Bijlage - Programmaplan Samen naar een weerbare en veerkrachtige samenleving 2026-2027
Tekst van het document
Bewust van kwetsbaarheden, zoals afhankelijkheid van vitale voorzieningen, kwetsbare bevolkingsgroepen, sociale spanningen, gezondheid of persoonlijke omstandigheden;
•
Gereed met gewenste voorbereidingen, zoals noodplannen, persoonlijke en collectieve noodpakketten, sociale en professionele netwerken, informatie en vaardigheden;
•
In staat om risico’s tijdig te signaleren en maatregelen te treffen om negatieve effecten te beperken, zowel op maatschappelijk als persoonlijk niveau.
Veerkracht Veerkracht28 verwijst naar het vermogen om tijdens een verstoring adequaat te functioneren en te reageren, terwijl de situatie onzeker, belastend of bedreigend is, en na een verstoring zich aan te passen, te herstellen en te leren van de ervaring. Veerkracht omvat: •
Zelfredzaam te blijven, ook onder druk, door toegang tot middelen, informatie, hulpnetwerken en vaardigheden te benutten;
•
Actief reageren en weerstand te bieden tegen uitdagingen of beperkingen;
27 Werken aan weerbaarheid en veerkracht - NIPV 28 Werken aan weerbaarheid en veerkracht - NIPV
pagina 33
•
Persoonlijke en collectieve verantwoordelijkheid nemen, door zelf het heft in handen te nemen tijdens op na een ingrijpende gebeurtenis;
•
Herstellen en verbeteren door sociale en operationele netwerken te benutten, zowel op persoonlijk als op systeemniveau, zodat sterker uit de situatie wordt gekomen;
•
Aanpassen en leren van ervaringen om toekomstige verstoringen beter op te vangen;
Verstoring Een verstoring is een gebeurtenis of situatie die de normale werking van mensen, gemeenschappen, voorzieningen of maatschappelijke systemen tijdelijk of langdurig belemmert of onderbreekt. Verstoring kan plotseling optreden, zoals een natuurramp, stroomuitval of pandemie, of geleidelijk ontstaan, zoals maatschappelijke polarisatie, afnemende beschikbaarheid van vitale middelen of persoonlijke uitdagingen zoals ziekte, verlies, financiële tegenslag of conflicten. Verstoringen kunnen fysiek, sociaal, digitaal of organisatorisch van aard zijn en variëren van conflicten, pandemieën, stakingen of hybride dreigingen tot maatschappelijke onrust. Ernstige of langdurige verstoringen kunnen escaleren tot een crisis, waarbij de gevolgen voor vitale processen en inwoners ingrijpend zijn.
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid verwijst naar het vermogen van inwoners en ondernemers om zelfstandig te handelen, beslissingen te nemen en regie te voeren over hun leven, huishouden of bedrijfsvoering — zowel in het dagelijks leven als tijdens verstoringen, rampen of crises. Het gaat om de mate waarin mensen, al dan niet met hulp van hun sociale netwerk, in staat zijn om noodzakelijke dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren, een gestructureerd huishouden of bedrijfsvoering te voeren en zichzelf te helpen wanneer reguliere ondersteuning (tijdelijk) niet beschikbaar is. In beleidsmatige zin wordt zelfredzaamheid gezien als een verschuiving van overheidsinmenging naar eigen regie en verantwoordelijkheid29. De Wet maatschappelijke ondersteuning30 omschrijft dit als “in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden.” Het NIPV31 definieert zelfredzaamheid in de context van crisisbeheersing als: “de vermogens en handelingen van burgers om incidenten zelfstandig of met hulp te voorkomen en/of te beheersen.” Het Ministerie van BZK32 benadrukt dat de overheid niet de enige partij is die kan bijdragen aan het beperken van de gevolgen van rampen of crises.
