CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 programmaplan

Raadsvergadering 20 november 2025, gemeente BernhezeBij agendapunt: Beschikbaar stellen krediet voor projecten landschapskwaliteitsverbetering en leefbaarheid binnen Regio Deal Noordoost Brabant18.195 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Definitief | 16 september 2025

6.5 7.

Programmabegroting............................................................................................................ 29

Hoe gaan we het organiseren? ..................................................................................................... 30

Inleiding .................................................................................................................................................3

7.1

Rijk-regio overleg ................................................................................................................. 30

Wat verstaan we onder ‘de regio’? .....................................................................................................3

7.2

Stuurgroep Regio Deal ......................................................................................................... 30

Veelgebruikte begrippen .....................................................................................................................3

7.3

Directeurenoverleg ............................................................................................................... 31

Doel programmaplan en leeswijzer .....................................................................................................3

7.4

Programmateam .................................................................................................................. 31

1.

Wat speelt er? .................................................................................................................................4

7.5

Regiokassier ........................................................................................................................ 31

2.

Wat is onze ambitie? .......................................................................................................................4

7.6

Penvoerders......................................................................................................................... 31

3.

Wat zijn onze doelen? .....................................................................................................................4

4.

Wat gaan we doen? ........................................................................................................................5

8.1

Verantwoording .................................................................................................................... 32

Programma 1: Innovaties in agri&food ............................................................................................7

8.2

Communicatie ...................................................................................................................... 32

Programma 2: Tegengaan voedselverspilling .................................................................................8

8.3

Monitoring en lerend werken ................................................................................................ 32

8.

Hoe gaan we volgen, verantwoorden en communiceren?............................................................. 32

Programma 3: Startup ecosysteem .................................................................................................9

9.

Programma 4: Toekomstbestendig mkb ........................................................................................10

Bijlage 1: Programmaportfolio.............................................................................................................. 33

Programma 5: Boeren voor de toekomst .......................................................................................11

Bijlage 2: Overzicht van relevante, aanpalende programma’s.............................................................. 34

Programma 6: Energiehubs bedrijventerreinen .............................................................................12

Bijlage 3: Overzicht van jongerenparticipatie ....................................................................................... 37

De Regio Deal Noordoost-Brabant, dat doen we samen............................................................... 32

Programma 7: Aanpak arbeidskrapte ............................................................................................14 Programma 8: Hybride leren .........................................................................................................15 Programma 9: Mentale gezondheid jeugdigen ..............................................................................16 Programma 10: Voedselwijs voortgezet onderwijs ........................................................................17 Programma 11: Leefbaarheid........................................................................................................18 Programma 12: Sportcentrum Gelijkspel .......................................................................................19 Programma 13: Een (t)huis voor iedereen.....................................................................................20 Programma 14: Complexe gebiedsprocessen...............................................................................22 Programma 15: Klimaatadaptief bebouwd gebied .........................................................................23 Programma 16: Naoorlogse wijken ...............................................................................................24 Programma 17: Sterker samenwerken ..........................................................................................26 5.

6.

Hoe gaan we de samenwerking uitbouwen? .................................................................................27 5.1

Samenwerking met het Rijk ..................................................................................................27

5.2

Samenwerking in de regio ....................................................................................................27

5.3

Samenwerking met andere regio’s........................................................................................27

Hoe gaan we het financieren?.......................................................................................................28 6.1

Rijksbijdrage voor de Regio Deal ..........................................................................................28

6.2

Regionale cofinanciering ......................................................................................................28

6.3

Volledige besteding tijdens looptijd .......................................................................................28

6.4

Herbestemmen van vrijgekomen rijksbijdrage ......................................................................28

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

2

Op 31 januari 2025 ontvingen we het goede nieuws: onze aanvraag voor de Regio Deal ‘Krachtige impuls aan 't Goeie leven’ is gehonoreerd. Het Rijk stelt hiervoor 25 miljoen euro beschikbaar. Met Regio Deals werken Rijk en regio samen aan het versterken van de woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en ondernemers. De afgelopen maanden is intensief samengewerkt aan de doorontwikkeling van programma’s, projecten, organisatie en communicatie. Op 26 juni gaf de stuurgroep Regio Deal groen licht voor alle ingediende programma’s. Nu ligt er een stevig pakket van bijna 70 miljoen euro. Daarmee geven we een krachtige impuls aan de brede welvaart in onze regio - of, zoals we dat hier noemen: ’t Goeie leven. De gezamenlijke koers en de afspraken zijn vastgelegd in een convenant en dit programmaplan. Deze Regio Deal Noordoost-Brabant II (hierna te noemen: Regio Deal ’t Goeie leven) bouwt voort op bestaande netwerken en versterken de bewegingen die zijn gestart in de eerste Regio Deal (20202024). Opnieuw bundelen RNOB, AgriFood Capital, Noordoost Brabant Werkt, de provincie NoordBrabant en vele andere partijen de krachten: gemeenten, waterschappen, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en inwoners.

Deze Regio Deal versterkt en verbindt agenda’s, versterkt samenwerking en biedt ruimte om in te spelen op actuele ontwikkelingen, zoals de mentale gezondheid van jeugdigen. Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendige en leefbare regio.

Met de regio bedoelen we Noordoost-Brabant, één van de vier regio’s in de provincie. De samenwerking binnen deze Regio Deal bestrijkt verschillende domeinen: economie, landbouw, innovatie, energie, arbeidsmarkt, gezondheid, leefbaarheid, wonen en leefomgeving. Juist het verbinden van die domeinen geeft de Regio Deal kracht.

•

•

•

Dit programmaplan beschrijft de programmatische aanpak. In hoofdstuk 1 worden de opgaven en de identiteit van de regio beschreven. Daarna volgt de ambitie in hoofdstuk 2 en volgen de doelen en subdoelen in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 licht de zeventien programma’s toe. Op dit moment geldt dat het uitwerkingsniveau voor de verschillende programma’s nog van elkaar verschilt. Vooral de mate van concreetheid en harde toezeggingen op de cofinanciering zijn verschillend. In hoofdstuk 5 staat de manier waarop de samenwerking wordt versterkt. Het financiële overzicht is opgenomen in hoofdstuk 6. De hoofdstukken 7 en 8 beschrijven de organisatie van de Regio Deal, met aandacht voor governance, programmaorganisatie, verantwoording, communicatie en monitoring. Tot slot geeft hoofdstuk 9 een overzicht van de partners die samen bouwen aan ’t Goeie leven.

•

•

De bijlagen bieden extra context. Bijlage 1 bevat het programmaportfolio, bijlage 2 legt de verbinding met regionale, provinciale en departementale beleidsdoelen, en bijlage 3 laat zien hoe jongeren betrokken worden bij de opzet en uitvoering van de programma’s. •

Partners: De organisaties die de aanvraag voor de Regio Deal bij het Rijk hebben ingediend en het convenant tekenen, namelijk: de regionale overheidssamenwerking RNOB, de triple helix-organisatie AgriFood Capital, de multi-helix samenwerking Noordoost Brabant Werkt en de provincie Noord-Brabant. RNOB: Een samenwerkingsverband van tien gemeenten (Bernheze, Boekel, Boxtel, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, ’s-Hertogenbosch, Sint-Michielsgestel en Vught) en twee waterschappen (Aa en Maas en De Dommel). RNOB is het platform waar maatschappelijke en economische uitdagingen, die alleen door samenwerking gerealiseerd kunnen worden, gezamenlijk worden opgepakt. In dit plan is uitgegaan van de huidige structuur met de portefeuillehoudersoverleggen Economie, Ruimte, Mobiliteit en Wonen (RMW) en Duurzame Leefomgeving (Dulo) en bestuurlijke kopgroepen. Komende maanden wordt de structuur gewijzigd waarbij deze programma’s aan bestuurlijke opgavetafels (BOT’s) en opgaveregisseurs worden gekoppeld. RNOB is bestuurlijk en ambtelijk opdrachtgever van de Regio Deal namens de andere partners. AgriFood Capital: Triple helix-samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. De organisatie zet zich in voor een duurzaam en innovatief agrofood-ecosysteem in Noordoost-Brabant en levert expertise op het gebied van economische ontwikkeling en innovatie.

