CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze

Commissie Ruimtelijke Zaken 1 december 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Notitie ter informatie Gebiedsvisie bebouwingsconcentraties Bernheze23.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gebiedsvisie

BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE 13 september 2021

Gebiedsvisie

BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE 13 september 2021

opdrachtgever

gemeente Bernheze

documentstatus

definitief

documentversie

V02

datum

13 september 2021

projectnummer

VKL110-0001 / 24019061

auteurs

M. van Spaandonk K. Willemsen R. van Lingen

contact

088 336 6333 www.bureauverkuylen.nl www.kragten.nl

PARAGRAAF | Deelonderwerp

4

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

1.

INLEIDING

7

3.

BOUWSTENEN

25

4. DE VIJF KERNEN

47

1.1

Aanleiding en doel

7

3.1

Landschappelijke deelgebieden

25

4.1

Heesch

49

1.2

Proces

8

3.2

Dorpen en bebouwingsconcentraties

26

4.2

Nistelrode

61

1.3

Plangebied

8

3.3

Dorpsrand

28

4.3

Heeswijk-Dinther

75

1.4

Provinciaal en gemeentelijk beleid

10

3.4

Afronding dorpsrand

30

4.4

Vorstenbosch

89

1.5

Opzet visie

11

3.5

Landmerken

32

4.5

Loosbroek

99

3.6

Dorpsentrees

33

3.7

Belangrijke waterlopen

35

2.

BUITENGEBIED

13

3.8

Opgaande landschapselementen

35

5.

DE CLUSTERS EN LINTEN

107

2.1

De lagenbenadering

13

3.9

Waardevolle open ruimte

36

5.1

Zoggel

108

2.2

De ondergrond

14

3.10 Landschapsvenster

38

5.2

Lage Wijst

112

2.3

De netwerken

15

3.11 Zichtlijn op landmerk

40

5.3

Vosbergstraat

116

2.4

De occupatie

22

3.12 Reliëf

41

5.4

Munnekens-Vinkel

120

3.13 Landschappelijke zone

42

5.5

Donzel

124

3.14 Recreatieve routes

43

5.6

Loo

128

3.15 Zandwegen en zandpaden

44

5.7

Menzel en Bus

132

3.16 Herstel landschap

45

5.8

Vlagheideweg

136

3.17 Achterste gevelrooilijn

45

5.9

Bedaf

140

5

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

5.10 Dintherse Hoek

144

5.11 Dorpsstraat

148

5.12 Hommelse Hoeven

152

PARAGRAAF | Deelonderwerp

1.

6

INLEIDING GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

foto: Elly Hagens

INLEIDING 1.1 AANLEIDING EN DOEL De gemeente Bernheze heeft de afgelopen jaren veel

Ruimtelijke kwaliteit

De transformatie van de bebouwingsconcentratie

verzoeken voor ontwikkelingen in het buitengebied gekregen.

De solitaire clusters en linten zijn vaak plekken waar het

Agrarische schaalvergroting, ruilverkaveling en grootschalige

De druk op het buitengebied neemt overal toe maar de

oorspronkelijke cultuurlandschap nog het best beleefbaar

naoorlogse woningbouw hebben zichtbaar invloed gehad op

meeste druk vindt plaats in de bebouwingsconcentraties

is. Door de toegenomen druk op het landschap én op de

de ruimtelijke kwaliteit van kernen en buitengebied, en ook in

in het buitengebied en direct rondom de kernen. Met name

kernen komen ook deze bebouwingsconcentraties onder

de bebouwingsconcentraties. Veel gebieden zijn steeds meer

Ruimte voor Ruimte-ontwikkelingen zijn hier in het verleden

toenemende druk te staan. De kernrandzones worden

op elkaar gaan lijken. En als gebieden op elkaar gaan lijken, als

al veelvuldig toegestaan en de aanvragen hiervoor komen

tegelijkertijd steeds belangrijker voor de leefbaarheid: ze

ze dus niet wortelen in de historie of specifieke kenmerken

nog steeds binnen. Hierdoor dreigt het gebied rondom de

vormen belangrijke recreatieve uitlopers vanuit de kern,

van de plek, dan worden ze anoniem. De karakteristieke

kernen en in de bebouwingsclusters en -linten steeds verder

spelen een rol in het samenkomen van burgers en brengen

en soms subtiele verschillen verdwijnen. Vaak zijn deze

te verdichten. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van deze

voedselproductie dichtbij de mens. Maar de kernrandzones

gebieden wel functionele gebieden met gebruikswaarde, maar

bebouwingsconcentraties.

herbergen nog meer kansen en mogelijkheden. Meervoudig

ontbreken belevings- en toekomstwaarde. Zonder een goede

ruimtegebruik, flexibiliteit in snel veranderende

visie voor de toekomst vormen deze functionele gebieden de

De huidige visies voor de kernrandzones dateren uit 2007

omstandigheden, klimaatadaptatie, energietransitie en het

potentiële probleemgebieden van de toekomst.

en vertonen steeds meer tekortkomingen als actueel

behoud van het waardevolle cultuurlandschap zijn centrale

toetsingskader voor dergelijke verzoeken. Het geeft geen

maatschappelijke thema’s die van toepassing zijn op de zones

De visie voor de bebouwingsconcentraties vraagt

goed beeld meer van de huidige situatie en de ruimtelijke

direct rondom de woonkernen.

dan ook om maatwerk omdat iedere kern en iedere

uitgangspunten zijn op veel punten te algemeen. Bovendien

bebouwingsconcentratie uniek is, met een eigen mix aan

ontbreekt een visie van de bebouwingsclusters en -linten

Daarbij is ruimtelijke kwaliteit essentieel. Ruimtelijke

functies en kwaliteiten, maar ook met specifieke kenmerken

in het buitengebied. In combinatie met een steeds

kwaliteit is echter een breed begrip, dat door bijna iedereen

en historische identiteit. Hierbij dient opgemerkt te worden

kritischere houding van de provincie Noord-Brabant met

verschillend wordt gedefinieerd. Het gaat daarbij niet alleen

dat de voorliggende visie het ideale wensbeeld beschrijft en

betrekking tot ontwikkelingen in het buitengebied, leidt

om wat mooi of lelijk is, maar ook over logica en locatie-

een toetsingskader vormt voor initiatieven en ontwikkelingen.

dit tot de noodzaak voor een geactualiseerde visie op dit

specifieke activiteiten passend bij de dynamiek van de

De visie is in die zin geen sturings- of dwanginstrument.

deel van het buitengebied. Een eenduidige visie voor alle

plek. Ruimtelijke kwaliteit valt, kort gezegd, op te splitsen in

bebouwingsconcentraties moet voor zowel de gemeente

drie kernwaarden met daaraan verbonden enkele concrete

als burgers duidelijk maken wat het wensbeeld is waarop

criteria:

gestuurd kan worden. 1. Gebruikswaarde → doelmatigheid + functionele Deze visie heeft betrekking op de bebouwingsconcentraties

samenhang

in de gemeente Bernheze. Onder een

2. Belevingswaarde → diversiteit + identiteit + schoonheid

bebouwingsconcentratie worden - in overeenstemming

3. Toekomstwaarde → duurzaamheid + flexibiliteit +

met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant - de volgende drie typologiën verstaan:

beheerbaarheid (bron: Freelandschap en Werkpartners)

1. kernrandzone; 2. bebouwingslint; 3. bebouwingscluster.

7

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

INLEIDING 1.2 PROCES

1.3 PLANGEBIED

Deze gebiedsvisie is opgesteld op basis van een bureau- en

Voorliggende gebiedsvisie geldt voor de hele gemeente

De twee andere type bebouwingsconcentraties liggen vaak

veldonderzoek. Hierbij is gebruik gemaakt van de bestaande

Bernheze, maar heeft geen betrekking op het gehele

op kruisende wegen (bebouwingcluster) of strekken zich

beleidsdocumenten (zie ook paragraaf 1.4) en zijn ook

grondgebied. Het gemeentelijke grondgebied bestaat

uit langs wegen (bebouwingslint). Een bebouwingscluster

openbare bronnen, zoals topografisch kaartmateriaal, de

uit een agrarisch buitengebied waarin herkenbare

of -lint kan grenzen aan een dorp, maar kan ook solitair in

algemene hoogtekaart Nederland (AHN), cultuurhistorische

dorpen en kleine bebouwingsclusters en -linten liggen.

het buitengebied liggen. In de gemeente Bernheze zijn in de

waardenkaarten (CHW) en luchtfoto’s geraadpleegd. Dit geeft

Daarnaast zijn er ook gebieden voor water en natuur.

