Heeswijkse Akkers_Bijlagen bij toelichting_Bijlage 20 Nota van zienswijzen
Tekst van het document
o. Reclamant is van mening dat het plan in onvoldoende mate motiveert op welke wijze is voldaan aan artikel 3.46 van de interim omgevingsverordening; Zienswijze Het provinciaal overleg zoals uiteengezet in de brief van de provincie aan het college van B&W van 16 november 2020 (kenmerk C2269649/4786007), besteedde ook aandacht aan de zogeheten Verkeersdoeleinden. Citaat: Het voorliggende plan maakt (ook) de aanleg van wegen mogelijk. Wij verzoeken u te motiveren op welke wijze invulling is gegeven aan artikel 3.46 IOV. Artikel 3.46 IOV - Verkeersdoeleinden Lid 1: Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in de nieuwe aanleg of wijziging van een gemeentelijke of Provinciale weg, inclusief de bouw van daartoe behorende kunstwerken. Lid 2: Het bestemmingsplan bevat een onderbouwing: a) waarom de aanleg van de weg nodig is gelet op het verkeerskundige probleem of de ontwikkelingen die plaatsvinden; b) van de keuze van het tracé gelet op de verrichte onderzoeken; c) van de maatregelen voor de inpassing van de weg waarbij de ontwikkeling in samenhang wordt bezien met zijn omgeving om een grotere kwaliteitswinst voor meerdere ruimtelijke functies, waaronder natuur en landschap, te bereiken; d) van de noodzaak voor een aan de weg gerelateerde voorziening.
Lid 4: In geval van samenloop met een ander werkingsgebied geldt dat het bestemmingsplan rekening houdt met de opgenomen regels. h.1 Wij zijn van mening dat uw plan in onvoldoende mate motiveert op welke wijze is voldaan aan artikel 3.46 IOV, tweede lid onder sub a, b en c. Dit geldt temeer gezien de cumulatie met de woningbouwambities en daaraan gepaard gaande toename van verkeersintensiteiten van de Kamersche Hoef. h.2 Het motiveringsgebrek wordt eveneens weerspiegeld in het gebrek aan duiding van de verdeelpercentages van verkeer over de diverse wegen. Ons inziens zal een groter deel van het verkeer zich afwikkelen over de nieuwe weg, omdat volgens de gemeente de enige bestaande weg in de buurt fysiek minder geschikt is voor de afwikkeling en ook lastig of niet geschikt te maken is. h.3 Tot slot heeft u onvoldoende aangetoond waarom een verderop gelegen aansluiting. Gouverneursweg en dus geen tuin/woning) niet een beter alternatief zou zijn, alles afwegende.
22
Beantwoording De verkeerskundige ontsluiting van het plan Heeswijkse Akkers is nadrukkelijk in de overwegingen betrokken, waarbij ook de ontwikkeling van het plan Kamersche Hoef in ogenschouw is genomen (zie paragraaf 3.6 van de toelichting). In een verkeersstudie (bijlage 1 bij de toelichting) is gekeken naar de huidige verkeersbelasting, de toekomstige verkeersbelasting en de verkeersbelasting bij de 4 onderzochte varianten. In deze varianten wordt ingegaan op een situatie zonder verkeersmaatregelen, een situatie met een ontsluitingsweg en met of zonder een afsluiting (knip) op de Veldstraat. Daar aan gekoppeld is een benchmark met landelijk geaccepteerde maximale verkeersbelastingen. Deze studie onderbouwt de keuze die is gemaakt om verkeer af te wikkelen op wegen die daarvoor geschikt zijn. Het verkeer wordt dan niet of nauwelijks afgewikkeld over de Veldstraat of Abdijstraat. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
p. De toekomstige patiowoningen nabij het perceel van de reclamant zijn een te grote inbreuk op de vrije zichtlijnen en doorzichten; Zienswijze U maximeert de plangrenzen van de mogelijke bebouwing tot direct grenzend aan het perceel Hoofdstraat 120. Er is geen blijk gegeven dat op die aanpalende zijde slechts blinde muren gebouwd mogen worden. Dat tast de privacy van bewoner Hoofdstraat 120 teveel aan en is een te vergaande inbreuk op de thans bestaande vrije zichtlijnen en doorzichten. In de gemeentelijke beleidsvisie ‘Groenbeleid Kernen 2018 – gemeente Bernheze’, blz. 10 en 11 wordt daarover uitdrukkelijk gewag gemaakt: “dat Bernheze een groene gemeente betreft en dit een kwaliteit van de gemeente in binnen- en buitengebied is. Er wordt veel waarde gehecht aan het historische karakter van de kernen en centrumgebieden, zoals in de iDOP’s van Heeswijk-Dinther en Vorstenbosch. Hoogwaardige groene elementen worden daarbij genoemd als middel om bijvoorbeeld de laanstructuren benadrukken of een gebied extra uitstraling te geven. …………….
“Bij de versterking van de beleving van het Bernhezense landschap vanuit de dorpen spelen zichtlijnen en doorzichten op het buitengebied een grote rol, maar ook een zorgvuldige inpassing van de (nieuwe) randen, versterking van de landschappelijke structuren in en om de kernen, kerkhoven (die veelal in de dorpsranden liggen), entrees en wegbeplantingen langs invalswegen” (uit het Landschapsontwikkelingsplan). Beantwoording Op de perceelsgrens is maar 1 bouwlaag mogelijk. Op 3m van beide perceelgrenzen is een max hoogte van 6m voorstelbaar. De gevels die op de perceelsgrens worden gebouwd zullen blinde gevels zijn. De maximale bouwhoogte in het bouwvlak al worden aangepast zodat er op het achterste deel van het perceel een maximale bouwhoogte van 3m is toegestaan. Het voorste deel van het perceel zal dan maximaal 6m hoogte toestaan. Het stedenbouwkundig plan is zodanig opgezet dat deze enerzijds aansluit bij de bestaande kwaliteiten maar ook op gepaste wijze het gebied verdicht. Door de ontsluitingsweg met groene begeleiding én het realiseren van twee woonerven met een centrale groenvoorziening wordt er juist een dorp karakter gecreëerd. De afwisselende bebouwing in typen en hoogte draagt hier ook aan bij. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
23
q. Alle opmerkingen voortkomend uit het wettelijk vooroverleg met de provincie zijn niet voldoende verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan; Zienswijze De provincie maakt gewag van een aantal kanttekeningen. U heeft met het voorliggende voorontwerp bestemmingsplan nog geen blijk gegeven dat u aan al die punten tegemoet bent gekomen. Dit geldt in het bijzonder voor de plangrens van het gebied. Wij refereren aan het volgende citaat uit de brief van de provincie: “Het plan voorziet in een stedelijke ontwikkeling in de vorm van de bouw van woningen; in het werkingsgebied gebied Verstedelijking afweegbaar. De voorwaarden voor zo’n ontwikkeling worden gegeven in art. 3.43 IOV. De onderbouwing aan de hand van artikel 3.43, sub d, IOV is in het nu voorliggende plan nog onvoldoende. De criteria, zoals opgenomen in sub d van artikel 3.43 IOV, hebben een overlap met de basisprincipes van paragraaf 3.1.2 van de IOV. Wat we constateren is een beperkte benadering van het plangebied; iedere afbeelding eindigt vrijwel gelijk aan de plangrens. Het gebied wordt weinig in zijn context en structuren gezet. We zien dan ook geen onderbouwing van diep, rond en breed kijken naar de locatie én omgeving. Aan de westzijde van Heeswijk-Dinther is een groot gebied aangeduid als Verstedelijking afweegbaar.
