EVI-magazine
Tekst van het document
EVI-Magazine: Aan de slag met de energietransitie
1 / 56
Voorwoord
Beste lezer,
Wat kan je allemaal vinden in dit magazine?
Welkom bij dit Energie voor Iedereen - magazine (EVI-magazine) over een
Er worden verschillende thema’s en vraagstukken behandeld in dit
inclusieve energietransitie. De energietransitie in de gebouwde omgeving slaagt alleen als iedereen mee kan doen. In 2019 zijn de gemeenten
magazine. Als je meer wilt lezen over de haalbaarheid en betaalbaarheid van een inclusieve energietransitie, lees dan verder in hoofdstuk 1. Werk
Tilburg, Breda, ’s-Hertogenbosch en Bernheze gestart met de pilot ‘Energie voor Iedereen’. In deze pilots is in verschillende projecten getest hoe
je bij een gemeentelijke organisatie of bij een andere partij die een project rondom de inclusieve energietransitie gaat starten? Lees dan de
bewoners met een smalle beurs, wonende in een sociale huurwoning of in
algemene randvoorwaarden rondom het opstarten van een project in
een eigen koopwoning, betrokken kunnen worden bij de energietransitie.
hoofdstuk 2.
Wat beweegt hen? Waar liggen kansen en mogelijkheden om hen te betrekken bij de transitie? Maar ook, welke knelpunten moeten opgelost
Bewoners zijn een belangrijke partner binnen dit vraagstuk. We wilden
zijn voordat deze huishoudens mee kunnen doen? De Brabantse
dan ook meer te weten komen over wie zij zijn, wat hen beweegt en waar
provinciale pilot EVI is een samenwerking tussen de vier genoemde gemeenten, Enpuls B.V. en de provincie Noord-Brabant.
zij zich bevinden. We vertellen je erover in hoofdstuk 3. We onderscheiden verschillende groepen bewoners, die elk hun eigen uitdagingen en hobbels tegenkomen om mee te kunnen doen aan de
Dit magazine beschrijft de geleerde lessen die binnen de pilots zijn
energietransitie. Achtereenvolgens besteden we aandacht aan de
opgedaan tot en met december 2020.
particuliere woningeigenaren (hoofdstuk 4), woningeigenaren in gespikkeld bezit (hoofdstuk 5) en bewoners van sociale huurwoningen (hoofdstuk 6). Om het contact aan te gaan met bewoners, maar ook om het gesprek binnen projectgroepen te faciliteren, zijn verschillende tools en producten (hoofdstuk 10) ontwikkeld. Het meest ingewikkelde, nog niet volledig opgeloste, vraagstuk is het financieringsvraagstuk, zowel voor de maatschappij als voor individuele huishoudens. Financiële oplossingen zijn een belangrijke randvoorwaarde voor deelname door huishoudens (met een smalle beurs). Wat is op dit moment (on)mogelijk op het gebied van financiering, welke belemmeringen vragen om oplossingen? Je leest het in hoofdstuk 7. In hoofdstuk 8 beschrijven we de achtergrond van de vier pilotprojecten. Wil je meteen de belangrijkste leerlessen van EVI weten, ga dan naar hoofdstuk 9. Met het uitbrengen van dit EVI-magazine komt er formeel een eind aan de EVI-pilots. De pilotgemeenten willen een vervolg geven aan de geleerde lessen en uitgezocht wordt hoe de geleerde lessen ook Brabant breed opvolging zouden kunnen krijgen. Met dit EVI-magazine zetten we hierin een belangrijkste eerste stap. Wil je ook zelf aan de slag? Schroom dan niet om contact op te nemen met de betrokken projectleiders vanuit de gemeentes. Deze contactgegevens zijn te vinden op de pagina “Zelf aan de slag?”.
We wensen je veel leesplezier!
2 / 56
Zie hier een compleet overzicht van de tools die zijn gebruikt
3 / 56
INHOUD
3. Bewoners in beeld
1. Haalbaarheid en betaalbaarheid energietransitie
2. Randvoorwaarden
4. Particuliere woningeigenaren
5. Gespikkeld bezit
4 / 56
6. Huurders
7. Financiering
8. Achtergrond EVI
9. Belangrijkste inzichten
10. Tools & producten
11. Zelf aan de slag?
5 / 56
Colofon
6 / 56
1. Haalbaarheid en betaalbaarheid energietransitie
Verduurzaming in Nederland In de periode tot 2050 moeten alle woningen in Nederland, en dus ook in Brabant, aangepast worden naar goed geïsoleerde woningen, die met duurzame warmte verwarmd worden en waarin zoveel mogelijk schone elektriciteit wordt gebruikt of zelf opgewekt. Dat is niet alleen technisch en economisch gezien een hele klus, maar ook sociaal-maatschappelijk gezien een grote uitdaging. Dit zijn 13 miljoen woningen in Nederland, waarvan er 1,1 miljoen in Brabant staan. Hoe kunnen particuliere woningeigenaren en huurders aan de slag met het verduurzamen van hun woning? Welke rol van de overheid (gemeente, provincie, rijk) is er nodig? Particuliere woningeigenaren, ook die met een smalle beurs, kunnen zelf hiermee aan de slag, maar er is nog een hoop onduidelijkheid over de aanpak, de oplossingen en de wijze van financieren. Huurders zijn afhankelijk van hun verhuurder als het gaat om de verduurzaming van hun huurwoning.
In Breda sloten we aan bij de landelijke campagne "Iedereen doet wat" en creëerden we met duurzame krijtverf op ludieke wijze aandacht.
7 / 56
Niet iedereen kan meedoen Energie is noodzakelijk om je dagelijkse leven te kunnen leiden: om warm te blijven, om te wassen, om te koken, om te communiceren, om geïnformeerd te blijven en nog veel meer. Momenteel kan niet iedereen mee doen met de energietransitie. Wie geld heeft kan zijn huis verduurzamen, maar voor woningeigenaren met een laag inkomen is het op dit moment nog bijna onmogelijk om mee te doen met de
Bekijk de interactieve infographic
energietransitie. Ze kunnen vanwege voorfinancieringseisen niet terugvallen op de subsidies die de overheid beschikbaar stelt en er zitten voor hen allerlei haken en ogen aan duurzaamheidsleningen (zoals een inkomenstoets of het feit dat er geen negatieve BKR-registratie mag zijn). Daarbij komt dat er voor deze huishoudens ook vaak nog andere problematiek een rol speelt dan alleen een laag inkomen. Soms missen zij de vaardigheden (bijvoorbeeld door een taalachterstand of laaggeletterheid) en kennis om mee te doen met de energietransitie. Gegeven de stijgende energiekosten (zie toelichting hieronder) betekent dit dat een groeiende groep huishoudens steeds meer moeite zal hebben om de energierekening te betalen. En dat de groep die wel mee kan doen met de energietransitie haar energierekening juist ziet dalen in een comfortabelere, gezondere en in waarde gestegen woning.
Lees hier meer over de financiële (on)mogelijkheden
8 / 56
Geen financiële buffer
Stijgende energierekening
Volgens het voorlichtingsinstituut Nibud geeft 38% van de
Huishoudens die wonen in een niet-geïsoleerd huis (waarbij ze de
huishoudens in Nederland aan dat ze moeilijk rond kunnen komen.
financiële ruimte missen om hier in te investeren) worden hierdoor
Dit zijn vooral uitkeringsgerechtigden, alleenstaanden met kinderen
geconfronteerd met een stijgende energierekening omdat de prijs
en mensen met een lager inkomen. Ongeveer 20% van deze
van energie wel steeds een beetje stijgt. Hiermee dreigen de
huishoudens heeft ook betalingsproblemen en betaalt soms een
huishoudens met een lager inkomen minder goed met de
rekening te laat of helemaal niet. Tegelijkertijd adviseert het Nibud
energietransitie mee te kunnen doen, dan mensen met een goed
huishoudens om minimaal € 5.200,- aan spaargeld achter de hand
geïsoleerd huis of kapitaal om hierin te investeren. Daarbij kan het
te houden om onverwachte noodzakelijke uitgaven te kunnen
zorgen voor ongezonde situaties als huishoudens in een niet goed
betalen. Denk aan een reparatie aan een auto of aan het vervangen
geïsoleerd en vochtig huis wonen en hun woning niet goed warm
van een wasmachine of aan het eigen risico in de zorg. Ongeveer
durven te stoken omdat de kosten daarvan de pan uitrijzen. Mensen
een derde van de Brabantse huishoudens heeft deze financiële buffer
kunnen zelfs in een sociaal isolement raken als ze geen gasten
niet (zie hier voor meer informatie). Deze huishoudens zonder
durven uit te nodigen in hun kille huis.
financiële buffer en/of huishoudens die aangeven moeilijk rond te kunnen komen zullen naar alle waarschijnlijkheid geen financiële ruimte ervaren om te investeren in het verduurzamen van de eigen woning.
