CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan 'Achterstraat - Delst' - Toelichting en regels

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Achterstraat-Delst, Nistelrode’23.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN ACHTERSTRAAT - DELST, NISTELRODE

Projectnr: Datum:

BEH024 23 mei 2024

krruit.en

BESTEMMINGSPLAN ACHTERSTRAAT - DELST, NISTELRODE

Projectnr:

BEH024

Rapportnr:

VGOl 240523 BEH024

Status

vastgesteld

Datum:

23 mei 2024

Opsteller:

KP Verificatie: HvG

T 088-3366 333 F088-3366 099 E info@kragten. n I

Validatie HvG

2

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en kadastrale begrenzing 1.3 Vigerend bestemmingsplan

7 7 7 9

Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse 2.1 Bebouwing en functies 2.2 Ontsluiting 2.3 Groen en water

13 14 15 15

Hoofdstuk 3 Plan 3.1 Bebouwing en functies 3.2 Verkeer en parkeren 3.3 Groen en water 3.4 Duurzame en gezonde leefomgeving

17 17 17 19 19

Hoofdstuk 4 Beleid 4.1 Nationaal niveau 4.2 Provinciaal niveau 4.3 Gemeentelijk niveau

21 21 23 26

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten 5.1 Milieu 5.2 Waarden 5.3 Waterparagraaf 5.4 Beperkingen in verband met militair vliegveld Volkel

31 31 41 46 51

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid 6.1 Financieel 6.2 Maatschappelijk

53 53 53

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten 7.1 Algemeen 7.2 Planregels

55 55 55

Bijlagen toelichting

57

Bijlage 1

Inrichtingsschets

57

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

57

Bijlage 3

Agrarisch geuronderzoek

57

3

4

Bijlage 4

Milieueffectrapportage

57

Bijlage 5

Historisch vooronderzoek NGE, gemeente Bernheze

57

Bijlage 6

Archeologisch onderzoek

57

Bijlage 7

Quickscan flora en fauna

57

Bijlage 8

Nader onderzoek kleine marterachtigen, nesten van roofvogels en aanwezigheid eekhoorn

57

Bijlage 9

Nadere uitwerking natuurinrichting

57

Bijlage 10

Stikstofdepositie-onderzoek

57

Bijlage 11

Verkennend Waterbodemonderzoek

57

Bijlage 12

Watertoets

57

Bijlage 13

Verslag Omgevingsdialogen

57

Bijlage 14

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

57

Regels

59

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

61 61 66

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Artikel 4 Tuin Artikel 5 Verkeer Artikel 6 Wonen

69 69 70 72 73

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelbepaling Artikel 8 Algemene bouwregels Artikel 9 Algemene gebruiksregels Artikel 10 Algemene afwijkingsregels

77 77 77 77 78

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel

79 79 80

Bijlagen regels

81

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

81

Bijlage 2

Kaart behoud natuurwaarden

81

Toelichting

5

6

Hoofdstuk 1 Inleiding Voorliggend rapport betreft het bestemmingsplan "Achterstraat - Delst, Nistelrode" van de gemeente Bernheze.

1.1 Aanleiding en doel Op de locatie tussen de Achterstraat en Delst is een braakliggend terrein gesitueerd binnen de bestemming 'Agrarisch'. De initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning te realiseren. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van de vigerende bestemmingsplannen “Bestemmingsplan De kommen van Bernheze” en ''Buitengebied Bernheze'', omdat binnen de vigerende bestemming 'Agrarisch' geen woningbouwontwikkelingen worden toegestaan. De gemeente Bernheze heeft echter aangegeven medewerking te willen verlenen aan het initiatief door middel van een herziening van de bestemmingsplannen. Voorliggend bestemmingsplan omvat de toelichting en de regels voor het realiseren van 8 twee-onder-eenkapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning op de locatie tussen de Achterstraat en Delst. .

1.2 Ligging en kadastrale begrenzing Onderstaande afbeelding geeft de topografische situatie weer.

TOPOGRAFISCHE SITUATIE

7

Onderstaande afbeelding geeft de kadastrale situatie weer. Tevens is de plangrens van voorliggend bestemmingsplan ingetekend.

KADASTRALE SITUATIE

De gronden zijn kadastraal bekend gemeente Bernheze, sectie K, nummers 615 (gedeeltelijk), 705, 706, 2347, 2548, 2549 (gedeeltelijk), en 2550. De oppervlakte van het plangebied bedraagt 6.100 m². De gronden zijn particulier in eigendom.

8

1.3 Vigerend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeren de bestemmingsplannen “Bestemmingsplan De kommen van Bernheze”, vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 1 juni 2011; en 'Buitengebied Bernheze', vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 10 september 2014. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de vigerende verbeelding. De ligging van het plangebied is aangegeven.

UITSNEDE VERBEELDING VIGEREND BESTEMMINGSPLAN

1.3.1 Bestemmingsplan De Kommen van Bernheze De gronden in het plangebied zijn in het vigerende bestemmingsplan 'De kommen van Bernheze' bestemd als 'Wonen' en 'Agrarisch'. Ter plaatse van de bestemming 'Wonen' zijn de gronden onder meer aangewezen voor: a. het bestaande aantal woningen ter plaatse van de aanduidingen: 1. aaneengebouwd: aaneengebouwde woningen; 2. gestapeld: gestapelde woningen; 3. twee-aaneen: twee-aaneen gebouwde woningen; 4. vrijstaand: vrijstaande woningen;

9

b.

nieuwe woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’, met inachtneming van dat maximumaantal; c. aan huis verbonden beroepen, met dien verstande dat per woning maximaal 40% van de vloeroppervlakte mag worden gebruikt voor het aan huis verbonden beroep tot een maximum van 50 m2; d. ter plaatse van de aanduiding ‘garage’: garageboxen; e. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek': tevens het behoud, beheer en herstel van de cultuurhistorische waarden van de op het perceel voorkomende monumentale en/of cultuurhistorische waardevolle gebouwen; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven. Ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' zijn de gronden onder meer aangewezen voor: De voor “Agrarisch” aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, meer in het bijzonder: 1. ter plaatse van de aanduiding ‘intensieve veehouderij’: een intensief veehouderijbedrijf; 2. ter plaatse van de aanduiding ‘agrarisch bedrijf’: overige agrarische bedrijven; 3. ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’: een bedrijfswoning; c.

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van cultuur en ontspanning - galerie en beeldentuin’ een galerie/beeldentuin; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen, tuinen en erven. Daarnaast geldt ter plaatse van een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. Ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch' zijn de gronden mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Ook is een klein deel van het plangebied bestemd als 'Waarde - Archeologie 3'. De voor “Waarde - Archeologie 3” aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.