Ook burgers en ondernemers hebben hierin een verantwoordelijkheid: zij moeten in staat zijn zichzelf gedurende een bepaalde periode te redden. De mate van zelfredzaamheid wordt beïnvloed door factoren als:
29 Weten is nog geen doen - WRR 30 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 31 Zelfredzaamheid - NIPV 32 Nationale Veiligheid - Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
pagina 34
•
gezondheid, denk- en doenvermogen, vaardigheden en kennis;
•
sociale netwerken en beschikbaarheid van hulpbronnen;
•
inschatting van risico’s en geloof in eigen handelingsvermogen;
•
toegang tot betrouwbare informatie en communicatiemiddelen;
•
acceptatie en internalisering van eigen verantwoordelijkheid.
Van zelfredzame inwoners en ondernemers mag verwacht worden dat zij: •
risico’s kennen en erkennen die relevant zijn voor hun leefomgeving of bedrijfsvoering, en zich bewust zijn van mogelijke gevolgen van een verstoring of crisis;
•
voorbereidende maatregelen treffen, zoals het aanleggen van basisvoorzieningen voor ten minste 72 uur (bijvoorbeeld water, voedsel, EHBO en communicatiemiddelen), het opstellen van noodplannen of het treffen van back-upvoorzieningen.
•
weten waar zij betrouwbare informatie kunnen vinden en bij welke loketten zij terecht kunnen voor hulp of ondersteuning;
•
weten wat te doen tijdens een verstoring of crisis, bijvoorbeeld door instructies te volgen, adequaat te handelen en kalm te blijven;
•
regie voeren en eigen beslissingen nemen, zodat zij zichzelf en hun directe omgeving kunnen beschermen en tegelijkertijd ontlastend werken voor hulpdiensten;
•
bijdragen aan maatschappelijke veerkracht door, waar mogelijk, ook anderen in hun omgeving te ondersteunen.
Zelfredzaamheid is echter geen vaststaand gegeven, maar situationeel en gradueel. Niet iedereen beschikt over dezelfde mogelijkheden of omstandigheden om adequaat te handelen tijdens een ramp of crisis. Verminderd zelfredzamen Een aanzienlijk deel van de samenleving is verminderd zelfredzaam33: zij kunnen tijdens een verstoring of crisis niet (volledig) zelfstandig voor hun veiligheid, gezondheid of welzijn zorgen en zijn deels afhankelijk van hulp van anderen. Wie verminderd zelfredzaam is, verschilt per situatie en context. De mate van verminderde zelfredzaamheid wordt onder meer bepaald door: •
de mobiliteit van de persoon (kunnen vluchten of schuilen);
•
het inzicht in risico’s of gevaarlijke situaties;
•
de handelingsbekwaamheid en het vermogen om adequaat te reageren bij gevaar.
De groep verminderd zelfredzamen is divers en omvat onder andere: •
ouderen (65+);
•
kinderen (<12 jaar);
33 Verminderd zelfredzamen ten tijde van rampen en crises: de overheid een zorg? - IFV
pagina 35
•
mensen met een lichamelijke, cognitieve, neurologische, psychische, auditieve of visuele beperking;
•
mensen met een tijdelijke beperking (bijv. blessure of ziekte);
•
personen met een taalbarrière of beperkte toegang tot informatie;
•
toeristen of anderen die de lokale context niet kennen;
•
bewoners van zorginstellingen, gedetineerden en andere personen in een gesloten setting.
Belangrijk is te benadrukken dat dé verminderd zelfredzame persoon niet bestaat. Zelfredzaamheid is geen vast kenmerk, maar een situationele eigenschap: iemand kan in de ene context goed functioneren, maar in een andere juist kwetsbaar zijn. Voor deze groep is het versterken van samenredzaamheid en toegankelijke ondersteuning cruciaal. Overheden, maatschappelijke partners, inwoners en ondernemers dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid om ook minder zelfredzamen te betrekken, beschermen en ondersteunen, zodat zij zoveel mogelijk regie kunnen behouden tijdens en na een crisis.
