CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering - TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 13 mei 2026, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststelling TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 Heeswijk-Dinther30.467 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD TOELICHTING 18 MAART 2026

Gemeente Bernheze TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD

Gegevens adviesbureau Naam

: Pittiger in planologie

Adres

: Strobolse Heidesteeg 2

Postcode

: 5491 RT

Plaats

: Sint-Oedenrode

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

2

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding ........................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding en achtergrond..................................................................................................... 5

1.2

Locatie .................................................................................................................................... 5

1.3

Leeswijzer............................................................................................................................... 6

Planbeschrijving............................................................................................................................... 7 2.1 Bestaande situatie ......................................................................................................................... 7 2.2

3

Voorbereiding........................................................................................................................... 14 3.1

Vooroverleg.......................................................................................................................... 14

3.2

Participatie omgeving .......................................................................................................... 15

4

5

6

7

8

9

Plan....................................................................................................................................... 10

Toetsing aan het omgevingsplan.............................................................................................. 16 4.1

Omgevingsplan..................................................................................................................... 16

4.2

Bruidsschat ........................................................................................................................... 16

4.3

Verordeningen die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege ............. 17

Visie en beleid ............................................................................................................................... 19 5.1

Rijksbeleid ............................................................................................................................ 19

5.2

Provinciaal beleid ................................................................................................................. 22

5.3

Waterschapsbeleid .............................................................................................................. 28

5.4

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................. 29

Aspecten fysieke leefomgeving ..................................................................................................... 41 6.1

Kwaliteit leefomgeving ........................................................................................................ 41

6.2

Besluit milieueffectrapportage ............................................................................................ 76

6.3

Groen en natuur................................................................................................................... 77

6.4

Wegen, verkeer en parkeren ............................................................................................... 80

6.5

Bedrijven en milieuzonering ................................................................................................ 82

Juridische planopzet ...................................................................................................................... 85 7.1

Wijzigingsbesluit .................................................................................................................. 85

7.2

Analoge kaart ....................................................................................................................... 86

Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................ 88 8.1

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................. 88

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................... 88

Belangenafweging en conclusie .................................................................................................... 91

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

3

9.1

Doelen van de wet (Omgevingswet artikel 1.3) ................................................................... 91

9.2

Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) ........................................... 91

9.3

Verwerken TAM-omgevingsplan.......................................................................................... 92

10

Bijlagen ..................................................................................................................................... 93

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

4

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en achtergrond Hommelsedijk 14 in Heeswijk-Dinther is gelegen in het buitengebied van de gemeente Bernheze. De locatie is op dit moment bestemd voor een bedrijfsfunctie in de vorm van een garagebedrijf. Op de locatie is ook een bedrijfswoning aanwezig, welke door een omissie in het omgevingsplan onder het overgangsrecht is gevallen. De locatie is van eigenaren verwisseld en de nieuwe eigenaren zijn niet voornemens om een autogarage te exploiteren, maar de bedrijfsfunctie te saneren en de bedrijfswoning om te schakelen naar een burgerwoning. Daarbij willen zij bij wijze van bedrijf aan huis enkele camperplekken exploiteren. Aan dit planvoornemen heeft de gemeente Bernheze op 22 december 2023 onder voorwaarden haar principemedewerking toegezegd. Om het planvoornemen mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan nodig, waarbij gemotiveerd moet worden dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daartoe strekt deze motivering. 1.2 Locatie De locatie is gelegen in het buitengebied van Heeswijk-Dinther ten noordoosten van het dorp aan Hommelsedijk 14. De locatie is kadastraal bekend gemeente Heeswijk-Dinther, sectie F, nummers 1297 en 1298 en kent een grootte van in totaal 5.740 m2.

De locatie wordt aan de noordoostzijde begrensd door de Leijgraaf, aan de oostzijde door een weiland, aan de zuidzijde door de Liniedijk en westzijde door de Hommelsedijk. Hieronder is de locatie met een geel kader op de luchtfoto met kadastrale ondergrond globaal weergegeven.

Heeswijk-Dinther

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

5

1.3 Leeswijzer Via deze wijziging van het omgevingsplan worden meerdere activiteiten mogelijk gemaakt. Na dit inleidende hoofdstuk volgen de hoofdstukken met de verantwoording van die activiteiten. In hoofdstuk 2 staat een beschrijving en analyse van de huidige situatie waarbij zowel de ruimtelijke aspecten als functionele aspecten aan de orde komen. In dit hoofdstuk wordt ook het planvoornemen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt uiteengezet hoe dit omgevingsplan is voorbereid. In hoofdstuk 4 wordt het planvoornemen getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. In hoofdstuk 5 vindt toetsing plaats aan de ruimtelijke beleidskaders: in welke mate sluit de voorgenomen wijziging aan op het beleid en aan de (omgevings)visie en programma’s van de gemeente Bernheze en hogere overheden. In hoofdstuk 6 vindt toetsing plaats aan regels en normen van omgevingsaspecten en milieu. Tot slot komt in hoofdstuk 7 een toelichting op de juridische planopzet aan bod en in hoofdstuk 8 de economische en maatschappelijke haalbaarheid. In hoofdstuk 9 leest u dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (conclusie). Hoofdstuk 10 bevat een opsomming van de bijlagen.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

6

2. Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.1.1 Beschrijving van de omgeving van de locatie De locatie ligt in het buitengebied van Heeswijk-Dinther, in het beekdal van de Leijgraaf, een stukje ten noordoosten van de dorpskern Heeswijk-Dinther. Ten noorden van de locatie ligt het dorp Loosbroek en ten oosten het dorp Vorstenbosch.

Heeswijk-Dinther In 1994 ging de gemeente Heeswijk-Dinther, welke uit de dorpen Heeswijk en Dinther bestond, op in de huidige gemeente Bernheze. Op de brede dekzandrug van de oeverwal die tussen de beekdalen van de Aa en de Leijgraaf is gelegen, zijn twee kernen (Heeswijk en Dinther) ontstaan te midden van een complex van akkers en weilanden. Door uitbreiding van de bebouwing op aangrenzende akkers zijn de kernen Heeswijk en Dinther aan elkaar gegroeid. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de aaneengesloten lintbebouwing van de voormalige kernen, parallel aan het dal van de Aa. Na de samenvoeging van beide kernen is tussen Heeswijk en Dinther, rondom Plein 1969, een nieuw dorpscentrum met winkels en voorzieningen gerealiseerd. De centrale ruimtes van de vroegere dorpen (met karakteristieke open ruimtes en monumentale bomen) zijn, net als de historische lintstructuur, nog herkenbaar aanwezig. Uitbreidingen van de kern liggen met name aan de noordzijde van de oorspronkelijke lintbebouwing. Aan de oostzijde van de kern ligt een klein bedrijventerrein, dat qua maat en schaal goed bij de kern past. HeeswijkDinther heeft aan de noordzijde van de kern, richting de Leijgraaf, een kleinschalige dorpsrand met waterlopen, bomenrijen en bosjes. Aan de zuidzijde, richting de Aa, is sprake van een meer transparante overgang tussen het dorp en het beekdal.