Wij verzoeken u te onderbouwen hoe deze locatie gezien moet worden binnen het werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar en ook mogelijke andere locaties daarin te betrekken. Daarbij is van belang aan te geven of het een eerste stap in een grotere ontwikkeling van de westzijde van Heeswijk-Dinther betreft of dat het hier een duurzame afronding van de kern betreft.” De te beschermen provinciaal ruimtelijke belangen zijn vertaald in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) die op 5 november 2019 in werking is getreden: Artikel 3.43 Afwijkende regels Verstedelijking afweegbaar In afwijking van artikel 3.42 Duurzame stedelijke ontwikkeling, eerste lid, kan een bestemmingsplan, ter plaatse van Verstedelijking afweegbaar voorzien in de nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als: a) binnen Stedelijk Gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is; b) transformatie van cultuurhistorisch waardevol of geschikt leegstaand vastgoed niet tot de mogelijkheden behoort; c) de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; d) de stedenbouwkundige- en landschappelijke inrichting rekening houdt met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied en de naaste omgeving waaronder een duurzame afronding van het Stedelijk Gebied.
Op deze punten heeft uw college onvoldoende acht geslagen. De plangrens is onvoldoende afgebakend en u bent er niet in geslaagd te duiden hoe deze locatie gezien moet worden binnen werkingsgebied Verstedelijking afweegbaar. Daarmee is dit voorontwerp onzorgvuldig en in strijd met de artikelen 3:42 en 3:43 IOV. Beantwoording Er wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze A >> Het bestemmingsplan is naar aanleiding van deze zienswijze aangepast. Aan het einde van deze nota is een lijst met alle wijzigingen opgenomen.
r.
Er is onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de reclamant;
Zienswijze
24
Tenslotte moet ons van het hart dat uit uw plannen onvoldoende blijkt dat u met de belangen van ons daadwerkelijk genoegzaam rekening heeft gehouden. Een dergelijke ontsluiting realiseren over een perceel met een woonbestemming vereist om zorgvuldige afweging, zeker in relatie tot de bestaande woonfunctie. Te denken valt daarbij aan aspecten als geluid, sociale veiligheid, privacy, lichthinder (koplampen in de nachtelijke uren) en milieu- en stankoverlast (uitlaatgassen). Een inventarisatie van de bestaande belangen en een voldoende afweging van belangen ontbreekt. Als de plannen op deze wijze worden gerealiseerd zal uiteraard een verzoek worden ingediend om de schade te vergoeden. Beantwoording Bij het bepalen van de locatie van de ontsluitingsweg zijn alle genoemde aspecten zorgvuldig afgewogen. Meerdere varianten en opties zijn tegen het licht gehouden maar uiteindelijk is voorliggend plan de meest geschikte optie gebleken. Om op het laatste onderdeel van de zienswijze in te gaan. In afdeling 6.1 Wet ruimtelijke ordening is geregeld dat degene die planschade lijdt aanspraak kan maken op een tegemoetkoming daarin, tenzij de schade redelijkerwijs voor rekening van de aanvrager behoort te blijven. Als een aanvrager (meent) recht te hebben op deze vergoeding kan hij daarvoor de gemeentelijke procedure voor tegemoetkoming van planschade volgen.
Hiervoor wordt verwezen naar de procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Bernheze 2008 op de website van de gemeente of www.officielebekendmakingen.nl. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
25
Zienswijze D4 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Reclamanten willen graag bevestiging dat het bestemmingsplan hun huidige bouwmogelijkheden voor bijgebouwen niet beperkt; b. Reclamanten willen graag bevestiging dat het gedeelte van hun perceel wat onderdeel wordt van het bestemmingsplan als achtertuin blijft worden gezien zo lang het niet verkocht wordt; c. Reclamanten hebben te weinig informatie over de afsluiting van de Veldstraat voor autoverkeer.
a. Reclamanten willen graag bevestiging dat het bestemmingsplan hun huidige bouwmogelijkheden voor bijgebouwen niet beperkt; Zienswijze De achtertuin van de reclamanten is deels ook onderdeel van het bestemmingsplan. Gezien wij zelf de komende jaren niet van plan zijn om een deel van het perceel te verkopen voor nieuwbouw of zelf een huis te gaan bouwen, wensen wij de mogelijkheid open te houden om wel een eventuele uitbreiding voor eigen gebruik te realiseren. Denk hierbij aan bijvoorbeeld een tuinhuis of kapschuur, waarvoor een bouwvergunning nodig zou zijn. Kunt u bevestigen dat met het nieuwe bestemmingsplan deze mogelijkheid niet op voorhand wordt uitgesloten of een beperktere kans op het vergeven van een vergunning betekent? Beantwoording Het gehele perceel wordt gezien als een woonbestemming, indien u niet besluit gebruik te maken van de bijgekomen bouwmogelijkheid zal het perceel worden gezien als achtererfgebied bij de woning. De rooilijn van de woning wordt gebruikt om het achtererfgebied te bepalen. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
b. Reclamanten willen graag bevestiging dat het gedeelte van hun perceel wat onderdeel wordt van het bestemmingsplan als achtertuin blijft worden gezien zo lang het niet verkocht wordt; Zienswijze Reclamanten ontvangen graag de bevestiging dat zolang er geen gebruik wordt gemaakt van het recht om op een deel van hun perceel een vrijstaande woning op te richten, de bestaande achtertuin op de nieuwe Heeswijkse akkers blijft worden gezien als achtertuingrens. En daarmee dus niet hoeft te voldoen aan regelgeving voor voortuinen. (Met name op gebied van hoogte van afscheiding.) Beantwoording Zoals onder a. aangegeven blijft, zolang er niet wordt gebouwd, het hele perceel als achtererfgebied bij de woning horen. Daarbij gelden dan ook de regels voor erfafscheidingen in het achtererfgebied. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
26
c. Reclamanten hebben te weinig informatie over de afsluiting van de Veldstraat voor autoverkeer; Zienswijze In het herziene voorbestemmingsplan wordt in het verkeersplan de optie geadviseerd voor een afsluiting van de Veldstraat voor autoverkeer met een knip tussen de aansluiting van de nieuwe wijk Kamersche Hoef en de Dr. Boutkanstraat (Optie 4). In de tekening en ook in de Nota van beantwoording inspraakreacties (dd 23 dec 2021) wordt dit beschreven als “tussen Veldstraat 21 a en 21 b". Op dit moment is voor de reclamanten op nog geen enkele wijze iets bekend over een mogelijke indeling van de wijk Kamersche Hoef en de eventuele wegen die hierin zullen lopen. Zonder deze informatie kunnen wij dan ook niet zondermeer accepteren dat de knip tussen ons en de buren komt te liggen, gezien voor ons de impact daarvan op dit moment niet te overzien is. Wij verzoeken dan ook dat de vaststelling van de exacte knip niet op dit moment al wordt vastgelegd, zonder enige bezwaar mogelijkheid in de toekomst, wanneer de impact voor bewoners wel duidelijk is (bij vaststelling bestemmingsplan Kamersche Hoef). Beantwoording Op basis van de concept plannen voor Kamersche Hoef wordt een knip beoog ten oosten van de ontsluitingsweg voor deze locatie. Een wegafsluiting kan niet in een bestemmingsplan geregeld worden. Een bestemmingsplan kan wel de argumenten bevatten voor de afsluiting.
