CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 archeologisch onderzoek

Commissie Ruimtelijke Zaken 1 maart 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vergaertweg 4, Heesch18.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 8 weergegeven. Op basis van deze boorprofielen kan de bodemopbouw als volgt worden beschreven. Direct vanaf het maaiveld is er sprake van een donker pakket. Dit pakket bestaat uit een combinatie van de A- en B-horizont. In een aantal boringen zijn ook gebleekte korrels waargenomen, die zijn geïnterpreteerd als een restant van een E-horizont. In negen van de elf boringen zijn er meer dan één podzolprofielen aangetroffen. Het onderste podzolprofiel is gevormd in dekzandafzettingen en bestaat in boring 1 en 9 uit een E-, B-, BC- en C-horizont. In de meeste boringen is enkel de B- of BC-horizont nog waargenomen. De podzolprofielen die boven het dekzand zijn waargenomen, zijn gevormd in stuifzand. Richting het westen zijn ze beter ontwikkeld en zijn de afzonderlijke horizonten waarneembaar. Daar waar de afzonderlijke horizonten niet waarneembaar zijn, zijn er lichte vlekken E- en Bhorizonten waargenomen. De A-, E-, en B-horizonten die zijn gevormd in het stuifzand zijn, afgezien van boring 1 en 9, met elkaar vermengd door bioturbatie en/of bij de bouw van de vakantiewoningen. Alleen in boring 8 en 10 zijn delen van de C-horizont bestaande uit stuifzand ook opgenomen in dit geroerde pakket. In geen enkele boring reikt de verstoring tot in het dekzand.

Het aangetroffen bodemprofiel komt overeen met het bodemtype zoals weergegeven op de Bodemkaart van Nederland (zie § 2.5). Boring 3 is gezet in een voormalig voetbalveldje. De eigenaar van het vakantiepark vertelde dat daar een kleine laag zwarte grond was vervangen door bouwzand, om te voorkomen dat het een modderpoel zou worden bij regen. Dit laagje bouwzand is ook aangetroffen in het boorprofiel. 33

Stuifzanden kunnen ontstaan door klimaatveranderingen en/of door menselijke activiteiten. Stuifzanden komen met name voor vanaf de Middeleeuwen. Omdat de landschapsontwikkeling door de e verstuiving te dynamisch was en tot in de 19 eeuw optrad (plaatselijk tot heden), is de bodemontwikkeling in stuifzand niet intensief. In de opgestoven delen komen duinvaaggronden voor. Na vastlegging van het stuifzand beginnen zich in het mineralogisch moedermateriaal micro-haarpodzolgronden te vormen. Deze zijn waargenomen tijdens het booronderzoek. 34

Ten oosten van het plangebied is, bij het onderzoek uit 2004 en 2005, ook stuifzand aangetroffen. Er zijn dunne laagjes aangetroffen op de flanken van de grafheuvels. Deze zijn gedateerd in de LateMiddeleeuwen – Nieuwe tijd en zijn verstoven vanaf de karrensporen die door de heide liepen.

Verstoringen beperken zich tot het stuifzand, waardoor de C-horizont van het dekzand intact is gebleven (zie Figuur 15). De aangetroffen verstoringen bevinden zich met name in het gedeelte waar de vakantiewoningen zich bevinden. De bodemopbouw aangetroffen in bijvoorbeeld boring 8, 9 en 10, suggereert dat de donkere grond verwijderd is tijdens de bouw van de woningen en later is teruggeschoven. De samenstelling verschilt niet van de aangetroffen donkere laag in de andere boringen, het is slechts wat meer vermengd. Archeologische indicatoren In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren waargenomen. Het gaat hier echter om een verkennend bodemonderzoek, dat zich richt op de bodemopbouw en mogelijke bodemverstoringen

33 34

Van den Berg et al., 2013. Fontijn, Van der Vaart en Jansen, 2013.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 16 van 20

die de archeologische trefkans kunnen beïnvloeden en niet zo zeer op het onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. 3.4

Conclusie veldonderzoek

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Op basis van de aangetroffen bodemprofielen kan worden gesteld dat de bodemopbouw in het plangebied nog relatief intact is. Er is sprake van stuifzand, vermoedelijk afgezet tijdens de Middeleeuwen, op dekzand. In het stuifzand zijn micropodzolen aangetroffen en richting het westen neemt de mate van podzolering in het stuifzand toe. In het merendeel van het plangebied is er sprake van een lichte verstoring van de bodem door bioturbatie. Er wordt niet verwacht dat dit eventuele archeologische resten zodanig heeft verstoord dat er geen informatie uit te halen is. In een klein deel van het plangebied is er sprake van verstoring door bouwwerkzaamheden in het verleden. Deze verstoring heeft het stuifzanddek sterk verstoord, maar het dekzand is intact gebleven. Ook hier kunnen nog archeologische resten worden verwacht. Hoewel het stuifzand vermoedelijk uit de Middeleeuwen dateert, blijft de verwachting voor deze periode behouden. Sporen uit deze periode kunnen zowel onder, als in en eventueel op het stuifzand aangetroffen worden. Eventuele resten uit de Nieuwe tijd worden verwacht op het stuifzand en onder de bouwvoor.

