CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept programma groene gezonde structuren (2)

Commissie Ruimte en Leefbaarheid 7 oktober 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Opiniërende bespreking Programma Groene Gezonde Structuren (GGS)27.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

pagina 30

de ondergrond naar boven komt, is rijk aan ijzer en arm aan voedingsstoffen. Hierdoor ontstaat wijstwater en komen er unieke planten en dieren voor. Dit biedt kansen voor groene en gezonde structuren door het bijzondere water en de natuur die daar voorkomt. Gezonde leefomgeving start bij milieubeleid Het beleidsveld milieu vormt de basis voor een gezonde leefomgeving omdat het zich richt op het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dit omvat het beheersen van milieufactoren zoals luchtkwaliteit, geurbelasting, bodemkwaliteit, geluidsoverlast en de aanwezigheid van schadelijke stoffen. Met regelgeving en beleidsmaatregelen kunnen we negatieve invloeden op de gezondheid van onze inwoners beperken en creëren we een aangename leefomgeving.

De regels voor luchtkwaliteit, geur, geluid, bodem en externe veiligheid, die we op gaan nemen in het omgevingsplan en de onderbouwing daarvan, stellen we in regionaal verband op. Dit omdat milieu nu eenmaal niet ophoudt bij de gemeentegrenzen, het effectiever is om kennis en kunde binnen regio te bundelen en het sterker is om een eenduidig beleid te voeren in de hele regio. Deze beleidsregels en omgevingsplanregels worden later aangeleverd en zullen een eigen pagina 31

participatie- en vaststellingsproces doorlopen. Hieronder benoemen we wel kort de belangrijkste punten hieruit. Luchtkwaliteit Door te werken aan het verbeteren van de luchtkwaliteit, dragen we als gemeente bij aan een gezondere samenleving. De gemeente heeft het Schone Luchtakkoord getekend (SLA). Dit is een akkoord tussen Rijk, provincies en een groot aantal gemeenten om samen te streven naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Dit doen we onder andere door het bevorderen van duurzame mobiliteit, zoals fietsen en elektrisch rijden (link laadplan?), het stimuleren van groene infrastructuur, het faciliteren van de transitie landbouw en het reguleren van industriële emissies. Daarnaast wordt er samengewerkt met de lokale gemeenschap en belanghebbenden om bewustwording te creëren en participatie te bevorderen. We willen inwoners stimuleren een positieve bijdrage te leveren aan het verbeteren van de luchtkwaliteit en door middel van burgerwetenschap meer kennis en bewustwording bij te brengen. We onderzoeken of en hoe we luchtkwaliteit samen met onze inwoners beter kunnen monitoren en of we hiervoor kunnen aansluiten bij regionale initiatieven. Dit omvat het monitoren van de concentraties van schadelijke stoffen zoals fijnstof (PM10 en PM2.5). Geur n.b.

over onderstaand stuk afstemmen met programma TL*B Geuroverlast kan een grote impact hebben op de leefbaarheid en (ervaren) gezondheid van inwoners. Daarom is het van belang dat de gemeente met haar beleid en regels zorgt voor een aanvaardbaar geurhinderniveau voor haar inwoners. Met ingang van de Omgevingswet is er meer beleidsvrijheid bij de gemeente gekomen waar invulling aan gegeven moet worden. Als gemeente moeten we bepalen wat wij verstaan onder ‘geurgevoelige objecten’ en daarmee een afweging maken welke gebouwen en locaties we willen beschermen tegen geuroverlast. Woningen, scholen, locaties met 24-uurs zorg en kinderdagverblijven zijn nu beschermd, maar hier kan de gemeente nog categorieën aan toevoegen. We zullen hiervoor op korte termijn een beleidsregel vaststellen om te zorgen voor voldoende bescherming, hiervoor werken we samen met de gemeenten in de regio en zoeken we naar beleid dat waar mogelijk overeenkomt in de regio. De totale geurbelasting in de gemeente Bernheze is tussen 2018 en 2024 afgenomen. In het grootste gedeelte van onze gemeente is er sprake van een goed woon- en leefklimaat op het gebied van geur. Echter, zijn er ook (sterk) overbelaste situaties in onze gemeente en liggen er grote opgaven om te voldoen aan de gemeentelijke streefwaarde (nu vastgelegd in de Verordening Fysieke Leefomgeving) en de GGD-advieswaarden.

Vandaar dat de gemeente maatregelen zal treffen om aan de grenswaarden te voldoen. Denk hierbij aan … . Daarnaast moeten we zorgen dat we geen nieuwe overbelaste situaties creëren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan geurgevoelige gebouwen nabij intensieve veehouderij. Voor het toevoegen van woningen zijn voorwaarden opgenomen in het programma volkshuisvesting. Geluid De Omgevingswet kent een stelsel van normen ter voorkoming van geluidhinder vanwege wegverkeer en vanwege industrieterreinen met een geluidproductieplafond (GPP). Deze geluidbronsoorten vielen voorheen onder de Wet geluidhinder. De gemeente wil een fijn woon- en leefklimaat en hiervoor moet de geluidhinder aanvaardbaar zijn. De gemeente dient zorg te dragen voor bescherming van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. Dit wil de gemeente onder andere doen door op korte termijn een beleidsregel vast te stellen om te zorgen

pagina 32

voor balans tussen een doelmatig gebruik van de ruimte in de omgeving van wegen en het streven naar een gezonde omgevingskwaliteit. De gemeente moet de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting bij ruimtelijke plannen beoordelen. Criteria hiervoor willen we vastleggen in een beleidsregel en vervolgens in ons omgevingsplan. Met de regels wordt duidelijk op basis waarvan nieuwe ontwikkelingen binnen een omgevingsplan kunnen worden toegelaten. Naast geluidsbelasting voor wegverkeer, zullen er ook criteria worden vastgelegd voor geluidsbelasting door milieu belastende activiteiten op industrieterreinen. Op beide geluidsthema’s werken we in de regio samen om (waar mogelijk) zo veel mogelijk beleid te maken dat overeenkomt. Trillingen Trillingen kunnen nadelige gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Ze kunnen effect hebben op het welzijn of schade aan bouwwerken veroorzaken. We nemen maatregelen om ernstige hinder en schade te voorkomen door regels te gaan stellen in het omgevingsplan. Bodem Een gezond en duurzaam bodembeleid is essentieel voor het waarborgen van een veerkrachtige omgeving. Onder de Omgevingswet richt het bodembeleid zich op het beschermen, benutten en beheren van de bodem en ondergrond.

We nemen maatregelen om bodemverontreiniging te voorkomen en verontreinigingen te saneren, we bevorderen van duurzaam bodemgebruik, en beschermen van de bodemkwaliteit tegen schadelijke invloeden zoals chemische stoffen. Bodem is een cruciale schakel in het bredere ecosysteem, en kan niet los worden gezien van waterkwaliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Eind 2025 verwachten we een nieuwe beleidsnota bodem en bodemkwaliteitskaart vast te stellen. Hiervoor wordt door de ODBN gewerkt aan beleidsregel bodem (dit stuk hiermee aanvullen). Externe veiligheid Externe veiligheid behandelt het beschermen van personen in gebouwen en op locaties in de omgeving van risicovolle activiteiten (MBA's ) waar gevaarlijke stoffen worden gebruikt of aanwezig zijn, transporten van gevaarlijke stoffen (weg, water, spoor en buisleidingen) en het beperken van schade aan de fysieke leefomgeving in bredere zin (schade aan gebouwen en het milieu) bij een ongeval bij een risicovolle activiteit. Om risico’s voor de omgeving te beperken, zal de gemeente beleidsregels vaststellen voor externe veiligheid. De beleidsregel externe veiligheid zal een toetsingskader zijn voor ontwikkelingen die afwijken van het vigerende (tijdelijke) omgevingsplan en vormt tevens een goede basis voor het definitieve omgevingsplan.

