CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

M34 Bijlage 1 - Evaluatie Regioaanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Gelderland-Zuid

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Schriftelijke mededelingen c.q. informatie van het college van burgemeester en wethouders ter kennisname17.735 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid Review van de uitvoering 2017-2020 en advies over de toekomstige aanpak

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid Review van de uitvoering 2017-2020 en advies over de toekomstige aanpak

Auteur(s): Hans Broere Lisette de Gelder Katja Crooijmans In opdracht van: Gemeente Nijmegen namens de gemeenten in de regio Gelderland Zuid Plaats, datum: Rotterdam, 15 oktober 2020 Status Definitief

RebelGroup Executives bv Wijnhaven 23 3011 WH Rotterdam Nederland +31 10 275 59 95 info@rebelgroup.com www.rebelgroup.com

3/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

Inhoudsopgave Managementsamenvatting

4

1. Inleiding

9

1.1 Vraagstelling en opdracht Rebel

9

1.2 Aanpak van het onderzoek

9

1.3 Ontwikkelstadia van samenwerking in ketens en netwerken

10

1.4 Leeswijzer

11

2. De regio-aanpak

12

2.1 De regio Gelderland-Zuid

12

2.2 Ontstaan in de opbouwfase van het lokaal sociaal domein

12

2.3 Opdrachtgeverschap van de regio-aanpak

13

2.4 Een mix van diverse activiteiten en projecten

14

2.4.1 Kwaliteit en continuïteit organisaties

16

2.4.2 Ontwikkelprojecten en deskundigheidbevordering

17

2.5 Conclusie: resultaten en effect van de regioaanpak 3. Kennis over (on)veiligheid in de regio

17 19

3.1 Kennis over prevalentie

19

3.2 Meldingen en adviezen Veilig Thuis

20

3.3 Overige bronnen van data en informatie

23

3.4 Slachtoffers en patronen van geweld en onveiligheid

23

3.5 Data over de werking van de keten

25

3.6 Bevindingen en conclusies

25

4. Samenwerking in de keten

26

4.1 ‘De Keten’ HGKM bestaat niet

26

4.2 Sleutelspelers in de keten

27

4.3 Veel nadruk op jeugdzorg, belang van breed kijken en werken

32

4.4 Kwaliteit van de samenwerking: volop in stadium 2

33

5. Conclusie en bouwstenen vervolg

36

5.1 Keten heeft sprong gemaakt, nu verder

36

5.2 Versterken van het handelend vermogen van lokale wijkteams

36

5.3 Versterken van de driehoek wijkteams, GI’s en VT en het (specialistische) netwerk

37

5.4 Borgen van specialismen en kennis(-centra) op regionaal niveau

38

5.5 investeren in data-analyse op het niveau van de keten

38

5.6 Bestuurlijke inbedding HGKM, verbinden zorg en veiligheid

39

5.7 Recht doen aan verschillen tussen Rijk van Nijmegen en Rivierenland

39

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

Managementsamenvatting Regio-aanpak versterkt samenwerking, kennis en aandacht voor huiselijk geweld en kindermishandeling De regio-aanpak Huiselijk geweld en kindermishandeling Gelderland Zuid heeft bijgedragen aan de versterking van de samenwerking in de lokale en regionale netwerken op dit thema. De aanpak is ondersteunend gebleken voor het vergroten van de aandacht voor, de kennis over en de aanpak van onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties. Wel constateren we dat de samenwerking soms nog te vrijblijvend en daarmee kwetsbaar is. Op basis van deze evaluatie is ons advies de regio-aanpak te vervolgen voor vier jaar. We zien voor de komende periode kansen in versterking van de samenwerking door meer focus in de programmering aan te brengen, en een stevigere bestuurlijke agendering van dit onderwerp, en een betere bestuurlijke verbinding tussen zorg en veiligheidsdomein.

De samenwerking zit volop in ‘stadium 2’ van ketenontwikkeling

1. ieder voor zich

2. Geschakelde keten

3. Netwerk

In Gelderland Zuid is sprake van een geschakelde keten (stadium 2) in de uitvoering van de aanpak en de samenwerking op het gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld. Partijen werken primair met elkaar samen vanuit ieders organisatiebelang. Dat betekent dat nog veel tijd en energie wordt gestoken in de markering van ieders taak en verantwoordelijkheid en een daarop afgestemde overdracht van cases en daaraan verbonden informatie. Op thema’s is inmiddels een beweging richting stadium 3 ingezet. er is sprake van een beweging richting een meer geïntegreerde vorm van samenwerking. De waardering en de perceptie van de kwaliteit van de samenwerking verschilt per subregio (Rivierenland, Rijk van Nijmegen). Uit dit onderzoek blijkt dat er feitelijk geen sprake is van een zelfstandige en herkenbare keten. Wat ontbreekt is een bestuurlijke en operationele structuur waarin bijvoorbeeld de regie op ketenniveau is belegd. Het is verder opvallend dat het zwaartepunt van de activiteiten en de aandacht vooral ligt op het vlak van de jeugdzorg en de lokale en regionale netwerken die daarin actief zijn. De netwerken op het gebied van volwassenenzorg en hulpverlening verdienen meer aandacht in de doorontwikkeling van de samenwerking.

Grote variëteit aan activiteiten

4/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

De regio-aanpak 2017-2020 bestond uit een grote variëteit aan activiteiten gericht op diverse aspecten van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De financiële middelen verbonden aan de regio-aanpak (circa 4 miljoen euro op jaarbasis) zijn voor 80% besteed aan de bekostiging van Veilig Thuis Gelderland Zuid (VT) en aan de hulpverlening geboden door Moviera en het Centrum Seksueel Geweld; respectievelijk voor het verlenen van acute opvang bij huiselijk geweld en acute zorg bij seksueel geweld. De (door)ontwikkeling van Veilig Thuis heeft de afgelopen periode veel inzet gevraagd. De overige middelen zijn ingezet op deskundigheidsbevordering van partijen in de keten (vooral de lokale teams), vastleggen van afspraken over samenwerking, taakverdeling en informatieoverdracht tussen VT en partijen actief op dit gebied (lokale teams, Moviera) en aan drie – wat wij hebben genoemd – ontwikkelprojecten gericht op 1) versterking van signalering en aanpak van complexe scheidingen, 2) ouderenmishandeling en 3) MDA++. Doordat een aantal projecten vrij laat op gang is gekomen dan wel kleinschalig van opzet is, is het nog niet mogelijk om meetbare effecten aan deze projecten te verbinden.

Van projectmatige aanpak naar focus op versterken samenwerking en netwerkontwikkeling Ons advies is om voor de periode 2021-2024 door te gaan met de regio-aanpak, maar de meer projectmatige aanpak van de afgelopen jaren in te ruilen voor een aanpak die inzet op versterking van de samenwerking op lokaal niveau, ondersteund door een stevige regionale kennisbasis. En deze regio-aanpak in te bedden in een bestuurlijke structuur waar naast zorg ook veiligheid is aangehaakt. De hoofdlijn van ons advies is: 1.

Versterk het handelend vermogen van lokale wijkteams door een regionaal professionaliseringsprogramma.

2.

Versterk de driehoek Wijkteams-VT-GI’s en het (specialistische) netwerk daaromheen

3.

Borg de specialismen en opgebouwde kennis(-centra) op regionaal niveau.

4.

Investeer in data-analyse op het niveau van de keten en zorg dat gegevens over HGKM en veiligheid op een centrale plek in regio bij elkaar komen en worden vertaald naar bruikbare informatie voor de partijen in de keten.

5.

Borg de bestuurlijke inbedding van het thema HGKM in een bestuurlijk gremium waar Zorg en Veiligheid samenkomen.

6.

Sluit in de programmering aan op de bestaande netwerken in de regio Rivierenland en Rijk van Nijmegen.

Hieronder worden deze punten nader toegelicht.

