CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BP Gouverneursweg ong. nabij 1A _ Toelichting

Commissie Ruimtelijke Zaken 19 juni 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Gouverneursweg ongenummerd nabij 1a, Heeswijk-Dinther'15.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

30

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

5.2.2 5.2.2.1

Beleidskader Waterbeheerplan

Het waterbeheerplan van het waterschap is gericht op het streven naar een duurzame situatie op de lange termijn. Het beheer van de waterketen komt in beeld naast het tegemoet komen aan de wensen vanuit het bestaande grond- en watergebruik. In het waterbeheerplan wordt op hoofdlijnen aangegeven wat het waterschap de komende jaren gaat doen om het streefbeeld te bereiken, zoals verwoord in de nota Visie op water. De huidige situatie is daarbij het uitgangspunt. Een nadere invulling voor de beleidslijnen voor gebieden is niet opgenomen in het waterbeheerplan. Een gebiedsgerichte uitwerking dient plaats te vinden in nauwe samenwerking met betrokken partijen in een gebied. Afspraken over de door te voeren maatregelen kunnen worden vastgelegd in overeenkomsten. 5.2.2.2

Keur

Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de Keur Waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de Keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor het onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap. Het plangebied is niet gelegen binnen een keurbeschermingsgebied, wel in een attentiegebied. Ten noorden van het plangebied, tussen plangebied en de Gouverneursweg, is wel een sloot gelegen. Dit betreft geen A- of B-watergang. De beoogde herontwikkeling heeft geen negatief effect op de nabijgelegen waterloop. Daartoe is de beoogde ontwikkeling te kleinschalig. Het hemelwater dat valt op daken en verhardingen wordt verwerkt op eigen terrein. 5.2.2.3

Principes waterschap Aa en Maas

Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient de initiatiefnemer hier invulling aan te geven. Waterschap Aa en Maas hanteert navolgende principes: - wateroverlastvrij bestemmen; - gescheiden houden van vuil en schoon hemelwater; - doorlopen van de afwegingsstappen hergebruik-infiltratie-buffering-afvoer; - hydrologisch neutraal ontwikkelen; - water als kans; - meervoudig ruimtegebruik; - voorkomen van vervuiling; - waterschapsbelangen.

5.2.3

Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen

De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

31

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², en verhard oppervlak met een grootte van 500 m² tot 10.000 m² en een verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Dit bestemmingsplan voorziet de realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning met bijgebouwen hierbij. Verwacht wordt dat realisatie van de woning, bijgebouwen en bijbehorende erfverharding bijdraagt aan een toename in verhard oppervlak van maximaal 450 m². Hiermee is de toename aan verharding altijd kleiner dan 500 m². Op basis van de Keur en de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’ wordt geen compensatie vereist voor plannen met een toename van verhard oppervlak van minder dan 500 m².

Het hemelwater afkomstig van het verhard oppervlak mag naar bestaand oppervlaktewater worden afgevoerd. Op vrijwillige basis is de aanleg van een infiltratievoorziening toegestaan, mits daarbij in voldoende mate met de omgeving rekening gehouden wordt en geen wateroverlast op eigen terrein of bij derden ontstaat.

5.2.4

Gemeentelijk waterbeleid

In verband met voorkomende wateroverlast binnen de gemeente Bernheze wordt door de gemeente in afwijking van de beleidsregel ‘Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’, eveneens een compensatie verlangd voor het bergen van hemelwater bij een nieuw verhard oppervlak met een omvang van minder dan 500 m². De bergingsbehoefte wordt daarbij bepaald op basis van 60 mm. per m².

5.2.5

Waterparagraaf

Ter plaatse van het plangebied wordt maximaal 450 m² aan nieuwe verharding verwacht, bestaande uit verharding van een hoofdgebouw, bijgebouw en erfverharding. Ten behoeve van de beoogde nieuwe 450 m² verharding geldt een bergingsopgave van (450 x 0,06 =) 27 m³. Er wordt zorg gedragen voor realisatie van deze waterberging binnen het plangebied. Het plangebied bestaat uit een hoge bruine enkeerdgronden, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand. Binnen het plangebied vindt geen grondwateronttrekking plaats. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) ter plaatse bedraagt tussen de 80 en 100 centimeter beneden maaiveld. Een concrete tekening is ten tijde van deze bestemmingsplanprocedure nog niet beschikbaar. Op basis van gemeentelijke voorwaarden wordt voor de nieuwe verharding een compensatie verlangd voor het bergen van hemelwater. Ten behoeve van de beoogde toevoeging van verharding geldt een bergingsopgave van 27 m³. In de nieuwe situatie zal de infiltratie worden bewerkstelligd door het schone