Noordoost Brabant Werkt: Multi-helix samenwerking tussen gemeenten, werkgevers- en werknemersorganisaties, UWV WERKbedrijf, werkontwikkelbedrijven en onderwijsinstellingen. Samen werken ze aan een veerkrachtige arbeidsmarkt: met wendbare en weerbaren mensen en organisaties, die minder gevoelig is voor conjunctuurschommelingen en waar alle mensen hun talenten benutten, zich blijven ontwikkelen en kunnen meedoen. Provincie Noord-Brabant: De provincie werkt samen met overheden, bedrijven, organisaties en inwoners aan de maatschappelijke opgaven van Brabant. Om te zorgen dat Brabant ook in de toekomst een provincie blijft waar het goed wonen, werken en recreëren is. De provincie verbindt de Regio Deal met de provinciale beleidsdoelen en biedt inhoudelijke, procesmatige ondersteuning. Zij vervult een schakelfunctie tussen de regio en het Rijk en borgt de aansluiting op provinciale opgaven zoals leefomgeving, economie, mobiliteit en gezondheid. Regiopartners: Organisaties (bijv. kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties, ondernemer(s) en inwoner(s), die door de partners worden betrokken bij de uitvoering en cofinanciering van één of meerdere programma's.

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

3

In Noordoost-Brabant leven en wonen ruim 630.000 inwoners in fijne dorpen en steden, omringd door groen, met een bloeiende economie en een samenleving waarin we naar elkaar omkijken. Waar onze rijke historie in voedsel maken diepgeworteld is in wie we zijn. Bij ons draait alles om balans: tussen werken en ontspannen, tussen innovatie en traditie, tussen mens en natuur en tussen stad en platteland. Die balans is de basis van wat we ‘t Goeie leven noemen. Een manier van leven die we koesteren - én willen doorgeven aan de generaties na ons.

Opgave 5: Gefragmenteerde regionale samenwerking De regio is gefragmenteerd in vier deelregio’s, zowel economisch als sociaal-cultureel, en onderlinge verbinding mist. Rabobank en Berenschot5 benadrukken het belang van een sterker verbonden bestuurlijk-, economisch- en maatschappelijk ecosysteem in Noordoost-Brabant. Berenschot adviseert om de regionale agenda te verbreden van economische groei naar bredere maatschappelijke thema's. Dit vraagt om een andere vorm van regionale samenwerking om gezamenlijk in te kunnen spelen op deze veranderende prioriteiten.

Maar ’t Goeie leven is geen vanzelfsprekendheid. Want de wereld staat niet stil en onze regio staat voor vijf grote opgaven: Opgave 1: Kwetsbaarheid van de economie Noordoost-Brabant is de zesde economische regio van Nederland. Een recent onderzoek van Rabobank1 toont echter aan dat de regio al dertig jaar op economisch gebied vrijwel stil staat. Er zijn weinig koploperbedrijven die bijdragen aan een nieuwe economie. Belangrijke knelpunten zijn onder meer congestie op het energienet en de noodzakelijke transitie in de agrifoodsector. Het rapport wijst ook op de toenemende concurrentie om talent en woonruimte door de groei van de naburige Brainportregio Eindhoven, die tegelijkertijd ook kansen biedt. Opgave 2: Groot gebrek aan personeel De arbeidsmarkt in de regio is al jaren zeer krap2. Met slechts 35.000 mensen aan onbenut arbeidspotentieel en steeds minder jongeren, staat de regio onder druk. Er is voldoende én goed geschoold personeel nodig, niet alleen voor economische groei, maar ook voor vitale maatschappelijke sectoren om de regio leefbaar te houden. Het is belangrijk om jongeren en jonge gezinnen voor de regio te behouden. Dit vraagt om een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten, naar elkaar omzien, met ruimte om te wonen, te groeien en te ontwikkelen.

Opgave 3: Zorgen over de gezondheid van jongeren Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 (GGD Hart voor Brabant) blijkt dat de mentale gezondheid van jongvolwassenen (16-25 jaar) zorgwekkend is3. Veel jongvolwassenen ervaren stress en prestatiedruk en ook middelengebruik komt veel voor. Daarnaast kampt een derde van de jongvolwassenen met (ernstig) overgewicht. Een goede gezondheid is essentieel voor de kwaliteit van leven, een kansrijke start op de arbeidsmarkt en voor het versterken van de eigen toekomstperspectieven. Opgave 4: Verlies van biodiversiteit, waterproblemen en te weinig ruimte Volgens de Brabantse monitor Brede welvaart 20254 scoort de regio lager op de thema's ecosystemen & biodiversiteit en natuur & klimaat dan elders in Brabant. Dit komt onder andere door de relatief lage kwaliteit van natuurgebieden, een beperkte biodiversiteit en doordat landbouw en verstedelijking veel ruimte innemen. De waterkwaliteit moet worden verbeterd. De gebieden moeten beter ingericht worden op extreme schommelingen in aanvoer van water. Zonder maatregelen dreigen delen van de regio onder water te lopen terwijl op de hoge en droge (zand)gronden snel een watertekort voor de landbouw dreigt. De schaarse beschikbare ruimte vraagt om puzzelen en nauwe samenwerking met betrokkenen om kansen optimaal te benutten.

We bouwen aan een veerkrachtige en verbonden regio waar mensen graag leven, wonen en werken nu én in de toekomst. Inwoners zijn positief over de kwaliteit van hun leven en leefomgeving6. Waar we ’t Goeie leven koesteren én behouden en waar de zo gewaardeerde kenmerken met elkaar in balans zijn. Door de kenmerkende kracht van onze ondernemers, inwoners, streek én samenwerkingszin te versterken, leggen we een stevig fundament voor het Noordoost-Brabant van morgen. Regio Deal ’t Goeie leven zorgt voor verbinding, versnelling en verbreding in de aanpak voor de genoemde vijf opgaven.

De Regio Deal ’t Goeie leven rust op vier pijlers: 1. Ondernemerskracht: versnellen van een circulaire economie met toekomstperspectief door: • Aanjagen van innovaties in het voedselsysteem naar meer plantaardig, duurzaam dierlijk en minder verspilling; • Versterken van duurzaam ondernemerschap van startups, mkb’ers en agrarisch ondernemers; • Creëren van energiehubs op bedrijventerreinen. 2. Menskracht: verstevigen van het blijfklimaat met ruimte voor alle talenten door: • Impuls geven aan een goed functionerende en inclusieve arbeidsmarkt; • Verbeteren van de (mentale) gezondheid van scholieren en studenten; • Investeren in sterke steden en dorpen samen met inwoners. 3. Gebiedskracht: creëren van een gezonde balans tussen natuur, landbouw en wonen door: • Slimmer inrichten van de beschikbare ruimte voor stad en platteland rekening houdend met water en bodem; • Versterken van natuur, biodiversiteit, waterbeheer en klimaatbestendigheid; • Organiseren doorbraakkracht voor versnelling in complexe gebiedsprocessen, het experimenteren met innovatieve aanpakken en het benutten van koppelkansen. 4. Regiokracht: verstevigen van de samenwerking met en tussen Partijen en regiopartners door: • Ontwikkelen van een gezamenlijke toekomstvisie voor Noordoost-Brabant met meer verbonden (regio)partners; • Activeren van Regio en regiopartners om samen te werken aan 't Goeie Leven.