Samenwerking met het Sociaal Domein
Hoeveel huishoudens? Waar wonen zij?
In het Klimaatakkoord staat dat iedereen mee moet kunnen doen aan
Om maatwerk te leveren moet je wel weten wie de mensen zijn die
de energietransitie. Om daar de juiste randvoorwaarden voor te creëren is het nodig dat de energietransitie als een sociaal-
nu buiten de boot vallen. Waar wonen ze en welke voorwaarden zijn voor hen belangrijk? Huishoudens die risico lopen op of te
maatschappelijke opgave wordt gezien, waarbinnen maatwerk
maken hebben met het betalen van de energierekening zijn vaak niet
mogelijk is voor mensen met een smalle beurs. De energietransitie is
goed in beeld bij bijvoorbeeld gemeenten. Het is lastig om deze
nu nog te algemeen en veelal vanuit het (technische) Energiedomein
huishoudens te vinden. Gemeenten worstelen hiermee. Bij de pilot
ingestoken. Terwijl samenwerking met het Sociale Domein essentieel
Energie voor Iedereen hebben we enerzijds gekeken naar waar deze
is om de beoogde impact te realiseren.
doelgroep zich bevindt en anderzijds naar hun beweegredenen om wel of niet aan te haken bij de energietransitie.
Zie toelichting over samenwerking met het Sociale Domein
Lees meer over de doelgroepen
Samenwerking Ook de samenwerking binnen gemeenten en met woningcorporaties, maatschappelijke samenwerkingspartners en financiers vonden een plek in deze pilot.
Zie hier een compleet overzicht van de tools die zijn gebruikt.
9 / 56
2. Algemene randvoorwaarden
Om een project voor een inclusieve energietransitie op te starten, zijn verschillende randvoorwaarden essentieel om rekening mee te houden en voorafgaand aan projecten goed te regelen. Deze randvoorwaarden ontstonden vanuit de leerlessen en inzichten rondom de vier gemeentelijke EVI-pilots. We hebben de randvoorwaarden onderverdeeld in vier subthema’s die als checklist gebruikt kunnen worden.
Coronaproof met bewoners in gesprek om inzicht te krijgen in de wensen, drempels en behoeften van bewoners rondom verduurzaming.
1. De contextuele randvoorwaarden Om tot een goed project rondom inclusieve energietransitie te komen, is het van belang om zicht te hebben op wat er al bekend is rondom deze thematiek. Welke oplossingen zijn al voorhanden? En wat is er mogelijk op het gebied van financiering? Dat is immers
“Mensen met een smalle beurs meenemen in de energietransitie is een ingewikkelde opgave. Met wat kleine aanpassingen van het bestaande systeem redden we het niet. Er is een grotere omslag nodig. Er zijn veel facetten die een rol spelen.” Gemeente 's-Hertogenbosch – projectleider
één van de meest complexe vraagstukken rondom de inclusieve energietransitie.
Aanbevelingen: Verdiep je in (landelijke en lokale) ontwikkelingen rondom de inclusieve energietransitie. Bijvoorbeeld over aardgasvrije wijken of de Brabantse energietransitie. Verdiep je in mogelijkheden tot financieringsconstructies voor kwetsbare huishoudens, zowel landelijke als lokale wet- en regelgeving en bijbehorende subsidiemogelijkheden. Verdiep je in de mensen in de wijk en wat er al wordt gedaan in de wijk, bijvoorbeeld via wijkteams.
10 / 56
11 / 56
2. De organisatorische randvoorwaarden
3. De randvoorwaarden voor het projectteam
Het is belangrijk dat het thema inclusieve energietransitie als bestuurlijk
Ambtenaren van verschillende domeinen (en externe stakeholders)
aandachtsveld binnen de (gemeentelijke) organisatie wordt benoemd
moeten actief participeren in het project. Hierbij is het belangrijk dat zij
en dat deze als integrale opgave op de lokale agenda staat. Tevens is
in staat zijn om over hun eigen domein en hun eigen taken heen te
het belangrijk dat er aangesloten wordt op het bestaande energie- en
organiseren en te handelen. Wederzijdse afhankelijkheid, openstaan
armoedebeleid. Zowel de technische kant vanuit het energiedomein, als
voor andere perspectieven en kennis van anderen en een actieve
het sociale domein met kennis over de doelgroep, zullen bereid moeten
deelname in een projectteam zijn van belang.
zijn en de ruimte moeten krijgen om aan deze opgave te werken en van elkaar te leren.
Aanbevelingen: Zorg voor een integraal, vooraf aangehaakt projectteam.
Aanbevelingen:
Garandeer de AVG binnen het projectteam (het delen van
Zorg voor een bestuurlijke bevoegdheid en een integrale
persoonlijke gegevens van bewoners), door iemand hierbij te
bestuurlijke agendering.
betrekken die over dit onderwerp verstand van zaken heeft en die weet wat wel en niet mag. Denk na wie er qua kennis en capaciteiten in de projectgroep moeten participeren.
Zorg voor een integrale agendering en voor samenwerking aan de opgave binnen de gemeente: o
Denk na welke domeinen betrokken moeten worden bij de
(inclusieve) energietransitie (bijvoorbeeld energie, sociaal,
Bijvoorbeeld qua kennis:
wonen, ruimtelijke ordening en ontwikkeling); o
Technische energiekennis / kennis over energietransitie in de
Breng de geschotte budgetten van domeinen bij elkaar,
gebouwde omgeving;
zodat de opgave integraal kan worden opgepakt.
Sociale kennis over (het in contact komen met) de doelgroep; Kennis over de samenstelling van en lopende initiatieven in de wijk.
Garandeer de volgende aspecten bij de betrokken domeinen: o
Sleutelfiguren die kennis hebben van de capaciteiten en intenties
Tijd: projecten duren veelal langer dan voorafgaand
van bewoners;
gedacht en zijn deels niet te plannen. Zorg dat betrokkenen
Kennis van financieringsconstructies.
voor een langere periode aangehaakt zijn. o
Capaciteit: de complexiteit rondom de opgave vraagt om
ruimte om door een gedreven team hier voor langere tijd samen
Bijvoorbeeld qua capaciteiten:
mee aan de slag te gaan.
Goede onderlinge contacten en kruisbestuivingen over de domeinen
o
heen;
Middelen: om een passende aanpak met de doelgroep
vorm te geven. Het kost tijd en energie om op een goede
Aangehaakte projectleden met affiniteit met het onderwerp, de
manier met bewoners in contact te komen en een
doelgroep en met afgebakende taken;
vertrouwensband op te bouwen en te onderhouden. Echter, het
Vertrouwen;
vergroot het draagvlak en de slagingskans aanzienlijk.
Duidelijke afspraken.
Zorg dat essentiële (lokale) stakeholders (zoals de woningcorporatie, aannemer, et cetera) vooraf aangehaakt zijn aan het project (qua rol, tijd, capaciteit, middelen en inzet). Externe inhuur bij een gemeente moet een goede inbedding in de organisatie krijgen door ‘letterlijk’ een plek te krijgen binnen de organisatie.