In een aantal gevallen zijn deze verstoord. De verwachting kan worden behouden op middelhoog. Eventuele archeologische resten uit de periodes voor de Middeleeuwen worden verwacht onder het stuifzand in de top van het dekzand. Dit is op ca. 40-60 cm onder maaiveld. Er wordt verwacht dat deze nog aanwezig zijn in het plangebied, waar geen (vakantie) woningen zijn gebouwd. De hoge verwachting voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen blijft behouden.

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. De eerdere onderzoeken in de omgeving geven aan dat het plangebied zich binnen een zeer bijzonder archeologisch landschap bevindt. In het verleden zijn er meerdere grafheuvels en urnenvelden aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de IJzertijd. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De aangetroffen bodemopbouw is nog relatief intact. Er is sprake van stuifzand, vermoedelijk afgezet tijdens de Middeleeuwen, op dekzand. In het stuifzand zijn micropodzolen aangetroffen en richting het westen neemt de mate van podzolering in het stuifzand toe. Verstoringen, veroorzaakt door bouwwerkzaamheden, beperken zich tot het stuifzandpakket. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bevestigt. Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Gezien de complexiteit van het terrein, is het advies opgedeeld in vier delen (zie fFiguur 16).

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 17 van 20

Op de locatie van de bestaande vakantiewoningen, woonhuizen en het zwembad, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden zijn verstoord. Uitgaande van een funderingsdiepte van 80 cm onder maaiveld voor de woningen, mist er meer dan 30 cm van het dekzand, waarmee ook het overgrote merendeel van eventuele archeologische sporen zal zijn verdwenen. Het zwembad is dieper aangelegd, hier mist ca. 50 cm van het dekzand. Voor deze locaties wordt geadviseerd ze vrij te geven. Tussen de woningen is aangetoond dat de werkzaamheden hebben geleid tot een verstoring tot in het stuifzand. De top van het dekzand is slechts licht verstoord, waardoor hier nog sporen verwacht kunnen worden. Vanwege de ligging tussen de woningen en de huidige plannen, wordt geadviseerd om op deze locaties de dubbelbestemming archeologie te behouden. In het oostelijke deel van het terrein, waar er voldoende ruimte is en waar de nieuwe vakantiewoningen zijn gepland, wordt geadviseerd om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te 2 voeren gericht op alle periodes. Dit terrein is ca. 7.200 m groot. De locatie van de te realiseren wellnes/fitnes en de horeca is slecht bereikbaar voor groot materieel en ligt ver van de te realiseren vakantiewoningen. Daarom wordt geadviseerd om op deze locatie een opgraving – variant archeologische begeleiding uit te voeren.

Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. In dit geval wordt er geadviseerd om bij het plaatsen van de sleuven rekening te houden met de bomen, die ook na het plaatsen van de vakantiewoningen behouden zullen blijven. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Aangezien de locatie van de te realiseren wellnes/fitnes en horeca, in verband met aanwezige constructies en kabels en leidingen, niet door middel van een booronderzoek dan wel een proefsleuvenonderzoek kan worden onderzocht is de meest geschikte onderzoeksmethode een opgraving, variant archeologische begeleiding. Hierbij begeleidt de archeoloog de civieltechnische graafwerkzaamheden waarbij archeologische waarden bij het aantreffen direct geborgen worden en daarmee ex-situ worden behouden. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Bernheze). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Er is geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven op grond van de gebruikte onderzoeksmethode. De aanwezigheid van archeologische sporen of resten binnen de vrijgegeven delen van het plangebied kan nooit volledig worden uitgesloten. Econsultancy wil de opdrachtgever er daarom ook op wijzen dat, mochten tijdens werkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, er conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht geldt bij het Ministerie van 35 Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed , de gemeente Bernheze of de provincie Noord-Brabant).

35

Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 18 van 20

LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Bakker, H. de en W.P. Locher, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berg, M. van den, R.M. van den Berg van Saparoea, A.G. Jongmans, G.J.W.C. Peek en M.P.W. Sonneveld, 2013: Landschappen van Nederland, geologie, bodem en landgebruik (deel 1 en 2). Wageningen Academic Publishers, Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Fokkens, H., R. Jansen en I.M. van Wijk (red.), 2009: Oss-Zevenbergen: de langetermijngeschiedenis van een prehistorisch grafveld. Archol-rapport 50, Leiden. Fontijn, D., S. van der Vaart en R. Jansen, 2013: Transformation through destruction. A monumental and extraordinary Early Iron Age Hallstatt C barrow from the ritual landscape of OssZevenbergen. Sidestone Press, Leiden. Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag.