5/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

Ad 1 en 2. Versterk het handelend vermogen van lokale wijkteams en zet in op versterking van de samenwerking wijkteams-GI’s-VT-volwassenhulpverlening De basis voor een succesvolle aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling wordt gelegd op lokaal niveau, in de toerusting van de wijkteams. Waar de afgelopen periode al veel is geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering van de wijkteams, is het zaak de komende periode nog meer focus te leggen op het versterken van de wijkteams; door kennis en kunde van VT, GI’s en de volwassenhulpverlening naar voren te brengen en door het netwerk van specialistische kennis daaromheen te versterken, zodat per casus de juiste kennis en expertise beschikbaar is. Sluit daarbij aan op de variëteit en kracht van wijkteams, problematiseer deze variëteit niet. Drie lijnen onderscheiden we daarin: Beter worden door samen te leren van cases uit de praktijk. De professionals in de regionale en lokale netwerken leren in en van de praktijk en zijn sterk casusgericht. Samenwerking ontstaat als partijen en professionals meerwaarde zien in elkaars bijdrage en de waarde die wordt toegevoegd aan een casus. We pleiten in dit rapport voor een gestructureerde vorm van casussimulatie, met professionele ondersteuning. Dichtbij organiseren van specialistische kennis en capaciteit.

Lopend landelijk onderzoek maakt duidelijk dat meer dan een derde van de meldingen bij VT is terug te voeren op meervoudige problematiek in een gezin met geweld, waarbij de inzet van gespecialiseerde hulpverlening nodig is; een ander belangrijk deel van de meldingen verwijst naar gezinnen die te maken hebben met een stapeling van problematiek (verslaving, werk, financieel, gedragsproblematiek) en geweld. De wijkteams hebben de opdracht om deze problematiek het hoofd te bieden. De effectiviteit van de wijkteams neemt toe door specialistische kennis en capaciteit vanuit onder meer VT, de GI’s en zo nodig volwassenhulpverlening toe te voegen bij dit soort complexe cases. Modulair opleidings- en professionaliseringsprogramma: Tegelijkertijd is het van belang om de cirkel van geweld duurzaam te doorbreken van belang om ook de onderliggende problematiek als armoede, verslaving, trauma etc. aan te pakken. Waar VT en GI’s vooral gericht zijn op het stoppen van geweld, dient de kennis voor het aanpakken van onderliggende problematiek vooral bij het wijkteam te zitten; in het opstellen van een integraal plan om deze risicofactoren aan te pakken en vervolgen ook in het mobiliseren dan wel coördineren van passende zorg en ondersteuning. De variëteit tussen de lokale teams, maakt ook dat de opleidingsbehoefte een andere kan zijn.

Daarom pleiten wij voor een modulair aanbod vanuit een regionaal, uniform kennisaanbod.

Ad 3. Bundel en borg specialistische kennis op regionaal niveau De regio-aanpak 2017-2020 heeft de afgelopen jaren onder meer ingezet op deskundigheidsbevordering door de ontwikkeling van kennis en informatie op het gebied van complexe scheidingen, ouderenmishandeling en eergerelateerd geweld. Gezien de beperkte schaal waarop sommige – vaak zeer complexe en zware problematiek – lokaal voorkomt, dient deze op niveau van de sub-regio, regio of zelfs bovenregionaal georganiseerd en geborgd te worden. Deels door deze kennis te verbinden aan specialismen als aandachtsfunctionarissen, en door specialistische

6/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

organisaties en kenniscentra. Het Centrum Seksueel Geweld is zo’n belangrijk kenniscentrum. Het is van belang dat deze kennis op het niveau van de regio geborgd is, bekend is bij professionals actief in de keten waar deze kennis te halen is, zodat deze ook laagdrempelig en snel ontsloten kan worden als een casus zich aandient. Deze kennis en informatie kan tevens verbonden worden aan het leren van de professionals op lokaal niveau.

Ad 4. Investeer in data-analyse op niveau van de keten en zorg dat regionale gegevens over HGKM en veiligheid op een centrale plek bij elkaar komen Uit de evaluatie blijkt dat er in de regio op dit moment geen volledig en betrouwbaar beeld is van patronen in onveiligheid op lokaal niveau, van de mate van multi-problematiek in gezinnen en er is geen beeld van vormen van structureel cq. herhalend geweld in gezinnen of relaties. Professionals zijn primair gericht op het zo goed mogelijk optreden in individuele cases en niet zozeer op analyse en duiding van patronen van onveiligheid op populatieniveau. Door te investeren in data-analysekracht – waaronder bij VT – en door de registratie door wijkteams meer te verbinden aan (on)veiligheid en de definities en indicatoren die VT in haar registraties hanteert wordt de keten slimmer; dit draagt bij aan de kwaliteit van de samenwerking en daarmee van de effectiviteit. Beleg deze taak op 1 plek in de regio, waar zowel koppelingen in de data van VT kunnen worden gemaakt, als waar een basisset vastgesteld wordt van gegevens die op uniforme wijze aangeleverd moeten worden door wijkteams. Denk hierbij aan het registreren (op gemeentelijk niveau) van het aantal wijkteam-casussen waar VT bij betrokken is geweest, op welke manier VT hierbij betrokken is geweest, hoe vaak VT betrokken is geweest en wat de hulpvraag van het gezin was.

Ook kan een koppeling met de data van het Veiligheidshuis gemaakt worden.

Ad 5. Borg de bestuurlijke inbedding van het thema HGKM daar waar zorg en veiligheid samenkomen Wij pleiten voor het versterken van het veiligheidsperspectief binnen de bestaande bestuurlijke regionale en subregionale netwerken en structuren. Zodat een betere bestuurlijke verbinding tussen het zorg en veiligheidsdomein ontstaat op het onderwerp huiselijk geweld en kindermishandeling. Nu komt dit onderwerp voornamelijk aan de orde in de regionale bestuurlijke (GGD) structuur van Veilig Thuis Gelderland-Zuid en dat leidt merendeels tot een focus op VT en niet zozeer op de verbinding tussen zorg en veiligheid die zo belangrijk is voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarnaast verdient het met oog op bewaken van voortgang en aandacht van de regio-aanpak aanbeveling ook in het vervolg een regionaal project- of programmaleider aan te stellen.

Ad 6. Sluit aan op de bestaande netwerken in de regio Rivierenland en Rijk van Nijmegen De regio Gelderland Zuid is niet een natuurlijke, vanzelfsprekende indeling. De evaluatie maakt duidelijk dat de regio-aanpak in de periode 2017-2020 weinig zichtbaar was en dat de activiteiten

7/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

vanuit de aanpak niet altijd aan dit instrument werden toebedeeld. Door de regio-aanpak meer te verbinden aan de twee subregio’s, door de programmering af te stemmen op de vraagstukken in de twee subregio’s wordt het eigenaarschap van gemeenten groter, wat bijdraagt aan de aandacht voor dit onderwerp en de zichtbaarheid van de aanpak

8/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

1. Inleiding In 2016 hebben de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Geldermalsen1, Gennep, Heumen, Lingewaal, Maasdriel, Mook en Middelaar, Neder-Betuwe, Neerijnen, Nijmegen, Tiel, West Maas & Waal, Wijchen en Zaltbommel de Regionale aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling 2017-2020 Regio Gelderland Zuid (afgekort: de regio-aanpak HGKM) vastgesteld. De aanpak is gericht op het voorkomen, signaleren en stoppen van geweld, en het duurzaam herstellen van veiligheid in afhankelijkheidsrelaties. De gemeenten hebben afgesproken om na deze periode de regio-aanpak te evalueren en op basis daarvan te besluiten over een mogelijk vervolg op deze regio-aanpak.

