Bijlage - Haalbaarheidsonderzoek nieuw sportpark Heeswijk-Dinther
Tekst van het document
Er wordt expliciet ingezet op een parkachtige inrichting die ook kan functioneren als uitloopgebied voor het dorp en als openbaar groen, zodat het sportpark bijdraagt aan de gemeentelijke ambitie van 107 m² groen per woning. Om dit te borgen worden landschappelijke, hydrologische en ecologische waarden als uitgangspunt meegenomen in het programma van eisen, in plaats van enkel als randvoorwaarde. Door het toepassen van natuurinclusieve inrichting en klimaatadaptieve maatregelen kan het sportpark bijdragen aan ecologische samenhang. Denk hierbij aan inheemse beplanting, biodivers groen, waterberging en het behouden of versterken van bestaande groenstructuren. In samenhang hiermee wordt de rol van de Leijgraaf als ecologische verbindingszone meegenomen in de verdere uitwerking, bijvoorbeeld door het beperken van lichtverstoring richting de EVZ, het creëren van natuurvriendelijke oevers en het waar mogelijk versterken van faunaverbindingen tussen sportpark, Leijgraaf en omliggend natuurgebied. Hiermee wordt een bredere ecologische benadering nagestreefd dan alleen het voldoen aan de minimale wettelijke vereisten. Daarnaast verhoogt de ligging nabij natuur de belevingswaarde van het sportpark. Een groene, rustige omgeving stimuleert sportief en recreatief gebruik en draagt bij aan het gemeentelijk beleid voor een gezonde leefomgeving.
Tegelijkertijd is het van belang om mogelijke negatieve effecten op het aangrenzende natuurgebied te voorkomen. Lichtverstoring, geluidsoverlast en toenemende recreatieve druk kunnen van invloed zijn op flora en fauna. Deze aspecten zullen in beeld worden gebracht via een ecologisch onderzoek, waarbij indien nodig aanvullende mitigerende of compenserende maatregelen worden geformuleerd. Ook de landschappelijke inpassing van velden, gebouwen en verlichting verdient specifieke aandacht, om de overgang naar het omliggende landschap zo geleidelijk en natuurlijk mogelijk te laten verlopen en om plekken voor ontmoeting, rust en verblijf in een parkachtige setting te creëren.
Pagina 24 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
Samenvattend biedt de locatie aan de rand van het dorp en grenzend aan natuur volop kansen voor een duurzaam en landschappelijk ingepast sportpark, mits in het ontwerp en gebruik rekening wordt gehouden met de ecologische gevoeligheid van de omgeving en de nieuwe ruimtelijke uitstraling van het gebied. Daarbij wordt nadrukkelijk gestuurd op een integraal groensportlandschap, waarin sport, recreatie, natuur en openbare groenfunctie met elkaar worden verbonden. Voor de vervolgfase wordt geadviseerd een landschapsontwerper aan het ontwerpteam toe te voegen om, op basis van het programma van eisen en de genoemde beleidsambities, een integraal landschappelijk en ecologisch ontwerp op te stellen. In dit ontwerp worden de eerder benoemde aandachtspunten (EVZ Leijgraaf, parkachtig uitloopgebied, openbare toegankelijkheid en bijdrage aan de 107 m² groen per woning) expliciet uitgewerkt en ruimtelijk verbeeld, zodat de gestelde ambities voor natuur, groenbeleving en klimaatadaptatie daadwerkelijk worden geconcretiseerd.
5.3. Bodem- en waterhuishoudkundige analyse 5.3.1. Bodemtype Bij het bepalen van geschikte locaties voor sportvoorzieningen is de bodemgesteldheid een belangrijk uitgangspunt. Het bodemtype beïnvloedt direct de bouw- en gebruiksmogelijkheden. In afbeelding 7 is weergegeven welke verschillende bodemtypes zich bevinden in het plangebied.
Afbeelding 7. Bodemtypes plangebied
Hieronder worden de eigenschappen van ieder bodemtype uiteengezet: Laarpodzolgronden: - Leemgehalte: leemarm en zwak lemig fijnzand; - Zandgrofheid: fijn; - Dit zijn humuspodzolgronden zonder ijzerhuidjes en met een matig dikke humushoudende bovengrond. Veldpodzolgronden: - Leemgehalte: leemarm en zwak lemig fijnzand; - Zandgrofheid: fijn; - Dit zijn humuspodzolgronden zonder ijzerhuidjes en met een dunne humushoudende bovengrond.
Pagina 25 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
Hoge zwarte enkeerdgronden: - Leemgehalte: leemarm en zwak lemig; - Zandgrofheid: fijn; - Dit zijn dikke eerdgronden met een esdek bestaande uit zand, een hoge ligging ten opzichte van het grondwater (Gt IV en hoger) en een zwarte minerale eerdlaag. Bekeerdgronden: - Leemgehalte: leemarm en zwak lemig; - Zandgrofheid: fijn; - Dit zijn kalkloze zandgronden met een minerale eerdlaag van 15-50 cm dikte, zonder ijzerhuidjes, en bij een zwarte minerale eerdlaag: roest beginnend binnen 35 cm en doorlopend tot 120 cm of tot de Cr-horizon en hoogstens over 30 cm onderbroken (bij een bruine minerale eerdlaag: geen indeling naar roest).
5.3.2. Hoogteligging en afwatering De hoogteligging van een terrein is een belangrijk criterium bij het beoordelen van de geschiktheid voor de aanleg van een sportpark. Een gunstige ligging draagt bij aan een natuurlijke afwatering en verkleint het risico op wateroverlast. De locatie kent volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland een hoogteligging die varieert van circa 6.96 meter tot 9.64 meter boven NAP. Binnen het totale gebied is sprake van hoogteverschillen, wat het van belang maakt om bij de positionering van het sportpark te kiezen voor een deelgebied met een relatief vlak maaiveld op een iets hoger gelegen positie. Dergelijke zones bieden de beste uitgangspunten voor een stabiele aanleg van sportvelden, minimaliseren het risico op wateraccumulatie en beperken de behoefte aan ingrijpende ophoging of drainage. Lage delen binnen het gebied, zijn minder geschikt zonder aanvullende maatregelen, omdat daar een verhoogd risico op wateroverlast of slechte draagkracht kan optreden. Het terrein kent een kenmerkend hoogteverschil, zichtbaar op de kaart als een lichtgroen gebied, dat wijst op een verhoging van ruim één meter. Dit hoogteverschil biedt kansen om het ontwerp van het sportpark hierop af te stemmen.
Hiermee kan het sportpark beter aansluiten op het natuurlijke reliëf van het terrein, wordt het waterbeheer geoptimaliseerd en ontstaat een aantrekkelijke, overzichtelijke inrichting die de ruimtelijke kwaliteit versterk.
Afbeelding 8. NAP hoogteligging
Pagina 26 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
5.3.3. Grondwaterstanden Voor de beoordeling van de geschiktheid van de locatie voor de aanleg van een kunstgrasveld is inzicht in de grondwaterstand van essentieel belang. De GHG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand) in het gebied varieert tussen een diepte van 30 cm en 79 cm. De rode gebieden op de kaart duiden op een lage grondwaterstand, terwijl de blauwe gebieden een hogere grondwaterstand betekenen. In het midden van het gebied is de grondwaterstand dus hoger dan aan de randen.
Afbeelding 9. Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand
Uit de eerste analyse blijkt dat het grondwaterpeil in het plangebied relatief hoog is. Om een adequate drooglegging te waarborgen, wordt voorgesteld de sportvelden en de aanliggende infrastructuur verhoogd aan te leggen, tot circa vijftig centimeter boven het huidige maaiveld. De werkwijze voorziet erin dat eerst de bovenste twintig centimeter van de leeflaag wordt verwijderd, waarna een nieuwe ophooglaag van circa zeventig centimeter wordt aangebracht. De vrijkomende grond kan worden hergebruikt voor het ophogen van de zones tussen de sportvelden en de infrastructuur, waardoor het grondverzet beperkt blijft. Om meer specifieke en actuele gegevens over de grondwaterstand te verkrijgen, is contact opgenomen met Waterschap Aa en Maas. Het waterschap beschikt echter niet over meetgegevens voor dit gebied omdat hier geen peilbuizen aanwezig zijn. Om een betrouwbaar beeld van de grondwaterstanden te krijgen, wordt geadviseerd om zo spoedig mogelijk peilbuizen te plaatsen. Door het monitoren van de grondwaterstand gedurende een representatieve periode kunnen hoogteverschillen, seizoensinvloeden en tijdelijke pieken in kaart worden gebracht, wat essentieel is voor een gefundeerde ontwerp- en aanlegstrategie.
