CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

BOPA De La Sallestraat 10 Heesch - Ruimtelijke Motivering

Raadsvergadering 18 september 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Bindend advies BOPA De La Sallestraat 10 in Heesch19.646 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Er geldt dan ook een grenswaarde van 0,00 mol/hectare/jaar. Om de effecten van het plan op de omliggende Natura 2000-gebieden te bepalen heeft Kragten een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd, rapport: ''Stikstofdepositie-onderzoek; De la Sallestraat 10, Heesch'' (20 november 2024, 20240419-BVH004-RAP-STD3.0). Het onderzoeksrapport is bijgevoegd als bijlage 6. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie niet meer dan 0,00 mol/hectare/jaar bedraagt en dus geen relevante significante cumulatieve effecten zal veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000gebieden.

48

Conclusie In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de ontwikkeling.

6.4 Wegen, verkeer en parkeren Het is van belang om inzicht te krijgen of voorgenomen plan geen negatieve impact heeft op de verkeersveiligheid en belastbaarheid van de wegen in nabije omgeving. Het parkeren dient in principe gerealiseerd te worden conform de parkeernormennota Bernheze. Indien parkeren niet of deels op eigen terrein kan plaatsvinden dient een parkeermeting worden uitgevoerd, waaruit moet blijken of de openbare ruimte in voldoende mate geschikt is. Planspecifiek Ontsluiting Het voorliggende plan betreft het realiseren van appartementen voor beschermd wonen in een bestaand pand en in de ruime tuin. Dit gebied wordt reeds ontsloten aan De La Sallestraat. Er vindt geen wijziging van de ontsluiting/inrit plaats. Door de extra wooneenheden zal het aantal verkeersbewegingen wel toenemen, maar ingevolge de zorgcomponent van deze ontwikkeling en het daarmee samenhangend laag autobezitcijfer zullen de verkeersintensiteiten niet relevant toenemen. De verkeersgeneratie van de ontwikkeling betreft (volgens CROW bij zelfstandige kamerverhuur 2 verkeersbewegingen per dag) 16 x 2 = 32 verkeersbewegingen per dag. In de huidige situatie vindt er dagbesteding plaats. Omdat niet bekend is hoeveel verkeersbewegingen dit genereert wordt dit nu niet meegenomen. Dit betekent een worstcase toename van ca. 32 verkeersbewegingen per dag.

Dit aantal is geen relevante toename voor een erftoegangsweg waar ca. 2.300 verkeersbewegingen per dag plaatsvinden. De La Sallestraat kan deze extra verkeersbewegingen daarom goed verwerken. Parkeren Het parkeerdruk onderzoek van Royal HaskoningDHV (bijlage 9) heeft uitgewezen dat er geen directe parkeerdruk aanwezig is in het omliggende gebied. Het nieuwbouwplan betreft de ontwikkeling van 16 appartementen voor beschermd wonen, gericht op vitale bewoners met een lichte zorgvraag. Deze appartementen vallen onder de categorie "extramurale zorgwoningen type 2", aangezien de doelgroep jongvolwassenen betreft of vitale ouderen. Voor deze doelgroep (vitale bewoners met kleine zorgvraag) geldt de parkeernorm voor reguliere woningen. De zelfstandige appartementen met een compacte leefruimte en een slaapkamer met aangrenzende badkamer van ca. 40 m2 zijn specifiek ontworpen voor bewoning door eenpersoonshuishoudens. De gehanteerde parkeernorm van 0,6 parkeerplaatsen per wooneenheid, gebaseerd op de parkeernorm voor kleine eenpersoonswoningen, is passend voor het nieuwbouwplan. De parkeerbehoefte van de ontwikkeling betreft daarmee 16 x 0,6 = 9,6 parkeerplaatsen. Op eigen perceel worden 10 parkeerplaatsen aangelegd. Daarmee wordt voldaan aan de parkeervraag. Er zal geen extra parkeerdruk zijn op de omliggende parkeerplaatsen.

De gemeente Bernheze kan door middel van het toepassen van woonzorgfunctie voor mensen met een (lichte) zorgindicatie voorkomen dat reguliere bewoning wordt toegestaan. Dit kunnen zij doen door aan het vergunningbesluit voorschriften te koppelen wat betreft het type bewoning.

6.5 Bedrijven en milieuzonering De uitgave "Bedrijven en milieuzonering 2009" (paarse boekje) wordt door de VNG niet meer geschikt bevonden om toe te passen onder de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt meer mogelijkheden om een lokale afweging op maat te maken. Hiervoor heeft de VNG in 2024 een regel-systematiek gepubliceerd onder de naam "Handreiking Activiteiten en milieuzonering". Deze nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën en de daarbij behorende richtafstanden.

