M17 Bijlage 1 - Transformatievoorstel Cultuurregio 025
Tekst van het document
TRANSFORMATIEVOORSTEL CULTUURREGIO 025
INHOUDSOPGAVE Transformatievoorstel Cultuurregio 025
p.02
Inleiding en leeswijzer
p.03
1. Regio 025: wat zijn we?
p.04
2. Cultuurregio 025 in context
p.08
3. Transformatievoorstel p.10 Regio 025 Herstelproces 3.1 Uitgangspunten p.10 3.2 Maatregelen p.11 4. Financiën p.23 5. Tot slot p.24 Separate bijlage: overzicht plannen instellingen
TRANSFORMATIEVOORSTEL CULTUURREGIO 025 Cultuurregio 025 is een samenwerkingsverband van 18 gemeenten, provincie Gelderland en de culturele sector. Dit Transformatievoorstel voor de cultuurregio 025 is op verzoek van de provincie Gelderland opgesteld in het kader van Herstelplan Covid-19. Het is door de wethouders cultuur van 15 van de 18 gemeenten in de Groene Metropoolregio vastgesteld: Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen en Zevenaar.1 De culturele instellingen in de betrokken regiogemeenten hebben input voor dit voorstel geleverd, die is gebruikt als een check voor de voorgestelde maatregelen. Dit Transformatievoorstel is aangeleverd bij Cultuur Oost, die met hun onafhankelijk advies het plan indienen bij de provincie Gelderland. De plannen van andere Gelderse regio’s wordt gelijktijdig aangeboden.
1 Om pragmatische redenen heeft de provincie de gemeenten Doesburg, Montferland en Mook en Middelaar, die wel tot de cultuurregio 025 behoren, voor het Herstelplan Covid-19 niet bij deze regio ingedeeld.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.2
INLEIDING EN LEESWIJZER
verbreden naar de regio. Hoe wij onszelf zien als regio, leest u in Hoofdstuk 1.
Een van de doelstellingen uit de provinciale Uitgangspuntennotitie Aanpak Cultuur en Erfgoed is het versterken van de culturele infrastructuur. De komst van COVID-19 heeft deze doelstelling onverwacht urgent gemaakt en vraagt ook om een andere invulling dan een jaar geleden kon worden voorzien. De coronacrisis legt de kwetsbaarheid van de sector en van cultuurinstellingen op alle fronten bloot: de productie- en presentatieprocessen, bedrijfsvoering, en financiering en organisatie van de sector. Als COVID-19 tot nu toe iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel dat alle partijen in de culturele sector kwetsbaar zijn in tijden van ingrijpende en snelle verandering. Samenwerking, binnen de sector maar ook met partijen daarbuiten en tussen overheden, is dan ook de onbetwiste basis voor een toekomstbestendige regionale infrastructuur. Vooral de opgaven die te maken hebben met innovatie en transformatie overstijgen al snel de capaciteit van de enkelvoudige instelling of organisatie. Samenwerking is daarbij niet een doel op zich, maar een middel om ambities en vooruitgang te realiseren. Het samen optrekken in het Herstelproces COVID-19 is een stevige eerste stap in de doorontwikkeling van cultuurregio 025.
Het regioprofiel 025 zoals het er nu ligt (Groeidocument 025 Arnhem Nijmegen) schetst hoofdzakelijk het (stedelijke) deel van de regio waar de rijks- en fondsgezelschappen en andere BIS-instellingen zich bevinden. Voor een volledig beeld van de cultuurregio zijn ook de regiogemeenten belangrijk, waar cultuurbeoefening een andersoortig karakter heeft dan in de stedelijke omgeving. Het is nu tijd om te delen met en
Dit Transformatievoorstel voor het Herstelproces raakt aan de opgaven van de Groene Metropoolregio, gericht op versterking van samenwerking in de regio Arnhem Nijmegen. Het betreft een groeiproces van en met de 18 regiogemeenten en er ligt inmiddels een actieprogramma voor 2021-2026. Een van de maatschappelijke opgaven is ‘Ontspannen Regio’, waar cultuur een belangrijk onderdeel van vormt. Maar wij zien het belang en de bijdrage van cultuur voor de maatschappij breder. Cultuur is fundamenteel voor een vrije samenleving. Het raakt aan burgerschap, inclusie, diversiteit, zelfontplooiing, cohesie, werkgelegenheid, en (niet onbelangrijk) ontspanning. Juist tijdens de coronacrisis zien we wat er wegvalt wanneer we niet meer naar het theater kunnen, een debatavond kunnen bijwonen, of gewoon samen met vrienden optreden in een amateurkoor. We spreken dan ook niet langer over dwarsverbanden met andere domeinen of opgaven. De culturele sector zit namelijk in alle domeinen verweven. Hoe wij deze brede context voor ons zien, beschrijven we in Hoofdstuk 2. In Hoofdstuk 3 benoemen wij de uitgangspunten en maatregelen van ons Transformatievoorstel, gevolgd door de financiële uitwerking in Hoofdstuk 4. We sluiten af met een aantal overwegingen die wij graag mee willen geven voor het vervolg.
In de bijlage geven wij een overzicht van de reacties die vanuit de sector zijn gekomen als bijdrage aan dit Transformatievoorstel.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.3
1.
REGIO 025: WAT ZIJN WE?
twee grote steden Arnhem en Nijmegen zijn gelegen op bosrijke stuwwallen. Zij worden omgeven door meerdere dorpen en kleinere steden in afwisselende landschappen: van uiterwaarden, loofbossen en boomgaarden tot polders, dijken en hoge zandgronden.
In de regio 025 komt het beste van twee werelden samen: het stedelijke en het landelijke. De landschappelijke, groene ligging van de gemeenten creëert een unieke sensatie Overal zijn de sporen te zien van een rijk van ruimte en kwaliteit, zowel fysiek als en turbulent verleden: historische landgoementaal. Dit maakt 025 tot één van de meest deren en buitenplaatsen (Gelders Arcadië), aantrekkelijke gebieden van Nederland om kastelen, gemalen, bunkers, dijkmagazijnen te wonen, te werken en te verblijven. In de en tichelgaten, steenfabrieken, middelgemeenten Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, eeuwse kerken en uiteraard de resten van Druten, Duiven, Heumen, Lingewaard, ons Romeinse verleden, waaronder castella, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, villa’s, grafheuvels en archeologische vondRozendaal, Westervoort, sten, die te zien zijn in muWijchen en Zevenaar wonen Samenwerken in 025: sea als Valkhof, Oriëntalis en ongeveer 700.000 mensen Cultuur- en erfgoedpacten Liemers Museum. De Tweede en vinden jaarlijks zo’n 2,7 Wereldoorlog heeft hier miljoen overnachtingen van In de Gelderse cultuur- en erfgoedruim zeventig jaar geleden bezoekers plaats.
pacten verbinden wij cultuur- en diepe sporen getrokken, iets erfgoedsegmenten op basis van wat we blijvend herdenken concrete voorbeelden, zoals inzet In 025 komen stedelijkheid, tijdens Bridge to Liberation op ‘De kunst van het maken’ of het dorpen en groen, cultuur in Arnhem, en onder andere festival ‘Echo van de tijd.’ Samen en creativiteit, erfgoed en in het Vrijheidsmuseum in historie, onderwijs en kennis ontwikkelen we de best practices en delen de kennis en expertise die Groesbeek en het Airborne bij elkaar. Wij kennen vele nodig zijn om een duurzame relatie Museum in Oosterbeek. Het kwalitatief hoogwaardige thema Vrijheid leeft zeer te onderhouden tussen cultuur en natuurrijke gebieden, zoals erfgoed. In onze regio kennen wij al sterk in regio 025, zowel de Hoge Veluwe, Lingezegen, onder de inwoners als in de drie succesvolle pacten: ‘Gelders Land van Maas en Waal, Arcadië’, ‘Leven in de Liemers’, ‘Rijk culturele en erfgoedsector, Ooijpolder, Posbank, Hatertse waar veel rond dit thema van Nijmegen’ en ‘Anders kijken en Overasseltse Vennen wordt samengewerkt. Zo naar de omgeving’. en de Gelderse Poort. heeft het Cultuur- en erfKarakteristiek zijn ook de goedpact Rijk van Nijmegen drie grote rivieren die door deze periode het thema ‘Leven in Vrijheid’.
