Concept programma groene gezonde structuren (2)
Tekst van het document
n
Programma Groene Gezonde Structuren Datum: 1 juli 2025 – Concept
Gemeente Bernheze
"Samen bouwen we aan een gezonde, groene leefomgeving waar natuur, landschap, groen en erfgoed en mensen floreren – stevig verankerd in beleid, gedragen door samenwerking, en voelbaar in het dagelijks leven."
Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................. 4 1. 2.
Inleiding .............................................................................................................................. 5 Achtergrond, aanleiding en totstandkoming .................................................................... 7 2.1. Een programma onder de omgevingswet........................................................................................... 7 2.2 Participatie bij totstandkoming programma ......................................................................................... 9
3.
Afbakening van het programma. ..................................................................................... 12
4.
Programmavisie en strategische doelen ........................................................................ 14
4.1 Inleiding ............................................................................................................................. 14 2.
We stimuleren gezonder gedrag van onze inwoners door de leefomgeving gezond .. 14
4.2 Strategisch doel 1: We zorgen voor een groter aanbod en een betere bereikbaarheid van groene gezonde structuren ............................................................................................. 15 4.3 Strategisch doel 2: We stimuleren gezonder gedrag van onze inwoners door de leefomgeving gezond in te richten ........................................................................................ 24 4.4 Strategisch doel 3: Natuur-, landschaps-, milieu -en cultuurhistorische waarden zijn beter beschermd en krijgen meer kansen om zich te ontwikkelen ..................................... 30 4.5 Strategisch doel 4: We werken samen met partners en inwoners aan een actiever en sterker netwerk ........................................................................................................................ 42 4.6. Strategisch doel 5: Groene gezonde structuren zijn beter verankerd in alle relevante beleidsstukken, instrumenten, werkprocessen en projecten .............................................. 43 4.7 Monitoring .......................................................................................................................... 44 5. Realisatiestrategie ...............................................................................................................
45 5.1 Wat doet de gemeente zelf ................................................................................................................ 45 5.2 Hoe werken we samen met onze inwoners? ..................................................................................... 47
6.
Programmaorganisatie en sturing ................................................................................. 51 Financiën ................................................................................................................................................ 52 Reserves .................................................................................................................................................. 52 Algemene middelen ................................................................................................................................. 52 Subsidies ................................................................................................................................................. 52
7. Risico’s, (koppel-)kansen en aanbevelingen ..................................................................... 53
Nawoord ........................................................................................................................... 56 Bijlagen ............................................................................................................................. 57 Bijlage 1 Samenhang doelen-inspanningen .......................................................................... 57
pagina 2
Bijlage 2 Analyses huidige situatie ........................................................................................ 73 Bijlage 3 Beleidsregels ........................................................................................................... 75 Beleidsuitwerking 1: Integrale uitwerking lanen en wegen buitengebied’ .......................... 85 Beleidsuitwerking 2: Groen, natuur en bomen...................................................................... 86 Beleidsuitwerking 3: Juridisch kader i.r.t. bomen................................................................. 90 Beleidsuitwerking 4: GGS-waarden in planproces renovaties/reconstructies ................. 106 Beleidsuitwerking 5: Afwegingskader uitdaagrecht. .......................................................... 107 Beleidsuitwerking 6: BOSS-plan (Bewegen, Ontmoeten, Spelen en Sporten in de openbare ruimte) .................................................................................................................................... 108 Beleidsuitwerking 7: Menukaarten overheidsparticipatie .................................................. 113 Losse bijlage: Uitvoeringsagenda........................................................................................ 114
pagina 3
Voorwoord Door verantwoordelijk wethouder (M. Tielemans).
pagina 4
1. Inleiding Groene gezonde structuren Bernheze streeft naar een toekomst waarin groene en gezonde structuren centraal staan in een duurzame, inclusieve en gezonde leefomgeving. Door robuuste natuurnetwerken, toegankelijke en veilige buitenruimtes, en klimaatadaptieve oplossingen te combineren, versterken we biodiversiteit, recreatie en sociale samenhang. We maken bewuste keuzes om ruimte optimaal te benutten, stimuleren beweging en ontmoeting, en richten ons op het welzijn van alle generaties, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Samen bouwen we aan een leefomgeving waar natuur en gezondheid hand in hand gaan en bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. Zo zorgen we samen voor een groene, leefbare en inclusieve omgeving ook voor onze toekomstige generaties. Het programma Het concept Groene Gezonde Structuren komt voort uit de Omgevingsvisie Bernheze 2040. Het schetst een ambitieus beeld van een gezonde leefomgeving voor onze inwoners. Dit programma GGS moet ervoor zorgen dat de gemeente gerichte stappen gaat zetten om tot die gezonde leefomgeving te komen. Dit doen we door duidelijke doelen te benoemen waar we middels dit programma naar toe werken en de acties die ervoor nodig zijn om die doelen te bereiken. Daarnaast is dit programma ook een integratie van de voormalige beleidsplannen.
Met de komst van de Omgevingswet werken we niet meer met beleidsplannen, maar met programma's. Dit programma heeft daarmee zowel een beleidsmatige als ontwikkelende kant. Het programma heeft een doorlooptijd tot 2030 en wordt jaarlijks bijgesteld op basis van monitoring van de doelstellingen en nieuwe ontwikkelingen. Leeswijzer Gemeente Bernheze heeft expliciet gekozen voor integrale programma's. Programmatisch creëren is een passende werkvorm om integraliteit te bereiken, maar is dus niet hetzelfde als een programmatische aanpak. In hoofdstuk 2 leggen we uit wat dat programmatisch creëren wel betekent. Welke voormalige beleidsvelden een plek krijgen in dit programma GGS staat in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 komen we tot de hkern van dit programma. Hierin staan:
De STRATEGISCHE DOELEN die we willen bereiken; De INSPANNINGEN (maatregelen) die we zelf gaan leveren om tot die doelen te komen; De REGELS die we gaan stellen aan onszelf én anderen om tot die doelen te komen (t.b.v. de herkenbaarheid hebben we alle regels die terug gaan komen in het omgevingsplan in een kader geplaatst); Verwijzingen naar enkele bijlagen die belangrijk zijn voor het bereiken van de doelen (maar omwille van een compact en helder programma achteraan zijn geplaatst) zoals: o BELEIDSREGELS UITVOERING (hierin leggen we vast HOE wij zaken doen in gemeente Bernheze. Hiermee legitimeren wij onze werkwijzen)
pagina 5
o
De uitvoeringsagenda (dit is een opsomming met concrete PROJECTEN die we op korte termijn gaan uitvoeren)
In hoofdstuk 5/6 leggen we uit hoe we onze organisatie inrichten om dit programma effectief en efficiënt te kunnen realiseren. Het opstellen van dit programma is een omvangrijke klus geweest omdat er veel beleidsvelden, spelers en belangen mee gemoeid zijn. Er is veel informatie opgehaald en in dit programma verwerkt. Er is ook informatie opgehaald die geen plek heeft gekregen in dit programma, maar wel relevant is om in een ander programma nader uit te werken. Dit soort onderwerpen komen in het laatste hoofdstuk aan bod. Voor achtergrondinformatie zoals werkdocumenten, nulmetingen, analysedata en dergelijke verwijzen wij naar de bijlagen.
pagina 6
2. Achtergrond, aanleiding en totstandkoming 2.1. Een programma onder de omgevingswet Instrumenten onder de omgevingswet Dit programma is bedoeld om de GGS-visie uit de Omgevingsvisie concreet te maken en om te zetten in acties. Maar dit programma kan niet los worden gezien van de andere kerninstrumenten uit de Omgevingswet. Deze staan in de afbeelding hieronder weergegeven. Daaronder volgt de uitleg van de onderlinge verbanden.
