Heeswijkse Akkers_Toelichting
Tekst van het document
66
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
Beschouwing Gelet op de aanwezigheid van diverse bedrijfsmatige functies in de omgeving van het plangebied, kan de omgeving worden gekarakteriseerd als 'gemengd gebied'. Op grond daarvan mogen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind. Navolgend worden ze afzonderlijk beschouwd: Bedrijven langs de Hoofdstraat De richtafstanden rond diverse bedrijven gelegen aan de Hoofdstraat raken niet aan het plangebied. Daarbij zijn deze richtafstanden geprojecteerd, gebruik makend van bestemmingsgrenzen van de betreffende inrichtingen, waarbij dus de maximale omvang van de bedrijfsmatige activiteiten wordt gerespecteerd. Op grond daarvan mag worden geconstateerd dat deze inrichtingen geen negatief effect hebben op het woon- en leefklimaat binnen het plangebied. Tussen voornoemde inrichtingen en het plangebied zijn reeds hindergevoelige functies (woningen) gelegen. Deze zijn maatgevend voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de betreffende inrichtingen. Op grond daarvan wordt geconstateerd dat het plan geen negatieve effecten heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van deze inrichtingen. Veldstraat 38 Ten noorden van het plangebied, op het adres Veldstraat 38, is een kleinschalig agrarisch agrarisch bedrijf gelegen. Dit bedrijf is in het kader van de zoneringstoets beschouwd als een akkerbouw- en fruitteelt bedrijf, met een richtafstand voor geluid van 30 meter.
Wanneer deze richtafstand wordt geprojecteerd vanaf de grens van het bouwvlak, overlapt deze met enkele aan de Veldstraat geprojecteerde nieuwbouwwoningen. Uitgaande van de classificatie van het gebied als gemengd gebied, mag deze richtafstand met één afstandsstap worden verkleind, tot 10 meter. In dat geval is er geen sprake meer van overlap. Daarbij wordt
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
67
bovendien aangetekend dat de bedrijfsgebouwen van Veldstraat 38 zich aan de noordzijde van het perceel bevinden, ten noorden van de bestaande woning op het perceel. Op grond van het bovenstaande wordt geconstateerd dat er geen sprake is van negatieve effecten op het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plangebied. Het nieuwbouwplan leidt niet tot verdere beperking van de bedrijfsmatige uitbreidingsmogelijkheden voor het bedijf in zuidelijke richting. De twee bestaande woningen aan de Veldstraat zijn in dat verband immers reeds maatgevend. Dokter Boutkanstraat 9 Het plangebied bevindt zich deels binnen de richtafstand van Het tegelzetbedrijf aan de Dokter Boutkanstraat 9 (30 meter). Op grond van de aanduiding van het gebied als 'gemengd gebied', kan de richtafstand met één afstandsstap worden verkleind, tot 10 meter. Ook na deze verkleining raakt de zone rond het bedrijf aan de Dokter Boutkanstraat 9 aan de meest noordoostelijk geprojecteerde woning binnen het plangebied. Gelet op deze zoneringssituatie, wordt in dit bestemmingsplan geen rechtstreekse woonbestemming aan het betreffende perceel toegekend, maar wordt evoor dit bouwperceel de bestemming 'Wonen - uit te werken' opgenomen.
Randvoorwaardelijk voor het uitwerken van de bestemming is dat de milieuzoneringssituatie dusdanig is, dat een gunstig woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning kan worden verzekerd én dat de betreffende onderneming niet in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd. Ook is ter plaatse van de Veldstraat een riooloverstort aanwezig. Ten behoeve van het bouwplan wordt deze overstort in westelijke richting verplaatst. Daarmee vormt deze geen belemmerende factor voor de haalbaarheid van het plan. Conclusie Met inachtneming van het toepassen van een uit te werken bestemming ter plaatse van de meest noordoostelijk gelegen woning in het plan, met het oog op het respecteren van de milieuruimte van het bedrijf aan de Dokter Boutkanstraat 9, wordt geconcludeerd dat het plan aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van het thema 'bedrijven en milieuzonering'.
5.7
Gewasbeschermingsmiddelen
Gelet op de ontwikkeling van nieuwe woonfuncties nabij agrarische gronden, dient te worden overwogen in hoeverre deze woningen speciale bescherming behoeven tegen de mogelijke invloeden van de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. Deze afweging spitst zich toe op de agrarische percelen ten noorden van de Veldstraat. Deze zijn in de huidige situatie in gebruik als akker of weiland. Op akkers en weilanden is, in tegenstelling tot bijvoorbeeld bij fruitof boomteelt, nauwelijks sprake van een spuitnevel die de omgeving negatief kan beïnvloeden. Dit heeft te maken met het toegepaste spuitsysteem. Akkerlanden worden bespoten met een veldspuit waarbij de gewasbestrijdingsmiddelen neerwaarts uitstromen waardoor de ontstane hoeveelheid drift tot een minimum wordt beperkt. Hierbij kan gedacht worden aan gewassen als aardappelen, bieten, blauwe bessen, tarwe en mais. Deze gewassen hebben een hoogte van 0,5 tot 2,5 meter. Op grond van het bovenstaande wordt het toepassen van een spuitzone niet nodig geacht om voor dit milieuaspect een goed woon- en leefklimaat in het plangebied te kunnen garanderen. Dit milieuaspect vormt daarmee geen belemmering voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan.
68
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
5.8
Geluid
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient, primair op grond van de Wet geluidhinder, onderzocht te worden of er sprake is van een akoestisch aanvaardbare situatie. In dit geval is sprake van een geluidsrelevante ontwikkeling, waarbij geluidgevoelige functies (woningen) worden gerealiseerd. Vastgesteld dient te worden of de geluidbelasting op deze woningen aanvaardbaar is en of een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Het plangebied ligt niet binnen de invloedssfeer van een spoorlijn. Ook is er geen sprake van industrielawaai, met inachtneming van de beoordeling zoals weergegeven in paragraaf 5.6. Wel ligt het plangebied binnen de akoestische invloedssfeer van enkele wegen, zodat een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai aan de orde is. De rapportage over het uitgevoerde onderzoek is weergegeven in bijlage 10 bij deze toelichting. De verkeersafwikkeling over deze wegen en daarmee de etmaalintensiteiten, worden bovendien beïnvloed door de ontwikkeling van de plannen Heeswijkse Akkers en Kamersche Hoef. Middels een onderzoek naar alternatieven voor de verkeersafwikkeling (zie paragraaf 3.6), is een voorkeursalternatief gekozen. De resulterende verwachte intensiteiten zijn meegenomen in de modelmatige berekening van de verwachte geluidproductie.
