CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 archeologisch onderzoek

Commissie Ruimtelijke Zaken 1 maart 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vergaertweg 4, Heesch18.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK VERGAERTWEG 2 TE HEESCH GEMEENTE BERNHEZE

archeologisch onderzoek Vergaertweg 2 te Heesch Opdrachtgever

RO Connect Graafsebaan 31 5384 RS HEESCH

Rapportnummer 1

Versienummer

6391.002 1

Datum

9 november 2018

Vestiging

Limburg Rijksweg Noord 39 6071 KS Swalmen 0475 - 504961 swalmen@econsultancy.nl

Opsteller

E.M. de Boo van Uijen, MSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

drs. A.H. Schutte

Paraaf

© Econsultancy bv, Swalmen Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1

Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van de bevoegde overheid is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeeld door de bevoegde overheid.

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode

6391.002

Toponiem

Vergaertweg 2

Opdrachtgever

RO Connect

Gemeente

Bernheze

Plaats

Heesch

Provincie

Noord-Brabant

Kadastrale gegevens

Gemeente Heesch, sectie G, nummers 582, 583, 584 en 585.

Omvang plangebied

circa 2,2 ha

Kaartblad

45 E (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 167.200 / Y: 415.720

Bevoegde overheid

Gemeente Bernheze Postbus 19 5384 ZG Heesch

Mw. M. de Ruiter T: 0412-458888 E: gemeente@bernheze.org

Deskundige namens de bevoegde overheid

Monumentenhuis Brabant Markt 9 4931 BR Geertruidenberg

Mw. Drs. A. Visser T: 0162 511833 E: am.visser@monumentenhuisbrabant.nl

ARCHIS3

Bureauonderzoek 4646066100

Booronderzoek 4646074100

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Archeoregio NOaA

Brabants zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Swalmen/ Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant

Uitvoerders

Econsultancy, E.M. de Boo van Uijen, MSc en drs. M. Stiekema

Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van RO Connect in november 2018 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen bestemmingsplanherziening. Het plangebied is gelegen aan de Vergaertweg 2 te Heesch in de gemeente Bernheze. In het plangebied zullen op termijn twaalf recreatiewoningen worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een herziening van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden.

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de onderzoeken in de omgeving geldt er een hoge gespecificeerde verwachting voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Voor de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. Op basis van het landschap en het ontbreken van vondsten uit deze perioden, geldt er een lage verwachting voor het Paleolithicum en het Mesolithicum. Resultaten inventariserend veldonderzoek De aangetroffen bodemopbouw is nog relatief intact. Er is sprake van stuifzand, vermoedelijk afgezet tijdens de Middeleeuwen, op dekzand. In het stuifzand zijn micropodzolen aangetroffen en richting het westen neemt de mate van podzolering in het stuifzand toe.

Verstoringen, veroorzaakt door bouwwerkzaamheden, beperken zich tot het stuifzandpakket. Conclusie De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bevestigt. Op basis van het behoud van een hoge trefkans blijft de kans reëel dat archeologische resten binnen het plangebied aanwezig zijn. Advies Gezien de complexiteit van het terrein, is het advies opgedeeld in vier delen. Op de locatie van de bestaande vakantiewoningen, woonhuizen en het zwembad, kan worden geconcludeerd dat archeo-

Rapport 6391.002 versie 1

logische waarden zijn verstoord. Voor deze locaties wordt geadviseerd ze vrij te geven. In het oostelijke deel van het terrein, waar er voldoende ruimte is en waar de nieuwe vakantiewoningen zijn gepland, wordt geadviseerd om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren gericht op alle periodes. De locatie van de te realiseren wellnes/fitnes en de horeca is slecht bereikbaar voor groot materieel en ligt ver van de te realiseren vakantiewoningen. Daarom wordt geadviseerd om op deze locatie een opgraving – variant archeologische begeleiding uit te voeren. Tussen de woningen is aangetoond dat de werkzaamheden hebben geleid tot een verstoring tot in het stuifzand. De top van het dekzand is slechts licht verstoord, waardoor hier nog sporen verwacht kunnen worden. Vanwege de ligging tussen de woningen en de huidige plannen, wordt geadviseerd om op deze locaties de dubbelbestemming archeologie te behouden. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de bevoegde overheid (gemeente Bernheze). Na beoordeling wordt door de bevoegde overheid een besluit genomen. Mochten tijdens graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016.

Melding van archeologische waarden kan plaatsvinden bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultu2 reel Erfgoed) , de gemeente Bernheze of de Provincie Noord-Brabant.