Ad. 1: Omgevingsvisie Bernheze 2040 is vastgesteld op 7 maart 2024. Daarin is een visie op het concept GGS uitgelegd op de pagina's 56 tot en met 63. Ad. 2: Dit programma GGS geeft concrete invulling aan die visie. In dit programma:
Beschrijven wij programmadoelen (zowel strategisch als operationeel) Beschrijven wij maatregelen (wat gaan wij doen om die doelen te bereiken?) Leggen wij beleidslijnen vast (hoe werken wij in deze gemeente aan GGS? Dit kan beschermend/bestendigend zijn, maar ook gericht zijn op actie en verandering) Leggen wij uit welke regels nodig zijn en hoe wij hiermee gaan werken Werken wij uit hoe wij onze organisatie inrichten op een actieve realisatie van GGS en hoe wij derde partijen hierbij betrekken
pagina 7
Ad. 3: Decentrale regels worden vastgelegd in het omgevingsplan. Dit vormt een juridische uitwerking van de regels die nodig zijn om onze waarden te beschermen en doelen te bereiken. Deze regels zijn juridisch bindend voor overheid en burger. Dit programma GGS levert de beleidsmatige grondslag van deze regels. Het omgevingsplan zorgt voor de juridische borging. Ad. 4 Algemene rijksregels controleren we bij de opstelling van dit plan. Wat van rijkswege al is geregeld, nemen wij niet mee in de gemeentelijke plannen. Ad. 5 Als GGS-gerelateerde vergunningen nodig zijn, vindt u in dit programma de bijbehorende beleidsregels (bijvoorbeeld criteria om waarden te benoemen of aan te wijzen en criteria om vergunningen te verlenen of te weigeren). Ad. 6: Een projectbesluit wordt genomen door Waterschappen, provincies of het rijk. Dit heeft daarom geen raakvlakken met dit programma. Vrijwillig programma Binnen de omgevingswet bestaan vier soorten omgevingsprogramma's: 1. Vrijwillig of onverplicht programma; 2. Verplicht programma; 3. Verplicht programma bij (dreigende) overschrijding van omgevingswaarde; 4. Programma met programmatische aanpak. Programma GGS is een vrijwillig of onverplicht programma. Dat maakt dat het vormvrij is. Wel hoort een programma de volgende onderdelen te bevatten (art. 3.5 Omgevingswet)
een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan,
maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.
Het Omgevingsbesluit speelt ook een rol bij programma’s. Zo is in afdeling 10.4 Omgevingsbesluit bepaald op welke momenten of met welke frequentie verplichte programma’s vastgesteld of geactualiseerd moeten worden. Ook regelt die afdeling de motiveringsplicht voor vroegtijdige publieksparticipatie. De komst van de Omgevingswet noodzaakt tot anders werken. Een gemeente kan een beleidsplan eenvoudigweg hernoemen naar een programma. Maar Bernheze kiest voor een hoge mate van integraliteit. Omdat integraliteit een belangrijk basisbeginsel is in de Omgevingswet én omdat Bernheze veel meerwaarde ziet in het integraal oppakken van opgaven. Bij integraal werken is programmatisch creëren een heel passende werkwijze. Hieronder leggen wij uit wat de hoofdkenmerken en voordelen zijn van programmatisch creëren om te komen tot een omgevingsprogramma. En we leggen uit hoe we dat hebben toegepast voor dit specifieke programma. Daarbij de belangrijke kanttekening dat we het hier hebben over de werkwijze programmatisch creëren, en NIET over een omgevingsprogramma met een programmatische aanpak zoals verwoord onder de Omgevingswet (art. 3.2.4) pagina 8
Programmatisch creëren Steeds meer organisaties werken met programma’s, omdat dat houvast biedt bij het realiseren van belangrijke, strategische (verander)opgaven. Een programma is een tijdelijke manier van samenwerken, gericht op het nastreven van bepaalde strategische doelen, die bijdragen aan het verwezenlijken van de transitieopgave. Groene gezonde structuren raakt aan veel thema’s en opgaven. Om de samenhang te waarborgen en te overzien of we vooruitgang boeken werken we aan de hand van de doelenboom (zie onderstaand schema) gericht aan het realiseren van de ambities ten aanzien van de groene gezonde structuren. De doelenboom is een manier om een missie of visie te vertalen naar concrete doelen binnen de organisatie. Het brengt doelen door de hele organisatie op één lijn en zorgt ervoor dat deze aansluiten op de strategie van de organisatie. De strategische en operationele doelen van het programma GGS zijn opgenomen in hoofdstuk 4. In bijlage 1 staan de benodigde inspanningen (ofwel maatregelen) die nodig zijn om de doelen te behalen.
2.2 Participatie bij totstandkoming programma Afdeling 10.4 van het Omgevingsbesluit bevat de procedurebepalingen voor programma's. Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Ook wordt aangegeven op welke wijze invulling is gegeven aan het toepasselijke decentrale participatiebeleid. Ambtelijk Bij het opstellen van dit programma zijn collega’s uit verschillende afdelingen en professionele partnerorganisaties (provincie, het waterschap en GGD) betrokken. Wij hebben hiervoor een drietal werksessies georganiseerd. In de eerste werksessie hebben we opgehaald welke raakvlakken er zijn met ander beleid. In de tweede en derde werksessie hebben we gewerkt aan pagina 9
de doelenboom. Met deze aanpak hebben we met alle betrokken collega’s en partnerorganisaties een gedeeld beeld van de visie van groene gezonde structuren, doelen en bijbehorende maatregelen. Veel beleidsvelden dragen bij aan een goed functionerende GGS, maar zijn tot nu toe sectoraal werden opgepakt. In dit programma zijn meerdere beleidsvelden geïntegreerd. Waaronder het groenstructuurplan, erfgoedvisie, recreatievisie, speel- en beweegplan, klimaatadaptatie (met name voor hitte) en milieu. Ook richtlijnen van de GGD over gezonde leefomgeving hebben we in dit programma geïntegreerd. Eén van de waardevolle bevindingen die we meenamen uit de werksessies met GGD is dat zij veel expertise heeft over wat er zou moeten gebeuren om een gezonde leefomgeving te maken. En dat we als gemeente daarin een grote rol kunnen spelen doordat wij zeggenschap hebben over inrichting en gebruik van de openbare ruimte. Het ligt in lijn met de Omgevingswet om deze beleidsvelden in één programma onder te brengen en zo gezamenlijk doelen te stellen en integrale maatregelen te treffen. Bestuurlijk Er zijn twee bijeenkomsten met de raadswerkgroep Omgevingswet geweest waarbij werd gesproken over de implementatie van de Omgevingswet in combinatie met de pilotprogramma’s GGS en Volkshuisvesting. De commissie RZ gaat de eerste conceptversie van het programma opiniërend bespreken in september 2025.
*** belangrijkste resultaten worden hier ingevoegd *** Belangengroepen We hebben het conceptprogramma ter consultatie voorgelegd aan de volgende partnerorganisaties: a. b. c. d. e.