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

32

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

hemelwater af te voeren naar een (ondergronds) infiltratie transportriool. Vanuit dit transportriool zal het water in eerste instantie zoveel mogelijk infiltreren in de ondergrond. Op het moment dat de capaciteit van het transportriool volledig is benut, zal deze het water afvoeren in of op een infiltratievoorziening. Deze infiltratievoorziening wordt zodanig gedimensioneerd dat er een voldoende dynamische berging bij een extreme regenval is. In het grootste deel van het jaar zal het water echter in de infiltratiebuizen in de bodem infiltreren. De infiltratievoorzieningen worden boven GHG gerealiseerd. Een andere mogelijkheid voor infiltreren van hemelwater is het opvangen in infiltratiekratten of grindkoffers of het laten uitstromen in een wadi. Nadere uitwerking dient te geschieden in het kader van een concrete aanvraag. Manieren van infiltreren zijn weergeven in navolgende figuur.

Figuur 15: Voorbeelden van infiltratiemogelijkheden

5.2.6

Kwaliteit van te lozen en infiltreren hemelwater

Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt etcetera). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. In de nieuwe situatie wordt alleen het huishoudelijk afvalwater geloosd op de riolering. Het schoon hemelwater wordt afgekoppeld en wordt overwegend geïnfiltreerd in de bodem. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

5.2.7

Huishoudelijk afvalwater

Slechts het huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd op de riolering. Afspraken aangaande aansluiting op het rioleringsstelsel worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

33

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Wegverkeerslawaai Bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke woonfuncties is het noodzakelijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke geluidshinder in het kader van de Wet geluidhinder. Langs alle wegen, woonerven en wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur daargelaten, zijn geluidzones aanwezig waarbinnen de geluidhinder getoetst dient te worden. Met de beoogde herontwikkeling wordt een nieuw geluidgevoelig object gerealiseerd. Derhalve is ter plaatse een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt echter niet overschreden. Derhalve wordt voor de beoogde woning een ontheffing aangevraagd voor hogere grenswaarde. De onderzoeksrapportage (Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V., rapportnummer M222584.002/JME, d.d. 21 oktober 2022) is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Het ontwerpbesluit hogere grenswaarde zal gelijktijdig met het ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd.

Geur 5.4.1

Inleiding

Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de locatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen: Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).

5.4.2

Veehouderijen in omgeving

Binnen een straal van twee kilometer liggen diverse veehouderijen. In de directe omgeving (straal van 500 meter) van het plangebied is een tweetal veehouderijbedrijven gevestigd. Op navolgende figuur is de ligging van deze veehouderijen ten opzichte van het plangebied weergegeven. Het plangebied is hierbij aangegeven in de zwarte cirkel.

Gouverneursweg 3

Gouverneursweg 1

Figuur 16: Ligging veehouderijbedrijven in omgeving van het plangebied

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

34

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Navolgende dieraantallen zijn vergund op deze veehouderijen:

Figuur 17: Vergunde dieraantallen Gouverneursweg 1 (Bron: KRD-Igoview)

Figuur 18: Vergunde dieraantallen Gouverneursweg 3 (Bron: KRD-Igoview)

5.4.3 5.4.3.1

Woon- en leefklimaat Inleiding

Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. In de handreiking ‘Wet geurhinder en veehouderij, bijlagen 6 en 7’ is navolgende tabel opgenomen, welke de relatie tussen de voorgrondbelasting en het leefklimaat weergeeft. Voorgrondbelasting

Achtergrondbelasting

Geurgehinderden (%)

Leefklimaat

≤1

≤3

<5

Zeer goed

1,5 - 3

3–7

5 - 10

Goed

4-6

7 – 13

10 - 15

Redelijk goed

7-9

13 – 20

15 - 20

Matig

10 - 13

20 – 28

20 - 25

Tamelijk slecht

14 - 18

28 - 38

25 - 30

Slecht

19 - 24

38 -50

30 - 35

Zeer slecht

≥ 25

≥ 50

35 - 40

Extreem slecht

Tabel 1: Wet geurhinder en veehouderij, bijlagen 6 en 7

Hierna worden derhalve de voorgrond- en achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied inzichtelijk gemaakt. 5.4.3.2

