CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Broekhoek 52

Raadsvergadering 28 september 2023, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Broekhoek 52, Heesch24.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BROEKHOEK 52 HEESCH Bernheze

Bestemmingsplan

1/2

2/2

DATUM KENMERK

06-07-2023 NL.IMRO.1721.BPBroekhoek52HSC-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

Broekhoek 52 Heesch D.J.E.M. Gooijers MSc.

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

STEIN 20211543

AUTEUR STATUS

G. Veugen Ter vaststelling

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Plangebied

9

1.3

Geldend bestemmingsplan

10

1.4

Leeswijzer

11

Omschrijving planvoornemen

13

2.1

Bestaande situatie

13

2.2

Planhistorie

14

2.3

Planvoornemen

14

Hoofdstuk 3

Beleidskader

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

21

3.3

Regionaal beleid

23

3.4

Gemeentelijk beleid

25

Hoofdstuk 4

Milieuaspecten

29

4.1

Vormvrije m.e.r.­ beoordeling

29

4.2

Bodem

30

4.3

Water

30

4.4

Kabels en leidingen

36

4.5

Luchtkwaliteit

36

4.6

Wegverkeerslawaai

38

4.7

Verkeer en parkeren

39

4.8

Bedrijven en milieuzonering

41

4.9

Milieuhinder agrarische bedrijven

46

4.10

Externe veiligheid

48

4.11

Cultuurhistorie

54

4.12

Archeologie

56

4.13

Ecologie

57

Hoofdstuk 2

3/114

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

63

5.1

Algemeen

63

5.2

Toelichting op de verbeelding

63

5.3

Toelichting op de regels

63

Uitvoerbaarheid

67

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

67

6.2

Economische uitvoerbaarheid

68

Hoofdstuk 6

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Omgevingsvergunning Gezondheidscentrum

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Wegverkeerslawaai

Bijlage 4

Memo verkeer en parkeren

Bijlage 5

Aerius memo

Bijlage 6

Stikstofberekening gebruiksfase

Bijlage 7

Stikstofberekening aanlegfase

Bijlage 8

Quickscan Wet Natuurbescherming

Bijlage 9

Aanvullend ecologisch onderzoek

Bijlage 10

Advies externe veiligheid

Bijlage 11

Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling

4/114

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

95

Artikel 1

Begrippen

95

Artikel 2

Wijze van meten

99

Bestemmingsregels

101

Artikel 3

Gemengd

101

Artikel 4

Wonen

102

Artikel 5

Waarde ­ Archeologie 3

104

Hoofdstuk 3

Algemene regels

107

Artikel 6

Antidubbeltelregel

107

Artikel 7

Algemene bouwregels

108

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

109

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

110

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

111

Artikel 11

Overige regels

112

Overgangs­ en slotregels

113

Artikel 12

Overgangsrecht

113

Artikel 13

Slotregel

114

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

5/114

6/114

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Initiatiefnemer is voornemens om op het perceel aan de Broekhoek 52 te Heesch een complex met maximaal 12 rollatorgeschikte woningen te realiseren. Daarnaast wil initiatiefnemer graag het naastgelegen gezondheidscentrum een positieve bestemming geven en het gebruik als kantoor in de toekomst mogelijk houden. Het gebruik van het gezondheidscentrum is middels een omgevingsvergunning reeds vergund. Op grond van het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Bernheze' is de gewenste ontwikkeling niet mogelijk. De gemeente Bernheze heeft aangegeven deze ontwikkeling mogelijk te willen maken door op deze locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen. Dit bestemmingsplan voorziet in het nieuwe bestemmingsplan voor deze locatie.

1.2

Plangebied

Initiatiefnemer is eigenaar van de percelen kadastraal bekend als gemeente Heesch, sectie A en perceelsnummers: 5997 (365 m²), 6550 (135 m²) en 6579 (5.027 m²). De realisatie van de woningen is voorzien op deze percelen. Het gezondheidscentrum is volledig gelegen binnen het perceel 6579.

Figuur 1.1: Luchtfoto plangebied met kadastrale grenzen en perceelseigendom in rood en oranje

9/114

1.3

Geldend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen Bernheze' dat op d.d. 27 juni 2013 door de gemeenteraad van Bernheze is vastgesteld. De te ontwikkelen percelen zijn in dat bestemmingsplan bestemd als 'Kantoor' en 'Bedrijf'. Daarnaast geldt voor het gehele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Ten behoeve van de bedrijfsbestemming gelden aanvullend een bouwvlak, de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel – vloerbedekking en gordijnen', de maatvoering 'bouw­ en goothoogte: 10 m' en de maatvoering 'maximum bebouwingspercentage terrein: 70%'. Het plangebied van de ontwikkellocatie is in figuur 1.2 rood omlijnd. Het gezondheidscentrum is bestemd als 'Kantoor' met een bouwvlak, de maatvoering 'bouw­ en goothoogte: 10 m', de maatvoering 'bouw­ en goothoogte: 12 m' en de maatvoering 'maximum bebouwingspercentage terrein: 70%'. Het plangebied van het gezondheidscentrum is in figuur 1.2 oranje omlijnd. Voor het gebruik van het gebouw als gezondheidscentrum is, in afwijking van het bestemmingsplan, op 24 juli 2019 een vergunning verleend, zie bijlage 1.

Figuur 1.2: Fragment geldend bestemmingsplan (plangebied rood en oranje omlijnd) Strijdigheid met bestemmingsplan Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 12 rollatorgeschikte woningen binnen een nieuw op te richten (en toe te voegen) bouwvlak. Aangezien het gebruik van wonen hier niet is toegestaan en ter plaatse een bouwvlak ontbreekt, is sprake van strijdigheid met het bestemmingsplan.