De 5 dorpsraden ZLTO Bernheze (zuidelijke land- en tuinbouworganisatie) Kerngroep Living Lab IVN Bernheze (behartigt belangen van natuur en educatie) Bernhezer buitenwacht (komt op voor het herstel van het evenwicht van functies in het buitengebied) f. IPG Bernheze (Integraal platform gehandicaptenbeleid) g. De 3 heemkundekringen *** presentatie bij partneroverleg 4 juni, en daarna toezending 50% versie. Belangrijkste resultaten hier invoegen *** Inwoners Toen de Omgevingsvisie werd opgesteld hebben we alle inwoners de kans gegeven om hun wensen en ideeën bij het concept GGS kenbaar te maken door middel van ons online participatieplatform SamenBernheze.nl. Bijna honderd ideeën werden ingediend, waarvan er drie zijn beloond met realisatie in 2025. De lijst met ideeën gaf een goed beeld van het brede scala aan wensen van onze inwoners. Bij Bernheze Bespreekt 2024 hebben we aanwezigen gevraagd naar hun concrete ideeën over GGS en wat zij ervoor nodig hebben om dat gerealiseerd te krijgen. Bij Bernheze Bespreekt 2025 hebben we met de aanwezigen van gedachten gewisseld over de meedenkkracht en meewerkkracht van de samenleving. Centrale vraag was wie de grootste rol heeft in realisatie van GGS: overheid of burger. Daaruit hebben wij opgemaakt dat de gemeente de belangrijkste partij is voor realisatie van GGS. Wel is het goed om open te staan voor kansrijke
pagina 10
initiatieven met daadkracht en deze goed te faciliteren. Dit heeft zijn uitwerking gekregen in hoofdstuk 5. Begin 2024 is een enquête uitgezet onder onze inwoners over spelen bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Bijna 200 mensen hebben hun via deze weg hun mening gedeeld. De ingediende ideeën zijn opgenomen als onderdeel van het BOSS-plan in beleidsuitwerking 6. Hoe we met deze opgehaalde ideeën omgaan is opgenomen in hoofdstuk 5. Dit programma is niet opengesteld voor individuele inwonersparticipatie. Reden daarvoor zijn meerledig:
Dit programma laat lange termijndoelen en acties zien. De ervaring leert dat dit abstractieniveau voor veel inwoners te hoog gegrepen is om inhoudelijk passend te kunnen reageren. We hebben vertegenwoordigers van diverse belangenorganisaties gevraagd om te reageren (zie hierboven). Individuele inwoners krijgen wel de kans om mee te denken zodra we projecten in hun woonomgeving gaan realiseren. De ervaring leert dat dergelijke concrete plannen zich beter lenen voor inwonersparticipatie.
pagina 11
3. Afbakening van het programma. In de omgevingsvisie is de pijler Groene Gezonde Structuren geïntroduceerd als uitwerking van de ambitie Gezonde Leefomgeving. Dit hoofdstuk schetst deze aanleiding en gaat in op de afbakening van het programma Groene Gezonde Structuren thematisch en geografisch. Uitwerking van ambitie ‘Gezonde Leefomgeving’ uit omgevingsvisie Bernheze De ‘Gezonde Leefomgeving’ is een van de ambities in de omgevingsvisie van Bernheze. Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving die als prettig wordt ervaren, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Het concept Groene Gezonde Structuren is daarbij een belangrijke pijler. In deze groene gezonde structuren nodigen we mensen in een aantrekkelijke groenblauwe omgeving uit om hun gezondheid te bevorderen door te bewegen, te sporten, te spelen, te ontspannen en/of te ontmoeten. Met het introduceren van groene gezonde structuren (GGS) bundelen we de ambities van onder meer gezondheid, recreatie, erfgoed, bewegen in aantrekkelijk groen & blauw, meer biodiversiteit, klimaatadaptatie en biologisch voedsel.
Groene Gezonde Structuren kun je vergelijken met de kralen aan de ketting van lintvormige groene of blauwe lijnvormige landschapselementen. Zoals parken en plantsoenen, buitenspeelterreinen en groenblauwe schoolpleinen, beken, waterlopen, wadi’s en overstromingsgebieden, bloemrijke perceelranden, kernranden, natuur inclusieve en biologische landbouw, sportvelden, bos- en natuurgebieden, cultuurhistorische kenmerken, zandwegen en houtwallen. In de omgevingsvisie (p.60) is een netwerkkaart te vinden met de huidige wandelroutes, fietsroutes en ruiterpaden. Potentiële plekken voor groene gezonde structuren zijn terug te zien op de themakaart gezonde leefomgeving (p.54).
pagina 12
Thematische afbakening Uit deze tekst en het uitgebreide streefbeeld blijkt dat GGS een breed begrip is. Het wordt uitgewerkt binnen het thema gezonde leefomgeving. De volgende thema’s hebben een plek binnen het programma GGS: -
Gezondheid Sport, spelen en bewegen Groen, natuur en landschap Erfgoed Recreatie Klimaat (hitte) Water Schone lucht
Thema’s als biodiversiteit, mobiliteit, milieu en inclusiviteit raken ook aan GGS. Deze thema’s zijn wel opgenomen, maar hebben ook in andere programma’s een plek (zoals programma mobiliteit, transitie landbouw, breed maatschappelijk beleid). In hoofdstuk 7 – risico’s, koppelkansen en aanbevelingen is een tabel opgenomen met de verschillende thema’s en wat wel en wat niet is opgenomen in het GGS. Idealiter biedt dit programma op elk bovengenoemd thema het totaalpakket aan maatregelen, beleidsregels en projecten. Op dit moment is dat niet voor alle thema’s mogelijk. Op sommige thema’s worden beleid en regels regionaal uitgewerkt op een later moment (milieu bijvoorbeeld) en sommige thema’s vragen een nadere uitwerking die een vervolgstap vormt op dit programma. Geografische afbakening De visie op de GGS wekt de indruk dat het gaat over een netwerk van lijnen en vlakken wat wij ontwikkelen. Gezonde leefomgeving beperkt zich echter niet alleen tot die lijnen en vlakken. Schone bodem en lucht, ecologische kwaliteit en identiteit willen we overal. Dit programma GGS kent daarom twee soorten werkingsgebieden:
Generiek werkingsgebied GGS: Doelen, beleid en regels in dit programma gelden generiek voor het hele grondgebied van de gemeente Bernheze, tenzij expliciet is aangegeven dat het alleen gaat over een specifiek deel (bijvoorbeeld de openbare ruimte, en niet de terreinen van derden). Specifiek werkingsgebied GGS: De lijnen en vlakken die op de GGS-kaarten zijn aangegeven nemen hierbinnen een bijzondere positie in, omdat deze een hogere prioriteit krijgen bij de realisatie van GGS. Ze geven duiding aan de locaties die we extra belangrijk vinden. En ze zijn de basis onder het netwerkprincipe wat in de omgevingsvisie wordt benoemd: Het concept van een groene gezonde structuur is gebaseerd op het principe dat elk huis een aansluiting heeft op een netwerk van aantrekkelijke groenblauwe structuren. Te vergelijken met een aansluiting op het drinkwater- of elektriciteitsnetwerk. Vanuit je huis kom je te voet of fietsend in het groene netwerk snel in een groene gezonde omgeving.
pagina 13
4. Programmavisie en strategische doelen Dit hoofdstuk gaat in op hoe we ambities en doelen voor Groene Gezonde Structuren bereiken binnen het programma GGS. Hiervoor is een visie opgesteld (wat beogen we met Groene Gezonde Structuren), welke doelen willen we hiermee bereiken en wat is daarvoor nodig.
4.1 Inleiding Visie op Groene Gezonde Structuren Bernheze streeft naar een toekomst waarin groene en gezonde structuren centraal staan in een duurzame, inclusieve en gezonde leefomgeving. Door robuuste natuurnetwerken, toegankelijke en veilige buitenruimtes, en klimaatadaptieve oplossingen te combineren, versterken we biodiversiteit, recreatie en sociale samenhang. We maken bewuste keuzes om ruimte optimaal te benutten, stimuleren beweging en ontmoeting, en richten ons op het welzijn van alle generaties, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen. Samen bouwen we aan een leefomgeving waar natuur en gezondheid hand in hand gaan en bijdragen aan een betere kwaliteit van leven. Doelen bij Groene Gezonde Structuren Met programma GGS werken we aan de volgende strategische doelen: 1. We zorgen voor een groter aanbod en een betere bereikbaarheid van groene gezonde structuren 2. We stimuleren gezonder gedrag van onze inwoners door de leefomgeving gezond in te richten 3. Natuur-, landschaps-, milieu -en cultuurhistorische waarden zijn beter beschermd en krijgen meer kansen om zich te ontwikkelen 4. We werken samen met partners en inwoners aan een actiever en sterker netwerk 5. Groene gezonde structuren zijn beter verankerd in alle relevante beleidsstukken, instrumenten, werkprocessen en projecten.