Voorgrondbelasting

Met de voorgrondbelasting wordt de geurbelasting van een individuele veehouderij bedoeld en wel van die veehouderij welke de meeste geur op het geurgevoelige object veroorzaakt (dominantie veehouderij), hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelige object is gelegen. In de omgeving van het plangebied zijn echter enkel veehouderijen gelegen waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactor is vastgesteld. Voor deze veehouderijen geldt een vaste aan te houden afstand van minimaal 50 meter tot een gevoelig object. Met een afstand van ten minste 90 meter tot het plangebied wordt aan deze afstand ruim voldaan.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

35

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Andere veehouderijen zijn gelegen op zodanig grote afstand dat gesteld kan worden dat op basis van de voorgrondbelasting altijd sprake zal zijn van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Desalniettemin is een voorgrondbelastingsberekening opgesteld aan de hand van het programma Vstacks vergunning 2020. De berekening is uitgevoerd met de gegevens van de meest dominante veehouderij in de omgeving. De meest dominante veehouderij betreft de Fokkershoek 4. Het bedrijf is gelegen op een afstand van ongeveer 570 meter tot het plangebied en heeft een geuremissie van 21.146 odour units per seconde. In de berekening is uitgegaan van de worst-case scenario, waarbij het meest dichtbij gelegen punt van de veehouderij in relatie tot het plangebied wordt genomen als uitgangspunt. Navolgend de uitkomsten uit de berekening.

Figuur 19: Voorgrondbelastingsberekening Gouverneursweg ongenummerd

Geconcludeerd kan worden dat voor de voorgrondbelasting sprake is van een ‘zeer goed’ woon en leefklimaat omdat de maximale geurbelasting 0,8 bedraagt. 5.4.3.3

Achtergrondbelasting

De geurbelasting ten gevolge van meerdere intensieve veehouderijen in de omgeving vormt de achtergrondbelasting. Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting is door de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant inzichtelijk gemaakt op een indicatieve kaart. Navolgende figuur betreft een uitsnede van deze kaart waarbij het plangebied en de omgeving inzichtelijk zijn gemaakt. Het plangebied is hierbij aangeduid in de zwarte cirkel.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

36

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Figuur 20: Achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied (Bron: ODZOB)

De achtergrondbelasting ter plaatse van het plangebied bedraagt ingevolge bovenstaande figuur tussen de 0 en 3 oue/m³. Daarmee is in het kader van de achtergrondbelasting sprake van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. 5.4.3.4

Conclusie woon- en leefklimaat

Ter plaatse van het plangebied dient sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ter plaatse van het plangebied is zowel in het kader van de voor- als de achtergrondbelasting sprake van een zeer goed woon- en leefklimaat. De herontwikkeling van het plangebied is in het kader van het woon- en leefklimaat derhalve geen bezwaar.

5.4.4

Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende veehouderijbedrijven

De herontwikkeling van het plangebied mag de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende veehouderijen niet belemmeren. Er is geen sprake van overschrijding van een aan te houden vaste afstand. Tussen de veehouderijen met een emissiefactor in de omgeving en het plangebied zijn reeds enkele geurgevoelige objecten gelegen die de veehouderijen eerder belemmeren dan de beoogde Ruimte voor Ruimte woning. De beoogde Ruimte voor Ruimte woning binnen het plangebied wordt niet de eerst belemmerende woning voor deze veehouderijbedrijven. De beoogde herontwikkeling van het plangebied belemmert de omliggende veehouderijen daarmee dan ook niet meer in de ontwikkelingsmogelijkheden dan thans het geval is.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

37

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Gezondheid in relatie tot veehouderijen 5.5.1

Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0

Het planvoornemen beoogt de oprichting van een nieuw geurgevoelig object. Derhalve dient het stappenplan uit de handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 (mei 2018) te worden doorlopen. De zeven stappen dienen te worden beantwoord om na te gaan o of er nadere advisering vanuit de GGD wenselijk is. Navolgend zijn de aandachtspunten opgesomd en beoordeeld. 1. Endotoxine: Omgevingsdienst beoordeelt aan de hand van het endotoxine toetsingskader 1.0 dat de ontwikkeling NIET voldoet aan de endotoxine ‘richt-afstand’ tussen een veehouderij en gevoelige bestemming. Het bevoegd gezag en ondernemer komen in dialoog niet tot een goede oplossing om een beperking van de berekende endotoxine-afstand te realiseren. a. De meest dominante veehouderij in de omgeving is de Fokkershoek 4. De endotoxine afstand is berekend op basis van de fijnstof zoals weergeven in de vergunning op KRDigoview. De emissie op deze locatie is 19.602 g/j. De berekende afstand hierbij is 362 meter. Meteen afstand van circa 560 meter wordt ruimschoots aan deze afstand voor endotoxinecontouren voldaan. 2. Emissies; de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. a.