Akoestische beoordeling ingevolge de Wet geluidhinder De geluidbelastingen ten gevolge van het wegverkeer op de Gouveneursweg, Hoofdstraat en de Herpersteeg voldoen ter plaatse van de geprojecteerde woningen aan de voorkeurswaarde van 48 dB overeenkomstig de Wet geluidhinder. De geluidbelasting op 2 geprojecteerde woningen langs de Veldstraat overschrijdt de voorkeursgrenswaarde met 1 dB, indien de maximum toegestane snelheid op de Veldstraat 60 km/u zou blijven bedragen. Aangezien de maximumsnelheid echter wordt teruggebracht tot 30 km/u, wordt de voorkeursgrenswaarde niet meer overschreden. Cumulatie Ter bepaling van de gecumuleerde waarde dient de totale geluidbelasting (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) te worden berekend van alle zoneplichtige (spoor)wegen, industrie en luchtvaart met een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde. In het onderhavige geval is dit niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de cumulatie bepaald inclusief alle gemodelleerde geluidbronnen. Ter bepaling van de milieukwaliteit in de omgeving is deze gecumuleerde waarde getoetst aan de ‘methode Miedema’. De maximale gecumuleerde waarde bedraagt 55 dB, waarmee gesteld kan worden dat er sprake is van de kwalificatie ‘redelijk’ en daarmee van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
Bij toepassing van standaard bouwmaterialen is een binnenniveau van 33 dB gewaarborgd. Daarmee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij twee bestaande woningen langs de Hoofdstraat (aan weerszijden van de geprojecteerde ontsluitingsweg) is de verwachte toename als gevolg van onderhavig plan en het plan ‘Kamersche hoef’ ter plaatse van de maatgevende voorgevels beperkt tot afgerond 2 dB. Een toename tot 2 dB is akoestisch gezien zeer beperkt en daarmee aanvaardbaar. Het vervangen van de klinkerverharding naar asfalt kan de toename teniet doen. Deze afweging is aan de gemeente. Conclusie Op grond van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'geluid' niet leidt tot consequenties voor de uitvoerbaarheid van het plan.
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
69
5.9
Archeologie
In 1992 heeft Nederland, als een van de leden van de Raad voor Europa, het verdrag van Malta inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend. Sinds 2007 is in Nederland de Wet op de archeologische monumentenzorg van kracht, die de volledige implementatie van het Verdrag van Malta betekent. Volgens het hoofdstuk “Archeologische monumentenzorg” uit de Monumentenwet is een gemeente verplicht om bij het opstellen van bestemmingsplannen (projectbesluiten en beheersverordeningen) rekening te houden met in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten, kortom de gemeente is verantwoordelijk voor het behoud van het archeologisch erfgoed. Als het gaat om archeologische waarden kan men een onderscheid maken in verwachte archeologische waarden en vastgestelde archeologische waarden. In de vigerende bestemmingsplannen die van kracht zijn voor het plangebied hebben de gronden een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3'. De gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. In navolgende figuur is een uitsnede opgenomen van de archeologische beleidskaart van de gemeente Bernheze. Het plangebied is hierop gedeeltelijk aangeduid als 'gebied met een hoge archeologische verwachting' en deels als 'gebied met een middelhoge verwachting'.
Figuur: Uitsnede archeologische beleidskaart van de gemeente Bernheze
Onderzoek Op 18 juni 2020 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. De rapportage over dit ondezoek is als Bijlage 11 aan deze toelichting gehecht. Het doel van het bureauonderzoek
70
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
is het opstellen van een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel. Het doel van het booronderzoek is de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen. Aan de hand van deze gegevens kan vervolgens een advies over eventueel aanwezige archeologische resten en een mogelijk vervolgtraject worden opgesteld. Reeds in 2016 is door Aeres Milieu (Rapport AM16407) is een bureau- en booronderzoek uitgevoerd maar door aanpassing van de plannen en daarmee het vergroten van het plangebied was een aangepast rapport noodzakelijk. De diepte van de toekomstige verstoring is niet bekend, maar zal naar verwachting tot tenminste 0,8 – 1,0 meter beneden maaiveld reiken. Op basis van het eerder uitgevoerde onderzoek kan worden gesteld dat binnen het plangebied vermoedelijk laarpodzolbodems voorkomen. Deze ontstaan in natte gebieden. Het plangebied was mogelijk te nat om in het verleden interessant te zijn geweest als woongrond. Bovendien blijkt in bijna het volledige plangebied sprake van een AC-opbouw van de bodem. Er lijkt minimaal 25 cm van de top van de moederbodem omgezet te zijn. Alleen in het uiterste zuiden (boring 5) is het restant van een geroerde BC-horizont aanwezig. De erwachtingen uit het bureauonderzoek zijn derhalve naar beneden bijgesteld.
Men zou nog eventueel de restanten van dieper ingegraven sporen kunnen aantreffen, maar het is de vraag hoeveel informatiewinst uit dit soort solitaire sporen kan worden verkregen. Ze blijven namelijk zonder context, aangezien het archeologisch relevante niveau reeds is omgezet. Gezien de zeer beperkte intactheid van de bodem binnen het plangebied en omdat de bodem vermoedelijk altijd minder geschikt is geweest voor bewoning, wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te voeren. Dit rapport en bovenstaand advies is op 28 maart 2017 beoordeeld en goedgekeurd door de adviseur van de bevoegde overheid, het Monumentenhuis Brabant bv. Dit deel van het plangebied is dus wat betreft archeologie reeds vrijgegeven. De beide uitbreidingslocaties (westelijk en oostelijk van de oorspronkelijke onderzoekslocatie uit 2016) liggen volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Bernheze (2011) grotendeels in een zone met Beleidscategorie 4: Gebieden met een hoge archeologische verwachting. Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 cm -mv. Een noordelijk en oostelijk deel ligt in een zone met Beleidscategorie 5: Gebieden met een middelhoge archeologische verwachting.