De procedure voor afsluiting van de Veldstraat en het bepalen van een locatie wordt op een later moment opgepakt. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
27
Zienswijze D5 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Aantasting huidig woonbelang / woonoverlast; b. Aantasting privacy; c. Daling woningwaarde; d. Reclamanten doen een verzoek om de maximale bouwhoogte voor de woningen nabij hun perceel te beperken tot 3 meter; e. Reclamanten doen een verzoek om het aantal woningen nabij hun perceel terug te brengen en die woningen een kwartslag te draaien; f. Er wordt verzocht om geval de maatvoering van de wooneenheden op het naastgelegen perceel aan te passen om de privacy aantasting zoveel als mogelijk in te perken. g. Reclamanten verzoeken om de bouwhoogte van de achtergelegen patiowoningen aan te passen. h. Reclamanten willen graag bevestiging dat pas vanaf minimaal op 3 meter van de erfgrens gebouwd mag worden.
a. Aantasting huidig woonbelang / woonoverlast; Zienswijze. Door het plaatsen van 12 woningen (10 rijwoningen op het naastgelegen perceel en 2 woningen op het achtergelegen perceel), met alle tuinen rechtstreeks grenzend aan het perceel van de reclamanten wordt hun huidige woon en leefklimaar verstoord. Het verdwijnen van de rustige en vrije woonomgeving gaat mogelijk leiden tot woonoverlast. Aanvullend is de vraag waarom de rest van het ontwerpbestemmingsplan veel ruimer van opzet is qua dichtheid van bebouwing (c.q. hoeveelheid woningen), dan bij bestaande woonpercelen. Het is in onze optiek niet logisch en zeer onredelijk om bestaand woonbelang meer te gaan belasten, dan mogelijk toekomstig woonbelang (waar mensen zelf de keuze voor maken). De huidige situatie van de 10 woningen (op particulier perceel) lijkt enkel ten gunste van het particulier financieel belang. Beantwoording Het plan is aangepast waardoor de rij van 3 woningen is aangepast naar een tweekapper. Daarbij zijn de twee blokken ook van plaats gewisseld. Ter plaatse van de achtertuin van uw woning grenst nu een tweekapper. De gehandhaafde verplaatste rij van 4 woningen is gelegen naast uw woning.
Door deze aanpassing ten opzicht van het voorontwerp bestemmingsplan grenst uw kavel ter plaatse van de achtertuin direct aan 4 percelen, de twee onder een kap woning, de hoekwoning van een rijtje van 4 én een patiowoning. Bij de verkaveling is rekening gehouden met een gevarieerde opzet waarbij diverse deelgebieden ongeveer dezelfde verdeling hebben qua woningtype en dichtheid. In het voorontwerp bestemmingsplan was dit juist minder evenwichtig verdeeld. Bij de indeling van het particulier perceel is geen rekening gehouden met het financiële aspect. De verkaveling is puur op ruimtelijke kwaliteit en woningbouwprogramma gebaseerd.
>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
b. Aantasting privacy;
28
Zienswijze Reclamanten geven aan dat vanwege de beoogde ontwikkeling van in totaal 12 woningen nabij hun perceel de privacy wordt aangetast. Alle nieuwe tuinen grenzen aan de tuin van de reclamant het zorgt ervoor dat deze woningen met de ramen aan de achterzijde rechtstreeks op hun tuin uitkijken. Aanvullend zal dit ook leiden tot aantasting van het uitzicht en belemmering van de licht- en luchttoetreding tot de woning. Zeker vanwege de vastgelegde maximale bouwhoogte op 10 meter en de goothoogte op 6 meter voor de woningen ten noorden van het perceel. Beantwoording Het plan is aangepast waardoor de rij van 3 woningen is aangepast naar een tweekapper. Daarbij zijn de twee blokken ook van plaats gewisseld. Ter plaatse van de achtertuin van uw woning grenst nu een tweekapper. De gehandhaafde verplaatste rij van 4 woningen is gelegen naast uw woning. Door deze aanpassing ten opzicht van het voorontwerp bestemmingsplan grenst uw kavel ter plaatse van de achtertuin direct aan 4 percelen, de twee onder een kap woning, de hoekwoning van een rijtje van 4 én een patiowoning. Wanneer er een woningbouwontwikkeling plaatsvindt aangrenzend aan bestaande bebouwing zal altijd in meer of mindere mate sprake zijn van een beperking van uitzicht. Met de gekozen verkaveling is zoveel mogelijk rekening geoden met de aanwonende. de belemmering van lichten luchttoetreding zal minimaal zijn.
de nieuwe woningen liggen op het oosten dus zullen niet voor extra schaduw zorgen op uw perceel. De patiowoning krijgt een beperkte hoogte van deel 6m en deels 3m.
>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
c. Daling woningwaarde; Zienswijze Tot slot voorzien wij dat met de huidige situering van de woningen op het naastgelegen perceel waardoor een minder vrije en rustige woonomgeving en meer aantasting van de privacy ontstaan, waardoor onze woning fors in waarde zal dalen. Dit zal een aanzienlijke planschadevergoeding met zich meebrengen. Beantwoording Indien de reclamanten van mening zijn dat ze door de bestemmingsplanherziening in een planologisch nadeligere situatie komen te verkeren, dan kunnen zij op basis van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bij de gemeente een verzoek tot planschade indienen. Dit kan tot 5 jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Een onafhankelijke commissie bepaalt vervolgens in welke mate de indieners recht hebben op een tegemoetkoming in planschade. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
d. Reclamanten doen een verzoek om de maximale bouwhoogte voor de woningen nabij hun perceel te beperken tot 3 meter.
29
Zienswijze Reclamanten verzoeken om laagbouw/patiowoningen (met max. bouw- en goothoogte van 3 meter) te situeren ten noorden van hun woonperceel. Dit is ook passend omdat specifiek voor ouderen (55+) een grote behoefte is aan dit type woningen. Beantwoording De verkaveling en de aanpassingen zijn zorgvuldig gedaan. Elders in het plangebied zijn al enkele patiowoningen ingepast. Het is niet gewenst om op voorgestelde locatie meer van deze woningen toe te voegen. Dit in verband met het woningbouwprogramma en de behoefte om diverse typen woningen voor diverse doelgroepen te realiseren. Door de rijwoningen haaks op de Dr. Boutkanstraat te positioneren is er ruimte voor een breed profiel. Dit profiel zorgt voor openheid en tevens ook een mooie groene entree naar het wijkje. De rijwoningen staan met de zijgevel richting Dr. Boutkanstraat. Dit zorgt voor maar een beperkt zicht op de bouwmassa, namelijk alleen de zijgevel. Naast de zijdelingse perceelsgrens van deze rijwoningen is er ruimte om wat groen te realiseren. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
e. Reclamanten doen een verzoek om het aantal woningen nabij hun perceel terug te brengen en die woningen een kwartslag te draaien. Zienswijze Reclamanten brengen een andere optie naar voren om de hoeveelheid woningen terug te brengen naar maximaal 5 in plaats van 10 woningen op het naastgelegen perceel én de situering van de woningen een kwartslag te draaien. Op die manier zullen de tuinen niet direct aan de tuin van de reclamanten grenzen en kan er vanuit de ramen niet rechtstreeks op ons perceel worden uitgekeken. Hiermee wordt de aantasting van privacy sterk verminderd. Bovendien is het een kwartslag draaien van de woningen vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt een veel betere inpassing in de bestaande situatie van het straatbeeld Dokterboutkanstraat 9 - 7a. Daarnaast sluit het veel beter aan op de stedenbouwkundig en ruimtelijke indeling zoals is ingetekend aan de Veldstraat. Vast staat dat de ruimtelijke stedenbouwkundige opzet zoals onderstaand is weergegeven bestaat uit een ruime open structuur en dat de verdichting meer naar binnen moet worden gecreeerd. In een oogopslag is te zien dat het aantal geplande woningen naast ons perceel de stedenbouwkundige structuur onaanvaardbaar aantast. Beantwoording We verwijzen naar de beantwoording onder punt d. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
f.
30
Er wordt verzocht om geval de maatvoering van de wooneenheden op het naastgelegen perceel aan te passen om de privacy aantasting zoveel als mogelijk in te perken.
Zienswijze Verder wordt verzocht om in ieder geval de maatvoering van de wooneenheden op het naastgelegen perceel aan te passen om de privacy aantasting zoveel als mogelijk in te perken. Momenteel is de maatvoering een maximale bouwhoogte van 10 m en goothoogte van 6m. Reclamanten achten het wenselijk om de bouwhoogte aan te passen naar 9 meter en goothoogte naar 3m. Beantwoording De woningen aan de Veldstaat hebben een beperkte goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4,5m en 9m. voor de woningen in het binnen gebied is gekozen voor een goot- en bouwhoogte van maximaal 6m en 10m. dit is passend voor het type woningen en de beoogde doelgroep.
