Verslag carrouselvergadering Berg en Dal 27 januari 2022
Tekst van het document
Verslag carrouselvergaderingen gemeente Berg en Dal 27 januari 2022
Inhoudsopgave Carrousel I ............................................................................................................................................... 1 Discussienota Ooijse Bandijk ............................................................................................................... 1 Voorstel om het participatieplan “Toekomst Polder Biesterveld” vast te stellen .................................. 6 Carrousel II ............................................................................................................................................ 10 Voorstel om besluiten te nemen in het kader van de Omgevingswet................................................ 10 Voorstel om het bestemmingsplan “Herontwikkeling Schoollocatie fase 3, Millingen aan de Rijn” gewijzigd vast te stellen ..................................................................................................................... 13
Carrousel I
Discussienota Ooijse Bandijk
Voorzitter: Griffier: Portefeuillehouder: De leden:
Ambtelijk: Verslag:
dhr J. Verstegen dhr G. Winters mw S. Fleuren dhr N. Bakker (CDA), dhr X. Bardie (GroenLinks), dhr G. Ubbink (Polderbreed), dhr A. Driessen (GJS), dhr R. Verstraaten (GVP), dhr H. Peters (Sociaal Groesbeek), dhr T. de Jong (VBenD), dhr E. Weijers (VOLG), dhr S. van Tol (VVD), mw L. Albers (PvdA), dhr T. Bloemberg (D66) dhr S. Bosma Buro Service Overasselt, mw W. Verheijen Verkroost
De voorzitter opent de digitale carrousel om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom. Hij licht kort het onderwerp toe. INSPREKER: Mw Laura van Niekerk, woonachtig in de Tiengeboden. Mw Van Niekerk woont vrij vooraan aan de dijk, op de hoek met de Hezelstraat richting Ooij. Zij wil haar verhaal toelichten met een situatie van gisteren, waarbij zij met haar kinderen aan het fietsen is en de dijk eigenlijk helemaal rustig is. Er is één auto achter haar, één auto voor haar en nog een fietser. Maar men moet elkaar wel tegelijkertijd passeren en dat is een situatie waar men veel mee te maken heeft op een smalle dijk. Bekend is dat het in de zomer met mooi weer heel erg druk is op de dijk en dit soort situaties ook voorkomen met een enorme diversiteit aan weggebruikers: skeelers, wandelaars, groepen vogelaars, tractoren, motoren en auto’s. Het gemotoriseerde verkeer raakt ook gefrustreerd en probeert toch overal tussendoor te glippen met hele gevaarlijke situaties van dien. Zij durft dan niet met haar kinderen te fietsen, die mogen dan ook niet zelf fietsen. Er zijn ook mensen die op bezoek komen of met hun kinderen daar naartoe fietsen. Zij heeft meermaals meegemaakt dat deze mensen niet meer goed terug durven omdat er zoveel gevaarlijke situaties zijn. In de discussienota wordt genoemd dat er verkeerskundig niet zoveel aan de hand is. Op papier niet.
Zij heeft de metingen ook gezien op de informatieavond, maar als je op dagen dat het mooi weer is kijkt, dan zijn er veel risicovolle situaties. Zij heeft meegemaakt dat zij werd ingehaald door een auto die veel
1
te hard reed en dat zij met haar hand maande van iets rustiger en dat die auto stopte en haar uitschold omdat zij daar fietste met een kind. De automobilist zei: het is toch veel te gevaarlijk om hier met een kind te fietsen. Mw Van Niekerk is van mening dat dit de omgedraaide wereld is. De weg moet veiliger worden. Zij wil pleiten voor een integrale aanpak. In de plannen die zij op de informatieavond zag was de Hezelstraat niet meegenomen. Daar fietsen heel veel schoolgaande kinderen. Er zit een bocht die onoverzichtelijk is en er wordt gewoon te hard gereden met gevaarlijke situaties als gevolg. Het is ook de weg die de Ooijse Bandijk kruist en waar bij haar in het buurtje nog met 80 km/u wordt aangereden, dan is er een flauwe bocht met tegenliggend verkeer, het is een wonder dat er nog geen ernstige ongelukken zijn gebeurd. Wat haar raakt, vorig jaar liep zij met haar schoonmoeder, die met een rollator loopt, en aan de andere kant liepen mensen en er werd toch gewoon met 60 of 80 km/u doorgereden. Er wordt te weinig rekening gehouden met alle weggebruikers. Dhr Verstraaten dankt voor de inspraak. Hij vraagt of hij het goed samenvat dat mw Van Niekerk voor scenario 3 gaat in de discussienota en kennis genomen heeft van alle voor- en nadelen daarvan. Mw Van Niekerk bevestigd dit, zij heeft zich goed ingelezen.
Dhr Bloemberg merkt op dat VVN en het Bewonerscomité voorsorteren op een combinatie van optie 2 en optie 3. Hij vraagt wat mw Van Niekerk vindt van die combinatie. Mw Van Niekerk is heel erg voorstander van 30 km/u. Het lijkt haar goed om breder te kijken dan alleen het eerste stukje dijk wat op de informatieavond werd aangekondigd. Zij zou heel blij zijn als er een integraal plan komt.
INSPREKER: Dhr Metze, voorzitter bewonerscomité Groenlanden. Dhr Metze dankt burgemeester en wethouders dat zij deze discussienota nu aan de gemeenteraad hebben voorgelegd en is blij dat de gemeenteraad de tijd neemt om hier rustig en uitvoerig over te praten. Hij woont zelf al meer dan 30 jaar langs de Ooijse Bandijk en al die tijd is deze problematiek wel op een of andere manier aan de orde geweest. De bewoners van het gebied hebben gezien dat langzamerhand de verkeersintensiteit steeds groter werd. Van de ene kant is dat mooi omdat het betekent dat er meer mensen komen die genieten van het gebied, maar van de andere kant is het ook moeilijker geworden omdat je die verschillende verkeersstromen krijgt met verschillende snelheden die allemaal hun weg moeten zoeken door met name de Ooijse Bandijk, maar ook door de polderwegen. Het bewonerscomité is blij dat de nota nu voorligt en dat daarin ook serieus wordt nagedacht over de manier waarop deze problemen grondig aangepakt kunnen worden. Zoals bekend heeft het comité al twee stukken ingediend, een brief vooraf en ook commentaar op de nota.
Het is duidelijk dat het comité erg voorstander is van een benadering waarbij zowel nu al gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheid van de subsidie die er nu ligt, met name om een paar 30 km gebieden te realiseren en daarbij tegelijkertijd een traject in gang te zetten waarbij er naar een brede aanpak voor het hele Groenlandengebied wordt gestreefd. Het comité denkt dat het heel goed te combineren is en ziet niet dat er een keuze voor één van die twee scenario’s moet worden gemaakt. Verder denkt het comité dat het heel goed aansluit bij de behoefte in het gebied. In november is er een bijeenkomst geweest in de Sprong. Daar zijn meer dan 50 bewoners van Ooijse Bandijk, Hezelstraat, Spruitenkamp en Kruisstraat aanwezig geweest. Het standpunt daar was unaniem: laten we nu eindelijk een keer met zoveel mogelijk betrokken partijen aan tafel gaan en met elkaar een oplossing bedenken voor de problemen die men hier tegenkomt, met voldoende draagvlak van iedereen. Vandaar ook dat het comité in de brief heeft aangedrongen – en hij hoopt dat de raad daarmee instemt – op het vormen van een klankbordgroep.
De meeste ideeën die nodig zijn om het gebied goed toegankelijk te houden en ervoor te zorgen dat zowel de gastvrijheid naar de bezoekers toe en de verkeersveiligheid voldoende gewaarborgd zijn, zijn al neergelegd in de eerdere nota’s van de gemeente Ubbergen en ook de gemeente Berg en Dal, de mobiliteitsvisie. Daar staat alles in wat nodig is. Intussen is ook gepeild of de belangrijkste uitbater in het gebied, Oortjeshekken, en ook een andere belangrijke partij, Staatsbosbeheer, bereid zouden zijn aan zo’n gespreksgroep deel te nemen en beide hebben gezegd dat ze dat inderdaad zijn. Het is heel belangrijk om ook deze partijen aan tafel te hebben
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
2
samen met de aanwonenden. Feitelijk is er een grote bereidheid, een grote eensgezindheid om op deze route verder te gaan. Tenslotte nog een kort commentaar op de discussienota. Er staan een paar verwarrende punten in de nota. Het eerste is dat er met de verkeersveiligheid niet zoveel aan de hand zou zijn. Hij wijst erop dat de verkeersdeskundige van VVN, die ook een commentaar heeft geschreven, zegt dat de registraties van de ongevallen helemaal niet zo goed zijn. Je kunt wel proberen af te gaan op de officiële registraties, maar die zijn bij lange na niet compleet. Het strookt heel erg met de ervaringen langs de dijk dat er heel veel bijna ongevallen zijn en ook allerlei kleinere incidenten en ongevallen die helemaal niet in de registraties terecht komen. Zo is laatst een voetganger uit de buurt door een fietser aangereden en gewond geraakt. Dat is niet in de registraties terecht gekomen. Hij wijst er ook op dat de verkeersdeskundige van VVN zich een sterk voorstander toont van 30 km/u en zegt dat dit wel degelijk veel effect zal hebben op het verkeersgedrag. De verkeersdeskundige is hier dus veel positiever over dan de gemeente. Dhr Metze wil de raad in overweging geven dit advies, wat een deskundig advies is, zeer serieus te nemen. Dhr Van Tol hoort dat dhr Metze graag optie 2 en 3 gecombineerd wil zien, 30 km/u en daarna een gesprek aan gaan.
Verder zegt dhr Metze dat er al goede plannen liggen. Is het dan niet beter vaart te maken met de plannen die er liggen, met de buurt snel aan tafel gaan en in één keer een goed plan uitrollen en niet alles weer in twee stappen uit te voeren? Dhr Metze antwoordt dat de uitgangspunten zoals die in de mobiliteitsvisie van 2017 zijn neergelegd, heldere uitgangspunten zijn. Daarin gaat het over gastvrijheid, over het feit dat de Ooijse Bandijk niet een doorgaande route is maar een erftoegangsweg. Wat daar nog niet in staat is wat de beste concrete uitwerking van de maatregelen zou kunnen zijn om zowel die gastvrijheid te waarborgen als die verkeersveiligheid te verbeteren. Dat is waar het over gaat, de concrete uitwerking van die uitgangspunten in een integraal plan. Het heeft de voorkeur om dat via een klankbordgroep te doen, liefst onder een onafhankelijk voorzitterschap. Die twee opties hoeven niet op elkaar te wachten, die kunnen feitelijk tegelijkertijd in gang gezet worden. Dhr Bardie geeft aan dat in de stukken bij optie 2 staat dat de drempels van de 30 km-zone ook heel veel geluidsoverlast geven. Wat is de mening van dhr Metze daarover? Dhr Metze antwoordt dat hij daar niet een heel duidelijke mening over heeft.
Als je het stuk weg bekijkt van Hezelstraat tot en met Spruitenkamp, zou het naar de mening van het Bewonerscomité het beste zijn om van het hele stuk een 30 km-zone te maken. Begonnen kan worden met de dichtst bevolkte stukken. Daarna is het een kwestie van overleg met de bewoners wat dan precies, als er fysieke maatregelen genomen worden, de goede locatie is om ervoor te zorgen dat de effecten van o.a. geluidsoverlast geminimaliseerd worden. Dhr Peters begrijpt de rapportage van VVN, maar er zijn nogal wat plannen in het gebied, hij noemt het Reomie-terrein, waardoor er een veel groter verkeersaanbod komt. Zou het niet verstandig zijn om toch nog even te wachten tot er een totaalplan is? Dhr Metze deelt die mening ten dele. De effecten van Reomie moeten worden meegenomen. Wat hij ervan weet is dat de verkeersafwikkeling vanaf het Reomieterrein en de bebouwing die daar gaat komen, via de Sint Hubertusweg zal worden geleid en niet via de Ooijse Bandijk. Daar wordt al over nagedacht. Het is niet nodig om te wachten met het starten van de ontwikkeling van plannen voor dit gebied en zeker ook omdat de uitgangspunten in het gemeentelijk beleid al duidelijk zijn en omdat het ongenoegen over de overlast die steeds meer toeneemt, begint te groeien. Niet voor niets waren er zoveel bewoners op de avond in de Sprong.
Dhr Verstraaten zegt dat het de bedoeling is een richting mee te geven aan het college, maar hij vraagt zich af of die richting er al niet is. Wat is het verschil tussen fase 2 dat benoemd wordt en scenario 3. Beide zien toe op participatie. Het lijkt dan alsof er al een redelijke keuze is gemaakt. Wethouder Fleuren antwoordt dat het verschil tussen 2 en 3 met name zit in de omliggende wegen. Bij 3 betrek je ook de omliggende wegen erbij, bij 2 gaat het over de clusters van woningen op de dijken en daar 30 km-zones maken.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
3
Dhr Verstraaten zegt dat als er toch al in gesprek gegaan wordt, dan kan het plan al meegenomen worden, zodat er over een integraal plan gesproken wordt. Wethouder Fleuren antwoordt dat die discussie nu voorligt: wordt alleen met de dijk begonnen of wordt het hele omliggende gebied bekeken. Het college neemt de input van vanavond mee en dat moet leiden tot een besluit, daarna komt er een voorlopig ontwerp en dat wordt met de desbetreffende bewoners besproken. Zo komt er een moment van inspraak. Dhr Ubbink had een aantal vragen, maar deze zijn vanmorgen al in de krant beantwoord, zoals de hoogte van de subsidie en een aantal maatregelen. Hij vraagt waarom hij deze informatie in de krant moet lezen en het niet in de discussienota staat. Wethouder Fleuren antwoordt dat die gegevens eerder bekend waren. Zij weet niet waar de krant die gegevens vandaan heeft. De kosten voor scenario’s 1 en 2, dat staat in de nota, zitten in de begroting die eerder vastgesteld is. Er is eerder gecommuniceerd over de SPV-subsidies voor de verschillende fietspaden en fietsveiligheidsverbeteringen. Bij de discussienota is het daarbij gelaten. De kosten voor scenario 3 zijn nog niet bekend, dat moet nog uitgewerkt worden en daar moet de raad later een besluit over nemen. Mw Albers vindt het fijn dat de discussienota voorligt. Zij is blij dat het advies van VVN is meegenomen, conform haar motie.
Het advies van VVN lijkt anders dan het urgentiegevoel van de gemeente. Kan de wethouder daar iets over zeggen? Verder is zij benieuwd of de wethouder iets ziet in een combinatie van 1 of 2 met 3. Wethouder Fleuren antwoordt dat een combinatie mogelijk is. Uitgegaan moet worden van de feitelijkheden. Na alle opmerkingen die in het verleden gemaakt zijn over de ervaren overlast, probeer je dat de kwantificeren. Dat is gedaan met verkeerstellingen en geluidsmetingen en de gemeentelijke verkeerskundigen hebben de situatie goed bekeken. Vanuit die feitelijkheden moet geconstateerd worden dat er niet zoveel aan de hand is. Dat wordt anders ervaren door de direct aanwonenden. Deze aanpassingen kosten veel geld. Als zij zoveel tegenstrijdige geluiden krijgt, hoeveel heeft de raad er dan voor over? De gevoelens zijn door de insprekers en door het zienswijze verslag wat is opgenomen al duidelijk voor het voetlicht gebracht. Het is geen gemakkelijke discussie, anders was er al eerder een besluit genomen en waren de aanpassingen zo nodig al gedaan. Dhr Bardie zegt dat in het voorstel in de inleiding fase 1 en fase 2 genoemd wordt. Hij had het idee dat fase 2 gelijk is aan scenario 3 en vraagt of dit klopt. Wethouder Fleuren antwoordt dat, welke keuze er ook gemaakt wordt, er een fasering in zit omdat niet alles tegelijk aangepakt kan worden.
Een aantal dingen kan al gedaan worden, zoals VVN aangeeft. Bijvoorbeeld het gesprek over de bredere kijk rond de dijken aangaan. Je kunt de fases naast elkaar laten lopen of achter elkaar. De fasering kan ingedeeld worden zoals de raad dat wil. Dhr N. Bakker vraagt of 30 km over een heel lang stuk realistisch is. Wethouder Fleuren antwoordt dat verkeerskundig bekend is dat een heel langgerekt stuk 30 km maken niet realistisch is. Dhr Peters vraagt of de wethouder niet bang is dat de plannen voor het voetveer op die locatie gaan knellen. Wethouder Fleuren antwoordt dat ervoor gezorgd wordt dat er voldoende ruimte is voor de aansluiting van het voetveer naar de dijk. Het gaat alleen over wandelaars en fietsers. Daar worden geen grote problemen verwacht. Dhr Peters zegt dat het met name om fietsers en wandelaars gaat, maar er komt een groter aanbod waardoor het naar zijn mening gaat knellen. Dhr Bloemberg is van mening dat de gevoelens van de bewoners en de feiten uit de metingen niet met elkaar in tegenspraak zijn. De metingen hebben niet onderzocht wat de bewoners ervaren, de situaties zoals die door de eerste inspreekster worden gekenschetst en tegelijkertijd kunnen de situaties die de bewoners noemen ook feitelijk juist zijn en ook de situatie zoals die door VVN wordt genoemd. Hij vindt het flauw om gevoelens tegenover feiten te zetten. Het is allebei feitelijk juist.
Wethouder Fleuren heeft niet bedoeld het zo te zeggen. Zij heeft te maken met meerdere stromen van informatie. De gevoelens zijn niet tegenstrijdig met de feiten, maar de gevoelens van diverse groepen inwoners zijn tegenstrijdig.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
4
Dhr N. Bakker heeft ook vernomen dat er tegenstrijdige verhalen zijn vanuit de inwoners. Dat maakt hij ook op uit de verzamelde reacties. Als er een integraal plan uitgewerkt wordt, wordt er weer met iedereen heel uitgebreid in gesprek gegaan en komen weer al die tegenstrijdige informatiestromen. De kans is dan groot dat er weer heel lang niets gebeurd. Hij wil inzetten op gebruik maken van het overheidsgeld wat de gemeente nu toch al ter beschikking heeft en kiezen voor optie 1. Het lijkt hem dat de TOP in Beek ook veel problemen zal oplossen. Dhr Bardie is het met de overwegingen van voorgaande spreker eens, er ligt al heel veel informatie, maar zijn conclusie is anders. Hij is voorstander van optie 2 en een combinatie met optie 3, maar hij is er niet voor om dan weer met iedereen in gesprek te gaan. Er is genoeg input en er moet een goed plan gemaakt worden dat bij alle betrokkenen gecheckt wordt of men het ermee eens is. Dhr Ubbink spreekt namens Polderbreed, GJS en VBenD. De fracties zijn ervoor dat de Ooijse Bandijk zo snel mogelijk ingericht wordt als 60 km-weg, optie 1. Men is tegen een knip in de weg omdat dat alleen maar het verplaatsen van problemen is. Om de problemen bij de geclusterde woningen op te lossen moet het daar aangepakt worden in samenspraak met de bewoners, optie 2. Hij wil dat men snel aan de slag gaat om de veiligheid een stuk te verbeteren.
Dhr Verstraaten vindt het een lastig verhaal. Hij hoort dhr Metze aangeven dat optie 3 ook snel kan gaan want de meeste scenario’s m.b.t. optie 3 liggen al op tafel. Het is het samenvoegen en kijken hoe er een geheel van gemaakt kan worden. Hij wil eerst nog terugkoppelen naar zijn fractie. Dhr Weijers heeft de stukken gelezen en de discussie gehoord. Aanvankelijk was hij voor optie 3 omdat hij de inspraak van de inwoner heel belangrijk vindt. In tweede instantie vindt hij de mening van Polderbreed in deze, als direct betrokken politieke partij, die de beste kennis heeft van het gebied, belangrijk. Hij begrijpt dat dhr Ubbink in eerste instantie voor optie 1 gaat en dat bij de clusters van woningen optie 2 toegepast wordt. Hiermee kan hij akkoord gaan. Dhr Peters is van mening dat optie 3 een Poolse Landdag wordt, als hij de inspraakreacties leest. Teveel verschillende meningen werkt ook niet. Sociaal Groesbeek is voor optie 2, maar wel gelet op het totaal, rekening houdend met de aanstaande overige plannen. Dhr Van Tol geeft aan dat de VVD voor optie 3 is, maar wil wel vaart maken: snel in gesprek gaan met bewoners, snel plannen maken. Hij vraagt de wethouder rekening te houden met de hulpdiensten zodat zij ook snel ter plaatse kunnen zijn wanneer dat nodig is. Ook moet er rekening gehouden worden met de toekomstige plannen van Reomie en het voetveer.
Mw Albers zegt richting dhr Weijers dat de partijen die voor de hele gemeente zijn, daar ook kennis van hebben. De PvdA gaat voor de combinatie van opties 2 en 3. Draagvlak is heel belangrijk. Er worden urgente maatregelen genomen waarbij gebruik gemaakt wordt van de subsidie. Het is conform advies van VVN, brieven, insprekers, ervaringen. Ook de integrale aanpak komt erin terug. Er wordt gesproken over wachten, maar er wordt al jaren gewacht en iedere keer worden dingen beloofd, ook in de begroting. Het is ook heel ingewikkeld, maar nu moet het echt goed gedaan worden. Het is jammer dat een beetje onduidelijk is welke richting Polderbreed en VOLG opgaan. Naar haar mening bedoelen ze een combinatie van opties 2 en 3. Dhr Bloemberg stelt dat de consensus van de bewoners en VVN in alle stukken heel duidelijk is, een combinatie van opties 2 en 3. D66 is daar ook voorstander van. Het enige wat hij zich kan voorstellen is dat er enige huiver is voor discussie binnen optie 3. Hij roept het bewonerscomité op om als uiteindelijk optie 3 daadwerkelijk wordt uitgevoerd, ervoor te zorgen dat er bij de bewoners ook binnen die optie consensus wordt gevonden over de extra maatregelen die in het hele gebied moeten worden genomen.
De voorzitter concludeert dat optie 2 een duidelijke voorkeur heeft met een neiging om de belanghebbenden erbij te betrekken, maar wel in een dusdanig slagvaardig en efficiënt proces om parallel aan de totale ontwikkeling tot een gedragen aanpak te komen. Wethouder Fleuren constateert dat er een duidelijke meerderheid voor optie 2 is. In het raadsvoorstel staat dat als er een richting gekozen is, er een traject gestart wordt om te komen tot een voorlopig en een definitief ontwerp. Als een weg aangepast wordt is dat de gebruikelijke situatie. Op basis van de aangegeven richting wordt een voorlopig ontwerp gemaakt voor een 60 km-weg met clusters van 30 km, optie 2. In dat traject is ruimte voor participatie en inspraak. Wetende dat veel mensen nog steeds andere behoeften hebben, is dat de richting waar het college mee aan de slag gaat.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
5
De voorzitter dankt de aanwezigen en schorst de vergadering om 20.55 uur.
Voorstel om het participatieplan “Toekomst Polder Biesterveld” vast te stellen
Voorzitter: dhr J. Verstegen Griffier: dhr G. Winters Plv. Portefeuillehouder: mw S. Fleuren De leden: dhr D. Van Loon (CDA), mw R. Vree (GroenLinks), dhr M. Ernst (Polderbreed), dhr A. Driessen (GJS), dhr R. Verstraaten (GVP), mw S. Postma (Sociaal Groesbeek), dhr T. de Jong (VBenD), dhr E. Weijers (VOLG), dhr S. van Tol (VVD), mw L. Albers (PvdA), dhr T. Bloemberg (D66) Ambtelijk: mw M. Norden en dhr T. van der Wielen Verslag: Buro Service Overasselt, mw W. Verheijen Verkroost
De voorzitter heropent de digitale carrousel om 21.00 uur en heet de aanwezigen welkom. Wethouder Verheul is ziek en wordt bij dit onderwerp vervangen door wethouder Fleuren. De voorzitter licht het onderwerp kort toe. INSPREKER: dhr H. de Beijer van de Beijer-groep. “Goede avond allemaal, Al 50 jaar heeft ons bedrijf de polder Biesterveld in eigendom. Het gebied is maar liefst 50 ha groot, deels bos, water en weiland, en is nu afgesloten. We willen samen een toekomstplan maken voor het gebied. Biesterveld kent namelijk veel natuurwaarden die moeten worden behouden en versterkt. De polder ligt verder in een gebied dat kansen heeft om meer betrokken te worden bij de rest van de Ooijpolder voor bijvoorbeeld wandelaars en fietsers. Het kan een verbinding vormen tussen Leuth en Millingen. Het is verder een gebied waarvan uw gemeenteraad heeft aangegeven dat het zoekgebied voor een onderscheidend hoogwaardig recreatiepark is. Het proces om samen te kijken wat hier kan willen we nu graag in. Daarvoor maakten we het participatieplan. Het participatieplan heeft drie fases. 1. Als eerste kijken we wat de natuurwaarden zijn, en waar in het gebied niets kan, en waar wel wat. Dit doen we met de milieu en landschapspartners en een onafhankelijk ecologisch bureau. Wat hier uitkomt is uitgangspunt voor het te maken plan. 2.
Ten tweede maken we het plan met omwonenden, de dorpen, ondernemers, toeristisch recreatieve partijen, de gemeente en wederom de natuur en landschapspartners. 3. Als laatste maken we het Omgevingsplan zelf, de opvolger van het bestemmingsplan. We hopen dat u ons participatieplan helder en zorgvuldig vindt. Een paar punten nog: - Als we het over mogelijke recreatiewoningen hebben spreek ik liever van ecolodges. Het wordt geen grootschalig centerparcs! De ecolodges moeten ondergeschikt worden aan de natuur en het landschap, en zeer zorgvuldig ingepast. De natuur staat voorop. - We hebben verder - vooruitlopend op en onder voorbehoud van uw vaststelling van het participatieplan - al milieu en andere partijen gepolst of ze mee willen doen aan het proces. We hebben tot nu alleen neutrale en positieve reacties gehad. - We willen nadrukkelijk zoeken naar een win win situatie. Waar kunnen we de natuur versterken? Hoe hebben de dorpen straks plezier van het plan? Hoe kan met dit project toerisme en recreatie in Berg en Dal worden gefaciliteerd met behoud van de unieke kwaliteiten? - Ten slotte: we houden de raad graag op de hoogte van tussenstappen. En willen u een keer uitnodigen voor een excursie naar Biesterveld.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
6
We zijn heel benieuwd naar uw reactie. Dank u wel.” Dhr Verstraaten dankt voor de inspraak. Hij heeft het participatieplan gelezen en aandachtig bestudeerd. Eén woord valt hem op, wat ook in het raadsvoorstel naar voren komt. Er staat: ‘En ondergeschikt een hoogwaardig recreatiepark’. Hij vraagt naar de definitie van ondergeschikt. Dhr De Beijer antwoordt dat het een gebied is wat al lang in het bezit is van het familiebedrijf. Er zijn veel natuurwaarden. Wat men niet wil is een groot park, dat past niet in de omgeving. Het moet ingepast worden, het moet kunnen, het mooi zijn, het moet ondergeschikt zijn. De natuurwaarden moeten gewaarborgd worden. Met het participatieplan wil hij kijken hoe partijen er in staan. Het is de bedoeling dat iedereen erin meegenomen wordt en dat gezamenlijk gekeken wordt wat er kan, wat men wil, wat de wensen zijn. Momenteel is er nog geen vastomlijnd plan. Alle opties staan nog open. Dhr De Jong merkt op dat er een uitgebreide participatienota geschreven is. De nota stelt een heleboel vragen. Er wordt een groot onderzoek gedaan en pas daarna gaat zich een plan ontwikkelen. Hij heeft begrepen dat zo’n onderzoek nog geen participatieplan is. Het is meer beschouwen en onderzoeken wat mogelijk is en dan wordt een plan geformuleerd. Met dat plan wordt opnieuw teruggegaan naar de burgers om te kijken of er draagvlak voor is.
Is wat voorligt niet een voorloper van een participatieplan? Dhr De Beijer antwoordt dat het niet een voorloper is. Het participatieplan is gemaakt om partijen te horen en mee te nemen. De bedoeling is dat er een gezamenlijk gedragen plan uit komt wat ook draagvlak heeft. Dit zal in de raad terugkomen en er zal een besluit over worden genomen. Het is niet de bedoeling dat er een plan gemaakt wordt waarvan men later zegt: heb je daaraan gedacht of daaraan gedacht. Het is de bedoeling de partijen vanaf het begin mee te nemen. Dhr Ernst vraagt wat de 3e fase van het plan is. Dhr De Beijer antwoordt dat de 3e fase het maken van het plan zelf is. Mw Vree merkt op dat de raad meerdere participatieplannen gezien heeft. Stel dat dit plan vastgesteld wordt, heeft dhr De Beijer het idee dat iedereen dan ook echt het gevoel heeft gehoord te zijn. Dhr De Beijer antwoordt dat door open en transparant te zijn dat mogelijk moet zijn. Hij wil de partijen, die belangenbehartigers zijn van burgers, aan tafel om hun verhalen en ideeën te delen. Hij kan niet uitsluiten dat iemand zegt het niets te vinden. Juist door de verschillende belangengroepen, de natuurorganisaties, maar ook de dorpsraden, ondernemersvereniging, recreatieve organisaties, aan tafel te vragen gaat hij ervan uit dat er een zo groot mogelijk bereik gehaald wordt. Mw Vree wenst hem veel succes.
Dhr Weijers zegt dat dhr De Beijer in zijn introductie een vlammend betoog gehouden heeft over de natuurwaarden die het gebied heeft en dat er belang aan gehecht wordt om die natuurwaarden ook te beschermen. Hij vraagt of dhr De Beijer het ermee eens is dat de natuurwaarden ten volle beschermd worden door het gebied onaangeroerd te laten. Dhr De Beijer antwoordt dat dat ook een optie zou kunnen zijn. Het is nu een heel afgesloten gebied. Niemand kan er in. Van oorsprong was het een gebied wat fruitteelt kende. Het bedrijf heeft daar een ontzanding gehad. Deze ontzanding heeft bijna 14 jaar geduurd en is inmiddels alweer 20 jaar geleden. Er is ook een natuur ontstaan die heel on-typisch is voor de polder. Er is een dennenbos. Dat is prachtig, maar van oorsprong heeft daar nooit een dennenbos gestaan. Bekeken wordt wat er mogelijk is. Je zou kunnen zeggen we doen helemaal niets, dan blijft het op slot en kan niemand ervan genieten. Het bedrijf heeft gemeend er toch iets mee te doen, zeker omdat de gemeente al vaker heeft aangegeven te kijken wat er kan. Het zou mooi zijn als er tussen Millingen Leuth een recreatieve functie versterkt kan worden. Wellicht dag- of verblijfsrecreatie. Dat kan ook weer nut hebben voor Millingen, voor de voorzieningen die er zijn. Het moet ook wel wat brengen voor iedereen.
Natuur is een heel breed begrip en dat is de reden dat in fase 1 gezegd is we moeten met natuurpartijen aan tafel. Daar zal de meeste discussie over gaan. Mw Postema vraagt m.b.t. de ecolodges of er particuliere investeerders nodig zijn om het plan te kunnen financieren en of daar al ideeën over zijn.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
7
Dhr De Beijer antwoordt dat men nog niet zover is. Eerst wordt gekeken wat er mogelijk is. Kunnen er überhaupt recreatiewoningen komen, wat is mogelijk en hoeveel zijn er mogelijk. In de volgende fase wordt pas gekeken naar hoe het gerealiseerd kan worden. Wat voor hem belangrijk is met de ecolodges is dat het goed ingepast is. Het is een natuurlijk gebied. Als er huisjes komen moeten ze mooi ingepast zijn, duurzaam, zelfvoorzienend. Voldoen aan alle eisen die nu gesteld worden. Dhr Van Loon dankt dhr De Beijer voor zijn inbreng tot dusver. Hij vraagt of er nog ruimte is om een andere club aan te haken bij de door dhr De Beijer genoemde partijen. Dhr Van Loon mist ZLTO, die best relevant is voor het gebied. Dhr De Beijer lijkt dat geen probleem. Er is een lijst gemaakt van wat er allemaal is, als er een paar gemist worden, kunnen die toegevoegd worden. Als het een mooie aanvulling is kan het zeker. Hij neemt de suggestie mee. Dhr Driessen zegt dat hij behoefte heeft aan meer openheid. Is er geen ruwe schets, een eerste verkenning waardoor de contouren zichtbaar worden van wat dhr De Beijer in grote lijnen voor ogen heeft. Dhr Driessen denkt dat als dat zichtbaar is, en het mag heel grof zijn, dan lijkt het hem pas het moment om de dorpen en hun vertegenwoordigers te laten participeren. Als gevraagd wordt te participeren en er is nog helemaal niets, is dat erg moeilijk.
Bijvoorbeeld de ecolodges, gaat het om 20 of om 200? Dhr De Beijer begrijpt de vraag, maar als nu al een vastomlijnd plan gemaakt wordt, komen er allemaal reacties van doe het zo of doe het zo. Er is juist voor gekozen het hele proces anders in te steken. Begonnen wordt met wat er nu is, een plas water met een terrein en een aantal weilanden. Hij wil eerst met de partijen inventariseren wat er zou kunnen, wat zijn de wensen en behoeften. Als er een inventarisatie gemaakt is, kan er gekeken worden wat daaruit komt. Als uit de inventarisatie een plan ontstaat, is er ook een gedragen plan. Dhr Bloemberg vraagt of je niet meteen zou moeten beginnen met het betrekken van alle omwonenden en belanghebbenden, niet zozeer om inhoudelijk met hen te spreken, maar om ervoor te zorgen dat tijdens onderdeel a. van het plan, zij zich al, gefaciliteerd door dhr De Beijer, goed kunnen organiseren. Zodra met fase b. van het plan begonnen wordt, kan men ook direct van start. Het risico bestaat dat als mensen weten dat er iets gaat spelen in de omgeving, ze zich gepasseerd of te laat geïnformeerd gaan voelen. Dhr De Beijer antwoordt dat bekend is dat er natuurwaarden zijn en het is goed eerst te kijken wat er mogelijk is. Als er uit komt dat er van alles bedacht is maar het kan gewoon niet, dan houdt het op. Dat is de reden geweest om het proces zo in te steken.
Hij weet niet of de vorm die dhr Bloemberg voorstelt mogelijk is, maar hij neemt het mee.
Dhr Bloemberg geeft aan dat D66 heel positief is over het plan en wat er spreekt uit het participatieplan en ook over de houding van dhr De Beijer. Het ziet er allemaal heel sympathiek uit en het biedt ook heel veel mogelijkheden voor natuur, duurzaamheid en toerisme en ook het ontlasten van andere gebieden in de gemeente. Hij zou ervoor zijn de bewoners eerder te betrekken zoals hij zojuist gesteld heeft in een vraag aan dhr De Beijer. Ten tweede is het weinig concreet in de tijdlijn. Het zou fijn zijn als er een plaatje zou kunnen worden toegevoegd waarbij de tijdsduren van de verschillende fases wat concreter kunnen worden weergegeven. Wethouder Fleuren antwoordt dat de initiatiefnemer niet een keiharde deadline heeft. Veel is afhankelijk van de eerste fase. Er is al een QuickScan gedaan, maar de vraag is of er vervolg flora- en faunaonderzoeken moeten plaatsvinden. Zij kan zich voorstellen dat in fase a. omwonenden vast worden ingelicht dat dit speelt en dat de initiatiefnemer in een latere fase bij hen terugkomt maar dat het nu nog niet aan de orde is. Dan zijn mensen gehoord, maar weten ze dat ze niet gepasseerd worden maar dat het nog niet zover is. Dhr Bloemberg antwoordt dat dat laatste voor D66 prima is. Het gaat er met name om dat mensen in een vroegtijdig stadium zich gehoord voelen en weten dat ze later in het proces ook inhoudelijk betrokken worden.
Mw Albers staat ook positief ten opzichte van het participatieplan. De voorwaarden die zijn gesteld lijken haar flink, er moet wel wat gebeuren. Als dat allemaal lukt, levert het ook best wel veel positieve
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
8
dingen op, werkgelegenheid, landschapsverbetering, ruimtelijke verbetering, wandelgelegenheid etcetera. Ga aan de slag. Vroeg informeren lijkt haar heel goed. Ten aanzien van de gemeente zou zij wel graag zien dat de gemeente regie pakt op de samenhang in dat gebied. In het collegevoorstel staat onder 1.6 a. dat natuurinclusief en duurzaam bouwen een groot pluspunt zou zijn, maar het wordt ook al weer opgenomen als een voorwaarde. Wellicht kan het college daar nog even naar kijken. Wethouder Fleuren heeft gezien dat het elkaar een beetje tegenspreekt. De titel van 1.6 is vrij duidelijk en de zin daar onder is weer wat vager. Zij stelt voor als uitgangspunt te nemen wat de titel voorschrijft. Dhr Van Tol zegt dat wat de VVD betreft dit burgerparticipatie ten top is. Hij spreekt zijn complimenten daarover uit. Hij geeft mee dat de VVD voorstander is van de wat luxere recreatie, daar is een tekort aan in de gemeente. Het voorstel van de wethouder om burgers vooraf in te lichten dat ze later aan bod komen in deze vorm van participatie vindt hij goed. Mw Postema vindt het lastig om nu hele concrete uitspraken te doen. Zelf heeft zij zorgen als het gaat om het creëren van een recreatiepark, waar ook recreatiewoningen worden gebouwd, zeker als het rondom financiering nog niet helder is.
Het lijkt haar verstandig om al op voorhand bepaalde afspraken te maken, bijvoorbeeld dat de woningen alleen recreatief gebruikt mogen worden en dat ze centraal verplicht verhuurd moeten worden. Daarmee kunnen echter nog niet de problemen getackeld worden waar de gemeente in het verleden ook mee te maken heeft gehad en ook daar maakt zij zich zorgen over. De voorzitter stelt dat hetgeen mw Postema inbrengt, pas na het participatieplan aan de orde komt. Wethouder Fleuren merkt op dat het goed is om het in het vervolgtraject mee te nemen. De initiatiefnemer is zich ervan bewust, vandaar ook de bepaling over één centrale verhuur, wat als advies vanuit de provincie is gekomen. Ook andere adviezen vanuit de provincie zullen meegenomen worden om deze initiatiefnemer daarmee op weg te helpen. Dhr De Jong vindt de opzet van dit onderzoek heel mooi en breed en spreekt zijn waardering erover uit. Aan het begin van de discussie heeft hij aan dhr De Beijer gemeld dat de volgorde misschien wat onduidelijk is. Dat komt omdat het plan een beetje als een verrassing gekomen is. Sinds 2017 heeft hij er niets over vernomen. Hij gaat ervan uit dat het een dynamisch proces zal zijn waarbij burgers later ook weer betrokken gaan worden en er een soort van vervolgparticipatie is. Of de raad met de inhoud van het plan akkoord zal gaan is nog onduidelijk, omdat het plan nog niet duidelijk is.
Ga aan de slag met dit onderzoek. De participatie moet later waarschijnlijk weer worden aangevuld door steeds terug te keren naar die burgers, belanghebbenden en vooral ook de raad. Het plan moet ook ingepast worden in de andere ontwikkelingen in het gebied. Hij ziet graag dat de raad, de gemeente, de regie dan goed kan pakken. Dhr Weijers geeft aan dat VOLG voor het onderzoek is om het gebied te ontsluiten voor omwonenden en toeristen. VOLG is ervoor dat meer mensen ervan kunnen genieten. Hij vindt het participatieplan wat voorligt prima, alleen het doel van het participatieplan is om erachter te komen of er draagvlak is voor een al dan niet ondergeschikt recreatiepark. VOLG is tegen dit doel. Om die reden zal VOLG tegen het voorliggende participatieplan stemmen. Dhr Verstraaten zegt dat het participatieplan er keurig uitziet. Hij wil nog geen inhoudelijke uitspraak doen over het project. Met betrekking tot het raadsvoorstel: Er wordt aangegeven dat het plan voor werkgelegenheid kan zorgen, maar er zijn nu al mensen tekort om dat voor elkaar te krijgen. De basis van dit alles is de Kadernota Toerisme van 2017. In de afgelopen 5 jaar is de wereld helemaal veranderd. Hij vraagt of de Kadernota Toerisme van 2017 wat hiervoor als leidraad dient, nog wel actueel is.
Wethouder Fleuren antwoordt dat je je bij iedere beleidsnota van de gemeente kunt afvragen of die nog wel actueel is. De Kadernota Toerisme is wel het beleid waarop initiatiefnemers zich moeten richten, het is beleid wat door de raad is vastgesteld. Er is geen ander beleid, dus is het staande beleid actueel. Juist de werkgelegenheid van een recreatiepark is werkgelegenheid voor praktisch geschoolde mensen. Mensen van ver buiten de gemeente zullen hier niet op afkomen. De jongeren uit de gemeente kunnen er een leuke vakantiebaan vinden. Juist voor die groep praktisch geschoolden zou de gemeenten nog heel veel werk willen hebben. Het gaat dan niet over de techneuten. Verder is er ook een afgeleide werkgelegenheid te zien, daarom is het duidelijk dat het college aangeeft dat het geen op zichzelf staand park moet zijn maar dat het juist een goede verbinding moet hebben met andere voorzieningen in de polder zodat de bestaande horeca en supermarkten daar ook baat bij hebben als er een ontwikkeling zou gaan komen.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
9
Dhr Driessen vindt het vreemd dat hij tussen 2017 en december 2021 nooit collegebesluiten heeft gezien over dit onderwerp. Wethouder Fleuren antwoordt dat toen de nota Participatie kwam, dhr De Beijer ook met deze gedachte kwam. Er zijn wel eerder gedachtewisselingen geweest, maar naar haar mening geen collegebesluiten. Ambtelijk krijgt zij door dat er niet eerder een principebesluit genomen is. Volgens de nota Participatie is er een puntensysteem en als een initiatief zoals nu voorligt aan een aantal punten voldoet, wordt verwacht dat er een volledig participatieplan bij komt, daarvoor is een format. De initiatiefnemer heeft dat format ook gebruikt. Daar staan dezelfde vragen in die terug te vinden zijn in het Participatieplan wat nu voorligt. Dhr Driessen zegt dat GJS nog niet positief kan oordelen. Mw Albers zegt dat het er allemaal mooi uit ziet, maar dhr Driessen vraagt zich af of het te mooi is om waar te zijn. Dhr Ernst merkt op dat in de kadernota sprake is van twee locaties, Reomie, waarvan bekend is dat die niet meer in aanmerking komt, maar ook de Zeelt wordt genoemd. Biesterveld komt in het hele verhaal niet voor. Hij sluit zich aan bij dhr De Jong van VBenD. Wat nu voorligt ondersteunt dhr Ernst. Hij vindt wel dat als het plan wat vastere contouren krijgt er alsnog een echt participatieplan uitgevoerd moet worden.
Mw Vree vindt het antwoord van dhr De Beijer op de vraag of mensen zich gehoord zullen voelen goed, door ze toch van het begin af aan te betrekken. De natuurverenigingen moeten zeker ook van het begin af aan betrokken zijn. Zij geeft mee dat GroenLinks op zich sceptisch staat tegenover een plan op die plek, waar ongerepte natuur is. Zij vindt het niet eerlijk om, als er een participatieplan geschreven wordt, bij voorbaat al tegen te zijn. GroenLinks gaat nu niet tegen het participatieplan stemmen, maar is op zich niet heel enthousiast over het feit dat daar recreatiewoningen moeten komen. Dhr Van Loon is blij met het initiatief om te gaan onderzoeken welke ontwikkeling op deze bijzondere locatie mogelijk is. Het participatieplan oogt gedegen en is bepalend voor de verdere uitwerking van de eigenlijke plannen. De participatie gaat bepalen wat er eventueel mogelijk is. Het is niet eenvoudig, maar als het lukt, zal het een grote meerwaarde voor het gebied en de gemeente opleveren. Het CDA gaat akkoord. De voorzitter concludeert dat het voorstel door een meerderheid wordt ondersteund, VOLG en GJS zijn tegen. Hij stelt voor dit besluit als hamerstuk in de raad te brengen, waar iedereen de gelegenheid heeft een stemverklaring af te leggen. De voorzitter sluit de vergadering om 21.55 uur onder dankzegging aan de aanwezigen.
Carrousel II
Voorstel om besluiten te nemen in het kader van de Omgevingswet
Voorzitter: Griffier: Plv portefeuillehouder: Ambtelijk: De leden:
Verslag:
dhr R. Bekers dhr R. Wildeman mw A. Visser dhr G. van Houtert mw R. Barber (Polderbreed), dhr G. Boot (D66), mw E. van Broekhoven (VBenD), mw J. Brouwer (VOLG), dhr H. Eikholt (GVP), dhr F. Gödderz (GroenLinks), dhr R. Hammer (VVD), dhr W. Kersten (Sociaal Groesbeek), dhr D. van Loon (CDA), dhr J. van Loon (PvdA) en dhr A. ten Westeneind (GJS) Buro Service Overasselt, dhr M. Geurts
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
10
De voorzitter opent de digitale carrousel om 20.00 uur en licht de wijze en het onderwerp van bespreking kort toe. Hij doet melding van het bericht van verhindering wegens ziekte van wethouder Verheul die wordt vervangen door wethouder Visser. Dhr Van Houtert geeft een toelichting op de te nemen besluiten in het kader van de Omgevingswet over verplicht advies, verplichte participatie en delegatie. Het voorstel is uitgebreid om zo dicht mogelijk bij de huidige praktijk te kunnen blijven, met name betreffende het verplicht advies. In plaats van de verklaring van geen bedenkingen komt straks het verplicht advies. Getracht is de bevoegdhedenverdeling tussen raad en college zoveel mogelijk gelijk te houden. Het college is bevoegd besluiten op vergunningen – de zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten – te nemen. De raad kan gevallen aanwijzen waarop zij advies wil geven, hetgeen het college moet vragen en opvolgen. Nu is het nog zo dat de raad in principe altijd een verklaring van geen bedenkingen bij vergunningen af moet geven, tenzij in bepaalde gevallen is aangegeven dat de raad dit niet wil. Straks wordt het andersom en moet de raad actief gevallen aanwijzen waarover zij wil adviseren. Daarom is het van belang hierover vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 juli 2022 een besluit nemen.
Als de raad niet actief gevallen aanwijst waarop zij wil adviseren, dan ligt de volledige bevoegdheid voor alle vergunningen bij het college. De verklaring van geen bedenkingen kan nu alleen afgegeven worden bij vergunningen waarvoor de uitgebreide procedure geldt en niet voor vergunningen waarvoor de reguliere procedure geldt. Straks is er geen koppeling meer met uitgebreid of regulier, maar kan alleen advies over buitenplanse en binnenplanse vergunningen worden gegeven. Deze categorieën zijn niet vergelijkbaar: uitgebreid is niet gelijk aan buitenplans. De kruimelgevallenregeling is straks buitenplans en deze vergunningen moeten dus aan de raad voor advies voorgelegd worden. Voorstel is verplichte participatie bij alle buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verplicht te stellen, hetgeen aansluit bij de in Berg en Dal reeds vastgestelde werkwijze. Participatie wil niet altijd zeggen dat een uitgebreid participatieplan moet worden gemaakt of samengewerkt moet worden met de omgeving. In veel gevallen zal het zo zijn dat de buren moeten worden geïnformeerd. In het voorstel is ervoor gekozen delegatie vooral praktisch in te steken. Als een vergunning is verleend en vertaald moet worden in een omgevingsplan en niet opnieuw een ander inhoudelijk besluit wordt genomen, dan is dit een formaliteit die niet naar de raad hoeft.
Te denken valt hierbij aan instructieregels van hogere overheden. Voorgesteld wordt na één jaar te evalueren daar waar veel gemeenten dit over twee jaren doen om de praktijk langer te kunnen ervaren. Om praktische redenen en gezien de complexiteit en het opdoen van ervaring zowel ambtelijk als bestuurlijk is het goed op kortere termijn te evalueren. Als binnen het eerste jaar wordt gemerkt dat zaken niet functioneren of uitvoerbaar zijn, is er altijd gelegenheid een nieuw of aangepast besluit te nemen. Dhr Hammer vraagt of het klopt dat participatie nu wettelijk niet verplicht is. Dhr Van Houtert bevestigt dat participatie momenteel geen verplichting is. Met de Omgevingswet wordt het bij alle vergunningen voor de initiatiefnemer een indieningsvereiste aan te geven of wel of niet aan participatie is gedaan. Daarnaast kan de raad gevallen aanwijzen waarbij het verplicht is participatie voor initiatiefnemers toe te passen. Voorgesteld wordt dit in alle gevallen te doen waar een buitenplanse vergunning wordt verleend gekoppeld aan het participatiebeleid met het stappenplan op de website. Het is de keuze van de gemeente participatie verplicht te stellen, hetgeen nu niet het geval is. Mw Van Broekhoven spreekt namens GJS, Polderbreed en VBenD. Het begrip “verplicht advies” lijkt tegenstrijdig.
Aan de ene kant verplicht om advies te vragen en aan de andere kant kan advies terzijde gelegd worden. In welke mate is het college verplicht het advies op te volgen? Dhr Van Houtert zegt dat het gaat om een bindend advies. Dhr Boot constateert dat kwalitatief wordt aangegeven dat participatie moet plaatsvinden, maar hieraan wordt geen termijn verbonden. Voordat een vergunning wordt aangevraagd kan worden overwogen aan te geven dat eerst participatie moet plaatsvinden. Het participatieproces kan beoordeeld worden door de gemeente Berg en Dal die vervolgens de participatie onvoldoende vindt en zelf gaat doen. Wethouder Visser merkt op dat niet is vastgelegd wanneer participatie moet plaatsvinden. Het zou inderdaad praktisch zijn dit voordat de vergunning wordt aangevraagd te doen, maar dit is geen wet van meden
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
11
en perzen. Dhr Boot kan dit niet terugvinden in de regelgeving en geeft de suggestie mee dit alsnog te doen. Wethouder Visser neemt de suggestie mee. Mw Van Broekhoven wil de bevoegdheid van het college ten aanzien van de toepassing van de kruimelgevallenregeling beperken voor beschermwaardig gebied, zoals de stuwwal, beschermde dorpsgezichten en De Elzen. Wanneer daar afgeweken wordt van het bestemmingsplan moet altijd verplicht advies aan de raad worden gevraagd. Reden hiervoor is dat zij een aantal keren onaangenaam verrast is door afwijkingen van het bestemmingsplan in hoogwaardig natuurlijk gebied zoals de stuwwal: grotere villa’s en bijgebouwen dan het bestemmingsplan toestaat. Zij wil het voorstel amenderen door het benoemen van de beschermwaardige gebieden waarover het college advies moet vragen aan de raad en niet zelf de kruimelgevallenregeling toepast. Voor het overige is zij akkoord met het voorstel. Dhr D. van Loon onderschrijft dat met de invoering van de Omgevingswet zoveel mogelijk moet worden aangesloten bij de bestaande praktijk en vandaaruit wordt gekeken wat anders moet. In grote lijnen is hij akkoord met het voorstel, echter maakt hij een voorbehoud inzake delegatie en kruimelgevallenregeling met name ten aanzien van bestemmingswijziging van bestaande panden.
In het voorstel staat dat dergelijke gevallen gedelegeerd kunnen worden, omdat zij ruimtelijk weinig impact hebben. Dit wil echter niet zeggen dat er geen maatschappelijke impact is. Wellicht is een combinatie te maken met het amendement van mw Van Broekhoven. Dhr Hammer staat in principe sympathiek tegenover het voorstel maar heeft vraagtekens over delegeren van bepaalde zaken aan het college. In die zin kijkt hij uit naar het amendement van mw Van Broekhoven, waarin hij wil meedenken. Wijziging van meerdere bestemmingsplannen is uitgesteld en vraag is of deze automatisch omgezet worden naar een omgevingsplan. Dhr Van Houtert geeft aan dat op gegeven moment besloten is bestemmingsplannen niet meer te actualiseren omdat de Omgevingswet eraan kwam. De verplichting tot aanpassing na 10 jaren is uit de wet verdwenen. Alle bestemmingsplannen met verordeningen en rijksregels worden vanaf 1 juli 2022 automatisch omgevingsplan. In 10 jaren tijd kan stapsgewijs toegewerkt worden naar een gewenst omgevingsplan voor de hele gemeente. Dhr Kersten spreekt namens GVP, Sociaal Groesbeek en VOLG. In de carrousel van 14 oktober 2021 is gevraagd om de ombouw van de oude naar de nieuwe regelgeving vloeiend te laten verlopen, waaraan keurig gehoor is gegeven. De procedure rond de kruimelgevallenregeling blijft grotendeels hetzelfde hoewel mw Van Broekhoven hierover een goede opmerking maakt.
Hij is benieuwd in welke gevallen een ingreep in het beschermwaardig gebied kan plaatsvinden. Als dit zo zou zijn moet dit aangepast worden, omdat hierop niet te lichtzinnig kan worden ingegrepen. Hij gaat ervanuit dat dhr D. van Loon doelt op bestemmingswijziging van bestaande panden. Het voert wat ver als de raad hiervoor telkens aan zet moet komen. Wellicht kan hiervoor vooraf een beleidslijn worden afgesproken dat de raad in bepaalde gevallen wordt geraadpleegd. Dhr D. van Loon veronderstelt dat een dergelijke beleidslijn een optie zou kunnen zijn en wil hier graag naar kijken. Dhr Gödderz gaat akkoord met het voorstel. In feite gaat het om een vertaling van de huidige naar de nieuwe situatie met de Omgevingswet. De details moeten echter nog worden uitgewerkt en er moet met name met de participatie ervaring worden opgedaan. Hij zal het college op de inhoud volgen en indien noodzakelijk voorstellen doen zoals bij de jaarlijkse evaluatie samen met de participatienota. Hij staat welwillend tegenover het amendement van mw Van Broekhoven. Hoe wordt een beschermwaardig gebied gedefinieerd en waar liggen de grenzen hiervoor? Het is nog onduidelijk om hoeveel gevallen het gaat. De raad moet niet overspoeld worden met gevallen waarvan zij iets moet vinden. Mw Van Broekhoven zit er ook niet op te wachten dat de raad overspoeld wordt.
Zij wil het begrip beschermwaardig niet definiëren maar benoemen welke gebieden beschermwaardig zijn. Met elkaar kan worden besproken welke gebieden beschermwaardig moeten zijn. De voorzitter gaat ervan uit dat het amendement van mw van Broekhoven met meerdere raadsfracties wordt voorbereid samen met college en ambtenaar. Dhr J. van Loon is het eens met het voorstel de bestaande praktijk naar de nieuwe Omgevingswet te vertalen. Met de delegatie van de kruimelgevallenregeling wordt gesuggereerd dat het college niet voldoende aandacht aan de beschermwaardige gebieden besteedt. Het is niet handig allerlei wijzigingen van de bestaande praktijk door te voeren. Het lijkt hem handiger dit in de evaluatie uitgebreid aan de orde te stellen. In de wet wordt niet aangegeven hoe de participatieverplichting vorm moet worden gegeven, uitgevoerd moet worden en welk resultaat deze moet opleveren. Dat de raad een participatieplan zou moeten vaststellen kan hij niet rijmen met de Omgevingswet. Mw Van Broekhoven bespeurt enige
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
12
ontvankelijkheid van dhr J. van Loon constructief mee te denken met haar amendement, waarvoor dank. Het voorstel eerst een jaar aan te kijken en daarna te evalueren is niet nodig. Zij heeft ervaring met de toepassing van de kruimelgevallenregeling waarbij met name de Beekse bevolking onaangenaam werd verrast. De stuwwal in Beek wordt behoorlijk volgebouwd. Juridisch zijn met de kruimelgevallenregeling grote veranderingen mogelijk: kruimelgevallen kunnen ook cumuleren waardoor de afwijking steeds groter wordt. Dhr Kersten sluit aan bij mw Van Broekhoven. Het is niet zijn bedoeling veel te tornen aan de huidige werkwijze. De komende tijd ziet hij graag meer voorbeelden van mw Van Broekhoven waar het niet goed ging met de kruimelgevallenregeling. De gevolgen van een kruimelgeval kunnen aanzienlijk zijn. Naar de uitzonderlijke gevallen waar het kostbare landschap schade oploopt moet onderzoek worden gedaan om dit te voorkomen. Dhr Boot vindt in het algemeen sprake van een goed onderbouwd voorstel. Hij steunt echter ook mw Van Broekhoven en dhr D. Van Loon. Gevoelig gebied moet gemonitord worden door een breder panel zoals de raad. Hij werkt graag mee aan het amendement van mw Van Broekhoven. In de functiewijziging van gebouwen wil hij ook een stem hebben. De gemeente Berg en Dal is rijk aan monumenten.
Besluitvorming over het politiebureau wordt nu bijvoorbeeld aan het college gedelegeerd, terwijl hij dit aan de raad wil toekennen. De voorzitter stelt vast dat aan de kruimelgevallenregeling aanpassingen noodzakelijk worden geacht, waarvoor door een aantal raadsfracties met griffie en ambtenaar een amendement wordt voorbereid op initiatief van mw Van Broekhoven. Hij concludeert dat het voorstel een debatstuk is voor de raad en schorst onder dankzegging voor ieders aanwezigheid en inbreng de carrousel om 20.45 uur.
Voorstel om het bestemmingsplan “Herontwikkeling Schoollocatie fase 3, Millingen aan de Rijn” gewijzigd vast te stellen
Voorzitter: Griffier: (Plv) portefeuillehouder: Ambtelijk: De leden:
Verslag:
dhr R. Bekers dhr R. Wildeman mw I. van de Scheur dhr B. Wouda dhr W. Bakker (CDA), mw R. Barber (Polderbreed), mw E. van Broekhoven (VBenD, tot 22.00 uur), mw J. Brouwer (VOLG), dhr H. Eikholt (GVP), dhr R. Hammer (VVD), dhr W. Kersten (Sociaal Groesbeek), dhr J. van Loon (PvdA), mw M. Verdijk (GroenLinks), mw T. Vorderman (D66) en dhr A. ten Westeneind (GJS) Buro Service Overasselt, dhr M. Geurts
De voorzitter heropent de carrousel om 21.00 uur en licht het onderwerp van bespreking kort toe. Hij doet melding van het bericht van verhindering wegens ziekte van wethouder Verheul die vervangen wordt door wethouder Van de Scheur. Dhr Bakker is in verband met de urgentie en het algemeen belang voorstander van het zoveel mogelijk bouwen. Vraag is echter wat de raad doet als zij het hoogst haalbare wat zij kan doen i.c. het aannemen van een amendement niet serieus neemt. In het amendement d.d. 17 juni 2021 staan 3 punten waar verwacht wordt dat er iets anders gebeurt dan wat in het voorstel staat. Wat is in de tussentijd gebeurd en hoe serieus kan de raad zichzelf nog nemen met een amendement? Wethouder Van de Scheur geeft aan dat het college uitgebreid op het amendement heeft gereageerd in de informatienota d.d. 26 oktober 2021 die in de raad d.d. 16 december 2021 is besproken. In deze informatienota is op alle punten van het amendement gereageerd. In die zin heeft zij niet het gevoel dat de raad niet serieus is genomen. Dhr Bakker is het niet met wethouder Van de Scheur eens.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 27 januari 2022
13
Mw Verdijk constateert dat het bestemmingsplan op verzoek van één omwonende enigszins is aangepast en vraagt zich af in hoeverre de andere omwonenden en de toekomstige bewoners die hiervan mogelijk nadeel ondervinden hierbij zijn betrokken. Wethouder Van de Scheur merkt op dat de tweede helft 2021 naar aanleiding van de ingediende zienswijzen gesprekken hebben plaatsgevonden. Het plan is naar aanleiding van de zienswijzen aangepast. Haar is niet bekend of dit is teruggekoppeld naar de indieners van zienswijzen. Zij weet niet of de andere omwonenden en toekomstige bewoners over de aanpassingen zijn geïnformeerd. De voorzitter wijst erop dat in zijn algemeenheid betrokkenen kunnen weten dat een bestemmingsplan behandeld wordt. Mw Verdijk stelt dat wel bekend is dat het behandeld wordt maar niet dat het veranderd wordt. Het gaat erom dat de omwonenden en betrokkenen in iedere verandering worden meegenomen. Dhr Wouda legt uit dat niet met de indieners van een zienswijze in gesprek wordt gegaan. Het is gebruikelijk dat zienswijzen in een nota worden beantwoord. Als er wijzigingen worden doorgevoerd wordt het bestemmingsplan na vaststelling gepubliceerd en specifiek melding van gemaakt wat gewijzigd is. Op een gewijzigd bestemmingsplan kunnen betrokkenen nog beroep aantekenen. Er vindt geen inspraakronde meer plaats om de aanpassingen te bespreken.
Mw Vorderman meent dat de werkwijze die dhr Wouda schets de oude manier van werken is en dacht dat de gemeente Berg en Dal een andere kant op zou gaan waarbij de inwoners betrokken zijn en blijven. Daaraan schort het nogal in dit proces. Dhr Ten Westeneind spreekt namens GJS, Polderbreed en VBenD. Wellicht was het amendement van 17 juni 2021 niet helemaal duidelijk: gesproken wordt over het overwegen van een andere situering van het gebouw hetgeen niet impliceert dat dit ook daadwerkelijk moet gebeuren. Er wordt niet gedraaid en alleen iets aan het gebouw veranderd. Het gaat om een terrein van 3.300 m² waarvan 1.000 m² bebouwd wordt. Wat hem betreft blijft de bebouwing qua oppervlakte intact. Echter zijn er mogelijkheden om wat meer aan het amendement tegemoet te komen. Hiervoor heeft hij gekeken naar het bestemmingsplan en de kavelopzet. Met de opzet van 6 gestapelde woningen aan de lange zijde en 4 gestapelde woningen aan de korte zijde kan inderdaad niet worden gedraaid. Dit kan echter wel als van de 4 aan de kopse kant naar 3 wordt gegaan die vervolgens aan de andere kant van het gebouw worden gesitueerd. De 6 aan de lange zijde kunnen dan naar 7 worden opgerekt. Daarmee wordt de plataan ontzien en komen de 3 gestapelde woningen aan de zonzijde te zitten.
Dit levert aan alle kanten een win-win situatie op, zowel voor de omgeving / de bewoners als de situatie ter plaatse en de mogelijk toekomstige bewoners. Mw Brouwer vraagt of het beroep van betrokkenen op een gewijzigd bestemmingsplan iets anders is als een zienswijze en wat daarmee wordt gedaan. Zij kan zich niet direct voorstellen hoe de wijziging van dhr Ten Westeneind eruit ziet. Eigenlijk is dit weer een gewijzigd plan. Dhr Ten Westeneind kan een schets van zijn idee binnen één dag op papier zetten. Dhr Bakker vraagt of dhr Ten Westeneind doelt op de Vivaldistraat. Dhr Ten Westeneind antwoordt bevestigend, echter in plaats van 4 in de lengte worden 3 gebouwd. Dhr Eikholt merkt op dat vraag is of het plan van dhr Ten Westeneind stedenbouwkundig mogelijk is. Volgens hem zou dit moeten kunnen maar hij heeft niet het idee dat de wens er ooit was het zo te proberen. Op deze manier komt er een plan naast een bestaand plan, hetgeen betekent dat het voorstel niet in de komende raadsvergadering kan worden geagendeerd. Dhr Ten Westeneind wil de doorstroom zeker op gang brengen. Raadsbehandeling kan best één vergadering worden uitgesteld als er een goed alternatief voorligt waarmee iedereen gelukkig zal zijn. Dhr Eikholt is het eigenlijk helemaal met dhr Ten Westeneind eens dat serieus naar alternatieven gekeken moet worden. Dit zou een goed alternatief kunnen zijn.
Mw Verdijk vindt het bijzonder slecht even in 10 minuten op een bierviltje een alternatief plan te schetsen. Er zijn legio rapporten ontwikkeld voor een appartementencomplex van 26 woningen. De raad is geen stedenbouwkundige en moet geen schetsjes maken. Dhr Ten Westeneind had dit eerder kunnen laten uitzoeken. Het is te gortig nu 52 gezinnen vanwege een ideetje te laten wachten op passende woonruimte. Het voorliggend plan is goed genoeg en is voor één bewoner aangepast. Het aangedragen alternatief leidt alleen maar tot uitstel. Er zitten mensen gewoon op woonruimte te wachten. Mw Vorderman wijst erop dat er nog veel meer voorstellen zijn gedaan, ook ter plekke bij de rondleiding. Naar aanleiding daarvan is min of meer het amendement opgesteld. Daarna heeft er nog overleg plaatsgevonden. Echter als de aangedragen zaken niet worden meegenomen, kan dit de raad niet worden verweten maar degenen die niet goed hebben geluisterd. Iedereen is met de 52 woningzoekenden in de