bijlage 1 programmaplan
Tekst van het document
Op programmaniveau: • De drie projectleiders rapporteren aan de strategisch beleidsadviseurs jeugd en onderwijs van de gemeente ’s-Hertogenbosch en Oss over de voortgang van hun project. De beleidsadviseurs zorgen voor de onderlinge verbinding en coördinatie van de drie projecten. • De voortgang, resultaten en leerpunten van de drie projecten wordt regionaal geagendeerd bij de programmalijn Jongerenaanpak van Noordoost Brabant Werkt en de regionale portefeuillehoudersoverleggen zorg, onderwijs en arbeidsmarkt. • Er wordt samengewerkt met het ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS): VWS werkt samen met de regio op het gebied van mentale gezondheid en volgt de resultaten uit deze aanpak om input te leveren voor (nieuw) beleid en landelijke uitrol van STORM in het kader van preventie van depressie 113. Totale investering: € 4.270.857 Rijksbijdrage: € 1.002.857
Financiering door de regio: € 3.268.000
7 https://stormaanpak.nl
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
16
Waar is dit programma op gericht? Het aanbieden van voedseleducatie in het voortgezet onderwijs, zodat er in NoordoostBrabant een doorlopende leerlijn ontstaat. Een leerlijn gericht op het aanleren van duurzame en bewuste eetgewoonten voor nu en in de toekomst. Welke punten nemen we mee uit de vorige Regio Deal? • Uitvoering maakt het verschil. Uitvoering is moeilijk over heel Nederland hetzelfde te standaardiseren. • Noordoost-Brabant is sterk in netwerkkracht. Netwerkvorming en activatie van gemeenten, vrijwilligers, lokale ondernemers, ouders, leerlingen en school zelf is de kern. • Scholen ontzorgen en leerlingen en lokale ondernemers een rol geven. • Borgen van voedseleducatie binnen het curriculum van scholen vergt een lange adem. Impactmeting door erkend bureau is een belangrijke bouwsteen. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Betere gezondheid van jongeren door het stimuleren van een positieve houding tegenover gezonde voeding en duurzame eetgewoonten.
Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Een bestuurder uit het regionaal portefeuillehoudersoverleg Economie van RNOB is verantwoordelijk voor dit programma. Een gedeputeerde van de provincie NoordBrabant wordt betrokken bij mijlpalen en oplevering van het project. • De projectuitvoering wordt belegd bij een Brabants Jong Leren Eten Makelaar, werkzaam als projectleider IVN Natuureducatie. Deze rapporteert aan de programmaregisseur Voedsel en Gezondheid en de regiomanager van RNOB over de voortgang van het programma. • In de uitvoering wordt samengewerkt met jongeren, het Smaakcentrum, Klasseboeren, Koning Willem I College, TU/e, JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) en GGD. Overheden zetten hun netwerk in. • Er wordt samengewerkt met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN): LVVN, in samenwerking met VWS en OCW, ondersteunt dit via het programma Jong Leren Eten en met bijdragen aan Gezonde School en Duurzame School. Totale investering: € 300.000 Rijksbijdrage: € 120.000
Financiering door de regio: € 180.000
Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit drie fasen. De leerlingen zijn zelf aan zet; zij zijn de bedenkers, adviseurs en uitvoerders van gezonde en voedselkeuzes op en rondom de onderwijsinstelling: 1. Verkenning. Gestart wordt met een verkenning waarin huidige en potentiële partners het bestaande aanbod op het gebied van voedseleducatie in kaart brengen. Vervolgens gaan jongvolwassenen (18-40 jaar), via een zogenaamd groen traineeship en/of schoolopdracht het aanbod, de werving en communicatie verder uitwerken voor het voortgezet onderwijs (VO). 2. Activatie en uitvoering. Het netwerk wordt in stelling gebracht om het aanbod gezamenlijk af te stemmen op de wensen en behoeften van het VO. Binnen deze fase worden, in co-creatie met het netwerk, ten minste 25 klassen (verspreid over 20 verschillende scholen) bereikt met een educatief programma. De scholen bieden de klassen ten minste twee educatieve voedselactiviteiten per jaar aan. De scholen doen voor tenminste twee jaar mee. 3. Verbreding en borging. Tien van de deelnemende scholen zetten zich in om voedseleducatie te delen met hun medeleerlingen, bewoners in de buurt van de school en (groot)ouders bijvoorbeeld door het organiseren van een foodfestival. Voedseleducatie is opgenomen in het curriculum van 10 scholen.
Er is een zelfstandig werkend regionaal netwerk voor boerderij-educatie, schooltuinen en koken met leerlingen. o De nulmeting en resultaten van het project worden vastgelegd door een erkend onderzoeksbureau. Tijdens de uitvoering zijn er minstens vijf regionale netwerkbijeenkomsten. De opgedane kennis wordt ingebracht in FoodNL, een alliantie van vier triple-helix regio’s met een sterk agrifood karakter.
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
17
Waar is dit programma op gericht? Het versterken van de leefbaarheid met dorpen en steden. Leefbaarheid gaat over de mate waarin een omgeving door inwoners als prettig, veilig en uitnodigend wordt ervaren. Welke punten nemen we mee uit de vorige Regio Deal? • Inwoner centraal stellen. Hun ideeën, ervaringen en betrokkenheid zijn onmisbaar. • Meer gemeenten uit de regio laten aansluiten voor meer gezamenlijkheid en gedeeld begrip en kennis van leefbaarheid. • Leefbaarheid raakt aan tal van beleidsvelden en vraagt om een lange adem, een integrale aanpak en goede interne afstemming bij een gemeente. • Meer aandacht besteden aan de ‘feedbackloop’; zorgen dat de resultaten van de projecten terugvloeien naar beleid en uitvoering bij lokale overheden. • Het toepassen van een helder toetsingskader voorkomt dat initiatieven uiteenlopen in thema, grootte en aansluiting met de vooraf gestelde doelen. • De projecten moeten, met name qua financiële omvang, in verhouding staan met de administratieve last van de wijze van financiering.
•
verschillende pilots rapporteren aan de coördinator over de voortgang van de pilots. Deze zorgt voor de onderlinge verbinding. De coördinator werkt samen met de projectleiders aan de opzet en uitvoering van het regionaal leernetwerk leefbaarheid. Er wordt samengewerkt met de ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS): o VRO deelt de lessen uit het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid o.a. op de thema’s monitoring en participatie. o VWS brengt kennis en netwerk in op het thema leefbaarheid.
Totale investering: € 3.364.800 Rijksbijdrage: € 1.345.920
Financiering door de regio: € 2.018.880
Waar dragen we met dit programma aan bij? • Toename in tevredenheid met de leefomgeving door fysieke en sociale aspecten van leefkwaliteit met elkaar te verbinden. • Versterken van de sociale samenhang en participatie in wijken en dorpen. • Een actievere samenwerking tussen gemeenten, hun inwoners en maatschappelijke organisaties op brede leefbaarheidsthema’s. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit twee projecten: 1. Pilots leefbaarheid in de regio. Alle tien gemeenten voeren samen met inwoners, binnen hun eigen lokale context, ieder hun eigen pilot(s) uit om laagdrempelig nieuwe werkwijzen te verkennen, partnerschappen te versterken en innovatieve aanpakken uit te proberen. Een gezamenlijk, nog te ontwikkelen, toetsingskader geeft aan welke elementen in de pilots moeten zijn opgenomen. 2. Regionaal leernetwerk leefbaarheid. Dit netwerk wordt opgezet om professionals van gemeenten en maatschappelijke organisaties en vrijwilligers actief kennis en ervaringen met elkaar te laten delen, binnen en buiten de regio. Kennisdeling vindt plaats op twee onderdelen: over de methodische aanpak (het hoe) en themainhoudelijk over gedeelde uitdagingen (het wat). Samen met de provincie wordt verkend hoe vragen uit de regio gekoppeld kunnen worden aan het bestaande kennisaanbod.
Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Een nog op te richten bestuurlijk overleg van portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten, wordt verantwoordelijk voor het programma. De portefeuillehouder leefbaarheid van de gemeente Meierijstad is voorzitter. • Een projectgroep wordt opgericht met een vertegenwoordiger per deelnemende gemeente. De gemeente Meierijstad levert de coördinator. De projectleiders van de
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
18
Waar is dit programma op gericht? Het ontwikkelen van een sportcentrum en het aanbieden van sportprogramma’s voor inwoners uit de regio met een motorische en/of visuele beperking.
•
Waar dragen we met dit programma aan bij? • Verbeteren van de gezondheid en welbevinden van mensen met een motorische en/of visuele beperking door: • verhogen sport- en ontmoetingsmogelijkheden en wekelijkse sportdeelname voor mensen met een motorische en/of visuele beperking. Een doelgroep voor wie meedoen op alle aspecten van de maatschappij nog niet zo vanzelfsprekend is. • mensen met een motorische en/of visuele beperking voelen zich meer gekend, gewaardeerd en gelijkwaardig behandeld.
•
en daarmee commitment over een langere periode aan te gaan met een bijdrage in middelen en/of natura (o.a. sportcoaches). Bij de uitvoering van dit programma zijn daarnaast betrokken: de omliggende gemeenten, de provincie Noord-Brabant, het regionaal platform Uniek Sporten Brabant, revalidatiecentra, woonzorginstellingen voor mensen met motorisch en/of visuele beperkingen en een private investeerder. Er wordt samengewerkt met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS): VWS ontsluit (expertise programma Kenniscentrum Sport & Bewegen, VNverdrag Handicap) deelt kennis en ondersteunt bij de monitoring in het meten van maatschappelijke impact en sportdeelname en draagt de opzet en de leerervaringen van het sportcentrum landelijk uit via haar netwerk.
Totale investering: € 2.100.000 Rijksbijdrage: € 600.000
Financiering door de regio: € 1.500.000
Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit zes onderdelen: 1. Het realiseren van een fysiek sportcentrum in Schijndel, met een sporthal met prikkelarme vloer, een outdoor multiveld en de benodigde materialen voor de sportactiviteiten. Het centrum wordt een plek rustige, veilige en toegankelijke plek voor mensen met een motorische en/of visuele beperking. De ambitie is dat eind 2029 100+ unieke sporters gebruik hebben gemaakt van het sportcentrum. 2. Het ontwikkelen van een passend sportaanbod voor deze doelgroep en het uitvoeren van train de trainertrajecten. 3. Inzet op vervoersoplossingen vanuit strategische locaties van en naar het sportcentrum. 4. Gerichte communicatie om de doelgroep te bereiken en monitoring op impact van sport. 5. Oprichten van een stichting die verantwoordelijk wordt voor de exploitatie van het sportcentrum. 6. Intensiveren van de regionale samenwerking op het gebied van aangepast sporten tussen gemeenten, zorg, sport en onderwijs. Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Het college van B&W van de gemeente Meierijstad is verantwoordelijk voor het programma. Na de oprichting neemt de stichting Sportcentrum Gelijkspel deze verantwoordelijkheid, in nauwe samenwerking met de gemeente, op zich. • Een beleidsmedewerker Sport van de gemeente Meierijstad voert dit programma uit.
• De wethouder en beleidsmedewerker sport van de gemeente Meierijstad informeren de twee ‘Uniek Sporten’ regio’s de Meierij en Noordoost-Brabant, bestuurlijk en ambtelijk, over de opzet en voortgang van dit programma. De twee regio’s staan positief ten opzichte van het programma, maar op dit moment zijn er formeel nog geen andere gemeenten betrokken. De ambitie is om de actieve samenwerking, bijvoorbeeld via een samenwerkingsovereenkomst, vast te leggen
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
19
Waar is dit programma op gericht? Het aanjagen van meer betaalbare en passende huisvesting voor aandachtsgroepen. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Behoud van jongeren voor de regio door de slaagkans op de woningmarkt te verbeteren. • Tevredenheid met de leefomgeving, waarvan wonen een zeer belangrijk element is. • Een actievere samenwerking en betere afstemming tussen overheid, woningcorporaties en private partijen.
•
Mooiland, PeelrandWonen, JOOST, Wonen Vierlingsbeek, Woonmeij, Woonveste, Woonzorg Nederland en Zayaz. Er wordt samengewerkt met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): VRO participeert in de stuurgroep Regionale Woondeal voor toelichting op relevante rijksbeleid en kansen.
Totale investering: € 350.000 Rijksbijdrage: € 140.000
Financiering door de regio: € 210.000
Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit vier projecten voor een versnelde uitvoering van een viertal woondealafspraken: 1. Versnelling van woningbouw. Elke gemeente zet een team op om de woningbouw te versnellen en zorgt voor een contactpersoon. Elke zes maanden wordt de voortgang van sleutelprojecten gevolgd via de Publiek-Private Monitor (zie ook project 4) en worden gesignaleerde knelpunten besproken op de (lokale) versnellingstafel. 2. Betaalbaarheid. Inventarisatie bij alle tien gemeenten voor meer inzicht in de woonruimteverdeling naar inkomensgroepen en de betaalbaarheidsvraagstukken per inkomensgroep. 3. Aandachtsgroepen. Er wordt een uniforme regionale urgentieregeling opgesteld als bouwsteen voor lokale huisvestingsverordeningen. De regionale woonzorganalyse wordt afgerond en vertaald naar een handelingsperspectief, waarin per aandachtsgroepen (zoals ouderen, starters, zorgbehoevenden) de regionale uitdagingen en doelen worden benoemd. 4. Publiek-Private monitor. De regio committeert zich aan het gebruik van een PubliekPrivate monitor op basis van een eenduidige regionale begrippenlijst. Op basis van het huidige gebruik van de regionale monitoringssystemen worden best practices gedeeld met de tien gemeenten. Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • De stuurgroep Woondeal besluit over dit programma.
De stuurgroep bestaat uit twee wethouders, twee corporatiebestuurders, een gedeputeerde, een afgevaardigde van het Rijk en een gemeentesecretaris. • De programmaregisseur Wonen van RNOB coördineert het programma. De regisseur informeert de bestuurlijke kopgroep wonen van RNOB, het RDO (alle corporatiebesturen) en de kennistafel (alle portefeuillehouders wonen en alle corporatiebestuurders en de gedeputeerde). • Ieder project heeft een bestuurlijk trekker en een ambtelijke werkgroep. De werkgroep zorgt voor de uitvoering. De voorzitter van iedere werkgroep rapporteert aan de bestuurlijk trekker en aan de programmaregisseur Wonen en de regiomanager van RNOB. • In de uitvoering wordt samengewerkt met: tien gemeenten, provincie Noord-Brabant en elf woningcorporaties: Area, Brabant Wonen, Charlotte van Beuningen,
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
20
Subdoelen van de pijler:
Gezonde balans tussen natuur, landbouw en wonen We versterken de kwaliteit van onze woon- en leefomgeving met klimaatrobuuste oplossingen. De beschikbare ruimte richten we slim in, voor stad en platteland, en zorgen voor versnelling van complexe gebiedsprocessen.
7. Vitale leefomgeving ● Slimmer inrichten van de beschikbare ruimte voor stad en platteland rekening houdend met water en bodem; ● Versterken van natuur, biodiversiteit, waterbeheer en klimaatbestendigheid; ● Organiseren doorbraakkracht voor versnelling in gebiedsprocessen, het experimenteren met innovatieve aanpakken en het benutten van koppelkansen.
