CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan 'Achterstraat - Delst' - Toelichting en regels

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Achterstraat-Delst, Nistelrode’23.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

57

58

Regels

59

60

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan

het bestemmingsplan ‘Achterstraat - Delst, Nistelrode’ van de gemeente Bernheze; 1.2

bestemmingsplan

1.3

de verbeelding

de geometrische bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1721.BPAchterstrDelst-VG01 met bijbehorende regels en bijlagen; de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6

aanduidingsvlak

een geometrisch bepaald vlak waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7

aan huis verbonden beroep

1.8

aan huis verbonden bedrijf

1.9

afwijking van de bouwregels en/of de gebruiksregels

een dienstverlenend beroep op zakelijk, maatschappelijk, juridisch, medisch, ontwerptechnisch of kunstzinnig gebied, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend door de gebruik(st)er, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is, met dien verstande dat er geen detailhandel is toegestaan met uitzondering van detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; een bedrijf dat in een (gedeelte van) of bij een woning wordt uitgeoefend en dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, door de gebruik(st)er van de woning, en dat niet krachtens een milieuwet vergunning- of meldingplichtig is; een afwijking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder c van de Wet ruimtelijke ordening; 1.10

agrarisch bedrijf

1.11

agrarisch grondgebruik:

1.12

ander-werk

een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren, met daarin onderscheid tussen: a. grondgebonden agrarisch bedrijf, waaronder wordt begrepen een akkerbouw bedrijf en een veehouderij, niet zijnde intensieve veehouderij en waaronder mede begrepen een productiegerichte paardenhouderij en paardenfokkerij; b. intensief veehouderijbedrijf; c. glastuinbouwbedrijf; d. intensieve kwekerij, waaronder een viskwekerij en champignonkwekerij; e. melkveehouderij, met dien verstande dat een gebruiksgerichte paardenhouderij (manege) niet als agrarisch bedrijf kan worden aangemerkt; de aanwending van open grond ten behoeve van het agrarisch bedrijf; een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid;

61

1.13

bebouwing

1.14

bebouwingspercentage

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; een in dit plan aangegeven percentage, dat de grootte van het bouwvlak aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd; 1.15

bedrijf

1.16

bedrijfsgebouw

1.17

bedrijfswoning

een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.18

a.

b. c. d.

e.

1.19

a.

b. 1.20

beperkt kwetsbaar object

verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare, diensten bedrijfswoningen van derden, sporthallen en -terreinen, zwembaden en speeltuinen; kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder c, vallen; kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder de definitie voor kwetsbare objecten, onder d, vallen; objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval; bestaand

bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; bestemmingsgrens

de grens van een bestemmingsvlak; 1.21

bestemmingsvlak

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.22

bijgebouw

1.23

bouwen

een gebouw, dat in bouwkundig en visueel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.24

bouwgrens

1.25

bouwlaag

de grens van een bouwvlak; een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;

62

1.26

bouwperceel

1.27

bouwperceelgrens

1.28

bouwvlak

1.29

bouwwerk

een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; de grens van een bouwperceel; een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.30

carport

1.31

detailhandel

een overdekte stallingsgelegenheid voor auto’s, met niet meer dan twee gesloten wanden; het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.32

dienstverlening

het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij afnemers rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord worden gestaan en geholpen; 1.33

eerste bouwlaag

1.34

extensieve dagrecreatie

1.35

gebouw

1.36

gebruiken

de bouwlaag op de begane grond; recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, fietsen, varen, paardrijden, zwemmen en vissen; onder extensieve (dag)recreatie vallen geen gemotoriseerde sporten; elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; gebruiken, het doen gebruiken, het laten gebruiken en het in gebruik geven; 1.37

geluidsbelasting vanwege het wegverkeer

de gemiddelde geluidsbelasting over de dag-, avond- en nachtperiode (Lden) uitgedrukt in dB op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.38

hoofdgebouw

een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen, dan wel gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.39

horeca

een bedrijf waar hoofdzakelijk dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin logies wordt verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; de volgende categorieën worden onderscheiden: lichte horeca een bedrijf waar hoofdzakelijk overdag dranken en/of etenswaren worden verstrekt aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals theehuisjes, ijssalons, croissanterieën, dagcafés, dagrestaurants en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven;

