CConstaterende datBerg en Dal
Koppel je AI →
Document · PDF

Evaluatie accommodatiebeleid versie 5 mrt 2021

Thema avond 6 april 2021, gemeente Berg en DalBij agendapunt: Evaluatie van het subsidie- en accommodatiebeleid11.064 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5.1

Sociaal-maatschappelijk trends

Door de toegenomen mobiliteit zijn mensen in de regel in staat en bereid langer te reizen voor hun vrijetijdsbesteding.

Gebruikers van maatschappelijke accommodaties stellen hogere eisen aan de kwaliteit van deze accommodaties, zowel op het voorzieningenniveau, het activiteitenaanbod als de dienstverlening.

Mensen ondernemen meer activiteiten in minder tijd, zijn sneller uitgekeken op een activiteit, de zogenaamde zapcultuur.

De kwaliteit en continuïteit van vrijwilligersorganisaties staan onder druk vanwege minder vrije tijd, vergrijzing en individualisering. Veel maatschappelijke accommodaties worden gerund door vrijwilligers. Door vergrijzing zullen accommodaties voor ontmoeten beter gebruikt gaan worden door senioren. Daar zal rekening mee gehouden moeten worden. Financieel onzekere tijden kunnen noodzaken tot bezuinigingen bij gemeenten. Onder meer de decentralisaties in het sociaal domen en de bezuinigingen mbt de jeugdhulpverlening plaatsen de gemeente voor financiële vraagstukken, en noopt gemeenten tot het maken financiële (andere) keuzes. De hoeveelheid vrije tijd van Nederlanders is al jaren stabiel. Ook de verdeling van de vrije tijd over de verschillende typen vrijetijdsactiviteiten is stabiel. Aan mediagebruik besteedden we zo’n 19,6 uur in 2016, aan recreatieve activiteiten en ontspanning 14,3 uur, aan sociale contacten 8,2 uur en aan vrijwilligerswerk en bijeenkomsten 1,7 uur. Toenemend belang van gezonde leefstijl. Nederlanders vinden gezondheid het allerbelangrijkste in het leven. Individualisering en informalisering zetten de komende jaren door.

 

 

5.2 

Wettelijke ontwikkelingen

Duurzaamheid is belangrijk. Energieneutraal en klimaatneutraal zijn beleidsdoelen geworden. Bouwbesluit wordt hierop steeds vaker aangepast. Bouwbesluit 2012 geeft voorschriften voor veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. Een gebouw moet altijd voldoen aan deze voorschriften.

27

Verder zijn er wijzigingen met betrekking op de volgende aspecten van een nieuw te bouwen gebouw: ‘gebruiksveiligheid’, ‘geluid’, ‘brandveiligheid’, ‘toegankelijkheid’, ‘duurzaamheid’ en ‘gezondheid’ die in 2021 in werking gaan treden. Het Activiteitenbesluit milieubeheer verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Energiebesparingsplicht. Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei. In het klimaatakkoord ligt vastgelegd voor het onderdeel ‘gebouwde omgeving’ dat twaalf sectoren in het maatschappelijk vastgoed een sectorale routekaart opstellen met betrekking tot het CO2- arm maken van hun vastgoed. De 12 sectoren zijn: Rijksvastgoedbedrijf, VNG, IPO, Politie, PO en VO, MBO, HBO en WO, zorg- en sportvastgoed en monumenten. De routekaart gemeentelijk maatschappelijk vastgoed is vastgesteld door het bestuur van Vereniging Nederlandse Gemeenten.

5.3  

Trends en Ontwikkelingen Sport(accommodaties)

Georganiseerd sporten neemt af als gevolg van individualisering, flexibilisering van de arbeid. Dit heeft gevolgen voor sportaccommodaties. De sporter stelt zich steeds meer op als consument en minder als verenigingslid c.q. verenigingsvrijwilliger. Het georganiseerd sporten in verenigingsverband neemt af, terwijl de sportdeelname daarentegen toeneemt. De individuele sport of het ‘bewegen in kleine groepen’ wint steeds meer aan terrein. We denken daarbij aan hardlopen, moutainbiken, fietsen, wandelen. Deze individualisering in de sport, en daarnaast het op hogere leeftijd bewust bewegen (‘een balletje slaan’ bij tennis, en ‘walking football’) laat zien dat het gebruik van (buiten)sportaccommodties verandert. Deze sporten worden vooral in de openbare ruimte beoefend. Deze wens tot ongebondenheid heeft tot gevolg dat onze inwoners op andere en wisselende plekken gaan sporten, op door hen gewenste tijdstippen. Sporten gebeurt dan ook steeds meer in de openbare ruimte. Kinderen groeien steeds vaker op in gezinnen waar ook gesport wordt. Uit literatuur is bekend dat voor sport en bewegen voorbeeldgedrag van de ouders een belangrijke rol speelt. Met de stijgende sportdeelname onder volwassenen in het recente verleden is te verwachten dat toekomstige kinderen ook meer zullen blijven sporten.