5.3.4. Geotechniek Voor de aanleg van de sportvelden, gebouwen, wegen en overige infrastructuur is een voldoende drooglegging essentieel. Dit houdt in dat er een toereikend hoogteverschil aanwezig moet zijn tussen het toekomstige maaiveld en de gemiddelde grondwaterstand, om te voorkomen dat het terrein te nat wordt of de draagkracht van de ondergrond onvoldoende is. Een verhoging van het maaiveld betekent echter ook een toename van belasting op de ondergrond. De ondergrond moet dit extra gewicht kunnen dragen zonder dat noemenswaardige zettingen of stabiliteitsproblemen optreden. Indien de ondergrond uit slappe veenlagen of kleiige afzettingen zou bestaan, kan dit leiden tot inklinking of ongelijkmatige verzakkingen. Op basis van een eerste verkenning, bestaande uit boorprofielen en sonderingen, blijkt dat de ondergrond in het plangebied overwegend uit zand bestaat, met op grotere diepte een dunne leemlaag. Deze bodemopbouw biedt naar verwachting voldoende draagkracht voor de voorgestelde ophoging. In
Pagina 27 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
de vervolgfase van het project dient de werkwijze nader te worden onderbouwd met geotechnisch en geohydrologisch onderzoek. Deze onderzoeken zullen meer zekerheid bieden over de samenstelling en draagkracht van de ondergrond en over het gedrag van het grondwater bij ophoging van het terrein.
5.4. Kabels en leidingen 5.4.1. Huidige kabels en leidingen De ligging van bestaande kabels en leidingen zijn in kaart gebracht door het doen van een KLICmelding. De kabels en leidingen zijn hieronder weergegeven in afbeelding 9.
Afbeelding 10. Kabels en leidingen
De volgende kabels en leidingen liggen momenteel rondom het plangebied: -
-
Enexis Netbeheerder: o Gasleiding hoge druk; o Gasleiding lage druk; o Laagspanning; o Middenspanning. Gemeente Bernheze: o Riool onder druk; o Riool vrij-verval. Brabant Water: o Waterleiding. E-FIBER Exploitatie B.V: o Datatransport KPN B.V: o Datatransport. Open Dutch Fiber B.V: o Datatransport. Ziggo: o Datatransport.
Pagina 28 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
5.4.2. Benodigde kabels en leidingen Bij de aanleg van een nieuw sportpark is een goede ondergrondse infrastructuur essentieel om alle sporttechnische en functionele onderdelen van het park goed te laten functioneren. Afhankelijk van de inrichting van het sportpark, zoals het aantal velden, de aanwezigheid van verlichting, kleedaccommodaties en installaties, worden diverse kabels en leidingen aangelegd. Deze vormen de ruggengraat van de technische voorzieningen en worden zoveel mogelijk gebundeld in kabel- en leidingstroken om onderhoud en beheer te vergemakkelijken. De volgende kabels en leidingen moeten worden gelegd: Elektriciteit: Aansluitkabel hoofdvoeding (van netbeheerder naar hoofdverdeelkast); Kabels voor veldverlichting (vaak per veld afzonderlijk); Kabels voor terreinverlichting (langs paden en parkeerplaatsen); Voedingskabels voor installaties in kleedaccommodatie (verwarming, ventilatie, douches); Kabels voor scoreborden en beveiligingscamera’s (indien van toepassing). Water: Hoofdaansluiting drinkwater; Aansluitingen voor douches, toiletten en wasbakken in kleedgebouw; Aansluiting voor beregeningsinstallatie natuurgrasvelden; Aansluitingen voor buitenkranen en eventueel drinkwatertappunten.
Afvoer: Hemelwaterafvoer (HWA), inclusief afvoer van daken en verhardingen; DWA-aansluiting (afvoer van vuilwater uit sanitair en kantine); Aansluiting op gemeentelijk rioolstelsel (vrij-verval of drukriolering). Communicatie/ besturing: Leiding voor internet of datanetwerk (indien kantine of beheersysteem aanwezig is); Kabels voor aansturing veldverlichting of automatische beregening. Overige: Leiding voor warmtepomp of bodembron (bij duurzame energievoorziening); Drainageleidingen onder natuur- en kunstgrasvelden; Leidingwerk ten behoeve van waterbuffering of infiltratiesysteem. Deze opsomming vormt een generiek overzicht; in de technische uitwerking (VO/DO) worden exacte tracés, dimensies en aansluitpunten bepaald op basis van het ontwerp en de gekozen installaties. Omdat netcongestie de doorlooptijden voor nutsaansluitingen verlengt, is het verstandig om vroegtijdig te beginnen met de aanvraag, ook als een netverzwaring nodig is. De aanvraagprocedure kan 1 tot 2 jaar duren en het is belangrijk om na de aanvraag te controleren hoeveel capaciteit er daadwerkelijk beschikbaar is in uw regio.
Pagina 29 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
5.5. Cultuurhistorie Er is een historisch erf aanwezig in het plangebied (zie paragraaf 7.1). Dit deel van het plangebied is echter geen onderdeel van de huidige inrichting van het sportpark, waardoor dit geen belemmering vormt. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt zijn er daarnaast enkele boomstructuren en paden. Oude boomstructuren worden grotendeels hersteld en huidige boomstructuren blijven grotendeels behouden om de cultuurhistorie te waarborgen. Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant (2025) zijn geen bijzondere elementen aangeduid. Ook zijn de beschikbare topografische kaarten vanaf 1815 geraadpleegd, waaruit geen noemenswaardige bevindingen naar voren kwamen (www.topotijdreis.nl). Echter beschikt de Heemkundekring De Wojstap over uitgebreide gegevens over het gebied. Deze informatie is benut om de historische lanen en structuren zo veel mogelijk te reconstrueren in het ontwerp van het nieuwe sportpark, waardoor het plan aansluit bij de cultuurhistorische context van de omgeving.
5.6. Verkeer en vervoer Tijdens het haalbaarheidsonderzoek is het verkeersaspect van de ontwikkeling van het nieuwe sportpark besproken met de verkeerskundige en de beleidsmedewerker verkeer van de gemeente Bernheze. Uit zowel deze gesprekken als de participatieavond is gebleken dat de verkeersveiligheid en de toename van verkeersbewegingen belangrijke aandachtspunten zijn voor omwonenden. Bewoners uitten met name zorgen over de verkeersdrukte tijdens piekmomenten en de snelheid waarmee verkeer zich door de omgeving beweegt. Een belangrijk uitgangspunt is dat het sportpark autoluw wordt ingericht. Er is voor gekozen om geen doorgaande weg door het park te realiseren. Op het sportpark worden verschillende fietsen wandelpaden gerealiseerd. Hiermee wordt aangesloten bij het gezamenlijke streven van de stakeholders om een veilige, overzichtelijke en duurzame inrichting te creëren waarin wandelen en fietsen wordt gestimuleerd en autogebruik juist wordt ontmoedigd. Het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen is bepaald in overeenstemming met de specialisten van de gemeente. Deze hoeveelheden zijn weergegeven in paragraaf 8.1.4. Hoewel verkeersveiligheid een essentieel onderdeel vormt van een goed functionerend sportpark, vallen de diverse verkeerskundige onderzoeken buiten de scope van dit haalbaarheidsonderzoek.
Newae is binnen dit onderzoek verantwoordelijk voor alle onderzoeken binnen de grenzen van het plangebied. De gemeente is verantwoordelijk voor de verkeerssituatie buiten het plangebied. De gemeente zal daarom nadere onderzoeken uitvoeren om de toekomstige verkeersinrichting en -afwikkeling zorgvuldig te onderbouwen. De gemeente is al met verschillende onderzoeken bezig om de verkeerssituatie in HeeswijkDinther in de toekomst te verbeteren. Binnen het haalbaarheidsonderzoek naar het sportpark is rekening gehouden met de oostelijke randweg van Heeswijk-Dinther die eindigt in de vorm van een rotonde aan het sportpark. Hiervoor wordt op dit moment onderzoek gedaan naar het mogelijke tracé van de oostelijke randweg. Daarnaast inventariseert de gemeente met een verkeersanalyse welke verkeersknelpunten er zijn binnen het wegennet van Heeswijk-Dinther en worden de zorgen meegenomen die de inwoners hebben geuit over de toename van de verkeersdruk door de ontwikkeling van het sportpark.
