BOPA Sint Servatiusstraat - Balledonk Heeswijk-Dinther - Motivering
Tekst van het document
Het planvoornemen is niet gelegen in een reserveringsgebied of een zoekgebied voor de aanleg van buisleidingen. Het planvoornemen heeft daardoor geen gevolgen voor buisleidingen en voor de reserveringsgebieden hierbij.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
73
6.1.6
Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten
6.1.6.1 Bovenlokale infrastructuur of voorzieningen Het Rijk geeft in paragraaf 5.1.7. van het Bkl instructieregels voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bovenlokale belangen werken daarmee door in de vaststelling en wijziging van een omgevingsplan (dit geldt ook voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Deze instructieregels zijn niet van toepassing op activiteiten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit al rechtmatig op een locatie worden verricht of zijn toegestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van die bepalingen. Landelijke fiets- en wandelroutes In artikel 5.161b van het BKL is opgenomen dat het belang van de instandhouding van fietsen wandelroutes, opgenomen in bijlage XVI van het BKL, bij het omgevingsplan wordt betrokken. De instructieregel voor landelijke fiets- en wandelroutes heeft tot doel deze wandel- en fietsroutes in stand te houden. Bij nieuwe ontwikkelingen die deze routes doorsnijden moeten gemeenten, provincies en waterschappen het belang van de instandhouding betrekken bij de totale belangenafweging. Bijlage XVI van het Bkl geeft aan om welke landelijke fiets- en wandelroutes het gaat. Dit zijn bepaalde langeafstandswandelpaden en streekpaden (wandelnet) en langeafstands fietroutes (fietsplatform).
Wandelroutes De langeafstandswandelpaden zijn opgenomen op de volgende website: https://www.wandelnet.nl/lange-afstand-wandelpaden. In Bernheze liggen geen langeafstandswandelpaden, zie de overzichtskaart van langeafstandswandelpaden hieronder:
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
74
Fietsroutes De langeafstandsfietsroutes zijn te vinden in de routedatabank van het fietsplatform: Routedatabank - Fietsplatform. In Bernheze liggen geen langeafstandsfietsroutes. Zie hiervoor de volgende kaart.
Het planvoornemen is niet gelegen ter plaatse van of nabij langeafstandswandel- en/of fietspaden. Daarnaast blijft door het planvoornemen de huidige verkeersstructuur in stand, dat betekent dat geen sprake is van verandering of doorsnijding van enig wandel- en/of fietspad dan wel rijbaan. Militaire gebieden (o.a. radar, laagvlieggebieden, schiet- en oefengebied) Uit oogpunt van defensie kunnen er beperkingen gesteld worden aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied. Belangrijke aandachtspunten met betrekking tot het defensiebelang zijn: Radarverstoringsgebieden; Obstakelbeheergebieden; Laagvliegroutes voor jachtvliegtuigen; Geluidszones voor militaire luchtvaartterreinen. In paragraaf 5.1.7.2 van het Bkl zijn de regels opgenomen voor militaire terreinen. Artikel 5.150 lid 1 Bkl wijst militaire terreinen en terreinen met een militair object aan in bijlage XIV, onder A. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. Er zijn in Bernheze geen militaire terreinen en terreinen met een militair object aanwezig. Artikel 5.150 lid 2 Bkl wijst onveilige gebieden bij militaire schietbanen aan in bijlage XIV, onder B. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling Er zijn in Bernheze geen onveilige gebieden bij militaire schietbanen aangewezen.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
75
Artikel 5.150 lid 3 Bkl wijst gebieden aan waar bouwwerken een militaire zend- en ontvangstinstallatie kunnen verstoren in bijlage XIV, onder C. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. Er zijn in Bernheze geen gebieden aangewezen op basis van dit artikel. De beperking van de hoogte van bouwwerken uit artikel 5.153 BKL is dan ook niet van toepassing. Artikel 5.150 lid 4 Bkl wijst gebieden aan waar zich een militaire laagvliegroute voor jacht- en transportvliegtuigen bevindt in bijlage XIV, onder D. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. Er zijn in Bernheze geen gebieden aangewezen voor jacht en transportvliegtuigen op grond van dit artikel. De beperking van de hoogte van bouwweken uit artikel 5.154 BKL is dan ook niet van toepassing. Artikel 5.150 lid 5 wijst gebieden aan waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren, zijnde locaties binnen een straal van 75 km rondom de radarstations, genoemd in bijlage XIV, onder E. De begrenzing is opgenomen in artikel 2.41 van de Omgevingsregeling. In lid 5 van 2.41 is de geometrische begrenzing opgenomen van gebieden waar bouwwerken, niet zijnde windturbines, het radarbeeld kunnen verstoren als bedoeld in artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III.