De beleidsregel zal de huidige externe veiligheid situatie schetsen van de gemeente Bernheze. Daarnaast vormt de beleidsregel een beleidskader hoe we als gemeente met externe veiligheid omgaan, met name bij ruimtelijke ordening en omgevingsvergunningen. De beleidskeuzes in deze beleidsregel zullen moeten bijdragen aan een goede indeling van de gemeente om te komen tot een gezonde en veilige leefomgeving. De gemeente is voornemens om vergunningen/functietoedeling voor EV-bronnen die niet langer in gebruik zijn, in te trekken en te wijzigen. Denk hierbij aan niet langer in gebruik zijnde LPG tankstations.

pagina 33

Veehouderij en gezondheid De veehouderijsector speelt een belangrijke rol in onze economie en lokale gemeenschap, maar brengt ook specifieke gezondheidsrisico’s met zich mee voor omwonenden. Emissies van fijnstof, endotoxinen, ammoniak en geur kunnen negatieve effecten hebben op de luchtkwaliteit en daarmee op de gezondheid van mensen die in de nabijheid van veehouderijen wonen. We volgen de ontwikkelingen en adviezen van de GGD en maken een integrale afweging waarbij gezondheid zwaar meeweegt bij het toevoegen van woningen nabij (intensieve) veehouderij. Hierbij hebben wij in het bijzonder aandacht voor woonfuncties nabij geitenhouderijen. We wijzen een Groene Gezonde Cirkel (GGC) rondom iedere kern aan waar veehouderijen en overlast gevende activiteiten op termijn verdwijnen. Binnen deze zone, inclusief de potentiële uitleglocaties, staan we uitbreiding van het aantal dieren niet meer toe. We beginnen zo snel mogelijk met het vrijwillig beëindigen of verplaatsen van veehouderijen en overlast gevende bedrijven. Het risico op zoönose als gevolg van (landbouw)huisdieren, in het bijzonder het risico op Q-koorts, willen we zo klein mogelijk houden. Deze cirkel willen we wel benutten voor extensieve vormen van landbouw (voor lokaal voedsel), waterberging, alternatieve woonvormen en groen.

We stimuleren vrijkomende agrarische gebouwen binnen deze Groene Gezonde Cirkel rondom de kernen te transformeren naar nieuwe woonvormen voor verschillende doelgroepen. Dit kan bijvoorbeeld in combinatie met zorg(voorzieningen). Bio-aerosolen n.b. nader in te vullen. Zoönosen Het risico op zoönose als gevolg van (landbouw)huisdieren, in het bijzonder het risico op Q-koorts, willen we zo klein mogelijk houden. We streven naar “Zero risk voor zoönose zoals Q-koorts” in 2024. Voorkomen uitstoot ziektekiemen (zoönose) Met behulp van onder anderen technische innovaties, minimaliseren we zoönose en andere ziekteverwekkers als gevolg van agrarische activiteiten. Endotoxinen Bestrijdingsmiddelen We vinden het wenselijk dat het pesticiden en herbiciden gebruik afneemt, omdat we ons zorgen maken over de gezondheidsgevolgen die stapeling van deze middelen veroorzaakt op degene die de middelen toepassen, de woonkernen en de natuur. Vanzelfsprekend volgen we de Europese en Nationale regels voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. We werken steeds meer toe naar natuurlijke plaagbestrijding in de land- en tuinbouw. Gifvrije (biologische) landbouw We streven er naar het gebruik van pesticiden en andere niet natuurlijke middelen in het openbaar groen en op pachtgronden van de gemeente in 2040 naar nul te brengen.

Het openbaar groen beheren we uiterlijk in 2027 al ecologisch en klimaatadaptief. Kunstmatige verlichting (Lichthinder) Donkerte is een kernwaarde voor de biodiversiteit. Verlichting van wegen, indien noodzakelijk, houdt rekening met deze kernwaarde.

pagina 34

Kunstmatige verlichting kent vele bronnen. Kunstmatige verlichting kan verschillende soorten negatieve effecten veroorzaken zoals:    

Hinder voor de mens; Verstoring van de natuur; Horizonvervuiling; Hinder langs wegen.

De locaties met kunstmatige verlichting zijn vooral:     

(autosnel)wegen; Woonkernen; industrie- en bedrijventerreinen; glastuinbouwbedrijven; sportterreinen.

In het omgevingsplan gaan we regels stellen voor het gebruik en toepassing kunstverlichting. We hanteren al jaren het beleid dat we in het buitengebied geen wegverlichting aanbrengen. Daarmee schaden we natuurwaarden zo min mogelijk en doen we recht aan de waarde van donkerte. Binnen Groene Gezonde Structuren zoeken we naar de balans van comfort en veiligheid voor de mens, en het beschermen van belangrijke waarden. Het verlichten van fietspaden of andere routes met kwetsbare doelgroepen is daar een onderdeel van. Om hierin een goede balans te vinden maken we hierop een integrale uitwerking zoals we dat ook voor wegen en bomen in het buitengebied hebben gedaan. Hoogspanningslijnen en -masten We hanteren het voorzorgprincipe bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de strook van de 150kV verbinding van TenneT nabij de A50. De risico’s op (brand)schade of andere activiteiten die de elektriciteitsvoorziening in gevaar brengen vermijden we. In het omgevingsplan gaan we regels stellen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van hoogspanningsmasten Behoud landschappelijke kwaliteit We beschermen de belangrijkste landschappelijke kwaliteiten. Dit zijn de lanen, bosjes, houtwallen en andere houtopstanden en de zandwegen door ons buitengebied.

Daarom stellen we regels aan het kappen/vellen van houtopstanden (zie ook de volgende paragraaf), aanpassingen aan zandwegen en de inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. We stimuleren anderen om bij te dragen aan een aantrekkelijker en biodiverser landschap door subsidieregelingen open te stellen voor inwoners(collectieven) en ondernemers die bij willen dragen aan natuur- en landschapsverbetering. We sluiten aan bij bestaande subsidieregelingen van bijvoorbeeld de provincie. Dit zijn bijvoorbeeld de Stimuleringsregeling Landschap, Ervenplus en 1001 ha. Daarnaast stellen we subsidie beschikbaar voor initiatieven in ons buitengebied die bijdragen aan de GGS-doelstellingen (zie ook strategisch doel 4 en het hoofdstuk over realisatiestrategie). Behoud bomen(lanen) en andere houtopstanden De gemeente Bernheze wordt gekenmerkt door veel bomen en lanen. Die kwaliteit willen we behouden omdat het bijdraagt aan onze identiteit, zorgt voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het pagina 35

huidige bomenbestand is de basis van ons groene kapitaal. Het grote aantal bomen geeft onze gemeente als geheel een groen karakter. De verdeling daarvan over de gemeente en de toepassing van verschillende soorten onderstreept de lokale verschillen en geeft identiteit aan de verschillende deelgebieden. Omdat het jarenlange inzet van de gemeente vergt om bomen op de juiste manier de volwassen toestand te laten bereiken, zijn wij zuinig op de gemeentelijke bomen. We beschermen ze tegen beschadiging en voortijdige kap. Hoe hoger de status van de boom, hoe zwaarder deze wordt beschermd. Extra aandacht gaat uit naar de monumentale bomen en structuurbomen. Deze beschermen we middels een vergunningplicht voor het kappen van bomen. Bij het stellen van decentrale regels door de gemeente, moet de gemeente zich houden aan de instructieregel van het Rijk t.a.v. de bebouwingscontour houtkap. 

De gemeente legt een bebouwingscontour houtkap vast in haar omgevingsplan

Deze bebouwingscontour bevat het stedelijke gebied en eventueel een gebied daaraan grenzend

Buiten die bebouwingscontour (dus in het landelijk gebied) gelden de regels over houtopstanden, hout en houtproducenten van afdeling 11.3, artikel 11.111 van het BAL

Een belangrijke basisregel is dat houtopstanden buiten de bebouwingscontour alleen mogen worden gekapt na een melding bij het bevoegd gezag (doorgaans de provincie) en dat de houtopstand moet worden herplant

Binnen die bebouwingscontour kan de gemeente zelf regels stellen

Een gemeente kan regels stellen aan houtopstanden binnen de bebouwingscontour (dus in stedelijk gebied).