Pagina 30 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
6. Externe onderzoeken 6.1. Archeologisch onderzoek BAAC adviseert om bij bodemverstorende activiteiten op de locaties met een middelhoge archeologische verwachting een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uit te laten voeren. Voor de locatie met een hoge verwachting (historisch erf) wordt een vervolgonderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Het volledige rapport van BAAC is weergeven in bijlage 5.
6.2. Explosievenonderzoek Op basis van de NGE-Atlas, het ontwerp en de historische context is de kans op aantreffen van NGE voor deze projectlocatie ingeschaald als laag. Op basis van het reeds beschikbare bronmateriaal uit de REASeuro Database kan worden gesteld dat in de omgeving van de projectlocatie weinig oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Er wordt geadviseerd om de regulier doorgang te laten vinden, zonder verdere maatregelen. Hierbij dient het protocol ‘spontaan aantreffen van NGE’ in acht genomen te worden. Het volledige rapport van REASeuro is weergegeven in bijlage 6.
6.3. Quickscan Omgevingsdienst Brabant-Noord Het volledige rapport van de omgevingsdienst Brabant-Noord is weergegeven in bijlage 7. Bedrijven en milieuzonering: Dit aspect vormt mogelijk een belemmering voor de ontwikkeling. Een gedetailleerd akoestisch onderzoek is noodzakelijk. M.e.r.-beoordeling: Dit aspect vormt waarschijnlijk geen belemmering voor de ontwikkeling. Lucht: Dit aspect vormt waarschijnlijk geen belemmering voor de ontwikkeling. Volksgezondheid in relatie tot veehouderijen: Dit aspect vormt waarschijnlijk geen belemmering voor de ontwikkeling. Spuitzones gewasbescherming: Dit aspect vormt mogelijk een belemmering voor de ontwikkeling. In kaart dient te worden gebracht of en waar bestrijdingsmiddelen worden toegepast. Als bestrijdingsmiddelen leiden tot een onaanvaardbaar verblijfsklimaat dan kan hiermee mogelijk rekening worden gehouden in de planvorming/inrichting van het plangebied. Denk aan voldoende afstand en/of driftreducerende maatregelen. Hoogspanningslijnen: Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. (Agrarische) geur: Dit aspect vormt waarschijnlijk geen belemmering voor de ontwikkeling.
Pagina 31 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
Externe veiligheid: Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Geluid Wegverkeerslawaai: Dit aspect vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Industrielawaai/milieuzonering: Dit aspect vormt mogelijk een belemmering voor de ontwikkeling. Direct aan de randen van het plangebied zijn woningen gelegen die hinder kunnen ondervinden van de activiteiten (onder andere sport, parkeren, verkeer, kantine) die binnen het sportpark plaatsvinden. Hiermee kan rekening worden gehouden in de planvorming/inrichting van het plangebied. Denk aan voldoende afstand of ligging van hinder veroorzakende of hinder luwe functies/activiteiten. Natuur (soortenbescherming): Dit aspect vormt mogelijk een belemmering voor de ontwikkeling. Zie rapport. Het voorkomen van, en eventuele effecten op, beschermde soorten dient inzichtelijk gemaakt te worden (door middel van een quickscan flora en fauna) als er ingrepen plaatsvinden die eventuele effecten op beschermde soorten kunnen hebben zoals sloop, verlies van beplanting, intensiever gebruik van de planlocatie waardoor verstoring ontstaat, etcetera. Afhankelijk van de planuitvoering is onderzoek noodzakelijk zodat momenteel niet kan worden uitgesloten dat er geen belemmering bestaat met betrekking tot het onderdeel soortenbescherming. Natuur (gebiedsbescherming): Dit aspect vormt waarschijnlijk geen belemmering voor de ontwikkeling.
Bodem: Dit aspect vormt mogelijk een belemmering voor de ontwikkeling. Uit historische gegevens blijkt dat enkele verdachte deellocaties zoals boomgaarden en (zand)wegen aanwezig zijn (geweest). Bij het beoogde herinrichtingsplan zijn gebouwen en ondersteunende ruimtes voorzien. In het kader van de toets ruimtelijke ordening dient de bodemkwaliteit ter plaatse van deze locaties bekend te zijn. Hiertoe dient een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740), mogelijk inclusief asbestonderzoek (NEN 5707), te worden uitgevoerd. Bovendien is, aanvullend op de toets ruimtelijke ordening, tevens ter plaatse van overige terreindelen grondverzet noodzakelijk ten behoeve van het herinrichtingsplan. In het kader van de aanleiding “Graven boven of beneden interventiewaarde” dient de bodemkwaliteit inzichtelijk te zijn. Ook hiervoor dient een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740), mogelijk inclusief asbestonderzoek (NEN 5707), te worden uitgevoerd.
6.4. Aanvullende externe onderzoeken In overleg met de gemeente is besloten om delen van onderzoeken die op locatie uitgevoerd moeten worden uit te stellen tot de volgende onderzoeksfase. De gemeente heeft, afgezien van de participatieavond, namelijk nog geen direct contact gehad met deze grondeigenaren. De volgende externe onderzoeken zullen daarom dus nog uitgevoerd moeten worden: ecologisch onderzoek, milieukundig onderzoek, proefsleuven onderzoek, akoestisch onderzoek, geotechnisch onderzoek, geohydrologisch onderzoek, detailmetingen en infiltratieonderzoek.
Pagina 32 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
7. Behoefte- en capaciteitsonderzoek en Programma van Eisen In dit hoofdstuk wordt de belangrijkste informatie over het behoefte- en capaciteitsonderzoek en het Programma van Eisen (PvE) uiteengezet. Het volledige behoefte- en capaciteitsonderzoek is zichtbaar in bijlage 8 en het PvE in bijlage 9. In dit onderzoek wordt geanalyseerd welke faciliteiten op het beoogde sportpark aanwezig moeten zijn. Het gaat daarbij onder anderen om sportvelden, kantines en kleedkamers. Het behoefte- en capaciteitsonderzoek is verricht aan de hand van data die voortkomt uit de enquêtes die de sportverenigingen hebben ingevuld. Daarnaast is de leerlingenprognose gebruikt om de toekomstige behoefte tot 2040 te bepalen. Voor het behoefte- en capaciteitsonderzoek dienen richtlijnen gehanteerd te worden voor de berekening van het benodigd aantal velden en kleedkamers die de verenigingen nodig hebben. In eerste instantie is uitgegaan van de richtlijnen van KNVB, KNHB, KNLTB en KNKV. Een nadere uitwerking van deze richtlijnen en uitgangspunten is opgenomen in bijlage 8.