63

middelzware horeca een bedrijf waar hoofdzakelijk overdag en/of in de avonduren en/of de vroege nacht dranken en/of etenswaren worden verstrekt, al dan niet voor gebruik ter plaatse, zoals een café, dansschool, bezorg- en afhaalrestaurant, shoarma/grillroom en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven; zware horeca een bedrijf waar hoofdzakelijk in de avonduren en/of de vroege nacht dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals een bar-dancing, discotheek of nachtclub, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.40

huishouden

één persoon of een aantal, aan elkaar door familieband of anderszins gerelateerde, personen, die alleen of gezamenlijk een eenheid vormt en als zodanig ook gebruik maakt van één woning; 1.41

kantoor

1.42

kwetsbaar object

een gebouw, dat dient voor de uitoefening van administratieve werkzaamheden en werkzaamheden die verband houden met het doen functioneren van (semi)overheidsinstellingen, het bankwezen en naar de aard daarmee gelijk te stellen instellingen/het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij afnemers niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord worden gestaan en geholpen;

a. b.

c.

d. 1.43

woningen, hieronder begrepen woonwagens en woonschepen, niet zijnde woningen als bedoeld bij de definitie voor beperkt kwetsbare objecten, onder a; gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen; 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object; 2. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; LPG-doorzet

de doorzet van LPG in m3 per jaar; 1.44

maatschappelijke voorzieningen

1.45

maatvoeringsgrens

culturele, educatieve, medische, sociale en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; de grens van een maatvoeringsvlak; 1.46

maatvoeringsvlak

een geometrisch bepaald vlak waarmee de gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels voor bepaalde bouwwerken eenzelfde maatvoering geldt; 1.47

mantelzorg

1.48

nevenactiviteiten

zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie. bijvoorbeeld door gezinsleden, buren of vrienden; een activiteit ondergeschikt aan de hoofdactiviteit in zowel omvang (m2), omzet (€) als de effecten op het woon- en leefklimaat;

64

1.49

normaal onderhoud, gebruik en beheer

1.50

omgevingsvergunning

1.51

omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden

een gebruik gericht op het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande kwaliteitsniveau wordt bereikt; een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; een vergunning als bedoeld in artikel 3.3 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.52

a. b. c. 1.53

peil

voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang vermeerderd met maximaal 20 cm; in andere gevallen: de hoogte van de weg ter plaatse van de toegang tot het gebouw vermeerderd met 2 cm per meter afstand van het gebouw tot die weg (hemelsbreed gemeten); deze bepaling geldt niet voor bouwwerken geen gebouw zijnde; hiervoor wordt de hoogte gemeten vanaf het aansluitende maaiveld; permanente bewoning

het feitelijk bewonen van een gebouw gedurende het hele jaar of het grootste deel van het jaar; 1.54

seksinrichting

een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotische/pornografische aard plaatsvinden, waaronder in ieder geval worden verstaan een prostitutiebedrijf, een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.55

Staat van Bedrijfsactiviteiten

1.56

uitvoeren

1.57

vloeroppervlakte

een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen; uitvoeren, het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; de totale oppervlakte van alle vloeren op alle verdiepingen in een woning; 1.58

volumineuze goederen

goederen die vanwege hun omvang een groot oppervlak nodig hebben voor de uitstalling, zoals goederen in bouw- en doe-het-zelf producten, automobielen, motorfietsen., boten, caravans, e.d.; 1.59

voorgevel

1.60

voorgevelrooilijn

de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig dient te worden aangemerkt; de lijn die horizontaal loopt door het buitenwerks vlak van de voorgevel, tot aan de perceelsgrenzen; 1.61

vrijstaand bijgebouw

1.62

woning

een bijgebouw, dat gesitueerd is op een afstand van het hoofdgebouw en dat in functioneel opzicht ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw; een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

65

Artikel 2 2.1

Wijze van meten Algemeen

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.2

de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens

tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is;

2.3

de bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4

de dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.5

de goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.6

de horizontale diepte van een gebouw

de diepte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de gevel waaraan wordt gebouwd;

2.7

de inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.8

de oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.9

de oppervlakte van een overkapping

tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping.