Kortlang, F.P., 2010: Nota archeologiebeleid gemeente Bernheze. Geertruidenberg. Louwe Kooijmans,. L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens, A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Stichting voor Bodemkartering, 1976: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 45 Oost ’sHertogenbosch en blad 46 West-46 Oost Vierlingsbeek. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen. Schutte, A.H., 2018: Plan van Aanpak booronderzoek Vergaertweg 2-4 te Heesch, gemeente Bernheze, Econsultancy, Swalmen.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 19 van 20

BRONNEN AHN; internetsite, november 2018. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, november 2018. https://archis.cultureelerfgoed.nl

Bodemloket, internetsite, november 2018. http://www.bodemloket.nl Beeldbank Cultureelerfgoed; internetsite, november 2018 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabants Historisch Informatiecentrum; internetsite, november 2018. http://www.bhic.nl

Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant; internetsite, november 2018. http://www.brabant.nl/kaarten.aspx Dinoloket; internetsite, november 2018. http://www.dinoloket.nl/

Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, november 2018. http://www.ikme.nl/ Kadaster Topotijdreis; internetsite, november 2018. http://www.topotijdreis.nl/ Ruimingskaart; internetsite, november 2018. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, november 2018. http://www.sikb.nl VEO Bommenkaart; internetsite, november 2018. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 20 van 20

Figuur 1. Situering van het plangebied binnen Nederland

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen Nederland Legenda Plangebied

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 2. Detailkaart van het plangebied

Vergaertweg 2 te Heesch. Detailkaart van het plangebied Legenda Plangebied

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 3. Luchtfoto van het plangebied

Vergaertweg 2 te Heesch. Luchtfoto van het plangebied Legenda Plangebied

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 4. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart gemeente Bernheze Legenda Plangebied

36

Kortlang, 2010.

Rapport 6391.002 versie 1

36

Figuur 5. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

37

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Plangebied

37

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 6. Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda Plangebied

38

AHN

Rapport 6391.002 versie 1

38

Figuur 7. Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart

39

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen de bodemkaart Legenda Plangebied

39

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 8. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied

40

Vergaertweg 2 te Heesch. Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied (bron: Archeologisch informatiesysteem Archis3, AHN) Plangebied

40

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 9. Situering van het plangebied binnen de militaire topografische kaart uit 1868

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen de militaire topografische kaart Legenda Plangebied

41

Kadaster topotijdreis

Rapport 6391.002 versie 1

41

Figuur 10. Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1943

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1943 Legenda Plangebied

42

Kadaster Topotijdreis

Rapport 6391.002 versie 1

42

Figuur 11. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1967

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1967 Legenda Plangebied

43

Kadaster Topotijdreis

Rapport 6391.002 versie 1

43

Figuur 12. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1988

Vergaertweg 2 te Heesch. Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1988 Legenda Plangebied

44

Kadaster Topotijdreis

Rapport 6391.002 versie 1

44

Figuur 13. Boorpuntenkaart

Vergaertweg 2 te Heesch. Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorpunt met nummer

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 14. Niet toegankelijk deel plangebied

Vergaertweg 2 te Heesch. Niet toegankelijk deel plangebied Legenda Plangebied Niet toegankelijk

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 15. Resultaten van het booronderzoek

Vergaertweg 2 te Heesch. Niet toegankelijk deel plangebied Legenda Plangebied Intacte bodem met diepte top dekzand (cm –mv) Top boring licht verstoord met diepte top dekzand (cm –mv)

Rapport 6391.002 versie 1

Figuur 16.

Advies

Vergaertweg 2 te Heesch. Niet toegankelijk deel plangebied Legenda Intacte bodem met diepte top dekzand (cm –mv) Plangebied Niet toegankelijk vanwege aardgasleiding Locatie bestaande bebouwing; vrijgeven Toekomstige wellnes/fitnes ruimte; begeleiding Toekomstige vakantiewoningen; proefsleuven

Rapport 6391.002 versie 1

Top boring licht verstoord met diepte top dekzand (cm-mv)

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Rapport 6391.002 versie 1

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 2650

815

IVb Subboreaal koeler droger

2000

IVa

5000

3755 4900

5300

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

7020

8240

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Rapport 6391.002 versie 1

Bijlage 2 AMK nr. 571

Situering t.o.v. plangebied 20 meter ten zuiden

AMK-terreinen Datering

Waarde en omschrijving

Bronstijd midden

Toponiem: De Vorssel Complex: Grafheuvel Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Terrein met sporen van begraving (grafheuvels) uit de Bronstijd. Binnen de grenzen van het monument liggen 2 grafheuvels uit de Midden-Bronstijd. Een derde grafheuvel (heuvel 4) is geëgaliseerd bij de aanleg van een gasleiding. Op 19-01-2005 zijn de profielen van de illegale ingraving gedocumenteerd (tekeningen, foto's) door de ROB, waarna de kuil is gedicht met de uitgeworpen grond en de heuvel zo goed als mogelijk hersteld. Op 16 januari 2005 heeft RAAP een monster in de verstoorde grafheuvel genomen voor palynologisch onderzoek. Het onderzoek wees uit dat de heuvel uit het Subboreaal (Midden-Bronstijd) stamt. De bodem van ter plekke van het monument bestaat uit (een dunne laag) dekzand op een grindrijke ondergrond. Naar aanleiding van het onderzoek heeft de AMC in het kader van het AMR-project besloten de omvang van de wettelijke bescherming te wijzigen. In afwachting van de procedure is de begrenzing van het monument in Archis vooralsnog niet aangepast. Volgens een registratie-formulier (CMA-documentatie) zou er behalve de geëgaliseerde heuvel nog een vijfde en een zesde exemplaar zijn (geweest?). Zie ook een calque van G. Beexin het CMA.