Structuurvisie in totaal dertien bebouwingsconcentraties

inzicht in de aanwezige kwaliteiten, maar ook de diverse

Landschappelijk gezien kan het buitengebied worden

aangewezen. Sommige van deze concentraties liggen

kansen en bedreigingen die in een gebied aan de orde zijn.

verdeeld in verschillende landschapstypen; gebieden die

direct aan het bestaand stedelijk gebied (dus in de

eenzelfde herkenbare ruimtelijke karakteristiek hebben.

kernrandzones), andere liggen solitair in het buitengebied.

Daarnaast is een uitgebreid afstemmingstraject met

Deze ruimtelijke karakteristiek hangt sterk samen met de

Alle bebouwingsclusters en -linten uit de Structuurvisie zijn in

een brede projectgroep van de gemeente Bernheze

mogelijkheden en onmogelijkheden van de ondergrond en de

deze visie in een apart hoofdstuk opgenomen. Uitzondering

doorlopen. Via gezamenlijke workshops zijn de bouwstenen,

ontwikkelingskeuzes die in de loop der eeuwen al dan niet

vormt de bebouwingsconcentratie ‘Muggenhoek’ (nr. 13):

analyses en uitgangspunten voor de kernrandzones en

gemaakt zijn. In het buitengebied van Bernheze zijn zodoende

deze concentratie is zodanig verweven met de kernrandzone

de bebouwingsclusters en -linten nader onderzocht en

vier landschappelijke deelgebieden te onderscheiden. In deze

van Heeswijk-Dinther dat deze niet apart beschouwd is. De

aangescherpt.

visie wordt kort ingegaan op deze ruimtelijke karakteristieken

analyse en visie van deze concentratie is dan ook niet vervat

en de kernkwaliteiten van ieder van deze landschapstypen.

in een apart hoofdstuk, maar geïntegreerd in die van de kern

De gebiedsvisie is met diverse partijen besproken. De

Er worden nadrukkelijk geen uitspraken gedaan over de

Heeswijk-Dinther.

provincie Noord-Brabant is inhoudelijk bij het stuk betrokken

natuurgebieden en het open agrarische productielandschap.

geweest en heeft inhoudelijke input geleverd. Ook in

De term ‘bebouwingsconcentratie’ is in het vigerende

diverse werkoverleggen met externe partijen waaronder

Binnen de vier landschappelijke deelgebieden liggen de

provinciaal beleid een belangrijk begrip. Het toevoegen

partneroverleg in het buitengebied is de gebiedsvisie

vijf dorpen van Bernheze: Heesch, Nistelrode, Heeswijk-

van woningen in het buitengebied kan namelijk alleen

besproken.

Dinther, Vorstenbosch en Loosbroek. In de visie worden

binnen zo’n bebouwingsconcentratie (kernrandzone,

geen uitspraken gedaan over de bebouwingsstructuren in

bebouwingscluster of bebouwingslint). Het aanwijzen van

Het college van burgemeester en wethouders heeft de

de dorpen zelf. Een ruimtelijk en functioneel samenhangend

bebouwingsconcentraties en hun begrenzingen is onder

bevoegdheid om de gebiedsvisie vast te stellen.

ensemble van bebouwing die op geringe afstand van

meer bepalend bij initiatieven voor Ruimte voor Ruimte-

elkaar staat noemen we een bebouwingsconcentratie.

woningen. Waar een bebouwingsconcentratie begint en

Over deze bebouwingsconcentraties in Bernheze

ophoudt is in de meeste gevallen echter niet eenduidig te

gaat deze gebiedsvisie. We herkennen drie soorten

zeggen. Bij het opstellen van deze visie is er dan ook bewust

bebouwingsconcentraties waar we in deze visie uitspraken

voor gekozen om vooralsnog geen harde grenzen voor

over doen. De zone direct om een dorp heen wordt de

bebouwingsconcentraties aan te geven. Zodoende is er nog

kernrandzone genoemd. Deze zone vormt de overgangszone

ruimte om een gewogen afweging op basis van concrete

van dorp naar (agrarisch) landschap en is vaak niet duidelijk

initiatieven te maken.

begrensd.

8

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

INLEIDING

Legenda Heesch 1.

kernen

2.

indicatieve contour kernrandzone

5. 4.

3.

6. Nistelrode 7.

• • • • •

Heesch Nistelrode Heeswijk Dinther Vorstenbosch Loosbroek

indicatieve contour bebouwingsconcentratie

Loosbroek

13.

8.

11.

9. 12. Vorstenbosch

Heeswijk Dinther

10.

visiegebied

9

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

1. Zoggel 2. Lage Wijst 3. Vosbergstraat 4. Munnekens-Vinkel 5. Donzel 6. Loo 7. Menzel en Bus 8. Vlagheideweg 9. Bedaf 10. Dintherse Hoek 11. Dorpsstraat 12. Hommelse Hoeven 13. Muggenhoek

INLEIDING 1.4 PROVINCIAAL EN GEMEENTELIJK BELEID Aan de basis van voorliggende visie ligt vigerend ruimtelijk

Gemeente Bernheze

beleid. Op verschillende schaalniveaus zijn door provincie en

In het bijzonder zijn de gemeentelijke ‘Gebiedsvisies kernranden’ uit 2007 te noemen. Deze vormen het huidige

gemeente al gebieden voor specifieke doelen aangewezen en

Structuurvisie Bernheze (2010-2025)

afwegings- en toetsingskader voor diverse ruimtelijke

richtingen voor de toekomst uitgestippeld. Deze gebiedsvisie

•

ruimte voor water: waterbergingsgebieden en herstel

initiatieven buiten de dorpen. Deze gebiedsvisies richten

kronkelende beken, natuurlijke oevers, vistrappen

zich voornamelijk op de kernranden rondom de vijf dorpen.

is in die zin een nadere uitwerking van het vigerende provinciale en gemeentelijke ruimtelijke beleid. Hieronder zijn

•

cultuurhistorisch waardevol landschap

Echter niet de hele zone rondom de kernen is in beschouwing

de verschillende beleidsstukken benoemd met daarbij ook

•

ecologische verbindingszones

genomen. Daarnaast zijn de visies niet meer erg actueel.

de specifieke onderdelen die in deze visie hun doorwerking

•

zoekgebieden bedrijventerrein en wonen + afronding

Een actualisatie en een geografische uitbreiding van

dorpsrand

deze gebiedsvisies was noodzakelijk. Met voorliggende

hebben gevonden.

Landschapsontwikkelingsplan (LOP (2012-2022) Provinciaal

•

vier landschapstypen (Peelhorst, beekdal, dekzandrug, dekzandvlakte)

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

•

drie karakteristieke gebieden

•

stedelijk gebied (grenzen kernen)

Erfgoedvisie Bernheze (2020-2030)

•

verstedelijking afweegbaar

•

(kasteel)hoeven

•

aardkundig waardevol gebied:

•

oude akkers / esdek

•

wijstgrond rondom Nistelrode

•

landgoederenstructuur

•

Bedafse Bergen ten noordoosten van Vorstenbosch

•

monumentale groenstructuren (lanen, dreven, houtwallen) recreatieve route(s)

•

natuurnetwerk Brabant (NNB)

•

•

ecologische verbindingszones + behoud en herstel

Beeldkwaliteit in het buitengebied Bernheze (2009)

watersystemen

Gebiedsvisies kernranden (2007)

reservering waterberging

Ontwikkelingsvisie Heesch Noord en Donzel (2009)

•

Dorpsrand Heesch (2006) Bestemmingsplannen Bernheze Ruimtelijk Beleid Zonneparken Bernheze (concept 28 november 2019)

10

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

gebiedsvisie is aan deze vraag voldaan.