49

In het kader van de Omgevingswet en de bijbehorende handreiking 'Activiteiten en milieuzonering' van de VNG, wordt in dit omgevingsplan aandacht besteed aan de integratie van ruimte en milieu. Milieuzonering speelt hierbij een cruciale rol om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te waarborgen en om hinder en risico's voor de leefomgeving te minimaliseren. In paragraaf 1.4 van de milieuzonering nieuwe stijl is aangegeven, dat voor zover de huidige bestemmingsplannen nog van kracht zijn (dit geldt ook voor omgevingsplannen van rechtswege), bij inpassing van een (bedrijf-) activiteit of gevoelige functie, de VNG systematiek uit 2009 nog van kracht blijft. Voor (de beoordeling van) dit plan wordt daarom nog gebruik gemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering 2009'.

6.5.1 VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering In de brochure Bedrijven en milieuzonering (VNG, 2009) wordt een handreiking gegeven voor het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. De handreiking geeft informatie over een aantal ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala van bedrijfsactiviteiten. In deze handreiking worden bedrijven ingedeeld in verschillende categorieën, al naar gelang de mate van hinder en inpasbaarheid. Ook maakt de handreiking onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving.

6.5.2 Onderzoek 6.5.2.1

Omgevingstype

In de VNG-uitgave wordt aangegeven dat een gemengd gebied een gebied is met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. De directe omgeving van het plangebied kan worden beschouwd als een rustige woonwijk, zoals bedoeld in de VNG-brochure.

6.5.2.2

Categorie bedrijvigheid

Invloed omgeving op het plan In de omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig. In de nabijheid van het plangebied bevindt zich één mogelijke milieuhinderlijke functie, waarmee rekening dient te worden gehouden bij de ontwikkeling van het wooncomplex. Het gaat om het ten zuiden van de ontwikkeling gelegen bebouwing met mogelijkheid tot vestiging van dienstverlenende activiteiten. Deze activiteiten dienen echter in de bestaande situatie ook al rekening te houden met de bestaande woonactiviteit. Er zijn dus geen nieuwe belemmeringen te verwachten voor en van de naastgelegen dienstverlenende activiteiten.

Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw in een rustige woonwijk. Er is daarom geen sprake van nadelige milieutechnische uitstraling van het plan op de omgeving of de omgeving op het plan.

6.5.2.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

50

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economisch 7.1.1 Kostenverhaal Kostenverhaal geldt voor kostenverhaal plichtige activiteiten. Dat zijn: aangewezen bouwactiviteiten en aangewezen activiteiten vanwege gebruikswijzigingen. Voorliggende procedure betreft een activiteit waar kostenverhaal voor van toepassing is. Deze kosten worden verhaald middels een tussen gemeente en initiatiefnemer anterieure overeenkomst (zoals bedoeld in artikel 13.13 Ow). Het is daardoor niet noodzakelijk om kostenverhaalsregels op te stellen. Het verhaal van kosten is anderszins verzekerd.

7.1.2 Financieel economische uitvoerbaarheid In plaats van een uitvoerbaarheidstoets zal het omgevingsplan een onuitvoerbaarheidstoets bevatten. Het omgevingsplan mag namelijk geen regels bevatten die op voorhand onuitvoerbaar zijn. Conform de memorie van toelichting zal in gevallen waarin een activiteit alleen kan worden gerealiseerd wanneer de gemeente belangrijke voorinvesteringen doet, de toelichting bij het omgevingsplan passages moeten bevatten over de dekking van deze investeringen en de opzet van het eventuele kostenverhaal. Conclusie Deze paragraaf is niet van toepassing. Het betreft geen omgevingsplan maar een ruimtelijke onderbouwing voor een BOPA waarbij alle kosten voor rekening van de initiatiefnemer zijn.

7.1.3 Nadeelcompensatie Ingeval voor realisatie van het onderhavige initiatief een schadeveroorzakende besluit nodig is als bedoeld in artikel 15.1, eerste lid de Omgevingswet, kan dit tot voor vergoeding in aanmerking komende schade leiden. De gemeente verhaalt de kosten die zij hiervoor maakt middels de hiervoor genoemde anterieure overeenkomst. Zodoende is voor wat betreft nadeelcompensatie de uitvoerbaarheid van het initiatief geborgd (zoals bedoeld in artikel 13.3C Ow).

7.2 Maatschappelijk 7.2.1 Zienswijzen Tegen het ontwerpbesluit bestaat de mogelijkheid om zienswijzen te dienen. Deze kunnen geen betrekking hebben op een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit die in het omgevingsplan moet worden omgezet (bedoeld in artikel 4.17 Omgevingswet). Hiermee wordt voorkomen dat een toegestane activiteit bij de omzetting in het omgevingsplan opnieuw ter discussie kan worden gesteld.