Voor deze zone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en een verstoringsdiepte vanaf 40 cm -mv. De hoogste verwachtingszone is leidend. Deze zones corresponderen met respectievelijk de dubbelbestemmingen de Waarde – Archeologie 2 en Waarde – Archeologie 3 volgens het bestemmingsplan De Kommen van Bernheze (2011). Jager-verzamelaars uit het paleolithicum en mesolithicum hebben als woon- en verblijfplaats vaak voor de flanken van hoger liggende terreingedeelten in het landschap gekozen. Bij voorkeur in de buurt van (open) water. Nabij gelegen watervoorzieningen waren belangrijk voor drinkwater en de aanwezige biodiversiteit. Dit vergemakkelijkte de jacht en het verzamelen van plantaardig voedsel. Het plangebied ligt op een hooggelegen dekzandstrook met direct ten zuiden hiervan het beekdal van de rivier de Aa. Dergelijke locaties in de directe nabijheid van watervoorzieningen zijn aantrekkelijke vestigingslocaties voor jagersverzamelaars. In de omgeving, op de flank van dezelfde dekzandrug, zijn vuurstenen artefacten aangetroffen. Om die reden geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Deze gronden hebben een dek (eerdlaag) dat een conserverende werking kan hebben op eventueel aanwezige archeologische resten.
Resten uit de periode laat-paleolithicum en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag, in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen. Vanaf het (laat-)neolithicum ontstaan de eerste landbouwculturen die gekenmerkt worden door meer
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
71
sedentaire nederzettingen. De nederzettingen worden gekenmerkt door permanente woningen die soms diep in de grond gefundeerd waren. Vanaf deze perioden heeft men nog steeds een voorkeur voor hoger en droger gelegen gebieden. De ligging op een hooggelegen dekzandrug in de nabijheid van water was ook voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats voor agrarische bewoning. In de omgeving zijn vondsten bekend uit de periode neolithicum en in de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere vondsten bekend uit zowel de ijzertijd als uit de Romeinse tijd. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor zowel vindplaatsen uit de periode neolithicum en bronstijd als voor vindplaatsen uit de ijzertijd, Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/- gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen of gebruiksvoorwerpen. Het plangebied ligt direct ten westen van de historische kern van Heeswijk. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied en directe omgeving sinds tenminste het begin van de 19e eeuw in gebruik was als bouwland. Pas vanaf de 20e eeuw vindt bewoning plaats aan de beide doorgaande wegen Veldstraat en Hoofdstraat / Gouverneursweg.
Voor het plangebied geldt om deze redenen een lage verwachting voor nederzettings- en bebouwingsresten uit de periode late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Eventueel aanwezige resten worden verwacht vanaf het maaiveld. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventuele archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een eerddek, zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het eerddek en de eerste bewerking ervan. Bij deze bewerking is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. Wat betreft de organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de relatief lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen blijkt dat de hoge zwarte enkeerdgrond, zoals verwacht in het bureauonderzoek, nog aanwezig is in het plangebied.
Hieronder bevindt zich in de helft van de boringen nog een restant van de oorspronkelijke podzolbodem (B- en BC-horizont). Omdat de top van de oorspronkelijk bodem niet meer aanwezig is en opgenomen in het bovenliggende pakket wordt de kans op het aantreffen van kwetsbare jager-verzamelaars resten klein, de verwachting hierop wordt dan ook bijgesteld naar laag. De hoge verwachting voor de periode neolithicum-vroege middeleeuwen wordt op basis van het ontbreken van het bovenste deel van de bodem bijgesteld naar middelhoog. De lage verwachting voor de periode late middeleeuwen – nieuwe tijd wordt, omwille van de ligging in een buitengebied dat pas in de 20e eeuw in ontwikkeling kwam, gehandhaafd. Voor de huidige uitbreiding van het plangebied wordt om bovenstaande redenen archeologisch vervolgonderzoek in de zones met een restant B- en BC-horizont geadviseerd. De resultaten van dit onderzoek dienen te worden getoetst door de bevoegde overheid (gemeente Bernheze), dat op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het aanwezige bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging dan wel vernietiging als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt.
Echter kan door de aard van het onderzoek, steekproefsgewijs, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan is bij het aantreffen van archeologische resten het, conform de Erfgoedwet van 2016,
72
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing.
5.10
Cultuurhistorie en landschap
Belvedère is een nationale beleidsnota uit 1999, samengesteld door de ministeries van OCW, LNV. VROM en Verkeer en Waterstaat. Het behandelt de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting. De traditionele objectgerichte monumentenzorg heeft sindsdien plaats gemaakt voor een integrale gebiedsgerichte benadering van cultuurhistorische waarden. Het herkenbaar houden van de historische ontwikkeling staat daarbij voorop. In het kader van het project Belvedère is een cultuurhistorische waardenkaart (CHW-kaart) van Nederland gemaakt. Op deze kaart zijn gebieden aangegeven met hoge sectorale cultuurhistorische waarden (beoordeeld naar de sectorgebieden archeologie, bouwkunde en historische landschap) en gebieden met hoge gecombineerde waarden. Daarnaast zijn er 105 plaatsen in Nederland aangewezen als in cultuurhistorisch opzicht belangrijke steden. Gemeenten wordt onder meer gevraagd om in bestemmingsplannen aan te geven hoe en in hoeverre de cultuurhistorische samenhang wordt gehandhaafd en om de cultuurhistorische karakteristieken van Belvedèregebieden vast te leggen als ruimtelijk toetsingskader. De Nota Belvedere heeft doorgewerkt in de modernisering van de monumentenzorg. Het borgen van cultuurhistorische waarden in het ruimtelijk beleid is daarvan een van de speerpunten.