7.1. Behoefte- en capaciteitsonderzoek 7.1.1. Trends en demografische ontwikkelingen Als onderdeel van het haalbaarheidsonderzoek voor de realisatie van het sportpark te HeeswijkDinther wordt een behoefte- en capaciteitsonderzoek verricht. Aan de hand van dit onderzoek wordt in kaart gebracht welke faciliteiten nodig zijn op het nieuwe sportpark om aan de behoefte van alle verenigingen te voldoen. Eerst wordt het verwachte aantal leden in 2040 vastgesteld aan de hand van relevante trends en demografische ontwikkelingen binnen de gemeente Bernheze (Pronexus, 2023). Vervolgens wordt per sport de behoefte- en capaciteitsbepaling verricht voor het aantal sportvelden en voor het clubgebouw. Ook voor de parkeergelegenheid is een behoefte- en capaciteitsonderzoek verricht. De verwachting van de leerlingenprognose is dat het aantal basisschoolleerlingen in HeeswijkDinther de komende 15 jaar zal toenemen met ongeveer 10%. Tot 2030 zal er waarschijnlijk een groei zijn van ongeveer 5%, die in de 10 jaar daarna stijgt tot 10%. In de situatie waarbij ook de basisscholen van Vorstenbosch en Loosbroek zijn meegenomen stijgt het aantal tot 2040 met 9%. In de situatie waarbij alleen de basisschool van Vorstenbosch is meegenomen stijgt het aantal tot 2040 met 11%. Naam school De Bolderik De Mozaïek ‘t Palet
2025 116 203 221 Groeipercentage gemiddeld
2030 124 219 223
Groei/krimp +7% +8% +1% 5%
Tabel 2. Leerlingenprognose basisscholen Heeswijk-Dinther t.b.v. voetbal en tennis
Pagina 33 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
2040 130 230 234
Groei/krimp +12% +13% +6% 10%
Naam school 2025 De Bolderik 116 Op Weg 169 St. Albertusschool 100 De Mozaïek 203 ‘t Palet 221 Groeipercentage gemiddeld
2030 124 186 100 219 223
Groei/krimp +7% +10% 0% +8% +1% 5%
2040 130 188 101 230 234
Groei/krimp +12% +11% +1% +13% +6% 9%
Tabel 3. Leerlingenprognose basisscholen Heeswijk-Dinther, Vorstenbosch en Loosbroek t.b.v. hockey
Naam school De Bolderik Op Weg De Mozaïek ‘t Palet
2025 116 169 203 221 Groeipercentage gemiddeld
2030 124 186 219 223
Groei/krimp +7% +10% +8% +1% 7%
2040 130 188 230 234
Groei/krimp +12% +11% +13% +6% 11%
Tabel 4. Leerlingenprognose basisscholen Heeswijk-Dinther en Vorstenbosch t.b.v. korfbal
Tijdens het kernoverleg is besloten dat we uitgaan van de leerlingenprognose bij de behoefte- en capaciteitsanalyse. In deze prognose is de stijging van het aantal leden door de toekomstige bouw van 570 woningen in Heeswijk-Dinther, 150 woningen in Vorstenbosch en 60 woningen in Loosbroek echter niet opgenomen. Daarom worden zowel het aantal extra leden dat verwacht wordt door een toename van het aantal basisschoolleerlingen als het aantal extra leden dat verwacht wordt door de bouw van nieuwbouwwoningen meegenomen in de behoefte- en capaciteitsbepaling. In de berekeningen is geen rekening gehouden met eventuele trends binnen de verschillende sporten zoals de opkomst van het zaterdagvoetbal. Bij twijfelgevallen kunnen dergelijke argumenten echter wel een doorslag geven. Sport
Percentage sporters
Voetbal Hockey Korfbal Tennis
11.5% 1.9% 2.9% 8.5%
Aantal extra leden 2030/2040 138 31 44 102
Tabel 5. Aantal extra sporters dankzij woningbouw
Naar verwachting zal de combinatie van de leerlingenprognose en de nieuwbouwwoningen leiden tot een ledenstijging bij de voetbalvereniging van 22% in 2040. De ledenstijging bij de tennisvereniging is naar verwachting 24 procent. Bij de hockeyvereniging stijgt het aantal leden met 25% en bij de korfbalvereniging met 28%.
Pagina 34 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
7.1.2. Behoefte- en capaciteitsbepaling velden Voetbalvereniging Het bepalen van de organisatorische behoefte wordt gedaan aan de hand van de rekentool ‘veldbehoefte’ van de KNVB. In bijlage 8 zijn de resultaten uit deze rekentool specifiek weergegeven. Volgens de richtlijn behoeftebepaling zoals vastgesteld door de KNVB, VNG en VSG, zijn om te voldoen aan de huidige behoefte 4 wedstrijdvelden en 3 trainingsvelden nodig. Dankzij de verwachte stijging van het aantal leden stijgt de behoefte in 2030 en 2040 naar 4 wedstrijdvelden en 4 trainingsvelden. Op het nieuwe sportpark zijn dus 4 wedstrijdvelden en 4 trainingsvelden nodig om te kunnen voldoen aan de behoefte op lange termijn. De technische behoefte wordt bepaald door het aantal speeluren dat een vereniging nodig heeft. Wanneer een veld te veel bespeeld wordt, dan kan het zijn dat de kwaliteit van het veld niet meer voldoet aan de eisen en richtlijnen van de KNVB. Verschillende type velden kunnen een verschillende speeldruk aan. De technische behoefte aan voetbalvelden is bepaald op basis van speeluren en ledengroei richting 2030 en 2040. Uit vijf onderzochte varianten blijkt dat in de huidige situatie overal overcapaciteit is (zie bijlage 8). Richting 2030 en 2040 neemt deze af door de verwachte groei van het aantal leden.
Varianten 2, 4 en 5 voldoen zowel nu als in de toekomst aan de technische en organisatorische behoefte.
Variant 1 Variant 2 Variant 3 Variant 4 Variant 5
Wedstrijdveld (W) 2 2 3 3 2
Trainingsveld (T) 1 2 2 3 2
Kunstgrasveld Hybrideveld (K) 2 0 2 0 1 0 1 0 1 1
Totaal 5 6 6 7 6
Tabel 6. Aantal voetbalvelden gezien technische behoefte
Vooruitkijkend naar 2040 neemt de technische overcapaciteit van variant 2, 4 en 5 verder af door de verwachte aanwas van leden. De overcapaciteit van variant 2 daalt daardoor naar 900 uur, die van variant 4 naar 300 uur en die van variant 5 naar 208 uur. Daarnaast beschikken alle varianten over minimaal 4 wedstrijd- en 4 trainingsvelden doordat kunstgrasvelden of hybridevelden aanwezig zijn. Variant 2, 4 en 5 bieden dus voldoende capaciteit om te voldoen in zowel de organisatorische als technische behoefte van de toekomst. Newae adviseert variant 2, waarbij wel rekening gehouden moet worden met de reservering van ruimte voor de aanleg van een extra veld. Deze behoefte- en capaciteitsberekening is namelijk gebaseerd op een periode van 15 jaar. Ontwikkelen voor na die termijn zijn niet in kaart gebracht, wat zou kunnen betekenen dat later extra ruimte noodzakelijk is. Daarbij moet wel de kanttekening geplaatst worden dat in deze behoefte- en capaciteitsberekening naar een periode tot 2040. Variant 2, aangevuld met de reservering voor een extra veld in de toekomst, heeft ook de voorkeur van de vertegenwoordigers van de voetbalverenigingen.
Pagina 35 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
Tennisvereniging Omdat de tennisvereniging geen gegevens heeft aangeleverd, is uitgegaan van het potentiële aantal tennissers in Heeswijk-Dinther. Op basis van het gemeentelijk gemiddelde (8,5% KNLTBleden) zijn er circa 740 tennissers, wat neerkomt op een behoefte aan 9 banen (1 baan per 90 leden). Met de verwachte groei stijgt het aantal leden naar circa 880 in 2030 en 920 in 2040, wat een behoefte oplevert van respectievelijk 10 en 11 banen. Voor de korte termijn is de aanleg van 10 banen voldoende, mits ruimte wordt gereserveerd voor een elfde baan en er een goede balans tussen tennis en padel wordt afgewogen in de planvorming. Hockeyvereniging Op basis van de KNHB-richtlijnen en het huidige aantal teams van MHC HDL is berekend dat één hockeyveld momenteel volstaat voor zowel wedstrijden als trainingen (met de aanname dat veteranenteams niet trainen). Met een verwachte groei van 190 naar circa 230 leden in 2030 en 238 leden in 2040 stijgt het aantal teams van 12 naar 16 à 17. Daarmee neemt de veldbehoefte toe naar ongeveer 1,2 veld (zie bijlage 8). Om in de toekomst voldoende capaciteit te behouden, wordt geadviseerd naast één volwaardig wedstrijdveld een kwart tot half extra veld te realiseren, zodat de vereniging ook bij verdere groei in de trainings- en wedstrijdbehoefte kan blijven voorzien.
Korfbalvereniging Op basis van de KNKV-norm van 21 normteams per twee kunstgrasvelden heeft KV Altior met 14,5 normteams momenteel twee kunstgrasvelden nodig. De twee veteranenteams die doordeweeks spelen zijn hierbij niet meegenomen. Door de verwachte ledengroei stijgt het aantal leden naar circa 318 in 2030 en 328 in 2040, wat een toename betekent van respectievelijk 24% en 28%. Hierdoor neemt het aantal normteams toe naar 18 in 2030 en 19 in 2040. Ondanks deze groei blijft de behoefte van de vereniging gelijk op twee kunstgrasvelden, omdat het aantal normteams ook in 2040 nog onder de grens van 21 blijft.
