CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4a RES 1.0 Handreiking afwegingskader landschap deel 2

Commissie Ruimtelijke Zaken 23 juni 2021, gemeente BernhezeBij agendapunt: Opiniërende bespreking Startnotitie Windenergie in Bernheze12.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

11

OSS

HEESCH

DRUNEN MILL

UDEN

ST.ANTHONIS

Meijerij, Dommel en Aa

De Peel

Naad van Brabant

Het Dommeldal

De Peelrand

De Zandrug

Hoofdwaterloop Dommeldal

Brabantse zandrug

Onder- en overliggende structuren Zuid-Willemsvaart

OVERLOON

NN

W

Ven

Middenpeelweg

Snelwegen

Het Groene Woud

Overige historische ontginningslijnen

Provinciale wegen

RW

Natte natuurparel

Wijstgrond

Spoorwegen

be

Overige waterlopen

Peelrandbreuk en nevenbreuken

Kernen

Oude ontginningen

Zandwinplas

Duits Lijntje

Jonge heideontginningen

Maashorst

Jong bos De Peel Oud bos

De Peelrand Peelrand Het Aa-dal

Jongvan bos Brabant Naad

Napoleonsbaan

Onder- en overliggende structuren

Peelrandbreuk en nevenbreuken

DePeelkern Zandrug De Brabantse zandrug Peelkern

Zuid-Willemsvaart

NNB

Middenpeelweg Hoofdwaterloop Aa-dal

Overige historische ontginningslijnen

Snelwegen

Weidevogelgebieden

Overige Het Groenehistorische Woud ontginningslijnen

Jong bos

Provinciale wegen

RWS beheergebieden

Spoorwegen

beekdalen

Wijstgrond Overige waterlopen Peelrandbreuk en nevenbreuken Oude ontginningen Zandwinplas Jonge heideontginningen

Peel-Raamstelling Linie

Kernen Duits Lijntje

Maashorst Jong bos

Napoleonsbaan

Jongbos bos Oud

Peelrandbreuk en nevenbreuken

De Peelkern Peelkern Overige historische ontginningslijnen Jong bos

Peel-Raamstelling Linie

12

Peelrand

BOEKEL

De Peel De Peel is op te delen in twee karakteristieke gebieden. De Peelrand als overgangszone tussen de Peel en de omliggende landschappen en het hart van de Peel, de Peelkern.

Peelrand. Oud ontginningslandschap op de flanken van de Peelhorst De Peelrand vormt de flanken van de hoger gelegen Peelhorst. Door het westelijke deel loopt de Peelrandbreuk, een actieve geologische breuk en grens tussen de hogere horst en de lagere slenk. De Peelrandbreuk zorgt voor een hoogteverschil van enkele meters in het landschap. Zichtbaar is deze hoogtesprong slechts op enkele plaatsen, omdat deze veelal gemaskeerd is door latere dekzandafzettingen en afgravingen. Langs de breuk wordt het geïnfiltreerde water tegengehouden door plaatselijke druk en ijzeroerlagen (wijst).

De Peelrand is een oud en gevarieerd zandlandschap bestaande uit een schakeling van agrarische nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen. Tussen de kernen liggen vaak bebouwingslinten van waaruit het gebied ontgonnen is; zowel in richting van de Meijerij als in de richting van de Peelkern. Binnen de Peelrand liggen enkele jonge heideontginningen en grotere oude- en kleinere jonge boscomplexen. Het grootste deel van de Peelrand is primair een grootschalig agrarisch gebied, aan de randen vinden we kleinschaligere landschappen bestaande uit NB een mix van landbouw, natuur en wonen (omgeving Oss, Heesch, Weidevogelgebieden Schaijk). De landbouw is hier divers. WS beheergebieden

Kenmerken - gevarieerd landschap van nederzettingen, akkercomplexen, weilanden en bossen (randen) - half-open landschap - bebouwingslinten - vergraven beken en waterlopen (dominant oost-west georiënteerd) - voornamelijk noord-zuid georiënteerde wegenstructuur - kloostercomplexen - wijstgronden (aardkundig monument) - Peelrandbreuk - grootschalige landbouw als belangrijke drager

eekdalen

Het westelijke deel van de Peelrand is sterker verstedelijkt dan het oostelijke deel. Hier liggen de grotere plaatsen als Uden en Veghel met daaraan gekoppeld de infrastructuur van de A50, de Zuid-Willemsvaart en regionale wegen. Het oostelijke deel bestaat uit een aantal kleinere dorpen als Schaijk, Mill en Sint Anthonis. De infrastructuur bestaat hier uit enkele regionale wegen.