Heuvel nr 4 is bij de aanleg van de gasleiding in 1964 voor de helft verdwenen, maar wel gedeeltelijk onderzocht: plaggenopbouw, geen randstructuur, bevatte een Drakenstein-urn (nabijzetting) en een mogelijk inhumatiegraf. In 1993 zijn de tumuli ingemeten. In het kader van het AMR-project is het terrein bezocht op 21 mei, 16 oktober en 30 oktober 2001. De heuvels lieten zich moeilijk herkennen. Bij nader onderzoek bleken heuvels 3, 5 en 6 stuifduinen te zijn. Bij heuvel 1 ging het om een zwaar beschadigd en gedeformeerd exemplaar. In het centrum van heuvel 2 prijkte een schuilhut, waardoor het centrum tot in de ongestoorde ondergrond was vernield. Tijdens een inspectie op21-03-2003 door C. van Rooijen en L. Theunissen werd de circa 2 meter grote 'ondergrondse hut' opnieuw waargenomen. Het profiel is opgeschaafd en fotografisch gedocumenteerd; er waren geen afzonderlijke plaggen zichtbaar. Het gat is in december 2003 gedicht. Bij die gelegenheid werden ook 2 tumuli vrijgezet en afgedekt met een dunne zandlaag (gerestaureerd). In januari 2005 werd opnieuw een verstoring in een van de 2 geconsolideerde tumuli gemeld (Q. Bourgeois). Er was een sleuf door het centrum gegraven die 'op vrij professionele wijze het centrum van de heuvel eruit heeft gehaald'.

Toponiem: Vorselsesteeg; De Vorsel Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Terrein met sporen van bewoning uit de Romeinse tijd. De Romeinse sporen liggen in grof zand en grind in een akkerlaag van 25 centimeter. Ook zijn er sporen uit de IJzertijd en uit de eerste helft van de Midden-Bronstijd aangetroffen. Karrensporen en enkele scherven zullen uit de Late-Middeleeuwen stammen. Daarnaast werden de sporen van een gebouw uit de late 16e eeuw of het begin van de 17e eeuw blootgelegd. In 1969 werden bij een ontgronding in de wand van de afgraving enkele tientallen aardewerkscherven uit de Romeinse tijd aangetroffen. De werkzaamheden werden stilgelegd en de sleuf gedicht. In de omgeving van het monument zijn diverse malen vondsten gedaan die wijzen op oude woonplaatsen. Enkele honderden meters naar het oosten werd eveneens materiaal aangetroffen uit de Romeinse tijd en de IJzertijd, alsmede materiaal uit de Bronstijd. Een paar honderd meters ten noorden van het terrein liggen enkele grafheuvels uit het Laat-Neolithicum en de Midden- Bronstijd. Direct ten noordwesten van het monument zouden bij een ontzanding urnen zijn aangetroffen. In de Romeinse tijd of de net daaraan voorgaande periode werden hier vermoedelijk kortstondige activiteiten ontplooid. Van een nederzetting lijkt geen sprake te zijn.

In het kader van het AMR-project zijn in het najaar van 2001 proefsleuven gegraven. Toponiem: De Vorssel Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met sporen van bewoning uit de periode Bronstijd tot en met de Romeinse tijd. Vondsten zijn gedaan bij de ontgronding van een aangrenzend perceel; verzameld in profielen. Op het terrein zijn, in 1982, 2 tot 10 cm brede greppeltjes met vlakke onderkant waargenomen over een lengte van 3 tot 4 meter (waarneming 14637). Hierbij werd tevens handgevormd aardewerk gevonden, deels gedetermineerd als Hilversum/Drakenstein/Laren aardewerk. Toponiem: Paalgraven Complex: Grafheuvel en urnenveld Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Terrein met sporen van begraving (grafheuvels, urnenveld) uit respectievelijk de Vroege/MiddenBronstijd en de Late-Bronstijd - IJzertijd. Grafveld na opgraving begin 2008 gerestaureerd o.l.v. Archeologische Monumentenwacht i.o.v. Rijkswaterstaat. Mogelijk vormen de heuvels van dit terrein samen met de heuvels op en nabij Vorstengrafdonk onderdeel van een zeer groot aaneengesloten grafveld. Twee van de grafheuvels zijn in 1964-1965 gedeeltelijk onderzocht door het IPL (Leiden). Het IPL noemt 7 grafheuvels; Beex heeft in 1969 op een kadastraal kaartje 11 heuvels aangegeven.

De 'urnenheuveltjes' zijn genivelleerd, maar grondsporen ervan zijn waarschijnlijk nog bewaard gebleven. In het verleden werden hier tweetal urnen gevonden. E. Vreenegoor en C. van Rooijen (ROB) hebben het monument op 22-09-1998 geïnspecteerd na een melding dat er bomen waren gerooid. De stobben bleken echter te zijn blijven staan, zodat er geen beschadigingen zijn opgetreden. Bij een inspectie in 2001 bleek dat door ontworteling van bomen het urnenveld mogelijk sterk is beschadigd. Het werd wel mogelijk geacht dat diepere sporen zoals kringgreppels nog aanwezig zouden zijn. Het monument is behandeld in het kader van het AMR-project. In 2004 werden in het kader van geplande infrastructurele werken (A50) opgravingen verricht door ARCHOL.

