Jaarstukken 2024
Tekst van het document
Rioolheffing Op basis van het Gemeentelijk Rioolplan 2020-2023 zijn de tarieven aangepast met de trendmatige prijsindex van 6,2%.
55
Ontwikkeling woonlasten en lokale lastendruk Onder woonlasten verstaan wij het totaalbedrag dat onze inwoners moeten betalen voor: OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing. De volgende ontwikkelingen zien wij in waarden, aantallen en tarieven: Ontwikkeling
2023
2024
Woz-waarde woning
424.558
450.174
WOZ-waarde niet woning
441.597
448.855
Index tarief OZB woning
6,2%
Index tarief OZB niet woning
4,3%
Index tarief rioolrecht woning/niet woning
6,2%
AFV gem. ledigingen huishouden GFT
8,5
8,87
AFV gem. ledigingen huishouden REST
4,9
5,48
AFV tarief vastrecht
145,00
159,00
AFV tarief lediging GFT
1,00
1,50
AFV tarief lediging REST
16,00
19,50
Teruggave op vastrecht (res. Afvalstoffenheffing)
-20,00
-20,00
Teruggave per gezinshuishouden (res. nog nader te bestemmen)
Overzicht ontwikkeling gemiddelde lokale lastendruk
2023 Bedrag
-12,00
2024 Bedrag
Wijziging ten opzichte van 2023 (%)
Woningen
Eigenaar
533,67
563,62
5,6%
Woningen
Gebruiker
211,90
247,17
16,6%
Woningen
Eigenaar en gebruiker
745,57
810,78
8,7%
Niet-woningen
Eigenaar
1.528,81
1.571,89
2,8%
Niet-woningen
Gebruiker
1.084,56
1.167,02
7,6%
Niet-woningen
Eigenaar en gebruiker
2.613,37
2.738,91
4,8%
Onderstaande redenen leiden tot afwijking van de gemiddelde lastendruk: - De toename aantal ledigingen restafval in combinatie met de tariefstijging zorgt voor een meer dan verwachte stijging in 2024 voor gebruikers en eigenaar/ gebruikers woningen.
Kwijtscheldingsbeleid Op basis van artikel 26 van de invorderingswet geven wij uitvoering aan de kwijtschelding van belastingen. Op 27 juni 2019 besloot uw raad in het kader van de harmonisatie van het kwijtscheldingsbeleid BSOB, dat:
56
-
voor de kosten van bestaan een percentage van 100% van de bijstandsnorm te hanteren voor personen jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd; de norm voor de kosten van bestaan voor AOW-gerechtigden te baseren op de toepasselijke netto AOW-bedragen in de plaats van op de toepasselijke bijstandsnorm; bij het bepalen van het netto-besteedbare inkomen voor kwijtschelding rekening wordt gehouden met de kosten van kinderopvang; de kwijtschelding voor natuurlijke personen die een bedrijf of een zelfstandig beroep uitoefenen (kleine ondernemers) in stand wordt gehouden.
Voor kwijtschelding komt in aanmerking: - Afvalstoffenheffing tot het vastgesteld maximum van € 152,- o.b.v. Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Bernheze 2023. - Totale kwijtschelding 2024 bedraagt € 58.960,-.
Kostendekkendheid tarieven In het Besluit begroting en verantwoording is bepaald dat alleen kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Dit betekent dat het niet zondermeer mogelijk om vanuit de taakvelden volledig inzicht te krijgen in alle kosten die maximaal kostendekkend mogen zijn. Kosten van overhead worden centraal geraamd, maar dienen wel in verband gebracht te worden met de integrale kostprijs. Om deze reden is het van belang dat op een andere wijze uit de begroting blijkt hoe de tarieven worden berekend en welke (beleids)keuzes bij die berekening zijn gemaakt. Deze paragraaf verschaft deze informatie.
Rioolheffing Goede riolering is nodig voor de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Als gemeente hebben we de taak om voor die riolering te zorgen: we hebben de zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. Met het nieuwe, meer adaptieve, GRP willen wij verder gaan door: - nog nadrukkelijker te kijken naar ontwikkelingen die in de stedelijke omgeving plaatsvinden rond water, grondstoffen, energie en ruimtelijke ontwikkelingen; - de zorgplicht nog breder in te bedden in de interne en externe processen, waardoor betere afstemming plaatsvindt op andere processen in de (openbare) ruimte. - Het projectmatig klimaat adaptief inrichten van de openbare ruimte. De beleidsambities die hierbij horen zijn: - adaptief en risicogestuurd beheer; - klimaatadaptatie; - samenwerking in As50+-verband; - inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. 57
Om alle kosten te kunnen dekken, heffen we rioolheffing. We heffen van eigenaren op basis van de WOZ-waarde Hierbij wordt onderscheid gemaakt in: - onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen, en - onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. Het grootste deel van de lasten is bedoeld voor het opvangen van de vervanging en reiniging van de riolering. Gezien het feit dat er nogal wat onzekerheden zijn over het exacte tijdstip van de vervangingspiek (na 2040) en de ontwikkeling van nieuwe (goedkopere) renovatietechnieken is het niet verstandig om per direct een theoretisch op lange termijn kostendekkend tarief te hanteren. De huidige heffing ligt onder het op lange termijn kostendekkende tarief. Er zijn vele scenario’s mogelijk om naar een kostendekkend niveau te groeien. In wezen is het een vraagstuk van verdeling in de tijd: hoe langzamer we naar een kostendekkend niveau groeien, hoe hoger we uiteindelijk uitkomen. Het zwaartepunt van de uitgaven komt na 2040. Daarom passen wij het tarief de komende jaren niet aan (behoudens inflatiecorrectie). Vanaf 2030, rekening houdend met de verwachtte vervangingspiek, gaan we de tarieven verhogen. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de noodzaak tot stijging ontbreekt.
Een tariefstijging hoeft namelijk pas na drie planperiodes (2030) te worden doorgevoerd om vanaf die periode te gaan sparen voor de (theoretische) vervangingspiek die na 2040 zal gaan optreden. De komende jaren zal duidelijk worden of die piek ook daadwerkelijk gaat optreden. In de tussenliggende periode zal de strategie vervangen versus relinen verder worden geoptimaliseerd. Deze benadering is tevens in overeenstemming met de aanbeveling van de Commissie BBV om ten behoeve van het tarief een horizon van 10 jaar te hanteren. Kosten taakveld Riolering, excl. onderhoud incl. (omslag)rente1 Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Riolering
2.206.558 45.131 2.161.427
Toe te rekenen kosten: Overhead
186.293
BTW2
255.026
Totale kosten
Overige opbrengsten beschikking reserves
2.602.746
-94.159
Opbrengst heffingen
2.680.944
Totaal opbrengsten
2.586.785
Dekkingspercentage
99,39%
1) 2)
Geen omslagrente a.g.v. ontbreken van boekwaarde activa. De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele btw is een korting toegepast op de algemene uitkering.
58
Afvalstoffenheffing De focus ten aanzien van afval ligt tegenwoordig op het maximaal hergebruiken van producten en grondstoffen: de circulaire economie. Afval zien als grondstof is goedkoper, duurzamer en milieuvriendelijker. De richting die we op moeten is het denken en handelen van inwoners (nog) verder om te schakelen van afval naar grondstof, zodat het hergebruik stijgt en de hoeveelheid restafval daalt. De volgende ambities zijn in het beleidsplan opgenomen: - De milieuambitie: Bernheze moet er naar streven om in 2030 afvalloos te zijn (dat wil zeggen dat er geen huishoudelijk afval meer vrijkomt dat als restafval verwerkt moet worden). - De kostenambitie kan omschreven worden als “een goede kwaliteit tegen een redelijke prijs”. Bij voorkeur gaan de kosten voor afvalbeheer niet omhoog, maar een stijging is bespreekbaar als daar wat tegenover staat. - De serviceambitie: gemak voor de burger. Inwoners moeten hun afval zo veel mogelijk kwijt kunnen op het moment dat zij dat willen en zij zich dus ook weinig zorgen hoeven te maken over opslagruimte in huis (niet méér opslagmiddelen dan noodzakelijk). - Aandacht voor werkgelegenheid (als vierde element aan de afvaldriehoek): preventie, hergebruik en recycling van afval kan lokale (sociale) werkgelegenheid opleveren.
