Verslag Carrouselvergadering 7 juli 2022
Tekst van het document
Verslag carrouselvergadering gemeente Berg en Dal 7 juli 2022
Inhoudsopgave Carrousel 1 ............................................................................................................................................................ 1 Informatienota opvang en huisvesting diverse doelgroepen ............................................................................. 1 Kennismaking met de Ombudsman, toelichting ontvangen op het Jaarverslag 2021 en bespreking van het Jaarverslag interne klachtbehandeling 2021 ........................................................................................ 5 Carrousel 2 ............................................................................................................................................................ 7 Besluitvorming omgevingswet ........................................................................................................................... 7 Informatie zonneparken tussen Millingen en Leuth en Lage Wald in Groesbeek – coördinatieregeling voor zonneparken ............................................................................................................................................ 11
Carrousel 1
Informatienota opvang en huisvesting diverse doelgroepen
Voorzitter: dhr F. Gödderz Griffier: dhr R. Wildeman Portefeuillehouders: wethouder I. van de Scheur en burgemeester M. Slinkman De leden: mw J. Vovk (Kernachtig Groebeek), dhr T. Flemminks (Lokaal!), mw S. Fleuren (CDA), mw R. Vree (GroenLinks), mw A. Kieskamp (D66), mw L. Albers (PvdA) en mw D. Schapendonk (VVD) Ambtelijk: dhr M. Jongeneel en mw S. Lubbers Verslag: Buro Service Overasselt, dhr M. Geurts
De voorzitter opent de carrousel om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom. Hij licht kort het onderwerp van bespreking toe. Oekraïense statushouders Burgemeester Slinkman geeft een korte inleiding. Momenteel huisvest de gemeente Berg en Dal ruim 206 Oekraïners op basis van de 50.000 die in Nederland volgens de berekeningen van de regering zouden moeten worden opgevangen. Er is nu een verzoek aan Nederland bijgekomen om via de veiligheidsregio’s op te schalen naar 75.000 opvangplaatsen. Uit de laatste berekeningen blijkt dat het aantal Oekraïners in Nederland met kleine aantallen nog steeds toeneemt. De stroom wordt verkleind doordat er steeds meer Oekraïners teruggaan die in veilige delen van Oekraïne wonen. Er komen ook mensen vanuit moeilijke, primitieve omstandigheden uit Oost-Europese landen als Polen en Roemenië wiens huizen staan of stonden in duurzaam door Rusland bezet gebied. Op dit moment is de helft van De Kentering in gebruik en het ligt voor de hand bij eventuele uitbreiding te kijken naar de andere kant van De Kentering. Sinds de start zijn de regels veranderd hetgeen betekent dat voordat geïnvesteerd kan worden in een pand en het nodige gedaan moet worden inzake sanitair en brandveiligheid. Vooraf moet
toestemming aan de Staatssecretaris worden gevraagd omdat deze enig rendement van deze investeringen wil zien. De investeringen zijn sowieso wel terug te vragen. Onderzocht is welke aanpassingen in De Kentering nodig zijn. De tweede helft zit iets anders in elkaar dan de eerste helft en heeft kleine appartementen op de begane grond. In samenhang met de Veiligheidsregio heeft dat geleid tot het verzoek aan de Staatssecretaris een investering van ca € 200.000,00 goed te keuren, hetgeen deze week is goedgekeurd. Voornemen is aan het Rijk een voorschot te vragen. Overgegaan kan dan ook worden tot het verstrekken van opdrachten om De Kentering gereed te maken voor een groter aantal, waardoor het totaal aantal Oekraïners in de gemeente Berg en Dal uitkomt op ca 300. Voor dit gerealiseerd kan worden moet er nog wel een en ander geregeld worden ten aanzien van zorg en onderwijs. Zorgpartijen en Scholengroep Condor is gevraagd hoe groot hun absorptievermogen nog is. Streven is voor de zomervakantie de opdrachten uit te zetten en de Oekraïense statushouders op te vangen. Het zou helpen als mensen uit tijdelijke voorzieningen worden overgenomen die vervolgens gebruik kunnen blijven maken van de zorg en het onderwijs aldaar in de regio. De raad zal van de ontwikkelingen op de hoogte worden gehouden.
Mw Fleuren leest op pg 2 dat tot voor kort brandwachten werden ingehuurd en vraagt waarom deze niet meer nodig zouden zijn. Burgemeester Slinkman zegt dat het pand inmiddels is goedgekeurd door de brandweer. Naast de brandmeldinstallatie doormelding ging het om deuren die 30 minuten brandwerend moeten zijn. Hierop zijn alle deuren in het pand vervangen. Ook de voorzieningen in de keuken moeten brandveilig zijn. In meerdere kamers moest een glazen wandje naast de deur worden opgevuld. De brandwachten waren erg duur reden waarom de werkzaamheden zo snel mogelijk zijn uitgevoerd om dit spoedig terug te kunnen verdienen. Desgevraagd geeft hij aan dat inmiddels voldaan wordt aan de nodige vereisten. Mw Fleuren onderstreept dat het een goede zaak is dat de gemeente Berg en Dal direct actie heeft ondernomen, hetgeen grote waardering van de inwoners en daarbuiten heeft gekregen. Intern is het geen gemakkelijke opgave voor een relatief kleine gemeente. Zij wil dan ook uitgaan van een proportionele inzet waarbij de verantwoordelijkheid door de gemeenten gezamenlijk wordt gedragen. Mw Vovk constateert dat sprake is van een nobele doelstelling en staat hier positief tegenover. Er moet genoeg aandacht zijn voor de ambtenaren dat zij niet dreigen over te lopen.
Mw Vree begrijpt niet goed wat burgemeester Slinkman bedoelt met het in eerste instantie opvangen van degenen uit de tijdelijke opvang in de regio. Burgemeester Slinkman heeft zorgen of de zorg en het onderwijs in de gemeente Berg en Dal wel voldoende opvang kunnen bieden. In de regio zijn meerdere locaties niet zoals De Kentering meerdere jaren beschikbaar. In samenhang met de Veiligheidsregio kan ernaar gekeken worden of er in de regio tijdelijke opvang is die binnen enkele maanden sluit en waarvan de mensen naar Berg en Dal kunnen maar toch gebruik kunnen blijven maken van de zorg en het onderwijs in die regio. Op die manier kan sneller een grotere groep worden geholpen. Mw Vree zegt dat dit goed klinkt maar wel betekent dat er dan voor nieuwe groepen geen plek meer is. Burgemeester Slinkman wil stabiliteit bieden en vluchtelingen niet telkens laten verhuizen naar een andere locatie. De structuur inzake zorg, onderwijs en werk die in de tijdelijke opvang is opgebouwd zou geborgd moeten worden. Mw Vree onderschrijft dat goede, duurzame opvang beschikbaar komt. Mw Kieskamp sluit aan bij GroenLinks en is blij met de uitbreiding van de opvangcapaciteit en de regionale samenwerking. Ook zij vraagt aandacht voor de ambtelijke capaciteit. Mw Schapendonk merkt op dat het belangrijk en fijn is als het werk dicht in de buurt is.
Moet het volgende deel van De Kentering ook uitgebreid worden met brandveiligheid. Kunnen de burgemeesters in de Veiligheidsregio dit niet op een andere manier met elkaar afkaarten? Burgemeester Slinkman geeft aan dat dit een cri de coeur is. In feite zijn de ODRN en de Veiligheidsregio van de gemeente Berg en Dal zelf. De vluchtelingen komen uit ruïnes, hebben in metrostations en tentenkampen gewoond. In De Kentering zijn warme douches, een dak en verwarming. Er moest van alles aangepast worden voor de brandveiligheid om een status van logiesverblijf te kunnen verlenen. Aangegeven is dat het hier meer op een soort kamerverhuur lijkt en een minder regime goed van toepassing zou kunnen zijn. Uiteindelijk is gevolg gegeven aan de brandveiligheidsvoorschriften mede omdat het ging om landelijke wetgeving. Het is qua brandveiligheid nu beter geregeld dan in de meeste woningen. Mw Schapendonk vraagt of het straks bij het tweede deel van De Kentering anders te regelen is. Burgemeester Slinkman geeft aan dat het daar precies hetzelfde geregeld wordt. Het Rijk stelt hiervoor een voorschot beschikbaar. Mw Schapendonk vindt belangrijk dat de ambtelijke inzet verantwoord blijft. Dhr Flemminks is blij met de uitbreiding van De Kentering en de mogelijkheden die deze biedt. Regionale samenwerking is een goede zaak.