Dit heeft in 2011 zijn neerslag gekregen in de beleidsvisie Kiezen voor karakter, Visie Erfgoed en ruimte. Als uitvloeisel daarvan moet met ingang van 2012 volgens in het Besluit ruimtelijke ordening in bestemmingsplannen worden aangegeven hoe met cultuurhistorische waarden rekening wordt gehouden. Voor archeologie was dit al eerder geregeld in de Monumentenwet. Zo wordt ervoor gezorgd dat cultuurhistorische waarden in het proces van ruimtelijke ordening worden meegewogen. De gemeente Bernheze heeft voor haar grondgebied een cultuurhistorische waardenkaart opgesteld (Croonen Adviseurs, 2014). Hiervan is onderstaand een uitsnede opgenomen die de waardering van het gebied in en rond het plangebied Heeswijkse Akkers schetst. Beschouwing Het gebied maakt deel uit van een oude akkers complex (esdek), aangeduid met de bruine kleurschakering. De Veldweg en de Hoofdstraat zijn voorts aangeduid als oud wegtracé, respectievelijk oude hoofdverbinding. Langs de Hoofdstraat is monumentale bebouwing aanwezig, evenals een aantal waardevolle bomen op privé terrein. Alle genoemde elementen worden in de planontwikkeling gerespecteerd en blijven behouden.
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
73
In 2016 is een quickscan uitgevoerd naar de cultuurhistorische en landschappelijke waarden in het plangebied. De rapportager hierover is als bijlage 12 aan deze toelichting gehecht. In 2022 is deze rapportage aangevuld, aangezien het plangebied is vergroot. De aanvullende rapportage is als bijlage 13 aan deze toelichting gehecht. Op grond van deze onderzoeken is gebleken dat in het plangebied geen oude landschapselementen meer aanwezig zijn. Het 'oorspronkelijke groen' is opgeruimd en deels vervangen door erfafscheidingen van coniferen, beukenhagen, of door hekwerk begroeit met klimop. Met hier en daar enkele solitaire bomen en spontane opslag van struiken in braakliggende delen van het plangebied. Het aanwezige groen in het plangebied is waarschijnlijk niet ouder dan 50 jaar. Conclusie Het plan leidt niet tot aantasting van aanwezige cultuurhistorisch waardevolle objecten of structuren. Daarmee is het plan verenigbaar met de beleidsdoelstellingen hieromtrent. Als aanbeveling daarbij geldt dat bij de groene inrichting van het gebied, aansluiting kan worden gezocht bij oorspronkelijke soorten en structuren die in het gebied aanwezig zijn geweest. Op die manier is het mogelijk om, ook binnen de nieuwe gebiedsinvulling, een voelbare link met het verleden van het gebied te bewerkstelligen.
74
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
5.11
Water
Op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening moet in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf worden opgenomen. Hierin wordt beschreven hoe rekening is gehouden met de gevolgen van het ruimtelijk plan voor de waterhuishouding. De waterparagraaf geeft een beschrijving van de beleidsuitgangspunten, waterhuishoudkundige situatie en wateropgaven in het plangebied, (motivatie van) meest geschikte oplossingen en ruimtelijke consequenties daarvan. Indien aan de orde, is tevens het advies van het waterschap in de waterparagraaf verwerkt. 5.11.1
Rijks- en provinciaalbeleid
Rijksbeleid Het richtinggevend kader op rijksniveau is het 2e Nationaal Waterplan (NWP2). Dit beschrijft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de periode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Daarbij wordt gefocust op de thema's waterveiligheid, waterkwaliteit en beschikbaarheid van zoetwater. Voor de grote wateren en het kustgebied is een nadere, gebiedsgerichte uitwerking opgenomen. Hoewel het NWP2 geen rechtstreekse doorwerking heeft voor de voorgenomen ontwikkeling, zijn de leidende principes regionaal en lokaal doorvertaald en geborgd in beleid.
Provinciaal beleid Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP) vastgesteld. Het provinciale plan heeft de status van structuurvisie. De hoofddoelen uit het beleid zijn voor wat betreft de watergerelateerde aspecten: Voldoende water voor mens, plant en dier; Schone en gezonde leefomgeving, waaronder schoon grond- en oppervlaktewater; Adequate bescherming van Noord-Brabant tegen overstromingen. Binnen het PMWP zijn de gronden in het plangebied aangemerkt als 'gemengd landelijk gebied'.
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
75
Figuur: Uitsnede kaartbeeld Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021
Binnen 'gemengd landelijk gebied' is het het waterbeheer gericht op een goede waterhuishouding voor een duurzame en concurrerende landbouw. Randvoorwaarden zijn de verplichtingen uit de Kaderrichtlijn Water en afstemming met de maatregelen voor de Natura 2000-gebieden en de Natte natuurparels. Voor het overige geldt geen specifiek beschermingsbeleid. De gronden in het plangebied bevinden zich in de bufferzone rond het gebied ten westen en zuiden van het plangebied, aangemerkt als 'Natte natuurparel'. Behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de hydrologische waarden ter plaatse, zijn derhalve een nevengeschikte doelstelling voor deze gronden. Het toevoegen van bebouwing in deze zone mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de hydrologische waarden van de natte natuurparel. Dit dient te worden geborgd middels overleg met de waterbeheerder. 5.11.2 Beleid Waterschap Aa en Maas In het Waterbeheerplan (WBP) beschrijft het waterschap Aa en Maas haar doelstellingen voor de periode 2016 – 2021 en de wijze waarop deze doelstellingen bereikt moeten worden. Hiermee geeft het waterschap invulling aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening water Noord-Brabant om een waterbeheerplan op te stellen.