>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
g. Reclamanten verzoeken om de bouwhoogte van de achtergelegen patiowoningen aan te passen. Zienswijze Op het achter gelegen perceel zijn twee patiowoningen gesitueerd waarbij een maximale bouwen goothoogte van 6 meter is toegestaan in het ontwerpbestemmingsplan. Door de maximale bouw- en goothoogte op 6 meter vast te stellen, wordt het mogelijk om twee bouwlagen te bouwen. Bij het bouwen van twee bouwlagen zullen de ramen rechtstreeks op onze tuin uitkijken. Hierdoor zal onze privacy ernstig worden aangetast. Om de aantasting van onze privacy zoveel als mogelijk in te perken, verzoeken wij u om de bouwen goothoogte aan te passen naar maximaal 3 meter. Wij gaan er vanuit dat deze aanpassing van maximale bouw- en goothoogte mogelijk is, want wij zien deze mogelijkheid ook terug in diverse andere bestemmingsplannen in Heeswijk Dinther waar patiowoningen zijn geplaatst. Beantwoording Ook bij patiowoningen bestaat vaak de wens om op de verdieping een kamer maken. Door alles op maximale hoogte van 3m te zetten worden de mogelijkheden teveel beperkt. De toegestane goot- en bouwhoogte van het bouwvlak zal worden aangelast zodat er deel een maximale hoogte van 3m is toegestaan en deels een maximale bouwhoogte van 6m. Het deel wat 6m hoog mag worden zal zoveel mogelijk aan de straatzijde worden gepositioneerd zodat de afstand tot de achterste perceelsgrens zo groot mogelijk is.
>> Deze zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
h. Reclamanten willen graag bevestiging dat pas vanaf minimaal op 3 meter van de erfgrens gebouwd mag worden. Zienswijze In artikel 7.2.1 lid b sub 4 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is omschreven dat bouwen enkel is toegestaan op minimaal 3 meter vanaf de perceelsgrens, klopt dit? Indien ja, dan verzoek wij om het bouwvlak aan te passen, zodat het niet meer ingetekend is tot aan de perceelsgrens. Reclamant acht het wenselijker om het bouwvlak in te tekenen op minimaal 3
31
meter vanaf de perceelsgrens, dan is het duidelijker dat enkel vanaf daar gebouwd mag worden. Beantwoording Bij de systematiek van het bestemmingsplan is gekozen om te werken met ruime bouwvlakken en eventuele beperkingen op te nemen in de regels van het bestemmingsplan. De 3 meter afstand genoemd voor het bouwen geldt voor het hoofdgebouw op het woonperceel.
>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
32
Zienswijze S3 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De benaming bergbezinkleiding klopt niet voor de leiding die het water in de sloot aan de Veldstraat dumpt; b. De overstort is het afgelopen jaar al 4 maal overgestort, dit omdat de buis onder de gouverneursweg te hoog ligt; c. Reclamant betwijfelt of er wel voldoende rekening word gehouden met de grote hoeveelheid water vanuit de RWA leiding en bergleiding (BL); d. Bij een te hoog waterpeil komt knelwater in de kruipruimte van Veldstraat 23.
a. De benaming bergbezinkleiding klopt niet voor de leiding die het water in de sloot aan de Veldstraat dumpt. Zienswijze Als eerste wil ik mijn ergernis uiten over het feit dat de gemeente nog steeds de benaming van bergbezinkleiding gebruikt. Het moet onderhand toch duidelijk zijn dat een ronde leiding van 2m. doorsnee en 168m lang die tijdens een overstort voor 100% volloopt en dan ook nog eens onder behoorlijke druk het vuil riool water in de sloot van de Veldstraat dumpt, nooit in staat is om ook maar iets aan bezinking achter te laten. Ik heb dit ook al gecommuniceerd met het waterschap en hij heeft mij daarin gelijk gegeven. Mocht de gemeente toch van mening zijn dat deze leiding gekwalificeerd mag worden als bergbezinkleiding in plaats van bergleiding zou ik dat graag onderbouwd willen zien met een berekening, en een uitvoerige beschrijving hoe dit tot stand word gebracht. Mocht ik hier niets van vernemen, neem ik aan dat in het ontwerpplan de aanduiding BBL onjuist is het word gewijzigd in aanduiding BL (bergleiding) en de gemeente inziet dat deze leiding geen bezinking oplevert. Beantwoording Dit punt heeft niks te maken met het ter inzage liggende bestemmingsplan. Aan de huidige BBL vinden geen wijzigingen plaats. Het enige wat hieraan wordt gedaan is het verleggen van het lozingspunt, hetgeen de overlast voor bezwaarmaker wegneemt.
De BBL is een randvoorziening die voor een reductie van de emissie vanuit het gemengde rioolstelsel op het oppervlaktewater zorgt. Zoals Koen Dorn aan u heeft uitgelegd werkt de BBL voor het overgrote deel van de buien naar behoren. De BBL zorgt dan voor zowel een afname in overstortvolume als in vuilemissie door de bezinking. Alleen bij zeer zware buien zal de stroomsnelheid te hoog zijn, waardoor er geen goede bezinking kan optreden. De BBL is volgens de in 2002 geldende richtlijnen ontworpen, waarin rekening is gehouden dat de bezinkbare deeltjes ook daadwerkelijk kunnen bezinken. Zo voldoet de leiding bijvoorbeeld ruimschoots aan de lengte-diameterverhouding van 1:50. Doordat de lengte beduidend langer is dan de minimale lengte van 100 m1 zorgt ervoor dat: 1) zwevende deeltjes met een langzamere valsnelheid (mede afhankelijk van de korreldiameter) ook een kans krijgen om te bezinken; 2) bij hogere stroomsnelheden in de BBL de deeltjes toch de tijd krijgen om op de bodem te belanden. De bezinkbare deeltjes zweven in het rioolwater mee, waarbij ze verdeeld zitten over de gehele waterkolom. De maximale verticale afstand die de deeltjes moeten afleggen is gemiddeld 1,00 m en maximaal 2,00 m. Op basis van een valsnelheid van 0,009 m/s (korreldiameter 0,1 mm)
33
doet een korrel 222 seconde om de bodem te bereiken. Bij de kleinste korreldiameter neemt de valsnelheid af tot 0,0014 m/s en neemt de benodigde verblijftijd toe tot 1440 seconde. De BBL wordt gevoed vanuit twee leidingen, Ø600mm (piek bij Bui09 0,391 m3/s) en Ø800mm (piek bij Bui09 0,351 m3/s). De piekintensiteiten van beide leidingen treed echter niet gelijktijdig op, waardoor de piekintensiteit van de BBL wordt beperkt tot 0,468 m3/s. Door het grote doorstroomoppervlak van de BBL (3,14 m2) treedt er een stroomsnelheid op van ca. 0,15 m/s. Bij een dergelijke stroomsnelheid is de verblijftijd in de BBL lang genoeg om een aanzienlijk deel van de zwevende deeltjes te laten bezinken. Het water heeft bij een snelheid van 0,15 m/s 1150 seconde onderweg tussen interne en externe overstortdrempel. Alleen de fijnste fractie die bovenin zweeft krijgt tijdens de piek van het aanvoerdebiet onvoldoende tijd om te bezinken. Gelet op de duur van de regenbuien is de piek meestal kortstondig, waardoor gedurende het overgrote deel de stroomsnelheid nog lager zal zijn. Wij kunnen daarom ook niet anders concluderen dat het hier wel degelijk om een bergbezinkleiding gaat.