13

Peelkern. Grootschalig ontginningslandschap Doordat het water bij de Peelrandbreuk tegen werd gehouden door onder andere het verschijnsel wijst, stagneerde het en vormde zich een uitgestrekt hoogveen moeras. Dit werd tussen 1850 en 1960 systematisch ontgonnen wat resulteerde in het grootschalige heide- en hoogveenontginningslandschap van nu. De Middenpeelweg vormde de basis voor deze ontginningen. In het gebied liggen de geplande ontginningsdorpen de Odiliapeel, Venhorst, Wilbertoord, Landhorst en heeft een rationele verkavelings, ontsluitings- en afwateringsstructuur. Niet geschikte gronden zijn later ingeplant met bos en hebben zich tot landgoed of uitgestrekt bos (Sint Anthonisbos) ontwikkeld. De voormalige defensielinie de Peelraamstelling, gekoppeld aan het Peelkanaal, heeft een bijzondere cultuurhistorische betekenis. De nog vrijwel intacte linie maakt deel uit van de verdediging tegen Duitsland in de eerste helft van de 20ste eeuw. De Peelkern is een grootschalig en primair landbouwgebied. Uitgestrekte akkers, grote erven, ontginningsdorpen en bebossingen wisselen elkaar af. Met de ruilverkavelingen heeft schaalvergroting plaatsgevonden en heeft de intensieve veehouderij zich krachtig ontwikkeld. De akkerbouw is vooral gericht op maïsteelt, al is er een toenemende ontwikkeling naar andere teelten als graszoden, boomteelt en vollegrondstuinbouw.

14

Kenmerken - grootschalig, open, rationeel ingericht landschap - grootschalige landbouw als belangrijke drager - wegbeplanting - kanalen - landgoederen - ontginningsdorpen met dorpsbosjes - Peelraamstelling Aandachtspunten Maashorst: Landschap van Allure, aardkundig waardevol gebied

15

OSS

GEFFEN

‘s-HERTOGENBOSCH DRUNEN

Naad van Brabant

Onder- en overliggende structuren

De Zandrug Brabantse zandrug

Zuid-Willemsvaart

NNB

Snelwegen

Weidevogelgebieden

Provinciale wegen

RWS beheergebieden

Spoorwegen

beekdalen

Kernen Duits Lijntje Napoleonsbaan Peelrandbreuk en nevenbreuken

16

Naad van Brabant

De Naad van Brabant. Van hoog Nederland naar laag Nederland Kwelrijke overgangszone tussen de hoger gelegen dekzanden en het lagergelegen rivtierkleigebied. De Naad van Brabant is de overgangszone tussen de hoger dekzandgronden en de lagergelegen rivierkleigronden. Hier stuit het op de hogere zandgronden geïnfiltreerde water op de moeilijk doordringbare rivierklei en treed het als kwel aan de oppervlakte. Het is de tastbare overgang tussen hoog en laag Nederland. Het landschap is hier natter dan zijn directe omgeving. Door de mineraalrijke samenstelling van het kwelwater vinden we hier rijk gevarieerde natuur. De Naad is in het noordoostelijke deel van de provincie lastiger te herkennen dan in het westen. De oorspronkelijk smalle en met elzen beplante kavels zijn met de schaalvergroting verdwenen en de donken zijn op een soortgelijke manier ontgonnen als het zuidelijk gelegen zandgronden wat de Naad moeilijk te onderscheiden maakt. De Naad was de rand van het moeilijk toegankelijke rivierengebied en een interessante gradient voor vestigingen. De latere ontwikkeling van de infrastructuur - spoor, Napoleonsbaan, snelweg (A59) tot een regionaal netwerk werkte als een aanjager voor de sterke verstedelijking van deze zone.