2

Infodesk email: info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456

Rapport 6391.002 versie 1

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 1 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 15 3.1 3.2 3.3 3.4

4

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................... 1 Methoden .......................................................................................................................... 1 Afbakening en huidige situatie van het plangebied .......................................................... 2 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 4 Archeologische waarden .................................................................................................. 6 Beschrijving van het historische gebruik ........................................................................ 10 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 13 Conclusie bureauonderzoek ........................................................................................... 14

Doelstelling en onderzoeksvragen ................................................................................. 15 Methoden ........................................................................................................................ 15 Resultaten ....................................................................................................................... 16 Conclusie veldonderzoek ............................................................................................... 17

CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 17

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 19 BRONNEN .......................................................................................................................................... 20

Rapport 6391.002 versie 1

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Gespecificeerde archeologische verwachting

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de militaire topografische kaart uit 1868 Situering van het plangebied binnen Militaire topografische kaart uit 1943 Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1967 Situering van het plangebied binnen de topografische kaart uit 1988 Boorpuntenkaart Niet toegankelijk deel plangebied Resultaten van het booronderzoek Advies

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Planontwerp Boorprofielen

Rapport 6391.002 versie 1

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van RO Connect een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Vergaertweg 2 te Heesch in de gemeente Bernheze (zie figuur 1). De initiatiefnemer heeft het voornemen om het aantal vakantiewoningen binnen het bestaande vakantiepark uit te breiden. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een herziening van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 2) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 3). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen noodzakelijk zijn (hoofdstuk 4). Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd in november 2018 door E.M. de Boo van Uijen, MSc (archeoloog) en drs. M. Stiekema (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog).

2 2.1

BUREAUONDERZOEK Doelstelling en onderzoeksvragen

Het doel van het bureauonderzoek is om een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Om deze vraag te beantwoorden wordt een inventarisatie gemaakt van bekende aardwetenschappelijke, archeologische en (cultuur)historische gegevens. Aan de hand deze inventarisatie wordt het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (KNA, versie 4.0, 07-06-2016) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 3 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:   

3

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03);

Beschikbaar via www.sikb.nl.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 1 van 20

 

beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:            

2.3

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de provincie Noord-Brabant; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Bernheze; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

Afbakening en huidige situatie van het plangebied

Afbakening Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter 4 rondom het plangebied. De onderzoekslocatie, circa , ligt aan de Vergaertweg 2, ongeveer 2,4 kilometer ten oosten van Heesch en ongeveer 3 kilometer ten noorden van Nistelrode in de gemeente Bernheze (zie figuur 1 en figuur 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 14,2 m +NAP. Huidige situatie Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens. Het plangebied is momenteel in gebruik als vakantiepark (zie figuur 3). Een deel van het terrein is bebouwd met recreatiewoningen en verhard middels grind of klinkers. In de noordwesthoek bevindt zich een tennisbaan. De delen van het terrein die niet zijn bebouwd of verhard, zijn beplant met bomen, struiken en gras.

Hier bevinden zich ook meerdere dierenverblijven.

4

Binnen deze straal wordt geacht dat er voldoende informatie beschikbaar is om een gefundeerde uitspraak te doen over de archeologische verwachting van het plangebied.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 2 van 20

5

Vigerend beleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel van deze wet is te voorkomen dat archeologische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze wet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Het plangebied valt binnen het bestemmingsplan Buitengebied Bernheze. Volgens dit bestemmingsplan heeft het plangebied een dubbelbestemming waarde – Archeologie 2. Volgens de bijbehorende 2 planregels is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 250 m en dieper dan 40 cm –mv. De dubbelbestemming is afgeleid van de archeologische beleidskaart en de bijbehorende beleidsnota. Volgens de beleidskaart (Figuur 4) ligt het plangebied in een zone met een hoge archeologische verwachting.

Huidig milieuonderzoek Voortijdig aan het archeologisch bureauonderzoek is er voor het zuidelijk deel van het plangebied (perceel 584 en 585) een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd door Van Oort Bodemonderzoek BV (rapportnummer: VER.365315, 24-02-2015). Er zijn geen verontreinigingen aangetoond, behalve een licht verhoogde waarde voor Barium in het grondwater. De aangetoonde verontreinigingen vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Bodemloket De overheid initieert middels het Bodemloket inzicht te geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Ook worden op het Bodemloket voormalige potentieel bodembedreigende bedrijfsactiviteiten weergegeven. Gegevens van het Bodemloket dienen als indicatief te worden beschouwd. Het raadplegen van het Bodemloket heeft voor het zuidelijk deel van het plangebied heeft aangetoond dat het plangebied reeds in 2015 bodemkundig is onderzocht middels een verkennend onder6 zoek NEN 5740. De resultaten van dit onderzoek zijn hierboven genoemd. 2.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied zijn zes nieuwe recreatiewoningen gepland. Tevens zal er een nieuwe technische ruimte en een wellnes/fitnessruimte met horeca worden gerealiseerd (zie bijlage 7). Het oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is onbekend. Bij de herziening van het bestemmingsplan zullen er twaalf nieuwe vakantiewoningen worden voorzien, zodat er in de toekomst ruimte is om uit te breiden met nogmaals zes vakantiewoningen. 5 6

Kortlang, 2010. www.bodemloket.nl.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 3 van 20

2.5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens Geologie

7

Gegevensomschrijving Formatie van Beegden veelal met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden; rivierzand en –grind veelal met een zanddek (Be4)

Geomorfologie8

Plateau-achtige horst (4F1)

Bodemkunde9

Veldpodzolgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand (Hn21) en haarpodzolgronden; grof zand (Hd30).