In de periode 2001 tot 2016 hebben veldsporten, zaalsporten en zwemmen aan populariteit ingeboet. Voor de laatste twee zien we over de periode van 2001 – 2016 net geen halvering. Zaalsport wordt sterk beïnvloed door terugloop van turnen/gymnastiek. De vraag naar gemeentelijke sportaccommodaties voor zaalsporten en zwembaden neemt daarmee af. Er is een routekaart voor duurzaamheid van sportaccommodaties. https://sportengemeenten.nl/dossiers/routekaart-verduurzaming-sport/ of routekaart verduurzaming sport. Deze is tot stand gekomen en vastgesteld middels ondertekend door Vereniging Sport en Gemeenten (namens gemeenten), NOC*NSF (namens georganiseerde sport), Min VWS (namens de Rijksoverheid) en POS (namens ondernemende sport). Verder heeft onder de provincie Gelderland middels ondertekening

28

aangegeven bij te willen dragen aan het ondersteunen van vastgoedeigenaren (clubs en gemeenten) bij de realisatie van deze ambities. Kunstgrasvelden moeten vanaf 2027 voldoen aan milieu eisen om omgevingsvreemde elementen te weren buiten het sportpark. Voor kunstgrasvezels en de infill moeten voorzieningen worden aangebracht om uitloop te voorkomen. Voor bestaande bouw geldt een energiebesparingsverplichting.

5.4 Trends en ontwikkelingen welzijnsaccommodaties (dorps- en kulturhusen) 

 

 

De veranderende samenstelling van de bevolking maakt dat er andere wensen/eisen zijn aan de leefomgeving. Dit kan ook gevolgen hebben voor het soort en aantal accommodaties. Landelijk zie je dat veel dorpshuizen zijn verouderd of de wensen van verenigingen en gebruikers zijn veranderd, waardoor de accommodatie niet altijd meer voldoet. In de regel kun je stellen dat dorpshuizen gezien de doelstelling en de doelgroep niet voldoende kunnen reserveren voor grote uitgaven als verbouw, renovatie of calamiteiten. Hiervoor wordt een beroep op de gemeente gedaan. Maatwerk. Vergrijzing maakt dat er steeds meer behoefte zal komen aan een fysieke ontmoetingsplek in de nabije omgeving. Het wordt steeds ingewikkelder een dorpshuis of kulturhus door vrijwilligers te laten besturen. Beschikbaarheid van vrijwilligers met veel vrije tijd en kennis van zaken spelen daarbij een belangrijke rol. De participatiesamenleving en de wens om meer naar elkaar om te kijken en betrokken te houden bij de gemeenschap maakt dat een fysieke ontmoetingsplek in de directe omgeving belangrijk is. Zeker als door vertrek van cafe, buurtwinkel en of bankkantoor kaalslag aan voorzieningen heeft plaatsgevonden Er is een trend om uiteenlopende maatschappelijke voorzieningen te clusteren in één gebouw of complex.

Soms ligt het primaat wat meer bij de ‘culturele functie’ en wordt het in de volksmond ook wel een Kulturhus of ‘Cultuurcluster’ genoemd. Hiermee worden accommodaties ook betaalbaar gehouden. Soms wordt de culturele functie (of soms sportfunctie) nadrukkelijk gekoppeld aan (de) ‘maatschappelijke’ functie(s). De Multifunctionele accommodatie (MFA) is dan ook een laagdrempelige inloop- en dagbestedingsvoorziening voor kwetsbare inwoners en een uitvalsbasis voor bijvoorbeeld het Sociaal wijkteam. Het bevorderen van de ‘sociale samenhang’ in het dorp of in de wijk vormt dan een belangrijk doel. Een koppeling van de muziekvereniging aan dorpshuizen zou een gewenste ontwikkeling kunnen zijn. Accommodaties (ook sportaccommodaties) zijn zich steeds meer bewust van hun maatschappelijke functie en daardoor van de positie die zij innemen in de lokale samenleving.