De laanbeplanting langs de Hoofdstraat is op enkele plaatsen onderbroken. Enkele oude wegen verbinden, met

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

7

veelal restanten van laanbeplanting, de historische centra met het buitengebied. In Heeswijk vormt de abdij met bijbehorende lanen een karakteristiek element in de groenstructuur. De monumentale beplanting rond de abdij staat niet in relatie met de groenstructuur van Dinther en langs de Hoofdstraat. De dorpsranden zijn over het algemeen zacht te noemen, met uitzondering van de harde rand langs de uitbreiding aan de noordzijde van de kern. In Heeswijk-Dinther hebben de oude linten een cultuurhistorische waarde. Daarnaast zijn de Abdij van Berne en diverse historische groenstructuren aan te merken als waardevol. Functionele karakteristiek van de omgeving Binnen 200 meter rondom de locatie bestaat de functionele karakteristiek uit overwegend wonen en agrarisch grondgebruik. Daarnaast is sprake van één agrarisch bedrijf. De locatie grenst verder aan de Leijgraaf waarvan men het voornemen heeft om de ecologische functie hiervan te verbeteren, zodat deze meer als ecologische verbindingszone gaat functioneren. 2.1.2 Beschrijving van de locatie De locatie is gelegen in het buitengebied van Heeswijk-Dinther en bevindt zich tussen de Leijgraaf en een T-splitsing van de wegen Liniedijk en Hommelsedijk. De locatie is ontsloten op zowel de Hommelsedijk als de Liniedijk. De locatie is bestemd voor een garagebedrijf.

Op de locatie is 415 m2 bedrijfsbebouwing daarvoor aanwezig en een bedrijfswoning met 67 m2 aan vrijstaande bijgebouwen. Daarnaast maakt een tuin met zwembad onderdeel uit van de locatieinrichting. Vrijwel het gehele perceel is omzoomd met een laurierhaag, welke beschutting geeft voor wind en beschermt tegen eventuele spuitdrift afkomstig van omliggende agrarisch in gebruik zijnde percelen. De afbeelding en foto’s hieronder geven een indruk van de bestaande situatie ter plaatse.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

8

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

9

2.2

Plan

2.2.1 Uiteenzetting planvoornemen Het planvoornemen voor Hommelsedijk 14 in Heeswijk-Dinther bestaat uit het saneren van de op de locatie bestemde autogarage en het omschakelen van de bedrijfswoning naar een burgerwoning met daarbij de realisatie van vijf camperplekken aan huis. Van de in de huidige situatie aanwezige 415 m2 aan bedrijfsbebouwing en 67 m2 aan vrijstaande bijgebouwen bij de woning is het de bedoeling om in de nieuwe situatie 263 m2 aan bebouwing te slopen (208 m2 bedrijfsbebouwing en 55 m2 vrijstaande bijgebouwen bij de woning). De afbeelding hieronder maakt inzichtelijk welk deel van de bebouwing (263 m2 totaal) al is (paars) en nog wordt (rood) gesloopt.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

10

Verder wordt 18 m2 (sanitairgebouw) toegevoegd. Hierdoor verdwijnt er per saldo 245 m2 aan bebouwing en blijft er in de nieuwe situatie 170 m2 aan bijgebouwen bij de woning over. Deze oppervlakte aan bijgebouwen is passend binnen het gemeentelijke beleid, zoals verwoord in het bestemmingsplan ‘Vrijkomende Agrarische bebouwing Bernheze 2018’ in artikel 3.4.1 sub b. Hierin is opgenomen dat het gezamenlijke oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen van maximaal 100 m² mag worden vermeerderd als overtollige bebouwing (overmaat) wordt gesloopt. De vermeerderding mag maximaal 75% van het te slopen oppervlak bedragen tot een maximum oppervlakte van 500 m². In onderhavige situatie geldt dat er bovenop de 100 m², niet meer mag worden toegevoegd dan 197,25 m² (75% van 263 m2). De toevoeging blijft ruim onder deze hoeveelheid. De woning zal qua positionering of uiterlijke verschijningsvorm niet veranderen, deze blijft in de huidige staat gehandhaafd. De vijf camperplekken zijn beoogd op het gedeelte van het perceel dat achter de woning is gelegen en aan de Leijgraaf, het weiland aan de oostzijde en de Liniedijk grenst. Ze zijn bereikbaar vanaf de Liniedijk. Aan deze zijde van het perceel wordt met die reden ook een parkeervoorziening (6 parkeerplaatsen) gerealiseerd. Om het planvoornemen te bereiken kunnen de bestaande inritten gebruikt worden.

Landschappelijke inpassing maakt onderdeel uit van het planvoornemen.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

11

De afbeelding hieronder van het landschappelijk inpassingsplan toont de wijze waarop het planvoornemen is beoogd.

De landschapsanalyse die ten grondslag ligt aan deze landschappelijke inpassing en de toelichting op het ontwerp is bijgevoegd bij deze motivering (zie bijlage 1). Belangrijke onderdelen in deze landschappelijke inpassing zijn de aansluiting bij het beekdallandschap enerzijds incl. de bereidheid om een deel van het perceel over te dragen aan het waterschap voor de aanleg van een natuurvriendelijke oever en de borging van privacy rondom de woning anderzijds. Daarnaast wordt ook een substantieel deel aan bebouwing gesloopt, per saldo 245 m2. 2.2.2 Stedenbouwkundige karakteristiek en beeldkwaliteit Met het planvoornemen wordt geen verandering aan de uiterlijke verschijningsvorm van de bebouwing beoogd. Deze blijft voor zover deze niet wordt gesloopt bestaan. Het thema stedenbouw is met die reden niet relevant voor het planvoornemen, waardoor er hier en verderop in deze motivering niet nader op wordt ingegaan. 2.2.3 Functionele karakteristiek Het planvoornemen betreft de functie wonen met bedrijvigheid aan huis in de vorm van camperplekken. Gezien de functionele karakteristiek van de omgeving overwegend wonen is, sluit het planvoornemen wat dat betreft goed hierbij aan. Daarnaast is de locatie niet in een landbouwontwikkelingsgebied gelegen en is op basis van het gemeentelijke beleid (beleidsnotitie Aanpak VAB Bernheze) altijd mogelijk.