Na het land trekken, Waal, Rijn en IJssel, en een 75 jaar vrijheid werken de regiogemeenten vierde schampt er tegenaan: de Maas. Deze en provincie samen om dit thema verder te rivieren vormden in het verleden natuurlijke verankeren en door te ontwikkelen, waarbij barrières. Zij werden gebruikt voor de verdewe het herdenken van bevrijding transformediging van steden en landstreken. Een marren naar nieuwe vormen. kante linie was de Romeinse Limes, gevormd door de Rijn. Later vormden de rivieren een Dat erfgoed een belangrijke betekenis belangrijke linie tijdens de 80-jarige oorlog. heeft in 025, blijkt uit de vele (amateur) Maar ook tijdens WO II werden de rivieren geinstellingen en verenigingen die zich bezigbruikt als linie om het land te verdedigen. De houden met het cultureel erfgoed. Er zijn
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.4
meerdere samenwerkingsverbanden zoals het Romeinennetwerk, Het Erfgoed studiehuis Land van Maas en Waal, in meerdere gemeenten bestaat een erfgoedberaad en erfgoedplatforms. Rondom de Tweede Wereldoorlog werken onder andere de stichtingen WO2GLD en Never Forget Them, en Liberation Route intensief samen.
film, letteren, beeldende kunst, vormgeving en mode. De (inter)nationale top is hier aanwezig, evenals een bloeiende amateurkunst. Elk dorp heeft zo zijn harmonie of fanfare, toneelvereniging, zangkoor of (volks) dansgroep.
De culturele keten bestaat uit: • een brede basis van amateurkunst, culGroen en erfgoed worden in 025 gekoppeld tuureducatie en een vitale humuslaag van aan cultuur. Het monumentale landschap kleine initiatieven; verbinden we aan de verhalende aspecten • een innovatief middensegment met van onze cultuurhistorie, zowel inhoudelijk makers, gezelschappen, kleine en middelals kwalitatief. Dit geeft deze regio zijn uniegrote podia, (kunst- en erfgoed)musea en ke identiteit binnen Gelderland. Historische festivals, expositieruimten, creatieve ondergebouwen krijgen een nemers, broedplaatsen en Samenwerken in 025: tweede leven door ze in te productiehuizen; Gelderse Podia werken samen! • een top van instellingen zetten voor cultuur, zoals de Theaterkerk in Bemmel, de van bovenregionaal belang, De Gelderse podia spreken tegenArnhemse Eusebiuskerk en met nationale uitstraling: woordig met één mond. Wij zien dit de Honigfabriek en NYMA in de rijksgefinancierde (BIS-) terug in de reactie op onze uitvraag Nijmegen. Veel activiteiten instellingen, grote kunst- en voor dit Transformatievoorstel. Onze vinden buiten plaats of erfgoedmusea en festivals, podia stellen voor sámen te werken maken gebruik van de groede grote schouwburgen en aan digitalisering, en sámen roepen ne omgeving: in openluchtconcertzalen. zij op tot een provinciaal garantietheaters zoals De Goffert in fonds.
Deze samenwerking heeft Nijmegen en de Pinkenberg een duidelijke aanloop. De podia in In 025 kan een scholier uit in Rozendaal, de festivals in Duiven op school kennismaonze regio hebben duidelijk gekohet Arnhemse Sonsbeekpark zen meer te werken vanuit gedeelde ken met muziek, klarinetles of in het buitengebied rond belangen. Op lokaal niveau zien we krijgen op de muziekschool Nijmegen (Op ‘t Eiland) van een orkestlid van Phion, dit bijvoorbeeld terug in het delen en Beuningen (Down the spelen in het harmonie-orvan back office, zoals gedeelde Rabbit Hole), en musea zoals programmeurs (en afstemming op kest van De Liemers, repehet Openluchtmuseum in inhoud) in de steden. Deze succes- teren in de Popoefenruimte Arnhem. Juist in deze tijd van sen heeft ons geïnspireerd zulke in Zevenaar, met zijn samenwerking op bedrijfsvoering fysieke beperkingen bieden jazzbandje een demo opregiobreed te willen stimuleren (zie de vele buitenplaatsen, parnemen op de Jacobiberg in ken en landgoederen nieuwe ook maatregel 2). Arnhem, studeren aan ArtEZ mogelijkheden om cultuur te Conservatorium en optreden presenteren. in De Vereeniging in Nijmegen of tijdens de opening van het cultureel seizoen in 025. Regio 025 kent een eigen culturele signaEn wie weet wordt hij ooit zelf klarinettist in tuur en kracht.
Bijzonder is dat nagenoeg Phion en geeft ook hij weer les aan kinderen de complete culturele keten van opleiding, en jongeren. Of vliegt hij nog verder uit... We productie en presentatie in 025 aanwezig is zijn trots op onze talenten en blij als ze ooit voor alle kunstvormen: toneel, muziek, dans, besluiten weer terug te keren en hun kennis
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.5
en ervaring door te geven. En de beweging geldt ook andersom: een cabaretgezelschap uit Arnhem kan try-outs geven in Theothorne in Dieren, danstalenten uit de steden kunnen zich verder bekwamen in urban dance bij Studio26 in Velp en conservatoriumstudenten van ArtEZ volgen workshops bij het Ruysdaalkwartet tijdens het ZOOM! Kamermuziekfestival in onder andere Rozendaal. Wij zien onze culturele keten als een cirkel die voorziet in kennismaking, beoefening, scholing, ontwikkeling, professionalisering, doorstroming en vernieuwing. Essentie van deze cirkel is dat hij continu in beweging is en dat alle onderdelen onderling samenhangen. Van de basis waar cultuureducatie en amateurkunst plaatsvinden, tot het topsegment met de rijksgezelschappen: elk onderdeel werkt op zich weer inspirerend voor elk ander onderdeel. Zonder (cultuur) educatie geen cultuur minnend publiek en geen kweekvijver voor talent. Zonder talent geen aansprekende, vernieuwende culturele uitingen. En zonder dit alles geen excellentie.
Cultuureducatie
TOP segment
Kleine gezelschappen, Onderwijs theaters, festivals, Amateurmusea kunst & -erfgoed beoefening
Het merendeel van de grote culturele voorzieningen in 025 concentreert zich in de twee grote steden, Arnhem en Nijmegen.
Zij hebben de afgelopen tijd hierin flink geïnvesteerd, en doen dat nog steeds. Denk aan Doornroosje, LUX, Focus Filmtheater, Rozet, de Vereeniging, de Bastei en Museum Arnhem. De komende jaren blijven we werken aan de basisinfrastructuur met onder andere de Lauwersgrachtalliantie (de toekomstige renovatie van Stadstheater Arnhem en uitbreiding door inwoning van Toneelgroep Oostpool en Introdans), de verbouwing van museum Valkhof ten behoeve van de brede regionale erfgoedverbinding (zoals de Romeinse Limes) en de toekomstige verbouwing van Stadsschouwburg Nijmegen tot public space. De grote podia en musea in de regio hebben een belangrijke functie in het bedienen van een breed publiek. Zij trekken bezoekers uit de wijde omtrek met een programma waarin werk van zowel lokaal talent als grote nationale en internationale namen is te zien of te horen. Dit inspireert de vele actieve amateurbeoefenaars in onze regio, van beeldende kunst en archeologie en geschiedenis tot toneel, zang en (pop)muziek. 025 kent een rijk verenigingsleven en veel actieve cultuurparticipatie, waarbij de lokale podia en buurtcentra een wezenlijke en onmisbare spil vormen, ook in sociaal-maatschappelijk opzicht. Als regio zijn we daarmee één complementair geheel: eenheid in verscheidenheid.
