CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Loo 37 - Toelichting BP

Raadsvergadering 31 oktober 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Loo 37 te Nistelrode' *19.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Dit wordt in een later stadium uitgewerkt en aangevraagd middels een omgevingsvergunning. De benodigde bergingsbehoefte en voorziening worden daarbij verder uitgewerkt. Geconcludeerd kan echter worden dat het perceel bij de woning voldoende groot is om het hemelwater op eigen terrein te infiltreren. Zoals weergegeven in figuur 2.4 kan bijvoorbeeld een infiltratiegreppel aangelegd worden om te voorzien in de benodigde bergingsbehoefte. Ter borging van bovenstaande is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen wordt gebruik gemaakt van niet uitlogende bouwmaterialen. Het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd op de ter plaatse gelegen drukriolering. Conclusie Het aspect water vorm geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.9

ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE Archeologie Vanaf 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. De Erfgoedwet bevat daarnaast regels voor omgang met archeologie in het algemeen. Zo is het verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met archeologische waarden. De gemeente Bernheze beschikt over een archeologische beleidskaart (4 april 2011). De locatie Loo 37 betreft een gebied met een hoge archeologische verwachting. Het gemeentelijk archeologiebeleid is door vertaald in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’.

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

45

Figuur 4.11: Uitsnede Archeologische beleidskaart gemeente Bernheze met aanduiding plangebied

Ter plaatse van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 2’. Voor het bouwen van bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 40 centimeter is een archeologisch onderzoek vereist. De planontwikkeling voorziet in de nieuwbouw van een Ruimte voor Ruimte woning. Ten behoeve van deze ontwikkeling is door Transect een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in bijlage 7. In een deel van het plangebied geldt op basis van het onderzoek een hoge archeologische verwachting. Het advies is deze zone middels een waarde in het bestemmingsplan te beschermen tegen verstoringen. Indien in deze zone graafwerkzaamheden zullen plaatsvinden ten behoeve van de realisatie van een woning en eventuele bijgebouwen, wordt geadviseerd in deze zones een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren in de karterende en waarderende fase. Gezien de relatief kleine ingreep zou dit vervolgonderzoek ook gecombineerd kunnen worden met de werkzaamheden. Voor een gravend onderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat door de bevoegde overheid is goedgekeurd. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Bernheze) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Cultuurhistorie Volgens de Erfgoedwet, die per 1 juli 2016 van kracht is, dient bij nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden te worden met het aanwezige culturele erfgoed. Samen met de nieuwe Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De cultuurhistorische waarden zijn weergegeven op de regionale erfgoedkaart en op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De CHW is vastgesteld in 2010 en op kleine onderdelen aangepast in de herziening 2016. De gemeente Bernheze beschikt ook over een eigen Cultuurhistoriekaart (20 januari 2014). Prominent op de CHW is het provinciaal cultuurhistorisch belang. Het gaat hierbij om erfgoed dat van belang is voor de regionale identiteit. Dit belang hangt nauw samen met het provinciaal ruimtelijk belang, zoals benoemd in de provinciale Structuurvisie ruimtelijke ordening. Het provinciaal belang is beperkt tot het landelijk gebied, waar de provincie haar belangrijkste taak heeft.

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

46

Figuur 4.12: Uitsnede Cultuurhistoriekaart Bernheze met aanduiding plangebied

Uit de cultuurhistorische kaarten blijkt dat er in de directe omgeving van het plangebied sprake is van cultuurhistorische waarden. De planlocatie ligt in een gebied dat is aangeduid als ‘oude akkers’ (esdek). Ook ligt het tegen een oude bebouwingsconcentratie aan en loopt aan de zuidzijde een oud wegtracé. De woonboerderij betreft een cultuurhistorisch waardevol pand. Het is aangewezen als een beeldbepalend object dat qua schoonheid van algemeen belang is vanwege het historische, stedenbouwkundige, architectonische en/of landschappelijk beeld. In het bestemmingsplan is het plangebied ook deels voorzien van de aanduiding ‘Waarde – Wijstgebieden’. Deze gronden zijn mede bestemd voor het behoud en herstel van wijstgronden, zijnde een besloten landschapsbeeld door de aanwezigheid van bosjes, elzensingels en knotwilgen met de aanwezigheid van kleine slootjes in de singels. Ook is de dubbelbestemming ‘Waarde – Aardkundig waardevol gebied’ opgenomen ter plaatse van het plangebied. De aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en bescherming van de aan het gebied toegekende aardkundige waarden, gekenmerkt door het aanwezig zijn bijzondere aardkundige verschijnselen zoals dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen. Het plan aan Loo 37 heeft geen negatieve gevolgen voor de aanwezige cultuurhistorische waarden. De cultuurhistorische woonboerderij blijft behouden.