De ligging van de locatie in een beekdal maakt de locatie interessant voor waterberging, maar ook ecologie en recreatie. Het planvoornemen, dat een extensieve vorm van recreatie

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

12

bevat, is hier dan ook goed passend. Het geeft mensen de mogelijkheid te recreëren in dit gebied, maar slechts op kleine schaal. Hierdoor blijven de ecologische waarden beschermd. Verder zorgt deze vorm van recreatie niet voor meer bebouwing, wat ongewenst is in een beekdal waar ruimte voor water voorop staat.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

13

3

Voorbereiding 3.1 Vooroverleg De initiatiefnemer van het planvoornemen heeft zijn plannen voordat de Omgevingswet in werking is getreden als principeverzoek bij de gemeente Bernheze ingediend. De gemeente heeft onder voorwaarden ingestemd met het planvoornemen. De voorwaarden bestaan samengevat uit: rekening houden met bestaande bomen, 1,1 parkeerplaats per camperplek en afstemming zoeken met Waterschap Aa en Maas i.v.m. de ecologische verbindingszone die zij langs de Leijgraaf willen realiseren. De voorwaarden zijn door de initiatiefnemer overgenomen en de plannen zijn verworden tot het planvoornemen zoals dat in dit omgevingsplan is gemotiveerd. Deze wijziging van het omgevingsplan is één keer voorgelegd bij de omgevingstafel. Daaruit kwamen enkele opmerkingen om de toelichting te verduidelijken v.w.b. de beschrijving van het planvoornemen. Ook zijn enkele aanscherpingen van de regels gevraagd. Verder is verzocht om een verbod op te nemen om te bouwen en te verharden in de ecologische verbindingszone in het plangebied en zijn enkele wijzigingen aan het landschapsplan gevraagd, o.a. ter behoud van de bomen langs de Liniedijk. Als onderdeel van de omgevingstafel heeft ook de ODBN gereageerd. Zij maakten verzochten het volgende aan te passen/ aan te vullen in de motivering: - Het uitgebreider opnemen van het beleidskader rondom externe veiligheid.

- Het toevoegen van de eindbeoordeling bodemkwaliteit. - Een motivering toe te voegen ten aanzien van spuitzones i.r.t. camperplekken. - De motivering t.a.v. het Besluit m.e.r. te verdiepen. - Het onderdeel bedrijven en milieuzonering aan te vullen met een motivatie t.a.v. de camperplekken i.r.t. de categorie ‘Kampeerterreinen, vakantiecentra, e.d. (met keuken). - De aeriusberekeningen aan te vullen. - Een tekstuele aanpassing te doen in de paragraaf over luchtkwaliteit in verband met NIBM. - Het GGD-stappenplan aan te passen i.v.m. pluimveehouderijen (500 meter i.p.v. gehanteerde 1 km). - Het Natuur Netwerk Brabant te beschrijven in de paragraaf over Natuur, gebiedsbescherming. In de regels en eventueel de verbeelding verzochten ze de navolgende wijzigingen: - Aan te vullen t.a.v. de ondergeschiktheid van en het aan huis gebonden karakter van de camperplekken. De gevraagde aanpassingen/ aanvullingen n.a.v. de omgevingstafel zijn in deze wijziging van het omgevingsplan doorgevoerd.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

14

3.2 Participatie omgeving In de aanwijzingslijst Adviesrecht en participatie bij buitenplanse omgevingsactiviteiten staat voor welke omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht is. Voor omgevingsplanwijzigingen voor initiatieven verlangt de gemeente Bernheze dat de initiatiefnemer een omgevingsdialoog uitvoert op gelijke wijze als bij aanvragen omgevingsvergunningen. De Handreiking participatie kan gebruikt worden. Het kan nodig zijn dat de gemeente (aanvullend) de participatie uitvoert, afhankelijk van het gemeentelijk participatiebeleid (in wording). In het Omgevingsbesluit artikel 10.2 lid 1 staat de motiveringsplicht over participatie bij omgevingsplan(wijzigingen). De initiatiefnemer heeft aan de omwonenden van zijn locatie een brief over het planvoornemen gestuurd en de omwonenden uitgenodigd om als zij dat wilden met hen in gesprek te gaan en/of een reactie te versturen via het meegezonden reactieformulier. Van dit laatste heeft één omwonende gebruik gemaakt. De andere omwonenden niet. In bijlage 9 is de brief inclusief het ingevulde reactieformulier bijgevoegd en is ook aangegeven aan welke adressen de brief is verzonden. Voor de uitgevoerde participatie is de Handreiking participatie van de gemeente Bernheze gebruikt.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

15

4 Toetsing aan het omgevingsplan 4.1 Omgevingsplan Het planvoornemen is in strijd met het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Bernheze. De regels van het daarin opgegane bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ staat burgerwoningen en camperplekken (bouwactiviteit en gebruiksregels) ter plaatse van de locatie namelijk niet toe. Hier gelden de regels voor de bestemming ‘Agrarisch’ (van toepassing zijnde bestemmingsvlak) met de functieaanduiding ‘garage’ op basis waarvan een autogarage is toegestaan.

Omdat op de locatie een bedrijfswoning aanwezig is, maar deze niet in het omgevingsplan van rechtswege is opgenomen is nagegaan of hier sprake is van een illegale situatie. Dat is niet het geval. Het blijkt dat in het omgevingsplan van rechtswege een omissie zit. De bedrijfswoning is namelijk mét vergunning (1969) gebouwd en staat opgenomen in het bestemmingsplan dat gold voordat het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ onherroepelijk werd, namelijk het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Buitengebied’ dat op 19 november 1998 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld (zie bladzijde 92 van de voorschriften). 4.2 Bruidsschat Om het planvoornemen mogelijk te maken is het nodig om grondwerkzaamheden uit te voeren. Op basis van artikel 22.22 gelden hiervoor beperkingen i.v.m. cultureel erfgoed, zoals vastgelegd in de regels van het voormalige bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ via de toekenning van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. De regels van deze bestemming ziet op grondwerkzaamheden groter dan 100 m2 en dieper dan 0,4 meter ten opzichte van het maaiveld. In geval men voornemens is om de bodem voor meer dan deze omvang te roeren moet eerst een archeologisch onderzoek worden overlegd en door de gemeentelijk archeoloog zijn beoordeeld dat door het planvoornemen geen archeologische resten worden verstoord.