10/114

Dit bestemmingsplan voorziet in een passende regeling voor de gewenste situatie van de beoogde woningen. Daarnaast wordt een passende regeling voor het reeds vergunde en in gebruik zijnde gezondheidscentrum opgenomen. Vanwege het feit dat een kantoor ter plaatse reeds is toegestaan en het gezondheidscentrum reeds vergund is, ziet de toetsing aan beleid (zie hoofdstuk 3) en milieu (zie hoofdstuk 4) uitsluitend op de ontwikkeling van de woningen.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt de huidige en toekomstige situatie beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de ontwikkeling getoetst aan de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieuhygiënische­ en planologische aspecten binnen het plangebied. In hoofdstuk 5 komt de juridische vormgeving van het plan aan de orde. Ten slotte komt in hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het project aan de orde.

11/114

12/114

Hoofdstuk 2 2.1

Omschrijving planvoornemen

Bestaande situatie

Het plangebied is gelegen nabij de westelijke entree van Heesch op de grens van het bedrijventerrein en de woonwijk Broekhoek. Aan de Broekhoek zijn aan de overzijde en ten noorden van het plangebied woningen gelegen. Aan de Broekhoek 52 is het pand van het voormalige tapijtcentrum gelegen. Dit tapijtcentrum is reeds gesloten. Het bedrijfspand bestaat uit één laag met een kap. Het pand heeft een goothoogte van circa 3 meter en een bouwhoogte van circa 7 meter. Het gezondheidscentrum is gelegen aan de Cereslaan 2, parallel aan de Bosschebaan. Het gezondheidscentrum bestaat uit twee en drie bouwlagen met een bouwhoogte van 10 meter en deels 12 meter. Aan de oostzijde van het gezondheidscentrum is een hellingbaan van circa 24 meter lang gelegen, die vanwege een 'sluis' niet als dusdanig in gebruik is voor minder validen. Tussen de bedrijfspand en het gezondheidscentrum zijn parkeervoorzieningen gesitueerd. Onder het gezondheidscentrum is tevens een parkeergarage aanwezig.

Figuur 2.1: Luchtfoto met ligging plangebied (Bron: Esri Nederland i.s.m. kadaster en Nationaal Georegister)

13/114

Figuur 2.2: Zicht op plangebied (bron: streetview.google.com, opnamedatum november 2020)

2.2

Planhistorie

Vergunning gezondheidscentrum Voor het gebruik van het pand aan de Cereslaan 2 als gezondheidscentrum is op 24 juli 2019 een vergunning verleend, zie bijlage 1. Middels de zogenaamde kruimelgevallenregeling is het gebruik van het pand als gezondheidscentrum aanvullend op de huidige bestemming 'Kantoor' toegestaan. Principeakkoord woningen Op 5 januari 2021 heeft initiatiefnemer een principeverzoek ingediend voor het oprichten van woningen op het perceel Bosschebaan / Broekhoek te Heesch. De gemeente geeft in haar reactie op het principeverzoek d.d. 8 oktober 2021 aan positief tegenover de ontwikkeling te staan en is bereid planologische medewerking te verlenen door voor deze locatie een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

2.3

Planvoornemen

2.3.1 Beoogde situatie Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van een appartementengebouw met maximaal 12 woningen. Hiervoor wordt het pand aan de Broekhoek 52 geamoveerd. De 12 woningen betreffen rollatorgeschikte woningen. De in de basis levensloopbestendige woningen zijn rollatorgeschikt. De woningen zijn onder andere drempelloos, kennen brede doorgangen en extra ruimte in de bad­ en slaapkamer. Hiermee zijn de woningen geschikt voor een brede doelgroep. Dit is nader uitgewerkt in de toetsing aan de Woonvisie, zie paragraaf 3.4.2. De nieuwbouw wordt gepositioneerd aan de zijde van de Bosschebaan op de hoek met de Broekhoek. Het nieuwe gebouw vormt zo een afronding van de entree van Heesch aan de Bosschebaan en het begin van het bewoonde deel van Heesch.

14/114

Het pand wordt geplaatst in de naar de weg gekeerde rooilijn van het gezondheidscentrum. De contour van het pand ligt aan de achterzijde gelijk aan de lijn van de achtergevel van het gezondheidscentrum. Enkel het trappenhuis met lift ligt buiten deze contour. De footprint van het bouw bedraagt circa 400 m2. Het volume bestaat uit drie bouwlagen met een maximale bouwhoogte van 10 meter, gelijk aan de maximaal toegestane bouwhoogte van het gezondheidscentrum. Op elke etage worden vier woningen in de vorm van (huur)appartementen gerealiseerd.

Figuur 2.3: Voorstel situering nieuwbouw en omgeving

15/114

2.3.2 Inrichting buitenruimte De noordzijde van het plangebied wordt ingericht met parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen sluiten aan op het bestaande parkeerterrein van het gezondheidscentrum. De bergingen voor de woningen worden los van het bouwvolume van de woningen op het terrein gerealiseerd. De bestaande, niet als dusdanig in gebruik zijnde, hellingbaan van het gezondheidscentrum wordt ter plaatse gesloopt. De twee overige hellingbanen van het gezondheidscentrum blijven behouden, daarmee blijft het gezondheidscentrum goed bereikbaar voor minder validen. Het gezondheidscentrum is bereikbaar via de parallelweg die aan de Cereslaan ligt. Via deze weg zijn de woningen eveneens bereikbaar. De woningen zelf zijn eveneens bereikbaar via één inrit aan de Broekhoek, die de oude inrit vervangt. De bestaande inritten aan de Broekhoek, van het gezondheidscentrum en van het bedrijfspand, komen te vervallen ten behoeve van één nieuwe inrit ter hoogte van de huidige inrit van het bedrijfspand. Zie verder paragraaf 4.7. De huidige groenstrook met bomen aan de Broekhoek blijft als zodanig behouden.

16/114

Hoofdstuk 3

3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op Rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: a. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie b. Duurzaam economisch groeipotentieel c. Sterke en gezonde steden en regio's d. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win­win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b.

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing De NOVI wordt gekenmerkt door een hoog abstractie­ en schaalniveau. Eén van de nationale belangen die relevant is voor het voorliggende bestemmingsplan is een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Hier wordt aan voldaan. Voor het overige is geen concreet beleid op nationaal niveau geformuleerd dat van belang is voor het voorliggend bestemmingsplan. De in de NOVI genoemde nationale belangen worden door de voorgenomen ontwikkelingen niet geschaad.