1036

380 meter ten zuiden

Romeinse tijd

4701

410 meter ten zuidoosten

Bronstijd Romeinse tijd

241

550 meter ten noordoosten

Bronstijd IJzertijd

Rapport 6391.002 versie 1

Bijlage 3

Onderzoeksmeldingen

Zaaknummer (OMnummer) 3136330100

Situering t.o.v. plangebied 50 meter ten noordwesten

2063623100 (9527)

70 meter ten zuiden

3136371100

240 meter ten noordoosten

3136355100

240 meter ten noordoosten

3136444100

350 meter ten noordoosten

3136477100

350 meter ten noordoosten

2039526100 (4886)

350 meter ten noorden

2145141100 (21004)

430 meter ten zuiden

3043820100

450 meter ten zuiden

2770568100

450 meter ten noordoosten

Rapport 6391.002 versie 1

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek Type onderzoek: opgraving Toponiem: Onbekend Uitvoerder: Rijksmuseum van Oudheden Datum: 11-12-1947 Resultaat: Er zijn twee grafheuvels opgegraven. De exacte locatie is onduidelijk. Type onderzoek: archeologische inspectie Toponiem: De Vorssel Heesch Uitvoerder: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Datum: 19-1-2005 Resultaat: Documenteren (tekeningen, foto's) van de profielen van een illegale ingraving in een Bronstijd grafheuvel, waarna de kuil is gedicht met de uitgeworpen grond en de heuvel zo goed als kon is hersteld. Type onderzoek: opgraving Toponiem: Vorstengrafdonk Oss Uitvoerder: Rijksmuseum van Oudheden Datum: 1935 Resultaat: Er is een grafheuvel opgegraven. Hierbij zijn een grafkuil, een lijksilhouet en meerdere structuren uit de Bronstijd aangetroffen. Type onderzoek: opgraving Toponiem: Vorstengrafdonk Oss Uitvoerder: Rijksmuseum van Oudheden Datum: 1935-1937 Resultaat: Grafheuvel met meerdere rijen palen. Type onderzoek: graafwerkzaamheden Toponiem: Vorstengrafdonk Oss Uitvoerder: heemkundekring Maasland Datum: juli 1972 Resultaat: Bij de werkzaamheden aan de A50 ontdekte leden van de Heemkundekring Maasland vier kringgreppels. Ook zijn er enkele vondsten gedaan.

Type onderzoek: opgraving Toponiem: Vorstengrafdonk Oss Uitvoerder: Rijksmuseum van Oudheden Datum: 13-02-1934 Resultaat: Opgraving van het vorstengraf van Oss. Het betreft een Gallisch vorstengraf, bestaande uit een bronzen urn met houten binnenbekleding en vele bijgiften, waaronder een ijzeren zwaard met gouden ornamenten, acht ronde knopen (mogelijk beslag van de houten zwaardschede), drie massieve bronzen ringen, twee elipsvormige plaatjes, een bronzen kruis en nog meer metalen objecten. De heuvel van het vorstengraf is opgeworpen over een reeds bestaande plaggenheuvel uit de Midden-Bronstijd, waarvan het fragment grof verschraald aardewerk getuigt. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Vorstengrafdonk Oss Uitvoerder: Archeologisch Onderzoek Leiden BV Datum: 5-8-2003 Resultaat: Naar aanleiding van de vondst van een bronzen randbijl is er een spoedonderzoek uitgevoerd rondom de locatie van de vondst. De omvang van het onderzoek is niet aangegeven, ook ontbreken de resultaten en een rapport van het onderzoek. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Vorselsesteeg; De Vorsel Nistelrode Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 30-10-2001 Resultaat: Niet gemeld in Archis Type onderzoek: opgraving Toponiem: De Vorsel Nistelrode Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 01-11-2001 Resultaat: Onderzoek in het kader van het AMR.

Aangetroffen is een Romeinse akkerlaag over een groot deel van het onderzoeksgebied. Op een paar plekken waar deze ontbreekt zijn Romeinse sporen gevonden. Plaatselijk zijn onder de Romeinse akkerlaag sporen uit de Bronstijd aangetroffen. In de Romeinse akkerlaag zijn sporen uit de Middeleeuwen aangetroffen in een plattegrond; waarschijnlijk betreft het een schaapskooi. Tot slot is een groot aantal karresporen aangetroffen. Type onderzoek: opgraving Toponiem: Zevenbergen Berghem Uitvoerder: Universiteit Leiden Datum: 01-10-1964 Resultaat: Opgraving uitgevoerd door Archol. Tevens beschreven in rapport van melding 2032462100.