In lid 6 van 2.41 is de geometrische begrenzing van gebieden opgenomen waar windturbines het radarbeeld kunnen verstoren als bedoeld in artikel 5.150, vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, is vastgelegd in bijlage III. In artikel 5.155 Bkl zijn maximale hoogtes opgenomen voor bouwwerken binnen een straal van 15 km en binnen straal van 75 km vanaf de radar. De maximale hoogten zijn opgenomen in bijlage XIV, onder E, Bkl. De radar van de vliegbasis Volkel is aangewezen op de kaart behorende bij artikel 2.41 lid 5 Or. Zie de kaart hieronder. Gemeente Bernheze ligt helemaal in de 75 km zone rond deze radar en gedeeltelijk (o.a. de locatie voor het planvoornemen), voor binnen de 15 km zone. De maximale bouwhoogtes in deze gebieden zijn opgenomen in bijlage XIV, onder E. Kaart bij lid 5 van 2.41 Or:
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
76
Maximale bouwhoogtes voor de gebieden waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren:
De locatie ligt niet in een gebied waar bouwwerken het radarbeeld kunnen verstoren. Binnen de gemeente Bernheze is geen laagvlieggebied aangewezen voor helikopters, waardoor dit geen gevolgen heeft voor het planvoornemen. Elektriciteitsvoorziening (netwerk, grootschalige opwek, hoogspanningsleidingen, hoogspanningsverbinding 150 kV) In artikel 5.156 e.v. Bkl zijn regels opgenomen voor locaties voor elektriciteitsvoorziening. Locaties voor grootschalige elektriciteitsopwekking Deze locaties zijn aangewezen in bijlage XV, onder A, van het Bkl waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd. Er zijn in Bernheze geen locaties voor grootschalige energieopwekking. Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
77
Locaties voor kernenergie Locaties voor een kernenergiecentrale zijn de locaties, genoemd in bijlage XV, onder B. Er is in de gemeente Bernheze geen locatie voor kernenergie aangewezen. Locaties voor hoogspanningsverbinding Locaties voor een hoogspanningsverbinding met een spanning van ten minste 220 kV zijn de tracés tussen de locaties, genoemd in bijlage XV, onder C, waarvan de geometrische begrenzing bij ministeriële regeling is vastgelegd en de tracés tussen een locatie voor grootschalige elektriciteitsopwekking en het hoogspanningsnet met een spanning van ten minste 220 kV. In bijlage c is de lijn Boxmeer – Uden – ’s Hertogenbosch aangewezen. Maar in arrtikel; 2.36 lid 4 Omgevingssregeling en de bijbehorende kaart komt deze hoogspaningsverbinding niet voor. Er zijn in de gemeente Bernheze geen hoogspanningsverbindingen waarop het BKL van toepassing is.
Hoogspanningsverbinding 150 kV Er ligt in Bernheze wel een hoogspanningsverbinding van 150 kV. Deze verbinding is niet in het Bkl opgenomen. Bij projecten moet wel rekening worden gehouden met deze hoogspanningsverbinding. Dit ‘rekening houden met’ heeft echter geen betrekking op het vrijhouden van ruimte ten behoeve van toekomstige uitbreiding, maar met veiligheids- en gezondheidsafstanden. Omdat in de nabijheid van het planvoornemen geen sprake is van een dergelijke hoogspanningsverbinding is dit onderdeel niet belemmerend voor het planvoornemen. 6.1.6.2 Bovenlokale infrastructuur of voorzieningen Kabels en leidingen verschillen in omvang en wat zij vervoeren. Daarnaast liggen kabels en leidingen in verschillende (openbare) gronden, waardoor verschillende belangen geraakt worden. Bij de aanleg kunnen meerdere regels in diverse juridische instrumenten van toepassing zijn.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
78
Verantwoording planvoornemen Binnen het plangebied bevinden zich geen kabels en leidingen die relevant zijn. Bij dit planvoornemen gaat het niet om de aanleg van kabels en leidingen. Kabels en leidingen vormen geen belemmering voor het planvoornemen of andersom. 6.1.7 Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, wordt op grond van paragraaf 5.1.8 van het Bkl in het omgevingsplan (dit geldt ook voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten) rekening gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Verantwoording planvoornemen Het planvoornemen bevat openbare buitenruimte. Hierop zijn de toegankelijkheidseisen ingevolge artikel 5.162 van toepassing. Deze eisen zullen bij de verdere uitwerking van het planvoornemen meegenomen worden. 6.2
Besluit milieueffectrapportage
De wetgeving over de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarin is bepaald dat het bevoegd gezag bij de voorbereiding van een plan of programma een milieueffectrapport opstelt, als dat plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor projecten die zijn aangewezen in artikel 16.43 van de Omgevingswet. Onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (EUrichtlijn voor strategische milieubeoordeling), wordt in ieder geval verstaan een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan en voorkeursbeslissing. Voor de plannen en programma's waarvoor een plan-milieueffectrapport moet worden opgesteld is in de Omgevingswet een generieke aanwijzing opgenomen. Hiervoor is aansluiting gezocht bij de SMB-richtlijn. In Bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan de aangewezen categorieën van projecten waarvoor een m.e.r.-procedure verplicht is. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van een plan of programma waarvoor een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Voor plannen die betrekking hebben op kleine gebieden op lokaal niveau en/of kleine wijzigingen heeft de Omgevingswet de plan-m.e.r.-beoordeling geïntroduceerd. Voor deze ontwikkelingen is een plan-m.e.r.
alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht. Een plan-m.e.r.-beoordeling is ook van toepassing op plannen die een kader vormen voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. De plan-m.e.r.-beoordeling betreft een toets om na te gaan of sprake is van een plan met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Verantwoording planvoornemen
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
79
Voor het planvoornemen is een mededeling m.e.r.-beoordeling opgesteld (bijlage 7). Hieruit blijkt dat het planvoornemen geen nadelige effecten heeft op het milieu. Het college van B&W van Bernheze heeft met die reden – voorafgaand aan de besluitvorming over de buitenplanse omgevingsplanactiviteit waar deze goflo onderdeel van uitmaakt - besloten dat voor het planvoornemen geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden. 6.3
Groen en natuur
Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die waren opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000- gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebiedsen soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). 6.3.1 Groen Bomen en ander groen zijn belangrijke middelen om de kwaliteit van de leefomgeving en de biodiversiteit te behouden en zelfs te vergroten. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is daarom een groenparagraaf vereist waarin aandacht is voor groen, bomen en natuur. Initiatiefnemers laten daarmee zien hoe zij voldoen aan de groennorm, hoe zij omgaan met waardevol bestaand groen en aanwezige flora en fauna en hoe zij met hun nieuwe inrichting en soortkeuze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving en de biodiversiteit. Een ontwikkeling mag geen negatieve invloed hebben op de belangrijkste bomen in de omgeving. De gemeente heeft dit beschreven in haar bomenbeleidsplan en vastgelegd in de Kaart monumentale en toekomstbomen en op groenstructuurkaarten.
Het is van belang om inzicht te krijgen of de nabijgelegen bomen (binnen een afstand van 20 meter van de plangrens) worden verstoord. Indien het plan dicht bij een boom wordt gerealiseerd dient deze te worden beschermd, zowel boven als onder de grond. Middels een Boom Effect Analyse (hierna: BEA) (deskundig rapport voorzien van een kwaliteitslabel) wordt inzichtelijk gemaakt wat nodig is voor een passende bescherming. Indien er werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de boombeschermingszone (tot 1,5meter buiten de kroonprojectie) dient er een plan van aanpak opgesteld te worden hoe met de boomwortels wordt omgegaan (BEA). Er mogen geen graafwerkzaamheden uitgevoerd worden in de buurt van de bomen. Verantwoording planvoornemen Rondom de locatie van het planvoornemen zijn twee monumentale bomen gelegen. De afbeelding hieronder (arcgis monumentale bomen Bernheze) toont dit.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
80
De bomen hebben een functie als laanboom en moeten behouden kunnen blijven. Tegen die achtergrond heeft de initiatiefnemer een boomeffectanalyse (BEA) laten uitvoeren, welke als bijlage 8 bij deze goflo is gevoegd. De conclusie en advies van de BEA is als volgt: “Eindoordeel effecten De onderzoeksvragen (paragraaf 1.3) kunnen als volgt beantwoord worden: Ad1) Is behoud van de boomtechnische kwaliteit van de bomen mogelijk? (Ofwel: kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van minimaal dezelfde restlevensduur, conditie en habitus?) • Dit is mogelijk voor de zomereik. • Dit is mogelijk voor de beuk onder bepaalde randvoorwaarde: o Geen ontgraving binnen de kroonprojectie. Ad 2) Is behoud van de functie of waarde van de bomen mogelijk? (Ofwel: Kunnen de bomen op de huidige standplaats blijven voortbestaan met behoud van hun functie of waarde?) Vanaf de openbare weg gezien blijven de bomen (na de nieuwbouw) hun beeldbepalendheid (en functie) behouden. Randvoorwaarden Om de nieuwbouw mogelijk te maken met duurzaam behoud van de beuk moet tijdens de bouw rekening worden gehouden met de volgende randvoorwaarde (eisen): • Aanpassen ontgraving bouwput t.h.v. de beuk: afgraven zonder talud door gebruik te maken van een Berlinewand/damwand.