12 / 56
“Dit onderwerp kunnen wij eigenlijk niet meer loslaten. Dat was voor mij de reden om persoonlijk betrokkenheid te tonen. Het is noodzakelijk om de juiste mensen met de beste interesses te hebben. Je moet net de juiste poppetjes op de juiste plek hebben” Gemeente Breda – Beleidsmedewerker Sociaal
4. De randvoorwaarden voor het project Om tot een effectief project te komen, zijn een aantal aspecten belangrijk. Op wie richt het project zich, wie zijn deze huishoudens? Zijn er lokale, collectieve projecten waarop aangesloten kan worden qua timing en planning? Het blijkt namelijk dat collectieve projecten, zoals renovatie- of groot onderhoudsplannen van een woningcorporatie, (riool)onderhoud in een buurt of wijkaanpakken, een goede aanleiding zijn om in contact te komen met mensen en hen mee te nemen in de inclusieve energietransitie. Aanbevelingen: Breng voorafgaand aan het project in kaart wat mogelijke risico’s en belemmeringen kunnen zijn van het project. Bijvoorbeeld op het gebied van financiering, organisatie, sociale aspecten of wet- en regelgeving. Stel voorafgaand aan het project de doelgroep vast: denk aan huur/particulier, locatie, inkomenspositie en opleidingsniveau, gezinssamenstelling, culturele diversiteit, leeftijd, historie met de gemeente en/of andere instellingen en aantal huishoudens. Zorg dat de planningen van wijkgerichte gemeentelijke en die van de projecten van woningcorporaties gedeeld en op elkaar
De vier pilotgemeenten deelden op regelmatige basis kennis en ervaring in de Community of Practice.
afgestemd worden. Zorg dat de mogelijkheden voor financiering vanuit de gemeente voorafgaand aan het project in kaart zijn gebracht. Wat is het beschikbare budget voor bijvoorbeeld advisering, ondersteuning of facilitering van huishoudens (met een smalle beurs)? Tijdens de uitvoering van het project is een intensieve, regelmatige samenwerking met korte lijntjes binnen het projectteam en met (externe) stakeholders van belang. Visualisaties kunnen helpen om het projectteam te ondersteunen.
“Er is nog geen goede en duidelijke zakelijke afweging te vinden. Het is een moeilijk vraagstuk om op korte termijn in de huidige (ik) cultuur op te lossen.” Gemeente 's-Hertogenbosch – projectleider
Zie hier een compleet overzicht van de tools die zijn gebruikt
13 / 56
3. Bewoners in beeld
De Energie voor Iedereen-pilots richtten zich op drie verschillende doelgroepen, met elk eigen uitdagingen en hobbels als ze mee willen doen aan de energietransitie. Dit zijn de particuliere woningeigenaren, de woningeigenaren in gespikkeld bezit en de huurders van een woningcorporatie. Er is nog een vierde doelgroep: de particuliere huurders. Deze groep viel buiten deze pilots, maar wordt hieronder wel kort beschreven. Daarnaast is er nog het dataspoor dat is uitgewerkt om meer zicht te krijgen op waar met een smalle beurs wonen.
14 / 56
Particuliere woningeigenaren Particuliere woningeigenaren hebben hun woning zelf gekocht. Als ze willen meedoen in de energietransitie, dan zullen ze de verduurzaming van hun woning zelf moeten regelen en financieren. Doen ze dat, dan krijgen ze beter grip op hun energieverbruik en wonen ze in een gezonde en comfortabele woning. Voor particuliere huishoudens is het belangrijk dat zij inzicht krijgen in het verbruik van de woning en de technische mogelijkheden die er zijn. En dat zij weten wat de kosten zijn van de verschillende verduurzamingsmaatregelen en weten welke financieringsmogelijkheden er (in ontwikkeling) zijn. Ook is het van belang dat zij worden geïnformeerd over de gemeentelijke verduurzamingsplannen. Lees in hoofdstuk 4 meer over het betrekken van particuliere woningeigenaren, hun motivaties en barrières en de (on)mogelijkheden tot proposities voor deze huishoudens.
Hoofdstuk 4
Gespikkeld bezit Het gespikkeld bezit is een specifieke groep binnen de particuliere woningeigenaren. Hiermee worden voormalige sociale huurwoningen bedoeld die van de woningcorporatie zijn overgekocht door particuliere woningeigenaren. Ze liggen nog tussen de huurwoningen van de woningcorporatie in. Zodra de huurwoningen worden gerenoveerd door de woningcorporatie, is het vanuit technisch- en investeringsoogpunt vaak praktisch om deze tussenliggende particuliere woningen te betrekken bij de renovatie. Ook voor particuliere woningeigenaren is dit interessant. Als ze niet meedoen met de renovatie of het groot onderhoud, zal namelijk de waarde van hun huis (ten opzichte van de gerenoveerde huurhuizen) dalen. Deze huizen worden de lelijke eendjes in de straat. Echter, de particuliere woningeigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor het financieel en organisatorisch aanhaken aan de renovatie van de woningcorporatie. Dus ook voor de investeringen die hiermee gemoeid zijn. Lees in hoofdstuk 5 meer over een mogelijke aanpak om de woningeigenaren te benaderen en over belangrijke randvoorwaarden voor het betrekken van het gespikkeld bezit.
Hoofdstuk 5
15 / 56
Huurders Veel woningcorporaties zetten voor hun huurwoningen stappen om mee te gaan met de energietransitie. Dit doen ze door het (grootschalig) renoveren en onderhouden van de woningen. Veelal is aan deze stappen een huurverhoging gekoppeld, in ruil voor een lagere energierekening en een comfortabeler woning. De grootonderhoudsplannen van de woningcorporatie gaan pas door, wanneer 70% van de huurders hiermee akkoord gaat. Huurders moeten hierbij goed geïnformeerd worden rondom het tekenen voor de huurverhoging. Veelal gaat het onderhoud gepaard met huurverhoging, waar de bewoners dan een gezondere, verduurzamende woning en een lagere energierekening voor terug krijgen. Inzicht in verbruik gekoppeld aan (niet energiezuinige) apparatuur en gedrag is hierbij van belang. Het streven is om zoveel mogelijk woonlastenneutraliteit te realiseren. Lees in hoofdstuk 6 meer over wat belangrijk is bij het in contact komen en informeren van huurders.
Hoofdstuk 6
Particuliere huurders Particuliere huurders huren hun huis van iemand die dat huis zelf gekocht heeft. De eigenaar kan zelf de hoogte van de huur bepalen, hieraan zit geen bovengrens zoals bij een woningcorporatie. Particuliere huurders zijn voor het meedoen aan de energietransitie, afhankelijk van hun verhuurder die bereid moet zijn om te investeren in de verhuurde woning. In de EVI-pilot zijn hier geen verdere leerlessen uit opgehaald.
Doelgroepen in beeld Eerder beschreven we al dat gemeenten worstelen met de vraag hoe ze huishoudens met een smalle beurs kunnen vinden en vervolgens met de vraag hoe deze huishoudens betrokken kunnen worden bij een inclusieve energietransitie. De eerste vraag, is uitgewerkt via een dataspoor. Hoe ze betrokken kunnen worden bij de energietransitie komt in de specifieke hoofstukken over de doelgroepen aan bod.
16 / 56
Dataspoor
Haalbaarheid van de investering
Door een data-analyse hebben we in kaart gebracht waar Brabantse huishoudens zich
Van particuliere huishoudens wordt verwacht
bevinden die moeite hebben met het betalen
dat zij zelf investeren in de verduurzaming
van onder andere de energierekening. Ook
van hun woning. Echter, een deel van hen
keken we naar huishoudens in koopwoningen
heeft geen of weinig eigen geld of kan
voor wie het financieel gezien onmogelijk is
hiervoor geen lening afsluiten. De
om noodzakelijke investeringen rondom het
haalbaarheid van de energietransitie is
verduurzamen van de woning te doen.
daarmee voor hen een probleem. We hebben voor deze huishoudens gekeken naar de
We maken hierbij onderscheid tussen de
financiële mogelijkheden die zij hebben om
haalbaarheid (particulieren met te weinig
hun woning te verduurzamen bij verschillende
investeringsruimte) en de betaalbaarheid
investeringsbedragen. Financiële
(betaalbaarheidsproblematiek door (te) hoge
mogelijkheden worden bijvoorbeeld
lasten en energierekening). De data-analyse
gecreëerd door spaargeld te gebruiken, een
brengt per gemeente (tot op wijkniveau) in
(extra) hypotheek af te sluiten of een lening
beeld waar de huishoudens wonen die risico
aan te gaan. In de afbeelding hiernaast is te
lopen op betaalbaarheidsproblemen door (te)
zien hoeveel procent van de particuliere
hoge (energie)rekeningen, maar ook waar
huishoudens in de Brabantse gemeenten geen
woningeigenaren wonen die te weinig
financiële mogelijkheden hebben bij een
investeringsruimte hebben om hun huis te
investeringsbedrag van € 25.000,-.
verduurzamen. De analyse laat tot op buurtniveau zien, hoe groot deze groepen zijn. Hiermee worden gemeenten geholpen bij het maken van keuzes over waar te starten met het verduurzamen van de wijken. De data-analyse is puur gebaseerd op de financiële situatie van inwoners, het zegt dus niets over de motivaties van bewoners of over wat zij in hun woning al hebben aangepakt.