2032462100 (12225)

450 meter ten noorden

2027092100 (10284)

475 meter ten zuidoosten

2454481100 (62993)

475 meter ten noordoosten

Rapport 6391.002 versie 1

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Toponiem: Vorstengrafdonk Oss Uitvoerder: Archeologisch Onderzoek Leiden BV Datum: 9-5-2005 Resultaat: Het monument is eerder onderzocht in 1964 en 1965, waarbij er zeven grafheuvels werden vastgesteld. Het gebied zal door een uitbreiding van de A50 deels aangetast en voor het overige moeilijk bereikbaar worden. Het onderzoek vond in twee fasen plaats. Eerst vond een verkenning en waardering plaats door middel van proefsleuven. Daarbij werd geconstateerd dat het grootste deel van de heuvels in meer of mindere mate verstoord was, maar dat desondanks voldoende redenen voor verder onderzoek aanwezig waren. Bovendien werd vastgesteld dat zich in het terrein tenminste één palenrij bevond van meer dan 100 m lang. De resultaten van het vooronderzoek leidden tot opstelling van een nieuw PvE voor de uitvoering van een opgraving. De opgraving werd vervolgens in de zomer van 2004 ondernomen. Alle heuvels, behalve heuvel 7, werden opgegraven en gedocumenteerd. Heuvel 7 is niet onderzocht omdat zich daarin dassen bevonden. Een terrein van 50 m rond het centrum van de heuvel was daarom niet toegankelijk. Drie heuvels bleken aangelegd in de vroege of het eerste deel van de Midden-Bronstijd (heuvel 4, heuvel 2, heuvel 6). Alle werden ze in de periode (direct) daarop volgend opnieuw opgehoogd, uitgebreid of gebruikt voor nabijzettingen.

Alleen in heuvel 2 en heuvel 6 zijn in het centrum (graf)kuilen aangetroffen. Een grote grafkuil onder heuvel 2 bleek geen herkenbare dode of bijgaven te bevatten, in heuvel 6 was in het primaire graf nog het silhouet van een dode in gestrekte houding zichtbaar. Bijgaven ontbraken. Heuvel 2 was in twee fase opgehoogd met plaggen. Beide ophogingen vonden plaats binnen palenkransen. In de Late-Bronstijd, of in de Vroege-IJzertijd werden opnieuw monumenten aangelegd (heuvel 8 en heuvel 1). Het gaat daarbij om langgerekte monumenten, langbedden, waarvan alleen in heuvel 6 (na) bijzettingen zijn aangetroffen. In de Vroege-IJzertijd, vermoedelijk in de periode HaC, werd ten slotte een grote grafheuvel opgeworpen met een doorsnee van 30 m en een hoogte van meer dan 100 cm (heuvel 3). De heuvel was omgeven door een wijdgestelde palenkrans. In het centrum van de heuvel lag een groot fragment van een verbrande eik van meer dan 200 jaar oud, een enkel crematiefragment, en enkele delen van metalen voorwerpen. Het gaat hierbij om een zogenaamde pars-prototobijzetting die gedateerd werd in de Vroege-IJzertijd, mogelijk HaC. Het graf kan daarmee gelijktijdig geweest zijn met het Vorstengraf van Oss dat ruim driehonderd meter verder westelijk gevonden werd. Ten zuiden van heuvel 3 lagen vijf kringgreppels die vermoedelijk uit dezelfde periode dateren.

Ze zijn veel kleiner (maximaal 9,5 m in doorsnee) en slechts twee ervan bevatten nog crematieresten en resten van een urn. Vermoedelijk werden ook in deze periode de vijf palenrijen van verschillende oriëntatie en lengte aangelegd die rond de heuvels zijn aangetroffen. Een ervan was meer dan 100 m lang. De rijen lijken het grafveld in stukken te verdelen, zonder dat aantoonbaar van afscheidingen sprake is. De afstand tussen de palen bedraagt 2 m of meer. Drie van de rijen zijn met kleine rechthoekige structuren geassocieerd die in nederzettingen als spiekers zouden kunnen worden geïnterpreteerd. In de context van het grafveld is die functie ook mogelijk, maar dan als een verwijzing naar opslag, niet als een economische functie. Hoewel directe aanwijzingen voor datering ontbreken wordt geconcludeerd dat deze palenrijen in de Vroege-IJzertijd zijn aangelegd. Pas in de Late-Middeleeuwen krijgt het terrein opnieuw een min of meer actieve rol. Op heuvel 2 wordt vermoedelijk in de 13e eeuw na Chr. een galg opgericht. Aan de voet van de heuvel zijn drie grafkuilen gevonden waarvan er twee nog determineerbare skeletresten bevatten. Deze graven zijn geïnterpreteerd als de graven van gehangenen. De galg stond langs een doorgaande route (karrenpad) over de heide op een kruispunt van wegen, in die tijd geen ongebruikelijke plaats voor een galgenberg of galgenveld.

In ongeveer dezelfde periode werd even ten oosten van het grafveld, juist op een plaats waar een oud Maasterras voor een markant hoogteverschil leidt, de grens tussen de Meierij Maasland en het hertogdom Gelre verdedigd met een landweer. Dergelijke landweren bestonden uit rijen puntige palen met grachten erlangs en mogelijk doornhagen erbinnen die tot doel hadden ruiterbenden te weren. De landweer kon over een afstand van enkele tientallen meters worden vervolgd en sluit aan op waarnemingen uit 1978 en vermoedelijk ook op een geheel vergelijkbare landweer die ten zuiden van het aangrenzende Berghem loopt. Het onderzoek van het grafveld Zevenbergen heeft zo inzicht gegeven in de langetermijngeschiedenis van een voor de oorspronkelijke bewoners heel bijzonder gebied. Het ruim 300 verder westelijk gelegen grafveld Oss-Vorstengraf vormt samen met Oss-Zevenbergen en mogelijk met de Vorssel een langdurig gebruikt prehistorisch dodenlandschap met een lange geschiedenis. Het is vermoedelijk een grafveld met een bijzondere betekenis voor een aantal lokale gemeenschappen samen. Een begraafplaats van regionale betekenis waarin in de Vroege-IJzertijd in ieder geval één, maar vermoedelijk enkele van de belangrijkste personen uit de streek zijn begraven.