Bijzonder in 025 is tot slot de combinatie van creatieve opleidingen zoals ArtEZ, Hogeschool Arnhem Nijmegen en ROC Rijn IJssel met de ‘groene’ hbo-opleiding Van Hall Larenstein en de wetenschappelijke opleidingen van Radboud Universiteit. In Cultuurregio 025 komen stedelijkheid en groen, cultuur en creativiteit, erfgoed, onderwijs en kennis, en een cultuurminnende populatie bij elkaar. We zijn een bruisende regio, zoals The Economic Board het terecht benoemt. De concurrentie is gezond, de
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.6
afstanden (‘lijntjes’) zijn kort en de maat is menselijk. Samen met bedrijfsleven en onderwijs hebben wij de kennis, ruimte, creativiteit en expertise om innovatieve opgaven aan te gaan, of deze nu cultureel, economisch, ruimtelijk of sociaal-maatschappelijk van aard zijn. We zijn een springplank voor talent. Talent dat we nodig hebben om te bouwen aan een leefbare, kleurrijke en duurzame Groene Metropoolregio.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.7
2.
CULTUURREGIO 025 IN CONTEXT
De combinatie van overdadig groen, een omvangrijke culturele en creatieve sector en de aanwezigheid van instellingen voor hoger en wetenschappelijk onderwijs, leiden tot een (zeer) vruchtbaar klimaat voor economische en sociaal-maatschappelijke ontwikkeling. Dit maakt de regio aantrekkelijk(er) als vestigingsplaats. 025 is dan ook een groeiregio.
den van ‘place to buy’ naar ‘place to meet’. Het Modekwartier in Arnhem laat zien hoe creativiteit kan bijdragen aan leefbaarheid en levendigheid. Cultuur en creativiteit dragen bij aan een aantrekkelijk woon- en werkklimaat en zijn daarmee onderdeel van de vestigingsfactoren en de agglomeratiekracht van onze ‘Groene Groeiregio’.
In de opgave ‘Productieve Regio’ zien we aanknopingspunten bij de speerpunten Vestigingskwaliteit van werklocaties, Human capital en Ondernemerschap in het MKB. De De groei van de regio wordt in samenhang cultuursector is een belangrijke werkgever. door de 18 regiogemeenten vormgegeven De sector (inclusief media) is verantwoordeonder de noemer Groene lijk voor 4,5% van de landeMetropoolregio. Deze saSamenwerken in 025: lijke werkgelegenheid, met menwerking kent meerdere Land van de Limes uitschieters in de steden. Het opgaven waar wij met ons is zelfs in bruto binnenlands Transformatievoorstel een Regio 025 is een duidelijke grensproduct meer dan twee keer bijdrage aan kunnen leveregio, nu en in het verleden. Als zo groot als de sector landgrens van het Romeinse Rijk was de ren. Cultuur draagt bij aan bouw, bosbouw en visserij.2 Limes een belangrijk verdedigingscreativiteit, die nodig is om Voor een gezond cultureel en bolwerk, waarlangs werd gehandeld te komen tot innovatie om creatief klimaat is het van en verschillende groepen mensen nieuwe oplossingen te bebelang talent te ondersteumet verschillende achtergronden denken voor de opgaven die nen en stimuleren, onder samenkwamen. op ons afkomen. andere door beschikbaarheid Niet alleen historisch is de Limes van voldoende en betaalbare Wij herkennen ons allereerst een knooppunt, maar ook cultureel.
werkruimten, netwerkvorWaar mensen samenkomen ontin de ambitie van de opgave staat uitwisseling. Regio 025 maakt ming voor zzp’ers, de verbin‘Ontspannen Regio’, om ding tussen kunstvakonderzich daarom hard om de Romeingroei in balans te brengen wijs en de cultuursector en se Limes uit te laten roepen tot met onze leefkwaliteit en de UNESCO Werelderfgoed. Dit doen we bedrijfsleven, en de inzet van aantrekkelijkheid van culcreatieve (denk)kracht voor samen met de andere Nederlandtuur, recreatie en landschap. stedelijke opgaven. se Limesregio’s in Zuid-Holland, Belangrijk element daarin Utrecht en Duitse grensregio’s. is het structureel koppelen Tot slot levert cultuur ook een van cultuur en erfgoed aan bijdrage aan tal van opgaven toerisme en recreatie. We zien verbindingen in het sociale domein, zoals het tegengaan met de volgende speerpunten: Duurzaam van laaggeletterdheid, het bevorderen van toerisme, Sterk regionaal cultuuraanbod, sociale cohesie, bestrijding van eenzaamBruisende Binnensteden en krachtige kernen heid en de integratie van nieuwkomers. en de Economische Structuurversterking Kunst en cultuur zijn belangrijk voor het sobinnensteden en kernen. Cultuur en creaciale klimaat en de leefbaarheid van de regio.
tiviteit hebben bijvoorbeeld een (bewezen) Kunst en cultuur verbinden en verrijken alle belangrijke rol in de transitie van binnenstelagen van de samenleving en sluiten nie2 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/29/bijdrage-cultuur-en-media-aan-economie-3-7-procent
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.8
mand uit. Dit geldt voor de binnensteden, op wijkniveau en in de (dorps)kernen. Culturele uitwisseling kan bij uitstek een brug slaan tussen verschillende bevolkingsgroepen en (sub)culturen. Het brengt mensen samen en helpt hen maatschappelijke vraagstukken te begrijpen en aan te gaan. Het is kortom van belang voor Cultuurregio 025 om onderdeel uit te maken van de uitwerking van diverse integrale beleidsopgaven waar overheden, bedrijfsleven, industrie en onderwijs in 025 samen aan werken. We zien aanknopingspunten bij onder andere het Strategisch Plan 2020-2025 van The Economic Board, de Uitvoeringsagenda toeristisch toekomstperspectief regio Arnhem Nijmegen, de MKB Deal Arnhem Nijmegen en de Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen en Food Valley.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.9
3.
TRANSFORMATIEVOORSTEL REGIO 025 HERSTELPROCES 3.1
UITGANGSPUNTEN
Bij het opstellen van dit Transformatie voorstel hebben wij de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. We houden de culturele cirkel van educatie, productie en presentatie en het doorstroomprincipe in werking. We zien daarbij een verschil tussen stad en dorp, onder andere in soort en omvang van instellingen en het bereik dat zij hebben. Wij erkennen deze verschillen en willen deze op positieve manier inzetten door gebruik te maken van elkaars kracht en expertise, en elkaar wederzijds te voeden en te versterken. 2. De regio 025 is een complementair en gelijkwaardig geheel en wij erkennen de diversiteit van de betrokken gemeenten. We beschouwen 025 als één omvangrijke ‘cultuur- en erfgoedmarkt’, die zich gezamenlijk nog beter laat bedienen, juist door de sterke punten van de regiogemeenten te bundelen en gebruik te maken van hun eigenheid. 3. We betrekken de sector bij dit Transformatievoorstel en de uitwerking. In 025 werken we van onderop, wat wil zeggen dat de sector zelf verantwoordelijk is voor de benodigde transformatie. Dit mag en kan per discipline, gemeente, segment of organisatie verschillen. Bij de totstandkoming van dit Transformatievoorstel hebben wij de sector gevraagd innovatieve plannen op te stellen die bijdragen aan een toekomstbestendige regionale infrastructuur en die vragen om bovenlokale ondersteuning.
Er zijn vijftig reacties binnengekomen die het brede veld
vertegenwoordigen, van amateur tot top, van erfgoed tot beeldende kunst en cultuureducatie. De reacties vormden een goede toets op de knelpunten en maatregelen die zijn geformuleerd. Veel plannen sluiten aan bij een van de maatregelen. Daarnaast geven zij ook input voor de twee andere trajecten die momenteel lopen: de doorontwikkeling van cultuurregio 025 en versterking van de brede regionale samenwerking Arnhem Nijmegen in de ‘Ontspannen regio’. In de bijlage vindt u het overzicht van de reacties. 4. Samenwerking in de regio is de onbetwiste basis voor een toekomstbestendige regionale infrastructuur. Niet als doel op zich, maar als een middel om ambities en vooruitgang te verwezenlijken. We willen bestaande instellingen, organisaties en netwerken stimuleren en ondersteunen om zelf de benodigde innovatie en transitie in gang te zetten. 5. Wij haken zoveel mogelijk aan bij wat er al is in de uitwerking van de maatregelen uit dit Transformatievoorstel. We werken nauw samen in verbanden en -structuren zoals de diverse Cultuur en Erfgoedpacten3, het regionaal steunpunt Erfgoed Gelderland, Cultuurnetwerk Arnhem en Cultuurnetwerk Nijmegen, Schakel025, Cultuur Academy, Cultuur Oost, de convenanten Cultuureducatie, het regionaal bureau voor toerisme (TVAN), et cetera.
