Bijlage - Transitieplan Omgevingsplan gemeente Bernheze
Tekst van het document
Kennisgeving: Wij zijn verplicht om een kennisgeving van het voornemen tot het wijzigen van het omgevingsplan te doen (artikel 16.29 Omgevingswet). Deze kennisgeving bevat een verwijzing naar het participatieplan, waarin staat hoe wij voornemens zijn participatie aan te pakken (artikel 10.2, lid 1 van het Omgevingsbesluit).
Motivering: Bij de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan moeten wij motiveren op welke manier participatie heeft plaatsgevonden en wat de uitkomsten zijn, inclusief hoe met de inbreng van belanghebbenden is omgegaan (artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit).
8.1 Werkwijze: maatwerk per wijziging We werken met de participatievisie van Bernheze, waarin een participatieladder met zes niveaus van invloed is opgenomen. We maken per wijzigingsbesluit een afweging over de participatieaanpak op basis van de Bernhezer participatiemethodiek (onderdeel van het participatiebeleid), Aandachtspunten bij participatie in de transitie:
Participatie wordt maatwerk: de aanpak is afgestemd op de aard van het wijzigingsbesluit en de impact op de omgeving.
We onderscheiden essentiële participatie (bijvoorbeeld voor initiatieven met grote ruimtelijke impact of politiek-bestuurlijke relevantie) en efficiënte participatie (voor technische, beleidsneutrale wijzigingen).
De Bernheze participatie aanpak wordt hierbij gebruikt als methodiek. De Bernheze participatie aanpak is een communicatie- en participatiemethodiek die helpt om vroegtijdig en gestructureerd inzicht te krijgen in belanghebbenden, hun belangen en de manier waarop zij betrokken kunnen worden bij besluitvorming. Dit betekent dat we per wijzigingsbesluit:
in kaart brengen wie de relevante stakeholders zijn,
bepalen wat hun belangen en mogelijke zorgen zijn,
bepalen hoe en wanneer we hen betrekken (afhankelijk van de aard en type wijzigingen),
pagina 63
Door dit vooraf vast te leggen in de Nota van Uitgangspunten (NvU) ontstaat een planmatige en transparante participatieaanpak. De Bernheze participatie aanpak sluit aan bij de participatieladder en biedt een praktisch kader om per wijziging te kiezen voor informeren, raadplegen, meedenken of meebeslissen. Hiermee sluiten we aan bij de geest van de Omgevingswet: participatie vindt plaats voorafgaand aan besluitvorming, en we verantwoorden achteraf hoe participatie is verlopen en welke resultaten dat heeft opgeleverd. Participatie bij mer-plichtige wijzigingen Als een wijzigingsbesluit (mogelijk) mer-plichtig is, wordt participatie al in een vroeg stadium afgestemd met de mer-procedure.
In de NvU wordt standaard een paragraaf opgenomen waarin de relatie tussen milieueffecten, alternatieven en participatie wordt benoemd.
Stakeholders worden vroegtijdig betrokken bij het bepalen van alternatieven of varianten die onderzocht worden in het milieueffectrapport.
De resultaten van participatie worden benut bij het vormgeven van de inhoud en reikwijdte van het milieueffectonderzoek.
In het uiteindelijke besluit wordt expliciet toegelicht hoe de mer-resultaten en de participatie-input in samenhang zijn meegewogen.
Door participatie en mer-beoordeling te koppelen, benutten we lokale kennis en zorgen we dat milieuoverwegingen integraal onderdeel zijn van het besluitvormingsproces. De aanpak is beschreven in paragraaf 5.6.
8.2 Rol van de Nota van Uitgangspunten De Nota van Uitgangspunten (NvU) is ons vaste instrument om voor ieder wijzigingsbesluit de aanpak en afwegingen rondom participatie, inhoud en proces te structureren, binnen alle sporen van ons transitieplan (beleidsarme transitie, initiatieven of nieuwe beleidsopgaven). Hiermee zorgen we voor transparantie, consistente besluitvorming en een duidelijke onderbouwing richting het bevoegd gezag (raad of college). De inhoud van de NvU is als volgt:
Kaders en doelen van de wijziging: Waarom is een wijziging van het omgevingsplan nodig en welke beleidsdoelen of juridische verplichtingen liggen hieraan ten grondslag?