INLEIDING 1.5 OPZET VISIE Zoals in paragraaf 1.2 al beschreven bestaat het gebied

Hoofdstuk 4 bevat de analyse en uitgangspunten voor de

waar deze visie uitspraken over doet enerzijds uit de

kernrandzones rondom de vijf kernen van Bernheze: Heesch,

kernrandzones van de dorpen en anderzijds uit de individuele

Nistelrode, Heeswijk-Dinther, Vorstenbosch en Loosbroek.

bebouwingsclusters en -linten. Om logische uitspraken te

Eerst is een algemene analyse van de kern en de ligging in het

doen voor deze gebieden dient echter eerst een goede

landschap gegeven. Aan deze analyse zijn enkele algemene

kennis te zijn van de ligging in het grotere verband. In

uitgangspunten gekoppeld. Omdat de zones rondom

hoofdstuk 2 is daarom eerst een analyse van het gehele

de kernen vaak op grote of kleinere nuances van elkaar

buitengebied gemaakt op basis van de lagenbenadering. Per

verschillen zijn de kernrandzones opgedeeld in deelgebieden.

laag (ondergrond, netwerk, occupatie) zijn de belangrijkste en

Deze deelgebieden bestaan uit landschappelijke

meest relevante conclusies voor de verdere visievorming van

eenheden waar de maat, schaal en landschapsbeleving

de bebouwingsconcentraties in kaart gebracht.

een duidelijke uniformiteit hebben. Per deelgebied zijn specifieke uitgangspunten geformuleerd. Daarnaast zijn alle

Vervolgens zijn in hoofdstuk 3 de verschillende bouwstenen

dorpsentrees kwalitatief beoordeeld.

beschreven; dit zijn de elementen waaruit het landschap is opgebouwd. In deze visie zijn 19 bouwstenen bepaald

Voor de solitaire bebouwingsclusters en -linten is in

die samen het landschap van Bernheze vormen. Iedere

hoofdstuk 5 een vergelijkbare werkwijze toegepast als

bouwsteen is apart beschreven en ondersteund door foto’s.

bij de kernrandzones is gedaan. Op basis van een analyse

Een aantal bouwstenen kan zorgen voor kwaliteit, maar ook

zijn concrete uitgangspunten opgesteld. Omdat de

voor een belemmering. In dit hoofdstuk is voor een aantal

bebouwingsclusters en -linten beduidend kleiner zijn dan de

bouwstenen ook een beoordeling opgesteld op basis waarvan

kernen zijn hier geen separate deelgebieden bepaald.

bepaald kan worden of sprake is van een sterk beeld of een zwak beeld. Tenslotte zijn voor veel bouwstenen enkele concrete ontwerpprincipes gegeven waarmee ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan worden. Het landschap vormt het robuuste raamwerk waarbinnen ruimtelijke of stedelijke ontwikkelingen denkbaar zijn. Voor alle uitgangspunten in de volgende hoofdstukken geldt dan ook dat de kwaliteiten en identiteit van het landschap als vertrekpunt zijn genomen.

11

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

PARAGRAAF | Deelonderwerp

2.

12

BUITENGEBIED GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

foto: Ineke Ketelaars

BUITENGEBIED 2.1 DE LAGENBENADERING Bij het opstellen van deze gebiedsvisie is de lagenbenadering

in de volgende paragrafen wordt het hele buitgebied

gebruikt als analyse- en afwegingsinstrument. De

van Bernheze globaal geanalyseerd aan de hand van de

lagenbenadering legt de ruimte uiteen in drie lagen. De eerste

lagenbenadering. Per laag (ondergrond, netwerk, occupatie)

laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het watersysteem

zijn de belangrijkste en meest relevante conclusies

en het biotisch systeem. De volgende laag bevat netwerken

voor de verdere visievorming van de kernrandzones en

van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en

bebouwingsconcentraties in kaart gebracht.

waterwegen. Ook de landschappelijke hoofdstructuur wordt tot deze laag gerekend. Tot slot is er de laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Alle lagen zijn aan verandering onderhevig. De snelheid waarmee ze veranderen verschilt echter per laag. Sommige lagen hebben een lange geschiedenis. Veranderingen leggen de toekomst voor lange tijd vast. Andere zijn vluchtiger en

De lagenbenadering

veranderen binnen enkele jaren. Over het algemeen geldt dat de onderste lagen een langzamere veranderingssnelheid hebben dan de bovenste laag. Hier dient wel pragmatisch mee om te worden gegaan, waarbij eeuwenlange investeringen die hebben geleid tot waardevolle structuren natuurlijk niet zomaar weggepoetst kunnen worden. Door middel van deze benadering is onderzocht hoe het hele gebied van de gemeente Bernheze in elkaar zit en welke kansen er zijn. Hierbij is gebruik gemaakt van de gemeentelijke visies en beleidsstukken die voorhanden zijn. De opgave voor de kernrandzones en de bebouwingsclusters en -linten wordt hierbij geplaatst in een breder perspectief en in samenhang met zijn context bestudeerd. Daarnaast helpt de lagenbenadering bij het afwegingsproces voor de ontwikkeling van dit gebied. Hierbij is het uitgangspunt dat elke laag bijdraagt aan de ontwikkelingsrichting. Vanuit het perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en (on)omkeerbaarheid van ruimtelijke ingrepen een belangrijk gegeven.

13

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED

De Peelrandbreuk veroorzaakt een bijzonder karakteristiek

Het water dat op de hogere gronden infiltreert, stroomt in

reliëf en heeft unieke gevolgen voor de waterhuishouding,

de richting van de beekdalen en komt hier als kwel weer naar

zoals het optreden van wijst. Wijst vind je aan de hoge kant

boven.

van de breuk. Het grondwater kan door de breuk niet meer horizontaal stromen in de ondergrond en wordt voor de breuk,

In de gemeente Bernheze bevinden zich twee

omhoog gestuwd. Dit maakt dat hoger gelegen gronden nat,

dekzandruggen, die in de laatste ijstijd zijn ontstaan. Eén van

zelfs moerassig, zijn en de lager gelegen gronden droger.

de dekzandruggen grenst aan de noordzijde van de gemeente

Een omgekeerd landschap dus! Langs de Peelrandbreuk

en loopt van Rosmalen tot Herpen. Een tweede complex van

liggen de kernen Nistelrode en Heesch met omvangrijke

dekzandruggen strekt zicht uit van Berlicum, via Heeswijk-

akkercomplexen.

Dinther, naar Veghel en verder. Ook in de Centrale Slenk is een laag dekzand afgezet, dat zich heeft gevormd tot ruggen

Het Peelhorstplateau en de wijststroken vormen de bron van

en dalen. Delen van het dekzandgebied, die van oost naar

vele kleine beken, die vanaf de horst in westelijke richting

west lopen, zijn later weer verspoeld.

het lagergelegen slenkgebied instromen en uiteindelijk hun

De ondergrond

water afvoeren naar de Aa of de Groote Wetering. In het

De beekdalen van de Aa en het deel van de Leijgraaf

dekzandgebied van de Centrale Slenk kan het water op de

ten westen van de Hommelse Brug bij Heeswijk-Dinther

2.2 DE ONDERGROND

dekzandruggen infiltreren. In de lager gelegen dalen kan

zijn duidelijk zichtbaar in het landschap. Hoger gelegen

het water moeilijker in de bodem wegzakken en wordt het

dekzandruggen met bossen en bebouwing begrenzen de

De gemeente Bernheze ligt op de overgang van de Peelhorst

grotendeels via het oppervlaktewater afgevoerd.

dalen. De beekdalen zijn halfopen en kleinschalig.

naar de dekzandvlakte met dekzandruggen. De kernen zijn ontstaan op de overgang van hoog naar laag en droog naar nat. De zuidgrens van de gemeente wordt gevormd door de beekdalen van de Leijgraaf en de Aa. De Peelhorst is een hooggelegen droog gebied in het noordoosten van Bernheze. Het gebied is opgebouwd uit een hoog en laag terras en meerdere breuklijnen, tezamen bekend als de Peelrandbreuk die van noord naar zuid loopt. Dit zijn geologische breuklijnen in de ondergrond en daardoor schijnbaar onzichtbaar. Niets is minder waar. De breuk beweegt nog altijd en is bepalend voor de inrichting van het landschap. Het veroorzaakt geen bergen, maar zorgt wel voor hoogteverschillen. Door de tektonische processen ligt het meest oostelijke deel van de gemeente op een hoogte van circa 18 meter +NAP. Het plateau waarop de kern Nistelrode ligt, heeft een hoogte van circa 12 meter +NAP. De Centrale Slenk ten westen hiervan heeft een hoogte van maximaal 8 meter +NAP.