De bebouwing wordt kleinschaliger, doordat er voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. Bovendien wordt de locatie landschappelijk ingepast, waarbij rekening wordt gehouden met het karakter en de historie van het gebied. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 2.3. De sloop van bebouwing in combinatie met het toevoegen van beplanting leidt tot een verbetering van de kwaliteit van het landschap en een versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden.

4.10

VERKEER EN PARKEREN Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er op treden en of dit een effect heeft op de verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte. De effecten op het aantal verkeersbewegingen wordt bepaald met de CROW-publicatie 317. De effecten op de parkeerbehoefte worden bepaald met de Parkeernormennota gemeente Bernheze (2015). Deze nota is bedoeld om een inzicht te geven in de parkeercapaciteit die benodigd is voor de diverse functies.

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

47

Verkeer Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling is ter plaatse van de bedrijfsbestemming sprake van een beperkte toename van het aantal lichte motorvoertuigen (autoverkeer en bestelbusjes) te verwachten. De bedrijfsactiviteiten vallen volgens de CROW-publicatie onder de functie ‘loods, opslag, transportbedrijf’ met een maximale verkeersgeneratie van 5,7 per 100 m2 bvo. De bedrijfsvloeroppervlakte aan Loo 37 bedraagt circa 5.000 m2. De berekende verkeersgeneratie op basis van de CROW bedraagt 285 voertuigen. Zoals blijkt uit het akoestisch onderzoek (zie bijlage 3) ligt dit aantal in werkelijkheid veel lager. Dit komt doordat sprake is van statische opslag. Dit betreft goederen die slechts zelden verplaatst worden. De beschikbare capaciteit van de omliggende infrastructuur is met de huidige intensiteiten ruim voldoende om de toekomstige toename van het lichte motorvoertuigenverkeer vlot en veilig te verwerken. Parkeren Per woning zijn conform de Parkeernormennota Bernheze (2015) 2 parkeerplaatsen benodigd. Daarnaast zijn 0,9 parkeerplaatsen per 100 m2 (statische) opslag benodigd. Bij de woningen is op eigen terrein voldoende ruimte aanwezig om te parkeren. Bij de bedrijfsbestemming is het perceel ten oosten en noorden van de opslagloods voorzien van verharding met voldoende parkeergelegenheid.

Op onderstaande afbeelding is middels arcering de verharding met parkeergelegenheid aangeduid. Er zijn tenminste 50 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig wat ruim voldoende is om te kunnen voldoen aan gestelde parkeernorm.

30 parkeerplaatsen 20 parkeerplaatsen

4.11

Figuur 4.13: Overzicht parkeervoorziening bij bedrijfsbestemming Loo 37

M.E.R.-BEOORDELING Het voorkomen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. M.e.r. is een procedure met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

48

Milieueffectrapportage (m.e.r.) is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Naast de Wet milieubeheer is het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Om te bepalen of een m.e.r.procedure of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst C en D van het Besluit m.e.r overschrijdt. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit onderdeel C geldt een directe m.e.r.-plicht en dient een milieueffect-rapportage opgesteld te worden. In onderdeel D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht. De drempelwaarden in kolom 2 van de D- lijst behorende bij het Besluit m.e.r. zijn indicatief. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden van kolom 2 vallen dient een toets te worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Hiervoor geldt de vormvrije m.e.r.-beoordeling voor zowel kaderstellende plannen als voor besluiten. De ontwikkeling ziet toe op de toevoeging van één woning en een bedrijf met caravanstalling en statische opslag.