1.3.2 Bestemmingsplan Buitengebied Bernheze De gronden in het plangebied zijn in het vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied Bernheze' ' bestemd als 'Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden' . Ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden' zijn de gronden onder meer aangewezen voor: a. behoud, bescherming en/of herstel van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden; b. behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige droge en natte natuurwaarden, waaronder beekherstel; c. behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden; d. instandhouding van de typerende geologie/ geomorfologie; e. agrarisch grondgebruik; f. de uitoefening van het agrarisch bedrijf, g. ontwikkeling van een aantrekkelijk en gevarieerd woon- en werkklimaat ter plaatse van de aanduiding 'wrozone - woonwerkontwikkelingsgebied'; h. water en waterhuishoudkundige doeleinden; i. groenvoorzieningen; j. extensieve dagrecreatie; k. doeleinden van openbaar nut; l. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn zowel ter plaatse van de aanduiding een en ander met bijbehorende voorzieningen, zoals perceelsontsluitingen, onverharde wegen, kavelpaden en sloten. Daarnaast geldt ter plaatse van een deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'.

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van gronden van archeologische waarde en gronden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Ook geldt ter plaatse van een deel van het plangebied de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone extensiveringsgebied'. Ter plaatse van de aanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' zijn specifieke regels van toepassing.

10

Tevens geldt ter plaatse van het plangebied de gebiedsaanduiding 'wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied'. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wro-zone - woonwerkontwikkelingsgebied' zijn specifieke regels van toepassing.

1.3.3 Conclusie Het initiatief betreft het realiseren van 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en één vrijstaande woning op de locatie tussen de Achterstraat en Delst, in Nistelrode. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op basis van de vigerende bestemmingsplannen “De kommen van Bernheze” en ''Buitengebied Bernheze'', omdat binnen de vigerende bestemming 'Agrarisch' geen woningbouwontwikkelingen worden toegestaan. Het opstellen van een bestemmingsplan is noodzakelijk om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.

11

12

Hoofdstuk 2 Gebiedsanalyse Dit hoofdstuk geeft een ruimtelijk-functionele analyse van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft de bestaande toestand van de directe omgeving en plangebied weer.

DIRECTE OMGEVING

13

2.1 Bebouwing en functies Het plangebied is in het dorp Nistelrode in de gemeente Bernheze. Het plangebied bevindt zich ten zuiden van de kern en grenst aan het buitengebied. Nistelrode maakt deel uit van een reeks van oude ontginningen op de Peelhorst, die langs de Peelrandbreuk liggen. De ruimtelijke structuur van Nistelrode word bepaald door lintbebouwing in een noord-zuidrichting, evenwijdig aan de Peelrandbreuk. Nistelrode heeft een historisch centrum met karakteristieke driehoekige pleinen en historische bebouwing. De structuur van de uitbreidingen van Nistelrode loopt hoofdzakelijk evenwijdig aan de oude wegenstructuur. Kenmerkend voor de ruimtelijke structuur zijn de buurtschappen Menzel, Donzel, Kantje en Maxend, die met Nistelrode zijn verbonden door een aaneengesloten lint van voornamelijk agrarische bebouwing. De oude wegen naar het centrum zijn voorzien van laanbeplanting, die veelal is onderbroken of versnipperd. Vanuit het buitengebied strekt het groen op een aantal locaties nog relatief ver door tot de kern. De randen van de kern hebben een verschillend karakter. In het westen en zuiden liggen agrarische gronden. De historische linten, die allen min of meer parallel aan de Peelrandbreuk lopen, hebben een cultuurhistorische waarde. Ter plaatse van het plangebied is een weiland gelegen. Ten hoogte van het plangebied liggen overwegend woningen.

Onderstaande afbeeldingen geven de bestaande situatie van het plangebied weer.

BESTAANDE SITUATIE PLANGEBIED

14

2.2 Ontsluiting Het plangebied ligt aan de Achterstraat. De Achterstraat is een ontsluitingsweg die de kern met het buitengebied verbindt. In de bestaande situatie is er geen ontsluiting aanwezig.

2.3 Groen en water Het plangebied is voorzien van groen in de vorm van een weiland. Daarnaast bevinden zich aan de zuidkant van het plangebied, op de grens van het buitengebied enkele knotwilgen, een eik en elsen die als karakteristieke bomen worden aangemerkt. Aan de zuidkant, op de grens van het plangebied, is oppervlaktewater aanwezig in de vorm van een sloot.

KNOTWILGEN OP DE GRENS VAN PLANGEBIED EN BUITENGEBIED

15

16

Hoofdstuk 3 Plan In dit hoofdstuk is de beschrijving van het plan opgenomen. Aan de orde komen de bebouwing en functies, verkeer en parkeren, groen en water en duurzame en gezonde leefomgeving. Onderstaande afbeelding geeft de beoogde toestand van het plangebied weer, zie ook bijlage 1.

INRICHTINGSSCHETS ONTWIKKELING

3.1 Bebouwing en functies Het initiatief betreft het realiseren van 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning op de locatie tussen de Achterstraat en Delst, in Nistelrode. Alle woningen worden voorzien van een voor- en achtertuin en beschikken over een achterom. Middels een groene zoom wordt het plangebied landschappelijk ingepast, waardoor de kern en het buitengebied vloeiend overlopen. In deze groene zoom blijven de karakteristieke bomen behouden. Naast natuur en waterberging is hier ook plek voor spelen. Daarnaast wordt in deze groene zoom een plek gereserveerd voor het verzamelen van de vuilcontainers. Ten behoeve van de bereikbaarheid van de woningen wordt een woonstraat aangelegd. In de straat wordt een keermogelijkheid (voor vrachtwagens) gerealiseerd.

3.2 Verkeer en parkeren 3.2.1 Verkeersgeneratie Het realiseren van 14 woningen heeft invloed op de verkeersgeneratie. De digitale publicatie "ASVV 2012'' (CROW) bevat kencijfers voor de verkeersgeneratie van diverse functies. De gemeente Bernheze wordt aangeduid als 'weinig stedelijk', waarin de locatie van het plangebied binnen de gemeente Bernheze tot 'rest bebouwde kom' behoort.

17

De nieuwe woningen betreffen 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning . Om de verkeersaantrekkende werking te bepalen worden de twee-onder-een-kapwoningen aangeduid als 'Koop, huis, twee-onder-een-kap'. De rijwoningen worden aangeduid als 'Koop, huis, tussen/hoek' en het vrijstaande huis wordt aangeduid als 'Koop, huis, vrijstaand'. De onderstaande tabel betreft de berekening van de verkeersaantrekkende werking voor motorvoertuigen in de bestaande situatie. Onderdeel Verkeersgeneratie Koop, huis, twee-onder-een- 7,4 - 8,2 kap Koop, huis, tussen/hoek 7,0 - 7,8 Koop, huis, vrijstaand 7,8 - 8,6 Totaal

Aantal 8 woningen

Totaal 59 ,2 - 65,6

5 woningen 1 woning

35, 0 - 39,0 7,8 - 8,6 102 - 113,2

Op basis bovenstaande tabel kan worden gesteld dat de beoogde situatie, in een worst-casescenario, zorgt voor 113 motorvoertuigbewegingen per etmaal.