Participatieaanpak: Hoe en wanneer worden belanghebbenden betrokken? Welke middelen en methoden worden ingezet? pagina 64
Mer-check en milieuafwegingen: Wordt getoetst of een mer-(beoordelings)plicht aan de orde is, en zo ja, hoe dit wordt ingericht.
Afstemming en samenhang: Relatie met andere lopende wijzigingsvoorstellen, programma’s of beleidsthema’s om doublures of tegenstrijdigheden te voorkomen.
Tijdpad en besluitvorming: Wanneer wordt het voorstel voorgelegd aan college of raad, en welke formele stappen zijn nodig?
Waarom een NvU? De NvU fungeert als schakel tussen de projectorganisatie en het bestuur. Het document maakt vroegtijdig inzichtelijk welke keuzes en risico’s er zijn, en zorgt dat participatie en inhoudelijke afwegingen goed worden vastgelegd. Voor de gemeenteraad is het een belangrijk document om bij grotere wijzigingen het proces en de belangenafweging te kunnen volgen. Verbinding met participatie De NvU beschrijft expliciet hoe participatie is vormgegeven en hoe de input wordt verwerkt. Dit biedt niet alleen juridische zekerheid, maar ook een praktisch kader voor betrokkenheid van inwoners, bedrijven en ketenpartners.
pagina 65
9. Communicatie Een zorgvuldige communicatie-aanpak is essentieel om draagvlak te creëren voor de transitie naar één omgevingsplan, verwachtingen te managen en besluitvorming inzichtelijk te maken. Communicatie richt zich daarbij niet alleen op de formele stappen uit de Omgevingswet, maar ook op het tijdig, begrijpelijk en transparant informeren van raad, college, inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Onze kernboodschap luidt: Wij bouwen stap voor stap aan één omgevingsplan voor Bernheze, zodat inwoners, ondernemers en bestuurders duidelijke, actuele en toegankelijke regels hebben voor de fysieke leefomgeving. Daarbij leggen we steeds uit wat we doen, waarom we dat doen en wat dit betekent voor de omgeving. We zijn helder over de fasering van het werk en zorgen dat verwachtingen realistisch blijven: het omgevingsplan groeit in stappen en is continu in ontwikkeling. We hanteren hierbij een vaste wijzigingscyclus zodat betrokkenen weten wanneer er participatiekansen en besluitvormingsmomenten zijn. Dit geeft voorspelbaarheid en voorkomt verrassingen. Communicatie en participatie zijn complementair: waar participatie zich richt op het betrekken van belanghebbenden bij inhoudelijke keuzes, ondersteunt communicatie door de voortgang te duiden, keuzes te onderbouwen en inzicht te geven in planning en proces.
9.1 Doelen en uitgangspunten Onze communicatiestrategie dient meerdere doelen:
Transparantie: we delen de voortgang, keuzes en planning van de transitie op een manier die voor iedereen te volgen is.
Begrijpelijkheid: we vertalen juridische en technische onderwerpen naar heldere en toegankelijke informatie.
Draagvlak en betrokkenheid: ruimte geven voor meedenken waar dat past.
Voorspelbaarheid: tijdig aangeven welke stappen wanneer plaatsvinden
Interne verbinding: collega’s binnen alle betrokken teams (RO, RI, VTHV, R&B en BWL) weten wat de actuele stand van zaken is.
Communicatie sluit aan bij onze uitgangspunten voor dienstverlening (zie hoofdstuk 10). Via het DSO en het team Bouwen & Wonen krijgen initiatiefnemers praktische ondersteuning; via
pagina 66
communicatiemiddelen bieden we procesinformatie en participatiemogelijkheden. Binnen de organisatie zorgen we ervoor dat alle betrokken teams op de hoogte blijven, zodat iedereen dezelfde boodschap uitdraagt en er geen verschillende interpretaties ontstaan.