Wat is daarvoor nodig De strategische doelen vormen de basis van wat we gaan doen, hoe we dat gaan doen en welke projecten we gaan uitvoeren. Per strategisch doel is hieronder de uitwerking te vinden: 1. 2. 3. 4.
Operationele doelen (wat willen we bereiken?) Maatregelen (wat gaan we doen?) en eventuele beleidsregels. Uitvoeringsbeleid (hoe gaan we dat doen?) opgenomen in bijlage. Uitvoeringsagenda (projecten) opgenomen in de bijlage.
pagina 14
4.2 Strategisch doel 1: We zorgen voor een groter aanbod en een betere bereikbaarheid van groene gezonde structuren Met dit strategisch doel bieden we een aantrekkelijke leefomgeving aan onze inwoners, waar mensen zich plezierig en thuis voelen. Zo behouden we ons aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het geeft antwoord op de vraag: waarom zou je in Bernheze gaan wonen of recreëren? Hier horen de volgende operationele doelstellingen bij:
Uiterlijk in 2030 is er minimaal 107m² openbaar groen per woning binnen de kernen van de gemeente.
Uiterlijk in 2030 zijn tenminste 5 wijken een categorie groener geworden dan bij de totstandkoming van het Groenstructuurplan in 2024 het geval was.
Uiterlijk in is 2030 het aanbod aan fiets- en wandelpaden met duidelijke bewegwijzering en recreatieplekken in de gemeente vergroot ten opzichte van 2026.
In 2030 is het percentage mensen dat goed verkoeling kan vinden buiten tijdens aanhoudende hitte toegenomen ten opzichte van de situatie in 2024 (*).
Vanaf 2026 ondersteunen we particulieren en ontwikkelaars met informatie en inspiratie voor groenmaatregelen en wat men tegen hittestress kan doen.
In 2030 is minimaal 15 hectare bos bijgeplant. (*) 66% van de volwassenen vond goed verkoeling in 2024. En 73% van de 65+-ers vond verkoeling in 2024. Bron GGD Gezondheidsmonitor. Maatregelen (wat gaan we doen) met eventuele beleidsregels Inzet op groen en blauw in en nabij onze kernen We zetten in op veel meer groen en blauw in en nabij onze kernen. Met ons eigen openbaar groen dragen we daar ons steentje aan bij en we streven naar een toename van stedelijk openbaar groen. Omdat de hoeveelheid groen in verhouding moet staan tot het aantal gebruikers, zetten we in op behoud van het gemiddelde van 107 m2 openbaar groen per woning in onze kernen.
pagina 15
We zorgen voor een toename van areaal openbaar groen door de volgende regels: • In bestaande wijken mag het areaal* groen niet achteruitgaan. • In bestaande wijken die (ver) onder het gemiddelde zitten vergroenen we actief. • Inzet van een stevige groennorm in de in- en uitbreidingswijken, omdat we die direct toekomstbestendig willen maken én Bernhezer groen. *Met areaal bedoelen we de oppervlakte (m2) openbaar groen. We rekenen in deze stelregels met oppervlakte, en niet met aantallen bomen. Met voldoende oppervlakte hebben we ook voldoende mogelijkheden om bomen aan te planten in goede omstandigheden en uit te laten groeien tot bomen die wezenlijk bijdragen aan onze doelstellingen. Actief vergroenen grijze wijken en centrumgebieden We vergroenen onze woonwijken actief, waarbij wij prioriteren o.b.v. de groenanalyse m 2 per woning. Extra groen in de woonwijken en -straten is belangrijk omdat onze inwoners dagelijks behoefte hebben aan een gezonde, klimaat adaptieve omgeving, die er aantrekkelijk uitziet. We stimuleren de vergroening van woongebieden waar het groengemiddelde laag ligt. Ook kleine projecten (stenen eruit, groen erin) dragen daaraan bij. We zorgen dat de vergroening in onze woonwijken effectief is door op basis van een groenanalyse de vergroening uit te voeren op de locatie waar die het meeste impact zal hebben.
Onderdelen van die groenanalyse zijn onder andere: • huidig hoeveelheid groen m2 /woning • bereikbaarheid van het groen • klimaatatlas • biodiversiteitsscore • overtollige verharding De resultaten van deze analyses en een plan van aanpak leggen we vast in een vergroeningsplan. Centrumlocaties hebben een risico op hittestress door de mate van verstening en het beperkt aanwezige groen. Behoud en aanvulling van bomen en groen staan daarom voorop, om bij te dragen aan waterbuffering, schaduw, verkoeling en luchtzuivering. Met name pleinen komen in
pagina 16
aanmerking om te vergroenen tegen hittestress, waarbij rekening moet worden gehouden met voldoende groeiruimte voor de bomen om tot volle wasdom te komen. Toename groen bij renovaties/reconstructies Bij renovaties en reconstructies van straten en pleinen streven we naar een toename van het oppervlak aan groen. Uitgangspunt is dat er bij elke renovatie of reconstructie minimaal 10% meer groen ontstaat dan er in de uitgangssituatie aanwezig was. Is er in de uitgangssituatie helemaal geen groen aanwezig, dan is de stelregel om in de nieuwe situatie minimaal 10% van het projectgebied groen in te richten. Deze uitgangspunten vormen de basis van de planvorming. Indien dit niet haalbaar is binnen het projectgebied gelden de volgende uitgangspunten ten aanzien van de locatie: • De wijk heeft minder dan 107 m2 openbaar groen per woning: compensatie moet in dezelfde wijk plaatsvinden • De wijk heeft meer dan 107 m2 openbaar groen per woning: financiële compensatie
pagina 17
Parkachtige groen- en uitloopgebieden Om ons groenareaal te laten toenemen en op minimaal 107 m 2 openbaar groen per woning te blijven, willen we onze hoeveelheid parkachtig groen uitbreiden. Meer en /of grotere parken zorgen voor een gezondere woonomgeving met meer klimaatadaptieve mogelijkheden. Hiervoor kopen wij (landbouw)gronden aan, grenzend aan onze woonkernen. Om de biodiversiteit in deze uitloopgebieden een impuls te geven, brengen we de actuele natuurwaarden en de potenties van het gebied in beeld. Op basis daarvan bepalen we doelsoorten en stemmen de inrichting van onze uitloopgebieden daarop af. Robuustere bos- en natuurgebieden Door het areaal bos- en natuurgebieden grenzend aan onze bestaande natuurgebieden uit te breiden maken we deze robuuster. Areaal bos en natuurgebieden is van grote waarde voor de speerpunten biodiversiteit en gezondheid en zorgt voor grote arealen extra openbaar groen. We zien hier een belangrijke rol voor de natuurbeherende organisaties en zoeken daarvoor de samenwerking met hen. Groennorm en groencompensatie We borgen de toename van het areaal openbaar groen door regels te stellen die juridische borging krijgen in het omgevingsplan op het vlak van groennorm en groencompensatie. Daarnaast verplichten we elke initiatiefnemer om een groenparagraaf uit te werken waarmee hij verantwoordt hoe hij met (openbaar) groen omgaat.