Denk hierbij aan nieuwe werkgelegenheid door sortering en vermarkting van afvalstromen, kringloopwinkels en repair-cafés. Dit aandachtspunt hanteren we als secundaire ambitie. De fysieke inzamelstructuur is opgebouwd uit een haalsysteem (huis-aan-huis), een decentraal brengsysteem en een centraal brengsysteem (milieustraat en twee groendepots). De financiële inzamelstructuur is opgebouwd uit: - een belasting per perceel (vastrecht), - een belasting voor het ledigen van een kliko fijn huishoudelijk restafval (fHRA), - een belasting voor het aanleveren van bepaalde afvalstromen op de milieustraat (poorttarief). Daarnaast zijn kosten verbonden aan het gebruik maken van de haalservice voor grof tuinafval binnen de bebouwde kom. Dit geheel van de afvalstoffenheffing is maximaal 100% kostendekkend. Kosten taakveld Afval, excl. onderhoud incl.(omslag)rente Inkomsten taakveld (afval), excl. heffingen Netto kosten taakveld afval
3.536.038 467.742 3.068.296
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
1
Totale kosten
Overige opbrengsten beschikking reserves:
35.937 564.015 3.668.248
216.650
59
Opbrengst heffingen
3.451.598
Totaal opbrengsten
3.668.248
Dekkingspercentage
100,00%
1)
De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft de kostprijsverhogende compensabele BTW over de gemaakte kosten. Voor deze compensabele is een korting toegepast op de algemene uitkering.
Grafrechten Grafrechten zijn retributies die de gemeente kan heffen op grond van artikel 229, eerste lid, onder a en b, van de Gemeentewet. Zij worden geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats of het gemeentelijke crematorium en voor het genot van in verband daarmee door de gemeente verleende diensten. De activiteiten binnen het taakveld Begraafplaatsen en crematoria gebaseerd op de Wet op de lijkbezorging hebben vooral een administratief karakter en zijn de volgende: - toewijzen van nieuwe graven/urnen; - begraven en cremeren; - reserveren van een bestaand of nieuw graf; - verlengen en beëindigen van grafrechten; - opgraven en/of herbegraven of cremeren; - contacten met rechthebbenden, grafdelvers en uitvaartdiensten. Daarnaast worden kosten gemaakt voor de instandhouding van onze gemeentelijke begraafplaats. Kosten die wij maken voor de instandhouding particuliere begraafplaats en oorlogsgraven laten wij buiten beschouwing. Bovenstaande activiteiten zijn volledig toe te rekenen aan de kostendekkendheid grafrechten, met als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Door de forse daling in het aantal begravingen en verlengingen, is er voor gekozen de tarieven alleen te indexering (dus geen kostendekkende tarieven).
Dit komt tot uiting door de negatieve dotatie aan de voorziening begraafplaats, met als gevolg dat begraafplaats ’t Loo vooralsnog geen nadeel in de exploitatie laat zien. Er is een onderzoek gestart naar de toekomst van begraafplaats ’t Loo. Uitkomsten, beleidsmatig en financieel, zullen in 2025 volgen. Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria, incl. (omslag)rente1
82.080
Kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria dotatie voorziening
-66.448
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria
15.632
Toe te rekenen kosten: Overhead
14.688
Totale kosten
30.320
60
Overige opbrengsten, dekking reserve Opbrengst heffingen
30.320
Totaal opbrengsten
30.320
Dekkingspercentage
100,00%
1)
Betreffen kosten taakveld Begraafplaatsen en crematoria exclusief de kosten begraafplaats Parkstraat (geen gemeentelijke begraafplaats) en overige lasten lijkbezorging (geen betrekking op gemeentelijke begraafplaats.
Leges De huidige legesverordening is verdeeld in drie hoofdstukken, namelijk: - Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening; - Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet; - Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2 Kruissubsidiëring binnen een titel is mogelijk, maar niet meer tussen titels.
Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening Hoofdstuk 1 bevat leges die voornamelijk betrekking hebben op de producten burgerzaken en producten bestuursstukken. Een aantal van deze leges zijn door het Rijk gemaximeerd met als gevolg dat het kostendekkend maken van hoofdstuk 1 effecten kan hebben op de andere producten binnen hoofdstuk 1. Vooralsnog maken we de keuze om binnen hoofdstuk 1 (algemene dienstverlening) geen kruissubsidiëring toe te passen. Daarmee accepteren wij een niet 100% dekking. Door de paspoortpiek (verwachting van 2024 tot en met 2028) worden meer opbrengsten uit leges verwacht voor paspoorten en rijbewijzen. Deze zijn al zichtbaar in 2024 en resulteren in een stijging van de kostendekkendheid naar 52,69%. Kosten taakveld (Burgerzaken)1
1.014.463
Netto kosten taakveld Burgerzaken
1.014.463
Toe te rekenen kosten: Overhead (taakveld BZ) Kosten taakveld (Ruimtelijke Ordening) Totale kosten
361.374 3.189 1.379.026
Overige opbrengsten: Inkomsten taakveld excl. Heffingen Netto kosten
21.306 1.357.720
Opbrengst heffingen
715.391
Totaal opbrengsten
715.391
Dekkingspercentage
52,69%
61
1)
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet ingevoerd. De Omgevingswet gaat over de ruimte waarin mensen wonen, werken en ontspannen. Deze nieuwe wet voegt oude wetten samen en bevat regels voor wat er buiten te zien, horen en ruiken is. Een van de kernbegrippen in de Omgevingswet is de 'fysieke leefomgeving'. Dit begrip bepaalt de werkingssfeer van de Omgevingswet. We zijn per 1-1-2024 gestart met de nieuwe Omgevingswet. De beginperiode 2024 hadden we nog te maken met de overloop van initiatieven uit 2023, welke nog in 2024 afgewikkeld moesten worden. Voor Hoofdstuk 2 geldt bij de begroting maximaal 100% kostendekkende tarieven. Kosten taakveld Wonen en bouwen1 Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Wonen en bouwen
774.130 0 774.130
Toe te rekenen kosten: Overhead
281.948
Kosten taakveld Burgerzaken
20.916
Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer
67.402
Kosten taakveld Cultureel erfgoed
5.496
Kosten taakveld Ruimtelijke ordening
11.391
Totale kosten
1.161.283
Opbrengst leges
1.096.803
Totaal opbrengsten
1.096.803
Dekkingspercentage
94,45%
1)
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
Hoofdstuk 3: Leges Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder Hoofdstuk 2 Bevat alle leges die betrekking hebben op producten horeca, evenementen, brandbeveiligingsverordening en overige vergunningen in het kader van de APV (veelal producten met een maatschappelijk karakter). Uw raad heeft zich uitgesproken om diensten in het maatschappelijk belang laag te houden waardoor de bereikbaarheid van en aan burgers in de samenleving gegarandeerd blijft.
62
Kosten taakveld Economische promotie1
51.358
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld Economische promotie
51.358
Toe te rekenen kosten: Overhead
19.584
Kosten taakveld Crisisbeheersing en brandweer
33.701
Kosten taakveld ruimtelijke ordening
456
Totale kosten
105.099
Opbrengst leges
17.712
Totaal opbrengsten
17.712
Dekkingspercentage
16,85%
1)
Omslagrente niet van toepassing; geen boekwaarde aanwezig.