>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
b. De overstort is het afgelopen jaar al 4 maal overgestort, dit omdat de buis onder de gouverneursweg te hoog ligt. Zienswijze Ten tweede zou ik willen opmerken dat de overstort het afgelopen jaar al 4X is overgestort ondanks de inspanning van de gemeente om zoveel mogelijk het regenwater af te koppelen van het vuilwater riool. Omdat de buis onder de Gouverneursweg 1,50 m hoger ligt dan het peil bij de overstort kan de sloot niet afwateren naar het Aa-dal. Volgens de heer Steenbakkers van het waterschap ligt de buis slechts 10 cm te hoog. Het vuile rioolwater liep bij de bewoners van de Veldstraat in de voortuintjes en dat was niet de bedoeling volgens hem. Hieruit blijkt dat het dus de bedoeling was om het vuile rioolwater in de sloot te laten bezinken. Het probleem is echter dat het weiland in al die jaren dat de overstorten hebben plaats gevonden, zeker tientallen keren is overspeeld met het vuile rioolwater. De overstorten zijn al vanaf 1960 gaande en helaas heeft noch de gemeente noch het waterschap, de wettelijke verplichting om binnen een gesteld termijn de vervuiling op te ruimen en verantwoord af te voeren, voldaan. Vandaar we als kerngroep burgerinitiatief de eis hebben gesteld dat er nabij de overstort gemeten moet worden en wel volgens de bepaling 2.4 van de waterwet. In de rapportage van LEAF b.v .heeft de 2.4 van de WW.
betrekking op de Wet bodembescherming (Wbb) en is verder uitgewerkt in het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), en dat is nu precies waar de kerngroep op doelt. Omdat het niet duidelijk is wie het bevoegd gezag is in deze zal deze mail ook doorgestuurd worden naar het waterschap.
Beantwoording Wat aangehaald wordt heeft geen betrekking op het ter inzage liggende bestemmingsplan. Overstorten horen bij het Nederlandse ontwerp van riolering. De overstorten zorgen in algemeen belang voor overloop van het rioolstelsel en voorkomen schade en rioolwater in woningen. Overstorten zullen dus altijd plaatsvinden. Ook indien er een volledig gescheiden rioolstelsel is aangelegd zullen er altijd regenwateroverstorten nodig zijn. Er is daarnaast sprake van klimaatverandering, waar bij het ontwerp van de BBL in 2002 geen rekening is gehouden. Dit toont ook aan dat het, ondanks de afkoppelinspanningen,
34
noodzakelijk is om de BBL in stand te houden. Zonder deze overstort zou meerdere keren per jaar rioolwater op straat komen, dan wel in woningen kunnen stromen. Zoals u zelf aangeeft is de afvoercapaciteit van de watergang niet optimaal. U heeft al vaker tegen de uitstroom uit de BBL geageerd, waarbij wij als gemeente actief naar oplossingen hebben gezocht, en ook samen met het burgerinitiatief goede oplossingen hebben uit laten werken. Hierbij kwam deze oplossing veruit als beste uit te bus. Dit is daarom ook de reden dat wij de kans hebben aangegrepen om via dit bestemmingsplan de uitmonding van de BBL te verplaatsen. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
c. Reclamant betwijfelt of er wel voldoende rekening word gehouden met de grote hoeveelheid water vanuit de RWA leiding en bergleiding (BL); Zienswijze Ten derde om de overstort te verplaatsen, met behulp van een 800mm leiding, vanaf een nieuwe overstortput, naar de RWA leiding op de Traverse geeft toch te denken. De RWA leiding zou schoon regenwater moeten transporteren maar met vuil overstort water is dit niet meer het geval, en zullen er toch eisen moeten worden gesteld aan het lozen van de RWA leiding. Gezien het klimaat snel aan het veranderen is en de aantal piekbuien zal toenemen is mijn vraag of er wel voldoende rekening word gehouden met de grote hoeveelheid water vanuit de RWA leiding en bergleiding (BL). Het is in het verleden gebleken dat wanneer door de overstort de sloot zo vol liep dat het weiland overspoelde, de druk in het riool (bij aanhoudende regen) te groot werd. Het rioolwater overspoelde niet alleen het wegdek, maar kwam ook in de woningen terecht. Beantwoording Het is niet de overstort die wordt verplaatst maar het lozingspunt. Bij het nieuwe lozingspunt komt een stuwput die ervoor zorgt dat het water gedoseerd wordt geloosd. Voor de zware buien is de stuwput uitgevoerd met een overstortdrempel. Het reguliere afvalwater wordt tijdens hevige neerslag sterk verdund. Daarnaast zorgt de BBL voor een sterke afname in het meevoeren van bezinkbare fracties.
Bij het ontwerp is rekening gehouden met de piekintensiteiten en toename van de hoeveelheid verhard oppervlak dat op het RWA-systeem wordt aangesloten. In het rioolmodel is uiteraard de beoogde situatie doorgerekend.
>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
d. Bij een te hoog waterpeil komt knelwater in de kruipruimte van Veldstraat 23. Zienswijze Ten vierde door het hoge waterpeil in de sloot en op het weiland bij langdurige regen en overstorten van het riool, komt kwelwater in de kruipruimte van Veldstraat 23. Ik vertrouw er op dat daar goed naar gekeken word en dat dit probleem word opgelost maar vooral dat dit probleem in de toekomst niet verergerd. Beantwoording
35
Het water uit de BBL komt in de toekomstige situatie niet meer in de sloot aan de Veldstraat. In de sloot komt echter nog wel steeds, net als nu, gebiedseigen regenwater. Omdat grondwater vertraagd reageert om neerslag en waterstanden in de watergang worden pieklozingen gedempt. Wij verwachten daarom ook niet dat de problemen met kwelwater in de kruipruimte zullen verergeren. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
36
Zienswijze S4 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Het ontwerpplan is gewijzigd ten opzichten van het plan wat bekend was bij het ondertekenen van de exploitatieovereenkomst met de reclamanten; b. Reclamanten verzoeken om de nu ingetekende parkeerplaatsen weer te gaan realiseren op de eerder aangegeven plek; c. Reclamanten zijn het niet eens met het afsluiten van de Veldstraat voor autoverkeer; d. Reclamanten maken bezwaar tegen de komst van 76 in plaats van de eerder genoemde 70 woningen; e. De maximale bouwhoogte van de nabijgelegen woningen komt niet overeen met het eerdere plan; f. De brandgang staat nu niet in het plan; g. De ingetekende erfscheiding van de percelen klopt niet; h. De eerder overeengekomen inrit staat niet op de tekening; i. De inrit bij patiobungalow 1 en 2 staat niet op de tekening. j. Het bouwblok van patiobungalow 1 en 2 klopt niet.
a. Het ontwerpplan is gewijzigd ten opzichten van het plan wat bekend was bij het ondertekenen van de exploitatieovereenkomst met de reclamanten; Zienswijze Reclamanten geven aan in de veronderstelling te zijn geweest dat het ontwerpplan bij het tekenen van de exploitatie en aan- en verkoop overeenkomst met de gemeente Bernheze definitief zou zijn. Beantwoording De gemeente heeft de bevoegdheid om een plan aan te passen als dit ruimtelijk gezien gewenst is. Dit kan zijn op basis van nieuwe inzichten, resultaten van onderzoeken óf door ingediende inspraakreacties. De ruimtelijke opzet en structuur is nagenoeg gelijk gebleven. De verschillen in het plan ten tijde van voorontwerp en ontwerp zitten voornamelijk is de verschuiving van enkele blokjes woningen. Op uw verzoek is ook de twee onder een kap woning aangepast naar patiowoningen. Pas bij vaststelling van het bestemmingsplan is er spraken van een definitieve verkaveling en opzet. De verkaveling maakt geen onderdeel uit van de overeenkomst die tussen reclamant en gemeente is gesloten begin januari 2021. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
b. Reclamanten verzoeken om de nu ingetekende parkeerplaatsen weer te gaan realiseren op de eerder aangegeven plek; Zienswijze Er zijn nu 32 parkeerplaatsen op het grasveld getekend. Terwijl op de vorige definitieve tekening Grasveld is, en de parkeerplekken op een andere plaats waren gerealiseerd. De groenvoorziening is veel minder op die plek. Wij willen graag de parkeerplekken weer terugbrengen op de eerdere plek.