Hierdoor kan de ontgraving buiten de kroonprojectie blijven.” Conclusie De gemeente Bernheze heeft ingestemd met de BEA, onder de voorwaarde dat de initiatiefnemer de erin geformuleerde adviezen (zie ook hierboven) opvolgt. De initiatiefnemer heeft dit toegezegd. 6.3.2
Soortenbescherming
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
81
De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur, het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Er is sprake van een beleidsneutrale overgang. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht zijn ongewijzigd gebleven. Het is van belang om inzicht te krijgen of voorgenomen plannen geen negatieve effecten hebben op (beschermde) flora en fauna. Middels een ecologische quickscan, welke jaarrond uitgevoerd kan worden, wordt een locatie beoordeeld of beschermde soorten aanwezig (kunnen) zijn. De Ecologische QuickScan Analyse dient door een deskundig bureau te zijn uitgevoerd. Blijkt uit de conclusie dat er schadelijke effecten voor beschermde soorten aanwezig is dan haakt de wet natuurbescherming aan. Verantwoording planvoornemen Om te bepalen of het planvoornemen een activiteit betreft met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten is door BNL advies een quickscan soortenbescherming uitgevoerd. De rapportage van het onderzoek is bijgevoegd bij deze motivering (bijlage 9) en kent de navolgende conclusie: “Aanbeveling quickscan Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om een aanvullend flora- of faunaonderzoek uit te voeren, voorafgaand aan de geplande werkzaamheden.
Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor en na ontwikkeling van de nieuwe woningen. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe) soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kan overwegen worden het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen, of ingebouwd worden in de gevel van de woningen of tegen de bomen in de aangrenzende tuin.” Uit voorgaande blijkt dat geen sprake is van een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. Soortenbescherming vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. De specifieke zorgplicht (artikel 11.27 Bal) blijft onverminderd van toepassing. De suggesties voor natuurinclusief bouwen worden door de initiatiefnemer ter harte genomen.
6.3.3 Natuur – Gebiedsbescherming De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 de Nederlandse wet waarin onder andere de Wet natuurbescherming is opgenomen. In de Omgevingswet is zowel de bescherming van planten- en diersoorten, als de bescherming van natuurgebieden en houtopstanden geregeld. De Omgevingswet bestaat uit een algemene wettekst dat per procesonderdeel nader is uitgewerkt in vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en de Omgevingsregeling.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
82
Uit de natuurdoelanalyse blijkt dat de natuur in de Brabantse Natura 2000-gebieden verslechtert. De verplicht Europese natuurdoelen kunnen met de huidige maatregelen niet worden behaald. De problemen worden veroorzaakt door een mix van verzuring, vermesting en verdroging, dat per gebied verschilt. Een diversiteit aan planten en bomen hebben hieronder te lijden en verdwijnen langzaam maar zeker uit de gebieden. Dat heeft onder meer tot gevolg dat het aantal insecten vermindert, waardoor in sommige gebieden bepaalde vogels en andere dieren niet meer kunnen leven. Als deze ontwikkeling zich verder voortzet, krijgen we een totale verschraling van de natuur. Dat heeft negatieve gevolgen voor klimaat, milieu, leefomgeving en gezondheid. Verantwoording planvoornemen De locatie is niet binnen een Natura 2000-gebied gelegen. Het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied betreft Vlijmens Ven, Moerputten & Bossche Broek dat op een afstand van circa 11,3 kilometer van de locatie is gelegen. Derhalve is het aannemelijk dat door het planvoornemen geen sprake is van optische verstoring, verlies van oppervlakte, verdroging, vernatting, vermesting en dergelijke van Natura 2000-gebieden. Wel kan eventuele door het planvoornemen vrijkomende stikstof effect hebben op Natura 2000-gebieden. Met die reden zijn aeriusberekeningen uitgevoerd voor zowel de aanleg- als gebruiksfase van het planvoornemen.
De berekeningen met bijbehorende toelichting maken als bijlage 10 onderdeel uit van deze motivering. Uit de berekeningen blijkt dat zowel in de aanleg- als gebruiksfase geen sprake is van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. Uit voorgaande blijkt dat er geen vergunningplicht voor een Natura 2000-activiteit aan de orde is. Bescherming van habitats vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 6.4
Bedrijven en milieuzonering
De uitgave "Bedrijven en milieuzonering 2009" (paarse boekje) wordt door de VNG niet meer geschikt bevonden om toe te passen onder de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt meer mogelijkheden om een lokale afweging op maat te maken. Hiervoor heeft de VNG in 2019 een regel-systematiek gepubliceerd onder de naam "Milieuzonering nieuwe stijl". Deze nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën en de daarbij behorende richtafstanden. De nieuwe VNG-handreiking “Activiteiten en milieuzonering” vervangt de publicaties Bedrijven en milieuzonering uit 2009 en Milieuzonering Nieuwe Stijl uit 2019. In het kader van de Omgevingswet en de bijbehorende handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' van de VNG, wordt in deze goflo aandacht besteed aan de integratie van ruimte en milieu. Milieuzonering speelt hierbij een cruciale rol om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen en om hinder en risico's voor de leefomgeving te minimaliseren. In paragraaf 1.4 van de milieuzonering nieuwe stijl is aangegeven, dat voor zover de huidige bestemmingsplannen nog van kracht zijn (dit geldt ook voor omgevingsplannen van rechtswege), bij inpassing van een (bedrijf-) activiteit of gevoelige functie, de VNG systematiek uit 2009 nog van kracht blijft.