De ontwikkeling voorziet in het toevoegen van een woning met een royale landschappelijke inpassing op basis van de regeling Ruimte voor Ruimte. Er wordt niet voorzien in de toename voor geuremissie, fijnstof of ammoniak. 3. Geur, toetsen aan aanvaardbaar woon-leefklimaat a.d.h.v. wettelijk kader. a. Deze toets heeft plaatsgevonden in paragraaf 5.4, waaruit blijkt dat de geurbelasting op de locatie niet overbelast is, en sprake is van een ‘zeer goed woon- en leefklimaat’ 4. Binnen één veehouderij (1 adres of 1 ondernemer) worden bedrijfsmatig meerdere diersoorten gehouden: a. Binnen de veehouderijen in de omgeving worden bedrijfsmatig niet meerdere diersoorten gehouden. 5. Binnen een afstand van 2 kilometer ligt een geitenhouderij, binnen 1 kilometer ligt een pluimveebedrijf, en er ligt een overige veehouderij binnen een afstand van 250 meter. a. Aan de Fokkershoek 1 is een geitenhouderij gelegen op een afstand van ongeveer 450 meter tot het plangebied. Derhalve dient advies te worden opgevraagd bij de GGD. Daarnaast is op een afstand van circa 1,33 kilometer een geitenhouderij gelegen aan de Meerstraat 29. b. Aan de Lariestraat 32 ligt een pluimveebedrijf binnen een afstand van 1 kilometer. Het bedrijf ligt op een afstand van circa 800 meter tot het plangebied. c. Aan de Gouverneursweg 1a ligt een overige veehouderij.

Dit bedrijf is direct naast het plangebied gelegen op een afstand van circa 90 meter. 6. Er is sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of als zelfstandige activiteit; a. Er is geen sprake van mestbe- of ververwerking als nevenactiviteit of zelfstandige activiteit. 7. Bij omwonenden is sprake van ongerustheid over de volksgezondheid a. Hiervan is geen sprake. VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

38

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

5.5.2

Endotoxinen

De intensieve veehouderijen dragen bij aan de emissies van fijn stof (PM10) in Nederland. Dit fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Er zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden.

De gemeente Bernheze heeft geen gemeentelijk beleid vastgesteld ten aanzien van aanwezige endotoxine contouren binnen de gemeente. De fijnstofemissie afkomstig van de veehouderijen in de omgeving van het plangebied is verwaarloosbaar. Het plangebied is niet gelegen binnen een endotoxinecontour.

5.5.3

Geitenhouderijen

Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans dan gemiddeld hebben op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico. Binnen een straal van 2 kilometer vanuit het plangebied zijn twee geitenbedrijven gevestigd. Deze geitenhouderijen zijn in paragraaf 5.5.1. reeds benoemd. Gezondheidsadvies dient te worden opgevraagd bij de GGD.

5.5.4

Gewasbeschermingsmiddelen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico’s voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt de hoeveelheid

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

39

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. In de nabijheid van het plangebied is geen sprake van teelt van gewassen waarop gewasbeschermingsmiddelen (kunnen) worden toegepast. Dit aspect is niet aan de orde bij onderhavig bestemmingsplan.

Bedrijven en milieuzonering Bij een ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen van bestaande bedrijven om zodoende de kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten opgestelde Lijst van Bedrijfsactiviteiten uit de handreiking “Bedrijven en milieuzonering”. Hierin wordt per bedrijfssoort aangegeven van welke milieu-invloed (in de vorm van geur, stof, geluid en gevaar) kan worden uitgegaan en welke indicatieve afstand hierbij (minimaal) in acht wordt genomen. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. Het meest dicht tot het plangebied gelegen niet-agrarisch bedrijf bevindt zich op een afstand van circa 220 meter. Het gaat hierom het schildersbedrijf aan Veldstraat 40a. Voor een schildersbedrijf kleiner dan 1.000 m² geldt milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. Aan de richtafstand wordt ruimschoots voldaan. Ter plaatse is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van de milieubelastende activiteiten in de omgeving.