Conclusie

De verkeersaantrekkende werking van voorliggend plan neemt met 113 motorvoertuigbewegingen per etmaal toe ten opzichte van de huidige situatie. De capaciteit van de Achterstraat en omliggende straten is voldoende om het verkeer te kunnen verwerken. Bovendien ligt het plangebied op de grens van het buitengebied, waardoor er geen problemen op het gebied van doorstroming worden verwacht.

3.2.2 Ontsluiting Ten behoeve van de bereikbaarheid van de woningen wordt een interne ontsluiting aangelegd. In de groene zoom wordt een keerlus gerealiseerd ten behoeve van grote voertuigen zoals vrachtwagens, brandweerwagens en vuilniswagens. De 14 nieuwe woningen worden ontsloten op de interne ontsluitingsweg, die op de Achterstaat wordt ontsloten.

3.2.3 Parkeren Het voorzien in voldoende parkeerplaatsen is noodzakelijk voor het goed functioneren van het projectgebied en voorkomt overlast voor de omgeving. De gemeente Bernheze heeft op 9 juli 2015 de Parkeernormennota gemeente Bernheze vastgesteld. De gemeente Bernheze wordt aangeduid als 'weinig stedelijk gebied', waarin de locatie van het projectgebied binnen de bebouwde kom behoort. Om de parkeerbehoefte te berekenen worden de woningen aangeduid als 'Meerpersoonswoning > 60 m². In de tabel hieronder is de berekening van de parkeerbehoefte van de nieuwe situatie uiteengezet. Onderdeel Verkeersgeneratie Aantal Meerpersoonswoning > 60 2,0 incl. bezoekersparkeren 14 woningen m2 Totaal

Totaal 28,0 28,0

Op basis van bovenstaande tabel geldt voor voorliggend plangebied dat met de realisatie van 14 nieuwe woningen 28 parkeerplaatsen dienen te worden gerealiseerd. Hiervan kunnen 12 parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd worden. Voor de lange opritten (ruim 10 m) bij de twee-onder-een-kapwoningen geldt dat iedere oprit als 1,3 parkeerplaats telt. Met 8 woningen betekent dat 10,4 parkeerplaatsen. De vrijstaande woning voorziet in 2 parkeerplaatsen. De overige 16 parkeerplaatsen zullen in de openbare ruimte binnen het plangebied gerealiseerd worden door middel van een parkeerkoffer (8 parkeerplaatsen) voor de rijwoningen en langsparkeerplaatsen (8 parkeerplaatsen) voor de twee-onder-een-kapwoningen aan de zijkant van de woonstraat. Daarmee is er in de openbare ruimte ook voldoende ruimte voor het bezoekersparkeren.

Conclusie

De benodigde parkeerplekken kunnen niet allen op eigen terrein gerealiseerd worden. Voor de parkeerplaatsen, die in de openbare ruimte gerealiseerd moeten worden, wordt het plangebied voorzien van parkeerhavens. Daar waar mogelijk uitgevoerd in grasbeton. Hierdoor is er voldoende parkeercapaciteit ten behoeve van de nieuw te realiseren woningen.

18

3.3 Groen en water Binnen het plangebied is groen voorzien in de vorm van zelf in te richten voor- en achtertuinen. Daarnaast wordt aan de zuidkant van het plangebied een groene zoom gerealiseerd ten behoeve van een vertraagde infiltratie van hemelwater. De bestaande karakteristieke bomenrij op de grens van het plangebied en het buitengebied blijft behouden. Binnen het plangebied wordt geen oppervlaktewater gerealiseerd.

3.4 Duurzame en gezonde leefomgeving Een duurzame en gezonde leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van mens en natuur. Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen, technologische doorbraken en politieke onzekerheid. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in energietransitie en klimaatbestendigheid.

3.4.1 Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Onderhavig plan draagt op de volgende wijzen bij aan de energietransitie:  de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd;  de oriëntatie van de woningen is geoptimaliseerd voor zonne-energie (zongericht verkavelen);  er wordt gebruikt gemaakt van lucht warmte-koude opslag, of andere vormen van duurzame energie;  gebruik van systemen om energie terug te winnen.  de woningen worden volgens het BENG-principe gebouwd;  De waarde voor oververhitting, ofwel de zogenoemde TOjuli, zal ten hoogste 1,2 zijn.

3.4.2 Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden langer, heter en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit. Door met het stedenbouwkundig plan en bouwplan rekening te houden met het veranderende klimaat, kan overlast worden voorkomen en is er sprake van een klimaatbestendige ontwikkeling. Onderhavig plan voorziet hier op de volgende wijze in:  water in openbare ruimte (waterbergende, ecologische, landschappelijke, recreatieve functie);  waterberging op eigen terrein indien nog benodigd;  zo min mogelijk verharding / halfverharding;  aantrekkelijk verblijfsklimaat voor de gebruikers, gebiedseigen planten en dieren;  groen / bomen behouden ten behoeve van opname van stikstof en CO2, het vast houden van water en het tegengaan van hittestress;  goed openbaar vervoer;  goede langzaam verkeersnetwerken;  natuurinclusief bouwen.

19

20

Hoofdstuk 4 Beleid In dit hoofdstuk wordt het plan getoetst aan het relevante vigerende beleid. Achtereenvolgens komt aan de orde het beleid op:  nationaal niveau;  provinciaal niveau;  gemeentelijk niveau.

4.1 Nationaal niveau 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is één integrale visie, waarin het duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland tot 2050 staat omschreven. Het uitgangspunt van deze visie is dat ruimtelijke ingrepen niet afzonderlijk van elkaar kunnen plaatsvinden, maar dat ze van elkaar afhankelijk zijn. De NOVI is op 11 september 2020 ondertekend en inmiddels in werking treden. De NOVI is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). In dit strategisch beleidsdocument schetst de overheid een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Nederland staat de komende jaren voor grote opgaven: de bouw van 1 miljoen nieuwe woningen, duurzame energie opwekken, klimaatverandering, en de overgang naar een circulaire economie vragen meer ruimte dan er beschikbaar is. Daarom moeten er keuzes worden gemaakt om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig, gezond en welvarend te houden. In dit licht zijn de NOVI de nationale belangen opnieuw gedefinieerd: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5.

Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. Waarborgen en realiseren van een veilig robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. Beperken van klimaatverandering; 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening die in 2050 CO2-arm is en de daarbij benodigde infrastructuur; 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. Realiseren van een toekomstbestendige circulaire economie; 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoendebeschikbaarheid van zoetwater; 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie; 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21.

Ontwikkelen van een duurzame visserij.