Informatie staat beschreven in bijlage 3 beleidsregels 3.1 Groennorm. We onderzoeken de mogelijkheden om deze %norm om te zetten in een m 2 norm omdat die bij een compactere bouw meer recht doet aan het aantal gebruikers. Afwijken van deze normen kan alleen als het college daartoe besluit. In sommige gevallen is het niet mogelijk om aan de norm te voldoen, terwijl het initiatief wel wenselijk is. Het college maakt dan de afweging of het behalen van de groennorm of de doorgang van het initiatief prevaleert. ** Nog af te stemmen hoe we dit schema aanpassen o.b.v. ervaringen sinds vaststelling GSP: -
Sommige plannen sowieso financieel compenseren Mandaat ambtelijke keuze Keuze binnen/buiten wijk handhaven (is dat haalbaar bij financiële compensatie?)
pagina 18
Er wordt nieuwbouw toegevoegd
Zie bijlage 3 beleidsregels 3.1 t/.m 3.4. = 3.2 Compensatie bij het niet kunnen realiseren van de groennorm 3.3 Compensatie bij het verlies van openbaar groen (anders dan door woningbouw) 3.4 Groenparagraaf We zorgen voor een goede spreiding en bereikbaarheid door de volgende regels: Aandacht voor robuuste groene verbindingen We zorgen voor een goed opgebouwde groenstructuur door te toetsen aan de groenstructuurkaart. Groene verbindingen tussen bestaande en nieuwe wijken worden als opgave meegenomen bij ontwikkelingen in bijvoorbeeld Programma’s van Eisen. De groenstructuurkaart laat zien waar op dit moment al waardevol groen, of groene verbindingen aanwezig of gewenst zijn. Op de groenstructuurkaart is ook een ontwikkelperspectief aangeduid dat laat zien: • Waar de groene gezonde structuren liggen • Waar we willen zoeken naar mogelijkheden voor parkachtig groen en uitloopgebieden (zoekgebied groot groen kernen) Dat is gebaseerd op de volgende uitgangspunten. 1. Vanuit elke woning kan men goed en makkelijk grote, aaneengesloten groene plekken bereiken waar het fijn verblijven, recreëren en ontmoeten is.
pagina 19
2. Groene verbindingen binnen de kernen en met het buitengebied versterken en creëren we waar nodig. 3. Vaak liggen historische groene verbindingen langs (verdwenen) zandpaden en waterlopen/ sloten. Door deze te herstellen/robuust te maken ontstaat een beter besef van de identiteit van de omgeving. We maken een uitwerking op de groene gezonde structuren in de vorm van een streefbeeldenboek. Daarin laten we zien wat we verwachten van een plek die als Groene Gezonde Structuur op de kaart staat. Dit werken we uit in inspirerende beelden en in concrete profielen en maatvoering eisen. Zie bijlage 3 beleidsregels 3.5 Groene gezonde structuren op de plankaart. Groene gezonde structuren zijn ingericht op als het extreem heet is We zorgen voor groene gezonde structuren die ook in de toekomst toegankelijk zijn ook als het extreem heet is. “Hitte heeft een aanzienlijke impact op de gezondheid van mensen. Tijdens periodes van extreme hitte kunnen levensbedreigende gezondheidsproblemen en oversterfte optreden. De duur en het aantal hittegolven nemen toe, wat andere gezondheidsrisico's kan verergeren. Mensen ervaren vaak slaapproblemen tijdens warme nachten, wat hun algehele welzijn beïnvloedt. Bovendien leidt hitte tot een daling in de arbeidsproductiviteit, omdat mensen minder effectief kunnen werken onder hoge temperaturen.
Door deze gecombineerde effecten van hitte op zowel gezondheid als het gebied, is het belangrijk om maatregelen te nemen om de impact van hitte te verminderen en de leefbaarheid te verbeteren” We zetten in onze groene gezonde structuren in op een voldoende groot aanbod van koele plekken, koele routes en bij toevoegen van verharding (bij reconstructie en nieuwbouw) adviseren wij hittebestendige-maatregelen te treffen. Voor iedere inwoner zijn er voldoende koele plekken We zorgen dat elke inwoner op een acceptabele afstand een koelteplek kan vinden (binnen vijf minuten lopen). Een koelteplek is een plantsoen dat ruimte biedt aan meerdere grote bomen, zodat meerdere mensen tegelijk kunnen genieten van hun verkoelende werking. Koelteplekken zijn plantsoenen die minimaal 200 m2, op 300 m van een woning in de kern liggen. Inzicht hierover is er op basis van afstand tot koelteplekken Afstand-tot-koeltekaart - Klimaateffectatlas. Bij sommige van deze koelteplekken zorgen we ook voor een drinkwatertappunt. Zodat bij warm weer inwoners voldoende kunnen hydrateren. Dit doen we door in iedere kern bij minimaal 1 van de koelteplekken een drinkwatertappunt te plaatsen. De koelteplekken kunnen samenvallen met recreatieve routes, groene zones of anders. We zorgen voor voldoende bekendheid voor deze plekken door ze op te nemen in bewegwijzering, routes en informatie online.
We zorgen voor voldoende bekendheid voor deze plekken door ze op te nemen in bewegwijzering, routes en informatie online.
pagina 20
Ook als het warm is zijn er koele routes voor langzaam verkeer We zorgen ervoor dat belangrijke wandel- en fietsroutes schaduwrijk en voor iedereen goed begaanbaar zijn. Zodat ook tijdens extreme hitte langzaam verkeer zich kan verplaatsen zonder oververhitting. We streven naar tenminste 30% schaduw op het gedeelte van de weg waar gelopen en/of gefietst wordt (gemeten op het heetste moment van de dag rekening houdend met de schaduwstand in de zomer). Schaduw wordt bij voorkeur gecreëerd door planten en bomen. Ook bij belangrijke OV-haltes zorgen we voor voldoende schaduw.
Creëren van schaduwrijke locaties en koele routes kan door middel van:
Bomen met een volgroeide kruin.
Schaduwdoeken voor hele hete periodes.
Pergola’s.
Verwijderen van asfalt en bestrating.
Ontwerp van buitenruimte bij nieuwbouwontwikkeling Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, of reconstructie, adviseren wij de volgende hittemaatregelen: -
Realiseren van voldoende groen conform onze groennorm. Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling wordt tenminste 30% schaduw op het gedeelte van de weg gerealiseerd waar gelopen wordt (gemeten op het heetste moment van de dag rekening houdend met de schaduwstand in de zomer). Schaduw wordt bij voorkeur gecreëerd door planten en bomen. pagina 21
-
Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling wordt de afstand tot natuurlijk koele verblijfsplekken gecreëerd. Deze afstand mag maximaal 300 meter zijn. Indien dit niet mogelijk is wordt in het plangebied een koele plek gerealiseerd. We stimuleren natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. De ontwikkeling mag de hittestress voor de omgeving niet verergeren. De ontwikkeling mag er niet toe leiden dat de hittestress voor de omgeving toeneemt. De initiatiefnemer moet dit in beeld brengen.
In het Programma Volkshuisvesting geven we voorwaarden mee voor de woning: -
Bij elk project is de keuze van het materiaal zo, dat er zo min mogelijk warmte wordt geabsorbeerd. Hierdoor straalt er ’s nachts minder warmte uit. In het ontwerp en situering van gebouwen, rekening houden met verkoelende windstromen en ligging van groene gezonde structuren. Zoveel mogelijk toepassen van groene maatregelen als groene gevels en daken. Aanleg van hittewerende maatregelen (zoals zonneschermen en pergola’s).
Dit doen we door in een pilot ontwerpprincipes voor hitte bij ontwikkeling (met actief grondbezit van de gemeente) toe te passen. We zetten inzichten uit afstand tot koelteplekken in voor programmering van vergroenen. We adviseren hitte-maatregelen bij nieuwe ontwikkelingen. Zie bijlage 3 beleidsregels 3.6 Bij nieuwbouwontwikkelingen en reconstructie. Recreëren, een kwestie van kwaliteit en kwantiteit In gemeente Bernheze willen we inwoners uit alle leeftijdsgroepen en bezoekers uit de regio of daarbuiten een goede, uitgebreide recreatieve infrastructuur aanbieden. Door nieuwe routes toe te voegen en de kwaliteit van de huidige infrastructuur te verbeteren worden bewegen, ontspannen en beleven laagdrempelig en aantrekkelijk gemaakt. Daarnaast willen we ook inzetten op het bevorderen van duurzame recreatie. Wandelen vanuit de voordeur Voor elke inwoner willen we het mogelijk maken om in de eigen kern een bewegwijzerde wandeling (ommetje) te maken. Zo maken we recreëren in eigen dorp aantrekkelijk en stimuleren we spreiding van recreatie zodat de recreatiedruk niet alleen ligt op de aanwezige natuurgebieden. Het is hierin belangrijk om dit af te stemmen met verschillende disciplines zoals recreatie/toerisme en verkeer.