5.6

Deelconclusies voor accommodatiebeleid. a. Accommodaties en verenigingen hebben een maatschappelijke functie voor hun nabije omgeving. Die wordt belangrijker naarmate er meer functies worden gecombineerd. b. Vanuit het oogpunt van betaalbaarheid is het clusteren van functies (multi functioneel gebruik) in één accommodatie een voordeel. 29

c. Er is minder behoefte aan sportaccommodaties doordat de leden van sportverenigingen dalen (door vergrijzing en door de trend van ongebonden willen sporten) Doordat mensen steeds vaker buiten verenigingen en/of buiten gemeentelijke accommodaties sporten, is een nieuwe aanpak essentieel om mensen te (blijven) bereiken en aan het sporten en bewegen te krijgen/houden.

6. Inhoudelijke trends en ontwikkelingen subsidies. 

Subsidiebeleid stuurt op maatschappelijke impact. In Berg en Dal zijn dat activiteiten om te kunnen sporten, ontmoeten, naar elkaar omkijken. Dat met zo weinig mogelijk regels om gemeenschappen te kunnen laten floreren. Om te kunnen floreren is de inzet om zoveel mogelijk activiteiten in de dorpen te behouden. Subsidie moet ‘verdiend’ worden, er staat een maatschappelijke tegenprestatie tegenover. Een subsidieaanvraag voor bekende activiteiten wordt automatisme. (recht op subsidie). Terwijl in het kader van transformatie de samenleving vaker uitgedaagd moet worden om met nieuwe ideeën te komen die aanzetten tot verbinding, leefbaarheid en gemeenschapszin. Omdenken zouden we moeten stimuleren. Bijv. door verlaging van de bestaande subsidies om met dat geld nieuwe impulsen te geven en mee te bewegen met de behoefte. Sommige gemeenten experimenteren met burgerbegrotingen en toekennen van subsidies door de bewoners van het eigen dorp.

6.1

Deelconclusies subsidiebeleid. a. Het benutten van de kracht in de samenleving kan worden gestimuleerd door omdenken te stimuleren. Innoverende ideeën stimuleren door subsidiemogelijkheden te creëren kan daarbij helpen. (verlaging van de huidige subsidies is een optie om hiervoor geld beschikbaar te krijgen). b. Gebruik van dorpshuizen voor activiteiten als voorwaarde opnemen waar dat kan om zo multifunctioneel accommodatie gebruik te stimuleren. c. Het samenvoegen van accommodaties stimuleren via investeringssubsidies. (dit staat al in de nadere regeling sportaccommodaties). d. Experimenteer met subsidieverlening door de inwoners van het eigen dorp.

7

Eindconclusies

1. Accommodatiebeleid uit de nota Ontmoeten en Verbinden met accommodaties heeft aan de verwachtingen voldaan. De ontwikkelingen op demografisch gebied en de ledenaantallen maar ook de inhoudelijke ontwikkelingen (duurzaamheid, vrije tijdsbesteding, tekort vrijwilligers, betaalbaarheid) maken dat we scherpere keuzes moeten maken voor de toekomst. 2. De ledenontwikkeling bij de voetbalverenigingen heeft een zodanige daling dat ze een veldenoverschot hebben. Omwille van betaalbaarheid en de verwachte investeringen in de toekomst kunnen een aantal scenario’s overwogen worden. Hierbij kan worden gedacht aan: * Samenvoegen en verplaatsen van clubs (naar een ander sportpark) * Afstoten accommodaties en komen tot kernaccommodaties. 30

3. Ledenontwikkeling bij korfbal en tennis is stabiel of stijgt in onze gemeente. 4. Door vergrijzing is het laatste ontmoetingspunt in de wijk steeds belangrijker aan het worden. Behoud van dorps en kulturhusen om nabij te ontmoeten is en blijft belangrijk. Om dit belang te onderstrepen zouden zoveel mogelijk activiteiten in dorps- en gemeenschapshuizen hun plek moeten hebben. (nabij toegankelijk, leefbaarheid, exploitatievoordeel, vergrijzing). Dorpshuizen en kulturhusen die een maatschappelijke impact hebben wil je behouden voor je dorp. 5. In het kader van ‘beter, slimmer en goedkoper’ is verdergaande samenwerking van sportverenigingen, samenvoegen van accommodaties en multifunctioneel gebruik van accommodaties gewenst. Dit komt de kwaliteit, de betaalbaarheid en de toekomstbestendigheid en vitaliteit van verenigingen ten goede. 6. Door een veranderende samenstelling van de bevolking, een meer consumptief sportgebruik, verdergaande individualisering, grotere mobiliteit en de ledendaling bij verenigingssporten is een keuze voor kernaccommodaties gerechtvaardigd. Behoud van zoveel mogelijk voorzieningen in de dorpen is dan niet meer leidend maar daarvoor in de plaats komt het behoud van diversiteit en continuïteit binnen aanvaardbare afstand. 7. Door de toename van individuele sporten als wandelen, fietsen, mountainbiken wordt de openbare ruimte steeds belangrijker.

