin staat dat het plan vigeert als hoofdstuk 22f van het omgevingsplan. Hoofdstuk 1 - Algemene bepalingen Dit TAM-omgevingsplan maakt onderdeel uit van het omgevingsplan van de gemeente Bernheze. Dat betekent dat alle regels uit het omgevingsplan ook van toepassing zijn op onderhavige ontwikkeling aan Hommelsedijk 14 in Heeswijk-Dinther (tenzij ze daarmee strijdig zijn). Daarom worden in de regels alleen maar bepalingen opgenomen welke specifiek relevant zijn voor onderhavige ontwikkeling van een burgerwoning met vijf camperplekken.
Zo is er voor dit plan ook gekozen om niet de specifieke bepaling over de het afwijken van bepalingen uit de bruidsschat op te nemen, aangezien er bij dit TAM-omgevingsplan nauwelijks wordt afgeweken van de bruidsschat. Op de onderdelen waar dit wel gebeurt (bijvoorbeeld reken- en meetbepalingen) zijn specifieke voorrangsbepalingen opgenomen. Hoofdstuk 2 - functies en activiteiten
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
85
Conform de eisen vanuit de Omgevingswet worden in dit hoofdstuk de toegestane functies en activiteiten beschreven voor de specifieke locatie. Alhoewel de regels niet hoeven te voldoen aan de SVBP, en er dus over 'functies en activiteiten' wordt gesproken in plaats van 'bestemmingen', staan deze op de verbeelding behorend bij onderhavig plan nog wel aangeduid als zijnde 'bestemming'. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet juist gepubliceerd kan worden op de (nog tijdelijke) landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Voor onderhavig voorbeeld-TAM-omgevingsplan voor Hommelsedijk 14 in Heeswijk-DInther is beoogd zoveel mogelijk aansluiting te vinden bij de regels en bepalingen voor vergelijkbare functies en activiteiten uit het tijdelijk deel omgevingsplan gemeente Bernheze (bestemmingsplan Buitengebied Bernheze). Deze zijn wel dusdanig omgevormd dat deze voldoen aan de regels van de Omgevingswet. Hoofdstuk 3: Algemene regels Voor dit hoofdstuk zijn er algemene bepalingen opgenomen die alleen betrekking hebben op de artikelen uit dit TAM-omgevingsplan. Hier zitten bijvoorbeeld algemene bouw- en functieregels in die gelden voor het gehele grondgebied van de ontwikkellocatie. Bijlagen bij de regels Conform kernvereiste 1 wordt er zo min mogelijk gebruik gemaakt van bijlagen bij regels, om het plan zo overzichtelijk mogelijk te houden.
Voor dit plan zijn er wel bijlagen opgenomen bij de regels, zoals een landschappelijk inpassingsplan. Verbeelding De verbeelding die is opgesteld voor het voorbeeld TAM-omgevingsplan dient te worden opgesteld conform de technische eisen van IMRO2012. Dat betekent dat er op de verbeelding wel 'bestemmingen' zijn te zien, en dat specifieke functies alszijnde 'functieaanduidingen' worden benoemd. Dit vanwege het feit dat het plan anders niet door de validator van ruimtelijke plannen komt. Voor een weergave van de analoge kaart, zie 7.2. 7.2
Analoge kaart
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
86
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
87
8 Uitvoerbaarheid 8.1
Economische uitvoerbaarheid
8.1.1
Financieel economische haalbaarheid
Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor deze wijziging van het omgevingsplan voor rekening komen van de initiatiefnemer.
8.1.2
Kostenverhaal
Daar waar nodig zal op basis van artikel 13.18 het publiekrechtelijke kostenverhaal worden verrekend door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13.18 Ow). In het geval van de ontwikkeling op de locatie Hommelsedijk 14 in Heeswijk-Dinther worden de kosten via de leges verrekend.
8.1.3 Nadeelcompensatie Voor iedere wijziging van het omgevingsplan wordt een overeenkomst nadeelcompensatie gesloten op basis van art. 4.5 Awb. Dit is voor deze wijziging van het omgevingsplan ook het geval. In gevallen waarbij het onduidelijk is of de wijziging van het omgevingsplan leidt tot nadeelcompensatie dan wel nadeelcompensatie verwacht wordt, wordt een risicoanalyse nadeelcompensatie opgesteld. Vervolgens worden op basis hiervan via de overeenkomst afspraken gemaakt over de borgstelling van het verwachtte bedrag dat voor nadeelcompensatie door de gemeente aan derden uitgekeerd moet worden voor rekening van de initiatiefnemer. Voor deze wijziging van het omgevingsplan is dit niet nodig, omdat de verwachting is dat geen sprake is van nadeelcompensatie. Het planvoornemen leidt namelijk tot een minder intensief gebruik van de locatie. Zo zal in de toekomstige situatie sprake zijn van minder bebouwing en minder verkeersbewegingen dan in de vigerende situatie het geval is.