Hij adviseert nog meer creatieve, regionale oplossingen voor de personele inzet te onderzoeken. Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
2
Mw Albers sluit aan bij de vorige sprekers en spreekt haar complimenten uit voor de aanpak alsook voor alle vrijwilligers en ambtenaren. Komt er nog een bepaald plan voor de ambtelijke inzet? Burgemeester Slinkman zegt dat er ook om financiële redenen bewust voor is gekozen eerst te verbouwen en dan de mensen naar binnen te halen. Mw Fleuren concludeert dat sprake is van forse investeringen. Zijn er afspraken met de eigenaar van De Kentering gemaakt over de waardevermeerdering? Burgemeester Slinkman meent dat het plan was het pand ondanks de waardevermeerdering te slopen. Ambtenaar dhr Verouden vult aan dat de voorzieningen in overleg met de ZZG als eigenaar worden aangebracht. Er wordt een afschrijvingstermijn van 5 jaren gehanteerd. Als het pand over 2 jaren wordt verlaten neemt de ZZG de zelf-aangebrachte voorzieningen voor de andere jaren over. Bij het Rijk wordt dan ook slechts een gedeelte van de investering in rekening gebracht. Burgemeester Slinkman merkt op dat dit de vraag oproept wat met het pand gebeurt als het niet gesloopt wordt en bewoonbaar is. Vooralsnog ziet het er in elk geval naar uit dat er nog langere tijd behoefte aan woonruimte voor Oekraïners is.
Asielzoekers en statushouders Wethouder Van de Scheur hoort draagvlak voor uitbreiding van De Kentering die ook met asielzoekers en statushouders heeft te maken met name door de instroom van Oekraïners in de asielzoekerscentra. Aangezien het COA ook kampt met personeelstekort wordt gezocht naar nieuwe asielzoekerscentra eventueel ook in de gemeente Berg en Dal. De gemeente Berg en Dal heeft daarnaast de jaarlijkse taakstelling voor woningen voor statushouders. Verwacht wordt de achterstand in de taakstelling dit jaar met de corporaties in te lopen. Door corona waren er minder mutaties waardoor minder plaatsingen konden plaatsvinden. De gemeente Berg en Dal kent een groot aantal arbeidsmigranten dat bij de lokale en regionale ondernemers werkzaam is. Na de zomervakantie komt zij hierover met een notitie naar de raad. Vraag is hoe de carrousel aankijkt tegen het verzoek van het Rijk inzake een asielzoekerscentrum en de manier waarop nu omgegaan wordt met de huisvesting van statushouders. Mw Vree zou het een goede zaak vinden als de gemeente Berg en Dal inspanningen verricht voor een kleinschalig asielzoekerscentrum. Uiteindelijk is het de bedoeling te komen tot snellere procedures, waardoor sneller een status wordt verkregen.
Zij is voorstander dat statushouders en wellicht zelfs meer dan toegewezen worden een plek in de gemeente Berg en Dal krijgen vooral ook vanuit medemenselijkheid. Lang verblijf in een asielzoekerscentrum wenst niemand. In de toekomst zullen er steeds meer vluchtelingen komen. Arbeidsmigranten hebben ook recht om fatsoenlijk te kunnen wonen. Dhr Flemminks kwalificeert de informatienota als helder wat de afzonderlijke doelgroepen betreft en is akkoord met de inspanningen daarvoor. Hoe wordt integraal omgegaan met de taakstelling en druk op de woningmarkt? Wethouder Van de Scheur onderkent het probleem. De gemeente Berg en Dal kent een voorraad sociale woningen van 29%. De Werkgroep Bijzondere Bemiddeling houdt zich bezig met uitstroom uit beschermd wonen c.q. instellingen: 6% van de woningen gaat naar deze doelgroep. Bij bouwplannen wordt ingezet op 30% sociaal en 20% betaalbaar. Mw Fleuren stelt dat als er een asielzoekerscentrum in de gemeente Berg en Dal zou moeten komen hieraan een financiële bijdrage van de regiogemeenten verbonden moet zijn. De lusten en de lasten moeten in de regio goed verdeeld worden zoals destijds bij Heumensoord waar de centrumgemeente het voortouw nam. Eigenlijk zou de grote verantwoordelijkheid van de organisatie bij de centrumgemeente die ruimer geëquipeerd is moeten liggen.
Gezien het artikel in De Gelderlander met ongezouten reacties is het zaak ruime aandacht aan de communicatie te besteden. Er moet geen achterstand bij de jaarlijkse huisvesting van statushouders worden opgelopen, aangezien dit bij de inwoners de indruk geeft dat een andere groep altijd voorgaat. Zij stelt dat een manier moet worden gevonden mensen met dergelijke problemen op te vangen binnen de mogelijkheden die de gemeente Berg en Dal daarvoor heeft. Mw Schapendonk geeft aan dat in het verleden gesproken is over het voormalig politiebureau waar inmiddels woningbouw gaat plaatsvinden. Zij heeft behoefte aan meer informatie indien dit mogelijk is. De vraag hoe aangekeken wordt tegen het huisvestingsvraagstuk, wanneer vluchtelingen zich hier in de toekomst mogelijk permanent willen vestigen vindt zij raar. Het huisvestingsvraagstuk hoort bij de statushouders en vluchtelingen zijn geen statushouders. De achterstand in de huisvesting van statushouders zit haar dwars. Hoe wordt ervoor gezorgd dat dit komend jaar niet meer gebeurt? Wethouder Van de Scheur reageert dat hierover afspraken met de corporaties zijn gemaakt. Zoals gezegd waren er vorig jaar minder mutaties. Daarnaast is de leefbaarheid in de wijken ook belangrijk. Als corona niet terugkomt zal volgend jaar niet gauw weer een achterstand ontstaan. Bouwplannen voor nieuwbouw moeten voortvarend worden opgepakt.
Het is een hele kluif voor de gemeente Berg en Dal om een asielzoekerscentrum op te richten, temeer daar het COA ook een capaciteitsprobleem heeft. Vraag is Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
3
hoever moet worden gegaan in het opvangen van tekortkomingen in het systeem die niet door het Rijk worden opgelost. Hoe schrijnend het ook is dat zo met mensen wordt gesleept en kinderen van school naar school moeten verkassen door het hele land. Mw Kieskamp sluit aan bij wethouder Van de Scheur. Een asielzoekerscentrum in de gemeente Berg en Dal is wat voorbarig. In de nota staat 8% voor het beschikbaar stellen van vrijgekomen woningen voor statushouders. Sinds 2017 is dit percentage niet zo hoog geweest. Waarop is deze hoge inschatting gebaseerd. Wethouder Van de Scheur verklaart dit percentage door het inhalen van de opgelopen achterstand. De cijfers komen uit de praktijk van de corporatie. Burgemeester Slinkman heeft de indruk dat de directiewisseling bij Oosterpoort hierop een positieve invloed heeft gehad. Bij directeur Van Kampen bestaat een grote motivatie dit huisvestingsprobleem aan te pakken. Terwijl de taakstelling best wel gestegen is heeft hij een positief gevoel bij de realisatie hiervan. Mw Albers is het eens met de conclusie in de informatienota over een asielzoekerscentrum in de gemeente Berg en Dal en wil niet weglopen voor de verantwoordelijkheid. Zij sluit aan bij GroenLinks dat het moet gaan om een kleinschalig asielzoekerscentrum. Zij sluit aan bij het CDA dat de organisatie door de centrumgemeente moet worden opgepakt.