9.2 Twee lijnen: interne en externe communicatie Omdat de behoeften verschillen, hanteren we een duidelijke tweesporenstrategie. 1. Interne communicatie Doel: Richting geven, draagvlak en eigenaarschap creëren, kennis opbouwen, en collega’s in staat stellen vragen te beantwoorden. We richten ons op bewustwording, urgentiebesef, nut en noodzaak, kennisdeling en samenwerking. Medewerkers worden geïnformeerd, betrokken en waar relevant uitgenodigd mee te denken. Wat we doen (voorbeelden):
Publiceren van intranetberichten en informatiepagina’s
Aanpassen en uitbreiden van interne kennisbronnen
Lunchsessies / werkplaatsessies / kennissessies
Afstemming via management en teamoverleggen
Toegankelijke uitleg van kernbegrippen, stappen en juridische kaders
Focus 2025 en verder: Intern aanhaken, meenemen, structureren en voorbereiden op externe fase. Hiermee versterken we interne consistentie en bouwen we aan inhoudelijke én cultuurmatige basis voor het omgevingsplan. 2. Externe communicatie Doel: Vertrouwen, duidelijkheid en uitnodiging tot meedenken wanneer passend. We informeren inwoners en ondernemers op een begrijpelijke manier en bieden inzicht in planning, proces en participatiemomenten. Vanaf begin 2026 richten we ons nadrukkelijk op externe communicatie, zodra de eerste wijzigingsrondes zichtbaar worden en participatiemomenten ontstaan. Wat we doen (voorbeelden):
pagina 67
Heldere uitleg op de website (3 pijlers)
Aankondigingen bij wijzigingsrondes en concept Nota van Uitgangspunten
Informatieve nieuwsberichten en eventuele persberichten
Toegankelijke toelichting op procedures (zienswijze / beroep)
Publicatie via DSO voor formele besluiten
9.3 Communicatiekanalen We communiceren via meerdere kanalen, afhankelijk van de boodschap en doelgroep. Het DSO vormt de centrale plek voor het juridisch geldende plan (en bijbehorende officiële publicaties). Daarnaast gebruiken we onze gemeentelijke website, sociale media en, waar passend, De Mooi Bernheze Krant en nieuwsbrieven. Voor raad en college benutten we raadsinformatiebrieven, commissievergaderingen en informatieve (thema)sessies met raad of raadswerkgroep. Intern delen we informatie via intranet, workshops en teamoverleggen. De gemeentelijke website krijgt een vaste structuur met drie pijlers, zodat inwoners, initiatiefnemers en andere belanghebbenden snel kunnen vinden wat zij zoeken: 1. Algemene informatie over het omgevingsplan, de opgave en de fasering van de transitie. 2. Participatiemogelijkheden per wijzigingsronde, gebaseerd op de Nota van Uitgangspunten per wijziging. 3. Formele besluiten en stukken, inclusief uitleg over terinzagelegging, zienswijzen en eventuele beroepsmogelijkheden. Deze drie elementen zorgen voor duidelijkheid: van systematiek en planning, via invloedsmogelijkheden, naar formele besluitvorming.
9.4 Planning en vaste wijzigingscyclus Communicatie volgt een vast ritme dat aansluit op de transitieplanning. We werken met een vaste wijzigingscyclus, waardoor het voor raad, college, inwoners en interne teams duidelijk is wanneer nieuwe stappen worden gezet, wanneer participatiemomenten plaatsvinden en wanneer formele besluitvorming plaatsvindt. Daarmee zorgen we voor voorspelbaarheid in het proces en maken we inzichtelijk wanneer er ruimte is om mee te denken en wanneer besluiten worden genomen. pagina 68
Aan het begin van iedere wijzigingsronde leggen we uit wat het onderwerp is, wat de planning is en op welke momenten inbreng mogelijk is. De publicatie van een (ontwerp)wijzigingsbesluit gaat altijd gepaard met een gerichte communicatieslag. Daarnaast delen we periodiek voortgangsinformatie, onder meer richting de raad en het college. Intern zorgen we voor regelmatige updates, zodat collega’s goed zijn voorbereid op vragen uit de samenleving. Het uitgangspunt is dat alle belangrijke stappen in de transitie gepaard gaan met heldere toelichting en een uitnodiging om mee te denken waar dat kan.
9.5 Communicatiestrategie voor raad en college De raad en het college worden minimaal twee keer per jaar geïnformeerd over de voortgang van de transitie. Dit gebeurt in samenhang met besluitvorming over wijzigingsrondes. Bij belangrijke inhoudelijke keuzes of mijlpalen organiseren we informatieve sessies. Daarbij bespreken we de stand van zaken, planning, dilemma’s en vervolgstappen. Door vaste momenten en tijdige afstemming te hanteren, zorgen we dat het besluitvormingsproces voorspelbaar is en dat bestuurders goed worden meegenomen.