Analyse Het initiatief betreft het realiseren van 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning op de locatie tussen de Achterstraat en Delst, in Nistelrode Deze ontwikkeling draagt bij aan de opgave om tussen 2020 en 2035 circa 1,1 miljoen woningen toe te voegen aan de bestaande Nederlandse woningvoorraad. Middels deze ontwikkeling wordt zorg gedragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften in Nederland.

21

Hierbij worden kwaliteit en bereikbaarheid onder meer als uitgangspunten genomen, waardoor een goede leefomgevingskwaliteit gerealiseerd kan worden. Daarnaast wordt bij het realiseren van de woonwijk rekening gehouden met het veranderende klimaat en wordt middels diverse maatregelen ervoor gezorgd dat er sprake is van een klimaatbestendige ontwikkeling. Op deze manier draagt het planvoornemen bij aan de nationale doelstelling om de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. Bovendien blijkt uit diverse uitgevoerde onderzoeken ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling, dat deze ontwikkeling geen negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid heeft. Hiermee wordt een gezonde en veilige fysieke leefomgeving gewaarborgd.

Conclusie Het plan geeft invulling aan het beleid, zoals omschreven in de Nationale Omgevingsvisie.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De in de SVIR opgenomen nationale belangen krijgen een wettelijke grondslag in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, is op 30 december 2011 voor een groot deel in werking getreden en bevat regels ter bescherming van de nationale belangen. Het Barro bevat regels voor de borging van veertien nationale belangen. Het gaat hierbij om de volgende belangen:` 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Ecologische hoofdstructuur; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. De werking van het Barro is naar plaats beperkt. Het plangebied ligt op minder dan 15 km van het militaire vliegveld Volkel. Derhalve gelden bepaalde hoogtebeperkingen. In paragraaf 5.4 vindt hiervan een nadere uitwerking plaats. Daaruit wordt geconcludeerd dat het bouwplan ruim onder de maximaal toegestane hoogte blijft.

Het project vormt daardoor geen belemmering voor het nationale belang "Militaire terreinen en objecten".

Conclusie Het project vormt geen belemmering voor de nationale belangen die middels het Barro beschermd zijn.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening: Ladder voor Duurzame Verstedelijking Nationaal belang 13 is wettelijk verankerd in het Bro. In artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro is gesteld dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van: a. de behoefte aan die ontwikkeling; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling

Alvorens te toetsen aan de Ladder dient te worden vastgesteld of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit begrip is in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Bro gedefinieerd als ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.

22

Ten aanzien van de tot dusver gevormde jurisprudentie ten aanzien van het begrip 'stedelijke ontwikkeling' blijkt dat de omvang van de ontwikkeling een rol speelt. Is sprake van een kleinschalige ontwikkeling, dan kan weliswaar sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling, maar kan dergelijke ontwikkeling als te kleinschalig worden aangemerkt om te worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. Bro. In de literatuur wordt bij voorziene ontwikkelingen met betrekking tot woningbouw gesproken over een daadwerkelijke ondergrens. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd (ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3542, r.o. 8.2.). Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf (ABRvS 22 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2329, r.o. 6.3).

Betekenis voor het plangebied Onderhavig plan voorziet in de realisatie van maximaal 14 woningen op de locatie waar in de vigerende bestemmingsplan de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Agrarisch met waarden – Landschappelijke, cultuurhistorische en/of abiotische waarden' gelden. Dit betekent dat onderhavige locatie reeds niet als woningbouwlocatie is bestemd en in totaal 0 woningen mogelijk zijn. Dit betekent een toename van 14 extra wooneenheden. Het planvoornemen valt onder de definitie van 'stedelijke ontwikkeling'.

Verantwoording

De toevoeging van extra woningen sluit aan bij de toenemende vraag naar (zorg)woningen in de regio. Voor de gemeente Bernheze ligt een actuele vraag naar 1.800 woningen voor de komende 10 jaar. Met de toevoeging van 14 extra wooneenheden binnen bestaand stedelijk gebied, waaronder sociale huurwoningen, voldoet het bestemmingsplan aan de actuele lokale en provinciale woningbouwbehoefte en past hiermee binnen de provinciale (zie paragraaf 4.2.3) en gemeentelijke woonvisie (zie paragraaf 4.3.3). Conclusie Het project voldoet aan het Besluit ruimtelijke ordening voor wat betreft het aspect Ladder voor Duurzame Verstedelijking.

4.2 Provinciaal niveau Het provinciale ruimtelijk beleid is vastgelegd in de nota's:  Omgevingsvisie Noord-Brabant;  Omgevingsverordening Noord-Brabant;  Brabantse agenda Wonen. Het plan wordt aan deze nota's getoetst.

4.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In voorbereiding op de inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft de provincie de Omgevingsvisie NoordBrabant vastgesteld (14 december 2018). Deze omgevingsvisie bevat de visie van het provinciale bestuur op de Brabantse leefomgeving van de toekomst (2050). Naar de uitgangspunten van de Omgevingswet zijn daarbij geen routes naar de gestelde doelen vastgelegd, omdat daarmee een beter samenspel en draagvlak kunnen ontstaan. De Omgevingsvisie zal onder meer de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening gaan vervangen. De Omgevingsvisie kent één basisopgave: "werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit". Elke ruimtelijke ontwikkeling moet - ongeacht de omvang - hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden nadere accenten gelegd: 1. werken aan de Brabantse energietransitie; 2. werken aan een klimaatproof Brabant; 3. werken aan een slimme netwerkstad; 4. werken aan een concurrerende, duurzame economie.

23

Analyse

Onderhavig plan betreft het realiseren van 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning op de locatie tussen de Achterstraat en Delst, in Nistelrode. ad 1.

ad 2.

ad 3.

ad 4.

De energietransitie houdt enerzijds in het verminderen van het energieverbruik en anderzijds de verduurzaming van de energie. De nieuwe woningen binnen het plangebied zullen minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen. Zij zullen all electric woning zijn en er zal gebruik gemaakt worden van energieopwekking door middel van een warmtepomp. Tevens wordt gebruik gemaakt van systemen om energie (warmte) terug te winnen. Nadere uitwerking hiervan zal plaatsvinden in het kader van het bouwplan voor de woningen. Eén van de onderdelen van een klimaatproof Brabant is het zorgen voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting. Onderhavig plan wordt gerealiseerd op een plek die hoog en droog genoeg is. Door infiltratie van het hemelwater ter plaatse wordt voorkomen dat er een versnelde afvoer plaatsvindt (zie paragraaf 5.3). Het ontwerp van de woningen en de inrichting van de woonpercelen kunnen voorts een bijdrage leveren aan de klimaatadaptatie. Dit wordt in het bouwplan nader uitgewerkt. Een duurzame verstedelijking draagt bij aan het komen tot een slimme netwerkstad. Uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied is alleen wenselijk vanuit kwalitatieve overwegingen en bij een concrete marktvraag.