Watersysteem

14

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED DE PEELHORST

•

Het landschap op het hoge terras - de horst - bestaat uit bos en een mozaïek landschap, onderdeel van een groot

(Peelrandbreuk) •

aaneengesloten natuurgebied de Maashorst (NNB). In dit gebied is een gevarieerd landschap met bos (naald-

De netwerken

•

Omvangrijke akkercomplexen en bewoningsconcentraties langs de rand

•

Aaneengesloten complexen oude bouwlanden met

aan de west- en zuidzijde van Nistelrode. Op het lage terras

oude nederzettingen Bus en Menzel (waardevol

vind je op de hoge kant van de breuklijn de wijstgronden

cultuurlandschap)

waar het grondwater omhoog wordt gestuwd met speciale

•

Grafheuvels en landweren

moerassige condities tot gevolg. Percelen zijn hier van

•

Hoge natuurwaarden (heide en vennen, bossen voor

oorsprong smal en langgerekt waarbij de perceelgrenzen vaak

bosvogels en das, landbouwgebied voor struweelvogels

beplant zijn met vochtminnende beplanting. Verder zijn er

en oude boscomplexen)

grote aaneengesloten akkercomplexen (bolakkers) van oude

2.3 DE NETWERKEN

Groot aaneengesloten bosgebied de Maashorst met heiderelicten

en loofhout), heideterreinen, vennen, stuifduinen en cultuurhistorische relicten. Het lage terras - de slenk - ligt

Hooggelegen gebied met terrassen en breuklijnen

•

bouwlanden op van oorsprong arme zandgrond.

Ruimte: afwisseling open en besloten, relatief grootschalige ruimtes, wijstgronden besloten

•

Beplanting: naald- en loofbossen, wegbeplanting (eik), perceelgrenzen (els, knotwilg), eikenhakhout, houtwallen,

De geomorfologische vormingsprocessen zijn ook

kleine bosjes en boomgaard (eik, berk)

zichtbaar aan de oppervlakte. Het landschap weerspiegelt de ondergrond. Daar blijft het niet bij. De breuklijnen en beekdalen zijn ook bepalend voor de ligging van wegen, waterlopen, bebouwing en het gebruik van het land. We onderscheiden vier landschapstypen op basis van de ondergrondse vormingsprocessen.

15

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED HET BEEKDAL De beekdalen binnen de gemeente Bernheze zijn duidelijk zichtbaar in het landschap. De beekdalen hebben een halfopen en kleinschalig karakter en bestaan uit kenmerkende elementen: meanderende beeklopen, oude afgesloten meanders, wilgenstruweel, heggen, (elzen/essen-)hakhout en ten zuidwesten van Heeswijk karakteristieke verspreide populierenbossen, madelanden, en (iets hoger gelegen) kleine oude bouwlanden (bolakkers). Ontsluitingsroutes liggen haaks op de watergang en zijn gekoppeld aan een brug of waterkunstwerk. In de laag gelegen, natte beekdalen is van oudsher met name plaats voor vochtige graslanden en broekbossen.

• Duidelijk zichtbaar laag in het landschap gelegen beken • Relatief open, vrij gaaf beekdal met verspreide loofbosjes die dekzandruggen markeren, oude meanders en vochtige graslanden • Ten zuidwesten van Heeswijk-Dinther karakteristieke verspreide boscomplexen met populier • Bijzondere elementen: kasteel Heeswijk met slotgracht en lanenstelsel, Huis Zwanenburg en Kildonkse Molen • Strakke begrenzing door Zuid-Willemsvaart in het zuiden • Natuurwaarden (broekbossen en vochtige graslanden, bijzondere plant- en diersoorten, oude genenbronnen) • Ruimte: kleinschalig, halfopen landschap • Beplanting: verspreide loofbossen (populier), dubbele rijen (eik) op landgoed Heeswijk, wegbeplanting (m.n. populier), knotbomen (wilg, es)

16

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED DE DEKZANDRUGGEN De dekzandruggen worden gekenmerkt door bebouwingslinten en bosgebieden. De ruggen zijn al vele eeuwen bewoond en onderscheiden zich door een kleinschalige en veelvormige opbouw: ze vormen een waar mozaïek. Deze gronden liggen op de overgang van hoog naar laag en kennen daarom een goede ontwatering. Ze lenen zich daarmee uitermate voor een intensiever grondgebruik als boomkwekerijen en fruitteelt. Overige landschapselementen die horen bij dit landschapstype zijn onder andere houtwallen, zandpaden, diepe sloten en laanbeplanting. • Dekzandgebied met relatief hooggelegen droge oostwest georiënteerde ruggen met oude bebouwingslinten en complexen • Relatief kleinschalige onregelmatige verkaveling • Natuurwaarden (diersoorten als ree, havik, (steen)uil en plaatselijk das) • Ruimte: relatief kleinschalig, bos besloten • Beplanting: gemengde bossen en droge naaldbossen, wegbeplanting (eik, es), onregelmatige gevarieerde beplanting langs zandwegen (eik, berk)

17

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED DE DEKZANDVLAKTE Binnen het dekzandlandschap hebben de dekzandvlakten een meer open karakter. Deze gebieden liggen tussen de dekzandruggen en percelen variëren in grootte van circa 10 tot 30 hectare. De kavelstructuur is rationeel en relatief grootschalig als gevolg van ruilverkavelingen ten behoeve van de landbouw. Ook liggen er ook grotere boerenerven in het gebied. De aanwezige beplantingen bevinden zich voornamelijk langs de wegen in de vorm van enkele of dubbele bomenrijen. Overige landschapselementen typerend voor de dekzandvlakten zijn sloten, greppels, grootschalige boerenerven, natte ecologische verbindingszones, enkele beplantingssingels en hier en daar een bosje op de overhoeken. Verder wordt het gebied vooral gekarakteriseerd door een grote mate van openheid.

• Dekzandgebied met tamelijk open vlakten tussen de dekzandruggen • Relatief grootschalige rationele blokverkaveling • Functioneel agrarisch grondgebruik bepaalt landschap • Karakteristieke natte gebieden Berkt en ‘t Grolder/Het Broek relatief kleinschalig door wegbeplanting en houtsingels • Karakteristieke jonge ontginningen De Bleeken/ Het Binnenveld met langgerekte noord-zuid georiënteerde bospercelen • Bijzonder element Kasteel Berkt in een kleinschalig landschap met karakteristiek lanenstelsel, restanten sterrenbos, andere oude beplanting, heggen, houtsingels en slingerende wegen • Natuurwaarden (diersoorten als vleermuis, struweelvogels, weidevogels en amfibieën) • Ruimte: open ‘kamers’, Berkt en ‘t Grolder/Het Broek tamelijk kleinschalig • Beplanting: gemengde bossen en droge naaldbossen, wegbeplanting (eik, es), onregelmatige gevarieerde beplanting langs zandwegen (eik, berk), karakteristieke jonge bosstroken in De Bleeken

18

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED

Vier landschapstypen

19

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED WATERLOPEN

De Leijgraaf

De Groote Wetering

Het oppervlaktewatersysteem in Bernheze bestaat uit een

Over een lengte van zo’n 20 kilometer stroomt de Leijgraaf

In het noordwestelijke intermediaire gebied is de afwatering

aantal beken en afwateringskanalen die het water van de

parallel aan de Aa. Deze waterloop begint bij Gemaal Veluwe

van nature slecht. Om de afwatering hier te verbeteren zijn

hoger gelegen Peelhorst in noordwestelijke richting afvoeren.

in Boekel aan de Aa als waterinlaat en stroomt ter hoogte van

afwateringskanalen gegraven waarvan de Groote Wetering

Berlicum weer terug in de Aa. De Leijgraaf is geen natuurlijke

de grootste is. Ook zijn natuurlijke beeklopen gekanaliseerd.

waterloop, maar een grotendeels gegraven watergang. De

Langs deze kunstmatige of gekanaliseerde waterlopen zijn

De Aa

bovenloop van de Leijgraaf is gegraven ten behoeve van de

derhalve geen beekdalen.

Het belangrijkste afwateringskanaal de Aa volgt grotendeels

wateraanvoer. De benedenloop is gegraven als afwatering van

haar natuurlijke loop. De Aa is een laaglandbeek van in totaal

diverse natuurlijke laagtes.

67 kilometer lengte. De beek ontspringt bij Nederweert

De Zuid-Willemsvaart

in Limburg en mondt bij ’s-Hertogenbosch uit in de Maas.