Programma’s
14. Complexe gebiedsprocessen 15. Klimaatadaptief bebouwd gebied 16. Naoorlogse wijken
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
21
Waar is dit programma op gericht? Het vinden van slimme oplossingen voor grote ruimtelijke vraagstukken. Welke punten nemen we mee uit de vorige Regio Deal? • Een goede basis is cruciaal. Er moet gezamenlijk bepaald worden welk gebied geselecteerd wordt, welke opgave centraal staat, wat het tijdpad is en hoe urgent de opgave is. Vertrouwen creëren en betrouwbaar handelen zijn hierbij essentieel, evenals het aantrekken van gemotiveerde en kundige mensen. • De juiste beweging organiseren. Dit betekent: actieve stilstand voorkomen, wantrouwen en onmacht doorbreken, aansluiten bij de behoefte van betrokkenen en tijdig besluiten nemen. • Monitoren en meetbaar maken. Samen wordt bepaald of doelen zijn gehaald, met ruimte om bij te sturen op basis van acties in plaats van alleen op gestelde doelen. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Een prettige en duurzame leefomgeving en een economisch vitale regio met een toekomstbestendig inrichting van landelijk gebied door het combineren van grote ruimtevragers zoals natuur, recreatie, landbouw, water en wonen. • Veilige leefomgeving: voorkomen hoogwaterproblemen in delen van de regio. • Het versterken van natuur, biodiversiteit en klimaatadaptatie. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit drie projecten: 1. Extra impuls aan drie lopende gebiedsprocessen (a, b en c): a. Noordelijke Peelpoort.
Ontwikkeling tot een innovatief, multifunctioneel productielandschap met kleine functionele dorpen in een grofmazig groenblauw raamwerk; een gebied met een balans tussen innovatieve grondgebonden kringlooplandbouw, natuur, waterbeheer, energietransitie en leefbaarheid. Dit gebied is gelegen in de gemeenten Bernheze, Boekel, Maashorst en Land van Cuijk. De programmamanager Noordelijke Peelpoort voert uit in opdracht van de gemeenten Maashorst en Land van Cuijk. Dit project is een sleutelproject van NOVEX-de Peel. b. Aa-Dal Noord. Klimaatrobuuste inrichting van het beekdal van de Aa in combinatie met een toekomstbestendige agrarische sector die in balans is met de omgeving, verbetering van de waterkwaliteit en -kwantiteit, versterking biodiversiteit en een passende recreatieve infrastructuur. Dit gebied is een GGA (Groenblauwe Gebiedsgerichte Aanpak) en is gelegen in de gemeenten Meierijstad en Bernheze. Voor de GGA Aa-Dal is een bestuurlijk overleg ingericht. Het Waterschap Aa en Maas voert dit project uit. c. De Dommelvallei. Klimaatrobuuste inrichting van het beekdal van de Dommel in combinatie met een toekomstbestendige agrarische sector die in balans is met de omgeving; verbetering van de waterkwaliteit en -kwantiteit met behoud van erfgoed uit de Middeleeuwen; versterking van biodiversiteit en mogelijk maken van woningbouw met een passende recreatieve
infrastructuur. Dit gebied is gelegen in de gemeenten Boxtel, SintMichielsgestel, ’s-Hertogenbosch en Vught. Een bestuurlijk overleg wordt opgericht die de verschillende deelprojecten gaat selecteren. De gemeente Boxtel coördineert dit project. 2. Het versterken van landschappen (a) en impuls voor groenblauwe verbindingen (b): a. Stedelijke landschapsparken. Het ontwikkelen van twee robuuste landschappelijke raamwerken om natuur en landschap te versterken als schakel tussen stad, dorpen en natuurgebieden. Het concept landschapsparken is onderdeel van de uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant. De stuurgroep Duurzame Verstedelijking Stedelijke Regio ’sHertogenbosch (SRSH) besluit over de stedelijke landschapsparken. De gemeenten Vught en Maashorst coördineren dit project. i. Rond de ring ’s-Hertogenbosch. ii. In de driehoek Oss-Bernheze-Maashorst. b. Robuuste groenblauwe verbindingen. Versnellen van de realisatie van Ecologische Verbindingszones uit het Natuurnetwerk Nederland en 3% Groenblauwe Dooradering. Gericht op het versterken van biodiversiteit en natuur in combinatie met klimaatadaptatie. Een verkenning wordt gedaan op basis van de provinciale nulmeting. Er komen vijf pilots om de snelste versnellingen en verbindingen te realiseren. De lessen worden gebundeld in een handreiking ‘Robuuste verbindingen’. De kopgroep Natuur en Landschap van RNOB besluit over dit project.
De programmaregisseur Natuur en Landschap van RNOB voert dit project uit. 3. Doorbraakkracht. Versnellen van gebiedsprocessen met inzet van een expertteam met instrumentenkoffer, aanjaaggeld en een doorbraaktafel om stilstand te doorbreken. Gericht op het aanpakken van bestuurlijke, juridische en inhoudelijke vertragers, verspreiden van praktische kennis, benutten van koppelkansen en het testen van innovatieve aanpakken, zoals een gebiedsgerichte opkoopregeling. De programmaregisseur Strategie van RNOB voert dit project uit. Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Een bestuurlijk aanjaagteam besluit over dit programma (en programma 15). Het team bestaat uit verschillende bestuurlijke trekkers van regionale programma’s: water, ruimte, natuur en landschap, transitie landbouw en klimaatadaptatie en de provincie Noord-Brabant. De voorzitter is de dijkgraaf van Aa en Maas. • De projectleiders van de projecten rapporteren aan de programmaregisseurs Vitaal Landelijk gebied, Natuur en Landschap en Strategie van RNOB. De regisseurs informeren het regionaal portefeuillehoudersoverleg Duurzame Leefomgeving van RNOB en rapporteren aan de regiomanager van RNOB. De programmaregisseur Strategie bewaakt de samenhang en legt verbindingen tussen de projecten.
• In de projecten wordt samengewerkt met een groot aantal partners: onder meer de provincie Noord-Brabant, de agrarische sector, kennis- en onderwijsinstellingen, jongerenorganisaties, landgoedeigenaren en terreinbeheerders. Daarnaast zijn ook bewonersgroepen, heemkundekringen, belangenorganisaties, vrijwilligers en adviesbureaus belangrijke partners. Specifieke partnerschappen zijn er met NOVEX De Peel, NOVEX Stedelijk Brabant, stuurgroep GGA en betrokken visiegroepen van landgoederen.
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
22
•
Er wordt samengewerkt met de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): o LVVN levert een liaison die meedenkt op dit programma vanuit de kansen in samenhang met NOVEX De Peel. o VRO levert een liaison die meedenkt op dit programma vanuit de kansen in de samenhang met NOVEX Stedelijk Brabant.
Totale investering: € 23.863.520 Rijksbijdrage: € 7.775.699
Overige financiering: € 16.087.821
Waar is dit programma op gericht? Het implementeren van maatregelen die de regio beter voorbereiden op leven met extreme weersomstandigheden. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Een prettige en duurzame leefomgeving met: • minder extreem droge of natte (landbouw) gronden door een veerkrachtiger en stabieler grondwatersysteem • minder wateroverlast en meer verkoeling door meer groen in stedelijk gebied en op bedrijventerreinen Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit drie projecten: 1. In twee pilots worden inzichten uit studies, zoals de grondwaterkansenkaart, benut om klimaatadaptieve maatregelen te realiseren. Daarbij ligt de focus op het verbinden van bebouwd gebied met het omliggende landschap voor multifunctionele oplossingen. 2. Ontstenen en vergroenen. Uniforme aanpak met relatief eenvoudige, breed toepasbare maatregelen om in acht gemeenten - Bernheze, Boekel, Boxtel, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel en Vught - het bebouwd gebied te ontstenen en vergroenen. 3. Bedrijventerreinen. Het vergroten van de bewustwording van ondernemers over klimaatrisico’s op bedrijventerreinen en het bieden van kennis over passende maatregelen. Ondernemers, gemeenten en waterschappen nemen zelf en/of samen kleine en grote maatregelen om minimaal vijf terreinen weerbaarder te maken tegen extreme weersomstandigheden.
Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Een bestuurlijk aanjaagteam besluit over dit programma (en programma 14). • De programmaregisseur Klimaatadaptatie van RNOB coördineert het programma en rapporteert aan de regiomanager van RNOB. De regisseur informeert het regionaal portefeuillehoudersoverleg Duurzame Leefomgeving van RNOB. RNOB participeert in het platform Klimaatadaptatie Zuid-Nederland en stimuleert kennisuitwisseling met de werkregio's in Zuid-Nederland. • In de uitvoering van de drie projecten wordt er samengewerkt met gemeenten, de waterschappen Aa en Maas en de Dommel, kennis- en onderwijsinstellingen (o.a. Yuverta, HAS green academy, Avans Hogeschool), ondernemers, bedrijventerreinen, IVN en MeerBomenNu. • Er wordt samengewerkt met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW): IenW ontsluit kennis en netwerken uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) en de Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) die in 2026 gereed is. De jaarlijkse DPRA-bijeenkomst wordt gebruikt voor kennisuitwisseling. Totale investering: € 2.778.389 Rijksbijdrage: € 1.107.713
Overige financiering: € 1.670.676
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
23
Totale investering: € 250.000 Rijksbijdrage: € 100.000
Financiering door de regio: € 150.000
Waar is dit programma op gericht? Het ontwikkelen van een handelingsperspectief met handvatten om op passende wijze geschikte woonruimte toe te voegen in naoorlogse woonwijken (periode 1950-1990). Waar dragen we met dit programma aan bij? • Verbeteren van bestaande woonwijken met meer passende, duurzame en energiezuinige woningen en met meer doorstroommogelijkheden. • Prettige en veilige leefomgeving door behoud en draagvlak voor voorzieningen en plekken om te spelen en te ontmoeten. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit vijf fasen: 1. Wijkscans. Verzamelen van zowel kwantitatieve als kwalitatieve data van vier wijken met verschillende karakters uit de gemeenten Maashorst en Boxtel. 2. Onderzoek woningbouwpotentie. Inzicht bieden in hoeveel woningen theoretisch mogelijk zijn in deze wijken op basis van bestaande woningkenmerken en de fysieke omgeving. 3. Kwalitatief ontwerp. Vertaling van de theorie naar een schematisch ontwerp van de wijken. Hierin worden beoogde bouwlocaties, woningtypen en de relatie met infrastructuur, mobiliteit, voorzieningen en meekoppelkansen inzichtelijk gemaakt. 4. Handelingsperspectief. Op basis van de schetsontwerpen en ervaringen uit ’sHertogenbosch en Oss wordt een praktisch en toepasbaar handelingsperspectief opgesteld dat inzichtelijk maakt welke ruimte er is voor verdichting binnen naoorlogse wijken.
Daarnaast zal het concrete handvatten bieden hoe en welk type woning(ver)bouw kan bijdragen aan diverse sociaal-maatschappelijke opgaven in de wijk en hoe gemeenten en hun partners dit proces kunnen vormgeven en welke concrete stappen hiervoor nodig zijn. 5. Bredere toepasbaarheid. De opzet maakt dat het handelingsperspectief kan ook worden toegepast op andere vergelijkbare wijken in de regio. Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Besluiten over het programma worden genomen door de stuurgroep Duurzame Verstedelijking Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch (SRSH). De portefeuillehouder wonen van de gemeente Maashorst is bestuurlijk trekker. • De woningbouwadviseur van de gemeente Maashorst coördineert het programma. • In de uitvoering werken de gemeenten Maashorst en Boxtel samen met RNOB, provincie Noord-Brabant, woningbouwcorporaties, (kwetsbare) bewoners en een onderzoeksbureau. Daarnaast wordt per fase bekeken of ondernemers, zorg- en welzijnsorganisaties ook hun bijdrage kunnen leveren. • Er wordt samengewerkt met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): VRO levert een liaison die meedenkt op dit programma vanuit de kansen in de samenhang met NOVEX Stedelijk Brabant en het Eerste Ruimtelijk Arrangement 2025 Provincie Noord-Brabant.
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
24
Goed samenwerken in en met de regio We verstevigen de samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties in de regio én met provincie Noord-Brabant en Rijk. Vanuit een gezamenlijke visie bouwen we verder aan het Noordoost-Brabant van morgen.
Subdoelen van de pijler:
Programma
8. Sterker samenwerken ● Ontwikkelen van een gezamenlijke toekomstvisie voor Noordoost-Brabant met meer verbonden Partijen en Partners; ● Activeren van Regio en Partners om samen te werken aan 't Goeie Leven.
17. Sterker samenwerken
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
25
Waar is dit programma op gericht? Het verbreden, verdiepen en structureel verankeren van de samenwerking binnen Noordoost-Brabant, én met de provincie Noord-Brabant en het Rijk. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Toename onderling vertrouwen van samenwerkende partijen in de regio. • Meer integrale samenwerking op maatschappelijke opgaven waardoor meer impact wordt bereikt. • Versterking van de regionale identiteit en profilering. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Het programma bestaat uit twee projecten: 1. Strategische agenda voor het gebied Noordoost-Brabant. Deze strategische agenda dient richting te geven aan de regionale aanpak van maatschappelijke opgaven, versnelt de beweging naar een structurele samenwerking en biedt een basis voor een domeinoverstijgend regionaal investeringsprogramma. Deze agenda bouwt voort op de bestaande (multi-helix) samenwerking waarvoor een basis is gelegd in de regionale samenwerkingsverbanden RNOB, AgriFood Capital en Noordoost Brabant Werkt, de twee Regio Deal programma’s (2020-2024 en 2025-2029) en betrekt nadrukkelijk ook nog niet-aangesloten maatschappelijke partners en implementeert aanbevelingen uit diverse onderzoeken van o.a. Berenschot en Raboresearch naar resp. regionale samenwerking en economische ontwikkeling.
Dit project kent drie fasen: • Verkenning: een verkenner wordt aangesteld om plan van aanpak op te stellen en een advies uit te brengen of er voldoende draagvlak is voor een agenda voor het gebied. De fase sluit af met een go/no go moment. • Vormgeven en toetsen: bij een positief besluit wordt de agenda gezamenlijk geconcretiseerd en bij alle betrokken partijen ter toetsing voorgelegd. • Lanceren en verankeren: de agenda wordt vastgesteld, gelanceerd en de uitvoering kan van start. 2. Overkoepelend Regio Deal ’t Goeie leven. Overkoepelende activiteiten die worden uitgevoerd zijn communicatie, monitoring, lerend werken en kennisdeling. De communicatie-aanpak is gericht op het inspireren en activeren van inwoners, organisaties en partners in de regio om bij te dragen aan de brede welvaart. We doen dat door: resultaten van de Regio Deal zichtbaar én voelbaar te maken (o.a. door successen te vieren); het opzetten en activeren van een ambassadeursnetwerk (de regio community) en ervaringen en lessen uit de Regio Deal te benutten in de communicatie voor de strategische agenda ná 2029 (proeftuinfunctie). Storytelling is een belangrijke bouwsteen voor communicatie. Tijdens de uitvoering volgt en monitort het programmateam Regio Deal alle programma’s en projecten. Het stuurt bij waar nodig.
Het team stimuleert en faciliteert kennisdeling tussen de programma’s en andere partijen in de regio.
Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Voor het eerste project wordt de governance nog uitgewerkt. Tot die tijd is de Algemene Vergadering van RNOB bestuurlijk verantwoordelijk. • De stuurgroep Regio Deal Noordoost-Brabant is verantwoordelijk voor project 2. • De projectleiders rapporteren aan de regiomanager van RNOB over de voortgang van hun project. RNOB zorgt voor de onderlinge verbindingen. • In de uitvoering van project 1 worden alle actieve organisaties in de regio Noordoost-Brabant betrokken die zich mimimaal op subregionale schaal inzetten voor het vergroten van een of meerdere dimensies van brede welvaart. • In de uitvoering van project 2 wordt samengewerkt met de bestuurlijk trekkers en penvoerders van de Regio Deal programma’s en projecten, de bestuurders van RNOB, AgriFood Capital, Noordoost Brabant Werkt, de provincie Noord-Brabant, de Academische Werkplaats Brede Welvaart en studenten voor organisatie en uitvoering van events • Er wordt samengewerkt met het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO): VRO faciliteert uitwisselingen met andere Regio Deals en regio’s. Totale investering: € 950.000 Rijksbijdrage: € 757.250
Financiering door de regio: € 192.750
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
26
stuurgroep Regio Deal, programmaeigenaren en projectleiders regelmatig bijeenkomsten en bezoeken georganiseerd om de onderlinge samenwerking te verbeteren. Dit hoofdstuk beschrijft de samenwerking binnen de Regio Deal: tussen regio en rijk, binnen de regio en samen met andere regio’s. De Regio Deal ‘t Goeie leven stimuleert duurzame samenwerking en partnerschap. Het gaat immers niet alleen om inbreng van financiële middelen, maar ook om kennis, netwerk en gezamenlijke inzet. Samenwerking is zowel doel als middel en krijgt een lerend en adaptief karakter. Het thema samenwerken wordt onderdeel van de evaluatie en monitoring. Met het programma ‘Sterker samenwerken’ uit de vierde pijler wordt deze samenwerking geborgd, ook na afloop van de Regio Deal. Bijlage 2 geeft een overzicht van bestaande regionale, provinciale en departementale programma’s en beleidsplannen waaraan de programma’s uit de Regio Deal bijdragen en waarmee de samenwerking wordt versterkt. Alle programma’s en projecten worden uitgedaagd om jongeren uit de regio zoveel mogelijk te betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van de projecten. Het is essentieel dat jongeren uit de regio hun stem laten horen en meepraten. Bijlage 3 geeft inzicht wat de eerste ideeën hierover zijn.
De samenwerking met het Rijk draait om doen en leren en sluit zoveel mogelijk aan bij de programma’s van de eerste drie pijlers, dicht op de praktijk. Daar gebeurt het immers. We hebben over de samenwerking met het Rijk een aantal zaken formeel afgesproken in het convenant. Die afspraken gaan over de actieve bijdrage van de departementen aan de verschillende programma’s (art. 2), de financiële bijdrage (art. 3), over de formele bestuurlijke overleggen (art. 5) en over monitoring en voortgangsrapportages (art. 6).
In deze Regio Deal gaan we werken met een ambassadeursaanpak. De ambassadeurs van ’t Goeie leven zijn denkers en doeners die werk maken van de brede welvaart in Noordoost-Brabant en dit ook actief uitdragen. Zij zijn het gezicht van ‘t Goeie leven als grotere beweging, binnen de regio én daarbuiten. Ze versterken het saamhorigheidsgevoel en de samenwerking doordat zij mensen en organisaties met elkaar verbinden.
De regio deelt kennis en ervaring graag met andere regio’s en leert van vergelijkbare opgaven elders uit het land. Provinciale netwerken zoals Brede Welvaart en landelijke intervisiebijeenkomsten bieden mogelijkheden voor kennisuitwisseling. Waar mogelijk worden aangrenzende Regio Deal-regio’s betrokken bij programma’s en projecten om samen op te trekken en kennis te delen. Via FoodNL, de alliantie van vier agrifoodregio’s, wordt bijvoorbeeld ervaringen uitgewisseld over innovatieve voedselproductie. De Regio Deal versterkt samenwerking op alle niveaus, van lokaal tot landelijk, en combineert praktisch leren met strategische partnerschappen. Het doel is duurzame, lerende en effectieve samenwerking die zichtbaar is in gezamenlijke projecten, bijeenkomsten en structurele netwerken.
Gedurende het jaar onderhouden de programmaeigenaren en projectleiders actieve contacten met het Rijk om uitdagingen te bespreken en nieuwe mogelijkheden te benutten. In hoofdstuk 4 staat per programma beschreven op welke wijze de ministeries hun bijdrage leveren. De coördinatie van de samenwerking met het Rijk verloopt via de dealmaker bij het Rijk en de programmamanager Regio Deal. Tussen de ambtelijk opdrachtgever Regio Deal (de regiomanager van RNOB), programmamanager Regio Deal, en dealmaker van het Rijk vindt periodiek afstemming en overleg plaats (dealmakersoverleg). In het jaarlijkse Rijk-Regio-overleg vindt bestuurlijk afstemming met het Rijk plaats. Dit overleg willen we meer laten zijn dan enkel rapporteren over de inhoudelijke en financiële voortgang (zie ook paragraaf 7.1). We gebruiken het ook om vraagstukken te agenderen en te zoeken naar samenwerking bij het oplossen van die vraagstukken.
Samenwerking in de regio vindt vooral plaats bij de uitvoering van programma’s en projecten. In hoofdstuk 4 staat per programma beschreven wie betrokken zijn. Programma’s en/of projecten organiseren bijeenkomsten en werkbezoeken om elkaar te ontmoeten, van elkaar te leren, samenwerking te bevorderen en andere regiopartners te betrekken bij de uitvoering. Tijdens de looptijd organiseert het programmateam Regio Deal een aantal grotere bijeenkomsten over de totale Regio Deal waarin successen en lessen worden gedeeld. Daarnaast worden voor de
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
27
• Het overzicht op de volgende pagina geeft de financiële stand van zaken per eind augustus 2025 weer. Nadat de regiokassier de subsidiebeschikkingen aan programma’s en projecten heeft afgegeven, wordt het definitieve financiële overzicht opgesteld en vastgesteld door de stuurgroep Regio Deal. Wijzigingen kunnen zich nog voordoen in de cofinanciering, bijvoorbeeld door verschuivingen tussen bijdragen in geld en in natura, of in de bijdrage van betrokken partijen (cofinanciering).
•
•
•
•
•
•
•
Het Rijk heeft een bedrag van € 25 miljoen inclusief btw gereserveerd voor de Regio Deal ’t Goeie leven. Door een bijdrage van het Rijk zijn extra maatregelen mogelijk, kunnen we bestaande programma’s en projecten versnellen of verbreden naar de hele regio of andere doelgroepen en daarmee bijdragen aan de ambities van de regio. De Regio Deal ’t Goeie leven wordt, net als Regio Deal Noordoost-Brabant I, ingezet als vliegwiel voor het verbinden, versnellen en verbreden in de aanpak van de regionale opgaven, voor het versterken van de regionale samenwerking, om de kennisuitwisseling en samenwerking met het Rijk een impuls te geven en om aanvullende financiële bronnen aan te boren. Bij de verdeling van de rijksbijdrage in juni 2025 heeft de stuurgroep Regio Deal gestuurd op samenhang, impact en balans tussen de verschillende programma's. Daarbij is gekeken naar zowel de omvang van de gevraagde rijksbijdrage als de verwachte maatschappelijke opbrengsten. Ook is meegewogen of het gaat om een nieuw programma of om de doorontwikkeling van een programma uit de vorige Regio Deal. De rijksbijdrage komt ten goede aan de hele regio. Van de rijksbijdrage wordt 94% ingezet binnen de eerste drie pijlers: ‘Ondernemerskracht,’ ‘Menskracht’ en ‘Gebiedskracht.’ Vanuit de inhoud is gekozen voor enkele regionale programma’s met een grotere financiële omvang.
3% van de bijdrage wordt ingezet voor de pijler ‘Regiokracht’. Een vast percentage van de rijksbijdrage (3%) is gereserveerd voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) op de uitvoering van de taken van de regiokassier en het programmateam.
Met subsidieaanvragers worden afspraken gemaakt over het inzichtelijk en transparant maken van de verwachte bestedingen tijdens de uitvoeringsfase. We willen de beschikbare middelen immers zo optimaal mogelijk voor de regio inzetten. Dit is ook in lijn met de verplichting vanuit de specifieke uitkering (SPUK) Regio Deals (art. 14) om de rijksbijdrage binnen de looptijd van de deal te besteden.