Comfortabele en veilige openbare ruimte met behoud van waarden Wij nemen onze verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor een openbare ruimte die door iedereen comfortabel, toegankelijk en veilig kan worden gebruikt. Dat betekent een zorgvuldige inrichting waarbij soms keuzes moeten worden gemaakt tussen ofwel comfort en veiligheid van de weggebruiker ofwel de waarden die groen vertegenwoordigt. Soms conflicteren die met elkaar door bijvoorbeeld bomen die enerzijds de noodzakelijke schaduw geven, en anderzijds de verharding van loopstroken onaanvaardbaar opdrukken. Of plantsoenvakken die een grote meerwaarde opleveren voor speelwaarde en biodiversiteit maar uitzicht- of overzichtsbeperkend werken. Om de juiste keuzes te kunnen maken hanteren we een aantal principes. Voor wegen en
pagina 22
bomen in het buitengebied zijn die uitgewerkt en opgenomen in beleidsuitwerking 1: Integrale uitwerking lanen en wegen buitengebied. Voor situaties binnen de bebouwde kom werken we die nog uit. Een belangrijk onderdeel daarin is de balans tussen het werken met normcijfers om bepaalde kwaliteiten te kunnen halen en de doelen die we werkelijk willen dienen. We hanteren CROW-normen om onze weggebruikers een veilig en comfortabele verharding te bieden. We hanteren de normen uit het Handboek Bomen om onze bomen goede groeiomstandigheden te kunnen bieden. Waar deze normen met elkaar conflicteren, zoeken we naar de mogelijkheden om toch zoveel mogelijk aan onze doelen tegemoet te komen. Waar hittestress een groot probleem is, zijn wij bereid bomen aan te planten in niet-optimale omstandigheden: liever een boom die niet de 40 jaar haalt, maar wel vele jaren voor schaduw zorgt, dan een boomloze situatie met veel hittestress voor onze inwoners.
pagina 23
4.3 Strategisch doel 2: We stimuleren gezonder gedrag van onze inwoners door de leefomgeving gezond in te richten Met dit doel bieden we onze inwoners een leefomgeving die gezond gedrag vanzelfsprekender maakt. Liever de speeltuin dan de game-computer. Liever een babbeltje op de buurtbank dan chatten via sociale media. En liever wandelend of fietsend via een groene route naar de buurtsuper, dan even snel de auto nemen. We verbeteren de fysieke en mentale gezondheid door een gezonde, groene omgeving te creëren, die uitnodigt tot buiten, ontmoeten en meedoen. Deze leefomgeving is inclusief. Hier is dus plek voor jong en oud, en voor mensen met een kwetsbaardere gezondheid. We stimuleren gezond gedrag doordat mogelijkheden voor spelen, recreëren en ontmoeten makkelijk te vinden zijn en herkenbaarder zijn. Hier horen de volgende operationele doelstellingen bij:
In 2030 is het percentage ‘Beweegvriendelijke omgeving’ toegenomen ten opzichte van de situatie in 2022 (*).
In 2028 hebben we minimaal 2 pilots gedraaid met een buurtaanpak waarin speel- en beweegplekken in een volledige buurt worden aangepakt conform de BOSS-aanpak.
Vanaf 2026 kan elke inwoner informatie vinden over de gevolgen van klimaatverandering (met name hitte), waar koele plekken en routes zich bevinden, gezondheidsadviezen bij warm weer voor kwetsbare inwoners en wat inwoners zelf kunnen doen in eigen tuin. (*) 40,6% van onze leefomgeving was beweegvriendelijk in 2022. Bron buurtatlas RIVM.
Maatregelen (wat gaan we doen) met eventuele beleidsregels Bewegen, ontmoeten en spelen in de openbare ruimte De openbare ruimte moet beschikbaar zijn en uitnodigen om buiten samen op ontdekkingstocht te gaan. Dit begint al bij de voordeur. Informele ruimte zoals stoepen, pleintjes, grasveldjes en bosjes vormen samen met de formele speel- en sportplekken een netwerk aan routes en plekken waar iedereen kan ontmoeten, zich veilig voelt en plezier kan beleven. Kinderen oefenen in hun woonbuurt spelenderwijs met zelfstandig worden. Ze leren op pad te gaan en samen te spelen. De woonbuurt is ook de plek waar senioren die slechter ter been worden graag zo lang mogelijk zelfredzaam willen blijven. Bankjes en iets te zien of te doen helpen daarbij. Kinderen worden jongeren. Het samen spelen verandert in samen sporten en chillen. Ook voor deze ontwikkelingsfase is het goed om passende plekken aan te bieden. Kinderen spelen meer en langer als hun (groot)ouders op de plek waar ze spelen, anderen kunnen ontmoeten. Bankjes en picknicktafels maken zo speelruimte aantrekkelijker. Kinderen bewegen meer als hun (groot)ouders er graag op uit gaan, bijvoorbeeld om de hond uit te laten of voor een wandeling in het park.
Ook voor volwassenen en ouderen geldt dat we in eerste instantie voor henzelf de buitenruimte zo willen inrichten dat deze stimulerend voor hen is om buiten te bewegen, te sporten en te ontmoeten. Inwoners met een beperking willen we ook toegankelijke plekken bieden waar ze zich welkom weten en mee kunnen doen. Niet op apart ingerichte plekken, dan zijn ze alsnog op zichzelf, maar door in het totale aanbod inclusieve plekken op te nemen. Dit noemen we de BOSSaanpak. Het verbindt opgaves en brengt de wensen van bovenstaande doelgroepen samen. pagina 24
-
-
We implementeren het BOSS-concept wat staat voor Bewegen, ontmoeten-spelen en sporten. Dit concept gaat uit van kern-, buurt- en steunplekken die samen de hoofdstructuur vormen. Plekken in de hoofdstructuur zijn blijvende basisvoorzieningen die zorgen voor een eerlijke verdeling en dat er altijd een plek voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten is. Een tweede pijler onder het BOSS-concept zijn de informele plekken en de routes waar geen speeltoestellen staan, maar waar wel ruimte is voor bewegen, ontmoeten, spelen en sporten. Zij vormen samen de nevenstructuur. Om de nevenstructuur vorm te geven gaan we informele speelplekken ontdoen van toestellen en een andere inrichting geven. Die inrichting moet passen bij het GGS-concept, de behoeften van de gemeente en de omgeving. Uitgangspunt is dat in de basis alleen speeltoestellen worden verwijderd en groen terugkomt. Een paar voorbeelden waar men aan kan denken zijn: o beplanten met veel bomen om te fungeren als koelteplekken o inrichten als hondenspeelveld om zo het spelen/bewegen van honden te
o o
bevorderen, ontmoetingen tussen hondenbezitters te faciliteren en hondenpoep te concentreren beplanten als bosje met waarde voor biodiversiteit waar kinderen ook mogen spelen het plaatsen van één of enkele banken om ontmoeting te stimuleren
Initiatief en behoeften van de omgeving spelen een belangrijke rol bij prioritering en uitvoering. -
Elk jaar renoveren we minimaal 1 buurt conform het BOSS-plan. Daarbij nemen we een brede scope, en kijken ook naar de mogelijkheden van vergroening van tussenliggende routes, en het realiseren van ommetjes bijvoorbeeld.