8.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op basis van de door het bevoegd gezag aangegeven (rand)voorwaarden is deze motivering opgesteld. In deze motivering is ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders en de stedenbouwkundige en/of landschappelijke effecten van de gewenste ontwikkeling. Om een zo compleet mogelijk planologisch beeld te geven, is tevens aandacht besteed aan de ruimtelijke en milieuhygiënische (deel)aspecten. Er is inzicht gegeven in zowel de fysieke als functionele aspecten van de planlocatie in relatie tot de omgeving c.q. het grotere geheel. Tevens vindt een beschrijving plaats van alle aspecten die direct met het plan te maken hebben. De initiatiefnemers hebben een omgevingsdialoog doorlopen. De gemeente heeft in het kader van de voorbereiding van de wijziging van het omgevingsplan overleg gevoerd met het Waterschap, Rijkswaterschap en de Provincie Noord-Brabant. De reacties voortkomend uit het vooroverleg zijn in het kader van het ter inzage leggen van het ontwerp van het omgevingsplan zorgvuldig afgewogen en verwerkt. Het ontwerp-omgevingsplan is vervolgens conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Eventuele zienswijzen op het ontwerp-omgevingsplan zullen worden beantwoord en waar nodig zal het omgevingsplan hierop worden aangepast en al dan niet gewijzigd worden vastgesteld. Hieronder wordt op alle processtappen uitgebreider ingegaan.
8.2.1
Participatie & omgevingsdialoog
De initiatiefnemer heeft aan de omwonenden van zijn locatie een brief over het planvoornemen gestuurd en de omwonenden uitgenodigd om als zij dat wilden met hen in gesprek te gaan en/of een reactie te versturen via het meegezonden reactieformulier. Van dit laatste heeft één omwonende gebruik gemaakt. De andere omwonenden niet. In bijlage 9 is de brief inclusief het ingevulde reactieformulier bijgevoegd en is ook aangegeven aan welke adressen de brief is verzonden.
8.2.2
Bevoegd gezag en afstemming met ketenpartners
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
88
In het kader van het wettelijk vooroverleg is dit voornemen aangeboden aan waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Hun reacties zijn verwerkt in deze wijziging van het omgevingsplan.
8.2.3 Inspraak Omdat een omgevingsdialoog is gevoerd en het gaat om een planvoornemen met een relatief kleine impact op de omgeving is ervoor gekozen om deze wijziging van het omgevingsplan niet voor inspraak aan te bieden. 8.2.4 Vaststellingsprocedure Het ontwerp-omgevingsplan heeft op grond van de Omgevingswet en de Algemene wet bestuursrecht voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website en de landelijke website. Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in de MooiBernhezerkrant. Iedereen kon zijn zienswijze over het ontwerp-omgevingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen tijdens de terinzagelegging. Er zijn over het ontwerpomgevingsplan geen zienswijzen ingediend, een eindverslag maakt daarom geen onderdeel uit van het raadsbesluit tot vaststelling van dit omgevingsplan.
Ondanks geen zienswijzen zijn ingediend, is het omgevingsplan wel gewijzigd vastgesteld: Verlegging enkele aanduidingen De locatie van deze aanduidingen: • overige zone - behoud herstel watersysteem; • wetgevingzone - ecologische verbindingszone; • wetgevingzone – natuurontwikkelingsgebied; is aangepast, zodat de locatie overeenkomt met de locatie die is opgenomen voor de gebiedsaanduiding “overige zone - behoud herstel watersystemen” zoals opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied Bernheze. Tegelijkertijd zijn de regels aangepast zodat bestaande verhardingen/ bouwwerken ter plaatse van deze aanduidingen in stand gehouden mogen worden. Herstel beoordelingsregels voor verlening omgevingsvergunning Aanvullend is in artikel 4.8.3 hersteld dat een omgevingsvergunning kan worden verleend als hierdoor de functie van de ecologische verbindingszone, het beheer en herstel van watersystemen en landschapselementen niet aantast. 8.2.5 Beroep Afdeling 3.4 Awb is van toepassing op de voorbereiding van een omgevingsplan of de wijziging van een omgevingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling van een omgevingsplan of het wijzigen van een omgevingsplan kan rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in eerste en enige aanleg. Dezelfde procedure is van toepassing op de afwijzing van een verzoek tot wijziging van een omgevingsplan.
Tegen een beschikking krachtens een omgevingsplan waarbij maatwerkvoorschriften worden gesteld, of waarbij wordt toegestaan gelijkwaardige maatregelen te treffen, staat (na de bezwaarfase) beroep in eerste aanleg open bij de rechtbank met de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als een dergelijke beschikking wordt geweigerd, geldt hetzelfde.