2.10

Ondergeschikte bouwonderdelen

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwonderdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

2.11

Meten

Bij toepassing van deze regels wordt gemeten tot of vanuit het hart van een lijn op de kaart en op de schaal waarin het plan is vastgesteld.

66

2.12

Afstemming peil

Bij de afstemming met het peil, zoals omschreven in artikel 1.52, wordt bij nieuwe gebouwen de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer aangehouden.

67

68

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 3.1

Groen Bestemmingsomschrijving

De voor “Groen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, bermen en beplanting; b. parken en plantsoenen; c. paden, speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding; d. kunstwerken; e. incidentele parkeervoorzieningen; f. nutsvoorzieningen met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en verhardingen en met inachtneming van de keur van het waterschap.

3.2

Bouwregels

3.2.1 Bebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd;

3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal: a. lichtmasten en kunstwerken: 6 m; b. erf- en terreinafscheidingen: 2 m; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m.

69

Artikel 4 4.1

Tuin Bestemmingsomschrijving

De voor “Tuin” aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

4.2

Bouwregels

4.2.1 Bijgebouwen a. b.

c. d. e. f. g. h.

Vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen bij de hoofdgebouwen van de op het bouwperceel gelegen woningen voldoen aan de volgende kenmerken: de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel van vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen voor zover gebouwd buiten het bouwvlak per hoofdgebouw van de op het bouwperceel gelegen woning bedraagt voor de bestemmingen “Wonen” en “Tuin” tezamen in totaal maximaal: 1. 60 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 500 m2 , mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 70% is; 2. 70 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 600 m2 , mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; 3. 80 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 700 m2 , mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; 4. 90 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 800 m2 , mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; 5.

100 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 800 m2 , mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; onverminderd het bepaalde onder a bedraagt de oppervlakte van een bijgebouw maximaal 50 m2 ; dit is niet van toepassing op vrijstaande bijgebouwen op bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 ; per hoofdgebouw van de op het bouwperceel gelegen woningen zijn maximaal drie vrijstaande bijgebouwen toegestaan binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ tezamen; bijgebouwen worden gesitueerd minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw van de op het bouwperceel gelegen woning; de goothoogte van niet-vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3,25 m bedragen; de dakhelling van niet-vrijstaande bijgebouwen mag niet steiler zijn dan de kap van het hoofdgebouw van de op het bouwperceel gelegen woning; de goothoogte en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3,25 m respectievelijk 5,5 m bedragen.

4.2.2 Carports bij de hoofdgebouwen van de op het bouwperceel gelegen woningen Carports bij de hoofdgebouwen van de op het bouwperceel gelegen woningen mogen worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a. per hoofdgebouw is maximaal 1 carport toegestaan voor de bestemmingen “Tuin” en “Wonen” tezamen; b. gesitueerd maximaal 1 m voor de (het verlengde van de) voorgevel van het hoofdgebouw; c. oppervlakte maximaal 20 m2; d. hoogte maximaal 3,25 m.

4.2.3 Ondergeschikte onderdelen van de op het bouwperceel gelegen woningen Ondergeschikte onderdelen van de op het bouwperceel gelegen woningen (erkers) mogen worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a. horizontale diepte maximaal 1,5 m; b. breedte maximaal 60% van de breedte van de totale voorgevel (exclusief overkapping boven de voordeur); c. afstand tot de voorste perceelsgrens minimaal 1,5 m;

70

d. goothoogte maximaal 0,25 m boven de bovenzijde van de verdiepingsvloer van het hoofdgebouw, met dien verstande dat het doortrekken van een erker aan de voorgevel tot voorbij en aan één zijgevel is toegestaan mits: 1. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt; 2. de breedte aan de zijgevel niet meer dan 1,5 m uit de zijgevel van het hoofdgebouw bedraagt; 3. de diepte aan de zijgevel maximaal gelijk is aan de diepte van het hoofdgebouw.