Communicatie is een belangrijk aandachtspunt. Zij adviseert te kijken naar andere gemeenten die een actieplan Huisvesting en Integratie hebben. Wethouder Van de Scheur wil altijd leren van goede voorbeelden van andere gemeenten. Zij onderschrijft dat een eventueel asielzoekerscentrum kleinschalig moet zijn. Het is wel lastig als hierin allerlei nationaliteiten, religies en etniciteiten samenkomen. Vraag aan het Rijk is asielzoekers toe te wijzen die daadwerkelijk kunnen blijven, zodat daadwerkelijk met de integratie aan de slag kan worden gegaan. Mw Vovk vindt de verhalen rond de opvang treurig maar staat minder positief tegenover een asielzoekerscentrum in de gemeente Berg en Dal. De gemeente doet best al veel voor de huisvesting van allerlei andere kwetsbare doelgroepen en is ook ten aanzien van de openbare orde te kleinschalig voor een asielzoekerscentrum met verschillende achtergronden en nationaliteiten. Het is belangrijk dat de statushouders kennismaken met de buurt- en wijkbewoners. Plaatsing moet niet geconcentreerd bij elkaar gebeuren maar verspreid over de wijken. Zij maakt zich zorgen over de huisvestingsproblematiek. Voor jongeren is het lastig een goede en betaalbare woning te vinden. De huisvesting van asielzoekers en statushouders moet in proportie zijn met de huisvesting van de eigen inwoners.
Mw Vree onderkent dat er veel woningzoekenden zijn die om een woning zitten te springen. Asielzoekers die om prangende redenen uit verre landen naar Nederland zijn gekomen kunnen echter niet eindeloos in een asielzoekerscentrum blijven wonen. Mw Vovk maakt zich zorgen over een juiste balans en voldoende draagvlak onder de inwoners. Wethouder Van de Scheur ziet de reacties van de carrousel als steun in de rug voor de richting waarin gewerkt wordt. Algemeen De voorzitter stelt als vraag uit de informatienota aan de orde hoe de huidige (on-)duidelijkheid in de bevoegdhedenverdeling om opvang te organiseren (voor de verschillende doelgroepen) wordt ervaren en wat verwacht wordt van de burgemeester/het college in deze. Burgemeester Slinkman wijst erop dat de gemeente Berg en Dal een veelheid aan taken en taakstellingen heeft waarin steeds weer een andere weging moet worden gemaakt. De jaarlijkse taakstelling voor de opvang van statushouders is al geruime tijd duidelijk. Er is een gekke tweedeling ontstaan, doordat voor de huisvesting van Oekraïners inmiddels staatsnoodrecht als verplichting is ontstaan met coördinatie in eerste instantie door de burgemeester. Voor de asielzoeker bestaat die status niet en worden niet direct afspraken met de gemeenten gemaakt maar gesproken met de voorzitters in het Veiligheidsberaad.
In feite is sprake van falend rijksbeleid en is geen sprake van een asielcrisis maar van een door de inrichting van de afgelopen jaren gecreëerde opvangcrisis. De afspraken uit het Veiligheidsberaad worden in de Veiligheidsregio neergelegd, waarin hij geen mandaat heeft om de gemeente Berg en Dal te vertegenwoordigen. Er is sprake van een samenwerkingsverband van gemeenten toevallig samenhangend met de Veiligheidsregio en het daaronder hangend ambtelijk apparaat. Het zou helpen als er één status voor zowel de Oekraïners als andere asielzoekers zou zijn. Waarom is het land van herkomst bepalend voor de rechten op huisvesting, werken, onderwijs en zorg? Mw Albers is het helemaal eens met burgemeester Slinkman. De gemeente Berg en Dal moet niet alleen gastvrij zijn voor Oekraïners maar ook voor asielzoekers uit andere landen. Een gelijke behandeling hoort hier bij. Mw Fleuren vindt het een interessante pilot om Oekraïners snel aan het werk te hebben en wat dit betekent voor andere asielzoekers die worden opgevangen. Vraag is of dit vanuit het Rijk zo bedoeld is. Wellicht hebben andere vluchtelingen hier ook iets aan. Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
4
Mw Vree is het volledig eens met het CDA dat van de opvang van Oekraïners het nodige moet worden geleerd. Zij is niet gelukkig met de regeringen uit de afgelopen periodes en wat zij veroorzaakt hebben. Mw Vovk kan zich alles voorstellen bij het betoog van burgemeester Slinkman en sluit aan bij de vorige sprekers. Het kiezen van de juiste locatie is belangrijk, hoe eerder hoe beter zowel voor het Rijk als de inwoners. Zij spreekt haar complimenten uit voor de communicatie vanuit het college. Dhr Flemminks is het er helemaal mee eens dat de onduidelijkheid en de verschillende regelgeving onwenselijk zijn. Een integrale aanpak kan meer duidelijkheid geven ten aanzien van de druk op de personele inzet en de woningmarkt. Het is erg jammer dat door de onduidelijkheid in de regelgeving moeilijk voorspelbaar is hoe in de toekomst met dit soort zaken moet worden omgegaan. De voorzitter stelt vast dat de informatienota met inachtneming van de gemaakte opmerkingen voor kennisgeving wordt aangenomen en schorst de carrousel onder dankzegging voor ieders aanwezigheid en inbreng om 20.55 uur.
Kennismaking met de Ombudsman, toelichting ontvangen op het Jaarverslag 2021 en bespreking van het Jaarverslag interne klachtbehandeling 2021
Voorzitter: Griffier: Portefeuillehouder: De leden:
Ombudsman: Ambtelijk: Verslag:
dhr F. Gödderz dhr R. Wildeman burgemeester M. Slinkman mw J. Vovk (Kernachtig Groebeek), mw M. ten Westeneind (Lokaal!), dhr N. Bakker (CDA), mw M. Verdijk (GroenLinks), mw J. de Vries (D66), mw M. Maarsseveen (PvdA) en mw D. Schapendonk (VVD) mw mr M. van Dasselaar mw L. van den Konink Buro Service Overasselt, dhr M. Geurts
De voorzitter heropent de carrousel om 21.05 uur en heet de aanwezigen welkom. Hij licht kort het onderwerp van bespreking toe. Mw Van Dasselaar is ombudsman voor de gemeente Berg en Dal, de term ombudsman is afkomstig van mandaat. Een gemeente moet op grond van de wet een eigen ombudsman voorziening hebben, hetgeen op een aantal manieren ingevuld kan worden: via de Nationale Ombudsman, een ombudscommissie of ombudsman. De gemeente Berg en Dal heeft samen met 5 andere regiogemeenten ervoor gekozen gezamenlijk één ombudsman te benoemen, hetgeen zij sinds 1 januari 2019 invult. Zij heeft ook contact met de Nationale Ombudsman. Gisterochtend was er nog een overleg van alle lokale ombudsman voorzieningen in Nederland met de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen, waarbij een intervisie achtige situatie ontstaat. Loes van den Konink is de klachtencoördinator in de gemeente Berg en Dal en bij haar beginnen alle klachtenprocedures. Soms komen klachten ook rechtstreeks bij haarzelf binnen. De klachtregeling is gebaseerd op de Algemene Wet Bestuursrecht. De gemeente wordt geacht een klacht eerst intern te behandelen. Een klacht gaat niet over een besluit, regelgeving of APV, maar over de gedragingen en bejegeningen van ambtenaren en bestuurders richting de burger. Als de klager het niet met de interne behandeling eens is kan hij in beroep bij de ombudsman voor externe behandeling.