De grondwerkzaamheden die voor het planvoornemen nodig zijn overschrijden de

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

16

ondergrenzen voor archeologisch onderzoek niet, sprake van strijdigheden is derhalve niet het geval. Op de locatie heeft voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet bodemsanering plaatsgevonden. Geen sprake is daardoor meer van strijdigheid met afdeling 22.3, paragraaf 22.3.7 Bodembeheer, subparagraaf 22.3.7.3 Activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico. In paragraaf 6.7 van deze motivering wordt hierop nader ingegaan. Onderdeel van het planvoornemen is de realisatie van een milieubelastende activiteit, namelijk het exploiteren van camperplekken. Gezien de activiteit de ondergrens zoals benoemd in artikel 22.60 Geluid: onderzoek niet overschrijdt is hiervoor geen sprake van strijdigheden. Andere regels uit de bruidsschat zijn op de milieubelastende activiteit niet van toepassing. Zo veroorzaakt de milieubelastende activiteit geen trillingen en is bijvoorbeeld geen sprake van geur afkomstig van het opslaan van vaste mest. Omdat op de locatie geen nieuwe milieugevoelige functie wordt gerealiseerd zijn milieubelastende activiteiten waarvoor regels zijn gesteld in het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Bernheze voor het planvoornemen niet relevant. De milieugevoelige functie op de locatie is namelijk reeds maatgevend voor milieubelastende activiteiten van derden.

4.3 Verordeningen die onderdeel uitmaken van het omgevingsplan van rechtswege Indien in een gemeente een hemelwaterverordening, erfgoedverordening en/of geurverordening aanwezig was voor inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze verordeningen onderdeel gaan uitmaken van het Omgevingsplan van rechtswege en moet een planvoornemen hieraan worden getoetst. De gemeenteraad van Bernheze heeft voor inwerkingtreding van de Omgevingswet de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021 2 vastgesteld. In deze verordening zijn regels opgenomen over onder andere hemelwater, erfgoed en geur. Hemelwater De regels over hemelwater zijn onderdeel van hoofdstuk 3 dat gaat over bodem, milieu en natuur. In paragraaf 3.4 zijn de regels over hemelwater en grondwater opgenomen. Ingevolge artikel 3.4.2 Reikwijdte van deze paragraaf blijkt dat de hemelwaterverordening op het planvoornemen niet van toepassing is. Omdat, alle bouwwerken en verharde oppervlakken die ten tijde van de intwerkingtreding van de verordening reeds bestonden geen onderdeel uitmaken van de verordening en het planvoornemen alleen de verwijdering van bouwwerken bevat en niet de toevoeging van reeds planologisch toegestane bouwwerken en/of verharde (niet zijnde halfverharde) oppervlakken.

Omdat de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Bernheze 2021 2 te allen tijde van kracht is, geldt dat - mocht in een later stadium toch meer of andere verharding nodig zijn dan nu voorzien – de regels over hemelwater van toepassing zijn en dus gecompenseerd moet worden. In paragraaf 6.11 van deze motivering wordt nader op het aspect hemelwater ingegaan. Erfgoed Geen sprake is van strijdigheden met de in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) 2021 2 opgenomen regels over erfgoed, doordat aan de regels voor de bestemming ‘Waarde – archeologie 1’ zoals opgenomen in het omgevingsplan van rechtswege wordt voldaan. Verder is op de locatie geen (potentieel) monument gelegen en is de locatie en omgeving niet aangeduid als beschermd stads- en dorpsgezicht. In paragraaf 6.5 van deze motivering

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

17

wordt nader op het aspect erfgoed ingegaan. Geur Eveneens is geen sprake van strijdigheden met de in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) 2021 2 opgenomen regels over geur, namelijk maken geen nieuwe geurgevoelige gebouwen onderdeel uit van het planvoornemen. In paragraaf 6.1.3.9 van deze motivering wordt nader op het aspect geur ingegaan.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

18

5 Visie en beleid 5.1 Rijksbeleid 5.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De belangrijkste speerpunten uit de NOVI zijn: -

-

-

-

-

Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Dat betekent dat we Nederland zo inrichten dat ons land de klimaatveranderingen aankan. Daarvoor is nodig dat we functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) inpassen. Een voorbeeld hiervan is het op termijn verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden; De verandering van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie hebben we oog voor omgevingskwaliteit. Een voorbeeld hiervan is dat we eerst kijken naar ongebruikte daken om zonnepanelen op te plaatsen; De overgang naar een circulaire economie, waarbij we tegelijk goed kunnen blijven concurreren en een aantrekkelijk vestigingsklimaat bieden. Een voorbeeld is het aanpassen van productieprocessen en het gebruik van reststoffen in het haven- en industriegebied; De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee sturen we op een goed bereikbaar netwerk van steden. We gebruiken zo de ambities en mogelijkheden in steden en regio’s in heel Nederland. Voorbeelden van regionale uitwerking hiervan zijn de verstedelijkingsstrategieën, waarin vooruitgekeken wordt hoe verschillende ruimtelijke functies in en rondom steden het beste ingepast kunnen worden; Het bij elkaar plaatsen van zogenaamde logistieke functies (bijvoorbeeld distributiecentra, datacenters) om hiermee de openheid en de kwaliteit van het landschap te behouden.

We maken daarbij gebruik van een voorkeursvolgorde logistieke functies; Het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied in goed evenwicht met de natuur en landschap. We werken bijvoorbeeld aan de overgang naar de kringlooplandbouw zodat gebruik van de grond meer wordt afgestemd op de natuurlijke water- en bodemsystemen.

De omschakeling van een bedrijfs- naar een burgerwoning waarbij het bijbehorende nietagrarische bedrijf in het buitengebied van Heeswijk-Dinther wordt beëindigd en vijf camperplekken worden gerealiseerd past binnen de nationale omgevingsvisie. Het planvoornemen zorgt concreet voor een verbetering van de klimaatbestendige inrichting van Nederland en het toekomstbestendig maken van het landelijk gebied. De hoeveelheid verharding neemt af; de hoeveelheid beplanting neemt toe en bedrijvigheid die niet aan het buitengebied gebonden is wordt in het buitengebied gesaneerd waarvoor in de plaats een aan het wonen ondergeschikte functie (recreatie) wordt toegevoegd die aansluit bij de typering van het gebied (beekdal). 5.1.2

Instructieregels (AMvB’s)

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

19

De Omgevingswet werkt door in vier algemene maatregelen van bestuur (AMvB's): 1. het Omgevingsbesluit (Ob); 2. het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); 3. het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); 4. het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In deze AMvB's staan regels voor het praktisch uitvoeren van de wet. Voor de volgende onderwerpen gelden er rijksinstructieregels: • Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2 Bkl); • Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3 Bkl); • Beschermen van gezondheid en milieu, waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit (paragraaf 5.1.4 Bkl); • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1.5 Bkl); • Het behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (paragraaf 5.1.6 Bkl); • Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten, waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7 Bkl); • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8 Bkl).

Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzondere gevallen kunnen B&W de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. 5.1.2.1 Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. Het Bkl is opgebouwd uit de volgende onderwerpen: - In de instructieregels staan onder andere de normen en regels die gelden voor omgevingsplannen, omgevingsverordeningen en waterschapsverordeningen. - In de omgevingswaarden van het Rijk staan in het Bkl, zoals luchtkwaliteit en de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en zwemwater. - Het Bkl bevat de regels voor het toetsen en verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning. - En regels over monitoring en gegevensverzameling. Deze regels hebben betrekking op de onderdelen waterkwaliteit, externe veiligheid, luchtkwaliteit en het behoud van cultureel erfgoed. De toetsing van de diverse aspecten uit het Bkl komt aan de orde in hoofdstuk 6.

Hieruit blijkt dat aan de (instructie)regels wordt voldaan/ gevolg wordt gegeven.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

20

5.1.2.2 Besluit activiteiten leefomgeving In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. De regels gelden voor bijvoorbeeld milieubelastende activiteiten, activiteiten in een beperkingengebied of activiteiten met gevolgen voor de natuur. Het Bal bevat algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden en specifieke zorgplichten, om het milieu, waterstaatwerken, wegen en spoorwegen en cultureel erfgoed te beschermen. Wanneer het noodzakelijk is dat het bevoegd gezag een activiteit voorafgaand beoordeelt, voorschriften daarvoor opstelt en expliciet instemt met de uitvoering daarvan, is een omgevingsvergunning vereist. Doorgaans gaat het om complexere activiteiten met potentieel grote gevolgen. Het planvoornemen bevat geen complexe milieubelastende activiteiten en bevat geen nieuwe milieugevoelige functies waardoor eventuele in het Bal benoemde milieubelastende activiteiten in de nabijheid niet relevant zijn voor het planvoornemen. De bestaande milieugevoelige functie die wordt gehandhaafd is namelijk reeds maatgevend. Verder bevindt de locatie zich niet rond de Noordzee of Rijkswegen. En, is de locatie ook niet nabij een spoorweg gelegen waardoor het niet in een bijbehorend beperkingengebied is gelegen.

Relevant is verder hoofdstuk 11 waarin regels zijn opgenomen over activiteiten met mogelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden of bijzondere nationale natuurgebieden, met betrekking tot dieren of planten in het wild en die houtopstanden, hout en houtproductie betreffen. In paragraaf 6.9 is getoetst of dit aan de orde is. Hieruit blijkt dat dit niet het geval is. Dit betekent i.h.k.v. het Bal dat geen sprake is van een ‘Natura-2000 activiteit’ of een 'Activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten'. Landinrichtingsactiviteiten maken geen onderdeel uit van het planvoornemen. Omdat Rijksmonumenten en werelderfgoed geen onderdeel uitmaken van het planvoornemen zijn de regels hierover in het Bal niet aan de orde. Verder ziet het plan niet op het bieden van gelegenheid tot zwemmen en baden, zijn grondwateronttrekkingen en ontgrondingen op land en in regionale wateren bij het planvoornemen niet aan de orde en zijn de regels over afval van schepen in binnenwateren voor het planvoornemen niet relevant. 5.1.2.3 Besluit bouwwerken leefomgeving In het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) staan rijksregels voor burgers en bedrijven. Het zijn allemaal regels die met bouwwerken te maken hebben. Ofwel het bouwen, in stand houden, gebruiken of slopen van bouwwerken.

De regels gaan over onderwerpen als veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Het Bbl bevat: -

algemene regels, meldingsplichten, vergunningplichten, maatwerkmogelijkheden, specifieke zorgplichten.

Nieuwbouw maakt geen onderdeel uit van het planvoornemen. De sloop van bebouwing wel. De regels zoals opgenomen in het Bbl zijn hierop van toepassing en worden te zijner tijd wanneer de sloop concreet wordt nageleefd. Eventuele belemmeringen ten aanzien hiervan worden niet voorzien.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

21

5.1.2.4 Omgevingsbesluit Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid. Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage. Concreet bevat het Omgevingsbesluit bepalingen over de volgende onderwerpen: -

Bevoegdheden, handhaving en beheer Procedurele regels Projectprocedure Milieueffectrapportage Financiële bepalingen Digitale voorzieningen

Voor het planvoornemen wordt de procedure voor wijziging van het omgevingsplan doorlopen. Het kan nodig zijn om tegelijkertijd ook een milieueffectrapportage op te stellen. Voor het planvoornemen is een milieueffectrapportage echter niet nodig, de procedure hiervoor hoeft daarom niet doorlopen te worden. De financiële bepalingen waarop het Omgevingsbesluit ziet zijn gekoppeld aan een omgevingsvergunning voor een activiteit. Dit is pas aan de orde als de wijzigingsprocedure voor het omgevingsplan is doorlopen en op basis van de inwerking getreden wijziging een omgevingsvergunning moet worden verleend. 5.1.4

Omgevingsregeling

In de Omgevingsregeling heeft het Rijk alle technische details van de andere regelgeving uitgewerkt. Denk aan aanvraagvereisten voor omgevingsvergunningen en rekenregels voor geluid. Deze regels zijn van toepassing voor zover een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, een geluidsonderzoek wordt uitgevoerd etcetea. Zodra dit voor het planvoornemen aan de orde is zal hieraan moeten worden voldaan. 5.1.5

Conclusie

Het planvoornemen is niet in strijd met nationale wetgeving. Voldaan kan worden aan de regels zoals gesteld in de verschillende van toepassing zijnde Amvb’s. Alhoewel het planvoornemen op nationaal niveau slechts een klein belang heeft draagt het toch bij aan de doelen zoals gesteld in de Nationale Omgevingsvisie. 5.2

Provinciaal beleid 5.2.1

Brabantse omgevingsvisie

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

22

Op 14 december 2018 heeft de provincie de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie. De locatie is gelegen in het buitengebied van Heeswijk-Dinther in Bernheze en behelst in de huidige situatie een bedrijfslocatie voor een autogarage. In de omgeving zijn vooral woonfuncties gelegen en agrarisch grondgebruik. De bestemde functie ter plaatse is er niet eentje die hier past, omdat het geen buitengebied gebonden functie betreft. De nieuwe eigenaren van de locatie zijn niet voornemens om hier een autogarage te exploiteren en willen de locatie daarom omschakelen naar wonen, door de bedrijfsfunctie te saneren en de bedrijfswoning te gaan gebruiken als burgerwoning.