37
Beantwoording De parkeerplaatsen zijn verplaatst zodat het groen meer evenwichtig over het plangebied is verdeeld. In het voorontwerp zaten enkele straten waarbij geen groenstrook was opgenomen. De kwaliteit hiervan was beperkt. Door het verschuiven van de parkeerplaatsen en het toevoegen van groenstroken hebben alle woningen zicht op een groenvoorziening. Er is kritisch gekeken naar enerzijds de verdeling van pareerplaatsen in het gehele gebied en anderzijds naar het aantal parkeerplaatsen. Er is een overschot van 8 woningen geconstateerd. Deze zijn in de centrale groenvoorziening weggehaald waardoor er niet 4x8 maar 4x6 parkeervakken nodig zijn. De meest westelijk gelegen 8 parkeervakken zijn komen te vervallen waardoor de afstand tussen patiowoningen en de behouden parkeervakken is vergroot. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
c. Reclamanten zijn het niet eens met het afsluiten van de Veldstraat voor autoverkeer; Zienswijze Wij dienen ook bezwaar in tegen het afsluiten van de Veldstraat, waardoor het verkeer door een (toekomstige) wijk wordt gestuurd. Een wijk is ALLEEN voor woon /werk verkeer. Met spelende kinderen enz. op straat. Voorstel; De Veldstraat 1 richtingsweg maken, en ontsluitingsweg ook 1 richtingsverkeer, en veldstraat verbreden door opheven overbodige sloot Beantwoording De Veldstraat is niet geschikt voor de hoeveelheid verkeersbewegingen ten gevolge van de woningontwikkeling. Het profiel van de weg wordt zodanig vormgegeven dat de hoofdontsluiting ook als zodanig herkenbaar is. om de snelheid eruit te halen is er juist gekozen om geen directe rechte verbinding tussen Veldstraat en Hoofdstraat te creëren maar in drie delen met haakse bochten. De straten random de groene pleinen worden meer als woonerf ingericht. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
d. Reclamanten maken bezwaar tegen de komst van 76 in plaats van de eerder genoemde 70 woningen. Zienswijze Ook dienen wij bezwaar in tegen het bouwen van 76 i.p.v. 70 woningen(overeengekomen plan)hierdoor ontstaat nog meer verstening en dat is nou juist niet de bedoeling . Beantwoording De gemeente heeft de bevoegdheid om een plan aan te passen als dit ruimtelijk gezien gewenst is. Dit kan zijn op basis van nieuwe inzichten, resultaten van onderzoeken óf door ingediende inspraakreacties. De ruimtelijke opzet en structuur is nagenoeg gelijk gebleven. De verschillen in het plan ten tijde van voorontwerp en ontwerp zitten voornamelijk is de verschuiving van enkele blokjes woningen. Het voorontwerpbestemmingsplan ging uit van 70 woningen. Het ontwerp bestemmingsplan bevat 72. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
38
e. De maximale bouwhoogte van de nabijgelegen woningen komt niet overeen met het eerdere plan. Zienswijze Reclamant geeft aan dat er in een eerder stadium is afgesproken dat er een maximale goothoogte geldt van 3 meter voor de woningen aan de achterzijde van het perceel van de reclamant. In het ontwerpbestemmingsplan is juist een maximale goothoogte van 6 meter opgenomen. Om dit te verduidelijken is een tekening toegevoegd Beantwoording Deze vraag is in een eerder stadium aan de gemeente voorgelegd. Op 10 maart 2021 is hier als volgt op gereageerd. Bouwhoogte rijtje van 3 woningen aan oostkant van Veldstraat 25 Het voorontwerp bestemmingsplan gaat uit van een maximale goot- en nokhoogte van 6/10. Dit willen wij handhaven. We willen voor al onze woningen dezelfde maten hanteren en hier geen uitzonderingen op. Binnen deze maten passen ook de woningen die de eigenaar wil bouwen in zijn achtertuin. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
f.
De brandgang staat nu niet in het plan.
Zienswijze Reclamanten geven aan dat de brandgang nu niet staat ingetekend op het plan Beantwoording Brandgangen worden niet op de verbeelding aangegeven. Deze is echter wel terug te vinden op de verkaveling. De positionering van de brandgang is niet gewijzigd ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. ` g. De ingetekende erfscheiding van de percelen klopt niet. Zienswijze Reclamanten geven aan dat de erfscheiding van de percelen niet klopt. Beantwoording Het is niet duidelijk wat hiermee wordt bedoelt. De perceelsgrenzen zijn niet gewijzigd ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
h. De eerder overeengekomen inrit staat niet op de tekening. Zienswijze Reclamanten geven aan dat de eerder overeengekomen inrit niet op de tekening staat. Beantwoording
39
Bestaande inritten zijn niet op de verbeelding en verkaveling weergegeven. De nieuwe inritten aan de Veldstraat zijn wel weergegeven in verband met het beperken van het aantal inritten. In het middengebied is het niet noodzakelijk om de exacte locatie van de inritten vast te leggen. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
i.
De inrit bij patiobungalow 1 en 2 staat niet op de tekening.
Zienswijze Reclamanten geven aan dat de inrit bij patiobungalow 1 en 2 niet op de tekening staat. Beantwoording Is niet van belang om het specifiek aan te geven. Bij de Veldstraat was dit wel van belang in verband met het beperken van aantal inritten. Dat speel op deze locatie niet. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
j.
Het bouwblok van patiobungalow 1 en 2 klopt niet.
Zienswijze Het bouwblok van patiobungalow 1 en 2 klopt volgens de reclamant niet. Beantwoording Voor patiowoningen is een ruim bouwvlak ingetekend. In de regels worden aanvullende bouwvoorschriften opgenomen. De grenzen komen overeen met de twee onder een kap woningen in het voorontwerpbestemmingsplan. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
40
Zienswijze S6 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Reclamant vraagt zich openlijk af of zijn hobbymatige activiteiten geen overlast gaan veroorzaken voor de nieuwe bewoners; b. Reclamant vraagt om onvoorwaardelijk te waarborgen dat de activiteiten op het perceel geen belemmering zijn voor toekomstige bewoners; c. Indien de activiteiten moeten worden beëindigd, zijn de reclamanten genoodzaakt om compensatie te vragen.
a. Reclamant vraagt zich openlijk af of zijn hobbymatige activiteiten geen overlast gaan veroorzaken voor de nieuwe bewoners; Zienswijze Reclamanten geven aan op hun perceel hobbymatig paarden te houden. Dat betekent dat er gemiddeld minstens een vijftal fokpaarden worden gehouden. Soms kan, na de geboorte van de veulens, ook het dubbele aantal daarvan aanwezig zijn. De vraag rijst bij ondergetekenden of het hebben van deze paarden, onlosmakelijk daaraan verbonden de aanwezigheid van een mestopslag, de geur (stank) daarvan, de aanwezigheid van vliegen en ongedierte, gevolgen kunnen hebben in de vorm van overlast voor de toekomstige bewoners. Omgekeerd zullen de plannen niet bevorderlijk zijn voor de noodzakelijk geachte rust in de stallen. U dient zich te realiseren dat de woningen en tuinen van de geprojecteerde woningen slechts op enkele meters (!) van de hiervoor besproken stallen en mestopslag zijn gesitueerd. Beantwoording Het door de reclamanten bedoelde perceel heeft binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Bernheze’ een woonbestemming. Bij het opstellen van het bestemmingsplan ‘Heeswijkse Akkers’ is hier ook rekening mee gehouden. Binnen een woonbestemming mogen hobbymatig dieren worden gehouden. De hobbymatigheid wordt bepaald door de ruimtelijke uitstraling (o.a. aard, omvang en intensiteit).