9.6 Risico’s, gevoeligheden en omgaan met weerstand De overgang naar één omgevingsplan is niet alleen een technische en juridische opgave. Het is ook een veranderproces dat vragen, zorgen en verwachtingen kan oproepen bij inwoners, initiatiefnemers, collega’s en bestuur. Hieronder beschrijven we de belangrijkste risico’s en gevoeligheden, en hoe we daarmee omgaan. Mogelijke weerstand en misverstanden Bij grote veranderingen ontstaat soms weerstand. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat mensen bang zijn dat regels strenger worden, juist soepeler worden, of dat bestaande rechten verdwijnen. Ook kan het zijn dat collega’s of bestuur niet goed weten wat de Omgevingswet van hen vraagt, of dat inwoners denken dat zij opnieuw moeten aanvragen voor bestaande situaties. Zulke misverstanden kunnen tot onrust of vertraging leiden. Gemeenteraad en verwachtingen De gemeenteraad is het hoogste orgaan in de gemeente en beslist op punten die niet gemandateerd zijn aan het college. De gemeenteraad kan verzoeken om onderdelen sneller, langzamer of anders op te nemen. Dit kan leiden tot vertraging of een andere volgordelijkheid van onderwerpen te verwerken. Dit vraagt om heldere kaders, realistische planningen en duidelijke afstemming tussen college, raad en organisatie.
pagina 69
Participatiegrenzen Niet elk onderwerp leent zich voor uitgebreide participatie. Soms zijn de regels beleidsneutraal, of technisch van aard, waardoor participatie vooral gericht is op informeren. In andere gevallen verwachten inwoners juist dat zij kunnen meedenken. Onvoldoende duidelijkheid hierover kan tot teleurstelling leiden. Onze aanpak bij weerstand en gevoeligheden We gaan zorgvuldig om met weerstand en gevoeligheden. Onze aanpak is gericht op helderheid, voorspelbaarheid en uitleg:
We communiceren vroegtijdig wat wel en niet verandert, vooral bij de beleidsneutrale fase.
We gebruiken de Nota van Uitgangspunten om kaders, keuzes en uitgangspunten per wijziging tijdelijk inzichtelijk te maken.
De raad wordt via Notities ter Informatie geïnformeerd over de inhoud en aanpak van de wijzigingen, zodat zij haar kaderstellende en controlerende rol goed kan uitoefenen.
Bij participatie lichten we duidelijk toe welke ruimte er is om mee te denken en waar kaders vastliggen.
Bij vragen of zorgen van inwoners of initiatiefnemers bieden we waar nodig persoonlijke toelichting en wijzen we op passende procedures en routes, zodat initiatieven en de dagelijkse praktijk zorgvuldig kunnen worden opgepakt.
Waarom deze aanpak helpt Door vroeg en duidelijk te communiceren, door verwachtingen te managen en door weerstand serieus te nemen zonder het proces te laten ontsporen, blijft de transitie werkbaar en voorspelbaar. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor groei, kwaliteit en een goed gesprek met inwoners, initiatiefnemers en bestuur.
pagina 70
10. Dienstverlening De dienstverlening rondom het omgevingsplan sluit nauw aan bij de communicatiestrategie (zie hoofdstuk 9). Waar communicatie zich richt op het informeren en betrekken van inwoners, bedrijven, raad en college over het proces en de besluitvorming, richt dienstverlening zich op het bieden van praktische toegang tot regels, vergunningchecks en ondersteuning bij vragen.
10.1 Gebruik van het DSO, annoteren en toepasbare regels Het Omgevingsloket (DSO) is hét centrale punt voor de digitale dienstverlening. Hierin worden juridische regels en toepasbare regels, zoals o.a. de Vergunningcheck, ontsloten. De gemeente stemt horizontaal (met buurgemeenten) en verticaal (met provincie en Rijk) af om de consistentie en volledigheid van de informatie te waarborgen. Ook vindt afstemming plaats met de Omgevingsdienst (voor milieubelastende activiteiten) en ketenpartners om zowel juridische als toepasbare regels goed op elkaar aan te laten sluiten. Regionale samenwerking wordt nagestreefd, maar de focus ligt voorlopig op de interne transitie van bestemmingsplannen, verordeningen en het parallel “openhouden van de winkel”.