1

4

2

5

https://www.rabobank.nl/kennis/d011458363-economische-vernieuwing-en-regionale-samenwerking-in-noordoost-noord-brabant https://www.werk.nl/arbeidsmarktinformatie/dashboards/spanningsindicator 3 https://www.ggdhvb.nl/nieuws/aandacht-voor-de-mentale-gezondheid-van-jongvolwassenen-blijft-nodig

6

https://hetpon-telos.nl/portfolio/brabantse-monitor-brede-welvaart https://www.berenschot.nl/onderzoek-bestuurlijk-regionale-ecosystemen https://hetpon-telos.nl/portfolio/brabantse-monitor-brede-welvaart

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

4

Zeventien programma’s worden ingezet om de doelen te bereiken en een krachtige impuls te geven aan de vijf genoemde opgaven. Acht programma’s zijn een doorontwikkeling van bewegingen die met de vorige Regio Deal zijn ingezet, negen zijn nieuw. Alle programma’s worden uiterlijk 31 december 2029 afgerond. De hoofdlijnen van de programma’s worden op de volgende bladzijdes per pijler beschreven.

Fijn werken, wonen en leven

Duurzaam ondernemen met toekomstperspectief

Gezonde balans tussen natuur, landbouw en wonen

Goed samenwerken in en met de regio

•

•

Innovaties in agri&food

•

Aanpak arbeidskrapte

•

Complexe gebiedsprocessen

•

Tegengaan voedselverspilling

•

Hybride leren

•

Klimaatadaptief bebouwd gebied

• •

Startup ecosysteem

Mentale gezondheid jeugdigen

•

Naoorlogse wijken

•

Toekomstbestendig mkb

•

Boeren voor de toekomst

•

Energiehubs bedrijventerreinen

•

Voedselwijs voortgezet onderwijs

•

Leefbaarheid

•

Sportcentrum Gelijkspel

•

Een (t)huis voor iedereen

Sterker samenwerken

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

5

Duurzaam ondernemen met toekomstperspectief We versterken de innovatiekracht van startups, gevestigde mkb’ers en agrarische ondernemers. Met slimme oplossingen en duurzame bedrijventerreinen versnellen we de circulaire economie en bieden we ruimte voor vernieuwing en duurzame groei.

Subdoelen van de pijler:

Programma’s

1. Innovatief agri&food cluster Aanjagen van innovaties in het voedselsysteem naar meer plantaardig, duurzaam dierlijk en minder verspilling.

1. Innovaties in agri&food 2. Tegengaan voedselverspilling

2. Vooruitstrevend ondernemerschap Versterken duurzaam ondernemerschap van startups, mkb’ers en agrarisch ondernemers.

3. Startup ecosysteem 4. Toekomstbestendig mkb 5. Boeren voor de toekomst

3. Duurzame bedrijventerreinen Creëren energiehubs op bedrijventerreinen.

6. Energiehubs bedrijventerreinen

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

6

Waar is dit programma op gericht? Het aanjagen van vraaggestuurde, baanbrekende innovaties met hightech en data aan het begin van de voedselketen. Welke punten nemen we mee uit de vorige Regio Deal? • Innovaties zijn alleen succesvol wanneer ze aansluiten op de dagelijkse praktijk én beleidsdoelen. Praktijkgerichte innovatie door agrariërs zelf werkt met ondersteuning, experimenteren en kennisdeling, en in co-creatie: gedeeld eigenaarschap en gezamenlijke doelvorming • Gebiedsgerichte data is cruciaal voor gezamenlijke sturing en effectief beleid. • Bewezen effectieve werkvormen en opgebouwde netwerken van AgriFood Innovation (AFI) én De AgroProeftuin Noordoost-Brabant worden opnieuw ingezet, versterkt en uitgebreid, zowel bij de uitvoering als borging en opschaling van de resultaten binnen en buiten Noordoost-Brabant. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Structurele verandering in het agrarisch en voedselverwerkend systeem die: • duurzaam is: minder milieubelasting door minder gewasbeschermingsmiddelen, lager waterverbruik en minder nutriëntenverlies; • innovatief is: inzet van high tech, digitalisering en datagedreven inzichten; • weerbaar en toekomstbestendig is: nieuwe verdienmodellen gebaseerd op duurzaamheid, reststroomvalorisatie en natuurinclusieve praktijken.

Deze verandering draagt bij aan sturing op gebiedsdoelen én versterkt ecologische waarden, economische kansen en sociale cohesie op het platteland. • Een sterker regionaal ecosysteem waarin technologie, ecologie en ondernemerschap structureel verbonden zijn, van boerenerf tot keten, van bodem tot beleid. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit vijf projecten, met focus op Noordoost-Brabant, terwijl enkele projecten provinciale impact en landelijke relevantie hebben: 1. Versnelde toepassing van weerbare teeltsystemen (Integrated Crop Management). Op 15 tot 20 agrarische bedrijven vinden praktijkexperimenten plaats om het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen substantieel te verminderen. Zes bedrijven starten als pilotgroep binnen het boereninnovatienetwerk (BIN). De AgroProeftuin Noordoost-Brabant voert het project uit. 2. Ideeën uit de markt ontwikkelen naar minimaal vier uitvoerbare businesscases op het snijvlak van en samenwerking tussen agrifood en hightech-ICT sectoren. Consortia worden gevormd rondom iedere businesscase. AFI voert het project uit. 3. Next Tech Nature Farms. Versnelling van natuursymbiotische teeltsystemen met inzet van technologie en datasturing. Doel is om efficiëntie op agrarische bedrijven te verbeteren en te bouwen aan een veerkrachtig publiek-privaat ecosysteem. Initiatieven worden verbonden via roadmaps.

AgriFood Capital voert het project uit. 4. Ontwikkeling van een demo-gebiedsdashboard op basis van onafhankelijke, betrouwbare data en drie pilots. Het dashboard biedt agrarisch ondernemers en

beleidsmakers real-time inzicht in gebiedsgerichte maatschappelijke doelen, zoals het sluiten van kringlopen, het verbeteren van water- en bodemkwaliteit en biodiversiteit. Ook laat het zien hoe zij individueel en collectief kunnen bijdragen aan deze doelen. Connecting Agri&Food en Van de Borne Campus voeren dit project uit. 5. Terugwinning van nutriënten en vermindering van drinkwatergebruik in voedselverwerking. In eerste instantie toegepast in de aardappelverwerkende industrie, richt dit project zich op het verminderen van drinkwatergebruik tijdens het verwerkingsproces én het terugwinnen en verwaarden van nutriënten, zoals zetmeel, vezels, eiwitten en zouten, uit proceswater. AgriFood Capital voert dit project uit samenwerking met de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM). Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Het bestuur van de Stichting AgriFood Capital is verantwoordelijk voor dit programma. • De vijf projectleiders rapporteren aan de directeur van AgriFood Capital over de voortgang van hun project. AgriFood Capital bewaakt de samenhang en legt verbindingen tussen de projecten. • In de uitvoering van de vijf projecten wordt er o.a.