17 / 56
Betaalbaarheid van de energierekening Er zijn verschillende manieren om de (on)betaalbaarheid van de energierekening te definiëren, bijvoorbeeld middels een energiequote of een betaalrisico van de energierekening. We spreken van een hoge energiequote als de energierekening meer dan 10% van het inkomen betreft. Dit is een algemeen geaccepteerde norm om de energiequote in kaart te brengen. De betaalbaarheid van de energierekening kan voor huishoudens een probleem opleveren bij een te hoge energierekening. Ook kan er sprake zijn van een betaalrisico van de energierekening. Dit zien we als huishoudens na betaling van de energierekening te weinig overhouden voor noodzakelijke uitgaven, waardoor ze onder de armoedegrens komen. De afbeeldingen hiernaast laten de verdeling van de huishoudens met een te hoge energiequote en huishoudens die na het betalen van de energierekening onder de armoedegrens komen zien.
Inzoomen op Brabantse gemeenten? De bovenstaande data-analyse is voor alle Brabantse gemeenten tot op wijkniveau uitgevoerd. Hiermee is in beeld gebracht waar de huishoudens zich bevinden met een betalingsrisico en huishoudens die de benodigde investeringen niet kunnen opbrengen. Wil je meer weten hoe je de dataset kunt interpreteren en toe kunt passen binnen de gemeentelijke beleidspraktijk, zoals bij het opstellen van de Transitievisie Warmte of bij het doelgroepgericht vormgeven van beleid? Neem dan contact op via info@hetpon-telos.nl en ga naar de Energiewerkplaats Brabant.
18 / 56
Zie hier een compleet overzicht van de tools die zijn gebruikt
19 / 56
4. Particuliere woningeigenaren
Particuliere woningeigenaren kunnen zelf hun huis verduurzamen. Dit betekent bijvoorbeeld investeren in de isolatie van het dak, de vloer en de spouwmuren. Eventueel aanschaffen van zonnepanelen en op de lange termijn wellicht de aanschaf van een warmtepomp. En dat kost geld. Voor een groot deel van de particuliere woningeigenaren zijn de investeringen die nodig zijn voor het verduurzamen van de woning niet eenvoudig op te brengen. Daarbij komt dat voor hen de gangbare financieringsconstructies (subsidie of lening) niet toegankelijk zijn, bijvoorbeeld omdat deze om een voorfinanciering vragen of dat de totale leenruimte al benut is. In hoofdstuk 7 wordt er uitgebreider stil gestaan bij de financierings(on)mogelijkheden voor particuliere woningeigenaren. Uit gevoerde gesprekken in Breda en Bernheze kwam eveneens naar voren dat woningeigenaren liever sparen dan lenen voor verduurzaming van hun huis.
20 / 56
Sluit aan bij lokale gebeurtenissen
Nieuwsgierig zijn
Aan de buitenkant van een huis kun je niet af
langer met dit onderwerp bezig zijn, is het vaak
Voor mensen die vanuit technische hoek al al lang duidelijk wat er aan maatregelen nodig
zien of er een huishouden woont dat het
is om een woning op de energietransitie voor te
financieel niet breed heeft of dat moeite heeft
bereiden. De kennis die veelal ontbreekt is wat
om de energierekening te betalen. Hierdoor is
de motivaties en barrières zijn van mensen om
het niet eenvoudig om woningeigenaren met een smalle beurs te vinden. De verduurzaming
die maatregelen ook daadwerkelijk te treffen.
van de woningen moet vanuit de particulieren zelf komen, maar de gemeente heeft nu weinig
nieuwsgierig te zijn naar wat particuliere
Het is daarom van belang om oprecht woningeigenaren, die krap bij kas zitten, nodig
zicht op deze doelgroep. Tevens moeten de
hebben om aan te sluiten bij de energietransitie.
genomen verduurzamingsmaatregelen wel aansluiten op de (lange termijn) plannen van de gemeente.
In Breda hebben we ingezet op open
Het blijkt erg lastig om zonder een concrete
met de vragen ‘Wat doe je al?’, ‘Wat wil je
gesprekken op straat over energiemaatregelen doen?’ en ‘Wat heb je daarvoor nodig?’
aanleiding (bijvoorbeeld een op handen zijnde
Bewoners vertelden dat ze liever sparen dan
groot onderhoud in de wijk door de
lenen om aanpassingen aan hun woning te
woningcorporatie, of het proces voor de
bekostigen. Daarbij willen ze liever zelf de
aanvraag van een aardgasvrije proeftuinwijk)
werkzaamheden uitvoeren omdat dit kosten
bij particulieren aan te bellen om het gesprek
bespaart. De beschikbare leen- en subsidieregelingen sluiten hier niet bij aan. Daar
met ze aan te gaan over verduurzaming. Drie pilotgemeenten hebben zich in EVI gefocust op
gaat de gemeente Breda nu mee aan de slag.
particuliere woningeigenaren. De gemeenten Breda en ‘s-Hertogenbosch hadden een lokale aanleiding om het gesprek met de woningeigenaren aan te gaan, gemeente Bernheze had dit niet. Bij de pilots met een lokale aanleiding kwam de projectgroep gemakkelijker in gesprek dan bij de pilot waar deze aanleiding er niet was. Een aanleiding kan bijvoorbeeld ook het verbeteren van de veiligheid, bereikbaarheid of sociale cohesie in een wijk zijn. Vandaar dat een integrale aanpak belangrijk is.
21 / 56
Aansluiten bij leefwereld Om in gesprek te gaan met particuliere woningeigenaren over verduurzamingsmaatregelen, is het goed om aan te sluiten bij de leefwereld van mensen. Uit de gesprekken die met huurders én woningeigenaren in Breda zijn gevoerd, kwam naar voren dat ze best welwillend staan tegenover verduurzaming, maar dat kostenbesparing en wooncomfort bovenaan staan. Het is toegankelijker om het gesprek te voeren over de energierekening, tocht, vocht, hitte, comfort en gezondheid dan over klimaat, duurzaamheid en CO2 uitstoot.
Gesprekskaarten om kennis te maken en in gesprek te gaan over de persoonlijk en financiële situatie.
22 / 56
Vertrouwen creëren
Belemmeringen in de pilots
In de pilots in zowel Breda als Bernheze komt
De pilots die zich richtten op particuliere
naar voren dat het creëren van een
woningeigenaren liepen tegen een aantal
vertrouwensband enorm belangrijk is. Dat houdt
obstakels aan die de pilot bemoeilijkten.
in het op een persoonlijke manier contact maken en contact onderhouden met bewoners,
Het vinden van huishoudens die mee wilden
over de voortgang van het project, maar ook
doen viel niet mee. Het is voor gemeenten
als er tijdelijk weinig gebeurt in het project. Bij
niet altijd duidelijk welke huishoudens een
het scheppen van een vertrouwensband moet
eigen woning hebben en financieel krap
duidelijk blijven wat het doel is van het project
zitten. Als ze dit al weten, speelt het
en dat de gemeente en betrokken partijen geen
probleem van de AVG en mogen adressen
commercieel belang hebben.
niet doorgegeven worden. Wat het ook lastiger maakt om huishoudens
Zowel in Breda als in Bernheze hadden
te vinden is de schaamte die leeft onder
bewoners op een bepaald moment het gevoel
mensen als ze weinig te besteden hebben.
dat er commerciële belangen meespeelden. In
Ze willen liever niet met hun situatie naar
Bernheze kreeg het deelnemende huishouden
buiten treden.
vanuit de pilot drie energieadviseurs op bezoek
Daarnaast kan ook algemeen wantrouwen
om in kaart te brengen wat er in de woning
richting de overheid een belemmering
nodig en mogelijk is. De drie adviseurs pakten
vormen in het vinden en benaderen van
hun gesprek op drie verschillende manieren
particuliere huishoudens. Het uit laten voeren van energiescans is vrij
aan, waardoor er binnen de pilot geleerd kon worden van de aanpak van de adviseurs en de
prijzig (varieert grofweg tussen € 600 en €
adviezen richting bewoners. Hierbij kregen de
2.000) en is voor huishoudens met een
bewoners soms het gevoel dat deze
smalle beurs niet te betalen.
energieadviseurs dit vanuit hun eigen financiële
De huidige energiescans zijn vaak lastig te
belang deden en minder vanuit het perspectief
begrijpen. Het is van belang dat er wordt
van het huishouden. De financieel adviseurs
meegedacht met zaken als: Wat kan je zelf
hadden in deze pilot voornamelijk belang bij
al doen? Zijn er betaalbaardere
het leren van de casus.
alternatieven? Welke maatregelen kan je als beste als eerste uitvoeren?