Ook werken we samen in de uitwerking van de provinciale Thematische verhaallijnen (‘belevingsgebieden’), zoals Gelders Arcadië, De bevochte Veluwe, Vrijheid, Kastelen & Buitenplaatsen en Romeinse Limes. Hiermee sluiten we aan op provinciaal en regionaal (toeristisch) beleid. Deze bestaande samenwerkingsverbanden en thema’s zullen worden ingezet bij de uitvoering van het Herstelproces in 025.
3 Gelders Arcadië (Arnhem, Renkum, Rheden, Rozendaal, Wageningen), Noord-Veluwe (Heerde, Hattem, Oldebroek, Epe, Elburg, Nunspeet, Ermelo, Putten en Harderwijk), Achterhoek (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doesburg, Doetinchem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk), Rivierenland (Buren, Culemborg, Geldermalsen, Maasdriel, Lingewaal, Neerijnen, Neder-Betuwe, Tiel, West Maas en Waal en Zaltbommel), Rijk van Nijmegen (Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Nijmegen en Wijchen), Overbetuwe/ Lingewaard.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.10
6. Wij zijn primair verantwoordelijk voor ondersteuning en instandhouding van de lokale infrastructuur (exploitatie instellingen). Dit sluit exploitatieproblemen uit, evenals activiteiten zonder overdraagbaar resultaat of effect uit. Gemeenten zijn voornemens de (rijks)middelen uit het Gemeentefonds (Decembercirculaire 2020) bedoeld voor cultuur ook daadwerkelijk aan cultuur te besteden.4 Het provinciale herstelproces draagt bij aan innovatie en transitie van de regionale infrastructuur op de (middel)lange termijn. 7. Duurzaam resultaat. Dit is een eenmalige impuls, dus is het zaak ervoor te zorgen dat wat nu wordt ondernomen ook daadwerkelijk bijdraagt aan de toekomstbestendigheid van de regionale infrastructuur. Een belangrijk element daarbij is de overdraagbaarheid van resultaten en het delen van best practices. We zullen dit als voorwaarde opnemen in de uitwerking van onze maatregelen. Daarnaast is het van belang cultuur mee te nemen in bestaande integrale samenwerkingsverbanden en -structuren, zoals het Strategisch Plan 2020-2025 van The Economic Board, de Uitvoeringsagenda toeristische toekomstperspectief regio Arnhem Nijmegen, de MKB Deal Arnhem Nijmegen, en de Verstedelijkingsstrategie Arnhem Nijmegen en Food Valley.
3.2
MAATREGELEN
COVID-19 heeft grote gaten geschoten in de verschillende onderdelen van de culturele cirkel. De samenhang binnen lokale gemeenschappen en de totale regio staat daardoor onder druk. Zo hebben de kleinere podia en theaters in de regio, met minder dan 300 stoelen, hun inkomsten zien verdwijnen terwijl zij tot nu toe niet voor noodsteun in
aanmerking komen. Deze podia en theaters zijn belangrijke voorzieningen in de lokale gemeenschappen. Niet alleen als tussenschakel voor talent (eerste podiumervaringen) en als repetitieruimte voor amateurbeoefening, maar zij hebben veelal ook een sociale functie als ontmoetingsplek, voor de (dorps)kernen zelf en het buitengebied. Voor een aantal kleinere podia en theaters in regio 025 geldt dat zij mogelijk verdwijnen als er geen extra steun voor hen komt. Gemeenten proberen dit uiteraard allereerst zelf op te vangen, maar daarvoor zijn met name in de kleinere gemeenten niet altijd voldoende middelen. Wij leveren graag een bijdrage aan de overwegingen voor afhandeling van de motie die is aangenomen door Provinciale Staten omtrent de ondersteuning van de kleinere podia.5 In de regio 025 zijn vier terreinen waarop ondersteuning nodig is om te komen tot een duurzame infrastructuur: amateurkunst (inclusief cultureel erfgoed), cultuureducatie en het top- en middensegment. In dit Transformatievoorstel beschrijven we op elk van deze terreinen de knelpunten, mogelijke maatregelen en de financiële vertaling. Doel van dit voorstel is de kwetsbaarheid van de culturele en erfgoedsector en instellingen in 025 te verlagen en de weerbaarheid en flexibiliteit te verhogen. De maatregelen bieden handvatten voor de sector om zelf de benodigde veranderingen en innovaties door te voeren.
A. TOP- EN MIDDENSEGMENT KNELPUNTEN
De exploitatie van culturele instellingen in het top- en middensegment van de sector staat onder druk als gevolg van COVID-19. De coronacrisis legt de kwetsbaarheid van de
4 Dit is onder voorbehoud van besluitvorming die nog in een aantal colleges hierover moet plaatsvinden. 5 Motie 20M62: Kleine podia en theaters in Gelderland, dd. 11-11-2020.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.11
sector en van deze instellingen op een aantal punten bloot: • productie- en presentatieprocessen (veelal nog offline en afhankelijk van fysieke locaties); • de financiering van cultuur (verouderde verdienmodellen, beperkte afzetmarkten); • bedrijfsvoering en manier van werken (veelal stand alone, soms deels afhankelijk van inzet onbetaalde krachten). De ruimte en middelen voor innovatie en professionalisering - nodig voor een transitie naar meer weerbaarheid en flexibiliteit - zijn daarbij over het algemeen beperkt. Een deel van deze knelpunten is niet nieuw. Zaken als uitbreiding en verdieping van publieksbereik en -benadering (nieuwe, andere publieksgroepen), het aanboren van nieuwe afzetmarkten en het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen, spelen al langere tijd. COVID-19 maakt dit alles wel urgenter en daaruit volgt de noodzaak ze nu het hoofd te bieden. We zien dit bovendien als een kans om de sector te innoveren en te verduurzamen.
INNOVATIE EN TRANSITIE Innovatie en transitie voor het top- en middensegment zijn nodig op de volgende punten: • Ontwikkeling van en experimenteren met andere, nieuwe manieren van produceren en presenteren (zowel artistiek als technologisch) en daarmee ook ander en nieuw publiek bereiken. • Nieuwe, structurele samenwerkingsverbanden op groter schaalniveau, ook binnen bedrijfsvoering (professionalisering). • Andere verdienmodellen ontwikkelen, nieuwe afzetmarkten vinden (ook buiten de culturele sector: bedrijfsleven, industrie, sociaal domein).
Dit sluit aan bij de transitie-opgaven die de Raad voor Cultuur onlangs benoemde in zijn advies Onderweg naar overmorgen (november 2020). Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat we niet streven naar méér (aanbod, activiteiten) maar naar ánders. Culturele partners weten elkaar over het algemeen prima te vinden als het gaat om artistieke, programmatische samenwerking. Deze is veelal incidenteel en projectmatig van aard. Om de sector echter daadwerkelijk meer weerbaar en flexibel te maken, is ook structurele samenwerking op andere vlakken nodig: organisatorisch en bedrijfsmatig (expertise, kennis, personeel, administratief, inkoop etc.) of fysiek (locaties, ruimte, faciliteiten). We zien al de nodige initiatieven in de sector om kostbare en complexe innovaties samen op te pakken, zowel lokaal, regionaal als provinciaal. De Gelderse VSCD-theaters werken aan een plan om met behulp van digitalisering de overgang te maken van het klassieke podium zoals wij dat nu kennen, naar een mediatheater. De buitenfestivals willen een speciale app ontwikkelen, er zijn plannen voor een Productie Uitzendbureau en een Vrijwilligerscentrale voor de hele regio. Het is goed te zien dat professionele partijen hier het voortouw in nemen, belangrijk is dat ook andere organisatie, zoals in het amateurcircuit, hierop mee kunnen liften (zie ook Maatregel 1 Amateurkunst).