samengewerkt met kennis- en onderwijsinstellingen (zoals WUR, WUR Vredepeel, Jheronimus Academy of Data Science (JADS), HAS green academy, Avans Hogeschool en Yuverta) Smart Farming Academy, BOM, Brainport Development, REWIN, GreenTechPort Brabant, Breda Robotics, ZLTO, agrarische ondernemers, aardappelverwerkende industrie (Aviko, Lamb Weston, Agristo en Peka Kroef), startups en ondernemers in de keten (zoals Biobest, van den Borne Campus, Duynie, retailers) adviesbureaus (zoals CLM Onderzoek en Advies, Tafel naar kavel), waterschappen, natuurorganisaties en landschapsbeheerders. • Er wordt samengewerkt met de ministeries van Economische Zaken (EZ) en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN): o EZ bespreekt jaarlijks met AgriFood Capital de kansen en synergie met relevante EZ-programma’s, zoals Nationale Technologiestrategie, Groeimarkten voor Nederland en de productiviteitsagenda. o LVVN neemt deel aan de klankbordgroep van het programma en levert daarbij denkkracht en inhoudelijke ondersteuning en agendeert het programma bij interbestuurlijke overleggen waar nodig en zoekt waar mogelijk aansluiting bij de projecten van LVVN in het kader van het Nationaal Groeifonds. Totale investering: € 4.468.960 Rijksbijdrage: € 2.063.825

Financiering door de regio: € 2.405.135

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

7

Waar is dit programma op gericht? Het versnellen van het tegengaan van voedselverspilling samen met inwoners en ondernemers. Welke punten nemen we mee uit de vorige Regio Deal? • Het betrekken van consumenten en gemeenten in de regio heeft toegevoegde waarde, maar gaat niet vanzelf. • Een aanpak op systeemniveau en op het niveau van de spelregels is noodzakelijk om beoogde verandering mogelijk te maken. • Overheden en bedrijven erkennen en ondersteunen de ingezette lijn van het werken in clusters voor oplossingen van complexe multi-aspect vraagstukken. Een cluster met (jonge) ondernemende boeren en telers in de context van ketensamenwerking is de volgende stap. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Het realiseren van Sustainable Development Goal 12.3: 1 miljoen ton reductie van voedselverspilling in 2030 t.o.v. 2018 en hiermee een belangrijke bijdrage leveren aan een voedselzeker en toekomstbestendig voedselsysteem: voorkomen, verminderen en verwaarden. • Vermindering van voedselverspilling in Nederland: 50% reductie in deelnemende clusters in 2030 t.o.v. 2018. • Efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen: minder voedselverspilling en maximaal gebruik van alle biogrondstoffen - het hele gewas inclusief reststromen benutten - betekent dat minder water, energie en grondstoffen nodig zijn om voedsel te produceren.

Daarbij zorgt dit voor kostenbesparing in de voedselketen, en duurzame groei met nieuwe producten en markten. • Groter bewustzijn en veranderende norm bij consumenten, ondernemers en gemeenten: verspilling is niet meer vanzelfsprekend en sociaal onacceptabel.

bewustwording onder inwoners en het bieden van handelingsperspectieven bij voedselkeuzes. Daarnaast wordt ingezet op bredere regionale deelname aan de jaarlijkse Verspillingsvrije Week in september met als doel, om tijdens deze week, ten minste 40% van de inwoners van Noordoost-Brabant te bereiken. 3. Disseminatie, activatie en versterken ecosysteem. Inzet van communicatiemiddelen en een outreachende aanpak om betrokkenheid en samenwerking te vergroten. Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Het bestuur van de Stichting Samen Tegen voedselverspilling is verantwoordelijk voor dit programma. De stichting houdt kantoor in Veghel, gemeente Meierijstad. • De directeur van de stichting heeft een operationele verantwoordelijkheid. • In de uitvoering van de drie projecten wordt er o.a. samengewerkt met ongeveer honderd stakeholders van de stichting, gemeenten, kennis- en onderwijsinstellingen (zoals HAS green academy, Avans Hogeschool en Koning Willem I College), BOM, bedrijven (zoals Cosun, Boerschappen, Agrifirm, NoWasteArmy, Verspillingsfabriek), ZLTO, NAJK, agrarische ondernemers en inwoners.

• Er wordt samengewerkt met het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN): LVVN werkt met meerdere ministeries aan een nationale biogrondstoffenstrategie met speciale aandacht voor het minimaliseren van grondstofverlies in de voedselketen en het stimuleren van hoogwaardige inzet van reststromen. Totale investering: € 3.340.295 Rijksbijdrage: € 1.000.000

Financiering door de regio: € 2.340.295

Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit drie projecten: 1. Verspillingsvrije clusters: oprichting van drie nieuwe mkb-clusters met minimaal dertig bedrijven en ten minste tien gerealiseerde nieuwe businesscases en opschaling naar de schaal van Nederland. Een eerste cluster richt zich op (jonge) ondernemende boeren en telers, met als doel verwaarding van de totale oogst en het stimuleren van inclusieve ketensamenwerking. Een tweede cluster is het vervolg op cluster Food2Food en richt zich op een verbeterde verwaarding van reststromen. Een derde cluster wordt nog bepaald, maar zou zich kunnen richten op het grootschalig verwerken van voedseloverschotten uit de primaire sector of handel tot lang houdbare producten, zowel voor de reguliere markt als voor donatie via voedselbanken. 2. Gemeenteaanpak en activatie van inwoners. Doorontwikkeling van tools voor gemeenten om voedselverspilling tegen te gaan om bij te dragen aan duurzaamheidsdoelen en kosten te besparen. Tien gemeenten, waarvan minimaal drie uit Noordoost-Brabant, nemen deel aan een koplopersgroep. De focus ligt op

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

8

Waar is dit programma op gericht? Het versterken van het startup- en scale-up ecosysteem. Een startup is een jong, innovatief en ambitieus bedrijf dat zich in de beginfase van ontwikkeling bevindt. Een scale-up is een bedrijf dat klaar is om op te schalen en marktaandeel te veroveren. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Het versterken van de economische structuur in Noordoost-Brabant. • Een aantrekkelijker vestigingsklimaat voor innovatieve bedrijven en jong talent én het behouden en benutten van ondernemend talent voor de regio. • Het versnellen van impactvolle innovatie en het terugdringen van faalkansen van duurzame innovaties. Innovaties zijn gericht op de voedseltransitie, circulariteit, gezondheid, technologie en gedragsverandering. • Structurele stijging van het aantal startups en scale-ups t.o.v. 2024 en het verhogen gebruik van vroegfinanciering. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit vier projecten: 1. JUMP Dream Accelerator: activering en begeleiding van jaarlijks 10 tot 15 jonge, talentvolle foodondernemers in de vroege idee- en ontwikkelfase. Het programma richt zich op het ontwikkelen van duurzame oplossingen voor het voedselsysteem. Tien mentoren uit het bedrijfsleven begeleiden bij het vertalen van hun idee naar een concreet plan. Daarnaast is er aandacht voor persoonlijke en professionele ontwikkeling.