4.2.4 Overkappingen boven de voordeur van de hoofdgebouwen van de op het bouwperceel gelegen woningen Overkappingen boven de voordeur van de hoofdgebouwen van de op het bouwperceel gelegen woningen zijn toegestaan en voldoen aan de volgende kenmerken: a. breedte maximaal 120% van de breedte van de entreepartij, tenzij de overkapping één constructie vormt met een erker; b. horizontale diepte maximaal 1,5 m; c. open constructie zonder tot de constructie behorende wanden.

4.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van de op het bouwperceel gelegen woningen: 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van de op het bouwperceel gelegen woningen: 2 m, met dien verstande dat in hoeksituaties (de zijgevel van de woning grenst aan een straat, openbaar groen of water) de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf (het verlengde van) de voorgevel tot 4 m. daarachter maximaal 1 m. bedraagt; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m.

71

Artikel 5 5.1

Verkeer Bestemmingsomschrijving

De voor “Verkeer” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen en straten, wandel- en fietspaden; b. parkeer-, groen- en speelvoorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen; met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Gebouwen Gebouwen mogen niet worden gebouwd.

5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan voor de wegaanduiding, geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer maximaal 3 m.

72

Artikel 6 6.1

Wonen Bestemmingsomschrijving

6.1.1 Algemeen De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het bestaande aantal woningen ter plaatse van de aanduidingen: 1. aaneengebouwd: aaneengebouwde woningen; 2. twee-aaneen: twee-aaneen gebouwde woningen; 3. vrijstaand: vrijstaande woningen; b. nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximumaantal; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven.

6.2

Bouwregels

6.2.1 Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak; b. afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens dient bij woningen ter plaatse van de aanduiding: 1. vrijstaand: aan één zijde minimaal 5 m en aan één zijde minimaal 2 m; 2. twee-aaneen: aan één zijde minimaal 3 m; 3. aaneengebouwd: aan twee zijden minimaal 0 m; te bedragen c. goot- en bouwhoogte maximaal de ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte’ aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte.

6.2.2 Bijgebouwen Vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a. de gezamenlijke oppervlakte per bouwperceel van vrijstaande en niet-vrijstaande bijgebouwen voor zover gebouwd buiten het bouwvlak per hoofdgebouw bedraagt voor de bestemmingen “Tuin” en “Wonen” tezamen maximaal: 1. 60 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 500 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 70% is; 2. 70 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 600 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; 3. 80 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 700 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; 4. 90 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte tot 800 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; 5. 100 m2 voor bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 800 m2, mits het bebouwingspercentage van het bouwperceel maximaal 50% is; b. onverminderd het bepaalde onder a bedraagt de oppervlakte van een bijgebouw maximaal 50 m2; dit is niet van toepassing op vrijstaande bijgebouwen op bouwpercelen met een oppervlakte groter dan 1.000 m2; c. per hoofdgebouw zijn maximaal drie vrijstaande bijgebouwen toegestaan voor de bestemmingen “Tuin” en “Wonen” tezamen; d.

de afstand van bijgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt bij vrijstaande woningen aan één zijde van de woning minimaal 3 m, voor zover gelegen binnen, naast en binnen een zone van 5 m achter het bouwvlak; e. bijgebouwen worden gesitueerd minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; f. de goothoogte van niet-vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3,25 m bedragen;

73

g. h.

de dakhelling van niet-vrijstaande bijgebouwen mag niet steiler zijn dan de kap van het hoofdgebouw; de goothoogte en bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen mag maximaal 3,5 m respectievelijk 5,5 m bedragen.