Dit verknopen van de diverse lagen (professioneel - midden - amateur) is een belangrijke succesfactor voor een weerbare en toekomstbestendige regionale infrastructuur. Er zijn volop kansen om door middel van krachtenbundeling te komen tot nauwer en slimmer samenwerken. Dat kan gaan om een personeelspool, detachering, shared services, scholing van personeel, het delen van locaties en gebouwen, gezamenlijke marketing of ticketing, et cetera. Mogelijk zijn er manieren om structureel de kosten
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.12
te verlagen waardoor zowel meer geld vrij komt voor innovatie en programma en men tegelijkertijd meer slagkracht heeft in roerige tijden. Kortom: niet méér maar ánders. Dit is ook het uitgangspunt bij de voorgestelde maatregelen.
MAATREGELEN De regio 025 stelt de volgende set van maatregelen voor: 1) Innovatie in productie en presentatie Het merendeel van de instellingen in de regionale infrastructuur heeft productie of presentatie als kernfunctie. Het ondersteunen en stimuleren van innovatie op deze functies is dan ook van groot belang. Een belangrijke opgave voor de sector is innovatie in publieksbereik en het aanboren van andere, nieuwe afzetmarkten en -kanalen. De samenstelling van de bevolking verandert in demografie, opbouw en samenstelling (meer divers) en nieuwe generaties hebben andere behoeften en gewoonten als het gaat om cultuurconsumptie. Daarnaast geldt in deze tijd dat met het veranderen van aanbod en aanbiedingswijze, en met een verminderde zichtbaarheid, het van belang is nieuw publiek aan te boren, bestaand publiek te behouden en lokaal (live) publiek te zoeken. Ook het uitbreiden van haar werkterrein naar andere sectoren dan de culturele, zoals het bedrijfsleven, (semi-)overheid en het sociale domein, kan de weerbaarheid van de sector verhogen. Het gaat dan veelal om werken in opdracht. Deze uitbreiding van publieksgroepen, afzetmarkten en -kanalen, en in het verlengde daarvan het ontwikkelen van nieuwe verdienmodellen, creëert meer draagvlak voor de sector en maakt haar minder kwetsbaar. Doel is: • Culturele instellingen in staat stellen te
innoveren in nieuwe vormen van productie en presentatie, • daarmee andere vormen van publieksbenadering en nieuwe afzetmarkten en verdienmodellen te ontwikkelen, • en hierin nieuwe samenwerkingsverbanden te vinden. Innovatieprocessen zijn intensief en kostbaar, denk bijvoorbeeld aan het ontwikkelen van digitale diensten of voorzieningen. Samen optrekken is in dergelijke processen effectiever en minder kostbaar. Voorwaarde voor deze maatregel is dat niet-vrijblijvend wordt samengewerkt met andere partners, hetzij binnen, hetzij buiten het culturele domein. Wij vragen culturele partijen met plannen te komen om in onderlinge samenwerking experimenten en innovatie in productie en/of presentatie van het culturele product te realiseren. Wij reserveren € 2.700.000,-van het totale provinciale transitiebudget voor innovatie van productie en presentatie van het culturele aanbod in de regio. Specifieke voorwaarden voor deze maatregel stellen we graag gezamenlijk met de provincie vast, maar we denken bijvoorbeeld aan een duidelijk omschreven collectief belang (de eigen instelling overstijgend) en overdraagbaarheid van de resultaten. Ook samenwerking kan een belangrijke voorwaarde zijn. 2)
Vergroten schaalniveau en professionalisering
2a Bedrijfsvoering en organisatie De culturele partners weten elkaar over het algemeen prima te vinden als het gaat om artistieke, dat wil zeggen programmatische samenwerking. Deze is veelal incidenteel en projectmatig van aard. Om de sector echter
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.13
daadwerkelijk meer weerbaar en flexibel te maken, is ook samenwerking op andere vlakken nodig, en dit zal meer structureel van aard moeten zijn. We zien ook op bedrijfsmatige en organisatorische aspecten kwetsbaarheden. Dit geldt voor alle disciplines en binnen alle drie de primaire functies (productie, presentatie, educatie) in de hele regio. De culturele sector bestaat uit vele kleine instellingen, zzp’ers en vrijwilligers, waardoor het niet mogelijk is om binnen elke organisatie, op elk gebied het gewenste professionele niveau te realiseren. Daarnaast zijn er - zowel binnen als buiten de sector - vele organisaties die eigen ruimte en faciliteiten hebben of daar juist behoefte aan hebben. We stimuleren culturele instellingen (of een bundeling van zzp’ers) samenwerkingsverbanden aan te laten gaan en daarmee organisatie, faciliteiten en middelen efficiënter en effectiever inzetten en/of een gezamenlijke professionaliseringslag realiseren. Te denken valt aan samenwerkingen op het gebied van marketing, bedrijfsvoering (bijvoorbeeld inkoop), techniek, personeel, administratie, etc. Het opzetten van een shared services model voor meerdere organisaties is ook denkbaar. Doel is: • Organisaties zich verder laten professionaliseren door gebruik te maken van elkaars organisatie, kennis, faciliteiten, locaties en middelen - binnen en buiten de culturele sector.
• Meer programmabudget realiseren door beter gebruik te maken van bestaande organisatie, middelen en faciliteiten en zodoende overhead te verminderen. Wij vragen culturele partijen met plannen te komen voor samenwerkingsverbanden die als doel hebben elkaar bedrijfsmatig en organisatorisch te versterken.
Wij reserveren € 1.500.000,- van het totale provinciale transitiebudget voor het aanjagen van en investeren in bedrijfsmatige en organisatorische schaalvergroting door samenwerking binnen de culturele regio Specifieke voorwaarden voor deze maatregel stellen we graag gezamenlijk met de provincie vast, maar we denken ook hier aan samenwerking, cofinanciering (door de instellingen) en overdraagbaarheid van resultaten, zodat men kan leren van elkaars processen. 2b. Scholing Personeel Een belangrijk element in professionalisering is de ontwikkeling en scholing van mensen die al dan niet in loondienst werkzaam zijn in de sector. Denk hierbij bijvoorbeeld aan trainingen, uitwisseling tussen organisaties (personeelspools, detachering), kennisverbreding of -verdieping. In de regio houden meerdere organisaties zich hiermee bezig, zoals Schakel025, Cultuur Academy, Cultuur Oost en Erfgoed Gelderland, maar de onderlinge samenwerking kan worden verbeterd en hun dienstverlening uitgebreid naar de hele regio. Doel: • Verhoging van professionalisering in alle lagen van de sector, en daarmee vermindering van kwetsbaarheid. • Meer onderlinge deling van kennis, ervaring en expertise. • Stimuleren van netwerkvorming en transformatie naar lerende organisaties.
Wij reserveren een bedrag van € 200.000,voor de opdracht aan Schakel025, Cultuur Academy en Cultuur Oost om het bestaande opleidingsaanbod van deze organisaties uit te breiden en open te stellen voor de brede regio in 2021 en 2022.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.14
HUMAN CAPITAL
• Kleinere culturele organisaties in staat stellen zich verder te ontwikkelen.
3)
Ondersteuning samenwerking kunstvakonderwijs Het aantrekken, begeleiden en ontwikkelen van talentvolle studenten en net afgestudeerde makers is en blijft van essentieel belang voor de toekomst van de sector. Zij vormen niet alleen de aanwas voor de top, maar ook voor cultuureducatie en amateurkunst zijn zij van groot belang. Veel studenten of oud-studenten werken als docent, regisseur, dirigent, begeleider, et cetera. Tegelijkertijd zien wij tekorten in professionele krachten bij culturele instellingen voor onder andere de begeleiding van vrijwilligers. Wij willen mogelijkheden scheppen om studenten en alumni kennis en ervaring te laten opbouwen in het culturele veld, bij overheden, het bedrijfsleven en in het sociale domein. Bijvoorbeeld via stageplekken, opdrachten of werkervaringsplekken. Organisaties kunnen hier ook gezamenlijk in optrekken, denk aan deelopdrachten voor stagiaires. Het mes snijdt aan twee kanten, want organisaties kunnen studenten of alumni inzetten voor zaken die zij op eigen kracht niet kunnen oppakken. Ook kunnen kunstvakstudenten en alumni bijdragen aan sociale uitdagingen door middel van artistiek-sociale projecten met specifieke doelgroepen. Zo zijn er studenten die getraind zijn in het naar boven halen van verhalen, om deze - in samenwerking met de groep waar ze mee werken- te vertalen naar een artistiek product.