1.1 Vraagstelling en opdracht Rebel Rebel heeft begin april van de gemeente Nijmegen - namens de gemeenten in de regio Gelderland Zuid - de opdracht gekregen om deze evaluatie uit te voeren. Een onderzoek dat inzicht geeft in de effectiviteit van de gekozen aanpak, de lessen die daaruit getrokken kunnen worden en dat vooral de opstap vormt naar een nieuw te formuleren regio-aanpak HGKM voor de periode 2021-2025. De bevindingen en het daarop gebaseerde advies wordt door de gemeenten betrokken bij de bestuurlijke besluitvorming over de regio-aanpak, die in 2021 plaats zal vinden.

1.2 Aanpak van het onderzoek In de periode april tot en medio september 2020 is het onderzoek uitgevoerd. Er is bij de start een begeleidingsgroep samengesteld met medewerkers van een aantal gemeenten (Beuningen, West Maas en Waal, Nijmegen, Tiel) en van het Veiligheidshuis Rijk van Nijmegen. Onze bevindingen, conclusies en advies is gebaseerd op de volgende activiteiten: •

Documentenonderzoek (zie bijlage 1 voor een overzicht van geraadpleegde documenten)

•

Er is gesproken met meer dan 25 personen die actief betrokken zijn bij de regio-aanpak of actief zijn in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling; zie bijlage 1 met een overzicht van onze gesprekspartners.

•

Van alle gemeenten in de regio zijn medewerkers van wijkteams benaderd met een aantal schriftelijk gestelde vragen; met een aantal van hen zijn vervolgens verdiepende gesprekken gevoerd.

•

Deelname aan het Netwerkoverleg, met vertegenwoordigers van gemeenten, Moviera, Veiligheidshuis, Jeugdbescherming Gelderland, wijkteam en Veilig Thuis.

•

Werkbezoek aan Veilig Thuis Gelderland Zuid in Nijmegen

1 De gemeenten Geldermalsen, Lingewaard, Neerijnen zijn inmiddels opgegaan in de nieuwe gemeente West Betuwe.

9/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

•

Casussimulatie met betrokkenen uit een wijkteam, medewerker Veilig Thuis Gelderland Zuid en een zorgverlener

•

De hoofdlijnen van onze bevindingen, conclusies en advies zijn besproken in separate gesprekken met de burgemeesters en de verantwoordelijk wethouders van de gemeenten Tiel en Nijmegen en met alle verantwoordelijk wethouders tijdens de heidag van het AB van de GGD.

1.3 Ontwikkelstadia van samenwerking in ketens en netwerken Voor de evaluatie is een kader gehanteerd dat het mogelijk maakt de samenwerking tussen meerdere partijen in ketens en netwerken te analyseren en te beoordelen. Uitgangspunt is dat meerdere organisaties en professionals werkzaam zijn in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, en dat deze partijen in samenwerking moeten komen tot een effectieve aanpak. Het analysekader dat is toegepast gaat er vanuit dat deze samenwerking zich ontwikkelt in een aantal stadia. Drie stadia worden onderscheiden.

1. Ieder voor zich: Doelen van de eigen organisatie staan voorop, samenwerken draagt bij aan het realiseren van deze doelen. De focus is primair intern gericht en vooral gericht op het op orde krijgen van de basis in de eigen organisatie. Focus op de opbouw van de interne organisatie, de interne bedrijfsvoering en ICT, het inregelen van werkprocessen en het delen van methodes, werven en opleiden van personeel, etc. Overdracht van informatie en cases op verzoek, tussen de partijen hoge schotten. 2. Geschakelde keten. Meer oog voor doelen van de ‘keten’. Afspraken over taakverdeling tussen partijen, over de uitwisseling van informatie op casusniveau. De keten werkt ‘geschakeld’, met doorlopend overdrachtsmomenten tussen organisaties. Veel tijd en energie besteed aan onderlinge kennismaking en het versterken van formele en informele verbanden. Samenwerking nog persoonsafhankelijk en niet duurzaam ingebed in de structuren/werkprocessen; 3. Netwerk. Focus op doelgroepen en ‘customer journey’, waarde toevoegen aan veiligheid. Partijen organiseren zich rondom een gezin. Informatie wordt gedeeld en partijen kunnen bij elkaar meekijken, geen overdracht van informatie. Slimme netwerken door het benutten van voorspellende kracht van data op populatieniveau. Werken in multidisciplinaire teams met actieve uitwisseling van ervaringen (leren).

Professionals voelen zich meer en meer onderdeel van de keten en verantwoordelijk voor de prestatie van de keten en zijn minder gefocust op eigen organisatiedoelen/belangen. In het onderzoek zijn we onder meer op zoek gegaan naar de mate waarin de regioaanpak heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de samenwerking in de regio tussen de betrokkenen en vervolgens of en welk effect dat heeft gehad op het voorkomen, (eerder) signaleren en stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling, en het herstel van duurzame veiligheid.

10/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

1.4 Leeswijzer Deze rapportage is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 gaat dieper in op de wijze waarop de regioaanpak is georganiseerd, het opdrachtgeverschap en het inhoudelijk programma. In hoofdstuk 3 wordt op basis van verschillende databronnen getracht een (cijfermatig) beeld te schetsten van de ontwikkeling van (on)veiligheid in de regio Gelderland Zuid. Het daaropvolgende hoofdstuk (4) zoomt in op de ketensamenwerking, de betrokken partijen en organisaties, en de ontwikkeling van de keten huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Gelderland Zuid. Hoofdstuk 5 sluit af met de belangrijkste conclusies en schetst enkele bouwstenen voor het vervolg. In de bijlagen is een meer uitgebreide beschrijving van de ontwikkelprojecten opgenomen, evenals een overzicht van geraadpleegde bronnen, gesprekspartners, en een tabellenboek.

11/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

2. De regio-aanpak 2.1 De regio Gelderland-Zuid De regio Gelderland Zuid bestaat op dit moment uit 14 gemeenten: Berg en Dal, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Nijmegen, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Wijchen en Zaltbommel.2 De regio heeft circa 540.000 inwoners, met de gemeenten Nijmegen en Tiel als de twee grootste gemeenten. De indeling van de regio komt voort uit de indeling van de Veiligheidsregio Gelderland Zuid en die van de GGD regio Gelderland Zuid. In deze rapportage wordt gesproken over de twee sub-regio’s binnen Gelderland Zuid, te weten: 1.

de regio Rivierenland (Buren, Culemborg, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Maasdriel en Zaltbommel3)

2.

de regio Rijk van Nijmegen (Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen).

Deze regio-indeling wordt onder meer toegepast in de samenwerking tussen gemeenten bij de inkoop van (specialistische) jeugdzorg.

2.2 Ontstaan in de opbouwfase van het lokaal sociaal domein De regio-aanpak HGKM is gemaakt in een periode van opbouw van het lokaal sociaal domein en de opbouw van de samenwerking in de keten huiselijk geweld en kindermishandeling. De regio-aanpak komt voort uit de Regiovisie 2015: “Voor een veilig thuis”. De regio-aanpak is een doorvertaling van deze regiovisie en opgesteld in 2016. Een jaar na de formele overdracht van taken naar gemeenten in het kader van de nieuwe Wmo en de nieuwe Jeugdwet. Een periode in de regio Gelderland Zuid, zoals in heel Nederland, met veel dynamiek en beweging in het sociaal domein. Met (deels nieuwe) organisaties en professionals die nog moesten ‘aarden’ in nieuw te vormen netwerken. Dat waren onder meer de lokale teams in de vorm van wijkteams, waarvan de positionering en de samenstelling per gemeente kan verschillen. Voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling springt de introductie van de regionale Veilig Thuis-organisaties in het oog. Landelijk vastgelegd in de WMO 2015 en met als opdracht aan gemeenten om in elke regio een Veilig Thuis-organisatie op te bouwen, aan de hand van landelijk (VNG) vastgestelde protocollen en handelingskaders.