7.1.3. Behoefte- en capaciteitsbepaling gebouwen Door de kerngroep is besloten dat de voetbalvereniging, de hockeyvereniging en de korfbalvereniging een gezamenlijk gebouw krijgen. Voor de behoefte- en capaciteitsanalyse voor dit gebouw is de optelsom van het aantal leden van al deze verenigingen genomen. Op basis daarvan is het gemiddeld aantal personen in de kantine tijdens piekuren bepaald en het aantal bezoekers. Op basis hiervan zijn de oppervlaktes van alle sport gerelateerde ruimten en nietsport gerelateerde ruimten bepaald. De oppervlaktes voor alle benodigde ruimten in dit gezamenlijke gebouw voor de behoefte in 2040 zijn weergegeven in bijlage 8. In onderstaande tabel zijn de afmetingen van het gezamenlijke gebouw weergegeven. Newae heeft berekeningen gemaakt voor het benodigde aantal vierkante meters gebouwen op basis van verschillende richtlijnen van de sportbonden. Deze oppervlakten zijn weergegeven in onderstaande tabel. De oppervlakten voor de voetbal- hockey- en korfbalvereniging zijn onderaan de tabel bij elkaar opgeteld, omdat deze sportverenigingen waarschijnlijk een gezamenlijk gebouw zullen krijgen. De rijen ‘tennisvereniging’ en ‘gezamenlijk gebouw’ zijn dankzij de samenvoeging de relevante gegevens in deze tabel. De tennisvereniging krijgt een apart gebouw.
Pagina 36 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
Omdat de investering in gebouwen een investering is die voor een langere termijn gedaan wordt, baseren wij ons op het aantal velden/banen, het gemiddeld aantal personen in de kantine tijdens piekuren en het aantal bezoekers in 2040. De tabel is opgesplitst in een deel sport gerelateerd en een deel niet-sport gerelateerd. Dit onderscheid is gemaakt om later een demarcatie te kunnen maken in beheer en exploitatie. Netto sport gerelateerd Tennisvereniging Gezamenlijk gebouw voetbal-, hockey en korfbalvereniging
64 m2 591 m2
Netto nietsportgerelateerd 211 m2 1.440 m2
Netto totaal vloeroppervlak
Bruto totaal vloeroppervlak
275 m2 1.761 m2
332 m2 2.130 m2
Tabel 7. Totaal bruto vloeroppervlak
Het idee is om aangrenzend aan het gebouw drie tribunes te realiseren langs de drie gevels van de kantine die direct aan de speelvelden grenzen. In afbeelding 11 is ter illustratie het clubgebouw van voetbalvereniging EGS ’20 Grave opgenomen. Dit voorbeeld geeft een representatieve indruk van één zijde van de beoogde ruimtelijke en architectonische uitwerking van het beoogde tribuneconcept voor het nieuwe sportpark. Afbeelding 11. Voorbeeld beoogde tribune
7.1.4. Behoefte- en capaciteitsbepaling parkeergelegenheden Het aantal parkeerplaatsen voor het sportpark is berekend op basis van het netto sportoppervlak van de velden, waarbij is uitgegaan van de CROW-richtlijn van maximaal 27 autoparkeerplaatsen per hectare. Met 6 voetbalvelden, 6 tennisbanen, 4 padelbanen, 1,5 hockeyveld en 2 korfbalvelden komt het totale sportoppervlak op circa 6,3 hectare, wat neerkomt op 170 parkeerplaatsen. Voor fietsen is uitgegaan van gemiddeld 64 fietsparkeerplaatsen per hectare, wat resulteert in 405 plekken. Uit de enquêtes blijkt echter dat er momenteel 235 autoparkeerplaatsen en 510 fietsparkeerplaatsen zijn, terwijl sportverenigingen al aangeven een tekort te ervaren. Daarom is geadviseerd om voor auto’s uit te gaan van de richtlijn van 170 plaatsen en daarnaast een overloopparkeerplaats te realiseren voor piekmomenten, om zo veilige parkeeromstandigheden te waarborgen. Voor fietsen wordt aanbevolen 500 plaatsen bij het gezamenlijke gebouw voor voetbal, hockey en korfbal te realiseren en 50 plaatsen bij de tennisvereniging, zodat het tekort wordt verkleind en fietsen gestimuleerd worden.
Pagina 37 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
7.2. Programma van Eisen Het PvE is toegevoegd als bijlage 9. In dit rapport wordt voor alle sportverenigingen die op het toekomstige sportpark zullen worden gehuisvest een programma van Eisen (PvE) opgesteld. Verder worden hoofdstukken gewijd aan algemene werkzaamheden, wensen van overige stakeholders en overige inrichting. De PvE’s zijn opgesteld op basis van de adviezen van Newae. Deze adviezen zijn grotendeels gebaseerd op richtlijnen die zijn vastgesteld door de KNVB, KNLTB, KNHB en KNKV, maar wijken in sommige gevallen af. De reden van afwijking zijn verwerkt in de bijlage 8. Daarnaast wordt in kaart gebracht welke aanvullende wensen en eisen de stakeholders hebben. Indien verenigingen of stakeholders afwijkende wensen hebben, zijn deze wensen in het rood weergegeven onder de richtlijn/het advies. Op deze manier is zichtbaar wat de richtlijn van de sportbonden/het advies van Newae is en wat de aanvullende wens van de vereniging is.
Pagina 38 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
8. Schetsontwerpen 8.1. Variant A Het schetsontwerp variant A is tot stand gekomen door een systematische benadering waarbij alle relevante randvoorwaarden in kaart zijn gebracht. Op basis hiervan zijn, in samenspraak met vakspecialisten van de gemeente, het waterschap en de betrokken sportverenigingen, drie ontwerpvarianten opgesteld. Deze varianten zijn nader uitgewerkt op tekening en besproken met de betrokken partijen. Naar aanleiding van deze bespreking is een vierde, geoptimaliseerde variant ontwikkeld, aangeduid als variant A. Variant A is door de stakeholders ontwikkeld als voorkeursvariant en heeft een parkachtige variant die goed in de omgeving past en niet alleen ingericht is op sport maar op multifunctioneel ruimtegebruik. Variant A is weergeven in afbeelding 12. De uitvergrote versie is opgenomen in bijlage 10.
8.2. Variant B
Afbeelding 12. Schetsontwerp variant A
Het schetsontwerp variant B is opgesteld naar aanleiding van het verzoek van het college om een compacter ingerichte variant in beeld te brengen. De focus ligt op het beperken van de benodigde ruimten en het efficiënter benutten van de beschikbare gronden. In samenspraak met de projectgroep, vakspecialisten van de gemeente, het waterschap en de betrokken sportverenigingen is een alternatief ontwerp ontwikkeld. Variant B vormt daarmee de compacte tegenhanger van variant A en wordt gebruikt om de ruimtelijke en financiële consequenties van een compacter sportpark inzichtelijk te maken. Variant B is weergeven in afbeelding 13. De uitvergrote versie is Afbeelding 13. Schetsontwerp variant B opgenomen in bijlage 10.
Pagina 39 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
8.3. Variant C Variant C is ontwikkeld nadat in de kerngroep de wens is uitgesproken om een minder compacte tussenvariant met meer uitbreidingsmogelijkheden in beeld te brengen. Naar aanleiding van de vraag vanuit de gemeente, is een tussenvariant opgesteld waarin een groter park aanwezig is en meer ruimte tot uitbreidingsmogelijkheden zijn maar toch rekening is gehouden met de totaal benodigde ruimte. Daarmee is variant C een tussenvariant die zowel recht doet aan de ambitie voor een groen, landschappelijk ingepast sportpark als aan de wens om het ruimtebeslag en de kosten te beperken. Variant C is een compact sportpark met een parkachtige uitstraling en combineert sterke punten van variant A en B. Net als de andere varianten wordt variant C gebruikt om de ruimtelijke en financiële consequenties van het sportpark inzichtelijk te maken. Variant C is weergeven in afbeelding 14. De uitvergrote versie is opgenomen in bijlage 10.