Grondwatertrap

VIII

Landschappelijke ontwikkeling Het plangebied bevindt zich op de Peelhorst. De Peelhorst ligt als gevolg van tektonische bewegingen, die ook tegenwoordig nog doorgaan, hoger dan de westelijk hiervan gelegen Roerdalslenk. De Peelrandbreuk vormt de scheiding tussen de Peelhorst en de Roerdalslenk. De Peelrandbreuk be10 vindt zich ongeveer 1,3 kilometer ten westen van het plangebied. Volgens de geologische kaart bevindt het plangebied zich in een gebied waar de Formatie van Beegden, veelal met een dek van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (rivierzand en –grind veelal met een zanddek) (Be4) aan het maaiveld wordt aangetroffen. De Formatie van Beegden bestaat uit sedimenten die door de Rijn en de Maas zijn afgezet gedurende het Vroeg- en MiddenPleistoceen. Gedurende de laatste ijstijd had de wind vrij spel in het verplaatsen van zand en silt. In deze periode werd over een groot deel van Nederland, waaronder ook op de Pleistocene rivierafzettingen in het plangebied, een (dun) pakket dekzand afgezet. Het dekzand behoort tot de Formatie van 11 Boxtel. 12

DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. 13

In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. Hieruit blijkt dat de ondergrond bestaat uit fijn zand dat grover wordt naar beneden toe. Tevens zijn er kleilaagjes aangetroffen. 7 8 9

Mulder et al., 2003. Alterra, 2003. Stichting voor Bodemkartering, 1976.

10 11 12

Berendsen, 2008. Berendsen, 2008. www.dinoloket.nl.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 4 van 20

Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied binnen een plateau-achtige horst (zie figuur 5). 14

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op een uitloper van een hoger gelegen rug in het landschap (zie figuur 6). Ten zuiden van het plangebied is de natuurlijke verhoging goed zichtbaar, ten noorden de antropogene verhoging in de vorm van de A50. Binnen het plangebied is er sprake van een verloop van hoog naar laag van zuid naar noord. In de zuidoostelijke hoek ligt het maaiveld op ca. 15,5 m NAP, in de noordwestelijke hoek op ca. 13,5 m NAP. Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het plangebied gekarteerd als veldpodzolgronden in het noorden en haarpodzolgronden in het zuiden (zie figuur 7). Veldpodzolgronden zijn humuspodzolgronden met een humushoudende bovengrond die dunner dan 15 30 cm is en waarin de ijzerhuidjes op de zandkorrels direct onder de B-horizont ontbreken. De gronden bestaan overwegend uit leemarm matig fijn zand. Op de Peelhorst wordt meestal een grofzandige en/of grindrijke ondergrond aangetroffen. Deze begint tussen de 40 en 120 cm diepte en is aangegeven met toevoeging …g. 16

De bovengrond is veelal 15 à 25 cm dik, zeer donker grijs of zwart van kleur. In niet ontgonnen toestand is de A1 5 à 7 cm dik. Direct onder de A1-horizont ligt plaatselijk een scherp begrensde, 5 à 10 cm dikke A2-horizont, de zogenaamde loodzandlaag. De B-horizont vertoont verschillen in kleur en dikte die samenhangen met de ontstaanswijze en veelal samengaan met de relatieve hoogteligging in het terrein. De gronden met een diepe grondwaterstand hebben een scherp begrensde bruine tot roodbruine B-horizont, die vaak verkit is en slecht doorwortelbaar. De C-horizont is bovenin bruingeel en gaat naar beneden over in grijsgeel, uiterst humusarm zand. Haarpodzolgronden zijn gronden met ijzerhuidjes rondom de zandkorrels direct onder de B2-horizont 17 en een dunne A1 (dunner dan 30 cm). Bij de niet ontgonnen gronden is de A1-horizont slechts enkele centimeters dik en zeer humeus, soms zelfs humusrijk. Bij de ontgonnen gronden is de A2 geheel of gedeeltelijk in de ca. 25 cm dikke bouwvoor opgenomen. Haarpodzolgronden hebben vaak een B2h-horizont. Aan de onderzijde hiervan is een verkit ijzerbandje aanwezig – de B2ir-horizont – dat de wortelontwikkeling ernstig kan belemmeren. De B2-horizont wisselt sterk in dikte. Gemiddeld is ze echter dunner dan die van de veldpodzolgronden. Vaak treft men in de B- en de C-horizont nagenoeg horizontaal verlopende fibers aan.

Men treft haarpodzolgronden in de hoogste delen van het landschap aan. 13 14 15 16 17

DINO boornummers B45E0640, B45E0072 en B45E0641. www.ahn.nl. Stichting voor Bodemkartering, 1976. Stichting voor Bodemkartering, 1976. Stichting voor Bodemkartering, 1976.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 5 van 20

Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. 18

Tabel II.

Grondwatertrappenindeling

Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII"

VIII

GHG (cm -mv)

-

<40

<40

>40

<40

40-80

>80

> 140

GLG (cm -mv)

<50

50-80

80-120

80-120

>120

>120

>120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VIII. Deze grondwatertrap maakt het plangebied een ongunstige/gunstige vestigingslocatie voor landbouwsamenlevingen. Vanwege deze diepe grondwaterstand is niet te verwachten dat de toekomstige bebouwing het grondwaterpeil zal beïnvloeden. 2.6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erf19 goed (RCE). In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMKterreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd.