In deze periode lukt het Veilig Thuis (VT) niet om beoogde doorlooptijden voor bepaalde diensten te realiseren, wat vervolgens leidt tot onder toezichtstelling van de Inspectie Jeugdzorg en de inzet van

2 De ‘DUVO-regio’ (m.b.t. de vrouwenopvang) is inclusief de gemeente Gennep. Gennep doet mee met de regio aanpak HGKM, maar hoort voor VT bij een andere regio. Dit maakt dat ze in de praktijk hier niet actief op zijn. Maasdriel en Zaltbommel horen bij de regio Den Bosch voor de vrouwenopvang. Zij doen mee met de regio aanpak HGKM: voor de vrouwenopvang (opvang, begeleiding slachtoffers en crisisopvang en coördinator mensenhandel) horen ze echter bij Den Bosch. Doordat ze wel met VT mee doen, zijn ze wel actief. 3 Voor Maasdriel en Zaltbommel geldt dat zij sinds 2 jaar wel een eigen inkoopregio vormen; de Bommelerwaard.

12/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

diverse verbetermaatregelen. Die interne problemen van VT leiden in deze periode onder meer tot het instellen van het zogenoemde routeeroverleg, gericht op de versnelde triage van de politiemeldingen en de toedeling van cases; het routeeroverleg werd gevormd door Politie, Veiligheidshuis, Jeugdbescherming Gelderland (namens de GI’s), bijzondere zorg GGD, lokale teams en Veilig Thuis. Na de introductie van het nieuwe handelingsprotocol in 2019 en het daarin vastgelegde veiligheidsbeoordeling door VT, is het routeeroverleg met ingang van juli 2020 gestopt. Dat verklaart ook dat in de periode 2016-2019 veel (bestuurlijke) aandacht uitging naar het functioneren van Veilig Thuis Gelderland Zuid. We hebben in het onderzoek geconstateerd dat veelvuldig het functioneren van VT en het functioneren van de keten als geheel aan elkaar worden gekoppeld. De aandacht voor het interne functioneren van Veilig Thuis Gelderland Zuid en de inzet op het versterken van de brede aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn door elkaar heen gaan lopen. Deze regio-aanpak komt ook voort uit de vrijheid die landelijk is gegeven in de inzet van DUVO-geld.

Het Ministerie van VWS heeft in het verleden aangegeven de financiering van de “vrouwenopvang/huiselijk geweld” via de centrumgemeente-constructie in stand te willen houden onder de voorwaarde dat er in de regio sturing en samenhang in het beleid komt, er een Regiovisie Huiselijk geweld en kindermishandeling wordt opgesteld en er consensus is over inzet van het (regionale) budget “vrouwenopvang”. Naast de lokale WMO budgetten is er vanuit de centrumgemeente Nijmegen het Decentralisatiebudget Vrouwenvang (DUVO) beschikbaar . Dit budget is door de gemeenten primair ingezet op regionale voorzieningen ten gunste van het stopzetten van geweld en regionaal specialistisch aanbod nodig om duurzaam herstel tot stand te brengen. Het is een taakstellend budget.

2.3 Opdrachtgeverschap van de regio-aanpak De regio-aanpak is een regionale afspraak tussen de 14 gemeenten in de regio Gelderland Zuid. Het opdrachtgeverschap voor de uitvoering van de regio-aanpak is niet eenduidig verbonden aan een bestuurlijke structuur. Het document regio-aanpak is in 2016/2017 afzonderlijk vastgesteld door alle betrokken raden en college’s van B&W. Vervolgens is de regio-aanpak vooral in het ambtelijk ‘circuit’ terecht gekomen en is daarmee de bestuurlijke verbinding met het onderwerp langzaam afgevlakt. De regio-aanpak kent een gezamenlijke regionale afstemming met centrumgemeente Nijmegen in de voortrekkersrol. Er is een regionaal ambtelijk projectteam en een netwerkoverleg waarin samen met ketenpartners uitvoering wordt gegeven aan de aanpak. Bestuurlijk wordt tevens aangesloten bij de stuurgroep Veiligheidshuis en de portefeuillehoudersoverleg (PFO’s) die bestaan voor de subregio’s Rivierenland en Rijk van Nijmegen. De centrumgemeente Nijmegen vervult ambtelijk een voortrekkersrol als het gaat om de thema’s op regionaal en landelijk niveau. In de praktijk betekent dit dat de regionaal coördinator – vanuit de gemeente Nijmegen – een trekkende rol speelt en het gezicht is van de regio-aanpak.

13/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

Al met al betekent dit dat het bestuurlijke opdrachtgeverschap diffuus is belegd en dat daardoor het bestuurlijk eigenaarschap niet breed is belegd. Dat heeft gevolgen voor de herkenbaarheid, de bestuurlijke agendering en daarmee voor de bestuurlijke kracht van de regio-aanpak.

2.4 Een mix van diverse activiteiten en projecten De regio-aanpak formuleert een aantal doelen op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Deze doelen zijn kwalitatief van aard gaan over het signaleren en stoppen van onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties en op het herstel van duurzame veiligheid. De doelen zijn niet verbonden aan kwantitatieve resultaten of uitkomsten. De regio-aanpak betreft primair de thema’s waarop de gemeenten samen optrekken. Deze evaluatie gaat dan ook niet over de activiteiten die lokaal zijn ingezet door gemeenten op dit onderwerp, maar primair op de inzet op de regionale thema’s. Gedurende de periode 2017-2020 is de invulling van de regio-aanpak stabiel geweest. Op hoofdlijnen onderscheiden wij een ordening in de regio-aanpak naar: •

De inzet op de verbetering van de kwaliteit en bijdragen aan de continuïteit van de inzet van een aantal bestaande organisaties die een stevige rol en opdracht hebben in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling, te weten Veilig Thuis, de hulpverlening aan slachtoffers van huiselijk geweld, de bijdrage aan het Centrum Seksueel Geweld Gelderland en het aanstellen van een zorgcoördinator mensenhandel.

•

Ontwikkel- of verbeterprojecten op het niveau van de keten. De verbetering en verspreiding van kennis, informatie en instrumenten met betrekking tot kindermishandeling en huiselijk geweld. Bijvoorbeeld als het gaat om onveiligheid die voorkomt uit complexe scheidingen (‘vechtscheidingen’), financiering en opzet van het omgangshuis regio Nijmegen, ouderenmishandeling en de aanpak van structurele onveiligheid door de inzet van de methodiek MDA++ . Versterking van samenwerking in de keten tussen betrokken partijen. Onder meer door het maken van samenwerkingsafspraken tussen diverse partijen in de keten.

De regio-aanpak is een programma dat jaarlijks wordt geactualiseerd en beschikt over een budget dat over de jaren heen is gegroeid. Voor de regio-aanpak was over de jaren 2017-2020 een budget beschikbaar dat opliep van 2,9 miljoen tot 4 miljoen euro in 2020. In de verdeling van deze financiële middelen wordt circa 80% van het budget besteed aan de verbetering van de kwaliteit en de continuïteit van VT, Moviera en CSG, circa 15% aan de genoemde ontwikkelprojecten en het versterken van de samenwerking en circa 5% aan overige zaken. In de loop van de drie jaar neemt het bedrag dat wordt besteed aan ontwikkelprojecten af en daarmee ook het aandeel in de totale uitgaven voor de regio-aanpak. Dit komt door de taakverzwaring van VT, waarvoor vanaf 2018 extra middelen aan de DUVO uitkering zijn toegevoegd. Financiering van de regio-aanpak komt dus primair vanuit de DUVO-middelen, die via de centrumgemeente lopen. Hierdoor zijn gemeenten in de regio enigszins onthecht van de uitvoering van het programma.

14/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

2018

2019

2020

DUVO Gelderland Zuid

2.955.383

3.804.762

Nb

Kwaliteitsverbetering VT

491.000

1.313.969

1.360.969

Begeleiding en opvang slachtoffers huiselijk geweld

1.656.000

1.847.235

1.926.105

Bijdrage aan CSG

65.625

74.657

80.252

Ontwikkelprojecten

522

Aanpak complexe scheidingen

80.000

111.152

148.432

Ouderen in veilige handen, ouderenmishandeling

120.000

76.880

76.880

Aanpak structurele onveiligheid/MDA++

--

Zie overig

95.675

Project kinderen in de opvang

--

Zie overig

67.230

Deskundigheidsbevordering

300.000

125.000

55.000

Toeleiding plegers naar zorg

22.000

35.800

9.537

Overig (onvoorzien, kosten ambtelijke inzet, bijdrage

224.958

195.542

214.845

(incl zorgcoördinator)( Moviera)

aan Gennep voor deelname andere VT etc) Totaal regio-aanpak

+133.316* 2 .955.383

3.948.450

4.034.745

NB: dit zijn de ramingen voor de uitgaven in het betreffende jaar * in 2019 zijn de uitgaven voor MDA++ en Kinderen in de opvang onder ‘onvoorzien’ geraamd Bron: voortgangsrapportages aanpak Huiselijjk geweld en kindermishandeling Gelderland Zuid 2018, 2019, 2020

De financiële verantwoording loopt via de P&C cyclus van de centrumgemeente Nijmegen. Over de uitvoering is in de periode 2016-2020 regelmatig gerapporteerd in de vorm van een jaarlijkse voortgangsrapportage. Deze rapportages waren niet direct gerelateerd aan de ‘performance’ van de

15/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

keten, maar berichten veeleer over de voortgang van de afzonderlijke trajecten van de regio-aanpak en het aantal meldingen en het functioneren van Veilig Thuis. Kwaliteit en continuïteit van organisaties

2.4.1 Kwaliteit en continuïteit organisaties Kwaliteitsverbetering VT Gedurende de gehele periode heeft VT financiële middelen ontvangen vanuit de regioaanpak voor de verbetering van de kwaliteit van de bedrijfsvoering en interne werkprocessen. Naast de reguliere bekostiging van de inzet van VT vanuit de exploitatie van GGD Gelderland Zuid. Feitelijk zijn deze middelen de bijdrage vanuit de centrumgemeente voor de uitvoering van de wettelijke taken van VT en zijn deze middelen dus ook niet gekoppeld aan de doelen zoals geformuleerd in de regio-aanpak. We hebben in het kader van dit onderzoek vastgesteld dat na een moeizame start, de kwaliteit van de dienstverlening door VT meer stabiel is geworden, dat er meer rust is ontstaan in de werkprocessen van VT. D aarmee heeft VT een meer stabiele en meer zichtbare plek in de keten gekregen. Ook het vertrouwen van de Inspectie in VT is hersteld. Subsidiering van hulpverlening De regio-aanpak omvat ook de subsidiering van een deel van de activiteiten van hulpverleningsorganisatie Moviera in de vorm van een jaarlijkse subsidie die wordt verleend vanuit de DUVO middelen, en daarmee vanuit centrumgemeente Nijmegen. Daarnaast voorziet deze zelfde subsidie in de bekostiging van de inzet van de coördinator mensenhandel, die regionaal wordt ingezet vanuit Moviera.

De regio-aanpak omvat ook de subsidieverlening aan het Centrum Seksueel Geweld (CSG), een gespecialiseerde centrum voor acuut seksueel geweld. Het werkgebied van het CSG beslaat de regio’s Gelderland Zuid en Gelderland Midden. Het is één van de 16 CSG’s in Nederland. Vanuit de centrumgemeenten Arnhem en Ede wordt de financiële bijdrage geleverd; voor de regio Gelderland Zuid loopt deze bijdrage via de regio-aanpak. Het is niet mogelijk is om de effecten van deze onderdelen van de regio-aanpak eenduidig en concreet vast te stellen. Ook omdat de inzet van de middelen verbonden is aan de opdracht om de beschikbaarheid van de dienstverlening en hulpverlening te waarborgen c.q. te verbeteren. De bijdrage vanuit deze regio-aanpak aan Moviera en CSG beschouwen wij primair als een bijdrage aan de continuïteit van de kennis- en zorg-infrastructuur geboden door gespecialiseerde instellingen met een duidelijke taakopdracht. Moviera heeft daarbij de opdracht meegekregen om de opvang af te bouwen en te ambulantiseren, en daarbij dichter tegen de wijkteams aan te gaan werken. Omdat afspraken met Moviera en CSG met andere centrumgemeenten samen worden gemaakt, is het lastig de opdracht helemaal toe te spitsen op de wensen en context van de regio Gelderland Zuid.

16/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

2.4.2 Ontwikkelprojecten en deskundigheidbevordering In het kader van deze evaluatie hebben wij ‘ingezoomd’ op drie ontwikkelprojecten gericht op de ontwikkeling en toepassing van nieuw instrumentarium: complexe scheidingen, ouderenmishandeling en MDA++. Deze projecten zijn merendeels vrij laat op gang gekomen en betrekkelijk kleinschalig georganiseerd. De verbinding van deze onderwerpen met de dagelijkse praktijk in vooral de lokale teams is daarmee beperkt. Daarom kunnen we nog niet spreken over tastbare resultaten en effecten. Wel is de aanpak zoals gevolgd in het traject Ouderenmishandeling veelbelovend, omdat het in sterke mate aansloot bij bestaande netwerken en bij de lokale motivatie en belang om hierop te acteren. Het is niet mogelijk om voor deze drie ontwikkelprojecten onderbouwde effecten te benoemen. Uit de evaluatie blijkt dat de vertaling van het nieuwe instrumentarium naar de reguliere uitvoering in bijvoorbeeld de lokale teams een opgave is. Dat heeft voor een belangrijk deel te maken met het feit dat de projecten op afstand van de teams zijn georganiseerd en dat de projecten voorzien in het aanreiken van nieuwe instrumenten en werkwijzen die niet altijd lijken te passen in de werkprocessen van de lokale teams.

Deskundigheidsbevordering in de vorm van het aanbieden van trainingen en scholing van aandachtfunctionarissen wordt door alle door ons gesproken professionals als waardevol beschouwd.

2.5 Conclusie: resultaten en effect van de regioaanpak De regio-aanpak heeft bijgedragen aan de versterking van de samenwerking tussen partijen actief in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De ambitie en doelen van de regio-aanpak worden gedeeld door alle betrokken partijen, maar is mede door de wijze van financiering en door het ontbreken van een eigen bestuurlijke structuur een programma dat betrekkelijk ‘low key’ opereert en bestuurlijk niet veel aandacht trekt. De aandacht is in de periode 2016-2020 vooral uitgegaan naar het functioneren en de financiering van Veilig Thuis Gelderland Zuid. De waardering van VT wordt daardoor vaak verward met de kwaliteit van de gehele regionale aanpak. Ook voor professionals is de zichtbaarheid van de regio-aanpak veelal beperkt. Professionals zijn bekend met c.q. aangesloten op individuele projecten, maar niet met de regio-aanpak als overkoepelend programma. Bij de start van de aanpak zijn geen meetbare, gekwantificeerde doelen geformuleerd en een vorm van monitoring opgesteld, waardoor het op dit moment niet mogelijk is vast te stellen in welke mate deze doelen zijn gerealiseerd. We waren geïnteresseerd in het effect van de regio-aanpak op veiligheid in relatie tot huiselijk geweld en kindermishandeling. Dat verband hebben we niet kunnen vaststellen.

Dat komt vooral door het feit dat er geen volledige en betrouwbare data is over (on-)veiligheid. In hoofdstuk 4 komen we daarop terug. De regio-aanpak bestond uit een verzameling van diverse thema’s en activiteiten gericht op het voorkomen, signaleren en stoppen van huiselijk geweld en kindermishandeling. De aandacht en inzet op het duurzaam herstellen van veiligheid in afhankelijkheidsrelaties is voorzichtig op gang gekomen, maar verdient de komende jaren meer aandacht.

17/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

De samenhang tussen deze activiteiten en projecten was beperkt. De door ons onderzochte ontwikkelprojecten zijn kleinschalig gestart, waardoor meetbare effecten nog achterblijven. Wel constateren we dat de regio-aanpak in sterke mate heeft bijgedragen aan de verheldering van de rol- en taakverdeling tussen Veilig Thuis en andere partijen actief betrokken bij dit onderwerp; wijkteams, politie, jeugdbescherming etc. Verder heeft de regio-aanpak een belangrijke bijdrage geleverd aan deskundigheidsbevordering in de wijkteams door kennisoverdracht via onder meer de inzet van aandachtfunctionarissen. Verder stellen we vast dat er veel aandacht is uitgegaan naar de versterking van de samenwerking tussen partijen in de regionale en lokale netwerken op het gebied van de jeugdzorg en minder op het gebied van de volwassenzorg en hulpverlening.

18/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

3. Kennis over (on)veiligheid in de regio Huiselijk geweld en kindermishandeling gaat over onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties. In het onderzoek is data bijeengebracht om een (cijfermatig) beeld te schetsen van de ontwikkeling van (on)veiligheid in de regio Gelderland Zuid. Dat heeft ook geleid tot meer inzicht in de beschikbaarheid en de bruikbaarheid van bestaande registraties en data; evenals inzicht in wat we nog niet weten. Er is niet 1 plek of organisatie in de regio waar alle data over dit onderwerp bijeen komt, en waarmee een sluitend beeld over (patronen van) onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties kan worden gemaakt. In de bijlage bij dit rapport is een tabellenboek opgenomen, met relevante data over dit onderwerp.

3.1 Kennis over prevalentie Op het niveau van de regio Gelderland Zuid is geen data beschikbaar over de prevalentie van huiselijk geweld en kindermishandeling. Er is data over het aantal meldingen bij VT, maar dat geeft geen accuraat beeld van de keren dat er daadwerkelijk sprake is van geweld en onveiligheid. Het WODC (Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum) heeft in 2019 schattingen gemaakt over het aantal verdachten en slachtoffers van huiselijk geweld (ten Boom, Wittebrood, 2019). De uitkomsten laten een daling van de geschatte aantallen zien. De onderzoekers zien echter geen aanleiding om te concluderen dat de prevalentie ook daalt, maar wijzen op veranderingen in de politieorganisatie die mogelijk tot veranderingen in de registratie heeft geleid. Een zelfrapportagestudie van het WODC uit 2017 wijst uit dat 5,5% van de Nederlanders in de afgelopen 5 jaar (tussen 2012 en 2017) slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. Het gaat daarmee om 6,2% van de vrouwen en 4,7% van de mannen. Een zelfrapportage onderzoek onder scholieren (Schellingerhout & Ramakers, 2017) laat zien dat ongeveer 12% van de scholieren tussen de 12 en 17 jaar te maken heeft gehad met kindermishandeling (10% van de jongens en 15% van de meisjes).

Daarnaast wees een informantenstudie onder professionals uit dat 3% van de kinderen tussen de 0 en 17 jaar een vorm van kindermishandeling heeft meegemaakt (Alink et al, 2018). Dit lagere percentage wordt hoogstwaarschijnlijk verklaard uit het feit dat dit onderzoek onder hulpverleners is uitgevoerd en dat het verwijst naar structurele, en ernstige vormen van geweld in vergelijking met het onderzoek onder scholieren. Daarnaast is in het scholierenonderzoek voor het eerst de samenloop van huiselijk geweld en kindermishandeling uitgevraagd. Hieruit blijkt dat jaarlijks bij 2,5% van de scholieren tussen de 12 en 17 jaar sprake is van mishandeling tegen het kind zelf, én van fysiek geweld bij ouders onderling (Schellingerhout & Ramakers, 2017). Toch benoemen de onderzoekers dat huiselijk geweld en kindermishandeling moeilijk meetbaar zijn, waarbij het helemaal lastig is om een ontwikkeling van de omvang over een bepaalde tijd te meten. Daardoor blijft er sprake van een ‘dark number’ als het gaat om dit onderwerp, en zal ook de opvatting van wat huiselijk geweld en kindermishandeling is verschillen.

19/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

3.2 Meldingen en adviezen Veilig Thuis De bron voor regionale data is op dit moment voornamelijk VT. De primaire taak van VT is het beoordelen en eventueel onderzoeken van meldingen en advisering van burgers en professionals, maar daarmee beschikt VT over veel data en potentieel ook over waardevolle informatie voor andere partijen in de keten. Op regionaal niveau is er data over de ontwikkeling van het aantal meldingen en adviezenbij VT. Met de duiding van deze datamaat voor (on-)veiligheid in de regio is voorzichtigheid geboden. Vooral omdat de bekendheid, de vindbaarheid en de rolopvatting van VT een grote invloed heeft op de omvang van het aantal meldingen en adviesvragen. Meldingen door slachtoffers De meldingsbereidheid van slachtoffers en van mensen of professionals die zicht hebben op onveiligheid is bepalend voor de mate waarin de data over het aantal VT-meldingen een accurate weergave is van onveiligheid. Onder slachtoffers is de bereidheid/vermogen tot melden beperkt. Ruim 1 op de 6 voorvallen van HG in de zelfrapportage (van Eijkern et al., 2018) van volwassenen is gemeld bij de politie (17%). Driekwart heeft het niet gemeld en 10% is onbekend. Vrouwen melden vaker dan mannen, en er wordt vaker gemeld bij fysiek letsel.

Mannen en vrouwen die een of enkele keren per jaar te maken krijgen met geweld door hun partner in de context van een ruzie (situationeel partnergeweld), doen meestal geen aangifte bij de politie. Zij hebben doorgaans ook geen behandeling van letsel nodig en zoeken geen onderdak in de opvang. Zij worden dus niet geregistreerd. Wel blijken zij bereid te zijn om die voorvallen te rapporteren in bevolkingsenquêtes (van Eijkern et al., 2018). Relatief weinig slachtoffers nemen contact op met een speciale organisatie als Veilig Thuis. Als ze er al met een professional over praten, is het vaak de huisarts (van Eijkern et al., 2018). Aantal meldingen groeit jaarlijks De regio Gelderland Zuid volgt het landelijke patroon van een groeiend aantal meldingen bij Veilig Thuis sinds 2015. De data is wat ons betreft pas echt stabiel vanaf 2018; vanaf dat moment wordt de data van alle VT’s landelijk verzameld en in een gelijk format gepubliceerd via het CBS dashboard ‘impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling’. In de periode 2017-2019 nemen de meldingen toe van circa 2.000 meldingen in 2017 tot circa 3.100 meldingen in 2019: een toename van circa 1.100 meldingen (Significant, 2020). Wel opvallend is dat het aantal meldingen per 10.000 inwoners in Gelderland Zuid lager is dan in andere regio’s.

20/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

Meldingen per 10.000 inwoners per VT-regio (2019) 120 113

100 80 60

80

80

77 53

40

43

20 0 Ontvangen meldingen Nederland (relatief)

Gelderland-Midden (relatief)

Gelderland-Zuid (relatief)

Hollands-Midden (relatief)

Rotterdam-Rijnmond (relatief)

Zuidoost-Brabant (relatief)

Dit groeiende aantal meldingen is niet direct een indicatie dat er ook meer sprake is van huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio, het kan ook duiden op een hogere meldingsbereidheid, of bijvoorbeeld een toename in het aantal hermeldingen per gezin. Over dit laatste punt wordt op dit moment door Veilig Thuis aanvullend onderzoek gedaan. Door in te zoomen op het aantal meldingen binnen de regio Gelderland Zuid worden de verschillen tussen de gemeenten in het aantal meldingen per 10.000 inwoners zichtbaar: Nijmegen en Tiel (ca. 60) vs. Zaltbommel en West Betuwe (ca. 28). Een sluitende verklaring voor dat grote verschil is er niet; het is wel een patroon dat ook landelijk bestaat, waarbij in grotere gemeenten meer meldingen per 10.000 inwoners binnenkomen. Verdeling meldingen per 10.000 inwoners 70 60 50 40 30 20 10 0

Helft 2017 (relatief)

2018 (relatief)

2019 (relatief)

21/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

Dit betekent overigens niet per definitie dat in de gemeenten Nijmegen en Tiel sprake is van meer onveiligheid in afhankelijkheidsrelaties; theoretisch gezien is het denkbaar dat het relatief hoger aantal meldingen voortkomt uit een grotere mate van alertheid onder professionals (onderwijs, zorg, etc); daarbij is het wel van belang om te onderstrepen dat in alle gemeenten 60-65% van de meldingen afkomstig zijn van de politie en onze aanname is dat binnen de politieorganisatie een gelijk ‘meldingsbeleid’ wordt toegepast. Het aantal politiemeldingen zoals zichtbaar in landelijke publicaties van data over VT (bijvoorbeeld in het onderzoek door Significant en data van CBS) was tot begin 2019 relatief laag in Gelderland Zuid in vergelijking met het landelijke beeld; de verklaring daarvoor ligt in het routeeroverleg dat tot 2019 plaatsvond en waarbij politiemeldingen in eerste instantie liepen via dit gezamenlijke routeringsplatform onder regie van het Veiligheidshuis. Doordat Veilig Thuis Gelderland Zuid de directe politiemeldingen naar VT en meldingen die binnenkwamen via het de routeeroverleg in aparte categorieën rapporteerde, lijkt het aantal politiemeldingen in landelijke vergelijkingen erg laag, terwijl dit waarschijnlijk niet het geval was.

In 2019 lopen de politiemeldingen weer mee in de reguliere meldingenprocedure van VT en komt het percentage politiemeldingen van het totaal aantal meldingen bij VT Gelderland Zuid weer op het landelijk gemiddelde. In de tweede helft van 2019 kwam 68% van de meldingen in Gelderland Zuid naar VT van de politie. Dit is vergelijkbaar met het landelijk beeld. Gelderland Zuid verschilt iets van het landelijk gemiddelde als het gaat om het percentage meldingen door burgers: in 2019 lag dit voor Gelderland Zuid op 11%, het landelijk gemiddelde was 7,5%. Adviesvragen Bijna 4.500 keer ontving Veilig Thuis Gelderland Zuid in 2019 een adviesaanvraag over huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarmee onderscheidt de regio zich van het landelijke beeld als het gaat om het aantal adviesvragen per 10.000 inwoners (vooral in combinatie met het relatief lage aantal meldingen per 10.000 inwoners) De cijfers laten hier geen eenduidige verklaring voor zien, maar dit kan er op wijzen dat VT niet alleen wordt gezien als ‘meldingen-loket’ maar ook als organisatie voor raad en daad. Gestarte adviezen per Veilig Thuis regio per 10.000 inwoners .

100 80

81 63

60

79 59

64

75

40 20

0 Gestarte adviezen Nederland (relatief) Hollands-Midden (relatief)

Gelderland-Midden (relatief) Rotterdam-Rijnmond (relatief)

Gelderland-Zuid (relatief) Zuidoost-Brabant (relatief)

22/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

Adviesvragers waren in Gelderland Zuid in 2019 vooral burgers (36%). Het type organisaties dat advies dat vooral advies vraagt zijn de gezondheidszorg (18%), jeugdhulp (12%), het onderwijs (8%) en de GGZ (5%). Wijkteams en jeugdteams vallen op basis van de CBS indeling van organisaties in de categorie jeugdhulp. Echter, deze cijfers gaan alleen over adviesaanvragen die binnenkomen bij VT. Initiatieven als het aansluiten van VT bij wijkteams en tijdens casuïstiekbesprekingen te adviseren zullen hierdoor maar beperkt terug te zien zijn in de data.

3.3 Overige bronnen van data en informatie Naast VT zijn er nog andere plekken in de regio waar relevante data wordt verzameld. De vrouwenopvang en de hulpverlening bij huiselijk geweld is een belangrijke bron van informatie. Veel slachtoffers van huiselijk en/of seksueel geweld melden zich – in het geval van de regio Gelderland Zuid bij Moviera als hulpverleningsorganisatie. In 2019 waren er in Gelderland Zuid 295 aanmeldingen bij Moviera, waarvan een deel heeft geleid tot intake. Zo zijn er in 2019 27 nieuwe trajecten ‘zorgcoördinatie slachtoffers mensenhandel’ gestart. Veel van de mensen c.q. de cases onder de hoede van Moviera worden vanzelfsprekend gemeld bij Veilig Thuis – vanwege de Meldcode – maar het is evenwel mogelijk dat deze meldingen niet altijd wordt gedaan vanwege het feit dat de hulpverlening is ingezet. Het Centrum Seksueel Geweld heeft als belangrijkste taak het helpen van slachtoffers van seksueel geweld, maar slachtoffers van huiselijk geweld kunnen er ook terecht. Het centrum richt zich zowel op Gelderland-Zuid als Gelderland Midden. In 2019 zijn er 190 consultatie en advies gesprekken geweest, een toename van 10% ten opzichte van 2018. 34% van de slachtoffers die zich meldde was woonachtig in of rondom de gemeente Nijmegen.

Voor bovenstaande organisaties geldt dat de aantallen relatief klein zijn, maar de ernst van de problematiek in de casuïstiek groot is. Ook laten de cijfers over de afgelopen jaren een stijging zien. Nu er meer kennis en aandacht voor signalering van deze problematiek is, is het niet onwaarschijnlijk dat deze aantallen nog verder zullen toenemen. Binnen de gemeente Nijmegen wordt gewerkt aan zogenoemde dashboard voor het sociaal domein voor intern gebruik; al langer bestaat een dergelijk instrument op het gebied van openbare orde en veiligheid. De gemeente koppelt hierin informatie van verschillende gemeentelijke bestanden aan elkaar, ook is het doel om een koppeling te maken met de informatie van de wijk- en regieteams, maar dit is tot op heden nog niet gerealiseerd. Meest opvallend is de beperkte verbinding in de dataverzameling en de duiding van data met het veiligheidsdomein. Zo wordt het dashboard met data van politiegegevens nog niet gekoppeld aan de gegevens van Veilig Thuis of de gemeente. Hierdoor is geen inzicht in bijvoorbeeld ‘hot spots’ op wijkniveau, of combinaties van problematiek in één gezin.

3.4 Slachtoffers en patronen van geweld en onveiligheid Onderzoek uit zowel de Verenigde Staten als Nederland laat zien dat vrouwelijke slachtoffers uit klinische groepen (zoals de vrouwenopvang en steunpunt huiselijk geweld) jaarlijks gemiddeld tien

23/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

keer zoveel geweldsincidenten hebben meegemaakt als vrouwelijke slachtoffers die worden gevonden in een algemene bevolkingssteekproef. Ook voor slachtoffers van (ex-)partnergeweld die bijvoorbeeld als gevolg van een melding bekend zijn geworden bij de politie geldt dat zij frequenter en ernstiger geweld hebben meegemaakt dan slachtoffers die niet bekend zijn bij de politie (A. ten Boom, K. Wittebrood, 2019). Uit de registratie van Veilig Thuis Gelderland Zuid blijkt dat 75% van de meldingen gaan over kindermishandeling en partnergeweld. Dat zegt nog weinig over de context en de historie van het geweld of de onveiligheid die hier aan de orde is. Zo wordt er bijvoorbeeld niet gerapporteerd over het aantal meldingen waarbij seksueel geweld van toepassing is. Ook kan het zijn dat bepaalde categorieën meldingen onder-gerapporteerd worden, doordat organisaties zoals Moviera tot voor kort geen melding maakten bij VT wanneer mensen zich rechtstreeks bij hen meldden. Sinds 2019 moet dit type organisaties volgens de nieuwe meldcode ook hun instroom melden bij VT, maar dit is mogelijk nog niet voor het hele jaar 2019 in de cijfers terug te zien.