Een deel van de bedrijfsopstallen ter plaatse wordt daarbij gesloopt. Aanvullend hierop is het de bedoeling om bij wijze van bedrijf aan huis vijf camperplekken te exploiteren. Op deze locatie in het beekdal van de Leijgraaf is het planvoornemen een voor de hand liggende keuze. Het planvoornemen vindt aansluiting bij ‘Werken aan een concurrerende, duurzame economie’. Door sanering van een niet in het buitengebied passende functie (autogarage) en deze te verruilen voor een functie die overwegend aanwezig is (wonen) met daaraan ondergeschikt een functie (recreatie) die aansluiting vindt bij de waarden (beekdal) in het gebied. Het planvoornemen is passend in de Brabantse Omgevingsvisie. 5.2.2

Verstedelijkingstrategie en ontwikkelperspectief stedelijk Brabant

Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten hebben in de Verstedelijkingsstrategie Brabant 2040 drie hoofdopgaven benoemd voor de verstedelijkingsopgave tot 2040: 1. Nieuw stedelijk Brabant; 2. Nieuwe relaties tussen stad en land; 3. Een strategie om de nieuwe opgaven op te kunnen pakken. Deze zijn in de verstedelijkingsstrategie uitgewerkt en onderzocht in relatie tot de demografische ontwikkelingen, de verwachte ontwikkelingen in ons mobiliteitssysteem de opgaven voor klimaatadaptatie, energietransitie, stikstofreductie, versnelling van de transitie naar een circulaire economie etc. Stedelijk Brabant is het tweede grote verstedelijkte gebied van Nederland met een forse bouw- transformatie- en herstructureringsopgave. Kenmerkend voor stedelijk Brabant is de nabijheid en de sterke verwevenheid met het omliggende landelijke gebied. Dit is een belangrijke kracht van Brabant. Natuur en landelijk gebied liggen op maximaal 10 minuten fietsafstand. Stedelijk Brabant is een sterk samenhangend stedelijk netwerk, met daarbinnen vier stedelijke regio’s die bestaan uit een netwerk van centrumsteden,

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

23

middelgrote steden en vitale dorpen. Met het Ontwikkelperspectief stedelijk Brabant zetten we in op vernieuwing en verduurzaming in het hele stedelijke netwerk van Brabant. Zo leveren wij onze bijdrage aan de ambities in de NOVI/NOVEX. De vijf ontwikkelprincipes die we in de verstedelijkingsstrategie voor stedelijk Brabant hebben opgesteld helpen ons bij het vertalen van bovenstaand ontwikkelperspectief naar een concrete aanpak: 1. 2. 3. 4. 5.

Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking; Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking; Nieuwe woningen versterken bestaande stad en dorp; Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp; Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie.

De principes werken we uit in afspraken op het schaalniveau van stedelijk Brabant en de stedelijke regio’s. Het planvoornemen draagt niet direct bij aan de verstedelijkingsstrategie en het ontwikkelperspectief van stedelijk Brabant. Het staat het ook niet in de weg. Op zeer kleine schaal biedt het planvoornemen ontspanningsmogelijkheden voor bewoners van de meer verstedelijkte gedeelten van de regio. 5.2.3

Omgevingsverordening Noord-Brabant

Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast een omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (omgevings)programma, soms zijn er regels in een omgevingsverordening nodig om de ambities te realiseren. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Omgevingsverordening NoordBrabant is op 1 januari 2024 tegelijk met de Omgevingswet in werking getreden. In de Omgevingsverordening staan regels voor: 1. Initiatiefnemers, inwoners en bedrijven: dit zijn zogenaamde algemene (rechtstreeks werkende) regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo'n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. 2. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

5.2.6.1 Rechtstreeks werkende regels voor initiatiefnemers, inwoners en bedrijven In hoofdstuk 3 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn voor de volgende thema's rechtstreekse regels opgenomen: grondwater (-bescherming en -onttrekking), stortplaatsen, ontgrondingen, ontgrondingen, stiltegebied, natuur, varend ontgassen en provinciale wegen. De meeste van deze regels waren voorheen opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

24

Deze regels zijn rechtstreeks van toepassing op de activiteiten die met dit omgevingsplan mogelijk worden gemaakt. In hoofdstuk 6 wordt op een aantal aspecten (zoals water en natuur) ingegaan, zover van toepassing. Daarnaast zijn voor enkele werkingsgebieden op de kaart van de Omgevingsverordening rechtstreekse regels opgenomen. Ter plaatse van het plangebied gelden conform de TAM-omgevingsverordening NoordBrabant de rechtstreeks werkende regels voor milieubeschermingsgebieden, natuur, water en wegen (kaart 1) op basis waarvan voor het omgevingsplan regels voor ‘Waterwingebieden’ aan de orde zijn. En gelden instructieregels voor gemeenten voor het ‘Aardkundige, cultuurhistorische en groenblauwe waarden’ (kaart 2), ‘grondwaterbescherming, waterveiligheid en -berging’ (kaart 4), ‘Landelijk gebied’ (kaart 5). De afbeeldingen hieronder toont dit.

5.2.6.2 Instructieregels

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

25

De instructieregels betreffen de regels in de Omgevingsverordening waarmee in het omgevingsplan en de besluitvorming door de gemeente rekening gehouden moet worden. Een omgevingsplan mag niet in strijd met de instructieregels worden vastgesteld. Alle regels in de Omgevingsverordening hebben een gebied waar ze van toepassing zijn. Soms gelden de regels voor de gehele provincie, soms specifiek voor bepaalde gebieden. Onderstaand wordt ingegaan op de instructieregels uit hoofdstuk 5 van de Omgevingsverordening die voor deze ontwikkeling en voor dit plangebied aan de orde zijn. Gezien het plangebied is gelegen in het ‘Landelijk gebied’ en betrekking heeft op wonen en andere activiteiten bij het wonen is artikel 5.77 van de TAM-omgevingsverordening NoordBrabant relevant. Artikel 5.78 (niet-agrarische activiteit) van de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant is niet aan de orde. De niet-agrarische activiteit (camperplekken) die men voornemens is bij het wonen te ontplooien is namelijk dermate kleinschalig dat de woonfunctie de overhand heeft, waardoor artikel 5.77 i.p.v. 5.78 de aangewezen regeling is om gebruik van te maken. Artikel 5.77 wonen In dit artikel is geregeld dat een omgevingsplan kan voorzien in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning als is verzekerd dat 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt, en: 2.

overtollige bebouwing wordt gesloopt. Geen sprake is van de splitsing van de huidige bedrijfswoning in meerdere woonfuncties. De bedrijfswoning wordt alleen omgeschakeld naar een burgerwoning. Verder is zowel publiek als privaatrechtelijk verzekerd dat overtollige bebouwing (ca. 250 m2) wordt gesloopt en niet meer kan worden opgericht. In artikel 5.77 is ook geregeld dat het een omgevingsplan een andere activiteit dan wonen kan toestaan bij een woning, als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied (artikel 5.12), het past binnen de voorwaarden die voor die gebruiksactiviteit zijn opgenomen in de omgevingsverordening en in geval een bouwactiviteit wordt toegelaten elders een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen feitelijk en juridisch is gesloopt. Het planvoornemen is gelegen in het beekdal van de Leijgraaf. Ter hoogte van de locatie en de omgeving ervan streeft men naar meer ruimte voor water, natuur en ecologie. Ondergeschikt hieraan is er ruimte voor recreatie. Het planvoornemen bevat een kleinschalige vorm van recreatie, namelijk vijf camperplekken bij wijze van bedrijf aan huis. Dit is passend in de ontwikkelingrichting van het gebied. De effecten hiervan zijn nihil, dit is gemotiveerd in hoofdstuk 6 van deze motivering. Daarnaast is landschappelijke inpassing onderdeel van het planvoornemen.