Ook kan een gemeente regels stellen aan situaties buiten de bebouwingscontour waarvoor geen rijksregels gelden. Dit zijn: o

Houtopstanden op erven en in tuinen

o

bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit, noten of vruchten zijn geteeld

o

houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen

o

naaldbomen die duidelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar

o

kweekgoed

o

populieren of wilgen van:

o

o

wegbeplantingen

beplantingen langs waterwegen, of

 eenrijige beplantingen langs landbouwgronden het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen. Bijvoorbeeld als onderdeel van het reguliere onderhoud van de houtopstand. beplantingen die bestaan uit populieren, wilgen, essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: 

Het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats.

De beplantingen bestaan uit minstens 10.000 stoven per ha per beplantingseenheid.

Een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 m brede onbeplante stroken.

De beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. pagina 36

o

houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel.

o

houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen.

Tot slot kan een gemeente regels stellen buiten de bebouwingscontour als deze een ander doel hebben dan natuurbescherming, het behoud van het Nederlandse bosareaal of het beschermen van landschappelijke waarden. Dit kan bijvoorbeeld het behoud van cultureel erfgoed zijn.

Gemeente Bernheze kiest ervoor de volgende houtopstanden te beschermen middels een vergunningplicht in haar omgevingsplan: -

Kappen/vellen van monumentale bomen en toekomstbomen Kappen/vellen van structuurbomen binnen de bebouwingscontour houtkap Kappen/vellen structuurbomen buiten de bebouwingscontour houtkap die deel uitmaken van groene monumenten (kasteel, abdij, landgoederen) Kappen/vellen houtwallen, houtsingels en andere houtachtige gewassen met een oppervlakte kleiner dan 10 are, buiten erven en tuinen.

Het kappen van bomen en andere houtachtige gewassen is niet vergunningplichtig als sprake is van regulier onderhoud. Zie bijlage 3 beleidsregels 3.7 Bescherming houtopstanden. Het college kan zowel gemeentelijke bomen als particuliere bomen aanwijzen als monumentale of toekomstboom. Een boom wordt aangewezen als deze voldoet aan criteria die hieronder zijn opgenomen. Een boom die voldoet, wordt opgenomen op de Lijst monumentale en toekomstbomen (LMT) en weergegeven op een digitale kaart. Jaarlijks vindt een herziening van de lijst plaats waarbij alleen de mutaties worden vastgesteld. Zie bijlage 3 beleidsregels 3.8 t/m 3.19.

pagina 37

Kappen overige bomen De overige bomen van de gemeente vallen niet onder het kapverbod. Dat neemt niet weg dat deze ook waarden hebben en niet zonder meer worden gekapt. Voorop staat dat de gemeente bomen plant met een bepaalde doelstelling. Voortijdig rooien van bomen is doorgaans niet in het belang van de gemeenschap en past meestal niet in de onderhoudsbegroting van de gemeente. Daarom ligt de lat om op kapverzoeken in te gaan vrij hoog. Toch komen hiervoor regelmatig kapverzoeken binnen. Bijvoorbeeld in het kader van bouwplannen, omdat mensen inritten willen, overlastsituaties of schades. Deze verzoeken beoordelen wij, net als de bomen in de structuren, door de waarden van de boom te wegen tegen het belang van verwijdering. Hoewel geen formele omgevingsvergunning vereist is, zijn deze bomen niet ‘vogelvrij’. Kappen van deze bomen mag pas nadat een groendeskundige van de gemeente de situatie heeft kunnen beoordelen en zijn toestemming heeft gegeven. Voor een eenduidige reactie op de meest voorkomende overlastsituaties hebben wij een uitwerking gemaakt die is opgenomen in bijlage ***. Basisuitgangspunt is dat eenieder zowel de lusten als de lasten van bomen en groen dient te accepteren. Bij renovaties of reconstructies van de openbare ruimte wordt het beoordelingsformulier niet gebruikt.

In die gevallen spelen, naast boomwaarde en verwijderingsbelang, ook andere factoren mee die sterk bepalend kunnen zijn voor de keuze tussen kap of behoud van bomen. Een grootschalige aanpak van de openbare ruimte biedt namelijk kansen om in één keer te zorgen voor een nieuwe situatie met goede groeiplaatsen die helemaal passen bij het nieuwe beleid. Dan wordt zorgvuldig afgewogen hoe lang de bestaande bomen hun functie nog kunnen vervullen in de gegeven omstandigheden, en welke meerwaarde een boomvervanging zou hebben. In deze situaties verlangen we van de initiatiefnemer dat hij een groenparagraaf aanlevert. Hierbij beoordelen wij of zorgvuldige keuzes zijn gemaakt inzake boombehoud en of de motivatie klopt. Behoud zandwegen Zandwegen zijn een belangrijke basis onder ons cultuurhistorisch erfgoed en hebben unieke waarden voor de biodiversiteit. In Bernheze hebben we nog ** km authentieke zandwegen. Daarnaast hebben we ** km halfverharde wegen. Dit zijn wegen die in de basis bestaan uit zand, maar zijn gestabiliseerd met puingranulaat of een halfverhardingsmateriaal. Al deze wegen dragen door hun uitstraling bij aan het landelijke karakter van de gemeente, en daarmee de aantrekkelijkheid voor de recreant. De zandwegen hebben unieke waarden voor biodiversiteit omdat hierin diverse bodemdieren zoals zandbijen hierin hun leefgebied hebben.

Zodra deze wegen halfverhard zijn, neemt deze waarde fors af. Het halfverharden van wegen is doorgaans gedaan om de weg te verstevigen. Een nadeel hieraan is dat materialen van diverse oorsprong zijn gebruikt, die door verkeersdruk sterk vergruizen en vervolgens bij droogte verwaaien als ***stof. Dit kan nadelige gezondheidseffecten hebben op de weg • We beschermen zandwegen en half verharde wegen als belangrijke identiteitsdragers van het buitengebied. We beschouwen het totale profiel (zandbaan, bermen, beplantingen en sloten) in hun geheel als landschapselement met waarde voor landschap en natuur. Bescherming (behoud), herstel, beheer en onderhoud zijn daarop gericht. • Wij wensen geen ruimtelijke ontwikkelingen aan zandwegen en half verharde wegen. Ten behoeve van hun behoud en bescherming houden wij deze landschapselementen voorbehouden aan natuur en extensieve vormen van recreatie en niet aan wonen en bedrijvigheid. Zie bijlage 3 beleidsregels 3.20 t/m 3.22.

pagina 38

Kwaliteitsverbetering landschap bij ruimtelijke ontwikkelingen Als wij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk maken, moet dat gepaard gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap (Omgevingsverordening provincie Noord-Brabant). Hoe wij zorgen dat deze verbeteringen wezenlijk bijdragen aan het Bernhezer landschap is vastgelegd in de Handreiking kwaliteitsverbetering landschap. Deze uitwerking vind u in bijlage ** Deze wordt in regionaal verband opgesteld en in Q3 opgeleverd **

Beschermen en behouden cultuurhistorie en erfgoed Bernheze Wij zien erfgoed als een waardevolle blauwdruk van het Bernhezer karakter en identiteit. 1. Het Bernhezer karakter (Ode aan het boerenleven, erfgoedvisie Bernheze 2020) is het verhalend fundament – het referentiekader om vanuit het verleden naar de toekomst te kijken. Deze verhaallijnen en het historische karakter van Bernheze komen concreet tot uitdrukking in de ruimtelijke tastbare overblijfselen. Zowel onroerend erfgoed in de vorm van gebouwen, archeologische vindplaatsen en landschappen. als onroerend erfgoed zoals kunstwerken, collecties en archieven. Daarnaast immaterieel erfgoed, ontastbare cultuurtradities of overblijfselen zoals tradities, gebruiken en legendes. Op dit moment beschikt Bernheze over diverse beleidsinstrumenten die direct of indirect betrekking hebben op de instandhouding van het erfgoed. Er is een monumentenlijst met daarop 43 rijksmonumenten en 98 gemeentelijke monumenten. Tevens zijn in het omgevingsplan 46 cultuurhistorisch waardevolle panden opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente een cultuurhistorische waardenkaart en een archeologische waardenkaart. In het kader van de Omgevingswet heeft iedere gemeente een zorgplicht om te voorkomen dat de omgeving van een monument niet wordt aangetast waardoor de waarde van het monument verminderd.