Samenredzaamheid Naast zelfredzaamheid is samenredzaamheid van groot belang voor een weerbare en veerkrachtige samenleving. Waar zelfredzaamheid draait om individuele handelingsbekwaamheid, richt samenredzaamheid zich op het collectieve vermogen van een gemeenschap om elkaar te ondersteunen en gezamenlijk problemen het hoofd te bieden. Inwoners, ondernemers en organisaties die samenredzaam zijn, kunnen niet alleen zichzelf redden, maar weten elkaar ook te vinden, te helpen en te versterken. Deze onderlinge verbondenheid zorgt ervoor dat een samenleving beter bestand is tegen verstoringen en sneller kan herstellen. In een samenredzame gemeenschap34: •
kennen mensen elkaar en weten ze wat ze voor elkaar kunnen betekenen;
•
is er bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen voor zichzelf én voor anderen;
•
worden bestaande sociale verbanden zoals burennetwerken, verenigingen, vrijwilligersorganisaties en lokale ondernemers benut;
•
is sprake van vertrouwen, verbondenheid en goede informatie-uitwisseling;
•
wordt niet alleen tijdens, maar ook vóór en na een crisis samengewerkt aan oplossingen en herstel.
34 Samenwerken aan weerbaarheid in tijden van opbouwende spanning - NIPV
pagina 36
Samenredzaamheid versterkt de veerkracht van een gemeenschap, de kracht van het collectief. Hierbij spelen inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en overheid elk een rol. De overheid faciliteert en ondersteunt, maar de kracht ligt bij de gemeenschap zelf. Concreet betekent dit dat een samenredzame gemeenschap: •
weet waar hulp en middelen te vinden zijn;
•
elkaar kan informeren, alarmeren en ondersteunen;
•
tijdelijk kan voorzien in elkaars basisbehoeften;
•
kwetsbare inwoners niet uit het oog verliest;
•
en gezamenlijk sneller kan schakelen bij rampen of crises.
Samenredzaamheid vormt daarmee een essentiële bouwsteen van een weerbare en veerkrachtige samenleving, waarin gemeenschap en overheid elkaar aanvullen en versterken. Gemeenschappen Gemeenschappen zijn groepen mensen die zich met elkaar verbonden voelen op basis van gedeelde kenmerken, zoals woonplek, cultuur, geloof, ervaringen of sociale binding. Ze kunnen formeel of informeel zijn, zichtbaar of minder zichtbaar, en vormen samen het netwerk van relaties, interacties en steun dat bijdraagt aan sociale samenhang en wederkerigheid. Binnen een gemeenschap kennen inwoners elkaar, ondersteunen zij elkaar en organiseren zij gezamenlijk activiteiten of initiatieven die bijdragen aan leefbaarheid, welzijn en veiligheid. Sterke gemeenschappen versterken samenredzaamheid door collectieve steun, onderlinge afstemming en samenwerking, én door individuen te helpen zich voor te bereiden en adequaat te handelen in crisissituaties of bij andere maatschappelijke uitdagingen. Sociaal weefsel Het sociaal weefsel vormt de informele ruggengraat van deze gemeenschappen. Het bestaat uit netwerken van informele hulpverleners, sleutelfiguren en burgerhulpverleners, zoals burenhulp, mantelzorgers, buurtcoördinatoren, wijkraden en vrijwilligers in brede zin — bijvoorbeeld bij voedselbanken, verenigingen of sociale werkplaatsen.
Een sterk sociaal weefsel vergroot de onderlinge betrokkenheid, het vertrouwen en de wendbaarheid van een gemeenschap, en speelt een cruciale rol bij het opvangen van verstoringen en het versterken van weerbaarheid en veerkracht.
pagina 37
Binnen dit sociale weefsel bevinden zich verschillende groepen mensen die ieder op hun eigen manier bijdragen aan de kracht van een gemeenschap. Zij vormen samen een schakel tussen inwoners, formele organisaties en het bredere netwerk van ondersteuning. Informele hulpverleners Tot de informele hulpverleners35 behoren mantelzorgers, familieleden, vrienden, kennissen, buren en vrijwilligers. Zij leveren op dagelijkse basis een belangrijke bijdrage aan het welzijn en de ondersteuning van anderen. Hun inzet is vaak niet formeel georganiseerd, maar vormt een essentieel fundament voor sociale samenhang en praktische steun binnen gemeenschappen. Sleutelfiguren Sleutelfiguren36 zijn personen binnen een gemeenschap die een verbindende rol vervullen en bijdragen aan het versterken van onderlinge relaties, samenwerking en sociale samenhang. Ze fungeren als katalysatoren binnen informele netwerken door inwoners te informeren, te mobiliseren, te ondersteunen en activiteiten te organiseren. Sleutelfiguren kunnen zowel formele als informele rollen hebben. Denk aan coördinatoren van vrijwilligersinitiatieven, maar ook aan betrokken buurtbewoners die anderen helpen met praktische zaken, sociale steun of het opzetten van lokale initiatieven.