Doel: • Het aanjagen van samenwerking tussen kunstvakonderwijs, lokale culturele (vrijwilligers)organisaties, het culturele middensegment, (semi-)overheid en bedrijfsleven. • Het verhogen van mogelijkheden voor studenten en alumni om ervaring op te doen buiten de opleiding.
Wij reserveren € 300.000,- van het provinciaal transitiebudget voor plannen van culturele partijen die samenwerking met het kunstvakonderwijs aangaan. Dit budget is bedoeld voor begeleiding en coördinatie. We zien veel aanknopingspunten met andere maatregelen uit dit Transformatievoorstel, zoals het regionaal Steunpunt amateurkunst en de projectgroep Cultuureducatie en onderwijs. Specifieke voorwaarden voor deze maatregel stellen we graag gezamenlijk vast. 4) Podia en buitenfestivals Zowel de Gelderse podia als de buitenfestivals hebben in hun reactie aangegeven behoefte te hebben aan een eigen garantiefonds. Zij kondigen aan de komende tijd risicoloos te zullen moeten programmeren en vrezen dat daarmee het aanbod zal verschralen. Om het aanbod breed te houden, vraagt men om een financiële back up. Wij hebben begrip voor de geschetste problematiek: zeker voor festivals die geen structurele exploitatiesubsidie ontvangen, geldt dat zij een onzekere basis kennen en afhankelijk zijn van de directe inkomsten uit de kaartverkoop. Zij kunnen zich niet veroorloven (artistieke) risico’s te lopen. Wij hebben begrip voor de geschetste problematiek, maar zijn van mening dat dit buiten de scope valt van dit traject, dat transitie en innovatie van de sector beoogt.
We beschouwen dit als tijdelijke financiële gevolgen die bij de nieuwe opstart van de sector horen; een opstart die hopelijk snel weer mogelijk is. Daarnaast komt er, naast al bestaande steunmaatregelen voor podia, een landelijk garantiefonds voor evenementen en festivals, bedoeld om risico’s bij het (toch) moeten cancelen op te vangen. Op dit moment is nog onduidelijk
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.15
voor wie het garantiefonds open wordt gesteld en of er desondanks knelpunten blijven voor evenementen en festivals in de regio en provincie. Mocht blijken dat het landelijk garantiefonds tekortschiet in het opvangen van risico’s voor deze organisaties, dan adviseren wij de provincie met hen in gesprek te gaan over mogelijke oplossingen voor het seizoen 2021-2022.
B.
CULTUUREDUCATIE
Cultuureducatie en onderwijs zijn belangrijk voor de toekomst van cultuur en heeft een directe relatie met de andere onderdelen van de cultuurpiramide. Hier begint de basis van interesse en deelname aan cultuur (passief en actief). Voor het in stand houden van het kunst- en cultuuraanbod is het belangrijk dat kinderen en volwassenen kennismaken met kunst en cultuur, hun kennis kunnen verdiepen en talenten ontwikkelen. Dat kan op school, bij culturele instellingen, bij verenigingen en/of bij particuliere docenten.
KNELPUNTEN De interesse voor cultuur wordt in de basis opgewekt door goede cultuureducatie, zowel bezien vanuit het onderwijs als vanuit de vrijetijdsbesteding. Als gevolg van COVID-19 constateert de regio de volgende problemen: Locatieproblemen • Binnenschools: Scholen stellen nu andere prioriteiten (rekenen en taal voor culturele ontwikkeling). Activiteiten met een grote groep zijn moeilijk of vragen om tal van (soms kostbare) aanpassingen, klassen gaan beperkter naar voorstellingen/musea. • Buitenschools: de COVID-regelgeving beperkt activiteiten, de kosten stijgen als er meer ruimte nodig is. De sociale functie van deelname aan culturele activiteiten vermindert of wordt belemmerd door de veilig-
heidsmaatregelen. Angst voor COVID kan de deelname aan cultuureducatieprojecten van oudere en kwetsbare inwoners belemmeren. Hierdoor vallen inkomsten van professionals en organisaties weg. Kleinere podia en musea zijn juist afhankelijk van groepen om rendabel te kunnen blijven; om iedereen te bedienen in een ruimte moeten er meer lessen voor minder mensen georganiseerd worden Verschraling aanbod • Veel cultuur-educatieve organisaties werken met zzp’ers. Zowel deze organisaties als de zzp’ers hebben het zwaar. In de afgelopen jaren zijn bijvoorbeeld muziekscholen verdwenen, zijn er minder verzamelplekken/ cultuurknooppunten en is het geheel meer individueel georganiseerd. Wij zien sterke aanleiding te vrezen dat een deel van de cultuurdocenten en andere professionals zich op een andere toekomst buiten de cultuursector zal oriënteren, bij gebrek aan (financieel) perspectief. Individueel financieel probleem inwoners • Zzp’ers, muziekscholen/culturele centra hebben minder inkomen, omdat minder inwoners lessen afnemen en omdat de lessen duurder worden. Inwoners kunnen zelf de hogere lasten voor cultuur niet meer betalen; lessen van professionals worden duurder voor onderwijs en inwoners.