Er is een procedure voor de herbestemming van rijksbijdrage die vrijvalt door onderbesteding: een programma of project stopt voortijdig of er wordt minder besteed dan verwacht. Daarbij wordt voortgebouwd op ervaringen uit de vorige Regio Deal. Herbestemmen is uitsluitend toegestaan binnen dezelfde pijler, zonder het convenant te hoeven openbreken. Wanneer de stuurgroep Regio Deal een besluit neemt over de herbestemming, wordt de volgende volgorde gehanteerd: o Programma’s die bij de oorspronkelijke toekenning in juni 2025 zijn gekort, krijgen voorrang. Zij kunnen een onderbouwd voorstel indienen voor aanvullende middelen. o Daarna is het mogelijk om bestaande programma’s uit te breiden of te versterken (‘opplussen’), op basis van aanvullende fiches. Dit moet passen binnen de doelstellingen van het betreffende programma en de pijler. o Indien er dan nog middelen resteren, kunnen deze worden ingezet voor nieuwe programmering, mits passend binnen de doelstellingen van de betreffende pijler.
Bij een Regio Deal draagt de regio ten minste een gelijk bedrag bij aan cofinanciering. In het convenant, artikel 3, is de verhouding van rijksbijdrage en regionale cofinanciering op 50-50% gezet. De begroting op de volgende pagina wijkt daarvan af. De stuurgroep Regio Deal heeft namelijk afgesproken dat de verhouding op programmaniveau 60% regionale cofinanciering tegenover 40% rijksbijdrage is. Wanneer een programma die verhouding niet volledig kan realiseren, kan dit binnen dezelfde pijler worden gecompenseerd door een ander programma. Zo komen we op een totaalpakket van bijna 70 miljoen euro waarmee we een krachtige impuls geven aan de brede welvaart in onze regio. Iedere subsidieaanvrager (penvoerder) regelt zelf de benodigde cofinanciering in geld of in natura. Deze middelen komen grotendeels uit begrotingen van bestaande programma’s en projecten.
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
28
Nummer
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17
Programma's
Programma's pijler Ondernemerskracht Innovaties in agri& food Tegengaan voedselverspilling Startup ecosysteem Toekomstbestendig mkb Boeren voor de toekomst Energiehubs bedrijventerreinen Programma's pijler Menskracht Aanpak arbeidskrapte Hybride leren Mentale gezondheid jeugdigen Voedselwijs voortgezet onderwijs Leefbaarheid Sportcentrum Gelijkspel Een (t)huis voor iederen Programma's pijler Gebiedskracht Complexe gebiedsprocessen Klimaatadaptief bebouwd gebied Naoorlogse wijken Programma's pijler Regiokracht Sterker samenwerken Uitvoeringskosten
Totalen
Totaal pijler Ondernemerskracht Totaal pijler Menskracht Totaal pijler Gebiedskracht Totaal pijler Regiokracht
Bijdrage Rijk
Cofinanciering (in cash en natura) Bijdrage Provincie Noordgemeenten en Brabant waterschappen
Kennisinstellingen
Bedrijfsleven
Bijdrage namens RNOB/ AFC/ NOBW
Overig
Totaal
Ov € 2.063.825 € 1.000.000 € 2.267.705 € 823.000 € 261.576 € 758.355
€ 140.000 € 340.000 € 260.000 € 15.000 € 135.000 € 722.124
€ 1.034.935 €0 € 250.000 € 515.000 € 200.000 €0
€ 1.221.300
€0
€0
€ 2.904.800 € 1.002.857 € 120.000 € 1.345.920 € 600.000 € 140.000
€ 418.000 € 2.500.000 €0 € 2.018.880 € 450.000 € 75.000
€0 €0 € 50.000 €0 € 50.000 € 50.000
€ 7.775.699 € 1.107.713 € 100.000
€ 16.087.821 € 1.630.676 € 100.000
€0 €0 € 25.000
€ 757.250
€0
€ 750.000 € 25.000.000
€ 7.174.461 € 7.334.877 € 8.983.412 € 757.250
€ 100.000 €0 € 337.938 €0 €0 € 209.088
€ 600.200 € 2.000.295 € 1.593.512 € 302.000 € 257.691 € 103.161
€ 94.500 €0 € 1.141.440 € 300.000 € 61.200 €0
€0
€0
€ 893.306 € 768.000 € 20.000 €0 €0 €0
€ 2.253.079 €0 €0 €0 €0 €0
€0 €0 €0
€ 75.000
€ 24.892.501
€ 1.612.124 € 5.461.880 € 17.818.497 €0
€ 435.500 €0 € 809.257 € 30.000 €0 € 103.161
€ 4.468.960 € 3.340.295 € 6.659.852 € 1.985.000 € 915.467 € 1.895.889
€ 1.965.700
€0
€ 3.187.000
€ 119.999 €0 € 90.000 €0 €0 € 10.000
€ 724.268 €0 € 20.000 €0 € 1.000.000 € 75.000
€ 7.313.452 € 4.270.857 € 300.000 € 3.364.800 € 2.100.000 € 350.000
€0 €0 €0
€0 € 40.000 € 25.000
€0 €0 €0
€ 23.863.520 € 2.778.389 € 250.000
€0
€0
€ 117.750
€0
€ 950.000
€ 2.249.935
€ 2.328.332
€ 7.109.938
€ 1.999.935 € 150.000 € 25.000 € 75.000
€ 647.026 € 1.681.306 €0 €0
€ 4.856.859 € 2.253.079 €0 €0
€ 1.597.140 € 2.185.699 € 65.000 € 117.750
€ 3.197.186 € 0
€ 750.000 € 68.743.481
€ 1.377.918 € 1.819.268 €0 €0
€ 19.265.463 € 20.886.109 € 26.891.909 € 950.000
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
29
Met Regio Deal ’t Goeie leven wordt via vier verschillende pijlers een impuls gegeven aan crosssectorale samenwerking. Om dit te kunnen realiseren, is nauwe samenwerking tussen alle betrokken organisaties essentieel. In het bijzonder geldt dit voor de vier partners van de Regio Deal: RNOB, AgriFood Capital, Noordoost Brabant Werkt en de provincie Noord-Brabant. Het totale programma is nadrukkelijk als een gezamenlijke opgave uitgewerkt, waarbij verschillende partners per onderdeel verschillende rollen en verantwoordelijkheden hebben. Hieronder is de organisatie in beeld gebracht.
Het Rijk-regio overleg vindt plaats op basis van artikel 5 van het convenant Regio Deal. Hieronder volgt een beknopte weergave van de afspraken zoals vastgelegd in het convenant: • Het Rijk-regio overleg vindt minimaal 1x per jaar plaats, uiterlijk in de maand september en wordt in principe gecombineerd met een werkbezoek aan één van de programma’s. • Onderwerpen: ˗ voortgang van de Regio Deal en eventuele knelpunten of risico’s (artikel 5, lid 2 convenant) ˗ de samenwerking tussen Rijk en regio ˗ en andere relevante ontwikkelingen in de regio • De samenstelling van het overleg bestaat uit: ˗ de voorzitter van RNOB; Jack Mikkers ˗ de directeur Regio Deals van het ministerie VRO; Nathalie Burgers En een afvaardiging van: ˗ de directies van de ministeries: BZK, EZ, IenW, JenV, LVVN en VWS die het convenant hebben ondertekend ˗ de stuurgroep Regio Deal ˗ het directeurenoverleg Regio Deal ˗ het programmateam Regio Deal • De regio levert de voorzitter voor het overleg en is verantwoordelijk voor de organisatie van het Rijk-regio overleg. Dit omvat het verzorgen van de uitnodiging, het opstellen van de agenda en het maken en verspreiden van de notulen.