Aandachtspunten - beleving van het landschap vanuit A59 en spoor - contrast tussen buitengebied en kernen

17

Onder- en overliggende structuren Zuid-Willemsvaart

NNB

Snelwegen

Weidevogelgebieden

Provinciale wegen

RWS beheergebieden

Spoorwegen

beekdalen

Kernen Duits Lijntje Napoleonsbaan Peelrandbreuk en nevenbreuken

18

Onder- en overliggende structuren

Snelwegen, provinciale wegen en spoorwegen De snelwegen, provinciale wegen en spoorwegen vormen een laag die min of meer onafhankelijk van het onderliggende landschap vorm heeft gekregen. In enkele gevallen doorsnijden zij de verschillende landschappen in vele andere gevallen hebben de lijnen een eigen landschap gekregen van bedrijventerreinen, kantoorparken en distributiecentra. Vooral nabij afslagen en nog meer bij knooppunten hebben zich aanzienlijke industrie -en bedrijventerreinen ontwikkeld (o.a. Veghel, Cuijk). Kernen De meeste kernen hebben, zoals we eerder bespraken, een ontstaansgeschiedenis die direct te relateren is aan het landschap. Moderne uitbreidingen (woonwijken, industriegebieden en bedrijventerreinen) zijn vaak minder direct gerelateerd aan het onderliggende landschap en vormen welhaast een onafhankelijke laag (o.a. Veghel, de Groote Wielen, Empel). Zuid-Willemsvaart Willem I liet de Zuid-Willemsvaart graven om de Luikse industrie te verbinden met de Noord-Hollandse handelssteden als een betrouwbaar alternatief voor de Maasroute. Het ontsluiten van de tussengelegen gebieden was niet het doel en het tracé ging dan ook aan bijna alle bebouwing voorbij. In 1826 ging het gehele kanaal open voor gebruik. Langs het tracé van de Zuid-Willemsvaart is later de N297 aangelegd. Bij Den Bosch en Veghel vestigde zich bedrijfigheid aan het kanaal.

Plaatselijk is het kanaal een grens in het landschap geworden.

was opgesteld. De weg werd tussen 1822 en 1827 aangelegd als verbinding tussen Tholen, Den Bosch en Grave. De A59 volgt deels het tracé tussen Den Bosch en Grave. Duits Lijntje Het Duits Lijntje tussen Boxtel en Wesel werd in 1878 aangelegd als korte verbinding tussen de havens van Vlissingen, Antwerpen en Rotterdam en het Duitse achterland. De lijn liep langs afgelegen dorpen en plaatsen die profiteerden van de industrie die de verbinding aantrok. Vanuit Londen, kon men via Vlissingen rechtstreeks naar Berlijn reizen. Vanwege dit comfort maakten veel vorsten en diplomaten gebruik van dit traject. Vanaf 1950 werden er geen personen meer vervoerd en in 2004 beëindigde de NS het goederenvervoer op het laatst overgebleven stuk van Boxtel tot Veghel. Peelrandbreuk De Peelrandbreuk maakt onderdeel uit van een serie breuken aan weerszijden van de Roerdalslenk. De Peelrandbreuk ligt op de grens van de Peelhorst en is de hoofdbreuk in een complex van evenwijdige breuken en nevenbreuken. Plaatselijk is de breuk goed zichtbaar in het landschap als een hoogteverschil van enkele meters. Verder naar het noorden is de breuk nauwelijks zichtbaar; hier zijn de hoogteverschillen opgevuld met zand en klei aangevoerd door de Maas. De breuk is nog altijd actief en veroorzaakt af en toe een aardbeving (Uden 1932, Roermond, 1992).

Napoleonsbaan Napoleonsbanen of wegen zijn in de tijd van Napoleon aangelegd om snel troepen en materieel te kunnen verplaatsen. De wegen zijn verhard en anders dan toen gebruikelijk kaarsrecht aangelegd. Later zijn veel van deze wegen omgevormd tot provinciale weg. De N65 is na Napoleon aangelegd in overeenstemming met een plan voor de Rijkswegen dat nog in Franse tijd