Het faciliteren daarvan moet zeker aandacht krijgen. 8. Subsidieverlening is opgehangen aan een systeem (recht op subsidie als aan de voorwaarden is voldaan). Daarmee wordt subsidie een automatisme en vanzelfsprekendheid. Om meer uit de samenleving te halen en deze te stimuleren nieuwe ideeën te ontwikkelen (omdenken), kunnen we onderzoeken of we kunnen werken met subsidies voor innoverende ideeën. Een impuls geven aan samenwerking, innovatie en opzetten van projecten door verenigingen en stichtingen of inwoners. Hiermee wordt de maatschappelijke verantwoordelijkheid van organisaties meer gestimuleerd. 9. We zien dat de wettelijke eisen voor gebouwen steeds zwaarder worden. Te verwachten valt dan ook dat zowel voor nieuwbouw als voor bestaande bouw de gestelde eisen aan accommodaties en daarmee de investeringslasten zullen stijgen. Dit zie je ook ontstaan bij de benodigde investeringssubsidies voor voetbal, korfbal en tennis. Betaalbaarheid komt daarmee in discussie. 10. Het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid is ook maatgevend voor het accommodatiebeleid. 11. De financiering van duurzaamheidsbeleid voor maatschappelijk vastgoed is voor bestaande bouw vooral gekoppeld aan duurzaamheidsleningen. Deze verbeteringen hebben vaak een terugverdieneffect waardoor subsidies hiervoor zijn afgeschaft. 12. Sporten draagt bij aan een gezonde leefstijl.

De ontwikkeling van individualisering en informalisering zal naar verwachting leiden tot een verschuiving naar andere vormen van sport. Sportdeelname stijgt maar sporten in verenigingsverband daalt (bijlage 4). Om mensen toch te kunnen blijven bereiken en te overtuigen van een gezonde leefstijl blijft sportstimuleringsbeleid ook voor de toekomst van belang.

Hoofdstuk 8

Het verdere proces.

De evaluatie van het accommodatiebeleid geeft onze ervaringen weer over de afgelopen 5 jaar. De ervaring en de ontwikkelingen zowel demografisch als inhoudelijk maken het mogelijk in gesprek te gaan met de accommodatiebeheerders. Dat gaan we ook doen. 31

De ervaringen met het accommodatiebeleid zullen daarbij zeker ook aan de orde komen. Maar ook de kwaliteit en de betaalbaarheid van alle accommodaties en hoe de toekomst wordt gezien. De uitkomsten en aanbevelingen worden met u als gemeenteraad gedeeld. (verwachting is tweede kwartaal 2022). We zullen daarvoor een zogenaamd koersdocument opstellen. Een goed gesprek vereist ook een kader vooraf. Een kader wat voldoende ruimte biedt aan de accommodatiebeheerders maar ook genoeg handvatten biedt om koers te kunnen zetten. Dat kader hopen we van de gemeenteraad te krijgen op 6 april. Dat willen we doen door zichtbaar te maken aan welke knoppen er gedraaid kan worden. De gemeenteraad kan dan aangeven aan welke knoppen gedraaid mag worden. Zoals al aangeven is het kader niet in beton gegoten en is het richtinggevend. Besluiten worden hierover pas genomen nadat ook de verenigingen zijn gehoord. Het proces in een notendop: 1. 2. 3. 4. 5.

6.

Ophalen kader en gewenste ontwikkelingen bij de gemeenteraad op basis van een discussienotitie: 6 april 2021. Opgehaalde kader als leidraad laten vaststellen door het college in april 2021 Gesprekcyclus met alle organisaties vanuit het kader van de raad en de ervaringen en wensen van de verenigingen en organisaties (april- november 2021). Bijstellen en aanvullen evaluatie accommodatiebeleid. Koersdocument met een toekomstperspectief met de koers voor een inhoudelijk en kwalitatief goede voortzetting van het beleid of wat daar voor nodig is. Hierbij komen betaalbaarheid, toekomstbestendigheid en samenwerking of samengaan aan bod (mei/juni 2022). Uitwerking koersdocument (na vaststelling gemeenteraad).

Opgesteld door de projectgroep evaluatie en herijking accommodatiebeleid, d.d. 5 maart.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9930466/1