Het realiseren van woningen valt in beginsel onder onderdeel D (stedelijk ontwikkelingstraject, catergorie D.11.2) van de bijlage bij het Besluit m.e.r.. Aangezien het gaat om het realiseren van één woning in het buitengebied waarin de realisatie van meerdere woningen niet wenselijk is, kan gelet op de aarde en de omvang gesteld worden dat geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingstraject in de zin het Besluit m.e.r.. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is derhalve niet noodzakelijk. De bedrijfsactiviteit in de vorm van caravanstalling en statische opslag betreft geen ontwikkeling zoals bedoeld in bijlage C en D van het Besluit milieueffectrapportage. Ook ziet deze bedrijfsactiviteit gezien de aard van de aanwezige activiteiten niet op een stedelijk ontwikkelingsproject. De bedrijfsactiviteiten vinden plaats in het buitengebied in bestaande bebouwing. Daarnaast is statische opslag te kenmerken als opslag met weinig en incidentele verkeersbewegingen. De wegenstructuur was reeds toereikend voor de voormalige agrarische bedrijfsactiviteiten die zijn vervallen. Daarnaast is de bedrijfsbebouwing reeds 15 jaar in gebruik als statische opslag. De wegenstructuur rondom de planlocatie biedt voldoende mogelijkheid tot het verwerken van de verkeersbewegingen ten behoeve van statische opslag.

Verder blijkt uit de beoordeling zoals verwerkt in deze toelichting dat de ontwikkeling passend is in het gebied en niet leidt tot nadelige gevolgen voor het milieu en de omgeving. Een (vormvrije) m.e.r. beoordeling is hierdoor niet noodzakelijk.

4.12

VOLKSGEZONDHEID IN RELATIE TOT VEEHOUDERIJEN Bij ruimtelijke ontwikkelingen speelt gezondheid een centrale rol. Om een gezonde leefomgeving te creëren (en te behouden) zijn tal van wetgevingen geïntroduceerd. Een groot deel van de voorgaande paragrafen bevatten een toets aan wetgeving. Deze wetgeving heeft één centrale doelstelling: het stellen van regels inzake het voorkomen of beperken van negatieve gevolgen voor de menselijke gezondheid en het milieu. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient dit aspect meegewogen te worden.

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

49

Handreiking veehouderij en volksgezondheid De Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 bevat een praktisch stappenplan om te beoordelen of nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Er dienen zeven stappen doorlopen en beantwoord te worden om na te gaan of er aandachtspunten worden gevonden. In stap 1 van de handreiking wordt getoetst aan endotoxine. Op basis van het ‘Endotoxine toetsingskader 1.0’ kan worden beoordeeld of sprake is van een verhoogd volksgezondheidsrisico ten aanzien van varkenshouderijen en pluimveehouderijen. De meest dichtbijgelegen intensieve veehouderij is gesitueerd op een afstand van ruim 1 kilometer. Het plangebied ligt buiten de richtafstanden die aangehouden moeten worden rondom de varkens- en pluimveehouderijen in de omgeving. Er is geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Stap 2, toename emissies, is niet van toepassing omdat het plan geen uitbreiding van een veehouderij betreft. In stap 3 wordt getoetst aan geur. Bij 3b wordt voor geur getoetst aan de gezondheidskundige advieswaarden. Deze zijn maatgevend ten opzichte van stap 3a. Voor het buitengebied zijn deze waarden:  5 ou/m3 voor de voorgrondbelasting. Deze norm wordt niet overschreden;  10 ou/m3 voor de achtergrondbelasting.

Deze norm wordt niet overschreden; Er zijn geen bedrijven in de omgeving waar bedrijfsmatig een combinatie van de volgende dieren worden gehouden:  Varkens en pluimvee;  Rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten);  Kleine herkauwers onderling. Aan stap 4 wordt voldaan. In stap 5 wordt getoetst aan de afstand tot een geitenhouderij en pluimveebedrijf. Uit het VGO-2 onderzoek is gebleken dat zich in een straal van circa 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Binnen een afstand van twee kilometer tot het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Dit aspect is derhalve niet van toepassing. Ook liggen er geen pluimveebedrijven binnen een afstand van 1 kilometer. De planlocatie is wel gelegen binnen 250 meter van overige veehouderijen (Loo 24 (melkveehouderij), Loo 22 (melkveehouderij) en Loo 33 (vleeskalverhouderij)). Er wordt echter voldaan aan de normen voor fijn stof, de concentratie endotoxine en de geurnormen. Er is hierdoor geen sprake van een verhoogd volksgezondheidsrisico. Een GGD-advies is hierom niet noodzakelijk. Er bevindt zich geen zelfstandige mestbewerking of verwerking in de directe omgeving. Ook is er geen ongerustheid bij omwonenden over de volksgezondheid. Aan stap 6 en 7 wordt daarmee voldaan.