In de omgeving van het plangebied zijn daarnaast nog twee agrarische bedrijven gevestigd in de vorm van melkrundveehouderijen. De melkrundveehouderijen hebben een milieucategorie van 3.2, waarbij een richtafstand van 100 meter geldt. De veehouderij aan Gouverneursweg 3a ligt op een afstand van circa 300 meter, waarmee de richtafstand wordt behaald. De veehouderij aan Gouverneursweg 1a ligt op een afstand van circa 92 meter tot het bouwvlak van het plangebied. Voldaan wordt aan de richtafstanden voor stof, geluid en gevaar. De afstand van geur is reeds beoordeeld in paragraaf 5.4. Daaruit kan worden geconcludeerd dat de ligging van dit veehouderijbedrijf of zodanig grote afstand geen belemmering vormt voor de beoogde herontwikkeling. In de directe omgeving van bedrijven zijn reeds gevoelige objecten gevestigd waardoor de uitbreidingsmogelijkheden van de bedrijven al zijn beperkt. De beoogde woning betreft dan ook niet de eerst belemmerende woning, waardoor gesteld kan worden dat omliggende bedrijven niet onevenredig worden belemmerd als gevolg van de beoogde herontwikkeling. Andersom kan op basis van het aspect geur ook worden gesteld dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Gesteld kan worden dat volstaan kan worden met een afstand van 92 meter tussen veehouderij en plangebied.

De beoogde herontwikkeling van het plangebied is in het kader van Bedrijven en milieuzonering geen bezwaar.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

40

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Externe veiligheid 5.7.1

Inleiding

Het externe veiligheidsbeleid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen, activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In de volgende landelijke wetten, besluiten en regelingen zijn normen opgenomen waaraan een nieuwe planologische ontwikkeling moet worden getoetst:       

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en bijbehorende regeling (Revi); Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations; Circulaire effectafstanden externe veiligheid LNG-tankstations; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en bijbehorende regeling (Revb); Structuurvisie buisleidingen; Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Regeling basisnet; Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bijbehorende regeling (Rarro).

De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: bedrijven, vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water), hoogspanningslijnen; en ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen).

5.7.2

Risico-contouren

Ten aanzien van externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in: 1.

2.

Plaatsgebonden Risico (PR): Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk wordt getroffen door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jr) die niet mag worden overschreden ten aanzien van kwetsbare objecten, alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jr) ten aanzien van beperkt kwetsbare objecten; Groepsrisico (GR): Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. De gestelde norm is een oriënterende waarde waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken.

5.7.3

Gemeentelijke beleidskader

De gemeente Bernheze beschikt over een beleidsvisie externe veiligheid. Deze visie is in 2008 vastgesteld voor de gemeenten Lith, Maasdonk, Bernheze en Landerd. In deze visie wordt invulling gegeven aan de omgang met externe veiligheidsaspecten binnen de gemeente Bernheze. De beleidsvisie bevat geen gebiedstypering of uitgangspunten die gehanteerd kunnen worden voor de verantwoording van het groepsrisico.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

41

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

5.7.4 5.7.4.1

Beoordeling van het plangebied Inrichtingen

In de omgeving van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen waarvoor een risico-contour (PR) aanwezig is die strekt tot het plangebied. Navolgende figuur betreft een uitsnede van de risicokaart van de provincie Noord-Brabant waarop de ligging van het plangebied is aangeduid met een zwarte cirkel.

Figuur 21: Risicokaart met de ligging van het plangebied omcirkeld (Bron: Atlas leefomgeving)

5.7.4.2

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Op het grondgebied van de gemeente Bernheze bevindt zich geen spoortracé. Het plangebied is ook niet binnen een invloedsgebied van een spoorwegtracé gelegen. Dit aspect is dus niet van toepassing. In de omgeving van het plangebied bevindt zich geen waterweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het plangebied is evenmin gelegen binnen een invloedsgebied van een waterweg. Dit aspect is dus evenmin van toepassing.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

42

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Het transport van gevaarlijke stoffen over de weg moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande wegen in de omgeving van het plangebied waarover dergelijke transporten kunnen plaatsvinden is de Rijksweg A50. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 4.500 meter tot de Rijksweg A50. Over de A50 worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Het gaat concreet om de volgende jaarintensiteiten aan gevaarlijke stoffen. Stofgroep