De laatste jaren is er beleid gericht op het terugbrengen van

De Zuid-Willemsvaart vormt een strakke begrenzing van het

De benedenloop van de Aa loopt als een groenblauw lint

het natuurlijke meanderende verloop van de beken (Aa en

beekdallandschap in het zuiden.

door het Brabantse landschap, via de steden Helmond,

Leijgraaf) en het versterken van de potentiële ecologische

Veghel en ’s-Hertogenbosch. Het natuurlijk beekdal van de

verbindingen van de beken door het aanbrengen van

Aa is honderden meters tot soms meer dan een kilometer

natuurvriendelijke oevers en vistrappen.

breed. Deze beek is in het verleden genormaliseerd om de afvoersnelheid te vergroten. In grote delen van het beekdal loopt de Zuid-Willemsvaart parallel aan de Aa. Na de aanleg van deze vaart was de Aa niet meer nodig voor vervoer over water. Sinds de aanleg van de kades, midden jaren dertig van de vorige eeuw, het afsnijden van de meanders en het instellen van de intensieve bemaling heeft de Aa grotendeels het karakter gekregen van een gekanaliseerde beek in een relatief

Groote Wetering

vlak dal. De ingrepen werden gedaan om het land agrarisch beter te ontsluiten met hogere opbrengsten als doel. Door het intensieve gebruik van het beekdal (door stad en boer) is de ecologische kwaliteit achteruit gegaan.

Leijgraaf

Zui d

-Wi l

lem

sva ar

t

Aa

Waterlopen

20

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED INFRASTRUCTUUR In de beekdalen en op de dekzandruggen rond de historische bebouwingsconcentraties heeft het agrarische gebruik van de gronden geleid tot een halfopen landschap met oude bouwlanden, boscomplexen en kronkelende wegen. Vanuit een centraal punt in een cluster met boerderijen waaierden wegen het veld in. Dit spinnenwebpatroon is nog herkenbaar aanwezig rondom veel kernen in de gemeente Bernheze. In de woeste heidegebieden liepen de wegen (de ‘banen’) dwars en kaarsrecht over de hei van kerktoren naar kerktoren, zodat men niet verdwaalde in de grote ruimte. Zo is een dicht netwerk van wegen en paden ontstaan, dat de verspreid liggende boerderijen verbindt. De kronkelige wegen liggen vooral op de randen van de dalen. Op de Peelhorst, in de beekdalen en op de dekzandruggen komen nog steeds onverharde of halfverharde zandwegen voor. Deze zijn belangrijk voor de recreatie. Op de dekzandvlakten, die veel later zijn ontgonnen ten behoeve van de landbouw, is sprake van een veel rationeler en rechtlijniger karakter. De wegen zijn hier lang, recht en geometrisch van opzet. De bermen van de wegen werden hier zuinig smal gehouden. De autosnelwegen A59 en A50 zijn aangelegd in respectievelijk de jaren ‘70 en ‘90 van de vorige eeuw. Deze wegen snijden dwars door het landschap en verschillende landschapseenheden en vormen grote ruimtelijke barrières.

Dorpen en buurtschappen zijn plots van elkaar gescheiden en ook natuurgebieden raken versnipperd.

Kwaliteitsbeeld (LOP)

21

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED

Voor de ontwikkeling van de nederzettingen in de gemeente

Het grootste deel van de gronden is in gebruik als

Bernheze is met name de ligging aan belangrijke doorgaande

landbouwgrond. Het aandeel akkerbouw is relatief beperkt.

routes tussen grotere plaatsen in de omgeving van belang.

Wel komen er veel veehouderijen voor in Bernheze.De

Zo ligt Nistelrode aan de route tussen Oss en Uden en

bos- en natuurgebieden, de landschappelijke kwaliteit

Vorstenbosch aan de weg tussen Uden en Veghel. Heesch

van het buitengebied, de aanwezige cultuurhistorische

ligt op de kruising van de routes ’s-Hertogenbosch - Grave

elementen (landgoederen, dorpskernen) en de aanwezig

en Oss - Uden. Heeswijk-Dinther maakt deel uit van het

specifieke recreatieve en toeristische voorzieningen trekken

lint van kernen langs de Aa, dat van Rosmalen naar Veghel

(deels bovenlokaal) veel bezoekers aan. Met name in de

loopt en waarvandaan ook de kern Loosbroek is ontstaan.

bosgebieden, maar ook in het meer open landschap rond de

De oorspronkelijke dorpslinten, die aan de routes zijn

kernen en in het groene middengebied, zijn recreatieve routes

ontstaan, zijn waardevol als historische structuur. Deze zijn

voor fietsers, wandelaars en ruiters aanwezig.

uitgegroeid tot een kern of zijn beperkt gebleven tot een bebouwingscluster.

De occupatie

Dorpsontwikkeling Wat betreft dorpsontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de diversiteit van de kernen en linten. Het afwisselende

2.4 DE OCCUPATIE

karakter van kleinschalige bedrijvigheid, agrarisch gebruik en woningbouw zorgt dat het gebied dynamisch blijft. Om te voorkomen dat zowel senioren als jongeren de gemeente

De eerste occupatie is ontstaan op de rand van de beekdalen

verlaten, wordt ingezet op kleinschalige woningbouw met

en de hoger gelegen zandgronden. In de periode tussen de

passende woningtypen. Deze kwalitatieve woningbehoefte is

15e en de 18e eeuw werden aangrenzend aan de beekdalen

leidend bij de locatiekeuze. Waardevolle doorzichten naar het

woeste gronden ontgonnen ten behoeve van de landbouw.

buitengebied dienen behouden te blijven. In eventuele nieuwe

Vanaf het midden van de 19e eeuw heeft grootschalige

uitbreidingen komt het onderliggende landschap terug in het

heideontginning geleid tot forse uitbreiding van de

stedenbouwkundig ontwerp. Dit alles vraagt grote aandacht

landbouwgronden.

voor stedenbouwkundig ontwerp en beeldkwaliteit. Plaatselijk kan ingezet worden op de realisatie van exclusieve

Kenmerkend voor deze latere ontginningen is de

woonbuurten. Ook hierbij wordt het onderliggende landschap

grootschaligheid en openheid, in tegenstelling tot de

als inspiratiebron gebruikt. Het landelijk wonen nabij een

relatieve kleinschaligheid van de bouwlanden rond de

verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente.

historische nederzettingen. Dit onderscheid tussen de

Wat grotere uitbreidingen zijn alleen gewenst aan de

oude bouwlanden en de jonge ontginningen is in de huidige

westzijde van de kern Heesch. (bron: Structuurvisie)

situatie nog herkenbaar, zij het dat door de schaalvergroting van (intensieve) veehouderij en akkerbouw de verschillen zijn genivelleerd.

22

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BUITENGEBIED

Ruimtelijk casco (Structuurvisie)

23

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

PARAGRAAF | Deelonderwerp

3.

24

BOUWSTENEN GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

foto: Nancy v.d. Hofstad

BOUWSTENEN

Ons landschap is continu in beweging en ontwikkeling en

ogenschijnlijk ‘lukraak’ in een uitgekleed landschap staan,

het is nooit ‘af’. Voorheen dicteerden de ondergrond en

omdat het ruimtelijke kader ontbreekt. De bebouwing krijgt

3.1 LANDSCHAPPELIJKE DEELGEBIEDEN

het watersysteem de mogelijkheden grotendeels voor

hierdoor in de beleving de overhand op het landschap.

Het buitengebied bestaat uit een viertal karakteristieke

de mens: boerderijen lagen op droge plekken, verbonden

Samenhangende structuren, zoals beekdalen, raken

deelgebieden: Peelhorst, beekdal, dekzandrug en

door wegen die het reliëf van het landschap volgden en

versnipperd en verliezen hun herkenbaarheid. Door oog te

dekzandvlakte: zie de beschrijving van deze karakteristieken

waarlangs de bebouwing op logische plekken verdichtte tot

hebben voor wat wel en wat niet op een bepaalde plek kan,

in paragraaf 2.3.

kleine organisch gegroeide nederzettingen. Het landschap

bijvoorbeeld bewoning óp de es en ín het beekdal, is verdere

had een logica en een geordende natuurlijke structuur.

verrommeling van het landschap te voorkomen.