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
89
Het omgevingsplan treedt in werking vier weken nadat van het omgevingsplan mededeling is gemaakt. Een verzoek om een voorlopige voorziening heeft niet automatisch schorsende werking.
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
90
9 Belangenafweging en conclusie Bij het nemen van een besluit op een aanvraag tot wijziging van het omgevingsplan gelden in ieder geval de volgende criteria: 1. de doelen van de Omgevingswet (zie artikel 1.3 en 2.1, lid 1, Omgevingswet) 2. de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (zie artikel 4.2, Omgevingswet) 3. de instructieregels over het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 4. de instructieregels over het omgevingsplan uit de omgevingsverordening Redenen voor de gemeente om het omgevingsplan niet te wijzigen zijn dan bijvoorbeeld: 1. De gewenste ontwikkeling past niet binnen gemeentelijk beleid. Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de omgevingsvisie en programma's van de gemeente. Dan is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties of is er strijd met andere doelen van de Omgevingswet. 2. Voor de gewenste ontwikkeling zijn regels nodig die in strijd zijn met de doelen van de Omgevingswet. 3. Er is geen bereidheid bij de gemeenteraad om het omgevingsplan aan te passen. Hierbij kunnen ook financiële overwegingen meespelen. De aanvrager dient bij zijn aanvraag de gegevens aan te leveren die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en die hij redelijkerwijs kan krijgen.
De gemeente Bernheze mag besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aangeleverde stukken (ook na aanvulling) onvoldoende zijn. Zie de artikelen 3:10, derde lid, 4:2, tweede lid en 4:5 en Awb. 9.1
Doelen van de wet (Omgevingswet artikel 1.3)
De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (artikel 1.3 Omgevingswet) geven richting over welke belangen in deze afweging mee te nemen. Bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet de gemeente in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet) en een aantal aspecten uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hiervoor zijn algemene instructieregels opgesteld. Het planvoornemen doet geen afbreuk aan, maar draagt juist bij aan de balans tussen het beschermen van de leefomgeving (veiligheid, gezondheid, goede omgevingskwaliteit en intrinsieke waarde natuur) enerzijds en het benutten van de leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften (doelmatig beheer, gebruik en ontwikkeling) anderzijds. Namelijk door de realisatie van het planvoornemen wordt een vermindering van bebouwing gerealiseerd, wordt het mogelijk een gedeelte EVZ te realiseren en wordt voorzien in een maatschappelijke behoefte aan meer ontspanningsmogelijkheden. Geen sprake is van de aantasting van waarden of iets degelijks. 9.2
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Uit artikel 1.2 van de Omgevingswet volgt welke activiteiten in elk geval tot de fysieke leefomgeving behoren.
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
91
Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Hoe dit evenwicht er precies uitziet, hangt af van de wijze waarop de betrokken belangen worden gewogen. Net als bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening heeft het bevoegd gezag beleidsruimte bij het bepalen welke belangen bij botsing prevaleren. De gemeente Bernheze beoordeelt aan de hand van de gegevens of er voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie hoofdstuk 6). Gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving is er voor de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Bernheze waarmee dit initiatief wordt mogelijk gemaakt sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een niet goed passende functie in het buitengebied (autobedrijf) wordt vervangen door een meer passende (wonen + vijf camperplekken). Het geheel wordt passend bij het gebied landschappelijk ingepast. Het planvoornemen is in lijn met de eigenschappen van de locatie, omgeving en het gemeentelijke beleid voor deze locatie.
De conclusie is dat alles overwegende de ontwikkeling aanvaardbaar is. 9.3
Verwerken TAM-omgevingsplan
Vóór 2032 moet dit TAM-IMRO omgevingsplan worden omgezet naar het integrale omgevingsplan in STOP. Voor het omzetten moet een wijzigingsbesluit in STOP worden genomen. Het ministerie van BZK heeft de intentie uitgesproken om in de wet- en regelgeving vast te leggen dat regels in het STOP omgevingsplan die inhoudelijk gelijk zijn aan het TAMIMRO plan niet opnieuw appellabel worden bij het overbrengen. In dit TAM-omgevingsplan is aangesloten bij de bestaande systematiek van het onderliggende omgevingsplan (regels e.d. Bestemmingsplan Buitengebied Bernheze), waardoor het in vorm en inhoud aansluit op het integrale omgevingsplan in STOP.
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
92
10 Bijlagen Bijlage 1 – Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 – Eindsituatie bodemonderzoek Bijlage 3 – Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bijlage 4 – Saneringsverslag Bijlage 5 – Melding sanering Bijlage 6 – Beschikking sanering Bijlage 7 – Aeriusberekeningen + notitie van invoergegevens Bijlage 8 – Quickscan flora en fauna Bijlage 9 - Verslaglegging omgevingsdialoog
Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026
93