Omschrijving

Jaarintensiteit

Invloedsgebied (m)

LF1

Brandbare vloeistoffen

1.087

45

LF2

Zeer brandbare vloeistoffen

4.107

45

LT1

Toxische vloeistoffen

33

730

LT2

Zeer toxische vloeistoffen

85

880

Tabel 2: Beeld van invloedsgebied van gevaarlijke stoffend die vervoerd worden over de A50

Bijlage 1 van de Regeling basisnet geeft voor de transportroute A50 aan dat er geen sprake is van de aanwezigheid van een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico geeft dan ook geen beperkingen aan de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Tevens is geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Het invloedsgebied van deze transportroute kan bepaald worden aan de hand van de vervoerde stoffen. In voorgaande tabel is per stofgroep het invloedsgebied opgenomen. Het plangebied is op een afstand van circa 4.500 meter niet binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen en toxische gassen gelegen. De N279 wegvak B74 ligt op een afstand van circa 730 meter tot het plangebied. Over deze transportweg worden onder andere gevaarlijke stoffen uit de categorie LT1 en LT2 vervoerd. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Scenario’s Het relevante scenario voor het plangebied i.r.t. het transport van gevaarlijke stoffen is het overdrijven van een toxische wolk. Door bijvoorbeeld een incident tijdens de verlading of door een mechanische impact op de tank ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de toxische stof vrijkomt en met de wind mee wordt verspreid. De kans op een dergelijk ongeval is bijzonder klein.

De gevolgen voor personen zijn afhankelijk van de concentratie en blootstellingstijd aan de stof. Groepsrisico In het Bevt is aangegeven dat de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico doorlopen moet worden voor ruimtelijke ontwikkelingen wanneer deze (gedeeltelijk) binnen 200 meter van risicovolle infrastructuur liggen. Het plangebied ligt op circa 730 meter van de N279. Op een afstand van meer dan 200 meter kan worden volstaan met een algemene verantwoording van het groepsrisico. In de zone buiten 200 meter van de N279 zijn vooral de invloedsgebieden van toxische

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

43

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

vloeistoffen/-gassen maatgevend. Indien een ruimtelijk plan is gelegen op een afstand van meer dan 200 meter van een provinciale weg en tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dit dat vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident en de aard van incident (blootstelling toxisch gas) het groepsrisico niet significant zal toenemen. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid op een afstand van meer dan 200 meter van de provinciale weg is geen relevant onderwerp. De toename van de personendichtheid heeft geen significant effect op het groepsrisico. De kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen is in deze gebieden bijzonder klein. Op een afstand van meer dan 200 meter van de snelweg speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet. De bestrijding vindt plaats bij de bron. Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt schuilen de beste wijze van bescherming. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters.

Vanaf 200 meter van de provinciale weg vindt alleen blootstelling plaats bij specifieke weersomstandigheden (bijvoorbeeld pasquilklasse F 1,5: nagenoeg windstil, weinig vermenging met schone lucht) die gedurende het jaar procentueel weinig voorkomen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. Het zelfredzame vermogen van personen is een belangrijke voorwaarde om grote calamiteiten bij een incident te voorkomen. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting en zijn afhankelijk van het maatgevende scenario. De mogelijkheden t.a.v. zelfredzaamheid zijn goed. Er zijn geen aanwijzingen dat een groep niet-of verminderd zelfredzame mensen in het plangebied aanwezig (zullen) zijn. De aanwezigen zijn naar verwachting voldoende mobiel om indien noodzakelijk zelfstandig te kunnen vluchten. Gevlucht kan worden in meerdere richtingen en van de risicobron af. Bij een toxische wolk is schuilen echter het beste handelingsperspectief. Als gevolg van de eisen in het Bouwbesluit zijn gebouwen doorgaans goed geïsoleerd. Het schuilen kan hierdoor effectief plaatsvinden.