De 14 woningen worden gerealiseerd aan de rand van de kern van Nistelrode binnen het stedelijk gebied en grenst aan het buitengebied. Dit betekent dat het bestaand stedelijk gebied niet wordt vergroot. Het is zaak om bij woningbouw eerst te onderzoeken of dit kan gebeuren binnen bestaand stedelijk gebied. Hieraan wordt voldaan binnen dit plan. Onderdeel van een concurrerende en duurzame economie is het voorzien in een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Door een zorgvuldige inpassing van de woningen wordt een bijdrage geleverd aan de leefomgeving en daarmee aan het vestigingsklimaat.

Conclusie

Het plan geeft invulling aan bij de opgaven van de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

4.2.2 Omgevingsverordening Noord-Brabant De Omgevingsverordening bevat de provinciale regels en randvoorwaarden met een bindende werking over de fysieke leefomgeving. Deze vloeien voort uit de in de Omgevingsvisie genoemde doelen. De Interim Omgevingsverordening is opgesteld naar de gedachtegang van de nieuwe Omgevingswet. De Omgevingsverordening (OV) heeft een opbouw naar de verschillende doelgroepen. Voor onderhavig plan zijn in beginsel uitsluitend de in hoofdstuk 3 opgenomen "Instructieregels aan gemeenten" aan de orde. De afdelingen in dat hoofdstuk zijn als volgt te onderscheiden (waarbij de volgorde is omgekeerd ten behoeve van vergroting van de toepasbaarheid):   

afdelingen 3.5 tot en met 3.7: de toedeling van functies; afdelingen 3.2 tot en met 3.4: de bescherming van gebiedskenmerken; afdeling 3.1: de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies.

4.2.2.1

De toedeling van functies

Het plangebied is onderdeel van het stedelijke gebied. In beginsel zijn daar conform artikel 3.42 woningen toegestaan, mits voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. Hieronder is dit artikel overgenomen en wordt aan de voorwaarden getoetst. ''Artikel 3.42 - duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken;

24

b.

Het plan past binnen de regionale afspraken als bedoeld in afdeling 5.4. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Het plan wordt gerealiseerd aan de rand van de kern Nistelrode, binnen het bestaand stedelijk gebied. Hierbij is derhalve geen sprake van uitbreiding van het stedelijk gebied. Deze ontwikkeling zal minstens aan de in het Bouwbesluit en het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid opgenomen energieprestatie-eisen moeten voldoen.

Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; Het plan voldoet aan alle uitvoeringsaspecten. Deze worden nader toegelicht in hoofdstuk 5. b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; Het plan wordt gerealiseerd aan de rand van de kern Nistelrode, op een agrarisch perceel binnen het bestaand stedelijk gebied. Hierbij is derhalve geen sprake van uitbreiding van het stedelijk gebied en wordt zorgvuldig omgegaan met de ruimte. c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; Het plan voorziet bij de realisatie van een hoogwaardige woonlocatie in mogelijkheden voor duurzaam gebruik van de bebouwing. Dit wordt verder uitgewerkt in het bouwplan behorende bij dit projectvoornemen. d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; Het plan voldoet aan de in hoofdstuk 5 genoemde eisen voor de opvang en afvoer van hemelwater. Hiermee wordt voldaan aan dit sublid. e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; Het plan zorgt niet voor een verandering/aanpassing met betrekking tot duurzame mobiliteit. Dit sublid is niet van toepassing. f.

draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Het plan draagt, met de realisatie van 14 woningen, bij aan de continuïteit van Nistelrode als woon/verblijfslocatie. Daarnaast wordt de gemeentelijke economie gestimuleerd doordat de bewoners van deze locatie normaliter uitgaven binnen de gemeentegrens doen.

4.2.2.2

De bescherming van gebiedskenmerken

Ter plaatse van het plangebied geldt het gebiedskenmerk 'Stalderingsgebied'. Het artikel 3.52 stelt regels aangaande de ontwikkeling van veehouderijen. Onderhavig plan omvat geen veehouderijen. Er hoeft derhalve geen nadere toetsing plaats te vinden.

4.2.2.3

De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies

Om te komen tot een goede omgevingskwaliteit moet rekening gehouden worden met zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in het gebied (toepassing lagenbenadering) en meerwaardecreatie. Er is sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik, omdat het nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen het bestaand stedelijke gebied van Nistelrode. Hiermee ontstaat tevens een logische afronding van de kern. De situering van de woningen sluiten aan bij de verkavelingsstructuur in directe omgeving. Er wordt hierin aansluiting gezocht bij de omliggende percelen. Het planvoornemen leidt tot de toevoeging van 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning op de locatie tussen de Achterstraat en Delst, binnen de kern Nistelrode, waarbij de woningen aansluiten bij de doelstellingen geformuleerd in de gemeentelijke woonvisie (paragraaf 4.3.3). Er is daarmee tevens een waardecreatie in het algemeen belang.

4.2.2.4

Conclusie

Het plan past binnen het beleid van de Omgevingsverordening.

25

4.2.3 Brabantse Agenda Wonen Op 19 september 2017 hebben de Provinciale Staten de Brabantse Agenda Wonen vastgesteld. De Brabantse Agenda Wonen is gericht op het versnellen van de woningbouw, het vernieuwen en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en het op zorgvuldige wijze ruimtelijk inpassen van de behoefte aan nieuwe woonruimte. Middels deze agenda wordt aangegeven welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen van woningen en hoe de provincie zich hiervoor gaat inzetten. De Brabantse woningmarkt kent grote uitdagingen. De afgelopen jaren zijn te weinig woningen gebouwd. Zo moet de woningvoorraad de komende 10 tot 15 jaar met 11%, ofwel zo'n 120.000 woningen, toenemen. Bovendien verandert de vraag naar woonruimte sterk. Zo bestaat ruim 40% van de huishoudens in 2040 uit eenpersoonshuishoudens en is er een grote behoefte aan kleinere, betaalbare woonruimten. Ook het bouwen van voldoende woningen voor het middensegment op de woningmarkt, betaalbare koop en middeldure huur, blijft een punt van aandacht. Inbreidings- en transformatielocaties Om in te spelen op bovengenoemde prognoses en ambities dient het planaanbod, zowel kwalitatief, kwantitatief als ruimtelijk, regionaal afgewogen te worden. De Brabantse Agenda Wonen legt het accent op duurzame verstedelijking en op 'goede woningbouwplannen' die in lijn hiermee worden ontwikkeld.

Inbreidings- en transformatielocaties hebben hierbij de voorkeur. Een duurzaam verstedelijkingsbeleid vraagt hierbij om regionale afweging én afspraken over de meer grootschalige gebiedsontwikkelingen én uitbreidingslocaties (richtinggevend principe). Hierbij dient ook rekening te worden gehouden de ruimtelijke-kwalitatieve opgaven en de veranderende vraag op de woningmarkt. Voor wie, wat én waar te bouwen zijn vragen die hierbij spelen. Analyse Voorliggend initiatief betreft de realisatie van een woonlocatie, met 14 woningen tussen de Achterstraat en Delst binnen de kern Nistelrode. Ter plaatse van het plangebied worden 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en één vrijstaande woning gerealiseerd. Het plan omvat een divers programma en is hierdoor voor een brede doelgroep bestemd. Met de toevoeging van 14 woningen voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een concrete behoefte naar 120.000 nieuwe woningen binnen de provincie en 1.800 binnen de gemeente. De nieuwe woningen worden gerealiseerd op een inbreidingslocatie in bestaand stedelijk gebied in Nistelrode. Hiermee is het een geschikte locatie voor het realiseren van 14 woningen. Middels een Ladderonderbouwing (paragraaf 4.1.3 ) is tevens onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling de behoefte naar nieuwe woningen, met bijbehorende programma, tegemoet komt.

Met de realisatie van 14 woningen, wordt gehoor gegeven aan de ambities en uitgangspunten van de provincie.

Conclusie

Het planvoornemen is in overeenstemming met de Brabantse Agenda Wonen.

4.3 Gemeentelijk niveau 4.3.1 Omgevingsvisie Bernheze 2040 De Omgevingsvisie Bernheze 2040 is een richtinggevende visie voor de fysieke leefomgeving. Nieuwe initiatieven worden getoetst op basis van deze omgevingsvisie. Het schetst de ambities voor de komende 20 jaar. Ambities en doelen die samen met de partners zijn bepaald. Met de omgevingsvisie wil de gemeente de kwaliteit van de leefomgeving behouden en versterken. De gemeente hanteert daarvoor de volgende aanknopingspunten om slim met de ruimte om te gaan:  Kenmerken en identiteit van het gebied centraal stellen;  Meervoudig ruimtegebruik, waar het kan;  Voorkomen van afwenteling. De omgevingsvisie vervangt de gemeentelijke structuurvisie en een groot deel van andere lange termijn visies op de fysieke leefomgeving van de gemeente. De omgevingsvisie is een dynamisch document en zal ook meebewegen met nieuwe en veranderende maatschappelijk opgaven.

26

De kern van de omgevingsvisie bestaat uit de uitwerking in vijf strategische thema's. In deze uitwerking vertaalt de gemeente de opgaven naar ambities en doelen. De vijf thema's zijn: 1. Gezonde leefomgeving 2. Leefbare kernen 3. Klimaatadaptatie en herstel biodiversiteit 4. Vitale en duurzame landbouw en economie 5. Kwaliteit landschap en erfgoed

Analyse

Met de beoogde herontwikkeling wordt ingespeeld om het thema 'leefbare kernen'. De gemeente wil leefbare kernen creëren, waar het fijn wonen is voor een goede leeftijd mix aan mensen. Dit wil de gemeente doen door innovatief, groen en compact te bouwen en te ondernemen. De kernen staan voor een forse opgave. Om in het grote woningtekort te voorzien, heeft de gemeente in de woondeal een enorme bouwopgave afgesproken. Betaalbare en duurzame woningen zijn de uitdaging, zeker met het oog op dat meer huishoudens uit minder personen bestaan. Tegelijkertijd moet worden geanticipeerd op demografische veranderingen, zoals de sterke vergrijzing in de plattelandsgebieden. De gemeente wil daarnaast ook de identiteit en het groene karakter van de kernen versterken. Veranderingen moeten hieraan bijdragen. De gemeente wil voor woningbouwopgaven inbreiden, maar niet ten koste van de identiteit en het groen. Daar waar niet voldoende tempo gemaakt kan worden in het bouwen, wordt uitgeweken naar de kernranden. Gezondheid, groen, klimaat, landschap, bodem en water zij sturend voor het bepalen van de locatie en de inrichting. Met de beoogde herontwikkeling wordt gebruik gemaakt van een inbreidingslocatie. Ingespeeld wordt op de kwalitatieve en kwantitatieve woningbehoefte. Bijgedragen wordt daarmee aan de ambities en doelen zoals gesteld in de gemeentelijke omgevingsvisie.

Conclusie

Het planvoornemen is in overeenstemming met de Omgevingsvisie Bernheze 2040.

4.3.2 Bebouwingsconcentraties Bernheze De gemeente Bernheze heeft de gebiedsvisie 'Bebouwingsconcentraties Bernheze' opgesteld. Deze visie gaat in op de bebouwingsconcentraties in de gemeente Bernheze. Ondereen bebouwingsconcentratie worden - in overeenstemming met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant – de volgende drie typologieën verstaan: 1. kernrandzone; 2. bebouwingslint; 3. bebouwingscluster. De zone direct om een dorp heen wordt de kernrandzone genoemd. Deze zone vormt de overgangszone van dorp naar (agrarisch) landschap en is vaak niet duidelijk begrensd. De twee andere type bebouwingsconcentraties liggen vaak op kruisende wegen (bebouwingcluster) of strekken zich uit langs wegen (bebouwingslint). Een bebouwingscluster of -lint kan grenzen aan een dorp, maar kan ook solitair in het buitengebied liggen.

Deelgebied Historische es bij Maxend - Achterstraat - Delst

Rondom Nistelrode worden vier deelgebieden onderscheiden: 1. het bosgebied van de Maashorst 2. de Mortel 3. de historische es bij Maxend 4. het Broek Het plangebied behoort voor een deel tot 'de historische es bij Maxend'. Dit gebied tussen de kern Nistelrode en het bosgebied van de Meeuwerheide wordt doorsneden door drie noord-zuid lopende bebouwingslinten: van west naar oost zijn dat Dintherseweg, Maxend, Achterstraat en Delst. Tussen de bebouwingslinten liggen agrarische en landschappelijke zones. Het gebied ligt op de overgang van het hoge terras en het lagere terras rondom de Peelrandbreuk. In dit gebied zijn dus subtiele verschillen in de ondergrond met potentiële karakteristieke eigenschappen zoals wijst. Door schaalvergroting en intensivering van de landbouw zijn de karakteristieke kenmerken niet meer goed zichtbaar; het landschap is hier genivelleerd. Ten zuiden van Nistelrode is er een kans om deze morfologische verschillen weer zichtbaar en beleefbaar te maken in het landschap. Het meest prominente onderscheid in de ondergrond is de Peelrandbreuk die grofweg parallel aan de Achterstraat loopt.