De stuurgroep Regio Deal draagt namens de partners de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Regio Deal. Daarnaast ondersteunt zij het Rijk-regio overleg. De stuurgroep Regio Deal besluit over de opname van programma’s in de Regio Deal en voert regie over de inzet van de beschikbaar gestelde rijksbijdrage (25 miljoen euro). De stuurgroep Regio Deal bewaakt de voortgang, stuurt waar nodig bij, bevordert integraliteit en samenwerking en zet zich samen met het Rijk in voor samenhang en verbinding binnen en buiten de Regio Deal (art. 2 convenant). • Als aanvulling daarop zijn er nog de volgende afspraken die wij vastleggen in dit programmaplan. De stuurgroep Regio Deal: ˗ stelde in mei 2025 de objectieve criteria vast voor de beoordeling van de programma’s ˗ besloot in juni over de verdeling van de 25 miljoen euro over de ingediende 17 programma’s ˗ geeft richting aan het overkoepelende programma 17 ‘Sterker Samenwerken’ door kaders vast te stellen ˗ houdt de bestuurders uit de regio goed op de hoogte van alle ontwikkelingen m.b.t.
de Regio Deal • De samenstelling van het overleg bestaat uit: ˗ Marieke Moorman (voorzitter), burgemeester Land van Cuijk, namens RNOB ˗ Kees van Rooij, burgemeester Meierijstad, namens AgriFood Capital ˗ Kees van Geffen, wethouder Oss, namens Noordoost Brabant Werkt ˗ Saskia Boelema, gedeputeerde brede welvaart, namens provincie Noord-Brabant ˗ Jos van Kessel (vicevoorzitter), voorzitter college van bestuur Koning Willem I College vanuit het onderwijs (op persoonlijke titel) ˗ Benito van Dijk, ondernemer (op persoonlijke titel)
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
30
˗ ˗ ˗
René Peerenboom, ambtelijk opdrachtgever Karin van Meer, programmamanager Regio Deal Nisha Marapin, programmasecretaris Regio Deal (verslaglegging)
Het directeurenoverleg Regio Deal besluit over de praktische uitvoering en bereidt de vergaderingen van de stuurgroep voor (art 2 convenant). • Als aanvulling daarop zijn er nog de volgende afspraken die wij vastleggen in dit programmaplan. Het directeurenoverleg Regio Deal: ˗ draagt zorg voor de uitvoering van de taken van de stuurgroep en adviseert de stuurgroep over de te nemen besluiten, waarbij de voorzitter van het directeurenoverleg deze rol namens het directeurenoverleg concreet vormgeeft ˗ ondersteunt de samenwerking tussen de partners in het kader van de Regio Deal ˗ stelt voldoende medewerkers voor het programmateam beschikbaar met het juiste profiel • De samenstelling van het overleg bestaat uit: ˗ René Peerenboom, (voorzitter) regiomanager RNOB en ambtelijk opdrachtgever ˗ Sander Groenen, directeur AgriFood Capital ˗ Irene Rouwenhorst, programmamanager Noordoost Brabant Werkt ˗ Jeroen Smarius, directeur provincie Noord -Brabant ˗ Jan-Hein van Beers, controller gemeente ’s-Hertogenbosch en regiokassier ˗ Myriam Meertens, gemeentesecretaris Meierijstad namens de gemeenten en waterschappen ˗ Aniek van Dortmont, dealmaker Rijk ˗ Karin van Meer, programmamanager Regio Deal ˗ Nisha Marapin, programmasecretaris Regio Deal (verslaglegging)
Het programmateam is verantwoordelijk voor het realiseren van het project ‘overkoepelend Regio Deal’ uit programma 17 en het faciliteren van het directeurenoverleg en de stuurgroep Regio Deal bij de coördinatie, besluitvorming en uitvoering van de afspraken uit het Regio Deal convenant (zie art. 2). • de samenstelling van het programmateam bestaat uit: ˗ Karin van Meer, programmamanager ˗ Nisha Marapin, programmasecretaris ˗ Christine Veraart, communicatieadviseur • vanuit de regiokassier (gemeente ’s-Hertogenbosch) zijn betrokken: ˗ Jan-Hein van Beers, controller sector stadsontwikkeling ˗ Casper van Rhijn, financieel adviseur sector stadsontwikkeling ˗ Mindy Bax, financieel medewerker sector stadsontwikkeling ˗ Brigitte Heijmans, subsidieadviseur sector maatschappelijke ontwikkeling • indien nodig kan de regiokassier voor juridische vragen een beroep doen op een jurist van de gemeente ’s-Hertogenbosch. • jaarlijks stelt het programmateam een werkplan op en legt deze voor aan het directeurenoverleg. • René Peerenboom, regiomanager RNOB, is ambtelijk opdrachtgever en zorgt voor de dagelijkse aansturing van het programmateam.
•
de provincie Noord-Brabant heeft Marion de Rooij aangesteld als eerste aanspreekpunt voor de Regio Deal ’t Goeie leven. Zij coördineert de aansluiting van de provinciale beleidsdomeinen op de programma’s en projecten van de Regio Deal.
De gemeente ’s-Hertogenbosch treedt op als regiokassier gedurende de looptijd van deze Regio Deal. De afspraken over de rol en taken van de regiokassier (zie art. 4 convenant). • neemt de bijdrage van het ministerie van VRO in ontvangst via een Specifieke Uitkering (SPUK) en heeft daarmee een directe financiële relatie met het Rijk. • zorgt voor het nakomen van de financiële kaders en taken volgens regeling SPUK Regio Deals 6e tranche en hoofdstuk 3 Financiële Verhoudingswet. • is verantwoordelijk voor het beheer van de financiën en administratieve verwerking van de bijdrage van het ministerie van VRO. Het bedrag dat door het Rijk wordt uitgekeerd, is 25 miljoen minus de compensabele btw. In oktober 2025 wordt door de regiokassier een voorlopige opgave van de compensabele btw gedaan. Een jaar later, in oktober 2026 volgt de definitieve opgave. De bijdrage wordt door het Rijk in twee termijnen uitbetaald. De eerste termijnbetaling is eind 2025. • stelt subsidieregeling op waarover het college van de gemeente ’s-Hertogenbosch besluit. Na ontvangst van de beschikking van het Rijk, wordt de subsidieregeling openbaar en kunnen aanvragen worden ingediend. • stelt format subsidieaanvraag op. • beoordeelt samen met programmamanager of de subsidieaanvragen voldoen aan de subsidieregeling en de door de stuurgroep Regio Deal vastgestelde programma’s.
• stelt beschikkingen op waarover het college van de gemeente ’s-Hertogenbosch besluit. • is vraagbaak voor de penvoerders voor vragen over financiën en btw.
Penvoerders zijn de organisaties die subsidie voor de programma’s en projecten aanvragen (zie bijlage 1). Ieder programma beslist zelf of de subsidie op het niveau van een programma of per project wordt aangevraagd. In hoofdstuk 4 is per programma aangegeven welke gremium besluiten neemt en toezicht houdt en welke organisatie het programma of project coördineert en/of uitvoert. Penvoerders zijn: • indieners van de subsidieaanvraag bij de regiokassier. • ontvangers van verstrekte rijksbijdrage middels een beschikking van de regiokassier. Deze beschikking geeft de kaders waarbinnen gehandeld moet worden. • belast met de financiële verantwoording voor programma of project. • eventueel doorverstrekker van rijksbijdrage naar andere partijen die deelnemen aan het programma of project. • verantwoordelijk voor realiseren en besteding van de verplichte cofinanciering voor het programma of project. • verantwoordelijk voor uitvoeren en bewaken voortgang van programma of project. • heeft geen directe financiële relatie met het Rijk.
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
31
2026 wordt een plan opgesteld voor deze vorm van monitoring en lerend werken. We worden daarbij ondersteund door de Academische Werkplaats Brede Welvaart. Dit hoofdstuk beschrijft hoe de Regio Deal ‘t Goeie leven wordt gevolgd, verantwoord en gecommuniceerd.