18 19

De Bakker en Locher, 1990. Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 6 van 20

Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Noord-Brabant In de CHW-kaart van de provincie Noord-Brabant heeft de provincie het provinciaal ‘belang aangeduid’. Dit belang bestaat uit 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen. In de 21 cultuurhistorische landschappen heeft de provincie verschillende cultuurhistorische vlakken gedefinieerd. Van al deze landschappen en vlakken zijn beknopte beschrijvingen gemaakt. De 16 archeologische landschappen hebben tot doel om het bodemarchief in de bewuste gebieden duurzaam en in samenhang te behouden. Het plangebied ligt niet in cultuurhistorische en archeologische landschap. 20

AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied liggen drie AMKterreinen (zie bijlage 2 en figuur 8). Vrijwel aansluitend aan het plangebied, ten zuiden, ligt een beschermd terrein van zeer hoge archeologische waarde. Het betreft een terrein met oorspronkelijk drie grafheuvels. Eén van de drie heuvels is geëgaliseerd bij de aanleg van een gasleiding. Bij de aanleg van die leiding is de heuvel onderzocht en gedateerd in de Midden-Bronstijd. Deze datering wordt ook aangehouden voor de andere twee heuvels. Drie andere heuvels binnen het terrein bleken bij nader onderzoek in 2001 stuifduinen te zijn. De verstoorde heuvel is onderzocht en hierbij zijn een Drakenstein-urn (nabijzetting) en een inhumatiegraf aangetroffen. De basis waarop de begrenzing van het monument is vastgesteld, is onduidelijk.

Op 380 m ten zuiden van het plangebied ligt een bescherm terrein van zeer hoge archeologische waarde, waar een Romeinse nederzetting is aangetroffen. Ook zijn er sporen uit de IJzertijd en uit de eerste helft van de Midden-Bronstijd aangetroffen. Karrensporen en enkele scherven zullen uit de Late-Middeleeuwen stammen. Direct ten noordwesten van het terrein zouden bij ontzandingen urnen zijn aangetroffen. Op 410 m ten zuidoosten van het plangebied ligt een terrein van hoge archeologische waarde. Hier is bij ontzandingen aardewerk verzameld uit profielen. Het gaat om aardewerk gedetermineerd als Hilversum, Drakenstein en Laren. Er wordt een nederzetting verwacht uit de Bronstijd – Romeinse tijd. Net buiten het onderzoeksgebied, op 550 m ten noordoosten van het plangebied, ligt nog een terrein met grafheuvels. Tevens omvat dit terrein een urnenveld. Het terrein is deels opgegraven in het kader van de uitbreiding van de A50. 21

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal veertien archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken, booronderzoeken (verkennend/karterend), proefsleufonderzoeken, archeologische begeleidingen van graafwerkzaamheden en opgravingen (zie bijlage 3 en figuur 8).

20 21

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 7 van 20

Er is een lange geschiedenis van archeologisch onderzoek in de directe omgeving van het plangebied. Sinds in 1934 het zogenaamde Vorstengraf van Oss werd aangetroffen (ca. 350 m ten noorden van het plangebied), zijn er meerdere verkenningen, proefsleuven en opgravingen uitgevoerd door met name het Rijksmuseum der Oudheden en de Universiteit Leiden (Archol). Ook de ROB (nu RCE) heeft meerdere onderzoeken uitgevoerd, met name om de monumenten te waarderen. De oudere onderzoeken die samenhangen met het terrein rondom het vorstengraf en de grafheuvels zijn samengevat in het rapport van het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd door Archol in 2005 (OM-nr 22 2032462100). Onderstaande informatie is, tenzij anders vermeld, uit dit rapport afkomstig. In 1933 werd het Vorstengraf van Oss ontdekt. Onder een grote heuvel, met een doorsnee van 53 m, waren in een bronzen situla de gecremeerde resten van een oudere man bijgezet. Niet alleen de situla, ook een ijzeren Mindelheimzwaard met goudbeslag op het gevest, overige wapens en werktuigen van metaal en onderdelen van paardentuig klasseren het graf van Oss als een van de rijkste vorstengraf in het Beneden-Rijngebied. In de jaren ’60 van de vorige eeuw werden er plannen ontwikkeld, waarbij er een verkeersknooppunt zou komen te liggen op de Zevenbergen. Prof. Dr.

Modderman kende de grafheuvelgroep en in overleg met de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB, huidige RCE) werd besloten dat hij met studenten een waarderend onderzoek zou instellen. Dit werd uitgevoerd in 1964 en 1965 (OM-nr 2770568100). Er werden zeven heuvels ingemeten en twee heuvels werden onderzocht middels opgravingen. In 2002 werd duidelijk dat de groep grafheuvels, bekend als Zevenbergen, niet behouden kon worden door de uitbreiding van de A50. In 2004 en 2005 zijn er opgravingen uitgevoerd om het monument ex situ te behouden. Het Vorstengraf is ingegraven in een grafheuvel uit de Bronstijd, die daarna door een nieuw heuvellichaam werd bedekt. In de directe nabijheid lag een drietal oudere heuvels uit het Laat-Neolithicum en de Bronstijd. Het Vorstengraf lag aan de noordrand van een urnenveld uit de Vroege-IJzertijd. In het onderzoeksgebied is sprake van een haarpodzolgrond en de grafheuvels liggen duidelijk hoger in het landschap nabij een breuklijn. Bij de opgraving van 1964 is onder één van de heuvels een inhumatiegraf aangetroffen. Er was enkel een lijkschaduw overgebleven, waaruit bleek dat de persoon gestrekt op zijn/haar rug was begraven. De heuvel die werd opgeworpen was 60 cm hoog. In het heuvellichaam is een urn met crematieresten aangetroffen.