Zolang er geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten en dus van een inrichting als bedoeld in de wet milieubeheer, dan is er geen sprake van strijdigheid met het bestemmingsplan op de bedoelde locatie. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
b. Reclamant vraagt om onvoorwaardelijk te waarborgen dat de activiteiten op het perceel geen belemmering zijn voor toekomstige bewoners; Zienswijze Wij beschikken niet overeen toetsingskader waaraan de geprojecteerde woningen moeten voldoen. Wij willen echter waarborgen, van Uw kant, dat er geen problemen gaan ontstaan met de toekomstige bewoners. Wij vragen u daarom onvoorwaardelijke waarborgen dat onze activiteiten geen belemmering vormen voor een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners van het plangebied, waarmee wij in een goede verhouding mee willen samenleven. Beantwoording Zoals onder 9.a. genoemd zijn de activiteiten planologisch toegestaan zolang ze als hobbymatig kunnen worden beschouwd.
41
>> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
c. Indien de activiteiten moeten worden beëindigd, zijn de reclamanten genoodzaakt om compensatie te vragen; Zienswijze Reclamanten erkennen in hun zienswijze het belang van woningbouw. Daarentegen willen wij onze activiteiten zoals beschreven zeker niet beëindigen of, sterker nog, daartoe gedwongen worden vanwege klachten uit de buurt. In dat geval zien wij ons genoodzaakt een schadeclaim neer te leggen of anderszins compensatie te verlangen. De afstand van de geprojecteerde woningen en tuinen is in onze ogen dermate klein dat wij ons afvragen of dit wel verantwoord is. Beantwoording Zoals onder 9.a. genoemd zijn de activiteiten planologisch toegestaan zolang ze als hobbymatig kunnen worden beschouwd. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
42
Zienswijze S7 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. De genoemde oppervlakte van het perceel van de reclamant klopt niet; b. Reclamant maakt bezwaar tegen de wijze waarop zijn perceel bebouwd mag worden; c. Reclamant is van mening dat tweekappers passender zijn op het perceel naast de Dr. Boutkanstraat 2; d. Door de suggestie van de reclamant kunnen meer woningen worden gerealiseerd; e. Het openbaar gebied op basis van de door de reclamant aangepaste tekening past beter in de gewenste beeldkwaliteit. f. Op basis van de bij het plan behorende tekeningen wordt inbreuk gemaakt op de huidige en toekomstige beeldkwaliteitsbeleving langs de Dr. Boutkanstraat. g. Reclamant is op basis van de eerder argumenten van mening een optimale invulling van zijn perceel te hebben geadviseerd. a. De genoemde oppervlakte van het perceel van de reclamant klopt niet; Zienswijze Cliënte is eigenaar van het perceel te Heeswijk-Dinther aan de Dr. Boutkanstraat, kadastraal bekend gemeente Heeswijk-Dinther, sectie B nummer 4736, groot 4100 m2. In het taxatierapport van Drie Zwaluwen Rentmeesterskantoor wordt op pagina 30/30 (ten onrechte) vermeld, dat het perceel van cliënte slechts 3992 m2 groot zou zijn.
Het verschil kan verklaard worden door het feit, dat een gedeelte van de openbare weg Dr. Boutkanstraat eigendom van cliënte is. Het perceel van cliënte is aan deze straat eenvoudig te ontsluiten en bouwrijp te maken met de voorzieningen van openbaar nut, die aldaar reeds aanwezig zijn en met perceelontsluitingen vanaf de Dr. Boutkanstraat. Bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan is daarmee niet, althans onvoldoende rekening gehouden. Beantwoording In de zienswijze wordt terecht aangesteld dat perceel B 4736 niet 3992 m2 groot is, maar 4100 m2. Dit betrof een foutieve tekstuele vermelding In het taxatierapport. Zowel het exploitatieplan als het taxatierapport ziet slechts op een deel van kavelnummer B 4736. Namelijk het deel gelegen in het exploitatieplangebied. Het gedeelte waarop de Dokter Boutkanstraat is gelegen valt buiten zowel het exploitatieplangebied als het bestemmingsplangebied. In de actualisatie van het exploitatieplan zullen wij duidelijker vermelden dat slechts een gedeelte van perceel B 4736 onderdeel is van het exploitatieplangebied en bestemmingsplangebied. >> Deze zienswijze geeft aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan
b. Reclamant maakt bezwaar tegen de wijze waarop zijn perceel bebouwd mag worden; Zienswijze Daarom maakt cliënte bezwaar tegen de wijze waarop zijn perceel volgens de plankaart bij het ontwerpbestemmingsplan bebouwd zou mogen/kunnen worden. Zijn perceel kan/mag niet volledig bebouwd worden langs de Dr. Boutkanstraat. In het voorontwerpbestemmingsplan lag daaraan nog ten grondslag, dat een wijkontsluitingsweg voor alle verkeer zou moeten worden gerealiseerd over het perceel van cliënte. Op basis van vele bezwaren hiertegen, onder meer van cliënte in de hiervoor genoemde reactie, is deze wijkontsluiting voor alle verkeer komen te vervallen. Op de Dr. Boutkanstraat wordt nog slechts een langzaam verkeer ontsluiting voorzien binnen de bestemming groen. Die langzaam verkeer ontsluiting vergt echter slechts weinig
43
ruimte, waardoor een andere bebouwing op het perceel van cliënte mogelijk en logischer is dan in het ontwerpbestemmingsplan is voorzien. Beantwoording Het stedenbouwkundig plan is zodanig opgezet dat er een ruime groene verbinding wordt gemaakt met de Dr. Boutkanstraat. Deze is niet alleen gewenst zodat er een langzaam verkeerverbinding ontstaat maar ook om meer samenhang met de aangrenzende wijk te realiseren. Door juist woningen aan deze verbinding te realiseren ontstaat er een natuurlijke overgang naar de nieuwe wijk. Het positioneren van woningen aan de Dr. Boutkanstraat op de door reclamant voorgestelde wijze sluit juist de nieuwe wijk af van de bestaande kern. Ook is deze verbinding belangrijk van verkeersveiligheid. De wijk is dan toegankelijk voor voetgangers en mogelijk fietsers zodat deze niet over de Veldstraat moeten. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
c. Reclamant is van mening dat tweekappers passender zijn op het perceel naast de Dr. Boutkanstraat 2; Zienswijze Cliënte is van mening, dat op zijn perceel langs de Dr. Boutkanstraat 2 tweekappers gerealiseerd kunnen worden. Daarvoor is voldoende ruimte, gelet op de lengte van het perceel langs de Dr. Boutkanstraat. Daarnaast past zo’n bebouwing veel beter in de beeldkwaliteit van de Dr. Boutkanstraat. Daarvoor verwijs ik naar het beeldkwaliteitsplan, waar ten aanzien van de stedenbouwkundige opzet op pagina 10 wordt gesteld, dat “de verkaveling voorziet in een structuur, die zich in de basis voegt naar de bestaande bebouwing langs de Veldstraat en de Hoofdstraat.” Het is onbegrijpelijk, dat de verkaveling langs de Dr. Boutkanstraat niet in eenzelfde structuur voorziet. Ik hecht een door cliënte aangepaste tekening aan, waarop de bebouwing langs de Dr. Boutkanstraat met 2 tweekappers is ingetekend. Hiermee wordt een veel betere beeldkwaliteit en logischere invulling van de bebouwing langs de Dr. Boutkanstraat tot stand gebracht dan met het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan geschiedt. Beantwoording De verkaveling en de aanpassingen zijn zorgvuldig gedaan. Er is een evenwichtig plan opgesteld zodat in alle deelgebieden een gevarieerd aanbod van typen woningen wordt gerealiseerd. Door juist woningen aan deze verbinding tussen nieuwe wijk en Dr.