Voor (de beoordeling van) dit plan wordt daarom nog gebruik gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009’. 6.4.1
VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
83
In de brochure Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten. In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving. Verantwoording planvoornemen De locatie is gelegen in het gebiedstype ‘gemengd gebied’. De locatie ligt langs een doorgaande verkeersroute, in een centrum waar diverse voorzieningen/ bedrijven zijn gelegen en nabij een groot veldsportcomplex. Verder zijn in de omgeving meerdere woningen gelegen. Doordat het planvoornemen in gemengd gebied is gelegen geldt dat de richtafstand voor een bepaalde bedrijfsfunctie met één afstandstrap kan worden verlaagd. Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van twee appartementencomplexen voor in totaal 27 sociale huurwoningen en bijbehorende voorzieningen zoals parkeerplaatsen. De locatie is in de vigerende situatie een onbebouwd terrein.
Het planvoornemen bestaat alleen uit gevoelige functies en bevat geen bedrijfsfuncties. Rondom het planvoornemen zijn allerlei bedrijfsfuncties, een veldsportcomplex en diverse woningen gelegen. Relevant i.r.t. het planvoornemen zijn de navolgende in de tabel opgenomen bedrijfsfuncties: Functie/ bestemming
VNG-aanduiding
Milieucategori e
Jumbo Supermarkt, St. Servatiusstraat 39/39A (wonen en centrumgebied: detailhandel, horeca, kantoren, publiekverzorgend e ambacht en dienstverlening, kleinschalige maatschappelijke en culturele voorzieningen, wonen) Dienstverlening/ kantoren, Balledonk 27 t/m 37 en Hoofdstraat 1a t/m 1f (bijzondere detailhandel: bijzondere
Kantoren, kerkgebouwen, buurt en clubhuizen, theater, muziek en balletschool, bibliotheken, kappersbedrijven en schoonheidsinstitute n, fitnesscentra, hotel, restaurant, cafés, discotheken, supermarkt, drogist, slager, bakker.
Maximaal categorie 2
Detailhandel in meubels, keukens, badkamers en een bouwmarkt, supermarkt, drogist, slager, bakker.
Maximaal categorie 2
Richtafstan d in gemengd gebied 10 meter
Feitelijke richtafstan d
10 meter
26 meter
0 meter
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
84
detailhandel, detailhandel, wonen, parkeren) Dienstverlening/ detailhandel, hoek Hoofdstraat/ Jonker Speelmansstraat (wonen en centrumgebied: detailhandel, horeca, kantoren, publiekverzorgend ambacht en dienstverlening, kleinschalige maatschappelijke en culturele voorzieningen, wonen) Veldsportcomplex ten zuiden van planvoornemen (sport) Centrumgebied ten noordoosten van planvoornemen (centrumgebied: detailhandel, horeca, kantoren, publiekverzorgend ambacht en dienstverlening, kleinschalige maatschappelijke en culturele voorzieningen, wonen)
Kantoren, kerkgebouwen, buurt en clubhuizen, theater, muziek en balletschool, bibliotheken, kappersbedrijven en schoonheidsinstitute n, fitnesscentra, hotel, restaurant, cafés, discotheken, supermarkt, drogist, slager, bakker.
Maximaal categorie 2
10 meter
37 meter
Veldsportcomplex met verlichting
Maximaal categorie 3.1
30 meter
50 meter
Kantoren, kerkgebouwen, buurt en clubhuizen, theater, muziek en balletschool, bibliotheken, kappersbedrijven en schoonheidsinstitute n, fitnesscentra, hotel, restaurant, cafés, discotheken, supermarkt, drogist, slager, bakker.