In Breda konden mensen met de digitale tool WoonConnect de energiemaatregelen aan hun woning doorrekenen. Sommigen dachten dat hierop een commercieel aanbod over bijvoorbeeld de aanschaf van zonnepanelen zou volgen. Dit komt ook omdat aanbieders van zonnepanelen zich andersom vaak voordoen als ‘partner van’ de gemeente.
23 / 56
Belemmeringen om deel te nemen aan de energietransitie Ook als mensen goed geïnformeerd zijn over het verduurzamen van hun woning, weten ze vaak niet waar ze moeten beginnen. De informatie is teveel of te complex. Het zou goed zijn als er de mogelijkheid komt om hen te ontzorgen of te ondersteunen. Hierbij wordt het verduurzamingstraject uit handen genomen en vindt de begeleiding in stapjes plaats. Het grootste obstakel om momenteel deel te nemen aan de energietransitie, is voor veel particuliere eigenaren de financiering. Op dit moment is er nog weinig mogelijk voor particuliere eigenaren met een smalle beurs om hun huis te verduurzamen.
WoonConnect WoonConnect is een commerciële tool (primair
Hoe staat betaalbaarheid op de agenda van de Rabobank?
gericht op woningcorporaties,
‘Het is een thema dat nog geen specifieke aandacht heeft binnen de
vastgoedbeheerders en ontwikkelaars) die inzichtelijk maakt waar er bespaard kan worden in een woning. Voor deze pilot is deze tool kosteloos ter beschikking gesteld in Breda. We hebben geëxperimenteerd met de inzet van WoonConnect om inzicht te krijgen in de wensen van bewoners rondom verduurzaming. Ook wilden we graag weten of het bewoners
bank. Geldzorgen in het algemeen staat wel op de agenda en het moeilijk kunnen betalen van de energierekening is hier een onderdeel van. Er is binnen de bank de afgelopen jaren wel steeds meer aandacht gekomen voor preventieve hulp. We hebben als bank steeds meer een signaleringsfunctie waarbij het behoeden voor een betalingsachterstand ons doel is. Een speerpunt van de Rabobank is een financieel gezond leven voor iedereen. Daarmee bedoelen we dat iedereen mee moet kunnen doen in de maatschappij.’
helpt om digitaal te zien wat zij kunnen
Lees het interview
aanpassen aan hun woning en hier een kostenplaatje bij te krijgen. In een persoonlijk vervolggesprek levert WoonConnect bewoners informatie, maar dit zet niet direct aan tot woningaanpassingen. Bewoners gebruiken de tool niet snel uit zichzelf (hebben er ook niet zomaar toegang toe) en het
"We denken graag mee, maar zijn ook gebonden aan regelgeving" Rabobank – Productmanager duurzaam wonen
gebruik vergt veel digitale en technische kennis en vaardigheden. Dit maakt de tool ongeschikt voor zelfstandig gebruik, voor een goede toepassing is begeleiding noodzakelijk.
24 / 56
Zie hier een compleet overzicht van de tools die zijn gebruikt
25 / 56
5. Aan de slag met gespikkeld bezit
De opgave Rijtjeswoningen of appartementen die in het verleden door de woningcorporatie verkocht zijn aan particuliere woningeigenaren noemen we gespikkeld bezit. Dit zijn dus woningen in particulier eigendom die tussen huurwoningen in liggen. Wanneer huurwoningen worden gerenoveerd en verduurzaamd, heeft het meerwaarde als de particuliere woningeigenaren mee kunnen doen aan de collectieve aanpak vanuit de woningcorporatie. Daarmee kan de architectonische en stedenbouwkundige eenheid in het straatbeeld worden behouden, en het voorkomt sociaal-economische tweedeling op het niveau van de straat of buurt. Immers, de particuliere woningen zien er dan na renovatie of onderhoud hetzelfde uit als de omliggende huurwoningen en vormen dan niet de ‘lelijke eendjes’ van de straat. Ook voor de particuliere woningeigenaren is het interessant. Door mee te doen met de renovatie behouden de particuliere woningen hun waarde (achterstallig onderhoud en lage energielabels verlagen de taxatiewaarde). Daarnaast draagt de renovatie bij aan het comfort van de woning en leidt het tot een verlaging van de maandelijkse energielasten. De eigenaren van deze tussenliggende particuliere woningen zijn een bijzondere doelgroep: zij dienen zelf te investeren, maar hebben geen invloed op het moment waarop de collectieve renovatie vanuit de woningcorporatie plaatsvindt en ook niet op de wijze van verduurzaming.
Deze eigenaren beschikken lang niet altijd over de financiële middelen om dat te doen. Zij hebben behoefte aan zeggenschap in de planning en de wijze van uitvoering, zodat het verduurzamen voor hen betaal- en behapbaar blijft. Het meenemen van gespikkeld bezit gaat met zekerheid een rol spelen in de gemeentelijke opgaven rond de energietransitie: bij de ontwikkeling van de Transitievisie Warmte (medio 2021) en vooral bij de uitvoering daarvan op wijkniveau (via bijvoorbeeld Wijkuitvoeringsplannen vanaf 2021). Zo wijst recent onderzoek van Het PON&Telos (september 2020) naar de haalbaarheid van de energietransitie uit dat het aantal huishoudens met een koopwoning, dat geen eigen geld heeft of leningen kan afsluiten om te investeren in energiemaatregelen, in heel Noord-Brabant tussen de 5,9% en 13,6% ligt (afhankelijk van de hoogte van het benodigde investeringsbedrag). Tegelijkertijd, het speelt nu ook al: bij grootschalige renovatieen onderhoudsprojecten van woningcorporaties die komende tijd op de planning staan, al dan niet als onderdeel van een bredere wijkaanpak.
26 / 56
Procesaanpak gespikkeld bezit
1. Opstarten procesaanpak gespikkeld bezit
De inzichten uit het EVI-project, waarin het meenemen van gespikkeld bezit centraal stond, zijn binnen de
Bij het opstarten van een procesaanpak
gemeente Tilburg in meerdere werksessies besproken
is het verkrijgen van bestuurlijk mandaat,
met beleidsmedewerkers van de drie Tilburgse
en daarmee de menskracht en middelen
woningcorporaties. Op basis daarvan is een
voor het meenemen van gespikkeld bezit,
procesaanpak gespikkeld bezit opgesteld. Met deze
van belang. De gemeente en de
procesaanpak kan situationeel per renovatie- of
woningcorporatie(s) bespreken in deze
onderhoudsproject de samenwerking tussen de
fase het ambitieniveau en maken
gemeente en de woningcorporatie worden
onderling helder welke inspanningen wel
vormgegeven. De aanpak brengt in beeld welke
en niet geleverd kunnen worden bij het
stappen zij moeten nemen om de kans te vergroten dat
bieden van procesmatige, inhoudelijke
particuliere woningeigenaren, die tussen de
en financiële ondersteuning aan de
huurwoningen in wonen, mee kunnen doen met een
particuliere woningeigenaren. Op basis
renovatie- of onderhoudsaanpak en niet achterblijven in een niet-gerenoveerd huis. De procesaanpak bestaat uit vijf samenhangende en in tijd overlappende
daarvan kunnen budgetten veiliggesteld worden en kan een projectteam gespikkeld bezit worden vormgegeven.
bouwstenen, met elk een eigen doel en
In het projectteam moet in ieder geval
aandachtspunten. Ook bevat elke bouwsteen een checklist op basis waarvan de gemeente en de
(toegang tot) kennis zijn over: de energietransitie in de gebouwde
woningcorporatie(s) verantwoordelijkheden,
omgeving, bouwtechnische kennis,
rolverdeling en acties kunnen vastleggen. Verder zijn
financiële constructies en sociale kennis
per bouwsteen ondersteunende tools en materialen
rondom de woningeigenaren en de wijk.
beschikbaar.