Alarmering In geval van een calamiteit zal NL-Alert worden ingezet. NL-Alert is een aanvullend alarmmiddel van de overheid voor de mobiele telefoon. Met NL-Alert kan de overheid mensen in de directe omgeving van een noodsituatie met een tekstbericht informeren. In het bericht staat specifiek wat er aan de hand is en wat je op dat moment het beste kunt doen. Conclusie Er bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling. Er is geen

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

44

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

reden voor nader advies. De Veiligheidsregio ziet geen reden tot het geven van een nader advies ten aanzien van de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied en de bestrijdbaarheid van een ramp op de wegen. Ook dit aspect is niet van toepassing. 5.7.4.3

Hoogspanningslijnen

In de omgeving van het plangebied zijn geen hoogspanningslijnen aanwezig. De dichtstbijzijnde hoogspanningslijn is gelegen op circa 1,9 kilometer tot het plangebied. Interactie kan normaliter niet plaatsvinden. 5.7.4.4

Buisleidingen

In de omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen gelegen. De meest dichtstbijzijnde buisleiding ligt op een afstand van 1,7 kilometer tot het plangebied. Gezien de grote afstand tot deze buisleiding en de beperkte toevoeging van slechts één extra woning binnen het plangebied, vormt dit aspect geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Luchtkwaliteit 5.8.1

Inleiding

Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen: 1. beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en; 2. voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging. De belangrijkste regels over de luchtkwaliteit staan in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer.

5.8.2

Uitstoot van schadelijke stoffen

De borging van de luchtkwaliteit vindt onder andere plaats middels een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma. Binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien dit bestemmingsplan de toevoeging van één woning mogelijk maakt, valt dit plan onder het begrip ‘niet in betekenende mate’ valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht in het kader van de Wet luchtkwaliteit.

Niettemin dient ter plaatse van het plangebied wel sprake te zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het kader van luchtkwaliteit.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

45

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

5.8.3

Blootstelling aan verontreiniging

In de Wet milieubeheer is de Europese richtlijn luchtkwaliteit geïmplementeerd. Het doel van de wet is mensen te beschermen tegen risico’s van luchtverontreiniging. De richtlijn geeft de volgende grenswaarden voor fijn stof: de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM10 is 40 µg/m³. de grenswaarde daggemiddelde concentratie van PM10 is 50 µg/m³. De concentratie fijn stof mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar hoger zijn dan deze waarde . de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van PM2,5 is 25 µg/m³. De Europese richtlijn luchtkwaliteit geeft de volgende grenswaarde voor stikstofdioxide:  de grenswaarde jaargemiddelde concentratie van NO2 is 40 µg/m³. Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 en Stikstofdioxide (NO2) ter plaatse van het plangebied (indicatief aangeduid met zwarte cirkel) en directe omgeving weer.

Figuur 22: Fijnstof 2020 PM10 (bron: Atlas leefomgeving, RIVM) waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

46

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

Figuur 23: Fijnstof 2020 PM2,5 (bron: Atlas leefomgeving, RIVM) waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

Figuur 24: Stikstofoxide 2020 NO2 (bron: Atlas leefomgeving, RIVM) waarop de ligging van het plangebied is aangeduid

Ter plaatse van het plangebied is sprake van jaargemiddelde concentratie PM10 van 16-17 µg/m³. De jaargemiddelde concentratie PM2,5 bedraagt 9-10 µg/m³ en de jaargemiddelde NO2 bedraagt circa 1214 µg/m³. Geconcludeerd kan worden dan de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

47

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

M.e.r.-beoordeling 5.9.1

Inleiding

De Nederlandse regelgeving voor de milieueffectrapportage (“m.e.r.“) is opgenomen in de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld. Er dient in ieder geval een MER te worden opgesteld indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Daarnaast zijn in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage drempelwaarden opgenomen voor ontwikkelingen. Wanneer een ontwikkeling groter is dan de genoemde drempelwaarde dient een MER te worden opgesteld. Op grond van een uitspraak van het Europese Hof en het daarop aangepaste Besluit milieueffectrapportage geldt dat de omvang van het project niet het enige criterium mag zijn om te bepalen of een MER nodig is. Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst C en D zoals opgenomen in de bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage zit, kan een project immers nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Wanneer een project beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden (vergewisplicht). In het Besluit m.e.r. staan alle activiteiten opgenomen waarvoor een milieueffectrapportage (MER), m.e.r.- beoordelingsplicht of vormvrije-mer noodzakelijk is.

In deze mer-beoordeling worden de milieugevolgen van het plan in beeld gebracht. Als gevolg van de herziening van de m.e.r. richtlijn is nu wettelijk verankerd dat verzachtende maatregelen mogen worden meegenomen in de (vormvrije) m.e.r.beoordeling. Er is namelijk vastgelegd dat het bevoegd gezag deze nadrukkelijk dient te beschouwen in de beslissing. Dit biedt dus de kans om reeds in een vroeg stadium maatregelen, die effecten kunnen wegnemen, te betrekken in de effectbeoordeling.