Leges marktgelden Marktgelden worden geheven voor innemen van een marktplaats op één van de wekelijkse warenmarkten, of zijnde een standwerkersplaats. Losse standplaatsen en ventvergunningen vallen hier niet onder. Voor marktgelden geldt als uitgangspunt maximaal 100% kostendekkende tarieven. Kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen1
22.726
Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen
18.010
Netto kosten taakveld Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen
4.716
Toe te rekenen kosten: Overhead
14.688
kosten taakveld Economische promotie
7.171
Totale kosten
26.575
Opbrengst leges
15.784
Totaal opbrengsten
15.784
Dekkingspercentage
59,39%
63
B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Voor een gezonde financiële positie moet de gemeente over voldoende weerstandsvermogen beschikken. Weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om haar taken voort te zetten ondanks financiële tegenvallers. Dit betekent dat de gemeente middelen beschikbaar moet hebben of in de loop der tijd middelen beschikbaar kan maken om eventuele financiële risico’s als die zich voordoen op te vangen. Hiermee voorkomt de gemeente dat elke niet begrote, financiële tegenvaller direct dwingt tot bezuinigen of dat er juist een onnodig hoge financiële buffer wordt aangehouden. Voordat dit weerstandsvermogen bepaald kan worden zal zij eerst de weerstandscapaciteit en de risico’s moeten inventariseren. Het weerstandsvermogen wordt weergegeven in een ratio dat weergeeft in hoeverre de gemeente in staat is de risico’s op te vangen.
Weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit wordt bepaald door de vrij beschikbare middelen die we in kunnen zetten voor eventuele dekking bij het voordoen van risico’s. Wij maken daarbij onderscheid tussen een incidentele en een structurele component. Bij het beoordelen van de begroting en jaarrekening hanteert de toezichthouder (provincie) voor de algemene reserves het bedrag zoals geraamd per 1 januari van het begrotingsjaar. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit: - Algemene reserves Naast de reserve nog nader te bestemmen hebben wij ook een algemene weerstandsreserve. Het is de algemene weerstandsreserve die wij volledig inzetten ten behoeve van de weerstandscapaciteit. De reserve nog nader te bestemmen zien wij als volledig vrij beschikbaar om in te zetten voor andere doeleinden waar de raad over kan beslissen. - Post onvoorzien (incidenteel) De post onvoorzien kan incidenteel worden ingezet als weerstandscapaciteit. Gedurende het uitvoeringsjaar kan dit budget worden ingezet voor concrete bestedingsvoorstellen. Bij de jaarrekening zal deze post onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat. - Stille reserves Niet aanwezig. - Incidentele begrotingsruimte Bij de jaarrekening zal deze post onderdeel uitmaken van het rekeningresultaat.
64
Reserves Overzicht per balansdatum: Reserves
Omvang Stand per 1-1-2024
Weerstandscapaciteit
Algemene reserve (reserve nog nader te bestemmen)
29.610.897
0
Algemene weerstandsreserve
5.238.667
5.238.667
Post onvoorzien (incidenteel)
94.472
0
0
0
Stille reserves Incidentele begrotingsruimte
387.652
0
Totaal
5.238.667
*Maakt geen onderdeel uit van de incidentele weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit:
Onbenutte belastingcapaciteit Het Rijk heeft met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) afgesproken dat vanaf 2020 een benchmark woonlasten wordt ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. De provincie geeft daarnaast aan dat de onbenutte belastingcapaciteit als volgt bepaald moet worden: “De nog onbenutte OZB gelijk aan de belastingheffing die nog kan plaatsvinden tot het niveau dat een gemeente moet heffen om voor toelating artikel 12 aanvraag in aanmerking te komen (onder curatelestelling rijk)”. Deze richtlijn volgen we.
2024
Artikel 12 norm
Gewogen gemiddelde OZB tarief Bernheze
Ruimte ten opzichte van artikel 12 norm
0,1614%
0,1182%
3.080.277
Post onvoorzien structureel Niet aanwezig.
Structurele begrotingsruimte •
Structurele ruimte primitieve begroting 2024 € 387.652
•
Wijzigingen na opmaak begroting 2024 -/- € 18.387 Stand per 1-1
Onbenutte belastingcapaciteit
3.080.277
Post onvoorzien (structureel)
0
Structurele begrotingsruimte (incl. wijzigingen na opmaak begroting 2024)
369.265
65
Stand per 1-1 Aanwezige structurele weerstandscapaciteit
3.449.542
Risico's Kwantificering risico’s Voor de kwantificering van de afzonderlijke risico’s maken wij gebruik van: - de maximale omvang van het risico; - de kans dat een risico zich voordoet (risicofactor); - de termijn waarbinnen dit risico verwacht kan worden (tijdsfactor). We maken bij de begroting en de jaarrekening een inschatting op basis van risicovolume, frequentie en tijd.
Berekeningswijze Omvang risico (gewogen) = maximale omvang (ongewogen) x risicofactor x tijdsfactor Soort
Toelichting
Percentage
Risicofactor 1
Hoog
80%
Risicofactor 2
Gemiddeld
50%
Risicofactor 3
Laag
20%
Tijdfactor 1
binnen 1 jaar
100%
Tijdfactor 2
binnen 2 jaar
50%
Tijdfactor 3
binnen 5 jaar
20%
Tijdfactor 4
langer dan 5 jaar
10%
Op basis van deze berekeningswijze zijn de risico’s doorgerekend. In de volgende tabellen zijn de risico’s weergegeven, gesplitst in incidentele en structurele risico’s.
Overzicht incidentele risico’s Risicobeschrijving
Risicovolume
Gewogen risico
Nieuwe omgevingswet
100.000
25.000
Renovatie Bruijstenhof
500.000
50.000
Startersleningen
50.000
1.000
Herplaatsingsgarantie flexwoningen
949.000
18.980
4.758.907
4.758.907
Vlagheide
500.000
400.000
Terugbrengen uren ODBN “EFTAL”
120.000
12.000
p.m.
p.m.
1.814.314
1.814.314
Bouwgrondexploitatie
Beëindiging ketenovereenkomst Heesch West
66
Risicobeschrijving
Risicovolume
Gewogen risico
Wachtgelden wethouders
500.000
50.000
Gevolgen Wet toekomst pensioenen (Wtp)
200.000
80.000
9.492.221
7.210.201
Totaal incidentele risico’s
Overzicht structurele risico’s Risicobeschrijving
Risicovolume
Gewogen risico
Leerlingenvervoer
50.000
25.000
Participatiebudget – inkomensdeel
283.000
226.400
Minimabeleid
100.000
80.000
Participatiewet – Wsw
347.000
34.700
WMO (HH / hulpmiddelen / Wmo 2015)
650.000
520.000
Jeugdzorg
776.000
620.800
Regionale ambulancevoorziening
15.000
600
Begeleid werken
90.600
9.060
Algemene uitkering
2.973.000
1.189.200
Totaal structurele risico’s
5.284.600
2.705.760
Onder “Geïnventariseerde risico’s” ziet u de verdere onderbouwing van de benoemde risico’s.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mogelijkheden weer van de gemeente om risico’s op te kunnen vangen. Dit vermogen om risico’s op te vangen wordt weergegeven door een ratio. Deze ratio is een verhoudingsgetal tussen de weerstandscapaciteit en de geïnventariseerde risico's. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit (berekende risico-omvang) en wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal/ratio. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt gebruik gemaakt van de onderstaande waarderingstabel, gebaseerd op de uitgangspunten van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR): Ratio
Betekenis
>2
Uitstekend
1,4 tot 2,0
Ruim voldoende
1,0 tot 1,4 (100% tot 140%)
Voldoende
0,8 tot 1,0
Matig
0,6 tot 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Wij streven naar een Voldoende (ratio minimaal 1,0 (100%); maximaal 1,4 (140%). 67
Risico
Weerstandscapaciteit
Ratio
Aanpassing capaciteit
Aanpassing Ratio
Incidenteel
7.210.201
5.238.667
73%
6.466.419
90%
Structureel
2.705.760
3.449.542
127%
3.449.542
127%
Totaal
9.915.961
8.688.209
88%
9.915.961
100%
Het weerstandsvermogen zal zich op basis van de gekozen ratio (tussen 1,0 en 1,4) en de aanwezige risico-omvang tussen de € 9.915.961,- (1,0 x risico-omvang) en € 13.882.345,- (1,4 x risico-omvang) moeten bevinden. Wij constateren dat op basis van de inventarisatie risico’s en de weerstandscapaciteit, het weerstandsvermogen ‘matig’ is met 90%. Om het weerstandsvermogen op het gewenste niveau te brengen (tussen de 1,0 en 1,4), is het noodzakelijk de algemene weerstandsreserve in deze jaarrekening 2024 te verhogen met € 1.227.752,-.