Type onderzoek: booronderzoek Toponiem: Nistelrode Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 1-4-1997 Resultaat: Niet vermeld in Archis. Type onderzoek: archeologische begeleiding Toponiem: Knooppunt Paalgraven Oss Uitvoerder: BAAC BV Datum: 25-8-2014 Resultaat: Tijdens het archeologisch onderzoek is vastgesteld dat de bodem direct langs de wegen en afritten tot in de C-horizont verstoord is. Op enkele meters afstand van de wegen is de bodem overwegend intact en plaatselijk afgetopt. Ondanks de grotendeels intacte bodemopbouw zijn afgezien van twee recente greppels geen antropogene sporen uit de periode vanaf de Bronstijd

2232079100 (33377)

500 meter ten zuidoosten

tot aan de Middeleeuwen aangetroffen. Ook zijn geen vondsten gedaan. Buiten de onderzochte werkputten kan de hoge archeologische verwachting uit het vooronderzoek gehandhaafd blijven in verband met de intacte bodemopbouw en de op korte afstand aanwezige grafvelden Zevenbergen en Vorstengrafdonk. Er is een gerede kans dat archeologische waarden kunnen worden aangetroffen vanwege de nabijheid van de grafvelden. Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: De Vorssel Nistelrode Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau Datum: 6-2-2009 Resultaat: Deelgebied A (noord): het toekomstig landgebruik afstemmen op de hoge archeologische waarde, door toekomstige bodemingrepen te beperken tot de diepte van de huidige bouwvoor (30 cm) en een dubbelbestemming als -archeologisch waardevol- toe te kennen. Deelgebied B (zuid): op basis van de resultaten van dit onderzoek gelden geen restricties ten aanzien van de verdere planvorming. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek kent deelgebied A een hoge archeologische waarde. Het gebied is onderdeel van een archeologisch monument (AMKnummer 4701), bevat enkele bekende archeologische vindplaatsen en bovendien komt een oude akkerlaag voor die duidt op een langdurig landbouwkundig gebruik.

Het geplande toekomstige gebruik van deelgebied A als landbouwgrond met natuurbeheer, biedt mogelijkheden om diepere bodemverstoring te voorkomen en de archeologische resten duurzaam te behouden. In deelgebied B heeft zand/grindwinning er toe geleid dat de bodem geheel vergraven is. Eventuele archeologische vindplaatsen zullen hierdoor zijn vernietigd of verstoord.

Rapport 6391.002 versie 1

Bijlage 4

Vondstmeldingen

Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 3041885100

Locatie t.o.v. plangebied

Omschrijving

20 meter ten zuiden

3130174100

80 meter ten zuidwesten

3136330100

90 meter ten noordwesten

Neolithicum - IJzertijd : - grafheuvel Neolithicum - Bronstijd : - grafheuvel Neolithicum : - graf, grafkuil - fragment van een vuursteen spits - crematieresten - greppel/sloot - grondspoor: kringgreppel - fragment van een keramische klokbeker

2904622100

100 meter ten zuidwesten

2904647100 (36046)

110 meter ten zuidwesten

2923300100

130 meter ten noordwesten

2923277100

160 meter ten noordwesten

2923293100

160 meter ten noordwesten

2904606100 (36039)

200 meter ten zuidwesten

3130166100

200 meter ten zuidwesten

3136371100

250 meter ten noordoosten

2771507100 (14280)

300 meter ten zuidwesten

3136355100

300 meter ten noordoosten

2894311100

350 meter ten noordoosten

3136444100

350 meter ten noordoosten

3136477100 (39089)

350 meter ten noordoosten

Neolithicum - IJzertijd : - crematieresten Neolithicum - Bronstijd : - grafheuvel Paleolithicum - Neolithicum : - fragmenten van vuursteen klingen Bronstijd - IJzertijd : - urnenveld Neolithicum - IJzertijd : - grafheuvel Neolithicum - IJzertijd : - grafheuvel Neolithicum - IJzertijd : - grafheuvel Bronstijd : - fragmenten van Drakenstein aardewerk - crematieresten - grafheuvel Neolithicum - Bronstijd : - grafheuvel Bronstijd : - graf, grafkuil - fragment van een lijksilhouet Nieuwe tijd : - 5 fragmenten van gedraaid aardewerk - 3 fragmenten van kleipijpen - 4 fragmenten van ijzeren spijkers Bronstijd : - graf, grafkuil - fragment van een priem, dierlijk bot - fragment van Drakenstein aardewerk - crematieresten - greppel/sloot - grafkuil Bronstijd - IJzertijd : - greppel/sloot IJzertijd : - handgevormd aardewerk - 3 greppels/sloten Bronstijd : - fragment van Hilversum-Drakenstein-Laren-aardewerk - 5 greppels/sloten IJzertijd : - 4 fragmenten van ijzeren messen - fragment van een ijzeren object - fragmenten van metalen objecten - 2 fragmenten van dierlijk bot - fragment van een leren object - fragmenten van plantaardig, hout objecten - fragment van een ijzeren dolk - 3 fragmenten van bronzen ringen - 12 fragmenten van ijzeren ringen - fragmenten van bronzen emmers - 2 fragmenten van bronzen naalden - fragment van een handgevormd aardewerk object - 3 gouden onderdelen van

zwaarden - ijzeren onderdeel van een zwaard - 2 bot, dierlijk onderdelen van zwaarden - fragment van een ijzeren kokerbijl - crematieresten - 10 greppels/sloten - fragmenten van een bronzen paardentuig