Cultuurhistorisch waardevolle gebieden die we binnen gemeente Bernheze zo goed mogelijk willen behouden en beschermen zijn: o

De Berkt en omgeving, inclusief Ruitersweg

o

Historische buitenplaats kasteel Heeswijk en omgeving inclusief Kameren

o

Gebied Groot Zwanenburg

o

Het landschap rond Loo, Menzel en Bus

o

Buurtschap Kantje

o

Historische dorpskern Heeswijk, Dinther

o

Kloostercomplex Abdij van Berne

pagina 39

Het gaat hierbij om cultuurhistorische landschappen die als zeer hoog gewaardeerd worden op de cultuurhistorische waardenkaart en als zodanig belangrijk zijn voor de identiteit en het karakter van Bernheze. Het beschermen van deze gebieden betekent niet dat de gebieden op slot gaan maar dat er een gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk is waarbij het behoud en het versterken van cultuurhistorie één van de leidende doelen is. De aanpak dient ontwikkelingsgericht te zijn waarbij erfgoed een bouwsteen, richtinggevend is. 2.

Het meer zichtbaar en beleefbaar maken van erfgoed

Als erfgoed zichtbaar en beleefbaar wordt in Bernheze, gaat de omgeving spreken. Verhalen komen tot leven, bewoners voelen zich verbonden en trots groeit. Zo wordt Bernheze niet alleen mooier, maar ook aantrekkelijker voor iedereen die er woont of op bezoek komt. 3.

Erfgoed inzetten als dragende kracht bij ruimtelijke ontwikkelingen

Herbestemming en transformatie In de herbestemming van erfgoed en het vernieuwen van niet-functionerende locaties ligt een opgave om de leefomgeving vitaal en leefbaar te houden. Voor de duurzame instandhouding van gebouwd erfgoed is passende herbestemming van belang. Het verder verruimen van de herbestemmingsmogelijkheden moet bijdragen aan het duurzaam behouden van de historische bebouwing. Bij het vrijkomen van monumentaal erfgoed spant de gemeente zich in om te helpen bij het zoeken naar en het planologisch mogelijk maken van een passende herbestemming. De opgaven voor gemeente Bernheze betreffen met name religieus erfgoed, agrarisch erfgoed en landgoederen. Bernheze kent een aanzienlijke concentratie van waardevol religieus erfgoed. Actuele opgaven zijn de herbestemming van de H. Willibrorduskerk en de omvangrijke transformatie van de Abdij van Berne in Heeswijk. Landschapsinrichting Vanuit erfgoed streven we naar het betekenisvol behouden en inpassen van cultuurhistorisch waardevolle landschapselementen gekoppeld aan ruimtelijke opgaven. Denk aan kerkenpaden, beekdalherstel, stuifzandwallen of landweren. Het beschermen van deze waardevolle elementen wordt gerealiseerd via het omgevingsplan. 4.

Inspiratie en richting bieden aan maatschappelijke opgaven Nederland staat aan de vooravond van een aantal grote maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie en transitie landbouw. Erfgoed kan hier juist richting in geven en een bouwsteen of inspiratiebron zijn. Klimaatadaptatie Het inzetten van erfgoed bij de opgaven rondom klimaatadaptatie. Bijvoorbeeld door cultuurhistorisch kaartmateriaal te gebruiken bij het ontrafelen van oude watersystemen en in kaart krijgen van knelpunten en kansen voor onder andere gemeentelijke klimaatstresstesten.

pagina 40

Transitie landbouw Transitie landbouw is binnen gemeente Bernheze een grote opgave. Erfgoed is een vertrekpunt bij het maken van de noodzakelijke keuzes in dit veranderingsproces, bijvoorbeeld bij veranderingen die gevolgen hebben voor het landschap. Bij het vinden van antwoorden op deze ontwikkelingen kan het verleden een inspiratiebron zijn bij het vormgeven aan een duurzame en economisch, rendabele voedselproductie die rekening houdt met het landschap en de wensen vanuit de maatschappij. Koppelkansen transitie landbouw en erfgoed benutten. In de gebieden Kameren, landgoed De Berkt, het Aa-dal zijn er koppelkansen tussen deze twee thema’s. In het gebied Kameren zijn er in 2021-2023 activiteiten gestart t.b.v. een gebiedsproces waarbij erfgoed een van de leidende thema’s vormde. Zie bijlage 3 Beleidsregel 3.23. Natuurwaarden P.M. Wordt nog uitgewerkt Wettelijk kader Omgevingswet schetsen à gemeente doet niet veel aan regels, dat is elders geborgd. We kunnen wel een stap vooruit zetten op de volgende vlakken:

-

Voor biodiversiteitsvergroting bij derden stimuleringsregelingen opnemen Overleg met ecoloog wat wij nog meer kunnen doen en hoe we eenvoudig kunnen monitoren. Natuurinclusief bouwen Zoneringsplan bos- en natuurgebieden waarin natuur en recreatieve voorzieningen integraal worden bezien. Uitwerking basiskwaliteit natuur.

pagina 41

4.5 Strategisch doel 4: We werken samen met partners en inwoners aan een actiever en sterker netwerk Met dit strategisch doel werken we met partners aan een actief en sterk netwerk. Alleen ga je sneller maar samen kom je verder. In het programma GGS zetten we daarom actief in op het betrekken van partners en aanjagen en stimuleren van groene gezonde structuren. Hier horen de volgende operationele doelstellingen bij: 

Initiatieven van derden die bijdragen aan de realisatie van Groene Gezonde Structuren kunnen rekenen op een ‘ja-mits-houding’

Uiterlijk in 2030 is er een actief netwerk met uitvoeringsorganisaties voor de realisatie van groene gezonde structuren. We zijn actief betrokken en dragen we bij aan samenwerkingsverbanden die werken aan groene gezonde structuren.

N.b. Er wordt nog onderzocht of dit strategisch doel onderdeel kan worden van de realisatiestrategie.

Maatregelen (wat gaan we doen) met eventuele beleidsregels De opgave voor het realiseren van groene gezonde structuren is te groot voor de gemeente alleen. Enerzijds omdat de gemeente alleen zeggenschap heeft over inrichting en beheer van de openbare ruimte. En er ook op andere terreinen winst te behalen valt op de GGS-doelen. Anderzijds omdat de gemeente alleen niet alle kennis, kunde en capaciteit heeft. Samenwerking met onze partners zien wij als een belangrijke pijler. Onze partners dragen ook het verhaal uit over de waarde van groene, gezonde structuren. Daarnaast zien wij veel mogelijkheden in het samen realiseren en ontwikkelen van bijvoorbeeld nieuwe routes, parken, bosgebieden etc. We gebruiken bestaande structuren zoals het partneroverleg buitengebied om samen met onze partners het programma uit te dragen en kansen te signaleren. We continueren de samenwerkingen met woningcorporaties en GGD. We verkennen daarnaast ook samenwerkingskansen met partners die we nog minder goed kennen en zorgen dat zij ook bekend zijn met het programma GGS. We staan open van initiatieven van derden die aansluiten bij het beleid van de gemeente. Initiatieven zijn dan eenmalige ondernemingen in de openbare ruimte en gedragen door een collectief. De manier waarop de gemeente Bernheze participeert aan initiatieven staat beschreven in de menukaarten overheidsparticipatie.

Deze menukaarten geven een helder overzicht wat je als initiatiefnemer kunt verwachten van de gemeente, deze menukaarten zijn te vinden in beleidsuitwerking 7. We verkennen daarnaast de mogelijkheden voor een subsidieregeling waarmee initiatiefnemers financieel geholpen kunnen worden om de GGS-doelen te realiseren (vergelijkbaar met subsidie kwaliteitsverbetering buitengebied.

pagina 42

Kansen voor groene gezonde structuren starten ook met bekendheid. In onze bewustwordingscampagne duurzaamheid is ook aandacht voor groene gezonde structuren. We organiseren daarom heen diverse campagnes en educatie over het belang van natuur en gezondheid. We halen ook eens per 2 jaar (via Bernheze Bespreekt of een andere omgeving) wensen op van inwoners. In onze realisatiestrategie (hoofdstuk 5) is meer te vinden over hoe wij samen met partners uitvoering geven aan het programma GGS.