Geïnventariseerde risico’s Programma 1: Leefbare Kernen Nieuwe Omgevingswet (incidenteel € 100.000,-) (risico 2 en tijd 2) De huidige wet- en regelgeving is per 1 januari 2024 vervangen door de Omgevingswet. Behalve een benadering van deze wet vanuit instrumentele en ruimtelijke-juridische focus constateren we dat dit ook gevolgen heeft voor de organisatorische capaciteit en het kostenverhaal. De gevolgen voor de personele bezetting, ICT-voorzieningen en legesopbrengsten zijn grotendeels opgelost. Blijven mogelijk nog wel ruimtelijke-juridische aspecten als risico staan.
Renovatie woonwagencentrum Bruijstenhof (incidenteel € 500.000,-) (risico 2 en tijd 3) De renovatie van woonwagencentrum Bruijstenhof heeft een risico in zich van vervuilde grond.
Startersleningen (incidenteel € 50.000,- = 10% van boekwaarde) (risico 3 en tijd 4) Vanaf 1 januari 2014 geldt voor geldgevers van startersleningen een eigen risico van 10%. Dit betekent dat als er een verliesdeclaratie van een starter bij NHG wordt ingediend, de gemeente 10% hiervan voor eigen rekening moet nemen. Onze gemeente stopte met ingang van 1 mei 2015 met de startersleningen, maar startte in 2020 hier weer mee.
Herplaatsingsgarantie flexwoningen (incidenteel € 949.000,-) (risico 3 en tijd 4) De gemeente is voornemens 69 flexwoningen te realiseren met een totale restwaarde van 68
€ 3,8 mln. Medio juli 2024 is het raadsvoorstel aangenomen om deel te nemen aan de garantieregeling voor het herplaatsen van flexwoningen. Indien de flexwoning na 15 jaar nergens in Nederland kan worden herplaatst, kan de woningcorporatie gebruik maken van de garantstelling. Middels deze garantieregeling is de gemeente voor 25% verantwoordelijk indien een partij aanspraak maakt op de betreffende regeling. De kans dat nergens in Nederland de mogelijkheid bestaat om flexwoningen te herplaatsen en daardoor gebruik moet worden gemaakt van de garantstelling door de gemeente is zeer klein.
Bouwgrondexploitatie (incidenteel € 4.758.907,- (reeds gewogen zie paragraaf G) De hoogte van het risico van de bouwgrondexploitaties bepalen wij aan de hand van een risicoscan. Er is binnen de bouwgrondexploitatie sprake van twee risicoscenario’s. Het eerste risico is de daling van opbrengsten (-25%) en stijging van de kosten (+25%) in combinatie met een vertraging van twee jaar van het project. Het tweede scenario gaat uit van het risico van afwaardering van boekwaarden van het project wegens geen doorgang vinden van het plan. Op basis van beide scenario’s vindt een weging plaats naar kans en tijdsfactor en is per complex het maximale risico meegenomen in de berekening van het bedrag.
Programma 2: Gezonde zorgzame gemeente Leerlingenvervoer (structureel € 50.000,- = 10% van de werkelijke kosten 2024) (risico 2 en tijd 1) Het leerlingenvervoer betreft een open-einde-regeling. Dit houdt in dat leerlingen die voldoen aan de verordening leerlingenvervoer gemeente Bernheze in aanmerking komen voor een vergoeding van de kosten voor vervoer naar en van school. Vooraf is niet te overzien wie in welke mate hiervan gebruik gaat maken. Zodoende is het niet mogelijk om vooraf te bepalen hoe hoog de kosten voor leerlingenvervoer over een bepaalde periode zullen zijn.
Participatiewet - inkomensdeel (structureel € 283.000,- = 5% van het definitief BUIG-budget 2024) (risico 1 en tijd 1) ) Bij de uitvoering van de Participatiewet doen zich twee risico’s voor. Het betreft de ontwikkeling van de cliëntenaantallen en de hoogte van de rijksbijdrage. Allereerst de aantallen cliënten met een bijstandsuitkering: afwijkingen werken direct door in de uitgaven. Het aantal cliënten laat zich niet eenvoudig bepalen. Daarmee zijn de bijstandsuitkeringen een open-einde-regeling. Ten tweede is de specifieke uitkering ter (gedeeltelijke) dekking van de bijstandskosten een onzekere factor.
69
Indien gemeenten een tekort hebben op het rijksbudget kan, onder voorwaarden, een beroep gedaan worden op de vangnetregeling. Gemeenten kunnen op dit vangnet een beroep doen als het tekort op de gebundelde uitkering oploopt tot boven de 7,5%, waarbij tekorten tot 12,5% voor de helft worden vergoed en daarboven volledig. In 2024 doen we geen beroep op de vangnetregeling.
Minimabeleid (structureel € 100.000,- = 10% van kosten minimabeleid 2024) (risico 1 en tijd 1) Zowel de omvang van de doelgroepen van het minimabeleid als het gebruik van de regeling is geschat op basis van het gebruik en ontwikkeling van de kosten van de afgelopen jaren. Deze prognose is moeilijk op realiteitswaarde in te schatten. Minimaregelingen zijn open einderegelingen. Dit betekent dat wanneer iemand recht heeft op een regeling, er een uitkering uit hoofde van die regeling moet plaatsvinden. Door verkeerde inschattingen van de omvang van de doelgroep en het gebruik van die regeling door de doelgroep, kan er sprake zijn van over- of onderuitputting van de budgetten.
Participatiewet – onderdeel klassieke Wsw (structureel € 347.000,- = 7,5% van rijksbudget 2024) (risico 3 en tijd 2) De Wet op de Sociale Werkvoorziening is in 2015 opgegaan in de Participatiewet. Hierdoor komen er geen nieuwe instroom WSW-ers meer en daalt het aantal WSW-ers als gevolg van overlijden, pensionering en overige uitstroom geleidelijk. Hiermee samenhangend daalt ook de rijksbijdrage. Het risico bestaat dat deze daling van de rijksbijdrage sneller verloopt dan de afname van het aantal WSW-ers.
Huishoudelijke hulp, begeleiding, dagbesteding, woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen (structureel € 650.000,- = 10% van de uitgaven 2024) (risico 1 en tijd 1) De risico’s worden veroorzaakt doordat de huishoudelijke hulp, woon- en vervoersvoorzieningen en rolstoelen te kenmerken zijn als open-eind-regelingen. De laatste jaren zien we een toenemende vraag op de Wmo, onder andere als gevolg van de invoering van het abonnementstarief eigen bijdrage die een aanzuigende werking heeft waardoor de vraag naar huishoudelijke hulp en hulpmiddelen toeneemt, de vergrijzing, aanbestedingen en de intensivering van de ondersteuningsvragen. Daarnaast hebben we te maken met forse tariefstijgingen.
70
Jeugdzorg (structureel € 776.000,- = 10% van de kosten jaarrekening 2024) (risico 1 en tijd 1) Per 1 januari 2022 vond een wijziging in de financiering plaats van de lichte zorg (lumpsumfinanciering werd vervangen door p x q-financiering en hanteren van reële kostprijzen). Hiermee kenmerken we de jeugdzorg als een open-eind-regeling. De stijging van de doelgroep, forse stijging van de tarieven en daarmee de zorgkosten en de toenemende vraag naar complexe zorg zijn belangrijke factoren die de kosten van de jeugdzorg bepalen. Ook corona afgelopen jaren lijkt te zorgen voor een toename. Met de inzet van een praktijkondersteuner huisartsen willen we doorstroming naar de specialistische jeugdzorg verminderen. Verder heeft de toegang sinds 1 januari 2022 een grotere rol in de toewijzing van het volume van de zorg. De Algemene ledenvergadering van de VNG heeft op 14 juni 2023 ingestemd met de Hervormingsagenda jeugd. Deze bestaat uit een combinatie van extra middelen voor gemeenten en een set van besparingsmaatregelen waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel gerealiseerd moet worden. Op 30-1-2025 is het rapport “Groeipijn” van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd gepubliceerd.