Daarnaast waren er eeuwenoude tradities met betrekking tot architectuur en sociale omgang. Samen resulteerde dit in een

Met de bouwstenen die samen het landschap vormen, kan

landschap dat uniek was met een vanzelfsprekende identiteit

het landschap van Bernheze weer de herkenbare eigenheid

en herkenbaarheid. Door de technische ontwikkelingen kan

terug krijgen zonder daarbij ontwikkelingen als woningbouw

veel meer en vormt de mens het landschap nu naar eigen

of agrarische groei uit te sluiten. Door deze ontwikkelingen

wensen. Dorpen worden planmatig uitgebreid en plekken die

plaats te laten vinden in een landschappelijk raamwerk dat

voorheen ongeschikt waren om te wonen, worden geschikt

recht doet aan de ondergrond en de historische achtergrond,

gemaakt. Dit gebeurt op grote schaal in heel Nederland

ontstaat weer een geordend en kwalitatief waardevol gebied

en hierdoor verdwijnen verschillen en contrasten tussen

waar dorp en buitengebied elkaar versterken. Stedelijke

landschappen. Daarnaast vraagt onze maatschappij meer van

ontwikkelingen hoeven niet tot een halt te worden geroepen;

ons landschap: boerenbedrijven moeten intensiveren, wegen

ze moeten in samenhang met landschappelijke structuren

moeten een betere doorstroomfunctie krijgen en grote

worden ontworpen. Daar helpen de bouwstenen van het

zendmasten en hoogspanningsleidingen verrijzen als nieuwe

landschap bij.

bakens in het landschap.

NIVELLERING, VERROMMELING EN VERSNIPPERING

De bouwstenen die het landschap en de beleving daarvan vormen zijn in de loop der tijd nauwelijks veranderd. In dit hoofdstuk worden deze bouwstenen en de relevantie ervan

Dit heeft ertoe geleid dat veel oorspronkelijke kwaliteiten

beschreven. Ook zijn enkele generieke ontwerpprincipes

van ons landschap in de laatste eeuw sterk zijn veranderd.

geformuleerd.

Wegbeplanting is grotendeels verdwenen, bosjes zijn gekapt en houtsingels zijn opgeruimd. De synergie van het landschap is meer en meer verloren gegaan en het landschap is steeds verder uitgekleed. Ons landschap is genivelleerd; het is steeds meer op elkaar gaan lijken en herkenbare eigenschappen van verschillende gebieden zijn verdwenen. Met het verdwijnen van deze structuur is tevens sprake van verrommeling van ons landschap. Die verrommeling komt met name tot uiting doordat - voornamelijk agrarische - gebouwen

25

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN 3.2 DORPEN EN BEBOUWINGSCONCENTRATIES DORPEN Binnen de vier landschappelijke deelgebieden liggen de dorpen van Bernheze. De dorpen in Bernheze hebben een bebouwingsstructuur die is onder te verdelen in het dorpscentrum, de historisch gegroeide dorpslinten en de planmatig ontwikkelde naoorlogse woonbuurten. Daarnaast liggen in de grotere kernen geclusterde bedrijventerreinen en sportcomplexen. Het dorpslint is het historische gegroeide deel van het dorp en vormt de oorspronkelijke hoofdstructuur van een kern. Hier staat de oudste bebouwing met de kerk. Er is een menging van functies als wonen, detailhandel, horeca, bedrijvigheid en maatschappelijke functies. Veelal is hier door vervanging of verbouwing een mix van bebouwing uit verschillende tijdsvakken ontstaan. In het dorpslint is de identiteit van het dorp nog het best leesbaar.

Dorpslint Vorstenbosch Rondom de kerk in het dorpslint is vaak het dorpscentrum gelegen. Hier is meestal sprake van een verdichting van detailhandel en horeca en zijn maatschappelijke functies zoals het dorpshuis. Afhankelijk van de omvang van het dorp is het dorpscentrum meer of minder duidelijk beleefbaar. Na de Tweede Wereldoorlog, toen de woningnood hoog was en de bevolkingsgroei snel toenam, heeft de ontwikkeling van de dorpen een planmatiger karakter gekregen. Tussen de linten en dieper het landschap in zijn woonbuurten ontwikkeld volgens de toen heersende principes. Ook is vanaf toen de bedrijvigheid steeds meer geclusterd op bedrijventerreinen. Ook sportaccommodaties zijn in de tijd geclusterd tot sportcomplexen, vaak liggend in de kernrandzone, of inmiddels omsloten door meer recente planmatige woonontwikkelingen.

26

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN BEBOUWINGSCONCENTRATIES

ONTWERPPRINCIPES

In deze visie zijn enerzijds uitspraken gedaan over het overgangsgebied tussen dorp en buitengebied: de kernrandzone en anderzijds over de solitaire

•

pas inspringende rooilijnen toe door voortuinen van verschillende diepte toe te laten (vanaf 2 tot 10 meter uit de weg), maar ook wisselende goot- en nokhoogten en nokrichtingen.

•

bouwmassa’s zijn enkelvoudig en eenvoudig, met traditionele materialen en ingetogen kleuren → bouw pretentieloos.

•

bebouwing niet te diep het landschap in, concentreren aan de weg, toepassing ‘achtergevelrooilijn’

bebouwingsconcentraties: de bebouwingsclusters en bebouwingslinten (zie hieronder). Bebouwingscluster Een bebouwingscluster is een vlakvormige verzameling van gebouwen buiten bestaand stedelijk gebied. Een cluster ligt vaak op een plek waar verschillende wegen samenkomen en waar van oudsher een pleisterplaats of verzamelpunt was. Bebouwingslint Lintbebouwing is een vorm van historisch gegroeide bebouwing langs doorgaande wegen. Kenmerkend is de organische structuur en de verweving met het aangrenzende landschap. De bebouwingstypologie wordt gekenmerkt door individuele panden met wisselende grootte, vorm, functie en leeftijd. Een groot deel van de historische lintbebouwing bevindt zich tegenwoordig in de kernen als dorpslint. In het buitengebied bevinden zich nog steeds historische, van oorsprong vaak agrarische bebouwingslinten (buitenlinten). Naar het buitengebied toe verandert het ruimtelijke en functionele karakter van het dorpslint. In het buitenlint in de kernrandzone is sprake van een menging van overwegend wonen met (agrarische) bedrijvigheid. Met name de schaal van de bijgebouwen wordt groter; hier staan stallen, schuren en loodsen bij traditionele boerderijen of eigentijdse woonhuizen. Tussen de bebouwing is vanaf de weg regelmatig een vrij zicht op het achterliggende landschap, wat de relatie met het landschap versterkt.

Deze afwisseling van massa en ruimte is waardevol. De buitenlinten vormen daarnaast de overgang van landschap naar dorp. Om deze kernrandzone als buffer tussen dorp en buitengebied in stand te houden dienen we er voor te waken dat deze linten te sterk verdicht worden.

27

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN 3.3 DORPSRAND De kernrandzones vormen de overgang van stedelijk naar landelijk gebied. In deze zone aan de dorpsrand is veelal een mix aan functies, zoals woningen, (agrarische) bedrijven, sportvelden, begraafplaatsen en volkstuinen. De dorpsrand is de te herkennen rand van een dorp waar deze grenst aan het landschap. Ze zijn bepalend voor de beleving van het landschap, maar kunnen door de verschillende functies en grotere schaal van de bebouwing rommelig ogen. De dorpsrand is bij het naderen van het dorp, afhankelijk van de landschapstypologie, in meer of mindere mate zichtbaar en beleefbaar. De verschijningsvorm van de dorpsrand is afhankelijk van de opbouw en ordening van bebouwing, de kenmerken van het aangrenzende landschap en de mate waarin deze kenmerken zijn opgenomen in de dorpsrand. Langs de routes presenteert het dorp zich: vanaf de hoge

Sterke dorpsrand westzijde Vorstenbosch (molen als landmerk, groene inkadering en spel van daken)

kant (dekzandrug) weggedoken achter bolle akkers en houtsingels, en vanaf de lage kant (het beekdal) meer zichtbaar, maar gecamoufleerd door bomenrijen en hagen. Beoordeling: •

Dorpsranden die hard, stenig, eenvormig zijn, waarbij de bebouwing het beeld overheerst, worden in deze visie geclassificeerd als ‘zwak’. (Op de analysekaarten met een rode stippellijn aangeduid)

•

Dorpsranden die zacht, rafelig en gevarieerd zijn, waarbij de bebouwing en het landschap in balans zijn, worden in deze visie geclassificeerd als ‘sterk’.

Sterke dorpsrand zuidzijde Heeswijk-Dinther (kerk als landmerk, spel van daken en beplanting, gevarieerd beeld)

28

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN

ONTWERPPRINCIPES •

voorkom lange rechte grenzen en schuurtjes op de perceelgrens → maak vriendelijke rafelranden.

•

maak voetgangerscontacten tussen (hoofd)straten en buitengebied → creëer doorwaadbaarheid.