(Burger)hulpverleners Een burgerhulpverlener37 is een getrainde vrijwilliger die levens redt bij een hartstilstand door zo snel mogelijk te reanimeren en/of een Automatische Externe Defibrillator (AED) te gebruiken, nog voordat de ambulance arriveert. Via oproepsystemen zoals HartslagNu ontvangen burgerhulpverleners meldingen in hun directe omgeving. Ook organisaties zoals het Rode Kruis38 leveren een waardevolle bijdrage met verschillende soorten hulpverleners: •
Basis Eerste Hulpverlener: verleent eerste hulp bij onverwachte situaties, bijvoorbeeld op sportwedstrijden, festivals of evenementen.
•
Hulpverlener Bevolkingszorg: biedt psychosociale ondersteuning aan getroffenen tijdens grootschalige crises, zoals evacuaties of de opvang van vluchtelingen.
•
Noodhulpteam: komt onmiddellijk in actie bij rampen of aanslagen om lichtgewonde slachtoffers te helpen en ondersteunt zo de andere hulpdiensten.
Samen zorgen deze groepen — informele hulpverleners, sleutelfiguren, burgerhulpverleners en noodhulpteams — voor een sterk en wendbaar sociaal weefsel. Zij vergroten het vermogen van
35 Samenwerken met informele zorg - Waardigheid en trots voor de toekomst 36 De rol van sleutelpersonen - Movisie 37 Alles wat je moet weten over burgerhulpverlening - Hartstichting 38 Word vrijwiligger - Rode Kruis
pagina 38
een gemeenschap om snel te handelen, elkaar te ondersteunen en samen te werken in tijden van nood of maatschappelijke druk.
Vitale infrastructuur Vitale infrastructuur39 is het geheel van processen, producten, diensten en voorzieningen die essentieel zijn voor het functioneren van de samenleving, het dagelijks leven van inwoners en de nationale veiligheid. Dit omvat bijvoorbeeld toegang tot drinkwater, energie, telecommunicatie, transport, financiën en veiligheid. Deze infrastructuur vormt het fundament waarop de economie, openbare orde, basisvoorzieningen en het dagelijkse leven van mensen rusten. Wanneer vitale infrastructuur uitvalt of verstoord raakt — bijvoorbeeld door een cyberaanval, overstroming of stroomstoring — kan dit leiden tot grote maatschappelijke en economische schade en in het uiterste geval een bedreiging vormen voor de nationale veiligheid. De bescherming en versterking van deze infrastructuur is daarom een gezamenlijke opgave van overheden, vitale aanbieders en veiligheidsdiensten. Vitale processen Vitale processen40 zijn de specifieke activiteiten en diensten binnen deze infrastructuur die noodzakelijk zijn om de continuïteit van de samenleving te waarborgen. Vitale processen zijn onderling sterk verweven: een verstoring in één proces kan gevolgen hebben voor andere processen. Zo kan uitval van elektriciteit bijvoorbeeld impact hebben op internettoegang, drinkwatervoorziening of ziekenhuiszorg. Door deze onderlinge afhankelijkheid is de weerbaarheid van het geheel cruciaal.
Vitale processen worden in Nederland ingedeeld in twee categorieën: •
Categorie A: processen waarvan uitval direct en ernstig ontwrichtend is voor de samenleving (bijv. landelijke energievoorziening, drinkwater, waterkering).
•
Categorie B: processen waarvan uitval eveneens grote impact heeft, maar met een beperktere schaal of minder directe gevolgen (bijv. regionale energievoorziening, internettoegang, transport).