AgriFood Capital voert dit project uit. 2. Consumer Behaviour Lab (CBL): ondersteuning (via vouchers) van 50 startups en scale-ups in de food- en retailsector met gedragsgericht consumentenonderzoek voor betere marktvalidatie: onderzoek of er daadwerkelijk vraag is naar een product of dienst. Er wordt een praktische ‘do-it-yourself toolbox’ ontwikkeld. Daarnaast ontvangen acht ondernemers aanvullende ondersteuning van studenten van HAS green academy. HAS green academy voert dit project uit in samenwerking met Bamboo Brands. 3. Elevate-X: opzetten van een regionale ondersteuningsstructuur voor in totaal 220 startups (gemiddeld 55 per jaar), met begeleiding op maat. De ondersteuning bestaat uit coaching, toegang tot netwerken en investeringsondersteuning (voor circa drie tot vier startups per jaar). Doel is om binnen vier jaar minstens één startup te laten doorgroeien tot scale-up. AgriFood Capital voert dit project uit. 4. Food Incubator Jamfabriek: ontwikkeling van een fysieke en inhoudelijke hotspot voor food startups in ’s-Hertogenbosch, met ondersteuning voor 30 tot 40 startups. De Jamfabriek biedt toegang tot testfaciliteiten, coaching, netwerkopbouw en mogelijkheden voor schaalvergroting. Daarnaast worden 10 tot 15 financieringstrajecten gerealiseerd, events georganiseerd, een student-incubatoraanpak ontwikkeld en een startup food academy opgericht.

De Brabantse Investeringsmaatschappij (BIM) voert dit project uit.

Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Het bestuur van de Stichting AgriFood Capital is verantwoordelijk voor het programma. • De vier projectleiders rapporteren aan de directeur van AgriFood Capital over de voortgang van hun project. Elevate-X fungeert als regionaal ankerpunt en verbindt de andere drie projecten. • In de uitvoering van de vier projecten wordt er samengewerkt met jonge ondernemers, startups, studenten, alumni, kennisinstellingen (Koning Willem I College, Avans Hogeschool, HAS green academy, JADS), BIM, Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij, Braventure, Brabant Startup Fonds, BIF, Rabobank, Sligro Food Group en overheden. • Er wordt samengewerkt met het ministerie van Economische Zaken (EZ): EZ bespreekt jaarlijks met AgriFood Capital de kansen en synergie met EZbeleidsinstrumenten en -samenwerkingspartners, zoals Vroegfasefinanciering (Take-off), Techleap, Faculty of Impact en AIC4NL en deelt daarbij kennis en zorgt voor het aansluiten op netwerken. Totale investering: € 6.659.852 Rijksbijdrage: € 2.267.705

Financiering door de regio: € 4.392.147

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

9

Waar is dit programma op gericht? Het versterken van het strategisch ondernemerschap van het stuwend midden- en kleinbedrijf (mkb). Het mkb vormt de kern van de economie en werkgelegenheid in Noordoost-Brabant. Welke punten nemen we mee uit de vorige Regio Deal? • Mkb-ondernemers hebben ondersteuning nodig met datagedreven werken met onafhankelijke en op hun situatie toegesneden adviezen. • De noodzaak van het werken aan en behoud van een goed volgsysteem en aansluiting op andere ondersteunende faciliteiten voor mkb-ondernemers. • Skillsontwikkeling, zowel voor ondernemers als werknemers, is een aspect dat meer aandacht behoeft in verbinding met een Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en het onderwijs. • Voucherregeling helpt mkb-ondernemers in de bouwsector met innovatie. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Een economisch vitale regio door: • groei van duurzaam en toekomstgericht mkb-ondernemerschap • het vergroten van de innovatiekracht en het aanpassingsvermogen van het mkb • Een gezondere leefomgeving en minder verspilling van grondstoffen en materialen door vernieuwing en opschaling van circulair en biobased bouwen. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit twee projecten: 1. Brabantcoaches: duurzame bedrijfsgroei door inzet van Brabantcoaches voor +/100 mkb-ondernemers per jaar.

Deze eerstelijns coaches ondersteunen ondernemers actief bij het maken van strategische keuzen op het gebied van data, AI, circulariteit en bedrijfsontwikkeling. Ongeveer 20 ondernemers per jaar worden doorverwezen naar experts voor passende ondersteuning. AgriFood Capital voert dit project uit. Brabantcoaches maakt onderdeel uit van Brabantcoaches Brabant. 2. Circulair en duurzaam bouwen: 200 mkb-ondernemers en toeleveranciers uit de bouw, techniek en maakindustrie inspireren, opleiden en aanzetten tot actie in een praktijkgerichte, samenwerkende leeromgeving. Er komt een overzichtelijke en toegankelijke etalage van circulaire bouwcomponenten. 40 vouchers worden uitgegeven voor experimenten, prototypen en testen. Vier bedrijven worden begeleid tot marktrijpe toepassing. Innovaties worden van lab naar bouwplaats én onderwijs gebracht. SPARK Campus voert dit project uit.

Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Het bestuur van de Stichting AgriFood Capital is verantwoordelijk voor het programma. • De twee projectleiders rapporteren aan de directeur van AgriFood Capital over de voortgang van hun project. AgriFood Capital zorgt voor de onderlinge verbinding. AgriFood Capital verantwoordt richting de provincie over de Brabantcoaches conform de afspraken van het provinciale project. • In de uitvoering van het project ‘Brabantcoaches’ wordt samengewerkt met ondernemers, het netwerk Brabantcoaches van de provincie Noord-Brabant (BOM, Brainport Development, Midpoint en Rewin), Noordoost Brabant Werkt en accountmanagers van de gemeenten. • In de uitvoering van het project ‘Versnellen circulair en duurzaam bouwen’ werken verder mee: studenten (van Koning Willem I College (Talenten Atelier), Avans Hogeschool en JADS (MKB Datalab), het mkb-bedrijfsleven en woningcorporaties. • Er wordt samengewerkt met de ministeries van Economische Zaken (EZ) en van Infrastructuur en Waterstaat (IenW): o EZ bespreekt jaarlijks met AgriFood Capital de voortgang van dit programma en deelt kennis over het versterken van het mkb en het gebruik van AI en zorgt voor het aansluiten op netwerken. o IenW ontsluit kennis vanuit de samenwerking ‘Krachtenbundeling circulaire economie’ en AgriFood Capital is agendalid van de thematafel midden- en kleinbedrijf.

Totale investering: € 1.985.000 Rijksbijdrage: € 823.000

Financiering door de regio: € 1.162.000

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

10

Waar is dit programma op gericht? Het versterken van agrarisch ondernemerschap, het ondersteunen van transities op het boerenerf en een vitaal en veilig buitengebied. Welke punten nemen we mee uit de vorige Regio Deal? ● Het is van belang gebleken om agrarisch ondernemers via de hen bekende kanalen laagdrempelig te benaderen. Dit zijn de kanalen die zij vertrouwen, die zij geregeld bezoeken, dan wel waarvan zij volger zijn. ● Keukentafelgesprekken leiden veelal tot ondernemingsplannen. Maar het realiseren van deze plannen in overleg met gemeenten verloopt vaak nog stroef. ● Inzicht is er waar een ideale sloopregeling van vrijkomende agrarische gebouwen aan moet voldoen. De uitvoering is nog weerbarstig, zeker daar waar het gaat over circulaire sloop. ● Succesvolle inzet van een vertrouwenspersoon Veilig Buitengebied. Persoon die in nauwe samenwerking met gemeenten, politie en Platform Veilig Ondernemen Brabant Zeeland vele activiteiten initieert om de meldingsbereidheid, de weerbaarheid en het onderlinge vertrouwen te vergroten. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Een economisch vitale regio en een veilig platteland. • Vergroten van het onderlinge vertrouwen tussen agrarisch ondernemers en overheid. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit drie projecten: 1. Agrarisch ondernemerschap versterkt.