Afbeelding 14. Schetsontwerp variant C
Pagina 40 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
9. Investeringskosten In dit hoofdstuk worden de investeringskosten van variant A, B en C in kaart gebracht en met elkaar vergeleken. Daarnaast worden mogelijke subsidies genoemd waarmee de investering deels kan worden bekostigd. De investeringskosten van variant A zijn weergegeven in tabel 8, de investeringskosten van variant B zijn weergegeven in tabel 9 en de investeringskosten van variant C zijn weergegeven in tabel 10. Alle bedragen zijn exclusief BTW. De volledige investeringsbegroting is weergegeven in bijlage 11. Onderdelen
Kosten
Onderdelen
Kosten
Grondverwerving, plankosten, bouw- en woonrijp maken
€ 17.900.000
Grondverwerving, plankosten, bouw- en woonrijp maken
€ 12.500.000
Sportvelden en gebouwen
€ 16.300.000
Sportvelden en gebouwen
€ 16.300.000
Totaal
€ 34.200.000
Totaal
€ 28.800.000
Tabel 8. Investeringskosten variant A Onderdelen
Kosten
Grondverwerving, plankosten, bouw- en woonrijp maken
€ 13.000.000
Sportvelden en gebouwen
€ 16.300.000
Totaal
€ 29.300.000
Tabel 9. Investeringskosten variant B
Tabel 10. Investeringskosten variant C
Op basis van de berekeningen kan worden geconcludeerd dat de investeringskosten van variant A het hoogste zijn. De investeringskosten van variant B zijn € 5.400.000 lager dan die van variant A. De totale investeringskosten van variant C zijn € 4.900.000 lager dan die van variant A en in totaal € 500.000 hoger dan die van variant B. De investeringskosten van variant B en C verschillen niet veel van elkaar, waarbij variant A een significant hogere investering betreft. Het verschil in kosten tussen B en C zit in de Grondverwerving, plankosten, bouw- en woonrijp maken, deze kosten komen ten goede aan het substantieel groter zijn van het park wat meer aanwendingsmogelijkheden heeft voor andere doelgroepen dan de sportverenigingen. In hoofdstuk 10 is een vergelijkend overzicht weergegeven waarin alle verschillen duidelijk zijn weergegeven.
9.1. Subsidies Om de investeringskosten te drukken kunnen verschillende subsidies worden aangevraagd. Subsidies die mogelijk kunnen worden aangevraagd zijn: -
BOSA-regeling (voor verenigingen); SPUK-regeling (voor gemeenten); DUMAVA; SamenSpeelFonds; Subsidieregeling Levendig Brabant; Van Goed naar Goud.
Pagina 41 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
10. Vergelijking variant A, B en C Hieronder is een vergelijkingsmatrix weergegeven. De tabel vormt een overzicht van de verschillen tussen variant A, B en C. Nr.
Onderdeel
1.
Grond- en ruimtegebruik
1.1 1.2
Oppervlak sportpark Benodigde grondaankoop Uitbreidingsmogelijk heden
1.3
1.4
Ruimtelijke opzet
2.
Groen en landschappelijke kwaliteit
2.1
Oppervlakte groen exclusief velden Aantal extra nieuwe bomen Toename groen in m² per woning Landschappelijke inpassing
2.2 2.3 2.4
Variant A
Variant B
Variant C
36 ha 29.5 ha
23.2 ha 22.3 ha (24.4)*
25.2 ha 22.5 ha (24.4)*
Uitbreiding voor alle gewenste faciliteiten mogelijk Meest ruimte variant
Geen uitbreiding voor voetbalveld mogelijk Meest compacte
Uitbreiding voor alle gewenste onderdelen mogelijk Tussenvariant
25 ha
13 ha
15 ha
235
188
240
+ 18 m²/woning
+ 10 m²/woning
+ 11 m²/woning
Sportpark past goed in landschappelijke omgeving
Sportpark heeft een meer stedelijke uitstraling
Sportpark heeft zowel landschappelijke als stedelijke kenmerken
Voldoende ruimte tussen velden en banen, maar compacter dan variant A Ruimte voor aanvullende functies Flexibele inzet mogelijk
Voldoende ruimte tussen velden en banen, maar compacter dan variant A Ruimte voor aanvullende functies Flexibele inzet mogelijk
€ 12.500.000
€ 13.000.000
€ 16.300.000
€ 16.300.000
€ 28.800.000
€ 29.300.000
3.
Functionaliteit
3.1
Indeling velden/banen
Veel ruimte tussen velden en banen
3.2
Ruimte voor aanvullende functies Flexibiliteit gebruik velden
Veel ruimte voor aanvullende functies Flexibele inzet mogelijk
3.3
4.
Investering
Grondverwerving, € 17.900.000 plankosten, bouw- en woonrijp maken 4.2 Sportvelden en € 16.300.000 gebouwen 4.3 Totale € 34.200.000 investeringskosten Tabel 11. Vergelijkingsmatrix variant A, B en C 4.1
* Uitgangspunt is het splitsen van particuliere percelen. Indien percelen niet gesplitst kunnen worden dient het aantal ha dat tussen haakjes genoemd wordt aangekocht te worden. Dit is momenteel niet opgenomen in de investeringskosten.
Pagina 42 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
11. Conclusie en aanbevelingen 11.1. Conclusie De onderzoeksvraag die Newae had opgesteld met betrekking tot dit haalbaarheidsonderzoek luidt: ‘in hoeverre is de realisatie van een nieuw sportpark aan de locatie Koffiestraat/Hommelsedijk in Heeswijk-Dinther haalbaar?’ Op basis van de uitgevoerde analyses en onderzoeksresultaten kan de gemeenteraad concluderen of de realisatie van het nieuwe sportpark haalbaar is en een ‘go’ geven voor de vervolgstappen. In dit conclusiehoofdstuk wordt allereerst ingegaan op de samenwerking gedurende het proces. Vervolgens worden de belangrijkste resultaten samengevat. Daarbij is van belang dat voor deze locatie drie ruimtelijke varianten zijn uitgewerkt en met elkaar zijn vergeleken: een ruim opgezette parkvariant (variant A), een compact ingerichte variant (variant B) en een tussenvariant (variant C). Deze varianten geven samen de bandbreedte van de ruimtelijke en financiële mogelijkheden op deze locatie weer. De samenwerking binnen de kerngroep verliep constructief en efficiënt. Alle betrokken stakeholders toonden een hoge mate van coöperativiteit en begrip voor elkaars belangen. De sportverenigingen hielden rekening met zowel de onderlinge belangen als die van de gemeente en het waterschap, wat bijdroeg aan een open en respectvolle dialoog.
Daarnaast werd duidelijk dat de verenigingen ook rekening willen houden met de buurtbewoners en de omgeving. Dankzij deze positieve dynamiek verliepen de bijeenkomsten soepel en werd telkens op een gerichte manier vooruitgang geboekt. De gezamenlijke inzet en het wederzijds begrip hebben de route naar het gezamenlijke doel versterkt en de basis gelegd voor een gedragen besluitvorming. De nieuwe planlocatie beschikt over voldoende ruimtelijke mogelijkheden voor alle betrokken verenigingen. De mogelijkheid om aanvullende gebruikers te huisvesten is bij variant B kleiner. De ligging en omvang van het terrein maken in alle drie de varianten een logische en doelmatige inrichting mogelijk die past bij de ambities van de betrokken partijen. De varianten verschillen onderling vooral in ruimtebeslag, mate van parkachtige uitstraling, compactheid en uitbreidingsmogelijkheden, maar tonen gezamenlijk aan dat het Programma van Eisen ruimtelijk inpasbaar is binnen het plangebied. Tijdens de participatieavond zijn aandachtspunten naar voren gebracht dankzij de zorgen, vragen en opmerkingen van omwonenden en andere belanghebbenden. De aandachtspunten zijn meegenomen in de verdere planuitwerking. De aandachtspunten vormen geen belemmeringen die ertoe kunnen leiden dat het project onhaalbaar wordt.