4.6. Strategisch doel 5: Groene gezonde structuren zijn beter verankerd in alle relevante beleidsstukken, instrumenten, werkprocessen en projecten Met dit strategisch doel beogen we dat Groene Gezonde Structuren worden gezien als wezenlijke bouwstenen van een gezonde, kwalitatieve leefomgeving en net zo zwaar worden ‘gewogen’ als bijvoorbeeld wonen en mobiliteit. Hier horen de volgende operationele doelstellingen bij: 

Vanaf 2028 is in 100% van de bestuursvoorstellen aandacht voor integrale besluitvorming (vanuit milieu, groen, wonen en gezondheid)

Uiterlijk 2028 zijn er duidelijke streefbeelden en toetskaders ten aanzien van de Groene Gezonde Structuren waaraan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden getoetst.

Groene gezonde structuren zijn vanaf 2030 verankerd in de werkprocessen ten aanzien van de openbare ruimte.

Maatregelen (wat gaan we doen) met eventuele beleidsregels GGS-waarden integreren bij renovaties / reconstructies Renovaties/reconstructies van onze eigen openbare ruimte organiseren wij zelf. Daarbij moet GGS-bescherming en -realisatie integraal onderdeel zijn van het planproces. De praktijk leert dat dat soms moeilijk is omdat inwoners doorgaans meer naar hun persoonlijk belang kijken, dan naar dat van de samenleving. Dat levert discussies op die vaak ten nadele zijn van de ‘zachte’ GGSwaarden. Een burger hecht doorgaans meer waarde aan een parkeerplaats op loopafstand van zijn voordeur, dan een plantvak wat meerwaarde heeft voor klimaatadaptie en biodiversiteit. Het moet duidelijk zijn dat de gemeente handelt in het algemene belang en maatschappelijke doelen dient. Bescherming en realisatie van GGS is er daar één van. Daarom verankeren we GSS in een werkproces. (zie beleidsuitwerking 4) Met dit werkproces borgen we GGS op een aantal belangrijke momenten in het proces: -

De GGS-waarden worden vooraan in het planproces ingebracht. Beoogde doelen worden door het college vastgesteld Programma van eisen en meedenkruimte participanten worden door het MO vastgesteld Dit geeft de projectleider ruggensteun als de GGS-waarden ter discussie worden gesteld

pagina 43

-

Er worden meerdere scenario’s uitgewerkt. Daarbij kan het voorkomen dat er t.a.v. GGSwaarden concessies moeten worden gedaan. Maar dan gebeurt dat in elk geval na zorgvuldige en integrale afweging

GGS-waarden integreren bij ruimtelijke initiatieven Bij ruimtelijke initiatieven zoals (woning-)bouw moet worden gekeken of dit een kans of bedreiging is voor GGS. Om dit goed te kunnen beoordelen toetsen we aan een streefbeeldenboek (zie ook strategisch doel 1, ‘aandacht voor robuuste groene structuren’).

4.7 Monitoring We moeten nog bekijken of het handig is om in één tabel aan het einde van dit hoofdstuk te zetten. Of juist per strategisch doel een opsomming van de relevante indicatoren. Als programmaregisseur zou ik pleiten voor één tabel met een compacte weergave van enkele indicatoren die wezenlijk bijdragen aan GGS én goed te meten zijn. Of we hierin de juiste stappen zetten, monitoren we op basis van een aantal indicatoren: Prestatie-indicator

Hoeveelheid openbaar groen per inwoner

Norm

Bron

Behoud minimaal 107 m2 openbaar groen per woning in de kernen (peil 2023)

Data teams burgerzaken en team beheer

Het aantal wijken 0-20 m2 openbaar groen per woning en Het aantal grijze wijken neemt af

20-40 m2 openbaar groen per woning moet afnemen

Data team R&B

(peil 2023 = 1 wijk 0-20 11 wijken 20-40 m2 openbaar groen

Afstand tot koelte

300 m afstand van huis tot koele plek met tenminste 200m2

Klimaateffectenatlas

oppervlak Bevindingen inwoners over hitte Beweegvriendelijke omgeving

Kunnen inwoners (met name 65+) voldoende koele plekken in

Brabant Omgevingsscan

eigen omgeving vinden Hoe beweegvriendelijk is de omgeving

RIVM

Are bosoppervlak

pagina 44

5. Realisatiestrategie 5.1 Wat doet de gemeente zelf In de voorgaande hoofdstukken zijn diverse maatregelen opgesomd die we gaan nemen om de doelen te bereiken. In de uitvoeringsagenda zijn de projecten die we als eerste gaan uitvoeren SMART uitgewerkt. Op hoofdlijnen kunnen we de volgende acties onderscheiden: Realisatie GGS Communiceren, informeren en enthousiasmeren

Teams BWL en R&B bepalen inhoud en boodschap, team communicatie bepaalt vorm, moment en frequentie Team BWL organiseert dat er subsidieregelingen

Stimuleren

komen en coördineert de uitvoering van deze regelingen

Regelen

Team RO organiseert dat alle juridische regels in het Omgevingsplan worden opgenomen Team R&B organiseert dat de openbare ruimte

Realiseren*

wordt ingericht conform de principes in dit GGSprogramma Samenwerking met partners gebeurt vanuit alle

Samenwerken met partners

teams. Als nieuwe initiatieven van derde partijen binnenkomen met een grote impact (ruimtelijk/bestuurlijk/ambtelijk) bepaalt het IORD hoe de organisatie dit regelt. Team RI toetst bij alle initiatieven (zowel van de

Toetsen

eigen organisatie als van derden) of er een relatie is met de ontwikkeling van GGS en hoe deze ontwikkeling hieraan kan bijdragen

Toezicht en handhaving

Team VTH-V ziet toe op naleving van de regels in het Omgevingsplan bij vergunningen.

*Wij bouwen zelf actief aan de realisatie van GGS door onze openbare ruimte hierop aan te passen. Wij volgen hiervoor de volgende aanpak: Op buurtniveau: spelen, bewegen, groen, ommetjes, enz. In het BOSS-plan (zie beleidsuitwerking 6) is uitgewerkt hoe elk jaar enkele buurten worden aangepakt om naar het BOSS-streefbeeld toe te werken. Daarbij worden enkele speelplekken

pagina 45

opgewaardeerd tot goede kernplekken en buurtplekken. Ook worden plekken ontdaan van toestellen en die krijgen een andere inrichting die ook aansluit bij het GGS-concept. Een plek kan bijvoorbeeld een koelteplek worden met zitbanken en verkoelende bomen. Of ze kunnen een functie krijgen als hondenuitrenveld. Ook kan een dergelijke plek worden ingericht als voedselbosje of tiny forest, al naar gelang de wensen van de gemeente en de buurtbewoners. Voordeel van deze buurtaanpak is meerledig: 

De buurt wordt als totaal bezien. Dat maakt het mogelijk om duidelijk te maken dat het weghalen van toestellen op de ene plek, wel samengaat met het opwaarderen van andere speelplekken in de buurt.

In een buurtaanpak kunnen ook de verbindende routes tussen de speelplekken worden meegenomen in de totaalaanpak. Daarmee kunnen ook de ommetjes worden gerealiseerd.

Bewoners kunnen meepraten over het totaalconcept; zij weten immers het beste hoe zij hun buurt (willen) gebruiken en waar de meeste behoefte aan is.

Een buurtaanpak kan voor meerdere jaren worden geprogrammeerd.

Ideeën uit de samenleving die eerder zijn ingediend kunnen binnen een dergelijk groot project goed worden meegenomen.