Spelen in de semiopenbare ruimte Sportparken en schoolpleinen kunnen een soort kralen aan het GGS-snoer vormen. Deze zijn in de meeste gevallen echter niet openbaar. Er zijn meerdere situaties bekend waar kinderen buiten de openingstijden toch het terrein op gaan om er te spelen of te sporten. De behoefte is er dus. Zorgpunten bij de beheerders van de terreinen zijn er ook. Een stap verder is het concept ‘open sportpark’. Een open sportpark is een openbare plek waar mensen kunnen sporten, spelen en ontspannen. Vaak is het een combinatie van sportvelden, groen en plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Deze sportparken zorgen ervoor dat meer mensen kunnen bewegen en samen activiteiten kunnen doen. -
We onderzoeken bij scholen en sportclubs of zij mee willen werken aan openstelling van hun terreinen. En welke voorwaarden zij daaraan stellen. Bij de ontwikkeling van het nieuwe sportpark in Heeswijk-Dinther onderzoeken we de mogelijkheden om hier een open sportpark van te maken. Gezamenlijke sportparken realiseren in iedere kern.
pagina 25
Honden Het bezit van honden helpt tegen eenzaamheid en daagt uit tot meer bewegen en zorgt dat mensen elkaar ontmoeten. Het zorgt ook voor hondenpoep en andere vormen van overlast. Hoge concentraties van hondenpoep, en de daarmee samenhangende uitspoeling naar het grondwater leiden tot grondwatervervuiling. Beleid Het Bernhezer hondenbeleid (vorige versie 2009) gaat uit van de volgende principes: 1) Het bieden van mogelijkheden om honden, op een voor eigenaar en hond prettige wijze, uit te laten en op aangewezen plaatsen los te laten rennen. 2) Het zoveel mogelijk beperken van overlast, veroorzaakt door honden in de openbare ruimte. 3) Het bieden van een duidelijk handhavingskader aan de gemeentelijke toezichthouder en aan hondenbezitters. Ad. 1 en 2. Bernheze werkt met de volgende voorzieningen: - Losloopgebieden: een hond hoeft hier niet aangelijnd te zijn en poep hoeft niet te worden geruimd. - Uitlaatstroken: honden zijn hier wel aangelijnd maar poep hoeft niet te worden opgeruimd. - Verbodsgebieden: hier mag een hond niet komen, ook niet als deze aangelijnd is. Dit zijn alle speelplaatsen, schoolpleinen en speelweiden. Ad. 3. De regels hierover zijn vastgelegd in de APV. Feitelijk betekent dit: - Honden verboden zijn op een kinderspeelplaats, zandbak, speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats.
- Honden binnen de bebouwde kom altijd moeten worden aangelijnd, m.u.v. door het college aangewezen plaatsen (lees: losloopgebieden) - Honden buiten de bebouwde kom moeten worden aangelijnd op door het college aangewezen plaatsen. - De eigenaar de hondenpoep op openbare plaatsen direct moet verwijderen, m.u.v. door het college aangewezen plaatsen Analyse Het hondenbeleid is voor het gebouwd gebied duidelijk. Het enige wat ontbreekt zijn duidelijke spreidingsnormen en inrichtingseisen voor voorzieningen. In 2009 werd al geconcludeerd dat het moeilijk is om hier de juiste normen voor te formuleren. Buiten de bebouwde kom is het wat onduidelijker. Honden hoeven daar alleen aangelijnd te zijn op de door het college aangewezen plaatsen. Aan de randen van veel bosgebieden staan openstellingsborden waarop staat dat het verboden is om daar te komen met een loslopende hond. Die borden zijn vaak verouderd, versleten en slecht leesbaar. Daarnaast is hierover voor zover bekend geen formeel aanwijsbesluit genomen door het college. Voor het Maashorstgebied heeft het college wel een aanwijsbesluit genomen om te zorgen dat dit zeker vrij blijft van loslopende honden en zo aan te sluiten bij de regionale Maashorstafspraken. In
pagina 26
de Hooge Vorssel, ook onderdeel van het Maashorstgebied, is een hondenlosloopgebied aangewezen. Uit de enquête die is gehouden blijkt dat poep op de stoep nog steeds een ergernis is en dat mensen pleiten voor meer (poep)afvalbakken, en de aanleg van meer hondenspeelplaatsen die groter en uitdagender zijn dan nu het geval is. Plekken waar honden kunnen spelen worden genoemd als plekken waar honden kunnen socialiseren, maar hun baasjes ook mensen kunnen ontmoeten. Mensen ergeren zich aan loslopende honden. Dit wordt in zijn algemeenheid genoemd, maar ook specifiek voor de trimbanen in de bossen en plantsoenen waar mensen hun sportoefeningen willen doen. Aanpassingen We houden vast aan de hoofdlijnen van het beleid zoals dat in 2009 is uitgewerkt maar voeren een aantal verbetering door in de uitvoering: -
Als er nog oude depo-dog-dispensers staan, ruimen we die op: iedere hondeneigenaar kan zijn eigen opruimmiddel meebrengen
-
Als er routes zijn waarvan het bekend is dat deze veelvuldig worden gebruikt als uitlaatroute, kunnen we daar afvalbakken bijplaatsen. We intensiveren het schoonmaken van de losloopgebieden en uitlaatstroken. Dit zorgt voor een schoner beeld, minder geurhinder, en minder uitspoeling naar het grondwater. We regelen de honden aanlijnplicht in de bos- en natuurgebieden door: o Hiervoor een aanwijsbesluit te laten nemen door het college o Deze duidelijk op kaart te zetten en dit te communiceren met onze inwoners We actualiseren het aanbod aan voorzieningen op de actuele situatie van nu. Sinds 2009 zijn er meerdere wijken bij gekomen. En we zien steeds meer dat een hondenlosloopveld, mits goed gepositioneerd, gedimensioneerd en ingericht, ook een wezenlijke functie kan hebben binnen het GGS-netwerk. o We brengen het aanbod van hondenvoorzieningen in kaart zodat we dit in samenhang met andere GGS-voorzieningen kunnen bezien. o We vergelijken dit met de favoriete honden uitlaatronden zoals door mensen aangegeven in de enquête. o We onderzoeken of er landelijke normen of ervaringscijfers zijn die meer richting geven aan spreiding, dimensionering en inrichting. o Bij elke buurtaanpak nemen we de aanleg van hondenvoorzieningen integraal mee in de aanpak.
-
-
Voldoende informatie is beschikbaar over gezondheidseffecten van hitte Aanhoudende hitte kan leiden tot serieuze gezondheidsklachten. Ouderen (vooral 75-plussers) vormen de grootste risicogroep voor hitte-gerelateerde gezondheidsklachten. Ook mensen met een chronische aandoening, eenzamen, (zeer) jonge kinderen, zwangeren, mensen die buiten werken en mensen met overgewicht lopen een verhoogd gezondheidsrisico. Daarnaast kunnen pagina 27
deelnemers aan intensieve buitenactiviteiten of (sport)evenementen gezondheidseffecten ondervinden, bijvoorbeeld door oververhitting of uitdroging. Inwoners vertonen niet altijd bewust ongezond gedrag, soms is er geen andere keuze (bijvoorbeeld door afwezigheid kennis, middelen of mentaal de ruimte niet voor). Gedragsverandering is vaak lastig te bewerkstelligen. Wanneer inwoners in een gezonde omgeving verblijven, is het veel eenvoudiger voor ze om hun gedrag te veranderen. We zetten daarbij in op het delen van informatie over hitte. Zo weten inwoners waar ze koele routes en koele plekken kunnen vinden. Inwoners zijn zich bewust van de gevolgen van hitte en specifiek voor kwetsbare groepen is informatie over wat te doen als het warm is beschikbaar. We stellen daarbij een lokaal hitteplan op, waarmee duidelijk wordt wie in regio wat doet bij het uitvoeren als het Nationaal Hitteplan wordt geactiveerd, zodat zij tijdens aanhoudende hitte mensen met een kwetsbare gezondheid bereiken. Een gezonde omgeving begint thuis Naast de verharding in de openbare ruimte, zijn er ook veel tuinen die vol liggen met tegels. Wij stimuleren daarom inwoners om hun tuin te vergroenen. Een groene tuin zorgt voor een koelere omgeving, gezondheidswinst en draagt bij ook aan de biodiversiteit.