5.9.2

Toets aan drempelwaarden

Op grond van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage dient een MER te worden opgesteld bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen met een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen dan wel de realisatie van een bedrijfsvloeroppervlakte met een omvang van meer dan 200.000 m². De beoogde ontwikkeling binnen het plangebied overschrijdt deze drempelwaarden niet.

5.9.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Op basis van de criteria die genoemd zijn in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling wordt voor de beoogde ontwikkeling geen vormvrije m.e.r.- beoordeling uitgevoerd. Uit deze toelichting blijkt dat de beoogde ontwikkeling zeer kleinschalig van aard is en geen aantasting van milieu en omgeving met zich meebrengt, waardoor geen MER dient te worden opgesteld. De Raad van State heeft geoordeeld dat enkele woningen geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft waarmee geen meraanmeldnotitie noodzakelijk is.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

48

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

6. JURIDISCHE VORMGEVING Inleiding Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

Algemene toelichting de verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding bestemmingsvlakken, dubbelbestemmingen, functieaanduidingen, gebiedsaanduidingen en bouwvlakken opgenomen.

Algemene toelichting op de regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: -

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: -

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Specifieke gebruiksregels; Afwijking van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het aanleggen.

De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.

Toelichting op de bestemmingen 6.4.1

Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden

De voor 'Agrarisch met waarden - Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

49

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

landschappelijke en ecologische waarden. Ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ wordt één woning toegestaan met een inhoud van maximaal 1.000 m³ binnen het ‘bouwvlak’ met maximaal 100 m² aan bijbehorende bijgebouwen. De bijgebouwen mogen zowel binnen als buiten het ‘bouwvlak’ worden gerealiseerd.

6.4.2

Waarde – Archeologie 2

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Een archeologisch onderzoek wordt vereist bij bodemingrepen over een oppervlakte van meer dan 250 m² en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld.

6.4.3

Waarde – Natte Natuurparel

De voor 'Waarde - Natte Natuurparel' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud, beheer en herstel van de waterhuishoudkundige situatie, gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur(waarden).

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

50

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

7. UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in ruimtelijk plan. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van één of meer woningen en/of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Er is geen exploitatieplan nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd en geen locatie-eisen (aan openbare weg of woningcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Voor onderhavig bestemmingsplan is gemeente zelf initiatiefnemer. Het kostenverhaal is zeker gesteld.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan wordt conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Naar aanleiding van eventuele zienswijzen op het bestemmingsplan kan een heroverweging op deze onderdelen plaatsvinden en kan besloten worden dit bestemmingsplan op een aantal punten gewijzigd vast te stellen.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

51

Bestemmingsplan ‘Gouverneursweg ong. nabij 1a Heeswijk-Dinther’ - Toelichting

8. PROCEDURE Overleg Het Waterschap Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de provincie is deze toelichting verder aangevuld voor wat betreft de landschappelijke inpassing. Met de beoogde landschappelijke inpassing wordt ingespeeld op de gebiedseigen landschapskamers.

Procedure De bestemmingsplanprocedure conform de Wet ruimtelijke ordening wordt beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In de Wet ruimtelijke ordening zijn hierop nog enkele wijzigingen beschreven. Samengevat is de bestemmingsplanprocedure als volgt: het ontwerpbestemmingsplan ligt gedurende 6 weken ter inzage; gedurende deze periode kan een ieder schriftelijke of mondelinge zienswijzen naar voren brengen aan de gemeenteraad; binnen twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan stelt de gemeenteraad het bestemmingsplan vast; de vaststelling van het bestemmingsplan dient binnen twee weken na de vaststelling bekend gemaakt te worden behoudens de hieronder genoemde uitzonderingen; - Gedeputeerde Staten hebben een zienswijze ingediend en deze zienswijze is niet of niet volledige door de gemeenteraad meegenomen in het vastgestelde bestemmingsplan. De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan - met uitzondering van het overnemen van de zienswijzen van Gedeputeerde Staten wijzigingen aangebracht. Is één van bovenstaande twee gevallen aan de orde, dan mag het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan pas bekend worden gemaakt nadat zes weken zijn verstreken. Het bestemmingsplan wordt dan voor zes weken ter inzage gelegd waartegen beroep kan worden ingesteld.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=e8e514d1-f5e6-4c29-a105-fcccefb3965f