Een onafhankelijk contactpersoon voor de woningeigenaren is cruciaal.
Procesaanpak gespikkeld bezit Tilburg
“Als de buren meegaan willen we graag ons dak laten doen, anders wordt het lelijk. Verder willen we niets”. – Bewoner gespikkeld bezit Tilburg
27 / 56
2. Organiseren van de samenwerking
3. Samenstellen ondersteuningspakket
Nadat het projectteam is samengesteld, inclusief
Voorafgaand aan het participatieproces
mandaat en budgetten, is de volgende stap om de
moet een ondersteuningspakket inclusief
fasering van de procesaanpak in kaart te brengen,
communicatiematerialen voor de
gebaseerd op de planning van het renovatieproces.
woningeigenaren worden uitgewerkt.
Op basis van deze fasering kunnen de te nemen
Denk bijvoorbeeld aan ondersteuning bij
stappen in het projectteam besproken worden en kan
het in beeld brengen welke maatregelen
worden bepaald wanneer wat moet gebeuren door
noodzakelijk of gewenst zijn (mede
wie. Daarbij is het van belang om een eenduidig
gezien de bouwtechnische staat van de
maar parallel communicatie- en participatietraject te
woning), het helder krijgen van de
organiseren voor de huurders en de eigenaar-
financieringsmogelijkheden en de
bewoners, aangezien dit voor beide groepen
benodigde vergunningen. De ervaring uit
bewoners wezenlijk andere processen zijn met andere
de EVI-pilot leert dat eigenaar-bewoners
(financiële) consequenties. Ook is het van belang
enerzijds behoefte hebben aan
onderscheid te maken tussen communicatie en
autonomie en het zelf maken van de
participatie. Communicatie kan niet vroeg genoeg,
keuzes, maar anderzijds ook (deels)
participatie niet te vroeg:
ontzorgd moeten worden. Het helpt daarbij om de noodzakelijke stappen in het proces voor de eigenaar-bewoner zo
Probeer ruim van tevoren (minimaal een jaar) te
regelarm mogelijk vorm te geven.
communiceren dat er een renovatieproject, al dan niet gecombineerd met een buurtgerichte
Op verschillende momenten in het
herinrichting van de openbare ruimte, gaat starten
participatieproces kan een
en dat de particulieren mogelijkerwijs mee kunnen
gevisualiseerd stroomschema worden
liften (om te voorkomen dat mensen in de tussentijd
ingezet bij het inzichtelijk maken van de
zelf gaan renoveren of bijvoorbeeld een dakkapel
verschillende stappen voor de
plaatsen, waardoor ze niet meer mee kunnen doen
particulieren: wat wordt wanneer van mij
met de (dak)renovatie.
verwacht? Het vereenvoudigen en
Probeer een half jaar van tevoren te starten met het
stapsgewijs aanbieden van de
participatieproces, waarbij het belangrijk is dat
informatie is belangrijk, maar op
mensen snel helderheid kunnen krijgen over de maatregelen, kosten, te verwachten maandlasten en besparingen én de eigen financiële
zichzelf niet voldoende. Per stap in het proces moet visualisatie gepaard gaan met opvolging in de vorm van
(on)mogelijkheden om mee te kunnen doen.
(mogelijkheid tot) persoonlijk contact. Dit om aanvullende vragen te beantwoorden, zorgen weg te nemen en
“We willen dolgraag dat de woningcorporatie onze woning overneemt (of terugkoopt), met de toezegging dat we hier mogen blijven wonen. We denken dat onze woonlasten zullen zakken.” – Bewoner gespikkeld bezit Tilburg.
mensen op weg te helpen. Maatwerk op inhoud, proces en de relatie is dus essentieel. Want de uitgangssituatie is per woningeigenaar verschillend, zowel als het gaat om de bouwtechnische staat van de woning, als de wensen, behoeften en de sociaaleconomische achtergronden. Een belangrijk aandachtspunt bij het vormgeven van het ondersteuningspakket is bijvoorbeeld het uitwerken van een modulair verduurzamingsaanbod, inclusief de bijbehorende (indicatieve) investeringskosten en de mogelijkheid tot maatwerk in de uitvoering. Woningeigenaren zoeken naar mogelijkheden tot maatwerk (ook om het financierbaar te maken). Bijvoorbeeld door onderdelen, zoals schilderen of het leggen van dakpannen, zelf uit te voeren.
28 / 56
Open stroomschema
De voordelen van de renovatie maatregelen voor particuliere woningeigenaren en de bijbehorende kosten in beeld gebracht.
29 / 56
4. Communicatie en participatie
5. Het beslisproces financiering speelt een belangrijke rol
De vierde bouwsteen bestaat uit de uitvoering van het communicatie- en participatie proces. Hierbij gaat het over het in contact komen en het goede gesprek voeren met de eigenaar-bewoners. En over het ondersteunen
Financiële overwegingen spelen een belangrijke rol in het beslisproces van
van de eigenaar-bewoners, bijvoorbeeld door het
eigenaren als het gaat om het
aanbieden van relevante adviezen, zoals een
verduurzamen van de woning. Ook voor
bouwtechnisch advies, een Energieprestatieadvies
veel eigenaren van gespikkeld bezit,
en/of financieel advies.
blijkt de financiële opgave de belangrijkste uitdaging. Er ontstaat een probleem als de totale investering, qua
Het participatieproces kan worden opgestart, zodra helder is welke maatregelen genomen worden en wat
verduurzaming en (achterstallig)
de kosten zijn. Dit start minimaal zes maanden
onderhoud, niet wordt terugverdiend met
voorafgaand aan de uitvoering. In de EVI-pilot is
de maandelijkse besparing op de
gedurende het gehele proces een vaste, vertrouwde en
energierekening. De maandlasten stijgen
onafhankelijke contactpersoon beschikbaar geweest
dan: er is sprake van een onrendabele
voor de woningeigenaren. Drempels die de
top. En zelfs al levert de renovatie meer
energietransitie opwerpt, zoals zelf initiatief moeten
comfort en woningwaarde op, voor veel
nemen, taalgebruik en complexiteit, zijn veelal te
eigenaren van gespikkeld bezit zal de
ingewikkeld en zetten mensen niet in de actiestand. De
onrendabele top een reden zijn om niet
onafhankelijke contactpersoon is essentieel in het
deel te nemen.
opbouwen van de relatie en de vertrouwensband met de particulieren, om zo individuele motieven en
Binnen het Nationaal Warmtefonds
drempels te herkennen en indien mogelijk op te helpen
wordt de Energiebespaarhypotheek
oplossen. Persoonlijke (keukentafel)gesprekken en het
(EBH) ontwikkeld om voor mensen
maken van portretten kunnen de projectgroep helpen
zonder leencapaciteit een financiële
om de sociaaleconomische uitgangssituaties en de
oplossing te bieden. De verwachting is
wensen en behoeften van huishoudens in te kleuren.
dat deze hypotheekvorm vanaf april 2021 beschikbaar komt voor woningeigenaren van gespikkeld bezit en voor woningeigenaren binnen de wijkaanpakken. Woningeigenaren die in aanmerking komen voor de EBH hoeven niet of pas later af te lossen en profiteren direct van de energiebesparing: zij houden per maand meer geld over. Aflossing zal
Meer over verschillend taalgebruik tussen systeemwereld en leefwereld
plaatsvinden naar draagkracht op basis van een inkomenstoets, die periodiek wordt herhaald. In de praktijk zal onderzocht moeten worden of hier animo voor is bij huishoudens, of dat zij een eventuele stijging van het inkomen in de toekomst liever benutten voor andere
“Wij zijn erg geïnteresseerd in overname van onze woning door de woningcorporatie, met de toezegging dat we hier mogen blijven wonen. We denken dat onze woonlasten zullen zakken.” – Bewoner gespikkeld bezit Tilburg.