17/114

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR (voorloper NOVI). Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekend dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie­ en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Op het plangebied zijn geen voorwaarden van toepassing op basis van het Barro. 3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening en ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Wel of geen stedelijke ontwikkeling In het plangebied worden maximaal 12 )woningen gerealiseerd in één bouwblok van 3 woonlagen. De grens van een stedelijke ontwikkeling ligt bij woningen op basis van jurisprudentie op circa 11 woningen.

Wonen is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Bernheze' (vastgesteld op 27 juli 2013). Uitgangspunt is dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen zoveel mogelijk gerealiseerd moeten worden binnen het 'bestaand stedelijk gebied'. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Beschrijving behoefte De relevante regio voor wonen is de subregio 's­Hertogenbosch e.o. binnen de regio Noordoost Brabant.

18/114

Figuur 3.1: Woonregio's (Bron: Brabantse Agenda Wonen, september 2017) In de Brabantse Agenda Wonen Voortgangsrapportage staat dat er in de regio Noordoost Brabant in de periode 2020­2030 nog 33.100 woningen nodig zijn en er slechts harde plancapaciteit is voor 13.000 woningen. Ook is de regionale plancapaciteit in beeld gebracht. De gemeente Bernheze heeft een feitelijke woningvoorraad van 12.715 woningen (juni 2020) en een woningbouwopgave van ruim 1.615 woningen in de periode 2020­2030. Op basis van informatie van de BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) telt de gemeente Bernheze op 10 oktober 2021 12.861 woningen. In de woningbouwopgave komen nog ruim 1.450 woningen tekort tot 2030. Er is daarom behoefte aan nieuwe harde plancapaciteit. De behoefte aan extra woningen is herbevestigd in de bevolkings­ en woningbehoefteramingen die de provincie Noord­Brabant in 2020 naar buiten heeft gebracht. Brabant heeft 120.000 extra woningen nodig tot 2030 en 160.000 tot 2035. Uit de Brabantse Agenda Wonen blijkt dat de provincie in lijn met de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking ruim baan wil geven bij herontwikkeling. Plannen voor herbestemming van leegstaande gebouwen of plannen voor inbreiding krijgen voorrang op uitbreidingslocaties volgens paragraaf 6.4 uit de Omgevingsvisie Noord­Brabant.

Toetsing De toevoeging van 12 woningen in bestaand stedelijk gebied past binnen het beleid van de Omgevingsvisie Noord­Brabant.

19/114

3.1.4 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het kabinet heeft in de SVIR (voorloper NOVI) vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen, bijvoorbeeld voor defensie en waterveiligheid, de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. Het gaat daarbij om het beschermen van de nationale belangen. Naar aanleiding van een advies van de Raad van State voorziet het Barro ook in een bij dit besluit behorende ministeriële regeling (Rarro). Toetsing Het plangebied ligt vanuit de Rarro in het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. Dit houdt in dat, teneinde het ongestoord functioneren van radarcommunicatieapparatuur op de vliegbasis te waarborgen, er rond de vliegbasis een cirkel met een straal van 15 nautische mijl (=27,8 km) geldt, gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied dient voor ieder obstakel, hoger dan 65 meter +NAP, te worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Volgens de Algemene Hoogtekaart Nederland ligt het plangebied op een hoogte van ongeveer 7,3 meter +NAP. De beoogde bebouwing is maximaal 10 meter hoog. De hoogte van de beoogde woningen sluit aan op de hoogte van de huidige bebouwing van het medisch centrum. De uiteindelijke hoogte bedraagt dus 17,3 meter +NAP. Binnen het plangebied worden geen objecten gerealiseerd met een hoogte van 65 meter +NAP.

Het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel wordt door het plan derhalve niet belemmerd.

Figuur 3.2: Radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel (Bijlage 8.4. bij de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening – Staatscourant 2012 nr. 18324 7 september 2012) Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het Rijksbeleid.

20/114

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie Noord­Brabant In de Omgevingsvisie Noord­Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord­Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord­Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord­Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: y Werken aan de Brabantse energietransitie y Werken aan een klimaatproof Brabant y Werken aan de slimme netwerkstad y Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de provincie Noord­Brabant ook in de toekomst goed wonen, werken en verblijven is. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing Stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Herbestemmen wordt gezien als het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings­ en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied.

Hier liggen namelijk de kansen om de forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar te realiseren. De beoogde ontwikkeling draagt hieraan bij. 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim Omgevingsverordening (Iov N­B) is een eerste stap op weg naar de definitieve Omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim Omgevingsverordening. De Iov N­B is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van Iov N­B zijn de instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Hierin staan de regels die voorheen opgenomen waren in de Verordening ruimte. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd.

Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen.

21/114

Net als bij de Verordening ruimte (voorloper Interim Omgevingsverordening) zijn ook hier regels voor ontwikkelingen gekoppeld aan werkgebieden (structuren) en aanduidingen. Het plangebied ligt binnen het stedelijk concentratiegebied.

Figuur 3.3: Uitsnede kaart 3: Stedelijke ontwikkeling en erfgoed. Globale ligging plangebied in het stedelijk concentratiegebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Hoofdregel van het beleid is dat stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden binnen het bestaand stedelijk gebied, wat bestaat uit het stedelijk concentratiegebied en de kernen in het landelijk gebied. In en rondom de kernen in het landelijk gebied staat het voorkomen van verdere aantasting van het buitengebied centraal. Concentratie van verstedelijking Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Zorgvuldig ruimtegebruik De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik.

Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen.

22/114

Meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap. Toetsing Op basis van artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het stedelijk gebied te liggen. Het bestemmingsplan dient daarbij te zijn voorzien van een onderbouwing dat: y de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; y het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Voor wat betreft de regionale afspraken wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3 (ladder voor duurzame ontwikkeling). De beoogde ontwikkeling voorziet in ruimte voor wonen voor inwoners van de gemeente Bernheze zelf. De beoogde ontwikkeling voorziet tot slot in het herbenutten van gronden gelegen in bestaand stedelijk gebied ten behoeve van een ontwikkeling die voor wat betreft functie, stedenbouw en architectuur aansluit bij het karakter en kwaliteit van de plek.

Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Brabantse Agenda Wonen De provincie Noord­Brabant telt verscheidene regionale woningmarkten, elk met hun eigen regiospecifieke en gemeentelijke karakteristieken, kwaliteiten, ontwikkelingen en opgaven. Dit hangt onder meer samen met de economische dynamiek in de regio en de positie van de regio in het grotere geheel van nationale en internationale netwerken. Ook regionale en gemeentelijke verschillen in groei of krimp van de bevolking en veranderingen in de leeftijds­ en huishoudenssamenstelling spelen een belangrijke rol. De provincie kent een flinke woningbouwopgave heeft, met een sterk accent op de eerstkomende 10 tot 15 jaar. Tot 2031 zullen er jaarlijks 12.000 woningen aan de voorraad moeten worden toegevoegd blijkt uit de Voortgangsrapportage 2021/2022 van de Brabantse Agenda Wonen. Hierbij gaat het niet alleen om het wonen 'sec'; het voorzien in de behoefte van huishoudens aan voldoende en geschikte woonruimte. Meer en meer gaat het ook om de meerwaarde van het wonen als een van de drijvende krachten achter tal van sociaal­maatschappelijke en ruimtelijk­kwalitatieve (transitie) opgaven zoals leegstand, economische structuurversterking, mobiliteit en bereikbaarheid, duurzaamheid en energie, klimaatadaptatie, sociale veerkracht en erfgoed.

23/114

Met de Brabantse Agenda Wonen, vastgesteld in september 2017, wil de provincie gemeenten en andere betrokken partijen uitnodigen om samen versneld de benodigde woningbouwopgave aan te pakken. Zorgvuldig ruimtegebruik en duurzame verstedelijking staan daarbij nog steeds centraal net als vraaggericht bouwen waarbij rekening gehouden wordt met de groeiende behoefte voor woningen in het middensegment en levensloopbestendige en nieuwe woonvormen. Binnen de vier RRO­gebieden in de provincie worden al jaren kwantitatieve en kwalitatieve afspraken gemaakt over de woningbouw. Voor de komende jaren gaat het hierbij niet primair meer om 'de aantallen'. Doel is een goed functionerende regionale woningmarkt, waarbij het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de (ruimtelijke) kwaliteiten van de regio en daarmee aan de aantrekkelijkheid van het regionale woon­, leef­ en vestigingsklimaat. Om het 'accent op de aantallen' verder te verminderen en de focus meer te leggen op ruimtelijk­kwalitatieve afspraken en de urgentie rond tal van opgaven op de regionale woningmarkt, wil de provincie de komende tijd ervaring opdoen met een werkwijze die niet zozeer gericht is op het jaarlijks maken van regionale kwantitatieve woningbouwafspraken, maar waarbij wordt aangesloten op 'het ritme' van actualiseren van de provinciale bevolkings­ en woningbehoefteprognose per drie jaar.

Regionale en gemeentelijke woningbouwontwikkelingen zullen wel worden gemonitord.

Figuur 3.4: Regionale Agenda Wonen Toetsing Uit de tabel in figuur 3.4 is te zien dat de toe te voegen woningvoorraad van Noordoost­Brabant in de periode 2020­2030 ruim 33.000 woningen bedraagt. Voor de gemeente Bernheze bedraagt de toename 1.615 woningen. Met de toevoeging van 12 woningen wordt een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte in Noordoost­Brabant en Bernheze specifiek. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het regionale beleid.

24/114

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Bernheze De gemeenteraad van de gemeente Bernheze heeft op 1 februari 2010 de Structuurvisie Bernheze vastgesteld. Deze structuurvisie geeft een samenhangend beeld van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen van de hele gemeente. De gemeente Bernheze kan gezien worden als een landelijke enclave tussen de stedelijke regio's. De toekomstige ontwikkeling van de gemeente Bernheze vindt haar basis in twee kwaliteiten: enerzijds haar groene kwaliteiten, zowel in het grote middengebied, als in en rondom de kernen; anderzijds haar woonkwaliteiten, met een gevarieerd aanbod vanuit de vijf kernen. Deze visie is vooral gericht op het behoud van het bestaande, het karakteristieke landschap, de cultuurhistorische waardevolle elementen en het relatief grote voorzieningenaanbod dat zo kenmerkend is voor de gemeente. De bestaande kwaliteiten vormen het uitgangspunt voor veranderingen. Onderdeel van de Structuurvisie Bernheze 2010 is het Ruimtelijk Casco. Het Ruimtelijk Casco betreft het ontwikkelingskader voor de gemeente Bernheze en vormt een casco voor concrete projecten en plannen. Het Ruimtelijk Casco bestaat uit een kaartbeeld en toelichting. Deze zijn nadrukkelijk aan elkaar gekoppeld. De gemeente Bernheze heeft de kwaliteiten binnen de gemeente geformuleerd. De gemeente Bernheze wil een gemeente met een dorpse uitstraling blijven.

Kleinschalige verstedelijking wil de gemeente niet uitsluiten, maar deze verstedelijking dient groen ingepast te zijn. Het landelijk wonen nabij een verstedelijkte omgeving is een kwaliteit van de gemeente.

Figuur 3.5: Uitsnede kaart Ruimtelijk Casco – Structuurvisie Bernheze (Gemeente Bernheze) Toetsing Het plangebied ligt op grond bestemd voor bedrijven op de grens van het woongebied. Ten zuiden van het gebied ligt overigens een 'zoekgebied wonen'. Dit geeft aan dat er in het westen van Heesch vraag is naar woningbouw.