•

spaar en versterk groenelementen die diep het dorp binnendringen (akker, weiland, boomgaard, bosje) → zorg voor verwevenheid van dorp en landschap.

•

maak gebruik van landschappelijke elementen om een uitbreiding achter schuil te doen gaan; van een dorpsrand achter een bolle akker zijn alleen de daken zichtbaar waardoor de nadruk op het reliëf gelegd wordt in plaats van op de bebouwing → gebruik het landschap.

•

zorg voor een silhouet dat vanuit het centrum naar de randen toe afloopt in hoogte (van kerk, klooster, woningen van notabelen en winkelgebouwen naar lagere woningen en beplantingen) → creëer hoogteverloop.

Zwakke dorpsrand oostzijde Heeswijk-Dinther (geen landschappelijke inpassing van grote bedrijfsgebouwen)

Zwakke dorpsrand noordzijde Vorstenbosch (bebouwing eentonig en overheersend, hekwerk is storend)

29

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN 3.4 AFRONDING DORPSRAND Voor iedere dorpsrand is een afweging gemaakt waarin de

4.

Toekomstige afronding dorpsrand

mate van dynamiek en verandersnelheid, de mate waarop

De toenemende woningbehoefte leidt er toe dat er

door verschillende functies aanspraak wordt gemaakt op

ook voor de gemeente Bernheze een actuele majeure

grond en de kernkwaliteiten zijn betrokken.

woningbouwopgave is. In de visie zijn gebieden aangewezen waar mogelijkheden zijn voor stedelijke ontwikkeling en een

1.

Behouden dorpsrand

Veel kernrandzones hebben hoge landschappelijke,

goede afronding van de dorpsrand. Hierbij ligt de nadruk op de stedelijke component: de kernrand wordt de kern.

ecologische, cultuurhistorische, recreatieve en/of economische kwaliteiten, die het behouden waard zijn. Deze kwaliteiten worden gewaarborgd door hier stedelijke ontwikkelingen uit te sluiten en door hier zorgvuldig om te gaan met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het beleid is hier gericht op landschapsversterking, kleinschalige initiatieven (Ruimte voor Ruimte) en het inpassen van bestaande bebouwing. De nadruk ligt hier op de landschappelijke component. 2.

Transformeren dorpsrand

Een aantal kernrandzones bieden goede kansen voor een transformatie en hier is ruimte voor ontwikkelingen met een economische en maatschappelijke component, zoals kleinschalige en landschappelijke woonmilieus, een zorglandschap, recreatieve functies, kleinschalige duurzame energie, duurzame landbouw en ruimte voor ontmoeting. Hier ligt de nadruk op de dynamische component. 3.

Actuele afronding dorpsrand

Locaties die op dit moment in meer of mindere mate in ontwikkeling zijn, zijn in deze visie opgenomen als actuele dorpsuitbreidingen. Omdat de dorpsrand hier in veel gevallen wordt opgerekt worden deze locaties aangeduid als een afronding van de dorpsrand.

30

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN

ONTWERPPRINCIPES

31

•

Zorg ervoor dat grootschalige dorpsuitbreidingen aansluiten bij de oorspronkelijke totaalvorm en structuur van de kern.

•

Zoek naar ruimte voor dorpsuitbreiding daar waar het (dorps)landschap versterkt moet worden, daar waar de relatie van het dorp met de omgeving zwak is.

•

Waar het dorp of de uitbreiding aansluit op een historische es of bolle akker kan een harde rand met bijvoorbeeld een meidoornhaag dit benadrukken, waarbij de bebouwing niet te dicht op de es moet staan.

•

Waar het dorp of de uitbreiding grenst aan het beekdal is ook een hardere rand, met bijvoorbeeld een meidoornhaag, gewenst om het contrast tussen de beslotenheid van het dorp en de openheid van het beekdal te benadrukken.

•

Maak op de dekzandruggen en -vlaktes zachte, rafelige dorpsranden met een vrij open randbebouwing met wisselende (lage) goothoogten en kaprichtingen, met diepe, onbebouwde achtertuinen die naar het landschap zijn gekeerd.

•

Zorg dat het dorp niet tegen de bosrand aangroeit. De ruimte tussen dorp en bosrand maakt van het dorp een herkenbare eenheid in de ruimte (een enclave). Andersom geldt dat een bosrand die boven de daken uitsteekt mensen in het dorp het gevoel geeft dat het landschap dichtbij is.

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN 3.5 LANDMERKEN Verspreid in de dorpen van Bernheze staat bebouwing die over een bijzondere historische waarde beschikt, zoals een kerk, molen, klooster, abdij of historische ambtswoning of boerderij. Deze bepalen in hoge mate de identiteit en de eigenheid van het dorp. Deze gebouwen zijn uniek en vormen daarom goede oriëntatiepunten in het dorp zelf en vaak ook in het omliggende landschap; het zijn landmerken. Zicht vanuit de omgeving op deze bakens draagt bij aan de oriëntatie en het verhaal van het lokale landschap en dienen behouden te blijven. In deze visie worden met landmerken de gebouwen bedoeld die in het landschap, aan dorpsranden en bij dorpsentrees als herkenningspunten zichtbaar zijn en bijdragen aan de lokale identiteit. Historische boerderijen en schuren aan de rand van het dorp en in het buitengebied zijn ook beeldbepalend, zij het op kleinere schaal. Rondom deze bouwwerken is vaak sprake van een herkenbaar eigen wereldje, dat zeer waardevol is voor de landschapsbeleving. De bebouwing, het erf, de weg met de laanbeplanting en het agrarische land vormen een aantrekkelijk ensemble. In deze visie worden de volgende landmerken onderscheiden: •

kerk

•

abdij / klooster

•

molen

•

kasteel / landgoed

•

historische (kasteel)hoeve (bron: erfgoedvisie)

•

monumenten met externe uitstraling (bron: CHW)

foto: Ineke Ketelaars De kerk van Dinther als herkenningspunt en identiteitsdrager

32

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN 3.6 DORPSENTREES Daar waar men vanaf het buitengebied de kern in en uit gaat spreken we van een dorpsentree. De dorpsentree ligt dus in de kernrandzone. Het zijn plekken aan routes waar het dorp en het landschap sterk met elkaar verweven zijn. Langs de buitenlinten wordt het dorp vaak al op enige afstand ‘aangekondigd’; langs de route is sprake van een steeds verder verdichtende bebouwing afgewisseld met open groene percelen. Deze bebouwing verandert richting de kern steeds meer van functie (de (agrarische) bedrijvigheid wordt wonen) en maat en schaal (de grote stallen en bedrijfsbebouwing worden fijnmazigere woonbebouwing). Een dorpsentree kan ook een hardere overgang tussen dorp en landschap zijn. Dit is wenselijk bij de overgang ter plaatse van bijvoorbeeld een beekdal of een oude es, waar het contrast tussen open en besloten versterkt wordt.

Sterke dorpsentree noordoostzijde Heeswijk-Dinther (laanbeplanting, gebogen weg, groene voorruimte, gevarieerd bebouwingsbeeld)

Een zicht vanaf de dorpsentree op een kerk, molen of ander landmerk versterkt de oriëntatie en identiteit van het dorp. Beoordeling •

Dorpsentrees waar de identiteit van zowel het dorp als het landschap leesbaar zijn, waar men het dorp wordt ‘ingeleid’ en waar men zich goed kan oriënteren, worden in deze visie geclassificeerd als ‘sterk’.

•

Dorpsentrees waar de grens tussen dorp en landschap hard en plots is en de oriëntatie beperkt, worden in deze visie geclassificeerd als ‘zwak’.

Sterke dorpsentree zuidzijde Heesch (gebogen weg, ruime groene voortuinen, gevarieerd bebouwingsbeeld)

33

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN

ONTWERPPRINCIPES •

Door meerdere gebouwen in de knik van een weg te plaatsen ontstaat een entreegevoel.

•

Zorg voor wegbeplanting langs de routes naar de dorpen en creëer daarmee een landschappelijk kader.

•

Laat de bebouwingsrichting afwijken van de wegrichting, waardoor speelse en intieme ruimtes op het erf ontstaan.

•

Laat de identiteit van het dorp en het landschap samenkomen, geef het landschap de ruimte.