belangrijke zaken. Het verschil tussen huishoudens met of zonder leencapaciteit is in de praktijk soms klein en kan veroorzaakt worden door een (oude) kleine BKR-registratie (geen leencapaciteit) of bijvoorbeeld door het draaien van 3-ploegendiensten (wel leencapaciteit). Voor woningeigenaren met (net) voldoende leencapaciteit, blijft de onrendabele top een probleem. De financiering voor deze huishoudens is niet rond te krijgen met bestaande regelingen zoals de Energiebespaarlening (EBL). Bovendien kan de onrendabele top soms behoorlijk groot zijn. Bij het opstarten van een collectieve aanpak (zoals gespikkeld bezit) is het daarom belangrijk om na te gaan of er een (publieke) instelling is, die
30 / 56
de onrendabele top wil afdekken zodat d h i h d l l
deze huishoudens woonlastenneutraal aan de energietransitie kunnen meedoen. Als dat niet het geval is, is de kans groot dat deze groep woningeigenaren (met leencapaciteit) niet mee doet en dan ontstaat er alsnog tweedeling op het niveau van de straat of buurt. Bij het bepalen of de onrendabele top afgedekt zou kunnen of moeten worden, zijn de volgende factoren relevant: Hoe groot is de investering en de daarbij behorende onrendabele top? Welk deel heeft specifiek betrekking op energetische verbeteringen, welk deel is nodig voor (achterstallig) grootonderhoud? Hoe groot is het collectieve en individuele belang dat de particuliere eigenaren mee gaan (CO2-reductie, aanzien van de straat, cohesie in de buurt, gezondheidsproblemen, woningwaarde, etc.)? In hoeverre zijn het maatregelen die tegelijkertijd collectief genomen moeten worden (technische urgentie)?
Zie hier een compleet overzicht van de tools die zijn gebruikt
31 / 56
6. Huurders
Huurders zijn voor de verduurzaming van hun woning afhankelijk van hun verhuurder. In het EVI-project hebben we alleen huurders ‘meegenomen’ die huren via een woningcorporatie. Particuliere huurders zijn buiten beeld gebleven. Wat de verduurzaming van de huizenvoorraad betreft, beschouwt de overheid de woningcorporaties als een startmotor. Woningcorporaties beheren immers een grote woningvoorraad van veelal (rijtjes)huizen die per huizenrij of appartementenblok door het uitvoeren van hetzelfde groot onderhoud verduurzaamd kan worden. Opschaling is dan in theorie relatief eenvoudig. Het enige waar een woningcorporatie voor moet zorgen is dat 70% van de huurders een AHOK ondertekent, een Aanvullende HuurOvereenKomst, waarin zij instemmen met het groot onderhoud en de eventuele huurverhoging die dit met zich meebrengt. Een mogelijke dilemma hierbij is dat de huurverhoging enerzijds en de besparing op de energierekening anderzijds niet volledig synchroon lopen, met een (tijdelijke) lastenverzwaring voor huurders tot gevolg.
Aanleiding voor een gesprek met huurders Binnen het EVI-project waarin huurders centraal stonden, werd het projectteam gevormd door de gemeentelijke domeinen Energie en Sociaal, samen met de woonconsulent van de woningcorporatie. De woonconsulent is een vertrouwd gezicht in de wijk. Het doel was om in contact te treden met de huurders, waarna zij uiteindelijk goed geïnformeerd een AHOK konden ondertekenen. Het geplande groot onderhoudstraject van de woningcorporatie vormde hierin een mooie aanleiding om het gesprek met de huurders aan te gaan. Een woningcorporatie plant een groot onderhoudstraject ruim van tevoren. Deze planning is leidend. Dus aanhaken om te leren over hoe huurders beter betrokken kunnen worden kon, maar de planning van het groot onderhoud stond voorop.
32 / 56
Communicatie met bewoners De woningcorporatie had al meerdere groot onderhoudstrajecten uitgevoerd in de wijk en had een eigen aanpak en communicatieplan ontwikkeld om de AHOK te laten ondertekenen. In het geval van de te renoveren flats heeft de woningcorporatie een klankbordgroep van bewoners opgericht en is er een informatiebijeenkomst gehouden voor deze klankbordgroep. Daarnaast verstuurt de woningcorporatie altijd een informatiebrief en staat ze met een SRV-wagen bij de te renoveren flats waar bewoners vragen kunnen stellen over het groot onderhoud.
Tekeningen in plaats van brieven De woningcorporatie heeft dus een eigen methode om te communiceren met de huurders. Uit gesprekken met de huurders kwam echter naar voren dat de verstuurde brief vanuit de woningcorporatie voor veel mensen te lang, te moeilijk en te technisch van aard was. Het bleef voor veel bewoners onduidelijk welke (financiële) voordelen het grote onderhoud met zich meebrengt. Beter is om de aanpassingen in de woning middels tekeningen weer te geven. Dat maakt gelijk het grote onderhoud en de bijpassende voordelen inzichtelijk. Van een begeleidende brief is het belangrijk dat deze op B1-niveau is opgesteld, zodat bewoners kunnen begrijpen wat ze lezen, en dat de hoeveelheid informatie gedoseerd wordt (niet teveel tegelijk).
33 / 56
Comfort boven klimaat Huurders met een smalle beurs zitten vaak in de ‘overlevingsstand’ en moeten alle zeilen bijzetten om hun huishouden financieel boven water te houden. Een thema als verduurzaming of klimaatverandering is voor hen niet iets waar ze (veel) mee bezig zijn. Het gesprek met huurders kan beter gaan over wat er nu niet goed is aan hun woning en hoe dit opgelost kan worden. Voer het gesprek over de onhandige boiler waardoor nu niet het hele gezin kan douchen of over de tochtende raamkozijnen. Huurders hebben meer behoefte aan kennis over de comfortwinst die het groot onderhoud van hun flat met zich meebrengt dan aan de klimaatwinst die het oplevert.
De voordelen van de de renovatie maatregelen voor huurders in beeld gebracht.
Aansluiting bij de leefwereld van bewoners Uit de gesprekken met de huurders kwam naar voren dat zij zich over specifieke zaken zorgen maken als het aankomt op het groot onderhoud van hun appartement. Kunnen ze nog wel hun huidige pannen gebruiken als ze na het groot onderhoud op inductie gaan koken en wat moet er met hun huisdier en hun meubels gebeuren als ze twee weken hun appartement uit moeten omdat de werkzaamheden plaatsvinden? Probeer in de communicatie met de bewoners deze zorgen weg te nemen door je van tevoren te verdiepen in wat er speelt.
De praktische vragen en antwoorden over de renovatiewerkzaamheden in beeld gebracht.
34 / 56
Belemmeringen tekenen AHOK
Financiering
Nazorg
Eén van de moeilijkheden is dat het
Nadat 70% van de huurders de AHOK heeft
Er zijn een aantal terugkerende redenen
financiële voordeel van het groot
ondertekend, begint het pas echt. Bij de
onderhoud vaak pas na een jaar gaat
woningcorporatie gaat een traject lopen ter
lonen. Eerst gaat de huur omhoog en pas na
voorbereiding op het daadwerkelijke
een jaar krijgen ze de afrekening van de
onderhoud. Dat houdt in een architect
energie.
zoeken, aannemer vinden, alle
Aedes en Woonbond hebben in het Sociaal
vergunningen rond krijgen. Hiervoor zijn
Huurakkoord afgesproken dat voor de
twee ‘routes’ mogelijk: Een
huurders de gemiddelde reële besparing op
woningcorporatie zoekt middels een
de energierekening niet minder is dan de
aanbesteding een aannemer. Of een
stijging in huur of servicekosten bij
woningcorporatie selecteert een aannemer
renovatie. Zij hebben hiervoor een
op basis van een propositie waarna samen
vergoedingentabel opgesteld, waarin wordt
gekeken wordt naar de te nemen
uitgegaan van een maximale huur- of
maatregelen voor renovatie. Dit laatste
serviceskostenverhoging van 90% van de
traject duurt langer, maar heeft vaak wel
gemiddelde besparing. De daadwerkelijke
een betere renovatie als resultaat . In deze
besparing hangt af van het functioneren van
periode is het belangrijk om te blijven
technologische installaties, maar ook van
communiceren met de huurders. De
de samenstelling van een huishouden, de
woningcorporatie doet dit binnen deze EVI-
leeftijd van bewoners, de zorgbehoefte, de
pilot door iedereen een nieuwsbrief en een
leefstijl en andere gedragsbepalende
brochure te sturen. Er komt een
aspecten.