Deze buurtaanpak is het meest succesvol als een intensief communicatie- en participatietraject wordt doorlopen. Daarom zetten we voor elke buurtaanpak een intern kernteam op met in elk geval: -

Een intern opdrachtgever - **(teamcoach? Programmaregisseur?) **

-

Een projectleider – gaat over de inhoudelijke keuzes, bewaakt tijd en geld, koppelt terug aan intern opdrachtgever Een procesbegeleider – lijnt het participatieproces uit, zorgt voor verbinding tussen gemeente en buurtbewoners en bewaakt intern de integrale samenwerking

-

Een belangrijke rol wordt gezien voor de jongerenwerkers. Zij zijn de verbinders tussen gemeente en (kwetsbare) jongeren. Een belangrijke doelgroep die moeilijk bereikbaar is voor de gemeente via de gebruikelijke communicatiekanalen van de gemeente. De verwachting bestaat dat deze aanpak meer tijd vergt in de voorbereidingsfase, maar zich ‘terugverdient’ in de realisatie- en onderhoudsfase door meer begrip en waardering bij de buurtbewoners. We gebruiken het jaar 2026 als pilotjaar om te ondervinden wat deze buurtaanpak met procesbegeleiding (extra) vraagt aan tijd en middelen van onze organisatie. Daarna maken we een plan op voor de periode daarna.

pagina 46

Realisatie / aanpassing recreatieve routes We onderhouden een nauwe samenwerking met VisitBrabant en de vrijwilligers in onze eigen gemeente. Zij kennen de routestructuren, voorzien ons van advies en dragen bij aan het onderhoud van de routes. Grote projecten Projecten die meer tijd en geld kosten worden specifiek (resultaat, tijd, geld) opgenomen in de uitvoeringsagenda. We programmeren deze over meerdere jaren om meerdere redenen: -

Koppelingen met het portofoliomanagement zijn mogelijk, waardoor onze organisatie strategische keuzes kan maken.

-

Het draagt bij aan het verwachtingsmanagement richting inwoners.

-

Team R&B kent op tijd de capaciteitsvraag en kan hierop anticiperen.

5.2 Hoe werken we samen met onze inwoners? De leefomgeving is voor iedereen, of je nu woont in de gemeente er werkt of even uit de stad wil om al het moois van groen Bernheze te ervaren. Veel inwoners en partners hebben gedeeld wat zij belangrijk vinden. Kijk bijvoorbeeld naar alle reacties die digitaal zijn verzameld via SamenBernheze.nl of de ophaal tijdens Bernheze Bespreekt. Mooie vormen van participatie die we al organiseren. Het programma zorgt voor een integrale kijk op onze leefomgeving, zo kunnen we met onze inwoners, partners en andere overheden samen bepalen hoe de toekomst van onze leefomgeving eruit ziet. Participatie in het programma. Binnen het programma houden we ons aan de richtlijnen die de participatievisie ‘Samen Bernheze’ 2022 voorschrijft. Het programma Groene Gezonde Structuren biedt veel kansen om te participeren. Alleen ga je sneller maar samen kom je verder. Een integrale benadering bij inrichting van onze leefomgeving kan alleen door het samen te doen. Participatie is een belangrijk middel daarvoor. Omdat we participatie belangrijk vinden, denken we hier graag van tevoren over na. Dit helpt bij het afwegingskader – zie beleidsuitwerking 5 Afwegingskader uitdaagrecht van de participatievisie –zodat er voldoende ruimte, tijd en middelen beschikbaar zijn om waardevolle participatie in te richten. Participatie is een containerbegrip.

In het programma onderscheiden we drie vormen van participatie: 

Inwonersparticipatie

Overheidsparticipatie

Uitdaagrecht (Right to Challenge)

Inwonersparticipatie Wanneer de gemeente een project start is het vaak belangrijk om aanwonende inwoners of pagina 47

inwoners die het belangrijk vinden te betrekken. Dat kan met behulp van inwonersparticipatie. Met inwonersparticipatie bedoelen we de manier waarop de gemeente samen met de inwoner tot een gewenst resultaat komt. Er zijn veel verschillende niveaus van participatie. Van inwoners informeren tot aan inwoners mogen zelf organiseren. Informeren is dus de eerste stap op de participatieladder. In Bernheze beschouwen we informeren niet als participatie. Informeren doen we altijd in het kader van transparante overheid. Informeren kan wel bijdragen aan een participatieproces. Als we spreken over participatie is het niveau minimaal op ‘raadplegen’. Dat is ook het uitgangspunt binnen het programma Groene Gezonde Structuren. Bij grootschalige projecten waar veel betrokken inwoners en partijen zijn, zal de participatie intensiever worden georganiseerd. Dit wordt bepaald aan de hand van het afwegingskader uit de participatievisie 2022. Zodra de visie herijkt wordt, bewegen we daar in het programma in mee. De ervaring leert dat veel inwoners denken vanuit hun persoonlijke belang en daarmee de typische GGS-doelen als klimaatadaptatie, biodiversiteit en dergelijke wel eens uit het oog verliezen. Voor hen is een parkeerplek voor de deur vaak belangrijker dan een boom met verkoelende werking voor de hele straat en een bijdrage aan de biodiversiteit.

Wij maken duidelijk dat alle maatregelen in de openbare ruimte een algemeen belang dienen en daarom aan de algemene beleidsdoelstellingen van de gemeente moeten voldoen. Binnen die kaders bestaat ruimte waarin belanghebbenden mee kunnen denken. De minimale oppervlakte openbaar groen en het aantal bomen dat bij een reconstructie in een straat moet komen vormen bijvoorbeeld het kader. Belanghebbenden denken mee over de plekken waar dat groen in de straat komt liggen en welke soorten worden toegepast. Zie ook de figuur hieronder.

pagina 48

Overheidsparticipatie Overheidsparticipatie gaat over de manier waarop de gemeente collectieve initiatiefnemers ondersteunt. De gemeente is aan de voorkant niet de eigenaar van het initiatief. Initiatiefnemers kunnen partners zijn zoals Waterschap Aa en Maas, IVN Bernheze maar ook dorpsraden of buurten. Belangrijk is dat initiatieven wenselijk zijn en aansluiten bij het beleid van de gemeente. Initiatieven zijn dan eenmalige ondernemingen in de openbare ruimte en gedragen door een collectief. In het kader van overheidsparticipatie kan de gemeente een initiatief… 

overnemen;

faciliteren;

uit handen geven.

De manier waarop de gemeente Bernheze participeert aan initiatieven staat beschreven in de menukaarten overheidsparticipatie. Deze menukaarten geven een helder overzicht wat je als initiatiefnemer kunt verwachten van de gemeente, deze menukaarten zijn te vinden in beleidsuitwerking 5. We zien dat er op bepaalde plekken goede energie in de wijk zit om echt constructieve projecten op te starten. Daar staat we voor open. Uit ophaalmomenten met de raad en tijdens Bernheze Bespreekt kunnen we concluderen dat we niet actief de wijk in gaan om initiatieven op te halen. Dit kost veel gemeentelijke capaciteit en het zijn geen geluiden die nu erg leven in Bernheze. Mocht die ambitie in de toekomst wel wenselijk zijn, is het nodig om een medewerker participatie aan te stellen die de organisatie kan ondersteunen in deze taak. Uitdaagrecht Het uitdaagrecht ondersteunen we. We zien veel kansen binnen het programma waar bewoners

pagina 49

van dit recht gebruik kunnen maken. Het uitdaagrecht betekent dat een collectief de gemeente kan ‘uitdagen’ om een gemeentelijke taak in de openbare ruimte over te nemen. Dit kan wanneer zij denken dat de gemeentelijke taak kwalitatief beter en/of efficiënter kan. De gemeente deelt het beschikbare budget dat gereserveerd is voor de gemeentelijke taak en geeft het daarmee uit handen. Denk hierbij aan initiatieven als het onderhouden of inrichten van groenperken in je eigen omgeving. In de gemeente Zundert zijn ze al een tijd bezig met het uitdaagrecht daar zeggen ze: “Mensen zijn betrokken bezig en zijn trots op hun initiatief/het wonen en leven in hun buurt. Er is een positieve verstandhouding tussen de mensen en gemeente.” Het verschil met overheidsparticipatie is dat het uitdaagrecht een initiatief moet zijn die de gemeente gebruikelijk zelf uitvoert en begroot heeft staan. Een initiatief vanuit een inwoner die niet begroot staan behandelen volgens de wijze van overheidsparticipatie. In beleidsuitwerking 5 staat een afwegingskader beschreven waar een verzoek tot uitdaging aan moet voldoen. We organiseren dat we tot 4 uitdaagrecht verzoeken (4x 10 uur) kunnen begeleiden. A.d.h.v. daarvan evalueren hoe dit in de toekomst eruit ziet. Ook wat het in Bernheze aan capaciteit kost. 10 uur per aanvraag is wat Zundert ongeveer kwijt is per initiatief van het uitdaagrecht.