Op haar uitspraak staat geen beroepsmogelijkheid meer open. Gedragingen van de ambtenaar zijn behoorlijk of onbehoorlijk en worden getoetst aan de behoorlijkheidsnormen van de Nationale Ombudsman. Afhankelijk van haar bevindingen doet zij een aanbeveling. De gemeentelijke klachtenprocedure staat of valt met het werk van de klachtencoördinator. Spreekster is bijzonder tevreden over de manier waarop in de gemeente Berg en Dal de klachten intern worden behandeld. Het mooiste is als een klacht geen officiële klacht wordt. Een klacht wordt 9 van de 10 keren intern opgelost.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
5
Mw Van den Konink is intern klachtencoördinator binnen de gemeente Berg en Dal. Zij behandelt de klachten niet zelf. Als de klacht over het gedrag van een ambtenaar gaat neemt de teamleider de klacht in behandeling. Opzet is een klacht in eerste instantie informeel op te lossen. Vaak gaat het bij een klacht over een achterliggend probleem, zoals het niet of onvoldoende beantwoorden van een mail of melding. Als een informele klachtoplossing niet lukt wordt het formele proces gestart en gaat de teamleider het gesprek aan met de klachtindiener en de betrokken ambtenaar. De klachtindiener ontvangt vervolgens een klachtafhandelingsbrief. Als de klachtindiener daarmee nog niet tevreden is kan de stap naar de ombudsman worden gezet. Mw Van Dasselaar constateert dat er in de gemeente Berg en Dal ruimte is om serieus met klachten om te gaan. Dit is belangrijk omdat daarmee direct een gevoel van onvrede en boosheid wordt gedempt. Er is een grote bereidheid bij de gemeente Berg en Dal klachten en de indieners daarvan serieus te nemen. In 2021 heeft zij 10 klachten behandeld en één rapport geschreven voor de gemeente Berg en Dal. Het is lastig uit een dergelijk aantal mede gezien de diversiteit algemene conclusies te trekken en aanbevelingen te doen.
Er komen relatief veel klagers rechtstreeks bij haar, hetgeen ermee te maken kan hebben dat intern niet altijd even handig is gecommuniceerd en de klachtindiener de interne klachtbehandeling niet vertrouwt. Zij legt dan uit dat de gemeente Berg en Dal een klacht serieus oppakt. Als zij er aanleiding toe ziet kan zij wel direct een klacht zelf oppakken met name als intern iets echt mis is gegaan. Raads- en carrouselleden kunnen ook een rol hebben in de informatie naar burgers die een klacht willen indienen. Een klacht kan via het formulier op de website worden ingediend. Behoorlijkheidsvereisten hebben te maken met eerlijkheid, respect, transparantie, evenredigheid, e.d. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid zich te houden aan de behoorlijkheidsvereisten die met elkaar in Nederland zijn geformuleerd. Het zou fijn zijn als iedereen van het ambtelijk apparaat, de raad en het college op de hoogte is van de behoorlijkheidsvereisten. Hierdoor kan meer helderheid ontstaan in de bejegeningssituatie en beter verwezen worden. Dhr Bakker is benieuwd of de 6 gemeenten waarvoor de ombudsman werkzaam is qua omvang voldoende werkbaar is. Mw Van Dasselaar doet het werk als ombudsman samen met een ondersteuner alleen. Het werk is op dit moment zeker behapbaar. Het totaal aantal klachten van de 6 gemeenten ligt jaarlijks rond de 36.
Mw De Vries ziet op pagina 8 van het Jaarverslag 2021 dat andere gemeenten veel minder klachten hebben dan de gemeente Berg en Dal. Waar komt dit verschil in aantal klachten per gemeente vandaan? Mw Van Daselaar veronderstelt dat het kan gaan om het type gemeente en het type inwoners. Het kan volgend jaar echter zomaar anders zijn. Haar ervaring is dat het de afgelopen 3 jaren wel meevalt met de verschillen per gemeente en per jaar. Mw Verdijk vraagt of iets te merken is over groeiende onvrede en wantrouwen tegen de overheid. Mw Van Dasselaar proeft wel wantrouwen maar heeft niet de indruk dat dit toeneemt. Wel is te merken dat burgers behoefte hebben aan één loket. De bevoegdheidsverdeling zorgt wel voor complicaties. De Omgevingsdienst Regio Nijmegen is aangesloten bij de Nationale Ombudsman en heeft een eigen klachtvoorziening. De ODRN neemt besluiten namens de gemeente Berg en Dal, maar zij is als ombudsman niet bevoegd iets te zeggen over besluiten van de ODRN. Dit kan leiden tot stapeling en ophoping van wantrouwen en onvrede. Zij doet wel alles wat in haar mogelijkheden ligt om de klachtindiener zo goed mogelijk te bedienen en te verwijzen. Mw Verdijk vraagt of er trends zijn door haperend beleid. Mw Van Dasselaar legt uit dat wettelijk is bepaald dat de ombudsman niet over het beleid gaat.
Burgers die via het Sociaal Team hulp krijgen weten niet waar zij met hun klacht terecht kunnen. Mw Vovk vraagt in hoeverre het subjectieve gevoel van de klachtindiener een rol speelt bij klachten over behoorlijk en integer handelen. Mw Van Dasselaar stelt voorop dat ambtenaren zich niet expres mogelijk onbehoorlijk gedragen. Klachtindieners gedragen zich uiteraard ook niet altijd behoorlijk. Over het algemeen gedragen ambtenaren zich behoorlijk en naar eer en geweten. Het kan soms voorkomen dat een ambtenaar in de communicatie niet transparant genoeg is geweest. Zij heeft nog niet meegemaakt dat een ambtenaar niet integer is. Mw Vovk vraagt of de ombudsman actie onderneemt in geval van onbehoorlijk gedrag van de klachtindiener. Mw Van Dasselaar zegt dat een klachtindiener per definitie meer mag dan de ambtenaar die een professionele rol heeft. De gemeente Berg en Dal heeft een agressieprotocol waarin is aangegeven welk gedrag niet wordt geaccepteerd. Mw Maarsseveen vraagt of de klachtprocedure voor klager en ambtenaar duidelijk is en of er een folder is. Wat wordt gedaan voor digibeten en laaggeletterden? Mw Van den Konink wijst erop dat de klachtprocedure en het klachtformulier op de gemeentelijke website staan. Het klachtformulier kan ook bij de balie opgehaald worden. Zij gaat ervan uit dat laaggeletterden bij de balie verder geholpen worden.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
6
Mw Maarsseveen adviseert bij de balie een folder met begrijpelijke taal neer te leggen. Burgemeester Slinkman wijst op de mogelijkheid van de formulierenbrigade die bijvoorbeeld laaggeletterden wegwijs kunnen maken. Mw Van den Konink merkt op dat burgers sowieso telefonisch contact kunnen opnemen en doorverbonden worden met de klachtcoördinator. De procedures zijn zowel voor klachtindiener als ambtenaar duidelijk. Burgemeester Slinkman besteedt aan de behoorlijkheidsvereisten expliciet aandacht als hij de ambtseed afneemt aan nieuwe ambtenaren. Mw Schapendonk vraagt waarom zaken rond privacy buiten de klachtprocedure vallen. Mw Van Dasselaar wijst erop dat burgers zich voor klachten over de privacy moeten wenden tot de Autoriteit Persoonsgegevens. Mw Vovk legt uit dat burgers met klachten over schending van de privacy terecht kunnen bij de gemeentelijk functionaris gegevensbescherming. Als dit niet naar tevredenheid wordt opgelost kan de burger naar de Autoriteit Persoonsgegevens. Mw Van Dasselaar adviseert de burgers zich in eerste instantie te melden tot de klachtcoördinator die vervolgens kan doorverwijzen. De voorzitter zegt ombudsman mevrouw Van Dasselaar dank voor haar komst en informatie en sluit de carrousel onder dankzegging voor ieders aanwezigheid en inbreng om 21.45 uur.
Carrousel 2
Besluitvorming omgevingswet
Voorzitter: dhr R. Bekers Griffier: dhr G. Winters Portefeuillehouders: wethouder A. ten Westeneind De leden: dhr W. Kersten (Kernachtig Groesbeek), mw E. van Broekhoven (Lokaal! Berg en Dal), dhr N. Bakker (CDA), mw M. Verdijk (GroenLinks), dhr G. Boot (D66), dhr J. van Loon (PvdA) en dhr S. van Tol (VVD) Ambtelijk: dhr G. van Houtert Verslag: Buro Service Overasselt, mw W. Verheijen Verkroost
De voorzitter opent de carrousel om 20.00 uur en heet de aanwezigen welkom. Wethouder Ten Westeneind leidt het voorstel kort in. Door ambtenaar dhr Van Houtert wordt aan de hand van sheets een presentatie gehouden. Dhr Boot vraagt naar de frequentie van de terugkoppeling. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat het een continu proces is. Maar er kunnen momenten afgesproken worden. In ieder geval wordt er na een jaar geëvalueerd. De organisatie en het college moeten ook scherp zijn dat als er dingen geconstateerd worden, deze teruggekoppeld worden. Mw Van Broekhoven heeft gelezen dat één van de doelen is dat procedures sneller kunnen. Verwacht wordt een inwerkingtreding per 1 januari 2023. Betekent dit dat per 1 januari die procedures sneller kunnen of is dat in de loop van de jaren er na? 2026 is beoogd dat het hele nieuwe omgevingsplan is vastgesteld. Kan het zijn dat inwoners zich bewust zijn van het feit dat de procedures nu heel erg lang duren en dat ze inhouden en er in januari een hele hoos aanvragen komt in afwachting van de snelle besluitvorming. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat de wet per 1 januari in werking treedt. Wat het voor de organisatie precies betekent is nog niet duidelijk. Het wordt een spannende tijd. Het omgevingsplan moet eind 2029 herzien zijn. Dat alle vergunningen binnen 8 weken verleend moeten zijn, moet per 1 januari 2023.
Om die 8 weken te kunnen halen, is men bezig het voortraject anders in te richten. Er zal veel meer met de initiatiefnemer opgetrokken worden en er wordt voor gezorgd dat in het voortraject er overeenstemming met elkaar bereikt wordt. Op het moment dat de aanvraag gedaan wordt, moet er een kant en klaar pakket liggen zodat de vergunning binnen 8 weken verleend wordt. Deels gaat het naar het voortraject en zal daar meer in geïnvesteerd moeten worden. Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
7
Nu is het zo dat de uitgebreide procedure van 26 weken bij vergunningen standaard is, behalve de gevallen die in de kruimelgevallenregeling genoemd zijn, na 1 januari is het omgekeerd: alles 8 weken, behalve een aantal gevallen die in de wet genoemd zijn. Dhr Kersten hoort dat er meer naar het voortraject gaat, dat is goed en voorkomt veel teleurstelling bij initiatiefnemers. Hij vraagt of de organisatie daar ook op ingericht is. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat de organisatie bezig is het regiekamer-model uit te rollen en daarmee te oefenen. Nu komen schriftelijke verzoeken op allerlei manieren binnen en op allerlei plekken. De regiekamer gaat ervoor zorgen dat de verzoeken centraal binnen komen en dat met elkaar afgewogen wordt, ook met de initiatiefnemer, wat men met een verzoek wil. Dat wordt in de regiekamer in stappen gedaan. Dhr Kersten vraagt of het niet makkelijker is als er meer expertise in huis is in plaats van verspreid over het gemeentehuis en de ODRN. Wethouder Ten Westeneind antwoordt dat er in Nijmegen op dit moment signalen zijn dat BRIKS-taken mogelijkerwijs bij de ODRN weggehaald zouden worden, een stukje vergunningverlening.
De vraag is wat er overblijft als dat plaats gaat vinden en of dit een kans is om zelf weer een stukje expertise op te bouwen of wordt er met de overblijvende partners een modus gevonden om binnen de ODRN juist wel die professionele stap te zetten dat het gewaarborgd is. De vraag van dhr Kersten is terecht en er wordt momenteel ook met elkaar over gesproken wat het beste is voor de gemeente Berg en Dal. Mw Verdijk zegt m.b.t. het negatief en positief formuleren dat het nu zo is dat de raad advies geeft tenzij en daarnaast is er een lijst met gevallen van geen advies. Dat vindt zij simpeler te formuleren dan het omgekeerde. Een extra argument is dat je nooit overal rekening mee kunt houden. Hoe wordt dat ingeregeld? De voorzitter antwoordt dat het een wet is die in werking treedt. De gemeente is maar beperkt in staat om er iets mee te willen. Wat nu beoogt wordt met de wijziging is zoals het nu werkt. Mw Van Broekhoven heeft een motie in voorbereiding waar onder andere meer grip verkregen wordt op hetgeen mw Verdijk aan de orde stelt. Mw Van Broekhoven licht toe dat de carrousel in oktober 2021 en januari 2022 al een keer gesproken heeft over dezelfde stukken. Er was draagvlak voor de stukken en weinig discussie behalve over beschermwaardige gebieden.
Vanuit de gedachte vanuit het verleden, waar bepaalde ontwikkelingen te zien waren waarbij men dacht: ‘hoe heeft dat kunnen gebeuren, hadden we daar niet ook een bevoegdheid kunnen hebben?’. Bijvoorbeeld de Stuwwal in Beek Ubbergen wordt heel erg gewaardeerd om zijn schoonheid en natuurwaarden, de Elzen, het Groesbeekse bos. Er zijn bepaalde gebieden waarin je ontwikkeling en zeker afwijken van de bestemming en daar soepel mee omgaan niet wenst, tenzij. Zeker ook omdat soms toepassing buiten de bestemmingsplannen, als ze cumuleren, samen een veel ongewenster effect geven dan wat je oorspronkelijk als raad hebt beoogd met een bestemmingsplan. Toen is aangegeven dat als je wilt dat de raad op bepaalde beschermwaardige gebieden meer invloed heeft, dan kun je het stuk amenderen. Dat is destijds gedaan. Zij heeft gemerkt dat daar ook heel veel draagvlak voor was. Alleen op het allerlaatst ontstond er een discussie over details. Welk gebied precies, welke belijning precies. Toen bleek dat het niet in de korte tijdspanne duidelijk gemaakt kon worden.
Zij was blij met de voorzet bij het raadsvoorstel waarin de suggestie geopperd is om beleid te formuleren voor beschermwaardige gebieden waarin de raad de bevoegdheid toekomt om advies te geven en het college minder bevoegdheid toekomt om af te wijken en dat er breder gekeken wordt naar de gebieden die de raad beschermwaardig acht en hoe daarin invulling gegeven wordt zodanig dat het beschermwaardige ook echt beschermd wordt, maar gewenste ontwikkelingen zoals verduurzaming niet afgeremd worden. Het moet werkbaar zijn. Niet elk detail zou naar de raad moeten. Zij heeft het amendement van destijds omgezet naar een concept motie die zij morgen met raads- en carrouselleden zal delen. Het is een motie met het verzoek aan het college om beleid te formuleren voor beschermwaardige gebieden en de bevoegdheidsverdeling tussen college en raad en mede ook gelet op en de stuwwal en de Elzen en bijvoorbeeld het Groesbeekse bos. Dhr Boot vraagt in hoeverre de concept motie afwijkt van het amendement wat destijds is opgesteld en wat door veel partijen is onderschreven. Hij was verbaasd dat het amendement van destijds niet in de stukken opgenomen was. Mw Van Broekhoven antwoordt dat de strekking niet verschilt. Destijds was het kort dag en is er gesleuteld aan een kaartje en daardoor verloor het amendement ook aan draagvlak.
Niet goed te overzien was wat de reikwijdte is van de belijning, daar moest langer over nagedacht worden, wetende dat een ambtenaar en het ambtenarenapparaat veel meer deskundigheid hebben over de reikwijdte van kwetsbare gebieden en de bevoegdheidsverdeling en haalbaarheid versus bescherming kan inschatten, is Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
8
het amendement meer algemeen geformuleerd met een opdracht aan het college om te komen met beleid om beschermwaardige gebieden te kunnen beschermen door minder bevoegdheden aan het college en meer bevoegdheden aan de raad. De voorzitter deelt mee dat de motie morgen rondgestuurd wordt zodat de fracties deze voor de raadsvergadering binnen de fractie kunnen bespreken. Hij vraagt in hoeverre de motie het besluit kan frustreren. Mw Van Broekhoven zegt dat de motie absoluut niet de intentie heeft het proces te frustreren. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat de motie oproept om beleid op te stellen. Beleid is aan de raad en de raad kan daarin aangeven, zelfs heel specifiek: dit zijn de beschermwaardige gebieden, die brengen we in beeld. Eventueel met een lijst en of kaartjes. De raad vraagt daarin het college om vast te houden aan het bestemmingsplan en straks het omgevingsplan, behalve in de uitzonderlijke gevallen. Het opstellen van dit beleid is een apart spoor. Op het moment dat het beleid is vastgesteld en gepubliceerd geldt dat als kader voor vergunningverlening voor het college. Mw Van Broekhoven vraagt of dhr Van Houtert van de raadsleden input wil hebben welke gebieden zij beschermwaardig achten. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat men daar samen in op moet trekken. Mw Van Broekhoven begrijpt dat dat niet per se al genoemd moet worden in de motie.
Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat dat niet hoeft. Dat zou het lastiger maken, zoals bij het amendement al te zien was. In het beleid kan dat met elkaar afgesproken worden. Mw Van Broekhoven vraagt wat dat aparte spoor zou inhouden. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat het belangrijk is dat het prettig werkt. Als men een werkgroep wil die er veel zicht op heeft, is dat misschien het meest praktische. Maar het kan ook een werksessie zijn. Mw Verdijk vraagt of die beschermwaardige gebieden iets is wat in een omgevingsvisie vastgelegd wordt. Er zijn binnen de gemeente heel veel verschillende gebieden en het ene gebied is kwetsbaar op dit en het ander op dat. Dhr Kersten vreest dat je dan te laat bent, de omgevingsvisie duurt nog even. Wethouder Ten Westeneind zegt dat het signaal duidelijk is. Er wordt nu vooral ingezoomd op de stuwwal. Het is ook heel erg onder de aandacht geweest. Het college moet nu bekijken in welk format afspraken gemaakt kunnen worden. Hij neemt het mee terug naar het college. De voorzitter stelt voorliggend voorstel aan de orde. Dhr Van Loon merkt op dat op een gegeven moment gezegd wordt in het besluit onder 2 dat voor alle buitenplanse omgevingsactiviteiten er een verplicht participatietraject is. In bijlage 1 wordt gesteld dat dat niet kan. Je kunt niet voor alle buitenplanse omgevingsactiviteiten een verplichting opleggen.
Gespecifieerd moet worden voor welke gevallen je dat doet. In de bijlage met voorbeelden, wordt dat ook door sommige gemeenten met een lijstje aangegeven. Het lijkt hem tegenstrijdig met de wet. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat men ingehaald is door de tijd. In eerste instantie was dat het idee, de discussienota is ook ooit opgesteld om daar discussie over te voeren en zit als bijlage bij de stukken. Uit de voorbeelden blijkt en er is ook geen juridisch bewijs, dat het niet zou kunnen. Intern is nagegaan wat de bedoeling is geweest van de richtlijnen die opgesteld zijn. Men wil heel graag dat burgers altijd betrokken zijn bij initiatieven en daar past deze verplichting ook bij. Uiteindelijk weet men pas als de Raad van State er in de toekomst over gaat oordelen of het nu wel of niet op deze manier mag. Wettelijk is er geen belemmering om het op deze manier te doen. Mw Verdijk vraagt over het participatietraject hoe natuurwaarden geborgd worden in het proces. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat dat in beleid geborgd wordt. In eerste instantie in de omgevingsvisie. Strategisch beleid grote lijnen. Als de gemeente echt wil inzetten op natuurverbetering kan daar een programma op geschreven worden. Er zijn instrumenten om dat te kunnen doen.
Dhr Boot leest in het raadsvoorstel: ‘hierdoor is het ook lastig om participatie te toetsen om een vergunning te weigeren als er in onze ogen onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden’. Hiermee wordt geïnsinueerd dat de gemeente niet actief zal handhaven op de participatie-eis. Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat de gemeente mag beoordelen of participatie in voldoende mate heeft plaatsgevonden, maar de gemeente mag de eigen richtlijnen daar niet leidend bij laten zijn. Dhr Van Loon zegt dat participatie een proces is. Het gaat er steeds om of je het proces voldoende hebt gedaan en dan kan het resultaat voor sommigen niet voldoende zijn.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
9
Ambtenaar dhr Van Houtert antwoordt dat participatie inderdaad om het proces gaat en niet om draagkracht te creëren. Het kan in extreme gevallen zo zijn dat 90% van de participerenden tegen een besluit is en de raad vindt het toch een goed besluit. Het proces moet wel goed doorlopen zijn.
Dhr Kersten geeft aan dat in het verleden gevraagd is om een ombouwoperatie om de inhoud hetzelfde te laten zijn zoals gewend voor wat betreft de inspraak en dergelijke. Hij heeft het idee dat daar heel hard aan gewerkt is en dat het ook prima gelukt is. Hij is daar heel tevreden over. Dhr Boot vraagt of voor de raadsvergadering duidelijk gemaakt kan worden wat exact de verschillen zijn tussen het voorliggende voorstel en het huidige voorstel. De voorzitter antwoordt dat het aangepast is en dat had te maken met een verzoek vanuit de raad om een memo met aanvullende informatie te krijgen. Deze extra informatie is opgenomen in het aangepaste voorstel. Dhr Van Tol stelt voor de toekomst voor veranderingen in een vervolgstuk te arceren. Mw Van Broekhoven heeft gelezen dat de stukken gelijk zijn gebleven met uitzondering van het adviesrecht van de raad voor grote energieprojecten en de toelichting voorafgaand. De rest is gelijk gebleven. Ambtenaar dhr Van Houtert bevestigt dat het adviesrecht verschilt van de verklaring van geen bedenkingen, puur op dat inhoudelijke punt. Dit stond echter ook al in het oude raadsvoorstel. Dhr Van Loon merkt op ten aanzien van de communicatie naar de burger toe over de omgevingswet en de veranderingen daarin dat deze als erg belangrijk wordt aangegeven en ook is. Het is sowieso voor raads- en carrouselleden al ingewikkeld genoeg.
Daar zit een hele grote opdracht. Hij vraagt of deze communicatie per gemeente uitgevoerd wordt of ook regionaal. Wethouder Ten Westeneind antwoordt dat in de regionale overleggen hierin ook gemeenschappelijk opgetrokken wordt. Er is inmiddels al mee gestart. Mw Verdijk heeft een punt van aandacht bij de participatie. Op een gegeven moment wordt er geoordeeld of er voldoende participatie heeft plaatsgevonden. Omdat het toch een redelijk vaag begrip is, ontstaat de kans dat gelijke gevallen verschillend beoordeeld worden. Zij stelt dat dit een punt van aandacht moet zijn en vraagt hoe geprobeerd wordt dit te voorkomen. Wethouder Ten Westeneind antwoordt dat de regiekamer is toegelicht die ingericht wordt zodat centraal de plannen binnenkomen en daar al een soort match te maken is als er gelijksoortige plannen binnenkomen. De richtlijnen worden gevolgd. Hij deelt de zorg van mw Verdijk hierin. Er zal zorgvuldig gekeken worden en men moet ook waakzaam zijn dat gelijkwaardige situaties niet verschillend beoordeeld worden. De voorzitter stelt dat ook de raad erop kan toezien of het goed blijft gaan. Dhr Boot wil een pleidooi houden voor verplicht advies. In het raadsvoorstel wordt de kruimelgevallenlijst uitgesloten van verplicht advies omdat het op die manier de huidige situatie in stand houdt.
D66 wil de raad meer bevoegdheid geven door wel verplicht advies te vragen bij de kruimelgevallenlijst. Bijvoorbeeld bij markante panden die een maatschappelijke functie bekleden, zoals bij De Linde. De voorzitter heeft het idee dat dit ook bij de motie naar voren komt. Mw Van Broekhoven antwoordt dat wel verwezen is naar hoe de kruimelgevallenregeling in het verleden is toegepast en dat die cumulerend toegepast uiteindelijk leidt tot toch de ongewenste richting. Het CDA heeft het in de vorige carrouseldiscussie gehad over panden met een maatschappelijke bestemming die een andere bestemming zouden krijgen en dat daar het verplicht advies door de raad van toepassing zou zijn. Daar leek minder draagvlak voor te zijn en is het losgelaten. Het aantal panden met een maatschappelijke bestemming is zo klein dat het de vraag is of je dat hier moet regelen. Wethouder Ten Westeneind zegt dat de kruimelgevallenregeling iets over de procedure zegt hoe je in een 8-weken regeling iets kunt organiseren. Dat kan iets heel kleins zijn, maar ook iets groters zoals De Linde. Het is aan de raad om aan te geven wat men ermee wil. Nu is het een bevoegdheid van het college en ook daar wordt die afweging gemaakt. De sensibiliteit van het college is ook van dien aard dat het college wel weet op welk moment er iets voor een verklaring van geen bedenkingen naar de raad zou moeten.