10.2 Dienstverlening: helderheid en voorspelbaarheid voor initiatiefnemers Tijdens de transitieperiode geldt dat de kosten en capaciteit voor het verwerken van aanvragen tijdelijk zullen stijgen: de winkel blijft open, maar wordt tegelijk verbouwd. We zetten niet alleen het projectteam in, maar ook andere delen van de ambtelijke organisatie om de benodigde informatie en input te leveren. Deze investering zorgt er op langere termijn voor dat we efficiënter en effectiever kunnen werken. Een robuuste beheerstructuur voor het omgevingsplan is hierbij cruciaal, omdat parallelle wijzigingen, beheer van locaties en activiteiten, en gecoördineerde besluitvorming anders moeilijk te borgen zijn. Een zichtbaar deel van de dienstverlening is de Vergunningcheck op het DSO. Hier kunnen inwoners en bedrijven zien of zij voor een bepaalde werkzaamheid een omgevingsvergunning nodig hebben. Bijvoorbeeld een inwoner die wil weten of hij een aanbouw vergunningsvrij bij zijn woning kan maken. Op dit moment werken deze processen nog niet altijd optimaal. Dit heeft te maken met versnipperde juridische regels, de invloed van verschillende overheidsorganen op dezelfde check en de afwezige afstemming tussen deze overheidsorganen. Om in hetzelfde voorbeeld te blijven voor een aanbouw bij de woning, zie je dat er zowel vanuit het rijk als de gemeente juridische regels zijn opgesteld.
Daardoor worden sommige vragen dubbel gesteld. Verder moeten inwoners nog op verschillende plekken kijken om te weten wat er wel of niet mogelijk is. Als gevolg daarvan moet je in de Vergunningcheck (onnodig) veel vragen stellen om
pagina 71
alle mogelijke uitkomsten te kunnen borgen. Dat maakt het uiteindelijk voor inwoners en bedrijven onduidelijk om te zien wat er wel of niet mogelijk is. Tijdens de transitieperiode wordt hieraan ook aandacht besteed bij het opstellen van de juridische regels in het omgevingsplan. Immers als de juridische regels niet begrijpelijk zijn, dan is het ook lastig te vertalen naar begrijpelijke toepasbare regels zoals de Vergunningcheck. Door tijdens het opstellen van de juridische regels een toepasbaarheidstoets op te nemen, proberen we een doorontwikkeling te maken naar meer begrijpelijke juridische regels voor inwoners en bedrijven. Daarbij gaan ook de technologische mogelijkheden van het DSO helpen. Het doel is zoveel mogelijk ruis weg te halen en enkel te tonen wat er van toepassing is voor een specifieke vraag. Als een inwoner wil weten of een aanbouw bij de woning vergunningsvrij mag, dan moeten die ook met een paar klikken alle relevante regels, en alleen die regels, kunnen zien.
10.3 Samenhang met digitalisering en informatiestrategie Het Omgevingsloket fungeert als centrale toegang voor inwoners en bedrijven. De gemeentelijke website blijft het eerste aanspreekpunt en fungeert als wegwijzer. Alle producten (zoals vergunningchecks en aanvragen) worden via het DSO ontsloten, dat is gekoppeld aan de interne zaaksystemen (RxMission en Rx Base Proces). Bouwen & Wonen is het eerste aanspreekpunt voor vragen van inwoners en bedrijven, zowel via e-mail en telefoon als (op afspraak) fysiek. Voor complexere ruimtelijke vraagstukken adviseren we inwoners vaak om een extern adviesbureau in te schakelen. De digitale dienstverlening richt zich op de vergunningcheck, de aanvraagmodule en het vooroverleg. Het conceptverzoek is bewust niet geactiveerd vanwege de beperkte meerwaarde ten opzichte van de inspanning voor aanvragers. De beschikbare digitale producten zijn:
Informatieverzoek
Toets vergunningplicht
Vooroverleg (via “Verken uw idee”)
Vergunningcheck
Definitieve aanvraag (via de aanvraagmodule)
Maatregelen op Maat
pagina 72
Voor veelgebruikte activiteiten (zoals dakkapellen of aanbouwen) streven we naar zo veel mogelijk toegankelijke en duidelijke informatie. Bij specialistische activiteiten (zoals milieubelastende activiteiten) is deze noodzaak minder aanwezig.
pagina 73