Het zou hier kunnen gaan om een na-bijzetting, waarmee ook de kringgreppel mogelijk geassocieerd kan worden. De datering van deze heuvel is onduidelijk, mogelijk VroegeBronstijd voor het inhumatiegraf en Midden-Bronstijd voor de urn en kringgreppel. De tweede heuvel was rond van vorm, maar lag over een ovale kringgreppel met daarbuiten een dubbele paalzetting, vermoedelijk daterend uit de Late-Bronstijd. Er werd materiaal aangetroffen uit de Vroege-IJzertijd in het heuvellichaam, die na-bijzettingen betreffen. Er werd geen centraal graf aangetroffen vanwege een verstoring door karrensporen. Een aanvullende kartering situeerde een mogelijk urnenveld ten noordoosten van de bekende grafheuvels. Tijdens de opgravingen uit 2004 en 2005 zijn er ook drie inhumatiegraven uit de Middeleeuwen aangetroffen. Het gaat waarschijnlijk om terechtgestelden. Eén van de drie had namelijk de handen op de rug gebonden en een diepe verstoring nabij de graven kon worden geïnterpreteerd als het paalgat van de galg die hier, op basis van historische bronnen, werd geplaatst.

22

Fokkens, Jansen en Van Wijk, 2009.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 8 van 20

In het noordelijk deel van het onderzoeksterrein zijn resten van een landweer aangetroffen uit de Late-Middeleeuwen. Deze bestond uit twee parallelle zones van meerdere rijen paalsporen. Tussen de beide rijen ligt een open ruimte van ongeveer 5 meter breed. Aan weerskanten van de palenrijen bevindt zich een greppel, beide ongeveer 1 meter breed in het vlak. Zeer waarschijnlijk is het de grens tussen de Meierij van ’s-Hertogenbosch en het Land van Ravenstein. Er is één onderzoek dat niet specifiek verbonden is met de monumenten of de grafheuvels. Op 500 m ten zuidoosten van het plangebied is een bureauonderzoek en een veldinspectie uitgevoerd. Het plangebied is opgedeeld in twee delen, een noordelijk deel en een zuidelijk deel. In het noordelijk deel is een behoud van dubbelbestemming geadviseerd, waarbij de plannen niet dieper mogen reiken dan 30 cm onder maaiveld. Het geplande gebruik als landbouwgrond met natuurbeheer voldoet aan deze regel. Het zuidelijke deel is in het verleden afgegraven voor zand- en/of grindwinning. Dit terrein is vrijgegeven voor verdere ontwikkeling. De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat er sprake is van een bijzonder ritueel landschap rond het plangebied. Rondom het Vorstengraf zijn er graven gevonden die dateren uit het Laat-Neolithicum, de Bronstijd en de IJzertijd.

Op het grafveld OssZevenbergen zijn er graven aangetroffen uit de Bronstijd, IJzertijd en Middeleeuwen. De landschappelijke situatie komt overeen met het verwachte landschap in het plangebied. 23

Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan 27 vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). Het merendeel van deze vondstmeldingen betreft de monumenten. Negen vondstmeldingen betreffen een grafheuvel, zonder verdere vondsten en nog eens vier vondstmeldingen betreffen resten van (crematie)graven. De vondsten wijzen op een datering tussen het Neolithicum en de IJzertijd, met een nadruk uit de Bronstijd en IJzertijd. De vondsten aangetroffen binnen en straal van 400 m van het plangebied dateren vrijwel uitsluitend uit het Neolithicum t/m de IJzertijd. Er is één uitzondering, namelijk op 300 m ten zuiden van het plangebied. Hier is in 1980 bij graafwerkzaamheden materiaal verzameld uit de Nieuwe tijd. Het betreft wat gedraaid aardewerk, een kleipijpje en wat spijkers. De grafheuvels liggen ten noordwesten en ten zuiden van het plangebied. Mogelijk zijn enkele meldingen dubbel, aangezien ze afkomstig zijn uit literatuur en veldwaarnemingen. Ten zuiden van het plangebied is tevens een urnenveld uit de Bronstijd-IJzertijd gemeld (OM-nr 2904647100).