Zwakke dorpsentree westzijde Heesch (weg met verkeerskundig profiel, zicht op storende bebouwing, de laanbeplanting is wel sterk)

34

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN 3.7 BELANGRIJKE WATERLOPEN

3.8 OPGAANDE LANDSCHAPSELEMENTEN

Door de gemeente Bernheze lopen vier grote waterlopen (van

In Bernheze komen veel soorten landschapselementen

Solitaire bomen zijn op de visiekaart niet opgenomen als

zuid naar noord):

voor. Ze vormen de bouwstenen die samen de structuur

landschappelijk element. Maar solitaire bomen zijn wel

van het landschap bepalen. Daarnaast dragen ze bij aan de

enorm waardevol voor het versterken van landschappelijke

•

De Zuid-Willemsvaart

karakteristieke kenmerken van een bepaald landschapstype.

structuren en de landschapsbeleving. Van oudsher werden

•

De Aa

Ze hebben vaak een historische achtergrond. In deze visie

solitaire bomen bij boerderijen en op agrarische erven geplant

•

De Leijgraaf

onderscheiden we:

om perceelgrenzen te markeren. Maar een solitaire boom

•

De Groote Wetering

kan ook een laatste restant van een oude houtopstand zijn. •

Boscomplexen

Zo kunnen ze een verrijking van de leegte vormen. Door de

•

(Monumentale) lanen en dreven (bron: erfgoedvisie en

sterke intensivering van de landbouwsector zijn er echter

actuele luchtfoto’s)

steeds meer solitairen verdwenen, waardoor het landschap

Houtwallen en -singels (bron: erfgoedvisie en actuele

verder nivelleert en verschraalt.

Daarnaast lopen er verschillende andere (structuurbepalende) waterlopen en sloten (zoals Graanloop, Bleekloop, Venloop en Menzelsche Loop). Al deze beken, watergangen en sloten

•

luchtfoto’s)

zorgen voor een goede afwatering van het land. Ook zijn dit potentiële waardevolle ecologische verbindingen en schakels. Het doel is om deze structuren te behouden en te

De bestaande landschapselementen willen we behouden. Ze

versterken. Het vrijhouden van de waterlopen van bebouwing

vormen een belangrijke bouwsteen in het onderscheidende

is dan ook een belangrijk uitgangspunt, omwille van de

karakter van de verschillende landschapstypen in de

waterhuishoudkundige functie, maar ook de ecologische en

gemeente Bernheze. Daarnaast liggen er goede kansen voor

landschappelijke waarden ervan.

het herstellen en ontwikkelen van landschapselementen op plekken waar deze vanuit historisch oogpunt hebben gelegen, waar deze een ruimtelijk onwenselijke situatie aan het zicht kunnen onttrekken of waar deze een nieuwe landschappelijke en ecologische verbinding kunnen vormen. Het verwijderen van opgaande landschapselementen om plaats te maken voor nieuwe bebouwing is onwenselijk, ook als ze niet specifiek op kaarten in deze visie zijn aangeduid.

foto: Ineke Ketelaars De Aa en de Zuid-Willemsvaart

35

Houtsingel bij Heesch (bron: Ton Vrijsen)

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN 3.9 WAARDEVOLLE OPEN RUIMTE Het spel van massa en ruimte in het landschap speelt een

In het halfopen landschap van de beekdalen en

belangrijke rol bij hoe mensen het landschap beoordelen. De

dekzandruggen is een fijnmaziger landschap, met kleinere

afwisseling tussen beslotenheid en openheid zorgt ervoor dat

open ruimtes afgewisseld met houtsingels en kleine

het landschap spannend en verrassend is. Zeker langs routes

boscomplexen.

en beken en rondom dorpen en bebouwingsconcentraties is

Deze openheid beschouwen we nu als een waardevolle en te

deze afwisseling waardevol. In het landschap van Bernheze

behouden karakteristiek.

zijn verschillende vormen en maten van openheid. Door de randen van de open ruimten landschappelijk te Enerzijds is er de grootschalige openheid van de

versterken ontstaat er doorgaans een nog groter contrast

jonge ontginningen van de dekzandvlakten. Hier is een

tussen open en gesloten; er ontstaan landschappelijke

grootschalige rationele verkaveling ten behoeve van de

kamers. Daar waar sprake is van een waardevolle open

landbouw. Langs de wegen is plaatselijk opgaande beplanting

ruimte (ín de landschappelijke kamer dus) worden geen

aanwezig, maar verder wordt het gebied gekarakteriseerd

landschapselementen zoals houtwallen, houtsingels,

door openheid. Deze openheid is gevolg van de grootschalige

haagstruwelen en lanen toegevoegd als die de openheid

ruilverkaveling vanaf de jaren ‘60. Daarvoor was hier sprake

aantasten. Nieuwe bebouwing is hier tevens uitgesloten. Aan

van een landschap met langgerekte percelen en houtsingels

de randen van deze gebieden kan gespecificeerd worden of,

op de perceelgrenzen, waardoor er een meer besloten

en waar, er bouwmogelijkheden liggen.

landschapsbeeld was. In het gebied liggen grote boerenerven, die door de kaalslag meer impact op de landschapsbeleving hebben gekregen. Vaak ontbreekt een landschappelijke inpassing van deze boerenerven en is er direct zicht op de (soms vervallen) agrarische bebouwing. De openheid in deze gebieden leidt tot een variatie aan ruimtelijke beleving in relatie tot de halfopen landschappen nabij de kernen, maar resulteert ook in een verrommeld beeld.

36

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN

Waardevolle grootschalige open ruimte ten noorden van Loosbroek

Waardevolle open ruimte in het beekdal ten zuiden van Heeswijk-Dinther

37

GEBIEDSVISIE | BEBOUWINGSCONCENTRATIES BERNHEZE | 13 SEPTEMBER 2021

BOUWSTENEN 3.10 LANDSCHAPSVENSTER Een landschapsventer is een open doorzicht vanaf de

1.

openbare weg op het landschap en richt zich op de beleving

•

Star landschapsvenster

We spreken dus van een landschapsvenster als deze open

De minimale breedte (25 meter) van het

ruimtes onderdeel zijn van een bebouwingsconcentratie

landschapsvenster is bereikt

en beleefbaar zijn vanaf de openbare weg. Daar waar bij

Er is vrij zicht op karakteristiek (agrarisch) landschap

open ruimtes binnen de bebouwingsconcentraties geen

landschapselementen. Deze doorzichten zijn waardevol

zoals een historische es, waardevolle openheid, een

landschapsvenster is aangeduid, is het toevoegen van

omdat ze stad en land met elkaar verweven en gevoel van

beekdal of op een dorpsrand of landmerk

bebouwing in beginsel toegestaan. Het is echter geenszins

Verdere verdichting van het lint dient voorkomen te

de bedoeling om de open ruimtes zonder een aangeduid

de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Deze doorzichten

worden omdat het agrarische karakter of omdat de relatie

landschapsvenster per definitie allemaal te bebouwen.

worden bedreigd door dichtslibbende bebouwingslinten en

tussen bebouwde omgeving en landschap onder druk

Hier blijft afwegingsruimte voor de gemeente op basis van

door (bedrijfs)gebouwen die diep het landschap insteken.

staat

stedenbouwkundige en landschappelijke aspecten en in

Het landschapsvenster vormt een belangrijke buffer

relatie tot andere ruimtelijke ontwikkelingen.

van het landschap. Een landschapsvenster is duidelijk afgebakend en ingekaderd tussen bebouwing en/of opgaande

plaats en tijd geven. Ze vormen een waardevol onderdeel voor

Daarom zijn in deze visie de waardevolle landschapsvensters

•

•

•

aangeduid.

tussen twee landschappelijke of stedelijke eenheden

Daarbij wordt onderscheid gemaakt in zogenaamd ‘starre’

(bijvoorbeeld tussen een dorp en een bebouwingscluster

In het algemeen wordt in deze visie gesteld dat de

of boscomplex)

perceelbreedte voor Ruimte voor Ruimte-ontwikkelingen

landschapsvensters, waarbij geen ruimte meer is voor

tenminste 20 meter dient te bedragen. Op een perceel

verdichting, en ‘flexibele’ vensters, waarbij enige versmalling

2.

van het doorzicht nog wel denkbaar is om daarmee juist de

•

openheid en geslotenheid van het landschap te versteken.

Flexibel landschapsvenster De breedte van het landschapsvenster biedt ruimte voor

woning worden gerealiseerd. Deze percelen zijn derhalve

enige verdichting

automatisch ‘beschermd’ en hier is geen landschapsvenster opgenomen.

Om een beleefbaar landschapsvenster te behouden is een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=a81a33c8-646d-4e05-9265-39ef45a06f1a