In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende programma's: Veilig en bewoonbaar; Voldoende water en robuust watersysteem; Schoon water; Gezond en natuurlijk water; Het leveren van maatschappelijke meerwaarde Deze programma's zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen. Deze doelstellingen vinden
76
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; Keur, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water. Dit betreft onder meer: 1. Gescheiden houden van vuil water en schoon hemelwater Het streefbeeld is het afvoeren van het vuile water via de riolering en het binnen het plangebied verwerken van het schone hemelwater. Afhankelijk van de omstandigheden ter plaatse kan een compromis gesloten worden, waarbij de minimale inzet (in bestaand bebouwd gebied) is om het vuile en het schone water gescheiden aan te bieden op het (reeds aanwezige) gemengde rioolstelsel. Het waterschap zal echter niet akkoord gaan met de aanleg van nieuwe gemengde rioolstelsels. 2. Doorlopen van de afwegingsstappen: "hergebruik - infiltratie - buffering - afvoer" Het waterschap hanteert het beleid dat bij nieuwe plannen altijd onderzocht dient te worden hoe omgegaan kan worden met het schone hemelwater. Hierbij worden de afwegingsstappen "hergebruik - infiltratie buffering - afvoer" (afgeleid van de trits "vasthouden - bergen - afvoeren") doorlopen. Hergebruik van hemelwater wordt voornamelijk overwogen bij grootschalige voorzieningen als scholen, kantoorgebouwen ed.
Voor particuliere woningen wordt dit, ook gezien de landelijke ervaringen met grijswatersystemen, niet gestimuleerd. Binnen grondwaterbeschermingsgebieden kunnen door de grondwaterbeheerder (provincie) aanvullende kwalitatieve eisen gesteld worden in de Provinciale Milieu Verordening. Ook kan een vergunning nodig zijn van de grondwaterbeheerder. 3. Hydrologisch neutraal ontwikkelen Nieuwe ontwikkelingen dienen te voldoen aan het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de uitgangssituatie. Hierbij mag de natuurlijke GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) niet verlaagd worden en mag bijvoorbeeld bij transformatie van landelijk naar bebouwd gebied de oorspronkelijke landelijke afvoer in de normale situatie niet overschreden worden. Het waterpeil sluit aan bij optimale grondwaterstanden en in poldergebieden worden seizoensfluctuaties toegestaan. Binnen het plangebied zijn er twee ruimtelijke waterbelangen van toepassing: A-watergang Aan de noordzijde van het plangebied is een leggerwatergang gesitueerd. Er is een verbod opgenomen om binnen 5,00 meter breedte, gemeten vanaf de insteek aan beide zijden van een A-watergang obstakels te plaatsen of te hebben. Gelet op de waterhuishoudkundige belangen is het noodzakelijk om deze zone, de beschermingszone, vrij te houden van alle obstakels.
Dit is in de planregels vertaald middels het toepassen van de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang'. Voor de ontsluiting van het plan en de inritten van de nieuw te bouwen woningen aan de Veldstraat zullen aanvullende overkluizingen worden gerealiseerd. Deze middels duikers worden vormgegeven. Ook overlapt een deel van de bouwvlakken van genoemde woningen met de beschermingszone aan de zuidzijde van deze watergang. Voor het nader ontwerpen, dimensioneren en vergunnen van de ontsluiting via de Veldstraat alsmede de inritten van de woningen die op de Velstraat worden georiënteerd, is afstemming met de waterbeheerder vereist. Daarbij dienen deze overeen te stemmen met de uitgangspunten, zoals opgenomen in de Keur. Attentiegebied Keur De attentiegebieden zijn in eerste instantie gericht op bescherming van de hydrologisch toestand binnen de natte natuurparels. Daarnaast kunnen in deze gebieden, waar nodig, compenserende maatregelen worden getroffen om uitstralingseffecten vanuit de natte natuurparels naar de omgeving te voorkomen. Het totaal aan
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
77
maatregelen wordt tenminste getoetst op stand-still op de rand van de natte natuurparel. Peilafwijkingen mogen geen structureel hydrologisch negatief effect hebben op de waterhuishouding in natte natuurparels. Peilafwijkingen die de gewenste waterhuishouding structureel aantasten kunnen alleen worden toegestaan indien het negatief effect volledig wordt gecompenseerd. Het effect van de peilafwijking wordt getoetst op de rand van de natte natuurparel. De compensatie door aanvullende maatregelen wordt beoordeeld door het waterschap. Het waterhuishoudkundig plan voor het plan Heeswijkse Akkers (zie 5.11.3 en Bijlage 14) maakt inzichtelijk dat het plan niet leidt tot een structureel negatief hydrologisch effect in de natte natuurparel, waar het plangebied bij in de buurt ligt. Aanvullend zijn generieke voorschriften hieromtrent opgenomen in de dubbelbestemming 'Waterstaat - Natte natuurparel bufferzone'.
5.11.3 Beschouwing initiatief Het bouw- en inrichtingsplan voor Heeswijkse Akkers omvat op hoofdlijn de volgende activiteiten (aangeduid op onderstaande afbeelding): Sloop van de bedrijfsbebouwing en erfverharding op het bedrijfsperceel Veldstraat 25; Handhaving van de woonbebouwing met bijbehorend erf op de percelen Veldstraat 25a en Veldstraat 27; Realisatie van 72 grondgebonden woningen, met mogelijkheden tot de realisatie van erfverharding en bijgebouwen op het perceel; Realisatie van een verkeerskundige ontsluiting, inclusief parkeren; Realisatie van een openbaar groenstructuur; Het aanleggen van duikers ter plaatse van de gebiedsontsluiting en in- uitritten van de nieuwe woningen langs de Veldstraat; Het verplaatsen van de externe overstort van de bergbezinkleiding, zodat deze niet in de nabijheid van een woning uitmondt. In 2021 is een waterhuishoudkundig onderzoek uitgevoerd voor het plan Heeswijkse Akkers. De rapportage over dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 14 bij deze toelichting. De beschrijving van de hydrologische situatie is ontleend aan dit onderzoek (2.3 t/m 2.6). De planspecifieke uitgangspunten voor hemelwaterbehandeling zijn in onderstaande beschouwing afgestemd op de karakteristieken van het huidige, voorliggend plan.