19

Conclusies

De energieopgave is groot. Dat biedt kansen voor nieuwe landschappen, maar zet ook gewaardeerde kwaliteiten van bestaande landschappen onder druk. Om te zorgen dat gewaardeerde kwaliteiten behouden blijven en nieuwe kwaliteit wordt toegevoegd zijn de volgende algemene stelregels in ogenschouw te houden. 1. Behoud en maak verschillen op regionale schaal - De historische verschillen tussen de landschappen in Noordoost-Brabant zijn onder invloed van moderne landbouwmethodes, infrastructuur en verstedelijking aanzienlijk verminderd. Voorkom dat de energietransitie deze nivellering versterkt. - Behoud de contrasten tussen de verschillende landschapstypen. Verken daar waar de verschillen tussen landschapstypen reeds zijn vervaagd, of er door gerichte zonering van energieopwek, landschapsverschillen kunnen worden versterkt en een gebiedsidentiteit kan worden ontwikkeld. - Houd rekening met de bestaande recreatieve landschappen en met landschappen met de grootste potentie voor landschappelijke beleving. Zorg ervoor mensen in 2050 nog kunnen fietsen of wandelen in mooie landschappen zonder grootschalige energieopwek. Ontzie cruciale regionale recreatiegebieden in Noordoost Brabant wanneer de kwaliteit hiervan door energieopwek wordt geminimaliseerd. 2.

Koester parels en belangrijke waarden - Het landschap van Brabant heeft krachtige landschappelijke parels van verschillend formaat: de beekdalen van Aa en Dommel, het Maasdal met zijn aanliggende landschappen en stadjes en dorpen; de natuurgebieden Maashorst, Campina en Loonsche en Drunensche duinen en de Peelvenen; en lokaal zijn er bijzondere clusters en objecten zoals kastelen, kloosters en landgoederen. Sommige parels zijn kwetsbaarder voor kwaliteitsverlies door toepassing van zonne-energie en windenergie dan andere gebieden. Met name de beekdalen, die van belang zijn voor natuur en recreatie, en beschermde dorpsgezichten (vestingstadjes) vergen behoedzaamheid. Waardevolle aardkundige en cultuurhistorische waarden dienen gekoesterd te worden.

20

Naast deze algemene stelregels biedt de energietransitie ook specifieke kansen. Veel van deze kansen komen voort door het koppelen van de energieopgave met andere (beleids)doelstellingen en (ruimtelijke)opgaven. 3. Specifieke kansen - Biomassateelt kan aansluiten bij historische landschapskarakteristiek in rivierlandschap of in cultuurlandschap. Divers agrarisch landschap biedt aanknopingspunten voor energieteelt. - Combineer de opwek van duurzame energie met het vergroenen van het landschap en het versterken van biodiversiteit. Extra belangrijk is vergroening in de omgeving van de kernen, in de directe leefomgeving van mensen. - Verdrogingsgevoelige gebieden zijn gebaat bij het vasthouden van water. Dit kan worden gecombineerd met extensivering van agrarisch gebruik en opwek van energie (zonne-energie of biomassa) - Krimp in het aantal landbouwbedrijven leidt tot vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Deze VAB’s bieden met hun schuren en hun soms grote erven ruimte voor relatief kleinschalige zonne-energie. Dit past met name in jonge en enigszins industriele ontginningslandschappen. In landschappen van allure en in kleinschalige landschappen kunnen zonne-erven verhinderen dat vrijkomende erven juist bijdragen aan de recreatieve waarden en de groene identiteit van deze landschappen. Oftewel zonering in omvang met VAB’s is vanuit landschapskwaliteit gezien logisch.

3. Specifieke kansen per landschapseenheid Maasdal - Behoud contrasten tussen Maasdal en Maasterrasvlakte enerzijds en de Peelrand en de Naad van Brabant anderzijds. Behandel het overstromingsgebied van de Maas en de Beerze op een gelijkvormige wijze. Voorkom versnippering. - Voorkom doorsnijdingen van het Maasdal die het lineaire karakter van dit gebied ontkrachten. Bescherm de aanzichten van de oude vestingstadjes aan de Maas. Houd rekening met beleving van de Maasvallei vanaf de kruisende infrastructuur A73 en A77. Meijerij en de beekdalen van Dommel en Aa - Versterk de beekdalen als hoogwaardige groene structuren van natuur en cultuur in het landschap - Behoud de natuurwaarden van de grootste natuurgebieden in het gebied - Vergroot de vervagende verschillen tussen jonge heidelandschappen en oudere kampenontginningen. Energieopwek kan hiervoor mogelijk ingezet worden. - Ontwerp in de kleinschalige landschappen met kleinschalige landschapselementen, zoals singels en wegbeplanting, voor het inpassen van energieopwek en voor het ensceneren van de energiebeleving. - Combineer verschillende opgaven met elkaar. In het Groene Woud zijn er bijvoorbeeld ambities om natuurverbindingszones aan te leggen naar andere natuurgebieden. Mogelijk is dit te combineren met energieopwek via compensatie of inpassingsregelingen.