Programma’s binnen de Regio Deal zijn dynamisch en kunnen tijdens de looptijd worden aangepast. Wijzigingen ontstaan bijvoorbeeld door actuele ontwikkelingen, nieuwe inzichten en/of opgedane ervaringen. Tweemaal per jaar worden deze aanpassingen besproken tijdens voortgangsgesprekken en vastgelegd in voortgangsrapportages. Jaarlijks worden twee rapportages opgesteld: een tussentijdse inhoudelijke rapportage en de jaarlijkse verplichte voortgangsrapportage (art. 6 convenant): • De tussentijdse inhoudelijke rapportage wordt gebruikt om de voortgang te volgen en tijdig bij te sturen en wordt besproken in de stuurgroep Regio Deal en het directeurenoverleg Regio Deal. • De jaarlijkse voortgangsrapportage wordt in concept uiterlijk 15 juni voorgelegd aan de departementen, de stuurgroep Regio Deal en het directeurenoverleg Regio Deal. De rapportage geeft een volledig overzicht van de voortgang van de programma’s. De definitieve versie, inclusief financiële verantwoording tot en met december, wordt uiterlijk 15 juli ingediend bij het coördinerend departement van het Rijk, gelijktijdig met de SiSa-verantwoording (Single informatie, Single audit). Een eindverslag wordt uiterlijk binnen twee maanden (voor 1 maart 2030) na afronding van de activiteiten ingestuurd (art 7 Besluit specifieke uitkering Regio Deals, vierde, vijfde en zesde tranche).
De laatste SiSa die uiterlijk 15 juli 2031 wordt ingediend, is de financiële eindverantwoording.
Jaarlijks leveren partijen zoals CBS, Rabobank en Universiteit Utrecht rapportages over regionale ontwikkelingen en brede welvaart. Opvallende trends worden besproken in de stuurgroep Regio Deal en het directeurenoverleg Regio Deal en, waar relevant, gedeeld met (regio)partners. Daarnaast biedt een onderzoek van het PON & Telos inzicht in de ervaren brede welvaart per regio en maatschappelijke effecten van de Regio Deal. Dit onderzoek, dat in opdracht van de provincie NoordBrabant tweejaarlijks wordt uitgevoerd, wordt gebruikt als nulmeting voor onze ambitie.
Inwoners • werkgevers • werkgeversorganisaties • bedrijventerreinen • bewonerscollectieven • vereniging kleine kernen • boeren • hightech bedrijven • farmaceutische industrie • maakindustrie • voedselverwerkende bedrijven • agrarische collectieven • van den Borne Campus • IVN natuureducatie • Smaakcentrum • terrein- en landschapsbeheerders • natuurbeschermingsorganisaties • studenten • dataspecialisten • voortgezet onderwijs • docenten • lectoren • maatschappelijke organisaties en belangenverenigingen • SPARK Campus • Campus Maashorst • MooiMaasvallei • HAS green academy • Avans Hogeschool • Koning Willem I College • Yuverta • Wageningen University & Research • Hogeschool van Arnhem en Nijmegen • Jheronimus Academy of Data Science • praktijkonderwijs • sociaal- en ontwikkelbedrijven • vakbonden • Werkcentrum Noordoost-Brabant • Stichting Samen Tegen Voedselverspilling • FoodNL • ZLTO • Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij • Brainport Development • REWIN • GreenTechPort Brabant • VNO-NCW • RES Noordoost-Brabant •
Wanneer wijzigingen niet passen binnen de oorspronkelijke beschikking, beoordeelt de stuurgroep Regio Deal deze en stelt indien nodig een aangepaste programmafiche vast. Begroting en programmaportfolio worden vervolgens bijgewerkt. De jaarlijkse voortgangsrapportage wordt breed gedeeld met partners en de raden van gemeenten en waterschappen, zodat iedereen inzicht heeft in de voortgang en resultaten.
Jeugdregio Noord-Oost Brabant • gemeente Bernheze • gemeente Boekel • gemeente Boxtel • gemeente ’s-Hertogenbosch • gemeente Land van Cuijk • gemeente Maashorst • gemeente Meierijstad • gemeente Oss • gemeente Sint-Michielsgestel • gemeente Vught • waterschap Aa en Maas • waterschap De Dommel • RNOB • AgriFood Capital • Noordoost Brabant Werkt • provincie NoordBrabant • Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening • Ministerie van Binnenlandse
Communicatie binnen de Regio Deal is gericht op het zichtbaar maken van de gezamenlijke bijdrage aan ‘t Goeie leven in Noordoost-Brabant. Het directeurenoverleg Regio Deal stelt in het najaar 2025 het communicatieplan vast. Het programmateam deel dit plan met uitgangspunten en spelregels met alle partners en penvoerders, zodat communicatie eenduidig en herkenbaar blijft. Uitvoerders zijn verantwoordelijk voor hun eigen communicatie, waarbij duidelijk moet zijn dat hun activiteiten onderdeel zijn van de Regio Deal. Het programmateam zorgt voor overkoepelende communicatie en voor interne afstemming over het proces.
Zaken en Koninkrijksrelaties • Ministerie van Economische Zaken • Ministerie van Justitie en Veiligheid • Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat • Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Om te weten of de Regio Deal bijdraagt aan brede welvaart en effectieve samenwerking, is monitoring essentieel. Hiermee volgen we de uitvoering van de vier pijlers en zeventien programma’s en meten we de maatschappelijke effecten. Monitoring wordt op een lerende manier ingezet: de resultaten en inzichten worden gebruikt om beleid en uitvoering continu te verbeteren. In het eerste kwartaal van
Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven
32
Uitdagingen • Achterblijvende economische groei en innovatievermogen, tekort aan energie en duurzame grondstoffen • Steeds minder voorzieningen en aanhoudend personeelstekort door sterke groei buurregio, bovengemiddelde vergrijzing, wegtrekkende jongeren en zorgen over gezondheid jongeren • Te weinig ruimte voor alle opgaven, verlies van biodiversiteit en waterproblemen door extreem weer duurzaam ondernemen met toekomstperspectief Actielijnen Actielijn 1: Innovatief agri&food cluster
Programmma's P1: Innovaties in agri&food
P2: Tegengaan voedselverspilling
Doel Aanjagen baanbrekende, vraaggestuurde innovaties met hightech en data aan het begin van de voedselketen
Projecten
fijn werken, wonen en leven Programma eigenaar
Vijf projecten: - Op weg naar minder chemie in landbouw (De AgroProeftuin) - Ontwikkelen vier nieuwe businesscases (AgriFood Innovation (AFI) - Versnellen van natuursymbiotische AgriFood Capital teeltsystemen met hightech en data (Next Tech ism zie links Nature Farms) - Ontwikkelen demo-gebiedsdashboard voor maatschappelijke doelen (Connecting Agri&Food) - Waterreductie en opwaarderen nutrienten in de aardappelindustrie en andere agrifoodketens (AgriFood Capital)
Programma ontwikkelaar
Actielijnen Actielijn 4: Veerkrachtige arbeidsmarkt
Ton Hagelstein P8: Hybride leren
Actielijn 3: Duurzame bedrijventerreinen
Versterken van het startup en scale-up ecosysteem
P4: Toekomstbestendig mkb
Versterken van het strategisch ondernemers van het stuwend mkb
P5: Boeren voor de toekomst
Versterken agrarische ondernemers, het ondersteunen van transities op het boerenerf en een vitaal en veilig buitengebied
P6: Energiehubs bedrjiventerreinen
Impuls geven aan het verduurzamen van bedrijventerreinen en het terugdringen netcongestieproblematiek
Twee projecten: AgriFood Capital - Brabantcoaches (AgriFood Capital) ism zie links - Circulair en duurzaam bouwen (SPARK Campus)
Drie projecten: - Agrarisch ondernemerschap versterkt - Bouwen aan vertrouwen - Leegstand stallen aangepakt!
Twee projecten: - 9 pilots voor realisatie energiehubs - Lerend netwerk energiehubs
Vijf actielijnen: - Verhogen arbeidsproductiviteit - Modern HR beleid - Leven lang ontwikkelen - Instroom - Dienstverlening
P9: Mentale gezondheid jeugdigen
Bevorderen van het welzijn en de mentale gezondheid van jeugdigen
Ton Hagelstein P10: Voedselwijs voortgezet onderwijs
Aanbieden voedseleducatie op VO scholen
P11: Leefbaarheid
Versterken leefbaarheid met dorpen en steden
Programma ontwikkelaar
Actielijnen Actielijn 7: Vitale leefomgeving
Programma's P14: Complexe gebiedsprocessen
Noordoost Brabant Werkt
Versterken van de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven