CConstaterende datBernheze
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan 'Achterstraat-Delst' - Bijlage T5 vooronderzoek NGE, gemeente Bernheze

Raadsvergadering 23 mei 2024, gemeente BernhezeBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Achterstraat-Delst, Nistelrode’27.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Pagina 53 van 373

5.6

HANDLEY PAGE HALIFAX NEERGESTORT TE VORSTENBOSCH, 13/14 JULI 1943

In de nacht van 13 op 14 juli 1943 om 01:30 uur is en Handley Page Halifax II van No. 158 Squadron neergestort te Vorstenbosch. Na de crash zouden enkele brisantbommen tot ontploffing zijn gekomen waardoor brandende onderdelen ver in het rond weggelingerd werden. Hierdoor ontstond brand bij verschillende boerderijen, zo blijkt uit de literatuur en het gemeentearchief. Aangezien er geen omnummeringslijsten beschikbaar zijn, kan niet achterhaald worden welke van deze boerderijen in brand zijn gevlogen. Een andere bron uit de literatuur meldt dat het vliegtuig nabij een boerderij op de Dinthersehoek is neergestort. Ter plaatse van de Oud Beemdseweg 1 is in 1999 nog wel een 30 lbs brandbom (weergeven in onderstaand figuur) aangetroffen. Het is echter niet duidelijk of deze afkomstig is van de crash van de Handley Page Halifax op 14 juli 1943.

Figuur 24: Vorstenbosch en Dinthersehoek weergegeven op een geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

Bij verschillende luchtfoto-instanties is verder gezocht naar een luchtfoto die kort na het neerstorten van het jachtvliegtuig is genomen. Deze is echter niet beschikbaar gebleken, de eerstvolgende luchtfoto is nagenoeg één jaar later genomen. Er wordt niet verwacht dat hierop het wrak nog zichtbaar is. Het raadplegen van het AHN heeft eveneens geen aanvullende informatie over de crashlocatie opgeleverd. Aangezien de exacte locatie van het neergestorte toestel niet kan worden bepaald, kan geen NGERisicogebied worden afgebakend. Conclusie Naar aanleiding van het neerstorten van dit geallieerd vliegtuig in de nacht van 13 op 14 juli 1943 kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend. De informatie omtrent deze crash is te summier.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 54 van 373

5.7

HANDLEY PAGE HALIFAX NEERGESTORT TE NISTELRODE, 17 JUNI 1944

Uit de literatuur is gebleken dat op 17 juni 1944 om 1.15 uur een Engelse bommenwerper, een Handley Page Halifax van No. 431 Squadron, is neergestort ten zuiden van Nistelrode op te plaatse van de Groote Heide. Het vliegtuig is tijdens de val in verschillende delen uit elkaar gevallen. Deze delen zijn afzonderlijk neergestort op het heidegebied. Uit een politierapport uit de gemeente Nistelrode blijkt dat er vermoedelijk bommen zijn ontploft na de crash aangezien een knal hoorbaar was na de landing. Een deel van het vliegtuig is in een perceel dennenbos terecht gekomen, waardoor alhier brand ontstond. Op 17 juni 1944 rond 20.00 uur en op 18 juni 1944 rond 15.00 uur zijn later twee bommen in een perceel rogge gedetoneerd.

Figuur 25: De Groote Heide aangegeven op een geallieerde stafkaart, ongeveer 3,5 kilometer ten zuidwesten van Nistelrode (Bron ondergrond: Kadaster).

Verder blijkt uit het rapport dat door het neerstorten van het vliegtuig en het detoneren van in ieder geval zeven bommen die voor de crash zijn afgeworpen veel schade is aangericht aan omringende boerderijen en landbouw. Onder andere betrof de schade: • D.35 te Nistelrode, detoneren van 3 bommen, 29 are rogge vernietigd; • D.41 te Nistelrode, 12 glasruiten stuk va woning en van kippenhok; • D.40 te Nistelrode, 2 glasruiten en lampenglas stuk. Weiland door springen splinterbom 160 meter draad van weide en verschillende weidepalen stuk; • Bij weduwe van Veghel (locatie onbekend) te Nistelrode een bomtrechter in het Weiland; • E.7 te Nistelrode, in weide een 5-jarig paard gedood; • E.20 te Nistelrode in perceel rogge is romp van vliegtuig neergestort, 1 are vernietigd; • Hoogstraat te Uden (A. van Lieshout) 25,5 are rogge vernietigd door bomtrechter en gedeelte van het vliegtuig; • E.5b te Nistelrode door motor 0,5 are haver vernietigd, aan woning en kippenhok 22 glasruiten stuk; • D.39 te Nistelrode een bomtrechter, 7 are rogge vernietigd;

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 55 van 373

• E.5a te Nistelrode aan woning en kippenhok 14 glasruiten stuk; • E.5 te Nistelrode aan woning en kippenhok 7 glasruiten stuk. Ook is op 27 juni 1944 te Nistelrode een lijk gevonden van een Canadees die tot de bemanning van het vliegtuig hoorde. Aangezien de omnummeringslijsten van de gemeente Nistelrode niet beschikbaar zijn gebleken in het gemeentearchief, kunnen de locaties van de beschadigde panden niet achterhaald worden.

Figuur 26: Handley Page Halifax (Bron: REASeuro database).

Vervolgens is een luchtfoto van kort na de crash geraadpleegd. Op een luchtfoto van 6 oktober 1944 is de crashlocatie van de Handley Page Halifax niet zichtbaar. Wel kunnen er vier kraters worden waargenomen ter plaatse van de Groote Heide, welke vermoedelijk zijn ontstaan door het neerkomen van afwerpmunitie.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 56 van 373

Figuur 27: Luchtfoto d.d. 6 oktober 1944 met hierop vier kraters zichtbaar (Bron: NCAP).

In de ORB’s van No. 431 Squadron, No. 6 Group en het hoofdkwartier van Bomber Command is gezocht hoeveel bommen en welke kalibers het neergestorte vliegtuig bij zich droeg. Hieruit is gebleken dat er tien Handley Page Halifax III bommenwerpers van No. 6 Group zijn neergestort welke allen uitgerust waren met 500 lbs G.P. bommen, zie het onderstaande figuur.

Figuur 28: Melding van neergestorte Halifax bommenwerpers op 17 juni 1944 (Bron: TNA, AIR 14/2679).

Aangezien dit type bommenwerper maximaal 15 bommen van 500 lbs bij zich kon dragen, is het mogelijk dat er nog blindgangers naar aanleiding van de noodafworp voorafgaande aan de crash zijn achtergebleven. De exacte crashlocatie is niet bekend, echter zijn op de luchtfoto wel vier kraters zichtbaar. Ter plaatse van deze inslaglocaties is een NGE-Risicogebied afgebakend. Hierbij wordt een buffer van 100 meter opgenomen. Deze buffer is tot stand gekomen in overleg met een senior deskundige OO. Binnen het NGE-Risicogebied kunnen mogelijk NGE van afwerpmunitie van 500 lbs G.P. aangetroffen worden.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 57 van 373

Figuur 29: NGE-Risicogebied n.a.v. de Handley Page Halifax noodafworp van 17 juni 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

Conclusie Naar aanleiding van de noodafworp van een gecrashte Handley Page Halifax bommenwerper op 17 juni 1944 wordt een NGE-Risicogebied afgebakend waarbinnen NGE van afwerpmunitie van 500 lbs G.P. achtergebleven is. De crashlocatie van de bommenwerper zelf is onbekend. 5.8

DAKOTA C-47 NEERGESTORT NABIJ MELKFABRIEK TE DINTHER , 19 SEPTEMBER 1944

Op 17 september startte Operation Market Garden, een grootschalige geallieerde operatie om strategische bruggen op Nederlands grondgebied te veroveren. Market Garden bestond uit een grootschalige luchtlandingsoperatie (Market) en een grondoffensief vanuit België (Garden). Uit de literatuur is gebleken dat twee dagen na de start van de luchtlandingsoperatie, op 19 september 1944, een tweemotorig C-47 Dakota transportvliegtuig is neergestort nabij de melkfabriek te Dinther. Een viertal bemanningsleden sprong voor de crash uit het vliegtuig en zweefde in de lucht. De motor drong zeker anderhalve meter diep in de grond. Het hele vliegtuig werd in duizenden stukken verspreid over het land. Er steeg een grote rookwolk op en er waren hevige knallen te horen door het detoneren van de munitie die het vervoerde. In verband met een mogelijk uitslaande brand, sleepte enkele omwonenden vlug hun kleding en meubels naar buiten.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 58 van 373

Figuur 30: Een foto van het desbetreffende transportvliegtuig, welke was neergekomen nabij de melkfabriek te Dinther (Bron: DRI 98).

Aangezien het hier ging om een transportvliegtuig waarvan bekend is dat deze geen bommen of boordmunitie bij zich droeg, bestaat geen aanleiding om te vermoeden dat hier nog sprake zou kunnen zijn van het vinden van munitieartikelen toebehorend aan het vliegtuig zelf. Uit de literatuur blijkt wel dat het vliegtuig munitie vervoerde welke bij de crash is gedetoneerd. Het type munitie is echter niet bekend. Daarbij zouden mogelijk nog wrakstukken kunnen worden gevonden in de bodem. Naar aanleiding van de crash is een luchtfoto van 6 oktober 1944 geraadpleegd. In de directe omgeving van de melkfabriek is echter geen verstoring waar te nemen die na het neerstorten van het vliegtuig is ontstaan. Het raadplegen van het AHN heeft eveneens geen aanvullende informatie over de crashlocatie opgeleverd. Aangezien de exacte locatie van het neergestorte toestel niet kan worden bepaald, kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 59 van 373

Figuur 31: Luchtfoto d.d. 6 oktober 1944 met hierop het terrein van de melkfabriek aangegeven (Bron: NCAP).

Conclusie Naar aanleiding van de crash van een Dakota C-47 te Dinther op 19 september 1944 kan geen NGERisicogebied worden afgebakend. De exacte locatie kan niet worden achterhaald. 5.9

SHORT STIRLING NEERGESTORT TE MEUWELWEG, 20 SEPTEMBER 1944

Op 20 september 1944 om 17.00 uur is een Short Stirling IV van No. 620 Squadron neergestort ten zuiden van de Meuwelweg tussen Nistelrode en Vorstenbosch. Dit vliegtuig was onderweg naar Arnhem om Britse troepen aldaar te voorzien van voorraden. Tijdens deze missie is het vliegtuig geraakt door Duitse luchtafweergeschut.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 60 van 373

Figuur 32: De Meuwelweg, in blauw aangegeven op een geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

Op de website ‘Traces of War’ wordt aangegeven dat tegenwoordig ter plaatse van de Meuwelweg een monument is opgericht ter nagedachtenis van de crash. Deze is in 2015 onthuld. Op de site is nog enige achtergrondinformatie over de crash opgenomen. Zo blijkt dat de twee broers Jan en Toin Smolenaers als 11- en 12-jarige jongens ooggetuigen waren van de crash. Jan vertelde: "Die dag waren wij, op een afstand van 200 meter, getuige van het neerstorten van het brandende vliegtuig aan de Meuwelweg in Vorstenbosch. Het vliegtuig kwam brandend, heel laag aanvliegen vanuit de richting Nistelrode. Wij zagen hoe het enkele bemanningsleden lukte[n], per parachute, het brandend[e] vliegtuig te verlaten. Het vliegtuig leek te vallen op de boerderij van de familie Verhoeven. Maar het lukte de piloot de boerderij te ontwijken door iets op te trekken waarna het ong. 100 meter verder in een weiland neerstortte. Later bleek dat er toen nog vijf bemanningsleden in het vliegtuig zaten." Acht bemanningsleden waren aanwezig in het vliegtuig, waaronder piloot Maurice McHugh, Flight Sergeant Eric Bradshaw, Sergeant Thomas Vickers, Lance Corporal John Waring, driver Ernest Heckfront, Sergeant P. Evans, flight sergeant G. Hume en flight sergeant N. Gasgoyles. De laatste drie individuen wisten te ontkomen uit het vliegtuig voordat het neerstortte door middel van een parachute.

Na de oorlog zijn tijdens graafwerkzaamheden in 1977 aan de Meuwelweg resten gevonden van de Short Stirling. Hierbij zijn delen van het landingsgestel, propellers, granaten en munitie gevonden, zie Figuur 33 en Figuur 34. Exacte kalibers van de granaten en andere munitie is niet gespecificeerd in het beschikbare bronmateriaal.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 61 van 373

Figuur 33: Enkele onderdelen toebehorend aan het vliegtuig, welke zijn gevonden tijdens graafwerkzaamheden aan de Meuwelweg (Bron: Heemkundekring Nistelvorst).

Figuur 34: Enkele onderdelen toebehorend aan het vliegtuig, welke zijn gevonden tijdens graafwerkzaamheden aan de Meuwelweg (Bron: Heemkundekring Nistelvorst).

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 62 van 373

Om de exacte locatie van de crash beter in beeld te krijgen, zijn verder verschillende luchtfoto-instanties geraadpleegd om een luchtfoto van kort na het neerstorten van de Short Stirling te analyseren. Op een luchtfoto van 6 oktober 1944 is een duidelijke verstoring zichtbaar waarneembaar waar het vliegtuig is neergestort, zie Figuur 35.

Figuur 35: Een luchtfoto van 6 oktober 1944, met een verstoring zichtbaar ten zuiden van de Meuwelweg (Bron: NCAP).

Ook is op het AHN nog een verstoring waar te nemen naar aanleiding van de crash, zie het onderstaand figuur. Het is echter niet bekend of deze is ontstaan door de crash op 20 september 1944. Aangezien deze op meer dan 50 meter afstand van de crashlocatie op de luchtfoto gelegen is.

Figuur 36: Een verstoring in het veld ten zuiden van de Meuwelweg zichtbaar op het AHN (Bron: AHN).

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 63 van 373

Hoewel is gebleken dat er naoorlogs graafwerkzaamheden hebben plaatsgevonden waarbij wrakstukken zijn geruimd, zijn de exacte methoden van deze ontgraving niet bekend. Ook is niet bekend hoe precies en tot hoe diep is uitgevoerd. Ter plaatse van de waargenomen verstoringen op de luchtfoto dient derhalve een NGE-Risicogebied te worden afgebakend met inachtneming van een cartografische onnauwkeurigheid van 5 meter. Het is niet bekend wat voor materiaal het vliegtuig vervoerde ten tijde van de crash en of dit munitie betrof. Wel is bekend dat Short Stirling vliegtuigen uitgerust waren met meerdere .303 inch machinegeweren. Derhalve wordt binnen het NGE-Risicogebied NGE van KKM (.303 inch) en boordmitrailleurs verwacht. Daarnaast dient binnen het NGE-Risicogebied rekening gehouden te worden met mogelijk achtergebleven wrakstukken en vervuiling (asbest, brandstof en radioactieve onderdelen) als gevolg van de crash.

Figuur 37: NGE-Risicogebied aangegeven n.a.v. neergestorte Short Stirling IV op 20 september 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

Conclusie Naar aanleiding van het neerstorten van een Short Stirling IV op 20 september 1944 wordt NGE van KKM (.303 inch) en boordmitrailleurs verwacht. Verder dient binnen dit NGE-Risicogebied rekening gehouden te worden met mogelijk achtergebleven wrakstukken en vervuiling (asbest, brandstof en radioactieve onderdelen) als gevolg van de crash. 5.10

VLIEGTUIGEN NEERGESTORT TE VLIEGVELD HEESCH, DECE MBER 1944-APRIL 1945

Zoals in paragraaf 4.12 als is aangehaald, werd vanaf oktober 1944 een geallieerd vliegveld ten noordoosten van Nistelrode aangelegd. In de maanden december 1944 tot en met april 1945 zijn ter plaatse van het vliegveld meerdere vliegtuigen neergestort. Dit kwam meermaals door technisch falen. Daarbij zijn ook enkele Duitse vliegtuigen neergeschoten bij het vliegveld.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 64 van 373

Het betreft de volgende geallieerde vliegtuigen welke tijdens de landing of net na het opstijgen zijn neergestort op het vliegveld: -

-

Op 8 december 1944 is een Supermarine Spitfire van No. 401 Squadron om 10.15 uur neergestort op het vliegveld bij Heesch; Op 1 januari 1945 is een Supermarine Spitfire van No. 442 Squadron neergestort op het vliegveld te Heesch. Ook is tijdens de luchtaanval op het vliegveld een Duitse Focke-Wulf Fw 190G-1 aangeschoten en neergestort; Op 2 januari 1945 is een North American Mustang van No. 316 Squadron neergestort op het vliegveld te Heesch; Op 22 maart 1945 is een Supermarine Spitfire van No. 412 Squadron neergestort net na opstijgen op het vliegveld te Heesch. De schade is gelabeld als “B”; Op 30 maart 1945 is een Supermarine Spitfire van No. 83 Squadron neergestort op het vliegveld te Heesch tijdens de landing; Op 9 april 1945 is een Hawker Typhoon van No. 164 Squadron om 18.15 uur neergestort op het vliegveld te Heesch; Op 30 april 1945 is een Supermarine Spitfire van No. 401 Squadron neergestort op het vliegveld te Heesch tijdens de landing.

Hoewel een aanzienlijk aantal vliegtuigen zijn neergestort op een relatief klein gebied, is geen informatie overgeleverd waar precies deze vliegtuigen op het vliegveld terecht zijn gekomen. De wrakstukken van de vliegtuigen werden vrijwel direct na neerstorten geruimd om het vliegveld direct weer in militair gebruik te kunnen nemen. Luchtfoto’s van het vliegveld van 2 februari 1945 zijn geraadpleegd om alsnog crashlocaties te kunnen achterhalen. Deze zijn echter niet waargenomen. Derhalve kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend.

Figuur 38: Luchtfoto 2 februari 1945 met hierop het vliegveld Heesch zichtbaar (Bron: Kadaster).

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 65 van 373

Conclusie Meerdere vliegtuigen zijn neergestort ter plaatse van Vliegveld Heesch tussen december 1944 en april 1945. Aangezien de wrakstukken snel na het neerstorten zijn geruimd en de exacte locaties van de crashes niet bekend zijn, kan geen NGE-Risicogebied worden afgebakend.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 66 van 373

6

ANALYSE BEVRIJDINGSGEVECHTEN SEPTEMBER -OKTOBER 1944

Op 17 september 1944 ging de grootschalige geallieerde operatie Market Garden van start. Hierbij was het doel om de bruggen over rivieren en kanalen bij onder andere Eindhoven, Nijmegen, Vught en Arnhem te veroveren en om deze te gebruiken om met gepantserde eenheden door te stoten naar het Ruhrgebied in Duitsland. Luchtlandingstroepen werden gedropt om bruggen te veroveren (operatie Market). Gelijktijdig rukte een grondleger op vanuit België (operatie Garden). Om de route veilig te stellen, werd de corridor verbreed ten westen en ten oosten van de opmarsroute. Al snel werd echter duidelijk dat het gewenste doel van de operatie niet gehaald zou worden. De geallieerden konden de brug te Arnhem niet tijdig in handen krijgen. Eenheden van het Amerikaanse 501st Parachute Infantry Regiment, onderdeel van de 101st Airborne Division zouden op 17 september 1944 als eerste geallieerde troepen voet zetten op het grondgebied van de tegenwoordige gemeente Bernheze. In de omgeving van de dorpen Dinther en Heeswijk zouden deze eenheden onderdeel zijn van verschillende grondgevechten en kwamen de dorpen onder artilleriebeschietingen te liggen. De dorpen Nistelrode en Heesch werden iets meer dan een week later voor het eerst aangevallen door eenheden van de Britse Guards Armoured Division zouden acht dagen later voor het eerst aangevallen worden.

Vanaf 17 september werden aldus meerdere dagen van grondgevechten, artillerie- en mortierbeschietingen binnen de gemeente Bernheze ingeluid.

Figuur 39: Kaart met Britse opmarsroutes (in groen) en frontlinies (in rood) tijdens Operation Market Garden in september 1944 (Bron: KLE 148).

In dit hoofdstuk worden de verschillende oorlogshandelingen omtrent de bevrijding op het grondgebied van de huidige gemeente Bernheze op chronologische wijze geanalyseerd. De analyse vindt plaats op basis van informatie uit de literatuur, het materiaal uit Nederlandse en internationale archieven, luchtfoto’s en munitieruimingen van de MMOD en EOD.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 67 van 373

6.1

GEVECHTEN OM DINTHER EN HEESWIJK, 17 -24 SEPTEMBER 1944

6.1.1 17-19 september 1944 Zoals uit bovenstaande tekst al bleek was 17 september 1944 het startschot van Operation Market Garden. De Amerikaanse 101st Airborne Division met de bijnaam Screaming Eagles had hierbij de belangrijke taak om de bruggen te Son, ten noorden van Eindhoven, en Veghel in te nemen. De inname van Veghel werd uitgevoerd door het 501st Parachute Infantry Regiment (501 PIR) dat om 13.00 uur iets ten westen van Veghel met hun parachutes dienden te landen. Voor het grootste gedeelte slaagde deze actie en kon Veghel en verschillende dezelfde dag ingenomen worden. Het 1 e bataljon van het 501 PIR onder leiding van luitenant-kolonel Kinnard landde echter te ver naar het noordwesten van Veghel bij het kasteel Heeswijk nabij Kameren.

Figuur 40: Foto genomen tijdens parachutesprong van het 1 e bataljon, 501st Parachute Infantry Regiment nabij het kasteel Heeswijk (Bron: REASeuro database).

De troepen van het 1e bataljon verzamelden zich in het kasteel en maakten hier kwartier. De taak van de eenheid bleef echter ongewijzigd, dus werd door Kinnard de opdracht gegeven om een deel van het bataljon langs het Zuid-Willemskanaal richting Veghel en een ander deel via Dinther en Beugt oostwaarts te trekken. Onderweg ondervonden de Amerikaanse parachutisten weinig tegenstand, afgezien van enkele individuele Duitse voertuigen die snel overwonnen konden worden. Ondertussen was echter een Duitse eenheid van Fallschirmjägers onder leiding van Oberleutnant Diedrichs vanuit ’s-Hertogenbosch richting Heeswijk getrokken. Uit de After Action Reports van de 101st Airborne Division, zie bijlage 4, blijkt dat de Amerikaanse troepen in het kasteel werden aangevallen met machinegeweren en mortieren door ongeveer 50 Duitse militairen. Enkele mortiergranaten waren zelfs neergekomen op de binnenplaats. Hierop verzocht Kinnard, die al in Veghel was aangekomen, kolonel H.R. Johnson van het 501 PIR om een compagnie ter ondersteuning te sturen. Hierop reageerde Johnson: “Send one platoon. Your task is to defend VECHEL”.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 68 van 373

Tegen het vallen van de avond werd een peloton onder leiding van luitenant Raffelty richting het kasteel gestuurd. Ondertussen waren enige troepen die nog in de omgeving van het kasteel waren tijdens de Duitse tegenaanval op het hoofdkwartier aangekomen. Zij beschreven de situatie rond het kasteel als “hot” en dat de Amerikaanse verdediging ongeorganiseerd was. Raffety slaagden uiteindelijk om Heeswijk te bereiken, echter stuitten ze op een kleine groep Duitse troepen in het donker die een verdere opmars verhinderde. Er werd besloten om zich op ongeveer 800 yards, ongeveer 730 meter, van het kasteel in te graven. Uit het oorlogsdagboek van Oberst Dewald die de leiding had over Kampfgruppe Dewald 5, zie bijlage 3, blijkt dat tot 1.35 uur ’s nachts het kasteel nog in Amerikaanse handen was echter zou het bataljon Ewald het rond deze tijd veroveren. Hierna zou dit bataljon ook verder oostelijk trekken ter ondersteuning van de Duitse tegenaanval op Veghel. Deze konden tot op drie kilometer ten noordwesten van de spoorbrug van Veghel doorstoten, echter werden zij hier tegengehouden door zwaar Amerikaans artillerievuur. De exacte locatie van deze beschietingen zijn echter niet uit het bronnenmateriaal op te maken. Om 6.35 uur ’s ochtends werd hier nogmaals een Duitse tegenaanval ingezet, echter waren de verliezen hevig.

Uiteindelijk kon er twee kilometer terreinwinst gemaakt worden, waarna het front alhier weer stil kwam te liggen. Bij het ochtendgloren rapporteerde Raffety aan Kinnard dat het kasteel bezet was door Duitse troepen en dat de flanken van zijn locatie door twee vijandelijke pelotons werden genaderd. Hierop werd besloten om Rafferty en zijn peloton terug te laten trekken naar Veghel.

Figuur 41: Kasteel Heeswijk, indicatieve locatie Raffety, Laverdonk en opmarsroutes 1 e bataljon, 501 PIR op 18 september aangegeven op een geallieerde stafkaart (Bron: Kadaster).

Gedurende 18 september 1944 zouden verder weinig zware gevechten plaats vinden. Uit rapporten van het Nederlandse verzet bleek wel dat Dinther door ongeveer 700 Duitse militairen werd bezet. Op 19 september 1944 werden er verschillende patrouilles van 18 tot 30 man in die richting uitgevoerd waarbij Een Kampfgruppe was een tijdelijke legereenheid binnen de Duitse Wehrmacht. Kamfgruppen konden zelfstandig opereren. De grootte en samenstelling van een Kampfgruppe waren afhankelijk van de uit te voeren opdracht, maar ook van (nog) de beschikbare troepen in de omgeving. 5

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 69 van 373

deze geregeld vijandelijk vuur ontvingen, voornamelijk in de omgeving van Laverdonk. Bij gevechten alhier gingen de boerderijen van H. van Helvoort en M. Habraken in vlammen op. In eerste instantie was Beugt de grens van het patrouillegebied, echter verzocht Kinnard om een patrouille richting het kasteel uit te laten voeren. C Compagnie onder leiding van staff sergeant DeHuff kreeg deze taak toegewezen. Rond 13.00 uur werd het kasteel bereikt. Hier bleek dat de gewonde Amerikaanse soldaten die na de landing gewond waren geraak niet meer in het kasteel aanwezig waren en dat de Duitse troepen het kasteel ook hadden verlaten. Wel werd nog een Amerikaanse 81 mm en 60 mm mortier aangetroffen. Hierna zou C Compagnie terug op Heeswijk trekken. 6.1.2 20 september 1944 Na drie dagen van passieve defensie van Veghel met incidentele patrouilles in de omgeving, vroeg Kinnard om toestemming om offensieve acties te ondernemen om zo de smalle corridor vanaf Arnhem richting Eindhoven open te houden. Johnson van de 101st Airborne Division vond dit in eerste instantie geen goed plan, echter kreeg Kinnard op 20 september toestemming om vanuit Veghel ten noorden van het kanaal naar het kasteel Heeswijk op te trekken. C Compagnie was al aanwezig in Heeswijk en zou als ‘blik’ dienen terwijl A en B Compagnie als ‘veger’ vanuit Veghel westwaarts de Duitse troepen zouden opjagen.

De ZuidWillemsvaart zou als zuidelijke en de doorgaande weg van Veghel naar Heeswijk als noordelijke grens dienen. Het tussengelegen gebied werd doorsneden door de Aa-rivier. Om 9.30 uur ging de operatie van start. C Compagnie bewoog zich richting de brug over het kanaal richting Schijndel, terwijl B Compagnie links en A Compagnie rechts van de Aa westwaarts trokken. 1,000 yards, ongeveer 915 meter, van de startlocatie van B Compagnie bleek dat een grote groep Duitse troepen zich een stuk hadden teruggetrokken en grote hoeveelheden materiaal hadden achtergelaten. 180 meter verder werd de Compagnie echter onder vuur genomen door twee 2 cm, vier machinegeweren en meerdere machinepistolen. B Compagnie antwoorde met lichte machinegeweervuur en 81 mm mortieren en vroegen aan A Compagnie om vanuit de flank vuur uit te brengen op de Duitse eenheden. A Compagnie was echter verdeeld geraakt waardoor enkele eskadrons ten zuiden van de Aa waren geraakt en niet precies konden achterhalen waar zij waren. Aangekomen in de bossen bij Zwanenberg, ontvingen delen van A Compagnie Duits licht vuur afkomstig van de molen ten noorden van de Aa, tegenwoordig de Kildonkse molen. Ten noorden van de Aa zouden ook enkele korte schermutselingen plaatsvinden, ook zonder slachtoffers. Eén Duitse soldaat werd gevangen genomen.

In een poging om A Compagnie in zijn volledigheid ten noorden van de rivier te krijgen door deze zuidelijke pelotons bij de molen de rivier te laten oversteken, zouden bij zware vuurgevecht over en weer drie Amerikaanse soldaten om het leven komen. B Compagnie kreeg ondertussen te maken met een teken van overgave, toen enkele witte zakdoeken door de Duitse troepen in de lucht werden gestoken. Hierop naderden B Compagnie de Duitse linie tot op ongeveer 280 meter, maar in plaats van zich over te geven, werd er hevig machinegeweer- en 2 cmartillerievuur uitgebracht op de naderende Amerikaanse troepen. Het meest van dit vuur was te hoog en ineffectief, echter werd één soldaat in zijn schouder geraakt. Om enigszins het vuur af te leiden van B Compagnie nam een peloton van A Compagnie een stuk Duits geschut onder vuur. Hier slaagde A Compagnie in, waarna B Compagnie met behulp van mortieren de stukken 2 cm geschut konden vernietigen. Ook de Duitse 8 cm en 5 cm mortieren werden bij deze actie uitgeschakeld. B Compagnie kon enkele tientallen meters optrekken en de schuur van waaruit A Compagnie werd beschoten zelf onder vuur nemen. Hoewel A en B Compagnie niet direct met elkaar in contact stonden, slaagden ze er in om elkaar gedurende deze offensieve actie goed te helpen.

Vijftig Duitse militairen die zich in de schuur hadden verscholen gaven zich over, waarna beide Compagnieën schouder aan schouder verder westelijk konden trekken. De eerste Duitse verdedigingslinie was doorbroken en het Duitse vuur was tot een minimum afgenomen. Om 15.00 uur kon B Compagnie Laverdonk bereiken met A Compagnie in lijn. De overgebleven Duitse troepen vluchtten ondertussen in de richting van het ‘blik’ van C Compagnie.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 70 van 373

Figuur 42: Eerste fase (‘blik’) van gevechten 20 september 1944 aangeven op een geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

Bij aanvang van de acties op 20 september liet C Compagnie één peloton achter in Heeswijk. Een eskadron hiervan kreeg als taak om zuidwaarts de brug over de Aa te bezetten om zo als ‘blik’ te fungeren. De rest van de Compagnie trok verder richting Schijndel. Op ongeveer 140 meter voor een verzamelingen huizen kort voor de brug over de Zuid-Willemsvaart werd de opmars echter opgehouden. In deze huizen waren Duitse troepen verscholen die de naderende Amerikaanse parachutisten onder machinegeweervuur namen. De Amerikaanse troepen lieten zich in de greppels langs de weg vallen en vuurden met mortieren terug. Na enkele minuten verlieten de Duitse militairen de huizen via de achterdeur, trokken zich terug achter het kanaal en haalden zij de ophaalbrug op. Rond de brug ontstond een vuurgevecht toen C Compagnie de noordelijke dijk van het kanaal bereikte en slaagde er in om de Duitse troepen van de kade weg te jagen. Er werd zonder succes getracht om de ophaalbrug met raketten, waarschijnlijk bazooka’s, te laten dalen waarop onder dekkingsvuur enige manschappen het kanaal overstaken. Zij slaagden er in om de brug te laten zakken en een bruggenhoofd te creëren. Ondertussen kwamen terugtrekkende Duitse troepen die door A en B Compagnie waren verjaagd in de buurt van C Compagnie dat rond 12.00 uur klein kalibervuur begon te ontvangen. Dit werd door Amerikaans mortiervuur beantwoord.

Rond 15.00 uur werd de Duitse situatie dermate penibel dat besloten werd om een laatste aanval uit te voeren om uit de omsingeling te ontsnappen. Langs het kanaal was een bebost gebied waar de Duitse troepen zich vlug probeerden te bewegen. Een Amerikaanse militair had al een machinegeweer op de dijk gesteld, waardoor de Duitse flank kon worden aangevallen. Na enige onderhandelingen gaven de Duitse troepen aan dat zij zich echter nog niet wilden overgeven. Als reactie werd er hierop afgezien van machinegeweervuur ook met mortieren op de Duitse troepen gevuurd, met als resultaat dat na vijf minuten van beschietingen 250 Duitse militairen zich overgaven en krijgsgevangenen werden gemaakt. Uit de literatuur blijkt dat hierbij geweren en ander materiaal in het kanaal werd geworpen. A en B Compagnie trokken gestaag westwaarts en de eerste verkenners van B Compagnie bereikten C Compagnie rond 17.30 uur. A Compagnie was ondertussen meer richting de rijksweg getrokken om ontsnappende eenheden tegen te houden. In totaal werden deze dag

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 71 van 373

418 Duitse militairen krijgsgevangenen genomen, 40 gedood en 40 verwond. Vervolgens zou C Compagnie het bruggehoofd ten zuiden van het kanaal met ongeveer 200 meter uitbreiden en installeerden A en B Compagnie zich in Dinther en Heeswijk respectievelijk waar zij zonder problemen tot de volgende dag bleven. Op die dag zouden tijdens zuiveringsacties in het gebied tussen de Aa en het kanaal blijken dat er in grote getalen mitrailleurs, geweren, Panzerfausts en ander materiaal achter was gelaten. Her en der vonden nog enkele korte schermutselingen plaats.

Figuur 43: Laatste fase (‘veger’) van gevechten 20 september 1944 aangeven op een geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

6.1.3 21 september-23 oktober 1944 Vanaf 21 tot en met 24 september zouden in de gemeente Bernheze geen grootschalige grondgevechten meer plaats vinden. Heeswijk en Dinther waren echter nog niet definitief bevrijd. Rond 19.00 uur op 21 september kwam het bevel binnen om vanuit Heeswijk naar Schijndel te vertrekken. Ten zuiden van de Zuid-Willemsvaart vonden nog geregeld vuurgevechten plaats, maar kort na middernacht kon Schijndel ingenomen worden. Heeswijk en Dinther moesten het hierdoor stellen zonder verdedigende Amerikaanse eenheden en werden wederom door Duitse troepen ingenomen. Hiermee kwamen de dorpen voor meerdere dagen onder artillerievuur te liggen. Uit het oorlogsdagboek van Oberst Dewald blijkt tevens dat tussen Dinther en Beugt nog een Duitse tegenaanval plaatsvond. Bij Beugt werd de aanval echter afgeslagen. Afgezien van deze vermelding in het dagboek, zijn echter geen andere bronnen die deze aanval bevestigen. Op 23 september 1944 kreeg het bataljon Hanke de opdracht om naar Beugt door te stoten om vast te stellen of de eenheid Weller die twee dagen eerder had aangevallen nog ter plaatse was en deze mogelijkerwijs te bevrijden. Om 16.30 uur stuitte het bataljon op een Amerikaanse versperring aan de ingang van het dorp Heeswijk. Een deel van de Duitse troepen kon hier omheen verder trekken.

De groep Hanning nam waar dat zich op de weg tussen Heeswijk en het kanaal diverse vijandelijk voertuigen bewogen die één mitrailleur en meerdere schutters in stelling brachten. Hanning opende het vuur dat door machinegeweervuur werd beantwoord. In de bomen waren ook enkele schutters aanwezig. Vanuit de

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 72 van 373

huizen schoten burgers op de Duitse troepen. Het peloton kreeg vuurondersteuning van een stuk 2 cm luchtdoelgeschut, waarna de Amerikaanse troepen zich terug trok. De patrouille probeerde verder op te rukken, maar werd in de rechter flank door zwaar mitrailleurvuur bestookt. De verbinding met de rechtergroep was echter verbroken, waardoor geen steun kon worden gegeven. Uiteindelijk moest er teruggetrokken worden, wat om 17.45 uur lukte onder vuurdekking van een stuk 7,5 cm geschut. Afgezien van het feit dat deze gevechten plaats vonden rond Heeswijk, zijn in het bronnenmateriaal geen specifieke locaties van de gevechten bekend. Een dag later op 24 september zouden er binnen het werkgebied geen verdere gevechten plaatsvinden. Wel werden Heeswijk, Dinther en Beugt door Duitse troepen ingenomen en op verschillende plekken artillerie opgesteld.

Figuur 44: Duitse bewegingen op 22 en 23 september 1944 aangegeven op een geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

In de dagen na deze inname, zouden Heeswijk en Dinther geregeld onder geallieerd artillerievuur liggen. Het bronnenmateriaal is echter niet altijd eensgezind over welke plaatsen door wie, de Duitse of geallieerde artillerie, werden beschoten. Wel geeft het een indicatie dat de zuidelijke helft van Bernheze meermaals is beschoten. Hieronder worden verschillende specifieke beschrijvingen uiteengezet. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de literatuur dat op 25 september ter plaatse van het Retsel vele granaten zijn ingeslagen. Een dag later werd de kerktoren van Dinther onder vuur genomen, aangezien werd vermoed dat hier een observatiepost was opgezet. Tijdens deze beschieting zijn ook meerdere huizen in het dorp geraakt. In Heeswijk werd onder andere het postkantoor, een garage en twee woningen geraakt. Op 27 september verloren de Duitse troepen rond Heesch steeds meer terrein, zie paragraaf 6.2.2. Hierdoor werd besloten om verder terug te trekken naar Berlicum, met achterlating van enkele voorposten in Heeswijk. Geallieerde artillerie namen hierop het dorp onder vuur waarbij onder andere de kerk, het kerkhof en enkele huizen werden beschadigd. Het dorp werd verder geëvacueerd. Op 28 september werd ook de Abdij geraakt. Dit was tevens de dag dat de dorpen definitief in geallieerde handen kwamen.

De tanks van de Britse 7th Armoured Division met de bijnaam ‘Desert Rats’ bereikten rond 14.30 uur Dinther, waarna ze dwars door de velden

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 73 van 373

naar Heeswijk trokken en zuiverden van kleine Duitse groepjes achterblijvers. Bij de kerk van Heeswijk hadden enkele Duitse soldaten zich opgesteld met Panzerfausts om de aankomende tanks uit te schakelen. Door beschietingen door de geallieerde tanks werd echter gezorgd dat deze niet ingezet konden worden. Verschillende huizen werden beschadigd of vlogen in brand, maar het dorp werd gezuiverd van de Duitse aanwezigheid. Wel werd de brug over de Zuid-Willemsvaart nog gesprongen, waardoor de weg naar Schijndel voor enkele weken afgesloten was. De dorpen waren nu definitief bevrijd, echter zouden de dorpen nog meerdere dagen onder Duits artillerievuur vanuit Berlicum liggen. In het boek “Bericht van de Tweede Wereldoorlog in Heeswijk, Dinther en Loosbroek” wordt nog wel gesproken van gevechten in de omgeving van het kasteel Heeswijk, Heeswijkse brug en de westelijke toegang van Heeswijk, echter wordt dit niet door andere bronnen bevestigd. Op 29 september kregen onder andere de abdij, het gymnasium, het St. Cuneragesticht en de Heeswijkse kerk meerdere voltreffers van Duitse artillerie te verduren.

Figuur 45: Locaties van beschietingen rondom Heeswijk en Dinther weergegeven op de geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

3rd Troop van A Squadron, 11th Hussars, voerde deze dag tevens een vergelijkbare verkenning uit richting Middelrode. Op de terugweg werden zij onder vuur genomen door twee 5 cm kanonnen in het gebied qE.408422, maar konden zonder kleerscheuren ontsnappen.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 74 van 373

Figuur 46: Kaartvierkant qE.408422 weergegeven op de geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

In de omgeving van Loosbroek werd ondertussen een grote hoeveelheid kanonnen opgesteld om de plaatsen welke nog in Duitse handen waren te kunnen beschieten. Deze werden op hun beurt echter ook stevig onder vuur genomen door Duitse artillerie waardoor zelfs enkele geallieerde militairen sneuvelden. Een dag later zou het parochiehuis te Loosbroek ook een voltreffer te verduren krijgen.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 75 van 373

Figuur 47: Het Parochiehuis te Loosbroek weergegeven op de geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

In de weken hierna zouden voornamelijk Dinther, Heeswijk en Loosbroek meermaals onder Duits artillerievuur liggen waardoor verschillende burgers overleden zijn en meerdere huizen afgebrand zijn. De exacte locaties hiervan zijn echter niet altijd uit het bronnenmateriaal te achterhalen, aangezien van meerdere plaatsen waaronder Dinther omnummeringslijsten ontbreken. Zo blijkt dat op 17 oktober de boerderij van G. van Alebeek in Laverdonk, wijknummer F 109, volledig afgebrand na beschietingen, echter is de locatie hiervan niet te achterhalen. In de nacht van 22 op 23 oktober zouden de laatste oorlogshandelingen in de omgeving van Heeswijk, Dinther en Loosbroek plaatsvinden toen Middelrode en Berlicum door de 131st Infantry Brigade “The Queen’s Brigade” werden bevrijd. 6.2

BEVRIJDING VAN HEESCH, 25-28 SEPTEMBER 1944

6.2.1 De aanloop, 25 september 1944 Op 24 september 1944 werd Uden door de Britse Guards Armoured Division bereikt. Een dag later zou een verkenningspatrouille van de Grenadier Guards vanuit Uden via Nistelrode als eerste geallieerde eenheid Heesch bereikten. Nistelrode was door de Duitse 712de Infanterie Divisie voortijdig verlaten en waren ondertussen ondersteund door tanks het dorp Heesch ingetrokken. Dit leidde tot een confrontatie tussen de Duitse voorhoede en de verkenningspatrouille nabij het kruispunt te Heesch, zie het onderstaande figuur. Hierbij trof een Duits anti-tankkanon een van de twee Britse Sherman-tanks nabij het kruispunt. De andere tank trok zich direct terug. Bij Kustershof werd nog wel een Duitse opgestelde tank in brand geschoten. Even later overkwamen twee andere tanks hetzelfde. Deze trokken over de Nistelrodeseweg naar het kruispunt, vanwaar wederom een tank in brand werd geschoten. Hierna werd de verkenning definitief afgeblazen en trokken de tanks van de Grenadier Guards zich terug. Het kruispunt zelf werd deze avond door artillerie onder vuur genomen, wat ertoe leidde dat verschillende boerderijen in de direct omgeving in brand geschoten worden. Besloten werd om het dorp de volgende dag aan te vallen.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 76 van 373

Figuur 48: Opmarsroute Grenadier Guards 25 september 1945 aangegeven op een geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

6.2.2 De aanval op Heesch en verkenning van de omgeving, 26-28 september 1944 Op 26 september 1944 werd het dorp Heesch rond kwart voor vier ’s middags door twee Britse compagnieën van het 5e bataljon, Coldstream Guards Regiment en het 2 e bataljon, Grenadier Guards Regiment ondersteund met tanks, artillerie en mortieren aangevallen. Vanuit Nistelrode werd langs weerzijden van de provinciale weg opgerukt. Een artilleriebeschieting op het dorp zorgde ervoor dat de Duitse weerstand afgezwakt werd. Naar aanleiding van deze beschietingen zouden vele huizen en boerderijen in puin geschoten worden. Een Engelse soldaat van de Grenadier Guards schrijft over deze beschieting het volgende toen hij het dorp in kwam rijden: “I have never seen so much smoke and fire, as a very large number of houses were set on fire, and it was almost impossible to see what was happening for most of the time.” Terwijl de oprukkende Sherman-tanks al vurend richting het kruispunt optrokken, volgden de infanterie daar kort achter. Het gewenste effect werd bereikt, waardoor het oostelijke deel van het dorp en het kruispunt als eerste bevrijd konden worden. Aangezien het al snel donker werd, zou de bevrijding van de rest van het dorp nog een nacht moeten wachten. Het nieuws van de bevrijding van Heesch had ook de Duitse bevelhebbers bereikt.

Generaal Von Zangen van het LXXXIXste Korps gaf de 712de Divisie de opdracht om op 27 september een tegenaanval op Heesch uit te voeren om verder terreinverlies te voorkomen. In de vroege middag zou de strijd in het dorp wederom losbarsten. De oprukkende Duitse troepen die vanuit het westen het dorp in probeerden te trekken, werden direct door artillerie en mortieren onder vuur genomen. Daarbij voerden een geallieerde eenheid een omtrekkende beweging via het noorden uit. De 4e compagnie zouden vanuit het kruispunt recht naar het noorden rijden, na ongeveer driehonderd meter van Heesch linksaf slaan en een kilometer in westelijke richting rijden. Vervolgens werd zuidwaarts afgebogen om zo de Duitse troepen in de flank aan te vallen. Aangezien snelheid was geboden, zou de 3 e compagnie het doorkruiste gebied definitief zuiveren. De noordelijke beweging startte geheel volgens plan rond 13.30 uur, maar kwam echter ter plaatse van De

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 77 van 373

Stelt langs de doorgaande weg tussen Heesch en Oss onder eigen vuur te liggen, waarbij vier soldaten dodelijk gewond raakten. De eerste verassingsaanval van de 4e compagnie deed zijn werking, echter kregen de infanteristen van de 3e compagnie het hierdoor zwaarder. Nadat de Duitse troepen van de verassing waren bijgekomen, verzetten zij zich hevig waardoor de zuivering van het gebied stroef verliep. Een ondersteuningsaanval door een peloton van de 1ste compagnie liep vast in de boomgaarden ten zuiden van het dorp. Het peloton viel in een hinderlaag en een groot deel van de eenheid werd gevangen genomen. Uiteindelijk kon de Duitse tegenaanval afgeslagen worden en tegen 18.00 uur was Heesch volledig in Britse handen. Deze dag werden meer dan 70 Duitse soldaten krijgsgevangen genomen. In de nacht van 27 op 28 september zou nogmaals een wanhopige tegenaanval door de 712de Divisie plaatsvinden. Na een zeer korte beschieting wegens munitiegebrek, drong een deel van het 732ste regiment vanuit het westen het dorp binnen. De Britse artillerie vuurde onmiddellijk terug met zware artillerie en mortieren en met behulp van enkele tanks, waarbij één Sherman-tank werd uitgeschakeld, kon de aanval worden afgeslagen. De gevechten om Heesch waren definitief voorbij.

Figuur 49: Geallieerde troepenbewegingen op 26 en 27 september 1944 (Bron ondergrond: Kadaster).

Hierna bleef het front rond Heesch relatief rustig, afgezien van artilleriebeschieting over en weer. Er werden geen verdere Duitse tegenaanvallen uitgevoerd, noch zouden de Engelse troepen verder richting ’sHertogenbosch doorstoten. Uit een War Diary van het 5e bataljon, Coldstream Guards Regiment, blijkt dat op 28 september 1944 de Duitse troepen uit de omliggende omgeving verder terugtrokken op ’sHertogenbosch. Wel bleven er her en der troepen achter, waardoor op deze dag een geallieerde verkenning op zware tegenstand stuitte ten westen van Heesch in het kaartvierkant qE.455506, zo blijkt uit een War Diary. Deze locatie is in het onderstaande figuur aangegeven.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 78 van 373

Figuur 50: Kaartvierkant qE.455506 weergegeven op een Topotijdreiskaart uit 1944 (Bron: Topotijdreis.nl).

Diezelfde dag trokken enkele pantserwagens van de 11th Hussars naar kaartvierkant qE.471485 waar ongeveer 50 Duitse infanterietroepen aanwezig waren. Deze zijn door de 3 e troop van A Squadron, 11th Hussars aangevallen en kreeg na enige tijd ondersteuning van de artillerie van de 5th Royal Horse Artillery. Uiteindelijk konden de pantserwagens niet verder optrekken. Een dag later, zo blijkt uit de War Diaries van de 11th Hussars, werden door de 5th Troop, A squadron van dit regiment Duitse infanterie waargenomen in het gebied rond Groes. Deze zijn door een batterij geallieerd geschut onder vuur genomen, waardoor één 8,8 cm kanon en drie Duitse soldaten werden uitgeschakeld. In Zoggel vond tevens een kort infanteriegevecht plaats.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 79 van 373

Figuur 51: Locaties beschietingen te Zoggel, Groes en kaartvierkant qE.471485 weergegeven op een geallieerde stafkaart (Bron ondergrond: Kadaster).

Hoewel Heesch was bevrijd, waren de dorpen Geffen en Nuland nog in Duitse handen. Eind september 1944 zou Geffen verschillende keren beschoten en verkend worden. Op 27 september vond de zwaarste beschieting van het dorp plaats. Uit verschillende getuigenverklaringen blijkt dat er meer dan 2.000 granaten zijn afgeschoten. Hierna werd het dorp blijvend bezet door geallieerde troepen. Heesch zou hierna slechts nog incidenteel beschoten worden. 6.3

AFBAKENING NGE-RISICOGEB IEDEN

Zoals blijkt uit de literatuur en het (internationale) archiefmateriaal hebben binnen de huidige gemeente Bernheze in september en oktober 1944 intensieve grondgevechten en beschietingen plaatsgevonden. In de geraadpleegde gemeentearchieven zijn schademeldingen aan panden en woningen in de gemeente aangetroffen die verband houden met de oorlogshandelingen die in september en oktober 1944 plaatsvonden. Tevens blijkt uit ruimingsmeldingen uit de gemeentearchieven en munitieruimrapporten van de EOD en MMOD, dat na de oorlog op verschillende plaatsen binnen de gemeente Bernheze nog munitie is aangetroffen. Deze munitievondsten, waarbij uiteindelijk munitie afkomstig van infanteristen, tanks en artillerie is geruimd, bevestigen de zware grondgevechten en artilleriebeschietingen. De oorlogshandelingen die in september en oktober 1944 in de gemeente Bernheze plaatsvonden, vormen om bovenstaande redenen aanleiding voor het afbakenen van NGE-Risicogebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de NGE-Risicogebieden als gevolg van artillerie- en mortierbeschietingen en grondgevechten. In onderstaande paragrafen worden deze oorlogshandelingen nader geanalyseerd. Naar aanleiding van het vernielen van verschillende bruggen binnen de gemeente wordt geen NGE-Risicogebied afgebakend, zie paragraaf 10.4. 6.3.1

Afbakening van NGE-Risicogebied naar aanleiding van grondgevechten

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 80 van 373

Uit de geraadpleegde bronnen is gebleken dat er grondgevechten hebben plaatsgevonden in de omgeving van Kasteel Heeswijk, Heesch en Laverdonk. Deze gevechten hebben tussen 17 september en 28 september plaatsgevonden en zijn uitgevoerd tussen Duitse en Britse troepen. Tijdens deze gevechten zijn verschillende type wapens ingezet. In deze paragraaf is enkel het gebruik van infanteriewapens en mortieren besproken. Grotere wapens als (gemechaniseerd) geschut en tanks worden in 6.3.2 geanalyseerd. In Figuur 52 is een overzicht van de geallieerde opmarsroutes weergegeven.

Figuur 52: Weergegeven geallieerde opmarsroutes (blauw) van 18 september - 2 oktober 1944 (Bron: Kadaster).

Het eerste militaire treffen tussen Duitse en geallieerde troepen binnen de gemeente Bernheze zou plaatsvinden in de omgeving Kasteel Heeswijk na de landing van geallieerde parachutisten op 17 september 1944. Al snel werd er richting Veghel opgetrokken door een deel van de eenheid, echter bleven meerdere Amerikaanse parachutisten in het kasteel. Hierop werd het kasteel aangevallen door Duitse troepen. In de periode hierna is het kasteel en de dorpen Heeswijk en Dinther meermaals van bezetter gewisseld en is de omgeving wisselend door zowel Duitse als geallieerde artillerie beschoten. De zwaarste gevechten rond Heeswijk en Dinther vonden plaats op 20 september 1944 toen vanuit Veghel onderdelen van de 501st PIR via Laverdonk als een ‘blik’ en ‘veger’ optraden. Tijdens deze gevechten werden meer dan 400 Duitse militairen krijgsgevangen maakten. Enkele dagen later op 25 september 1944 trachtten enkele eenheden van de Guards Armoured Division met hun tanks en infanterie om het dorp Heesch in te nemen. Na probleemloos door Nistelrode getrokken te zijn, ondervonden zij in de omgeving van het kruispunt in het dorp zware weerstand. De grote aanval op het dorp vond uiteindelijk een dag later plaats. Een Duitse tegenaanval zorgde nog voor enige vertraging, echter was het Heesch op 28 september 1944 definitief in geallieerde handen.

Te Broekhoek stuitte een geallieerde verkenning nog wel op zware tegenstand. In de dagen hierna vonden her en der binnen de gemeente Bernheze nog enkele gevechten en beschietingen plaats, echter zouden tijdens de grote aanval op ’s-Hertogenbosch van eind oktober 1944 geen verdere gevechten plaatsvinden binnen de gemeente Bernheze. Gedurende de gehele bevrijdingsperiode hebben

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 81 van 373

er verder op verschillende plaatsen patrouilles plaatsgevonden waarbij soms contact is gemaakt met Duitse troepen. De exacte locaties hiervan zijn in het bronnenmateriaal echter niet altijd te achterhalen. Ter verduidelijking zijn alle in de War Diaries vermeldde gedetailleerde en relevante locaties van infanteriegevechten in kaart gebracht en weergegeven in het onderstaande figuur. Hierin zijn locaties van grondgevechten, vuurcontact en mortierbeschietingen door infanterie opgenomen. Niet alle eenheden hebben even gedetailleerd hun bewegingen en acties in de War Diaries genoteerd.

Figuur 53: Locaties, zoals vermeld in de War Diaries, waar grondgevechten of vuurcontact heeft plaatsgevonden (Bron ondergrond: ESRI).

In de geraadpleegde gemeentearchieven en archieven van de MMOD zijn meldingen aangetroffen van het aantreffen van munitie. Hoewel in dit type meldingen niet altijd in detail wordt getreden over de geruimde NGE, zijn langs de opmarsroutes meldingen gemaakt van niet verder gespecificeerde granaten en munitie. Exacte locaties van ruimingen zijn echter niet altijd te achterhalen, aangezien er geen omnummeringslijsten beschikbaar zijn van de voormalige gemeenten, afgezien van Heeswijk en Heesch. In de MORA’s zijn duidelijkere meldingen aangetroffen. Hierbij zijn er 68 meldingen van munitie gerelateerd aan grondgevechten, waaronder geruimde KKM, handgranaten, geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en mortiergranaten van 5 cm tot en met 81 mm, zie Figuur 54. Uit het figuur is op te maken dat de munitieruimingen verspreid door de gemeente hebben plaatsgevonden, met de nadruk rond de dorpen zelf. Uit de MORA’s blijkt dat er zowel “verschoten” als “niet verschoten” munitie aangetroffen is. Niet verschoten munitie betreft munitie die niet is verschoten door artillerie of infanterie en is achtergelaten of gedumpt door soldaten. Verschoten munitie betreft munitie dat wel afgevuurd of -geworpen is.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 82 van 373

Figuur 54: Munitieruimingen naar aanleiding van grondgevechten door de EOD (Bron ondergrond: ESRI).

Aangezien er hevige gevechten tijdens de bevrijding hebben plaatsgevonden bij Kasteel Heeswijk, Laverdonk, de brug richting Schijndel, Heesch en Broekhoek worden bij deze locaties NGE-Risicogebieden afgebakend. Binnen deze NGE-Risicogebieden kunnen NGE worden aangetroffen van KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten (2,36 inch Bazooka en 8,8 cm Panzerschreck) en geschutmunitie (kleine kalibers mortiergranaten, 5 cm tot en met 81 mm). Deze munitieartikelen konden geallieerde en Duitse infanteristen bij zich dragen en zijn binnen de gemeente aangetroffen bij munitieruimingen. Aangezien Amerikaanse militairen voornamelijk in het zuidelijke gedeelte hebben gevochten, is het waarschijnlijk dat alhier voornamelijk Amerikaanse of Duitse NGE aangetroffen kan worden. Britse munitie wordt echter niet uitgesloten. In het noordelijke gedeelte hebben voornamelijk Britse eenheden gevochten. Andersom geldt hier dat ook hier Amerikaanse munitie niet uitgesloten wordt, echter dat er eerder Britse munitie wordt verwacht. Ter plaatse van Heeswijk, Dinther, Laverdonk en de buitengebieden worden geen NGE-Risicogebieden naar aanleiding van grondgevechten afgebakend. Op deze locaties is het bronnenmateriaal te summier of zijn er geen directe aanwijzingen naar grondgevechten om een NGE-Risicogebied af te bakenen.

Een NGE-Risicogebied is afgebakend rond het kasteel Heeswijk naar aanleiding van de gevechten van 17 september 1944 en de dagen hierna. Uit het bronnenmateriaal blijkt dat het kasteel in eerste instantie zonder problemen werd ingenomen door Amerikaanse parachutisten. Bij het vallen van de avond probeerde een Duitse eenheid Fallschirmjägers het kasteel weer in te nemen. Uit de After Action Reports van het 101st Airborne Division is gebleken dat dit gepaard ging met mortierbeschietingen en de inzet van machinegeweren. Derhalve is de locatie van het kasteel Heeswijk afgebakend plus een buffer van 50 meter ter ondervanging van het feit dat de gevechten in de directe omgeving van het kasteel plaatsvonden. Voor dit NGE-Risicogebied, zie Figuur 55.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 83 van 373

Figuur 55: NGE-Risicogebied naar aanleiding van de grondgevechten te kasteel Heeswijk op 17 september 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

Een tweede NGE-Risicogebied wordt afgebakend in het gebied Laverdonk. Uit het bronnenmateriaal blijkt dat hier tijdens de ‘blik en veger’ actie richting Schijndel zware gevechten hebben plaatsgevonden. Deze zijn voornamelijk uitgevochten tussen de gemeentegrens en het gebied ten zuiden van Kilsdonk. Op basis van kaartmateriaal uit de literatuur en meldingen uit de After Action Reports is alhier een NGE-Risicogebied afgebakend. Hierbinnen kan ook NGE van 2 cm geschut aangetroffen worden. In het bronnenmateriaal zijn meldingen aangetroffen dat dit type luchtafweergeschut is ingezet tegen gronddoelen, waardoor deze ook in de afbakening opgenomen dient te worden. Hier wordt eveneens 50 meter als buffer gebruikt, zie Figuur 56.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 84 van 373

Figuur 56: NGE-Risicogebied naar aanleiding van de grondgevechten te Laverdonk op 20 september 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

In het verlengde van de eerder beschreven aanval van 20 september 1944 hebben ook nog enkele grondgevechten plaatsgevonden bij de brug over de Zuid-Willemsvaart richting Schijndel en het bosgebied hierbij. Hier waren Duitse troepen verscholen die zich na een zware mortierbeschieting overgaven. Wederom is een buffer van 50 meter gebruikt, zie Figuur 59. Aangezien geen meldingen zijn aangetroffen dat alhier 2 cm geschut is ingezet, wordt dit niet in de afbakening opgenomen.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 85 van 373

Figuur 57: NGE-Risicogebied naar aanleiding van de grondgevechten rondom Netersel tussen 23 september en 2 oktober 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

Naar aanleiding van de verkenning en daaropvolgende grondgevechten te Heesch op 25 en 26 september 1944 is tevens een NGE-Risicogebied afgebakend. Het NGE-Risicogebied betreft de toegangsweg richting Heesch, het kruispunt en de omgeving van de Duitse tegenaanval. Hier is een buffer van 50 meter gebruik, aangezien er meldingen zijn dat in de directe omgeving van de huizen langs deze wegen is gevochten.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 86 van 373

Figuur 58: NGE-Risicogebied naar aanleiding van de grondgevechten rondom Netersel tussen 23 september en 2 oktober 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

Een laatste NGE-Risicogebied wordt afgebakend naar aanleiding van de gevechten in kaartvierkant qE.455506 en de huizen hier direct omheen op 28 september 1944. Aangezien in de War Diaries wordt gesproken van een specifiek kaartvierkant, wordt een buffer van 100 meter aangehouden om de cartografische onnauwkeurigheid van het melden van dit kaartvierkant te ondervangen, zie Figuur 59.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 87 van 373

Figuur 59: NGE-Risicogebied naar aanleiding van de grondgevechten te kaartvierkant qE.455506 op 28 september 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

Voor alle NGE-Risicogebieden naar aanleiding van grondgevechten tussen 17 en 28 september 1944, zie Figuur 60.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 88 van 373

Figuur 60: NGE-Risicogebieden naar aanleiding van de grondgevechten binnen de huidige gemeente Bernheze van 1728 september oktober 1944 (Bron ondergrond: ESRI).

Conclusie Naar aanleiding van grondgevechten in september 1944 tussen geallieerde en Duitse troepen worden in gemeente Bernheze op meerdere plaatsen NGE-Risicogebieden afgebakend waarbinnen geallieerde en Duitse NGE van KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten (2,36 inch en 8,8 cm) en geschutmunitie (5 cm tot en met 81 mm) kunnen zijn achtergebleven. Ter plaatse van het gebied Laverdonk kan ook geschutmunitie vanaf 2 cm tot en met 81 mm aangetroffen worden. 6.3.2 Afbakening van NGE-Risicogebied naar aanleiding van artilleriebeschietingen Zoals uit de literatuur en het (internationale) archiefmateriaal blijkt, hebben binnen de huidige gemeente Bernheze in september 1944 intensieve artilleriebeschietingen plaatsgevonden. Deze artilleriebeschietingen hebben door zowel Brits en Amerikaans geschut, als door Duits geschut plaatsgevonden. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een melding uit War Diary van 27 september 1944 van de 32nd Guards Brigade waarbij voorafgaand aan de Duitse tegenaanval op Heesch artillerievuur op geallieerde locaties en vervolgens als respons geallieerd vuur op de Duitse aanvalslocatie werd afgegeven, zie Figuur 61.

Figuur 61: Melding van zowel Duits als geallieerd artillerievuur uitgebracht op en in de omgeving van Heesch, 27 september 1944 (Bron: TNA, WO 171/638).

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 89 van 373

Ter verduidelijking zijn alle in de War Diaries en After Action Reports vermeldde gedetailleerde en relevante locaties in kaart gebracht en weergegeven in het onderstaande figuur. Het betreft hier meldingen van zowel Duitse als geallieerde beschietingen en inlichtingen betreffende de locaties van stukken geschut . Aangezien meerdere eenheden geen specifieke beschoten locaties in hun War Diaries en After Action Reports opnamen, zijn meerdere beschietingen niet te achterhalen.

Figuur 62: Locaties, zoals vermeld in de War Diaries, waar artilleriebeschietingen hebben plaatsgevonden (Bron ondergrond: ESRI).

Buitenom de War Diaries en After Action Reports, is er veel literatuur en bronnenmateriaal van burgers die niet bij de strijd betrokken waren beschikbaar, waarin beschietingen van gebieden binnen de gemeentegrenzen worden beschreven. Deze beschrijvingen zijn vaak vrij algemeen, echter worden er ook relatief specifieke locaties aangeduid. Zie hiervoor bijvoorbeeld de twee onderstaande figuren. Dit betreffen twee beschrijvingen uit de literatuur van het neerkomen van granaten ter plaatse van enkele woningen te Dinther (in de Eikenhoek) en het klooster in Heeswijk en in de Laverdonk op 29 september 1944 en 7 oktober 1944.

74047 / RO-210306 versie 0.1

NGE-Risicokaart Bernheze

Pagina 90 van 373

Figuur 63: Uitsnede 29 september 1944 uit het boek Bericht van de Tweede Wereldoorlog in Heeswijk, Dinther en Loosbroek (Bron: DRI 126-128).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bernheze&id=da7fdede-fd1f-449e-ba4d-4048c59c074b