Peel - Versterk het landschap van de Peel als een vitaal productielandschap met groene structuren. - Zet de energieopgave in voor het scheppen van een nieuwe landschapsidentiteit en vitaliteit. De jonge heideontginningen en de Peel-ontginningen zijn jongere, modernere en veelal ook meer economisch ingerichte landschappen. Er is grootschalige bedrijvigheid en de landschappelijke waardering is relatief laag. Deze landschappen verdragen zich relatief beter met moderne energieopwek en energieopwek kan een impuls geven aan hun landschapsidentiteit. - Benut de energiestromen die er al zijn. De intensieve veehouderij kan energieleveren via mestvergisting. Overigens staat dit enigszins op gespannen voet met ambities voor kringlooplandbouw. Hiervoor zijn mestoverschotten onwenselijk. Infrastructuur en verstedelijking - Het infrastructuur landschap biedt aanleidingen voor lineaire structuren van windenergie. Tot zekere afmetingen kan er balans in maatverhouding ontstaan tussen snelweg of kanaal en turbines. De modernste grote turbines zijn hier veelal te groot voor. - Knooppunten en bedrijventerreinen kunnen aantrekkelijk zijn voor zon of windenergie. - Grote industriële of agrarische erven kunnen met hun maatvoering geschikt zijn voor kleine windturbines die specifiek voor erven zijn ontwikkeld zoals de EAZ molen - een kleine windturbine (h<15m).

21

Bronnen

Gebiedspaspoorten: Uitwerking Structuurvisie ruimtelijke ordening, Provincie Noord-Brabant. 2011 Grondslag van de regio - Perspectief op groenblauwe structuren in de regio Noordoost Brabant Must stedebouw in opdracht van Regio Noordoost Brabant. 2013 Het Nederlandse Landschap, een historisch-geografische benadering. S. Barends. 2010 http://www.aardkundigewaarden.nl/aardkundigemonumenten/detailpagina.php?tuin_ID=340 https://www.brabantserfgoed.nl/page/5639/brabantse-landschappen Kaart Gebiedspaspoorten kenmerken. Provincie Noord-Brabant. 2011 Landschappelijk Nederland, H.J.A. Berendsen. 2005

22

Wing: Partner in ruimte en ontwikkeling Hollandseweg 7E 6706KN Wageningen 0317 46 52 00 in opdracht van: RES Regio Noordoost Brabant Mei 2019

12-11-2019

Notitie zoekgebieden windenergie RES NOB: landschap Door de werkgroep Landschap zijn enkele zoekgebieden voor windenergie geformuleerd. De zoekgebieden zijn tot stand gekomen door een combinatie te maken van potentieel geschikte gebieden op basis van de hinderzones windenergie met landschappelijke uitgangspunten ten aanzien van windenergie. De landschappelijke uitgangspunten zijn: -

-

-

-

Behoud van landschappelijke verschillen en diversiteit door het concentreren van wind- in de daartoe geschikte landschappen en daarnaast het leeghouden van andere gebieden o Windturbines vragen vanwege hun grote maat landschappen met een grote maat en schaal die aansluit bij die van een windturbine. Deze landschappen zijn  De grootschalige, open rationele landbouwgebieden van de komgronden  de jonge ontginningen,  gebieden die aansluiten op grootschalige industrie -en bedrijventerreinen  een enkel gebied met grootschalige infrastructuur o In bijzondere landschappen als de Loonse Drunense Duinen, Het Groene Woud, De Maashorst, de beekdalen en het Maasdal is windenergie uitgesloten o In natuurgebieden (Natura2000, NNB) is de opwek van duurzame energie in principe uitgesloten o Met cultuurhistorische waardevolle landschappen, structuren, elementen en zichten wordt voorzichtig omgegaan Een cluster bestaat uit minimaal 5 windturbines om zo een veelheid aan kleinere opstellingen te voorkomen. Uitzonderingen op het uitgangspunt ‘minstens 5 turbines’ zijn denkbaar als er met bijvoorbeeld 4 turbines beter kan worden aangesloten bij een duidelijke waarneembare ruimtelijke eenheid zoals een industrieterrein en als overtuigend aangetoond wordt dat hiermee een wenselijk energielandschap gerealiseerd wordt. Er wordt voldoende afstand (ca.