6.2.3 Carports Carports mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a. per hoofdgebouw is maximaal 1 carport toegestaan voor de bestemmingen “Tuin” en “Wonen” tezamen; b. gesitueerd maximaal 1 m voor de (het verlengde van de) voorgevel van het hoofdgebouw; c. oppervlakte maximaal 20 m2; d. hoogte maximaal 3,25 m.

6.2.4 Ondergeschikte onderdelen van woningen De voorgevelrooilijn mag naar de wegzijde toe uitsluitend worden overschreden door ondergeschikte onderdelen van woningen (erkers) die voldoen aan de volgende kenmerken: a. horizontale diepte maximaal 1,5 m; b. breedte maximaal 60% van de breedte van de totale voorgevel (exclusief overkapping boven de voordeur); c. afstand tot de voorste perceelsgrens minimaal 1,5 m; d. goothoogte maximaal 0,25 m boven de bovenzijde van de verdiepingsvloer van het hoofdgebouw, met dien verstande dat het doortrekken van een erker aan de voorgevel tot voorbij en aan één zijgevel is toegestaan mits: 1. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 2 m bedraagt; 2. de breedte aan de zijgevel niet meer dan 1,5 m uit de zijgevel van het hoofdgebouw bedraagt; 3. de diepte aan de zijgevel maximaal gelijk is aan de diepte van het hoofdgebouw.

6.2.5 Overkappingen boven de voordeur Overkappingen boven de voordeur zijn toegestaan en voldoen aan de volgende kenmerken: a. breedte maximaal 120% van de breedte van de entreepartij, tenzij de overkapping één constructie vormt met een erker; b. horizontale diepte maximaal 1,5 m; c. open constructie zonder tot de constructie behorende wanden.

6.2.6 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal: a. erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevel van de op het bouwperceel gelegen woningen: 1 m; b. erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevel van de op het bouwperceel gelegen woningen: 2 m, met dien verstande dat in hoeksituaties (de zijgevel van de woning grenst aan een straat, openbaar groen of water) de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vanaf (het verlengde van) de voorgevel tot 3 m. daarachter maximaal 1 m. bedraagt; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 m.

6.3

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken, wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. het gebruik van gebouwen en gronden voor bedrijfsmatige activiteiten; b. het gebruik van bijgebouwen ten behoeve van bewoning.

74

6.4

Afwijking van de gebruiksregels

6.4.1 Aan huis verbonden bedrijf Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 en artikel 6.3 onder a voor het toestaan van een aan huis verbonden bedrijf, mits: a. het een bedrijf betreft genoemd in de categorieën 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten of voor wat betreft de aard en de omvang van de milieuhinder die het veroorzaakt gelijk kan worden gesteld met een bedrijf genoemd in de categorieën 1 of 2; b. de oppervlakte maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de bebouwing bedraagt tot een maximum van 50 m2; c. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; d. de activiteiten alleen in gebouwen plaatsvinden; e. er geen detailhandel plaatsvindt behalve als ondergeschikte nevenactiviteit bij de uitoefening van een aan huis gebonden bedrijf.

6.4.2 Huisvesting van (tijdelijke) buitenlandse werknemers Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.1 voor het gebruik van woningen ten behoeve van de (structurele) huisvesting van (tijdelijke) buitenlandse werknemers, mits: a. de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad; b. er geen onevenredig nadelige gevolgen ontstaan voor het woonmilieu; c. het parkeren in overeenstemming is met het gemeentelijk parkeerbeleid en de daarbij horende parkeernormen; d. er geen afbreuk wordt gedaan aan het stedenbouwkundig beeld en de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.

6.4.3 Voorwaarden voor afwijking Afwijking als bedoeld in artikel 6.4.1 en artikel 6.4.2 is slechts mogelijk indien: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig worden geschaad.

75

76

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7

Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1

Ondergrondse bouwwerken

Ten aanzien van het oprichten van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende bouwregels: a. ondergrondse bouwwerken mogen uitsluitend binnen de contouren van de bovengrondse bebouwing worden opgericht; b. de maximale bouwdiepte, inclusief de fundering, bedraagt 3,5 m onder peil.