Maximaal categorie 2
10 meter
29 meter
Uit bovenstaande tabel blijkt dat aan alle richtafstanden wordt voldaan, behalve aan die t.a.v. de locatie waar de Jumbo Supermarkt is gevestigd. Voor die locatie is onderzocht in hoeverre het planvoornemen en de bestaande functie elkaar belemmeren. Uit het door Aelmans uitgevoerde onderzoek (bijlage 4 bij deze goflo) en paragraaf 6.1.3.4 blijkt dat dit niet het geval is. Voor de motivering hiervan wordt verwezen naar het onderzoek en paragraaf 6.1.3.4. 6.4.2
Geluid door industrieterreinen
De regels over geluid door industrieterreinen zijn opgenomen in paragraaf 5.1.4.2a van het Bkl. De regels zien op het beschermen van geluidgevoelige gebouwen, die zijn gelegen in een
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
85
geluidsaandachtsgebied van industrieterreinen. Hoofdlijnen van de systematiek is dat alle geluidbronnen een standaardwaarde en een grenswaarde kennen voor het geluid op de gevel op een geluidgevoelig gebouw. Ook is er sprake van een grenswaarde voor het binnengeluid in een geluidgevoelig gebouw. Deze regels hebben primair tot doel schade aan de gezondheid te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken en tegelijk wel ruimte te bieden aan deze geluidbronnen. Verantwoording planvoornemen Geluid door industrieterreinen speelt niet in de omgeving van de locatie. Geluid in de omgeving van de locatie vormt daarom geen belemmering voor het planvoornemen. Ook het planvoornemen zelf betreft geen industrieterrein zoals bedoeld in de wet en vormt met die reden eveneens geen belemmering voor de omgeving. 6.4.3
Geur door industrie
Het nationale industriële geurbeleid is vastgelegd in de Nederlandse emissierichtlijn (NeR). De brief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu van 30 juni 2005 stelt het rijksbeleid in grote lijnen vast. Het algemene uitgangspunt is het voorkomen van (nieuwe) hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van de Beste Beschikbare Techniek (BBT) de kern van het geurbeleid. Uitgangspunten van het rijksbeleid zijn: - als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig; - als er wel hinder is, worden maatregelen getroffen op basis van het Beste Beschikbare Techniek-principe; - de gemeente stelt vast welke mate van hinder acceptabel is. Gemeenten en provincies hebben de bevoegdheid om een eigen geurbeleid vast te stellen. De provincie Noord-Brabant heeft een eigen geurbeleid voor provinciale bedrijven, de Beleidsregel beoordeling geurhinder omgevingsvergunningen industriële bedrijven NoordBrabant. De gemeente Bernheze heeft geen eigen industrieel geurbeleid. Per situatie stelt de gemeente Bernheze vast of sprake is van een acceptabel geurniveau. Er zijn verschillen in het niveau van bescherming mogelijk. Voor een bedrijfswoning kan bijvoorbeeld een hogere geurbelasting gehanteerd worden dan voor aaneengesloten woonbebouwing.
Verantwoording planvoornemen Het besluit voor de buitenplanse omgevingsplan activiteit waar deze goflo onderdeel van uitmaakt, maakt nieuwe geurgevoelige bebouwing mogelijk. Het planvoornemen maakt zelf geen activiteiten mogelijk die geurbelasting veroorzaken op geurgevoelige gebouwen. In de omgeving liggen wel bedrijfsfuncties, maar het planvoornemen ligt (zo blijkt uit de motivering onder 6.4.1) op voldoende afstand om een belemmering te vormen voor die bedrijffuncties. Ook is geen sprake van de belemmering van het woon- en leefklimaat op de locatie. 6.4.4
Conclusie
Ter plaatse van het planvoornemen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en bedrijven in de omgeving worden door het planvoornemen niet belemmerd.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
86
7 Uitvoerbaarheid 7.1
Economische uitvoerbaarheid
7.1.1 Financieel economische haalbaarheid
Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit waar deze goflo onderdeel van uitmaakt voor rekening komen van de initiatiefnemer.
7.1.2 Kostenverhaal
Op grond van artikel 13.11 Ow is de gemeente verplicht kosten bij bouwactiviteiten en activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. De gemeente maakt voor dit gebied verhaalbare kosten (conform de kostensoortlijst, bijlagen IV bij art 8.15 Ob). Dit houdt in dat de gemeente een kostenverhaalsbeschikking moet afgeven om haar kostenverhaal publiekrechtelijk te waarborgen, tenzij middels gemeentelijke gronduitgifte en/of een anterieure overeenkomst, cofinanciering, subsidies, gemeentelijk krediet, de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn. De gemeente verhaalt de eigen kosten middels een combinatie van gemeentelijke gronduitgifte, alsmede een anterieure overeenkomst (zoals bedoeld in artikel 13.13 Ow). Het kostenverhaal is daarmee anderszins verzekerd.
7.1.3 Nadeelcompensatie
Ingeval voor realisatie van het onderhavig initiatief een schadeveroorzakend besluit nodig is als bedoeld in artikel 15.1, eerste lid Ow, kan dit tot voor vergoeding in aanmerking komende schade leiden. De nadeelcompensatie die voor vergoedingen in aanmerking komt is verzkeerd middels de onder 7.1.2 benoemde anterieure overeenkomst. Zodoende is voor wat betreft nadeelcompensatie de uitvoerbaarheid van het initiatief geborgd (zoals bedoeld in artikel 13.3C Ow). 7.1.4 Conclusie De buitenplanse omgevingsplanactiviteit voldoet aan de kaders voor economische uitvoerbaarheid en kostenverhaal. 7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op basis van de door het bevoegd gezag aangegeven (rand)voorwaarden is deze goflo opgesteld. In deze goflo is ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders en de stedenbouwkundige en/of landschappelijke effecten van de gewenste ontwikkeling. Om een zo compleet mogelijk planologisch beeld te geven, is tevens aandacht besteed aan de ruimtelijke en milieuhygiënische (deel)aspecten. Er is inzicht gegeven in zowel de fysieke als functionele aspecten van de planlocatie in relatie tot de omgeving c.q. het grotere geheel. Tevens vindt een beschrijving plaats van alle aspecten die direct met het plan te maken hebben. De initiatiefnemers hebben een omgevingsdialoog doorlopen. De gemeente heeft in het kader van de voorbereiding van de buitenplanse omgevingsplanactiviteit overleg gevoerd met het Waterschap, Rijkswaterschap en de Provincie Noord-Brabant. De reacties voortkomend uit het vooroverleg zijn zorgvuldig afgewogen en verwerkt. Het besluit over de buitenplanse omgevingsplanactiviteit is vervolgens conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt. Hieronder wordt op alle processtappen uitgebreider ingegaan.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
87
7.2.1 Participatie & omgevingsdialoog
De initiatiefnemer heeft aan de omwonenden van zijn locatie een brief over het planvoornemen gestuurd en de omwonenden uitgenodigd om als zij dat wilden met hen in gesprek te gaan voor een nadere toelichting en om van gedachten te wisselen. Hiervan hebben alle omwonenden op twee na gebruik gemaakt. In bijlage 1 is het verslag hiervan opgenomen, in bijlage 2 een latere email om de omwonenden aanvullend te informeren.