Het merendeel van de stakeholders is positief over de ontwikkeling en onderstreept de meerwaarde voor sport en gemeenschap. De plannen sluiten aan op de Omgevingsvisie Bernheze 2040. Samengevat biedt de aanleg van een nieuw sportpark in Heeswijk-Dinther in alle drie de varianten kansen om de ambities uit de omgevingsvisie waar te maken, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, bewegen, landschap en klimaatadaptatie. De mate waarin hierop wordt gescoord verschilt echter per variant: zo bieden de parkachtige varianten A en C meer ruimte voor groenstructuren en verblijfsgebieden, terwijl in variant B hier minder ruimte voor is. In de vervolgfase dient bij de keuze en uitwerking van de voorkeursvariant nadrukkelijk te worden geborgd dat de kernambities uit de omgevingsvisie daadwerkelijk worden gerealiseerd.
Pagina 43 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
Het nieuwe sportpark in Heeswijk-Dinther biedt in potentie goede mogelijkheden om aan te sluiten bij de algemene beleidsplannen van de gemeente Bernheze op het gebied van gezondheid, sociale verbinding, duurzaamheid en natuurinclusief ontwerp. Afhankelijk van de uiteindelijk te kiezen variant kan de inrichting van het sportpark in meer of mindere mate bijdragen aan een groene, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving, waarbij sport, recreatie en klimaatadaptatie worden gecombineerd. Variant A en C bieden hier wederom meer mogelijkheden dan variant B. Daarmee kan de realisatie van het sportpark, bij een zorgvuldige uitwerking, in lijn worden gebracht met het algemene gemeentelijke beleid en is het vanuit beleidsmatig oogpunt haalbaar. De planvorming vindt plaats in een gebied waar externe ontwikkelingen spelen. De oostelijke randweg en een nieuwe rotonde worden aangelegd. Deze ontwikkeling heeft in alle varianten een positieve invloed op de bereikbaarheid en daarmee op de haalbaarheid. Nieuwe externe ontwikkelingen kunnen de ruimtelijke kwaliteit versterken, maar ook nieuwe aandachtspunten met zich meebrengen. Op basis van de huidige inzichten wordt echter geen belemmering voor de haalbaarheid verwacht. Ten noorden van het plangebied bevindt zich een ecologisch waardevol natuurgebied.
Dit brengt eisen met zich mee ten aanzien van het beperken van geluids- en lichthinder richting deze omgeving. Met een zorgvuldig ontworpen en landschappelijk ingepast plan kan een goede balans worden gevonden tussen sportieve functies en bescherming van natuurwaarden. Variant A en C bieden door hun ruimere groenstructuren relatief meer mogelijkheden voor een robuuste landschappelijke overgang; in de compactere variant B is in mindere mate dezelfde balans te realiseren, maar vraagt dit om een zorgvuldige inrichting van de randen en een nauwkeurige positionering van velden en verlichting. In alle varianten geldt dat natuurwaarden nadrukkelijk sturend moeten zijn bij de verdere uitwerking. De bodem- en waterhuishoudkundige analyse laat zien dat het plangebied geschikt is voor de realisatie van een sportpark, mits rekening wordt gehouden met hoogteverschillen en de relatief hoge grondwaterstand. Door de sportvelden en infrastructuur op te hogen, kan wateroverlast worden beperkt en voldoende draagkracht worden gegarandeerd. De exacte mate en locatie van ophoging en waterberging kan per variant verschillen, maar vormt geen principieel obstakel.
Verdere geotechnische en geohydrologische onderzoeken zijn nodig om de ophoging en aanleg definitief te onderbouwen, maar op basis van de huidige gegevens vormt de bodem- en waterhuishoudkundige situatie geen belemmering voor de haalbaarheid van het sportpark. De analyse van de verkeerssituatie rondom de locatie toont aan dat de realisatie van het sportpark haalbaar is, mits de verkeersafwikkeling in de omgeving zorgvuldig wordt geregeld. Gesprekken met de gemeente en input van omwonenden laten zien dat de toename van verkeersbewegingen en snelheid belangrijke aandachtspunten zijn. Door maatregelen te treffen die de verkeersveiligheid waarborgen, kan de omgeving geschikt worden gemaakt om de extra verkeersdruk op te vangen zonder noemenswaardige risico’s voor de veiligheid of leefbaarheid. Hiermee vormt verkeer geen belemmering voor de haalbaarheid van het project. De tot nu toe uitgevoerde externe onderzoeken, waaronder archeologisch onderzoek, explosievenonderzoek en de quickscan van de Omgevingsdienst Brabant-Noord, geven geen aanwijzingen dat de ontwikkeling van het sportpark op de locatie Koffiestraat/Hommelsedijk niet haalbaar is. Belemmeringen die mogelijk voortkomen uit toekomstige onderzoeken leiden naar verwachting niet tot onhaalbaarheid van het project, maar kunnen wel extra maatregelen en daarmee aanvullende kosten met zich meebrengen.
Verdere onderzoeken zijn nodig om deze
Pagina 44 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
aspecten volledig inzichtelijk te maken. Dit geldt voor alle varianten, al kan de exacte impact per variant verschillen. Uit het behoefte- en capaciteitsonderzoek blijkt dat het plangebied ruim voldoende capaciteit biedt om te voldoen aan de toekomstige behoeften van alle betrokken verenigingen tot 2040. Er is, binnen elk van de drie varianten, voldoende ruimte voor het vereiste aantal velden, banen, gebouwen en parkeerplaatsen, waarbij ook rekening is gehouden met de verwachte groei door leerlingenaantallen en nieuwbouwprojecten. De aantallen die Newae adviseert zijn in paragraaf 11.2.1 weergegeven in tabel 19. Het terrein biedt daarnaast in variant A en C mogelijkheden voor een ruimere, parkachtige opzet en voor eventuele uitbreiding, bijvoorbeeld door de toevoeging van extra velden, banen of een sporthal. Variant B heeft ook een park, maar de parkachtige structuur is in mindere zichtbaar en de mogelijkheden tot uitbreiding zijn beperkter. Uit het opgestelde Programma van Eisen blijkt dat de betrokken verenigingen enkele aanvullende wensen hebben geformuleerd die afwijken van de geldende richtlijnen van de sportbonden en de adviezen van Newae. Het is aan de gemeenteraad om te beoordelen in welke mate deze wensen worden overgenomen en meegenomen in de verdere planvorming.
Daarbij bestaat de mogelijkheid dat de verenigingen een deel van de realisatiekosten van hun wensen zelf dragen, waarbij de uiteindelijke invulling hiervan in overleg met de gemeente wordt vastgesteld. Het Programma van Eisen vormt in alle gevallen de inhoudelijke basis voor de verdere uitwerking van de varianten. Per variant zijn de investeringskosten in kaart gebracht. Voor variant A bedragen de totale investeringskosten € 34.200.000, voor variant B € 28.800.000 en voor variant C € 29.300.000. Alle bedragen zijn exclusief BTW. Subsidies, bijdragen van derden, zoals bijvoorbeeld het waterschap en mogelijke cofinanciering door verenigingen zijn belangrijke randvoorwaarden om de financiële haalbaarheid van de toekomstige voorkeursvariant te borgen. Aan de hand van bovenstaande conclusies kan de gemeenteraad antwoord geven op de hoofdvraag en besluiten of de realisatie van een nieuw sportpark op de locatie Koffiestraat/Hommelsedijk haalbaar is. De kern van de besluitvorming verschuift daarmee van de vraag of het sportpark kan worden gerealiseerd naar de vraag in welke vorm.
Indien de gemeenteraad een go geeft, is het van belang dat een keuze wordt gemaakt tussen de drie uitgewerkte varianten: variant A met maximale parkbeleving en ruimtelijke kwaliteit, variant B met compactheid en kostenbeheersing en variant C gebalanceerde tussenvariant sterke punten van variant A toevoegt aan de compactheid van variant B. De aanbevelingen in paragraaf 11.2 geven richting aan het benodigde vervolgonderzoek en de nadere uitwerking, zodat de door de gemeenteraad gekozen voorkeursvariant inhoudelijk, ruimtelijk, financieel en maatschappelijk zorgvuldig kan worden onderbouwd.
Pagina 45 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
11.2. Aanbevelingen In deze paragraaf worden op basis van de conclusies van het haalbaarheidsonderzoek concrete aanbevelingen gedaan voor de verdere ontwikkeling van het sportpark in Heeswijk-Dinther. Het doel is om te komen tot een integrale en toekomstbestendige invulling van het sportpark, waarin zowel de behoeften van de betrokken sportverenigingen als de ruimtelijke, ecologische en maatschappelijke context van het gebied worden meegenomen. De aanbevelingen zijn gestructureerd rondom de uitwerking van het sportpark, de financiële haalbaarheid, de sportparkinrichting, veiligheid, verkeer en mobiliteit, vervolgonderzoek en monitoring. De aanbevelingen gelden in de kern voor alle drie de varianten. Per variant verschilt echter hoe deze aanbevelingen concreet worden uitgewerkt en welke investeringskosten daarmee gemoeid zijn.