Artikel 9 9.1

Algemene gebruiksregels Strijdig gebruik

Tot een gebruik in strijd met de bestemmingen wordt in ieder geval begrepen: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie.

9.2

Voorwaardelijke verplichting waterberging

Het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en bouwwerken waarop dit bestemmingsplan van toepassing is alleen toegestaan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. aangetoond dient te zijn dat de toename van de afvoer van afstromend regenwater gecompenseerd wordt conform de eisen van het waterschap en voorzien is een waterberging met voldoende capaciteit; b. de compensatie dient tenminste naar evenredigheid van de realisatie van verhardingen gerealiseerd te worden; c. de compensatie bedraagt tenminste 60 mm per m2 verharding. d. een op grond van artikel 6.2 toelaatbaar gebouw mag uitsluitend worden gebruikt indien er op het bouwperceel regenwaterberging met een omvang van 20 mm per m² verharding, dat regenwater vertraagd afvoert, werkend aanwezig is. e. de waterhuishoudkundige voorzieningen welke strekken tot de berging van het hemelwater als opgenomen in de omgevingsvergunning bouwen danwel een voorziening die een daarmee vergelijkbaar resultaat bewerkstelligd dienen uiterlijk binnen één jaar na de bouw van het project worden gerealiseerd en in stand gehouden.

9.3

Voorwaardelijke verplichting natuurwaarden en landschappelijke inpassing

Het gebruiken en het (doen) laten gebruiken van de gronden en gebouwen binnen de bestemming 'Wonen' is alleen toegestaan, indien: a. binnen de bestemming 'Groen' de landschappelijke inrichting binnen maximaal 24 maanden na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan is aangelegd conform het in bijlage 2 opgenomen inrichtingsplan en aldus in stand wordt gehouden

77

b.

9.4

de bestaande ruigten niet worden aangepast.

Voorwaardelijke verplichting parkeren

Voor parkeren gelden de volgende regels: a. per bouwperceel dient voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te worden gerealiseerd en gehandhaafd, conform het gemeentelijke parkeerbeleid en de daarbij behorende Parkeernormennota gemeente Bernheze; b. de afmetingen van een parkeerplaats is ten minste 2,5 meter breed en 5 meter lang; c. een garage wordt niet meegeteld bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen.

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a.

b. c. d. e.

in het plan genoemde goothoogten, bouwhoogten, oppervlaktematen, percentages en afstandseisen, mits dit noodzakelijk is vanuit constructieve vereisten, architectonisch belang of oogpunt van duurzaamheid, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten, bouwhoogten, oppervlakte- en inhoudsmaten, percentages en afstandseisen; de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een geringe mate van afwijking is toegestaan, en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van kunstwerken, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 40 m, mits er geen belemmering plaatsvindt van het radarverstoringsgebied in verband met de vliegbasis Volkel; de regels en toestaan dat bouwwerken voor het verkrijgen van duurzame energie zoals zonnecollectoren en windturbines worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 10 m; de regels en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot maximaal 10 m.

10.2 Afwijking als bedoeld in artikel 10.1 is slechts mogelijk indien: a. b.

78

de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11

Overgangsrecht

11.1 Overgangsrecht bouwwerken 11.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

11.1.2 Afwijking Bij omgevingsvergunning kan eenmalig worden afgeweken van het bepaalde in artikel 11.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 11.1.1 met maximaal 10%.

11.1.3 Uitzondering Artikel 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

11.2 Overgangsrecht gebruik 11.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

11.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

11.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in artikel 11.2.1 , na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

11.2.4 Uitzondering Artikel 11.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

79

Artikel 12

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Achterstraat - Delst, Nistelrode . Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 23 mei 2024.

80

Bijlagen regels Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Kaart behoud natuurwaarden

81

82

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=35bb14ee-4a20-4a1b-8563-9850b32eac51