Rapport 6391.002 versie 1

2039526100 (47414)

400 meter ten noorden

3040742100 (50925)

400 meter ten noorden

3177228100 (50913)

400 meter ten noorden

- fragmenten van ijzeren paardentuig - fragmenten van metalen paardentuig - slijpsteen - weefsel/geweven stof Bronstijd : - fragment van een bronzen randbijl Romeinse tijd - Middeleeuwen : - fragment van een bronzen ring - fragment van een bronzen spatel Nieuwe tijd : - fragment van een bronzen meubel Bronstijd : - fragment van een bronzen randhielbijl IJzertijd - Nieuwe tijd : - 13 fragmenten van glazen kralen Romeinse tijd : - fragment van een bronzen speelgoed

2771580100 (14288)

450 meter ten zuiden

2771815100 (14316)

450 meter ten zuiden

Nieuwe tijd : - fragmenten van koperen objecten - gouden munt, scild/gouden schild/koningsschild IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 11 fragmenten van dikwandig gedraaid aardewerk - 10 fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - 40 fragmenten van belgisch grijs/terra nigra-achtig aw. - 2 fragmenten van dolia/voorraadvaten - fragment van een terra sigillata bord/schotel - 7 fragmenten van geverfd aardewerk - 4 fragmenten van keramische wrijfschalen Romeinse tijd – Late-Middeleeuwen : - 14 fragmenten van stenen objecten - 3 fragmenten van ijzeren spijkers

2773102100 (14507)

450 meter ten zuiden

Late-Middeleeuwen : - 3 fragmenten van gedraaid aardewerk IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - fragment van belgisch grijs/terra nigra-achtig aw. - 2 fragmenten van dolia/voorraadvaten - fragment van een ruwwandige (kook)pot - fragment van een keramische wrijfschaal Vroege-Middeleeuwen : - fragment van gedraaid aardewerk - fragment van een keramische bolpot - 2 fragmenten van Wolbwand-/tonvormig aardewerk Late-Middeleeuwen : - fragment van grijsbakkend gedraaid aardewerk

3130085100 (36003)

450 meter ten zuidwesten

2769491100 (14006)

500 meter ten zuiden

2774050100 (14637)

500 meter ten zuidoosten

2788583100 (17225)

500 meter ten zuidoosten

3043820100 (52108)

500 meter ten zuiden

Rapport 6391.002 versie 1

Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - fragment van een loden lakenlood/lakenzegel IJzertijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 3 fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - 2 fragmenten van maalstenen - 2 fragmenten van keramische wrijfschalen Bronstijd : - fragmenten van Hilversum-Drakenstein-Laren-aardewerk - fragmenten van Laren-aardewerk - fragmenten van stenen objecten Bronstijd - IJzertijd : - handgevormd aardewerk - fragmenten van stenen objecten IJzertijd : - handgevormd aardewerk Bronstijd : - handgevormd aardewerk - 4 kuilen

IJzertijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk Romeinse tijd : - 17 fragmenten van gedraaid aardewerk - 3 kuilen - cultuurlaag - 5 fragmenten van ploegsporen Middeleeuwen : - 8 structuren Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - slijpsteen Late-Middeleeuwen : - 3 fragmenten van gedraaid aardewerk

2788591100 (17226)

550 meter ten zuidoosten

3155771100 (132459)

550 meter ten zuidoosten

Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 20 structuren IJzertijd : - handgevormd aardewerk - slijpsteen Bronstijd : - handgevormd aardewerk IJzertijd : - handgevormd aardewerk

Rapport 6391.002 versie 1

Bijlage 5

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot ca. 8800 voor Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, ca. 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het LaatPaleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (ca. 8800-4900 voor Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (ca. 9000 voor Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (ca. 5300-2000 voor Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (ca. 2000-800 voor Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had

Rapport 6391.002 versie 1

wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (ca. 800-12 voor Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields').

Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (ca. 12 voor Chr. - 450 na Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 na Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker.

In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (ca. 450-1500 na Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 na Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen.

De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Ro-

Rapport 6391.002 versie 1

meinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. e e Vanaf de 10 – 11 eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriele revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. e In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 tot het begin van de e 20 eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat e zich tot in het begin van de 20 eeuw uit in de kunsten.

Rapport 6391.002 versie 1

Bijlage 6

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Rapport 6391.002 versie 1

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan. De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving.

Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Rapport 6391.002 versie 1

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische archeologie door resten door archeoplanaanpassing logen (variant begeleiding)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4af3c6b7-e2e7-426c-8942-94e76ea3b76d