Deze melding is afkomstig van een veldinspectie tijdens de aanleg van de aardgasleiding langs de westgrens van het plangebied en heeft geleid tot de monumentstatus die het terrein nu heeft. Tijdens deze inspectie zijn ook enkele klingen aangetroffen. De grafheuvels worden ook in deze melding genoemd. Er wordt opgemerkt dat de heuvels duidelijk als grafheuvels herkenbaar zijn, waarbij een tweetal heuvels als twijfelachtig worden bestempeld. Deze twee heuvels hebben namelijk een zeer geringe hoogte (10 en 30 cm). Op 450 meter ten zuiden van het plangebied bevindt zich een vindplaats die dateert uit de VroegeMiddeleeuwen. Er zijn verschillende fragmenten aardewerk uit deze periode geregistreerd. De landweer uit de Late-Middeleeuwen (zoals beschreven bij de onderzoeken) bevindt zich net buiten het onderzoeksgebied, op 600 meter ten noorden van het plangebied. Wetenschappelijke publicaties, archieven en provinciaal archeologisch depot 23

Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 9 van 20

In het kader van dit bureauonderzoek zijn verschillende publicaties geraadpleegd met betrekking tot 24 het Vorstengraf en de onderzoeken in het kader van de uitbreiding van de A50. Er heeft verder geen archiefonderzoek plaatsgevonden, omdat er voldoende informatie uit de geraadpleegde literatuur gehaald kon worden. Aanvullende informatie Voor aanvullende informatie is contact gezocht met de plaatselijke Heemkundevereniging De Elf Rotten en met de Stichting Archeologie Maasland (SAM), maar dit heeft binnen het tijdsbestek van de uitvoering van dit onderzoek geen aanvullende informatie opgeleverd. 2.7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft e door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Korte bewoningsgeschiedenis van Heesch In deze paragraaf wordt een bespreking van de bewoningsgeschiedenis van de streek gegeven. Een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland wordt weergegeven in bijlage 5. Factoren die een rol speelden bij het ontstaan van de eerste nederzettingen waren bodemgesteldheid en ligging aan een kruispunt van wegen. De oudste woonkern van Heesch, die tevens kerkelijk en bestuurlijk centrum werd, was het latere Kerkeind, het gebied rond Goorstraat, Lindenlaan, Hoogstraat en Osseweg. Hier bevond zich een van nature wat hogergelegen gebied dat in het westen, noorden, oosten en zuiden begrensd werd door lagergelegen grond. In het noorden vormden het Goor en de waterloop de Run de natuurlijke begrenzing, in het westen was dit het drassige gebied van de Pas, beemdgrond.

In het zuiden bevond zich een lage strook grond met waterloop, die onmiddellijk weer overging in hoger gelegen grond: Den Hoogen. Rond dit door natuurlijke grenzen omsloten gebied groepeerden zich een aantal boerenhoeven, van waaruit het omliggende gebied werd ontgonnen. Het gebied werd als bouwland en weidegrond in gebruik genomen. De strook grond waaromheen de hoeven gegroepeerd lagen had inmiddels het karakter gekregen van een plein, dat door de verbindingswegen met andere woonkernen een driehoekige vorm kreeg. In het noordwesten was dit de verbindingsweg met de opkomende nederzettingen Oss en Geffen, in het oosten de weg naar Schaijk en Herpen, in het zuiden de weg naar Nistelrode en het zuidwesten de weg naar de nieuwe ontginningen in Vinkel. Het plein was gemeenschappelijk eigendom en werd gebruikt voor de opstal van het vee. De mest die de veestapel produceerde werd gebruikt voor de bemesting en het bouwrijp maken van de grond direct achter de hoeven. Hier werden gewassen voor de eerste levens25 behoeften geproduceerd: met name rogge en tarwe. De naam Heesch gaat terug op het Oudhoogduitse "haisjo", dat "kreupelhout" betekent. Deze verklaring spoort goed met de oorspronkelijke kleinschaligheid van het landschap in deze omgeving. ‘Heesch’ mag overigens niet worden verward met "Hese", de middeleeuwse naam van het grondgebied van Rosmalen en Nuland.

Het dorp Heesch wordt als Heze in 1191 voor het eerst genoemd in 24 25

Fokkens, Jansen en Van Wijk, 2009; Fontijn, Van der Vaart en Jansen, 2013. Heemkundekring De Elf Rotten, Heesch (www.de-elf-rotten.nl)

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 10 van 20

een document. Daarin worden de tienden van ‘Heze’ genoemd. Vóór 1298 is al sprake van een gemeynt (gemeenschappelijke grond) van de inwoners van Heesch. Op 18 oktober 1329 gaf de hertog een complex gemeenschappelijke gronden uit. Uit 1364 stamt de eerste vermelding van schepenen, dus van een eigen dorpsbestuur. Vanouds was Heesch een agrarische gemeente met overwegend schrale zandgronden. Maar een beperkt gedeelte was geschikt voor het verbouwen van rogge, haver en boekweit. Naast de landbouw was zeer bepalend voor de geschiedenis van Heesch dat het dorp halverwege ’s-Hertogenbosch en Grave ligt. Voetgangers, ruiters en rijtuigen gebruikten het dorp als pleisterplaats. Ook de paardenposterij had er een station. De aanleg van de straatweg ’sHertogenbosch-Grave in de periode 1818-1836 maakte van Heesch, tot dan toe een verzameling e gehuchten, een straatdorp met lintbebouwing. Aan het eind van de 18 eeuw telde Heesch nog net 26 geen 1.300 inwoners. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

1816

Gemeente Heesch, sectie B, blad 002

1:2.500

Hakhout en heide

Hakhout, heide en bouwland. De weg van ’s-Hertogenbosch naar Grave loopt ten noorden van het plangebied. Ten oosten van het plangebied ligt de kern van Heesch.