Daarin staan de volgende conclusies: - de ontstane tekorten op de inzet van jeugdzorg (jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering) in de jaren 2023 en 2024 zijn een gedeelde verantwoordelijkheid van Rijk en gemeenten. De commissie adviseert dat Rijk en gemeenten beiden de helft van de verliezen voor hun rekening nemen. - Het meerjarig financieel kader verdient actualisatie, gebaseerd op een definitieve vaststelling van het budget voor 2025, en een aanpassing van de indexatie voor volumeontwikkeling en loon- en prijsontwikkeling - Het is niet wenselijk en niet haalbaar om de beoogde besparingen vanaf 2026, zoals opgenomen in het meerjarig financieel kader in de Hervormingsagenda, te handhaven. De commissie adviseert het Rijk om tot 20285 de besparingen als PM-post in de rijksbegroting op te nemen. De commissie beschouwt dit als een kabinetsbrede opgave. - Benut de periode 2025-2028 om tot reële en meetbare besparingsdoelstellingen te komen, en hierop kwantitatief te monitoren. Het is nog niet bekend of het Rijk de uitgebrachte adviezen overneemt. In januari 2028 brengt de commissie weer een advies uit.
71
Regionale Ambulancevoorziening (RAV) (structureel € 15.000,-) (risico 3 en tijd 3) In de begroting is de structurele bijdrage aan de gemeenschappelijke regeling RAV op nul gesteld. De kans dat er weer sprake wordt van een gemeentelijke bijdrage lijkt klein. Van de kosten van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) zou feitelijk 5% voor rekening van de deelnemende gemeenten komen. Aangezien door de RAV is voorgesteld de bijdrage op nul te stellen lijkt de RAV van mening dat zij deze lasten zelf kan dragen. Echter, externe ontwikkelingen als bezuinigingen door het Rijk maar bijvoorbeeld ook kostensaneringen bij de zorgverzekeraars kunnen leiden tot een (hogere) gemeentelijke bijdrage.
Programma 3: Klimaatbestendig, biodivers en circulair Vlagheide (incidenteel € 500.000,-) (risico 1 en tijd 1) Het Stadsgewest ‘s-Hertogenbosch bouwt de voormalige vuilstort Vlagheide af en wil deze overdragen aan de provincie. Dit is uitgesteld met een beoogde overdracht voor 1 januari 2025. Tot die tijd brengt het stadsgewest bij de deelnemers jaarlijks een bijdrage in rekening voor exploitatiekosten om het tekort niet verder op te laten lopen. De lage rente van afgelopen periode is aanleiding geweest om een ander moment van overdracht te kiezen. Het stadsgewest denkt inmiddels dat het gereserveerde doelvermogen dat per genoemde datum gegroeid is tot € 20 miljoen en toereikend is voor de afkoop aan de provincie. Het maximale risico is dat de overdrachtssom niet betaald kan worden (aandeel Bernheze 2,6%).
Terugbrengen uren ODBN in verzoektaak “advies EFTAL” (incidenteel € 120.000) (risico 2 tijd 3) Wij hebben de ODBN geïnformeerd over de terugbrengen uren verzoektaak “advies ETFAL” (evenwichtige toedeling van functies aan locaties). Hierbij gaan wij, volgens afspraken met de ODBN een afbouwregeling aan, van 1.935 uur in 2025 naar 300 uur in 2027. Als wij als deelnemer ons aan deze afbouwregeling houden zijn eventuele frictiekosten voor rekening van de omgevingsdienst. In het andere geval zijn frictiekosten voor rekening van de gemeente. Afwijkingen in 2024, die de ODBN heeft geconstateerd, kunnen mogelijk ook al leiden tot frictiekosten.
Beëindiging Ketenovereenkomst Verpact VNG (p.m.) (risico 3 en tijd 1) Met het niet verlengen van de Ketenovereenkomst vervalt de basis van de deelnemersovereenkomst die de gemeente Bernheze gesloten heeft met Verpact. De vergoedingen die de gemeente van Verpact ontvangen voor de inzameling en verwerking van papier, glas en PMD zijn opgenomen in die deelnemersovereenkomst.
72
VNG/NVRD en Verpact zijn inmiddels overeengekomen de looptijd van de Ketenovereenkomst met een jaar te verlengen. De verwachting is dat de onderhandelingen over de opvolger van de Ketenovereenkomst ruim voor het einde van 2025 worden afgerond en dat direct aansluitend aan de (verlengde) looptijd van de Ketenovereenkomst de opvolger van kracht wordt. Daarmee is het financiële risico veel kleiner dan deze bij de vorige rapportage was
Programma 4: Duurzame landbouw en economie Exploitatie bedrijventerrein Heesch West (incidenteel € 1.814.314,-; risico reeds gewogen) De gemeenschappelijke regeling beschikt over een toereikende voorziening om de geprognotiseerde verlies op te kunnen vangen. Deze is door de deelnemende gemeente in 2022 ingebracht. Voor de overige ondernemersrisico’s noemt de gemeenschappelijke regeling een aantal gevoeligheden zoals verlaging van prijs, vertraging uitgifte en kostenstijging. Het risicoaandeel hiervan is afgeleid voor onze gemeente en kan worden gesteld op € 1,814 miljoen.
Programma 6: Dienstverlening en sterke organisatie Wachtgeld wethouders (incidenteel € 500.000,- (risico 3 en tijd 2) In 2026 zijn weer gemeenteraadsverkiezingen. Na beëindiging van het wethouderschap ontvangt een wethouder een wachtgelduitkering, tenzij de pensioengerechtigde leeftijd is bereikt. Dat is geregeld in de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (Appa). Voor de voormalige wethouders hebben we een voorziening wachtgeld wethouders. Voor de zittende wethouders is niet in te schatten of ze aanspraak maken op het wachtgeld. We houden rekening met een maximale wachtgeldverplichting van de huidige wethouders van € 500.000,-.
Gevolgen Wet toekomst pensioenen (Wtp) voor de pensioenen van wethouders (incidenteel € 200.000 (risico 1 en tijd 2) De Eerste Kamer heeft de regering verzocht bij de behandeling van de Wet toekomst pensioenen (Wtp) om de pensioenen van politieke ambtsdragers (zoals wethouders) op dezelfde manier te regelen als voor de rest van Nederland. De pensioenen voor wethouders zijn nu apart geregeld in de Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers (Appa). Voorgesteld is de pensioenen per 1-1-2028 over te dragen aan het ABP. De pensioenen van wethouders worden nu uit de gemeentelijke begroting betaald. Om de overstap naar fondsfinanciering voor de Appapensioenen mogelijk te maken, is het noodzakelijk eerder opgebouwde pensioenafspraken af te financieren door middel van een eenmalige kapitaalstorting aan het ABP. Daarnaast moeten gemeenten vanaf 1-1-2028 voor actieve wethouders een premie aan het ABP gaan betalen. Het risico bestaat dat we onvoldoende hebben gereserveerd op het moment van overdracht waardoor een eenmalige extra bijdrage door de gemeente moet worden gedaan. Voor de structurele 73
premiebijdrage is het uitgangspunt dat we jaarlijkse beschikbare dotatie in de begroting voldoende is om deze te dekken.
Begeleid werken (structureel € 90.600,- betreft begrote structurele subsidie) (risico 2 en tijd 3) In Bernheze hebben we personeel in dienst op basis van Begeleid Werken vanuit de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De medewerkers hebben hierdoor het voordeel dat zij een salaris ontvangen conform de van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden. Als financiële tegemoetkoming ontvangt de gemeente een loonkostensubsidie (€ 90.600,-) ter gedeeltelijke vergoeding. Vanwege de afbouw van de rijkssubsidie klassieke Wsw staan deze inkomsten onder druk.
Programma 7: Financiën Algemene uitkering (5% = structureel € 2.973.000,-) (risico 1 en tijd 2) De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor binnen de begroting. De inkomsten uit het algemene uitkering zijn ruim 50% van de totale begroting. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van heel veel factoren. Per 1-1-2023 heeft er een herverdeling van het gemeentefonds plaatsgevonden. Gemeente Bernheze behoorde tot de voordeelgemeenten (€ 19,50 per inwoner of terwijl een positieve bijstelling van de inkomsten van € 604.000,-). Of het totaal van het herverdeeleffect overeind blijft is onzeker. Er vindt namelijk nog een evaluatie plaats voor het traject 2026 en verder. De gemeente Bernheze volgt met de ramingen volledig de circulaires die het Ministerie van Binnenlandse Zaken uitbrengt. Indien de inkomsten uit de algemene uitkering lager uitvallen dan geraamd, kan dit tot (structurele) begrotingstekorten leiden. Wij monitoren de ontwikkeling binnen het Gemeentefonds voortdurend om snel te kunnen bijsturen.