Ondersteuning van agrariërs in NoordoostBrabant bij de transitie naar nieuwe toekomstperspectieven. Het project ontwikkelt een divers aanbod van workshops tijdens drie bijeenkomsten per jaar voor 30 ambtenaren, creëert één centraal toegangspunt en wegwijzer voor diverse ondersteuningsinitiatieven en zet breed in op communicatie via de campagne Pioniers met lef!. Verhalen van agrariërs worden gedeeld via nieuwsplatforms, sociale media en twee influencercampagnes per jaar, met speciale aandacht voor het inspireren van jonge boeren om te kiezen voor agrarisch ondernemerschap in de regio. 2. Bouwen aan vertrouwen. Versterken van het maatschappelijk vertrouwen in de agrarische sector via dialoog, verhalen en culturele initiatieven. Het project stimuleert open gesprekken in iedere gemeente via initiatieven, zoals De boer op! en Hooischuurdialogen, en zet agrarische vrouwen in als rolmodellen. Verhalen worden gedeeld via constructieve journalistiek en campagnes als goei leven = goei eten en maken de sector zichtbaar via lifestyle-activiteiten. Daarnaast wordt het concept Boert Bewust uitgebreid, wordt ingezet op criminaliteitspreventie, en wordt bijgedragen aan betere overheidscommunicatie en een praktijktoets voor beleidsevaluatie. Het project draagt bij aan het provinciale symposium ‘Een vitaal en veilig buitengebied. Bouwen aan vertrouwen’ in januari 2026.

3. Leegstand stallen aangepakt! Dit project ontwikkelt oplossingen via actiegericht onderzoek met 18 casussen per jaar, naar circulaire sloopmogelijkheden en vereenvoudiging van procedures voor sloop. Doel is het effectief terugdringen van leegstand en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de regio. Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • De kopgroep transitie landbouw van het regionaal portefeuillehoudersoverleg Duurzame Leefomgeving van RNOB is verantwoordelijk voor het programma. Deze kopgroep heeft een stuurgroep, bestaande uit één wethouder uit de kopgroep en de bestuurder ZLTO, het mandaat gegeven om besluiten te nemen over het programma. • Twee projectleiders, de vertrouwenspersoon Veilig buitengebied (ZLTO) en programmaregisseur Transitie Landbouw (RNOB) zorgen voor de dagelijkse aansturing van het programma. Zij rapporteren aan de stuurgroep en zorgen voor ambtelijke afstemming via de ambtelijke kopgroep transitie landbouw RNOB en het netwerk van gemeentelijk agrarisch bedrijfscontactfunctionarissen. • De uitvoering wordt zoveel mogelijk gedaan door eigen mensen van de gemeente, provincie Noord-Brabant en ZLTO.

• In de uitvoering van het programma wordt samengewerkt met: agrarisch ondernemers, lokale afdelingen ZLTO, BAJK, bewoners buitengebied, negen gemeenten: Bernheze, Boekel, Boxtel, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad, Oss, Sint-Michielsgestel en Vught, RNOB, provincie Noord-Brabant (o.a. programma Jonge Helden), milieu en natuurorganisaties, NOVEX de Peel, Van Gogh Nationaal Park, Platform Veilig Ondernemen Brabant Zeeland, Politie Oost-Brabant, RIEC Oost-Brabant, kennis- en onderwijsinstellingen (o.a. Yuverta, Has green academy en Avans Hogeschool). • Er wordt samengewerkt met de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN): o JenV ontsluit kennis vanuit netwerken, zoals het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), het RIEC/LIEC-netwerk en het Actieprogramma Veilig Ondernemen, en ondersteunt met werkwijzen en instrumenten zoals weerbaarheidsscans, signalerings- en meldingskaarten, toolkits voor veilige en anonieme meldingen en ‘train de trainer’ aanpakken voor vertrouwenspersonen. o LVVN ontsluit kennis en netwerken om ondermijning van vrijkomende agrarische bebouwing tegen te gaan. Totale investering: € 915.447 Rijksbijdrage: € 261.576

Overige financiering: € 653.871

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

11

Totale investering: € 1.895.889 Rijksbijdrage: € 758.355

Financiering door de regio: € 1.137.534

Waar is dit programma op gericht? Het geven van een impuls aan verduurzaming van bedrijventerreinen en het terugdringen van netcongestieproblematiek op deze terreinen. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Een beter ondernemingsklimaat in Noordoost-Brabant. • Een energievoorziening die beter aansluit op de werkelijke behoefte van bedrijven en bij de vigerende beperkingen van het stroomnet. • Een energiezuiniger gebruik en meer optimale energie-uitwisseling. • Het behalen van een hogere organisatiegraad en investeringscapaciteit voor (collectieve) energie oplossingen op bedrijventerreinen. • Een actievere samenwerking tussen gemeenten, bedrijventerreinen en kennisinstellingen voor energiezuinigere bedrijventerreinen. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit twee projecten: 1. Op negen bedrijventerreinen worden verschillende pilots voor de realisatie van energiehubs opgezet in samenwerking met ondernemers en gemeenten. De geselecteerde terreinen vormen een representatieve afspiegeling van het regionale vraagstuk rondom energie-infrastructuur. De uitvoering start op: Ladonk/Vorst (Boxtel), Laarakker (Land van Cuijk), Loopkant-Liessent (Maashorst), De Dubbelen (Meierijstad), Moleneind en Vorstengrafdonk (Oss), De Brand en Rietvelden-Vutter (’sHertogenbosch) en Heesch West (gemeenten Bernheze, Oss en ’s-Hertogenbosch).

Deze selectie is in mei 2025 bestuurlijk vastgesteld. 2. Lerend netwerk energiehubs. Oprichting van een regionaal lerend netwerk ter bevordering van kennisuitwisseling en bewustwording rondom verduurzaming, netcongestie en energiehubs. Alle tien gemeenten uit Noordoost-Brabant nemen deel aan het netwerk, dat gericht is op het bundelen van kennis, het delen van praktijkervaringen en het versterken van de samenwerking tussen bedrijven en overheden. Het netwerk draagt bij aan de opschaalbaarheid van succesvolle aanpakken en stimuleert gezamenlijke leerprocessen binnen en tussen bedrijventerreinen. Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Het regionaal portefeuillehoudersoverleg Economie van RNOB besluit over het programma. De kopgroep werklocaties van dit poho neemt de dagelijkse besluiten. • De programmaregisseur Economie van RNOB coördineert de uitvoering van het programma en rapporteert aan de regiomanager RNOB. • Een projectgroep wordt ingesteld met vertegenwoordigers van de pilots en adviseurs vanuit de provincie Noord-Brabant, Avans Hogeschool, VNO-NCW en RES NoordoostBrabant. Zij monitoren de pilots en maken gezamenlijk het programma voor het lerend netwerk.

• Er wordt samengewerkt met het ministerie van Economische Zaken (EZ): EZ bespreekt jaarlijks met RNOB de voortgang van het programma en voor zover dit verband houdt met het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Nederland van EZ. EZ deelt daarbij relevante kennis en zorgt voor het aansluiten op netwerken.

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

12

Fijn werken, wonen en leven We binden en boeien talenten door te investeren in een inclusieve arbeidsmarkt, hybride leren, passende huisvesting en sterke gemeenschappen. Ook hebben we aandacht voor de gezondheid van onze jongeren om hen een goede toekomst te kunnen bieden.