MAATREGELEN We zien kansen om de inzetmogelijkheid en reikwijdte van de cultuurknooppunten6 verder te versterken om zo te komen tot slagkracht, verbinding en kruisbestuiving in de regio en tussen regio’s. Door meer samenwerking te faciliteren tussen cultuurmakelaars, kan er niet alleen lokaal, maar ook regionaal innovatie in de culturele infrastructuur plaatsvinden. Dit ter bevordering
6 Cultuurknooppunt: een aanbieder cultuureducatie die meerdere (minimaal drie) cultuureducatiedisciplines op één locatie aanbiedt, zoals bijvoorbeeld: muzieklessen, dans, theater, circus.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.16
van onder meer de samenwerking, kruisbestuiving en doorstroom van talent binnen en tussen de regio’s. Er zijn in de regio een aantal multidisciplinaire cultuurknooppunten die lokaal(-overstijgend) aanbod presenteren. Wij willen deze cultuurknooppunten in de regio versterken en ze gebruik te laten maken van elkaars kennis, ervaring en best practices. Wij willen zo toewerken naar een netwerk van cultuurknooppunten die (sub)regionaal inzetbaar zijn en die zelf actief verbinding zoeken met andere cultuurknooppunten in en buiten de regio. Om een goed fundament voor de toekomst te leggen is samenwerking en afstemming noodzakelijk. Niet alleen tussenorganisaties die cultuureducatieve diensten en activiteiten aanbieden, maar vooral ook onderwijsinstellingen. Voor elke doelgroep zijn er lokaal goede voorbeelden hoe cultuureducatie op scholen, in het sociale domein en elders aangeboden kan worden. Denk aan ‘Muziek in de klas’, ‘Reizen in de tijd’, samenwerking tussen organisaties als Studio26 en ROC’s, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden Cultuurknooppunt Wijchen-Beuningen en vele anderen. 1)
Projectgroep Cultuureducatie en onderwijs instellen De projectgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van bestaande cultuurknooppunten. Organisaties die bovenlokaal opereren in talentontwikkeling vanuit cultuureducatie en/of onderwijs. Voorbeeld: Studio26, Velp (cultuureducatie en onderwijs), Cultuurknooppunt Wijchen-Beuningen (samenwerking tussen Wijchen en Beuningen), Cultuurbedrijf RiQQ, ROC’s etc. Fase I Wij zetten een projectgroep op met een
projectleider. De projectgroep stelt in 2021 een Plan van Aanpak op. Het plan van aanpak bestaat uit een concreet voorstel om cultuurknooppunten te versterken en toekomstbestendig te maken. Onderdelen hierin zijn o.a.: • Actuele aanbod van cultuureducatie en cultuurknooppunten in beeld brengen • Inzetten best practices op het gebied van inzet cultuureducatie en samenwerkingsmogelijkheden • Onderzoeken hoe doorgaande leerlijnen voor kunst- en cultuuruitingen (verder) ontwikkeld kunnen worden en talentontwikkeling gestimuleerd. • Leggen van verbinding of verstevigen contacten met voorgezet onderwijs (MBO) t.b.v. talentontwikkeling Ook andere regio’s kunnen gaan putten uit de voorstellen en inzet van de projectgroep cultuureducatie 025. In een aantal gevallen zijn er directe relaties en dwarsverbanden te leggen met aansluitende regio’s. Wij reserveren € 300.000,- van het provinciaal transitiebudget voor Fase I (projectleider, inzet projectteamleden en werkbudget). Fase II Fase II bestaat uit het uitwerken en uitvoeren van het opgestelde Plan van Aanpak door de projectgroep. Wij reserveren € 500.000,- van het provinciaal transitiebudget voor Fase II (uitvoering). 2)
Stimulering individuele cultuureducatie
Wij stellen voor de middelen voor het Jeugdcultuurfonds, of soortgelijke (lokale) initiatieven voor kinderen uit gezinnen met lage inkomens, tijdelijk aan te vullen zodat jeugd/jongeren die door financiële
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.17
problemen door COVID-19 toch lessen kunnen blijven betalen waardoor ze kunnen door ontwikkelen in hun talent. Daarmee voorkomen we dat de talenten onder hen verloren gaan en een betere mogelijkheid krijgen/ behouden om naar een kunstvakopleiding (MBO /HBO) door te stromen. Deze maatregel kan provinciebreed ingezet worden en samen kunnen wij voorwaarden opstellen waaronder deze stimuleringsmaatregel gestalte kan krijgen. Aangezien dit een provinciebrede maatregel kan zijn is hier geen bedrag aan gekoppeld. Eerst is inzicht nodig om hoeveel kinderen het gaat, om vervolgens een bedrag per kind te begroten. C. Amateurkunst, inclusief erfgoed Onder amateurkunst verstaan we alle kunstvormen op amateurniveau (toneel, zang, dans, beeldende kunst, multimedia etc.), het lokale verenigingsleven en alle amateurs die zich al dan niet via een historische vereniging of werkgroep archeologie bezighouden met historisch onderzoek. Amateurkunst kan in verenigingsverband worden beoefend of door deelname aan lessen en cursussen van muziek- en dansscholen, particuliere docenten of centra voor de kunsten en dorpshuizen. Veel koren en muziekorkesten hebben vakdocenten in dienst (bijvoorbeeld als dirigent) en verzorgen soms opleidingen voor hun (aspirant)leden.
KNELPUNTEN Bij de kwetsbare doelgroepen zien we een substantieel deel dat momenteel niet durft deel te nemen aan activiteiten amateurkunst en erfgoed. Hierdoor ziet bijvoorbeeld een museum dat volledig op oudere vrijwilligers draait, zich noodgedwongen om de deuren te sluiten. Daarnaast werkt de huidige coronaregelgeving belemmerend voor alle doelgroepen die deelnemen aan amateurkunst en erfgoed. Wij zien hier een
groot risico ontstaan voor de levensvatbaarheid van organisaties, als gevolg van teruglopende ledenaantallen (en de bijbehorende contributies) en donateurs. De sociale functie vermindert (geen nazit en gezelligheid na afloop). Bestaande ruimtes voor repetities en uitvoeringen zijn qua grootte en mogelijkheden regelmatig ontoereikend om te kunnen voldoen aan de veiligheidseisen. Veel organisaties staan onder druk omdat ze veelal werken met groepen vrijwilligers. Als gevolg van COVID-19 constateren we de volgende problemen: Vergrijsd vrijwilligersbestand Amateurkunst en erfgoed zijn voor een groot deel afhankelijk van vrijwilligers. Veel van deze vrijwilligers zijn senioren. Het hebben van een vergrijsd vrijwilligersbestand maakt de organisaties in deze sector kwetsbaar. Ook onder de deelnemers van de georganiseerde activiteiten neemt de vergrijzing toe. Al vóór corona was er beperkte aanwas van nieuwe (en jongere) leden. De coronacrisis maakt de vergrijzing bij de organisaties nijpender. Het voortbestaan van de organisaties komt onder druk te staan. Zij hebben veelal niet de professionele kenmerken om de benodigde veranderingen richting de toekomst zelfstandig vorm te geven, uitzonderingen daargelaten. Het risico bestaat dat de amateurorganisaties langzaam wegvallen omdat zij niet in staat zijn zich aan te passen.
Hierdoor verdwijnen ook de inhoudelijke en sociale waarden die zij vervullen. De basis van de culturele piramide wordt daardoor instabieler. Problemen met de exploitatie Vóór corona hadden sommige organisaties in amateurkunst en erfgoed al moeite om de exploitatie sluitend te krijgen. Door corona daalt de omzet. Eindvoorstellingen of concerten kunnen niet meer georganiseerd worden, bezoekers kunnen niet meer terecht in het museum. Gemeenten steunen de culturele
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.18
organisaties om ze overend te houden. Maar in een aantal gevallen is meer nodig om ook na de crisis verder te kunnen. De crisis is het momentum om het anders te gaan doen om de activiteiten voor de toekomst te borgen. Presentatie Er is behoefte aan vernieuwing in het publieksbereik en een aanvullend verdienmodel voor terugloop aan entreegelden. Bezoekersaantallen lopen terug omdat organisaties minder open zijn (door lockdown of door gebrek aan vrijwilligers) en minder bezoekers kunnen ontvangen binnen de 1,5 meterregel. Hierdoor zijn organisaties minder zichtbaar geworden. Voor amateurkunst en erfgoed is het door corona ook moeilijker geworden om de scholen te bereiken. De vraag is hoe scholen na de crisis gebruik blijven maken van het aanbod voor cultuureducatie. Minder samen doen Amateurkunst en erfgoed hebben naast hun intrinsieke waarde ook een belangrijke sociale functie. Mensen ontmoeten elkaar, wisselen contacten uit, en maken een praatje. Ze voelen zich verbonden. Zolang de coronamaatregelen gelden, kunnen amateurkunst en erfgoedinstelling niet tot nauwelijks samenkomen. Het gevoel van saamhorigheid wordt minder, eenzaamheid neemt toe. De sociale structuur die afbrokkelt, wordt niet zo makkelijk meer nieuw opgebouwd. Perspectief bieden is daarom van belang voor de organisaties.
MAATREGELEN We denken knelpunten te kunnen aanpakken door meer regionale samenwerking te stimuleren in amateurkunst en erfgoed. We zien een behoefte aan een vernieuwingsslag in het vrijwilligersbestand. We denken dat de inzet van een vrijwilligerscoördinator
voor meerdere verenigingen ze kan helpen. Bundeling van krachten, kennis en kunde: bepaalde functies gezamenlijk voor verschillende organisaties inzetten. We willen dit bewerkstelligen door een regionaal steunpunt voor amateurkunst in het leven te roepen, dat meerdere taken in de regio uitoefent. Regionaal steunpunt voor amateurkunst Amateurkunst moet bij de hand genomen worden om ze te ondersteunen op organisatorisch, personeel/vrijwilligers en materieel vlak. Een regionaal steunpunt biedt ondersteuning aan verenigingen en is aanvullend op de lokale culturele infrastructuur. In een aantal gemeenten is de lokale combinatiefunctionaris voor cultuur een eerste aanspreekpunt. Die persoon weet hoe de lokale amateur culturele infrastructuur in elkaar steekt. Wij vinden het daarom verstandig die te betrekken bij de vorming van een regionaal steunpunt. Overstijgende onderwerpen willen we samen oppakken zoals: ondersteunen cursusaanbod, streamingsdiensten en digitalisering, inventarisatie grotere oefenruimtes regio. We zien kansen in nauwere samenwerking en in transformatie in de amateurkunst en het erfgoed, om zo de organisatorische en personele kwetsbaarheid te verminderen en kosten te drukken. Het steunpunt Amateurkunst werkt een aantal opgaven uit die bijdragen aan de lokale behoeften van amateurkunst.