1868

45 E

1:50.000

Bos en heide. Er lopen twee wegen door het oosten van het plangebied.

Weiland, heide en bos. De weg van ’s-Hertogenbosch naar Grave is verhard.

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1870

45 E

1:50.000

Situatie onveranderd

Situatie onveranderd

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1899

45 E

1:50.000

Bos

Situatie onveranderd

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1913

45 E

1:50.000

Situatie onveranderd

Situatie onveranderd

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1928

45 E

1:50.000

Situatie onveranderd

Situatie onveranderd

Topografische kaart

1943

45 E

1:25.000

Situatie onveranderd

Situatie onveranderd

Topografische kaart

1956

45 E

1:25.000

De wegen zijn verdwenen, binnen het plangebied lijken delen begroeid met heide.

De grond ten noorden en westen van het plangebied is in gebruik genomen als akker en weide. De heidegebieden zijn kleiner geworden.

Topografische kaart

1967

45 E

1:25.000

Er is bebouwing in het plangebied.

Ten noorden van de weg van ’sHertogenbosch naar Grave is een woonwagenkamp aangelegd.

Topografische kaart

1978

45 E

1:25.000

Bebouwing is toegenomen.

Ten noorden van het plangebied is de A50 aangelegd. Er zijn twee plassen water aangelegd ten noorden en westen van het plangebied.

Kadastrale minuut

27

Militaire topografische kaart (nettekening)

26 27 28

28

Brabants Historisch Informatiecentrum (www.bhic.nl) Beeldbank Cultureelerfgoed Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 11 van 20

Topografische kaart

1988

45 E

1:25.000

Situatie onveranderd

Situatie onveranderd

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied sinds 1967 bebouwd is (zie figuur 9). Voor die tijd was het vooral in gebruik als bos en/of heide. Enkele wegen hebben het plangebied doorkruist. De grootste verandering in de omgeving betreft de aanleg van de A50. Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied Het plangebied ligt niet binnen een 50 m attentiezone van zowel gemeentelijke monumenten als een MIP monument. Archeologisch monument 571 is tevens een rijksmonument, wat overigens ook geldt voor archeologische monument 1036. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Bernheze is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd (contactpersoon mevrouw H. van Doorn). De eerste vergunning in het bouwdossier stamt uit 1969 en betreft de bouw van een woonhuis met bijgebouw. Uit de begeleidende tekeningen is op te maken dat de woning tot ca. 1 m beneden maaiveld is gefundeerd. In 1989 is er een vergunning aangevraagd voor het verbouwen van de zolder, er is echter geen besluit op deze aanvraag aanwezig in het dossier. Deze aanpassingen hebben echter, indien uitgevoerd, geen invloed gehad op het bodemarchief. In 2003 is er een aanvraag ingediend voor het verbouwen van de woning en de berging, deze vergunning is verleend in 2004. Volgens de bouwtekeningen reiken de funderingen tot 1,15 m beneden maaiveld.

Tijdens de bouw bleek bij een inspectie dat er een bijgebouw is geplaatst, wat niet binnen de vergunning viel. Dit kantoor is achteraf gelegaliseerd. In het bouwdossier is tevens een brief aanwezig (d.d. 7 maart 2013), waarin wordt aangegeven dat het bestemmingsplan “buitengebied Bernheze” in werking is getreden. Het vakantiepark is hierin opgenomen en er mogen 19 vakantiehuisjes 2 en 140 m bedrijfsbebouwing aanwezig zijn. Ten tijde van deze brief zijn er slechts 17 vakantiehuisjes gerealiseerd. Voor de twee vakantiehuisjes waar nog ruimte voor is, is in 2015 een vergunning verleend. Deze twee vakantiewoningen hebben een fundering tot 80 cm onder maaiveld. Hoewel er geen bouwvergunning in het dossier aanwezig is voor de 17 andere vakantiewoningen, wordt er verwacht dat zij op eenzelfde manier zijn gefundeerd. Tabel IV geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor de onderzoekslocatie. Tabel IV.

Verleende bouwvergunningen

Naam aanvrager

Jaartal

Omschrijving

J. Kempen

1969

Verlening bouwvergunning woning met berging. Fundering op poeren ca. 1 m onder maaiveld.

J. Kempen

1989

Aanvraag bouwvergunning verbouwing zolder van bestaande woning.

T. van Bakel

2003

Verlening vergunning voor het verbouwen van woonhuis en berging.

T. van Bakel

2004

Verlening bouwvergunning voor een kantoor, funderingen tot 1,15 m -mv

T. van Bakel

2004

Verlening vergunning voor het verbouwen van een woning en het oprichten van een bijgebouw (legalisatie)

A.J.L. van Bakel

2015

Bouw vakantiewoningen, fundering 80 cm onder maaiveld.

Tweede Wereldoorlog

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 12 van 20

Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plange29 bied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. 30

Hoewel er een vliegveld nabij Heesch gelegen was en het plangebied zich nabij het operatieterrein 31 van Market Garden bevindt , zijn er geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn.