modelwoning. Bewoners krijgen de
voor bewoners om geen aanvullende huurovereenkomst (AHOK) te willen ondertekenen: De eigen woning is door de bewoners zo netjes opgeknapt dat zij hier geen aanpassingen aan willen. Bewoners schatten in dat ze op korte termijn toch gaan verhuizen. Sommige (oudere) bewoners zien op tegen verandering en vinden het korte termijn ongemak zwaarder wegen dan het lange termijn resultaat. Bovendien; niet iedereen heeft een plek waar ze tijdens het groot onderhoud naar toe kunnen. Er is wantrouwen jegens de woningcorporatie. Bewoners hebben eerdere slechte ervaringen of kennen slechte ervaringen van andere projecten in de wijk. Het contract van de woningcorporatie is onduidelijk of onvolledig. Gebrek aan kennis over de onderhoudswerkzaamheden.
aannemer op bezoek. Dan wordt het Sommigen huishoudens hebben simpelweg niet de ruimte om eerst méér kosten te maken. Soms zijn bewoners wantrouwig of het groot onderhoud ze wel echt wat gaat opleveren. En dat is niet altijd onterecht. De kostenbesparing die de woningcorporatie heeft voorgerekend gaat namelijk (bijna altijd) over gemiddelde besparingen. Wanneer iemand alleen woont, overdag weg is of zuinig stookt, zal de besparing minder zijn dan voor gepensioneerden of een gezin met kleine kinderen die overdag thuis zijn. Het zou voor huurders wenselijk zijn om hun persoonlijke situatie door te kunnen laten rekenen. Daarbij zou het goed zijn als woningcorporaties vooraf nadenken hoe ze bewoners kunnen helpen met dit lastige overbruggingsjaar. Verder kan het zijn dat de energierekening na het groot onderhoud alsnog omhoog gaat. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer bewoners langer gaan douchen omdat ze nu geen boiler meer hebben. Of ze zetten de verwarming hoger omdat het huis goed geïsoleerd is. Aandacht voor gewoontegedrag (energie coaching) na een renovatie is dan ook belangrijk.
35 / 56
concreet en gaat het pas echt leven.
Zie hier een compleet overzicht van de tools die zijn gebruikt
36 / 56
7. Financiering
Sinds het Klimaatakkoord van juni 2019 is er op rijksniveau aandacht voor een eerlijke verdeling van de kosten en de baten als het gaat om de energietransitie. Het kabinet stelde toen dat de transitie niet alleen voor de samenleving, maar ook op individueel niveau haalbaar en betaalbaar moet zijn. Dat streven geldt ook voor het provinciaal beleid en binnen de Brabantse energieregio’s. Het haalbaar en betaalbaar maken van duurzame energie en een duurzame woning voor iedereen vraagt om slimme financieringsconstructies. Voor woningeigenaren met een smalle beurs zijn die nu nog niet of onvoldoende voor handen. Daarin ligt dan ook een belangrijke uitdaging. Daar staan we in dit hoofdstuk bij stil.
Financiering voor woningeigenaren Het huidige pakket aan financiële regelingen die bijdragen aan de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie voor woningeigenaren is voor een belangrijk deel opgebouwd uit subsidies, hypotheekvormen en groene leningen.
Overzicht VNG regelingen financiering energietransitie
37 / 56
Lenen voor verduurzaming? zijn voor woningeigenaren, moeten ze de investering in het verduurzamen van hun
Wie zijn huis wil verduurzamen kan
Aandacht voor de onrendabele top en financiële draagkracht
woning op kunnen brengen én de
soms ook gebruik maken van subsidies. Daarvoor zijn verschillende subsidies
Financiële overwegingen spelen een
Om de energietransitie haalbaar te laten
bereidheid hebben om hierin te investeren. In het huidige stimuleringssysteem moeten woningeigenaren, gebruik makend van eigen geld of door het aangaan van leningen, zelf investeren en aan de slag met hun woning. Toegang tot aantrekkelijke, laagdrempelige en verantwoorde financieringsmogelijkheden vormt daarvoor een basisvoorwaarde. Die voorwaarde is nu nog niet voor iedereen ingevuld: er zijn huishoudens die op de markt niet terecht kunnen voor financiering. Zij hebben hun maximale leencapaciteit al benut, hebben een te laag inkomen, tijdelijk geen inkomen of krijgen geen lening omdat ze niet aan de voorwaarden voor financiering voldoen. Zo kunnen mensen die ouder zijn dan 75 jaar minder makkelijk een lening krijgen en mogen huishoudens niet negatief geregistreerd staan bij het Bureau Krediet Registratie. Daarnaast geldt in zijn algemeenheid dat mensen huiverig zijn voor het aangaan van een lening en dat geldt zeker ook voor huishoudens met een smalle beurs. Mensen hebben soms nare ervaringen met leningen (schulden) en/of willen liever sparen voordat ze een grote uitgave doen. Ook zorgen over het kwijtraken van een baan of
Subsidies: niet voor mensen met een smalle beurs
beschikbaar. Soms zijn dit landelijke regelingen, soms ook regionale of lokale regelingen. Om een subsidie te kunnen aanvragen, moet je de maatregelen bijna altijd voorfinancieren, waarbij je achteraf dan een deel van de gemaakte kosten kunt terugvragen. Ook subsidies brengen aanvullende voorwaarden met zich mee: zo moet je soms minimaal twee energiebesparende maatregelen toepassen in je huis en ben je verplicht het werk door een erkende aannemer te laten doen. Deze voorwaarden leiden tot hogere investeringskosten. De overheid wil met deze verplichting fraude tegengaan en de garantie hebben dat de kwaliteit van het werk geborgd is. De verplichte voorfinanciering en het verplicht uitvoeren van meerdere energiebesparende maatregelen tegelijkertijd, maakt het voor huishoudens met een smalle beurs echter lastig en vaak niet mogelijk om aanspraak te maken op subsidies. Daarnaast maakt de voorwaarde van een erkende aannemer het ook niet mogelijk om kosten te drukken door een deel van de werkzaamheden in eigen beheer uit te voeren.
belangrijke rol in het beslisproces van eigenaren, als het gaat om het verduurzamen van de woning. Er ontstaat een probleem als mensen geen of weinig spaargeld hebben en de totale investering, qua verduurzaming en (achterstallig) onderhoud aan de woning, niet wordt terugverdiend met de maandelijkse besparing op de energierekening. De maandlasten stijgen dan als gevolg van de maandelijkse aflossing: er is sprake van een onrendabele top. En zelfs al levert de renovatie meer comfort en woningwaarde op (achterstallig onderhoud en lage energielabels verlagen de taxatiewaarde), voor veel eigenaren met een smalle beurs zal een onrendabele top reden zijn om (nog) niet te investeren. Naast het niet hebben van spaargeld, zijn er huishoudens zonder leencapaciteit. Het verschil tussen huishoudens met of zonder leencapaciteit is in de praktijk soms klein. Het verschil kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een oude relatief kleine BKRcodering van € 800,- (is geen leencapaciteit) of door het draaien van een 3-ploegendienst (wel leencapaciteit). Voor woningeigenaren met (net) voldoende leencapaciteit blijft de onrendabele top voorlopig een probleem. De financiering
een restschuld bij een eventuele verhuizing
voor deze huishoudens is niet rond te
maakt bewoners terughoudend bij het
krijgen met de huidige
aangaan van een lening.
financieringsvormen: hypotheken en groene leningen. Bovendien kan de onrendabele top soms behoorlijk groot zijn en de financiële draagkracht van huishoudens te boven gaan. Bij het opstarten van een collectieve aanpak (wijkaanpakken en gespikkeld bezit) is het daarom belangrijk om na te gaan of er een (publieke) instelling is, die de onrendabele top (deels) wil afdekken, zodat woonlastenneutraliteit mogelijk wordt. Als dat niet het geval is, dan is de kans groot dat de groep woningeigenaren met (net voldoende) leencapaciteit niet meedoet en dan ontstaat er alsnog tweedeling op het niveau van de straat of buurt.