Hieronder geven we voorbeelden van mogelijke uitwerkingen: • Delen van kennis en kunde Verenigingen vinden vaak zelf het wiel uit. Ervaring uitwisselen die andere organisaties hebben opgedaan, helpt. Ook kan het steunpunt op organisatorisch vlak of in fondsenwerving ondersteuning bieden. Zo kan het voordelig zijn om gezamenlijk een dirigent
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.19
of regisseur aan te stellen die voor meerdere verenigingen werkt, online cursussen aanbieden om verenigingen te helpen in digitalisering van het aanbod. Het Steunpunt heeft het overzicht en kan hierin bemiddelen. Als na het vaccineren de maatregelen versoepeld worden, kan het steunpunt helpen bij het vinden van geschikte (oefen)ruimtes in de regio die voldoet aan de dan nog geldende maatregelen. Het steunpunt kan advies geven hoe verenigingen binnen de maatregelen hun activiteiten weer kunnen opstarten. • Vrijwilligers Het steunpunt werkt voortellen uit om het vergrijzende vrijwilligersbestand binnen de amateurkunst en het erfgoed te vernieuwen en te verjongen. Het steunpunt helpt organisaties die in de knel komen door gebrek aan vrijwilligers. Zo kan het steunpunt (samen met de lokale combinatiefunctionaris) zorgen voor: • uitwisseling van leden (marktplaats van vraag en aanbod; bijvoorbeeld musici voor orkesten); • ondersteuning bieden bij het werven van nieuwe leden en vrijwilligers door verbindingen te maken met het domein re-integratie en statushouders; • verbinding te maken met het sociaal domein voor het werven van nieuwe vrijwilligers, bijvoorbeeld voor (arbeidsmatige) dagbesteding. • Stageplekken opzetten voor studenten in de culture sector bij amateurkunst en erfgoedinstellingen.
• Faciliteren in het opzetten van een gezamenlijke jeugdopleiding • Jongeren en cultuureducatie in verbinding brengen met amateurkunst en erfgoed Organisaties moeten een omslag maken in hun werkwijze om jongeren aan zich te
binden. Zonder nieuwe aanwas kwijnt een vereniging weg. We denken de jongere doelgroep te bereiken door in het cultuuraanbod vernieuwing toe te voegen door gebruik te maken van sociale media. Betrek jongeren bij het werk van amateurkunst en cultureel erfgoed door ze podcasts te laten maken of youtube filmpjes van een muziek- of toneelvoorstelling. Maak verbinding tussen erfgoed, amateurkunst en de kunstvakopleidingen en/of voortgezet onderwijs. Zo komen jongeren in contact met de verenigingen en bereiken de verenigingen een jonger publiek. Het steunpunt kan hierin samen optrekken met de projectgroep voor cultuureducatie. • Delen van materialen en/of huisvesting Het bevorderen van gezamenlijke inkoop van muziekinstrumenten, onder te brengen in een gedeelde instrumentenbank, of een gezamenlijke inkoop van bladmuziek kan kosten besparen. Ook het gezamenlijk laten uitvoeren van reparaties van instrumenten bespaart kosten. Wellicht heeft een vereniging een lid in huis die reparaties uitvoert, en dit ook voor andere verenigingen wil doen (‘repair café’ voor muziekinstrumenten). Dit kan ook bij het verstellen van kostuums. Het steunpunt onderzoekt de behoeften en kijkt wat er gedeeld en uitgewisseld kan worden tussen de verenigingen.
Voor zichtbaarheid en behoud van publiek (en inkomsten) kan het steunpunt een rol spelen in het ontwikkelen van de volgende innovaties: • Streamingsdienst van voorstellingen Een manier om publiek te bereiken en een alternatief verdienmodel op te tuigen, is gebruik te maken van het streamen van voorstellingen. Vanuit de professionele podia is deze wens ook geuit. Wij zien hierin een mooie verbinding met de amateurkunst. Hoe dit vorm moet krijgen, is nader uit te werken.
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.20
Organisaties hebben bij het opzetten van streamingsdiensten ondersteuning nodig in kennis en kunde. Het steunpunt kan daarin regionaal een functie vervullen in het geven cursussen en workshops. • Online galerie – atelier voor amateur beeldende kunst Een Online 025 Atelier. Hier kan de amateur beeldend kunstenaar zijn werk kan tonen aan het publiek. De investering in een online atelier moet gericht zijn om de sector alternatieve manieren van aanbod te presenteren onder de huidige omstandigheden, maar ook te onderzoeken waar eventuele nieuwe verdienmodellen liggen. • Regionale beeldbank Online ontsluiten van de erfgoedcollectie. Meer zichtbaarheid door samenwerking in digitalisering collectie. Verenigingen werken aan digitalisering van hun collectie van het cultureel erfgoed. Voor de borging van het erfgoed voor de toekomst en de ontsluiting van het erfgoed voor een breder publiek. Dit doen zij nu vaak op eigen houtje. Ieder met zijn eigen digitaliseringssysteem. Door samen te werken in een regionale beeldbank voor cultureel erfgoed kunnen kosten worden bespaard. Door bundeling zien we een groter publieksbereik mogelijk. Veelal zijn de erfgoedinstellingen afzonderlijk te klein om een groter publiek te bereiken. Hun aanbod is daarvoor te beperkt, hoewel de inhoud wel van onschatbare waarde is voor de (lokale) samenwerking.
De digitalisering biedt erfgoedinstellingen de mogelijkheid om nieuwe presentatietechnieken toe te passen, waarmee ook nieuwe doelgroepen bereikt kunnen worden.
bestendiging inclusief financieringsmodel. We stellen voor om een dergelijk steunpunt onder te brengen bij Cultuur Oost, in samenwerking met Erfgoed Gelderland. Hier ligt al de nodige expertise. Het steunpunt kan een verdiepingsslag binnen Cultuur Oost worden. Wij vinden de betrokkenheid van de lokale combinatiefunctionarissen, daar waar zij een functie in dit veld vervullen, belangrijk omdat zij het lokale speelveld kunnen betrekken. Dit laatste kan een combinatie zijn met de doorontwikkeling van de cultuureducatiepunten. Het is aan de gemeenten om hiervoor voldoende aanvullende uren beschikbaar te stellen. Wij reserveren € 420.000,- van het provinciaal transitiebudget voor het opzetten van een regionaal steunpunt Amateurkunst (inclusief werkbudget) voor een periode van twee jaar.
Wij zetten in op een pilot steunpunt voor amateurkunst en erfgoed voor twee jaar. In deze tijd kunnen vraagstukken verder uitgewerkt worden en toegewerkt naar een
transformatievoorstel cultuurregio 025 p.21
4.
FINANCIËN
De deelnemende gemeenten in de regio 025 Arnhem – Nijmegen krijgen in 2021 een aanvullende uitkering ten behoeve van de culturele infrastructuur vanuit het Rijk ter hoogte van € 6.131.919,-. 7 Deze middelen zijn om praktische redenen niet geoormerkt, maar de Minister geeft aan er alle vertrouwen in te hebben dat gemeenten deze middelen op een effectieve manier in de culturele sector laten landen. De middelen zijn bedoeld om essentiële onderdelen van de lokale infrastructuur te ondersteunen en de lokale infrastructuur in stand te houden. Het merendeel van de gemeenten in de regio 025 hebben de beschikbare middelen daarvoor al ingezet of voor 2021 met dat doel gereserveerd. Wij stellen voor dat de provincie hetzelfde bedrag als het Rijk reserveert voor maatregelen ten behoeve van de bredere regio. Dat stelt de lokale overheden in staat om, met de aanvullende steun vanuit het Rijk, maatwerk