Hydrologische situatie plangebied Er bestaan binnen het plangebied mogelijkheden om het neerslagwater in de bodem te infiltreren. De doorlatendheid van de bodem is 2,0 m/dag en de GHG van +6,3 m NAP (1,1 m – bestaand MV). De infiltratiecapaciteit mag niet in mindering worden gebracht op de bergingseis, maar dient slechts om de voorzieningen na afloop van de bui (streefwaarde binnen 24 uur) leeg te laten lopen.
Hemelwaterberging De berging van hemelwater gebeurt zoveel als mogelijk op 'eigen terrein', dus op de uit te geven woonpercelen. Voor de resterend te realiseren bergingscapaciteit dient in het openbaar gebied ruimte te worden gevonden. Onderstaand is dit toegelicht: Veldstraat De zeven woningen tussen Veldstraat 23 en 29 worden hydrologisch neutraal gebouwd. De bergingsbehoefte voor deze zeven nieuwe woningen aan de Veldstraat is respectievelijk bepaald op 10,80 m3 per woning (60 mm x 180 m2) en 11,70 m3 (60 mm x 195 m2) voor de 2/1-kap woningen en de vrijstaande woningen.
78
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
Voor de noodgevallen (> 60 mm) mogen deze woningen via maaiveld op de waterschapswatergang lozen. Dit kan door middel van een straatkolk, die wordt aangesloten op de berging, nabij de insteek van de watergang te plaatsen. Binnengebied Voor de woningen in het binnengebied van het plan geldt de standaard bergingsopgave die gemeente Bernheze hanteert voor nieuwbouw; namelijk 20 mm. Deze particuliere bergingsopgave geldt voor zowel de bebouwing als terreinverharding. Doordat de hoeveelheid particuliere verharding vooraf niet bekend is wordt deze gesteld op 50% van het dakoppervlak. De totale berging op eigen terrein voor het binnengebied komt uit op 151,1 m3. Het heeft de sterke voorkeur om de particuliere berging in de voortuinen te realiseren. Hierdoor is de toekomst van de voorziening beter gegarandeerd (bereikbaarheid voor B&O) en dan zit de overstort direct aan de straatzijde. Bij meer dan 20 mm neerslag mag het particuliere systeem via maaiveld lozen op de openbare ruimte, waarna het water via het openbare rwa-systeem wordt verwerkt. Bij de rijwoningen is de voortuin slechts 1,00 m diep, waarbij bovendien ook nog ruimte vrij moet worden gehouden (ca. 1,00 m) om de huisaansluitingen van de K&L aan te leggen. Hierdoor is het niet bij alle rijwoningen om de berekende bergingsbehoefte te bergen. Dit tekort is niet extreem (per woning max.
0,57 m3) en kan in de openbare ruimte worden gecompenseerd. Bij de vrijstaande en 2/1-kap woningen is de voortuin overal minimaal 2,00 m diep en het kavel ook voldoende breed om 20 mm water op het eigen terrein te bergen. De patiowoningen zijn, vanwege het grote (platte) dakoppervlak, bij uitstek geschikt om de berging op het dak te realiseren. In de onderstaande tabel is per type woning opgesplitst hoeveel berging per kavel nodig is met daarbij de afmetingen rekening houdend met de handelsmaten en beschikbare ruimte.
Op basis van de bovenstaande afmetingen komt de totale berging op eigen terrein uit op 137,9 m3. Dit is 13,2 3 minder dan de benodigde 151,1 m3. Dit volume is slechts een fractie van de totale berging op openbaar terrein, waardoor dit daar prima is te compenseren.
Berging op openbaar terrein De berging van de resterende 40 mm van de particuliere bebouwing en verharding (7.755,5 m2 --> 302,2 m3)
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
79
en de 60 mm berging van de openbare verharding (8.408 m2 --> 504,5 m3) is bepaald op 806,7 m3. Daar komt nog 13,2 m3 berging bij van de rijwoningen die niet volledig in hun bergingsbehoefte kunnen voorzien, waardoor het totaal op 819,9 m3 uit komt. Gelet op de omvang van de benodigde berging is een volledige berging in wadi’s niet haalbaar. Daarom is gekozen voor ondergrondse berging met een infiltratiekrattensysteem. Op basis het gebruik van kratten, met een hoogte van 0,60 m en 95% holle ruimte, is er voor de bergingsbehoefte van 819,9 m3 totaal 1.438,4 m2 aan kratten nodig. De twee grasvelden zijn qua oppervlak bijna groot genoeg om alle kratstroken op in te passen. Hierbij ontstaat echter een raakvlak met de groeninpassing, omdat de kratten drainerend werken voor het groen en er ondergronds te weinig groeiruimte resteert voor het plaatsen van diverse boomgroepen. Daarom wordt onder de rijbaan een transportsysteem met een dubbele rij kratten opgezet. Deze berging wordt aangevuld met kratstroken onder de haaksparkeervakken.
Nadere kwalitatieve randvoorwaarden Aanvullend gelden kwalitatieve uitgangspunten ter voorkoming van vervuiling van oppervlaktewater en grondwater. De kwaliteit hiervan mag niet verslechteren ten opzichte van de huidige situatie. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Bij de realisatie van de woningen en het openbaar gebied dient af te worden gezien van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood), om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden. Ook dient de toepassing van onkruidwerende middelen wordt zoveel als mogelijk voorkomen. Het gebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied, waardoor er geen extra eisen vanuit de Provinciale Milieuverordening van toepassing zijn.
5.12
Gebieds- en soortenbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora-en Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Flora-en faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. In opdracht van de Gemeente Bernheze heeft Aeres Milieu in samenwerking met Faunaconsult een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd in Heeswijk-Dinther (Gemeente Bernheze). In deze quickscan natuurwetgeving is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.
Gebiedsbescherming: Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten Vanwege de lokale aard van de werkzaamheden en de grote afstand tussen het plangebied en nabijgelegen Natura 2000-gebieden en Beschermde natuurmonumenten, zijn er geen negatieve effecten op deze beschermde gebieden te verwachten als het gaat om vernietiging of verstoring.