Bijlage 1 bij deze motivering bevat het landschappelijk inpassingsplan. Overtollige bebouwing wordt gesloopt, hierop is in de twee alinea’s hierboven ingegaan. Voldaan wordt aan artikel 5.77 van de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant. Artikel 5.77 Groenblauwe waarden Omdat ter plaatse van de locatie groenblauwe waarden van toepassing zijn is ook artikle 5.46 van de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant van kracht. In dit artikel is geregeld dat het omgevingsplan strekt tot strekt tot het behoud, het herstel of de duurzame ontwikkeling van het bodem- en watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken, biodiversiteit en landschappelijke waarden en kenmerken. Dat het omgevingsplan een beschrijving van de ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied bevat en regels stelt ter bescherming ervan. En, het

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

26

omgevingsplan bepaalt dat de toedeling van een functie of activiteit gepaard gaat met een positieve bijdrage aan het verstrekken van biodiversiteit en de bescherming en ontwikkeling van ecologische-, landschappelijke- en hydrologische waarden kenmerken van het gebied. Het planvoornemen bestaat uit het verbeteren van de kwaliteit van de locatie doordat een niet buitengebiedgebonden functie wordt gesaneerd, bebouwing wordt verminderd en landschappelijk wordt ingepast: een niet-agrarisch bedrijf (autogarage) wordt gesaneerd en de bedrijfswoning wordt omgeschakeld naar een burgerwoning. Daarnaast worden onderschikt aan de burgerwoning bij wijze van bedrijf aan huis enkele camperplekken (vijf stuks) gerealiseerd. Hierboven is ingegaan op de landschappelijke inpassing, in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de ecologische en hydrologische waarden in het gebied. Op basis daarvan kan gesteld worden dat deze door het planvoornemen verbeteren. Artikel 5.50 Reservering waterberging In de TAM-omgevingsverordening zijn gebieden opgenomen voor de reservering voor waterberging. In de TAM-omgevingsverordening is voor dergelijke gebieden opgenomen dat een omgevingsplan in hiervoor mede strekt tot behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Dit houdt in dat het omgevingsplan een onderbouwing moet bevatten van de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft.

In onderhavige situatie geldt dat het gebied voor de waterbergende functie verbetert, omdat de verharding (bebouwing) afneemt, waardoor meer ruimte ontstaat voor waterberging. De nieuwe functies van de locatie, wonen met bij wijze van bedrijf aan huis vijf camperplaatsen, is beter passend voor de waterbergende functie dan de bedrijfsdoeleinden (autogarage) die de locatie in de vigerende situatie heeft. Paragraaf 5.2.1 Waterwinning voor menselijke consumptie Het planvoornemen is gelegen in een waterwingebied. Dit betekent dat in het omgevingsplan regels gesteld moeten worden ter bescherming van de kwaltieit van het grondwater in de bodem. Van belang is dat het planvoornemen geen negatieve gevolgen voor de kwaliteit van het grondwater heeft en kan voldoen aan de regels die in het omgevingsplan in dit kader worden opgenomen. Dit is het geval. Aanvullend hierop wordt opgemerkt dat de vigerende situatie helaas niet tot dit doel strekt (autogarage) en de bodem vervuild was. De sanering heeft plaatsgehad, verbetering is aan de orde. Er is met medewerkers van de provincie is afgestemd over het planvoornemen. De medewerkers staan positief tegenover het planvoornemen. Geen sprake is van strijdigheden met andere regels die in de TAM-omgevingsverordening worden gesteld ter bescherming van gebieden en waarden, sprake is een evenwichtige toedeling van functies.

Hierop wordt hieronder bij de motivering aan paragraaf 5.1.2 aanvullend nog ingegaan. Verder is paragraaf 5.1.2 Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies van toepassing. Deze paragraaf stelt regels (zorgplicht) voor het omgevingsplan over een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Het gaat dan specifiek om de toepassing van zorgvuldig ruimtegebruik, de lagenbenadering en meerwaardecreatie. Met dit plan wordt hieraan invulling gegeven. Sprake is van vervanging van functies, waarbij in de nieuwe situatie naar een meer passende invulling van functies voor de huidige omgeving wordt gegaan op een ondergrond die daarvoor geschikt is. Een gevolg hiervan is de afname van ruimtebeslag (minder bebouwing door sloop) en afname van milieubelasting (minder verkeersbewegingen, minder risico op bodemvervuiling). Ook wordt invulling gegeven aan de regeling kwaliteitsverbetering van het landschap in de vorm van landschappelijke inpassing. Voldaan wordt aan de TAM-omgevingsverordening Noord-Brabant.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

27

5.2.4

Conclusie

Het planvoornemen sluit aan bij de doelen die de provincie in haar beleid voor de fysieke leefomgeving van haar grondgebied heeft gemaakt en heeft vertaald in de instructieregels voor de gemeente bij het maken van o.a. een omgevingsplan zoals opgenomen in de TAMomgevingsverordening Noord-Brabant. 5.3 Waterschapsbeleid 5.3.1 Waterbeheerplan Op 19 november 2021 is het nieuwe waterbeheerplan van waterschap Aa en Maas vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 2022-2027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het plan geldt van 22 december 2021 tot en met 21 december 2027. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: 1. Waterveiligheid a. Het programma ‘Waterveiligheid’ draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas en het regionale watersysteem. 2. Klimaatbestendig en gezond watersysteem a. Het programma ‘Klimaatbestendig en gezond watersysteem’ draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: • Klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte) en op de kwaliteit van het water (chemisch en ecologisch). 3. Schoon Water a.

In het programma ‘Schoon Water’ speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol. Voor bebouwde gebieden heeft het waterschap specifieke doelen geformuleerd. In bebouwd gebied werkt het waterschap toe naar een klimaatrobuust watersysteem waarin: • • • •

Schoon water niet naar de zuivering gaat, maar het grondwater voedt; De waterkwaliteit geen risico’s geeft voor de volksgezondheid en geschikt is voor een goede ontwikkeling van flora en fauna, maar ook voor recreatie en evenementen; De kans op wateroverlast en problemen door droogte en hittestress acceptabel is; De betrokkenheid en het waterbewustzijn van inwoners, bedrijven en andere stedelijke partners is toegenomen.

Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het Waterbeheerplan naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap zoals de Waterschapsverordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. 5.3.2 Waterschapsverordening De Waterschapsverordening omvat samen met de Omgevingswet alle gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen of activiteiten die consequenties hebben

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

28

voor de waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterveiligheid. De Waterschapsverordening is verder uitgewerkt in beleids- en algemene regels. 5.3.3 Legger De Waterschapsverordening verwijst in de gebods- en verbodsbepalingen volop naar de legger. De legger legt de status en afmetingen behorende bij de regels van de Waterschapsverordening vast in een overzichtskaart van het waterbeheergebied. Op deze kaart zijn onder andere dijken, waterlopen en bijbehorende beschermingszones aangegeven. 5.3.4

Toetsing planvoornemen

In paragraaf 6.1.2 van deze motivering is ingegaan op het aspect water i.r.t. het planvoornemen. Voor wat betreft de toepassing van het waterschapsbeleid in relatie tot het planvoornemen wordt hiernaar verwezen. 5.3.5

Conclusie

Het planvoornemen is niet in strijd met waterschapsbeleid en -regelgeving. 5.4 Gemeentelijk beleid 5.4.1

Omgevingsvisie Bernheze 2040

De “Omgevingsvisie Bernheze 2040” is een integraal document over de fysieke leefomgeving van de gemeente. De omgevingsvisie dient als leidraad voor nieuwe initiatieven en vervangt eerdere structuurvisies. Het is een dynamisch document dat zich aanpast aan nieuwe maatschappelijke uitdagingen en met die reden mogelijk in de toekomst wordt aangepast. In de visie worden drie deelgebieden met unieke kenmerken en ontwikkelpotentieel onderscheiden: de Peelhorst, de Dekzandgebieden en het Beekdallandschap van de Aa en de Leijgraaf. Daarnaast zijn in de visie vijf strategische thema’s benoemd: een gezonde leefomgeving, leefbare kernen, klimaatadaptatie en herstel van biodiversiteit, een vitale en duurzame landbouw en economie, en het behoud en verbetering van de kwaliteit van landschap en erfgoed. Via deze thema’s wordt naast de visie voor de verschillende deelgebieden richting gegeven aan de ontwikkeling van Bernheze naar de toekomst. De drie deelgebieden De locatie is gelegen in het Beekdallandschap. Op de afbeelding hieronder is de globale ligging van het plangebied met een rode cirkel weergegeven.

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

29

De specifieke kernmerken en ontwikkelingsdoelen van dit gebied is als volgt. Beekdallandschap Het beekdallandschap van de Aa en de Leijgraaf wordt gekenmerkt door het specifieke waterbeheersysteem en natuurontwikkeling. Voor initiatieven in dit gebied moet rekening gehouden te worden met: •

•

Gezonde leefomgeving: o Bereikbaar, veilig en toegankelijk per fiets en wandelen; o Schoon, stil en natuurlijk; o Natuurinclusief voedsel; o Zorg in het groen. Leefbare kernen: o Kenmerken van het beekdallandschap vertalen in de inrichting: o Vasthouden van water; o Beken grootste deel van het jaar voeden uit kwelwater; o Circulair; o Klimaat- en natuurinclusief bouwen; o Revitaliseren van wijken; o Prioriteit aan wandelen en fietsen in met name de GGS; o Doorgaand verkeer ontmoedigen; o Alleen vrachtverkeer op basis van elektriciteit of waterstof (H2).

Toelichting TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f, Hommelsedijk 14 HD – 18 maart 2026

30

•

•

•

Klimaat en (herstel) biodiversiteit: o Grondwaterpeil 10 – 15 centimeter omhoog; o Het vasthouden en infiltreren van water voor de natuur en om ‘s-Hertogenbosch te beschermen; o Meer moerasbos en andere natuurlijke terreinen ontwikkelen; o Natuurinclusieve landbouw; o Herstellen van de historische lopen van beken; o Meer meanderingen en overstromingsgebieden; o Wind- of zonneparken of nieuwe gebouwen in het buitengebied gaan we terughoudend mee om. Vitale en duurzame landbouw en economie: o Natuurinclusieve landbouw en nieuwe verdienmodellen voor bijvoorbeeld dag- en verblijfsrecreatie, waterberging en natuurbeheer; o Dorpskernen hebben een levendig centrum met horeca en winkels; o Agrarische ondernemers ondersteunen bij de transitie of het verplaatsen naar het dekzandgebied; Kwaliteit landschap en erfgoed: o Het herstellen en beschermen van historische gebouwen met bijbehorende landerijen en van andere cultuurhistorische structuren.

De locatie is gelegen in het buitengebied en bevat geen landbouwactiviteiten en/of de realisatie van bos of andere natuur. De vigerende functie op de locatie is niet-agrarische bedrijvigheid. Het gaat hier om niet buitengebied gebonden bedrijvigheid. Het is de bedoeling de bedrijfswoning om te schakelen naar een burgerwoning met ondergeschikt aan het wonen de realisatie van vijf camperplekken. Door de sanering van verharding (bebouwing), landschappelijke inpassing en de toevoeging van een recreatieve functie ontstaat meer ruimte voor klimaat en biodiversiteit.

De vijf strategische thema’s 1. Een gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving bevordert de fysieke, sociale en mentale gezondheid van inwoners en nodigt uit tot activiteit voor jong en oud. Daarbij onderscheidt de gemeente de volgende richtinggevende ambities: Schoner We verminderen externe gezondheidsrisico’s door lucht, grond- en oppervlaktewater en bodem schoner te maken, minder geluids- en geuroverlast en de risico’s op zoönose klein te maken Dat doen we door de aanpak van de bron en door groene gezonde cirkels rondom onze dorpskernen aan te wijzen. Daar waar de bronnen buiten onze gemeente liggen, spreken we een gezamenlijke aanpak af met buurgemeenten, waterschap en provincie. Het plangebied ligt in het buitengebied van Heeswijk-Dinther (Bernheze), maar niet binnen een groene gezonde cirkel. Onderdeel van het planvoornemen is de sanering van een nietagrarische bedrijfsfunctie die niet buitengebied gebonden is. Dit draagt bij aan een schoner buitengebied. Groene Gezonde Structuren (GGS) We willen omstandigheden creëren zodat inwoners zelf actief hun gezondheid bevorderen. Dat doen we door het realiseren van Groene Gezonde Structuren (GGS). In deze groene gezonde structuren nodigen we mensen in een aantrekkelijke groen-blauwe omgeving uit om hun gezondheid te bevorderen door te bewegen, te sporten, te spelen, te ontspannen en/of te ontmoeten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=37a1ddf1-f016-45f1-983c-3ed59558c33d