Risicokaart In totaal zijn 20 risico’s in beeld gebracht. De geïnventariseerde risico’s zijn in klassen ingedeeld en geplaatst in onderstaande risicokaart. Minimaal tweemaal per jaar wordt er op basis van de geïnventariseerde risico’s een risicoprofiel samengesteld. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en financieel gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het betreffende vak van de risicokaart bevinden.
74
Financiële kengetallen Het besluit Begroting en verantwoording schrijft een verplichte set van zes financiële kengetallen voor. Naast de kengetallen dient een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie te worden opgenomen. Daarnaast dient ook het EMU-saldo in de jaarstukken te worden opgenomen. De gegevens van de jaren 2023 en 2024 zijn gebaseerd op de werkelijke cijfers zoals in de jaarrekeningen zijn opgenomen. De gegevens van 2025 en verder zijn gebaseerd op de gegevens uit de (meerjaren)begroting 2025. Daarnaast zijn inschattingen gedaan.
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Netto schuldquote (bedragen x € 1 miljoen, standen per 31 december)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Vaste schulden
1.4
1,4
1,2
1,0
0,9
0,7
Netto vlottende schuld
6,0
5,8
6,0
6,0
6,0
6,0
Overlopende passiva
13,3
10,5
13,0
13,0
13,0
13,0
0
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Uitzettingen < 1 jaar
-26,9
-28,3
-2,1
7,6
12,1
10,6
Liquide middelen
-0,5
-0,3
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Overlopende activa
-9,3
-6,4
-9,0
-9,0
-9,0
-9,0
Saldo
-16,0
-17,3
8,6
18,1
22,5
20,9
Totale baten excl. mutaties reserves
97,9
111,4
99,3
94,5
97,4
100,5
-16,3%
-15,5%
8,6%
19,2%
23,1%
20,8%
Financiële activa excl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking
Netto schuldquote
De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In algemeenheid geldt: hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De
75
netto schuldquote houdt geen rekening met de door de gemeente verstrekte leningen en kapitaalverstrekkingen. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen (bedragen x € 1 miljoen, standen per 31 december)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
1.4
1,4
1,2
1,0
0,9
0,7
Vaste schulden Netto vlottende schuld
6
5,8
6,0
6,0
6,0
6,0
Overlopende passiva
13,3
10,5
13,0
13,0
13,0
13,0
Financiële activa incl. verstrekte leningen en kapitaalverstrekking
-3,4
-2,8
-2,6
-2,5
-2,3
-3,0 Uitzettingen < 1 jaar
-26,9
-28,3
-2,1
7,6
12,1
10,6
Liquide middelen
-0,5
-0,3
-0,5
-0,5
-0,5
-0,5
Overlopende activa
-9,3
-6,4
-9,0
-9,0
-9,0
-9,0
Saldo
-19,4
-20,2
5,8
15,5
20,0
18,5
Totale baten excl. mutaties reserves
97,9
111,4
99,3
94,5
97,4
100,5
-19,8%
-18,1%
5,8%
16,4%
20,6%
18,5%
Netto schuldquote
De netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen houdt wel rekening met door de gemeente verstrekte leningen en kapitaalverstrekkingen. Dit zorgt voor een lager kengetal dan de reguliere netto schuldquote. Gemeente Bernheze heeft namelijk enkele leningen verstrekt aan deelnemingen, verbonden partijen en woningcorporaties. De netto schuldquote van gemeente Bernheze kan als niet-risicovol worden beschouwd en zit onder het gemiddelde van 27,7% van Nederlandse gemeenten (2023) 20.000 tot 35.000 inwoners (bron: waarstaatjegemeente.nl).
Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de provincie of gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het eigen vermogen wordt hierbij als percentage van het balanstotaal genomen. Onder het eigen vermogen valt bij gemeente Bernheze de algemene reserves en de bestemmingsreserves. Solvabiliteitsratio (bedragen x € 1 miljoen - standen per 31 december)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Eigen vermogen
58,1
65,7
56,1
54,3
53,8
53,6
Balanstotaal
93,0
97,7
87,9
85,0
83,6
84,2
62,5%
67,3%
56,1
54,3
53,8
53,6
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio per ultimo 2024 bedraagt 67,3%. De meerjarige solvabiliteitsratio ligt iets lager, maar is stabiel boven de 50%. De norm van de VNG is dat deze tenminste 20% moet bedragen. De solvabilteitsratio van Gemeente Bernheze is in 2024 gestegen ten opzichte van het
76
gemiddelde (40,7%) van Nederlandse gemeenten van (2023) 20.000 tot 35.000 inwoners (bron: waarstaatjegemeente.nl).
Kengetal grondexploitaties Het kengetal grondexploitaties geeft de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie (BIE’s) op balansdatum weer ten opzichte van de totale baten exclusief mutaties reserves. Een hoge waarde van de grondexploitaties ten opzichte van de totale baten zorgt voor een hoog risicoprofiel. De boekwaarde van de grondexploitaties moet namelijk nog worden terugverdiend via grondverkopen. Grondexploitaties (BIE's) (bedragen x € 1 miljoen - standen per 31 december)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Bouwgronden in exploitatie (boekwaarden)
-0.2
3,1
1,7
1,7
1,7
1,7
Totale baten (exclusief mutaties reserves)
97,9
111,4
97,5
93,8
96,8
99,9
Kengetal grondexploitaties
-0,2%
2,8%
1,7%
1,8%
1,7%
1,7%
De VNG beschouwt een grondexploitatie van 10% of meer als kwetsbaar. Zij geven een maximale waarde aan van 35%. Gemeente Bernheze heeft een actieve grondexploitatie. De toekomstige boekwaarde van de grondexploitaties zijn wel gebaseerd op de huidig lopende projecten. Wanneer in de loop der jaren nieuwe projecten worden gestart heeft dit uiteraard invloed op de boekwaarde en daarmee het kengetal.
Structurele exploitatieruimte De structurele baten en lasten geven een inzicht in de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. Saldo structurele baten en lasten (bedragen x € 1 miljoen)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
Totale structurele lasten excl. mutaties reserves - inc.lst
77,4
84,1
88,0
88,0
91,4
94,4
Totale structurele baten excl. mutaties reserves - inc.btn
80,0
89,8
88,4
85,8
89,3
92,6
Totale structurele stortingen in reserves
0.3
0,2
0,2
0,4
0,4
0,4
Totale structurele onttrekkingen uit reserves
1,3
0,4
0,6
0,6
0,6
0,6
Saldo
3,6
5,8
0,8
-2,0
-1,9
-1,6
Totale baten excl. onttrekkingen reserves
97,9
111,4
97,5
93,8
96,8
99,9
Saldo structurele baten en lasten
3.7%
5,2%
0,8%
-2,1%
-2,0%
-1,6%
77
De provincie hanteert marginaal andere uitgangspunten voor het bepalen van de structurele begrotingsruimte bij het bepalen van de toezicht vorm.
Belastingcapaciteit Voor dit kengetal worden de woonlasten van een gemiddeld huishouden binnen gemeente Bernheze vergeleken met het landelijk gemiddelde. Als dit percentage laag ligt, betekent het dat de gemeente meer inkomsten uit belastingen zou kunnen verwerven. Of dit wel of niet gebeurd is een beleidskeuze. Een lagere waarde zorgt voor meer wendbaarheid bij de begroting. Belastingcapaciteit meerpersoonshuishouden (bedragen in euro's)
2023
2024
2025
2026
2027
2028
A. OZB eigenaar woning
374
379
398
409
419
430
B. Rioolheffing
180
185
194
204
214
225
C. Afvalstoffenheffing
212
259
279
286
294
301
D. Eventuele heffingskorting
0
12
0
0
0
0
E. Totale woonlasten (A+B+C-D)
766
811
871
899
927
956
F. Landelijk gemiddelde woonlasten
944
994
994
994
994
994
81,8%
81,6%
87,7%
90,4%
93,3%
96,2%
Woonlasten t.o.v. landelijk gemiddelde (x 100%)
*) Gemiddelde woonlasten via Coelo (landelijk tarievenoverzicht 2024. Voor alle jaren als uitgangspunt genomen) In 2024 liggen de woonlasten voor Bernheze ruim onder het landelijk gemiddelde.