80
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura 2000-gebieden Onderzoek stikstof (2021) Ten aanzien van mogelijk negatieve effecten door een toename van stikstofdepositie tengevolge van het plan, is een stikstofberekening uitgevoerd. Deze is opgenomen en nader toegelicht in de notitie stikstof, die als Bijlage 16 aan deze toelichting is gehecht. Op grond van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat het bouwplan niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebieden kunnen op basis van het voorgaande worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. Actualisatie onderzoek stikstof (juni 2022) Gelet op tussentijdse wijzigingen, zowel in het plan als in de voorgeschreven reken- en afwegingssystematiek rond stikstof, is in juni 2022 een actualisatie gemaakt van de stikstofberekening in Aerius calculator. De rapportage over deze aanvullende berekening is opgenomen als bijlage 17 bij deze toelichting. Daarbij is onderzocht of het plan in de gebruiksfase (72 woningen) leidt tot een toename van de stikstofdepositie op voor verzuring gevoeldig gebied. Dit is niet het geval. Op grond daarvan hoeft de stikstofproductie gedurende de realisatiefase van het plan niet nader in beschouwing te worden genomen.
Gebiedsbescherming: NatuurNetwerk Brabant Op circa 350 meter ten zuiden van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
81
Ligging van het plangebied (rode contour) ten opzichte van NatuurNetwerk Brabant (NNB)
Soortenbecherming In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. In de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.
Conclusie: Het aspect flora en fauna vormt op voorhand geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. Een belangrijke kanttekening die daarbij moet worden gemaakt, is dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname betreft, waardoor de eventuele aanwezigheid van bepaalde soorten / vaste verblijfsplaatsen niet volledig uit te sluiten valt. Om die reden geldt onverkort dat, op het moment dat werkzaamheden in het gebied aanvangen, de zorgplicht in acht moet worden genomen. Dit dient nader te worden geconcretiseerd in flankerende (maatwerk)voorwaarden die aan de Omgevingsvergunning (kap-, rooi- aanleg- en bouwwerkzaamheden) worden verbonden.
82
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
5.13
Ondergrondse infrastructuur
Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er te worden onderzocht of er leidingen onder het perceel doorlopen, om te voorkomen dat de leiding bij werkzaamheden wordt beschadigd. Daarnaast kan er een omgevingsvergunning benodigd zijn om bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Er is een klic-melding gedaan. Uit de klic-melding blijkt dat binnen het plangebied geen leidingen gelegen zijn met een planologische beschermingszone die een overlap kent met het plangebied.
Resultaten van klic-melding
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
83
84
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
Hoofdstuk 6
Juridische toelichting
Algemeen Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid en kan bovendien dienst doen bij planinterpretatie. Om inzicht te geven in de juridische opzet zijn hierna de systematiek en de opbouw van het bestemmingsplan toegelicht. Vergelijkbare bestemmingsplannen SVBP 2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Dit om de gewenste vergelijkbaarheid zeker te stellen. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. De toelichting maakt immers - strikt juridisch gezien geen deel uit van het bestemmingsplan. De verbeelding van het bestemmingsplan bestaat uit een verzameling geografische bepaalde objecten, die zijn opgeslagen in een digitaal ruimtelijk informatiesysteem. De objecten zijn voorzien van bestemmingen met bijbehorende doeleinden en regels. Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat de standaarden geen betrekking hebben op de inhoud van een bestemmingsplan. Bestemmingen Het centrale onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming.
Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de in het plan begrepen grond bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden. Aan de bestemmingen zijn regels gekoppeld over het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Dit bestemmingsplan bevat ook dubbelbestemmingen. Deze overlappen enkelbestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het buitengebied. Daartoe zijn op de verbeelding bestemmingsvlakken en aanduidingen opgenomen. Aan de ondergrondgegevens op de verbeelding, zoals ingetekende gebouwen, kunnen geen rechten worden ontleend. Daar staat tegenover dat het ontbreken van dergelijke ondergrondgegevens ook niet leidt tot een beperking van rechten. De ondergrondgegevens hebben dus uitsluitend een illustratief karakter. Deze gegevens zijn een hulpmiddel voor het bepalen van bestemmingsvlakken en bouwvlakken.
Bestemmingsregeling Opzet regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt:
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
85
Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid. De specifieke nadere eisenregelingen, afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden en een omgevingsvergunningstelsel voor werken en werkzaamheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan. Flexibiliteitsregels Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door de bevoegdheid tot het verlenen van een (binnenplanse) omgevingsvergunning, of het stellen van nadere eisen of een wijzigingsbevoegdheid.
Voor het opnemen van flexibiliteitsregels geldt als uitgangspunt dat flexibiliteitregels alleen worden gebruikt als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn. Ontwikkelingen die niet in de regels mogelijk zijn gemaakt, zijn uitsluitend mogelijk via een buitenplanse procedure.
Bestemmingen in dit bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan kent de volgende bestemmingen: Groen; Tuin; Verkeer; Water; Wonen; Wonen - Uit te Werken Daarnaast worden enkele dubbelbestemmingen toegepast, te weten: Waarde – Archeologie 2; Waarde – Archeologie 3; Waterstaat – Beschermingszone watergang; Waterstaat - Natte natuurparel bufferzone. Bestemmingen Groen, Verkeer en Water
86
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
Deze bestemmingen regelen het openbare gebied, de wegen, plantsoenen, waterpartijen en watergangen. In de bestemming Verkeer zijn gebouwen niet toegestaan. Bestemmingen Tuin en Wonen De bestemmingen Tuin en Wonen zijn toegekend aan alle woningen in het plangebied met de daarbij behorende tuinen en erven. Er wordt gebruik gemaakt van drie woningtypen: aaneengebouwd, twee-aan-een en vrijstaand. Aan huis verbonden beroepen zijn ook toegestaan. In de bouwregels wordt een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouw, bijgebouwen en carports. Deze begrippen worden nader omschreven in artikel 1 Begrippen. Het hoofdgebouw moet worden gebouwd binnen het bouwvlak. De bijgebouwen mogen ook daarbuiten staan, maar moeten wel voldoen aan diverse situeringseisen. Ook zijn diverse hoogte- en oppervlaktematen voorgeschreven. Deze regeling sluit aan bij eerder ontwikkelde standaard bijgebouwenregeling van de gemeente Bernheze. Bestemming Wonen - Uit te werken De bestemming Wonen - Uit te werken is toegekend aan het perceel dat direct westelijk van het bedrijfsperceel aan de Dokter Boutkanstraat 9 is gelegen. De milieuhindercontour van dit bedrijf overlapt de geprojecteerde locatie van deze woning, waardoor deze vanuit milieuhygiënisch oogpunt niet toelaatbaar is.