Aard meldingen bij VT in 2019 1 600 1 400

1 400

1 200

1 010

1 000 800

535

600 400 200

350 150

65

60

0

Van belang is het lopende onderzoek van het Verwey Jonker Instituut naar kenmerken van de groep die te maken heeft met geweld in afhankelijkheidsrelaties. Verwey Jonker werkt aan een indeling van doelgroepen. In ontwikkeling en in die zin nog niet direct bruikbaar. Daaruit komt naar voren dat het merendeels gaat om gezinsproblematiek waarbij het geweld of de onveiligheid samenhangt met bijvoorbeeld een cumulatie van problematiek in het gezin op meerdere levensgebieden (inkomen, wonen, gezondheid, relatie etc) en met psychiatrische problematiek bij beide ouders. Meer dan de helft van de meldingen bij Veilig Thuis kunnen volgens Verwey Jonker worden verbonden aan deze groepen gezinnen. Een ander belangrijk aangrijpingspunt voor de versterking van de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling is zicht op patronen van herhaald geweld en onveiligheid. Een indicator om daar meer grip en zicht op te krijgen is de registratie en analyse van hermeldingen door Veilig Thuis; hermeldingen verwijst naar een opeenvolging van meldingen over personen die onderdeel zijn van

24/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

een gezin of een bepaald sociaal systeem. Zoals eerder genoemd is Veilig Thuis Gelderland Zuid ten tijde van deze evaluatie gestart met onderzoek naar hermeldingen.

3.5 Data over de werking van de keten Uit deze evaluatie blijkt dat er veel zicht is op de instroom bij Veilig Thuis en over de doorlooptijden van de dienstverlening van VT op onderscheiden diensten als veiligheidsbeoordeling, onderzoek en voorwaarden & vervolg. Er is weinig zicht op de intensiteit van de samenwerking binnen de gehele keten. Hierdoor is het moeilijk een kwantitatief beeld te geven van de samenwerking tussen de partners in de regio. Het verder inzoomen op deze overdrachten is moeilijk op basis van de beschikbare informatie van de verschillende partijen. Ook vanuit de andere partijen in de keten blijkt de beschikbare data (nog) ongeschikt om een beeld te kunnen schetsen van de intensiteit en kwaliteit van de samenwerking in de keten. Gemeenten in de regio hebben hun registratie apart opgezet wat betreft de wijkteams. Voor wat betreft de gemeente Nijmegen bleek bijvoorbeeld uit de registratiegegevens op gemeenteniveau dat deze geen inzicht geven in wanneer een wijkteam VT betrekt bij een casus of wanneer een wijkteam al betrokken is bij een casus en VT op een later moment de overdracht naar datzelfde wijkteam doet.

3.6 Bevindingen en conclusies Data is belangrijk, veel data wordt niet benut en dat is een gemiste kans. Koppeling van data geeft inzicht in patronen van (structureel) geweld en onveiligheid, en de aanpak van die patronen is de drijfveer voor de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld. Op regionaal niveau is er geen eenduidig en meerjarig beeld van de ontwikkeling van (on)veiligheid in afhankelijkheidsrelaties. Daarvoor moet gebruik worden gemaakt van landelijke cijfers of op basis van het aantal meldingen en adviesaanvragen bij Veilig Thuis moeten daarover aannames worden gedaan. Er is geen organisatie in de regio die systematisch de beschikbare data – vanuit verschillende bronnen – verzamelt, bundelt en voorziet van een duiding. Vooral in de combinatie met data uit het veiligheidsdomein. Dat is een gemiste kans, omdat daarmee geen beeld ontstaat van (lokale) patronen van geweld en onveiligheid en daarmee ook niet een verbinding gemaakt kan worden met regionale of lokale interventies. Er is veel ‘input-data’ (meldingen, adviesaanvragen) maar de kennis over de kenmerken van de slachtoffers is beperkt; we weten het aantal volwassenen, ouderen en kinderen. Met kenmerken bedoelen we niet zozeer leeftijd of aard van de melding, maar vooral de eventuele meervoudigheid van onderliggende problematiek en het historische patroon in geweld of onveiligheid van personen.

Meer en meer ontstaat een steeds beter beeld van de aard en intensiteit van de problematiek; verdiepend onderzoek is relevant. Dat is een kansrijke ontwikkeling.

25/55

Regio-aanpak Huiselijk geweld en Kindermishandeling Gelderland Zuid | Status: definitief

4. Samenwerking in de keten Een belangrijke voorspeller van de effectiviteit en kwaliteit van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling is de wijze waarop en de intensiteit waarmee partijen in de keten samenwerken. Niet één professional of organisatie is eigenstandig in staat om patronen van geweld of onveiligheid te doorbreken, te stoppen en om te zetten naar duurzaam (gevoel van) veiligheid. In dit onderzoek is getracht de ontwikkeling en kwaliteit van de samenwerking in de keten/netwerk in beeld te brengen. Allereest door duiding te geven aan het begrip keten in de (bestuurlijke) organisatie van de aanpak van HGKM in de regio. Vervolgens zoomen we in op de sleutelpartijen in de keten en de samenwerking tussen deze partijen. Tot slot wordt aan de hand van een analysekader waarin onderscheid wordt gemaakt in drie ontwikkelstadia van de keten, de ontwikkeling van de keten nader geobjectiveerd.

4.1 ‘De Keten’ HGKM bestaat niet Uit de analyse van de verschillende verbindingen tussen partijen, de organisatie van die verbindingen en de manier waarop meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling worden verwerkt en opgepakt, blijkt dat de aanpak van HGKM zich voltrekt in diverse lokale en regionale netwerken. Slechts voor een beperkt aantal organisaties is de aanpak van HGKM haar hoofdtaak: Veilig Thuis Gelderland Zuid, Moviera en het Centrum Seksueel Geweld Gelderland. ! De samenwerkingsrelaties tussen partijen zijn divers en worden bepaald door de verschillende routes waarlangs meldingen hun weg vinden na beoordeling en/of onderzoek door VT; die route wordt voor een belangrijk deel bepaald door de aard van melding, de leeftijd van de betrokkenen en van de aard en de intensiteit van de (mogelijk) onderliggende problematiek die heeft geleid tot geweld of onveiligheid. Vervolgacties op meldingen over HGKM in Gelderland Zuid komen op diverse manieren tot stand en op hoofdlijnen zijn er twee ‘routes’ die worden bewandeld: •

Jeugdketen: in deze ‘route’ hebben de lokale jeugd- of wijkteams een centrale rol in de regie over een cases voor zover de hulpverlening aan een kind of gezin plaatsvindt op vrijwillige basis. Op het moment dat inzet vanuit het zogenoemde gedwongen kader aan de orde is (open/of afschaling) dan heeft een Gecertificeerde Instelling (GI) op het gebied van jeugdbescherming en jeugdreclassering een centrale rol. In deze lokale en regionale netwerken werken wijkteams, jeugdzorginstellingen en GI’s met elkaar samen. De jeugdzorg is sterk in beweging geweest afgelopen jaren, het jeugdhulplandschap is opgeschud en heeft zich op nieuw moeten ‘zetten’. Het eigenaarschap ligt op lokaal niveau en deels op regionaal niveau (42 jeugdhulpregio’s). Dit leidt tot verschillen in hoe e.e.a. is georganiseerd in Gelderland Zuid. Er is sprake van een gelaagde sturing in het jeugddomein. Er is behoefte aan meer lokale regie enerzijds, en versterking van regionale regie op specialistische jeugdhulp en landelijke ontwikkelingen om bepaalde (zeer) specialistische hulpvormen bovenregionaal te organiseren; waaronder jeugdbescherming en jeugdreclassering. Daarbij speelt de zoektocht naar een goede afbakening van vrijwillige hulp, preventieve jeugdbescherming en jeugdbescherming vanuit het gedwongen kader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10280219/1