4.13

SPUITZONES ln het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter,

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

50

tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Het bestemmingsplan kent geen regels over spuitactiviteiten op agrarische gronden. Wanneer de aanduiding teeltondersteunende voorzieningen wordt toegekend aan percelen dient op basis van het bestemmingsplan wel rekening gehouden te worden met een spuitvrije zone van 50 meter tot gevoelige functies. Binnen een afstand van 50 meter tot het plangebied is echter geen sprake van spuit-activiteiten in het kader van gewasbescherming. Dit aspect is derhalve niet van toepassing.

4.14

HOOGSPANNINGSLIJNEN Er is een advies van het rijk uit 2005 over bovengrondse hoogspanningslijnen. Hierin staat dat het niet wenselijk is dat kinderen langdurig verblijven binnen de magneetveldzone. Bij het mogelijk maken van woningen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen moet rekening worden gehouden met de magneetvelden langs de hoogspanningslijnen. In een ruimtelijk plan moet rekening worden gehouden met de magneetveldzone. Dit betekent dat, voorkomen moet worden dat er gevoelige functies binnen een zone van een hoogspanningslijn komen te liggen. Is dit wel het geval, dan moet er een zorgvuldige afweging plaatsvinden. Voor hoogspanningslijnen gelden geen risicoafstanden, maar indicatieve zones. Ten westen van het plangebied is een hoogspanningslijn van 150 kV aanwezig (Oss-Uden). Deze hoogspanningslijn kent een indicatieve zone van 60 meter aan weerszijden. Het plangebied ligt op een afstand van circa 150 meter van deze hoogspanningslijn. Dit aspect is derhalve niet relevant.

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

51

HOOFDSTUK 5

5 1 Uitvoerbaarheid 5.1

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Dit plan betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemer, die eigenaar is van de betreffende gronden, fungeert als financiële drager van het onderhavige plan en heeft voor de uitvoering de benodigde financiële middelen gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering. Voor het overige zijn er geen gemeentelijke financiën met het project gemoeid. Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd. In voorliggende situatie is het kostenverhaal vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente Bernheze en initiatiefnemer. Ook eventueel planschadeverhaal is hierin geregeld.

5.2

JURIDISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID De bestemmingswijziging vindt plaats op een perceel dat eigendom is van de initiatiefnemer. Het plan heeft geen negatieve milieugevolgen en zal niet voor overlast zorgen voor omliggende bedrijven of woningen. Het ontwerp van het bestemmingsplan ‘Loo 37’ is overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening in vooroverleg gezonden naar de betrokken overheidsdiensten en instanties. Daarnaast doorloopt het bestemmingsplan de procedure van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken, van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Gedurende de termijn van ter inzagelegging heeft iedereen schriftelijk en mondeling kunnen reageren op het besluit door het indienen van een zienswijze. Tegen het ontwerpbestemmingsplan is een zienswijze ingediend door de Provincie Noord-Brabant. In de Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (bijlage 11) zijn de zienswijzen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan samengevat en voorzien van een reactie. Ook zijn een aantal ambtshalve wijzigingen doorgevoerd welke door beperkte tijd niet meer verwerkt zijn in het ontwerpbestemmingsplan. Deze zijn ook opgenomen in de nota. Naar aanleiding van deze zienswijzen en ambtshalve wijzigingen is het plan op een aantal punten aangepast en gewijzigd vastgesteld.

Het vastgestelde plan wordt voor een termijn van zes weken ter inzage gelegd. Tijdens de ter inzage legging kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Raad van State.

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

52

BIJLAGEN

Bijlagen 

BIJLAGE 1: LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

BIJLAGE 2: GEURBEREKENINGEN

BIJLAGE 3: AKOESTISCH ONDERZOEK

BIJLAGE 4: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA

BIJLAGE 5: AERIUSBEREKENING

BIJLAGE 6: BODEMONDERZOEK

BIJLAGE 7: ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

BIJLAGE 8: VERANTWOORDING GROEPSRISICO

BIJLAGE 9: CERTIFICAAT RUIMTE VOOR RUIMTE

BIJLAGE 10: ZORGVULDIGE DIALOOG

BIJLAGE 11: NOTA ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

53

Toelichting bestemmingsplan, Loo 37, Nistelrode

54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=d3b65701-b4dd-4299-a663-9f800de9c419