De bestemming Wonen - Uit te werken ziet op een regeling om deze bestemming nader uit te werken, onder de voorwaarde dat de milieuhygiënische situatie dit toelaat. Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie 2 en 3 Deze dubbelbestemmingen zijn toegekend ter bescherming van de archeologische waarden in het plangebied. Dubbelbestemming Waterstaat - Natte natuurparel bufferzone Deze dubbelbestemming is toegekend ter bescherming van de ten zuidwesten van Heeswijk-Dinther gelegen natte natuurparel. Dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' De gronden met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Beschermingszone watergang' zijn mede bestemd voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen dan wel daaraan grenzende watergang.
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
87
88
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Tijdens de voorbereiding van dit bestemmingsplan is op een aantal momenten overleg gevoerd met omwonenden, belanghebbenden en geïnteresseerden. Als gevolg van de restricties die samenhangen met de Covid-19 situatie, waren de mogelijkheden hiertoe enigszins beperkt. Om uitleg te geven over het plan, de doelstellingen die worden beoogd en de toekomstige invulling van het plangebied, is een videofilm gemaakt en online beschikbaar gesteld. Om eenieder in gelegenheid te stellen op het planvoornemen te reageren, is het bestemmingsplan als voorontwerp gepubliceerd voor inspraak. Ook is het voorontwerp toegezonden aan verschillende vooroverlegpartners, om te toetsen of het plan verenigbaar is met flankerende beleidsdoelstellingen en belangen die zij behartigen.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
Wanneer met een bestemmingsplan een bouwplan, zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk wordt gemaakt, dient kostenverhaal afdoende verzekerd te zijn. Indien dit niet middels een anterieure overeenkomst geborgd kan worden, dient conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. In voorliggend geval is door de gemeente Bernheze een exploitatieplan opgesteld. In dit exploitatieplan zijn de plankosten toegerekend aan de te realiseren bestemmingen en kunnen op grond daarvan worden doorberekend aan bij de ontwikkeling betrokken begunstigden. Door het opstellen van een exploitatieplan is voldaan aan de verplichting zoals deze in artikel 6.12 is opgenomen.
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
89
90
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
Hoofdstuk 8 8.1
Procedure
Overleg en inspraak
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, waar nodig, overleg te plegen met andere betrokken overheden en overheidsdiensten. De bedoeling van dit vooroverleg is om het plan tijdig aan te kunnen passen op opmerkingen van andere overheden. Hiertoe is het ontwerp bestemmingsplan toegezonden aan de volgende instanties: Provincie Noord-Brabant; Waterschap Aa en Maas; GGD Gezondheid, Milieu en Veiligheid Brabant. Het voorontwerp bestemmingsplan en voorontwerp exploitatieplan hebben met ingang van 11 februari 2021 gedurende zes weken op afspraak ter inzage in het gemeentehuis aan De Misse 6 in Heesch. De plannen zijn digitaal raadpleegbaar en te downloaden via de website www.ruimtelijkeplannen.nl (NL.IMRO.1721.BPHeeswijkseAkkers-vo01). Naast de vooroverlegreacties zijn er 33 inspraakreacties ontvangen, zowel via mail, brief en mondeling. De binnengekomen inspraak- en vooroverlegreacties en de beantwoording daarvan, is weergegeven in de Nota van beantwoording inspraakreacties, die als bijlage 19 aan deze toelichting is gehecht.
8.2
Zienswijzen
Op 1 februari 2022 hebben burgemeesters en wethouders van de gemeente Bernheze bekend gemaakt dat het ontwerpbestemmingsplan en ontwerpexploitatieplan 'Heeswijkse Akkers' (planidentificatie NL.IMRO.1721.BPHeeswijkseAkkers-OW01 en NL.IMRO.1721.EPHeeswijkseAkkers-OW01) gedurende zes weken ter inzage komt te liggen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vervolgens van 2 februari 2022 tot en met 8 maart 2022 ter inzage gelegen. Alle stukken konden gedurende deze periode op afspraak worden ingezien op het gemeentehuis, evenals digitaal op www.ruimtelijkeplannen.nl. Binnen genoemde termijn heeft een ieder zienswijzen naar voren kunnen brengen tegen het ontwerpbestemmingsplan. Tevens is het ontwerpplan toegezonden aan Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Beide organisaties zagen geen aanleiding om een zienswijze in te dienen. Zienswijze De gemeente heeft gedurende de inzagetermijn dertien zienswijzen ontvangen. Deze zienswijzen zijn ingediend door omwonenden, de provincie en het waterschap. Ontvankelijkheidzienswijze De ontvangen zienswijzen zijn tijdens de inzagetermijn ingediend en voldoen aan de indieningsvereisten. De zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk en worden in de besluitvorming betrokken. In de Nota van zienswijzen, die als Bijlage 20 aan deze toelichting is gehecht, zijn de afzonderlijke zienswijzen beantwoord.
Daar waar een zienswijze, of elementen daaruit, heeft geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan, is dit bij de beantwoording aangegeven.
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers
91
8.3
Vaststelling
Deze paragraaf wordt verder ingevuld nadat het bestemmingsplan is vastgesteld.
92
bestemmingsplan Heeswijkse Akkers