25/114

3.4.2 Woonvisie De woningmarkt is de afgelopen jaren sterk veranderd. De spelende trends en ontwikkelingen hebben consequenties voor de woningvraag, de woningvoorraad en de woonomgeving. Het is zaak voor de gemeente Bernheze om met beleid hierop in te spelen. Daarom heeft de gemeente een nieuwe Woonvisie opgesteld: 'Perspectief op goed wonen in onze kernen'. In de Woonvisie 2022­2026, die is vastgesteld door de gemeenteraad op 16 december 2021, komt naar voren dat het aantal huishoudens de komende jaren naar verwachting toeneemt. De woonvisie is uitgewerkt aan de hand van een vijftal thema's: 1. Voldoende woningen bouwen, snel en voortvarend; 2. De juiste woningen op de juiste plek; 3. Toekomstbestendig en duurzaam; 4. Maatwerk voor onze kernen; 5. Samenwerken aan uitvoering. In de gemeentelijke woonvisie is aangegeven dat in de komende 10 jaar 1.800 woningen worden toegevoegd, waarvan in de periode tot en met 2026 circa 1.160 woningen gebouwd dienen te worden. Daarbij wordt in elke kern voldoende en de juiste woningen gebouwd. De woningen worden gebouwd voor diverse doelgroepen, maar met name meer woningen voor jongeren en senioren. Ten behoeve van het thema 'toekomstbestendig en duurzaam' dienen woningen 'energieneutraal' te zijn. Daarnaast wordt gezorgd voor voldoende woonaanbod om mensen met en zonder zorgvraag zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen laten wonen.

Toetsing Onderhavig plan past in het beleid van de Woonvisie 2022­2026. Door de voorgenomen ontwikkeling worden 12 rollatorgeschikte woningen toegevoegd aan de bestaande voorraad die in de periode tot 2026 met ten minste 1.160 woningen moet worden uitgebreid. Het beoogde woningtype is gestapeld huur met als doelgroep een mix van jong en oud. Ten behoeve van enige flexibiliteit blijft de mogelijkheid tot koop behouden indien de markt hier om vraagt. Hier is zowel in de gemeente Bernheze als het dorp Heesch voldoende vraag naar. Alle 12 woningen worden uitgevoerd als appartement. De woningen zijn daarmee in de basis levensloopbestendig en zowel geschikt voor regulier wonen (zoals jongeren), maar ook voor ouderen (met een geringe mobiliteitsbeperking). De appartementen betreffen nultredenwoningen. De entree is via de begane grond of lift en galerij te bereiken zonder gebruik van traptreden. De verschillende vertrekken zoals slaapkamer, woonkamer, toilet, keuken en badkamer zijn eveneens zonder trap te bereiken. Hiermee worden de woningen uitgevoerd als 'rollatorgeschikte woningen': zelfstandige woningen die meer geschikt zijn voor ouderen dan gebruikelijke woningen.

Aan deze woningen worden toevoegingen gedaan zodat niet alleen invulling wordt geven aan de 'nultreden', maar zodat de woningen nog verder worden voorbereid voor bewoning door de oudere doelgroep (met een grotere mobiliteitsbeperking) en daarmee rollatorgeschikt. Dit betreft: y De woningen zijn drempelloos en daarmee zijn de vertrekken eenvoudig bereikbaar voor mensen met rollator. y Een ruime entree en doorgangen zodat ook ruimte is voor gebruik van een rollator. y Een grotere slaapkamer zodat naast een ruim tweepersoonsbed er ook een tillift geïnstalleerd kan worden.

26/114

y y

Een ruime badkamer met inloopdouche zodat eenvoudig ook beugels of zitstoelen geïnstalleerd kunnen worden. Appartementen voorbereiden voor domotica toepassingen.

Extramurale zorg aan huis (zoals thuiszorg) zal net als bij andere woningen in de gemeente mogelijk zijn. De ligging direct naast gezondheidscentrum Ceres, met een ruim aanbod van circa 25 zorgaanbieders, is gunstig. Zo is onder andere de huisarts om de hoek en kan deze, indien gewenst, op bezoek komen of snel zelf geconsulteerd worden. Het wonen naast het gezondheidscentrum kan dus voor de bewoners van extra meerwaarde zijn. De woningen kunnen echter ook als reguliere woningen ingezet worden. Het 'voorbereiden' van de woningen op een oudere doelgroep (met mobiliteitsbeperkingen) doet daar geen afbreuk aan. In de woonvisie is aangegeven dat juist in Heesch een mix tussen jongeren en ouderen gewenst is. De combinatie van deze doelgroepen zorgt voor sociale interactie (pakketjes aannemen, boodschappen tillen, etc.). Deze sociale interactie zal uit zichzelf ontstaan, net als in andere buurten en straten. Met dit planvoornemen wordt de grote vraag in de markt naar woningen voor jongeren en (nog) vitale ouderen bedient. De ontwikkeling sluit dus aan bij het beleid van de Woonvisie.

3.4.3 Welstandsnota Bernheze De Welstandsnota Bernheze is opgesteld naar aanleiding van de wens om de regeldruk voor inwoners en bedrijven in de gemeente Bernheze te verminderen. Hier is invulling gegeven door de welstandstoets voor grote delen van de gemeente af te schaffen. De nota regelt uitsluitend hetgeen wat noodzakelijk wordt geacht. In de gemeente Bernheze zijn veel gebieden om deze reden welstandsvrij. Voor enkele locaties blijft welstandstoezicht wel van toepassing. Dit geldt voor cultuurhistorische waardevolle gebieden die het bijzondere karakter van Bernheze bepalen. Op figuur 3.8 is te zien dat het plangebied (rode punt) valt binnen een welstandsvrij gebied.

Figuur 3.8: Uitsnede Welstandsnota (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

27/114

Toetsing Het plangebied valt niet binnen een welstandsgebied. Voor de ontwikkeling geldt vanuit welstand geen specifieke regelgeving. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het gemeentelijk beleid.

28/114

Hoofdstuk 4 4.1

Milieuaspecten

Vormvrije m.e.r.­ beoordeling

4.1.1 Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer­plichtig, projectmer­plichtig of mer­beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG­richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: y de kenmerken van de projecten; y de plaats van de projecten; y de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2019 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.­beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r­beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen.