27

Binnen het deelgebied 'Historische es bij Maxend' wordt een onderscheid tussen vier zones gemaakt. Het plangebied is gelegen in de zone tussen de linten Achterstraat en Delst en ligt aan de hoge zijde van de Peelrandbreuk. Voor dit deelgebied gelden de volgende uitgangspunten op hoofdlijnen:  Het ontwikkelen van dit deelgebied als een potentieel waardevol landschap door het versterken van de reeds gedane investeringen in het zichtbaar en beleefbaar maken van de Peelrandbreuk en het verschijnsel van wijst in combinatie met landschapsontwikkeling.  Het beleefbaar houden van dit ecologisch waardevolle landschap in relatie tot de (agrarische) linten en dorpskern door waardevolle doorzichten vanaf de weg te behouden of te creëren en hier geen nieuwe bebouwing toe te staan.  Het behouden en beschermen van historische zandpaden.  Het aanvullen van de ontbrekende laanbeplanting langs de Achterstraat.

Dorpsentree Daarnaast is het plangebied gelegen aan een dorpsentree 'Achterstraat'. De dorpsentrees zijn belangrijks schakels tussen het dorp en landschap. Specifiek voor de dorpsentree aan de 'Achterstraat' zijn enkele positieve punten opgesomd:  Geleidelijke aankomst vanuit het landschap via het verdichtende lint het dorp in.  Begeleiding van laanbomen aan beide zijden van de weg.  Doorzichten op het landschap tussen lintbebouwing aan beide zijden van de weg.  Het zandpad tussen Delst en Achterstraat is een mooi relict tegen de dorpsrand. Karakteristieke monumentale boerderij bij dorpsentree.

Analyse Onderstaande kaart betreft een uitsnede van de visiekaart 'kern Nistelrode. Het plangebied is aangeduid. Daarnaast is het plangebied gelegen aan de dorpsentree 'Achterstraat'.

UITSNEDE VISIEKAART KERN NISTELRODE

28

Op de visiekaart is het plangebied aangeduid als 'zoekgebied nieuwe planmatige afronding dorpsrand'. Middels voorliggend initiatief wordt de dorpsrand logisch afgerond en wordt invulling gegeven aan deze aanduiding op de visiekaart, zonder dat de uitgangspunten voor het deelgebied, zoals hierboven beschreven, negatief worden aangetast. Daarnaast wordt met voorliggend initiatief geen afbreuk gedaan aan de hierboven beschreven positieve punten van de dorpsentree 'Achterstraat'. De groenzone aansluitend aan het agrarisch gebied wordt versterkt.

Conclusie

Het planvoornemen is in overeenstemming met de gemeentelijke gebiedsvisie 'Bebouwingsconcentraties Bernheze'.

4.3.3 Woonvisie 2022-2026 Op 16 december 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Bernheze de Woonvisie 2022-2026 vastgesteld. Met deze visie werkt de gemeente aan de ambitie dat iedereen goed moet kunnen wonen in de gemeente. De gemeentelijke ambitie is om in iedere kern binnen de gemeente in de komende 10 jaar 1.800 woningen toe te voegen, waarvan circa 1.160 woningen in de periode tot en met 2026. De gemeente heeft een duidelijke woningbouwopgave geformuleerd. Dit betekent onder andere dat:  woningbouw betaalbaar en duurzaam is en dat er genoeg woningen zijn die passen bij de vraag;  actief woningbouwbeleid wordt voortgezet;  in alle kernen gebouwd blijft worden;  speciale aandacht is voor senioren op de woningmarkt, door bestaande woningen levensloopgeschikt te maken;  wordt ingezet op de realisatie van betaalbare en ook levensloopbestendige huur- en koopwoningen. Betaalbaarheid van woningen is één van de belangrijkste aandachtspunten.

Hiermee worden starters, jonge gezinnen en senioren bediend;  gezamenlijke verantwoordelijkheid is voor de leefomgeving en bewust zijn van de mogelijkheden tot verduurzaming (en de eventuele mogelijkheden tot subsidie op dat gebied);  bestaande woningvoorraad wordt verduurzaamd;  ruimte is voor andere en vernieuwende woningbouwconcepten en woonvormen (‘tiny houses’, flexwoningen, inzet op vrijkomende agrarische bestemmingen (VAB’s) of maatschappelijk vastgoed, projecten met vernieuwende aanpak zoals een Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) gericht op duurzaamheid, voor ouderen en/of jongeren);  (CPO) en Individueel Particulier Opdrachtgeverschap (IPO) prominent op de agenda blijven;  ruimte is voor inbreidings- en uitbreidingslocaties met aandacht voor duurzaamheid en klimaatadaptatie;  aandacht is voor bijzondere doelgroepen. Er moeten oplossingen gevonden worden voor mensen die echt in de knel zitten en met spoed een woning zoeken.  beschermd wonen en wonen met zorg een belangrijk aandachtspunt blijft, waarbij de gemeente het beleid in overleg met sociale en maatschappelijke partners nader vorm gaat geven.

Analyse

Voorliggend initiatief betreft de realisatie van een woonlocatie, met 14 woningen tussen de Achterstraat en Delst binnen de kern Nistelrode. Ter plaatse van het plangebied worden 8 twee-onder-een-kapwoningen, 5 rijwoningen en 1 vrijstaande woning gerealiseerd. Het plan omvat een divers programma. Hiermee kunnen starters, senioren en jonge gezinnen bediend worden. Met de toevoeging van 14 woningen voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een concrete behoefte naar 1.800 nieuwe woningen voor de komende 10 jaar. De nieuwe woningen worden gerealiseerd op een inbreidingslocatie in bestaand stedelijk gebied in Nistelrode. Hiermee is het een geschikte locatie voor het realiseren van 14 woningen.

Conclusie Het planvoornemen is in overeenstemming met de gemeentelijke Woonvisie 2022-2026.

29

30

Hoofdstuk 5 Uitvoeringsaspecten In dit hoofdstuk worden de uitvoeringsaspecten beschreven. Achtereenvolgens komen aan de orde: 1. milieu; 2. waarden; 3. waterhuishouding.

5.1 Milieu Conform het bepaalde in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een toetsing plaatsvinden van de voorgenomen ontwikkelingen aan de relevante milieuaspecten, teneinde het toekomstige gebruik af te stemmen op de omgeving. In deze paragraaf worden de milieuaspecten afzonderlijk beschreven.

5.1.1 Bodemkwaliteit 5.1.1.1

Inleiding

Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bij een ruimtelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of de bodemkwaliteit past bij deze nieuwe functie.

5.1.1.2

Analyse

Om de huidige bodemkwaliteit inzichtelijk te maken heeft Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd: rapport 'Verkennend bodemonderzoek Achterstraat te Nistelrode (21 november 2019,10798.001 ). Het onderzoeksrapport is als bijlage 2 bijgevoegd. Econsultancy concludeert dat de vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als 'onverdacht, niet lijnvormig' kan worden beschouwd, op basis van de lichte verontreinigingen, wordt verworpen. Echter, gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek en bestaan er met betrekking tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor de bestemmingsplanwijziging van en nieuwbouw op de onderzoekslocatie.