Totaaloverzicht financiële kengetallen Financiële kengetallen
2023
2024
Netto schuldquote
-16,3%
-15,5%
8,6%
19,2%
23,1%
20,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-19,8%
-18,2%
5,8%
16,4%
20,6%
18,5%
Solvabiliteitsratio
62,5%
67,3%
63,8%
63,9%
64,4%
63,7%
Grondexploitatie
-0,2%
2,8%
1,7%
1,8%
1,7%
1,7%
Structurele exploitatieruimte
37%
5,2%
0,8%
-2,1%
-2,0%
-1,6%
81,8%
81,6%
87,7%
90,4%
93,3%
96,2%
Belastingcapaciteit
2025
2026
2027
2028
EMU-saldo Gemeenten zijn verplicht om een overzicht van het EMU-saldo te verstrekken. EMU verwijst naar de Economische en Monetaire Unie. Het EMU-saldo wordt op landelijk niveau bepaald. De begroting van de Bernheze is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de gemeente, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie.
78
Het EMU-saldo geeft in één oogopslag aan of de gemeente via reële transacties geld uitgeeft, of dat er netto geld binnenkomt. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden) van de gemeente. EMU-saldo (Bedragen x €1.000,-)
2024
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
7.648
-/- Mutatie (im)materiële vaste activa
3.318
+/+ Mutatie voorzieningen -/- Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -/- Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
36 3.278 -
Berekend EMU-saldo
1.088
Referentiewaarde
-4.562
In de decembercirculaire 2023 maakte de rijksoverheid de laatst actuele referentiewaarden per gemeente bekend voor 2024. Voor Bernheze is deze waarde € 4.562.000,-. Een individuele EMUreferentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. Het positieve EMU-saldo geeft aan dat de gemeente in 2024 via reële transacties meer heeft ontvangen dan dat er wordt uitgegeven.
79
C. Kapitaalgoederen Kapitaalgoederen vormen een groot onderdeel van de gemeentelijke voorzieningen voor onze inwoners. Onder kapitaalgoederen verstaan wij openbare ruimte, riolering en gemeentelijke gebouwen. Het aanschaffen en onderhouden van kapitaalgoederen legt een groot beslag op de gemeentelijke financiën. In de financiële verordening is vastgelegd dat het college de raad tenminste eens in de vijf jaar voor de kapitaalgoederen wegen, bruggen, kunstwerken, openbare verlichting, riolering en gemeentelijk gebouwen een onderhoudsplan aanbiedt. Een onderhoudsplan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud. De raad stelt het plan vast. Het beleid van de gemeente Bernheze voor het onderhoud van kapitaalgoederen staat in de onderstaande beleidsnota’s. Kapitaalgoed
Beleidsnota
Jaartal van vaststelling
Geplande herziening
Openbare ruimte
Wegbeheer
2018
2023
Bruggen
2022
2026
Groenstructuurplan
2023
2025*
Bomenbeleidsplan
2021
2025*
Openbare verlichting
Beleidsplan openbare verlichting
2021
2025
Riolering
Programma Water en Riolering 2024-2027
2024
2028
Buitensportvelden
Onderhoudsplan buitensportvelden
2024
2029
Technische voorzieningen sportparken
2024
2029
Gemeentelijke gebouwen
Meerjarenonderhoudsprogramma gemeentelijke gebouwen inclusief molens
2023
2028
Kunst
Onderhoudsplan kunstwerken in de openbare ruimte
2019
2025
Groen
* De groene beleidsplannen worden in 2025 geïntegreerd in het Programma Groene Gezonde Structuren.
De onderhoudslasten voortvloeiende uit bovenstaande beleidsnota’s worden in de begroting verwerkt via jaarlijkse dotaties aan de betreffende onderhoudsvoorzieningen. De dotaties aan de onderhoudsvoorzieningen zijn in overeenstemming met de door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus.
Kaders en beleid Belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen De gemeente Bernheze heeft in de openbare ruimte op haar grondgebied veel infrastructurele kapitaalgoederen in de vorm van wegen, gebouwen, constructies, openbare verlichting, verkeersregelinstallaties, speelvoorzieningen, riolering, water en groen. Het beheer hiervan is van groot belang voor de publieke functie van de gemeente op gebieden als milieu, onderwijs, verkeer, leefbaarheid, recreatie en vervoer. Deze elementen zijn van directe invloed op de burgertevredenheid vanwege de invloed op het woon-, leef- en werkklimaat van 80
bewoners en bezoekers. Daarnaast is het belang van goed beheer en onderhoud van kapitaalgoederen groot, omdat dit een aanzienlijk financieel beslag op onze begroting legt.
Strategische onderhoudsvisie De onderhoudsvisie vormt de leidraad van de onderhoudsaanpak voor de lange termijn. De kapitaalgoederen in de gemeente moeten schoon, heel en veilig zijn. Als we achterstallig onderhoud of een terugloop in kwaliteit constateren, dan nemen wij maatregelen om deze achterstand zoveel mogelijk in te halen. Bij het onderhoud staat de beleving van de inwoners en gebruikers van de gemeente centraal. De ontvangen signalen uit de gemeente zijn belangrijk. We streven naar duurzaam onderhoud, waarbij we zoveel mogelijk kiezen voor een integrale aanpak. We maken daarbij wel de afweging tussen enerzijds de wensen en behoeften van inwoners en anderzijds de eisen van doelmatig, bestendig en duurzaam onderhoud. Daar waar mogelijk kiezen we voor het ontlasten van het milieu en streven we naar levensduur verlengend beheer. Het bezit van kapitaalgoederen is geen ambitie op zich, maar staat altijd ten dienst van het doel dat we met het kapitaalgoed willen bereiken.
Toelichting per kapitaalgoed Wegen Bij het opstellen van het beleidsplan wegbeheer gaan wij uit van adaptief beheer waarbij een meer doeltreffende vorm van wegbeheer kan worden uitgevoerd. Het planmatig groot onderhoud voeren wij uit als afgeleide van de weginspectie, gesprekken met gebruikers (in het kader van Adaptief wegbeheer), wegreconstructies, ruimtelijke ontwikkelingen, ons verkeers- en mobiliteitsplan en op basis van constateringen door onze opzichters. Hiermee voorzien we een onderhoudsniveau waarmee de wegen veilig begaanbaar zijn en sluit het aan op ons huidige beheerplan wegen. Als onderdeel van het Programma Mobiliteit heeft dit najaar de evaluatie “Adaptief Wegbeheer” plaatsgevonden. De vertaling van de reconstructie projecten (knelpunten vanuit het beheerplan wegen) vindt plaats via de kadernota. Als gevolg van o.a. de realisatie en oplevering van diverse bouwplannen is het areaal wegen in 2024 met 45.048 m2 toegenomen. Kerncijfers (in m2)
Voetpaden elementenverhard
Kwaliteit
297.000
Voetpaden half-onverhard
7.255
Voetpaden met asfalt verhard
10.856
Voetpaden beton
12
Fietspaden elementenverhard
30.066
Fietspaden half-onverhard
22.584
Fietspaden met asfalt verhard
131.389
Fietspaden met beton verhard
9.529
Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Inspectie: Jaarlijks 50% van het totaal van de kernen 100% van het totaal buiten de kommen
0% achterstallig onderhoud
0% achterstallig onderhoud
Doorgaande wegen, loop- en fietsroutes en winkelcentra 3 sterrenniveau
Verkeersveiligheid gegarandeerd
81
Kerncijfers (in m2)
Kwaliteit
Hoofdrijbaan elementen verhard
922.044
Hoofdrijbanen half-onverhard
226.648
Hoofdrijbanen met asfalt verhard
1.019.590
Hoofdrijbanen met beton verhard
12.280
Totaal
Pleinen 2 sterrenniveau Overige wegen 1 sterniveau
2.689.253
Vervangingswaarde
Beoordeling: Voldoende
€ 21.500.000
Civiele kunstwerken Bernheze heeft verschillende civiele kunstwerken in beheer en onderhoud. Het beleidsplan bruggen geeft voor iedere brug aan welk draagvermogen deze brug moet hebben en welke onderhoudsmaatregelen nodig zijn. De onderhoudsconditie van de bruggen dient tenminste de kwalificatie “redelijk” (= voldoende) te hebben. Voor de fietstunnel en het geluidsscherm bij BP Zwarte Molen is nog geen expliciete keuze gemaakt voor de beheerkwaliteit. Om voor dit moment een voorlopige kwaliteit te benoemen worden de doelstelling en begroot onderhoud op zelfde niveau geplaatst als de overige civiele kunstwerken. In 2024 hebben constructief en levensduur verlengend onderhoud uitgevoerd aan de brug “Kilsdonkseweg” in Heeswijk-Dinther. Hiermee voldoet de brug weer aan de gestelde eisen en de verwachte levensduur. Kerncijfers (in stuks)
Kwaliteit Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Aantal bruggen
44
Inspecties volgens zes puntenschaal (lager is beter)
Voldoende (score 3)
3,00 (sober en doelmatig)
Aantal geluidsschermen
2
Functionele en technische inspectie
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Aantal beschoeiing
1
Functionele en technische inspectie
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Aantal fietstunnels
1
Functionele en technische inspectie
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau)
Niveau B (gemiddeld onderhoudsniveau) Beoordeling: Voldoende
Groen Beleid op het gebied van groen en bomen is vastgelegd in het Groenstructuurplan (december 2023), Bomenbeleidsplan (gewijzigd vastgesteld december 2021) en het Bosbeheerplan (vastgesteld december 2024).