3-5km) gehouden tussen opstellingen zodat individuele opstellingen ook op grotere afstand te onderscheiden zijn. De minimale afstandsmaat is ruimtelijk visueel te toetsen en is afhankelijk van onder andere het type windturbine en het omliggende landschap. Sluit aan bij reeds vergunde initiatieven en breidt deze indien mogelijk uit om verdere verspreiding te voorkomen Gebruik de ruimte binnen een zoekgebied effectief om zo ruimte over te houden voor eventuele uitbreiding van windenergie in de toekomst. Voorkom dat plaatsen/woonkernen omringd/’ingesloten’ raken door windturbines

Deze regels volgende zijn een aantal potentiele zoekgebieden voor windenergie naar voren gekomen. Deze zijn op de zoekgebiedenkaart als blauw gearceerde ovalen weergegeven. Er zijn drie typen zoekgebieden: - zoekgebieden die kansrijk / meest wenselijk zijn vanuit landschappelijk perspectief (donker blauw, zwarte tekst) - zoekgebieden die mogelijk aansluiten bij het landschap, maar vanwege een aantal redenen minder of niet wenselijk zijn (licht blauw, grijze tekst). - Zoekgebieden die nauwelijks aansluiten bij het landschap en vanwege een aantal redenen nauwelijks wenselijk zijn. - Een zoekgebied (Loosbroek) is sterk afhankelijk van de ontwikkelingen rond Heesch-West.

Oss-noord

Oss-Noord

Oss-oost Oss-oost

Duurzame polder Duurzame polder

Polder Bokhoven

Polder Bokhoven

De Gement

De Gement

LoosbroekLoosbroek

Vlagtheide

Veghel Veghel

A73

A73

Vlagheide

Schijndelsche heide

Schijndelse heide

algemeen

windenergie

bebouwde kom

zoekgebied landschap: voorkeurs gebieden voor windenergie

bos

zoekgebied landschap: minder gewenst voor windenergie (terugval optie 1)

industrieterrein

zoekgebied landschap: nauwelijks geschikt voor windenergie (terugval optie 2)

snelweg NatuurNetwerk Brabant

bestaande windturbine vergunde windturbine geplande windturbine gebieden zonder harde, technisch-juridische belemmeringen voor windenergie (excl.NNB) 15km radarzone (verstoringsonderzoek noodzakelijk, kans op positieve uitkomst klein)

Zoekgebieden ‘meest wenselijk’ Zoekgebied Duurzame polder -

Geschikt landschapstype: grootschalig, open landschap met een maat en schaal die aansluit bij die van een windturbine Op de schaal van Brabant een landschappelijk passend verhaal als onderdeel van een reeks/sequentie van clusters windturbines in de Brabantse rivierklei en zeekleigronden Relatief dun bevolkt gebied Mogelijkheid een groot cluster te maken Reeds bestaand initiatief van de gemeenten Oss en Den Bosch Vraag en aanbod relatief dicht bij elkaar

Aandachtspunten: -

Waardevol weidevogelgebied Gelegen in cultuurhistorisch landschap – Maaskant- en deels in Cultuurhistorisch waardevol gebied – Beerse Overlaat (biedt mogelijk een aanknopingspunt voor het alloceren van windturbines). Cultuurhistorische waarden: openheid, dijken, weteringen, sluizen en gemalen, eendenkooien