Hij zou het bij het college laten. De voorzitter geeft aan dat dhr Boot over dit onderwerp eventueel een amendement zou kunnen indienen. Dhr Van Loon moet met de fractie kijken of hierop een amendement zou moeten worden ingediend. Dhr Kersten ziet er op voorhand niets in omdat het dan zo zou zijn dat er veel te veel gevallen terug naar de raad komen. Dit zijn specifiek gevallen waarvan hij vindt dat die bij het college horen.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
10
Dhr Boot is benieuwd naar de wederkerige invloed van het voorstel en de motie die men nog niet gezien heeft. De voorzitter concludeert dat het voorstel een debatstuk voor de raad is omdat er een motie ingediend zal worden. Hij schorst de bespreking om 20.55 uur.
Informatie zonneparken tussen Millingen en Leuth en Lage Wald in Groesbeek – coördinatieregeling voor zonneparken
Voorzitter: Griffier: Portefeuillehouder: De leden:
Ambtelijk: Verslag:
dhr R. Bekers dhr G. Winters wethouder E. Weijers mw S. Postema (Kernachtig Groesbeek), dhr T. de Jong (Lokaal! Berg en Dal), mw S. Fleuren (CDA), mw C. de Greeff (GroenLinks), dhr T. Bloemberg (D66), dhr J. van Loon (PvdA) en dhr S. van Tol (VVD) dhr M. School Buro Service Overasselt, mw W. Verheijen Verkroost
De voorzitter heropent de carrousel om 21.05 uur en heet de aanwezigen welkom. Wethouder Weijers licht toe dat het college vorige week het presidium gevraagd heeft dit onderwerp uit te stellen omdat de informatie inmiddels verouderd is. Het college is bezig duidelijkheid te verschaffen bij de initiatiefnemers van de pilots en wil daarna heel graag komen tot een presentatie van die inventarisatie aan de raadsleden. Er is inmiddels met 2 van de 6 initiatiefnemers gesproken. Op dit moment is er eigenlijk niets te melden. Het presidium wilde dit onderwerp wel bespreken. Mw De Greeff antwoordt dat GroenLinks voorstanders is van het bespreken. Het idee ontstaat dat het onderwerp maar vooruit wordt geschoven door op dit moment het college maar hiervoor ook al door de partijen die op dit moment het college vormen. Op 27 januari lag voor op de agenda de goedkeuring geven aan de coördinatieregelen voor de ruimtelijke ordeningsprocedure van het project ZEBRA. Dat is bijna een half jaar geleden. Vervolgens is er een amendement door uw partijen opgevoerd waarin wordt gezegd we willen wensen en bedenkingen om een inhoudelijk oordeel te geven over de plannen van de pilot ZEBRA en dat ging vooral over participatie. Hierover wil zij graag duidelijkheid. Maar vervolgens wordt in het presidium weer wat nieuws genoemd, namelijk landschappelijke uitwerking.
Dat zijn elke keer nieuwe argumenten om iets niet op de agenda te hebben of om iets niet te behandelen. Daarmee krijgt zij het idee dat het een tactiek is om vooral dit park niet aan te gaan. Zij vraagt de wethouder hoe het zit met de participatie van het plan ZEBRA. Zij had verwacht dat er al wat duidelijkheid over zou komen. Het is al maanden duidelijk dat dat een van de vragen is vanuit de huidige collegepartijen. Wethouder Weijers antwoordt dat hij samen met wethouder Ten Westeneind enkele weken geleden een gesprek gevoerd heeft met de initiatiefnemers met betrekking tot plan Leuth-Millingen. Een heel open en prettig gesprek. Degenen die hem nog kennen vanuit zijn eerste periode als wethouder weten dat hij van de plannen die hij presenteert zelf de overtuiging wil hebben en ook zelf met de initiatiefnemer en ook met de inwoners gesproken hebben en gevoel krijgen bij het plan, of dit is wat men wil. Die overtuiging had hij nog niet. Hij heeft dat ook bij de initiatiefnemers neergelegd: hoe kunnen de plannen die er liggen beter onder de aandacht gebracht worden van de omwonenden. Er is al een participatietraject geweest en dat loopt nog steeds. Ook na deze periode blijft dat doorlopen.
Afgesproken is dat na de zomervakantie twee avonden georganiseerd worden waarbij alle betrokken partijen aanwezig zijn, maar ook het college, om gezamenlijk de uitstraling te hebben naar de omwonenden van dit gaat het worden, aan de hand van plaatjes om het te visualiseren. Dit is hoe het er nu voor staat. Op het moment dat dat doorlopen is, merkt men wat er leeft en speelt en kan er beter een afweging gemaakt worden of het participatietraject volledig doorlopen is, ja of nee.
Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
11
Mw De Greeff kan het zich voorstellen. Tegelijkertijd heeft een aantal raadsleden gezegd dat als we die informatie niet krijgen vanuit het college, dan zullen we zelf gaan vragen bij ZEBRA hoe het ermee staat. Van ZEBRA heeft men gehoord dat zij meer hebben gedaan dan de participatienota, die door de hele raad is goedgekeurd, voorschrijft. Het gaat over een procedure die de partij doorloopt. Het moet toch getuigen van goed bestuurderschap om ook daadwerkelijk een partij zo’n procedure te laten lopen. Het kan toch niet zo zijn dat je ineens de spelregels gaat veranderen. Het verbaast GroenLinks enorm dat op dit moment niet meer over die participatie wordt gesproken terwijl die voortgang er gewoon is. Wethouder Weijers antwoordt dat er volop gesprekken plaatsvinden over de participatie. Hij heeft gezegd dat hij er meer gevoel bij wil hebben. Mw De Greeff antwoordt dat er niet een bestuur is op gevoel, maar op wetgeving. Dat is wat hier op dit moment aan de orde is. Dat is een punt waar GroenLinks zich zorgen over maakt. De voorzitter geeft aan dat de schriftelijke vragen van dhr De Jong zijn beantwoord. Dhr De Jong heeft deze zojuist ontvangen, maar nog niet kunnen lezen. Mw De Greeff heeft een procedurele vraag. Zij is vragen gaan stellen over de stukken die zij gekregen heeft en daar behoort het stuk dat aan het presidium is voorgelegd ook bij.
Dat is juist het stuk waarover onduidelijkheid bestaat. Is dat ook het stuk waarover vragen gesteld kunnen worden? Griffier dhr Winters antwoordt dat er een memo gestuurd is van het college aan het presidium. Het college zegt daarin dat zij als nieuw college aan het kijken is hoe men hiermee verder zou willen. En is de vraag gesteld om het onderwerp niet te agenderen. In het presidium is een andere meerderheid dan in de raadsvergadering. De meerderheid in het presidium heeft ervoor gekozen het onderwerp gewoon te agenderen. Wat er vervolgens in de raad gebeurt is aan de raad. De voorzitter licht toe dat het over het raadsvoorstel gaat van de raad van 10 februari 2022. Dat is wat nu voorligt. Hij vraagt de carrouselleden of zij het stuk in de raad van 14 juli willen behandelen. Dhr Van Loon antwoordt dat als het zo is dat de zaak getraineerd wordt, het stuk in de raad behandeld moet worden. Die indruk had de PvdA ook. Dhr Bloemberg vraagt of de wethouder het tijdpad kan schetsen wat hij voor zich ziet en de verschillende mogelijkheden die voorliggen, zoals een wensen en bedenkingenprocedure en een coördinatieregeling. Het heeft allemaal invloed op de doorlooptijd. In januari 2023 wordt de omgevingswet van kracht, welke invloed heeft dat op de doorlooptijd en de te volgen procedure.
Wethouder Weijers antwoordt dat er afspraken gepland zijn tot en met augustus, dan is er over alle zes de pilots gesproken. Daarna heeft de ambtenaar twee weken nodig om het voorstel te maken. Vanaf de tweede helft september kan er een informatieavond gepland worden waarbij de raad bijgepraat wordt. Dhr Bloemberg begrijpt dat de wethouder alle zes de pilots tegelijkertijd wil behandelen. Is dat opportuun? Is er niet een groot verschil in mate van vordering van de projecten? Wethouder Weijers verwacht dat hij dat op die avond wel kan doen. Mocht dat niet zo zijn, komt hij ermee terug bij de raad en moet het over twee avonden verdeeld worden. Dhr Bloemberg vraagt of het niet zo is dat er op dit moment al één of twee pilots zijn die al duidelijk voorlopen op de andere pilots en die dus sneller behandeld kunnen worden dan de andere vier. Wethouder Weijers antwoordt dat er geen stukken behandeld worden, maar besproken worden. Dhr Bloemberg vraagt of de wethouder niet nu al weet dat er twee pilots zijn die duidelijk voorliggen op de rest. Wethouder Weijers antwoordt dat het plan Lage Wald heel ver is en het plan ZEBRA ligt ook voorop. Hoe ver het met de andere vier is weet hij niet omdat hij daar de initiatiefnemers niet over gesproken heeft. Dhr Van Tol hoort de wethouder zeggen dat hij met alle partijen in gesprek gaat. Daar zullen ook wel weer tegenstanders aanwezig zijn.
Hoe verwacht de wethouder juist voorstanders te gaan betrekken zodat dat geluid ook gehoord wordt. Wethouder Weijers antwoordt dat dat juist de reden is dat men op locatie gaat. In geval plan Lage Wald is al met de initiatiefnemer afgesproken dat daar een avond op De Horst georganiseerd wordt waar alle betrokkenen aanwezig zijn. Daar wordt de bewoners duidelijk gemaakt dat ze ook kunnen participeren in het park. Dat is nog veel te veel onbelicht gebleven. Mensen zien nu nog heel veel nadelen van het park, maar de voordelen, dat ze eventueel kunnen investeren of mee kunnen doen of er energie van kunnen halen - daarmee win je ook goodwill - dat is nog veel te onderbelicht gebleven. Dhr Van Tol vraagt hoe actief ervoor gezorgd wordt dat er ook voorstanders van de plannen aanwezig zullen zijn op de avonden. Carrousel gemeente Berg en Dal d.d. 7 juli 2022
12
Wethouder Weijers antwoordt dat hij er een positiever beeld bij heeft en verwacht dat op de avonden die georganiseerd worden er niet alleen maar tegenstanders zijn. Mw Fleuren zegt dat het CDA concludeert dat het voorstel gaat over hoe het besluit straks tot stand moet komen en niet over welk besluit over het zonnepark Millingen-Leuth genomen gaat worden. Het coördineren van de verschillende te nemen stappen bij deze eventuele ontwikkeling kan dan ook geen probleem an sich zijn. Dat was het namelijk ook niet bij andere ontwikkelingen zoals het HEMA/Scapinopand in Groesbeek waar ook een coördinatieregelen bij hamerstuk is goedgekeurd. Dat constaterende, betekent eigenlijk dat ‘nee’ zeggen tegen het voorstel als enige reden kan hebben om het proces te vertragen. Terwijl naar de mening van het CDA de inwoners juist gebaat zijn bij duidelijkheid over deze ontwikkeling en dus ook versnelling van het besluit of dat uiteindelijk tot een ja of een nee op het bestemmingsplan zal leiden. Oftewel, hoe eerder er duidelijkheid komt, hoe beter voor zowel voor- als tegenstanders. Het CDA wil wel de initiatiefnemers van zonnepark Millingen-Leuth opnieuw meegeven dat betere visualisatie van de plannen wel zal helpen. Zij is blij te horen dat de wethouder daar al mee bezig is. Het CDA begrijpt ook dat de wethouder zelf een goed gevoel wil hebben bij het voorstel.
Daar kan zij zich persoonlijk levendig iets bij voorstellen. Tenslotte is een raadsvoorstel wel gewoon uitvoering van door de raad vastgesteld beleid of je dat nu leuk vindt of niet. In de informatienota – die een beetje ongebruikelijk onderdeel is van het raadsvoorstel, dat hadden ook twee aparte documenten kunnen zijn – staat ook de update van het zonnepark Lage Wald. Wat ook al bij het zonnepark Millingen-Leuth werd ervaren geldt ook voor zonnepark Lage Wald. Wat de initiatiefnemers verstaan onder participatie wordt niet altijd zo ervaren door de inwoners of in ieder geval een deel van de inwoners. Zij begrijpt heel goed, in het geval van Lage Wald, dat als een informatieavond op kermis-maandag wordt gehouden dat het niet de beste avond is voor bewoners van Groesbeek. Zij begrijpt ook heel goed dat als je niet uit Groesbeek komt, dat die kermis hoogstwaarschijnlijk niet in je agenda staat of in je hoofd zit en je niet beseft dat dat hier een nationale feestdag is. Buiten die kermis is er wel wat aan te merken op de communicatie vanuit de initiatiefnemer. Zij verwijst hiervoor onder andere ook naar de ingekomen brief van bewoners van het Lage Wald en bij monde van Anke Janssen in de inspraakronde. Het CDA ziet drie resterende mogelijkheden en zij hoort graag de reactie van de wethouder op de vooren nadelen per optie zodat daarover gesproken kan worden. 1.
Stel dat de meerderheid van de raad het voorstel volgende week van de agenda haalt. Daar zal het CDA niet aan meedoen, die meerderheid verwijt zij dan ook bij voorbaat dan inderdaad het proces te vertragen en de inwoner geen duidelijkheid te willen geven, vertragen en vertroebelen dus. Het kan niet zo zijn dat we straks niet meer te vertellen hebben omdat door vertraging dan de nieuwe omgevingswet is aangenomen per 1-1-2023 en bovendien het risico aanwezig is dat de Vereniging Natuurlandschap afhaakt en er een kaal zonneveld komt, wat niet meer te stoppen is. 2. De coördinatieregelen voor zonnepark Millingen-Leuth toe te laten passen en de initiatiefnemer mee te geven dat er nog een weg te gaan is in het verkrijgen van het broodnodige draagvlak. Ja tegen de coördinatieregeling is immers nog geen ja tegen het uiteindelijke bestemmingsplan. 3. Het voorstel teruggeven aan het college en bij de eerstvolgende raadsvergadering op 29 september met een nieuw voorstel te komen met geüpdate informatie. Dan zijn ook de gesprekken met de initiatiefnemers van de diverse pilots achter de rug. Men is dan inmiddels 9 maanden verder dan de productie van voorliggende informatienota. En daarbij de motie participatie zonnepark nadrukkelijk te betrekken waar ook het amendement deels op voorziet. Zij heeft begrepen dat de wethouder dat laatste ook van plan is.
Verder de raad een duidelijk beeld te geven wat de consequenties zijn voor zover de wethouder dat op dit moment nog niet zou kunnen schetsen of uit de nieuwe gesprekken nog zou kunnen blijken. De voorzitter vraagt of het CDA zelf al een voorkeur heeft. Mw Fleuren antwoordt dat de carrousel er is om naar elkaar te luisteren en van je vooringenomen standpunt misschien nog te veranderen. Het zou zo mooi zijn als de leden van de nieuwe raad niet met een vooringenomen standpunt komen, dan is er geen debat. Zij heeft een aantal opties geschetst waarvan het CDA wel voor- en nadelen ziet, misschien sommige ook nog niet ziet die de wethouder wel weet. Zij wil hier graag naar luisteren voordat er een uiteindelijk oordeel is over hoe dit behandeld gaat worden. Wethouder Weijers antwoordt dat variant 3 zijn voorstel is. Behandeling op de raadsvergadering kan, maar hij had liever een thema-avond gehad omdat er dan meer tijd is. Hij laat het aan het presidium over hierover te besluiten. Varianten 1 en 2 begrijpt hij niet helemaal want het voorstel van het college is om de coördinatieregeling toe te passen.