82
Het beheer en onderhoud van al ons groen is vastgelegd in de volgende beheerplannen (allemaal vastgesteld december 2024): -
Beheerplan stedelijk groen (december 2024) Beheerplan groen en water buiten de kom (december 2024) Bomenbeheerplan (december 2024) Bosbeheerplan (december 2024)
Stedelijk groen Eén van de doelstellingen uit het Groenstructuurplan was dat we het areaal natuurlijke groentypen wilden verhogen. De verhouding was: 70% cultuurlijke groentypen versus 30% natuurlijke groentypen. Doelstelling uit het Groenstructuurplan was dat dat minimaal 50:50 moest worden. In 2024 is het maaibeleid aangepast waardoor veel gazon zijn omgevormd naar het natuurlijker type ‘ruw gras’. Daarmee zitten we nu op 51% natuurlijke groentypen. Kerncijfers (in are)
Kwaliteit
(bron: beheerplan stedelijk groen december 2024)
Cultuurlijk/ natuurlijk
Percentage
Begroot onderhoudsniveau
Gazons
2.560
cultuurlijk
26%
Ruw gras
3.376
natuurlijk
35%
Gras met bijenmengsel
368
natuurlijk
4%
Gras met bloembollen
428
cultuurlijk
4%
Hondenuitlaatstroken/velden
336
cultuurlijk
3%
Wadi’s
129
cultuurlijk
1%
Vijvers/waterpartijen
200
natuurlijk
2%
Bosplantsoen
959
natuurlijk
10%
Sierheesters
606
cultuurlijk
6%
Rozen
90
cultuurlijk
1%
Bodembedekkers
241
cultuurlijk
2%
Hagen en blokhagen
342
cultuurlijk
3%
Vaste planten
30
natuurlijk
0%
Braak liggend terrein
18
cultuurlijk
0%
Bos binnen de kom
101
natuurlijk
1%
Gewoon goed' vergelijkbaar met CROW-norm B
Groen buitengebied Doelstelling is dat we de ecologische potenties van onze bermen, houtwallen en zandwegen benutten binnen de mogelijkheden van de functievervulling.
83
Kerncijfers (in are)
Kwaliteit
(bron: beheerplan groen en water buiten de kom december 2024)
Begroot onderhoudsniveau
Bermen regulier maaien
5.662
Bermen ecologisch maaien
5.668
Bermen langs zandwegen
1.806
Zichthoeken
245
A-watergangen
1.034
B-watergangen/schouwsloot
1.181
C-watergangen
2.311
Poelen
41
Oevers visvijvers
59
Overstortsloten
17
Houtwallen
Benutting van ecologische potenties binnen de mogelijkheden van functievervulling.
3.177
Bomen In 2017 is het bomenbeleidsplan vastgesteld. In dit plan staat: door middel van planmatig beheer en onderhoud houden wij onze bomen gezond en veilig en zorgen wij dat de kans op overlast zoveel mogelijk wordt beperkt. Dit gaat over alle bomen, dus zowel in de kernen als in het buitengebied. Kerncijfers (in stuks)
Kwaliteit
(bron: boombeheerplan december 2024) Aantal Laan- en Parkbomen Knot-en vormbomen
43.161
Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
VTA-controle
Boombeeld aanvaard
-
2742 Voldoende
Bossen Ons bosbeheer is uitbesteed aan Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland. Zij hadden altijd de taak om de gemeentelijke bossen in principe kostenneutraal te beheren. Dat betekent dat zij hun kosten dekken met de opbrengsten uit houtverkoop en subsidies. Een uitzondering hierop vormt natuurgebied De Maashorst. Het college heeft ingestemd met het Inrichtings- en beheerplan de Maashorst. Hierin wordt de wens geuit om over te gaan op procesnatuur. Houtoogst heeft hierin vanaf 2024 geen plaats meer. Vanaf dat moment zijn ook minder beheeringrepen nodig. In december 2024 heeft de gemeenteraad het Groenstructuurplan vastgesteld waarin de ambitie is uitgesproken om de bossen natuurlijker te beheren. Dat is in 2024 nog niet doorgevoerd omdat deze ambitie nog niet was uitgewerkt in een beheerplan.
84
Kerncijfers (in hectare)
Kwaliteit
Bos
242
Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Schouw en werkplannen door Bosgroep
Kostenneutraal bosbeheer
n.v.t. n.v.t.
Openbare verlichting Het onderhoud van de openbare verlichting waarborgen wij binnen de reguliere budgetten. In het beleidsplan openbare verlichting wordt vooral grote aandacht besteed aan duurzaamheid en dat wij met onze openbare verlichting willen voldoen aan de NSVV-aanbeveling “voldoende”. Met deze kwalificatie zijn de risico’s op morele en financiële aansprakelijkheidsstelling door openbare verlichting zeer beperkt en wordt er recht gedaan aan de behoefte aan de sociale veiligheid. In 2023 hebben we de laatste lichtmasten van een led armatuur voorzien. Hiermee is het gehele areaal voorzien van een led armatuur. In het landelijk klimaatakkoord is vastgesteld dat in 2030 minimaal 50% energiebesparing bereikt moet zijn ten opzichte van 2013. Inmiddels hebben we een energiebesparing voor het Klimaatakkoord van 47% gerealiseerd. Inclusief de vervangingen die gepland waren voor 2022 is een besparing van 57% gerealiseerd. Kerncijfers
Kwaliteit
Aantal masten
7.554
Aantal armaturen
7.556
Metingsmethode
Doelstelling gemeente
Begroot onderhoudsniveau
Storingspercentage
< 7%
6,90%
Beoordeling: Voldoende
Riolering De gemeente geeft met Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) invulling aan de zorgplicht voor een doelmatige inzameling, transport en behandeling van afvalwater, en de omgang met hemel- en grondwater. De vervangingsinvesteringen zijn opgenomen in het kostendekkingsplan van het GRP en de voorziening. Op basis van periodieke inspecties wordt de rioleringsvervanging en de daarmee samenhangende vervangingsinvestering geprogrammeerd. In het GRP zijn risicoriolen en nietrisicoriolen gedefinieerd waarbij het risico op falen voor risicoriolen zoveel mogelijk wordt beperkt. Gemalen en andere installaties worden geïnspecteerd conform de NEN/BRL.