Subdoelen van de pijler:

Programma’s

4. Veerkrachtige arbeidsmarkt Impuls geven aan een goed functionerende en inclusieve arbeidsmarkt.

7. Aanpak arbeidskrapte 8. Hybride leren

5. Gezonde jongeren Verbeteren van de (mentale) gezondheid van scholieren en studenten.

9. Mentale gezondheid jeugdigen 10. Voedselwijs voortgezet onderwijs

6. Sterke steden en dorpen Investeren in sterke steden en dorpen samen met inwoners.

11. Leefbaarheid 12. Sportcentrum Gelijkspel 13. Een (t)huis voor iedereen

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

13

5. Dienstverlening o.a. door extra loopbaanadvies, doorontwikkeling werkgeversdienstverlening, pilot internationaal talent. Waar is dit programma op gericht? Het verminderen van krapte op de regionale arbeidsmarkt. De focus ligt op acht sectoren uit de Human Capital agenda: zorg, onderwijs, veiligheid, agri&food, maakindustrie, energie, bouw en infra en ICT. Welke punten nemen we mee uit de vorige Regio Deal? • De arbeidsmarkt ontwikkelt zich snel. Het is essentieel om voldoende flexibiliteit in te bouwen in programmering zodat hierop kan worden ingespeeld. • Bereiken en activeren van het mkb blijft een uitdaging. Ondanks toenemende urgentie blijft het lastig om het mkb structureel te betrekken bij thema’s als duurzaam personeelsbeleid, goed werkgeverschap en innovatief organiseren. Er wordt verder gebouwd aan een sterk werkgeversnetwerk, in samenwerking met AgriFood Capital. • Bevorderen van Leven Lang Ontwikkelen (LLO) vraagt om continue inzet. De motivatie van mensen om te blijven leren en zich aan te passen aan veranderingen blijft achter. Experimenteren en leren zijn cruciaal. Samenwerking met partners op provinciaal (bijv. PACT Brabant) en landelijk niveau (bijv. SER-netwerk Leven Lang Ontwikkelen) wordt versterkt. • Sector overstijgende aanpak staat onder druk bij arbeidskrapte.

In periodes van arbeidskrapte concurreren sectoren met elkaar om personeel, wat een integrale benadering bemoeilijkt. Daarom wordt in de Human Capital Agenda nadrukkelijk gekozen voor focus op acht sectoren en gerichte doelgroepen. • Effectieve arbeidsmarktinterventies vragen tijd en samenhang. Een programmatische aanpak met duurzame lijnen rondom beschikbaarheid van arbeidskrachten, LLO, anticiperen op transities, en toegankelijke basisdienstverlening wordt voortgezet. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Behoud van jongeren en jonge gezinnen voor wonen en werken in de regio. • Een vitale samenleving waarin zoveel mogelijk mensen die willen en kunnen aan het werk zijn en waar voldoende arbeidskrachten zijn voor het overeind houden van basisvoorzieningen zoals zorg, onderwijs en veiligheid en banen in diverse technische sectoren. • Een economisch vitale regio met voldoende en gekwalificeerde arbeidskrachten.

Voor elke focussector wordt een aanpak ontwikkeld waarin de concrete initiatieven uit de vijf actielijnen samenkomen. Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Het voorzittersoverleg Noordoost Brabant Werkt is verantwoordelijk voor het programma. Per 1 januari 2026 wordt dat het Regionaal Beraad met vertegenwoordigers van de tien gemeenten, UWV, Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), onderwijs (VO, MBO, HBO), vakbonden, werkgevers en werkontwikkelbedrijven. • Het WERKoverleg van Noordoost Brabant Werkt coördineert het programma. Dit overleg bestaat uit zes programmamanagers met ieder een thema. De voorzitter van dit overleg zorgt voor de onderlinge verbindingen. • Binnen de actielijnen zijn betrokken: vertegenwoordigers van werkgevers/ sectoren, vakbonden, docenten en leerlingen van Voortgezet Onderwijs (VO), Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) en Hoger Onderwijs (HO), SBB, gemeenten, UWV, werkontwikkelbedrijven, werkzoekenden, werkenden, ondernemers AgriFood Capital, RNOB, provincie Noord-Brabant en het Rijk. • De voortgang wordt gedeeld met de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) via de regionale arbeidsmarkt- en onderwijsstructuren.

• Er wordt samengewerkt met de ministeries Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en van Economische Zaken (EZ): o VWS maakt verbinding met bestaande regionale overlegtafels vanuit het Integraal Zorgakkoord (IZA), waaronder expliciet de regionale IZA-tafel zoals MooiMaasvallei. Daarbij worden relevante ervaringen, inzichten en best practices benut voor het verder versterken van de zorg- en welzijnsarbeidsmarkt. o EZ bespreekt jaarlijks met Noordoost Brabant Werkt de voortgang en ontsluit kennis uit de productiviteitsagenda. Totale investering: € 3.187.000 Rijksbijdrage: € 1.221.300

Financiering door de regio: € 1.965.700

Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit vijf actielijnen waarmee nieuwe arbeidsmarktinitiatieven worden ontwikkeld en bestaande arbeidsmarktinitiatieven worden versterkt en opgeschaald. 1. Verhogen arbeidsproductiviteit o.a. door maatwerktrajecten mkb. 2. Modern HR beleid o.a. door werkgeversbijeenkomsten en maatwerktrajecten mkb. 3. Leven Lang Ontwikkelen o.a. door extra loopbaanadvies. 4. Instroom o.a. ontwikkelen arrangementen zijinstroom, opschalen succesvolle doelgroepprojecten bijv. statushouders en invullen sectorale ontwikkelpaden. Een sectoraal ontwikkelpad laat zien welke banen er in een sector zijn en welke opleidingen daarbij horen.

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

14

Waar is dit programma op gericht? Het versterken van de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Het behoud van jongeren voor de regio door vroege en actieve kennismaking met bedrijven in de regio. • Het versterken van de regionale onderwijs- en de arbeidsmarktinfrastructuur met een regionaal netwerk hybride leren. • Het ontwikkelen van vernieuwend onderwijs in de praktijk dat wordt geborgd in het onderwijscurriculum en aansluit op de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. • Cultuur van een Leven Lang Ontwikkelen voor voldoende en gekwalificeerd personeel voor het mkb. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit zes projecten: 1. The Chocolate Factory in Veghel richt zich op het enthousiasmeren van nieuwe generaties voor techniek, met een focus op de sectoren foodprocessing en logistiek. Praktijkgerichte techniek modules, hybride opleiding Hospitality & Retail en een leercommunity worden ontwikkeld. Beoogd wordt een jaarlijkse betrokkenheid van minimaal 200 studenten en 20 docenten. The Chocolate Factory Meierijstad BV, gemeente Meierijstad, kennisinstellingen en het bedrijfsleven voeren samen dit project uit. 2.

Het IKDB Innovatielab in ‘s-Hertogenbosch ontwikkelt een hybride leer- en innovatieomgeving waar studenten, professionals en organisaties samenwerken aan datagedreven oplossingen voor maatschappelijke opgaven. De focus ligt op gezondheid, (agri)food, gebouwde omgeving en veiligheid. Jaarlijks worden zo’n 50 praktijkgerichte projecten uitgevoerd door zo’n 1.500 studenten. Het lab fungeert ook als een plek waar co-creatie, interdisciplinair leren en innovatie samenkomen. Het ELSA-lab (gericht op ethische en maatschappelijke aspecten van technologie) maakt hier onderdeel van uit. De gemeente ’s-Hertogenbosch voert samen met het kernteam IKDB het project uit. 3. Hybride leren Zorg en Welzijn Maashorst steekt in op de sector zorg en welzijn, met extra aandacht voor innovatiekracht en maatschappelijke vraagstukken zoals dementie, vitaliteit, inclusie en vergrijzing. Vijf leerwerkprojecten per jaar waarin studenten in co-creatie met inwoners en praktijkprofessionals werken aan oplossingen. De gemeente Maashorst voert het project uit. 4. JobsCool in Oss ontwikkelt een innovatieve hybride leeromgeving in de maakindustrie, waarin bedrijven als leeromgeving fungeren. Competentiegericht leren (kennis, skills en houding) staan hierbij centraal.