Zoekgebied Oss-Oost -

Geschikt landschapstype: grootschalig, open landschap met een maat en schaal die aansluit bij die van een windturbine Op de schaal van Brabant een landschappelijk passend verhaal als onderdeel van een reeks/sequentie van clusters windturbines in de Brabantse rivierklei en zeekleigronden Relatief dun bevolkt gebied Mogelijkheid een groot cluster te maken Aansluitend en voortbouwende op reeds vergund initiatief Elzenburg-De Geer: voorkomen van verdere verspreiding/versnippering Vraag en aanbod relatief dicht bij elkaar

Aandachtspunten: -

Waardevol weidevogelgebied Gelegen in cultuurhistorisch landschap – Maaskant- en deels in Cultuurhistorisch waardevol gebied – Beerse Overlaat (biedt mogelijk een aanknopingspunt voor het alloceren van windturbines). Cultuurhistorische waarden: openheid, dijken, weteringen, sluizen en gemalen, eendenkooien. Gelegen in Archeologisch landschap, aandacht voor bodemarchief.

Zoekgebied Veghel -

Reeds vergund initiatief Passend bij het grootschalige industrielandschap Aansluitend en voortbouwende op reeds vergund initiatief Veghel: voorkomen van verdere verspreiding/versnippering

Aandachtspunten: -

Gelegen tegen de landschappelijk waardevolle gebieden van het Aa-dal en het Wijboschbroek (natuurwaarden en cultuurhistorische waarden). Deels gelegen in Cultuurhistorisch landschap – Meierij - en Cultuurhistorisch waardevol gebied – Wijboschbroek.

Zoekgebied A73 -

Relatief geschikt landschapstype: combinatie van een rationeel jong ontginningslandschap en de A73 Relatief dun bevolkt gebied Mogelijkheid meer dan 5 turbines te realiseren

Aandachtspunten: -

Deels gelegen in Cultuurhistorisch landschap – Maasvallei (oostzijde A73) Relatie tot beekdal van de Oeffeltse Raam

Zoekgebieden ‘passend’, maar minder/niet wenselijk Zoekgebied Oss-Noord -

Geschikt landschapstype: grootschalig, open landschap met een maat en schaal die aansluit bij die van een windturbine Op de schaal van Brabant een landschappelijk passend verhaal als onderdeel van een reeks/sequentie van clusters windturbines in de Brabantse rivierklei en zeeklei gronden Relatief dun bevolkt gebied Mogelijkheid een groot cluster te maken Vraag en aanbod relatief dicht bij elkaar

Maar: de afstand tussen de zoekgebieden Duurzame Polder en de reeds vergunde ontwikkeling bij Oss-Oost is te klein om op afstand van individueel te onderscheiden clusters te spreken. Tezamen vormen de zoekgebieden een lange horizon van windturbines. Vanuit landschappelijke beleving een onwenselijk beeld. Bovendien zou Oss met de realisatie van de drie zoekgebieden aan drie zijden omringd zijn door windmolenparken. Gezien de status van de beide andere zoekgebieden (Duurzame Polder, Elzenburg-de Geer) is het logisch dit zoekgebied te laten vervallen.

Zoekgebied Polder Bokhoven -

Geschikt landschapstype: grootschalig, open landschap met een maat en schaal die aansluit bij die van een windturbine Op de schaal van Brabant een landschappelijk passend verhaal als onderdeel van een reeks/sequentie van clusters windturbines in de Brabantse rivierklei en zeeklei gronden Relatief dun bevolkt gebied Mogelijkheid een groot cluster te maken Vraag en aanbod relatief dicht bij elkaar

Maar: de afstand tussen de zoekgebieden Duurzame Polder en de reeds vergunde ontwikkeling Rietvelden is te klein om op afstand van individueel te onderscheiden clusters te spreken. Tezamen vormen de zoekgebieden een lange horizon van windturbines. Vanuit landschappelijke beleving een onwenselijk beeld. Bovendien zou Den Bosch met de realisatie van alle zoekgebieden aan drie zijden omringd zijn door windmolenparken. Gezien de status van de Rietlanden is het logisch dit zoekgebied te laten vervallen.