2.8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel V.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting/Complextype

Te verwachten resten en/of sporen

Relatieve diepte t.o.v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Laag

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Mesolithicum

Laag

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen, metaalresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

IJzertijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Romeinse tijd

Hoog

Akkerlaag en/of nederzettingssporen, grafvelden, rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk, natuursteen, metaalresten, glasresten, houtskool, botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Vroege-Middeleeuwen

Hoog

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk, metaal¬resten, glasresten, houtskool, botresten, organische resten en gebruiksvoorwerpen

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Late-Middeleeuwen

Middelhoog

Sporen van agrarische bedrijfsvoering: ontginningssporen, kleine fragmenten aardewerk

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

29

Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 – 1994/ikme.nl/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990. 30 31

Zwanenburg, 1990. Ikme.nl

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 13 van 20

Nieuwe tijd

Middelhoog

Sporen van agrarische bedrijfsvoering: ontginningssporen, kleine fragmenten aardewerk

Onder de bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Uit de landschappelijke ligging op de Peelhorst, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De afstand tot stromend water en het gebrek aan vondsten uit het Paleolithicum en Mesolithicum, ondanks de vele onderzoeken in de omgeving, maken de gespecificeerde verwachting voor het Paleolithicum en Mesolithicum laag. De eerdere onderzoeken in de omgeving geven aan dat het plangebied zich binnen een zeer bijzonder archeologisch landschap bevindt. In het verleden zijn er meerdere grafheuvels en urnenvelden aangetroffen uit het Neolithicum tot en met de IJzertijd. De verwachting voor deze periodes is dan ook hoog. Dit geldt ook voor de Romeinse tijd en Vroege-Middeleeuwen, hoewel het aantal bekende vondsten uit deze periodes aanzienlijk lager ligt. Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat het gebied lange tijd in gebruik is geweest als bosgebied. Een boerenerf of bewoning uit de Middeleeuwen of Nieuwe tijd is daarmee onwaarschijnlijk, maar er kunnen sporen verwacht worden van de ontginning van het terrein. Gezien de ruimtelijke spreiding van dergelijke sporen, is de verwachting voor de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd middelhoog. In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog.

De archeologische resten worden direct aan of onder het maaiveld verwacht. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld verwacht. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft, betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. Het plangebied is in gebruik geweest als bos en heide en is momenteel in gebruik als vakantiepark. Door ploegen, rooiwerkzaamheden en bouwactiviteiten kunnen eventueel aanwezige archeologische waarden, die vanaf het maaiveld worden verwacht, mogelijk verloren zijn gegaan. 2.9

Conclusie bureauonderzoek

Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied is. Op basis van de onderzoeken in de omgeving geldt er een hoge gespecificeerde verwachting voor het Neolithicum tot en met de Vroege-Middeleeuwen. Voor de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt een middelhoge archeologische verwachting. Op basis van het landschap en het ontbreken van vondsten uit deze perioden, geldt er een lage verwachting voor het Paleolithicum en het Mesolithicum. Gezien de in dit bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 14 van 20

Gezien de omvang van het plangebied, de ligging in een bijzonder archeologisch landschap en het huidige gebruik als vakantiepark is in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode een verkennend booronderzoek. Verspreid in het plangebied dienen boringen te worden gezet met een om inzicht te krijgen in de toestand van het bodemprofiel. Tevens dient gekeken te worden naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Door middel van het verkennend booronderzoek dient te worden vastgesteld of er binnen het plangebied archeologische resten in situ te verwachten zijn.

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Doelstelling en onderzoeksvragen

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied. Tevens dient te worden vastgesteld wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting.

3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 (4.0, 07-06-2016) en Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 6 november 2018 door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. Op 7 november is het booronderzoek uitgevoerd door drs. M. Stiekema (fysisch geograaf) en E.M. de Boo van Uijen, MSc (archeoloog). In een deel van het plangebied mag niet worden geboord vanwege de aanwezigheid van een aardgasleiding (zie Figuur 14). Er is in drie raaien geboord met een afstand van 40 m tussen de raaien en een afstand van 50 m tussen de boringen. De raaien zijn verspringend ten opzichte van elkaar gezet, waardoor een systeem bestaande uit gelijkbenige driehoeken ontstaat. Bij het zetten van de boringen is rekening gehouden met de aanwezige verhardingen en gebouwen. In het veld is door de eigenaar gecontroleerd of de boringen niet in de buurt van de particuliere kabels en leidingen geboord werd. Hierdoor voldoet het grid niet volledig aan de gestelde maten. In totaal zijn er met behulp van een guts (diameter 1 cm) tien boringen tot maximaal 1,10 m -mv gezet en één boring is met behulp van een edelmanboor tot 1,10 m –mv gezet.

De boringen zijn lithologisch conform de Archeologische Standaard Boorbeschrij32 vingsmethode beschreven. De exacte locatie van de boringen (x- en y-waarden) is vastgelegd met behulp van meetlinten en de hoogtes zijn afgelezen van het AHN. Vanwege de aanwezige bomen was het niet mogelijk om gebruik te maken van de DGPS. Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, geen of slechts deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrand leem en bot. 32

Bosch, 2005.

Rapport 6391.002 versie 1

Pagina 15 van 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=4af3c6b7-e2e7-426c-8942-94e76ea3b76d