Vitale aanbieders Binnen elk vitaal proces spelen één of meerdere organisaties een sleutelrol. Dit kunnen private bedrijven, zelfstandige bestuursorganen of onderdelen van de (Rijks)overheid zijn. Deze organisaties worden vitale aanbieders genoemd en dragen verantwoordelijkheid voor de continuïteit en weerbaarheid van hun processen.
39 Vitale infrastructuur - NCTV 40 Vitale infrastructuur - NIPV
pagina 39
De processen van de gemeente worden interne gemeentelijke processen genoemd, de processen van de andere vitale aanbieders externe processen: •
Externe processen: maatschappelijke ketens en voorzieningen waarvan inwoners afhankelijk zijn, zoals drinkwatervoorziening, energie, voedselvoorziening en zorg.
•
Interne gemeentelijke processen: bestuurlijke besluitvorming, crisiscommunicatie, informatievoorziening en het functioneren van gemeentelijke diensten.
Een goed begrip van deze vitale processen – en de onderlinge afhankelijkheden – stelt gemeenten in staat om risico’s te verkleinen, samenwerkingspartners te betrekken en de continuïteit van publieke taken te waarborgen. Kwetsbare verblijflocaties Naast vitale aanbieders is het van groot belang dat organisaties die verantwoordelijk zijn voor kwetsbare groepen zich goed voorbereiden op crisissen en verstoringen, zodat zij zowel hun inwoners kunnen beschermen als hun eigen processen kunnen continueren. Kwetsbare verblijflocaties zijn organisaties waarvan de cliënten, bewoners of gebruikers in hoge mate afhankelijk zijn van zorg, begeleiding of bescherming, en die daardoor extra risico lopen bij een verstoring of crisis. Voorbeelden zijn: •
Ziekenhuizen
•
Verpleeghuizen
•
Instellingen voor gehandicaptenzorg
•
Penitentiaire inrichtingen
•
Opvanglocaties
Deze instellingen vervullen een cruciale maatschappelijke functie en zijn vaak onmisbaar voor het welzijn en de veiligheid van specifieke groepen inwoners. Tegelijkertijd beschikken zij niet altijd over de middelen of infrastructuur om langdurige verstoringen zelfstandig op te vangen. Daarom vragen zij om speciale aandacht binnen crisisbeheersing, risicocommunicatie en continuïteitsplanning.
Noodsteunpunten Noodsteunpunten zijn fysieke locaties die dienen als schakel tussen overheid en inwoners tijdens verstoringen of crisissituaties. Ze bieden in de eerste 72 uur — en indien nodig langer — essentiële ondersteuning, informatie en communicatie aan inwoners bij gebeurtenissen zoals uitval van vitale infrastructuur, extreem weer of andere noodsituaties. Een lokaal noodsteunpunt voorziet in basisvoorzieningen zoals water, voedsel, medische hulp, warmte of verkoeling, communicatiemogelijkheden en actuele informatie. Daarnaast fungeert het als ontmoetingsplek waar inwoners terechtkunnen voor praktische hulp, een luisterend oor en
pagina 40
doorverwijzing naar passende ondersteuning. Noodsteunpunten stimuleren ook burgerhulpverlening, zodat inwoners actief kunnen bijdragen aan de lokale crisisrespons. Het inrichten en bemensen van noodsteunpunten is de verantwoordelijkheid van gemeenten, in nauwe samenwerking met maatschappelijke organisaties, vrijwilligers, sleutelfiguren en hulpdiensten. Waar nodig ondersteunt de veiligheidsregio via een centraal noodsteunpunt. Lokale noodsteunpunten maken gebruik van bestaande structuren en netwerken, zoals buurthuizen, scholen of sportcomplexen, en bouwen voort op de aanwezige samenredzaamheid binnen de gemeenschap. Noodsteunpunten maken deel uit van een landelijk dekkend netwerk ter versterking van maatschappelijke weerbaarheid. Dit netwerk bestaat uit coördinerende noodsteunpunten op regionaal niveau en lokale noodsteunpunten op wijk- of buurtniveau. Ze zijn bedoeld om inwoners tijdens een crisis snel en effectief te informeren en ondersteunen, en dragen bij aan de versterking van sociale veerkracht, vertrouwen en lokale betrokkenheid.
pagina 41