Zoekgebied Vlagheide -

Ruimtelijk geschikt landschapstype: relatief grootschalige, rationele jonge ontginning Gebied met een diffuse, bedrijfsmatige uitstraling door de aanwezige grote bedrijven en de vuilstort. Mogelijkheid een (klein) cluster te maken Relatief dun bevolkt gebied Reeds aanwezige wegbeplanting maakt windturbines minder dominant in de beleving

Maar: de afstand tussen het vergunde initiatief Veghel en het zoekgebied de Schijndelsche heide is te klein om van individueel te onderscheiden clusters te spreken. Indien windenergie een plek krijgt

in dit zoekgebied zal Eerde ingeklemd komen te liggen tussen windturbines aan noord/oost en zuid zijde en industrie aan de oost en westzijde. Vanuit landschappelijke beleving een onwenselijk beeld.

Zoekgebied Schijndelsche Heide (niet wenselijk, mogelijk noodzakelijk?) -

Ruimtelijk geschikt landschapstype: relatief grootschalige, rationele jonge ontginning Voldoende afstand tot het reeds vergunde initiatief Veghel, in tegenstelling tot zoekgebied Vlagheide Mogelijkheid een (klein) cluster te maken Relatief dun bevolkt gebied Reeds aanwezige wegbeplanting maakt windturbines minder dominant in de beleving

Maar: Het zoekgebied is gelegen in het cultuurhistorisch landschap de Meierij in het cultuurhistorisch waardevolle gebied Schijndelse en Rooijsche Heide. Het is een bijzonder en gaaf voorbeeld van een jonge heideontginning en heeft ecologische waarden als akkervogelgebied. De locatie is dicht bij het Dommeldal gelegen en eventuele windturbines hebben een onwenselijk verkleinend effect op het dal. Bovendien zijn de mogelijkheden voor het realiseren van windenergie in het zoekgebied beperkt. Vanuit landschappelijke perspectief is de locatie niet wenselijk.

Zoekgebied De Gement -

Geschikt landschapstype: grootschalig, open landschap met een maat en schaal die aansluit bij die van een windturbine Relatief dun bevolkt gebied Mogelijkheid een groot cluster te maken Voldoende afstand tot zoekgebied de Duurzame polder

Maar: het gebied kent zeer hoge cultuurhistorische, ecologische en recreatieve waarden en functioneert als een belangrijk uitloopgebied voor ’s-Hertogenbosch. De afstand tussen De Gement en de reeds vergunde ontwikkeling Rietvelden is te klein om op afstand van individueel te onderscheiden clusters te spreken. Tezamen vormen de zoekgebieden een lange horizon van windturbines. Vanuit landschappelijke beleving een onwenselijk beeld. Bovendien zou Den Bosch met de realisatie van alle zoekgebieden aan drie zijden omringd zijn door windmolenparken. Gezien de status van de Rietlanden en de bijzondere ecologische, cultuurhistorische en recreatieve waarden is het logisch en landschappelijk wenselijk dit potentie gebied te laten vervallen.

Zoekgebied sterk afhankelijk van andere ontwikkelingen Zoekgebied Loosbroek -

Relatief geschikt landschapstype: plaatselijk grootschalig, rationeel landschap van een jonge ontginning met een maat en schaal die aansluit bij die van een windturbine Relatief dun bevolkt gebied Mogelijkheid een cluster te maken Mogelijk te combineren met nieuwe bosontwikkeling

Dit zoekgebied staat op gespannen voet met de ontwikkeling van windturbines op bedrijventerrein Heesch-west. Indien dit initiatief door gaat, ligt het zoekgebied te dicht bij Heesch-West om van te onderscheiden clusters te spreken. Bij realisatie lijken de clusters van de Duurzame polder via Heesch-West en het zoekgebied Loosbroek de zandgronden op te lopen. Hiermee ontstaat op afstand een erg groot, moeilijk definieerbaar cluster. Een soort ‘urban sprawl’ van windturbines, waarmee het onderscheid tussen de komgronden en de hogere zandgronden verdwijnt. Dit is landschappelijk zeer onwenselijk. Indien op Heesch-West geen turbines gerealiseerd worden is dit zoekgebied kansrijk. Indien de turbines op Heesch-West wel gerealiseerd worden, zou het cluster uitgebreid kunnen worden. Het zoekgebied Loosbroek komt daarmee te vervallen. Consequentie is dat Nuland en Geffen aan de noordzijde (Duurzame Polder) en zuidzijde omgeven zijn door windturbines.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=73b97187-e611-4c54-9fb1-13f45709dd54