4.1.2 Onderzoek In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.­beoordelingsplichtig is, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van maximaal 12 woningen binnen het stedelijk gebied. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.­beoordeling die is opgesteld voor dit plan (bijlage 11). Voor deze ontwikkeling is dan ook geen uitgebreide plan­ of project m.e.r.­beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r. Wel dient door het bevoegd gezag voorafgaand op het besluit op de aanvraag om omgevingsvergunning een besluit genomen moeten worden op de m.e.r.­beoordeling.

4.1.3 Conclusie PM (besluit op mer­beoordeling volgt)

29/114

4.2

Bodem

4.2.1 Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). 4.2.2 Onderzoek en conclusie Ten behoeve van het planvoornemen wijzigen de huidige bestemmingen 'Bedrijf' en (deels) 'Kantoor' in de bestemming 'Wonen'. Een verkennend bodemonderzoek om aan te tonen dat de gronden ter plaatse geschikt zijn voor de beoogde functie is dan ook noodzakelijk. Het verkennend bodemonderzoek is als bijlage 2 aan deze toelichting toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat de bovengrond van een aantal boringen volledig uit betonzand bestaat. Tevens is zijn enkele boringen zwak baksteenhoudend. In het overige opgeboorde materiaal zijn zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. De bovengrond is licht verontreinigd met PCB en PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond.

In het grondwater zijn eveneens geen verontreinigingen geconstateerd. Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. In het kader van de omgevingsvergunning voor bouwen is nog aanvullend bodemonderzoek nodig. Dit kan uitgevoerd worden na sloop van de aanwezige bebouwing op de locatie. Hierbij kan worden volstaan met het onderzoeken van de kwaliteit van de bovengrond ter plaatse van de gesloopte bebouwing.

4.3

Water

4.3.1 Toetsingskader De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Aa en Maas, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits­ en waterkwaliteitsbeheer. Beleid provincie Noord­Brabant Het provinciaal beleid is onder andere verwoord in het Regionaal Water en Bodem Programma 2022­2027. Het plan staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het document vormt de strategische basis voor het Brabantse water­ en bodembeleid, voor de korte en lange termijn. Het plan houdt rekening met duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het is een breed gedragen beleidsplan, omdat het tot stand is gekomen in nauwe samenwerking met veel belanghebbend (water)partijen in Brabant.

30/114

Beleid waterschap Aa en Maas Het waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeleid in en om onderhavig plangebied in de gemeente Bernheze. Het waterschap zorgt ervoor dat er voldoende water is en dat dit water een goede kwaliteit heeft. Om deze taak goed uit te voeren, zijn wettelijke regels nodig, ook op en langs het water. Deze regels staan in de Keur van het waterschap en gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van waterschap Aa en Maas. Het waterschap stelt ter concretisering van het waterhuishoudkundig beleid kaartmateriaal vast. Voor wat betreft de aanwijzing van de gebieden waarvoor een vergunning voor het lozen in en afvoeren naar oppervlaktewateren is vereist is, is dit ook een taak van het waterschap. In het Waterbeheerplan 2022­2027 staan de doelen die het waterschap wil bereiken, hoe ze dat willen doen en met welke partners. Dit zijn gemeenten, industriële en agrarische ondernemers, natuurverenigingen, de provincie en het Rijk. De hoogste prioriteit van het waterschap is om vanuit hun verantwoordelijkheid bij te dragen aan de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de inwoners in de regio. Daarnaast staan zij voor innovatief en duurzaam waterbeheer.

Bij dit waterbeheer laat het waterschap zich continu leiden door zijn missie: "Het ontwikkelen, beheren en in stand houden van gezonde, robuuste en veerkrachtige watersystemen, die ruimte bieden aan een duurzaam gebruik voor mens, dier en plant in het gebied, waarbij de veiligheid is gewaarborgd en met oog voor economische aspecten". Naast de bijdrage aan een duurzame leefomgeving met de aanwezigheid van een goed functionerend watersysteem, draagt het waterschap ook bij aan actuele ontwikkelingen in en om het waterbeheer: y Klimaatverandering; y Natuurnetwerk Brabant; y Stikstofproblematiek; y Landbouwtransitie; y Gezondheid; y Energietransitie; y Circulaire economie; y Digitalisering en robotisering. Daarnaast heeft het waterschap waar nodig nog toegespitst beleid en beleidsregels op de verschillende thema's c.q. speerpunten uit het waterbeheerplan en heeft het waterschap een verordening; de Keur en de Legger. De Brabantse waterschappen hebben een gezamenlijke Keur opgesteld, genaamd de Brabantkeur. Deze bevat zoals reeds vermeld gebods­ en verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken liggen, aan welke afmetingen en eisen die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het waterschap benodigd.

Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van waterneutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de 'natuurlijke' waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uitgegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren. In de Brabantkeur staat weergegeven dat het verboden is om zonder vergunning van het waterschap hemelwater, afkomstig van verhard oppervlak met een totaal oppervlakte van 500 m² of meer, op het oppervlaktewater te lozen. Het waterschap toetst een waterparagraaf op onder andere op onderstaande punten: 1. voorkomen van vervuiling;

31/114

2. 3. 4. 5.

wateroverlastvrij bestemmen; hydrologisch neutraal Ontwikkelen (HNO); vuil water en hemelwater scheiden; afvoer schoon hemelwater volgens de stappen: hergebruik > infiltratie > buffering > afvoer.

Keur waterschap Aa en Maas 2015 De 'Keur Waterschap Aa en Maas 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater, die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van waterschap Aa en Maas. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunningverlening. De Keur van het waterschap is onder andere van toepassing wanneer direct of indirect wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam. De drie Brabantse waterschappen (Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta) hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de 'Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'.

Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Inmiddels is dat beleid door middel van de "Derde aprtiële herziening Algemene regels waterschap Aa en Maas" aangepast. Vanwege een dalende grondwaterstand de afgelopen jaren in Noord­Brabant, is het noodzakelijk dat het peil hiervan zo snel mogelijk gaat stijgen. Een van de oplossingen hiervoor is ervoor zorgen dat er meer hemelwater infiltreert in de bodem. Daarom is de ondergrens voor het moeten nemen van compensatiemaatregelen bij toename verhard oppervlak verlaagd van 2.000 m² naar 500 m². Hierdoor zal het grondwater meer worden aangevuld met hemelwater. Gemeentelijk beleid Het doel van het integrale waterplan Bernheze luidt als volgt: “het ontwikkelen van een integrale visie in de omgang met water in de breedste zin van het woord”. Het integrale aspect betekent dat het gehele systeem van grond­ en oppervlaktewater centraal staat, inclusief aan­ en afvoer van water.

De keten van drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering wordt in de visie betrokken daar waar deze het watersysteem beïnvloedt. Als algemeen streefbeeld voor de gemeente voor 2030 is gesteld: “Het hebben en houden van een veilige, kwalitatief hoogwaardig leefbare gemeente, waarin een gezond en veerkrachtig watersysteem aanwezig is en duurzaam met water wordt omgegaan. Daarnaast versterken de Aa, Leijgraaf en Groote Wetering, als herkenbare beeksystemen met een natuurlijk karakter, enerzijds de leefbaarheid en identiteit en anderzijds de (water)recreatieve en toeristische positie van Bernheze”. De volgende thema's zijn in het waterplan gehanteerd: y schoon water. Hierbij geldt de voorkeurstrits: voorkomen ­ scheiden ­ zuiveren; y zuinig met water; y water in de bebouwde omgeving. Hier geldt de voorkeurstrits: vasthouden ­ bergen ­ afvoeren;

32/114

y y

boeiend water; samenwerking.

De gemeenteraad van Bernheze heeft op 7 oktober 2021 de Verordening Fysieke leefomgeving vastgesteld. Hierin zijn nadere eisen met betrekking tot het aspect water opgenomen, met als doel het tegengaan van de verdroging en het ontlasten van riolering en rioolwaterzuiveringsinstallaties. Planologisch relevant stelt het gemeentelijk beleid dat bij de berekening van de watercompensatie de bebouwing die gesloopt wordt ten gevolge van de ontwikkeling als onverhard gebied beschouwd dient te worden. Het waterschap hanteert een ondergrens van 500 m² toename van het verhard oppervlak. De gemeente Bernheze hanteert volgens de Verordening Fysieke leefomgeving een bergingseis van 20 mm per m2 verhard oppervlak. 4.3.2 Onderzoek Oppervlaktewater en waterkeringen Ten westen van het plangebied is een watergang aanwezig. Deze watergang is opgenomen als een primaire waterloop (A­watergang) op de legger van het waterschap Aa en Maas en heeft in dat kader ook een beschermingszone. Het plangebied ligt niet in de beschermingszone van deze primaire watergang.

Figuur 4.1: Uitsnede legger oppervlaktewater (Waterschap Aa en Maas) Ten zuiden en ten westen van het plangebied is een sloot en waterberging aanwezig. Deze sloot is niet opgenomen op de legger en valt niet onder het beheer van het Waterschap, maar van de gemeente Bernheze.

33/114

Keur Het plangebied is niet gelegen binnen een keurbeschermingsgebied zoals een attentiegebied of een invloedsgebied. Verhard oppervlak De nieuwe bebouwing ten behoeve van de woningen komt in de plaats van de bestaande bebouwing van het bedrijfspand. In de bestaande situatie is het plangebied bijna volledig verhard, enkel de zuidzijde van het plangebied is onverhard. Het bestaande pand heeft volgens de BAG een oppervlakte van 232 m2. De bestaande verhardingen binnen het plangebied hebben een oppervlakte van circa 1.100 m2. In de nieuwe situatie is sprake van circa 700 m2 aan verhardingen. De nieuwe bebouwing heeft een maximale footprint van 400 m2. Daarnaast wordt maximaal 120 m2 aan bergingen gerealiseerd.

Figuur 4.2: Wijzigingen bebouwd oppervlak De nieuwe toe te voegen verharding ten behoeve van de parkeerplaatsen zal waarschijnlijk worden uitgevoerd in half­verhardingen. De inritten en toegangspaden bestaan uit klinkerverhardingen. In onderstaand worst­case scenario wordt uitgegaan van 700 m² verharding in de nieuwe situatie. Dit betekent een afname van circa 110 m2.

34/114

Wat

Huidige situatie 2

Nieuwe situatie 520 m2

Bebouwing

232 m

Inritten en parkeerplaatsen

1.100 m²

700 m2

Totaal

1.332 m2

1.220 m2

Tabel 4.1: Overzicht verhardingen In totaal neemt het verhard oppervlak iets af ten opzichte van de huidige situatie. Volgens de Verordening Fysieke leefomgeving geldt een bergingseis van 20 mm per m2 verhard oppervlak. Parkeerplaatsen en dergelijke worden veelal als halfverharding uitgevoerd. Voor de bergingsberekening telt dit oppervlakte voor slecht 75% mee. De berging heeft zodoende betrekking op (700 * 75%) + 520 = 1.045 m2. Dit betekent een waterbergingseis van 1.045 m2 x 0,02 = 21 m3 voor de nieuwe verhardingen. In de huidige situatie zijn bij het gezondheidscentrum twee stroken met infiltratiekratten gelegen. Binnen de beoogde gronden van het woongebouw en te wijzigen parkeerplaats ligt één strook met 42 infiltratiekratten gelegen onder een deel van de parkeerplaatsen, zie figuur 4.3. Met de herinrichting van het parkeerterrein dienen deze infiltratiekratten verplaatst te worden. Extra infiltratiekratten ten behoeve van de nieuwe inrichting zijn een mogelijke oplossing voor het voorzien in de noodzakelijke waterberging. De exacte uitwerking van de oplossing voor de waterberging wordt opgenomen bij de omgevingsvergunning voor bouwen.