Boutkanstraat te realiseren ontstaat er een natuurlijke overgang naar de nieuwe wijk. Het positioneren van woningen aan de Dr. Boutkanstraat op de door reclamant voorgestelde wijze sluit juist de nieuwe wijk af van de bestaande kern. Ook is deze verbinding belangrijk van verkeersveiligheid. De wijk is dan toegankelijk voor voetgangers en mogelijk fietsers zodat deze niet over de Veldstraat moeten. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
d. Door de suggestie van de reclamant kunnen meer woningen worden gerealiseerd. Zienswijze Daarbij komt, dat met de aangepaste tekening 2 woningen meer kunnen worden gerealiseerd. Dat past volledig in de grote behoefte aan nieuwe woningen. Het zal bovendien leiden tot meer doorstroom van bestaande woningen naar nieuwe woningen, waardoor bestaande woningen vrij komen voor passende doelgroepen. In het ontwerpexploitatieplan was op het perceel van cliënte al voorzien in de realisatie van 2 duurdere tweekappers, maar dat kunnen er dus 4
44
worden. Het aangepaste plan voorziet verder in hetzelfde aantal hoek- en tussenwoningen als is opgenomen in het ontwerpexploitatieplan, met de kanttekening, dat in de visie van cliënte het beter in de bestaande bebouwde omgeving past om 4 tussenwoningen en 4 hoekwoningen te realiseren in het dure segment in plaats van -zoals is gedaan in het ontwerpexploitatieplan- 2 hoek- en 2 tussenwoningen in het dure segment en 2 hoek- en 2 tussenwoningen in het goedkope segment. Beantwoording De verkaveling en de aanpassingen zijn zorgvuldig gedaan. Er is een evenwichtig plan opgesteld zodat in alle deelgebieden een gevarieerd aanbod van typen woningen wordt gerealiseerd. De aantallen en typen sluiten aan bij de doelstelling en behoefte conform de woonvisie 2016-2021. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
e. Het openbaar gebied op basis van de door de reclamant aangepaste tekening past beter in de gewenste beeldkwaliteit. Zienswijze De inrichting van het openbare gebied met de aangepaste tekening van cliënte past ook beter in de gewenste beeldkwaliteit. In de aangepaste tekening worden de paarkeerplaatsen aan de overkant van de weg ten opzichte van de woningen gesitueerd. Dat is voor de woonbeleving een belangrijk voordeel, omdat geparkeerde auto’s voor de deur altijd tot meer geluidoverlast van startende en wegrijdende auto’s leidt en tot meer geluidoverlast leidt als gevolg van dichtslaande portieren van auto’s. Bovendien komt in de aangepaste tekening van cliënte de langzaam verkeer ontsluiting in het groen te liggen in plaats van langs een (overigens in het geheel niet noodzakelijke) lange ontsluitingsweg voor alle verkeer. Beantwoording In het ontwerp bestemmingsplan is sprake van 6 parkeerplaatsen tegenover 4 woningen. In het voorstel van reclamant worden 17 haakse parkeervakken ingetekend tegenover 8 rijwoningen. door de aanpassing verdwijnt er een groot deel van de groenzone. Beide aanpassingen zijn geen verbetering van de beeldkwaliteit. Er is bij het intekenen van de parkeerplaatsen ook geen rekening gehouden met de inrit van de vrijstaande woning aan de overzijde. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
f.
Op basis van de bij het plan behorende tekeningen wordt inbreuk gemaakt op de huidige en toekomstige beeldkwaliteitsbeleving langs de Dr. Boutkanstraat.
Zienswijze Met de in het ontwerpbestemmingsplan voorziene bebouwing is voorts geen acht geslagen op het volgende beeld, dat zal ontstaan langs de Dr. Boutkanstraat. De daar in het voorontwerpbestemmingsplan voorziene bebouwing zal er toe leiden, dat langs de te realiseren nieuwe woningen hoge erfafscheidingen zullen worden geplaatst. Bovendien zal langs de Dr. Boutkanstraat altijd zicht blijven op een blinde zijgevel. Daarmee wordt inbreuk gemaakt op de huidige en toekomstige beeldkwaliteitsbeleving langs de Dr. Boutkanstraat. Ook daarom past een bebouwing zoals door cliënte wordt voorgesteld met de aangepaste tekening beter in de gewenste beeldkwaliteit. Beantwoording
45
Langs deze rijwoningen is een groenstrook ingetekend. Wanneer het groen inrichtingsplan wordt opgesteld kan rekening gehouden worden met het toevoegen van wat hogere beplanting om het beeld te verzachten. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
g. Reclamant is op basis van de eerder argumenten van mening een optimale invulling van zijn perceel te hebben geadviseerd. Zienswijze Cliënte is in staat tot zelfrealisatie, maar is ook bereid om met de gemeente in overleg te gaan over de overdracht van zijn perceel aan de gemeente op basis van een bebouwing van zijn perceel overeenkomstig de aangepaste tekening van cliënte. Client meent met het bovenstaande op goede gronden een optimalisatie van de invulling van zijn perceel gegeven te hebben, die in alle redelijkheid overgenomen moet worden in het licht van de hierboven aangevoerde argumenten. Als de gemeente niet zou besluiten tot verwerving van het perceel van cliënte, dient het recht op zelfrealisatie van cliënte in het exploitatieplan gerespecteerd te worden. Beantwoording In paragraaf 3.1 “Te verwerven gronden” van het exploitatieplan staat uitgelegd hoe de gemeente omgaat met gronden die zij nog niet verworven heeft. Mocht de eigenaar een succesvol beroep doen op zelfrealisatie (daarbij aantonend dat zij in staat is tot zelfrealisatie) dan zijn de eisen en regels zoals opgenomen in het, bestemmingsplan, het exploitatieplan en de exploitatieopzet (inclusief de verschuldigde exploitatiebijdrage) van toepassing. >> Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
46
Zienswijze S8 – ingediend op februari 2022 De zienswijze is gericht op het ontwerpbestemmingsplan en heeft – kort samengevat – betrekking op de volgende onderdelen: a. Reclamant verzoekt om de nu ingetekende vier-onder-1- kap terug te veranderen naar een 2-onder-1 kap; b. Reclamant doet een suggestie om een andere 2-onder-1 kap in het plan te vervangen door een 4-onder-1 kap;
a. Reclamant verzoekt om de nu ingetekende vier-onder-1- kap terug te veranderen naar een 2-onder-1 kap; Zienswijze Naar aanleiding van de inspraakreacties is het ontwerpbestemmingsplan aangepast. Hierdoor is aangrenzend aan het perceel (en achtertuin) van de reclamant een een vier-onder-1- kap in plaats van de 2-onder-1 kap ingetekend. De reclamant verzoekt dringend vriendelijk dit terug te veranderen naar zoals het eerder was ingetekend stond: de 2-onder-1 kap, direct grenzend aan onze achtertuin, welke de zichtlijn is vanuit ons huis. De situatie van bovengenoemde mensen, wiens verzoek is ingewilligd, en die van ons is soortgelijk. Beantwoording De gemeente heeft de bevoegdheid om een plan aan te passen als dit ruimtelijk gezien gewenst is. Dit kan zijn op basis van nieuwe inzichten, resultaten van onderzoeken óf door ingediende inspraakreacties. De ruimtelijke opzet en structuur is nagenoeg gelijk gebleven. De verschillen in het plan ten tijde van voorontwerp en ontwerp zitten voornamelijk is de verschuiving van enkele blokjes woningen. Bij de verkaveling is rekening gehouden met een gevarieerde opzet waarbij diverse deelgebieden ongeveer dezelfde verdeling hebben qua woningtype en dichtheid. In het voorontwerp bestemmingsplan was dit minder evenwichtig verdeeld vandaar de aanpassing.