51

52

Hoofdstuk 8 Belangenafweging en conclusie Bij het nemen van een besluit op een aanvraag tot wijziging van het omgevingsplan gelden in ieder geval de volgende criteria: 1. de doelen van de Omgevingswet (zie artikel 1.3 en 2.1, lid 1, Omgevingswet) 2. de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (zie artikel 4.2, Omgevingswet) 3. de instructieregels over het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 4. de instructieregels over het omgevingsplan uit de omgevingsverordening Redenen voor de gemeente om het omgevingsplan niet te wijzigen zijn dan bijvoorbeeld: 1. De gewenste ontwikkeling past niet binnen gemeentelijk beleid. Dit kan blijken uit bijvoorbeeld de omgevingsvisie en programma's van de gemeente. Dan is er geen sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties of is er strijd met andere doelen van de Omgevingswet. 2. Voor de gewenste ontwikkeling zijn regels nodig die in strijd zijn met de doelen van de Omgevingswet. 3. Er is geen bereidheid bij de gemeenteraad om het omgevingsplan aan te passen. Hierbij kunnen ook financiële overwegingen meespelen. De aanvrager dient bij zijn aanvraag de gegevens aan te leveren die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en die hij redelijkerwijs kan krijgen.

De gemeente Bernheze mag besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aangeleverde stukken (ook na aanvulling) onvoldoende zijn. Zie de artikelen 3:10, derde lid, 4:2, tweede lid en 4:5 en Awb.

8.1 Doelen van de wet (Omgevingswet artikel 1.3) De maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (artikel 1.3 Omgevingswet) geven richting over welke belangen in deze afweging mee te nemen. Bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moet de gemeente in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1 lid 4 Omgevingswet) en een aantal aspecten uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Hiervoor zijn algemene instructieregels opgesteld. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van 16 appartementen voor beschermd wonen. Dit plan is tot stand gekomen na een zorgvuldig participatieproces met de omwonenden. Het plan voorziet in een reële behoefte aan appartementen voor beschermd wonen binnen Heesch. In de Woonvisie is deze kern immers aangewezen voor een dergelijke ontwikkeling. Daarnaast krijgt een bestaand pand een nieuwe invulling, de ruime tuin wordt efficiënter ingezet, daarmee is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik. Daarbij wordt voorkomen dat het pand leeg komt te staan met een mogelijke verloedering tot gevolg hetgeen een negatieve impact zou hebben op de buurt. In overleg met de omwonenden wordt na de realisatie nieuw groen geplant, er worden parkeerplaatsen aangelegd die ook door de omwonenden kunnen worden gebruikt. Het plan voorziet daarmee in een doelmatig gebruik van de locatie.

8.2 Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) De gemeenteraad stelt voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vast waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. Uit artikel 1.2 van de Omgevingswet volgt welke activiteiten in elk geval tot de fysieke leefomgeving behoren. Alle regels in het omgevingsplan samen moeten leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De gemeente moet daarbij rekening houden met alle betrokken belangen. Hoe dit evenwicht er precies uitziet, hangt af van de wijze waarop de betrokken belangen worden gewogen. Net als bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening heeft het bevoegd gezag beleidsruimte bij het bepalen welke belangen bij botsing prevaleren. De gemeente Bernheze beoordeelt aan de hand van de gegevens of er voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

53

Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie hoofdstuk 6). Gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving is er voor de wijziging van het Omgevingsplan gemeente Bernheze waarmee dit initiatief wordt mogelijk gemaakt sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6). Hieruit blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en dat de gewenste ontwikkeling aanvaardbaar is.

8.3 Verwerken Omgevingsvergunning Vóór 2032 moet deze omgevingsvergunning worden verwerkt in het integrale omgevingsplan in STOP. Voor het opnemen moet een wijzigingsbesluit in STOP worden genomen. Het ministerie van BZK heeft de intentie uitgesproken om in de wet- en regelgeving vast te leggen dat regels in het STOP omgevingsplan die inhoudelijk gelijk zijn aan de omgevingsvergunning niet opnieuw appellabel worden bij het overbrengen.

54

Bijlagen Bijlage 1

Verslag Omgevingsdialoog

Bijlage 2

Bodemonderzoek

Bijlage 3

M.e.r. beoordeling

Bijlage 4

Ecologische Quickscan Omgevingswet

Bijlage 5

Broedvogel- en vleermuisonderzoek

Bijlage 6

Stikstofdepositieonderzoek

Bijlage 7

Notitie Weging van het waterbelang

Bijlage 8

Bomen Effect Analyse

Bijlage 9

Parkeeronderzoek

Bijlage 10

Nadeelcompensatie

55

56

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=c671e2dd-d8b3-4a87-9677-5138b7ce6f03