Wij informeren inwoners over klimaatverandering en wat zij kunnen doen (met de bewustwordingscampagne duurzaamheid). We nemen actief deel aan de landelijke campagne NK Tegelwippen. De subsidieregeling voor vergroenen van tuinen zetten we voort. Voor tuinen van huurders van woningcorporaties organiseren we jaarlijks 1 tot 2 vergroeningsacties. Gezonde voedselomgeving (groene schoolpleinen/eetbaar plein, moestuin(coaches), voedselbos, met ondernemers gezondschappen inrichten). We stimuleren de (lokale) productie van biologisch, regeneratief of natuurinclusief voedsel. n.b. nader in te vullen met GGD samen. Groene gezonde structuren zijn zoveel mogelijk rookvrij Zowel roken als meeroken is schadelijk voor de gezondheid. Een rookvrije publieke ruimte beschermt inwoners tegen onvrijwillige blootstelling en de schadelijke gevolgen van rook. Rookvrij opgroeien moet vanzelfsprekend zijn. Ieder kind dat geboren wordt moet de kans krijgen om volledig rookvrij op te groeien (rookvrije generatie). Dit kan in een rookvrije omgeving, zonder verleidingen en met goede voorbeelden om zich heen. Maak plekken waar kinderen komen (bijv speelplekken, sportterreinen, parken) rookvrij. Maak de ingang rookvrij of stel een rookvrije zone in rond de ingang van gebouwen waar kinderen komen, zoals het zwembad en een indoor speeltuin.
Draag de rookvrije norm uit in de publieke ruimte op plekken waar mensen langere tijd wachten of verblijven (bijv bushaltes, terrassen) of rookvrije
pagina 28
ingangen bij gebouwen met een publieke functie, zoals bijvoorbeeld gemeentehuis, buurthuizen en bibliotheek. Om aan te sluiten bij de ambitie dat er in 2035 een Rookvrije Generatie is, is het van belang dat we in overleg met de GGD een realistisch stappenplan opstellen waarin draagvlak en medewerking wenselijk is van onze samenwerkingspartners en andere organisaties. Natuurgebieden en unieke landschappen
Natuurgebied de Hooge Vorssel is feitelijk het westelijke deel van de Maashorst. Binnen de Hooge Vorssel ligt het Bomenpark met Arboretum. Dit Arboretum willen we verder ontwikkelen tot een belevingsplek waar zowel recreatie als kennis samenkomen. Dit project pakken we samen op met Living Lab, Bosgroep en IVN. Daarnaast gaan we in de Hooge Vorssel specifieke natuurgebieden beschermen tegen een te hoge recreatiedruk door onderscheid maken tussen natuurschil en natuurkern. De natuurschil wordt aantrekkelijker gemaakt voor recreatie om de kern te ontzien. De gemeente Bernheze heeft een bijzonder bodem- en watersysteem door de ligging van diverse breuken in de grond. Om recreanten te informeren over dit unieke landschap werken we samen met Geopark Peelhorst en Maasvallei. Zo kan er worden gewandeld en gefietst langs de breuken via informatiebordjes. De Brabantse Aa is een beek die zijn verborgen schatten en verhalen wil vertellen. De stichting de Brabantse Aa ziet de beek de Aa met zijn ontstaansgeschiedenis, het landschap, het water en de cultuurhistorie als een soort openluchtmuseum. Als gemeente ondersteunen we deze stichting met het beleefbaar maken en inrichten van dit gebied.
Samenwerken met omliggende gemeenten voor recreatie Omdat recreëren niet stopt bij gemeentegrenzen is goede samenwerking met buurgemeentes belangrijk. Zeker als het gaat om lange afstandsroutes, fietsroutes en beleefroutes. Daarnaast werkt de gemeente met partners op het gebied van recreatie en toerisme zoals Visit Brabant om o.a. recreatiemogelijkheden te ontwikkelen en te promoten voor bewoners en toeristen. De coöperatie Brabantse Juweeltjes inspireert de recreant de mooie, historische en recreatieve plekken in Bernheze te bezoeken. De gemeente is nauw verbonden met deze coöperatie die o.a. aanbieders van overnachtingen, activiteiten en horeca etaleert.
pagina 29
4.4 Strategisch doel 3: Natuur-, landschaps-, milieu -en cultuurhistorische waarden zijn beter beschermd en krijgen meer kansen om zich te ontwikkelen Met dit strategisch doel beschermen we bestaande waarden omdat ze:
Intrinsieke waarden hebben zoals biodiversiteit, cultuurhistorie en identiteit. Die waarden van wezenlijk belang zijn voor de gezondheid van de mens en het ecosysteem waarin de mens zich bevindt. We willen schadelijke invloeden verminderen (zoals ongezonde lucht, teveel geluid) omdat deze kunnen opstapelen en zo de gezondheid kunnen beïnvloeden.
Hier horen de volgende operationele doelstellingen bij:
Waarden van natuur, landschap, milieu en cultuurhistorie worden uiterlijk 2030 beschermd doordat hiervoor regels zijn opgenomen in het Omgevingsplan.
In 2030 verminderen we externe gezondheidsrisico’s door lucht, grond- en oppervlaktewater en bodem schoner te maken, minder geluids- en geuroverlast en de risico’s op zoönose klein te maken. We baseren ons om op de waarden uit het GGD omgevingsadvies Brabant.
Vanaf 2026 wordt de lagenbenadering, waarbij het bodem- en watersysteem de basis is, toegepast bij ruimtelijke ontwikkelingen.
In 2030 hebben we de biodiversiteitswaarde in groenontwikkelingsprojecten aanzienlijk verhoogd t.o.v. gemeten waarden in de natuurpuntencalculator .
N.b. we onderzoeken de basiskwaliteit natuur te meten (Welkom - Basiskwaliteitnatuur.nl).
Maatregelen (wat gaan we doen) met eventuele beleidsregels Bodem en water sturend Vanuit het Regionaal Water en Bodem Programma (RWP) 2022-2027 van de Provincie NoordBrabant de Omgevingsvisie 2040 van de gemeente Bernheze wordt de boodschap bodem en water sturend uitgedragen. Elke bodemsoort heeft unieke eigenschappen. Hierdoor kan een bodemsoort geschikt zijn voor een bepaalde functie. De functie volgt dus het bodem- en watersysteem. -
Vanuit de klimaatonderlegger worden enkeerdgronden gezien als waardevolle bodem voor groen, water en klimaatadaptatie. Dit komt door de eigenschappen van deze bodem, zoals humusrijkheid en sponswerking. Water wordt in deze bodem vastgehouden als een spons en langzaam afgegeven aan het grondwater. Naast de sponswerking zorgt de humusrijkheid ervoor dat dit goede plekken zijn voor groene gezonde structuren.
-
Daarnaast liggen enkeerdgronden vaak rondom de kernen, wanneer deze onderdeel worden van de groene structuur zal dit voor verkoeling in de kernen zorgen.
-
Het breukensysteem, zoals de Peelrand- en Mellebreuk, heeft een bijzondere invloed op het bodem- en watersysteem. Dit heeft ook effect op bovengrond. Door deze werking zijn hoge delen nat en lage delen droog. Dit is een omgekeerd landschap. Het water dat vanuit