Een praktijkgerichte opleiding mechatronica niveau 2/3 met DNA matching, flexibele leertrajecten, gamificationtools en een regionaal skills-paspoort worden ontwikkeld. Jaarlijks stromen 25 jongeren binnen bij de vier deelnemende bedrijven. Het consortium JobsCool voert het project uit. 5. Pharma Delta in Oss en Boxmeer versterkt de farmaceutische sector in NoordoostBrabant door het ontwikkelen van een innovatief, hybride opleidingsmodel. 700+

mensen, waarvan 200 zij-instromers, worden praktijkgericht opgeleid met behulp van simulaties, gedeelde leerfaciliteiten en cross-sectorale samenwerking. Er zijn meer dan 150 nieuwe stage- en leerwerkplekken en 4 carrière events per jaar. Pharma Delta voert het project uit. 6. Nomade leidt jongeren op binnen hybride leeromgevingen waarin zij samenwerken aan maatschappelijke opgaven. De aanpak richt zicht op twee pijlers: duurzaam bouwen en het ontwerpen van talentateliers waarin studenten leren via challenges en praktijkprojecten. Vanuit deze pijlers worden vier werkpakketten ontwikkeld met mobiele hubs en labs voor onderwijs en onderzoek, gericht op gezonde biobased woningen in samenwerking met Heijmans, een gezonde woonomgeving, jongeren en goed werk in de regio, voedselsysteem challenges en serious games in wijken. Het project bereikt in 4 jaar 10.000 studenten, betrekt 2.000 bedrijven en levert 750 leerervaringen op, variërend van dagdelen met challenges en hackathons tot foodlabs en serious games. Er wordt gestart in de gemeente Land van Cuijk. Koning Willem I College coördineert het project namens de stuurgroep Nomade.

Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? • Het voorzittersoverleg Noordoost Brabant Werkt besluit over het programma Per 1 januari 2026 wordt dat het Regionaal Beraad met vertegenwoordigers van de tien gemeenten, UWV, Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB), onderwijs (VO, MBO, HBO), vakbonden, werkgevers en werkontwikkelbedrijven • Elk project heeft haar eigen governance en uitvoering. • De zes projectleiders rapporteren aan de voorzitter van het WERKoverleg Noordoost Brabant Werkt over de voortgang van hun project. Deze bewaakt de samenhang en legt verbindingen tussen de programma’s. • In de projecten wordt samengewerkt met een groot aantal partners: provincie Noord-Brabant, Werkcentrum Noordoost-Brabant, kennis- en onderwijskennisinstellingen (o.a. Koning Willem I College, Avans Hogeschool, HAS green academy, Fontys Hogeschool, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, JADS, Radboud Universiteit en Radboud UMC), bedrijfsleven, diverse horeca- en retailbedrijven, regionale farmaceutische startups en scale-ups, Health Valley, Pivot Park, Mooi Maasvallei en ZLTO. • De voortgang wordt gedeeld met de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW) via de regionale arbeidsmarkt- en onderwijsstructuren. Totale investering: € 7.313.452 Rijksbijdrage: € 2.904.800

Financiering door de regio: € 4.408.652

Programmaplan Regio Deal ’t Goeie leven

15

Waar is dit programma op gericht? Het bevorderen van het welzijn en de mentale gezondheid van scholieren en studenten in verschillende levensfasen: van basisschoolleerlingen tot studenten in het hoger onderwijs. Waar dragen we met dit programma aan bij? • Meer jongeren zijn positief over de kwaliteit van hun leven. Leerlingen hebben minder angst- en somberheidsklachten. Jongeren zijn weerbaarder en veerkrachtiger. Ze kunnen beter voor zichzelf opkomen, grenzen aangeven en zo nodig hulp vragen. • Gewijzigde beeldvorming over mentale gezondheid onder jongeren. Mentale gezondheid is geen probleem, maar is onderdeel van het gewone leven waar jongeren zelf invloed op hebben, open over durven zijn en zo nodig hulp bij durven te vragen. • Minder verwijzingen naar specialistische hulp voor jongeren doordat beginnende problemen eerder worden gesignaleerd, lichte hulp kan worden geboden en wordt voorkomen dat problemen verergeren. Wat gaan we ervoor doen? En voor wie? Dit programma bestaat uit drie projecten: 1. STORM in subregio Oss. Uitvoeren van de STORM-aanpak7 op alle VO, VSO en MBO scholen in de gemeenten Bernheze, Boekel, Land van Cuijk, Maashorst, Meierijstad en Oss en het doorontwikkelen van deze aanpak voor leerlingen in het basisonderwijs (PO).

De STORM-aanpak is gericht op het vroegtijdig signaleren van mentale problematiek, het versterken van weerbaarheid bij kinderen, het bevorderen van een gezond pedagogisch klimaat op school en versterken van opvoed strategieën bij ouders. 2. Aanpak Mentale Gezondheid VO in ‘s-Hertogenbosch. Ontwikkelen van een basisprogramma met inbreng van leerlingen dat op alle elf VO scholen wordt uitgevoerd. Met de aanpak worden ongeveer 9.000 leerlingen bereikt. Mogelijke thema’s zijn: lessen in weerbaarheid, vroegtijdig signaleren, beschikbaarheid (zelf)hulp, deskundigheidsbevordering. Daarnaast ontwikkelt elke school een aanvullende maatwerkaanpak die aansluit bij de interne zorgcultuur en leerling populatie. Naast universele preventie richt de aanpak zich op het creëren van laagdrempelige, tijdige en passende ondersteuning voor jongeren met beginnende of bestaande problematiek. 3. Studentenwelzijn ’s-Hertogenbosch. Samen met studenten ontwikkelen en aanbieden van meerjarige activiteiten studentenwelzijn. De activiteiten zijn aanvullend op de zorgstructuren van de zes deelnemende onderwijsinstellingen (MBO, HO, WO) en gemeenten. Met de aanpak worden ongeveer 30.000 studenten bereikt.

Wie zijn verantwoordelijk? En wie zijn er betrokken? Elk project heeft haar eigen governance en uitvoering: 1. STORM PO, VO & MBO. De stuurgroep STORM is verantwoordelijk voor dit project. De stuurgroep bestaat uit de gemeenten Land van Cuijk, Meierijstad, Boekel, Maashorst Bernheze en Oss de samenwerkingsverbanden en scholen PO en VO, het MBO, GGD, GGZ, Welzijn (CJG: Centrum Jeugd en Gezin). Al deze partijen zijn betrokken bij de uitvoering. 2. Aanpak Mentale Gezondheid VO in ‘s-Hertogenbosch is belegd bij het bestuurlijk overleg van de BEA (Bossche Educatieve Agenda) en bij het dovo (directeurenoverleg voortgezet onderwijs). Scholen en partnerorganisaties zoals Samenwerkingsverband, GGD, jongerenwerk, maatschappelijk werk, GGZ werken samen met de gemeente om de aanpak te ontwikkelen en uit te voeren. 3. Studentenwelzijn wordt aangestuurd vanuit het BOA-overleg (Bossche Onderwijsinnovatie Akkoord) met als voorzitter de portefeuillehouder Talentontwikkeling van de gemeente ‘s-Hertogenbosch. De deelnemende kennisen onderwijsinstellingen zijn: Koning Willem I College, Yuverta, Avans Hogeschool, HAS green academy, Fontys en JADS. Op revelante thema’s worden maatschappelijke organisaties betrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=6189769c-3c21-46e9-93dc-40674a6ede5b