Dat is inzet is de voorbereidende fase en niet bij realisatie. Mogelijk is er bij realisatie ook nog inzet nodig om het collectief goed te informeren.

pagina 50

6. Programmaorganisatie en sturing Gemeente Bernheze kiest ervoor om programma's niet buiten de lijnorganisatie te plaatsen. Het uitvoeren van een programma binnen de lijnorganisatie heeft voordelen maar geeft ook uitdagingen. Voordelen zijn een goede inbedding in de organisatie en samenhang met de andere programma's en projecten. Uitdagingen zijn er ook. Programmateamleden hebben er diverse taken bij, die ten koste kunnen gaan van programma GGS. Hieronder beschrijven we hoe we zorgen dat GGS werkelijk tot uitvoering komt aan de hand van de TGKIO (Tijd, geld, kwaliteit, informatie, organisatie). Daarbij zoeken we zoveel mogelijk aansluiting bij de bestaande processen die in Bernheze al lopen. Invulling volgt na evaluatie pilotjaar (september 2025). Uitwerking op het programmateam/ organisaties, verantwoordelijkheden programmamanager, overlegvormen. Programmaorganisatie Rol

Wie

Verantwoordelijk heden

Koppelt terug aan:

Hoe? Jaarrekening

Portefeuillehoude

Wethouder

r

(jaarlijkse evaluatie Gemeenteraad

/ monitoringsrapport ?)

Ambtelijk

Teamcoach

opdrachtgever Opdrachtnemer

Programmaregisse ur OF ??? Beleidsmedewerke

Programmateam

MO

r recreatie en erfgoed

Vastgestelde indicatoren

Beleidsmedewerke r groen natuur en landschap Beleidsmedewerke r klimaatadaptatie Beleidsmedewerke r milieu

pagina 51

Financiën Een groot deel van de projecten uit dit programma wordt door de eigen gemeentelijke organisatie uitgevoerd (projectleiding, voorbereiding, toezicht). Het beschikbaar hebben van de middelen én de capaciteit voor realisatie moeten daarom hand in hand gaan. De dekking voor de projecten kan op hoofdlijnen uit drie posten worden geput: 1. Reserves 2. Algemene middelen (reguliere P&C cyclus) 3. Subsidies

Reserves We hebben vier reserves die benut kunnen worden voor projecten uit GGS: kwaliteitsverbetering landschap, Ruimte voor Ruimte, verbetering van de fysieke leefomgeving en transitie sociaal domein. Voor elke reserve gelden bestedingsdoelen. Het is afhankelijk van de aard en ligging van het project welke reserve kan worden aangewend. Hoe we daarin keuzes maken wordt uitgewerkt in: Proces besteding projecten uit reserves.docx

Algemene middelen Projecten waarvoor geen dekking kan worden gevonden vanuit de reserves, brengen we in bij de kadernota.

Subsidies Waar mogelijk dragen we onze GGS-projecten aan voor subsidie.

pagina 52

7. Risico’s, (koppel-)kansen en aanbevelingen Bij het ontwikkelen van dit programma is veel informatie opgehaald. Niet alles heeft direct werking gekregen in dit programma. De volgende onderwerpen verdienen een nadere uitwerking of vervolg. ** tabel specificeren als project verder gevorderd is ** Thema’s

Wat wel in programm a GGS

(%)

Wat niet in programma GGS

Waar is dat dan wel belegd?

Gezondhei d

Maatregele n in de fysieke leefomgevi ng die bijdragen gezondheid

100

Stimulerings- en bewustwordingsmaat regelen om mensen te laten bewegen, ontmoeten e.d.

Breed Maatschappelijk beleid

Sport, spelen en bewegen

Beleid, planregels en maatregele n om GGS gestalte te geven.

100

Sportbeleid, sportaccommodatie beleid en –beheer

Breed Maatschappelijk beleid (?)

*

Spreiding, bereikbaar heid en toegankelij kheid sportparke n Groen, natuur en landschap

Beleid, planregels en maatregele n om GGS

95

pagina 53

gestalte te geven. Erfgoed

Idem

?

Recreatie

Idem

?

Klimaat

Hittestress

?

Wateroverlast

Programma Water en Riolering

Milieu

Beleid, 15 planregels en maatregele n op het gebied van lucht, bodem, geur, geluid, licht(hinder)

Waterkwaliteit

Programma Water en riolering

Gevaarlijke honden

Algemene plaatselijke verordening

Inclusiebeleid

Breed Maatschappelijk beleid

, zoönosen Honden

Beleid, planregels en maatregele n t.a.v. honden uitlaten in de openbare ruimte

Inclusie en toegankeli jkheid

Inclusienor m t.a.v. speel- en beweegple kken

75

pagina 54

Duurzaam voedsel

Kleinschali ge initiatieven van derden die bijdragen

?

Stimulering natuurinclusieve, biologische en gemeenschaps landbouw

Programma transitie landbouw en buitengebied

aan de GGSdoelen

Beleidsregels en planregels milieu: Beleidsregels en planregels op het gebied van milieu zijn belangrijk om de strategische doelstelling nr. 3 te behalen. We bepalen deze regels samen met onze partnergemeenten in de regio. Voordelen van deze regionale samenwerking zijn de bundeling van kennis en expertise en regionaal afgestemd beleid. Een nadeel van deze regionale samenwerking is dat de planning niet gelijk loopt met de planning van het programma GGS. Daarom de overweging de beleidsregels milieu apart vast te laten stellen na een eigen participatietraject en dan te in voegen in dit programma onder strategisch doel 3. De juridische borging daarvan gebeurt apart daarvan door opname in het omgevingsplan. Heroverweging groennorm bij hoogbouw Uit het programma Volkshuisvesting blijkt de noodzaak tot bouwlocaties. Uit het programma Water en Riolering blijkt de noodzaak om het principe ‘Water en boden sturend’ te hanteren. De eerste analyses lijken erop te wijzen dat de beste gronden om te bouwen reeds benut zijn. Nu nog gaan bouwen op andere gronden, aan de randen van de kernen, zou een roofbouw zijn op de gronden die eigenlijk optimaal zijn voor andere doelen zoals (extensieve) landbouw, recreatie en (parkachtige) natuur. Intensiveren in de kernen door hoogbouw lijkt recht te doen aan de doelstellingen vanuit beide programma’s.

Dat heeft effect op dit programma GGS: Als we meer hoogbouw plegen, maar vasthouden aan de groennorm van 20% openbaar groen per woning, ontstaat scheefgroei. Steeds meer mensen moeten dan gebruik maken van dezelfde vierkante meters openbaar groen. Of we iedereen dan nog voldoende plek kunnen bieden voor verkoeling, ontspanning en inspanning in de buitenlucht is te betwijfelen. Daarnaast was de 20%norm een hulpmiddel om aan de norm van 107 m2 openbaar groen per woning te blijven voldoen. Als we meer gaan werken met hoogbouw, moet hiervoor een passende groennorm worden ontwikkeld.

pagina 55

Nawoord Het programma GGS geeft ruimte aan de ontwikkeling van robuuste natuurnetwerken, toegankelijke en veilige buitenruimtes, en klimaatadaptieve oplossingen. Het programma GGS beschermt belangrijke natuur, milieu en erfgoedwaarden. Dit alles draagt bij aan het versterken van biodiversiteit, recreatie en sociale samenhang. We maken met dit programma bewuste keuzes om onze ruimte optimaal te benutten, stimuleren beweging en ontmoeting, en richten ons op het welzijn van alle generaties, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Zo bouwen we samen aan een leefomgeving waar natuur en gezondheid hand in hand gaan en bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. Vervolg & aanbevelingen Thema-uitwerking programma overstijgend Na vaststelling van het programma werken de verschillende programma’s toe naar themauitwerkingen. Het gaat onder andere om de volgende thema-uitwerkingen programma overstijgend: - Programma GGS en programma Volkshuisvesting over waar GGS precies gepositioneerd zou moeten worden om recht te doen aan de Omgevingsvisie (water en bodem sturend) met aandacht voor het feit dat er ook gebouwd moet kunnen worden. - Programma GGS en programma transitie landbouw over de invulling van GGS in de groene cirkels. Hardheidsclausule Het college mag in bijzondere situaties afwijken van dit Programma, mits goed gemotiveerd.

Dit kan alleen als het college vindt dat het Programma leidt tot een oneerlijke en onredelijke uitkomst. Het college legt dan uit waarom deze afwijking de bredere doelen van GGS niet schaadt.

pagina 56

Bijlagen Bijlage 1 Samenhang doelen-inspanningen Hieronder vindt u een opsomming van alle inspanningen (ofwel maatregelen) die we de komende jaren gaan plegen om dichter bij onze doelen te komen. Het laat zien wat we gaan doen en aan welke doelen elke inspanning bijdraagt. De korte-termijninspanningen die we als concreet project kunnen definiëren en specifieke claims leggen op uren of middelen komen terug in de uitvoeringsagenda (losse bijlage). Deze uitvoeringsagenda actualiseren we periodiek. Operationele doelstelling

Inspanningen (Maatregelen)

Strategisch doel 1

In 2030 is ons groenareaal tenminste 107m2 openbaar groen / per woning.

Het vergroenen van versteende parkeerplaatsen door halfverharding.

2

3

4

5

X

Inzet van groennorm in inbreidinguitbreidingswijken. Juridisch vastleggen van groennorm en compensatie. Uiterlijk in 2030 zijn tenminste 5 wijken een categorie groener geworden dan bij de totstandkoming van het Groenstructuurplan in 2024 het geval was.

Actief vergroenen van grijze wijken en centrumgebieden.

pagina 57

Operationele doelstelling

Inspanningen (Maatregelen)

Strategisch doel

Uiterlijk in 2030 zijn tenminste 5 wijken een categorie groener geworden dan bij de totstandkoming van het Groenstructuurplan in 2024 het geval was.

Uitvoeren 0-meting GGS.

X

In 2030 is 50% van de schoolpleinen vergroend. In beeld brengen van actuele natuurwaarden en potentie van gebieden. Streefbeeldenboek voor groene gezonde structuren met inspirerende beelden en concrete profielen en maatvoeringseisen. Vergroen bedrijven-terreinen en zet ze multifunctioneel in. IVN heeft een project Groene Gezonde Bedrijventerreinen.

Uiterlijk in is 2030 het aanbod aan fiets- en wandelpaden met duidelijke bewegwijzering en recreatieplekken in de gemeente vergroot ten opzichte van 2026.

Inzichten uit afstand tot koelte plekken inzetten in programmering van vergroening van wijken.

X

X

Inzicht in koele routes en deze inzetten voor programmering bij renovatie. Aanleg van een drinkwatertappunt per kern. WUR richtlijnen en basisprincipes voor natuurlijke verkoeling: aantrekkelijke koele plekken en route uitvoeren 637525 Menukaart hitte aanpak organiseren in Bernheze.

pagina 58

Uiterlijk in is 2030 het aanbod aan fiets- en wandelpaden met duidelijke bewegwijzering en recreatieplekken in de gemeente vergroot ten opzichte van 2026.

Peelrandbreuk wandeling in gemeente.

X

X

Recreatie communicatie in media, 4 x per jaar info. Wandeling Rondom Abdij (beleef en rustroute). Dierenweides onderling verbinden en kwaliteit controleren / borgen. Recreatiekaart ontwikkelen waarop alle mogelijke manieren van bewegen / beleven te vinden zijn, speel, wandel, fiets, paard, etc. 3 – 6 Wandelstartpunten (ommetjes) ism IVN. Inventariseren bewegwijzering en in kaart brengen staat van borden. Vervangen oude recreatie/ informatieborden. Arboretum kwaliteits impuls samen met Living Lab, Bosgroep en IVN. Zoneringsplan opstellen voor de toegankelijkheid van onze natuurgebieden voor diverse gebruikersgroepen en dit uitwerken in een uitvoeringsplan (bebording, bewegwijzering enz). Overzichtelijke beleefkaart (mooie natuurplekken, monumenten en parkjes ). Een routekaart

pagina 59

Operationele doelstelling

Inspanningen (Maatregelen)

Strategisch doel

ontwikkelen voor Bernheze recreatie.

Vanaf 2026 ondersteunen we particulieren en ontwikkelaars met informatie en inspiratie voor groenmaatregelen en wat men tegen hittestress kan doen.

Een specifieke duiding waar groene uitloopgebieden gewenst zijn en wat hun omvang zou moeten zijn i.r.t. gewenste functies en bereikbaarheid Een beeldenboek opstellen wat laat zien hoe GGS er uit kan zien, welke functies het kan vervullen en welke ruimtebeslag daarmee gemoeid is. Dit gebruiken we als inspiratie bij realisatieprojecten en als toetskader bij de intake van ruimtelijke plannen.

X

X

Inzet van toolbox bij ontwerp van nieuwe gebieden (waar ook getoetst kan worden wat het effect is van de maatregelen) voor hitte. Mogelijk ook in de toekomst monitoring. Pilot ontwerpprincipes hitte in nieuwbouwontwikkeling (actief grondbezit van gemeente) Initiatiefnemers dienen groenparagraaf op te nemen bij bouwplannen. We voeren projecten uit om de peelrandbreuk zichtbaar te maken

X X

Project Revennekes (Beleven van de breuk tussen Meuwel en Bedaf) herijken We sluiten aan bij het Geopark voor profilering en gezamenlijke uitvoeringsprojecten

pagina 60

Operationele doelstelling

Inspanningen (Maatregelen)

In 2030 is het percentage ‘Beweegvriendelijke omgeving’ toegenomen ten opzichte van de situatie in 2022 (*).

Uitvoeren plan gezonder ouder worden - Groene beweegplek ouderen.

Strategisch doel X

Uitvoering BOSS-plan. Vanaf 2026 kan elke inwoner informatie vinden over de gevolgen van klimaatverandering (met name hitte), waar koele plekken en routes zich bevinden, gezondheidsadviezen bij warm weer voor kwetsbare inwoners en wat inwoners zelf kunnen doen in eigen tuin.

Opstellen lokaal hitteplan.

X

Kaart met koele routes en plekken (in samenwerking met recreatie). Informatie beschikbaar online (en op locatie over koele routes naar voorzieningen). Bewustwordingscampagne duurzaamheid. Deelname aan het Zonvenant van het huidfonds

Vanaf 2026 kan elke inwoner informatie vinden over de gevolgen van klimaatverandering (met name hitte), waar koele plekken en routes zich bevinden, gezondheidsadviezen bij warm weer voor kwetsbare inwoners en wat inwoners zelf kunnen doen in eigen tuin.

WUR richtlijnen en basisprincipes voor natuurlijke verkoeling: aantrekkelijke koele plekken en route uitvoeren Jaarlijks realiseren wij 2 vergroenings-projecten

X

Subsidieregeling voor initiatieven inwoners. Promoten NK Tegelwippen. Bewustwordingscampagne duurzaamheid.

pagina 61

Operationele doelstelling

Inspanningen (Maatregelen)

In 2028 hebben we minimaal 2 pilots gedraaid met een buurtaanpak waarin speel- en beweegplekken in een volledige buurt worden aangepakt conform de BOSS-aanpak.

We passen speelse elementen toe bij onderhoud in buurten/ wijken.

Strategisch doel X

De kernen Heesch, HeeswijkDinther en Nistelrode hebben allemaal minimaal één kernplek bewegen, ontmoeten, spelen en sporten, één grote natuurspeelplek en minimaal één kernplek sporten. Sportpark open , toegankelijk maken + multifunctioneel inrichten Normering type plekken en routes opstellen - BOSS 0-99 - klimaatadaptatie - biodiversiteit - Inclusie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=7bf8308c-15e7-4065-8d1d-39d16993f485