5.1.1.3

Conclusie

Het aspect bodemkwaliteit vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.2 Bedrijven en milieuzonering 5.1.2.1

Inleiding

Om te voorkomen dat als gevolg van het plan voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten optreden moet worden getoetst of:  de voorgenomen ontwikkeling van invloed is op omliggende milieugevoelige objecten (woningen etc.) en of de voorgenomen ontwikkeling een belemmering vormt voor de bedrijfsvoering van omliggende inrichtingen;  bestaande milieubelastende inrichtingen (bedrijven) van invloed zijn op de voorgenomen ontwikkeling. Basis voor deze toetsing vormt de handreiking "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, Den Haag, 2009), waarin richtafstanden zijn opgenomen voor diverse bedrijfstypen.

5.1.2.2

Analyse

Omgevingstype

Het omgevingstype van voorliggend plangebied is een rustige woonwijk. In de omgeving is slecht van beperkte functiemenging sprake en er is weinig verstorend verkeer.

Invloed plan op de omgeving Het plan betreft woningbouw. Er is daarom geen sprake van milieutechnische uitstraling op de omgeving.

31

Invloed omliggende inrichtingen op plan

Hieronder staat een overzicht van de bedrijven in de directe omgeving, de SBI-code, de milieucategorie en de bijbehorende richtafstand, alsmede de werkelijke afstand tot het dichtstbijzijnde milieugevoelige object binnen het plangebied. bedrijf

SBI-code

Achterstraat 23B: diverse bedrijfjes Achterstraat 15: Gracy.nl webshop damesmode Delst 8A: Kling Opleidingen B.V. (opleidingscentrum) Delst 10: Delst 13: Harmony in Colours (communicatieadviesbureau) Delst 15: B&B De Zeven Berken dichtstbijzijnde veehouderij: Achterstraat 44: melkrundveehouderij overige veehouderijen zie paragraaf 5.1.4 geur

categorie

richtafstand

xxx 47.71.2

1 1

werkelijke afstand 10 m 10 m 10 m 70 m

85.59.2

2

30 m

60 m

70.22.1

max 2 1

max 30 m 10 m

35 m 75 m

55.9 0142

1 3.2

10 m vaste afstand 25 m

115 m 380 m

Er liggen geen milieugevoelige onderdelen van het plan binnen de richtafstanden van de omliggende bedrijven. Het plan vormt geen belemmering voor de omliggende bedrijven.

5.1.2.3

Conclusie

Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen planologische belemmering voor het plan.

5.1.3 Externe veiligheid 5.1.3.1

Inleiding

Bij het mogelijk maken van nieuwe gevoelige functies is het aspect externe veiligheid van belang. Dit heeft betrekking op inrichtingen, buisleidingen en transportroutes waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, met fatale gevolgen voor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit. Het plan voegt nieuwe kwetsbare objecten toe en het aantal personen dat binnen het plangebied verblijft neemt toe. Het is daarom noodzakelijk nader in te gaan op het aspect externe veiligheid.

5.1.3.2

Beoordelingskader

Het kader voor het beoordelen van externe veiligheid bestaat met name uit:  Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);  Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb);  Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarnaast getoetst aan de van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit onder meer het Activiteitenbesluit en het Besluiten algemene regels ruimtelijke ordening.

Kernbegrippen

In het beoordelingskader staan twee kernbegrippen centraal:  Plaatsgebonden risico: Het plaatsgebonden risico geeft de kans, op een bepaalde plaats, van overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. Het plaatsgebonden risico kan op een kaart worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten met eenzelfde plaatsgebonden risico verbinden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is de risicocontour van 10-6/jaar het meest relevant. Binnen deze contour mogen geen nieuwe kwetsbare objecten gerealiseerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze contour niet als grenswaarde, maar als richtwaarde.

32

Groepsrisico: Het groepsrisico is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang (10 personen of meer). Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit en kent geen vaste norm, maar een oriëntatiewaarde (= '1'). Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Dit houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Verantwoordingsplicht groepsrisico

Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre eventuele externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag (veelal de gemeente), waardoor het externe veiligheidsaspect wordt meegewogen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. In onderstaand overzicht (volgend uit de Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico) zijn de onderdelen van de verantwoording nader uitgewerkt en toegelicht. Bron Inrichtingen (Bevi) Buisleidingen (Bevb)

Transportroutes (Bevt)

Wanneer en opzet verantwoording groepsrisico Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 100% letaliteitgrens bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden. Altijd wanneer er binnen een invloedsgebied een ruimtelijk besluit wordt genomen. Er kan echter worden volstaan met een beperkte verantwoording wanneer: 1) het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde, of 2) de toename minder is dan 10% en de oriënterende waarde niet wordt overschreden, of 3) personen zich buiten de 200 meter-zone bevinden. Bij een beperkte verantwoording hoeven alleen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid beschouwd te worden.

Door het uitwerken van de verantwoordingsplicht neemt het bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor het 'restrisico' dat overblijft nadat benodigde de veiligheidsverhogende maatregelen genomen zijn.

5.1.3.3

Risicobronnen in de omgeving

De Risicokaart Nederland geeft een overzicht van de ligging van risicovolle activiteiten ten opzichte van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de Risicokaart.

33

UITSNEDE RISICOKAART NEDERLAND

Risicovolle inrichtingen De dichtstbij gelegen risicovolle inrichtingen liggen op meer dan 540 m van het plangebied . Het projectgebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. De risico's als gevolg van inrichtingen vormen geen aandachtspunt voor het project waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is. Transportrouters Ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op basis van de afstanden die in tabel 1 zijn genoemd, blijkt dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over water vervoerd worden, circa 1.070 meter bedraagt (GT3-stoffen). Er ligt in de nabijheid van het projectgebied, binnen het invloedgebied, geen water waarover gevaarlijke stoffen worden gevoerd. Dit betekent dat er geen invulling dient te worden gegeven aan een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico's in het projectgebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen.

34

Binnen een afstand van circa 555 m rondom het plangebied is de B80 'A50: Knp. Paalgraven - afrit 14 (Zeeland)' gelegen. Daarnaast is op een afstand van circa 590 m de A50 - tussen Oss en Uden aanwezig, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Over deze transportweg worden onder andere gevaarlijke stoffen uit de categorie GT4 vervoerd. GT4 heeft een invloedsgebied van >4000 meter. Omdat het plangebied niet binnen 200 meter van de transportroute ligt, kan worden volstaan met een beperkte verantwoording voor het scenario toxisch. Een beperkte verantwoording van het groepsrisico gaat in op de zelfredzaamheid van personen binnen het plangebied bij een calamiteit en de mogelijkheden tot het bestrijden van de gevolgen van een calamiteit binnen het plangebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=35bb14ee-4a20-4a1b-8563-9850b32eac51