7.2.2 Bevoegd gezag en afstemming met ketenpartners
In het kader van het wettelijk vooroverleg is dit voornemen aangeboden aan waterschap Aa en Maas, de provincie Noord-Brabant en Rijkswaterstaat. Hieronder wordt op hun reacties kort ingegaan. Provincie Noord-Brabant Het planvoornemen ligt in het stedelijk gebied, provinciale belangen zijn niet in het geding. Rijkswaterstaat Het planvoornemen ligt niet in het beheersgebied van Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en raakt dan ook geen van onze belangen. Waterschap Aa en Maas Toename verhard oppervlak/ hemelwaterberging: De ontwikkeling beoogt een toename van het verhard oppervlak tussen de 500 m2 en 1000 m2 er geldt dus een compensatieverplichting van 60 mm/m2 vanuit het waterschap. Geizen de gemeente een compensatieverplichting van 70 mm/m2 hanteert is het gemeentelijk beleid voor de hemelwaterberging leidend. Totstandkoming gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): Op pagina 47 van de goflo wordt gesproken over een GHG van 6,1 +NAP. De betreffende peilbuis waar deze GHG op is gebaseerd ligt echter in Heesch en kan niet gebruikt worden. Wij achten een GHG van 6,5 +NAP aannemelijk. Ook daarbij blijft er voldoende ruimte over om de hemelwaterberging op het eigen terrein te realiseren gezien het maaiveld op 8,5 +NAP ligt. Ik zie graag een betere onderbouwing van de GHG.
Dit is in de goflo aangepast, er zijn twee peilbuizen in de nabijheid geraadpleegd welke beide een GHG van 6,5 +NAP laten zien. Noodoverstort: Verder wordt er vermeld dat de noodoverstort van de hemelwaterberging richting het Balledonk wordt aangelegd. Wordt deze aangesloten op het hemelwaterriool? Gezien er ten noorden, westen en zuiden van de locatie een gescheiden rioolstelsel ligt. Dit zie ik graag toegelicht in de nadere uitwerking van de hemelwaterberging. Ja, dit de noodoverstort wordt op het hemelwaterriool aangesloten. Dit is toegevoegd in deze goflo.
7.2.3 Bezwaar en beroep Bezwaar
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
88
Het besluit met alle onderliggende stukken (vergunningaanvraag, bouwplan) wordt 6 weken ter inzage gelegd (artikel 6:7 Awb). Gedurende deze 6 weken kan bezwaar worden ingediend tegen het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning (artikel 7:1 Awb). Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft de gemeente in het Gemeenteblad kennis van het besluit. N.B. Het besluit treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking, uitzonderingen daargelaten, zoals een vergunning met onomkeerbare gevolgen, bijvoorbeeld voor slopen of kappen (artikel 6.1 Wabo). De eventueel ingebrachte bezwaren worden door een bezwarencommissie beoordeeld en verwerkt in één verslag / nota. De bezwaarprocedure is bedoeld om het college de gelegenheid te geven de bezwaarmaker te horen en om het besluit eventueel te heroverwegen en om een eventuele gang naar de rechter te voorkomen (zeefwerking). Binnen 6 tot 12 weken (als er een bezwarencommissie is) na einde bezwaartermijn moet het college (bevoegd gezag) een beslissing nemen op het bezwaar (artikel 7.10 Awb) in de vorm van een volledige heroverweging van het besluit (artikel 7.11 Awb). Beroep Het college neemt zijn beslissing op het bezwaar. Het besluit met alle onderliggende stukken (vergunningaanvraag, bouwplan e.d.) worden 6 weken ter inzage gelegd (artikel 6:7 Awb).
Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft de gemeente in het Gemeenteblad kennis van het besluit. Tegen de beslissing op het bezwaar kunnen belanghebbenden gedurende deze 6 weken beroep indienen bij de rechtbank (artikel 7:1, lid2 Awb). Het beroep tegen de verleende omgevingsvergunning is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 8). Voor de beslissingstermijn is geen wettelijke termijnstelling (gebruikelijk is circa 1 jaar). Hoger beroep In de (schriftelijke) uitspraak wordt onder andere aangegeven door wie, binnen welke termijn en bij welke administratieve rechter welke rechtsmiddelen kunnen worden aangewend (8:77, lid 1.f en 6:24 Awb). De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt 6 weken (artikel 6:7 Awb). Tegen de uitspraak van de rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) (artikel 47, lid 1 Wet op de Raad van State).
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
89
8 Belangenafweging en conclusie Bij het nemen van een besluit op een aanvraag tot een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor planologisch strijdig gebruik gelden in ieder geval de volgende criteria: 1. de doelen van de Omgevingswet (zie artikel 1.3 en 2.1, lid 1, Omgevingswet); 2. de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (zie artikel 4.2, Omgevingswet); 3. de instructieregels over het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Redenen voor de gemeente om de buitenplanse omgevingsplanactiviteit niet te verlenen zijn dan bijvoorbeeld: 1. De gewenste ontwikkeling past niet binnen gemeentelijk beleid. Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de omgevingsvisie en programma's van de gemeente. Dan is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties of is er strijd met andere doelen van de Omgevingswet. 2. Voor de gewenste ontwikkeling zijn regels nodig die in strijd zijn met de doelen van de Omgevingswet. De aanvrager dient bij zijn aanvraag de gegevens aan te leveren die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en die hij redelijkerwijs kan krijgen. De gemeente Bernheze mag besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aangeleverde stukken (ook na aanvulling) onvoldoende zijn. Zie de artikelen 3:10, derde lid, 4:2, tweede lid en 4:5 en Awb. 8.1
Doelen van de wet (Omgevingswet artikel 1.3)
De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (artikel 1.3 Omgevingswet) geven richting over welke belangen in deze afweging mee te nemen. Bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet de gemeente in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet) en een aantal aspecten uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hiervoor zijn algemene instructieregels opgesteld. Het planvoornemen doet geen afbreuk aan, maar draagt juist bij aan de balans tussen het beschermen van de leefomgeving (veiligheid, gezondheid, goede omgevingskwaliteit en intrinsieke waarde natuur) enerzijds en het benutten van de leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften (doelmatig beheer, gebruik en ontwikkeling) anderzijds. Namelijk door de realisatie van het planvoornemen wordt een de behoefte aan sociale huurwoningen en woningen voor senioren vervuld. Op een plek die daar geschikt voor is (nabij voorzieningen). Geen sprake is van de aantasting van waarden of iets degelijks. Zo worden monumentale bomen worden behouden en zijn archeologische waarden zijn niet aanwezig. 8.2
Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Uit artikel 1.2 van de Omgevingswet volgt welke activiteiten in elk geval tot de fysieke leefomgeving behoren.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
90
Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Hoe dit evenwicht er precies uitziet, hangt af van de wijze waarop de betrokken belangen worden gewogen. Net als bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening heeft het bevoegd gezag beleidsruimte bij het bepalen welke belangen bij botsing prevaleren. De gemeente Bernheze beoordeelt aan de hand van de gegevens of er voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie hoofdstuk 6). Gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving is er voor het besluit over de buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvan deze goflo onderdeel uitmaakt sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een in het centrum van Heeswijk-Dinther goed passende functie wordt toegevoegd. De behoefte aan de functie is aangetoond. Het planvoornemen wordt in lijn met de eigenschappen van de locatie, omgeving en het gemeentelijke beleid voor deze locatie mogelijk gemaakt. De conclusie is dat alles overwegende de ontwikkeling aanvaardbaar is. 8.3
Verwerken BOPA in omgevingsplan
De gemeente verwerkt de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) binnen 5 jaar in het omgevingsplan. Deze verplichting geldt vanaf 1 januari 2032. Voor het omzetten moet een wijzigingsbesluit in STOP worden genomen.
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
91
9 Bijlagen Bijlage 1 – Verslag omgevingsdialoog Bijlage 2 – aanvullende informatie-email omgeving Bijlage 3 – Parkeeronderzoek Bijlage 4 – Akoestisch onderzoek Bijlage 5 – Verkennend bodemonderzoek Bijlage 6 – Archeologisch bureauonderzoek & inventariserend veldonderzoek Bijlage 7 – Mededeling m.e.r.-beoordeling Bijlage 8 – Boomeffectanalyse Bijlage 9 – Quickscan flora en fauna Bijlage 10 - Aeriusberekeningen + notitie van invoergegevens
Goflo 27 SOCIALE HUURAPPARTEMENTEN, Sint Servatiusstraat – Balledonk, Heeswijk-Dinther – 24 maart 2025
92