Figuur 4.3: Huidige strook infiltratiekratten De waterberging van het verhard oppervlak dient op eigen terrein te worden gerealiseerd. Dit is als voorwaardelijke verplichting in dit bestemmingsplan vastgelegd. Ter plaatse van het eigen terrein is voldoende ruimte om te voorzien in de berging van 21 m³ water en 42 infiltratiekratten ter compensatie. Kwaliteit van te lozen en infiltreren regenwater Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaan uit niet­uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetera). Door het gebruik van niet­uitlogende materialen komen

35/114

geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen) voor in het te infiltreren water. In de nieuwe situaties wordt alleen het huishoudelijk afvalwater geloosd op de riolering. Het schoon hemelwater wordt afgekoppeld en wordt overwegend geïnfiltreerd in de bodem. Het huishoudelijk afvalwater zal op de riolering worden geloosd. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Infiltratie van afgekoppelde verhardingen zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen. 4.3.3 Conclusie Ten gevolge van de relevante toename van verharding zijn watercompenserende maatregelen noodzakelijk. In dit bestemmingsplan wordt als voorwaardelijke verplichting opgenomen dat op eigen terrein wordt voorzien in de benodigde waterbergingscapaciteit. In de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen worden de bergingsvoorzieningen nader geduid.

4.4

Kabels en leidingen

4.4.1 Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: y gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; y aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18”; y defensiebrandstoffen; y warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink­ en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18”. 4.4.2 Onderzoek en conclusie In het plangebied of de directe omgeving ervan zijn geen planologisch relevante hoogspanningsverbindingen, straalpaden, kabels of leidingen aanwezig.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1 Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar­ en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven.

36/114

Stof

Toetsing van

Grenswaarde

stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

fijn stof (PM10)

jaargemiddelde concentratie

40 µg/m³

24­uurgemiddelde concentratie

max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³

jaargemiddelde concentratie

25 µg /m³

fijn stof (PM2,5)

Tabel 4.2: Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer (Wm) kunnen bestuursorganen bevoegdheden uitoefenen die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit zoals de vaststelling van een wijzigingsplan. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden moet worden aangetoond dat wordt voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uit de Wm. Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden twee situaties onderscheiden: y een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; y een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of kantoorlocaties met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontsluitingsweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van ruimtelijke plannen uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens ook rekening gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied. 4.5.2 Onderzoek De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 12 woningen.

Daarmee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde van 1.500 woningen. Een dergelijke ontwikkeling kan worden gezien als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL­monitoringstool 2021 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betreft de Bosschebaan zelf. Uit de NSL­monitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen.

37/114

Figuur 4.3: Uitsnede NSL­monitoringstool met plangebied in paars (Rijksoverheid) 4.5.3 Conclusie Ter plaatse van het plangebied is er sprake van een goede luchtkwaliteit en een aanvaardbaar leefklimaat. Het aspect luchtkwaliteit staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.6

Wegverkeerslawaai

4.6.1 Toetsingskader Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km/u­wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. Onderzoek en conclusie Woningen betreffen geluidgevoelige functies. De locatie ligt binnen de wettelijke zones van de Rijksweg A59, Bosschebaan, Cereslaan en Kruishoekstraat. Een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is dan ook noodzakelijk. Dit onderzoek is als bijlage 3 opgenomen bij deze toelichting. Ten gevolge van de Rijksweg A59 bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 49 dB inclusief de aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Er kan niet voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale grenswaarde van 53 dB wordt niet overschreden. Hiervoor zal een hogere waarde moeten worden aangevraagd. Ten gevolge van de Bosschebaan bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 55 dB inclusief de aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Er kan niet voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De maximale grenswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Hiervoor zal een hogere waarde moeten worden aangevraagd.

38/114

Met toepassing van gebouwgebonden maatregelen kan een reductie worden gerealiseerd waarmee de geluidbelasting wordt verlaagd. Hiermee kan een geluidluwe gevel worden gerealiseerd. In het akoestisch onderzoek is echter geen rekening gehouden met de uitwerking van een geluidluwe gevel. Dit zal in het kader van de omgevingsvergunning uitgewerkt worden. Op basis van deze resultaten is af te leiden dat er zonder het toepassen van maatregelen sprake is van een matig tot slechte geluidkwaliteit. Om een aanvaardbaar binnenklimaat te bereiken binnen de woningen, zullen geluidwerende maatregelen genomen moeten worden. Omdat relevant beleid voor het vastleggen van te nemen maatregelen ontbreekt is in het kader van een aanvaardbaar woon­ en leefklimaat in overleg met de ODBN besloten welke maatregelen uitgevoerd moeten worden. Dit betreffen de realisatie van een geluidluwe buitenruimte en het toetsen aan de gecumuleerde geluidbelasting. De toepassing van een geluidluwe buitenruimte en toepassing van de gecumuleerde geluidbelasting bij de toetsing aan het bouwbesluit zijn als voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd.

4.7

Verkeer en parkeren

4.7.1 Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer is er geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen activiteit. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de activiteit mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit volgt uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op basis van vaste jurisprudentie dient in dat kader onder meer te worden aangetoond dat een goede verkeersafwikkeling is gewaarborgd en er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is. In dit kader wordt uitgegaan van onderstaande kencijfers, uitgangspunten en andere informatie. 4.7.2 Onderzoek De verkeersafwikkeling en de parkeerbehoefte van de planontwikkeling is middel een verkeersonderzoek in beeld gebracht, zie bijlage 4. Ontsluiting Het plangebied is gelegen aan de Broekhoek. De Broekhoek is een erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De Broekhoek sluit aan op de Bosschebaan. Ten westen van het plangebied ligt de Cereslaan. De Cereslaan kent een hoofdrijbaan en een parallelweg. Zowel de Bosschebaan als de hoofdrijbaan van de Cereslaan zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingswegen en hebben een maximumsnelheid van 50 km/uur. De parallelweg van de Cereslaan is een erftoegangsweg en heeft een maximum snelheid van 30 km/u. Verder geldt dat het zuidelijke deel van de parallelweg een doodlopende weg is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=d751548d-f6a4-479c-896e-92d03c721e94