11.2.1. Uitwerking sportpark -
-
-
Hanteer de in tabel 12 weergegeven aantallen voor velden, banen, gebouwen en parkeerplaatsen als programmatische basis voor de verdere planuitwerking. Deze aantallen borgen dat het sportpark voldoet aan de toekomstige behoefte van de verenigingen en zorgen voor een doelmatig en toekomstbestendig gebruik van de ruimte. Leg in het besluit van de gemeenteraad vast dat het programma van eisen (velden, gebouwen, parkeren) het uitgangspunt vormt voor de uitwerking van de voorkeursvariant. Reserveer binnen het plangebied ruimte voor toekomstige uitbreidingen, zoals extra velden, banen of een sporthal, zodat op lange termijn kan worden ingespeeld op groei van verenigingen en nieuwe functies. Let op: de mogelijkheden tot uitbreiding verschillen per variant. Neem in het vervolgtraject een besluit of aanvullende binnen- en nevenfuncties (zoals een sporthal en maatschappelijke functies als Jong Nederland, biljart, toneel e.d.) vanaf de start worden gerealiseerd of later gefaseerd worden toegevoegd. Zorg dat in alle gevallen voldoende ruimte gereserveerd blijft.
Sportvereniging Voetbalvereniging Tennisvereniging Hockeyvereniging Korfbalvereniging Sportvereniging Gezamenlijk (voetbal, hockey, korfbal) Tennisvereniging Parkeerplaatsen Autoparkeerplaatsen gezamenlijk (alle verenigingen) Fietsparkeerplaatsen gezamenlijk (voetbal, hockey en korfbal) Fietsparkeerplaatsen tennisvereniging Tabel 12. Behoefte- en capaciteit
Aantal velden/banen 2 kunstgrasvelden 2 wedstrijdvelden 2 trainingsvelden 6 roodzand kunstgrasbanen 4 padelbanen 1 dryhockey kunstgrasveld Half zand kunstgrasveld 2 zand kunstgrasvelden (plus 8 meter tussenstrook) Afmetingen clubgebouw 2.130 m2 332 m2 Aantal parkeerplaatsen 170 autoparkeerplaatsen 50 auto’s overloopparkeerplaats 500 fietsparkeerplaatsen 50 fietsparkeerplaatsen
Pagina 46 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
11.2.2. Financiën -
Bepaal wat het effect van deze investering en instandhouding van dit sportpark is op de gemeentelijke begroting. Mogelijkheden voor subsidies en bijdragen uit onder meer landelijke regelingen, evenals eventuele cofinanciering door verenigingen moeten in kaart gebracht worden. Aanbevolen wordt om te onderzoeken in hoeverre water-gerelateerde maatregelen binnen het sportpark kunnen worden meebetaald door het waterschap en/of via het GRP/PWR.
11.2.3. Sportparkinrichting -
Creëer een parkachtige opzet met multifunctioneel gebruik, waarin sporten, spelen, bewegen en sociale ontmoeting voor jong en oud samenkomen. Let op: de mate van parkachtige opzet met multifunctioneel gebruik hangt af van welke variant gekozen wordt. Neem een besluit over de uitgangspunten voor de sportvoorzieningen, waarbij bondsnormen en het advies van Newae als basis dienen, maar de specifieke wensen van de verenigingen uit het PvE in ogenschouw moeten worden meegenomen en afgewogen. Realiseer efficiënt ruimtegebruik door velden en gebouwen geschikt te maken voor meerdere doelgroepen en dagelijks gebruik, ook buiten de reguliere verenigingsuren. Hoog de terreinen waar de sportvelden worden aangelegd op om hinder van de hoge grondwaterstand te voorkomen. Versterk landschappelijke kwaliteit door aan te sluiten op bestaande groenstructuren en zichtlijnen en creëer een zachte overgang naar het omliggende buitengebied. Let op: de mate waarin dit mogelijk is hangt af van welke variant gekozen wordt. Ontwerp het sportpark als een groene, uitnodigende omgeving met vrij toegankelijke routes en verblijfsplekken die sport, spel en ontmoeting stimuleren. Voeg een landschapsarchitect toe aan het ontwerpteam om een integraal landschappelijk en ecologisch ontwerp op te stellen, zodat de gestelde ambities voor natuur, groenbeleving en klimaatadaptatie daadwerkelijk worden geconcretiseerd.
Duurzaam en toekomstbestendig ontwerpen door energiezuinige voorzieningen te gebruiken, circulaire materialen toe te passen en licht- en geluidsoverlast te beperken. Klimaatadaptieve inrichting toepassen door slim waterbeheer te integreren, zoals waterberging onder velden en door vergroening voor verkoeling en biodiversiteit. Veranker duurzaamheid door klimaatadaptieve inrichting, circulair materiaalgebruik en biodiversiteit. Stimuleer duurzame mobiliteit met veilige fiets- en wandelroutes richting het park. Verminder energieverbruik en CO₂-uitstoot door LED verlichting, zonnepanelen en duurzame verwarmingssystemen. Op basis van de doorrekening en de beoordeling door de rioolbeheerder en de projectleider civiel van Dinthers Erf (Hommelsedijk/Nobisweg), wordt geadviseerd om de watergang met de overstort door het sportpark aan te leggen en te overkluizen.
Pagina 47 van 51 | 260109 25NW71001 Haalbaarheidsonderzoek sportpark Heeswijk-Dinther
11.2.4. Veiligheid op het sportpark -
Toegankelijk en veilig voor iedereen maken door heldere routes, goede verlichting en gelijkwaardige toegankelijkheid voor alle gebruikers te waarborgen. Ontwikkel voor een integrale veiligheidsaanpak, waarin ruimtelijke inrichting (sociale controle, goede zichtlijnen en verlichting) en actief beheer door verenigingen en gemeente, aangevuld met afspraken met de wijkagent en handhaving over signalering en aanpak van overlast van hangjongeren en criminele activiteiten.
11.2.5. Verkeer en mobiliteit -
Zorg dat het sportpark autoluw blijft. Stimuleer wandelen en fietsen door veilige, overzichtelijke routes binnen het park. Beperk verkeersdrukte en snelheid van voertuigen rondom het park. Stem het aantal parkeerplaatsen af op adviezen en piekbehoeften. Houd ruimte voor toekomstige aanpassingen in de verkeersinrichting buiten het plangebied.
11.2.6. Vervolgonderzoek en monitoring -
-
Start spoedig de procedure tot wijziging van het omgevingsplan, zodat de nieuwe sport-, water- en groenfuncties en de bijbehorende ontsluiting juridisch-planologisch goed worden geborgd en geen vertraging ontstaat in de realisatie van het sportpark. Onderzoek in de vervolgfase de verschillende scenario’s voor bouwheerschap (gemeente versus verenigingen) en de toekomstige financiële verhoudingen na oplevering. Breng per scenario de voor- en nadelen, risicoverdeling en verantwoordelijkheden in beeld, inclusief de mogelijke privatisering van de tennisvereniging en de demarcatie van eigendom, beheer en onderhoud. Betrek in een vroeg stadium de ecoloog van Waterschap Aa en Maas, zodat de inrichting van de EVZ gelijktijdig en in samenhang met het sportparkontwerp kan worden uitgewerkt. Voorzie in monitoring van grondwaterstanden om toekomstige ontwerp- en aanlegbeslissingen te onderbouwen. De volgende externe onderzoeken moeten verricht worden: ecologisch onderzoek, milieukundig onderzoek, proefsleuven onderzoek, akoestisch onderzoek, geotechnisch onderzoek, geohydrologisch onderzoek, detailmetingen en infiltratieonderzoek. Creëer een volledig vergunningen- en voorwaardenregister dat aansluit bij de specifieke situatie van het sportpark en afgestemd wordt met de betrokken bevoegde gezagen, zoals de omgevingsdienst en het waterschap. Verricht stedenbouwkundige analyse.